Schoon
Ruim een maand duurt de schoonmakerstaking alweer. Ik merk het op de stations van de NS. Op de site van FNV Bondgenoten lees ik dat het dit keer niet de opdrachtgevers zijn die een oplossing blokkeren maar de schoonmaakwerkgevers: “Ze vinden schoonmakers geen doorbetaling bij ziekte waard. Ze bieden geen zekerheid voor tijdelijke krachten. En tot overmaat van ramp koppelen de schoonmaakbazen de toekomstige loonstijging van twee dubbeltjes aan het risico van pensioenen.”
Er is meer. De werkgevers liggen dwars maar er zijn ook andere beren op de weg. Afgelopen week las ik in De Groene een stuk over de schoonmaakstaking. De werkdruk komt voorbij (een wc schoonmaken: 90 seconden). De omstandigheden (een verblijfsruimte in een onverwarmde kelder zonder stromend water, toilet, koffieautomaat). Er zijn de afromende ‘intermediairs’ tussen opdrachtgever en schoonmaakbedrijf die de prijzenoorlog nog wat opvoeren. Er is het circus van de aanbestedingen. En, nieuw voor mij, er is de NMa die, in het belang van de concurrentie, brancheafspraken over minimumtarieven en aanvaardbare werkdruk verbiedt. Het kan niet op. En voorlopig houdt het ook nog niet op. Het overleg van afgelopen woensdag heeft niets opgeleverd. FNV Bondgenoten overweegt aparte CAO’s met de opdrachtgevers af te sluiten en de rest gewoon over te slaan. Het zou mooi zijn – ik zie het niet gebeuren.
Ik lees in het RD dat men in het mbo kwaad begint te worden over de vrijwillige ouderbijdrage die soms per deurwaarder wordt opgehaald. Kan niet, maar de wet schijnt niet al te helder te zijn. Het is vrijwillig maar vrijwilligheid in Nederland is niet vrijwillig. Dat dachten we misschien ooit, in de dagen van de dames van het UVV maar die dagen zijn lang vervlogen. Tegenwoordig hebben scholen een ‘lump sum’ en zoals het woord al suggereert kan een klont ook wel eens op een rare plek terechtkomen. Naast de pot bijvoorbeeld. Staartdelingen doen we niet meer, klontsommen wel. In Vrij Nederland lees ik (‘Poep naast de pot’) dat de vrijwillige ouderbijdrage soms wordt gebruikt om de school niet nog viezer te laten worden. Er is te weinig geld om de school schoon te houden en dus springen ouders in en docenten en dus wordt de ouderbijdrage uitgegeven aan schoonmaakgeld om overblijfouders ook eens wat anders te doen te geven. Een geldinzameling schijnt ook te helpen. En een deurwaarder, laten we de deurwaarder niet vergeten. De reden is dat het ministerie van OCW werkt met een prijsniveau van enkele jaren geleden. De minister vindt dat de afwijking tussen wat zij geeft en wat de scholen moeten betalen (4%) zo gering is dat er niets hoeft te veranderen. Bovendien, voegde ze eraan toe, ‘heb ik daar de middelen nu niet voor’.
Sommige kinderen gaan met buikpijn naar huis. Om vooral maar niet naar de wc in de school te hoeven gaan. Zo zie je, voor elk probleem bestaat een oplossing.
Ergens stinkt er wat.
6 februari
=0=
Niet kiezen
In NRC Handelsblad van gisteren las ik een uitgebreid artikel over euthanasie. Het ging om een vrouw die al op tamelijk vroege leeftijd met verschijnselen van dementie en Alzheimer was geconfronteerd. Ze had besloten dat ze dat niet wou meemaken als het te erg werd. Ze stelde een verklaring op. Echtgenoot akkoord, huisarts akkoord. Tot het op een gegeven moment inderdaad zo ver was gekomen dat ze wilsonbekwaam was geworden en niet meer kon kiezen. Volgens de wet moest ze echter haar keus voor de dood herbevestigen. Dilemma, en een lange periode van heen en weer adviseren volgt. Uiteindelijk volgt de euthanasie. Wou ze het? Hoe kun je dat weten wanneer iemand wilsonbekwaam is geworden?
Je kiest A en als puntje bij paaltje komt herken je de keuze niet meer en kunt hem dus ook niet opnieuw maken. Bij euthanasie in het geval van Alzheimer is dat een probleem dat niet meer door een beslissing van de aanvraagster kan worden opgelost. De vraag is, waar laat zich dit probleem het best mee vergelijken?
Barry Schwartz (The Paradox of Choice. New York; Harper Perennial Books 2005: 29-33, 116) verwijst naar onderzoek waaruit zou blijken dat als aan mensen die geen kanker hebben wordt gevraagd of zij hun eigen behandeling willen kiezen, een meerderheid van tweederde antwoordt dat ze dat inderdaad zouden willen. Maar van mensen die kanker hebben wil een nog veel grotere meerderheid het niet. In plaats van twee op drie is de score nu één op acht. Verreweg de meeste mensen gaan als ze kanker hebben op de expertise van de artsen af en geven de beslissing uit handen.
Is dit een rare vergelijking? De inhoud van de beslissing is verschillend. Bij euthanasie is het een beslissing met sterven als inzet, bij kanker een beslissing met leven als inzet. Maar de overeenkomst zit in de aard van de beslissing: dat in beide gevallen de arts moet beslissen – als het er op aankomt.
Lezing van het artikel in de krant gaf me een ongemakkelijk gevoel. De vergelijking met beslissingen over kanker ook. Het verwart me. Ik kom er niet uit.
5 februari
=0=
Opruiend
Een paar dagen geleden zag ik een reportage over een Portugese man die z’n heil in Angola was gaan zoeken. In Angola is werk, het land groeit, en de Angolezen voelen zich door de toevloed van Portugezen in de hoek gedrukt. Het imperium slaat terug schreven de jongens van het Centre for Contemporary Studies nog in 1982 en dat klopt, maar in de omgekeerde richting van die zij toen ontdekten. Het Centre is overigens in 2002 gesloten. Een herstructurering volgens de bestuurders. Nu, de huidige herstructurering van de bevolkingen in de door de eurocrisis bedreigde staten liegt er ook niet om. Het gaat om duizenden mensen, niet alleen overigens uit Portugal. Ook de Spanjaarden zijn op drift, de Grieken, de Ieren. ‘De besten zijn voor de export’, kopte De Pers ruim twee weken geleden. In de VS zoeken in 2011 53.000 Grieken een nieuw bestaan en 40.000 hebben hun hoop op Australië gevestigd, in de eerste helft van 2011 togen ruim 52.000 Portugezen naar Brazilië en 10.000 naar Angola, ruim 11.000 Spanjaarden gingen richting Zuid-Amerika, en nog eens een kleine 23.000 Ieren vertrokken eveneens, naar Australië. Bij elkaar rond de 190.000 mensen. Tel daar de interne EU migratie bij op en het begint te lijken op een volksverhuizing. Het zal de achterblijvers geen vreugde bezorgen.
Veel aandacht voor de achterblijvers is er niet. We hebben het al druk genoeg met onszelf en wie de mantra’s van De Jager hoort weet dat de man niet meer in huis heeft dan Scrooge – voor diens inkeer. Ik begrijp dat De Jager een populair minister is. Dat zegt wat. Protest tegen zijn kale boekhoudkundige retoriek is er zelden. Toch wordt het tijd dat de kiezers in opstand komen. Maar waar lees je dat nog?
Je leest in het blad van de mannenbroeders, het Reformatorisch Dagblad van gisteren. Daar pleit Gerrit de Jong, lid van de Algemene Rekenkamer, voor een hard beleid tegen bankiers en speculanten die wat er ook aan productiviteitswinst wordt geboekt (gevolg van het eruit gooien van vele werknemers en het verhogen van de druk op de overblijvende) afromen en verantwoordelijk zijn voor een steeds schevere inkomensverdeling. Hij heeft het ook over hedge- en private equity-fondsen – als exemplarisch voor een geliberaliseerd kapitalisme – en versiert die met het prachtige woord van het ‘meeuweffect’. Zo wordt een mens weer een woord rijker: ‘Veelal is er echter ook sprake van roofridderij. In het laatste geval spreekt men wel van het meeuweffect. Investeerders komen met veel lawaai binnen, schijten de boel onder en vertrekken weer.’ Tot het ook voor de meeuwen even winter werd, een paar jaar geleden. Maar ze zijn weer terug en de viezigheid groeit als vanouds. Dat mogen de anderen opruimen.
Iedereen wordt geremd, behalve de aanstichters van de crisis. De indicatie: de steeds ongelijkmatiger inkomensverdeling. Zet de inkomensverdeling hoog, zo hoog mogelijk, op de politieke agenda, dat is de oproep van De Jong. Verstandige oproep. Er moeten meer koppen van politieke leiders rollen – het staat er. Kom in opstand! Het staat er.
De revolutie begint bij de mannenbroeders. Ik ben er verbaasd over en meer dan tevreden. In heb in tijden niet zo’n stevig artikel onder ogen gehad.
Vandaag, overigens, was het niet langer te vinden op de site van het RD.
4 februari
=0=
Buitensporig
Er wordt een brochure uitgebracht door een Duitse stichting. De Duitse minister van Justitie schrijft er een voorwoord in en deelt in de kosten. Google Duitsland doet dat ook, lees ik. Dat is aardig want de folder gaat over het gebruik van media, in het bijzonder sociale media, van rechts-radicalen die op zoek zijn naar nieuwe, bij voorkeur, jonge aanhang. De meeste aandacht in de brochure gaat uit naar de NPD. Ook Die Freiheit wordt genoemd en in dat verband Wilders. Dat is niet vreemd voor iemand die zo ongeveer de vroedvrouw van die politieke partij mag worden genoemd. Die Freiheit is opgericht nadat haar voorzitter, toen nog lid van de CDU, weigerde een uitnodiging aan Wilders om in Berlijn te komen spreken in te trekken – en vervolgens werd geroyeerd. Zo ontstaan nieuwe partijen. Dat was in september 2010, Wilders spreekt en fitnaat op 1 oktober. Erg druk was het niet. De toegangsprijzen waren volgens de brochure buitensporig hoog en een late poging om met verlaagde toegangsprijzen alsnog meer mensen te trekken mislukt.
Wilders wordt nog een keer genoemd in de brochure. Het gaat over buttons die door populisten ter rechterzijde en door neonazi’s graag worden gedragen: buttons met een afbeelding van een doorgestreepte moskee. Wilders zal dan wel als een rechtse populist te boek staan, want, zo meldt de brochure, hij draagt die buttons ook of hij gebruikt een logo met dezelfde strekking. Wat het is, is me niet compleet duidelijk. Het kan me ook niet schelen.
Dat Wilders bij Die Freiheit optrad is niet omstreden. Dat dit in een brochure wordt opgeschreven doet de waarheid geen geweld aan – en we weten hoezeer Geert de vleesgeworden waarheid is. Of moskeedoorstrepende buttons en logo’s door rechts en nog rechtser worden omhelsd is ook een bewering die kan worden nagegaan op juistheid. Laten we aannemen dat ook dat klopt. Waar maakt Wilders dan zo’n stennis over?
Flauwe vraag, toegegeven. De brochure had het ook zonder Wilders kunnen stellen. De twee verwijzingen naar hem zijn overbodig, ze voegen niets toe aan de kwestie waar de brochure aandacht voor vraagt en die kwestie, rekruteren door sociale media te gebruiken, is belangrijker dan de heibel die Wilders maakt. Het is ook een kwestie die niet tot Duitsland beperkt blijft. Het speelt overal.
Misschien moet Rosenthal daar maar op ingaan, in zijn antwoord op het verzoek van Wilders de Duitse ambassadeur in ons land op het matje te roepen. Jammer, de minister heeft anders beslist. Hij werpt de suggestie van zich af (ik kan het hem bijna horen zeggen) dat Wilders buiten de rechtsstaat en de parlementaire democratie zou opereren. Dat staat zelfs niet bij implicatie in de brochure – het is een zoenoffer aan Wilders. Dat is pas buitensporig.
3 februari
=0=
Tegenkracht
Wij moeten, zegt de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling in een recent advies, tegenkracht organiseren. Dat is ook de titel van het advies: tegenkracht organiseren. Daar ben ik wel voor te vinden. Mijn vraag is echter of er, tenzij we ze organiseren, geen tegenkrachten zijn. Als ik de ingezonden oprispingen op het internet bekijk dan zou ik denken dat het wemelt van de tegenkrachten. Het schort niet aan tegenkrachten, het schort aan het organiseren. In het advies kom ik deze voor de hand liggende gevolgtrekking overigens niet tegen. Waarom niet?
Het advies constateert dat tal van instrumenten onbedoelde effecten hebben. Ze noemen die effecten pervers (je zou, in de geest van Hirschman, kunnen toevoegen dat ze ook futiel kunnen zijn en rampzalig). Van die onbedoelde effecten weten we overigens steeds meer, en één manier om onze kennis daarover verder te vergroten is om bij het ontwerp van instrumenten al eens het oor te luisteren te leggen bij de mensen die met de gevolgen ervan te maken zullen krijgen. Dan hoef je niet te wachten tot een fabriek het leefklimaat in een woonwijk heeft verpest voordat je de goede bedoelingen van de fabriek (werkgelegenheid en koopkracht, gemeentelijke belastingen enz.) confronteert met de gezondheidsklachten van de omwonenden. Je kunt tegenkrachten achteraf inschakelen, je kunt het ook aan het begin doen. Ook daar is het advies niet aan toegekomen. Dat komt omdat het advies vanuit een organisatie (een bank, een school een instelling voor thuiszorg: dat zijn de gebruikte voorbeelden) naar de klanten, de burgers, de patiënten, de leerlingen, de wereld kijkt en niet omgekeerd. De klanten komen achteraf, als het goed bedoelde instrument minder goed uitpakt. Klanten, zegt het advies, hebben ook belangen, er zijn zelfs altijd meervoudige belangen, en daar moet meer ruimte voor komen. Helemaal mee eens, maar waarom moet dat ‘tegenkrachten’ heten? Waarom niet gewoon ‘krachten’?
Het advies begint met de bonussen in de financiële sector. Op zich een goed, een goedbedoeld, en een productief instrument. Volgens het advies. Waarom is het goed, goedbedoeld en productief? Je haalt een bonus als je de omzet verhoogt. Dan krijg je belang bij een grotere omzet. Daar richt je dan alle aandacht op en omdat je je aandacht maar één keer kunt uitgeven gaat het ten koste van aandacht voor andere dingen. Die offer je op maar als de beloning groot genoeg is hoef je daar niet om te malen. Dat doen we dan ook niet en dat hadden we kunnen weten. Meer nog, we weten het. We vergeten het niet omdat we het niet weten maar omdat het even niet goed uitkomt. Dat is, tenzij je alles met de liefdevolle mantel der onbedoelde gevolgen wilt bedekken, niet onbedoeld. Het is gewoon eenzijdig en het is bewust eenzijdig. Overigens is het prachtinstrument van de bonus daar niet eens bij nodig. Bij de politie halen ze geen bonus maar ze moeten wel bij tijd en wijle hun ‘omzet’ vergroten. Bonnen schrijven. Om de omzet centraal te krijgen is een bonus niet altijd nodig. Ook de politie kan de burgerij heel goed als een markt waar wat te halen is in het vizier nemen. Dat doet de politie ook, als de bestuurders het hen opdragen. Is dat pervers? Welnee, het is gewoon de dommigheid van bestuurders die denken dat Nederland een BV is, en geen land met burgers. Wil de burger een bon? Nee, de burger wil veiligheid en de burger kan daar zelf aan bijdragen, niet als tegenkracht maar als burger.
De RMO moet oppassen om binnenkort niet als de Raad voor de Maatschappelijke Onzin door het leven te moeten gaan.
2 februari
=0=
Dirk
Als ondergekapitaliseerde banken de oorzaak van de crisis zijn, schrijft Ewald Engelen deze week in De Groene, slaat een transactiebelasting als kut op dirk. Het eigen vermogen van de banken moet omhoog en dan zal alles in orde komen. Gemeten aan zijn criteria (vijftien tot twintig procent eigen vermogen ten opzichte van de balans) heb ik een probleem: het Amerikaanse bankwezen heeft sinds jaar en dag een veel hoger eigen vermogen dan het Europese (en sommige banken in Nederland, ING voorop, hebben er helemaal een potje van gemaakt) en sinds de introductie van de euro is dat eerder slechter dan beter geworden. Mijn idee zou zijn dat het te maken heeft met de export/import problematiek die sinds de introductie van de euro binnen Europa tot groeiende onevenwichtigheden heeft geleid.
Hoe dit laatste werkt, Kleinknecht legt het allemaal uit, vandaag in Trouw. De euro heeft de exportmachine van Duitsland en Nederland aangevuurd en onze exportoverschotten waren de importoverschotten van Zuid-Europa. Die laatste overschotten werden gefinancierd en ons bankwezen is niet te beroerd geweest daar een hartelijke bijdrage aan te leveren. Iedereen, zegt Kleinknecht, stond erbij en keek ernaar. Je kon er wel voor waarschuwen (Kleinknecht verwijst naar een opinieartikel van hem uit 2008, waar hij de eurocrisis aankondigde) maar niemand was geïnteresseerd. Nu nog niet want elke maatregel die de exportpositie van Duitsland en Nederland zou raken is totaal taboe. Met andere woorden, je kunt de bankencrisis oplossen maar daarmee heb je de eurocrisis nog niet opgelost. De gedachte dat als de kapitalisering van de banken ter hand genomen wordt de crisis de wereld wel uitgaat is te eenkennig om serieus genomen te worden.
Daar komt nog wat bij. Eigen vermogen of niet, de uitvinding door verknipte ‘kwants’ van even verknipte kredietproducten is een aparte ontwikkeling, die voorlopig nog niet is stopgezet. Joris Luyendijk berichtte er weer over, over die kwants, in NRC van afgelopen donderdag. Hij sprak met een exemplaar van deze bijzondere mensensoort, die hem meedeelde dat hij het liefst binnen de wereld van de data en de vernuftige bewerkingen van data verbleef. Daarbuiten werd het niks met hem. Dat het daarbuiten ook niet altijd goed was gegaan met zijn producten, het bleef onvermeld. Ik had niet de indruk dat hij zich daarmee bezig hield, maar dat kan ook komen doordat Luyendijk er niet naar vroeg.
Niettemin, Dirk bestaat. Luyendijk heeft hem gesproken en als er een forse transactiebelasting komt op de producten van Dirk heb ik daar alle vrede mee. Laten we maar ferm met die transactiebelasting op de kop van Dirk slaan. Goed voor hem, goed voor ons.
28 januari
=0=
Speur
Een beter Nederland voor minder geld. Dat is de titel van het SP verkiezingsprogramma 2011-2015. Naar ik uit het nieuws oppikte is Wilders van mening dat de SP streeft naar een federaal Europa. Ik hoorde Hero Brinkman een verslaggever vragen of die het verkiezingsprogramma van de SP had gelezen. Nee? Dat moest hij dan maar eens doen want daar stond het in, dat federale Europa. Het leek me wat overdreven, deze mededeling van Wilders en Brinkman. Wat wil de SP met Europa? Zo komt een mens nog eens tot wat. Ik heb het programma van de SP opgezocht en nagespeurd wat er over de EU in stond. Heeft de PVV gelijk? Nee, natuurlijk niet. Zou de PVV gelijk kunnen krijgen? Is een SP denkbaar die door z’n eigen standpunten genoopt wordt richting een effectieve politieke unie, federaal of anderszins, op te schuiven?
Er zijn drie stukjes programma die een sterkere politiek EU vereisen dan we nu hebben. Dat zijn respectievelijk het pleidooi van de SP voor een wereldwijde financiële autoriteit die bovendien democratisch moet zijn, het pleidooi voor meer Europese samenwerking om belastingconcurrentie tegen te gaan, en het pleidooi om de Europese sociale rechten verder uit te werken en de concurrentieregels daaraan ondergeschikt te maken. Er is meer maar dit zijn de hoofdzaken, geloof ik.
Alle drie de punten zijn onuitvoerbaar in de huidige politieke constellatie van de EU. Een democratische financiële autoriteit: Europa heeft hem niet en wereldwijd bestaat hij ook niet. Zou een dergelijk gezagsinstituut ontstaan dan zal de EU daar met één stem moeten kunnen spreken en zal dat instituut gezaghebbend moeten zijn dan dient die stem democratisch verkozen en gecontroleerd te worden. Dat is een boel en het is een boel Europa. Dat gaat ook op, vanzelfsprekend zou ik zeggen, voor belastingharmonisatie in de EU. Begin daar maar eens mee zou ik denken, het zou een enorme stap voorwaarts zijn en ja, het zou de politieke kracht van de EU net zo in de kaart spelen als het er in voorwaardelijke zin van afhankelijk is. En dan de ambitie over de sociale rechten in de EU en de onderschikking van de concurrentieregels daaraan. Dat raakt het hart van de unie, zoals die in decennia is opgebouwd en veronderstelt een politieke speelruimte voor die unie waarbij de huidige mogelijkheden verbleken.
Ik hoop dat de SP zich aangesproken voelt bij de eerstvolgende gelegenheid een apart hoofdstuk (SPeur) aan de EU te wijden en hom of kuit te geven. Of dat aan de PVV gewijd wordt zal mij een zorg zijn. Als het maar gebeurt.
25 januari
=0=
Studeerkamer
Na het zoveelste historische akkoord (lof der eenkennigheid) in de EU, waar minister De Jager alweer bij de geboorte aanwezig mocht zijn, hoorde ik de onvolprezen bewindsman rond kwart voor acht op de radio tekst en uitleg geven. Hij vertelde dat je studeerkamereconomen had die hun kritiek op de doorgaande bezuinigingen spuiden zonder echt te weten waar het over ging. Om dat wel te weten moest je rijk zijn. En rijk, dat zijn de financiële markten. Ik meende in de studio enig gegniffel te horen en daar kon ik helemaal in meegaan. Ik geloof dat De Jager zelf ook schrok van zijn boutade. Plotseling schoot hem te binnen dat de ene econoom de andere niet is. Er zijn ook economen die het wel met de bezuinigen eens zijn, riep de goede man. Economen zijn politici onder een andere dekmantel en dan heb je het recht hen in partijen in te delen. Volgens De Jager en dus kwam hij met zijn indeling. Zij die het met mij eens zijn, zij die het niet met mij eens zijn.
Ik vind de dwaze oprisping van De Jager tekenend voor het grote gebrek aan niveau in de Nederlandse politiek anno nu. Het is treurig. De Jager zei nog net niet dat je er geweest moest zijn voor je erover kon meepraten maar dat moet het gevolg van een beperkt historisch besef zijn, niet het gevolg van inzicht in wat hij zei. Er zijn overigens best rijke studeerkamergeleerden – ongetwijfeld ook onder de economen die de bezuinigingsdrift van de ministers van financiën in de EU meewarig afserveren – en zouden die het daardoor wel weten? De minister beweerde het tegendeel. Weet hij veel. Moet hem nu gevraagd worden of hij voortaan elk argument gaat afwegen op een goudschaaltje en of er in dat schaaltje geen andere argumenten maar echt goud moet zitten?
De Jager zegt dat het enige argument dat voor hem zeggingskracht heeft het argument van de financiële markten is. Wij hebben een minister van financiën die van het probleem de oplossing maakt en dat ook als enige oplossing wil horen. Van Job Cohen begrijp ik dat hij het zittende kabinet nergens meer op gaat steunen, tenzij het de euro is. Dan moet Cohen goed weten dat de euro voor dit kabinet niet bestaat. Wat bestaat, dat zijn de financiële markten. Ik zou Cohen aanraden de eurorestrictie te laten vallen. Dat zou, los van De Jager, ook consequent zijn want elke bezuiniging in dit land wordt gemotiveerd door de angst voor financiële markten, en wordt ingevoerd in naam van de solvabiliteit van de staat. Naar we nu weten is de solvabiliteit van de staat voor De Jager en voor dit kabinet een gebaar naar de financiële markten. Niet naar de EU. En gaat het niet om dat laatste?
24 januari
=0=
Zoekend
Dat het CDA het midden zoekt ligt voor de hand. De balans binnen die partij is helemaal zoek en daarom lijkt me het hervinden van het ‘radicale midden’ in eerste aanleg een oproep aan de partijleden en bestuurders zelf. Wordt het vandaag eens over wat we morgen zullen doen, iets dergelijks. Als je in het midden geworteld wilt zijn is de huidige ontworteling een pijnlijke constatering. Het is wel een herculische taak. Niet alleen de partij maar ook het land – politiek, economisch, sociaal, cultureel – is nogal gepolariseerd, nogal middelpuntvliedend dus, en dan is het in beweging krijgen van de krachten die het middelpunt juist zoeken geen eenvoudige opgave.
De gisteren gepubliceerde nota (die beter ‘verbinden door kiezen’ had kunnen heten dan ‘kiezen en verbinden’) geeft een eigen uitleg aan dat radicale midden: ‘heldere keuzes in beleid en de verbinding tussen oud en jong, geboren en nieuwe Nederlanders, stad en platteland, alsook de wereldschaal van de economie en de menselijke maat van de gemeenschap’. De vraag is welke heldere keuzes zullen verbinden. Als ik de nota lees stuit ik op tal van paradoxale uitspraken die me doen twijfelen aan de verbindende teneur van de keuzes. Dat wordt nog wat.
Welke keuzes? Nou, Afrikaanse migranten willen we niet. ‘We zijn een open land voor kenniswerkers en vluchtelingen’. De combinatie is bijzonder. Ongevraagde vluchtelingen en gevraagde kenniswerkers, ik zie niet in wat ze met elkaar hebben. Er zijn meer van dit type verschrijvingen (ik denk aan een zinsnede over ‘nieuwkomers en achterblijvers’). Turkije bij de EU willen we ook niet: ‘Verbreding van Europa, een waardevol lange-termijnperspectief, is voorlopig niet aan de orde.’ Daar kan Cor Bosman nog wat van leren. De zinsnede is uitstekend als sarcasme te lezen. Leiden dit soort uitspraken tot verbinding? Ik vermoed het niet. Het zijn uitspraken die door velen worden gedeeld, dat wel, maar waar velen het over eens zijn is bij lange na niet genoeg om verbindend te zijn. Voor hetzelfde geld houden ze de huidige scheidslijnen in stand. SP en PVV delen zeker waar het Europa betreft ook van alles met elkaar maar wat hen scheidt is belangrijker.
Ik heb dat met de meeste uitspraken in de nota. Ik zie niet in wat ze met het midden te maken hebben en ik zie ook niet in hoe ze zouden verbinden. De nota stelt dat je moet werken als je maar enigszins kunt, de nota wil de sociale zekerheid voor werknemers aanpakken en die voor zzp-ers en flexibele contractanten vooral door henzelf laten organiseren, de nota stelt dat het toezicht op de financiële sector goed moet zijn, en dat de overheidsbegroting een overschot moet hebben om de jonge generaties uit de wind te houden. De nota stelt ook dat bekeken moet worden wat mensen zelf kunnen bijdragen aan preventie en zelfredzaamheid – gelet op de onbetaalbare last van ouderen en chronisch zieken. Het zingt allemaal mee met de heersende winden. Hooguit is het taalgebruik nogal omzwachteld maar dat is in CDA kringen niet zoveel nieuws. Of het verbindt? Nee.
Je kunt stellen (zoals in een artikel van het Reformatorisch Dagblad van vandaag) dat het CDA aan het schuiven is met de hypotheekrenteaftrek (het CDA vindt dat je niet slechts schulden moet maken maar ze ook moet aflossen – dat zouden ze wel wat breder mogen trekken) en met de hardheid van het standpunt over immigratie. Beide lijken me meer bepaald door de politieke conjunctuur dan door een echte verandering van standpunten. Het is een partij van schipperaars, het blijft een partij van schipperaars. Niet dat daar als zodanig zo heel veel fout mee is. Het is echter, opnieuw, geen eigenschap die een partij in het midden onderscheidt van een partij aan de flanken.
Regeren, zo staat in de nota, ‘begint bij de erkenning van maatschappelijk initiatief’. Een en ander is een uiting van de erkenning van het geloof ‘in de vitaliteit van de samenleving volgens het Rijnlands model’. Curieus. Rutte zal er niet blij mee zijn. Niettemin. Het Rijnlands model is een model van samenwerking van staat en samenleving maar de staat ontbreekt, twee keer zelfs. Bovendien, de nota bevat voornamelijk passages waarin datzelfde geloof wordt ontkracht. Het was eerlijker geweest indien we in de nota hadden gelezen hoe dit primaat van het maatschappelijk initiatief spoort met de opmerkingen over het moeten meedoen (baanloos werken voor je uitkering), over de totstandkoming van preventie en zelfredzaamheid in de zorg, of over ouders en scholen waarbij de ouders de kindertjes netjes voorbewerkt moeten afleveren bij de school en, bovendien, waarbij ouders en scholen met elkaar bedisselen hoe ouders ‘werk en gezin kunnen combineren’. Wat ik daar ook van vind – en ik vind er niks van – zeker is dat het aanwezige ‘maatschappelijk initiatief’ er hier heel anders uitziet dan onze huidige minister van onderwijs graag heeft, en met haar de schrijvers van de nota.
Misschien is de titel van de nota toch wel adequaat. Uit dit type keuzes vloeit bitter weinig verbinding voort en dan is het wel zo nuttig als het verbinden als een aparte opgave wordt opgediend. Er moet nog heel wat water door de Rijn vlieden wil uit het vergezicht van de nota iets komen dat de krachten naar het middelpunt weet te vinden.
21 januari
=0=
Ontevreden
Jonge ambtenaren zijn de klos. De overhead bezuinigt en gooit personeel eruit. Dat zijn voornamelijk jongeren en dat wringt in organisaties waar de gemiddelde leeftijd toch al hoog ligt. De gemiddelde leeftijd stijgt. Het lifo-stelsel, gebaseerd op anciënniteit bij zowel doorstroom als ontslagvolgorde, werkt het ook al in de hand, die vergrijzing in grijze organisaties. De meer kansrijke ambtenaren onder de veertig vertrekken, de anderen overwegen het en ook als ze voor zichzelf op dit moment elders weinig mogelijkheden zien zijn ze ontevreden over de overheid als werkgever. Geen doorgroeimogelijkheden. Ze zouden het een goed idee vinden als er wat minder op basis van verblijfsduur zou worden beslist en wat meer op basis van capaciteit en potentieel. Men vindt dat ‘persoonlijke groei en kwaliteit’ het moet winnen van ‘hiërarchische groei en anciënniteit’.
Dit laatste haal ik van de site van re.public (één van de bureaus die het onderzoek onder ambtenaren hebben verricht waaruit de ontevredenheid bleek). Veel verder kom ik niet. Ik lees dat de overheid ‘stuurloos’ wordt gevonden, bij de ambtenaren is weinig bekend over het ‘strategisch HRM’. Men vraagt zich af waarom er tussen verschillende overheidsorganen niet meer wordt samengewerkt om de doorstroom van mensen te bevorderen. Op de site van Boer&Croon (het andere onderzoeksbureau) staat precies hetzelfde als op die van re.public. Het blijft behelpen.
De overheid, zegt de huidige regering, moet ‘compact’ worden. Donner schreef er vorig jaar een weinig compacte nota over. Het geld is op, de capaciteit moet niet worden uitgebreid maar verkleind, en het mag met minder regels. Tegelijk moet de overheid alleen die dingen doen waar ze bij uitstek over gaat (het uitgangspunt is, schrijft Donner in navolging van het regeerakkoord, ‘je gaat erover of niet’) en dat moet slagvaardig. Tja, zeg ik dan. Voor zover het een visie is, is het een rare visie. Waar gaat de overheid nog over, los van de EU, los van de financiële markten, los van de burgers die ze moet bewaken en bedienen? Nu, de overheid gaat over heel veel, maar zelden of nooit alleen. Je gaat er met anderen over, zou een reëler uitgangspunt zijn en een mooi streven zou kunnen luiden dat je in elk geval het laatste woord hebt en waar nodig ook het eerste.
Als ik daar gelijk in heb dan wordt de vraag waar het werk van de overheid uit bestaat onontkoombaar. Een hiërarchische definitie van dat werk (de minister is je klant en dergelijke) volstaat niet langer. Een statische definitie evenmin. Het werk zal even veranderlijk blijken als de netwerken en andere samenwerkingsvormen waarbinnen het moet worden gedaan. Het werk wordt steeds meer het ‘managen van het onverwachte’, juist omdat je allen die betrokken zijn bij het realiseren van de gewenste effecten niet aan een touwtje hebt en toch moet inschakelen. Maar juist over dat werk weten we niet zoveel. Het lijkt er eerder op dat elke verwijzing naar werk in de overheidsnota’s verdwijnt achter obligate gedachten en opmerkingen over strategie, over competenties en talenten, over missies en slagwoorden van de snit ‘compact’.
Het vasthouden aan anciënniteit is er een uiting van. Het is bij gebrek aan beter en dat beter, dat zou de kennis van werk en werkprocessen moeten zijn. Het lijkt zo voor de hand liggend en is zo ver weg: als het werk in kaart is gebracht weet je wat je ervoor nodig hebt, personeel en anderszins. Weet je dat niet – en dat noem ik pas een gebrek aan visie – dan krijg je dat je wel moet terugvallen op oude routines, ook personeel. De pijlen richten op anciënniteit is daarom best begrijpelijk maar als daar het echte probleem niet zit zou je er ook de oplossing niet in moeten zoeken.
18 januari
=0=
Apparaten
Bij het lezen van het hoofdredactioneel in Trouw, gisteren, schoot me het concept van de ‘ideologische staatsapparaten’ van Althusser te binnen. We hebben een repressief staatsapparaat, zoals leger en politie, en we hebben ideologische staatsapparaten, zoals kerken en scholen en ook vakbeweging en politieke partijen. En de media natuurlijk, steeds nadrukkelijker zelfs. Het één (repressie) is enkelvoud, het ander (ideologie) meervoud. Het één is strak gekoppeld aan de staatsmacht, het ander is los gekoppeld (in het jargon hadden we het dan over ‘relatieve autonomie’). Helemaal helder werd het nooit vanwege Althusser’s slordigheid in het uit elkaar houden van aspecten, functies en instituties van de macht. Het zij zo.
Ten grondslag aan de gedachtegang lag een uitgebreid begrip van de staat (een begrip waarbinnen het onderscheid publiek/privaat slechts een ondergeschikte en geenszins een bepalende rol speelde) en een begrip van ‘hegemonie’ dat tot inzet had dat wie in een klassenmaatschappij opgroeide en leefde de bestaande verhoudingen niet als kunstmatig en opgelegd beleefde maar als gewoon, neutraal, als in de eerste plaats ‘algemeen’, algemeen zoals in het ‘algemeen belang’. Vanzelf gaat dat niet, vandaar de nood en noodzaak van ideologische staatsapparaten.
In Trouw, gisteren, werd de angst verwoord voor de versplintering van de vakbeweging, voor een vakbeweging met onmachtige vakcentrales. Zonder invloedrijke centrales is er geen betrouwbaar aanspreekpunt voor de politici, en geen betrouwbaar aanspreekpunt voor de georganiseerde werkgeverscentrales. Ter discussie staat, blijkbaar, de rol van de vakcentrales en van de vakbeweging als, inderdaad, ‘ideologische staatsapparaten’. De strijd binnen CNV en FNV heeft van alles te maken met de rol van de centrales, in het bijzonder de vlucht vooruit in het politieke spel rond het pensioenakkoord, waar werkgevers en overheid de zin wel van inzien en de aangesloten bonden, en wie weet ook hun leden, veel minder. Het commentaar van Trouw spreekt de vrees uit dat de centrales in de toekomst hun politieke rol niet meer zullen kunnen spelen. Vandaag, zo las ik ook, komen Han Noten en Herman Wijffels met hun volgende notitie over de nieuwe vakbeweging. Die zullen met hetzelfde probleem als verwoord in Trouw geconfronteerd zijn. De bonden – het lijken net politieke partijen in het tijdperk van de stagnerende EU – zijn genoopt meer dan voorheen rekening te houden met de leden. De bonden worstelen met de verhoudingen tussen zittende en potentieel nieuwe leden. Die verhoudingen zijn op drift en ook dat herkennen we in de uitleg van en de (ideologische) strijd over het pensioenakkoord.
Ik ben benieuwd waar Noten en Wijffels mee komen. Maar dat de verhoudingen binnen de nieuwe vakbeweging van alles te maken hebben met de politieke plaatsbepaling van de beweging als ‘ideologisch staatsapparaat’ staat buiten kijf. Nee, het woord kan me niet schelen. De verwoording ervan – de verbeelding van de bestaansvoorwaarden van werknemers in arbeidsrelaties van diverse snit en hun plaats in het geheel van de ‘reproductie van de productievoorwaarden’ – daarentegen des te meer.
17 januari.
=0=
Prikkels
Stel, je werkt aan een universiteit. De pikorde is dat wie publiceert in erkende tijdschriften overleeft. Per jaar worden een paar van dergelijke producten geëist. Wie daar niet aan voldoet valt buiten de prijzen.
Stel, om te publiceren heb je toegang tot data nodig. Constructie van data is duur, benutting van data soms ook. De toegang wordt slechts verleend als je aannemelijk weet te maken dat je er iets interessants mee weet te doen. Dat weet je vooraf niet. Je moet wat. Het kan tegenvallen. Dan komt je volgende aanvraag in gevaar.
Stel, je bent er bijna. Je komt er achter dat er een constructiefout is opgetreden of, erger nog, dat een deel van je bestand vervuild is. Correctie zou inhouden dat je veel tijd kwijt bent, afspraken over tijd niet zult kunnen nakomen, en met uiteindelijke resultaten blijft zitten die niets nieuws bevatten.
Stel, je maakt deel uit van een onderzoeksteam dat de taken heeft verdeeld. Als je twijfelt over de kwaliteit staat het hele team ter discussie. Niet iedereen deelt jouw inschatting. Je weet dat je in de toekomst van de andere leden van het team afhankelijk blijft.
Stel, je krijgt een artikel ter beoordeling aangeboden waarvan je binnen de kortste keren wel weet waar en van wie het vandaan komt. Je weet ook dat wat jij nu met hun artikel doet door hen een volgende keer, als zij in de rol van beoordelaar zitten, zal worden beantwoord.
Dit zijn de eenvoudiger kwesties. Over commercie heb ik het nog niet eens gehad. Dat zal ook z’n tol eisen (in het overzichtje in de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad gisteren zien we dat onder de bekende en gerapporteerde gevallen van het de hand lichten met de goede onderzoekszeden, de medische centra heel aardig scoren. Toeval?).
Kees Schuyt merkt op dat de bestaande wetenschapscode eenzijdig is gericht op individuen. Dat zijn de prikkels ook. Het lijkt de bonuscultuur wel. Het is de bonuscultuur.
15 januari
=0=
En niet omgekeerd
In het interview dat De Groene met Antonio Damaso had komt een citaat voor uit zijn recente boek Self comes to mind. Damasio schrijft: ‘Het meest opmerkelijke aan de bovenste regionen van het optreden van bewustzijn is de opvallende afwezigheid van een dirigent voordat de uitvoering begint. Terwijl, als de symfonie zich ontrolt, er gaandeweg een dirigent tot leven komt. En richting de Finale leidt metterdaad werkelijk een dirigent het orkest – hoewel de uitvoering de dirigent heeft geschapen en niet omgekeerd.’
Het had ook over Keith Jarrett kunnen gaan – aan hem moest ik denken. Gaandeweg komt de dirigent tot leven, en de dirigent is de uitvoerder die zichzelf op sleeptouw laat nemen. En ik moest denken aan de technologie-indeling van James Thompson, meer dan veertig jaar geleden. Thompson onderscheidde een lijntechnologie (zoals van de lopende band en met verticale integratie als uitbreidingsstrategie), een bemiddelingstechnologie die partijen bij elkaar brengt die dat contact zoeken en verder niets met elkaar hoeven (zoals een bank en spaarders en leners, een arbeidsbureau en werkzoekenden en werkaanbieders, een telefooncentrale mensen met een telefoon– tot en met het internet, en met steeds meer klanten als uitbreidingsstrategie), en een intensieve technologie, een technologie die mede afhankelijk is van de medewerking van het ‘object’ in bewerking (zoals in de medische zorg en het onderwijs, en met als uitbreidingsstrategie het steeds meer binnenhalen van dat object: de leerling in het onderwijs, de patiënt in de zorg). Ik vond en vind de technologiebeschrijvingen altijd spannender dan de uitbreidingsstrategie. Dat kwam door de invalshoek van Thompson: voor hem waren de technologieën opgaven voor een organisatie en daarom stonden ze ook in het teken van hun beheersing door een organisatie. Laat die organisatie weg en wat krijg je? Nu, in het geval van de intensieve technologie en in dat van de bemiddelingstechnologie krijg je een werkwijze die helemaal spoort met het bovenstaande citaat van Damasio. Je krijgt eerst de uitvoering en pas dan, en als bijproduct van de uitvoering, een dirigent. Het lijkt wel co-creatie. Waarom? Omdat een organisatie eerst selecteert en pas dan aan het werk gaat, en we hier een situatie hebben waarin we eerst uitvoeren en pas dan selecteren.
Dat heeft ook gevolgen voor de uitbreidingsstrategie. Hoezo, hoe meer zielen hoe meer vreugd? Je richt je eigen ‘community’ maar in en wie weet is klein wel fijn. Je maakt je onderwijs aantrekkelijk en dat niet door van je school een maatschappij in het klein te maken maar door van je onderwijs een gezamenlijke productie te maken. Je herontwerpt de zorg door de patiënt te zien en te behandelen als was ze een aspect van een persoon – en niet de hele persoon. Van die dingen.
Een omkering. Is dat niet aardig?
14 januari
=0=
Of
Het CNV wordt geconfronteerd met een scheuring. Dit keer zijn het twee kleine bonden (de politiebond met zo’n 25.000 leden en de bond voor defensiepersoneel met rond de 11.000 leden) die de centrale de wacht aanzeggen. Ze vinden dat hun stem te weinig gewicht in de schaal legt en dat het CNV niet goed aansluit op arbeidsmarktontwikkelingen. CNV voorzitter Smit erkent dat het organiseren vanuit het beroep ‘of’ de sector belangrijk is maar dat in het verdedigen van collectieve belangen iedereen wel eens een veer moet laten.
Beroep of sector? In het geval van deze twee bonden zou ik de sector de meest waarschijnlijke kandidaat vinden. Het gaat bij de boze bonden om twee overheidssectoren. Niet verbazend, het CNV was verhoudingsgewijs altijd al beter in overheden dan in bedrijven georganiseerd. Bij de overheid is veel aan de hand, in het bijzonder door de ‘normalisering’ van de arbeidsverhoudingen, de opheffing van de ambtenarenstatus en de vervanging ervan door de regelingen zoals die in het bedrijfsleven gelden. Voor defensiepersoneel gaat die status eraan, althans volgens het wetsvoorstel van CDA en D66. Dat heeft, vermoedelijk, alles met het ontslagrecht te maken. Het functioneel leeftijdsontslag is al verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor diverse overgang- en overbruggingsregelingen. Voor de politie is met betrekking tot de ambtelijke status op de valreep een uitzondering gemaakt. Daarmee wordt het wetsvoorstel weer wat willekeuriger maar, zoals de indieners ervan opmerkten na de niet malse kritiek van de Raad van State, het ging hen om de meer principiële kanten van de zaak. Het zal wel weer.
Het rommelt in vakbondsland en de overheidssectoren dragen daar hun steentje aan bij. Tot dusverre hebben de vakcentrales niet veel anders gedaan dan bezwaar maken tegen de dreigende opheffing van de ambtenarenstatus. Je zou denken, wat maakt het uit of de eerste regel van je contract vermeldt dat je een aanstelling hebt dan wel een overeenkomst? En is het niet een voordeel dat bij normalisering de overheid zich niet langer kan verschuilen achter het wetgeverschap maar zich direct als werkgever moet presenteren? Nu, het maakt heel veel uit. Het maakt van de overheid een bedrijf als elk ander en het maakt van het algemeen belang een belang dat niet boven een bijzonder bedrijfsbelang uitstijgt. Daar stond die ‘aanstelling’ voor.
Laten we aannemen dat de ambtenarenstatus verdwijnt. Dan krijgen we diverse categorieën overheidspersoneel. En we krijgen een voorlopig nog onafzienbare stroom aan uitwerkingsproblemen, aan nieuwe vergelijkingen en nieuwe onvrede over de verdeellijnen en aan beide kanten van de verdeellijnen binnen het overheidspersoneel.
Wat een sector is, het zou het CNV (en niet alleen het CNV) zorgen moeten baren. Misschien wel meer dan tot dusver – gelet op de afsplitsing van de politiebond en gelet op de dreigende afsplitsing van de bond voor defensiepersoneel. Een mooi begin zou zijn om niet langer in het midden te laten of je het wilt hebben over het beroep ‘of’ de sector.
13 januari
=0=
Langdurig tijdelijk
Minister Kamp wil, in navolging van minister Verhagen, langdurig tijdelijke arbeidscontracten mogelijk maken, contracten met een looptijd tussen 7 en 10 jaar. De gedachte is dat werkgevers met zulke contracten eerder in scholing van personeel zullen investeren dan met kortere contracten. De kritiek op dit plan, opgetekend door het FD en afkomstig van Evert Verhulp en Ton Wilthagen, is dat werkgevers dat van die scholing best zouden kunnen doen, maar dat de werknemers er weinig in zullen zien. Zou kunnen, ik zou het niet weten. Het hangt er maar vanaf zou ik denken, het hangt af van welke werknemers het betreft bijvoorbeeld. Komen die uit het segment dat voorheen een arbeidsovereenkomst voor onbeperkte duur hadden of uit het segment dat met de wet Flex en Zeker het juridische levenslicht zag?
De ministers kun je inderdaad verwijten dat ze – even onbekommerd als de Rotterdamse wethouder die uitkeringsgerechtigden ‘werkklaar’ wil maken en daarom bij de sociale dienst niet langer de uitkeringsafhankelijke als klant erkent maar alleen de werkgever – de arbeidsmarkt alleen bekijken vanuit het perspectief van de werkgever. Het arbeidsaanbod bekijken ze alleen vanuit de optiek van de sociale onzekerheid, en daar springen ze mee om alsof het hun exclusieve speeltje is. Daar mag wel eens verandering in komen en er moet zelfs veranderingen in komen als we ooit een arbeidsmarkt willen hebben, een markt waarin het niet langer de vraag is die het aanbod definieert. Dat zou nog eens vernieuwing zijn.
Los hiervan, de taalkundige vernieuwing van langdurige tijdelijkheid is opmerkelijk. Tot dusver was alleen het leven zelf langdurig tijdelijk en als het niet zo was had je pech gehad. Op de arbeidsmarkt kwam het uiteraard ook voor dat je langdurig bezig werd gehouden met het ene tijdelijke contract na het andere. Het treft zelfs steeds meer mensen dezer dagen. Maar dat nu één contract langdurig tijdelijk kan zijn holt de notie van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd uit. Immers, de gemiddelde baanduur in ons land was altijd al langdurig tijdelijk, inderdaad zo ergens tussen de zeven en de tien jaar. Dat gold dan voor de mensen die geen tijdelijke baan hadden maar een vaste.
De vakbonden stellen dat Kamp het arbeidsrecht aan het oprollen is, en dat met zijn plan het ontslagrecht voor de zoveelste keer wordt omzeild. Ongetwijfeld. Het probleem is dat je het arbeidsrecht niet kunt redden door een verbod het te veranderen. Het arbeidsrecht is nu een baanrecht, een recht gekoppeld aan het hebben van een werkgever. Haal die koppeling weg en je moet eens zien wat er gebeurt. Hoe? Nou gewoon. Ontkoppel de sociale zekerheid en de arbeidsrelatie en koppel de sociale zekerheid aan de stappen (de ‘transities’) die mensen zetten om van de ene baan naar de volgende te komen, als zzp-er te beginnen, een opleiding te volgen enz. Krijgen we eindelijk eens een arbeidsmarkt ook, want net zoals de geldmarkt alleen kan bestaan bij de gratie van de circulatie van geld, van geldovergangen dus, kan de arbeidsmarkt alleen bestaan als een transitionele arbeidmarkt, als een arbeidsmarkt van arbeidsovergangen.
De vraag is niet of langdurig tijdelijk een oxymoron is. De vraag is wie beslist over tijdelijkheid en de duur daarvan. De ministers, geflankeerd door een enkele wethouder, geven die beslissing graag uit handen – in handen van de werkgever. Niettemin, hoe gek is de gedachte dat wat er met het arbeidsaanbod gebeurt ook mag afhangen van de beslissingen van dat aanbod zelf?
De discussie over aanstelling en ontslag begint steeds meer te lijken op die over leven en dood. De gelijkenis? Dat is de vraag naar wie beslist.
12 januari
=0=
Productie
Het is een wat rellerige titel die we aantreffen op het rapport van het SCP over de kosten en baten van de publieke sector (onderwijs, zorg, politie, rechtspraak): ‘Waar voor ons belastinggeld?’. Sinds 1995 zijn de kosten gestegen en de productie veel minder. De klassenverkleining in het basisonderwijs bijvoorbeeld heeft de kosten omhoog gejaagd. Maar zijn de scores op de Cito-toetsen beter geworden, zijn er meer kinderen naar het hoger voortgezet onderwijs uitgestroomd, zijn de achterstanden verminderd? Nou nee, niet echt, stelt het SCP. We zijn duurder uit en het wordt er niet eens beter op.
Dat kun je ook omkeren. Haal er wat van af en het zal er niet slechter van worden. Goed nieuws voor het kabinet. En een wel heel wonderlijke conclusie, gebaseerd op een idee van productie dat van veronderstellingen en ‘indicatoren’ aan elkaar hangt – alles bij gebrek aan beter. Het is een oud probleem en dit rapport is het zoveelste dat het probleem denkt op te lossen door het te omzeilen en te vervangen door een groeiende kerstboom aan maten en gewichten die ongetwijfeld iets meten en wegen maar wat dat precies is, daar hebben we het niet over. Eén keer wordt in het rapport iets vermeld over ‘indirecte effecten’: dat school ook iets te maken heeft met mondige burgers bijvoorbeeld. Daar wordt dan ook direct weer afscheid van genomen. Niet gemeten, niet goed te meten, niet gewogen, niet erg weegbaar, van die dingen. Dat de overheid publieke goederen levert, het zal wel, maar als we er goederen van willen maken moet het publiek eruit.
Nu we het er toch over hebben, ik heb wel een voorstel om dat product waar het om gaat van een handige indicator, die tegelijk behoorlijk gewichtig is, te voorzien. Dat is, hoe kan het ook anders, het vertrouwen in de overheid. Wie vertrouwen in de overheid heeft, hoeft niet alles te weten, wie dat niet heeft wil alles weten – en wordt aan de chaotische informatiegoden overgeleverd. Zoals we weten is het vertrouwen in de overheid in Nederland laag en dalend en zoals we ook weten is de laagopgeleide wantrouwender dan de hoogopgeleide. Mattheus, ook hier. Diens evangelie is leidend, steeds meer. Ook in het onderwijs. Die dingen mogen we best koppelen. De straf op een lage opleiding wordt steeds groter en het wantrouwen richting de instanties (onderwijs inderdaad maar met name de overheid) die daar iets aan zouden kunnen doen neemt bijgevolg toe. Waar denkt de overheid eigenlijk dat de agressie tegen leraren en onderwijzers, tegen brandweerlieden en ambulancepersoneel, tegen politie en medewerkers van sociale diensten vandaan komt? En denkt het SCP nu echt dat de scores van de politie of van de school niet sterk worden beïnvloed door de afkeer van alles wat met overheid te maken heeft? Zou het SCP niet eens wat meer naar buiten moeten kijken? Zou de overheid dat niet ook moeten doen? Of denken ze daar dat een reclamespotje het klusje wel zal klaren?
Voordat het kabinet de kromme redenering van het SCP volgt – een onsje minder is ook goed – zou het er goed aan doen de effecten op het vertrouwen te meten en te wegen.
Ik denk dat het kabinet daar niet in is geïnteresseerd. Het kan de meest recente productie van het SCP aanroepen om dat te motiveren.
11 januari
=0=
De nieuwe vakbeweging
De nieuwe vakbeweging is wat het zegt: de vakbeweging beweegt het vak, het beroep, het ambacht, de professie. Een vak is een kruispunt, een station, met aansluitingsmogelijkheden naar bewegingen in het vak zelf en met aansluitingsmogelijkheden naar andere vakken. De nieuwe vakbeweging bemoeit zich met de aanwezigheid en de kwaliteit van de aansluiting. De nieuwe vakbeweging lijkt misschien wel meer op een maatschap dan op een vereniging. De nieuwe vakbeweging eist de taak weer op die het aan overheid en markt is kwijtgeraakt: het organiseren van het arbeidsaanbod. De nieuwe vakbeweging is een arbeidsbemiddelaar en stelt voor zijn leden voorwaarden aan welke vorm van uitlening van arbeid dan ook. De voorwaarden omvatten de traditionele bescherming tegen willekeur van werkgevers en opdrachtgevers, naast voorwaarden met betrekking tot expertise: scholing, training en ervaringsopbouw.
De nieuwe vakbeweging is meer loopbaan- dan baangericht. De nieuwe vakbeweging is er voor de overgangen (de transities) in een loopbaan. De nieuwe vakbeweging strijdt voor een sociale zekerheid die transities vergemakkelijkt en aanmoedigt. De nieuwe vakbeweging legt het initiatief voor transities bij de mensen zelf, niet bij de bepalingen van de arbeidsrelatie, evenmin bij de werkgever of opdrachtgever, en al helemaal niet bij de huidige, door de overheid gecontroleerde, sociale zekerheid. De huidige sociale zekerheid moet op de schop.
De nieuwe vakbeweging streeft naar het afschaffen van de 450 bestaande pensioenfondsen en naar het afschaffen van de (vaste) arbeidsrelatie als toegangspoort naar een pensioenfonds. In plaats daarvan komt één pensioenfonds dat voldoende massa en expertise kan mobiliseren om effectief de (aanvullende) pensioenbelangen te behartigen van allen die deelnemen aan welke vorm van maatschappelijk erkend werk dan ook. Het ‘lid’ zijn van de beroepsbevolking (inclusief huishoudelijke arbeid in gezinsverband en mantelzorg) is het enige toelatingscriterium, zowel voor de aanvullende pensioenen als voor de overige sociale zekerheid.
(nav een oproep van het FD aan de lezer: beschrijf de nieuwe vakbeweging in 300 woorden)
9 januari
=0=
Griffel
En een zoen van de juf natuurlijk. In het basisonderwijs dan, een tien met een griffel en een zoen van de juf. Hogerop in het onderwijsgebouw verdween de zoen en in tal van gevallen ook de griffel. Gewoon, er werden geen tienen uitgereikt, in het bijzonder niet indien er onderwerpen aan bod kwamen waar geen eenduidigheid te bereiken was. Verheldering, een mooi overzicht, goede vergelijkingen, juiste conceptualisering: allemaal tot je dienst maar een onderwerp dat je niet kunt afsluiten – door de aard van het onderwerp zelf – wordt zelden met een tien beloond. Tenzij de beoordelingscriteria ruimte bieden om meer of minder van de inhoud weg te lopen en het gewicht te verleggen naar stijl, originaliteit, breedte (welk vergelijkingsmateriaal), diepte (welke casus met welk detail), bekendheid en beheersing van de relevante literatuur enz.
In Tilburg ontving student Henk Bovekerk eind vorig jaar een tien voor zijn bachelorscriptie Prototypical Fascism in Contemporary Dutch Politics. Een interessant werkstuk, bijzonder goed geschreven, mooi opgebouwd en natuurlijk uiterst actueel en relevant. De aanleiding van de scriptie is het pamflet van Rob Riemen, een pamflet dat Bovekerk goed en elegant beschrijft – en waar hij afstand van neemt. Maar de vraag – is de PVV fascistisch – blijft staan. Bovekerk beargumenteert dat Wilders en zijn PVV inderdaad een prototypische fascistische beweging zijn. Onder prototypisch verstaat Bovekerk het ‘eerste stadium’ (het oprichten van de fascistische beweging) van het fascisme. Het geheel beslaat 5 stadia, die Bovekerk ontleent aan het werk van de Amerikaanse historicus Robert Paxton (ik raadpleegde diens The Five Stages of Fascism, The Journal of Modern History, 1998, 70-1: 1-23). Bovekerk herkent in de PVV ook stadium 2 (worteling van de partij in het politieke systeem) en 3 (greep naar de macht). Stadia 4 (de uitoefening van de macht) en 5 (radicalisering en/of achteruitgang) zijn nog niet aan de orde.
Waarom het vierde stadium wordt overgeslagen in de scriptie is me niet deelachtig geworden. Bij de PVV lijken stadium 2, 3 en 4 in elk geval in de tijd samen te vallen. Jammer voor de stadia maar ik kan er ook niks aan doen. Bovendien, een dergelijk samenvallen is niet uniek voor de PVV, de afsplitsing van de VVD. Het is meer partijen overkomen, denk aan DS70, de afsplitsing van de PvdA. Nog maar net opgericht en direct al regeringspartner. Maar een beweging? Nee, zou ik denken.
De stadia bij Bovekerk zijn, als ik het werkstuk lees, überhaupt niet erg goed geoperationaliseerd. Meer nog, ze worden als gegeven aangenomen, als vormen ze een onaantastbaar raster dat over de gebeurtenissen rond Wilders en de PVV heen is gelegd. Dat is jammer, in het bijzonder omdat daardoor ook het eerste stadium (het oprichten van een ‘beweging’) niet uit de verf komt. Wat de ‘context’ is – een door Paxton sterk benadrukte factor – en welke ‘massabasis’ de beweging wenst te organiseren komen niet aan de orde. Ja, de ‘islamisering’ en zo, die komen voor. De vraag in hoeverre dat de aanhang van de partij typeert wordt nergens aangeduid en waar die aanhang vandaan komt (bij Paxton een zwaar punt) evenmin. Noch dat de beweging de deur wordt gewezen bij het aankloppen bij de partij. Niet belangrijk? Bovendien, hoezeer Paxton zich ook distantieert van een inhoudelijke omschrijving van het fascisme, hij vermeldt wel de afkeer van de democratie als een verenigend thema. Typeert dat de PVV? Nee toch?
Het wonderlijke is dat de EU (een gemankeerde democratie, een probleem voor de nationale soevereiniteit) als ‘context’ niet wordt vermeld. Waarom niet? Zien we het laatste jaar niet dat de EU de nieuwe islam aan het worden is voor de PVV? En is dat, opnieuw in termen van Paxton, niet een uitdrukking van de flexibiliteit van protofascistische bewegingen op weg naar de macht: het zoeken van aansluiting bij de gevestigde maar in verwarring zijnde machten? Had daar niet een beschouwinkje aan mogen gewijd?
Bovekerk heeft een mooi werkstuk geschreven. Het is niet af, het is onvolledig in wat het wel behandelt en het ontbeert, hoe kritisch ook, een kritische omgang met de gebruikte bronnen, in casu het complexe argument van Paxton. Als ik het had mogen beoordelen had ik Bovekerk graag een scriptieprijs (vooruit: een griffel) uitgereikt. Als compliment voor een mooie prestatie. Maar geen tien.
7 december
=0=
Doublure
Elke vergelijking heeft z’n manco’s, dus ook deze: de FNV en de EU lijken op elkaar. Beide instituten lopen aan de leiband van een paar leden, beide instituten bedrijven politiek zonder macht, beide instituten komen niet vooruit door stemprocedures op z’n elfendertigst.
De FNV gaat er iets aan doen. De leiband gaat verdwijnen, de politiek komt van onderaf. Maar hoe zal het de stemprocedure vergaan? We wachten af. Niettemin, het probleem is gesignaleerd en het signaal is aanleiding tot activiteiten. Dat is mooi. En meer dan zelfs maar in de verste verte kan worden beweerd over de EU.
De EU is geen organisatie, maar een verdrag. Het merkwaardige is dat de EU wel beoordeeld wordt als ware het een organisatie. En wel op de meeste eenvoudige manier: we weten wat we willen en we kennen de weg ernaar toe. Dan is een beoordeling weinig anders dan het opmaken en controleren van de rekening. In Nederland is dat sinds Zalm de orde. We betalen te veel, krijgen te weinig en we weten precies wat er moet gebeuren om de zaak in evenwicht te krijgen. Zelfs de financiële en schulden crises zijn er niet in geslaagd een realistischer beoordelingsschema aannemelijk te maken. Eerder omgekeerd. Iedereen schijnt te weten wat je moet doen om tot een oplossing te komen. Je doet A en B zal volgen. Dat is in een reguliere organisatie al zelden het geval en in de EU al helemaal niet. Maar we houden eraan vast. Dat de EU leden het over de uitkomsten lang niet altijd eens zijn wordt verhuld door het met veel aplomb hameren op die ene juiste weg die we moeten volgen.
Men zegt dat bondskanselier Merkel afgelopen jaar haar wil heeft weten op te leggen aan de rest van de EU. Daar kunnen we dan uit afleiden dat het oude afstemmingsmechanisme (de afstemming tussen Duitsland en Frankrijk, met de rest in de bijwagen) is opgegeven, Frankrijk naar de bijwagen is verhuisd, die ene weg nog hardnekkiger zal worden doorgedreven en we over de toekomst van de EU meer dan ooit in het ongewisse zijn. We hadden een soort ‘inner circle’ in de brede coalitie van de EU. Die hebben we niet meer. Misschien is dat goed. Die onderlinge afstemming stelde toch al weinig voor. Veel meer dan bij tijd en wijlen een gezamenlijke persconferentie was er niet van over.
Dat lot moeten we de FNV (met de AbvaKabo en FNV Bondgenoten in de rol van Frankrijk en Duitsland) niet toewensen. Geen doublure ajb. Het goede nieuws is dat de plannen om tot een nieuwe vakcentrale te komen in het teken staan van het tegengaan van een dergelijke doublure. De vraag wat ongewenst is, is daarmee beantwoord. De vraag wat wenselijk is niet. En de vraag hoe daar te komen nog minder.
Na het overleg in Dalfsen werd gesproken over een ‘kwartiermaker’. Dat lijkt me hogelijk prematuur. Zo lang onbekend is of de koers moet worden uitgezet naar een huis, een tentenkamp, een schip, een auto of een vliegtuig is een kwartiermaker een vlucht vooruit. Dat, echter, is exact de valkuil van de EU gebleken.
6 januari
=0=
Onvolwassen
De schoonmakers zijn weer in staking. Hoewel, weer in staking, ze zijn nog in staking. Het vorige conflict was nog maar net beslecht, en er was nog maar net een heuse code verantwoord gedrag opgesteld en aanvaard of de rijksoverheid (in de gedaante van SZW en BuZa), medeondertekenaar van de code, bedacht dat het wel wat goedkoper mocht met de schoonmaak. De redenering was dat omdat het aantal vierkante meters kantoor zou dalen er minder schoongemaakt hoefde te worden. Het zal ooit dalen en kan nu al minder. Geen speld tussen te krijgen. Zoals te doen gebruikelijk bij de overheid werd de korting daarom al vast ingeboekt en bleef het aantal vierkante meters kantoor ongewijzigd. Zodra de kantoorruimte zou afnemen was de schoonmaak er al op afgestemd. Of beter, niet de schoonmaak, maar het schoonmaakcontract, dat toch net aan vernieuwing toe was. Het leidde vorig najaar al tot een staking. De code was in eerste instantie dan ook alleen ‘moreel’ en moraal kun je niet eten. Brecht had het er al over, in nota bene de Driestuiversopera.
Toch is de code interessant. Ik lees erin dat het ding nodig is vanwege de nog ‘onvolwassen marktwerking’ in de sector schoonmaak (en glazenwasserij). Onvolwassen marktwerking, je moet er maar opkomen. De code is een verplichting aan werkgevers, opdrachtgevers en opdrachtnemers en werknemers om met elkaar te overleggen over wat fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden zijn. Dat is een kans. Die kans is door het optreden van SZW en BuZa niet verkeken, wel in gevaar gebracht. De nieuwe stakingen van de laatste dagen staan mede in het teken van het respecteren van de code. De schoonmakers vragen om respect en de code heeft het over respect. In termen van de code houdt dat onder meer in dat de behandeling van de schoonmakers, vergeleken met de behandeling van de werknemers in het inlenende bedrijf, acceptabel dient te zijn. Daarmee komen de posities van de werkgever/opdrachtgever en die van de werkgever/opdrachtnemer in het spel en dat is precies het nieuwe van de code. De oude situatie waarbinnen de werkgever zich verschool achter de opdrachtgever en de opdrachtgever zich verschool achter de opdrachtnemer is, met de code, buiten de acceptabele spelregels geplaatst.
Dat maakt het huidige conflict zo spannend. De schoonmakersbond (deel van FNV Bondgenoten) schrijft geschiedenis als de bond erin slaagt om niet de arbeidsrelatie als hefboom voor verbeteringen te gebruiken maar het feit dat er werk wordt geleverd en dat de basis voor een overeenkomst niet de relatie met een werkgever is maar de relatie die door het werk wordt gevestigd. In dat verband is de eis van de schoonmakers dat ook hun twee eerste ziektedagen moeten worden betaald belangrijk. Het is een signaal dat ook hier het criterium van de arbeidsrelatie het veld moet ruimen voor een ander criterium: wie werk verricht heeft recht op de reguliere sociale zekerheden.
Niet de marktwerking is ‘onvolwassen’. Onvolwassen is ons stelsel waarin de arbeidsrelatie beslist over de rechten waarover werkende mensen beschikken. De arbeidsrelatie is, inderdaad, toe aan een grote schoonmaak.
5 januari
=0=
Geschiedenis
Hongarije herschrijft z’n geschiedenis, lees ik in Trouw. Elke communist die iets waardevols heeft gedaan dient uit het nationale geheugen te worden verwijderd. Nagy bijvoorbeeld mag niet, Mindszenty mag wel. Nagy was belangrijk in de opstand van 1956, bekocht dat met z’n leven maar was communist. Mindszenty, gevangengezet vanwege zijn onverzoenlijke anticommunistische opstelling, werd bevrijd tijdens de opstand en vluchtte daarna naar de Amerikaanse ambassade. Wat is geschiedenis? Dat Mindszenty telde tijdens de opstand en Nagy niet. Het is het type geschiedenis waar Martin Bosma z’n vingers bij aflikt. Het is geschiedenis die niet door mensen wordt gemaakt en door historici wordt opgetekend en geïnterpreteerd, het is geschiedenis als politieke beslaglegging.
Bosma en Orban zijn slechts extremen, het verschijnsel doet zich overal en altijd voor. Van straatnamen (Stalinlaan) en hun verandering (Vrijheidslaan), via monumenten, gedenktekens, symbolen en herdenkingen tot en met het verbod op ontkenning (Holocaust) en het opeisen van de benaming van gebeurtenissen (dit is genocide).
Nog even en ook het optekenen van de geschiedenis van de geschiedenis gaat vallen onder het politieke copyright, het gebruik van het geschiedenisgebruik als wapen in de strijd. Voor Bosma en Orban is dat niets nieuws, voor Sarkozy is het een middel tot herverkiezing en is het in ons land niet de CU (oktober 2011: Kamerlid Esman wil dat Rosenthal de Armeense genocide ‘erkent’) die hetzelfde wilde als Sarkozy nu heeft doorgedreven?
Ik begrijp dat men in Turkije niet blij is met Sarkozy. De Turkse regering is boos maar ook de mensen die in Turkije streefden naar een eerlijker geschiedschrijving. Zij worden buiten spel gezet. Als geschiedenis politiek is met andere middelen kun je je als geschiedschrijver en als burger beter bergen. In plaats van een uitwisseling in een openbare ruimte wordt de geschiedschrijving langzaam maar zeker getransformeerd in een politiek gevecht in een politieke arena.
Ik ben geen historicus maar wel burger. Het stilzwijgen van historici, geconfronteerd met een oprukkende politieke usurpatie van het terrein waarop zij hun ambt uitoefenen, verbaast me en ik vind het verontrustend. Als burger gaat het nog een stapje verder. Het is een bedreiging. Geschiedenis als een politieke markt met de nationale overheid als marktmeester. Het maakt deel uit van een nationale regressie die zich, overigens, niet tot de geschiedenis beperkt maar er wel een aantrekkelijke buit in ziet.
3 januari
=0=
Benoeming
Omdat we onze oude munt inwisselden voor de euro, en daarmee de DNB tot onderdeel maakten van de ECB, moest onze Bankwet worden aangepast. Zo kregen we de Bankwet 1998. Interessante wet, die inmiddels wel enige aanpassing behoeft. Zo had en hield de bank een raad van commissarissen maar ook in de nieuwe wet is niets geregeld over de kwaliteit van de commissarissen. Of ze iets weten van het bankbedrijf bijvoorbeeld en of dat een eis is voor benoeming. Het is niet te vinden. Er staat wel iets in de zogenaamde profielschets maar die is zo algemeen verwoord dat ik er met een beetje goede wil ook in zou passen en mijn vrienden, vriendinnen en kennissen ook. Kortom, wie commissaris mag worden kan op basis van die profielschets niet worden bepaald. Daar moeten kleinere gezelschappen voor aan het werk en hoe dat geregeld is: dat staat er natuurlijk niet in.
Omdat ik in NRC Handelsblad las dat Bolkestein commissaris is (in elk geval tot 1 november van vorig jaar, of de man is herbenoemd kan ik niet vinden) en omdat Bolkestein over elke economische kwestie uitsluitend onzin in de aanbieding heeft ben ik een beetje ongerust geworden. Je zou mogen hopen dat de overige commissarissen beter toegerust zijn voor hun taak maar uit het feit dat de raad vergeten is om zelfs maar de procedure bij de aanwijzing van een nieuwe directeur van de Bank te handhaven leid ik weinig geruststellends af. In het Kamercommissiedebat over de herziening van de Bankwet, van oktober 2011, mocht het geen rol spelen. Dat ging ook meer over de gebleken ondeskundigheid van de raden van commissarissen van particuliere banken dan over die van de centrale banken. En alleen Ewout Irrgang maakte zich enige zorgen over jongens die weer andere jongens benoemden.
In de uitgebreide reconstructie in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag over de benoeming van Klaas Knot – tot zijn benoeming ingeschakeld bij de opvolgingsprocedure – bleken de regering, Mark Rutte voorop, en de raad van commissarissen met Bolkestein voorop overwegende bezwaren te hebben tegen de eerste kandidaat van de bank, Lex Hoogduin. Om hun zin door te drijven hebben ze voor het gemak artikel 12 lid 2 van de Bankwet terzijde geschoven. Dit is de tekst van dat artikel: De president en de directeuren worden telkens voor een periode van 7 jaar bij koninklijk besluit benoemd. Voor elke benoeming wordt in een gemeenschappelijke vergadering van de directie en de raad van commissarissen een aanbevelingslijst van drie personen opgemaakt.
Die lijst is er niet gekomen. Het lijkt erop dat Knot benoemd is door het aan de kant schuiven van de Bankwet.
2 januari
=0=
Drie dingen
De Volkskrant heeft een interview met Rutte. Deze deelt mee dat hij op heel veel punten links is: abortus, euthanasie, het homohuwelijk, gelijke behandeling. Hij is erg trots op deze punten. Wat heeft zijn kabinet eraan gedaan? Er moet geregeerd worden en dan heb je te maken met PVV, CDA en SGP. Die hebben we nodig, zegt Rutte. Die laatste toevoeging is aardig. Die punten werden gescoord met behulp van PvdA en D66. Niet langer nodig blijkbaar.
Maar, volgens Rutte, er is meer in het leven. Hij noemt drie dingen: een kleine overheid die geen geluksmachine is, maar doet wat het doet en dat ook nog eens op topniveau doet: onderwijs, gezondheidszorg, sociale zekerheid, de wegen. De wegen? Rutte moet nog eens nadenken over die geluksmachine van hem. Over dat topniveau overigens ook. Twee, zegt de premier, ‘we zetten de banenmachine aan’. De banenmachine? Welke banen? Wat heeft de man toch met machines die hij naar believen aan en uit denkt te kunnen zetten? Even eerder zegt hij dat de mensen die echt in de ellende zitten een uitkering krijgen. “En tegen de rest zeggen we: u gaat aan het werk omdat dat beter is voor u. Dat is een diepe overtuiging.” Dat is inderdaad modern liberalisme: de overheid weet wat beter voor ons is. De overheid schrijft voor waarin ons geluk bestaat, en noemt dat een banenmachine die geen banen genereert maar uitkeringsplichten. En verkoopt dat als een topniveau.
Het derde ding van de drie dingen is de veiligheid. “Zodat die mevrouw van 75 ‘s avonds gewoon haar hondje kan uitlaten, ook in Amsterdam, ook in de Haagse Schilderswijk”.
En passant deelt de premier mee dat de hypotheekrenteaftrek een instrument is om de te hoge belastingen te corrigeren. Een schuldprobleem als gevolg? Welnee, we hebben de pensioenen nog. Dat zijn toch besparingen? Die streep je toch gewoon tegen elkaar weg?
Met zo’n premier kun je de taal afschaffen. Hij kan met elk woord z’n kont afvegen. Meer nog, hij doet het. Zijn liberalisme is niets dan pleepapier.
31 december
=0=
Gezwollen
De uitvaart van Kim Jong-il werd bijgewoond door duizenden en duizenden van zijn landgenoten. Goed gevoede en goed geklede mensen allemaal, in uniform of anderszins. Een enkeling deelde ons iets mee, in bewoordingen die nog gezwollener waren dan de wangen van de jonge zoon, de nieuwe leider. Zulke woorden hoor je nog maar zelden. Een enkele voorganger kan er zich misschien aan meten maar in die sectoren ben ik niet goed genoeg thuis om me nadere uitspraken te durven permitteren. Nee, in ons land is het alleen Afshin Ellian die op vergelijkbare toon de dingen naar voren brengt, die met vergelijkbare bezweringen, bedreigingen en vervloekingen de wereld bestrijkt en die met een vergelijkbare en onkwetsbare zekerheid de waarheid beheert, de waarheid die wij niet aankunnen en die permanent wordt bezoedeld door foute intellectuelen. Foute intellectuelen herkent men aan hun tolerantie voor het intolerante, hun relativering van het absolute, en hun ontkenning van de waarheid.
Er zijn ook goede intellectuelen. Bij Ellian weet je nooit helemaal zeker of hij de foute nodig heeft om de goede in het zonnetje te zetten of omgekeerd. Geeft ook niet, het gaat om het effect. Neem Havel. Er zijn de nodige prijzende, bewonderende en warme woorden gezegd bij zijn overlijden. Maar Ellian gaat verder. Voor hem is Havel pas wat waard als deze aan de zegekar van Afshin kan worden gebonden. Aan zijn praalwagen van vrijheid en, het kan niet uitblijven, waarheid. Te dien einde worden alle mensen die Ellian veracht als slechte Europeanen afgeschilderd, als mensen die hun trekken nog wel thuis zullen krijgen. Zelfs de rampzalige oorlog in Irak passeert de revue. Het gebezigde proza (Elsevier, 28 december) doet denken aan een slecht requisitoir. Tot Ellian aan het einde van zijn stukje plots in het Noord-Koreaans uitbarst. Dan gaat het zo: “Maar Havel en de zijnen zullen als grote Europeanen de eeuwige golven zijn, die ons altijd aan waarheid en vrijheid zullen herinneren”. Eeuwige golven. Geef Havel in handen van Ellian en van het verschil met Kim Jong-il blijft niets over.
Is Ellian een Noord-Koreaan? Zelf beweert de man dat hij Iran afkomstig is maar in de eerste plaats is het verschil tussen Iran en Noord-Korea in zijn wereldbeeld compleet verwaarloosbaar en in de tweede plaats, waarom zouden we Ellian geloven? Hij doet niet aan geloof, hij doet aan waarheid. De waarheid is dat de oudste zoon van de dictator spoorloos verdwenen is. De waarheid is ook dat Ellian en die oudste zoon als twee druppels water op elkaar lijken. Zelfde leeftijd, zelfde haarkleur, zelfde betweterigheid. Dat kan geen toeval zijn.
Ellian schreef, twee dagen na de moordpartijen van Breivik, het volgende (Elsevier, 24 juli 2011): “Iemand die weerloze kinderen zomaar doodschiet, is niet zomaar een psychopaat, maar ook nog een door politieke islam geïslamiseerde psychopaat. Hij was geobsedeerd en bezeten door de politieke islam…. Anders Breivik wilde de islam bestrijden, maar hijzelf werd gegrepen door de gedachtewereld van de politieke islam. Ook zij voeren geen debatten en polemieken met tegenstanders. Ook zij zijn gewetenloos. En daarom is hij een exponent van een psychopathische vorm van zelf-islamisering”
Wie zoiets schrijft moet zijn opleiding wel in Noord-Korea hebben voltooid.
30 december
=0=
Werkklaar
Gebruiksklaar, dat kenden we. Werkklaar is een nieuw woord, bedacht door een PvdA wethouder (Florijn, ook dat nog) uit Rotterdam. Hij maakt de mensen werkklaar, op aanvraag van werkgevers. In de kassen in eerste instantie maar anderen (horeca, havens) mogen zich ook melden. Bij hem zijn niet de van een uitkering afhankelijke mensen de klant maar de werkgevers. Die plaatsen een bestelling, hij levert.
Er is enige ophef over een voorstel, ongeveer het laatste van Donner als minister, om een voorwaardelijk Nederlanderschap in te voeren. Als je genaturaliseerd bent ben je nog een vijftal jaren Nederlander op proef. Bevalt het ons dan mag je blijven, bevalt het ons niet dan moet je maar weg. De gedachte dat je geen twee paspoorten tegelijkertijd moet aanhouden wordt gedurende die tijd soepel geïnterpreteerd. Sommige mensen twijfelen aan de rechtsgeldigheid (te beginnen bij artikel 1 van de Grondwet) van het opzetje maar Donner ziet als minister geen enkel probleem. Of hij het als vicevoorzitter van de Raad van State anders ziet zal de tijd leren.
Het is mooi dat mensen zich hier druk over maken. Uitholling van de grondwet is geen klein bier, artikel 1 is door de laatste kabinetten al stelselmatig uitgehold (de zinsnede ‘gelijke gevallen’ is een aanfluiting geworden) en ergens moet het toch een keer stoppen. Het zou goed zijn als bij de kritische herlezing van de grondwet ook wordt gekeken naar artikel 19 en naar de bijzondere interpretatie van wethouder Florijn van dat artikel. Lid 1 (werkgelegenheid is onderwerp van zorg voor de overheid) kan de prullenmand in. Beweren dat het nog bestaat is een belediging voor een ieder die de integriteit van een wetstekst ter harte gaat. Lid 2 gaat over het stellen van regels. Enerzijds spreekt dat vanzelf. De regels (het arbeidsrecht) staan wel onder druk en dat het hier om rechten van de werknemers gaat waar de staat zich voor dient in te zetten is al helemaal verdwenen uit het besef van de diverse overheden. Bij Florijn is de bepaling vermoedelijk nooit aangekomen. Of hij dacht dat het om zijn rechten ging om elke regel op te stellen die hem goeddunkt. Lid 3 is het meest interessant. Dat gaat over het recht van de werknemer op vrije keuze van arbeid. Opnieuw, een recht dat de overheid tot plicht strekt. Florijn wil dat recht tot een recht van de werkgever maken en de overheid inzetten om dat recht tegen de werknemer in te zetten.
Eindelijk een wethouder die zegt waar het al geruime tijd op staat. Artikel 19 van de grondwet (nieuwe tekst): de overheid zorgt voor voldoende werkklare mensen.
29 december
=0=
Sprinkhanen
Alle kranten melden het: de prijs van sprinkhanen is omhooggeschoten. Het heeft iets met Oeganda te maken en met de elektriciteit aldaar want sprinkhanen laten zich het best vangen bij veel licht en dan gaat het makkelijker als je de lichtvoorziening zelf een beetje kunt helpen. Oeganda heeft beloofd eraan te werken. In tegenstelling tot de Maya gelovigen wordt 2012 misschien wel een heel goed jaar. Voor de liefhebbers van sprinkhanen.
Zet de sprinkhanen in het licht en je kunt ze vangen. Het kan geen toeval zijn dat dit bericht op eerste kerstdag alle krantenredacties heeft bereikt. Ze vertellen het er niet bij maar we hebben hier wel degelijk te maken met een modern kerstverhaal. De strekking, dat gaat nu eenmaal zo met kersverhalen, ligt er duimendik bovenop. Sprinkhanen gedijen beter in het duister dan in het licht. Tot ze met zovelen zijn dat ze de gehele aarde kunnen leegvreten. Financiële sprinkhanen gedijen ook het best in het duister – en vreten de gehele economie leeg. Kerstmis 2011. We vermoedden het al, nu weten we het zeker.
Deregulering en verduistering, het zijn twee kanten van dezelfde kant, de kant van de sprinkhaan. Reregulering brengt het licht terug, we kunnen zien wat ze uitspoken, het zicht maakt hen schuw, ze klagen over het licht, het vertraagt hen, ze moeten meer uitleggen en toelichten en sommige dingen waarvan ze vergeten waren dat die het licht niet konden velen laten ze plots achterwege. Het licht brengt hen bij zinnen.
Gisteren stond in een bijlage van het NRC Handelsblad een interview met een vrouw die een tijdje in de dealing room van ABN Amro had gewerkt. Nee, had ze op een gegeven moment gedacht, dat is niet voor mij. Ik doe niet meer mee. Haar afkeer, het ging over het sprinkhanengedrag in die ruimte van de bank. Verbluffend, de brutaliteit waarmee klanten een oor werd aangenaaid, onder het verfrissende motto dat er ook voor de klanten nog genoeg overbleef. Dat klopte overigens. Niet altijd, maar vaak genoeg. Tot het fout ging. Ze verdiende veel, die dagen bij de bank, de bank die tegenwoordig ‘de bank anno nu’ heet. Je begrijpt meteen waarom de inkomensongelijkheid zo enorm is toegenomen. Ook een effect van de winner-take-all society, waarvoor de dealing room een broedplaats is gebleken. Nee, met opleiding heeft het niets te maken, wel met hanengedrag, met sprinkhanengedrag. En met het aan het licht onttrekken van de kleine, bijna kinderachtige, trucjes om van veel nog meer te maken en van nog meer nog weer meer.
Zet ze in het zonnetje en je zult zien dat hun prijs omlaag gaat.
Dat deze grijze kerst door het licht van de waarheid mag worden overspoeld.
25 december
=0=
Burcht
In NRC Handelsblad van donderdag de 22e staat een interview met Paul de Beer, wetenschappelijk directeur van het nieuw opgerichte onderzoeksbureau De Burcht, een bureau dat zich bezighoudt met onderzoek naar voor de vakbeweging belangrijke kwesties. Het eerste rapport, net verschenen, gaat over flex. Er schijnen voor- en nadelen aan te zitten, de voor- en nadelen zijn scheef verdeeld, en op de wat langere termijn is flex voor niemand goed.
Dat het nieuwe onderzoeksbureau samenvalt met de plannen voor de nieuwe vakbeweging is toeval. De Beer geeft aan dat het onderzoeksbureau neutraal is ten opzichte van de ene dan wel andere opzet van de nieuwe vakbeweging: ‘We willen geen positie innemen of een voorkeur uitspreken’. Die voorkeur, dat siert hem. Die positie, dat is merkwaardig. Ik zie niet in hoe je de vakbeweging kunt onderzoeken zonder in te gaan op de samenstelling van het arbeidsaanbod – van die samenstelling hangen de kansen op en noden van organisatie af. De nieuwe vakbeweging: wat is het anders dan een verlaat antwoord op de veranderende samenstelling van het arbeidsaanbod? En daar zou je geen ‘positie’ in hebben? Je zou hem juist moeten claimen!
Op twee manieren. In de eerste plaats is het onontkoombaar (vanuit het gezichtspunt van het organiseren van mensen) de toekomstige sociale zekerheid los te koppelen van het soort arbeidsrelatie waar mensen in zitten en het te koppelen aan een criterium zoals ‘lidmaatschap van de beroepsbevolking’. Het bekt niet maar voorlopig vind ik dit voorstel van Supiot het beste dat in omloop is. Als je het volgt maak je tegelijkertijd de nieuwe vakbeweging aantrekkelijk voor tal van werkende mensen die de vakbeweging nu als een belangenclub voor een slinkend deel van de werknemers zien en er weinig voor voelen zich erbij aan te sluiten. Het biedt kansen, en dat is het tweede punt, op het organiseren van het arbeidsaanbod langs lijnen die de loopbaan van mensen bevorderen, in plaats van de baan die hen steeds meer en steeds vaker tegen wil en dank verbindt met de werkgever van het moment of, wanneer die het laat het afweten, met de verstatelijkte bureaucratie van de sociale onzekerheid. Dan ben je helemaal van je loopbaan los en je wordt, op straffe van verlies van je uitkering, neergezet waar het de instanties die van jouw premiebetalingen hun voorrecht maken goeddunkt.
Van arbeidsrelatie naar beroepsbevolking: dat zou de nieuwe vakbeweging kunnen en volgens mij ook moeten uitstralen. Het zou bij elk onderzoek naar de vakbeweging en zijn toekomst een criterium opleveren voor de beoordeling van actualiteit, urgentie en relevantie van welk onderzoekvoorstel dan ook. Je hoeft er niet eens een voorkeur voor te hebben om er toch een positie in te kunnen innemen. Of het deze positie is, daar kun je over twisten. Maar dat je een positie moet kiezen staat buiten kijf. En welke positie het ook is, het is een positie over de basis van de nieuwe vakbeweging. Daar, aan het positie kiezen, ontkomt ook het nieuwe onderzoeksbureau niet.
Het zou een toetssteen zijn voor de ‘onafhankelijkheid’ van het nieuwe bureau. Die kwestie hangt, blijkens het interview, nu nog een beetje in de lucht. Neem een positie in, zou ik zeggen, en iedereen komt weer met beide benen op de grond.
24 december
=0=
Pet
Het was een mooie uitspraak, destijds: de hersenen van het management zitten onder de pet van de werkman. Hij kwam van Big Bill Haywood, voorzitter van de roemruchte International Workers of the World. Dus ja, scientific management was in de kern het management van het weten van de arbeider – een weten dat diezelfde arbeider ontvreemd was. Als het goed was zou een arbeider alleen door een andere arbeider kunnen worden gestuurd. Om het zelf ook te leren. Indien het anders was zou er weinig goeds uit voortkomen. Het was anders, vandaar de uitspraak. Een onheilspellende metafoor, die uitspraak, als waarheid verkocht.
Van dat internationale en van de internationale is niet veel over. De IWW heeft nog zo’n tweeduizend leden, waaronder Noam Chomsky. Geen arbeider. Hoewel, in ons land hadden we ook ooit de BWA, de Bond van Wetenschappelijke Arbeiders. Zo zie je. Het is maar hoe je het noemt. De wetenschap is werk geworden en het werk wetenschap. Of zoiets. In elk geval is wetenschap een geliefkoosd object van management geworden.
En niet alleen de wetenschap. Ook het voetbal. Meer en meer managers, directeuren, besturen enzovoorts en de voetballer zelf heeft het nakijken. Tenzij hun machtige voet het anders wil zullen ze het slachtoffer worden van de willekeur der anderen. Waarom komen ze niet in verzet? Je vraagt het je af.
De Verlosser heeft het zich ook afgevraagd. En de conclusie getrokken dat de know how van de voetballers de know how van de voetballers is – op voorwaarde dat ze allemaal op komen dagen om het de bazen voor eens en altijd af te leren. Een mooi streven, geformuleerd door iemand die de voetbalwereld van de spelers- en de bazenkant kent en dus wel zal weten wat hij zegt als hij wat zegt. Dan is er in elk geval eentje die weet wat hij zegt als hij het zegt. Hij roept de voetballers van Ajax op het met hem eens te zijn.
Maar zegt hij het nou als voetballer of als baas? Als voetbalbaas? Als trainer? Als leermeester, wijze en voorbeeld? Als een geleerde die het onderscheid tussen individu en systeem niet alleen opnieuw heeft uitgevonden – daar is geen kunst aan – maar zelfs tot een heuse scheiding heeft opgewaardeerd? Wie spreekt hier het verlossende woord? Niet Roger van Boxtel die gisteravond tijdens de ledenvergadering besturen bij Ajax vergeleek met een omgekeerde wasstraat: je gaat er schoon in en komt er vuil uit. Toch aardig gevonden. Maar, Van Boxtel is geen voetballer. Meer een manager, een bestuurder. Daar hebben we niets aan. Het verlossende woord over alles wat is en wat niet is kan alleen door de Verlosser worden gesproken, de voetballer die tegelijk baas is en nu als adviseur verder mag van diezelfde vergadering. Hij wel. Als je het zo ver hebt geschopt met het aanbrengen van scheidslijnen waarbij je zelf aan beide kanten van de lijn opereert en dat tovenaarswerk aan anderen weet te ontzeggen dan ben je inderdaad een geval apart. Klasse! Klassenbewustzijn! Klassenstrijd!
Ik neem er mijn pet voor af. Maar als ik voetballer was zou ik er niet gerust op zijn.
23 december
=0=
Natrappen
Over keeper Esteban zal ik het niet hebben. Hem treft geen blaam en natrappen was het ook niet, ook al trapte hij na. Natrappen, dat is kabinetszaak. Neem de inburgering. Tot 2003 viel het onder OCW, daarna werd het uitbesteed aan departementen die iets met integratie te maken hadden. Tegelijk moest de inburgering onderworpen worden aan marktwerking. Dat laatste is niet goed voor de inburgering maar wel voor de integratie want alles wordt onderworpen aan marktwerking dus die praktijkles krijgen ze gratis en voor niets. De inburgering kost wat, de integratie niet. Een gouden greep.
Toen het allemaal nog onder onderwijs viel moet de gedachte wel geweest zijn dat inburgering een ‘merit good’ was, een soort dienstverlening met positieve civiele effecten. Van die gedachte zijn we nu afgestapt. Sinds 2003 werd de inburgering er niet beter op en sinds 2007, onder de bezielende leiding van Verdonk, werd het helemaal een troep. De gemeenten zouden het allemaal via aanbestedingen gaan regelen en de gemeenten moesten daarvoor de adequate voorzieningen treffen. Een succes werd het nooit (al zeggen sommige gemeenten dat ze nu, anno 2011, de zaak aardig beheersen – een aanvechtbare uitspraak). Het huidige kabinet wil het weer helemaal anders. De gemeenten hoeven nergens meer in te voorzien, de verantwoordelijkheden en de bekostiging komen bij de inburgeraars te liggen en de verwachting is dat het een nog ergere chaos zal worden. Pleidooien om in elk geval de vluchtelingen te ontzien (door de Raad van State ondersteund) zijn door het kabinet in de persoon van Donner terzijde geschoven. Geen uitzonderingen. Ze hebben zelf beslist hierheen te komen en daar hebben we al genoeg last van. Er zijn geen positieve civiele effecten en daarom trekken we ons terug uit de financiering van het zaakje. Verdere kosten wensen we niet te maken en wat er aan probleempjes overblijft zal ongetwijfeld door de markt worden opgelost. Misschien is het weer even wennen maar alles went.
Het kabinet heeft verder bedacht dat de termijn waarbinnen ingeburgerd moet worden terug wordt gebracht van 3 ½ naar 3 jaar.
Dat is natrappen.
22 december
=0=
Dom
Volgens een Brits filosofietijdschrift (Philosophy Now), vandaag aangehaald in Trouw, is domheid de ernstigste kwaal van de mensheid. Bankiers die producten verkopen die ze zelf niet snappen; het wordt als voorbeeld genoemd, evenals politici die wapentuig kopen dat ze toch niet gaan gebruiken. Is dat dom? Is het dom rijk te worden met dingen die je niet kent en toch verkoopt of herverkozen te worden door spullen te kopen die je niet nodig hebt?
Is het dom een crisis te provoceren als je weet dat jouw bank toch te groot is om failliet te gaan en gered zal worden door politici die daarna de rekening bij de bevolking zullen leggen? Is het dom wapens aan te schaffen die je herverkiezing gunstig beïnvloeden en waarvoor de rekening ook bij de bevolking uitkomt? Wie is dan dom, de bankiers en politici, of de kiezer? Zijn wij, de kiezer dom, of profiteren sommigen onder ons nog wel een beetje mee en anderen niet? Is het dom dat de kiezers geen eenheid zijn en dus makkelijk uit elkaar kunnen worden gespeeld? Is het dom een bevolking te hebben met verschillende belangen, met verschillende gedachten, met verschillende speculaties?
Volgens het tijdschrift is domheid de optelsom van 'slecht denkwerk, vastgeroeste geestelijke gewoonten en niet-doordachte aannames'. De voorbeelden stroken er niet mee. Die gaan eerder over luiheid, onverschilligheid en cynisme. Dat zijn denkgebaren zou je kunnen zeggen, eerder dan gewoonten. Het worden pas gewoonten als je er steeds opnieuw mee wegkomt. Je komt er steeds opnieuw mee weg. Dat lukt mede omdat anderen, met zo hun eigen belangen, het denkwerk voor je doen, anderen die de bankiers en politici op sleeptouw nemen met onweerlegbare berekeningen, met suggesties over reputatiewinst of reputatieschade. Het lukt omdat de wereld te complex is en je daar gebruik van kunt maken. Het motto is: als ik het niet doe doet een ander het wel, dus waarom zou ik het niet zelf doen? Geen speld tussen te krijgen en elke keer als weer anderen gaan meedoen is de daad een succes.
Philosophy Now gaat kennelijk uit van de gedachte dat de gedachte de wereld regeert, ook als het een slechte gedachte is. Dat klopt niet: slechte gedachten zijn machtig, goede gedachten onmachtig. Iets anders denken is dom.
20 december
=0=
Hervorming
Gisterochtend hoorde ik Bernard Wientjes in een radioprogramma een pleidooi houden voor de hervorming van de arbeidsmarkt. Vroeger ging het dan over werkgelegenheid, tegenwoordig alleen nog over werkloosheid. Het werkgelegenheidsbeleid is werkloosheidsbeleid geworden, het arbeidsmarktbeleid aanbodsbeleid, het aanbodsbeleid plichtbeleid. Met zoveel woorden wordt dat niet gezegd maar het valt op dat, of het nu een werkgeversvertegenwoordiger is of een werknemersvertegenwoordiger (Agnes Jongerius sprak ook, in dezelfde uitzending), de arbeidsmarkt voor hen gelijk staat aan de werkloze. Jongerius maakt zich grote zorgen over de Wet Werken naar Vermogen, de wet die de verschillende regelingen voor de Wajong, de bijstand, de regeling ‘investeren in jongeren’ en de sociale werkvoorziening in één nieuwe regeling onderbrengt. De uitvoering is voor de gemeente, de gemeente klaagt over te weinig geld om de regeling recht te doen.
Kenmerk van de nieuwe regeling is dat tegenover elke ondersteuning een plicht tot ‘werken naar vermogen’ staat. Voor Wientjes is dat alles al een feit en daar hoeft hij het dus niet meer over te hebben. De onderkant van de arbeidsmarkt is geregeld. Nu de rest nog. De rest, dat is het deel van de arbeidsmarkt waaruit het ontslagrecht en de WW (naar men zegt: de tijdelijke uitkering tussen twee banen) nog niet helemaal zijn verdwenen. Die dingen hangen samen. De werkgevers zijn bij ontslag geen baas in eigen huis en dat is hinderlijk. Ze willen zelf kunnen bepalen wie eruit vliegt en naar het loket voor de ‘tijdelijke uitkering’ wordt verwezen. En ze willen af van regelingen die werknemers op een gegeven moment uitzicht bieden op een vaste baan. Ook daarom moet het arbeidsrecht worden aangepakt.
Arbeidsmarktbeleid dezer dagen is daarom aanbodsbeleid. De vrager, de werkgever, verdwijnt steeds meer uit beeld. Af en toe komen vriendelijke verzoeken zijn richting op (schoolt u uw mensen wel?) en af en toe horen we een geluid dat de werkgever meer premie moet betalen als hij wat veel werklozen genereert, zeker als dat weinig kansrijke werklozen zijn. Het zijn (met uitzondering van de WULBZ, de verplichting loon door te betalen bij ziekte) gebaren; de geluiden kennen we al jaren en de wetgeving wil maar niet afkomen. Het is voor de bühne, niet voor het echie. Het echie is dat de werkgever steeds minder verplichtingen overhoudt. Daar wou Wientjes ons even aan herinneren, gisteren. Het werk is nog niet gedaan.
De stok om de hond te slaan heet sociale zekerheid. De Wet Werken naar Vermogen staat model. Nominaal voor de onderkant, functioneel voor het hele arbeidsaanbod. Het gekke is dat de vakbeweging altijd tot taak had dat arbeidsaanbod een beetje te organiseren en die taak vooral niet over te laten aan de overheid. In die taak is de vakbeweging schromelijk tekortgeschoten. Het aanbod wordt door de overheid, met de uitkering als disciplinair middel, bij de hand genomen. De nieuwe vakbeweging zal, wil het wat worden, twee dingen tegelijk moeten doen: slag om de sociale zekerheid voeren en daarmee de condities scheppen om het arbeidsaanbod opnieuw te organiseren. Over het laatste wordt in de plannen al wat meegedeeld, vaag en zo maar niettemin. Over het eerste houdt men de kaken stijf op elkaar. Ik had gehoopt Agnes Jongerius daar over te horen, gisteren, toen ze er toch was.
Het bleef stil.
18 december
=0=
Achterna
Minister Kamp voelt wel wat voor een verhuisplicht voor bijstandstrekkers. Of plicht, er is nog wel wat te kiezen. Je kunt ook weigeren en dan gebeurt er niets, behalve dat je je uitkering kwijt bent. De bijstandstrekkers moeten het werk achterna reizen, ze moeten daar zijn waar werk is, en niet waar ze nu zijn. Waar ze nu zijn is geen werk want anders hadden ze dat wel gehad. Toch? En is het niet de redelijkheid zelf iets terug te vragen voor die uitkering? Nou dan.
Kamp moet geprezen worden voor zijn rechtlijnigheid. De bijstand was ooit een bescherming tegen de wisselvalligheden van het bestaan. Het is een bescherming van het bestaan tegen de wisselvalligheden van de bijstandstrekker geworden. De bijstand was een zekerheid voor het blijvend kunnen deelnemen in de maatschappij. Het is een bescherming van de maatschappij geworden tegen de bijstandstrekker en het bestaan is teruggebracht tot werk. Wie niet werkt neemt niet deel. De bijstand is een verzekering geworden om werk af te dwingen. Het was een volksverzekering en het is een arbeidsplicht geworden. Welk werk? Waar het zich maar voordoet. Is er geen baan? Geen nood, er is altijd werk ook als er geen baan is.
Tegelijk verschuiven ook de werknemersverzekeringen in de richting van de arbeidsplicht. Sinds de staat die verzekeringen naar zich toe heeft getrokken is er van de sociale zekerheid steeds minder overgebleven. Ik noem het bij voorkeur sociale onzekerheid want de enige zekerheid die je nog hebt is dat je je keuzemogelijkheden kwijt bent en wordt uitbesteed aan alles wat voorbijkomt en waarbij anderen beslissen of dat voor jou goed genoeg is. Alles is goed genoeg want werk gaat boven inkomen. Ook als het geen baan is en je toch aan het werk wordt gezet. Nee? Dan houden we je je uitkering in. De overeenkomst tussen de volksverzekering en de werknemersverzekering is de arbeidsplicht.
In de Kamer werd het voorstel van Kamp net iets teveel van het goede gevonden. Men vreesde dat een bijstandstrekker dan misschien elke paar maanden zou moeten verhuizen want er zijn meer baantjes die maar even duren dan baantjes waar je iets mee kunt opbouwen. Men vreesde voor het gezin van de bijstandstrekker en men was onzeker over de kosten want in sommige plaatsen is het duur wonen en waar zou dan het geld vandaan moeten komen? Men bleek zelfs onzeker over de vraag of er wel woningen waren waar de bijstandstrekker plus familie in zouden passen.
Ik had de indruk dat de Kamer er wel sympathiek tegenover stond. Wetten werden niet in het geding gebracht. Wel praktische bezwaren. Daar vindt Kamp nog wel wat op. Aan de Kamer zal het niet liggen. Over niet al te lange tijd zullen, vermoed ik, de werklozen de bijstandstrekkers achterna moeten gaan reizen. Voor moderne nomaden hoef je helemaal niet naar Roemenië of Bulgarije. We leggen er zelf wel een voorraadje van aan.
17 december
=0=
Onveilig
De Rabobank is afgewaardeerd. Ik hoor het zojuist op de radio, in de nieuwsuitzending. Met de kapitaalpositie van Rabo is niets mis, met hun winstcijfers en vooruitzichten ook niet. Eigenlijk doet de bank het zoals het al jaren gaat. Goed, in bankenland. Wat is er dan veranderd om hen van de hoogste waarderingsplek te duwen? Voor zover ik het nieuwsitem heb begrepen is er niets veranderd. De lagere waardering is het gevolg van Rabo als coöperatie. De Rabo is niet op de beurs genoteerd en daarom is de bank nog steeds in hoge mate aangewezen op spaartegoeden als financieringskapitaal. Wel genoteerde banken kunnen daarnaast van de beurs gebruik maken om nieuw kapitaal aan te trekken, de Rabo kan dat niet. Daarom is de Rabo een beetje onveilig. Zeggen de kredietbeoordelaars. Fitch heeft zich daar nu ook bijgevoegd. Die bureaus zijn het eens. Omdat de Rabo veilig is, is het in de logica van Fitch en consorten onveilig.
Om de hoogste score te halen zou de bank daarom zichzelf als coöperatie moeten opheffen, een gewone bv moeten worden en vervolgens een notering op de beurs moeten aanvragen. Honderden banken die beursgenoteerd zijn blijken bijzonder onveilig. Hun capaciteit om kapitaal op de beurs op te halen wordt nogal eens fors in de wielen gereden door de schokken en schommelingen van de aandelenkoersen voor hun bedrijf. Hun veiligheid wordt verder bedreigd door fondsen die hen kunnen opkopen om er uit te halen wat er in zit en de bank daarna, leeggeschud en wel, weer van de hand doen.
Bij de kredietbeoordelaars ben je dan, in principe natuurlijk en niet in de praktijk, veiliger dan een bank die niet kan worden opgekocht en die niet afhankelijk is van de luimen en stemmingen van hitsige en zenuwachtige aandeelhouders, altijd op zoek naar de hoogste ‘aandeelhouderswaarde’. We hebben de laatste decennia kunnen constateren waar dat toe kan leiden, niet alleen in de bankenwereld maar ook bij bedrijven als Enron, Ahold, Parmalat enz. Het aandeelhoudersmodel, het agency model van opdrachtgever en opdrachtnemer, bedreigt elke eis van continuïteit en duurzaamheid van een bedrijf. Het is een ideologisch gedreven model dat uitgaat van de gedachte dat elke vorm van samenwerking een soort ruil is en elke vorm van coördinatie een soort handjeklap. Noem het prestatiebeloning, respectievelijk bonussen. De kredietbeoordelaars noemen dat veilig en elk ander model heet onveilig.
Als er ooit aanleiding was om die bureaus de deur te wijzen dan wel nu. Ze menen de kredietwaardigheid van bedrijven en staten te kunnen beoordelen en ze doen dat met maatstaven die niet ontleend zijn aan de logica van bedrijven en overheidshuishoudingen maar aan de logica van de beurs. Ze denken dat het op hetzelfde neerkomt.
Ministers van Financiën geloven hen. Dat is een belangrijk onderdeel van het probleem. Ik hoop dat de Rabo hen niet gelooft.
15 december
=0=
Arbeidsonrecht
Het kan verkeren en het is verkeerd. Het arbeidsrecht bood de werknemer bescherming tegen de werkgever. Das war einmal. Zo zoetjes aan is het arbeidsrecht een instituut geworden dat de werkgever beschermt tegen de werknemer. Toen die bescherming nog niet naar het behoren van de werkgever functioneerde zorgde deze voor een opmerkelijk aantal arbeidsrelaties die zich buiten het arbeidsrecht afspeelden. Dat heette flexibiliteit. Het gevolg was een groeiend aantal mensen zonder bescherming, naast een slinkend aantal mensen met nog enige bescherming. Geheel in de logica van het moderne arbeidsonrecht wordt daar als verklaring voor gegeven dat de onbeschermden onbeschermd zijn omdat er nog enkele wel beschermden rondlopen. Zolang niet iedereen naar willekeur (het arbeidsrecht is er ter intoming van de willekeur van de werkgever) kan worden afgeserveerd is het oneerlijk voor hen die dat lot wel kan treffen. Dat moet veranderen. Het ontslagrecht bijvoorbeeld. Niet dat het nog veel voorstelt (volgens Jaap Smit, voorzitter van het CNV, stelt het helemaal niks meer voor). Toch moet het weg. Mariëtte Hamer van de PvdA stelt voor om offshoring niet langer als ontslaggrond te accepteren. We deden dat tot dusver wel want met collectief ontslag was Nederland altijd al het makkelijkste land van Europa. Ik ben benieuwd hoe haar voorstel scoort bij de voorstanders van de ‘hervormingsagenda’ voor de arbeidsmarkt. Die voorstanders willen iedereen beschermen door niemand te beschermen. In Nederland zijn Pechtold en Halsema de politieke grondleggers van het hierop afgestemde vernieuwende denken – dat ze overigens uit handboekjes economie hadden afgeleid en zoals we weten speelt in die handboekjes tijd geen rol maar regels wel en zo kon het komen dat in een tijdloze economie regels vertragen. Dat die regels vertraging niet slechts tot gevolg maar zelfs tot doel hadden, daar hadden de denkers even geen tijd voor. Een paradox. Jammer voor de werknemers want die hebben meer tijd nodig om over te schakelen dan de werkgever en meer tijd, dan ben je in het nadeel. Omdat dat echter niet in de handboekjes staat, bestaat het ook niet en dus kun je jezelf progressief noemen als je er geen rekening mee houdt. Dat gebeurt dan ook. We houden er geen rekening mee en noemen het restant werkzekerheid. Of employability. Kamerlid Klaver stelt voor om de duur waarop je op tijdelijke contracten kunt worden gezet te verlengen. Hij beschouwt dat als goed voor de werknemers. Maar dan moet er wel geschoold worden, want anders is het niet goed. Het is allemaal net het CDA. Scholing! Aan woorden is geen gebrek, aan geloofwaardigheid des te meer.
De invoering van de euro heeft het proces van arbeidsontrechting versneld. De euro is zo geconstrueerd dat alle aanpassingen aan een veranderende conjunctuur uit de arbeidsmarkt en de daaraan gekoppelde sociale zekerheid moeten worden gehaald. Te dien einde is de sociale zekerheid zowel strakker gekoppeld aan de wisselvalligheden van de arbeidsmarkt (de geschiedenis van de laatste twintig jaar) en er tamelijk compleet aan ondergeschikt gemaakt (idem). In beide gevallen staat de verstatelijking van de sociale zekerheid garant voor de uitkomsten (en nu de werkgever geen belangstelling meer heeft voor langdurige arbeidsrelaties is ook de belangstelling voor de pensioenen tanende: de pensioenen zullen naar het zich laat aanzien daarom ook de staatssfeer ingetrokken worden). Met de transformatie van arbeidsrecht in arbeidsonrecht is de sociale zekerheid getransformeerd in sociale onzekerheid. Gaat het niet naar wens? Dan maken we de koppeling nog strakker en de onderschikking nog completer. Het arbeidsrecht, zo lees ik op diverse plekken bij Alain Supiot, is geen recht meer maar een wapen in de concurrentie. Net zoals, pak ‘m beet, het fiscale recht. Zoals het ondernemingsrecht en de ‘corporate governance’ die de uitgebuite aandeelhouder ten dienste moet staan. Wij zijn daar heel goed in, in het omzetten van rechten in wapens – die tegen de voormalige rechthebbenden worden ingezet.
Je zou het niet verwachten maar de onbeschermde werknemer is nog altijd veel te veel beschermd. De onbeschermde werknemer is ook vaker en met name langer ziek dan de nog enigszins beschermde en die ziekte, dat komt vanzelfsprekend door de bescherming die zelfs de onbeschermde nog geniet. Daarom gaat de minister ingrijpen in het ziekengeld van de onbeschermde werknemer. Dat moet minder worden (geen 70% van het laatst verdiende loon maar 70% van het minimumloon) want alleen zo zal het verzuimpercentage van de onbeschermden dalen. Vroeger werd nog wel eens wat gemonkeld over arbeidsomstandigheden en over onzekerheid. Daar kon je ziek van worden. Dat was vroeger. Met Kamp komt gelukkig eindelijk de aap uit de mouw. Dat ziekengeld is ongunstig voor de staat van ons EMU-saldo en dat kunnen we niet hebben. Nooit niet en nu al helemaal niet. Uw ziekte bedreigt de toch al zieke euro en als we moeten kiezen tussen uw gezondheid en de gezondheid van de euro dan is de keus niet moeilijk.
Ik denk dat Kamp er wel mee wegkomt. In het land van de euro kijkt men niet op een turfje.
13 december
=0=
Doormodderen
Vijftien jaar lang hebben we er een potje van gemaakt en nu is er een halt toegeroepen aan het doormodderen. Dat zei De Jager. Hij bedoelde het pact van Dublin uit 1998, een pact vol met afspraken en Duitsland dat er als eerste de voeten mee afveegde, gevolgd door alle overige landen, sommige vroeger, andere later. Hij zei ook, gevraagd naar kandidaten voor bezuiniging, dat we van de hypotheekrente niet veel konden verwachten maar van de arbeidsmarkt des te meer. Hij betreurde dat ze daar in Spanje nog niet achter waren gekomen. Daar is de jeugdwerkloosheid hoog en dat komt door het hoge jeugdminimumloon. Bij ons is het minimum laag en daarom gaat het bij ons beter. Niettemin, als er ergens moet worden opgehaald, dan bij de arbeidsmarkt en de sociale onzekerheid. Waarom? Omdat dat hoort bij de automatismen van de euro. Van die automatismen zouden we afmoeten, maar daar heeft de minister het niet over. En met die automatismen heeft Dublin niets te maken. Gek, zo’n minister. In Ierland hebben ze helemaal geen minimumloon, alle jongeren zijn er zo ongeveer vertrokken en toch hebben ze een jeugdwerkloosheid van 15%. Hoe kan dat? De minister hoefde er niet op in te gaan, de interviewer had er nog nooit van gehoord en dus houden we wat hen betreft vast aan het neoliberale dogma dat elke regel op de arbeidsmarkt slecht is voor de werkgelegenheid. Zulke regels leiden slechts tot premies, ze maken de werkgever kopschuw en daar komt dan weer werkloosheid van. Zegt men. En als er geen regels zijn zoals in Ierland? Dat zal dan wel door bijzondere omstandigheden komen, net zoals deze crisis, zegt de minister, bijzonder is. Dat zeggen ze overigens altijd, bij elke crisis (ik vind dit bij This Time is Different, een grondig boek over acht eeuwen ‘financiële dwaasheid’, van Reinhart en Rogoff). Ministers en hun interviewers zullen er nooit achter komen dat er geen tekort is aan automatismen maar een heel groot overschot. In hun gedachten dan maar die gedachten beïnvloeden wel het beleid van de minister. In Nederland in elk geval. Kwalijk.
Aan voorspellingen zal ik me niet meer wagen. Het Buitenhofgesprek tussen De Jager en Van Ingen verliep niet zoals ik dacht dat het zou lopen. Van Ingen was ook wat timide deze ronde. Opmerkelijk, zou de man wat onder de leden hebben? Bij het tweede gesprek, over de zaak Louwes, verontschuldigde hij zich zelfs. Eerder al in datzelfde gesprek had hij zich afgevraagd of hij op details moest ingaan of beter de algemene lijn kon aanhouden. Nee, hij was niet bij de les. Zo kwam De Jager, die er allerminst ontspannen bij zat, goed weg. Ook met de vraag of opnieuw bezuinigen wel hielp. Zeker hielp dat, want je kon een win/win situatie bekokstoven. En bezuinigen, en groei. Wat wil je nog meer? Nou, denk ik dan, we willen resultaten. Die krijgen we, maar ze wijzen de andere kant op. Van Ingen had er vrede mee. Zoals hij vrede had met het verkorten van de vraag over de hypotheekrente tot de onmiddellijke effecten op de begroting van de overheid – in plaats van op een zeer overgewaardeerde huizenmarkt. En kantorenmarkt maar die kwam al helemaal niet voorbij. De crisis kon zich ontpoppen op de markt voor onroerend goed en wij doen alsof het bij ons, inderdaad, heel anders is.
Tja, zei de goede minister. Expansief beleid? Nee, geen expansief beleid. Dan zal de wal het schip keren en dat is schadelijk. Dat weet toch iedereen? Van Ingen knikte. Hij wist het. Een expansief beleid heeft geen zin want het lekt toch allemaal weg. Zei de minister. Op zo’n moment denkt de kijker dat de interviewer kan toeslaan. Waar lekt het dan naar toe, minister? Lekt het niet weg naar Europa, minister, en is dat dan niet de exacte reden dat Europa een expansief beleid moet voeren zodat wij van de lekkages van de andere landen ook wat overhouden? Minister?
Die afspraken van de zoveelste top, dat moddert wel verder. De minister, hij moddert wel verder. Buitenhof, het moddert wel verder. Meer en meer heb ik de indruk dat we zijn overgeleverd aan politici die zo lui zijn, met dank aan de minstens even luie media, dat ze zich de moeite niet meer getroosten om ergens over na te denken. Ze denken dat als een auto een rem heeft, de auto dan ook wel zal kunnen versnellen. Ze denken dat alles een auto is, dat de EU een auto is, dat een begroting een auto is, en dat zij de bestuurder zijn en dat ze heus wel bij de tijd zijn omdat ze steeds meer durven vertrouwen op hun cruise control. Die alles zal doen wat nodig is.
We modderen door tot we stil komen te staan. Of erger.
12 december
=0=
Dwaallichten
Straks zal minister De Jager zijn opwachting maken bij Buitenhof. Hij zal tevreden zijn met de geleverde wanprestatie van de afgelopen dagen, zal (indien gevraagd) luchtig doen over het afschieten van het door Nederland en Duitsland zo gekoesterde idee van een bankenbijdrage, en hij zal uitleggen dat er nu automatismen zijn geïnstalleerd die echt gaan werken. Dat zal de interviewer niet geloven – maar het gesprek zal niet gaan over het waanidee van een automatisme (in onzekere tijden is het nog meer dan in gewonere tijden aan te bevelen verstandig te handelen; en verstandig is alles, behalve automatisch). Het zal gaan over de gemankeerde besluitvorming die het automatisme zal verhinderen in werking te treden. Dat laatste zal de minister ontkennen. We moeten een beetje vertrouwen hebben, zeker nu we er in zijn geslaagd geen beslissingsmacht aan Brussel over te dragen en Frankfurt zelfs geheel en al buiten de discussie te houden. Over het laatste zal geen vraag worden gesteld, over het eerste wel. Interviewer en minister zullen daar verschillend tegenaan kijken, tegen die al dan niet verdere overdracht van bevoegdheden. Het kan allemaal binnen het verdrag, zal hij zeggen, dus van een nieuw verdrag is geen sprake. Alles blijft zoals het is, maar dan beter, daar komt het op neer. Eigenlijk.
Het gesprek zal evenmin gaan over het waanidee (alweer eentje) dat je in staat zou zijn je de crisis uit te bezuinigen. De minister zal gevraagd worden waarop bezuinigd kan worden en of dat een probleem oplevert met de PVV dan wel problemen tussen VVD en CDA, dan wel allebei. Over de evidentie van de bezuinigingen zelf zal niet worden gesproken. Over de evidente machteloosheid ervan evenmin. Over het echte automatisme (met de euro die we kennen kom je automatisch bij bezuinigingen uit) zal het ook al niet gaan. Het zal een interview met, van en tussen dwaallichten worden. Ik ga kijken. Om te weten te komen of mijn voorspellingen kloppen.
Maar wat wil je verder ook nog als je als alternatief (deze week in de Groene) niet veel meer dan het curieuze koeterwaals van Arjo Klamer tegenkomt? Hij wil iets organisch en hij wil iets met, door, vanuit, op basis van, en geïnspireerd door de samenleving. Het komt niet uit de economie, het komt uit de mensen. Uit de samenleving. Klamer deelt mevrouw Thatcher mee dat er wel degelijk zoiets is als de ‘society’. Steeds meer mensen zijn die mening toegedaan volgens Klamer. It’s the society, stupid! Hoe ze het in Europa hebben kunnen vergeten, het is een raadsel maar Klamer is desondanks niet te beroerd zijn dwaallicht te laten schijnen over de route die we met ons allen gaan afleggen. Het zal weer wat huiselijker worden, en we gaan op weg naar een Europa, ja zelfs naar een Internationale van de huiskamergezelligheid, want dat is waar de mensen behoefte aan hebben. Hij schrijft er een boek over. Gelukkig heb ik al een boek.
Wel vindt Klamer dat we weer een denker als Keynes nodig hebben. Voor de huiskamer? Die leunstoel om in na te denken, waarin Keynes zelf per slot ook nadacht over sparen en consumeren en investeren, ja waar eigenlijk niet over? Of, het staat er allemaal niet dus het blijft raden, gaat het Klamer om een pleidooi tegen bezuinigingen en voor expansie, een pleidooi tegen een beleid dat stijf en strak en stug volhoudt dat hoe meer je bezuinigt hoe beter het is voor de expansie? Tegen een beleid dat slechts op één automatisme echt gokt, op het automatisme dat – tegen alle evidentie van de laatste paar jaren in – aan het einde van de tunnel van benedenwaartse aanpassingen in lonen en sociale zekerheid het licht van het herstel gloort? Klamer bewaart er het stilzwijgen over. Hij denkt meer aan de verzorgingsstaat die er destijds toch maar mooi kwam. Dat is zo, zij het dat die staat zelf niet zoveel ‘organische’ trekjes had. Steeds minder zelfs. Ja, met dat type banale overwegingen houdt Klamer zich niet bezig. Het moet nog wel alle kanten op kunnen.
Maar toch: Keynes. Laten we die vooral in ere houden. Er is hoop, dus, en als de minister zou willen noteren dat Keynes en zijn hedendaagse apostel Krugman bijzonder verstandige mensen zijn dan is nog niet alles verloren.
Laten we ons niet rijk rekenen. De Groene leest de minister vast niet en de interviewer zal het niet over Keynes hebben. Zelfs niet over Krugman.
11 december
=0=
Automaat
Wat hadden we graag een automaatje gehad om de euro te besturen. Als ik naar Rutte en De Jager luister kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat we ook een automaatje hebben gekregen. Hij moet er alleen nog in worden gemonteerd. Het vermogen om de dingen fout te representeren is bij de heren tot fenomenale hoogte gestegen. Nu de rest nog.
Wat we al een tijdje wisten en nu weer opnieuw weten is dat de financiële sector aan de touwtjes trekt en dat er binnen die sector hard wordt gevochten om de beste plekken. Dat kun je concurrentie noemen. Beter is het de politiek soms te bezien als een voortzetting van het financiële machtsgevecht met andere middelen. Cameron ging voor de City en Rutte voor het Beursplein. Iets anders doen, dat konden de heren zich niet permitteren. Dat is ten minste duidelijk. We mogen Cameron wel dankbaar zijn. Voor het eerst sinds maanden zijn we eens niet bekogeld met moraliserend gezever over Grieken en andere volkeren met een hardnekkige voorkeur voor een middagdutje. Nee, gewoon, recht voor z’n raap. De City meneer.
We hadden de EU27, de EU17, de EU2 en het resultaat van de afgelopen dagen is dat we nu ook een EU26 hebben. En dat allemaal onder één verdrag dat niet eens gewijzigd hoeft te worden. Van Rompuy acht de niet-wijziging van het verdrag een belangrijk resultaat, belangrijker dan alle overige resultaten die toch ook heel belangrijk zijn. Het is wel een duur resultaat. Nederland staat voor 14 miljard op de lat. Alsof je een emmer leeggooit. Het resultaat doet denken aan de mores van de moderne economie waarin je moet betalen voor de dingen die je niet wilt hebben. Dat gaat dan meestal over reclame natuurlijk. Wilt u geen reclame? Kan, maar dat kost wat. Het zou, behalve over reclame, ook wel mogen gaan over het ons bespaard blijven van het beschamende geleuter der EU-politici. Betalen doen we toch. Is het dan onredelijk om te vragen van iets verschoond te blijven?
Geen automaat maar een ‘gekwalificeerde meerderheid’. Welke kwalificatie zich voor de meerderheid gaat kwalificeren: we zoeken het uit en houden u op de hoogte. Het kan even duren.
Duitsland en dus ook Nederland willen de ECB geen hoofdrol gunnen. Ze vinden dat het mandaat van de ECB al genoeg opgerekt is en willen niet verder gaan. Dat is jammer; het zou meer effect hebben dan het zo langzamerhand potsierlijke gebeuren in Brussel, in Parijs, in Berlijn, waar niet. Uiteraard, het verruimen van de bevoegdheden van de ECB is ook al geen automaat. Het is wel veel beter dan het steeds vaker organiseren van een ‘top’, waarvan het voorspelbare resultaat is dat we heel veel toppen krijgen en door de bomen het bos niet meer zien. Geef mij de ECB maar.
Bovendien heb je daar het Verenigd Koninkrijk niet voor nodig.
10 december
=0=
Herdenking
Tien jaar geleden kregen we allemaal van minister Zalm een paar euromuntjes. Om te wennen en om er blij mee te zijn. Zalm hield van cadeautjes, van snippen tot en met euro’s. Die euro’s waren om te vieren dat de nieuwe munt van rekeneenheid was opgewaardeerd tot echt circulatiemiddel. De laatste jaren ondervindt de circulatie enige hinder maar een feestje is een feestje en in moeilijke tijden is daar extra behoefte aan. Als er geen reden is voor een feest is de behoefte eraan des te groter. Dat is logisch, zou de Verlosser zeggen.
In Griekenland, zo lees ik in de krant, zijn ze al klaar met de herdenkingsmunt. Hij is er. Bij ons zijn ze nog niet zo ver maar de munt komt er wel. Hoe het ding eruit ziet is bekend want er is een prijsvraag voor uitgeschreven en de winnaar schijnt uit Oostenrijk te komen. Raar, want wij horen dat type wedstrijden te winnen, dat weet iedereen. Zou er, net als bij Dinamo Zagreb gisteren tegen Olympique Lyon, ergens geknipoogd zijn? Je weet maar nooit en vertrouwen kun je niemand. Best mogelijk dat ons al twee overwinningen door de neus zijn geboord.
Grappig dat we nog niet weten wanneer wij onze herdenkingsmunt gaan uitbrengen. Ergens moet het besluit genomen zijn dat het ding er niet per 1 januari aanstaande al hoeft te zijn. Wie, waar, waarom? En hoe zit het met de andere eurolanden? Moeten daar niet eens Kamervragen over worden gesteld? Moet het Europese parlement wakker worden geschud? De munt is jarig op 1 januari en een verjaardag is een verjaardag, zeg nou zelf.
Ik vermoed dat de Grieken er vanuit gaan dat de munt nog wel even bestaat en dat de andere eurolanden daar nog niet zo zeker van zijn. Merkel, per slot, wil een serieuze aanpassing van het EU verdrag, De Jager (die weer eens voor zijn beurt heeft gesproken en vast spijt heeft) wil slechts een beperkte aanpassing en Van Rompuy heeft ook nog wat in de aanbieding. Naar men zegt gaat de zoveelste top (morgen) niet over de aanpassing van het verdrag maar over de status van de aanpassing. Serieus en dus wat sloom of beperkt maar dan wel heel snel. Volgens Merkel geloven de markten alleen serieuze zaken, volgens De Jager alleen snelle.
We moeten maar hopen – tegen beter weten in en toch – dat niet allebei waar zijn.
8 december
=0=
Plaatje
Toegegeven, het is niet alleen de regering die er een potje van heeft gemaakt. De gemeenten kunnen er ook wat van. Jarenlang hebben de gemeenten het ene grote kantoorproject na het andere gestimuleerd, zo niet zelf uit laten voeren. Was er vraag naar? Die vraag zou wel komen, nu eventjes niet maar iets later toch wel degelijk. Men heeft ingezien dat die verwachting niet correct is. Dat heb je met verwachtingen. Ze maken de wereld overzichtelijk en de wereld is niet altijd even overzichtelijk. Maar dat zien we niet omdat onze verwachtingen ons de andere kant hebben leren opkijken. Je verwacht vraag en bij elke tweede zwaluw weet je zeker dat het zomer is. Ach ja.
Onze premier bakt ze bruiner. Op een vraag naar de zorgelijke verhypothekeerde huizenmarkt antwoordt de premier dat het weinig om het lijf heeft – als je het hele plaatje bekijkt. Het hele plaatje. De uitspraak staat genoteerd in de Wall Street Journal. De wereldwijde financiële sector weet dat het hele plaatje niet zo mooi is en Rutte wuift het weg. Hij zal wel weer geglimlacht hebben. Volgens de DNB zijn met name de jonge huizenbezitters de klos. Duur gekocht, geen eigen vermogen, waardedaling, verlies en de hypotheek moet betaald. Tot het niet meer gaat. Met jong wordt uiteraard recent bedoeld. Mensen die nog niet zo lang geleden hebben gekocht en dat dachten te kunnen doen omdat huizen toch nooit in waarde dalen en omdat de hypotheekrenteaftrek voor de rest zorgt. Dat is het hele plaatje maar bij Rutte wil het er niet in. Hij heeft een ander plaatje en hij kijkt niet op een miljard of vijftig. Vroeger zeiden we dan dat de man een bord voor z’n kop heeft.
Minister De Jager vindt een beperkte wijziging van het EU verdrag ook een kwestie die niet veel om het lijf heeft. Een beperkte wijziging gaat snel, een echte wijziging kost te veel tijd en tijd is er niet. Dus noemen we een echte wijziging een beperkte wijziging en we zijn waar we willen wezen. Een beetje taalmanipulatie, dat moeten we kunnen gedogen.
Als je dat kunt gedogen dan kun je ook gedogen dat er met de huizenmarkt niets mis is. Even een beetje tegenwind, dat is alles. Zien we daar niet twee zwaluwen vliegen? Mooi plaatje is dat toch altijd weer.
7 december
=0=
Overschrijding
De scheiding tussen kapitaal en arbeid is slechts kunstmatig. Dat lees ik in een artikel van Hans Strikwerda in het FD van 3 december. Strikwerda houdt niet van kunstmatige dingen. Die moeten we afschaffen, zeker nu vandaag de dag de praktijk steeds verder voorloopt op de leer. De praktijk laat zien dat arbeid (‘immateriële activa’) ook kapitaal is. De wet en de boekhoudregels daarentegen zijn daar niet op ingesteld. Hoog tijd om wet en regel en andere bezwaren aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. Dus: arbeid deelt in de dividenden en de waarde van de immateriële activa moet op de balans terechtkomen. Nu ja, niet alle arbeid uiteraard maar toch zeker wel de arbeid van de ‘creatieve kenniswerkers’, want die werkers brengen ‘kenniskapitaal’ in. Dat wordt niet voldoende erkend en daar ondervinden we allemaal nadeel van. We investeren te weinig in onze immateriële activa. In de VS doen ze dat beter en beter in de VS is, zoals bekend, meer. Wij minder, zij meer. Ik heb nog vlijtig gezocht maar het bevrijdende zinnetje over de dividenden en de balansnotering voor de creatieve kenniswerkers in de VS heb ik niet kunnen vinden. Misschien zijn investeringen en noteringen wel twee verschillende zaken. Trouwens, zijn aandelen niet in hoge mate kunstmatige constructen? Ze zijn, als ik de strekking van Strikwerda goed heb opgepakt, geen kapitaal dat je met het kenniskapitaal kunt vergelijken. Kenniskapitaal verhoogt de productiviteit, een aandeel doet dat niet. Of wel, in de logica van Strikwerda? Misschien moet Strikwerda daar nog eens over nadenken. Ik ben benieuwd naar het resultaat.
Zouden die kenniskapitalisten nog emplooi hebben voor een vakbond? Hebben ze, om eens wat te noemen, beroepsoverstijgende dan wel sectoroverschrijdende belangen? Zo ja, dan zijn ze bij De Nieuwe Vakbeweging aan het goede adres. Uit de kranten haal ik dat de FNV zich op beroepsoverstijgende belangen gaat richten, op de site van de FNV zelf tref ik de zinsnede aan dat de centrale er is voor sectoroverschrijdende belangen. Is dat nieuw? Deed de FNV dat al niet van begin af aan? Ik vind het wel mooi overigens, meer aandacht voor loopbaanaspecten en meer aandacht voor de verwarrende hoeveelheid contracttypen waar de werkgever steeds opgewekter in winkelt en de werknemer, kenniskapitalist of niet, altijd net wat minder keuzemogelijkheden heeft.
De Nieuwe Vakbeweging moet een beweging ‘van onderop’ worden. Dat is zelfs het organisatieprincipe: ‘bouwen van onderop’. Het mag voor zich spreken dat je met al dat bouwen niet het zicht van je buurmanbouwer mag wegnemen. Of z’n deur blokkeren, de toegangsweg onbegaanbaar maken enzovoorts. Van onderop heeft wel enige leiding van bovenaf nodig. Bovenaf moet ‘domeindiscussies beslechten’. Dan moet bovenaf wel wat te zeggen hebben. Dat kan bovenaf op twee manieren van bovenaf organiseren. In de eerste plaats door te bepalen dat je ook direct lid van bovenaf kunt worden (en in het verlengde daarvan je je eigen bond te laten kiezen). Dat is, vergeleken met de huidige situatie, nogal een verandering. En in de tweede plaats door bovenaf wat meer bevoegdheden te geven, meer dan bovenaf nu heeft. Welke? ‘De bevoegdheid om op centraal niveau afspraken te maken met betrekking tot sectoroverschrijdende belangen.’ We moeten dat maar lezen als ‘bindende afspraken’. Dat, inderdaad, is een overschrijding van de grenzen van de huidige centrale.
Zo wordt een tweede pensioendebacle statutair onmogelijk. Of het kenniskapitaal is weet ik niet. Pensioenkapitaal is het wel en dat houdt in dat er eindelijk eens zaken gedaan gaan worden. Komend voorjaar moet de nieuwe vereniging gaan draaien. Het lijkt mij heel erg snel. Kan het zijn dat de invoeringsdatum van het nieuwe pensioenstelsel meer gewicht in de schaal heeft gelegd dan het hele bouwsel van onderop? Gelet op de korte tijd die de FNV zich gunt is dat meer dan een retorische vraag.
4 december
=0=
Splitsen
Een accountant kan alleen deugdelijk functioneren als diezelfde accountant onafhankelijk is van z’n opdrachtgever. Dat we het verschijnsel van de ‘huisaccountant’ kennen is daarmee in tegenspraak. Dat de accountant niet slechts controleert maar ook ‘meedenkt’, dus adviseur is, komt voor en is een bedreiging van diens onafhankelijkheid. Dat een accountant u controleert en ook uw fiscalist is, deugt niet en komt voor. De schade kan groot zijn. Enron, Ahold, Parmalat, WorldCom zijn de grote schandalen. De omvang van het schandaal werd mede bepaald door het feit dat de accountant niet alleen de jaarrekening controleerde maar ook en tegelijkertijd voor adviseur en fiscalist speelde.
Het voorstel van EU-commissaris Barnier wil aan al die gezelligheid een einde maken. Splitsing van activiteiten (het niet tegelijk verschillende rollen voor een opdrachtgever mogen spelen), het opheffen van het instituut van de huisaccountant, het zijn verstandige maatregelen. Het meest verbazende is hooguit dat dergelijke voorstellen niet uit de wereld van de accountantskantoren zelf gekomen zijn. Het faillissement van Enron dateert al van tien jaar geleden (2 december 2001), de ontmaskering van Ahold volgde kort daarop. Het heeft in de accountantswereld weinig teweeggebracht. DSB kreeg goedgekeurde jaarrekeningen, iedereen kreeg goedgekeurde rekeningen, ook als de bezittingen uit waardeloos papier bestonden en onverantwoord in de boeken werden opgewaardeerd.
In tien jaar is er door de accountancy geen rekenschap afgelegd. Kennelijk is er niemand die namens de accountantswereld ergens op kan worden aangesproken. Die wereld wordt pas wakker als er een voorstel komt om dezelfde misère te voorkomen. Dan is die wereld tegen. Die reactie wettigt de conclusie dat de markt voor in het bijzonder de grote, internationaal opererende, kantoren juist bestaat uit de verstrengeling van activiteiten. Onafhankelijkheid in die wereld is geen onafhankelijkheid van de geleverde expertise, het is onafhankelijkheid van de spelregels die de onafhankelijkheid zouden moeten bewaken en bewaren.
De verwachting is dat de voorstellen van Barnier niet ongeschonden uit de Commissie zullen komen. De verwachting is ook dat de voorstellen niet voetstoots door het Europese Parlement zullen worden geaccepteerd.
Heeft u een probleempje met de waardering van uw bezittingen en schulden? Denkt u dat het helpt om de cijfers wat te verfraaien opdat de markt het mooi blijft vinden? En als de markt het mooi blijft vinden, lost het probleempje zich dan niet vanzelf op? Daar gaan we voor. Wij, de accountancy, zijn uw bondgenoot. Laat ons uw zegenrijke werk voortzetten en schiet die griezel van een Barnier af.
Het zijn weer gouden tijden voor Europa lobbyisten.
3 december
=0=
Feit
Al weer geruime tijd geleden zag ik een detective waarin een jong meisje de merkwaardige rol toebedeeld had gekregen om te pas en te onpas ‘fact!’ te roepen. Ze dacht daar anderen de mond mee te kunnen snoeren. Bij haar nog jeugdiger vriendje lukte dat aardig maar elders ging het minder vlot. Maar goed ook want de feiten van het meisje zetten het onderzoek naar de misdaad op achterstand. En hoe ze zich ook in bochten wrong, als het acht uur in de avond is, is het niet drie uur in de middag. Dat moest ze uiteindelijk ook toegeven. Ze had natuurlijk kunnen zeggen dat het volgens haar nog altijd drie uur ’s middags was geweest en dat haar mening net zo goed was als elke andere – maar daarvoor was ze nog net te goed bij de les. Je zou kunnen zeggen dat ze te langen leste akkoord ging met het feitenrelaas van de politieonderzoekers. Of het echt acht uur ’s avonds was geweest? Of misschien twee over acht? Dat wordt pas een kwestie als het exacte tijdstip een cruciale rol in de bewijsvoering speelt. Als acht uur ook goed is dan maken we daar een ‘feit’ van. Feiten zijn uitkomsten en als je ver genoeg terug gaat kun je het hele productieproces van een feit traceren. Dat doet de politie, dat doet de rechter, dat doet de wetenschapper. Ludwig Fleck deed het, in zijn onvolprezen Genesis and Development of a Scientific Fact. We doen het allemaal: dat was toch gisteren of vergis ik me nou? Zei hij dat nou of was het iemand anders? Van die dingen, de feiten die voorbijgaan.
Een feit is dus geen ding, het is een relatie tussen de waarneming van een gebeurtenis en het aannemelijk maken van die waarneming. Lukt dat laatste dan is de gebeurtenis een ‘feit’. Lukt het niet dan is de gebeurtenis niet weg maar we zijn het niet eens over de status ervan, of het een ‘feit’ is dus. Voorwaarde is dat je de waarneming niet alleen kunt meedelen maar ook kunt delen. Daarop is het verschil tussen meningen en feiten gebaseerd en uiteraard, daarom kan het ook een probleem worden, want er is niet alleen verschil maar ook overlap. Bijgevolg is het ook prettig als verschillende mensen bij de gebeurtenis aanwezig waren of dat de waarneming herhaalbaar is of dat de gebeurtenis kan worden gereconstrueerd om langs die weg de geldigheid van de waarneming te toetsen. Dat kan je altijd weer betwisten en zo houden we elkaar bezig. Het komt voor dat we elkaar bezighouden omdat sommigen er belang bij hebben elke toets die hen niet uitkomt onder verdenking te plaatsen. Deze week in De Groene is daar een mooi artikel over te lezen, van Rutger van der Hoeven, Handelen in Twijfel.
In diezelfde Groene tref ik een artikel aan van Dick Pels met daarin de opvatting dat feiten inderdaad geen dingen zijn maar ‘reïficaties’: ‘black boxes die fungeren om argumenten af te zekeren, dicht te timmeren en op slot te doen’. Daar vallen de schoenen bij uit. Een feit is het gebruik dat je ervan maakt. Ik geloof dat het artikel mede bedoeld is om de PVV te leren wat een feit is. Dat lijkt me dan geheel overbodig. Het is exact wat de PVV doet – en daarom zullen ze hun immuniteitsidee van wat een feit is ook niet opgeven. Met de zegen van de directeur van het wetenschappelijk bureau van Groen Links.
2 december
=0=
Dus
Hoogleraar Jan Derksen vindt dat er meer psychologie in de economie moet. In het gewone leven is dat ook zo en daarom kan de wetenschap niet achterblijven. De wetenschap is daar nog niet helemaal achter gekomen en nu zitten we met de gebakken peren. ‘Er is dus een psychologisch proces van zelfreflectie vereist’. Als dat niet gebeurt dan moet de Nobelprijs voor de economie niet worden uitgereikt. Dat zal ze leren. Nu is deze Nobelprijs geen Nobelprijs en de prijs is al eens uitgereikt aan wetenschappers die de economie benaderden onder uitdrukkelijke verdiscontering van psychologisch onderzoek (Simon, Kahneman). Ook institutionele economen zijn recent met een prijs gelauwerd. Daar mag uit blijken dat wat goede economie is niet voor elke econoom hetzelfde is (en het prijzencomité houdt daar rekening mee). Voor Derksen is dat wel zo. Meer nog, de man heeft niet alleen de sleutel tot goede economie in handen maar ook de sleutel van goede psychologie. De economen gebruiken niet slechts te weinig psychologische kennis, ze gebruiken ook nog eens de foute psychologische kennis. Daar is de correctie van die zelfreflectie voor nodig: ‘Hierbij moeten ze aandacht besteden aan het gegeven dat de psychologische kennis die in de economie een belangrijke rol speelt (financiële markten spelen op een psychologisch toneel) van zeer beperkte (vooral cognitieve) aard is geweest en een veel te kleine rol heeft gespeeld in hun modellen’.
Hoe moet ik dit nu lezen? Ik zit er maar mee. Eerst staan de kranten vol van de humbug die sommige psychologen ons hebben voorgeschoteld en nu komt er een tegenbod uit Nijmegen dat niet in de psychologie maar in de economie een proces van ‘psychologische’ zelfreflectie nodig is. Hoe zou dat trouwens gaan, een psychologische zelfreflectie op de psychologie? Welk soort psychologie wordt dan gereflecteerd met welk soort psychologie? Of hebben de psychologen geen psychologische maar, zeg, een institutionele zelfreflectie nodig om, ik noem maar wat, onderzoek en onderzoeksfinanciering, onderzoeksfinanciering en netwerkjes, netwerkjes en tijdschriftenpikordes enzovoorts onder de loep te leggen? Dat zou trouwens voor alle wetenschappen misschien wel nodig zijn. Gelijke monniken, gelijke kappen en het voordeel is dat ‘institutioneel’ een benadering is die door geen enkele discipline, zelfs niet door de emotiepsychologie van Derksen, eenzijdig kan worden opgeëist.
En passant vermeldt Derksen dat de economische wetenschap ook te veel politiek angehaucht is om de rol te kunnen spelen die het zou moeten spelen. Ook dat nog! Welke rol? Een disciplinerende rol! Ik kan er niets anders van maken: ‘Economen zijn niet in staat gebleken de politiek te voorzien van zodanige kennis dat deze op grond hiervan hun politieke gedachtegoed en hun politieke praktijk moesten aanpassen’.
Moesten. Groter terugval achter economie, psychologie en politiek is nauwelijks denkbaar. Ik vind dat Derksen maar eens aan een hoogstpersoonlijk proces van zelfreflectie moet beginnen. Nee, het resultaat ervan hoef ik niet te lezen.
1 december
=0=
Paternalisme
Het paternalisme is een woord dat weer gebruikt mag worden. Aangevuurd door het duwtje in de goede richting (‘nudge’) van Thaler en Sunstein en hun ‘libertair paternalisme’ is het inmiddels opgepikt door Groen Links (‘vrijzinnig liberalisme’) en nu heeft, in de recente Kerdijk lezing, ook Job Cohen het begrip weer omarmd. Wat het precies is, ik zou het graag weten. Wat ik ervan heb opgepikt bestaat uit twee dingen. In de eerste plaats worden de keuzes van mensen altijd beïnvloed door tal van factoren en omstandigheden die de mensen niet zelf hebben gekozen. Er is geen ‘neutrale’ keuzearchitectuur. In de tweede plaats zijn er behalve de omstandigheden ook de mensen zelf nog. Zelfs al probeer je heel verstandig te zijn, dan nog is het de mensen niet gegeven alle berekeningen te maken, alle effecten en neveneffecten in te schatten die met een bepaalde keus gepaard gaan. We hebben er de tijd niet voor en ook de vermogens niet. Dus werken we met vuistregels, we accepteren het oordeel van anderen, we doen wat iedereen doet enz. Dat kan goed aflopen en het kan slecht aflopen. Ook degenen die wat in de aanbieding hebben kennen onze zwakheden en maken daar gebruik van – vaak in hun voordeel en niet het onze. De discussie over verneukeratieve ‘default’ opties, standaardinstellingen dus, legt er getuigenis van af. Veel geholpen heeft het nog niet. Een onafhankelijk advies over hypotheek of verzekering is nog altijd een witte raaf en het aantal aanbiedingen die na de afgesproken termijn gewoon doorlopen, tenzij jij wat doet om je abonnement te beëindigen, is groot en eerder groeiend dan krimpend. Daar zou een betere ‘keuzearchitectuur’ best bij helpen. Het boek van Thaler en Sunstein bevat vele voorbeelden. Hun idee is dat als je de keuzes van mensen een beetje helpt je de keuze niet afschaft maar vergemakkelijkt – en de goede kant op stuurt. Dat het daarbij verschil maakt of je het nadeel van mensen beperkt dan wel hen mogelijkheden voor voordeel suggereert komt wat karig aan bod. Toch zijn nadeel en voordeel geen symmetrische kwesties, theoretisch niet (al was het maar omdat ze vaan niet netjes te scheiden zijn) en in de beleving van mensen al evenmin. Het feit dat je een voordeel als een nadeel kunt inkaderen en omgekeerd (‘framing’) staat daar los van, hoe belangrijk dat ook is.
Cohen houdt zich hier minder mee bezig. Voor hem is paternalisme een politieke stellingname, gericht op het laten deelnemen van alle mensen aan de samenleving waar ze bij horen. Het is het onvermijdelijke paternalisme van de staat waar het voor hem over gaat en in zijn lezing stond niet het goed of kwaad van paternalisme centraal maar de vraag naar welk paternalisme de staat het beste kan nastreven. Cohen had het over de onverdedigbare veronderstelling dat als de staat zich zo weinig mogelijk met de mensen bemoeit we een ‘neutrale’ staat zouden hebben, een staat met een neutrale keuzearchitectuur. Er is geen neutrale staat en geen keuzearchitectuur (‘eigen verantwoordelijkheid’) is niet de afwezigheid ervan maar eerder een tamelijk dwingende en tegelijk onverschillige variant ervan. Dat lijkt mij ook.
Blijft het andere punt over: hoe kiezen mensen en hoe ver kun je gaan in het tegenmaken van keuzes die je eigen gezondheid benadelen of het milieu of vul maar in, en hoe ver in het bevorderen van keuzes die, zoals Cohen hoopt, het ‘meedoen’ van mensen stimuleren? Dat zijn twee verschillende vragen. Noch in de discussie over vrijzinnig dan wel libertair paternalisme, noch in de door Cohen opgeroepen thematiek ben ik daar veel wijzer van geworden. Wat niet is kan nog komen? Ik hoop het maar.
30 november
=0=
Topsport
Wie voetbal wil kijken en geen zin heeft om naar het stadion te gaan wordt tegenwoordig vorstelijk bediend. Koning voetbal, het woord zegt het al. Steeds meer voetbal. Ik kijk steeds minder en als ik al kijk, dan meestal met een half oog. Overvoerd en daarom verveeld zou je kunnen zeggen, maar ik weet niet of dat met mij aan de hand is. Zelf denk ik dat het meer de ruwheid van het voetbal is, de voorspelbaarheid van de overtreding, de toename van het aantal ernstige overtredingen, het misbaar dat erbij gemaakt wordt, de trainers die het toelaten zo niet aanmoedigen, het publiek dat de gladiolen voor de eigen jongens graag inruilt voor de dood van de tegenpartij. Een gele kaart voor een Schwalbe, het is te geef . Wil je vooruit komen dan moet je je ellebogen gebruiken. Dat doen ze, braaf. Zonder ellebogen kom je nergens. Met ellebogen komt de tegenstander niet verder en daar is het maar om te doen.
Je kunt spelen om te winnen en je kunt spelen om de ander te laten verliezen. Twee stijlen, het resultaat aan het eind is hetzelfde en het resultaat telt. Alles voor het resultaat. Overtredingen horen erbij. Ze zijn nuttig en dienen tal van doelen. Geen team zonder schoffelaars, slopers en stofzuigers. Een overtreding is geen overtreding, het is een gecalculeerd risico. Schop iemand onderuit, maak met je handen het gebaar alsof er een bal tussen zit en hoop op de goede afloop. Buig je over je slachtoffer, maak kenbaar dat je zijn reactie idioot overdreven vindt, trek hem overeind, verzamel wat medespelers om het het slachtoffer nog duidelijker te maken. Schud je hoofd over het onbegrip van de wereld. Het hoort erbij. Het treiteren en provoceren van je tegenstander is goed gebruik. Vergeet die zich even, dan kun je in je handen wrijven. Je hebt ‘m een kaart aangesmeerd. Het is, meestal, niet persoonlijk. Na afloop even goede vrienden. Je krijgt die kaart per slot niet van je tegenstander, je krijgt die kaart van de scheidsrechter. Die heeft het spel niet goed aangevoeld, heeft te zwaar gestraft, heeft ons de overwinning ontstolen, had dan ook consequent moeten zijn en ook de andere partij op een kaart moeten trakteren, had het advies van de assistent in de wind moeten slaan of juist niet in de wind moeten slaan, had het nooit zover mogen laten komen of had de teugels vanaf het begin strak in de handen moeten houden. De teugels. Ook de scheidrechter hoort bij de zaak topsport. Topsport is, in één woord, verruwing. Spelregels? Die zijn al lang onderdeel van het spel geworden. Ruwer spel? Dan zijn de uitkomsten van de toepassing van de spelregels onzekerder. Er zijn brilante geesten die van mening zijn dat het beter gaat als de scheidrechter wordt ondersteund door de beelden van de camera. Er zit wel een klein probleempje aan vast want wanneer moet de scheidrechter de hulp van beelden inroepen? Als hij in twijfel is? Als de assistent in twijfel is? Als het publiek zich roert? Als een speler kermend, want dodelijk gewond, op de grond ligt? Als de keeper uittrapt en wel erg dichtbij de toegestane lijnen komt? Als er een corner wordt genomen en de zaak in het strafschopgebied meer op een opstootje lijkt dan op een fase in een wedstrijd? Wanneer eigenlijk niet? Kunnen we het voetbal niet gewoon afschaffen en vervangen door een interactief spelletje Playstation?
De spelers kun je het niet kwalijk nemen. Dat gebeurt ook niet, tenzij ze het belang van het team uit het oog hebben verloren. In dat geval wordt hen een gebrek aan professionaliteit verweten. Je wordt dan als speler verondersteld zo professioneel te zijn om te zeggen dat je je weinig professioneel gedroeg. Geen gebrek aan sportiviteit kleeft aan je, maar een gebrek aan professionaliteit. Trainers zijn daar heel goed in, in het ventileren van het verwijt. Soms hoor ik een trainer zeggen dat een speler niet alles ‘voetballend’ moet willen oplossen. Mooie uitdrukking. Überhaupt zorgen trainers (braaf geïmiteerd door verslaggevers) voor veel taalvondsten. Kun je ze niet kwalijk nemen. Ze zijn leden van een professie. De besturen van de clubs kun je het al evenmin aanwrijven. Besturen is topsport, inclusief witte zakdoekjes, spreekkoren en spandoeken. Inclusief hatemail, bedreigingen en, inderdaad, veel vermoorde onschuld. Alles voor de club. De spelers doen het voor het team, de bestuurders doen het voor de club en de trainers zijn op zoek naar het verschil.
24 november
=0=
RMU
Toen ik de afkorting las moest ik even aan de Molukken denken. Fout dus, RMU staat voor Reformatorisch Maatschappelijke Unie. Het is een belangenorganisatie voor werkgevers en werknemers en eigenlijk voor iedereen die ergens mee zit, jong of oud. Vrouwen worden niet afzonderlijk genoemd.
Nooit gehoord van de RMU maar in de kwestie van de weigerambtenaren zien ze wel brood. En trekken aan de bel. Ze zijn er! We hebben jullie gehoord jongens. Ze verzamelen weigerambtenaren want samen sta je sterk. De bedoeling is de Kamer en de regering over te halen het besluit over de weigerambtenaar te herzien. Dat besluit heeft veel onrust veroorzaakt. De CU pakte recent een suggestie op (die ik al eerder in een lang artikel in Trouw was tegengekomen) om het sluiten van een burgerlijk huwelijk tot een formaliteit terug te brengen. Zoiets als het aanvragen en ophalen van een paspoort. Ik vind het allemaal wel best maar ik vraag me af: zouden er niet heel veel trouwambtenaren bijzonder teleurgesteld zijn als hun feestje nooit meer mocht plaatsvinden? En wat vinden de trouwlustigen ervan? En hun getuigen, familie en vrienden? Hoe moet het met de arme winkeliers met hun smokings, trouwjurken, bruidsboeketten? Met de fotografen en hun reportages?
Wie weet gaat het die kant wel op. Als onze mensen niet meer mogen dan moet niemand meer mogen. Op die reformatorisch maatschappelijke fiets. Het zou me niks verbazen als de RMU zich hiervoor gaat inzetten. Ik zie zo maar een compromis waarbij het hele zaakje geprivatiseerd wordt en de huwelijkskandidaten tegen betaling hun eigen trouwambtenaar mogen uitzoeken, die dan daar al dan niet mee akkoord kan gaan. Uitleg niet meer nodig. Geprivatiseerd, wat wil je nog meer? Voor de gemeente ook een leuke bron van extra inkomsten en komt dat niet even goed van pas in deze barre tijden? We maken van trouwambtenaren trouwbeambten en wie er geen behoefte aan heeft die handelt het huwelijk aan het loket af. Vrijheid blijheid.
Moet kunnen. Moeten we kunnen gedogen. Met dit kabinet is alles mogelijk.
23 november
=0=
Net mensen
Sinds kort hebben we een Sustainable Finance Lab. Vooral dat ‘lab’ is mooi. Het is een ideeënlab, geen praktijklab. Er wordt niet geëxperimenteerd, er wordt geëxploreerd. Er worden geen verwachtingen uitgesproken, er worden wensen uitgesproken en die wensen worden vervolgens als ideeën aan de man gebracht. Hier zijn er drie: de financiële sector van de toekomst moet kleiner, simpeler en dienstbaarder zijn (FD, 19 november). Kleiner: het splitsen van banken zou mooi zijn (en is toch wat ingewikkeld). Simpeler: ingewikkelde producten moeten worden uitgebannen (ik hoop maar dat dit geen algemene regel wordt, er zal wel bedoeld zijn dat er bij elke product een default moet worden bijgeleverd en dat die default door onafhankelijke mensen wordt vastgelegd – maar dat staat er niet). Dienstbaarder: de nutsfunctie van banken moet weer centraal worden (en daarom moeten de banken hun klanten beter begrijpen. Hun klanten beter begrijpen? Welzeker want klanten zijn, bijvoorbeeld, verlies-avers. Zouden banken dat niet zijn? Wat valt daar aan te begrijpen, los van de plicht niet meer te suggereren dan je waar kunt maken? Zou een code voor hoe je producten in een frame plaatst niet veel meer voor de hand liggen? Ik vraag het maar).
Het valt allemaal weer niet mee. In een goede wereld is het goed leven, in de gewone wereld is het complex leven en dan is de oproep het maar gewoontjes te houden meer een uiting van machteloosheid dan van inzicht. Het eerste wat het lab zou moeten doen is de scheiding tussen hen die te dom zijn, te hebzuchtig, te kortzichtig en zichzelf opheffen. Het lab moet bij zichzelf te rade gaan onder het opgewekte motto dat bankiers en andere wegbereiders van financiële transacties net mensen zijn – zoals ook de klanten dat zijn en zoals zij zelf dat zijn.
Het zou ook helpen als er wat meer over de gevolgen van dit type handel zou worden nagedacht, in het bijzonder de gevolgen voor alle mensen die het allemaal niet hebben bedacht, die er geen behoefte aan hebben en die er toch mee worden geconfronteerd. Verbazend, maar dat zijn de meeste mensen. 99% lijkt me wat fors, tenzij we op wereldschaal spreken, maar een aanzienlijke meerderheid, dat toch wel. Dat zijn bijvoorbeeld de mensen die werken in bedrijven die worden gekocht en verkocht omdat dat financieel wel handig lijkt – voor de mensen die bij de financiële sector betrokken zijn dan, niet voor de mensen die er gewoon werken. Dan heb je gelijk een criterium om vast te stellen of de droom dat het allemaal ‘net mensen’ zijn nog ergens op slaat. Zo beweert Joris Luyendijk (in de Groene van 17 november) dat bankiers, het kon niet uitblijven, ‘net mensen’ zijn. Hij kan het weten want hij heeft ze geïnterviewd, en niet alleen bankiers overigens maar ook juristen, accountants en zelfs een headhunter. Ze beschrijven wat ze doen, waarom het zo’n spannend spel is, wanneer ze eindelijk eens uitbetaald krijgen, dat soort dingen. Hun handel is het knoeien in de reële economie en dat vinden ze zo gewoon dat het de vermelding niet eens waard is. De gevolgen, die zijn voor de anderen.
Als dat al ‘net mensen’ zijn dan begrijp ik onmiddellijk waarom het niks is en niks kan worden. Laten we hopen dat de inschatting van Luyendijk een foute is. Hij zal aasgieren hebben verwacht, hij heeft de gewone onachtzaamheid aangetroffen en hij is er helemaal blij van geworden. Het zwartste scenario bestaat niet en dan zal het dus wel in orde zijn.
Het is niet in orde.
20 november
=0=
Initiatief
Vorige week zaterdag stond in de Volkskrant een bijzonder grappig artikeltje over de oplossing voor de europerikelen. Het ging ongeveer zo. Een toerist zoekt in een klein Grieks plaatsje een hotel. Hij vindt er eentje en wil controleren of de kamers een beetje in orde zijn. Om de hotelier van zijn betrouwbaarheid te overtuigen laat hij honderd euro achter bij de receptie. Een soort borg. Vervolgens gaat hij de kamers bekijken. De hotelier neemt het geld en betaalt daarmee zijn schuld bij de bakker. Die betaalt er vervolgens de slager mee en die gebruikt het geld om zijn openstaande rekening bij het café af te doen. De cafébaas gebruikt het geld om de hoer te betalen want daar had hij eerder geen geld voor gehad en de hoer lost haar schuld bij de hotelier in. De honderd euro ligt weer bij de receptie, de toerist is niet tevreden over de kwaliteit van het hotel, neemt zijn geld en vertrekt. Met een borg van honderd euro is vijfhonderd euro schuld afgedaan en als de borg vervolgens verdwijnt is het plaatsje schuldenvrij.
Om schulden af te lossen is het niet nodig nieuwe schulden aan te gaan. Je hoeft er ook niets voor te verkopen of iets voor te maken. Als het geld maar circuleert en niemand onderweg de circulatie onderbreekt. Had de bakker gedacht dat de slager nog wel een weekje kon wachten – het had de hotelier in problemen gebracht en die was dan gedwongen geweest het equivalent van de borgsom ergens te lenen en dus nieuwe schulden aan te gaan met rente, en als iedereen in het plaatsje wel weet dat de hotelier toch al in de schulden zat dan zou het rentepercentage fors kunnen oplopen. Hotel Europa zit in dit laatste scenario, niet in het eerste en opgewektere.
In een crisis stokt de circulatie. Dat is geen verklaring maar een definitie van een crisis. De vraag is hoe je het zaakje weer in beweging kunt krijgen. Onze regering denkt dat het goed is om een paar stukjes uit de totale circulatie weg te knippen, de rest een beetje om te leggen en dan zal het wel weer goed gaan. Wij willen een kleiner en fijner hotel Europa. Hotel Noord Europa als het ware. Wij willen die borg niet meer zijn om het oude hotel in leven te houden. En de bakkers, slagers enz. die met het hotel waren verbonden, direct of indirect.
Ja, het kost ons ook wat omzet. Een gereduceerde circulatie is ook voor ons een gereduceerde circulatie. Dat die bakker, slager, kroegbaas, hoer en hotelier gewoon staan voor banken a, b, c, d en e en dat het die banken zijn die het verdommen de circulatie van geld in stand te houden, het mag dan wel de kern van het probleem zijn maar aan de kern komen leidt tot een kernexplosie en dan zijn we nog verder van huis. Dat wil onze regering niet voor haar rekening nemen.
Wij gaan niet de toerist uithangen. Het heeft ook geen zin want de banken doen niet mee en zo lang de banken niet meedoen en de regeringen de banken blijven toestaan hun goedkoop gekregen geld bij de ECB te parkeren en, zo ze het al doorgeven, het alleen tegen hoge rente af te staan, zo lang neemt niemand het initiatief.
19 november
=0=
Loonkostensubsidie
De werkgevers, bij monde van VNO-NCW, vragen om herinvoering van de deeltijd WW. Ze vragen dus om loonkostensubsidies en hoewel die voor de onderkant van de arbeidsmarkt steeds kariger worden zou het me niet verbazen als ze voor de bovenkant opnieuw een kans krijgen. Werklozen moeten verhuizen als Kamp z’n zin krijgt, door de werkgever geliefde werknemers moeten vooral niet verhuizen. Ik ben benieuwd hoe Kamp dat aan elkaar breit. Ik bedoel, niet of hij het aan elkaar breit, maar hoe hij het doet. We hebben de WW formeel verstatelijkt maar zijn niet te beroerd om er de werkgevers een pleziertje mee te doen en het bij de werklozen als stok achter de deur in te zetten.
Men wil iedereen op de juiste plek. Er moet meer beweging komen op de arbeidsmarkt, de SER schreef het recent weer keurig op. De vraag is: welke arbeidsmarkt? De arbeidsmarkt zoals de werkgever die in wil richten (heen en weer schuiven als het zo uitkomt, steeds meer heen en weer schuiven omdat het zo uitkomt en aan de andere kant met WW gelden door hen geselecteerde mensen bij zich houden)?
Of een arbeidsmarkt waarin ook rekening wordt gehouden met de belangen van de mensen die het werk doen: de combinatie van arbeid en zorg, en arbeid en scholing en de inzet van de sociale zekerheid daarvoor; de mogelijkheid arbeidstijden de variëren, en de kans te switchen van werknemer naar zzp-er en de inzet van de sociale zekerheid ook daarvoor; het zelf kunnen beslissen over wanneer een overgang van de ene plek naar de andere nodig is en daar niet van de werkgever af te hoeven hangen – en de inzet van de sociale zekerheid daarvoor? Dat is een arbeidsmarkt waarin we niet langer een rare discussie hoeven te voeren over het ontslagrecht maar direct over de sociale zekerheid, een arbeidsmarkt waarin de sociale zekerheid de hefboom wordt om de beslissingen over wat er met je gebeurt in de handen te leggen van de mensen met wie het moet gebeuren.
Dat wordt natuurlijk helemaal niks. De werklozen blijven het speeltje van de sociale onzekerheid en de werkgevers krijgen weer een mooie subsidie om vooral door te gaan met het uitkleden van het arbeidsrecht zonder dat er een haan naar kraait.
19 november
=0=
Vrij duidelijk
Gisteravond, op weg in de trein van Den Haag naar Amsterdam, kwam een man voorbij die vroeg of hij iets mocht vragen. Hij was beleefd en sprak op snelle toon. Hij had geen succes. Hij was natuurlijk een vrij duidelijk geval van iets maar niemand ging de discussie aan. Dat krijg je als je niet iets wilt vragen maar alleen om iets. Met het taalgevoel van de treinreiziger is niks mis. Mevrouw Mirjam Sterk heb ik in de trein niet gezien. Zij had ongetwijfeld wel geantwoord. Ja, dat zegt u nu wel maar volgens mij is het helmaal niet waar en voordat wij verder praten moet u maar eens bewijzen dat u de kluit niet aan het belazeren bent. Heeft u eigenlijk wel een geldig vervoersbewijs?
Mevrouw Sterk is ook een vrij duidelijk geval van iets. Steeds als ze wat zegt denk ik dat ze wat zegt om iets anders te zeggen. Volgens mij is alles wat ze zegt een mondelinge sollicitatie naar een plekje in het kabinet. Vergeet me toch niet roept ze, ik ben er ook nog en mocht er een plekje vrijkomen dan denken jullie toch wel aan mij? Ik weet het niet zeker uiteraard maar toch vind ik dat in de Kamer voortaan maar moet worden uitgegaan van het principe van de omgekeerde bewijslast. U zegt dit wel maar eigenlijk wilt u iets anders zeggen en als u wilt dat we blijven luisteren dan moet u eerst maar eens bewijzen dat u zegt wat u zegt.
Premier Rutte is al een wel een heel bijzonder vrij duidelijk geval van iets. Er komt een rapport uit van het SCP over ‘De sociale staat van Nederland’, in dat rapport wordt de balans opgemaakt van de laatste tien jaar, in het rapport wordt erop gewezen dat het met gevolgen van de crisis voor ons pas volgend jaar echt menens wordt, als gevolg van het kabinetsbeleid, en Rutte ziet in het rapport een duidelijke ondersteuning van dat beleid. Dat is mooi. De pret wordt alleen een beetje bedorven door het feit dat Rutte in alles een ondersteuning van het kabinetsbeleid ziet, dus dat schiet niet echt op. Ook in zijn geval zou de omgekeerde bewijslast eens moeten worden aangesproken. Meneer Rutte, zegt u altijd hetzelfde of soms ook wat anders, ook als u hetzelfde blijft zeggen?
Verreweg het meest vrij duidelijke geval – er zou een jaarlijkse prijs door mevrouw Sterk moeten worden ingesteld voor het duidelijkste geval van een vrij duidelijk geval – is de VVD fractie in de Tweede Kamer. Er schijnen in die fractie tandenknarsende mensen te huizen die zeggen te doen wat het land nodig heeft en wat desondanks hun begrip van liberalisme verre te boven gaat. Ze zeggen dat wat ze doen niet liberaal is, althans knaagt aan hun liberale geweten, althans geheel en al tegen hun liberale gemoed indruist, en toch doen ze het, niet om het liberalisme te redden maar om het gat van 32 miljard te dichten (de 50 miljard die Rutte vergat minus de 18 miljard die ze hier te lande willen ophalen, niet om het liberalisme te redden maar de staatshuishouding, of zoiets want waarom ze doen wat ze doen en nalaten te doen wat ze zouden willen doen wordt me nooit helemaal helder). Ik vind dat ik alle reden heb om hun liberalisme in twijfel te trekken en zou voor die fractie ten aanzien van dat punt een strenge interpretatie van de omgekeerde bewijslast willen voorstellen. Lijkt me vrij duidelijk. Ik ding graag mee naar de prijs van mevrouw Sterk.
17 november
=0=
Privacy
Volgens Kevin Kelly, in Trouw van 14 november, willen we helemaal geen privacy. Hij twijfelt er zelfs aan of we het ooit wel gehad hebben. Nu ja, als je eenzaam in een hutje op een bergtop woont, met niemand in de omgeving en niemand die ooit voorbijkomt, dan heb je privacy. Zolang wij het tolereren. Privacy is isolement? Mensen, zegt Kelly, willen niet afgezonderd zijn, ze willen erbij horen en als je erbij wilt horen dan moet je delen. Vraag dat maar eens in verpleeghuizen. Geen privacy, wel isolement. Het is een en al misverstand.
Zou Kelly dat echt zo hebben gezegd? Zo ja, dan heeft hij inmiddels van de nood een deugd gemaakt. Kelly is de man die ons uitlegt dat het web slimmer wordt, meer op de persoon speelt, en – het belangrijkste van alle – hard op weg is alomtegenwoordig te zijn. Onze apparaatjes zijn niet meer dan vensters op het door het net toegankelijke web. Het net (hij noemt het ook wel ‘the machine’ en zelfs ‘the one’) verbond aanvankelijk de ene computer met de andere, daarna de ene pagina met de andere, daarna het ene gegeven met het andere en, en ook dat steeds meer, tegenwoordig verbindt het net het ene ding met het andere. Wie in de toekomst auto wil blijven rijden zal dat niet zonder het net doen. Zo niet, dan rijd je maar geen auto. En wat te denken van slimme schoenen, slimme kleding, een zonnebril met ingebouwde camera en audio?
Uitdagende gedachten, dat zeker. Voor isolement kun je niet eens meer kiezen want het net vindt je toch wel. Be connected! Dat is het eerste gebod. Je kunt hooguit uitgekotst worden, en ook dan ben je nog altijd traceerbaar. Het persoonlijke, en met het persoonlijke de privacy, is publiek en wie wil voorkomen dat alleen het publiek beslist over je persoontje, die moet zich niettemin als persoon in het publiek begeven. Moet zich tonen. Arendt zal er van opkijken. Kelly noemt dat delen. Dat lijkt me een halfzachte uitdrukking die verhult dat wat je voorgeeft zelf te hebben gedeeld je al lang was afgenomen. Dat lot treft iedereen. Alleen diegenen die aan hun privacy hechten zullen er nog bezwaar tegen maken. Nu misschien nog door te protesteren, eventueel alleen nog door zo min mogelijk te zeggen.
Marai beschreef eens dat in de tijd, kort na de Tweede Wereldoorlog, dat hij zijn mening nog kenbaar maakte de autoriteiten dat weinig op prijs stelden. Men moest opbouwend zijn. Goed, dacht hij, dan zwijg ik. Dat vonden de autoriteiten nog veel minder aangenaam. Ze lazen het zwijgen als protest en afkeuring. Dat was ook zo. Het waren primitieve tijden. Er werd afgeluisterd, brieven werden opengemaakt, het kostte heel wat tijd. De muren hebben oren, zeiden we toen. De dingen waren nog niet zo geavanceerd.
We zijn een stuk opgeschoten. De dingen verbinden ons met het net (Google heeft het over het net als kunstmatige intelligentie), in plaats van omgekeerd. Dat heeft gevolgen, voor ons begrip van mensen en dingen bijvoorbeeld. Voor de sociale wetenschappen – die vrijwel zonder uitzondering altijd voorbij zijn gegaan aan de dingen, alsof die geen plek in de sociale wereld hadden – zijn het in elk geval spannende tijden.
16 november
=0=
Creatief
Het door de PVV ingeschakelde onderzoeksbureau, Lombard Street Research, afficheert zichzelf als onafhankelijk, objectief en creatief. Dat is een interessante woordcombinatie, in het bijzonder door dat creatieve. De opperbaas van het bureau, Charles Dumas, zou die creatief zijn? Wat de man zo heeft gezegd de laatste jaren is ongetwijfeld eigenzinnig en tegendraads, maar creatief? Hij lijkt meer op een gehoorzame leerling van Alan Greenspan dan op iemand die zelfstandig heeft nagedacht.
Dat de euro nog bestaat is volgens Dumas het gevolg van de ‘buitengewone loyaliteit’ van de Europese politici aan het ding. Daarzonder was de euro al lang uiteengevallen want de euro is in niemands voordeel, ook (juist) niet in dat van Duitsland. Nederland staat er niet bij maar we mogen aannemen dat Nederland en Duitsland ook voor Dumas in dezelfde categorie thuishoren. Of toch niet? Nederland heeft in vergelijking met Duitsland een extreem hoge particuliere schuldenlast, als gevolg van de hypotheekrenteaftrek. En Dumas ziet in een land als Spanje een veel groter gevaar voor de euro dan in een land als Griekenland. Waarom? Vanwege diezelfde hoge particuliere schuldenlast. Kortom, wat goed voor Duitsland is hoeft nog niet goed voor Nederland te zijn. Dat wordt nog spannend.
Waarom de politici aan de euro vasthouden wordt door Dumas niet verklaard. Een vrije markt ideoloog zoekt natuurlijk altijd de politiek op om een mislukking te verklaren en Dumas doet niet anders. Maar Dumas weet ook wel dat er in Europa niet een teveel aan politiek is maar een teveel aan onjuiste politiek. De politici zijn gevangen in een zelf geschapen dilemma. Wil de euro werken dan is een politieke unie inclusief een gemeenschappelijk fiscaal beleid onontkoombaar, wil de herverkiezing (of bij ons de gedoogconstructie) lukken dan dient juist afstand te worden genomen van die politieke unie. De vraag is dus niet of de politici loyaal zijn aan de euro, de vraag is of de politici bereid zijn over hun eigen kiezersschaduw heen te springen om de euro te redden. Merkel, zo lees ik zojuist in dagblad Trouw van vandaag, beweegt die kant op. Dat zal slikken zijn voor Rutte.
De vraag die Dumas en zijn bureau voorgelegd moeten krijgen is of de euro kansrijk is indien de EU een federatie wordt en wat de gevolgen zullen zijn indien die federatie er niet komt. In dat laatste geval is ook de vraag naar een herinvoering van nationale munteenheden niet overbodig.
Wat/als vragen zijn moeilijk ‘objectief’ te krijgen. Tenzij de conclusie voorop moest staan natuurlijk want dan is de objectiviteit vooraf al verkwanseld. De vragen en hun beantwoording hangen af van de adequaatheid van de gehanteerde veronderstellingen en dus van het perspectief dat over de vragen heen wordt gelegd. Daar kun je inderdaad heel creatief mee omspringen. Als het rapport van Lombard Street Research er ligt weten we welke veronderstellingen zijn gehanteerd en vanuit welk perspectief. We zullen dan ook weten of de conclusie inderdaad voorop heeft gestaan.
15 november
=0=
Controleur
Na de eerste week van de tweede ronde van de Commissie De Wit (het FD voorspelt al een derde ronde: de ontmanteling van een muntunie) steekt het thema van de machteloosheid van het parlement met kop en schouders uit boven de andere kwesties die voorbijkwamen. Het parlement komt aan z’n controlerende taak niet toe in tijden van crisis. In gewone tijden is het al moeilijk, in crisistijden lijkt de controle helemaal nergens op. Het is alsof we in crisistijden een noodtoestand hebben zonder dat die ooit formeel is uitgeroepen.
Het parlement heeft, volgens Remieg Aerts, drie taken te vervullen. Het vertegenwoordigt het volk, het is medewetgever en het is controleur van het regeringsbeleid. In die laatste taak faalt het (vandaag door de crisis, al veel langer door het instituut van het regeerakkoord) maar dat staat niet centraal bij Aerts. Hij wijst er op dat de drie taken zelf een onmogelijke combinatie zijn en hij wijst er op dat vooral de vertegenwoordigingsfunctie en het medewetgeverschap slecht samengaan (zo wordt het succes van de PVV door hem – en door Ankersmit met wie hij in gesprek is, een en ander weergegeven in De Groene van afgelopen week – toegeschreven aan hun eenzijdige nadruk op het vertegenwoordiger, het ‘advocaat’, zijn met verwaarlozing van het medewetgeverschap). In die functies ben je rechter en advocaat ineen, en dat werkt niet (het doet een beetje denken aan het terechte bezwaar van de VVD tegen de dubbelfunctie van de Raad van State: adviseur over wetten en rechtspreken over diezelfde wetten). Dat is een weeffout in de representatieve democratie. De nadruk op compromissen en doormodderen komt niet nergens vandaan.
Beide heren vragen zich af wat er met de vertegenwoordigende democratie gebeurt nu, zoals Ankersmit dat mooi verwoordt, ‘de vertrouwde stolp van de achttiende- en negentiende-eeuwse natiestaat aan gruzelementen valt’? Ze zijn er niet gerust op. De huidige ontwikkelingen zijn weinig democratisch en gaan de kant op van een ‘autoritair en managementachtig’ bestuur. Met de financiële markten als opdrachtgever? Gezien de ontwikkelingen in Griekenland en Italië: ja. De staat is in crisis, een vervanger ervan op EU niveau dient zich niet aan en dus voeren we opdrachten uit die van elders komen. Velen juichen het toe en zien in het IMF de beste garantie voor een technocratisch beleid. De volksvertegenwoordiging moet zich er maar aan onderwerpen. Niet allen doen dat, in Nederland spelen om verschillende redenen zowel de CU, de PVV en de SP niet mee.
Waarmee de voorspelling van Aerts extra gewicht krijgt: ‘zoals de monarch is veranderd van regeerder in symbool van de eenheid van de natie, zo kan het parlement het symbool van de verdeeldheid van de natie worden’.
Je kunt het ook lezen als een voorspelling dat de PVV de gedoogconstructie niet lang meer kan gedogen. Het geeft aan hun onderzoekvraag naar de wenselijkheid van een terugkeer van de gulden een speciale betekenis. Want of dat wenselijk is, is één ding, of de euro het houdt een heel ander (Roubini, zo las ik, kondigt de ondergang van de euro aan). Je kunt het eerste onwenselijk vinden en het tweede wel willen vermijden maar er niet toe in staat zijn. De beslissing daarover hebben we uit handen gegeven. In de gehele EU is er geen enkele instantie die er nog controle over heeft.
13 november
=0=
Collega
Parlementariër De Liefde vindt het niet juist dat kunstenaars beoordelen welke kunst subsidiabel is. Collega’s die collega’s beoordelen, het zou niet moeten mogen. Hij wil andere beoordelingscommissies, waar dan ‘verschillende expertises’ in worden ondergebracht. Hij denkt aan ‘communicatie, marketing, financiën en economie’. Aan de kunstenaars zelf wil hij drie plaatsen in een commissie van zeven toedelen, en de overige vier zijn voor de anderen, voor mensen met een ‘frisse blik’. Op deze manier blijft de artistieke kwaliteit op één staan, meent De Liefde, en wordt ook rekening gehouden met de vraag of het wel ‘realistisch’ is wat de kunstenaars willen.
‘Kunst en ondernemerschap gaan hand in hand’. Dat is z’n uitgangspunt. Je vraagt je af waarom er dan geen ondernemers in die commissies moeten zitten. Je kunt van mening zijn dat ‘communicatie, marketing, financiën en economie’ het ondernemerschap best kunnen vertegenwoordigen maar wie dat beweert is niet goed bij z’n hoofd. Die disciplines zijn eerder de kapers dan de plaatsvervangers van ondernemers. Zo kun je een bank optuigen en aan de rand van de afgrond brengen, maar of dat nu het model voor de kunsten moet worden? We zien de resultaten van die ‘disciplines’ elke dag opnieuw. Wij smeren jullie de grootst mogelijke troep aan, wij incasseren de revenuen en als het in de soep loopt mogen jullie de rommel opruimen. Een beetje gedisciplineerd graag.
Het publiek zelf komt, bijgevolg, niet voor bij De Liefde. Dat weet toch van niks en het is wel zo overzichtelijk als we het publiek niet als publiek toelaten maar alleen als consument, als afnemer en daarvoor staan toch al de communicanten, de marketeers enzovoorts?
De beoordelingscommissies waar De Liefde het over heeft bestaan uit mensen uit het veld en uit mensen die er meer of minder mee verbonden zijn. De gedachte dat het slagers zijn die hun eigen vlees keuren wordt allerminst bevestigd door de samenstelling van de bedoelde commissies. Er zitten tal van zeer ondernemende mensen in, mensen die van alles en nog wat op touw zetten. Nogal wat van hen zijn ondernemender dan de lieden van de frisse blik die De Liefde ons aanprijst. Dat had de man zelf ook wel kunnen weten. Ik ga er vanuit dat hij het ook best weet. Hij debiteert leugentjes om bestwil, hoewel ik met de beste wil van de wereld niet zou weten wie er (de pers daargelaten) intrapt en wie het met de mantel der liefde zou willen bedekken. Dus waarom, zijn eigen behoefte aan media-aandacht daargelaten, dit rare verhaal? Ik kan maar één ding verzinnen. Alles moet door dezelfde mangel gehaald worden, opdat het steeds meer op elkaar zal lijken. De kunst lijkt nog te weinig op het type economische communicatie waarvan De Liefde meent dat iedereen die er nog niet helemaal in is ondergedompeld, niet weet wat hij mist. Dat wil hij veranderen. Dat het met een leugen moet is vergeeflijk als we het grote doel maar voor ogen houden. Gewoon zeggen waar het op staat zal even niet goed zijn uitgekomen voor zijn betreurenswaardige agenda, de agenda die van kunst en cultuur dezelfde treurige eenheidsworst moet maken als de rommel die hij en zijn collega-fractieleden ons elke dag weer voorzetten als was het politiek. Politiek, economie, ondernemerschap, kunst, cultuur, onderwijs, gezondheidzorg – ze moeten nog veel meer op elkaar gaan lijken.
Van de VVD-fractie in de Tweede Kamer verwacht ik zo ongeveer niets. De collega’s in die fractie zijn het in naam van volk en democratie zo met elkaar eens dat ze maar al te graag bereid zijn om elk krom kabinetsbesluit van één van hun ministers of staatssecretarissen te verkopen als was het de hoogste wijsheid. Zo ook hier. De VVD heeft een fractie waarin alle diversiteit van mening is onderdrukt. Het resultaat is een steeds zichtbaar wordende, stuitende, domheid.
12 november
=0=
Wederzijds
Wetenschappers als Ernst Haas vermoedden al in de jaren vijftig dat de Europese integratie een eigen dynamiek zou ontwikkelen die zich, vanuit de beweging van het gelijktrekken van de concurrentieverhoudingen, zou gaan uitstrekken over geld en krediet, over economische politiek en investeringsbeleid. Haas sprak van ‘spillover’ effecten, het doorwerken van het ene in en naar het ander. Ongeveer tegelijkertijd begon Albert Hirschman aan zijn ideeën over ‘voorwaartse’ en terugwaartse’ koppelingen – en vergeleek dat later, ruim twintig jaar later, met de gedachten van Haas. Toen was veel van het geloof in die koppelingen al verloren gegaan (Hirschman wijst daar ook op), hoewel we het in de beschouwingen over Europese integratie nog tot in de jaren negentig tegenkomen onder de naam van de ‘wederzijdse erkenning’ – wat in de ene lidstaat geaccepteerd was zou ook in de andere erkend moeten worden. Toen echter was het gewicht al verschoven van de politici naar de juristen in de EU. Wederzijdse erkenning wordt afgedwongen via het Europese Hof van Justitie.
Ergens onderweg is het mis gelopen met dat mechaniekje van de wederzijdse erkenning, beïnvloeding, doorwerking, en gekoppelde ontwikkelingen. Daar is overigens al steeds op gewezen, gedurende de gehele geschiedenis van de Europese integratie. Het was hollen of stilstaan en de laatste tijd is het steeds meer stilstaan geworden. De meest geciteerde oorzaak is de constructie van de euro. De euro heeft de financiële integratie vergemakkelijkt en het gehele financiële stelsel onderling gekoppeld – zij het zodanig dat de koppelingen voornamelijk op kluwens en gordiaanse knopen zijn gaan lijken. De koppelingen zijn zowel strak als onoverzichtelijk, een ongelukkige combinatie die als het fout gaat ertoe bijdraagt dat het dan ook goed fout gaat. Daarnaast heeft de euro de economische integratie niet bevorderd maar gehinderd. Het heeft de deelnemende lidstaten een pad opgeduwd dat eerder meer van hetzelfde dan meer van de buurman was – de financiële rommel en de effecten daarvan op de bouwsector daargelaten.
Vorige week vrijdag publiceerde NRC Handelsblad een interview dat de krant had met de Franse econoom Sapir. Die trekt de consequentie uit het falen van de euro. De euro moet weg en de EU lidstaten moeten weer hun eigen economische en monetaire politiek kunnen volgen. Dat sluit afstemming niet uit overigens, maar dan afstemming in de zin van een veel lossere koppeling tussen munten en economieën dan die nu door de euro wordt opgelegd (Sapir noemt het niet maar suggereert wel zoiets als de terugkeer van de ‘slang’). De gedachte is kennelijk dat de EU in z’n huidige vorm aan z’n eigen complexiteit bezwijkt, dus zelf het probleem is geworden. Daar kun je tegen in brengen dat de EU niet zozeer complex is als wel slecht ontworpen, dat het probleem eerder ligt in complicatie dan in complexiteit. De complicatie, vloeit die immers niet voort uit de naïeve gedachte dat het beleid van de EU landen zou convergeren, met als consequentie dat convergentie als het vanzelfsprekende en te verwachten gevolg van de euro werd gezien in plaats van als de randvoorwaarde, nodig en onmisbaar voor je er zelfs maar aan moest beginnen? Zozeer was convergentie het credo dat een debat erover overbodig bleek. Sprak het niet vanzelf?
Wederzijdsheid is slechts zelden een (bedoeld dan wel onbedoeld) effect. Je kunt er daarom beter niet op wachten, je moet het voor zijn.
9 november
=0=
Fietspaden
In de Volkskrant lees ik dat één op de zes Amerikanen arm is. Het is een nieuw record. In de Groene van afgelopen week verwijst Frans Verhagen naar een recente berekening van de werkloosheid in de VS: één op de zes mensen die zouden willen werken kunnen geen werk vinden. Het zijn niet dezelfde enen op zessen maar verontrustend is het. In dat werklozendeel bevindt zich ook een toenemend aantal mensen dat, zegt Verhagen, langdurig werkloos is, langer dan een jaar. Die kunnen we gevoeglijk bij de armen gaan rekenen want de werkloosheidsuitkeringen in de VS zijn, verschillen tussen staten daargelaten, laag en vooral: ze zijn kortdurend. Ze zijn afgestemd, zoals Balkenende dat enige jaren gelden zo blijmoedig poneerde, op de periode ‘tussen’ banen. Dat is lastig als de banen er niet meer voor je zijn.
Arbeidsmarktdromers (veel economen en ook GL en D66) denken altijd dat langdurige werkloosheid het gevolg is van een te rigide arbeidsrecht. Dat houdt de flexibilisering van de arbeidsmarkt maar tegen en scheidt bovendien de werkende bevolking in bijzonder geprivilegieerde insiders en bijzonder ontrechte outsiders. Schrijnend. Dat de echte insiders en outsiders zich op de lucratieve markten voor financieel gewin bevinden wordt meestal niet in dezelfde adem meegedeeld. Sterker nog, in ons land hebben we het er gewoon niet over.
In landen met flexibele regels zou langdurige werkloosheid eigenlijk niet kunnen bestaan. Dat zeiden ze voor de jaren dertig ook, het was toen de heersende consensus. Die is daarna even verdwenen maar inmiddels bezig aan een glorieuze terugkeer. De VS was altijd het schoolvoorbeeld: soms best hoge werkloosheid, maar altijd kortdurend. Een dynamische arbeidsmarkt gekoppeld aan een dynamische economie. Sommigen gaan verder en beweren dat een dynamische arbeidsmarkt zelfs een voorwaarde is voor een dynamische economie. Als het niet goed loopt dan moet het wel aan de arbeidsmarkt liggen. Je kunt natuurlijk ook, in de traditie van Kleinknecht, beweren dat het niet de regelingen maar de bescheiden loonontwikkelingen zijn die de dynamiek eruit halen maar dat hoor je minder. Het ideaal is en flexibiliteit en gematigde lonen. Ook daarvan is de VS een lichtend voorbeeld. Behalve aan de bovenkant (daar dan wel heel behoorlijk, oneerlijk is oneerlijk), zijn de meeste reële lonen de laatste decennia vrijwel niet gestegen. Dat is pas matiging. Moeten we hier ook doen.
Het enige nadeel is dat er van die dynamische economie in de VS niet meer zo heel veel terechtkomt. Armoede, loonmatiging en een flexibele arbeidsmarkt leiden niet tot dynamiek, de fantastische hoeveelheid innovaties in financiële producten even niet meegerekend (tegenwoordig heten financiële diensten producten en industriële producten worden als diensten aangeboden). Lage belastingen voor de zeer rijken ook niet. Die leiden weer wel tot politieke polarisatie (Verhagen: waarom zijn de Republikeinen tegen fietspaden in Manhattan? Om de liberals dwars te zitten). Hoezo innovatie en dynamiek? Je wordt rijk van de financiële producten en je wordt rijk van je belastinghemel, dat wel, maar die rijkdom wordt gekocht met een kwakkelende economie en een groeiende kloof tussen rijk en arm.
Je zou daaruit mogen afleiden dat het eerder de verhouding tussen de financiële economie en de reële economie is die de mogelijkheden voor dynamiek en innovatie bepaalt dan de arbeidsmarkt. Als die verhouding scheef is – zoals gedurende de laatste decennia – dan wordt het hameren op de flexibilisering van de arbeidsmarkt een aanbeveling vooral verder te gaan op het ingeslagen scheve pad. En er wordt nogal niet gehamerd op die flexibilisering. Nog even en we hebben er de crises in Griekenland en Spanje aan te danken, met Italië en Frankrijk in de wacht. Flexibilisering van de arbeidsmarkt hoort, per slot, tot het standaardpakket van het IMF, de instantie die nu ook de EU moet redden. Raadsel: de EU, is dat de EU27, de EU17, de EU2, de EU/IMF? Oplossing: kijk naar de bewegingen op de financiële markten.
Uitgerekend die oplossing geeft te denken. De arbeidsmarkt biedt kennelijk toch niet voor alles de oplossing.
8 november
=0=
Richtlijn
In NRC van dit weekend kom ik een paginagroot artikel tegen over het oprukkende flexwerk in Nederland. De geciteerde voorbeelden zijn payrolling (een soort omgekeerde detachering: een ondernemer selecteert een persoon en brengt die onder bij een ander, en wel zo dat als de ondernemer ervan af wil het contract wordt opgezegd en niemand nog enige verplichtingen heeft), het afspreken van een vrijwillig ontslag (plus vergoeding) tussen werkgever en werknemer om aan het ontslagrecht te ontkomen en de opkomst van het verschijnsel van EU-werknemers onder allerlei ondernemingsvlaggen die zo zijn gemaakt dat ze van het Nederlandse arbeidsrecht en de Nederlandse sociale premie- en loonbelastingverplichtingen geen last hebben. In de landbouw, de bouw en het transport schijnen dergelijke constructies populair te zijn. Misschien elders ook wel.
Precieze cijfers over de omvang van flexwerk zijn niet beschikbaar, bij gebrek aan een sluitende omschrijving van dat woord. Maar niettemin, de vraag blijft waarom het zo aan het oprukken is. Volgens twee door de krant geciteerde deskundigen (Ton Wilthagen van de UvT en Rob Euwals van het CPB) komt het door het irrelevant worden van het ontslagrecht. De ondernemers lopen er aan alle kanten omheen. En passant wordt ook de CAO voor steeds meer mensen een lege huls. De oplossing is, zo begrijp ik, minder bescherming voor de mensen die nog wel onder het reguliere arbeidsrecht vallen. Dat zou eerlijker zijn. Want: de markt neemt het initiatief over.
Ik dacht: de markt? Welke dan? Payrolling is een slimmigheidje waar nog geen echte regels voor bestaan. Dat ondernemers gebruik maken van deeltijdwerkloosheid en tegelijk van payrolling kun je brutaal noemen en dat de brutaaltjes de halve wereld hebben is niet nieuw. Bovendien, de overheid zelf maakt graag gebruik van het instrument en zal dus wel van mening zijn dat het pas een regel schendt als het op de vingers wordt getikt. Helemaal lekker zit het niet. Daarom, de minister heeft om advies van de STAR gevraagd. Dat advies was voor september aangekondigd en is er nog niet. Dat verbaast me niks maar wat niet is kan nog komen. Het vrijwillige ontslag is op zichzelf niets nieuws. De vraag is slechts wat er met de desbetreffende werknemer gebeurt als de periode zonder werk wat lang duurt. En de komst van EU-werknemers die hier werken en toch niet aan de lokale regels gebonden zijn is het gevolg van de EU dienstenrichtlijn, de Bolkesteinrichtlijn.
Ik zou denken dat we meer te maken hebben met de gaten die vallen tussen de effecten van EU regelingen en de effecten van de nationale regelingen dan met de ‘markt’. De vraag is niet markt of regel, de vraag is waarom we (de EU, de lidstaten) regelingen adopteren waarin zoveel mazen zitten dat ze zo ongeveer het functionele equivalent zijn van een uitnodiging tot creatief registreren van wat je doet en laat, wat je ook doet en laat.
De werkgevers trekken zich stap voor stap terug uit de pensioenfondsen. Ze laten de CAO leeglopen. Ze tuigen arbeidsrelaties op die geen arbeidsrelaties zijn. Ze gebruiken de deeltijdwerkloosheid om hun eigen selecties door te zetten. Ze gebruiken payrolling om zelf te kunnen selecteren en daar geen enkele verplichting aan over te houden. Ze richten ondernemingen over de grens op, niet om te ondernemen maar om voor hen gunstige arbeidscondities door te voeren. En wij maar menen dat het probleem niet ligt aan de kant van de werkgever maar aan die van de werknemers. Die verstoren de markt, in het bijzonder de werknemers die volgens de regels werken. Je moet er maar op komen. Als het beestje maar een naam heeft. Slechte regels verleiden tot slechte namen. De naam ‘markt’ is er een voorbeeld van.
7 november
=0=
Sokken
De gemiddelde leeftijd schat ik op zo’n 55 jaar, hoorde ik de man links naast me zeggen. Dat was grappig, ik was zelf ook juist bezig leeftijden te schatten. Een behoorlijke spreiding in leeftijd, veel ouderen, redelijk wat jongeren. Het zal de ouderen wel om het ‘linkse’ gaan, dacht ik, en de jongeren om de ‘vernieuwing’. Dat komt, ik was gistermiddag op een bijeenkomst van de ‘linkse vernieuwing’, in Tivoli (het voormalige NV-huis) in Utrecht. Er waren in den lande nog zeven van zulke bijeenkomsten begreep ik. De bedoeling is de PvdA wakker te schudden, de politiek weer relevant te maken, een aansprekend verhaal te hebben en ongetwijfeld nog wel meer.
De bijeenkomst zelf was weinig vernieuwend. Een spreker, gelegenheid tot het stellen van vragen/het plaatsen van kanttekeningen, twee sprekers tegelijk, een vraaggesprek met discussie na en toen vond ik dat het te warm werd, daar in die ruimte zonder natuurlijk licht met een honderdvijftigtal aanwezigen. Ik vertrok. Helemaal meegemaakt heb ik het dus niet maar op grond van wat ik wel hoorde en zag meen ik te mogen concluderen dat de linkse vernieuwing de politieke verwarring eerder uitdrukt dan ontwart. Maarten van Rossem is mijn bewijs.
Hij hield een soort conference, Van Rossem. Zijn stelling was dat de PvdA zich veel te veel op sleeptouw had laten nemen door het neoliberalisme en het populisme, dat ze de post en het spoor hadden verkwanseld, dat ze de zorg hielpen commercialiseren, dat ze de verzorgingsstaat uitkleedden en nog veel meer. Tevens verklaarde Van Rossem zich voorstander van de EU en van de euro en hij vond dat de PvdA zich daar wel eens wat minder weifelmoedig in mocht betonen.
Tja, denk ik dan, het verlies van tante pos, de opleving van volk en natie en de aftakeling van de verzorgingsstaat hebben toch van alles te maken met de EU en de euro? Ben ik nou gek of is hij het? Hij natuurlijk maar het is, welbeschouwd, ook geen betoog dat Van Rossem afsteekt, het is meer een opwarmertje voor z’n optredens rond oudjaar want daar de schijnt de man ook aan te doen. Vermoed ik.
Op vragen en opmerkingen gaat Van Rossem gepikeerd in. Ik denk dat Van Rossem weinig verwacht van de meningen van mensen, zowel van de mensen in de zaal als van de mensen elders. Er zijn cijfers, roept hij herhaaldelijk, en cijfers zijn voor hem net zo goed als feiten. Sterker nog, cijfers zijn feiten en meer heb je als politicus niet nodig. Met zulke sprekers heb je geen politieke partij meer nodig. Ook geen politieke vernieuwing overigens.
Waarom hebben de mensen van de ‘linkse vernieuwing’ Van Rossem uitgenodigd? Ik vroeg het me af. Inhoudelijk omschrijft de man zich als ‘rechts in de partij’. Een rare omschrijving, die meer zegt over zijn irritatie over de jaren zestig dan over z’n huidige politieke stellingname. En naar de vorm houdt hij niet van het gesprek, niet van de inbreng van velen en dus niet van het geknoei, de valse starts, het vallen en opstaan, het zoeken en soms wel en soms niet vinden, kortom niet van de ambiguïteit van een beweging nog zonder vaste route, pleisterplaatsen en wat dies meer zij. Van de politiek, zou ik zeggen. Hij draagt een gedateerde politieke mening uit in een politiek compleet improductieve vorm. Ja, grappig was het af en toe wel. Niet heel grappig eerlijk gezegd, en ook wel een beetje goedkoop. Onderhoudend is misschien een beter woord. Daar werd drie kwartier van de tijd aan besteed. Conventioneler kan niet.
De twee jonge mensen die daarna een verhaal afstaken waren meer bij de les. Een beetje dicht op de moraal, zaten ze, en een beetje ver weg van de politiek, maar toch. Ze hadden zelfs gezocht naar een manier om de linkse vernieuwing zichtbaar te maken. Om het uit te dragen, om het te dragen. Nee, met politiek had ook dat niets te maken. Maar vernieuwend was het wel, althans voor mij.
Zo kwam het dat ik, toen ik vertrok, een paar knalrode sokken droeg.
6 november
=0=
Circuleren
Op het nieuws hoorde ik dat het personeel van de TU Delft massaal tegen de eventuele fusie van die universiteit met die van Leiden en Rotterdam is. De voorzitter van het CvB begreep het helemaal, en zou zich er niets van aantrekken. Er zijn bestuurdersdromen en die moet je niet ruw laten verstoren door de eerste de beste opiniepeiling. De wereld wordt al maar groter en complexer en als je mee wilt doen in die wereld zul je zelf ook al maar groter en complexer moeten worden. Zo niet, dan word je weggeconcurreerd. Het is de bestuurlijke kant van dezelfde zorgen die Stapel verleidden met data te sjoemelen. Niet dat de bestuurders sjoemelen, ze denken alleen dat de wetenschap over eigendomsrechten gaat en dan kan een fusie helpen. Het laatste komt soms uit (meestal niet), het eerste is een elementaire vergissing.
Het sjoemelen met data is een vorm van valsemunterij. Je kopieert geldtitels, maakt de herkomst onzichtbaar en brengt het zaakje in de circulatie waar het – zo lang je niet wordt ontdekt – meedraait als was het gewoon geld. Het kan inflatie tot gevolg hebben of de gebruikelijke zeepbellen die op een gegeven ogenblik (dat je ook nog een handje kunt helpen) uit elkaar spatten – in wiens gezicht is dan nog een kwestie die jaren kan voortslepen. Niet alleen Stapel, ook zijn promovendi en collega-onderzoekers ondervinden schade. Zijn vak ondervindt schade, de sociale psychologie wordt bekeken alsof het een soort wetenschappelijke schaduwbank is – een bank die zich tooit met de veren van een echte bank en zich tegelijkertijd effectief onttrekt aan het reguliere toezicht op de reguliere banken.
Het probleem met het geld en de geldcirculatie is niet alleen het stelsel van schaduwbanken, het is ook een probleem van het toezicht op het geheel. De verstandige remedie is niet banken te laten fuseren maar ze juist te ontvlechten: het scheiden van algemene banken en zakenbanken, het tegengaan van banken die te groot zijn om te falen – de banken die de geldcirculatie oppompen met ontraceerbare geldtitels, er de winsten van incasseren en de verliezen overlaten aan de overheden – en de onderdanen van die overheden die ervoor mogen opdraaien. Het is het ook het falen van het toezicht geworden – de situatie van de laatste decennia waarin we het bankwezen liberaliseren en dereguleren, en het toezicht op de banken tot een lege huls hebben laten verworden. Ontvlechting zou helpen en fusies maken de zaak erger. Dat zouden bestuurders van universiteiten best mogen weten.
De overeenkomst tussen kennis en geld is dat beide moeten circuleren. In beide gevallen is zekerheid over de herkomst ervan cruciaal voor het behoorlijk kunnen functioneren van de circulatie. In het geldwezen is dat uit de hand gelopen, zo erg uit de hand gelopen dat de reactie van de autoriteiten nog altijd niet verder is gekomen dan het bidden om uitstel in de hoop dat uitstel de opmaat voor afstel is. Het geldwezen is wereldwijd, de autoriteiten zijn dat niet. Die houden elkaar eerder in de gaten, beloeren elkaar, vallen elkaar af, schelden elkaar uit, alles liever dan het geldwezen de dampen aan te doen. Over Griekenland worden meer ruwe grappen gemaakt dan ooit over de banken. Dat zegt genoeg. De kansen op nieuwe valsemunterij zijn allerminst gekeerd en de onderlinge concurrentie tussen landen en hun autoriteiten maakt het er niet beter op. De autoriteiten sluiten bondjes in de hoop er beter uit te komen dan de anderen. Andere autoriteiten sluiten andere bondjes. Sommige autoriteiten zijn nergens nog welkom. Dat zijn de autoriteiten die er van worden verdacht de Internationale van het geldwezen te bedreigen. Dat is geen check op valsemunterij – elke bonus bewijst het tegendeel. Die bonussen zijn een zegen want dan hoeven we het over de valsemunters niet meer te hebben. Het ach en wee roepen over de bonus is niet slechts een Kurieren am Symptom, het is een aanbeveling om in andere voorkomende gevallen zoals Stapel hetzelfde te doen. Het is het moraliseren van een ernstige weeffout.
Als de data van de wetenschap nodig zijn voor kennis en de circulatie van kennis dan dient openbaarheid te bestaan over de herkomst van die data en onderdeel van die openbaarheid is de toegankelijkheid en de beschikbaarheid van die data. Dat zal slikken zijn voor de verwevenheid van wetenschap en commercie – en daarom lopen we daar met een grote boog omheen. Het is veel makkelijker boos te worden over Stapel en in dezelfde beweging vrij baan te maken voor meer van hetzelfde. De fusieplannen van de drie universiteiten zijn er een bewijs van. Die hebben niets met de vrije circulatie van kennis en wetenschap te maken en alles met hun concurrentiepositie, gericht op eigendomsclaim op de resultaten van kennis.
Geld heeft een stevige openbare hand nodig. Wetenschap nog veel meer. Het zou de bestuurders van universiteiten sieren als ze de problemen van hun universiteiten zouden benaderen vanuit de mogelijkheden en risico’s van kenniscirculatie en niet vanuit hun gretigheid die circulatie aan te wende zoals het hen het beste schikt.
5 november
=0=
Weigering
De weigerambtenaar kan weer rustig slapen. De PVV werkt aan een initiatiefvoorstel en dat kan lang duren. En in de tussentijd kunnen de marionetten van de leider uiteraard geen moties van andere partijen steunen, partijen die de weigerambtenaar onmogelijk wensen te maken. Ik begrijp dat GL zo’n motie in de aanbieding had. Dat hebben we dan ook weer gehad.
Het schijnt iets met de vrijheid van godsdienst te maken te hebben. Steeds meer heeft met de vrijheid van godsdienst te maken en de mensen die dat argument het vaakst van stal halen politiseren de godsdienstvrijheid, meer dan ze lief zal zijn. Het is niet bedoeld en toch komt het er van. In dit geval is de kool het sop niet waard maar dat krijg je als je de kool en de geit wilt sparen. Het gaat helemaal nergens over.
Vroeger moest je om te scheiden nogal eens het noodpad van de ‘grote leugen’ inslaan, tegenwoordig is de burgerlijke strekking van het huwelijk zelf een grote leugen. Mensen beloven elkaar van alles, het delen van lief en leed, eeuwige trouw en, omdat de eeuwigheid wat ver gaat, in elk geval bijstand tot de dood erop volgt. De volgende dag kun je de opheffing van het huwelijk aanvragen en geen haan die ernaar kraait. Elke ambtenaar die een huwelijk helpt afsluiten doet mee aan een ritueel voor een feestje en als het over is, is het over. Het zal gelovige ambtenaren tegen de borst stuiten. Ze zouden en masse moeten weigeren, weigeren huwelijken af te sluiten die de volgende dag ontbonden kunnen worden. Ze doen het niet. Het zou ze het werken onmogelijk maken en bovendien, niets menselijks is hen vreemd. Hoe heilig is hun eigen huwelijk?
Dus ja, ik vind ook dat weigerambtenaren niet kunnen. Maar ik ontken dat het ook maar iets met de vrijheid van godsdienst te maken heeft. De gedachte dat het huwelijk een verbond voor God is, dat het een plechtige belofte is, vergelijkbaar met het zweren van een eed, die gedachte kan het archief in. Ambtenaren die denken dat het huwelijk meer is dan een vorm van registratie die soms handig en soms minder handig uitwerkt voor de contractanten hebben hun werk niet goed bijgehouden. Dat zou een reden voor ontslag kunnen zijn. Niet hun geloof is een ontslaggrond maar hun gebrek aan kennis van zaken over de wereld waarin ze zelf leven.
4 november
=0=
Protocol
Het CNV heeft een protocol ontwikkeld voor het gebruik van social media in het onderwijs. Dat is mooi. Die dingen zijn niet meer weg te denken en er kan goed gebruik van worden gemaakt. Dat wordt in het protocol direct al aangegeven door de eerste regel: medewerkers van de school delen kennis en andere waardevolle informatie. Er wordt natuurlijk al van alles gedeeld maar de kring is vaak klein en het effect ervan beperkt. Met social media kan de kring veel groter worden en het effect – ja dat weten we nog niet zo goed. Vandaar een protocol.
Het opvallendste onderdeel van het protocol is de vierde regel (de rest spreekt min of meer vanzelf, al is de rol van de medewerker scherper gemarkeerd dan die van de school; dat is wat eenzijdig): ga niet in discussie met een leerling of ouder op social media. Uit zo’n regel spreekt een complete schoolopvatting van het CNV. De leerling is geen lid van de school. De ouders zijn geen leden van de school. De school is het geheel van docenten, ondersteuners en leidinggevenden en zij worden aangemoedigd te ‘delen’. Op voorwaarde dat ze anderen buiten de deur houden. Immers, wie niet in discussie wil kan ook het gesprek wel vergeten. De school moet een strikte scheidslijn tussen binnen en buiten handhaven. Dat is niet slechts strijdig met de mogelijkheden van social media (de regel zal voorspelbaar de nodige problemen opleveren en dan zal, het protocol bij de hand nemend, niet de regel maar de medewerker op de schop worden genomen), het verraadt ook een zeer restrictieve kijk op hoe kennis wordt ‘gedeeld’. Leerlingen en ouders hebben geen ‘kennis’, de school heeft kennis en daarom kunnen ouders en leerlingen ook niet worden betrokken in het proces van ‘delen’. De school draagt kennis over – en ouders en leerlingen hebben dat in dank te aanvaarden.
Gesteld, je hebt een discussie over onderwijsvernieuwing. Die raakt alle betrokkenen bij een school en die raakt alle betrokkenen bij alle scholen. De diversiteit van alle betrokkenen kan worden aangesproken en dat maakt het ‘delen’ ook pas zinvol. Op dat pad maakt het CNV halverwege halt. Dat gaat voor meer problemen dan bijdragen zorgen.
Dat je met toegangsbeperkingen werkt is logisch. Niet iedereen hoeft overal bij te kunnen, anders wordt het nooit wat. Maar de deur helemaal dichtgooien is het andere extreem en daar kiest het CNV voor. Het protocol erkent de onvermijdelijkheid van social media. Tegelijkertijd ontkent het die.
Dat kan beter. Het is maar goed dat het CNV niet over de kwestie gaat. Als ik een school was zou ik ze hartelijk danken voor de moeite en iets anders gaan doen.
3 november
=0=
Tellen
Als ook de boekhouders het niet meer weten wordt het zorgelijk. De Duitse staatsschuld valt mee. De Ierse staatsschuld valt mee. Rekenfoutjes, iets met optellen en aftrekken en het vinden van de juiste kolommen in de nationale boekhouding. Je rekent je rijk, je rekent je arm. Je richt fondsen op waar niets in zit en die toch de wereld gaan redden. Je houdt een debat in de Tweede Kamer waar niets wordt beslist omdat je niets weet en dat noem je een bazooka. Nou vooruit, een ‘potentiële’ bazooka. Een suggestie van D66 aan de premier, gisteravond. Lood om oud ijzer. De premier kan ook niet rekenen. Hij kan communiceren en dat is in de politieke boekhouding ook wat waard.
Wat we nog wel kunnen is stemmen tellen. Elke stem is er één. In Europa kan de stem van Malta een besluit blokkeren. We maken ons er niet echt zorgen over. We maken ons ook geen zorgen over een kabinet dat moet aftreden om een stemming voor een noodpakket (dat van afgelopen juli) de goede kant op te drijven. Iedereen vindt het best. Zo lang de bevolking zelf maar niet spreekt. De bevolking is er om te betalen, niet om zich uit te spreken. Zelfs D66 en Groen Links zijn die mening toegedaan, nu de Griekse premier heeft bedacht dat het toch eens tijd is de bevolking te raadplegen. Dat was de bedoeling niet. Niemand heeft recht op een referendum en zeker de Grieken niet.
De EU komt zichzelf tegen. Stel een belachelijke besluitvormingsprocedure in en je krijgt er last van. De EU heeft een belachelijke besluitvormingsprocedure. Dan kun je twee dingen doen. Je kunt de besluitvormingsprocedure als het probleem zien en je kunt de jongens en meisjes die er gebruik van maken als het probleem zien. Als je het eerste doet zou er iets gewonnen zijn. Als je het tweede doet krijg je wat we gisteren hebben gekregen. Boosheid, inmenging, verontwaardiging. Hoe halen ze het in hun hoofd. Ze leggen een bom onder een moeizaam bereikt akkoord. Ze spelen met vuur. De brand kan zich snel verspreiden als ze zich zo onverantwoordelijk blijven opstellen. Enzovoorts. De reacties zijn niet van de lucht en ze vertellen slechts één ding: we handhaven de besluitvormingsprocedure en proberen ons uit te wurmen onder de gevolgen ervan.
Tel je zegeningen, roepen we naar de Grieken. We zullen het aan de bevolking voorleggen, zeggen de Grieken op hun beurt. Eens nagaan hoe onze inwoners hun zegeningen tellen. Ik had gedacht dat in elk geval de politieke partijen die destijds van mening waren dat een referendum over Europa een goede zaak was – een geval van forse verstandsverbijstering – zouden volhouden. Het akkoord van vorige week is qua complexiteit een peulenschil vergeleken met het ontwerp Grondwet van een paar jaar geleden. Het heeft niet zo mogen zijn. D66 en Groen Links zijn beter in het knopen tellen dan in hun vertrouwen in referenda.
Voor mij hoeft het referendum niet. Een referendum over het recente akkoord gaat ongetwijfeld over van alles en het minst over het akkoord zelf. Dat was toen zo, dat zal nu zo zijn. Aan de andere kant, als je je eigen bevolking zo moet uitkleden als nu in Griekenland gebeurt en je moet er nog een schepje bovenop doen omdat de internationale van de banken het anders niet redt, dan is het niet zo raar dat een regering liever zelf in z’n hemd gaat staan. Tijdelijk ongetwijfeld, maar toch.
De angst dat de Griekse bevolking het akkoord als de nieuwe kleren van de keizer zal beoordelen zit er goed in. Die keizer, dat zijn zij, als kiezer. Zij weten het. Wij weten het, maar we willen het niet weten en we willen al helemaal niet dat het hen zelf gevraagd zal worden.
Heeft de keizer een referendum nodig? Volgens mij niet. De keizer heeft helemaal geen referendum nodig, de keizer heeft echte kleren nodig. Jammer, die zaten niet in het akkoord. Waar de angst van de EU op neerkomt is de vrees dat de Griekse bevolking beter kan tellen dan de boekhouders die in de EU de teugels in handen hebben – en daar niet al te bekwaam in zijn.
2 november
=0=
Proefondervindelijk
Je kunt zeggen wat je wilt over Stapel, feit blijft dat Mischa de Winter al medio september wist (zie DUB, opinieplatform van de UU) dat het huidige rumoer rond de geplaagde onderzoeker gewoon een deeltje was van de voorbereidingen van diezelfde Stapel op het winnen van een Nobelprijs. Ik geef de opinie van De Winter (ergens op het net aangetroffen) hieronder integraal weer:
"Wij denken allemaal veel te snel en te naïef dat Stapel een fraudeur is. Maar eigenlijk zijn wij allemaal onderdeel van zijn zorgvuldig geplande en al 20 jaar durende sociaal-psychologische experiment, waarmee hij hoopt te laten zien dat je met een paar simpele trucs op het gebied van statistiek, communicatie en vertrouwen zelfs de complete wetenschappelijke wereld en je beste vrienden langdurig om de tuin kunt leiden.”
“Ik denk dat er binnen afzienbare tijd een groot en geruchtmakend boek van hem verschijnt, waarin hij met grote nauwkeurigheid verslag doet van zijn bevindingen van de afgelopen twintig jaar. Ik voorspel dat hij voor dit baanbrekende werk een Nobelprijs krijgt, niet alleen vanwege de schokkende inhoud, maar ook omdat het nooit is vertoond dat een wetenschapper bereid is geweest zelfs zijn persoonlijke status en loopbaan tijdelijk op te offeren in het belang van de wetenschap.”
“Dit is het absolute toppunt van wetenschappelijk altruïsme. Dat dit persoonlijke offer ook gepaard is gegaan met een hoge prijs die sommige van zijn naaste medewerkers moeten betalen, wordt voor deze collega's binnen afzienbare tijd ruimschoots goedgemaakt als blijkt dat zij, zonder het zich te beseffen, deel waren van een wereldberoemd sociaal-psychologisch experiment.”
Waar het om gaat, zou de politicus zeggen, is dat de geschokte reacties op de fraude van Stapel al lang door Stapel zijn voorspeld. Een dergelijke constructieve lezing van de recente gebeurtenissen stemt tot diepe tevredenheid. Dat verplicht ons aan De Winter, al komt zijn scherpe visie wat vroeg. Het is immers nog niet voorbij. De pudding is nog niet opgediend.
Dit is wat we weten. We weten dat wat er ook allemaal is gebeurd, we allen horen tot één en hetzelfde experiment en we gedragen ons als volgden we de hypotheses van het experimentele onderzoek. De reacties op Stapel zijn daarom ook geen ontkenning van het nut van de sociale psychologie, ze zijn er een bevestiging van.
Ik ben alleen bang dat de onthulling van De Winter het enige element in de gehele proefondervindelijke opzet is dat niet is voorzien. Ik weet niet of we daar nu dankbaar of juist verontwaardigd over moeten zijn.
1 november
=0=