Schapen kijken - foto Bel Any


DAGBOEKHOUDER
Aantekeningen van een ongeduldige toeschouwer

Ton Korver

Amsterdam/Den Haag 2010

Ga naar Archief:
2007–2008–2009

 

Februari

Gemeenschap

Winnaar

Stadscommando's

Sneer

Peiling

Straffen

DOT

Vraag

Inhoud

Oogst

Zij wel

Voorrang

Passen

Alle

Melden

Omdraaien

Citeren

Hoya

Blind

Vakkundig

Eruit!

Laf

Definities

Leiderschap

Basisbeurs

Luister


Januari

Domeintaal

Dankwoord

Propje

Ambitie

Een relativering

Ondernemend

Minder meer

Cohesie

Ik ook

Levensstijl

Haat

Dubbel

Binden

Handjeklap

Meeademen

Eenvoudig

Drie

Wasmiddel

Rapport

Gulzig

Episodisch

Bingo

Malus

Handelswaar

Help

Wijsheid

Veilig

Petitie

Verbonden

 

 


Maxima Moralia
 
Dat had ook de titel kunnen zijn van dit bundeltje aantekeningen. Maar ik wil niet overdrijven. Zo dicht op de huid zitten me de sketches hieronder nu ook weer niet. Ze gaan over dingen die me bezighouden en waar soms de handen van jeuken. Dat is nog niet hetzelfde als het ‘verzonken in ervaring’ dat de Minima Moralia van Adorno als keurmerk heeft. Je moet afstand weten te bewaren. Dat geldt voor de politiek – die karakterlozer wordt met elke nieuwe stap om vooral dicht bij de burger te blijven – en het geldt voor mij.

Niettemin, het kan altijd beter. En dat is een tweede verschil tussen mij en het inspirerende voorbeeld van Adorno. Er is geen goed leven in het slechte is een dictum dat nog uitgaat van een herkenbaar onderscheid tussen goed en kwaad. Daaruit vloeit het oordeel voort. Inmiddels twijfelen we ook daaraan. Dat is geen reden tot wanhoop. Eerder het omgekeerde. Twijfel is, met de gave ons te kunnen vergissen, de opmaat voor schaven en beschaven. Dat wordt makkelijk vergeten, en hoe drukker we het hebben hoe makkelijker. Ik ben aan diezelfde drukte gebonden. Vandaar het ongeduld, gekoppeld aan de afstand die ik met de woorden ‘aantekeningen’ en ‘toeschouwer’ verbind en het voorbijgaande dat meeklinkt in de titel waar ik uiteindelijk voor heb gekozen: dagboekhouder.

 


FiB
tijdschrift Filosofie in Bedrijf

Archief

Dagboekhouder 13
november - december 2009

Dagboekhouder 12
september - oktober 2009

Dagboekhouder 11
juli - augustus 2009

Dagboekhouder 10
mei - juni 2009

Dagboekhouder 9
maart - april 2009

Dagboekhouder 8
januari - februari 2009

Dagboekhouder 7
november - december 2008

Dagboekhouder 6
augustus - oktober 2008

Dagboekhouder 5
april - juli 2008

Dagboekhouder 4
januari - maart 2008

Dagboekhouder 3
augustus - december 2007

Dagboekhouder 2
mei - juli 2007

Dagboekhouder 1
januari - april 2007

 

 

Gemeenschap

Ter communie gaan is het hebben van ‘gemeenschap met lichaam en bloed van Jezus Christus’. Die gemeenschap moet homo’s worden onthouden. Die hebben, zondig als ze zijn, al genoeg gemeenschap. Een kerk heeft eigen spelregels en daar is niks mis mee. De oproep om vandaag de mis in de Sint Jan te gebruiken om ook de homo’s aan hun gerief te laten komen is volkomen misplaatst. Je bereikt er niet meer dan ‘dat allerlei waardevolle praktijken die zijn ontstaan door het inzicht, de wijsheid en de ervaring van dienaren van de kerk, kapot worden [ge]maakt.’ Schrijft Amanda Kluveld in de Volkskrant.

We zouden onze geliefde homo’s, iconen van de 21ste eeuw, moeten aanbevelen naar Vlaanderen af te reizen. De kerk is daar zo progressief dat de lokale priesters hem smeren. Naar Nederland. Naar Den Bosch, als ik het wel heb. Komt goed uit want wij hebben priesters te weinig. Ik ben alleen bang dat ze schielijk weer teruggaan naar hun eerdere plek als er hier hosties worden verspreid onder het mom dat dat toch moet kunnen. Dat soort praktijken hadden we nu net weer een beetje weggewerkt en nu begint het gesodemieter opnieuw. Dat kan de bedoeling niet zijn. De kerk moet kerk zijn, een vereenvoudigde wereld voor vereenvoudigde mensen en geen wereld in het klein voor kleine mensen. Ik geef toe, dit is een zeer zeer zeer recent inzicht van de kerk en ik geloof niet dat dat inzicht ontstaan is vanuit het ‘inzicht, de wijsheid en de ervaring van dienaren van de kerk’, zoals Kluveld meent. Die dienaren zijn eerder het lijdend voorwerp dan de auteurs van de ontwikkeling. En zo hoort het ook, in de katholieke kerk. Wat zullen we nou hebben.

Bovendien, de kerk heeft de ontwikkeling nog niet helemaal afgemaakt. Nee, dat heeft niets te maken met de scheiding van kerk en staat zoals Kluveld in al haar verdwaasde stupiditeit meent. Ze lijkt PvdA voorzitter Ploumen wel, maar dan omgekeerd. Het heeft te maken met wat een kerk is die alleen maar kerk wil zijn. En, in tegenstelling tot Ploumen en Kluveld, die kerk is geen moreel kompas, die kerk is een religieus kompas, een kompas dat een moraal definieert en daarom aan de moraal vooraf gaat. Conceptueel dan, maar hou me ten goede, als de kerk ook al geen concepten meer kan concipiëren – onbevlekte ontvangenis – zijn we helemaal van God los. Precies, een vereenvoudigde wereld is iets heel anders als een kleine wereld. Houdt dat in gedachten en het zal met het onderwijs ook beter gaan. Maar dat is een ander thema. Ook niet van belang ontbloot.

Bisschop Hurkmans ziet het wel in. Dit raakt een ‘open zenuw’ van de kerk, heeft hij verklaard. Zo is het maar net. Eerst moet het lichaam van de kerk zich weer sluiten (een hostie op een open zenuw smaakt niet) en dat kan inderdaad alleen door de kerk en binnen de kerk gebeuren. Geen idee wat het oplevert, of het iets oplevert. De kerk moet bij zichzelf te rade. Niet door zich te beroepen op wat was en nog minder door zich te beroepen op een morele, een maatschappelijke of een politieke functie dan wel afspraak.

Als een prins carnaval uit Reusel al in staat is de kerk zo uit het lood te slaan, dan is enig religieus herstelwerk geen overbodige luxe. Een beetje winkel kondigt altijd aan dat tijdens de verbouwing de verkoop gewoon doorgaat. Dat zal de kerk niet lukken. De verbouwing moet nog vastleggen wat überhaupt verkocht mag worden. Ik wens ze sterkte. En verschoning. Van types als Ploumen en Kluveld.

28 februari

=0=

 

Winnaar

De winnaar is mevrouw Verdonk. De absolute verliezer is Wouter Bos. Ja, het staat anders in de kranten maar dat komt doordat de kranten alleen berichten over degenen die we nog wel een beetje vertrouwen en niet over degenen in wie we ons vertrouwen hebben opgezegd. Zo we het ooit al hadden. Nu, in die laatste reeks scoort Verdonk verreweg het beste. Acht op de tien mensen hebben geen vertrouwen in haar. Bij Bos is dat slechts een schamele vier op tien. Die man zou zich eens wat meer moeten profileren. Overigens is Wilders een goede tweede. Zeven op de tien zouden van hem geen tweedhandsje willen aanschaffen. En één op de tien is er nog niet uit. Nee, die scores staan niet vermeld op de site van TNS Nipo, die moeten we zelf uitrekenen. Beschouw als het een soort kieswijzer en het werkje wordt lonend. Zo weten bij Bos en Pechtold ongeveer een kwart van de mensen niet of het vlees of vis is. Dat is bijzonder. We zien bij Wilders en Verdonk dat vrijwel iedereen weet wat het is: het is wat of het is niks. Voornamelijk niks tot mijn opluchting. Bij de overigen (Cohen, Halsema, Opstelten, Rutte, Balkenende, Eurlings, Rouvoet en en Verhagen) weten acht op de tien wat ze ervan vinden. Maar bij Bos en Pechtold, uitgerekend de twee politici die het minst op wantrouwen en het meest op vertrouwen scoren, weet elke vierde burger niet wat ze van hen moeten denken. Ik beschouw dat als een eretitel, een geuzenreputatie. Ik zou het koesteren als ik hen was maar ik ben bang dat ze al onderweg zijn, op weg naar de vierde kiezer.
Het leuke nieuws is dat de vertrouwen/wantrouwen kwestie als een vraag naar leiderschap naar buiten wordt gebracht door Nipo. En vele malen wordt herhaald in de kranten. Ik vermoed dat hier een politiek correcte bril de onderzoekers parten heeft gespeeld. Hoeveel van de Italianen vertrouwen Berlusconi? Mijn gok zou zijn dat het aantal wel eens erg laag zou kunnen liggen. Hoeveel van de Italianen vinden Berlusconi een echte leider? Kijk, dat aantal zou – ik gok opnieuw – wel eens een stuk hoger kunnen liggen.
Het is een misverstand dat vertrouwen iets met leiderschap zou hebben. Ja, vroeger misschien toen leiderschap een functie was en geen mombakkes. Dat is toch al weer een tijdje geleden en dat zouden die enquêteurs toch eens moeten leren. Het zal Wilders verdriet doen dat Verdonk het meest aansprekende mombakkes bezit. Als ik hem was zou ik Verdonk vanaf heden meetellen bij de linkse elite. Zeker, dezelfde elite die dit type enquêtes verzint. Het is een complot. Ze zouden zich de hoofddoekjes van hun kop moeten schamen.

27 februari

=0=

 

Stadscommando’s

In Rotterdam hebben ze geen stadscommando’s. Daar hebben ze stadsmariniers. Al een jaar of zeven. Stadsmariniers hebben als voornaamste taak de score op de veiligheidsindex te verbeteren. Ze horen bij, naast de banken uiteraard, ’s lands meest florerende bedrijfstak, de toezichtindustrie. Daar hoort bij dat de marinier zelf ook gedurig wordt getoezicht en geëvalueerd. Daar heeft Pieter Tops (UvT en Politieacademie) zich voor aangemeld. Nog vorig jaar verscheen een rapport (‘Van urgentie naar noodzaak’). Het was niet het eerste.

Het is een merkwaardig rapport. Tops constateert dat veiligheid en een veiligheidsindex niet helemaal identiek zijn (het doel is niet bereikt) en dat dus de functie ‘structureel’ moet worden. Zoiets als dat de werkloosheid maar niet wordt opgelost en dat dus een ‘taskforce’ structureel moet worden. Lastig als je van mening bent dat we best met minder ambtenaren toe kunnen. In Rotterdam bijvoorbeeld hebben de tien mariniers elk de beschikking over een naar eigen goeddunken te besteden budget van 300.000 euro, bij elkaar dus drie miljoen. Omdat de mariniers zelf niet van de straat komen is hun inschaling ergens in de range tussen schaal 14 en schaal 16. Laten we het qua kosten op 70.000 per persoon houden. Zo lopen we al aardig naar de vier miljoen op jaarbasis. Niet helemaal maar de rapporten van Tops moeten ook worden betaald en zo kom je bij elkaar op een aanzienlijk bedragje. In de zeven jaar dat de functie al bestaat komen we dan op het aardige sommetje van 28 miljoen. Toegegeven, Asscher draait er met z’n 50 miljoen om Amsterdam op de kaart te zetten z’n hand niet voor om maar omdat Rotterdam niet rijk is, is het toch een forse aanslag. Metaforisch gesproken. Ik ben benieuwd waar Almere en Den Haag straks hun commando’s van gaan betalen. Fokke en Sukke denken aan het afschaffen van het gratis zwemmen voor moslimvrouwen en inderdaad, dat zal, als de boter al zacht is, een mooie deuk achterlaten.

Het went. In Rotterdam zijn ze er aan gewend volgens Tops en daarom – tot zijn heuse verbazing – wil men ze niet meer kwijt. Beter iets dan niets – moderne sociale wetenschap met een bestuurlijke inslag. Waar heb het voor nodig? Nou, zegt Tops, de overheidsorganisatie is ‘uniek’ omdat daar altijd drie dingen tegelijk moeten gebeuren. Er zijn de routinedingen, er zijn de calamiteiten en er zijn de innovaties. De mariniers zijn er in het bijzonder voor de calamiteiten en de innovaties. Heeft Hoek van Holland eigenlijk al een stadmarinier? Nummer elf dan.

Zou dat unieke het verschil tussen overheidsorganisaties en andere organisaties zijn? Het moet wel want uniek is uniek en daarom is het de hoogste tijd alle handboeken aan te passen. Daar wordt veel te weinig rekening gehouden met de uniciteit van de overheid. Het zou de veiligheid dienen als andere organisaties hun pretentie laten vallen dat ook zij met routines, calamiteiten en innovaties te maken hebben. Het leidt af en is alleen al daarom gevaarlijk. Het moet verboden worden, in het belang van de veiligheid. Het moet niet moeilijk zijn ook daar een index voor op te stellen. En te monitoren.

Stadsmariniers zijn als nieuwe belastingen: makkelijk ingevoerd, onmogelijk kwijt te raken. Dat is het unieke van de overheidsorganisatie. Haal er wat van af en het komt op een andere plek weer terug. Meestal wat groter van omvang. Zoals Tops in al zijn wijsheid doceert: ‘de stadsmarinier is de oplossing voor het probleem dat de rest van de organisatie heet’. En: ‘Erkend moet daarbij worden dat een deel van de problematiek waar een modern stadsbestuur voor staat, niet in de reguliere organisaties te beleggen is.’

Op dat woord hadden we kunnen wachten. Beleggen. Stadsmariniers lossen geen probleem op, ze worden er een onderdeel van. Ik geloof dat dat ‘ingroei’ heet. Zonder met de ogen te knipperen – om over een serieus onderzoek maar niet te spreken – wordt elk probleem van een nette schaamlap voorzien. Doe er wat bij, doe het eens anders, ‘beleg’ het elders.

Je kunt natuurlijk ook gewoon direct zeggen dat het gemeentebudget op een andere manier besteed moet worden. Als de problematiek ‘bovenmaats’ is dan mogen de middelen dat ook wel zijn Of het helpt? Daarover doen we geen uitspraak. Maar als ze erom vragen dan schrijven we daar ook wel een rapport over. Uiteindelijk komt het daar op neer. Niet de stadmarinier is de oplossing voor het probleem dat de rest van de organisatie heet, de rapportschrijver is dat. Dat is maar goed ook. In een steeds ongeduldiger omgeving is het geduld van het papier een verademing.

Hoe meer commando’s, hoe meer papier. Dat we het maar weten.

26 februari

=0=

 

Sneer
Het is een verrassing dat Rouvoet het kan. Sneren. Het Reformatorisch Dagblad, een onverdachte bron in dit verband, meldt op gezag van Rouvoet dat we nu weer een echte minister van onderwijs hebben. Zo´n minister hadden we niet. Plasterk was van de feesten en partijen en emancipatie. Opnieuw Rouvoet. Ik wist niet dat de man het in zich had. Gereformeerde politiek is niet alleen politiek, het is ook meer en meer mediapolitiek. Als dat maar goed gaat. Vertaald voor zijn achterban: als dat maar niet te snel gaat. Zelfs in die kringen zal het zijn doorgedrongen dat onderwijs iets met emancipatie van doen heeft. Jammer dat de boodschap Rouvoet niet heeft bereikt.
Aardig is wel dat Rouvoet aanneemt dat hij als kersvers minister van onderwijs nog iets kan doen ook. Dat is een vergissing. Dit kabinet kan niks want het mag niks. Er is een uitzondering gemaakt voor De Jager want de onderhorigheid van de politiek aan de belangen van de financiële wereld, dat dient vanzelfsprekend gegarandeerd te zijn. Voor het overige liggen de jongens en meisjes aan de ketting. Ze kunnen hooguit van hun positie gebruik maken om zich, met het oog op allerlei verkiezingen, zo goed mogelijk in de kijker te spelen. Dat spel, daarvoor heeft Rouvoet zich nu reeds aangemeld. Hij had het niet over onderwijs en nog minder over het lot van de getourmenteerde homo, hij preludeerde op het beeld van de politicus dat hij wil gaan ´neerzetten´. Ach gossie.
Ik heb nog wel een aanbeveling voor hem. Bij de CU zitten ze natuurlijk ook in hun maag met die Wilders. Openlaten dat ze met hem gaan regeren willen ze daar eigenlijk wel en niet en dat is geen handige positie. Mediamatig zogezegd. Daar is wel wat op te verzinnen jongens. Leg Wilders de vraag voor of hij vindt dat Nederland een constitutionele monarchie moet blijven en of hij daar eens een echt, een gemeend, een recht-uit-het-hart-standpunt over wil innemen? Alstublieft?
Moet je zien wat er gebeurt. Een moment van de waarheid. Nee, niet voor Wilders. Voor de andere partijen. Of ze nog wel willen samenwerken. In naam van de democratie in monarchale verpakking. En zo.

25 februari

=0=

 

Peiling

Volgens een peiling – de Volkskrant bericht erover, vandaag – wordt de PVV in Almere volgende week in één klap de grootste partij. Proteststemmen, zegt men, van ‘blanke autochtonen, merendeels man en ouder dan gemiddeld’. Dat is interessant. Almere heeft een jongere bevolking dan gemiddeld in Nederland, en die jeugd zet zich voort in een verhoudingsgewijs eveneens groter aandeel in alle leeftijdsgroepen tussen 40 en 54 jaar. Eén op de acht bewoners is van Surinaamse of Antilliaanse herkomst, één op de twintig van Turkse of Marokkaanse.

De PVV zou, gegeven deze achtergrond, dus voornamelijk stemmen krijgen van mensen die hun keuzes zo’n beetje gemaakt hebben. Werk, gezin, woonplaats. Weg uit Amsterdam, nog altijd de hofleverancier van bewoners. Zou dat het zijn, de angst dat Almere te veel op Amsterdam gaat lijken als er meer Turken en Marokkanen bij komen? Het zou kunnen, maar dan is het geen proteststem maar een angststem. Bovendien, de tweede partij in Almere wordt, volgens dezelfde peiling, de PvdA. Die verliezen, maar de leefbaren – de grootste partij in 2002 – gaan er vermoedelijk helemaal aan. Waren dat, destijds, ook proteststemmen? Of waren het geloofsstemmen, stemmen van mensen die niet in compromissen geloven en een enkele keer wel in politici die uitstralen dat er met hen niet te marchanderen valt? Ik zou meer willen weten van dat protest in die proteststemmen want eerlijk gezegd weet ik wel zeker dat mijn stem op z’n minst óók een proteststem tegen de PVV is. Net zoals ik in 2002 op Ad Melkert stemde, een proteststem tegen allen die besloten hadden dat Melkert hun favoriete pispaal was.

De schade voor de PvdA in Almere valt mee – volgens de peiling. Komt dat door het kleine aantal Turkse en Marokkaanse stemmers daar? Ik zou het graag weten want dat de PvdA schade gaat oplopen door de onbesuisde uitingen van Scheffer en Bos, onmiddellijk na de verkiezingen van 2006, lijkt wel zeker. Partij van de Allochtonen, je maakt er bij niemand vrienden mee, in de eerste plaats niet bij de Turkse en Marokkaanse stemmen van toen. De voorspellingen zijn dat de PvdA, in 2006 goed voor acht tot negen van die stemmen, er nu nog vier tot vijf van zal overhouden.

Het is mooi dat de PvdA heeft aangekondigd niet met de PVV te willen regeren. Dat zouden ze wat mij betreft ook op gemeentelijk niveau moeten doen maar daar heb ik het nog niet gehoord. Dat is jammer. Het zou nog aardiger zijn als de PvdA, ook vooraf, niet alleen zou melden met wie ze niet maar tevens met wie ze wel zouden willen regeren. Een overzichtelijke topografie van mogelijke compromissen, het zal helpen een partij te laten kiezen voor de politiek en pas daarna voor het besturen.

24 februari

=0=

 

Straffen

Het rompkabinet is er nog niet eens en bij het CDA hebben ze nu het hoofd al verloren. Ze willen daar twee soorten straffen, één voor de jongens van henzelf en één voor de jongens van allochtone herkomst. Nog niet zo heel lang geleden had je ook wijsneuzen die opmerkten dat ze in Marokko veel strenger straften dan hier en dan moest je die jongens niet teleurstellen met een gratis verblijf in het luxe hotel dat bij ons gevangenis heet. Met de kennis van nu is men er achter gekomen dat die kinderen allemaal hier zijn geboren. Dan tappen we gewoon uit een ander vaatje. Vorige week hoorde ik Paul van der Heijden in een paneldiscussie over studenten met een ‘Dutch non-Dutch background’. Klonk wel zo aardig en is ook verifieerbaar. Die houden we erin, zei ik tegen hem. Hij is eindeloos varieerbaar, voegde hij vriendelijk toe. En zo is het maar net. Maar het CDA wil er niets van weten. Het past niet in hun idee van integratie. Hun discriminatievoorstel wel. Ik ken nog wel een paar partijen bij wie het in hun idee van integratie past.

Uiteraard gaat het plannetje niet door. Het is pure discriminatie en zo is het ook bedoeld. De verkiezingen zijn al bezig en ook weer net begonnen. Daar past het in. Het plaatst voor de zoveelste keer een cordon sanitaire rond mensen waarmee je geen verkiezingen denkt te kunnen winnen maar waartegen je ze wel degelijk hoopt te winnen. Ik lees in Trouw dat vrijwel alle partijen het dom vinden dat Timmermans zegt dat hij niet met de PVV wil, en dat hij hoopt dat alle partijen die niet met de PVV willen de koppen bij elkaar steken. Zeker de SP vindt het dom, maar dat verbaast niet. Dat vist in dezelfde vijver. Van de VVD verbaast het ook niet, die partij gaat vandaag ongetwijfeld in beraad hoe ze dit nu weer moeten overtroeven. Van het CDA verbaast niets. Maar van Groen Links en D66, daar verbaast het me van. Merkwaardig, hun verwijt aan Timmermans. Maar laten we ze een herkansing geven en hen de vraag voorleggen of ze bereid zijn in ondubbelzinnige bewoordingen afstand te nemen van de discriminatoire wensdroom van het CDA. Ik geloof niet dat Timmermans pleitte voor een cordon sanitaire rond de PVV. Hij pleitte tegen een ander cordon sanitaire, hetzelfde waarvan het CDA nu de touwtjes strakker aan wil trekken. Een uitspraak waard. Mijn voorspelling: we zullen er weinig over horen. Iedereen heeft het te druk met de democratie.

23 februari

=0=

 

DOT

Dat het met de DBC’s, de diagnose-behandel-combinaties, niet helemaal goed is gegaan mag bekend worden verondersteld. Er zijn er inmiddels dertigduizend en dat is wat veel. Het plan is ze terug te brengen tot drieduizend. Dan kan de verhoopte transparantie ‘nog beter’ tot z’n recht komen. Eigenlijk hebben we het dan ook niet meer over dbc’s maar over ‘zorgproducten’. Je zou kunnen zeggen dat we dan – een beetje, dus het blijft behelpen – overgaan van een systeem gebaseerd op activiteiten naar een systeem gebaseerd op resultaten. Bijgevolg, hoopt men, zal ook de ‘multidisciplinaire’ inslag van het medisch bedrijf beter tot z’n recht komen. Nu lopen de dbc’s langs specialismelijnen, in het nieuwe systeem loopt het langs productlijnen. Het product definieert de nodige specialismen, niet omgekeerd zoals, feitelijk, nu het geval is. Het nieuwe stelsel gaat DOT heten, dbc’s op weg naar transparantie. De naam is een vondst.

Wat is het product? Ja, dat valt weer een beetje tegen. Ik lees op de site (dbconderhoud.nl) het volgende: ‘Een zorgproduct is een clustering van verwante diagnoses en bijbehorende behandelingen. Zorgproducten zijn als gevolg van de clustering medisch herkenbaar en kosten- en werklasthomogeen.’ Het product is dus helemaal geen product, het is een verzameling activiteiten, voortvloeiend uit ‘verwante diagnoses’. Ik snap dat daardoor een aantal vervelende dubbeltellingen uit het huidige systeem misschien worden opgespoord en verwijderd maar wat het met een product te maken heeft? Kun je uit een ‘verwante diagnose’ opmaken of het wit of bruin brood wordt? Of is het ‘product’ gewoon brood en de kleur en de gezondheidseffecten blijven nog even onbekend? Het zou kunnen, want het product is niet ‘gezondheid’. Het product wordt niet gedefinieerd aan de hand van de conditie van de patiënt en de veranderingen die je daarin wilt realiseren. Als dat dan zo is, is het misleidend van zorgproducten te spreken. De transparantie geldt niet de patiënt, de transparantie is er voor de verzekeraar. Dat wordt overigens ook gewoon toegegeven: ‘De toegenomen medische herkenbaarheid is van groot belang in het onderhandelingsproces tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar over prijs en kwaliteit van de geleverde zorg.’ Dat weten we dan ook weer en we weten gelijk ook waarom de medische specialisten de bui al zien hangen. Door de omzetting van activiteiten naar producten verdwijnt het zelfstandige specialisme uit beeld. Wat overblijft zijn de ‘producten’ die een ziekenhuis kan aanbieden en dus in rekening kan brengen. De DOT is zo bekeken de administratieve onderbouwing van de wens van de minister om alle medisch specialisten in loondienst van het ziekenhuis te krijgen. Hebben we dat ook weer gehad.

Afgelopen vrijdag schreven twee medisch specialisten (een uroloog en een chirurg) een opiniestuk in NRC Handelsblad, waarin ze protest aantekenden tegen deze gang van zaken. Ze zien er een verdere versterking van de positie van de verzekeraars in, op kosten van specialisten en patiënten. Daar hebben ze groot gelijk in want van hun onderhandelingspositie blijft niets over. Dat was al zo voor de patiënten, het wordt nu ook zo voor de specialisten. Niet echt winst. Hun oplossing is, in vergelijking, wat mager. Ze pleiten ervoor om de tarieven voor specialisten meer marktconform te maken. Hoe is het mogelijk, zo vragen ze zich af, dat het uurtarief van Moskowicz veel hoger is dan het uurtarief van de ‘gemiddelde advocaat op de hoek van de straat’? Wij, zo schrijven ze, vinden dat allemaal heel normaal want voor kwaliteit moet je betalen. Waarom mogen de specialisten hun tarieven dan niet laten afhangen van de kwaliteit van de behandeling? Dat is toch wat de markt doet: de beste verhouding van prijs en kwaliteit uitselecteren en er daarbij van uitgaan dat sommigen meer kwaliteit willen en anderen met minder genoegen nemen als het dan ook maar wat minder mag kosten? Nee, deze laatste zin is niet van hen.

Ze hadden zich beter kunnen vergelijken met voetballers of, voor mijn part, met hun botox-collega’s. De klanten van dat soort specialisten nemen gewoon een foto mee van hoe het eruit moet komen te zien. Dat is hun product en dat willen ze hebben. Ze krijgen het. Voor de reguliere medische diensten blijft de regel gelden dat de klanten daar de kwaliteit niet in producttermen van kunnen beoordelen. Dat is en blijft een bezwaar tegen al het gemier over markten. Specialisten die menen naar kwaliteit te mogen worden betaald doen er goed aan een verdelingsregel binnen hun professie op te stellen. Voer daar je oorlog maar en zie hoeveel transparantie dat gaat opleveren. Naar de patiënten toe is een homogeen tarief het enige werkbare. Tenzij de heren menen dat het hen niet kan schelen wie ze behandelen omdat het toch allemaal hetzelfde bedragje oplevert. Die indruk, die wekken ze. Ze denken een dot van een kans te zien. Ze spannen het paard achter de wagen. Me dunkt, wie kwaliteit wil moet beginnen en eindigen bij de patiënt, niet bij de behandeling en ook niet bij ‘geclusterde’ behandelingen. Deze twee specialisten misbruiken de naam van de patiënt. Ja, de DOT doet dat ook. Two of a kind.

22 februari

=0=

 

Vraag

Het is niet verboden om uit vrije wil een einde aan je leven te maken. Het is evenmin verboden uit vrije wil je leven zo lang mogelijk te rekken. Daar kun je hulp bij krijgen, misschien wel meer dan je lief is. Het zal wel uit een gevoel van symmetrie zijn dat het voorstel nu gelanceerd is om ook hulp voor het ermee ophouden te mogen vragen. Even legaal als de hulp bij het verder gaan met het leven.

Het gaat om de pil van Drion en om degene die, Sutorius indachtig, de pil liefderijk overhandigt. De pil van Drion; het voorstel werd door Drion oktober 1991 gedaan, in NRC Handelsblad. Het deed het nodige stof opwaaien, want het ging om mensen die nog wel verder konden maar niet verder wilden. Dit was het idee: ‘Mijn ideaal is dat oude mensen die op zich zelf zijn aangewezen, naar een arts kunnen lopen – hetzij hun huisarts, hetzij een daartoe aangewezen arts – om de middelen te verkrijgen waarmee zij op het moment dat hun dat zelf aangewezen voorkomt, een eind aan hun leven kunnen maken op een manier die voor henzelf en voor hun omgeving aanvaardbaar is.’ Het ging Drion niet om zieke mensen en de discussie over euthanasie dan wel palliatieve zorg. Dat was anders. Ziekte had op zichzelf met zijn voorstel niets te maken. Die arts in zijn verhaal – ach, dat leek gewoon het meest voor de hand liggend. Er had ook apotheker kunnen staan.

Bij het initiatief ‘Uit vrije wil’ is de arts inmiddels de minst welkome gast. Dus de apotheker. Dat lijkt me ook de correctie conclusie want het gaat niet om medische expertise, het gaat om een hulpmiddel. Met kindersluiting, dus dan is de drogist net te laagdrempelig. OK. De moeilijkheid zit in het verzoek aan iemand die je kent, een soort vertrouwenspersoon, iemand die je op de hoogte stelt van jouw verlangen eruit te stappen, die jou enkele maanden volgt, jouw verhaal noteert en die, als het geen flauwe kul lijkt te zijn, voor jou de gang naar het medicijn aflegt en je de spullen geeft (ontleend aan Bert Keizer, Trouw 20 februari, pagina 34). Dat laatste, die niet-medische  hulpverlener, is het idee van Sutorius. Het sluit naadloos aan op het voorstel van ‘Uit vrije wil’, de initiatiefgroep die op het standpunt staat ‘dat deskundige, zorgvuldige en toetsbare stervenshulp aan ouderen, die daarom vragen, niet langer strafbaar hoort te zijn’. Geen wonder, want Sutorius is lid van de initiatiefgroep. Wel opmerkelijk is dat het allemaal steeds breder wordt want nog in 2007 had Sutorius het over het mogelijk maken van stervenshulp ‘voor mensen die lijden aan onomkeerbaar verlies van waardigheid’. Een formulering, geschikt voor een glijdende schaal. Daar is inmiddels korte metten mee gemaakt. Er is geen schaal meer. Dat krijg je, als je een beschrijving verwart met een voorschrift, een opdracht – aan anderen.

Ik ben het wel eens met Jean Améry (De hand aan zichzelf slaan. Atlas, Amsterdam en Antwerpen 1978: 109) dat het raar is dat we het makkelijker vinden mensen te laten verrekken dan te laten vertrekken, dus hen toe te staan de dood te kiezen (de gekozen dood is Améry als uitdrukking liever dan zelfmoord. Overigens gebruikt hij meer de term ‘vrijwillige’ dood. Gekozen is beter). Ik denk dat Améry zich ook zou verzetten tegen de terminologie van ‘lijden aan’, alsof de gekozen, de vrijwillige, dood nog altijd als een ziekte moet worden beschouwd en – voor wie er aan toegeeft – als een falen. De uitvluchten zijn talloos, we kennen ze. Meer zorg, betere zorg, liefdevoller zorg, gezelschap als therapie, de doodswens als een schreeuw om aandacht. Alles kan, behalve de vrijwilligheid, de gekozen dood. Alles kan, kennelijk, zolang mensen maar niet de idee krijgen dat ze in eerste en laatste instantie aan zichzelf  toebehoren, het ‘principiële feit’, zo schrijft Améry, ‘dat de mens in de grond van de zaak  zichzelf toebehoort’ (o.c.: 116, cursivering in origineel). Het is geen schreeuw om hulp, het is een boodschap aan de wereld, de wereld die met de zelfgekozen dood ten onder gaat. Améry citeert Wittgenstein (en dat citaat is tevens het motto van het boek): ‘De wereld van de gelukkige is een andere dan die van de ongelukkige. Zoals ook bij de dood de wereld zich niet wijzigt, maar ophoudt’(o.c.: 127). Die laatste zin, dat is de boodschap. De eerste is toelichting.

Het jezelf doden om niet-medische redenen, het is een handeling niet uit, maar in eenzaamheid. Daar gaat het om. Het gaat niet om een motief, het is geen psychologie (waar Améry verre van blijft), het is een beschrijving. Het ‘kiezen’ is geen kiezen uit een menu, het is inbegrepen bij het toebehoren aan jezelf, en aan niemand anders, noch iemand anders voor jou dan wel iemand anders namens jou. Daarom is het eenzaam, net zo eenzaam als onze zo begrepen menselijke conditie. Daar zit ook mijn verwarring want het klinkt toch een beetje als examen waar slechts weinigen aan kunnen en naar alle waarschijnlijkheid ook zullen voldoen. Hulp vragen dan maar? Een oneigenlijke hulpvraag is niet minder een hulpvraag. Bert Keizer vraagt zich af wie die mensen zijn die Sutorius op het oog heeft. Of liever, waar ze zijn. Hem hoeven ze niet te bellen, schrijft Keizer. Zonder uit te sluiten dat er ooit een regeling zal ontstaan. Hij kan hem nog niet ‘schetsen’, maar dat ‘zegt niet alles’. Nee, dat is ongetwijfeld zo. Hoewel, schreef Keizer dat destijds ook, dat over dat niet-bellen, toen het ging om euthanasie? Hij wordt er mee geconfronteerd, als verpleeghuisarts, en hij loopt er niet voor weg. Hoe moeilijk en zwaar het ook is, steeds opnieuw en misschien wel steeds meer? Het zou kunnen. Maar ze kunnen hem bellen en doen het ook. Konden ze hem aanvankelijk niet bellen? Het lijkt me onwaarschijnlijk.

De vraag om euthanasie is een heel andere dan de vraag om hulp bij de gekozen dood. De vraag is of die vraag wel gesteld moet worden, of we meer nodig hebben dan die pil van Drion. Ook hulp en uiteraard kun je genoodzaakt zijn iemand te vragen die pil voor jou op het nachtkastje te leggen als je dat zelf niet meer lukt. Moet het verder gaan? Zoals Sutorius voorstelt en ‘Uit vrije wil’ herhaalt? Mag je van anderen meer dan het minimale – geef me die pil – vragen? Ik ben er niet uit, maar neem me niet kwalijk, als je ‘in de grond van de zaak’ alleen aan jezelf toebehoort dan behoor je niet de anderen toe en dan behoren jou de anderen niet toe. In de grond van de zaak. Geen overheid die het kan regelen.

Mijn moeilijkheid is dat ik niet weet welke vraag een goede vraag is. Of er wel een goede vraag is. Zoals wel vaker heeft Bert Keizer, met minder omhaal van woorden, de spijker op de kop geslagen. Overigens heb ik wel mijn steun betuigd aan het initiatief.

21 februari

=0=

 

Inhoud

Of het nu lag aan een gebrek aan inhoud of aan een gebrek aan vertrouwen, de geleerden zijn het er nog niet over eens. Of Verhagen vorig jaar in september al luid en duidelijk is begonnen aan zijn verkiezingscampagne of Bos pas deze week aan de zijne, daar zal het laatste woord nog niet over zijn gesproken. Het doet er ook niet toe. Dat een premier een partijpolitieke verklaring voorleest over de val van z’n zoveelste kabinet, het is niet interessant, het bewijst slechts dat Balkenende tot op het laatste moment demonstreert dat voor hem gezag geen functie is maar een baan. Doet er evenmin toe.

De prijs voor de smakeloosheid deze week valt toe aan het gejeremieer over de militairen. Die daar zelf, indien gevraagd, graag aan hebben meegewerkt. Zij vonden dat het over hen had moeten gaan. Opmerkelijk, wij hebben altijd te verstaan gekregen dat het over Afghanistan had moeten gaan. Een mens kan zich vergissen. In de inhoud, dit keer. Niet hun inhoud maar de inhoud. Waar het maar niet over ging. Het deed hen verdriet. Dat er al een paar jaar een besluit lag einde dit jaar te vertrekken was kennelijk even aan hun aandacht ontsnapt. Geen inhoud ongetwijfeld. Ze hadden het trouwens kunnen weten. De discussie over Irak ging per slot al helemaal niet over Irak. Het ging over het vinden van een formulering waarmee het kabinet kon leven, niet de Irakezen. Het ging niet over de miljoenen vluchtelingen, over de vele tienduizenden burgerdoden, over het feit dat Irak tot op de dag van vandaag een verschrikkelijk onveilig land is met zoveel aanslagen dat we het al lang niet meer de moeite waard vinden er veel aandacht aan te besteden. Dat het om een oorlog ging van een stel leugenaars in Washington en Londen voor wier karretje we ons graag hebben laten spannen. Met de nodige misleiding die ‘de kennis van toen’ is gedoopt waarmee maar bedoeld werd dat als je meedoet je er anders in staat dan als je weer aan de zijlijn bent gaan staan.

Het enige schandaal is dat het kabinet niet over Irak is gevallen. Irak is niet sexy genoeg. Wouter wou er de verkiezingen niet mee in en Maxime al helemaal niet. Dat is een extreem inhoudelijk motief, overigens. Het heet politiek en wij hebben politici die dat woord bij voorkeur met het nodige dedain uitspreken, in het bijzonder als het over politieke zaken gaat.

De inhoud is dat de politici de politiek niet vertrouwen. Tussen burger en politiek is de kloof eerder te klein dan te groot. Tussen de politicus en de politiek is de kloof keer op keer onoverbrugbaar.

20 februari

=0=

 

Oogst

Jack de Vries kan nu gaan oogsten. Hij was de bedenker van de gedachte dat als je Wouter Bos als een draaikont neer zou zetten de verkiezingen al bijna waren gewonnen. Klopte. Maar zoals het woord wil, de geschiedenis komt altijd twee keer. Het zal Wouter niet nogmaals overkomen. De ouverture van Martijn van Dam, alweer een paar maanden geleden, wordt door Bos nu tot een klinkende finale gebracht. Bos draait niet en de rest zoekt het maar uit. De rest moet draaien. Arme Jack, met die JSF lukt het ook al niet. Wie wind zaait zal storm oogsten. Wouter heeft er een win/win situatie van gemaakt. Als de anderen hem niet volgen hebben zij gedraaid. Als ze wel volgen ook. Wraak is de gedachte. En het taboe, want het gaat echt om de inhoud. De inhoud van een belofte die aan de ‘kiezer’ is gedaan. Beter een domme belofte houden – Nederland had nooit met verlenging mogen instemmen met dat geboefte van Bush nog aan de macht – dan Jack bedienen. Er is wat voor te zeggen.

Al was het maar omdat voor het andere standpunt niets te zeggen is. De NAVO houdt zich aan geen enkele afspraak en komt gewoon met een nieuw verzoek. Het lijkt de Noord/Zuid lijn wel. Geen enkele regel telt maar het moet wel verder. Het lijkt de JSF wel. We hebben al geïnvesteerd en het is zo zonde er nu uit te stappen. Neem dat in acht en het argument dat we in Afghanistan al zoveel bereikt hebben kan uit de coulissen. De vraag wat we dan bereikt hebben komt weinig aan de orde. Verstandig want het antwoord bestaat uit weinig anders dan bezweringen. En complimenten, van de Amerikanen voorop. Die graag zien dat als zij vertrekken de anderen ook pas dan vertrekken. Is er dan iets bereikt? Ach. Als je wat doelen op papier zet dan is ook daar wel weer een mouw aan te passen.

En zijn die jongens dan voor niets gestorven? Die vraag is ook al gesteld, door een militaire vakbond her en der. De vraag is retorisch. Jammer, want het is een goede vraag: waarvoor zijn die jongens gestorven? Opdat anderen wat kunnen ‘afmaken’? Wat zou dat dan zijn, behalve het oppoetsen van een door Srebrenica erg bevuild blazoen, een schadepost waarvoor niet de militairen maar de politici – niet alleen die van ons – verantwoordelijk zijn? Zijn die jongens eigenlijk überhaupt voor iets anders gestorven?

Todorov beweert dat de mensen die wetten maken gevaarlijker zijn dan de mensen die wetten overtreden. Er is een treurige Europese geschiedenis om dat toe te lichten. Ik denk dat Todorov juist daarom het belang van een rechtsstaat zo hoog houdt. En terecht want wetmakers die menen dat voor hen de wet niet altijd geldt zijn pas echt link. Makers en overtreders ineen. We vinden ze in het zadel gehesen in Afghanistan. Met onze steun, politiek en militair.

Het zou me niet verbazen als onze altijd lachende staatssecretaris van Defensie ook daar wel weer iets moois van weet te bakken – met het oog op de komende verkiezingen.

18 februari

=0=

 

Zij wel

Bouwbedrijven kunnen ww aanvragen voor hun werknemers als gevolg van de vorst. Enkele jaren geleden was de vorstverletregeling afgeschaft. Vorstverlet hoorde tot het normale ondernemersrisico. Omdat dit risico nu samenvalt met de crisis dreigt het een strop om de hals van de bouw te worden. Kennelijk nooit aan gedacht. Wij behandelen elk risico apart want dan valt het allemaal nog een beetje te overzien. Blijkt de wereld anders dan stellen we de oude regeling gewoon weer in.

Als je in een sector zit waar al regelingen bestaan dan zit je beter dan elders. De zzp-ers vallen voorlopig buiten alle prijzen. Zzp-ers heb je ook in de bouw, duizenden zelfs, en ook voor hen geldt zowel het vorst- als het crisisrisico. Maar geen schaderegeling. Ik hoor gedurig dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen maar in de sfeer van de sociale onzekerheid werkt dat kennelijk wat anders. Daar zijn het de zwakste schouders die de klap mogen opvangen. Had je maar geen ondernemer moeten worden want in tijden van crisis kan de echte ondernemer nog roepen dat hij het voor het personeel doet en dat kan de zzp-ondernemer niet. Per definitie. Die doen het voor zichzelf en egoïsme belonen we niet.  

Het wordt wat schrijnend allemaal. Er komen meer en meer klachten dat de deeltijd-ww niet functioneert zoals het de bedoeling was. Dat kon ook moeilijk anders en bovendien worden in die regelingen eerder de sterkeren beschermd dan de zwakkeren van de arbeidsmarkt. Het wemelt van de partijen die roepen dat de sociale onzekerheid de insiders de hand boven het hoofd houdt en de outsiders er, het woord zegt het al, uit kiepert. Tal van krokodillentranen zijn er al geplengd maar als je dan toch in die denkwereld bent bevangen dan zou je nu in een ongelooflijke huilbui hebben moeten uitbarsten. Mooi verkiezingspraatje toch? De zzp-er kan op ons rekenen! Niets van te merken; hetgeen maar weer bewijst dat het kennelijk nooit om die outsiders ging. Dat zou ook verbazend geweest zijn, een situatie waar de mensen met het minste weerstandsvermogen het meest beschermd zouden worden.

Bos had het afgelopen maandag tijdens het verkiezingsdebat over beschaving. Ik zou denken dat er met betrekking tot enige sociale zekerheid voor zzp-ers nog een heuse beschavingsklus te wachten staat. Maar misschien is dat mijn misverstand.

17 februari

=0=

 

Voorrang

De enige die echt voorrang aan de crisis verleende was mevrouw Halsema. Gisteravond in een uitzending die als een debat was aangekondigd. De crisis kwam van rechts, zei ze. Niemand die er op in ging. Nu was het ook niet helemaal duidelijk of ze de crisis met een kogel of met een complot vergeleek. Desondanks, uitnodiging of provocatie, het hielp niet. De anderen waren met hun eigen dingen bezig en hadden voor haar niet echt tijd. De anderen hadden allemaal zo hun eigen strategietje. Handig, het voorkomt debat en een uur lang naar mensen kijken die aan het vliegen afvangen zijn is wel wat lang maar aan de andere kant ook weer snel voorbij. Het ego van Wilders werd gekieteld door Rutte, het ego van Rutte door Van Geel, Kant en Halsema deden hun best maar vonden nergens aansluiting (Halsema een beetje bij Bos) en Pechtold had het wat moeilijk omdat Bos had bedacht dat bij hem interessante kiezers te halen zijn.

Niets nieuws eigenlijk. De eerste protesten over het feit dat landelijke politici de gemeenteraadsverkiezingen kapen zijn ook al weer gehoord. Mij was een discussie over de vraag waarom Hamer er niet was en Bos wel, liever geweest. Of eigenlijk ook weer niet. Het zou over gemeenten gaan maar het ging over bezuinigingen. Over de crisisgevolgen, precies. Moesten de gemeenten bezuinigen, lasten verhogen, allebei? Ach, als je het een goed doet is het andere niet meer nodig, zei rechts. De lasten kunnen omlaag en dat is goed voor de economie. Ja, de crisis komt altijd van rechts. Als je het reëel bekijkt zijn vermoedelijk beide nodig. Zeiden de anderen. Het ging ook nog over beschaving en in het bijzonder de beschaving van de sterkste schouders maar als je daar geen zin in had dan ging je gewoon op een ander thema over. De twee gespreksleiders vonden alles goed. Die wisten niet beter.

Integratie? Het klonk wat sleets, de jeremiade van Wilders. Alleen de arme Slob wist gisteravond eventjes niet dat ongelijk en ongelijkwaardig twee heel verschillende dingen zijn. Wilders wist het ook niet maar die presenteerde het triomfantelijk als een vondst. Toen wist ik dat het met dit kabinet niet goed kan komen. De stupiditeit van Wilders was een kans voor open doel. Van Geel en Bos lieten Slob bungelen. De overigen hadden er evenmin belang bij. Jammer, want zo kreeg rechts meer voorrang dan nodig was. Was het een debat geweest dan had het niet zover hoeven komen. Is de islam gelijk aan christendom? Als we daar geen antwoord meer op hebben dan telt inderdaad alleen nog het effect. Dat is dan inderdaad voorrang voor rechts.

Dat het een verkiezingsdebat zou worden, het was niet meer dan een aankondiging in de tvgids. Dat had ik natuurlijk best vooraf kunnen weten. Ik had beter voorrang aan andere bezigheden kunnen geven.

16 februari

=0=

 

Passen

Op de site Regering.nl staat dit te lezen: ‘Het Nederlandse klimaatbeleid is gebaseerd op de afspraken in het Kyoto-protocol en aansluitende afspraken in de Europese Unie. Doelen zijn: minder uitstoot van broeikasgassen en aanpassen aan klimaatverandering.’ De verantwoordelijke minister Cramer heeft daar de volgende vertaling aan gegeven (NRC Handelsblad, 12 februari): ‘Ons klimaatbeleid funderen we op wetenschappelijke inzichten. Daar hebben we het IPCC voor nodig. Binnen het IPCC vatten wetenschappers om de vijf jaar de stand van de kennis samen, inclusief alle marges en onzekerheden die daar uiteraard bij passen. Op dat stevig wetenschappelijke fundament bouwen we ons klimaatbeleid.’

Ben ik even blij dat de minister de regering niet is. Niemand die zal durven beweren dat de afspraken in Kyoto op wetenschappelijke inzichten zijn gebaseerd. Die afspraken zijn het resultaat van langdurig en weinig succesvol gemarchandeer. De opbrengst van Kopenhagen is nog magerder, maar ook hier van begin tot eind tot stand gekomen in een onoverzichtelijk en amper gecoördineerd handjeklap. Daar baseren we ons beleid op. Het gaat niet anders. Beleid is geen wetenschap en ook geen toegepaste wetenschap. Beleid komt voort uit beleid en maakt met behulp van beleid nieuw beleid. Laten we hopen dat het allemaal verstandig beleid is hoewel garanties niet bestaan.

Met mevrouw Cramer hebben we iemand die kennelijk hoopt op een heropleving van de technocratische droom van beleid gebaseerd op wetenschap. Dat moet een raar soort wetenschap zijn. Wetenschappers zijn het vaker niet dan wel eens, zowel binnen een bepaalde discipline, tussen verschillende disciplines als over disciplines heen in multi- of interdisciplinaire avonturen. Het klimaat bijvoorbeeld. Waar een wetenschap zich stevig in het beleid heeft weten te nestelen, zoals het soort economie dat door voorspellers van Netspar tot en met CPB zo graag wordt uitgevent, zien we dat het beleid moet zien uit te komen met modellen die nogal onbetrouwbaar blijken zodra het er echt op aankomt. Gelukkig dat niemand zich er wat van aantrekt bij een eenvoudige toepassing als, zeg, de vraag of het hoogste belastingtarief nog hoger moet worden. Of zou mevrouw Cramer aan de regeringstafel willen inbrengen dat zij nog maar pas met meneer Teulings van het CPB heeft gesproken? Nee toch, dat weet ze wel, dat meneer Teulings dan zou zeggen dat hij daar geen wetenschappelijk oordeel over uit kan brengen. Waarom? Omdat het geen wetenschappelijke vraag is maar een politieke en dat als Jan Peter iets anders beweert dat dat dan gewoon een goedkope truc is om de stemming een beetje te masseren.

Het is wat ongemakkelijk een minister te hebben die een dwaas beeld van politiek uitdraagt en het is nog ongemakkelijker een minister te hebben die dat beeld baseert op een nog dwazer beeld van wat wetenschap is. Ik kijk met verbazing naar haar fundament ‘inclusief alle marges en onzekerheden die daar uiteraard bij passen’. Uiteraard, er is geen model zonder. Het punt is dat er altijd veel meer modellen zijn, allemaal met hun eigen marges en onzekerheden. De enkelvoudige eenvoud van mevrouw Cramer bestaat niet. Ze zou het moeten inruilen voor een meerduidig meervoud.

Ik zie het haar niet doen. Verhagen en Bos mogen dan hun misverstand hebben, Cramer is een misverstand.

14 februari

=0=

 

Alle

Jaap neemt alle verantwoordelijkheid op zich. Lees ik. Laf van de commissie Davids om ambtenaren aan te kijken op mijn slavenziel. Het is mijn ziel en ik ben degene die je moet hebben. Kom maar op. Alles wat jullie beweren over mij, daar denk ik toevallig helemaal anders over. Dat wij dat hele besluit er in een achternamiddag doorheen hebben gejaagd? Onzin, op zo’n tijdstip waren we al lang op weg naar huis. Het was de voormiddag. Typerende fout van de commissie. Ze maken er een karikatuur van. Er zijn er veel meer. Hoe is het nou mogelijk om ons aan te wrijven dat we geen eigen informatiepositie hadden en tegelijk te beweren dat we de informatie van de diensten niet zuiver hebben gebruikt? Nou? Hè? Nee, wij zijn nog lang niet uitgepraat. Ik ben het er niet mee eens, wat jullie ook zeggen, tenzij jullie zeggen dat jullie het met mij eens zijn.

Ik begrijp dat Jaap behoefte heeft een beetje om zich heen te slaan. In het Leidse universitaire blad Mare wordt steeds meer geknaagd aan zijn positie als hoogleraar. Inderdaad, in vergelijking met Jaap hadden we Tariq wel kunnen voordragen voor de Nobelprijs. In plaats van voor ontslag. Ongeveer tegelijkertijd bedachten ze in Leiden dat Jaap de uitgelezen man was voor het bijzonder hoogleraarschap Vrede, Recht en Veiligheid, op de stoel waaraan de naam van Pieter Kooijmans verbonden is. Enige botheid kan het CvB van de universiteit aldaar niet worden ontzegd. Cynisme evenmin. Enige interesse in de wetenschap daarentegen juist weer wel. Men kan veel over Jaap zeggen, maar dan wel buiten de wetenschap.

Jaap zelf zegt nu ook wat. Hij daagt uit. De commissie Davids kan er de schouders over ophalen. De regering niet. Het is hoog tijd voor een parlementaire enquête. Inderdaad Jaap, de commissie mag het laatste woord niet zijn. De woorden onder ede ontbreken nog. Geen fout van de commissie overigens, maar opzet van de premier. Laten we die opzet alsnog ongedaan maken. Jaap zal het er wel mee eens zijn. Die draagt graag verantwoordelijkheid. Alle verantwoordelijkheid.

Wat mij betreft kan hij het krijgen.

13 februari

=0=

 

Melden

Ze worden nog steeds uitgezonden, de spotjes waarin we worden opgeroepen om kindermishandeling te melden. Het is een actie van de overheid. Elk jaar zijn er, naar schatting, meer dan honderdduizend gevallen van kindermishandeling. Gemeld worden daar slechts een fractie van. Meer melden dus. Twijfel je? Toch melden. Niet meer dan een vermoeden? Vooral doorgeven.

Naar nu is gebleken zijn zo’n één op de tien meldingen vals (en één op de zeven is ‘onbevestigd’: bij elkaar een kwart van de meldingen dat niet hard genoeg is). Op de zestienduizend gevallen een zestienhonderd evident onterecht. Vermenigvuldig het met drie en je hebt al een vijfduizend mensen die schade ondervinden van onze twijfels en vermoedens. Een factor drie lijkt me overigens aan de lage kant. En wat is de schade van de onbevestigde gevallen, de gevallen waar de twijfel op z’n minst is overgenomen door Jeugdzorg zonder dat er direct gevolg aan kan worden gegeven? Hoe zit het met de gemoedsrust van die ‘gevallen’? Vermenigvuldig ook hen met minimaal drie en er komen weer een dikke zevenduizend opgeschrikte mensen bij. Dat zijn bij elkaar twaalfduizend mensen. Verhoog de factor een beetje en we zitten op evenveel mensen in zak en as als er meldingen zijn. Hoe groot is de winst van de melding? Hoe groot is, in het bijzonder, de winst van de anonieme melding?

Hebben we twijfels dan moet er wat. Nou ja, ‘we’. We mogen het anoniem doen, het melden, dus we melden anoniem. De schade is er wel, wij zijn er niet. Onvindbaar. We zijn al met de volgende melding bezig. Trouwens, het valt nog mee. Wie mensen uitnodigt anderen te beschuldigen zet de deur open voor alle ongenoegen waar je nu eindelijk een adres – een ‘gehoor’- voor hebt gevonden. Dan is één op tien al bijna een geruststelling. Eén op vier is minder geruststellend, dat ook. Het zou mooi zijn een kaart te hebben met foutmeldingen. In Flevoland bijvoorbeeld schijnt al één op elke zes meldingen niet te deugen. Flevoland, dat is Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Zeewolde. Geen plekken waar het heel spannend is, vermoed ik. Is een anonieme foutmelding, behalve het afreageren van ongenoegen, ook een vorm van vermaak? Leedvermaak? Of gewoon, een rekening vereffenen? Zou kunnen. Een onderzoek waard.           

Wie zijn de foutmelders? Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, waar de meldingen binnenkomen, doet dat er iets mee? Het AMK opereert bij voorkeur zo open mogelijk. Liever geen anonimiteit dus, maar er zijn wel gevallen waarin het AMK met anonimiteit akkoord gaat. Het spijtige is dat die gevallen zo onnoemelijk breed zijn omschreven dat ik in de allereerste plaats graag zou weten hoeveel meldingen van het totaal anoniem zijn. Is het een uitzondering? Ik twijfel, ik heb mijn vermoedens – en dan ben ik nog niet eens anoniem. Immers, wanneer bekendmaking van de identiteit van de melder bedreigend kan zijn voor het gemelde kind of andere kinderen in het verdachte gezin, bedreigend kan zijn voor melder of medewerkers van melder en, en nu komt het, de vertrouwensrelatie van melder met gezin ´verstoort of kan verstoren´, in al die situaties mag je anoniem gaan. Kies maar. Daarom, hoeveel van de meldingen zijn anoniem?

Ik hoop dat het AMK registreert wie zich waarop beroept. En de foutmeldingen terugkoppelt naar de al dan niet anonieme melding en, indien anoniem, naar de motivering van het beroep op anonimiteit. En, ook niet onbelangrijk, de melder op de foutmelding aanspreekt. Met het opheffen van de beschermende anonimiteit als ultieme sanctie.

12 februari

=0=

 

Omdraaien

Leefbaar Rotterdam heeft, in zeven punten (rust, orde en regelmaat; rekenen en taal voorrang in basisonderwijs; rust en veiligheid in de klas; beste leraren naar Rotterdam; weg met bureaucratie; slechte scholen sluiten; vakscholen, geen pretopleidingen) een plan gepresenteerd voor het onderwijs in die stad.  Het plan wil de macht van de schoolbesturen kortwieken. Tegelijk dient de schoolleiding zich meer als een opsporingsbeambte (wapens, drugs) te gedragen en daar dus tijd voor in te ruimen. Dat gaat kennelijk zonder bureaucratie, dus we moeten maar aannemen dat de scholen dat helemaal zelf mogen regelen. De school wordt weer meer van de staat, te beginnen in Rotterdam. Een staatsschool als schoolstaat, met politionele capaciteiten, taken en bevoegdheden. Over de verantwoording maken we ons geen zorgen. Dat leidt maar tot bureaucratie.

Je zou denken, dat leefbaar Rotterdam streeft naar een school die alleen maar school is, een school waar de leerlingen komen met de verwachting dat hen iets wordt geleerd – en niks anders – en de leraren niet bedrogen worden in hun verwachting dat ze er zijn om les te geven – en niks anders. Kennisoverdracht noemt de partij het: monden open, goed kauwen, doorslikken, en morgen controleren we de ontlasting, het resultaat. En gaan verder op de ingeslagen weg. Onderwijs als het menu voor een gereguleerde stofwisseling. En wee je gebeente als we onzuiverheden in je ontlasting aantreffen. We kunnen en zullen niet toestaan dat de goeden onder de kwaden te lijden krijgen. We zijn streng voor de schoolbesturen, we zijn streng voor de leerlingen, we zijn streng voor de ouders als die menen wat te moeten menen en dat nog mee te delen ook. We zijn streng, en zo kan de school school zijn en doen waar het voor het is opgericht en waarvoor we betalen. Kennisoverdracht. Klassikaal, ook dat.

De moeilijkheid is dat deze school geen school is. Het is de verlengde arm van het alom om zich heen grijpende preventiemonster, in het kader waarvan – Aleid Wolfson zei het al een tijdje geleden, ere wie ere toekomt – elk spijbelgeval een indicatie is van een toekomstige misdaadcarrière. Melden die dingen, en ingrijpen (tot en met de tuchtschool aan toe volgens Leefbaar Rotterdam). Want, zo schrijft de partij: ‘Faalt het onderwijs, dan wordt een keten van sociale en maatschappelijke narigheid in gang gezet, waar de samenleving voor op moet draaien.’

Je zou hem zomaar kunnen omdraaien, deze zin (faalt de samenleving dan krijgt de school te maken met een keten van gedoe, gemier, gekloot, gevaar). Nog beter zou zijn om geen van beide eenzijdigheden voetstoots aan te nemen. Ik geef toe, je bent dan verplicht om alles wat mis is met de scholen niet langer als een grote kwaadaardige vergissing te beschouwen. Dat is vervelend. Vervelend is ook dat je daar je geen verkiezingen mee wint.

Ik lees in NRC Handelsblad dat een Rotterdams BON lid blij met het plan van de leefbaren is. Hij vindt het ‘progressief’. Gek, maar dat verbaast me nou niks.

11 februari

=0=

 

Citeren

Een kleine zeshonderd reacties telde ik, gisterochtend, op het ingezonden artikel van Marlies ter Borg in de Volkskrant. Het zijn er nu, rond zeven uur ’s ochtends in een besneeuwde wereld, zeshonderdeenentwintig. Het houdt de gemoederen bezig maar het tempo neemt af. Het artikel gaat over de manier waarop Wilders omspringt met citaten uit de koran. Dat schijnt hij niet helemaal correct te doen, schrijft Ter Borg. Eerder schreef ze dat ook, samen met een aantal andere islamdeskundigen, aan de rechtbank. Heeft ze gelijk, dan is dat niet mooi van Geert. Hij heeft alle vertouwen in de Waarheid, zijn aanhangers ook, maar houdt dat dan ook in dat voor hen de spelregels van de Waarheid niet gelden? Of is dat een irrelevante vraag, als je toch al over de Waarheid beschikt?

Het is irrelevant. De laatste weken zijn we behoorlijk opgeschud door het gemak waarmee sommige klimaatdeskundigen hun gelijk proberen te halen. Foei, roepen we dan en twijfelen aan alle wetenschap want waar rook is, is vuur. Mevrouw Neppérus van de VVD wordt niet moe het te herhalen. Voor haar was het nog een verrassing, voor de PVV niet. Die wisten altijd al dat het klimaat geen punt was. Het geknoei met de Waarheid bevestigt hun standpunt slechts. De klimaatmensen hebben de Waarheid niet en daarom knoeien ze. Geert kent de Waarheid wel en mag daarom slordig zijn. Bovendien, wat heeft die tekst nou te maken met de betrouwbaarheid van al die moslims om ons heen?

Dat zou ik ook denken en het bewijst maar dat de aanhangers van Geert bereid zijn alles uit de kast te halen om hem vrij te pleiten. Zelfs als het hem het argument uit handen slaat over dat boek dat immers even erg is als Mein Kampf en daarom verboden zou moeten worden in naam van de vrijheid van meningsuiting. Het gaat immers niet om je argument, het gaat om je standpunt of je ‘kleur’ (zoals Bas Heijne het afgelopen zaterdag noemde in zijn column in NRC Handelsblad). Als het standpunt goed kleurt bij je kleur en je kleur makkelijk standhoudt bij je standpunt dan wordt het standpunt sterker en de kleur feller. Mooi toch? Dat vond Ad Verbrugge ook over de onderwijsstandpunten van de PVV. Helemaal naar zijn smaak, ik bedoel kleur, en daarom had hij er geen moeite mee te beweren dat die standpunten best onderbouwd waren. Dat zal dan de eerste keer zijn. Overigens beweert Verbrugge op de site van BON en in een ingezonden brief dat hij helemaal fout is geciteerd. Hij was gebeld door NRC Handelsblad en hoewel hij eigenlijk niet fout is geciteerd is hij toch fout geciteerd want hij is niet compleet geciteerd. De context was weggelaten. Hij had het alleen over onderwijs gehad, niet over andere dingen. De context in de krant was inderdaad niet alleen die van onderwijs. Het ging ook over zorg. Ernstige vertekening. Ik voorspel hem een kleurrijke politieke toekomst.

Het succes van de PVV bestaat in het uitsluitend hebben van standpunten, van een kleur. Van de brief van mevrouw Ter Borg zullen ze niet onder indruk komen. Niemand die het met Wilders eens is zal er van onder de indruk komen. Lees de meer dan zeshonderd reacties op het ingezonden stuk maar. Mevrouw Ter Borg een expert? Het mocht wat. Hun experts zijn beter en dat de ene expert het met de andere niet eens is doet daar niets af. Waarom de hunne beter zijn? Omdat die hun standpunt bevestigen.

Een citaat hier of daar, een verminkt citaat her en der, het doet er allemaal niets aan af. Het volk is één en z’n Waarheid ook.

10 februari 

=0=

 

Hoya

Hoya is een klasse van zo’n twee tot driehonderd soorten klimplanten. Ze komen uit Zuid Azië. Je schijnt ze met heel veel zorg te moeten omringen, anders wordt het niks. Kasplantjes, zouden wij zeggen. Nu heb je die niet alleen in de wereld van de planten, je hebt ze ook in de wereld van de mensen. Of mensen, bijstandsafhankelijken. Ze lijken op mensen maar helemaal geslaagd zijn ze niet. Ze zijn niet zelfstandig. Ze moeten geholpen worden. Ook als ze niet willen. En hoe kun je ze beter helpen dan ze in een Hoyatraject te stoppen zodat de kwetsbare Hoyaplantjes opbloeien door de zorg van hun menselijke verwanten die daardoor ook opbloeien?
Het Hoyatraject is een disciplineringstraject van de Dienst Werk en Inkomen van de Gemeente Amsterdam voor mensen die uitkeringsafhankelijk zijn en toch niet doen wat hen gezegd wordt. Hopeloze gevallen. Je komt er tevens in als het vermoeden bestaat dat je zwart bijklust. Ook taakgestraften en mensen met een geestelijke handicap behoren tot de doelgroepen van het traject. Het traject bestaat uit ‘strak begeleid werk in broeikassen’ (Centrale Raad van Beroep, uitspraak 8 februari). De Raad heeft haar eigen criterium (perspectief op deelname aan de arbeidsmarkt) niet getoetst, gisteren, in een zaak, aangespannen door iemand die voor de eer had bedankt en vervolgens op z’n uitkering was gekort. De Raad heeft evenmin gecontroleerd of de ‘ontwikkeling van algemene werknemersvaardigheden’ (denk aan op tijd komen en je aan de regels houden) in dit geval wel nodig was. Of het nodig was, daarover verschillen de meningen. De Raad heeft alleen gekeken of er hier sprake was van ‘verplichte arbeid’ waartoe de man ‘fysiek of psychisch’ gedwongen zou zijn. Wanneer er sprake is van psychische dwang heeft de Raad niet onthuld. Jammer, ik had het graag geweten. Hoe dan ook, van dwang was geen sprake en de korting was terecht.
Het was interessant geweest als de Raad zich had afgevraagd of iemand met het label van een disciplineringstraject zichtbaar op het CV, veel kans maakt de arbeidsmarkt. Het was interessant geweest als de Raad zich had afgevraagd of algemene werknemersvaardigheden van dezelfde algemene vaardigheid getuigen in het geval van werkzoekenden en van mensen met een taakstraf. Of een andere handicap. Bijstand is een handicap, dat zal het wezen.
Het aantal mensen dat de bijstand mijdt is fors. Dat maakt de vraag hoe effectief de Hoya-route nu eigenlijk wel is des te dringender. Hoeveel mensen weigeren die route omdat het middel erger is dan de kwaal? Misschien? Of weigeren als ze er eenmaal achter zijn gekomen waar ze in terecht zijn gekomen? Of is het inderdaad zo dat als je eenmaal in de bijstand bent beland je elk recht op een eigen oordeel hebt verspeeld?
Inderdaad. Je bent een kasplantje. En overigens is het wel zo makkelijk een boel dingen niet te vragen of na te gaan. Dat de Raad dat standpunt ook vertegenwoordigt is verontrustend. Het zij zo. Ook de Raad kunnen we niet dwingen. Een korting op het budget dan maar?

9 februari

=0=

 

Blind

Het is nooit goed om blind op iets te vertrouwen. Dat zei hoogleraar De Dreu gisteren, in Buitenhof. Het was naar aanleiding van het voetengestamp van minister Cramer, de politicus die meent dat politiek een vorm van toegepaste wetenschap is. En boos wordt als de wetenschap niet perfect blijkt te zijn.

NRC Handelsblad besteedde dit weekend ruime aandacht (in het katern Opinie & Debat en in het Wetenschapskatern) aan het gewraakte rapport van de Integrated Pollution Prevention and Control (IPCC). Het gaat voornamelijk over de werkwijze van de IPCC en de gevolgde procedures bij het publiceren. Als ik het juist interpreteer dan komt het erop neer dat de IPCC, omdat het een orgaan van de VN is, zowel rekening moet houden met de lange tenen van het beleid als met de grote verschillen in onderzoekscapaciteit tussen landen. Dat keert dan terug in hun rapportage: niet één rapport, maar drie. Er gaat wel eens wat fout, zij het dat het ‘harde’ rapport (nummer één van de reeks) daarvan in de huidige commotie daarvan gevrijwaard is gebleken. Niet dat het uitmaakt want al had er alleen een foutje in een persbericht gestaan dan nog had het moderne obscurantisme in de politiek (van PVV tot en met VVD, soms zitten ze nog dicht op elkaar) zich er vol vreugdekreten op gestort.

Dat het methodologisch meest wetenschappelijke rapport, waarvan de inhoud de onderzoeksresultaten weergeeft die getoetst en getoetst en getoetst zijn, geen fouten bevat is mooi. Niet meer dan dat. Niemand die zegt: ‘zo is het’. Wel dat het met een zeer grote mate van waarschijnlijkheid zo is dat, enz. Waarover je kunt twisten, over de waarschijnlijkheden, over hun mogelijke interferentie, over het tempo, waarover niet. Waarover je moet twisten; zonder twist geen voortgang. Consensus is de absolute hond in de pot. Ook de consensus van het soort dat Cramer verwacht, een consensus waar ze blind op wil vertrouwen. Ze zou toch moeten weten dat alleen de gelijken van Wilders van wetenschap nog ‘waarheid’ verwachten. Ze zou toch moeten weten dat de moderne wetenschap een programma is dat gericht is op het opsporen en verwijderen van onwaarheden en dat de moderne wetenschap al lang het naïeve punt voorbij is dat als je de flauwe kul hebt geruimd je je ware overhoudt.

Ik vind dat mevrouw Cramer moet aftreden.

8 februari

=0=

 

Vakkundig

Als de overheid al niet alles weet dan zou hij in ieder geval alles moeten weten. Zonder inzicht geen overzicht, zonder overzicht falend toezicht. De overheid is als de leraar die de klas niet kan verlaten. Doet hij dat toch dan wordt het een bende. De overheid moet voor de klas en de leraar is zijn instrument. Dat klinkt als een afwaardering maar dat is het niet. De leraar is, als het een goede leraar is, een vakkundig precisie-instrument. Alleen dan kan de overheid zijn kerntaak vervullen: ‘het bewaken van de kwaliteit van het onderwijs’. Was getekend: Ad Verbrugge, voorzitter van Beter Onderwijs Nederland. Ik lees het in het Opinie&Debat katern van NRC Handelsblad.

Het schiet niet echt op met dat BON. Ik geef toe, er is nu wel aandacht voor het beroepsonderwijs (en nee maar, ook daar deugt niks van, dus dat moet ook helemaal op de schop). Aan de andere kant, dat het Nederlands onderwijs niet los kan worden gezien van onze verzuilingsgeschiedenis, dat inzicht ontbreekt. Niet nieuw, het ontbrak steeds al bij BON. Jammer, want het tamelijk bureaucratische van het onderwijs – in het bijzonder op het niveau van OCW – heeft er direct mee te maken. Als je, zoals Verbrugge beweert, de decentralisering van de bureaucratie moet bestrijden omdat het ‘overheidsexperiment van verzelfstandiging en quasi-vermarkting van onderwijsinstellingen’ mislukt is, dan zou enige aandacht voor de samenhang van de vrijheid van onderwijs, publieke bekostiging van al die vrijheden, en bureaucratisering niet misstaan hebben. Verzelfstandiging: is dat niet een aspect van de vrijheid van onderwijs?

Het zal dus wel aan de ‘quasi-vermarkting’ liggen. Daar is wat voor te zeggen. Omdat de verzuiling in het teken is komen te staan van de segregatie (het argument van Ladd, Fiske en Ruijs in hun Parental choice in the Netherlands: growing concerns about segregation van oktober vorig jaar) is de markt niet ver weg. Markten segmenteren – anders hoef je geen markt te hebben en hoe groot is de stap van segmentatie naar segregratie? Als vermarkting hetzelfde is als segmentatie, wat let de mensen in een stelsel van vrije schoolkeuze te kiezen voor een prettig gesegregeerd segment? Merkwaardig, Verbrugge heeft het er niet over. Niettemin zou ik vermoeden dat het gebruik van de onderwijsvrijheid met segregatie als resultaat een onbedoeld effect van de decentralisatie is. Verbrugge zou zich beter blind kunnen staren op de segregatie in het onderwijs dan op de bureaucratie. Nummer één op de agenda zou de pervertering van de onderwijsvrijheid moeten zijn. Het woord komt niet eens voor. Dat, in elk geval, is een constante in de ideologie van BON: onderwijsvrijheid noemen we niet, ook niet als die vrijheid voor niets anders meer staat als voor de vrijheid je kinderen van vreemde smetten vrij te houden. Ja, roept Verbrugge, meer concurrentie is welkom, ‘echte onderlinge concurrentie’. Zonder markt uiteraard, met een wakende staat alom aanwezig, en gegarandeerd door echt verschillende scholen in een regio. Zo worden religies logo’s en kunnen ouders op het signaal ervan afgaan. Dat is niet de ‘revolutionaire wind door onderwijsland’ die Verbrugge ons belooft, het is doorgaan op de weg van de segregatie. Tel uit je winst. Het is nota bene niet eens conservatief, het is vakkundige en pure regressie. Verbrugge noemt het de noodzaak van ‘intensivering van speciaal onderwijs’, zodat de ‘uitgesproken achterstandsleerlingen en sociaal onderontwikkelde kinderen’ apart kunnen worden gezet. In hun belang natuurlijk. En in het onze. Voorbeelden van vakkundige segregatie.

Ook daar moet de staat op toezien. Tegen zo’n achtergrond wordt ook verklaarbaar dat de overheid niet alleen moet zorgen voor minimale eisen aan de kwaliteit, maar verantwoordelijk is voor de bewaking van de kwaliteit van het onderwijs tout court. Dat is zelfs zijn kerntaak. Dat lijkt mij ook. Stel je voor dat via een omweg die kwaliteit alsnog wordt bevuild door rekening te houden met allerlei verschillen, dezelfde die we nou net hadden weggeorganiseerd. De overheid gaat overigens niet over het hoe (het ‘proces’) maar over het wat (de ‘resultaten’). Hoe nu? Ik dacht steeds dat BON erg voor de professionaliteit van de leraar was. Nu, welk concept van professionaliteit je ook aanhangt – en er zijn veel smaken op dat gebied – de scheiding van hoe en wat komt daar niet in voor. De eenheid van hoe en wat: daar vinden we de professional. Behalve bij BON.

De onderwijsvrijheid wordt duur betaald. Inclusief het vakkundig om zeep helpen van professionaliteit.

7 februari

=0=

 

Eruit!

Het lijkt me niet meer dan redelijk dat Italië in twee stukken wordt opgeknipt. Noord Italië kan bij de eurozone blijven, het Zuiden moet weg. Die voeren maar een zuidelijke lire in. Verder is het niet te veel gevraagd om de hereniging van Duitsland weer ongedaan te maken. Het oostelijk deel is nog niet altijd niet in staat fatsoenlijk bij te dragen en na twintig jaar mag het wel eens genoeg zijn. En Nederland wordt opgeknipt in een lappendeken: de stedelijke gebieden apart van de landelijke. Het oogt niet fraai, maar het is financieel beter en met het land hebben wij van in de stad toch niks. Een tweede woninkje, misschien, maar dan ben je eigenlijk al in het buitenland. We beginnen met Limburg.

Het resultaat is een kleiner maar weerbaarder Europa. Een gebied met een gezonde munt. Het zal alle slampampers helpen herinneren dat niemand in een systeemland woont. We hebben systeembanken – die kunnen lenen voor één procent rente. Hoef je niet eens om te vragen, de ECB biedt het gewoon aan. We hebben geen systeemlanden – zelfs niet als je voor zeven procent probeert te lenen. Hooguit krijg je de Europese Commissie achter je aan, met de boodschap dat het nog niet genoeg is en dat ze je weten te vinden. Want anders. De EU solidariteit is net als de globale solidariteit functioneel, niet geografisch. Een bank hebben we nodig, een land kunnen we missen. Laten we wel wezen, wat kunnen ons die Grieken schelen? Of die Portugezen, die Spanjaarden, die Ieren? Europa is een droom, zij zijn de nachtmerrie. Als wij weer goed willen slapen moeten zij weg. Zo eenvoudig is het. Bos zegt eindelijk eens wat we denken: ruim je eigen rotzooi maar op.

Bij de invoering van de euro is her en der gewezen op het risico dat werd genomen: een munteenheid onder condities van grote politieke versnippering, met een ontbrekend effectief politiek centrum, met amper eigen financiële ruimte, met een budget waarmee je geen deuk in een pakje boter kon slaan. De ECB is er voor de banken, de Commissie is er voor de landen. De ECB kan wat, de EC kan niks. Zoiets als een Nederland waarin Wellink de banken uit de wind probeert te houden en Bos meedeelt dat de kas leeg is. Nee, niks meer te halen. En dat, op Europees niveau, achtentwintigvoudig versterkt.

In de Groene van deze week staat een interessant artikel over de overname van de VS door Wall Street. Dat pikken de jongens en meisjes van Main Street niet langer. Ze komen in beweging en ze hopen op een president die hen gaat steunen. Spannend. En geen geluiden over staten als, vooruit, Louisiana die een blok aan het been zijn en de federatie maar moeten verlaten. De VS: staten plus een Staat. De EU: staten zonder Staat. De euro is de bijpassende illustratie.

De vraag is of we te maken hebben met een ontwerpfout of een ontwerpprincipe. Als het een fout is dan is er wat te herstellen. Als het een principe is dan geven we gewoon Griekenland de schuld en passen ons aan het systeem van de systeembanken aan.

Aan herstel doen we niet. Aan systeembanken wel.

6 februari

=0=

 

Laf

Is het hypocriet om soft drugs wel en alcohol niet in de beklaagdenbank te zetten? Ja, zegt Gerd Leers (en met hem ook Job Cohen). Is het ook laf? Ja, zegt opnieuw Leers (in een ingezonden stuk in de Volkskrant). Cohen heb ik het niet horen zeggen. Het gaat ook om twee verschillende dingen. Een huichelaar is niet daardoor al een lafaard en een lafaard kan, maar hoeft niet te huichelen. Waarom dan allebei? Was eentje niet genoeg en – even doordenkend – ook al helemaal fout getypeerd? We weten dat voor Wilders, de nieuwe Gramsci als ik de Groene van deze week goed heb begrepen, die dingen hetzelfde zijn. Iedereen is laf, iedereen is hypocriet, te beginnen bij de linkse elite waar zo ongeveer iedereen onder valt die het met Geert oneens durft te zijn. Het is een tijdje geleden maar in het politieke woordenboek van Gramsci kan ik de woorden ‘laf’ en ‘hypocriet’ niet zo makkelijk vinden. Ze zijn misschien wat minder prominent aanwezig dan in de ideologie van Geert? Wat kan het ook schelen. Voor Geert is veel hetzelfde, nog veel meer dan alleen lafheid en hypocrisie, en met die boodschap verkwikt hij tal van Nederlanders die daar zelfs nieuwe mensen van schijnen te worden. Alweer de Groene. Arme Gramsci, teruggebracht tot een politieke marketeer, want daar schijnt het geheim in verscholen te zijn. In de marketing, waarin de behoeften van mensen waarvan ze soms amper of helemaal niet op de hoogte zijn worden getransformeerd in een vraag waarop wij nu net het antwoord hebben geformuleerd. De vage behoefte aan meer eigenheid vertaald in de ferme vraag naar het opsodemieteren van alles wat met de islam te maken heeft. Meer nog (hoewel die marketingles in het artikel in de Groene nog niet is geleerd): het begint helemaal niet met behoeften, het begint met noden (honger) en die zet je om in behoeften (voedsel) en dat zet je om in een vraag naar scharreleieren. In den beginne natuurlijk want een beetje echte marketeer weet dat als je de eitjes goed weet aan te prijzen de mensen vanzelf wel trek krijgen en dan komt dat gevoel van honger ook vanzelf wel. We hebben helemaal geen honger, we zijn hongerig. Geert weet, Gramsci wist het. Goh. Dat zou links ook moeten doen: de nood aan rust vertalen in de behoefte aan enige voorspelbaarheid en dat weer in een claim op links fatsoen. Of zoiets. De Groene suggereert veel maar reikt weinig aan. Bovendien, zo vaag zijn die behoeften niet en dus is de vraag meer een articulatie dan een formatie. Je was er al mee bezig maar je had er nog even de vinger niet op kunnen leggen. Daar heb je dan de politieke marketeer voor nodig. Die noemt de dingen bij de naam die je net zocht en als hij het roept dan voel je je aangesproken. Hé, hij heeft het tegen mij. Hij roept me aan. Stond ik juist klaar voor.

Wat doet het er ook toe. Gramsci, Wilders, marketing. En links dat dat allemaal niet weet. Sneu, eigenlijk. Een nood, zeker. Een behoefte, dat ook. Of reeds een vraag? Is er ook een behoefte om lafheid en hypocrisie aan elkaar gelijk te stellen? Nu, bij Leers ook al, dus dat schiet lekker op. Op welke vraag geeft het eigenlijk antwoord? Dat is niet moeilijk: de vraag om te verbieden en te straffen. Handhaven heet dat gewoonlijk en omdat je dat bij alcohol niet hoeft te doen – want dat is binnen grenzen legaal – gaat het alleen nog om softdrugs. Dan heeft Leers een probleem want de combinatie van hypocrisie en lafheid vereist dat ook de alcohol wordt verboden als ook de soft drug wordt verboden. Hij zou niet moeten pleiten voor een legalisering van de soft drugs maar voor een verbod op alcohol. Ja, het werkt niet, dat beweerden hij en Cohen bij toerbeurt bij Pauw en Witteman (14 januari 2010) maar het verbieden van de misdaad helpt evenmin en moeten we de misdaad dan ook maar legaliseren? Verboden helpen zelden, ze houden hooguit wat tegen en daar moet je het dan mee doen. Is dat laf? Hypocriet?

Het zou de gezagsdrager en ook de zojuist ontslagen gezagsdrager sieren als ze het woord hypocriet wat minder hypocriet gebruikten. Om van het woord lafheid maar te zwijgen en van hun combinatie al helemaal. Je kunt gedogen verstandig noemen en verbieden onverstandig, je kunt voor reguleren zijn en de rest knap stom vinden, maar moed en lafheid hebben er even veel mee te maken als Gramsci met Wilders. Cannabis reguleren is verstandig lijkt me. Het is ook opportuun. De tegenstanders vergelijken met lafaards is daarentegen totaal niet opportuun. Het is opportunistisch. Nee, dat het niet nog gekker moet worden in dit land stond nog net niet in het ingezonden stuk van Leers. Dat is maar goed ook. Het moet niet nog gekker worden.  

5 februari

=0=

 

Definities

Mij is altijd geleerd dat je geen appels met peren moet vergelijken. Doe je dat toch dan krijg je het verschijnsel dat ik voor het gemak maar als de fruitparadox zal omschrijven: de appels worden steeds zoeter maar omdat de peren dat met gemak bijhouden ervaren de mensen dat de appels helemaal niet zoeter worden. De tegenstelling appel/peer wordt eerder scherper dan stomper. Van de polarisatie in appels en peren komt zo via het jaloerse radicalisme het afgunstige extremisme, gericht tegen de appel. Of tegen de peer, eerlijk is eerlijk. Ook wraak is zoet en daar gaat het toch om. Alleen de druiven zijn zuur.

Onze moslims worden steeds zoeter. Dat begrijp ik uit het vorige week vrijgegeven rapport Polarisatie en radicalisering in Nederland. Maar omdat wij het nog lang niet zoet genoeg vinden (wij worden zelf namelijk óók steeds maar zoeter en zijn ongetwijfeld met afstand het zoetst van allen) zijn we van de polarisatie nog lang niet af en van de radicalisering ook al niet. We ervaren het zo en ervaringen tellen. Het zijn feiten, niet van echt te onderscheiden. Ze zijn anders echt. Tenzij je een andere mening bent toegedaan. We hebben een integratieparadox, product van het opgewarmde – we zagen het aankomen – theorema van Thomas (: 30). Komt tijd, komt raad zeggen we dan, maar de moeilijkheid is dat tijd net als goede raad heel duur is en als het duur is, is het schaars en omdat niet iedereen denkt als een econoom besluiten velen, hunnie van de PVV voorop, dat we geen tijd meer hebben. We hebben een tijdparadox, de paradox van het lezen (en ervaren, dat vooral) van schaarste als een tekort. Je wordt er ongeduldig van. Je wordt er steeds ongeduldiger van, je wordt er radicaal ongeduldig van. Extreem ongeduldig. Zij ook maar opnieuw net een onsje minder.

Drie paradoxen. De middelste staat in het rapport, de twee andere stop ik er gratis bij. Asteblief. Ze delen iets, die paradoxen en wat ze delen is dat het wel erg paradoxale paradoxen zijn en tja, paradoxale paradoxen heffen zowel de paradox als het paradoxale op. Er is helemaal geen paradox. Wel een misverstand. Wat zeg ik, tal van misverstanden. Misverstanden met een gemeenschappelijke kern, een oude bekende: de polarisatie van feiten en meningen, van objectief en subjectief, van realiteit en beleving enzovoorts. Feiten zijn in dat rollenspel een soort muren waar je je hoofd tegen aan stoot ook al ben je van mening dat er geen muur is of voor mijn part dat er helemaal geen muren zijn. Meningen daarentegen, daar kun je je aan stoten zonder een bult op je hoofd te krijgen (intersubjectiviteit ben ik in het rapport niet tegengekomen. Jammer want als je zowel van die buil als van die verstoordheid hoofdpijn krijgt: zou dat niet helpen? Of jammer, nee dat ook weer niet. Hulpvaardig is het wel. Helpen doet het niet). Stoten is stoten en dus zeggen muren niks over stootrisico’s en ervaringen des te meer. Zoet is zoet en ik weet zelf wel wat zoet is. Ik ervaar het. Het is helemaal niet moeilijk appels en peren te vergelijken. Ik doe niet anders. Namelijk. Welke ervaringen? Nou, elke ervaring waarvan ik meen dat het een ervaring is. Paradox? Nee, koeterwaals. Maar we schrijven het op, dat wel. We hebben het zo gedefinieerd en daarom zijn we ook wetenschappelijk bezig.

Ja, daar maken we het ons moeilijk mee. We zijn het echter aan onze stand verplicht. En dus besteden we een twaalftal pagina’s (: 78-89) aan de ‘definiëring en afbakening’ van, in dit geval, het rechts radicalisme. Na de nodige overbodige uitweidingen komt uiteindelijk een ‘werkdefinitie’ tot stand die de volgende kenmerken bezit (ik heb gemakshalve de ‘extreemrechtse/rechts radicale formaties’ vervangen door ‘zoet’): zoet heeft een meer of minder penetrante zoete geur, die onder omstandigheden verhuld wordt dan wel achterwege wordt gelaten, hetgeen ook kan worden gezegd over de contouren van zoet die best wel eens vaag kunnen zijn, waarbij we overigens niet moeten vergeten dat zoet ook uiteenlopende vormen kan aannemen, met name: Zuckerbrot und Peitsche, Belgische pralines, kleverige vanilla fudge, aantrekkelijk geprijsde polkabrokken, en snoepreisjes voor het netwerk (bron: ibid.: 88-89).

Geen wonder dat Geert Wilders het volkomen correcte standpunt inneemt dat deze definitie van zoet helemaal niet zoet smaakt. Hij geeft er geen biet om. Vooruit, die polkabrokken, die kunnen. Voor de rest is het allemaal van vreemde makelij. Dat is geen toeval, dat is opzet. Het is een complot, het zoveelste. Zelfs definities kunnen ze niet met rust laten. Niks kan de linkse elite met rust laten, zelfs Anne Frank niet, ‘een vermoord Joods meisje’ (aldus Wilders en Martin Bosma, ‘voorzitter en secretaris van de Tweede Kamerfractie van de PVV’, afgelopen zaterdag in de Volkskrant). Horen de snoepreisjes dan niet bij onze cultuur? Niet als je een cultuurdefinitie van onze cultuur hanteert, want dan horen ze er helemaal niet bij. Geert is van die definitie. Hij vergeet alleen dat geen enkele ‘wetenschappelijke’ definitie van zoet de zoete emotie oproept, zelfs niet als het een definitie was geweest die hem wel had gesmaakt. Net zoals de definitie van water niet nat is, is de definitie van cultuur geen cultuur en is de definitie van zoet niet zoet. Wetenschappelijk dan. Ook niet zuur overigens. Maar dat is de vergissing van Geert. Hij vindt ‘m zuur. Niet het zuur van de zuurstok maar gewoon zuur. Hij mag want hij zit in de politiek en daar mag alles. Volgens Geert. Maar die wetenschappers, die mogen niet alles. Ze doen het wel. Bij hen is zoet niet alleen zoet, het smaakt ook zoet. Althans, sommigen menen dat en dat moet je dus in je werkdefinitie opnemen. Vinden ze. Schrijven ze. Doen ze.

Zelf beleven, ervaren en definiëren ze dat ongetwijfeld anders. Ook een mening. Waar ze recht op hebben. Op de keper beschouwd is er alleen een meningenparadox. Paradoxaal, eigenlijk.

Einde dit jaar verschijnt ongetwijfeld een nieuw rapport. Met nieuwe smaken want onze meningen staat niet stil. Met nieuwe definities? We sluiten niets uit.

4 februari

=0=

 

Leiderschap

Tussen twee verkiezingen zit een maximumtermijn. Korter kan wel, als een kabinet valt, langer kan niet. In tijden van crisis en van grote instabiliteit heeft een kabinet uiteraard meer tijd nodig om de zaak op orde te krijgen dan in tijden waar het rustig is. Die tijd krijgt het kabinet niet. Daarom vallen kabinetten met enige regelmaat eerder dan op hun officiële houdbaarheidskaartje vermeld is. Geef het huidige kabinet acht jaar en het zou een heel stuk rustiger zijn, minder gekrakeel, minder onderlinge boosheid, minder onderling wantrouwen, minder hijgerig, minder mediagevoelig. Het kabinet heeft geen acht jaar, wat de omstandigheden ook zijn.

Dat is de schoonheid van het stelsel. Of vier jaar goed is of vijf, daar kun je het over hebben. Je kunt het niet over de omstandigheden hebben. We weten dat een kabinet maar al te goed in staat is die omstandigheden zelf te creëren. Dus nee, aan die verleiding moeten we een kabinet niet blootstellen. Een democratisch stelsel wordt gekenmerkt door een periodieke wisseling van de wacht. Een ondemocratisch stelsel gaat niet voor niets nogal eens ten onder aan opvolgingskwesties rond de leider. Hun probleem, niet het onze. Wij hebben goede leiders, en slechte, maar dat geeft geen van hen enig recht op een langere periode. Dat beslissen we zelf wel.

Politieke partijen hebben soms ook zo hun mechanismen om een leiderschapscrisis te voorkomen. Beperking van het aantal termijnen als partijvertegenwoordiger in de een of andere capaciteit bijvoorbeeld. Een partij kan daar regels voor opstellen. Die voorkomen een opvolgingsprobleem dat je nu nog niet hebt en dat je ook niet wilt hebben maar dat je zeker krijgt als je iemand die het aardig doet keer op keer in staat stelt zich aan te melden om aan te blijven. Marijnissen is het voorbeeld – van hoe het niet moet. Halsema voegt zich daar nu bij. Ze wil nog een keer. Omdat het wel bevalt. En omdat de omstandigheden zo moeilijk zijn en zo vragen om enige standvastigheid, ervaring, routine, betrouwbare kwaliteit. Om mensen die zichzelf hebben bewezen. Dat is een argument dat je niet zou moeten willen gebruiken. Het klinkt vals en het is vals. Ze vraagt om aanpassing van de spelregels van haar partij. Bij Matthijs van Nieuwkerk, godbetert. Dat moet ze haar partij niet aandoen. Ook zonder haar draait de wereld wel door.
3 februari

=0=

 

Basisbeurs 

Een paar jaar geleden sprak ik een Vlaams arbeidsmarktonderzoeker. Hij legde me uit dat een kwart van het verschil in arbeidsparticipatie tussen Vlaanderen en Nederland kon worden toegeschreven aan studenten. In Nederland werken ze, in Vlaanderen studeren ze. Dat heeft veel te maken met de studiekosten. Wat je aan toelage krijgt in Vlaanderen verschilt qua hoogte niet zoveel van het niveau in Nederland (rekening houdend met het feit dat in Vlaanderen de studerende kinderen fiscaal meetellen met de ouders en ook de kinderbijslag doorloopt). Er gaat in Nederland echter veel meer van af en dus ben je netto in Nederland slecht uit. In Vlaanderen betaal je bijvoorbeeld zo’n duizend euro minder aan collegegeld dan bij ons. En in Vlaanderen is het niet alleen tamelijk gemakkelijk aan een kamer komen, de huur van die kamers ligt ook nog eens een heel stuk onder de kamerhuur in Nederland. Ruwweg ben je als student in Vlaanderen 200 euro per maand rijker dan als student in Nederland. Dat komt aardig in de buurt van het bedrag van de basisbeurs die alle studenten in Nederland kunnen aanvragen.

Het echte verschil is dat Vlaanderen geen basisbeurs kent met daar bovenop, afhankelijk van onder meer het inkomen van de ouders, een toelagemogelijkheid. Vlaanderen kent een stelsel van studietoelages (van een beurs wordt alleen gesproken als het om studeren in het buitenland gaat) en de hoogte van die toelage hangt af van de hoogte van het gezinsinkomen. Hoe hoger dat laatste inkomen, hoe lager de toelage. Dat kennen wij ook, maar juist niet bij de basisbeurs. De basisbeurs is voor een deel een subsidie aan hen die het niet nodig hebben. Dat deel was beter besteed aan hen die het wel nodig hebben – en die dan minder snel naar een bijbaantje hoeven te grijpen.

Als de minister eraan denkt de basisbeurs af te schaffen zou hij er goed aan doen twee dingen niet te vergeten. Het eerste is het creëren van een toelagestelsel zoals in Vlaanderen. Een progressief stelsel dus dat de lage inkomens bevoordeelt. Het tweede is eens na te denken over een toelagestelsel dat studenten inderdaad stimuleert te studeren in plaats van te werken voor een extra inkomen. De vraag is niet of ons huidige stelsel werken in de kaart speelt. Dat weten we wel. De vraag is of het Vlaamse stelsel studenten inderdaad tot studeren aanzet – of dat hier andere elementen in het spel zijn. Meer investeringen in het hoger onderwijs misschien? Beide? Laat het eens stevig onderzoeken, daar zou al het nodige mee gewonnen kunnen worden.

Het met ongetwijfeld veel omhaal van woorden en bezweringen – en uiteraard voorzien van de nodige abstracte, door het CPB verstrekte, berekeningen die aantonen dat studeren op de lange termijn toch echt profijtelijk genoeg is – gewoon kappen van de basisbeurs (de ‘variant’ die nu in discussie is) is een dienst die de minister ons maar niet moet bewijzen. Of wil hij een extra steentje bijdragen aan de vergroting van de arbeidsparticipatie in het land?

Je weet maar nooit. De studenten, overigens, zouden wat mij betreft niet moeten demonstreren en bezetten voor het behoud van de huidige basisbeurs, maar voor een stelsel van studiefinanciering dat de minder bedeelden meer bevoordeelt dan de overigen. Met een beetje redelijk ontwerp wordt er dan ook meer gestudeerd dan gewerkt. Allemaal winst. Ik kan me vergissen maar ik heb dat geluid nog niet vernomen.

2 februari

=0=

 

Luister

De PvdA heeft afscheid van Wim Kok genomen. Bos begon er vorige week mee in zijn Den Uyl lezing, Kok zelf droeg een steentje bij door zijn optreden voor de commissie De Wit en Arie van der Zwan begon gisteren met het zware geschut (‘ontluisterend’). En dat alles omdat Kok nooit meer is geweest dan de rol die hij speelt. Andere rol, andere Kok. De vraag is of er daarnaast nog een Kok is. Ik hoop het voor hem maar het is verder een kwestie die me niet aangaat. Wat telt is Wim Kok als een bekwaam bedrijfsleider. Hij was dat in de vakbeweging en hij was het in het parlement en in de regering. Een bedrijfsleider heeft geen ‘visie’ en daar wordt hij ook niet voor betaald. Liever niet, eerlijk gezegd. Een visie is een ander vak. Plaats een bedrijfsleider in een positie dat er een visie wordt verwacht en je krijgt een betoog over het belang van op de winkel passen terug. Een paars kabinet? Nou, vooruit dan maar. Een derde weg? Clinton bedacht het voor hem. Kok reageerde zuinig. Soepeler openingstijden voor de winkel? Ja, daar hebben we wat. Doen we. Dat was dan ook de enige keer dat Kok een verkiezing won. Winkeliers winnen ook helemaal geen verkiezingen. Ze kunnen tijdelijk populair zijn en daar houdt het dan mee op.

Wat had Kok dan moeten zeggen, voor de commissie De Wit? Dat hij het ‘achteraf’ toch maar mooi fout had gezien? Dat hij nooit commissaris had moeten blijven toen bleek dat het bankbedrijf op een andere manier werd geleid dan het kabinetsbedrijf? In beide gevallen deed Kok wat van hem werd verwacht. Hij had het allemaal niet zelf bedacht. Hij had niet eens zelf bedacht dat hij ooit fractieleider van de PvdA zou worden en dat ging hem dan ook helemaal niet goed af. Hij deed het want als het eenmaal je taak is dan doe je wat je wordt verondersteld te doen. Soms met een bijna zichtbare tegenzin. Een bedrijfsleider is er niet voor het debat, een bedrijfsleider is er voor het stroomlijnen en in de hand houden van een organisatie. Een bedrijfsleider weet zich ondergeschikt aan de noden van de bedrijfsvoering.

Kok heeft altijd precies gedaan wat daar bij hoort. Met hem nemen we afscheid van een politiek die zo pragmatisch was geworden dat zelfs het pragmatisme als ideologie overbodig werd. Die veren heeft Kok dan ook gewoon afgeschud. Dat was zijn luister. Het had allemaal niets met politiek te maken. Het had met Kok te maken. Iemand die niet uit zijn rol wil vallen.

1 februari

=0=

 

Domeintaal

Elk domein heeft z’n eigen taal. Dat is de stelling van politiek filosoof Govert Buijs, in een lang artikel over de ‘banaliteit van de manager’ (Trouw, letter&geest, 30 januari). Het woord banaal is niet banaal bedoeld, Buijs leidt het af van Hannah Arendt en haar omschrijving van Eichmann als representant van de banaliteit van het kwaad. Je ziet het er niet aan af, maar de gevolgen zijn verschrikkelijk. Gedachteloosheid is het virus, banaal kwaad de ziekte. Daar kunnen managers het mee doen. Gedachteloos en achteloos, het ligt dicht bij elkaar. Er zijn ook goede managers, merkt Buijs op, alleen hoe je goede van slechte managers onderscheidt wordt ons niet meegedeeld. Zou het een talig verschil zijn? We moeten het aannemen. Slechte managers spreken de taal van het management, goede managers spreken de taal van het domein dat ze bewerken. Ik bedoel natuurlijk het domein dat ze dienen door het te bedienen.

Het domein is het maatschappelijke middenveld; in het geval van Buijs is het zoiets als de maatschappelijke dienstverleningskant van de civil society. Het is het gebied dat noch staat, noch markt is, het is het gebied van het collectief, zoals de staat het gebied van het publiek is en de markt het gebied van het private. In de afgelopen decennia is, als ik Buijs goed begrijp, het middenveld eerst verslaafd geraakt aan staatssubsidie en daarna, vanaf de jaren tachtig, op de markt gegooid. Met de markt kwamen de managers en nu zitten wij met de gebakken peren en zij met hun dikke salarissen. Het is niet leuk meer en het is niet eerlijk meer. De goeden niet te na gesproken, maar toch.

Of er na aftrek van de dienstverlening nog wat overblijft van de civil society valt te bezien. Het maatschappelijk middenveld was altijd wel een georganiseerde sfeer maar het was geen sfeer die beschreven werd in termen van organisatie. De bijbehorende ‘domeintaal’ was een taal waarin de talen van het maken en het werken (om in de geest van Arendt te blijven) ondergeschikt bleven aan de taal van het handelen, de taal van dialoog, debat en discussie. De producten ervan waren geen goederen en diensten maar het voortgaan van het debat zelf. Het ging niet om optuigen en bewerktuigen, het ging om overtuigen – in de zekerheid dat de enige gedeelde overtuiging de overtuiging van het debat was. Voor Nederlands gebruik: de verzuiling, met een concentratie van het handelen aan de toppen van de zuilen, en de rest van het werk voor hen voor wie het overbodig werd gevonden verder te kijken dan hun zuil. Een nette arbeidsverdeling. Het maatschappelijk middenveld van Buijs werd gestuurd door hen die niet werkten en produceerden maar ‘handelden’ naar hun bevind van hun zaken. Het waren geen managers, maar bestuurders, geen professionals, maar notabelen. Het leidde tot een magere, karige, beperkt toegankelijke, bijzonder standsgevoelige en betuttelende dienstverlening, begeleid door een verzuilde domeintaal. Wie het kon betalen zocht z’n heil elders, laten we dat niet vergeten want het is zo ongeveer de enige constante in het verhaal.

Het middenveld van Buijs is veel leuker, liever, het is meer solidair, het is warm, het is egalitair (en nog meer en nog mooier, het is een beginnend vocabulaire van een nieuwe domeintaal dat we aangeboden krijgen). Het is een droom die als hij uitkomt alle katten grauw maakt en het heeft nooit bestaan. Het is een dystopie, die door Buijs voor onze nog zo recente geschiedenis wordt versleten.

Nee, Buijs heeft ons niet de banaliteit van de manager uit de doeken gedaan. Wel de banaliteit van een middenveld waarvan alleen al de naam aangeeft dat het zo niet gaat. Een middenveld zonder voor- en achterhoede is een gemankeerd ploegje. In het voetbal weten ze dat en als er ergens een nieuwe domeintaal is uitgedacht, dan daar.

De markt is altijd al grensoverschrijdend, de staat is niets zonder een statenstelsel en Buijs denkt dat er een maatschappelijk middenveld is dat aan zichzelf genoeg zou kunnen hebben. Dat is niet alleen pathetisch, het is banaal. Nee, geen verwijzing naar Arendts Eichmann. Gewoon: triviaal.

31 januari

=0=

 

Dankwoord

In 2007 publiceerde Timothy Ferriss The 4-hour Workweek’ . Er stond in dat als je je aan de regels van DEAL hield, en natuurlijk ook nog wist wat je dan moest doen, dat je dan zou zwemmen in je tijd, rijk zou zijn en kon leven waar je wou. DEAL: definition (bepaal waar je werkelijk wilt uitkomen en wat dat je daarvoor moet laten); elimination (eigenlijk gewoon de 80/20 regel en wel zo dat het gaat om die 20% want de rest kan ook door anderen worden gedaan); automation (maak gebruik van automatisering en verbindt dat met uitbesteding); liberation (bevrijd jezelf van beperkingen van plaats en baan). Heb je al een baan? Plaats dan de L na de DE en stel de A daarna in. DELA dus – wij denken meestal aan iets anders maar dat kon Ferriss niet weten.

In het dankwoord van het boekje staan niet de namen van alle mensen die op veraf gelegen plekken (India bijvoorbeeld) de dingetjes doen waar Ferriss z’n neus voor ophaalt. Hun tijd telt ook niet als tijd in de werkweek van vier uur. Hun tijd is gewoon een kostenpost, de kosten van het stukwerk dat ze leveren en die kosten, ach die hangen gewoon af van de Wet van Vraag en Aanbod waar Wim Kok het laatst weer over had. Als je niks hebt is elke fooi mooi meegenomen.

Niettemin, de mogelijkheden zijn eindeloos. In het Cultureel Supplement van gisteren staat een artikel over ‘De Virtuele Sweatshop’. Je zou het een illustratie bij Ferriss kunnen noemen. Met een pointe. Deze: ‘creëerden mensen eerst voornamelijk machines die het leven vergemakkelijkten, nu hebben machines mensen nodig om taken goed uit te voeren’. Ik prefereer een net wat andere formulering (eerst hadden we machines waar we zelf iets mee moesten om er plezier van te hebben, nu hebben we machines die ons in staat stellen anderen allerlei werk te laten doen voor ons plezier), maar in dit verband is dat peanuts. Het gaat om iets opmerkelijks en het bewijst dat wij, om Dirk Baecker (Studien zur nächsten Gesellschaft) te parafraseren niet meer in de tijd van het bewijs leven maar in de tijd van het ontwerp en die tijd begint met de kunst van de probleemstelling centraler te stellen dan de kunt van de bewijsvoering, op dezelfde manier als de traagheid van het schrift minder en de snelheid van het internet meer centraal is komen te staan. Goed voor de universiteiten ook. Daar gaat het toch over, om? De probleemstelling. De definitie van Ferris bij wijze van spreken en hoe plat ook, het is een profijtelijke definitie. Bovendien, je kunt er meer mee doen en het artikel in CS geeft voorbeelden net zoals het terrein van de ‘wikieconomie’ tal van voorbeelden afscheidt, en net zoals sommige voorbeelden in Surowiecki’s  Wisdom of Crowds, de ‘wijsheid van de menigten’, dat doen. Zet ze maar aan het werk, die menigten en je zult zien welke mogelijkheden nog in het verschiet liggen als je het probleem goed definieert, hen niet als groep maar als verzameling aanspreekt, gebruik maakt van internetaansluitingen en zelf relaxed het resultaat inwacht en, vooruit, bij elkaar veegt. Conform jou probleemstelling, jouw ontwerp.

In datzelfde CS staat nog een opmerkelijk artikel, onder de titel ‘Professor Dr. Kunstenaar’ (de Universiteiten van Leiden, Amsterdam en Utrecht doen eraan, NWO heeft al subsidiemogelijkheden). Kunstenaars gaan promoveren, daar komt het op neer en hoewel in het hele artikel nergens duidelijk wordt waarom dat allemaal zo nodig is (of de wetenschappen en de kunsten er beter van worden weet niemand – dat wordt ook blijmoedig door de direct betrokkenen beaamd evenals dat ze beamen dat zij er wel beter van denken te worden) zou ik vermoeden dat hier zich iets heel consequents aan het voltrekken is. Inderdaad, de verschuiving van het iets hebben bewezen naar het iets hebben ontworpen. Het promotieonderzoek zelf bevat behalve het ontworpen kunstwerk de stappen (van definitie tot en met uitvoering) die tot het resultaat hebben geleid en, wie weet, een vergelijking met andere wegen naar het Rome van de kunstenaar. Mooi toch?

Ik zou de kunstenaars aanbevelen de voordelen van de virtuele sweatshop in hun onderzoeksdeal niet te negeren. Maak eens een muziekstuk met een verbijsterende polyfonie van stemmen uit de hele wereld, allemaal voor een kwartje per stuk via het internet aangeleverd en geheel conform de opzet en de specificaties van de opdrachtgever, onze kunstenaar. Bijvoorbeeld. Nee, de naam van de mensen van die stemmen hoeft in het dankwoord niet te worden vermeld.

Werelden staan ons nog te wachten. De kenniseconomie is een ontwerpeconomie en die voorsprong, die moeten we behouden. Meer nog, daar moeten we op promoveren.

30 januari

=0=

 

Propje
Deze passage kom ik tegen in het verslag van het gesprek dat Trouw had met Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO (Voortgezet Onderwijs) Raad. Slagter heeft twintig jaar leservaring in het voortgezet onderwijs (de vragen zijn vetgedrukt): “Twintig jaar geleden hoefde ik niet te onderhandelen over een propje dat een leerling op de grond gooit en dat beter in de prullenbak zou passen. Dat hoeft nu toch ook niet? Het gebeurt wel. Een docent hoort gewoon te zeggen: gooi dat in de prullenbak. Dan antwoordt die leerling: ’Waarom, er zijn toch schoonmakers waar mijn ouders voor betalen?’ Vervolgens begint een leraar een gesprek en na vijf minuten zegt de leerling: ’Oké, je hebt een punt’, en pakt het propje op. De leraar bereikt resultaat, maar moet onderhandelen.”
In datzelfde Trouw wordt bericht dat de meeste ouders weer een leraar met ‘gezag’ willen en daar precies de leraar onder verstaan die de wenkbrauwen maar hoeft te fronsen en de kinderen springen in het gelid. Zouden daar dezelfde ouders onder zitten die in de ideologie van de hardwerkende belastingbetaler van mening zijn dat de school goede en goedkope waar moet leveren? En dat zij daarvoor betalen, inclusief die luxe lange vakanties van de docenten? Vast wel. Hun kinderen hebben goed opgelet. Daar zou de school dankbaar voor moeten zijn.
Belastingbetalers hebben recht op een school die kinderen opleidt tot de nieuwe lichting belastingbetalers. Dat is geen opvoeding, het is een opleiding. De kinderen beseffen dat. De leerling van het propje verdient een compliment want hij of zij leeft zich al helemaal in. Niks onderhandeling. Uitleg was beter geweest: hoe meer propjes, hoe hoger de schoonmaakkosten, hoe hoger de belastingen, hoe lager het zakgeld. Veel meer hoeven de leerlingen ook helemaal niet te weten en de docenten kunnen worden afgerekend op de bekwaamheid waarmee ze de leerlingen op de kostenaspecten van hun gedrag vastpinnen. Dat was toch ook de aanbeveling van de Onderwijsraad, nog maar kort geleden? Te laat komen? Vergt extra inspanning van de docenten, verhoogt de werkdruk van de docenten en dus het ziekteverzuim en dat is duur; het verlaagt het rendement van de leerlingen en daarmee de aantrekkelijkheid van de school voor de betere leerlingen en daarmee de financiële positie van de school. Geen Romereis dit jaar kinderen en ook geen andere excursies. Het geld is op. Komt door jullie. Een aantal onder jullie.
Meer is niet nodig om het gezag van de docent te herstellen in een maatschappij van belastingbetalers. Ja, zegt Slagter, maar het gaat ook om de morele opvoeding van de kinderen en daarvoor moeten de docenten de zeepkist op. Pardon? Het gaat om de morele opvoeding tot belastingbetaler. Het gaat om de belastingmoraal. Daar is de school voor. Om uit te leggen waar belastingen allemaal voor zijn, dat je de belastingen niet moet ontduiken (geef een aantal opgaven over baten van ontduiking en kosten bij gegeven en variërende pakkansen), maar ook niet te veel moet betalen, dat je de belastingregels niet naar de geest hoeft te lezen, dat het zoeken naar gaatjes in de regels een sport is waarin je je kunt bekwamen (voorbeelden worden bijgeleverd), dat belasting zoiets als de tandarts is en dus niet leuk maar wel nodig en zo voort. Alles bij elkaar een pakket vaardigheden waar je wat aan hebt als je zelf belasting gaat betalen. Het gaat over de pakkans, eigenlijk. Licht dat toe en de kinderen snappen meteen dat je voor het belastingklimaat binnenkort niet meer naar Zwitserland hoeft af te reizen.
Het gezag van de docent is geen probleem. De docent betaalt zelf ook belasting. En Slagter moet helemaal geen morele opvoeding als vak willen geven. Een cursus ethiek, dat zou nog verschil maken. De moeilijkheid is dat je dan de kinderen niet tot belastingbetalers moet opleiden maar tot burgers moet opvoeden. Maar ja, dan heb je andere ouders nodig. En ander onderwijs, ook dat. Toekomstige belastingbetaler en toekomstige werknemer, dat gaat mooi samen in de school. Ze zijn twee kanten van hetzelfde product. Nee, een burger past daar niet bij. Je moet niet alles willen hebben.

29 januari

=0=

 

Ambitie

We kunnen natuurlijk ook gewoon de ambitie naar beneden bijstellen. Aldus de commissie Goudswaard. Kijk, dat is nou interessant. Je kunt beweren dat de tweede pensioenpijler een mooi amalgaam is van de belangen van het publiek en van publieke belangen (ik denk aan Wouter B.). Afschermen dus, van de boze markt bijvoorbeeld. Dat zegt de commissie niet. Je moet het geld beleggen en dan moet je de markt op want van rente alleen wordt je niet rijk genoeg. En rijkdom, dat hebben we nodig want het leven is duur. Maar, zegt de commissie, de pijler dreigt aan z’n eigen verplichtingen ten onder te gaan. Dat komt omdat de aanspraken toenemen, de aanspraakduur ook, het aantal premiebetalers afneemt en het rendement op beleggingen onzekerder wordt. Daarom, de ambitie om een vastgesteld percentage van je inkomen als pensioen te willen ontvangen is misschien wel te hoog gesteld. Een lager percentage? Latere ingangsdatum dan, bijvoorbeeld afhankelijk van je levensverwachting? De FNV heeft al aangekondigd dat we in dat geval wel rekening moeten houden met de zware beroepen, of eigenlijk de mensen met een lagere sociaaleconomische positie want hun levensverwachting is lager en dus mag hun pensioen eerder ingaan. Het komt allemaal op de een of andere manier bekend voor en we zullen maar voorspellen dat Donner een voorstel in de maak heeft waarin je in plaats van 40 jaar 42 jaar moet sparen om aan een net pensioen te komen. Nee maar, dat komt ook al uit op 67 jaar!

De waarde van de beleggingen wordt niet gegarandeerd, dat blijkt maar weer. Wie belegt neemt risico en wie risico neemt moet rekening houden met fluctuaties. Wen er maar aan en wen er ook maar aan dat ook de pensioenfondsen last hebben van de vergrijzing, ik bedoel van de ontgroening. Die demografie is een uitkomst. Met de huidige financiële crisis als aanjager jagen we alles er door hen. Staatspensioen, bedrijfstakpensioen, de koppeling van WWB aan WMO, het kan niet op. De vraag is: waarom loopt alles via Donner? Was het toezicht op de pensioenfondsen niet in eerste instantie uitbesteed aan de DNB en had daarom een lijntje naar het ministerie van Financiën niet evenzeer voor de hand gelegen als een lijntje naar SZW?

In het rapport van de commissie zitten tal van veronderstellingen over rente (en dus over de opbrengst van staatsobligaties en over de contante waarde van de toekomstige verplichtingen) en rendement op beleggingen. Voor de rente wordt uitgegaan van een dalende tendens. Dat maakt opbrengsten lager en de druk van de verplichtingen hoger. Waarop die voorspellingen gebaseerd zijn is niet erg duidelijk. Op de lange termijn zou je mogen verwachten dat de reële rente in de pas loopt met de economische groei, maar daar heeft het rapport het niet over. Waarom eigenlijk niet? Waarom kun je wel speculeren over de rente en niet over de lange economische groei? Eerder lijkt het te gaan om het veronderstelde verschil in opbrengsten van bijvoorbeeld beleggingen in onroerend goed en in aandelen (en derivaten en derivaten van derivaten) vergeleken met beleggingen in staatsobligaties, bijvoorbeeld de fameuze Bund. De commissie veronderstelt dat aandelen op lange termijn meer renderen dan staatsobligaties maar dat daarbij (1) de opbrengsten wel veel meer fluctueren en (2) voor soms aanzienlijke periodes onder de opbrengsten van staatsobligaties kunnen liggen.

Bovendien, waar moet je in beleggen als je het niet in staatsobligaties doet? In onroerend goed? Berekeningen van Shiller (The Subprime Solution) hebben laten zien dat de waarde van huizen en gebouwen op lange termijn helemaal de vetpot niet is die ons vaak is voorgespiegeld. De huidige ellende is mede te wijten aan overtrokken verwachtingen over de waardestijging van onroerend goed. De prijsveranderingen van huizen zijn veel woester dan de waarde van het pand zelf. En denk ook eens aan het tegelijk en in combinatie optreden van allerlei risico’s die in de veronderstellingen van de voorspellerskaste meestal als onafhankelijk van elkaar worden gezien. Maar ja, zonder onafhankelijke variabelen geen waarschijnlijkheidsrekening en dus ook geen ‘scenario’. En dus zien we aan de besmettelijkheid van de gecombineerde risico’s voorbij – tot we een crisis hebben. Dan blijken we ‘fooled by randomness’; we zijn een zwarte zwaan tegengekomen en wie had daar nu mee gerekend? Precies (lees de vermakelijke Taleb).

Het rapport van de commissie heeft het niet over deze dingen. Bij het bekijken van de ontwikkelingen van rente en rendementen wordt van interactie van die twee afgezien. De pensioenfondsen hebben de aandelenmarkten omarmd en de staatsobligaties laten liggen. De staat zelf heeft zich aangepast aan het monetaire beleid van de Europese centrale bank. De staat wil niet concurreren met de private banken als het om het ophalen van beleggingsgelden gaat. Het zou de rente maar opdrijven. In Nederland komt daar nog bij dat ons stelsel van hypotheekrenteaftrek de prijzen op de onroerend goed markten kunstmatig hoog houdt – hetgeen het beleggen in staatobligaties ook niet ten goede komt.

Het rapport van de commissie is niet beter dan de bijna achteloos ingevoerde veronderstellingen op basis waarvan tamelijk verstrekkende conclusies worden getrokken. Minder ambitie, zegt de commissie. Laten we het eens omdraaien: meer ambitie in het onderzoek naar de houdbaarheid van de veronderstellingen, meer aandacht voor de relatie tussen lange termijn rente en lange termijn groei, meer aandacht voor de relatie tussen beleggingen en groei, meer aandacht voor de interactie tussen rente en andere vormen van rendement, meer aandacht voor het klonteren en daardoor versterken van risicocombinaties, dat soort dingen.

Voor Donner zal het allemaal niet nodig zijn. Die heeft het rapport alleen nodig voor wat hij toch al van plan was te doen.

28 januari

=0=

 

Een relativering

Na de relativering van de staat de relativering van de markt. Dat is de kortst mogelijke samenvatting van de 21e Den Uyl lezing, De derde weg voorbij, die Wouter Bos afgelopen maandag hield. De relativering van de staat hield in dat de staat de samenleving niet zomaar kon veranderen. Hield het dat in? Had je daar, naast de staat, niet ook altijd – ik houd het beperkt – een krachtige politieke partij voor nodig, een krachtige vakbeweging en nog zo wat loten aan de sociaaldemocratische stam? En waren dat geen krachten uit de ‘samenleving’, krachten die op hun beurt de ‘staat’ veranderden?

Het accent is fout gekozen. De relativering gaat niet over de staat als instrument maar over de staat als instantie die bindende besluiten voor iedereen kan nemen. Die staat is – en daar is ‘Paars’ de politieke reflex van – verschoven en verkruimeld, verschoven naar de EU en verkruimeld over een groot aantal internationale organen die her en der de autonomie van de staat inperken. Het gaat niet over de staat als instrument, het gaat over de gebruiksaanwijzing van dat instrument, een gebruiksaanwijzing die in steeds grotere mate elders en op diverse plekken wordt gecomponeerd. De relativering van de staat gaat over de crisis van de staat en – kennelijk – over de crisis van de sociaaldemocratie zich op een grotere dan nationale schaal te hergroeperen. Politiek, ideologisch, als beweging.

En de relativering van de markt? Ja, dan gaat het om de belangen van het publiek en om publieke belangen. Een opwarming van de Glass-Steagall Act bijvoorbeeld, de wet die het investeringsbanken verbood om ook voor spaarbank te spelen. Bos noemt die wet niet bij name. Hij noemt Obama en diens plan de banken wat kleiner te maken en, inderdaad, het beleggingsvuur wat lager te stoken. Interessant – het ziet er al een tijdje naar uit dat ons enthousiasme om bij de grote bankenwereld te behoren een beetje, om in de stijl te blijven, ‘getemperd’ is. En het publieke belang? Ja, dat moet ook worden afgeschermd, vindt Bos, want die afscherming, dat is de relativering van de markt.

Wie schermt af? Dat zal dan toch dezelfde ontmantelde staat moeten doen die nu juist zo gerelativeerd is. Hoe? Dat is de vraag want dan moeten we niet de derde weg voorbij, maar de huidige staten voorbij. Jammer, daar ging de lezing niet over.

27 januari

=0=

 

Ondernemend

We hebben steeds meer bedrijven en steeds minder ondernemers. Dat berichten zowel de Kamer van Koophandel als het CBS. De verklaring is eenvoudig. Het toenemende aantal bedrijven komt helemaal voor rekening van de zzp-er en de zzp-er is gewoon een weggereorganiseerde of ontslagen werknemer die bij gebrek aan een nette uitkering het zelf moet uitzoeken. Het zijn werknemers zonder de bijbehorende juridische status en rechten. En met een wel erg lage beloning, dat ook.

Daarmee is de statistiek over de zzp-ers ook weer onklaar gemaakt. Je kiest niet meer voor het zzp-schap omdat je het wilt maar omdat er niets anders op zit. Het is een categorie die inmiddels alles zegt over de ontoegankelijkheid van de sociale zekerheid en niets meer over het ondernemerschap. Je zou ook kunnen zeggen dat het iets zegt over de flexibilisering van de arbeidsrelatie (Kleinknecht, daarop bevraagd door het FD, neemt die positie in) maar ik denk dat ik het accent liever op de sociale zekerheid leg, een sociale zekerheid die zo verschrikkelijk succesvol is geactiveerd de laatste decennia dat het met recht en reden (geen van beide metaforisch bedoeld) als de nieuwe sociale onzekerheid mag worden gezien. We zijn er overigens nog lang niet klaar mee. Dat zal pas gebeurd zijn als een strakke koppeling tot stand gebracht is tussen WWB (Wet Werk en Bijstand) en WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Die koppeling, die komt. Ik roep het al een paar jaar, als waarschuwing. Bovenberg roept er de laatste tijd ook steeds luider om, als aanbeveling. Dat van hem zal niet aan dovemansoren gericht zijn. In dat geval voorspel ik de statistische categorie van de zzp-er een gouden toekomst. Niet iedereen is verrukt over die koppeling. Als we een beetje informatie uit statistieken zouden willen halen dan is een nieuwe statistiek nodig. Die over  mensen die de WWB mijden. Daar horen de mensen bij die nog wel ergens voor werk staan ingeschreven maar voor de uitkeringssfeer terugschrikken, daar horen de mensen bij die zich nergens meer voor inschrijven en dus ook niet voor een uitkering en daar horen de meeste nieuwe zzp-ers bij, om hen moverende redenen waaronder het uit de greep van de uitkeringsautoriteiten blijven.

Meer bedrijven, minder ondernemers. Dat is een bekend crisisverschijnsel. Van crises stammend uit de periode van voor de moderne sociale zekerheid. Noem het vooruitgang.

26 januari

=0=

 

Minder meer

Het WRR rapport over ontwikkelingssamenwerking wil, zoals de titel ervan al aangeeft, minder pretentie en meer ambitie. Dat komt neer op een wijziging van de bekende Maggi reclamespot van een aantal jaren geleden – een beetje minder van Maggi, een beetje meer van mezelf. Lieber weniger aber besser. Had ook gekund. Want, zo legt het rapport uit, de ontwikkeling van een land hangt van dat land af en niet van de hulp. De hulp is in het beste geval een ‘katalysator’. Een versnellingsfoefje dus en of je er wat aan hebt hangt er van af of je de motor aan de praat kunt krijgen. En dat hangt weer van de motor zelf af: aanwezige en vaak onbenutte capaciteit die je moet zien op te sporen, vrij te maken, een perspectief aan te bieden en van ongewenste inmenging te vrijwaren. Dat zijn vier bijzonder ingewikkelde voorwaarden want zelfs al lukken de drie eerste dan zullen juist door het succes daarvan de kapers op de kust steeds talrijker worden. Ontwikkeling is evenwichtsverstoring. Wie verstoord is zal het er niet bij laten zitten. Daar moet je rekening mee houden. Ontwikkeling is het veranderen van machtsverhoudingen. Ontwikkelingssamenwerking gaat niet zonder het beïnvloeden van diezelfde verhoudingen. Het is politiek, geen moraal en als de politiek verandert moet de moraal mee veranderen. Van armoedebestrijding naar echte ontwikkeling, vindt de WRR. Of daarmee ook bedoeld wordt dat armoedebestrijding als opstap naar ontwikkeling (het klassieke concept van de efficiënte lonen) moet worden gerelativeerd is me niet helemaal duidelijk geworden. Het rapport legt veel uit, maar dat net niet.  Jammer. Hoe dan ook, met ontwikkelingssamenwerking delgen we geen schulden van het geweten, we bedrijven er politiek mee. Politiek in een steeds nadrukkelijker globaal perspectief en gevoed door de zorg om ‘mondiale publieke goederen zoals financiële stabiliteit, klimaatbeleid, en het uitbannen van besmettelijke ziektes’. Kortom, onze problemen en hun problemen zijn al verweven en raken steeds meer verweven. Als ik me niet vergis is dat perspectief de voornaamste rode draad van de WRR.

De moeilijkheid met die mondiale publieke goederen is dat er geen enkele instantie is die ze reguleert. Tot voor kort kon het niet zoveel schelen. Zij hadden de lasten, wij de lusten en tegen de tijd dat wij er last van kregen was er wel weer een slimmerd die een veilinkje bedacht voor, bijvoorbeeld, milieuvervuiling. Maar nu is er China en wie vandaag de dag het globaliseringswoord uitspreekt houdt er rekening mee dat er nieuwe spelers zijn waarmee die ‘mondiale publieke goederen’ moeten worden gedeeld en verdeeld. Er is behoefte aan nieuwe en mondiale spelregels. Wat we daar tot dusver van hebben gezien (rond ‘financiële stabiliteit’ bijvoorbeeld, en rond ‘klimaatbeleid’) is voor enige verbetering vatbaar en de voornaamste obstakels voor verbetering liggen eerder in het Westen dan in het Zuiden. De eerste premisse van ontwikkelingssamenwerking zou wel eens kunnen zijn dat hun ontwikkelingsmogelijkheden afhangen van onze ontwikkelingsrichting. Daar komen we niet veel van te weten in het rapport en dat is een omissie. Nu ja, er wordt gesproken over met de Wereldbank concurrerende banken zodat de kennis wat beter wordt gespreid en ook gerichter, regionaler, kan worden ontwikkeld maar dat is niet het meest uitgewerkte deel van het rapport.

Hulp, stelt de WRR, heeft alleen zin ‘als langdurige, programmatische
investering, die een samenhangend pakket van interventies omvat en die
samen met lokale instituties of actoren wordt uitgevoerd’. Uitvoeren. En ook bedenken, ontwerpen, regisseren, bewaken? Nou, dat toch maar niet. Het mag dan hun ontwikkeling zijn, het is wel onze ontwikkelingsrichting. Hier hebben we niet alleen de katalysator geleverd maar ook de motor die zij mogen bedienen – conform onze instructies. Het rapport benadrukt dat we ons daarbij moeten specialiseren op thema’s en op landen. Eindelijk Afrika. Zouden ze er blij mee zijn? De Chinezen waren ons voor – zou dat er iets mee te maken hebben? Vragen. Minder versnippering en meer professionals, dat zijn de parolen. Die ook de meeste media-aandacht hebben gekregen. De ambassades moeten een veer laten, de regie vanuit Buitenlandse Zaken moet steviger en de minister van Ontwikkelingssamenwerking wordt ‘opgewaardeerd’ want deze moet de nieuwe professionele organisatie ‘aansturen’ en bovendien de ‘Nederlandse globaliseringsagenda formuleren’. Het woord ‘opwaarderen’ is aardig gevonden. De zinsnede ‘Nederlandse globaliseringsagenda’ is een gotspe. Het woord globaliseringsagenda is een gotspe en de splinter Nederland maakt het alleen maar komisch.

Tja, zegt het rapport, maar met de EU schiet het ook niet op en daarom doen we het zelf maar. Dat is een conclusie uit het ongerijmde. Het zal ons altijd al veel meer Atlantische dan Europese ministerie van Buitenlandse Zaken bevallen, dat wel. Zou het Koenders bevallen? Zou de knieval voor de Atlantische globaliseringsagenda ook de reden zijn dat we onze organisatie gaan modelleren naar de Britse en Amerikaanse hulpinstanties?

Precies tien dagen geleden schreef ik, naar aanleiding van een berichtje in Trouw over het toen nog niet verschenen rapport, dat ik me afvroeg of de ontwikkelingshulp dichter in de buurt van de drie Europese C’s (coördinatie, complementariteit, coherentie) zou worden geplaatst dan in die van de drie D’s (defense, diplomacy, development). Na het bekijken van het rapport denk ik dat de drie D’s nog steeds winnen. Dat van die mindere pretentie geloof ik daarom wel. Maar hoezo ‘ambitie’?

25 januari

=0=

 

Cohesie

Een aantal jaren geleden werd ik door NWO uitgenodigd een notitie te schrijven over sociale cohesie. De opdacht was om dat langs de lijnen te doen van Hirschman’s trio van ‘exit, voice, and loyalty’. NWO was daar een tijdje erg van gecharmeerd en wou dat prettige gevoel nog even aanhouden. Dat kwam goed uit. De drie zoeklijntjes van Hirschman bevielen en bevallen me wel, TNO Arbeid (waar ik toen werkte) vond het ondanks de bescheiden vergoeding wel een eervolle opdracht dus ik kon beginnen. Leuk om aan te werken en de oplossing van de opgave zit al in de opdracht besloten. Cohesie heeft alleen kans, in een buurt bijvoorbeeld, als je ook weg kunt maar niet per se hoeft (exit), als je wat te vertellen hebt (voice) en als je ook als je weg kunt en niet altijd je zin krijgt als je wat zegt, je het toch niet bij de eerste de beste gelegenheid voor gezien houdt (loyalty). Het ligt allemaal zeer voor de hand. Inclusief de nodige waarschuwingen (loyalty zonder exit is blind, loyalty zonder voice is stom) schiet zo’n notitie lekker op. Cohesie is het resultaat van een mix aan stemmen en uitgangen, met trouw aan de buurt als en zo lang je er woont als hoofdprijs. Dus, ga per beleidsterrein (wonen, werken, onderwijs, vrije tijd enz.) na welke mix we aantreffen met welke gevolgen, ga na of je daar iets uit kunt afleiden over welke mix waar en onder welke omstandigheden iets aardigs belooft en probeer het een beetje die kant op te krijgen. Piece of cake. NWO was tevreden, ik was tevreden en vervolgens gebeurde er niets. Of toch, er was een bespreking onder leiding van Jacob Kohnstamm en ondanks zijn pogingen de vertegenwoordigers van de diverse ministeries (want die zouden het vervolg moeten financieren) aan te sporen over de brug te komen en ondanks het enthousiasme van sommigen onder die vertegenwoordigers bloedde de zaak dood. De notitie heeft nog jaren als downloadbaar document op de site van NWO gestaan (wie weet nog wel) en dat was dan dat.

Ook goed. Waar het me om te doen was (waar ik de aandacht op wilde vestigen, zo goed en zo kwaad als dat kan in een nette notitie voor een wel heel nette opdrachtgever) is niet zo moeilijk te raden. Wie niet weg kan (uit de buurt waar je woont, uit de organisatie waar je werkt) is afhankelijk van zijn stem om die buurt wat op te knappen of die organisatie wat te fatsoeneren. De kracht van die stem is weer afhankelijk van de stem van de mensen die wel weg kunnen want wie weg kan staat er meestal wat beter voor dan wie dat niet kan. Eitje. Hoe meer een buurt of organisatie bewoond wordt door mensen zonder alternatief, hoe zwakker de buurt of organisatie en hoe eerder de mensen die wel weg kunnen het daar voor gezien houden. Hun stem ben je daarom kwijt en dus hun invloed. Enzovoorts. Tot uiteraard een slimmerd er achter komt dat die stemmen van de achterblijvers ook politieke stemmen kunnen zijn, stemmen die je kunt mobiliseren door te beloven dat het wel degelijk anders kan. Nee, je geeft ze geen nieuw huis en ook geen nieuwe baan, je legt ze uit dat het vroeger leuker was en dat het niet hun gebrek aan alternatieven is waar het aan ligt maar hun verlies aan vroeger – toen we nog gezellig onder elkaar waren. Imagined communities, daar zit handel in.

Onder de volmaakt fout gekozen titel ‘Sociale cohesie? Weg ermee!’ doet Trouw redacteur Steenhuis verslag van een interview met Bas van Stokkom. Die heeft, samen met een collega, een boek geschreven waarin hij niet tegen de sociale cohesie ageert maar tegen de dorpse manier waarop de laatste tijd tegen sociale cohesie wordt aangekeken en, erger nog, waarop het buurtbeleid geënt wordt. Straatfeesten en zo, dat zal de steen des aanstoots zijn. Veel dingen met elkaar en hoe meer hoe beter. Adembenemend, maar dan niet als metafoor. Eerder verstikkend. Van Stokkom moet er niet veel van hebben. Hij wil geen opgewarmde imagined communities, hij wil nieuwe en dus wil hij een nieuw soort sociale cohesie. Hij noemt het de sociale cohesie ‘voorbij’. Maar niet de hoek om. Dat zal wel te moeilijk zijn om in een krantenkop onder te brengen.

Van Stokkom wil buurten opgetrokken uit toekomstbeelden en niet uit beelden van het verleden. Een buurt is het beeld dat de bewoners van de buurt hebben en dat beeld, dat kun je op de toekomst richten. Sommigen doen dat al. Dat zullen dan dezelfden zijn die zich de vraag stellen of ze wel willen wonen waar ze nu wonen en of het wel aanspreekt waarop ze in de buurt worden aangesproken. Van Stokkom noemt het ‘keuze’. Leuk voor mensen die wat te kiezen hebben, minder leuk voor mensen die voor de zoveelste keer te horen krijgen dat hun op ervaring gebaseerde inschatting dat er niks te kiezen is ook een keuze is. Ervaring is geen leidsman, dat zouden ze zo langzamerhand toch eens moeten weten. Ja, vroeger. Toen alles beter was. Van hen moet je het niet hebben vindt Van Stokkom. Je moet het hebben van een ‘selecte groep actieve bewoners’ en je moet die groep ondersteunen door ‘professionals’.

Sociale cohesie nieuwe stijl blijkt een variant van het Mattheüseffect! Het recept van Van Stokkom is niet het bieden van exitmogelijkheden  (die je niet hoeft te gebruiken maar wel moet hebben, al was het maar om aan je stem meer gewicht te geven) aan hen die daar nu te weinig van bezitten, het is het versterken van de positie van hen die al over die mogelijkheden beschikken. Het is een voorhoedeconcept, gebaseerd op vertrouwen dat een hele buurt zal profiteren van de voorzieningen die de voorhoede voor zichzelf, als wenkend perspectief voor de hele buurt, weet te regelen. Het is flauw maar ik kan het niet laten: een dergelijk voorhoedeconcept is een beeld uit het verleden en het veronderstelt eenzelfde type cohesie waarvan Van Stokkom nu net heeft beweerd dat we ervan af moeten. We kennen het, het ‘trickling down’ effect. Klinkt aantrekkelijk, en wordt niet aangetroffen. De voorhoede is al weg of gaat weg en wel op het moment dat het de voorhoede schikt. De voorhoede kijkt niet om zich heen want daar zijn voorhoedes niet voor. De voorhoede kijkt vooruit.

Het concept van Van Stokkom ontwijkt de vraag van Jacques van Doorn in hoeverre een buurt überhaupt een kader van sociale cohesie kan zijn, in hoeverre je de kwaliteit van een buurt niet af zou moeten meten aan de verbindingen van die buurt met andere buurten in plaats van aan de bindingen in een buurt zelf, en dus af zou moeten meten aan de doorlaatbaarheid van de grenzen van een buurt. Voor alle buurtbewoners want als het niet de buurt is die het doet, als de buurt geen huis maar een venster moet wezen, dan geen huis zonder venster en allemaal met een uitkijkje op wat even verderop te halen is. Zodat je het kunt binnenhalen. OK, ook allemaal oude kwesties, maar dan wel kwesties die ik in elk geval niet elke actualiteit  zou willen ontzeggen.

Ik ben helemaal voor beelden. Eerst een beeld, dan pas een model: dat zouden meer mensen moeten doen. Lat duizend beeldenstormen stormen. Ik doe wel mee. En laten we dan beginnen met het recht van iedereen op de vrije keuze van een plek waar je wilt wonen. Over exits gesproken. Geen exit zonder entry; die kritiek op Hirschman hebben we dan ook weer ge(re)pareerd. Laten we het onteigenen maar wat moeilijker maken, net als het transport dat alles platwalst en net als de zelden helemaal vrijblijvende aanbeveling je werk achterna te verhuizen. Je uitkering weet je wel. Niet te vaak nee zeggen en zeker niet op grond van de plek die je voor jezelf had gedacht. Dat zouden we allemaal wel willen maar hoe moet het dan met de arbeidsmarkt? De plek waar je woont en de plek waar je werkt hebben van alles met elkaar te maken. Nu de aard van de samenhang nog even vaststellen of, beter nog, opnieuw verbeelden en bedenken en pas dan vaststellen.

Als we het allemaal wel zouden willen dan is dat, in dit geval, een goede reden om het dan ook maar te doen zou ik zeggen. Dus laten we het de gemeenten maar wat moeilijker maken mensen heen weer te schuiven want (zoals bijvoorbeeld David Imbroscio uitlegt in Can We Grant A Right to Place?, Politics & Society, 2004/4: 575-609) het recht op een plek is niets anders dan de achterkant van het gelijk van het recht je vrij te bewegen. Ze horen bij elkaar. Daar kunnen ze in Rotterdam nog wat van leren. Een nieuw burenrecht kunnen we missen. Een nieuw burgerrecht, het plekrecht, dat is pas winst. Combineer plekrecht met werkrecht en je komt nog eens ergens. Zulke beelden, ze zijn de moeite waard om eens goed uit te zoeken. Luchtkastelen. Met de zwaartekracht rekenen we later wel af.

24 januari

=0=

 

Ik ook

Sommige vergaderingen zijn moeilijker dan andere. Nadat Eurlings had voorgesteld dat de automobilisten over hun eigen heffing mochten besluiten was de beer los. Ik wil, begon Verburg, maar de overige aanwezigen snoerden haar de mond. Wat jij wilt weten we wel zeiden ze, maar de gezondheid van de mensen is iets anders. Ze pruttelde wat na (geitenhouders zijn ook mensen) en viel toen stil. Alleen Van Middelkoop knikte haar vriendelijk toe. Hij had haar nodig voor z’n eigen voorstel. Als we, suggereerde hij, de voortzetting van de missie in Afghanistan nu eens voorlegden aan de militairen en hun vrienden en familie? Is dat niet waar het om gaat? Ik bedoel, draagvlak is draagvlak maar zonder hun draagvlak wordt het niks.

Het kabinet, zojuist nog zeer verstoord omdat Eurlings ver voor zijn beurt had gesproken en daarbij en passant regering en parlement had afgeschaft, viel even stil (ik heb gehandeld in de geest van onze eerste honderd dagen, had Eurlings nog ter verdediging ingebracht. Ja, het is goed met je). Je hoorde de ministers en staatssecretarissen denken. De zet van Eurlings was handig als je ervan uitging dat de leperd al met de volgende verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer bezig was. Dat hadden ze allemaal wel door. Nou ja, Verburg niet en Van Middelkoop uiteraard ook niet terwijl mevrouw Van der Hoeven iets over een heel intelligent ontwerp mompelde, maar de rest zo ongeveer wel. Op Eurlings kon het kabinet dus niet vallen, op Uruzgan misschien wel. Wie de automobilisten heeft, heeft zetels. Nee Eimert, klonk het, we nemen dat besluit zelf, hier, in dit kabinet.

Die verhoging van het hoogste tarief, zei Bos grijnzend, is dat niet iets waar we een enquête over kunnen houden? Voor het draagvlak en zo? Die zat. Balkenende keek boos naar Eurlings, de oren van Jack de Vries werden ook wat roder, en Donner schraapte zijn keel. Eindelijk, mompelde de premier. Ik vind, sprak Donner, dat we niet voor onze verantwoordelijkheden mogen weglopen. Dat hebben Jetta en ik ook niet gedaan. Ons draagvlak bestaat uit de volgende generaties en daar kun je geen enquêtes onder houden. Voor de komende generaties spreekt het kabinet. Regeren is voor hen. We moeten niet de automobilist aanspreken maar de ouders en grootouders, de ooms en tantes, de gezinnen en de families. Geen belangen maar zorg, daar gaat het om. Anders, hij keek met een schuin oog naar Van Middelkoop, kunnen we ook wel de Taliban over de Taliban laten beslissen. Neem me niet kwalijk Camiel, maar waar wijkt jouw voorstel af van het voorstel van Karzai? Wijkt het wel af? Is het in de kern niet van hetzelfde laken en pak?

Nu greep Verhagen in. Donner geloofde zo af en toe in z ’n eigen verzinsels en soms was dat handig maar nu eventjes niet. Met betrekking tot Afghanistan voeren we een beleid dat we zo goed en zo kwaad als dat gaat afstemmen met onze partners, zei hij. Dat heeft met de kilometerheffing niets te maken. Als je het goed bekijkt dan is de kilometerheffing zo ongeveer het laatste onderwerp waar we in Nederland nog zonder allerlei vreemde pottenkijkers, helemaal in eigen beheer als het ware, een besluit over kunnen nemen. Van de ANWB is vrijwel iedereen, direct of indirect, lid. De ANWB staat, hoe je het ook wendt of keert, voor bewegend Nederland, voor Nederland eigen transportland. Dus waar hebben we het over? Camiel stelt hier een referendum zonder referendum voor. Dat vind ik een eersteklas vondst, een politiek van A naar Beter en dat geen van beide op de kaart voorkomen maakt het idee alleen maar sterker. Flexibeler. Opener. Democratischer. Het is onnavolgbaar. Dit is nieuwe politiek. Het is politiek voor de 21e eeuw, althans voor zover wij als kabinet nog iets met politiek te maken hebben en dat is niet veel. Steeds minder eigenlijk. We worden links en rechts ingehaald. Toch? Die heffing kan me gestolen worden maar dit is ten minste eens een voorstel dat in naam van hun draagvlak ons draagvlak opkalefatert. Ik ben helemaal voor.

Aan het eind van de middag kreeg Eurlings het groene licht.

23 januari

=0=

 

Levensstijl

Geen kwaad woord over economen hoor maar soms zou je wensen dat ze over net iets meer ervaring en fantasie beschikken dan hen wordt meegegeven door de rekenmeestermodellen waarvan ze steeds meer hun handelsmerk maken. Ze hebben ze ooit geleerd en nu bepaalt het blijmoedige product van die modellen hun wereld en hun beeld van de wereld. Dubbelop zoals dat hoort in een beetje fatsoenlijke dubbele boekhouding. In het geval Sweder van Wijnbergen wordt het beeld omrand door de zekerheid dat de meeste rekenmeesters geen goede rekenmeesters zijn en in het geval Lans Bovenberg door de zekerheid dat ook Jezus een rekenmeester is. Zijn Vader ongetwijfeld ook en de heilige geest zal weinig anders zijn dan het medium dat God en Jezus op dezelfde indifferentiecurve plaatst. Zet ze bij elkaar en elke twijfel is opgeheven. Nee, niet Jezus en God maar Sweder en Lans. Het verschil is voor de fijnproevers. Over de rolverdeling ben ik niet helemaal zeker. Is privatisering van het OM (Sweder) een radicaler voorstel dan de privatisering van de drie-eenheid (Lans)?

De meesten onder ons willen niet alles weten want ze hoeven niet alles te weten. Dat heet vertrouwen. Er zijn hele organisaties op gebouwd. Organisaties zijn altijd organisaties van iets en dat iets is nooit het totaal. Omdat het niet het totaal is, houden organisaties zich ook niet met alles bezig. Geen tijd voor en ook geen noodzaak. Organisaties vertrouwen erop dat hen hun eenzijdigheid niet als gebrek maar als verdienste zal worden aangerekend. Het zijn schoenmakers die zich bij de leest houden. Bij mensen die alles weten daarentegen – modeleconomen – speelt het vertrouwen alleen een rol als het even niet leverbaar is. Een crisis bijvoorbeeld kan van een econoom een moraalridder maken – er is dan zelfs grote kans op een dergelijke transsubstantiatie. Om de moed erin te houden als het ware en in afwachting van betere tijden waarin de vertrouwde modellen hun schuldige, morele en godzijdank altijd tijdelijke afhankelijkheid van vertrouwen weer ongedaan zullen maken. Je bent wetenschapper of je bent het niet of meestal ben je het wel en soms ben je het niet. Komt ook door de crisis.

Ons duo heeft berekend (NRC Handelsblad 20 januari: Maak van AOW geen loden last) dat we in de toekomst drie rekenpaden kunnen bewandelen: we kunnen de premies ophogen, we kunnen de uitkeringen verlagen en we kunnen de pensioenleeftijd verhogen. Dat het laatste pad enige gevolgen voor de twee eerste heeft wordt gemakshalve onvermeld gelaten. Zij denken dat het alternatieven zijn. Dat geldt echter alleen voor de eerste twee. Als je het laatste doet worden ook de premies verhoogd want over meer jaren geheven en als je het laatste doet worden ook de uitkeringen verlaagd want over minder jaren verstrekt. Al het overige gelijkblijvend uiteraard maar dat hoef je aan economen niet uit te leggen. Die weten niet beter, ik bedoel natuurlijk: niet anders. Uiteraard kiezen de heren voor het laatste pad.

Het goede nieuws is dat de omstandigheden helemaal niet gelijk blijven! In elk geval voor de zware beroepen niet want hun omstandigheden worden beter! Of de mensen in die beroepen krijgen scholing zodat ze tijdig wat anders kunnen gaan doen. Of allebei en nog meer. Hoe dan ook, het doet er niet toe. Zeg nou zelf, het gaat helemaal niet om de zwaarte van het beroep, het gaat om de ‘ongezondere levensstijl van mensen met een zwakke sociaal-economische positie’. Wil je die mensen echt de vernieling in helpen dan moet je ze eerder met pensioen sturen. Toch, het is ‘navrant’ dat ze, eenmaal gepensioneerd, hun slechte gewoontes eerder aanscherpen dan afzwakken. Ze eten teveel en te vet, ze zuipen te veel en komen met hun luie reet de stoel niet meer uit. Die neiging hadden ze altijd al en als ze niet meer werken dan is het hek helemaal van de dam. Kost levensjaren waarmee ze nog tal van mooie dingen kunnen doen. Moet je hen dus niet tegen zichzelf in bescherming nemen? Natuurlijk moet je dat en dat doe je door ze langer aan het werk te houden. Dan komen hun slechte neigingen minder gemakkelijk aan hun trekken en daar gaat het maar om. In hun eigen belang. En in het onze.

Het werk is niet het probleem, het is de oplossing. Is er geen werk? Onzin, er is de WMO en binnen dat kader is meer werk te doen dan we nu weten te slijten. Nee, eerder met pensioen is niet solidair. Solidair is, als je, ondanks al onze inspanningen voor gewoon werk waar ze jou liever zien gaan dan komen (ongeacht hoeveel subsidies en andere maatregelen wij ook aanbieden aan de werkgever), werk krijgt dat zo belangrijk is dat niemand het doet. Voor Sweder en Lans is uitgerekend dat, het werk in de WMO, solidariteit ‘met ouderen die ondanks al deze maatregelen geen werk kunnen vinden in de particuliere sector’. Ze hebben het uitgerekend.

Nu begrijp ik ten minste waarom Sweder het OM wou privatiseren en waarom Lans de drie-eenheid als een complete marktmetafoor opdiende. Hebben die er in elk geval geen last van want het leven is al moeilijk genoeg. Ook in die particuliere sectoren. Wat zeg ik, in onze hele particuliere sector waar de lasten weliswaar niet van lood zijn maar toch zwaar genoeg om met al het ons toekomende gezag over hun zware beroepen te mogen oreren. Hun betoog is niet meer dan een oproep de wetenschap te privatiseren. Hun wetenschap. Ik zou niet weten wat daar op tegen kan zijn.

22 januari

=0=

 

Haat

De kern van de politiek is nu juist het zaaien van haat. Aldus Meindert Fennema in de Volkskrant. Het is een soort radicalisering van het vriend/vijand schema van Carl Schmitt en behalve een radicalisering is het dus ook een generalisering van diens schema. Maar wat doet het ertoe. Gisteravond nog hoorde ik een aarzelende advocaat Plasman beweren dat men overal politicus is. Met behulp van enige media-exposure is de gehele maatschappij een extensie van het parlement geworden. Een extensie van de media zou ik denken maar Plasman is niet de eerste advocaat die volledig in verwarring is. Dat hoeft niet meer. Meindert heeft gesproken.

Laat ik het eens bij mezelf nagaan. Ik ben tot twee keer toe lid geworden van een politiek partij. De eerste keer was in 1973 en de partij was de CPN. Was dat uit haat tegen, dat moet haast wel, de klassevijand die overal loerde? Ik kan het me niet herinneren. Maar dat kwam ook omdat ik politieke deelname eerder bekeek in termen van verzet dan van haat. Voor sommige communisten – was Meindert er daar eentje van? – was het verschil tussen die termen verwaarloosbaar, voor anderen niet. Het is niet uit te sluiten dat het dit type verschil was dat mede aan de basis heeft gestaan van het opdoeken van de CPN. In elk geval, Groen Links was niet gebaseerd op haat. Tenzij je dat zo hebt verordonneerd, zoals Meindert. Maar dat is zijn probleem. De tweede keer was vorig jaar toen ik mij aarzelend als lid van de PvdA aanmeldde. Opnieuw, dat was niet uit haat, bijvoorbeeld uit haat tegen Wilders. Het was uit verzet, en in het bijzonder verzet tegen de langzame aantasting van de rechtsstaat waar velen vol vreugde aan meewerken. In naam van de democratie bijvoorbeeld. En het was uit verzet tegen de tweedeling in de maatschappij van arbeid en onderwijs, een tweedeling die steeds hardere vormen aanneemt.

Dus nee, iemand die haatzaaien tot de kern van de politiek verklaart is met iets heel anders bezig dan met de kern van de politiek. Dat is gewoon iemand die nergens een bal van heeft begrepen, te beginnen van de geschiedenis van de politiek. In de politiek wordt niet geleerd als ik Fennema goed lees en dat is zo omdat de kern van de politiek onveranderlijk is. Van haat, uiteindelijk, kun je niet leren. Haat kan zich slechts ontladen. Van verzet en conflict daarentegen kun je niet alleen leren, je leert er ook van.

Ik vind definitiekwesties niet onschuldig. En daarom verzet ik me tegen zo’n definitie. Verzet, geen haat. De gedachte is bespottelijk maar als je Meinderts patent op waarheid hebt prik je ook daar wel doorheen.

Meindert is een aardige kerel, altijd al geweest. Kom op joh, dat kan beter!

21 januari

=0=

 

Dubbel

Zojuist bekijk ik de stand van de stemming over de peiling in de Volkskrant: corpulente personen moeten meer betalen voor hun vliegticket. Vier op de vijf (van de 264 personen die op dit moment, dat is negen uur in de ochtend, hebben gestemd) zijn voor de stelling. Als je niet in een stoel past moet je meer dokken, want dan moet de leuning naar beneden en je bezet dan feitelijk twee stoelen. Had je er maar voor moeten kiezen niet zo dik te zijn. Zouden mensen in een rolstoel eigenlijk wel het volle pond betalen voor alle extra zorg die ze krijgen? Of heb je niet gekozen voor een rolstoel en wel voor je lichaamsomvang? Zijn er eigenlijk al ministoeltjes voor kinderen? Nee, klachten over te weinig beenruimte accepteren we niet. Dan had je maar niet zulke lange benen moeten nemen. Of een plek moeten kopen waar je wat meer beenruimte hebt. Voor niks gaat de zon op.

Ik reis vaak over Schiphol naar Den Haag. Als er te weinig plaatsen zijn komt dat ook door de enorme hoeveelheid bagage die de mensen meeslepen, bagage waarvoor geen plek is en die dus op een stoel terechtkomt. We worden niet alleen steeds dikker, we nemen ook steeds meer mee. Het gemak van bagage op wieltjes is het ongemak voor de forens. In tal van dubbeldekkers zijn de zitplaatsen bovendien zo krap bemeten dat als je naast een dikkerd komt te zitten het een kwestie van wringen wordt. Het bevordert het contact waar je niet om gevraagd hebt. Wij worden dikker en langer en de zitplaatsen worden kleiner. Zo kunnen meer mensen mee en zo gaan we ons storen aan alles wat van de norm afwijkt. Alles, en iedereen. Ik ben niet heel erg lang maar er zijn treinen waar ik regelmatig m ’n hoofd stoot. Pech gehad. Moet je maar beter opletten. Of een ander treintype kiezen. Of m ’n gram richten op mensen die er echt uitspringen. Eerst die dikkerds eruit en dubbel betalen voor alle bagage die de omtrek van een schooltas (ik reis met een schooltas) te boven gaat. Van die dingen. Omdat ik op stations steeds meer hinder heb van mensen die in een veel te traag tempo mijn doorgang versperren moet er ook een voorgeschreven bewegingstempo komen en een apart gangetje voor iedereen die het niet bij kan houden. Wat zullen we nou hebben. Die poortjes die ons dresseren kunnen toch net zo goed ingezet worden om snel van sloom te separeren en licht bepakt van zwaar bepakt? Overtreding? Extra ticket betalen.

Het aantal mogelijkheden is onbeperkt. Het is nu half tien. Inmiddels hebben 455 personen hun oordeel geveld en de verhouding blijft vier op vijf. Die vier zullen zichzelf nog wel eens tegenkomen. Ik gun het ze.

20 januari

=0=

 

Binden

Het kan, in je eentje bowlen. Gezellig is anders. Je speelt tegen jezelf en anderen heb je niet nodig. Het is een ik zonder jou, laat staan tegen jou. De enige competitie is de wedstrijd die je met jezelf speelt. Zoveel dit keer, zoveel vorige keer, zoveel hier, zoveel daar. Volgens een bezorgde Robert Putnam komt het steeds meer voor. Bij wijze van spreken dan, als metafoor voor het moderne leven waarin je aan jezelf genoeg hebt. Denkt te hebben. Wilt hebben. Geen afhankelijkheid, daar gaat het maar om. Bij de flexibele mens hoort geen afhankelijkheid. Sennett schreef het al.

Een Europeaan, en zeker een Nederlander, zal niet zo snel aan bowlen denken. Eerder aan voetbal. Dat is wel zo handig. Voetbal kun je niet je eentje spelen. Je kunt in je eentje een balletje trappen, dat wel, maar dat is geen voetbal. Voor voetbal moet je op z’n minst met z’n tweeën zijn en bij voorkeur zelfs met tweeëntwintig. Plus een scheidsrechter, twee grensrechters en tegenwoordig zelfs een ‘vierde man’. En publiek, vergeet het publiek niet. Voetbal is niet alleen een spel van wij, het is een spel van wij en zij. Niet van wij of zij, maar van wij en zij. Met het voorbeeld van het voetbal kun je iets zeggen over de maatschappij (de spelers, de clubs, de competities, het publiek) en de staat (de spelregels, de scheidsrechters, de bond tot en met het Wilhelmus, het tuchtrecht als het nodig is). De maatschappij als een voetbalcompetitie, deel van een internationale competitie, deel van een wereldcompetitie. Meervoud zelfs.

Zonder zij geen wij. Ja, als ze helemaal geen voetbal willen spelen, als ze hun eigen spelregels willen opleggen, hun eigen kalender, hun eigen tucht, als ze hun gewoonten verabsoluteren als ze het voetbal willen verbieden niet alleen voor hen maar ook voor ons – dan wordt het moeilijk. Zolang het niet zo is, dan krijgen we alleen maar meer competitie, misschien zelfs een sterkere competitie, een bredere basis om vertegenwoordigende elftallen samen te stellen. Mooi toch?

Zou Job Cohen van voetbal houden? Met mate zou ik denken. Zolang het niet het enige spel is en zolang niemand per se mee hoeft te doen is het in orde. Als het een monocultuur wordt, iets van een meerderheid die van geen enkele minderheid iets pikt, dan wordt het een ander verhaal. Dan gaat Cohen op de rem staan. Het is een beetje vergezocht misschien maar ik denk dit te mogen afleiden uit Binden, het boek van Cohen dat in de herfst van vorig jaar is verschenen. Behalve de inleiding (een interview met Bas Heijne) doet het boek verslag van een serie lezingen, onderverdeeld in drie rubrieken (over samen leven; over vrijheid; over religie) die Cohen sinds zijn aantreden als burgemeester van Amsterdam heeft gegeven. Dat laatste moet erbij want hij heeft het over het leven in een complexe en dichtbevolkte stad met 175 nationaliteiten en een klimaat dat overschaduwd wordt door de nasleep van 9/11, de latere terreuraanslagen, de moorden op Fortuyn en Van Gogh. Een stad in een staat die Cohen als seculier beschouwt, en dus met een scheiding van kerk en staat. Die scheiding is niet exclusief (zoals in Frankrijk waar de staat het publieke domein definieert) maar inclusief (een situatie waarin verschillende religies en levensovertuigingen een gelijk recht hebben zich in het publieke domein te manifesteren). Of zijn ‘neutraliteitsbeginsel’ ook ‘compenserend’ is (het scheppen van gelijke kansen om je te manifesteren) laat Cohen in het midden. Religies binden en bovendien, ze binden los van etniciteit, nationaliteit, klasse, kleur. Dat is een interessante stelling – ik had er meer over willen weten want hoewel de stelling op zich vanzelf spreekt ben ik nieuwsgierig naar de sociale uitwerking ervan.

Maar eigenlijk gaan de lezingen maar over één ding: wat we aanmoeten met een land dat geen land van minderheden meer is. Er wordt alleen nog gevoetbald in dit land. Tot voor kort hadden we ook het koninklijk huis nog als bindmiddel maar sinds het gesodemieter van de troonopvolger smelt ook dat als sneeuw voor de zon weg. Ja, ik weet het, Cohen heeft het over de gevolgen van de ontzuiling en ik heb het over voetbal maar het gaat over hetzelfde. Voor een beetje socioloog, ten slotte, vallen het begin van de professionalisering van het voetbal en het verval van het gezag van de kerk en daarna van alle gezag (behalve dat van de nieuwe beroepsgroep van de voetbaltrainer) allerminst toevallig samen. De start was bij het Limburgse Fortuna, de naam zegt het al. Het bisschoppelijk mandement probeerde het tij nog te keren maar het was fout gericht. Het mandement had niet door dat geen enkele zuil de storm van de commercialisering zou doorstaan. De VARA werd Paul de Leeuw, het Vrije Volk werd opgedoekt, het NVV omhelsde de katholieken, de PvdA ontsloeg de onderwijzers en kwam in handen van doctorandussen. Voor andere zuilen (de katholieke en in mindere mate de protestantse) gold iets vergelijkbaars. De liberalen deden nooit mee, dus ook nu niet. Need I say more? Met de kennis van nu kunnen we zeggen dat de bisschoppelijke kennis van toen de bisschoppen verleidde tot een overbodige want te late waarschuwing tegen andere, hen niet welgevallige, zuilen. Bisschoppen die zich laten verleiden, dat wordt niks. Het werd niks.

In de jaren zestig ging het snel, en vanaf de jaren zeventig bevonden we ons aan de top van het internationale voetbal en lagen de zuilen in coma. Het voetbal was meerderheidscultuur geworden. Zelfs de grachtengordel wist het voetbal te vinden – op de tribune en in de skybox maar toch. Van concurrentie van het vertrouwde korfbal viel niets meer te vrezen. Alleen als je sponsors zo gek wist te krijgen telde je mee – op grote afstand en met de nodige jaloezie, maar je telde mee. En professionaliseren moest elke sport, dat was de voorwaarde. De schaduw van het voetbal bedekte alles. De nieuwe professional vinden we daar, in het voetbal. Commerciële professionaliteit, commercialisering van professionaliteit: zeg me bij welke club je voetbalt en ik weet hoe het staat met je professionaliteit, de professionaliteit van jou en van je ‘omgeving’.

Ik dwaal af want hoewel we in de nieuwe professional de kiemen van een nieuwe meerderheid mogen vermoeden, het is niet de meerderheid waar Cohen zich over buigt. Die meerderheid baart Cohen zorgen. Daar ga ik in mee. Die meerderheid (‘onze normen en waarden’, ‘onze cultuur’ en dat soort ongemak) bestaat uit weinig anders dan uit een totale ontkenning van z’n eigen recente verleden van een nuchtere sloomheid en een slome nuchterheid, van een bekrompen seksuele moraal en een afweer van het ongewone. Op zo’n ontkenning gedijt wel schreeuwerigheid maar geen cultuur. Het lukt wel om anderen de mond te snoeren, en als het niet lukt schreeuwen we gewoon wat harder, maar het haalt het gesprek en de mogelijkheid van debat en dialoog onderuit. Inderdaad, je kunt al bijna beter naar een voetballer luisteren dan naar een politicus. De eerste kondigt zwijgend een nieuwe meerderheid aan, de tweede denkt hem bij Maurice de Hond te kunnen bestellen. En denkt dat je best alleen kunt voetballen. Vooruit, onder elkaar dan. Of toch niet? Het is, zoals het jargon dat voorschrijft, een inkoppertje.

Cohen zelf schrijft het verdwijnen van de zuilen en het ontstaan van onze luidruchtige meerderheid toe aan een aantal ‘processen’: individualisering, democratisering, privatisering, globalisering, secularisatie. Het zal wel, al is het wat veel, al is het wat heterogeen, en al is in de tijd wat verspreid. Meer iets voor een schoolboek met bullets. En hoeveel het ook is, er ontbreekt iets aan deze set van ongelijktijdige gelijktijdigheden. Wat ontbreekt is de erosie van de staat en het poreus van worden diens grenzen. Dat is een pijnlijk gemis. Het raakt aan Cohen’s grote project, het construeren van een modern en leefbaar concept van burgerschap. Traditioneel werd dit land der gematigden gematigd gehouden door de zuilen die van ons allemaal een lid van een minderheid maakten, en door een concept van de ‘burgher’, dat product van gelijktijdige maatschappij- en staatsvorming waaraan we in de zeventiende eeuw zijn begonnen en waaraan we nu opnieuw moeten beginnen – maar dan zonder het gemak van een begrensbare maatschappij en zonder een staat die nog effectieve, voor allen bindende, grenzen kan stellen.

Die staat, die ontbreekt bij Cohen. De stad, die moet hem maar koesteren. Doe ik ook. Alleen, tussen stad en staat zit tegenwoordig de wereld. Dat heeft Cohen overigens meer dan duidelijk gemaakt. Voor zijn stad. Voor de staat van het land is net wat meer nodig. Wat anders ook. Amsterdam heeft 175 nationaliteiten stelt Cohen. Ik neem het aan en ik vind dat Cohen z’n best doet ze allemaal in hun waarde te laten. Hoe? Door aan elk lid van elke nationaliteit evenveel gewicht toe te kennen en in dezelfde beweging nationaliteit als zodanig te relativeren. Dat is knap. Maar voor het land Nederland gaat die regel niet op. In dat land hebben we een verkrampte meerderheid die geen 175 nationaliteiten erkent maar uiteindelijk slechts één – die meer waard is dan de overige 174. De weg van Amsterdam naar Nederland is geen rechte weg. De richtingaanwijzers spreken elkaar tegen en de finale bestemming van de reizigers is onduidelijk. Dat is een gat. Zelfs een wereldtitel deze zomer zal het niet kunnen vullen. Wij worden er eventueel eventjes wat groter van, wat inclusiever ook. Frankrijk 1998 is het voorbeeld. Het heeft niet lang geduurd. De stad is voor binding te klein, de staat te gerafeld. Dat probleem, daar zou ik nog wel een lezing van lusten. De bundel smaakt naar meer.

19 januari

=0=

 

Handjeklap

Steeds meer voortschrijdend inzicht. Ik hoorde Wouter Bos bij herhaling verklaren dat je over sommige dingen niet kunt marchanderen. Zoals over de waarheid met betrekking tot Irak. Zou dat nu ook betekenen dat Bos met de kennis van nu anders zou hebben gemarchandeerd over de waarheid van Irak dan ten tijde van de kabinetsformatie toen het punt eenvoudig werd ingeruild voor tal van weldaden die ons in plaats van die waarheid deelachtig zouden worden, allemaal te danken aan het zitting nemen van de PvdA in de regering? Net zoals in 2003, bij de formatiekoehandel die toen niet lukte? Dat moet haast wel, als ik het gisteren bij Buitenhof goed heb begrepen. Jeroen Smit debuteerde als interviewer. Prettige manier van vragen stellen. Geen gedram, geen gezeur, geen ouwejongenskrentenbrood, geen zogenaamde spot, geen tongue-in-cheek. Eerder bedaard, snel, wendbaar. En beleefd.

Deze regering is het product van onvoldragen kennis. Met de kennis van nu had de regering er niet kunnen komen, althans niet op dezelfde manier. Op een andere manier misschien. Welke, dat wordt nog spannend. De kwestie is nog niet af. Ook Bos liet doorschemeren dat de fout toch in eerste instantie bij Defensie en Buitenlandse Zaken had gelegen. En misschien ook wel bij toenmalig fractieleider Verhagen? Zalm, destijds fractieleider van de VVD? Zouden we Dittrich weer eens moeten afstoffen? Wat had hij ermee te maken toen Bos z’n congé had gekregen? Of werd Dittrich gewoon overgeslagen? In elk geval, de fout lag niet bij de premier want die deed niks. Bos vond ook dat Irak helemaal op zichzelf moest worden bekeken, niet bijgekleurd door wat dan ook. Bijgekleurd door Uruzgan bijvoorbeeld? Het klonk te onwaarachtig om serieus te nemen. Het klonk volledig buiten elke politiek. Zodra politici zeggen dat ze iets op zichzelf willen laten dan wordt het tijd heel goed op te letten. Het kan niet en als het ergens niet kan, dan in de politiek. Nu kun je natuurlijk zeggen dat Bos z’n best deed om zo min mogelijk te zeggen zodat ook de kans op ruzie klein zou blijven. Dan had hij beter niet kunnen komen. Bovendien, hij zei genoeg, maar niet altijd even gelukkig.

Over een parlementaire enquête werd niet gesproken. Toch zou dat, om Verhagen pootje te haken en de VVD te kleineren, zo gek nog niet zijn. Het zou nog beter zijn om eens een debat te houden over wat in ons land de term ‘demissionair’ nog betekent. Het besluit de JSF aan te schaffen werd genomen door een demissionair kabinet, het besluit de illegale oorlog met Irak ‘politiek maar niet militair’ te steunen ook. We kunnen van alles en nog wat zeggen over volkenrechtelijke mandaten (de oorlog over Kosovo had ook zo’n mandaat niet), ze tellen pas als oorlogsdeelname omstreden is. Dat was bij Kosovo niet het geval hoewel over de genocide later nog maar weinig is vernomen. Met de kennis van toen is de oorlog toch maar begonnen. Als we het er onderling over eens zijn lappen we het mandaat aan onze laars. Zo niet, dan wordt het het fundament der wereld. We worden demissionair. Ze kunnen veel zeggen over Mat Herben, maar zijn voet tussen de deur van twee demissionaire kabinetten zal in elk geval hemzelf veel plezier hebben gedaan. Was Pim niet tegen de JSF? Had Pim niet de pest aan die proleet Bush? Het zal allemaal wel maar de geest van Pim kwam uit de fles van Mat en toen werd het toch wat anders. De magie van de vrijmetselaar.

De formatiebesprekingen van 2003 zijn ook al niet over gestruikeld over die labbekakkige steunformulering. Best handjeklap. Dat was, ook toen, kennelijk het punt niet. Was best onderhandelbaar en zo. JSF? We modderen verder want wie weet welk wisselgeld we nodig hebben in een volgende ronde. Twee omstreden kwesties, twee keer de redding door een demissionair kabinet. We hebben we in Nederland een demissionair kabinet nodig om politiek omstreden besluiten te nemen. Het kan verkeren en als het zo is dan is het al verkeerd. Het is nog niet zo maar het zal niet lang meer duren. Dit kabinet heeft eerst de bevolking gevraagd hoe het nog leuker kon. Daarna zijn de ambtenaren aan het werk gezet om politieke keuzes te maken om het wat minder leuk te maken en op het moment dat die hun klusje hebben afgerond kan het demissionair worden van het kabinet geen verder uitstel meer velen. Er moet ten slotte wel een keer worden besloten. En ononderhandelbare punten? Daar doen we niet aan. We ruilen, principieel als we zijn, geen standpunten. We ruilen van kabinet. Met de demissionaire status als pasmunt.

Maar het kan natuurlijk best zo zijn dat Uruzgan de spaak in het wiel wordt. Ook niet erg. Als we maar demissionair mogen worden. Handjeklap: de nieuwe betekenis van demissionair. Het is even wennen.

18 januari

=0=

 

Meeademen

In plaats van de ww het werkrecht en in plaats van de bedrijfstak cao de regionale cao. Dat zijn de twee voornaamste componenten die het CNV (in de figuur van de nieuwe bond Vakmensen, per 1 januari van dit jaar ontstaan uit de fusie van de bedrijvenbond met de bouw- en houtbond) in de aanbieding heeft om eens een ander geluid te laten horen over werkloosheid, werk zoeken, en samenwerking van werkgevers en werknemers in een regio. Het komt er op neer dat werkgevers en werknemers de verantwoordelijkheid nemen voor de bestrijding van werkloosheid en dat ze daarvoor nu eindelijk eens de regio als uitgangspunt kiezen. Bedrijven en werknemers uit verschillende bedrijfstakken, verzameld op een bedrijventerrein bijvoorbeeld, hebben vaak meer met elkaar dan met andere bedrijven uit eenzelfde bedrijfstak die zich elders bevinden. De meeste arbeidsmarkten zijn regionaal, de mobiliteit van mensen is regionaal dus het ligt voor de hand. Je moet je hooguit afvragen waarom het zo langzaam doorsijpelt. Het zal de padafhankelijkheid wel weer zijn: we weten wat we hebben, we weten niet wat iets anders kan opleveren. En risico is leuk voor de bühne maar in het echte leven houden we er niet van. Niettemin, ik ben heel tevreden met de accenten die het CNV plaatst. Voor de discussie, en misschien voor nog meer. Wie weet. Andere accenten, ze zijn hard nodig. Het CNV plaatst ze overigens al een paar jaar; het wachten is op de anderen want in je eentje doordansen beklijft niet. In Hardenberg moet het echt beginnen. De Stentor schrijft (6 januari) erover. “Het CNV-plan in het kort: totdat een nieuwe baan is gevonden blijft een ontslagen werknemer in dienst van zijn oude baas, werkgever en werknemer zoeken samen naar een nieuwe baan, als binnen een jaar geen baan is gevonden dan gaat de werknemer tijdelijk aan de slag bij een collega-bedrijf. De overheid (UWV) komt pas in beeld als het de sociale partners niet lukt een plaats voor een werknemer te vinden.” Jongejan van CNV Vakmensen wil zo snel mogelijk beginnen. Laten we hopen dat het ook echt gaat gebeuren. Aan allerlei vormen van, ook regionale, samenwerking ontbreekt het daar niet in Hardenberg en omstreken; de regio is goed gekozen.

Het is een aansprekend voorbeeld van hoe je de overheid kunt wegduwen uit de werknemersverzekeringen. Hoog tijd ook want overheidsbemoeienis werkt niet in een constellatie waarin je de werkloosheidsuitkering niet langer wenst te koppelen aan de oorzaak (onvrijwillige werkloosheid) maar aan het doel (zo snel mogelijk een andere baan). De kennis die je voor dat laatste nodig hebt is regionale kennis en regionaal gedeelde kennis. Die eerder bij de werkgevers en de werknemers aanwezig is en op peil kan worden gehouden dan bij en door welke derde dan ook, te beginnen met de overheid. Aan de andere kant, met de overheid staat ook het UWV buiten spel. Het zou me niet verbazen als die de bui al wat langer hebben zien hangen. En dus hun eigen paraplu in het spel brengen.

Dat is de paraplu van het meeademen: de werkloosheidsduur moet gekoppeld worden aan de conjunctuur. Is de arbeidsmarkt krap dan een korte duur, is de arbeidsmarkt ruim dan een langere duur (Trouw, 16 januari). Feitelijk werkt het zo, grosso modo, maar er zijn nog steeds rechten van mensen die, als die in eenmaal in werking zijn getreden, een zekere mate van conjunctuurresistentie hebben, ja zelfs een zekere mate van conjunctuuronafhankelijkheid. Dat kan natuurlijk niet en het kakelverse koppelingsmechanisme van UWV bestuursvoorzitter Linthorst maakt er korte metten mee. Weg! De finale ontkoppeling van uitkeringsduur en opgebouwd recht als het ware en alleen al daarom consequent. Het einde van de werkloosheidswet als een werknemersverzekering. Het was al nooit een echte verzekering en als de afgelopen dertig jaar iets hebben bewerkstelligd, dan de ontmanteling van de idee dat we verzekerd waren voor de effecten van werkloosheid. Werkloosheid is steeds minder een oorzaak, en steeds meer een aanleiding om eens wat anders te gaan doen. Nee? Dan ook geen uitkering. Tenzij je voor een private verzekering zorgt uiteraard – de afbraak van de collectieve werknemersverzekering opent de markt voor de private. Is wat voor te zeggen want daar wordt ten minste niet gezegd dat je de uitkering slechts op één manier mag gebruiken, met verlies van rechten als je het anders doet. Tenzij je dat hebt afgesproken natuurlijk maar dan moet je het wel zelf hebben afgesproken en daar wil de overheid uiteraard niet aan. Het UWV ook niet. Die zoekt het liever in een ‘aanscherping van de polisvoorwaarden’.

Aanscherping. Niks aanscherping en niks polisvoorwaarden. Lees: het afschaffen van de polis. En het vervangen van voorwaarden door voorschriften. Eenzijdig. Het is niet moeilijk het te bedenken. We waren toch al heel dicht in die buurt gekomen. Het is wel moeilijk, blijkbaar, het gewoon op te schrijven. Voor het UWV. Jammer dat zelfs minimale duidelijkheid een brug te ver is.

In het CNV voorstel zou het kunnen dat de betrokkenen zelf iets over hun toekomstige arbeidsplek te zeggen krijgen. Dat zal de steen des aanstoots dan wel zijn.


17 januari

=0=

 

Eenvoudig

Toegegeven, ik heb altijd moeite om de stukjes van mevrouw Marbe te lezen. Ze heeft er een prijs voor gekregen, nog niet eens zo lang geleden. Het moet wel aan mij liggen. Hetzelfde heb ik met de stukjes van Ellian. Niet met de stukjes van Spruyt. Er is een verschil tussen reactionairen en conservatieven, dat zie je maar weer. Ik heb liever de conservatieven. Minder complotterig. Als het goed is zelfs helemaal niet complotterig. Spruyt is meestal niet complotterig. Steeds minder zelfs. Reactionairen als Marbe en Ellian daarentegen zien overal een complot. Haal het complot weg en hun wereld is leeg. Sneu. Je moet het hen gunnen en voor hen hopen dat het zover niet komt. Laat ze hun complotten. Als je van mening bent dat er wordt gecomplotteerd dan uit je dat. Het is vervelend maar het hoort nu eenmaal bij de vrijheid van meningsuiting. Het zij zo.

Het zijn, laten we eerlijk zijn, altijd de complotten van anderen. Zij waarschuwen alleen maar. Complotten van moslims zijn populair en ze kunnen er geen genoeg van krijgen. Ze houden elkaar in leven. Als het ware. En als het de moslims niet zijn – alles gaat op den duur vervelen als het te monotoon is – dan zorg je voor wat afwisseling door, ik noem maar wat, ‘de elite’ aan te klagen. Is op z’n minst even populair en het verbreedt je publiek. Bij voorkeur de ‘linkse elite’ en nog liever de ‘linkse politieke elite’. In de peilingen is links niet erg groot, in de kolommen van een enkele columnist is links enorm van omvang, overal aanwezig, overal stiekem aanwezig: een complot. De meest recente aanwinst van de linkse slapjanussen is het Openbaar Ministerie. Dat ze nu ook in hun web hebben weten te verstrikken. Het eerste resultaat ervan en daarmee in één klap het nieuwste complot heet ‘een politiek proces’. Wilders noemt het zo, Marbe noemt het zo.

In het proces staat niet Wilders terecht maar de vrijheid van meningsuiting. Zover heeft links het dus gebracht. Er wordt in die kringen niet geaarzeld om het OM in te spannen voor hun eigen politieke karretje. Politieke rechtspraak, het moet, om een beklagenswaardig politicus aan te halen, niet nog gekker worden. Het is zo al gek genoeg. Zegt mevrouw Marbe die geschrokken aan de bel trekt en roept: waar zijn toch de Voltaires? Ze bedoelt natuurlijk: sta ik er dan weer helemaal alleen voor? Onder onze ogen verandert de rechtspraak van een onafhankelijk in een politiek gestuurd orgaan en niemand die er wat aan doet. Kan dat zomaar?

Een politiek proces is een proces dat vanuit de politiek is bekokstoofd. Het is niet een proces dat tegen een politicus wordt gevoerd, al zou de betreffende politicus dat maar al te graag willen beweren. En dat ook doet. En navolging vindt bij zelfbenoemde Voltaires zoals Marbe die hun kleine gedachten groter willen maken door grote autoriteiten aan te roepen. Dode autoriteiten waarop het copyright van juist citeren al lang is verlopen. In kleine gedachten is slechts ruimte voor eenvoudige tweedelingen. Het deugt of het deugt niet. Meestal deugt het niet want de wereld is slecht en het kamp der zuiveren is klein en wordt voortdurend bedreigd. Door baarden, slappe knieën, meelopers. Hoe houden ze het uit.

Vandaar – een noodkreet. Desondanks, een beschuldiging uiten dat de haat tegen Wilders zo groot is dat het opgeven van de onafhankelijkheid van het OM niet meer dan wat wisselgeld is voor het goede doel, zo’n beschuldiging is niet mis. Het zal mevrouw Marbe worst wezen. Dat is het voordeel als je zelf altijd al wist wat goed en kwaad, juist en onjuist, recht en onrecht voorstelt. Dan heb je geen OM meer nodig, en een rechter al helemaal niet. Die compliceren de zaak maar en dat kun je niet hebben. Dat wil je niet hebben en zodra ze het toneel betreden roep je dat ze gemanipuleerd worden dan wel zelf aan het manipuleren zijn. Zo eenvoudig is het. Wat ook de uitkomst is, je hebt altijd gelijk. Zekerheid in roerige tijden is een groot goed.

Het eigenlijke complot is de voor een reactionair onverdraaglijke complexiteit van een onzekere en onvoorspelbare wereld.

16 januari

=0=

 

Drie

In Trouw vind ik een berichtje over een nieuw WRR-rapport. Over ontwikkelingssamenwerking. Het rapport is nog niet verschenen (het wordt maandag aanstaande aan minister Koenders aangeboden). Waar de krant z’n informatie vandaan heeft staat er niet bij. Het komt erop neer dat de WRR van mening is dat de ontwikkelingssamenwerking nu niet goed is georganiseerd, dat we van een vast hulppercentage geen afgod moeten maken en dat we onze hulp moeten modelleren naar instituties zoals US Aid en UK Aid. Wat dat precies inhoudt is lastig na te gaan, althans voor mij, want alles wat ik van die clubs kan vinden is wollige taal. Nou goed, één boodschap: de ontwikkelingssamenwerking moet in termen van globalisering worden gezien en dus hebben wij belang bij wat zij doen met het milieu, met veiligheid, met migratie enzovoorts. Wij hebben belang bij hun externe effecten want we kunnen er knap last van krijgen. We hebben er al last van. Zoiets, denk ik, maar het staat er natuurlijk allemaal heel anders, het staat er alsof hun belang belangrijker is dan het onze en dat we eigenlijk voornamelijk gezamenlijke belangen hebben. Het eerste effect en de eerste inzet van ontwikkelingssamenwerking is hen daarvan te doordringen.

De Nederlandse ontwikkelingshulp is voor een groot deel bilateraal. Daarbij verspreiden we een paar miljard over ruim veertig landen. Die landen moeten wel voldoen aan criteria maar als je leest dat ‘een goed sociaaleconomisch beleid’ één der criteria is en je leest tevens dat Afghanistan onder deze hulp valt dan weet je dat goed beleid een rekkelijk criterium is. Dat kan ook niet anders. Dat Afghanistan hulp krijgt heeft alles te maken met de bestrijding van onwenselijke effecten van de globalisering en daarom onder de drie D’s van ‘defense, diplomacy, development’. Een goed sociaaleconomisch beleid is daarin geen criterium. Het is een verhoopt resultaat en wat daar goed aan is bepalen wij. In het licht van onze veiligheid en onze kijk op internationale betrekkingen.

Dat de organisatie van hulp naar meer dan veertig landen niet eenvoudig is laat zich raden. De WRR schijnt nu voor te stellen de greep van de ambassades op die organisatie af te schaffen. Het kan beter, zegt de Raad (nog steeds volgens het berichtje in de krant). Of dat zo is moeten we dan maar afwachten maar dat het anders moet – globaler, meer rekening houdend met het beleid van buitenlandse zaken en defensie, met het internationale beleidskader waar Nederland een plek in heeft enz. – is wel evident. Dat is trouwens al een paar jaar bezig. Ontwikkelingshulp is geen speeltje meer en het is ook geen economie, het is politiek, het is onze politiek die de hunne moet beïnvloeden.

Waar ik benieuwd naar ben is hoe de WRR de insteek van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking in de EU bekijkt. Daar werken we sinds Maastricht ook met drie hoofdletters maar in dit geval zijn het de drie C’s: coördinatie, complementariteit, coherentie. Het laatste evaluatierapport over de vorderingen van deze C’s meldt dat er steeds meer aandacht is voor coördinatie maar nog geen resultaten en dat het met betrekking tot de twee andere C’s precies hetzelfde is maar alleen nog minder. Ergens verbaast het niet. De EU kan zeggen wat het wil maar zolang diverse lidstaten, waaronder Nederland, de drie D’s prefereren wordt het met die EU behoeftes nooit wat. Hoe redelijk, voor de hand liggend en vooral noodzakelijk ze ook zijn.

Daar zou ik nou wel eens analyse over willen zien. Maandag weet ik meer. Als gezegd, ik ben benieuwd.

15 januari

=0=

 

Wasmiddel

Met de kennis van nu hadden we het anders gedaan maar we hadden het wel gedaan. Het waren identieke geluiden in Amsterdam en Den Haag. We hadden het besluit niet moeten voorleggen zoals we het hebben voorgelegd maar we hadden het wel voorgelegd, zij het anders. Het had adequater gemoeten maar het had wel gemoeten. Er zullen lessen uit worden getrokken. Zeker met de kennis van nu. Was ons een lief ding waard geweest als we toen over die kennis hadden beschikt. Voortschrijdend inzicht. Toen integer, nu integer.

Adequater, schrijven de premier en z’n twee vicepremiers. Pechtold vroeg het nog: houdt dat nou in dat het toen adequaat was maar net wat beter had gekund? Of was het toen niet adequaat, zoals de commissie Davids schrijft? En wisten ze dat niet? Het antwoord op de tweede vraag is eenvoudig. Ze wisten het niet want anders kan er van integriteit geen sprake zijn geweest. En ze schrijven dat ze integer waren. Balkenende dan want die andere twee hebben het alleen van horen zeggen. Van Balkenende. Dat wordt een spannende kwestie want volgens Davids hadden ze het wel degelijk kunnen weten maar ze wilden het niet weten. Ze wisten het niet omdat het niet goed uitkwam. Balkenende wist niks want hij hield zich er niet mee bezig. Het gewicht komt bij de ministers van Defensie (Kamp) en Buitenlandse Zaken (De Hoop Scheffer) te liggen. Daar is de informatie van de AIVD en MIVD verfrommeld en in de prullenmand gegooid. De premier kan z’n integriteit alleen redden door die van twee van z’n toenmalige ministers in de discussie te brengen. Ik ben benieuwd en eerlijk gezegd, van De Hoop Scheffer had ik niet anders verwacht, maar van Kamp valt het me wat tegen. Waarom weet ik ook niet. Hij heeft er ook een opvatting over, dat zei hij al. Daar zullen dan nog wel enige opvattingen naast komen te staan.

Het sombere nieuws is dat de PvdA kennelijk heeft getaxeerd dat je met Irak geen nieuwe verkiezingen moet riskeren. Van CDA en CU was bekend dat ze altijd achter die oorlog stonden, van de PvdA wisten we dat voor hen het ontbrekende volkenrechterlijke mandaat, toen, genoeg reden was om zich tegen te verklaren. Ze wisten het toen; nu is die wetenschap eventjes opgeschort. Toen was het niet adequaat, nu had het adequater gekund. Het is politiek als een wasmiddel. Nieuwe formule, zelfde treurnis. Niet fraai en het zal wel zijn om het kruit droog te houden. Zouden ze wachten tot het besluit over Uruzgan? De politieke positie van Defensie en van Buitenlandse Zaken is nu in het geding, door Irak, en die positie is nodig voor het besluit over Uruzgan. Die oorlog is weinig populair en het zou zo maar kunnen dat de PvdA liever daarop een crisis forceert dan op Irak.

In Amsterdam is geconstateerd dat je met een nederlaag inzake de Noord/Zuidlijn de aanstaande verkiezingen niet in kunt. Dus gaat het door, al had het met de kennis van nu beter gekund. In Den Haag is geconstateerd dat de kool van Irak het sop van nieuwe verkiezingen niet waard is. Het had in beide gevallen adequater gekund maar dat is praten achteraf. Het is geen schande ergens van te leren, zei de premier. Daar heeft hij het grootste gelijk van de wereld in. De schande is dat argument in deze context te gebruiken. De schande is de politiek te behandelen op dezelfde manier als een reclamebureau ons een wasmiddel probeert aan te smeren. Weten ze in Den Haag, en in Amsterdam, niet dat wasmiddelreclames tot de meeste gehate reclames behoren?

Dat weten ze best. Omdat alle reclamebureaus met even vervelende flauwekul aankomen doet het er echter helemaal geen bal toe. Volgende week krijgt het college in Amsterdam ongetwijfeld het groene licht voor verdergaan met die lijn. De raad heeft zich al zo vaak in de luren laten leggen, dat wil je niet weten, en zij willen het zeker niet weten. En begin februari, als het kabinet met een uitgebreidere reactie komt, zal het niet over Irak gaan. De VVD zal het niet aandurven, het CDA al helemaal niet en de PvdA heeft z’n positie per gisteren ingeleverd.

Minder adequaat is niet denkbaar.

14 januari

=0=

 

Rapport

Met een slecht rapport blijf je zitten. Dat zei Erik van Muiswinkel, verkleed als een rechtse commentator, gisteren in DWDD. Een mooie indicatie van wat rechts is want wie een slecht rapport heeft wordt tegenwoordig van school verwijderd. Niet goed voor het image van de school, slecht voor het studierendement, onaantrekkelijk voor nieuwe leerlingen. Rechts loopt gewoon achter. Vroeger bleef je zitten, nu moet je weg. Dat wou van Muiswinkel maar gezegd hebben. Denk ik.
            De eerste vergadering over Irak, augustus 2002 op Buitenlandse Zaken, is tamelijk belangrijk geweest. Het zette de toon. Genotuleerd werd er niet, niemand weet het nog precies, niemand weet nog precies wie aanwezig was. Vakantie en zo. Zo komt beleid tot stand als toch al vaststaat dat we het beleid van de VS volgen. Heel eenvoudig. Het was beter geweest als het onderzoek wat eerder had plaatsgevonden zegt Davids. Ongetwijfeld, nu is het geheugen niet zo goed meer. Het is lang geleden, toch?
Beleid is doen wat je gezegd wordt en wat gezegd wordt, zeggen de ministers na. De Hoop Scheffer en Kamp. De premier had andere dingen te doen. Druk, druk, druk. De rest is window dressing en tjee, wat hebben ze hun best gedaan. Alles wat roet in het eten dreigt te gooien – te gematigde rapportages van AIVD en MIVD – wordt weggepoetst of onherkenbaar gemaakt. De juridische bezwaren tegen een militaire aanval op Irak worden weggewuifd. Een actieve militaire bijdrage is niet gevonden, maar een niet-actieve? Allemaal een kwestie van opvatting zeggen Kamp en Balkenende nu. Toen niet. De Kamer wordt niet of gebrekkig ingelicht. Het kan niet op.
            Een kwestie van opvatting? Nee, een kwestie van prestige. De premier heeft gisteren de toon gezet. Als ik het zo zie, dan zie ik het zo of denkt u beter te weten hoe ik het zie? Noemt u mij een leugenaar? Dat is de volgende vraag. Weet de commissie Davids soms hoe ik er toen tegen aan keek? Dat weet ik toch zelf het beste?
            In Amsterdam is op instigatie van wethouder Vos de gemeente begonnen met een psychosociaal onderzoek naar jonge kinderen. Om er vroeg bij te zijn. Ze zouden eens uit de pas kunnen gaan lopen. Het sociaalliberalisme heeft opmerkelijke voorstanders. Ik heb niet helemaal meegekregen wat wethouder Vos met dergelijk onderzoek uitstaande zou moeten hebben maar niettemin. Zij wil natuurlijk dat alle toekomstige kinderen zo geen goed, dan in elk geval geen slecht rapport mee naar huis krijgen. De bedoeling is weer voortreffelijk. Gelet op de premier hadden ze al enkele decennia eerder met zulk onderzoek moeten beginnen. Dan had Balkenende nu geen slecht rapport gekregen en had hij zijn voorraad opvattingen nog even droog kunnen houden.
            Het rapport gaat al lang niet meer over het rapport. Het gaat over zorgenkind Balkenende en hij heeft er zelf om gevraagd.

13 januari

=0=
           

 

Gulzig

Gisterochtend zag ik een paar volstrekt postmoderne zoutstrooiers. Ze kwamen aan in een klein voertuig van de gemeentereiniging. De achterbak was open, met uitzondering van een lage klep. Je hand kon je er moeiteloos insteken, een schep zou lastig zijn. Er stegen vier mensen uit, in hesjes, zoals dat betaamt dezer dagen. Handschoenen droegen ze ook. Ze liepen bedaard naar de achterkant van hun voertuig, haalden een handje zout uit de bak en strooiden. Achteloos, het moest ergens terecht komen maar waar, dat leek er weinig toe te doen. Na twintig handjes stegen ze weer in en verdwenen. Elders wachtte nieuwe zinvolle arbeid. De overheid zorgt voor ons, zichtbaar en veeltallig. Wel zonder schep want het gaat om de geste, niet om het resultaat. De geste is het resultaat, dat zal het zijn. Het handgebaar volstaat, een schep zou maar valse verwachtingen scheppen.

Zou dit nu een voorbeeld zijn van het gulzige bestuur waar Willem Trommel het september vorig jaar in zijn oratie aan de VU over had? Trommel signaleerde, naar aanleiding van het disfunctioneren van de verzorgingsstaat, van de eisende burger en van een samenleving die zichzelf kwijt is geraakt, een bestuurlijke reactie in de richting van respectievelijk New Welfare (een preventiestaat opdat we geen last voor de ander zijn en zodat we goed, goedkoop en voorspelbaar zullen presteren), het New Public Management dat voornamelijk voor een gigantische en onoverzichtelijke toezichtindustrie heeft gezorgd (het NPM was de vondst van Al Gore, begin jaren negentig, dezelfde Gore die ons nu met dreigende taal over het klimaat bekogelt) en New Social Governance, (goed voor de heruitvinding van de samenleving, de samenleving die al lang is overgegaan op het stramien van een maatschappij die voor welke samenleving dan ook een maatje te groot is). Drie keer mis en dus heeft de overheid het drukker dan ooit. Met zichzelf, in naam van ons, met ons omdat het hardnekkig wat anders uitpakt en dus eigenlijk voor een tweede keer met zichzelf.

Het is een pakkend verhaal, het verhaal van Trommel. Alleen die nukkige burger die maar prestaties van de overheid eist en NPM terugkrijgt – met als gevolg dat de onvrede over de prestaties en over de regering die goed dacht te doen door het doen uit te besteden –, alleen die nukkige burger zit me niet helemaal lekker. Ik noem hem burger 2, om hem te onderscheiden van de preventieburger (burger 1) en de geresocialiseerde burger (burger 3). Wat ik niet begrijp is dat diezelfde nukkige burger 2 zich zo mak in het preventieharnas van burger 1 laat hijsen en dat diezelfde burger als burger 3, de geresocialiseerde burger, zo braaf tegemoet komt aan de wens gezamenlijk een straatfeest te organiseren, het stoepje van buurvrouw schoon te vegen, onze migranten op hun plichten te wijzen en in dezelfde beweging en daardoor het cement van de samenleving als geheel een opknapbeurt te geven. Nou ja, het werkt ook helemaal niet zo volgens Trommel. Het zou moeten, het zou mooi zijn, en het is niet zo. Al die burgers lopen elkaar stelselmatig voor de voeten en de overheid houdt ze niet meer bij.

Het verhaal van Trommel is, hoe zal ik het zeggen, te bedacht. Burger 1 en 3 passen niet bij burger 2. Dat komt door de simpele omstandigheid dat burger 2 helemaal geen burger is maar een klant of zoiets. Bovendien, die burger is een schepping van de overheid. Die burger is zelfs het eerste product van de nieuwe overheid en hij was nodig om de verzorgingsstaat op de schop te nemen. En omdat die burger als klant redelijk wortel heeft geschoten bleek in het vervolg (we schrijven dan de jaren negentig en nul) dat iedereen voortaan z’n eigen stoepje maar schoon moest zien te krijgen. Burger 1 en burger 3 zijn consequenties van burger 2 en burger 2 is geen burger. Daar sta je dan.

De overheid heeft last van z’n eigen creaties. Burger 2 eist dat de gemeente de stoepen sneeuwvrij houdt, burger 1 zou het al gedaan hebben voordat de sneeuw is gevallen en burger 3 staat te trappelen om de nazorg te leveren. Wat doe je dan, als gemeente? Precies, je stuurt per zoutkar vier ambtenaren mee om de vereiste strooibewegingen te maken, je roept de mensen op om uit voorzorg zoveel mogelijk thuis te blijven en je laat de premier een oproep doen om ook zelf de schop ter hand te nemen.

Gulzig bestuur is geen reactie. Het is een actie, gericht op klanten in een wereld die geen klanten maar burgers veronderstelt. Voor klanten heb je geen territoir nodig maar een zelfbedachte functie. Verstandig, want met dat territoir is het een enigszins aflopende zaak. En daarom hebben we klanten, die we als burgers proberen te vermommen. Het is uw stoep hoor!

Gulzig bestuur is het trefwoord van een ontkennende overheid, een overheid geconfronteerd met een steeds poreuzer territoir, een overheid die niet in staat is naar het bevind van die zaken te handelen, die poogt de zaken naar z’n eigen hand te zetten en die zichzelf tegenkomt. Gulzig bestuur is bestuurlijke drukte die je zelf hebt opgeroepen en die je slechts met nog meer bestuurlijke drukte denkt te bezweren. Dat is wat ik zag, gisteren, met die verstrooide gebaren van de zoutstrooiende ambtenaren. Ik zag de effecten van bestuurlijke drukte. De beelden heb ik gulzig opgezogen.

12 januari

=0=

 

Episodisch

Ik heb dat ook wel eens. Ik breng iets in bij een overleg of vergadering en korte tijd later komt het punt terug maar dan als was het een vondst van iemand anders. Hinderlijk. Maar nu blijkt dat ik daar niet alleen door gehinderd word, ik hinder op vergelijkbare wijze ook anderen want ik doe het zelf ook. Als ik wat bedacht denk te hebben is er een dikke kans dat ik dat helemaal niet aan mezelf moet toerekenen maar dat ik het ooit ergens anders of eerder heb meegekregen. Ik heb het punt onthouden, de context waarin ik het voor het eerst oppikte ben ik daarentegen vergeten en niet alleen dat: ik ben zelfs vergeten dat ik het ergens vandaan heb, dat er überhaupt een context was. Mijn semantisch geheugen is beter dan mijn biografisch of episodisch geheugen. Dat werd me afgelopen zaterdag uitgelegd door Douwe Draaisma in de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad.

Het kan tot onaangename situaties leiden, zoals in de muziek bij George Harrison en Steve Vai. Als ik me goed herinner was er ook ooit iets over de herkomst van twee liedjes van de Beatles, iets met Les Frères Jacques. De musicus registreert wat, slaat het ergens op in z’n geheugen maar heeft er geen herinnering meer aan. Tot een andere gebeurtenis niet de herinnering (en de episode) maar het geheugen (en de semantiek) activeert en dan denk je dat je het helemaal zelf hebt bedacht.

Er zijn misschien tussenvormen, grijze gebieden? Het overkomt me nogal eens dat ik weet dat ik een bepaalde gedachte ergens ben tegengekomen, soms ook nog bij wie, maar niet meer bij welke gelegenheid. Ik zoek me een ongeluk, slaag er soms in een toevalstreffer te produceren (daar stond het!) maar meestal is het zoeken naar de speld in de hooiberg. Het stoort me dan verschrikkelijk dat ik me niet meer weet te herinneren in welke situatie ik tegen die gedachte aanliep. Ik word oud, denk ik dan. Vroeger had ik dat best gekund.

Het is een troostende gedachte dat ik dat misverstand nu bij het vuilnis kan zetten. Ouder worden is helemaal de oorzaak niet. Misschien dat het versnelt, maar de oorzaak is dat er geen oorzaak is. Denken dat er een oorzaak is, is in de allereerste plaats het product van een conceptueel misverstand. Het is geen kwestie van oorzaak en gevolg, maar van het zijn zoals het is, van een semantisch geheugen dat zich op een andere en herkenbaarder manier blootgeeft dan het episodisch geheugen.

Het artikel van Draaisma van afgelopen zaterdag kan ik niet meer vinden. Is het op een stapel gelegd? Ergens onder verdwenen? Gebruikt voor de aardappelschillen? Ik weet het niet meer. Ik kan me de context van verdwijning niet voor ogen halen. Maar de semantiek van het artikel is er nog wel degelijk. Nu nog onthouden dat het niet door mezelf is bedacht.

Daarom schrijf ik het maar op.

11 januari

=0=

 

Bingo

Je belangen kunnen botsen, ze kunnen verstrengeld raken, ze kunnen voor derden de schijn van verstrengeling oproepen, en je bent je daar als belanghebbende al dan niet van bewust. Belangen botsen voortdurend. Je kunt niet alles tegelijk en dus geef je aan het ene voorrang. Iedereen die ergens mee bezig is en in het kader van die bezigheden verschillende dingen moet doen kent het probleem. Het heeft op zichzelf niets te maken met het hebben van verschillende petten. Die petten, die komen pas in het spel als je niet alleen bezig bent met de dingen die je moet doen vanuit je functie maar ook met allerlei meer of minder prettige bijkomstigheden die sommige functies nu eenmaal wel en andere weer niet komen aanwaaien. Ik zeg het maar omdat het rapport van bureau Bing over burgemeester Leers van Maastricht juist op dit punt extra mistig is (Bing, Onderzoek Burgemeester Maastricht, januari 2010: 61-62). Waarom? Zou eens onderzoek naar gedaan moeten worden

Burgemeesters hebben altijd meer vrienden dan hun ambtenaren zullen we maar zeggen. Dat is fijn, soms, handig bij gelegenheid, en een enkele keer is het lastig. Je zou mogen verwachten dat burgemeesters weten, uit hoofde van hun functie, dat ze overal waar ze komen nieuwe vrienden opdoen. Dat ze weten dat hun ontvriendingstaak op z’n minst even belangrijk is als hun bevriendingstaak. Om het voorzichtig uit te drukken. Een burgemeester die zich daar niet tot het uiterste van bewust is kan beter wat anders gaan doen. Zo’n burgemeester is een lopende uitnodiging voor belangenverstrengeling. Het heeft er in elk geval de schijn van, ook al gebeurt er verder helemaal niks.

Volgens bureau Bing, dat op verzoek van de gemeente Maastricht de verwikkelingen rond de aankoop door burgemeester Leers van een vakantievilla in Bulgarije onderzocht, heeft de burgemeester een aantal dingen stom aangepakt maar ‘niet bewust’ (Bing, o.c.: 74). Bij zo’n conclusie vallen je schoenen uit. Bijvoorbeeld: een burgemeester die de ambassadeur van Bulgarije voor het karretje van z’n privébelangen probeert te spannen en die tegelijk bij die actie al zoveel nattigheid voelt dat hij diezelfde ambassadeur op het hart bindt dat hij die steun niet als burger maar als privépersoon vraagt en uiteraard van de ambassadeur ook geen steun van de ambassadeur als ambassadeur vraagt maar alleen van de ambassadeur als privépersoon, zo’n burgemeester is bewust bezig om alle denkbare merken in het schap door elkaar te gooien. Pet op, pet af. Dan maar petje af zullen ze bij Bing gedacht hebben. Niet bewust. In tal van andere functies zou het een reden voor ontslag zijn, hier is het een reden om geen verantwoordelijke aan te hoeven wijzen. Wat de conclusie van Bing over Leers zegt is me niet zo duidelijk, wat de conclusie van Bing over Bing zegt veel meer. Het bureau is een verdubbeling van het naargeestige, een beetje genante, onheldere geklier rond het aanleggen van een paar villa’s. De burgemeester is daarbij betrokken geraakt en dan wordt het voor hem ook een beetje een naargeestig, genant en onhelder geklier. Welles en nietes en een bureau dat het opschrijft en als eigen conclusie heeft dat het niet fout is gegaan en niet fout is gedaan, althans wel fout is gegaan respectievelijk een beetje fout is gedaan, althans de schijn van iets fout gedaan te kunnen hebben niet helemaal hebben kunnen vermijden, maar: niet bewust. Oef!

Met zulke vrienden heeft de burgemeester geen vijanden meer nodig.

10 januari

=0=

 

Malus

Zou het niet voor de hand liggen dat bedrijven die een bonusregeling hebben ook tot een malusregeling verplicht worden? Een bonus is een beloning voor bijzondere prestaties, een malus voor bijzondere wanprestaties. Tal van bedrijven hebben in de recente en minder recente geschiedenis voor enorme wanprestaties gezorgd, met doorwerkingen die in economische kracht gemeten alleen vergelijkbaar zijn met een behoorlijke aardbeving.

Het is de hoogste tijd de regeling te herzien dat de eigenaren van een bedrijf – en hun zaakwaarnemers, de bonusslikkers – voor niet meer aansprakelijk zijn dat de waarde van hun aandeeltjes. Eigenaren en zaakwaarnemers dienen aangesproken te kunnen worden op de schade die zij veroorzaken. Namens hun bedrijf.

We leven in de exact omgekeerde wereld. Ik lees dat banken weer voor miljarden aan bonussen gaan uitkeren uit angst dat als ze het niet doen de beste bestuurders zullen vertrekken. De beste bestuurders zijn dezelfde bestuurders die kort geleden voor nog veel en veel en veel meer miljarden schade hebben toegebracht. Voornamelijk aan anderen. Die schade is noch becijferd, noch vergoed. De effecten van die schade zijn nog lang niet uitgewoed en per dag zijn er nieuwe schadegevallen.

Het probleem zit niet in de bonussen. Die zijn niet meer dan een effect van het probleem. Het probleem zit in een serie wettelijke beschermconstructies die het bedrijven mogelijk maakt veel meer schade toe te brengen dan ze ooit kunnen terugbetalen. Vervolgens constateren we dat die schade inderdaad af en toe ontstaat, we pruttelen wat over de moraal van dat soort mensen en gaan over tot de orde van de dag. Zij ook. Zij keren bonussen uit.

Zolang wij vinden dat we constructies moeten hebben met daarin ‘uitgesloten’ dan wel ‘beperkte’ aansprakelijkheid, kunnen we onvoorzichtig gedrag en het nemen van risico’s op kosten van derden verwachten. Het is alsof we automobilisten toestaan de weg op te gaan in de wetenschap dat ze niet meer kunnen verliezen dan de waarde van hun auto. Het is alsof we in het autoverkeer de overgang van schuld- naar risicoaansprakelijkheid nooit hebben ingevoerd. Het is alsof we dezelfde overgang nu in de sociale zekerheid, in de discussie over de ww bijvoorbeeld, nooit hebben overwogen en ook schielijk weer in zullen trekken.

Zolang wij het bedrijfsleven vrijstellen van de overgang van schuld- naar risicoaansprakelijkheid, zolang zullen we bonussen hebben. Het oeverloze gemoraliseer over de inhaligheid der mensen heeft geen andere functie dan het ontwijken van de discussie over bedrijfsaansprakelijkheid.

In Basel wordt morgen gesproken over het gedrag van banken. Het zullen ongetwijfeld gesprekken zijn met een hoog moreel gehalte.

9 januari

=0=

 

Handelswaar

Woensdagavond zag ik een flard van een debatje tussen Teeven en een advocate wier naam ik altijd vergeet en die ik zelf aanduid als mevrouw Zoo (Zwaar opgemaakte ogen). Ik weet het, het kan beter. Ze hadden het over een lijst die het OM heeft gepubliceerd met foto’s en dergelijke van mensen die het OM graag zou spreken of (weer) laten opsluiten. Verdachten en veroordeelden. Teeven vond het allemaal prachtig. Dat je als verdachte nog niet veroordeeld bent, het kon hem niet schelen, het waren criminelen en dan had hij meer met de slachtoffers dan met de daders. Dat Teeven ooit aan de kwaliteit van de rechtsstaat heeft meegewerkt – het is maar goed dat de man de politiek in is gegaan. Daar kan hij voorlopig minder kwaad.

Door de lijst ben je als verdachte niet slechts reeds veroordeeld, je bent gebrandmerkt en van dat brandmerk kom je je leven niet meer af. Onterecht verdacht? Pech gehad. Een gevalletje van persoonsverwisseling? Pech gehad. U lijkt bijna als twee druppels water op de verdachte? Vervelend nou, ja, zeg dat wel, u heeft pech gehad. Maar ja, u weet net zo goed als ik dat waar gehakt wordt spaanders vallen. Kortom, hoe bot wil je de bijl eigenlijk hebben? Sinds wanneer staan we toe dat de rechtsstaat tekeer kan gaan als een botte bijl? Zouden we niet even moeten nadenken voor we hiermee doorgaan? Dat trachtte mevrouw Zoo voor te leggen aan Teeven, om hem tot een antwoord te bewegen; maar Teeven had kiezers aan z’n hoofd, geen antwoorden op vragen die het saldo van de kiezerswinst naar beneden zouden kunnen bijstellen. Een debat tussen doven dus, het type debat dat helemaal beantwoordt aan de ontwerpdroom van de moderne ‘talkshow’.

Wij zijn langzaam maar absoluut zeker in een sfeer terechtgekomen waarbinnen privacy van een ja/nee code is veranderd in een meer of minder. We schrappen de privacy van de verdachte, want hij heeft zich ook niet bekommerd om de privacy van het slachtoffer. We betalen met uw privacy – om er een beetje meer veiligheid voor terug te krijgen. We kunnen uw vraag naar en ons aanbod van veiligheid ruilen, in stukjes verdelen, er een prijs voor bepalen. Veiligheid is de handelswaar. Privacy is er het wisselgeld van, het geld dat vraag naar en aanbod van veiligheid op één noemer brengt en tegelijk de koers van het schaarse veiligheidsgoed tot uitdrukking brengt.  

Veiligheid is oneerlijke handelswaar. De overheid zit aan de knoppen van vraag zowel als aanbod van veiligheid en de overheid bepaalt de dagkoers van de privacy. Dat is alles bij elkaar knap griezelig. Ik begrijp steeds beter waarom ik Teeven zo’n engerd vind. Dat de overheid de instantie is die wordt aangeroepen om veiligheid te produceren als we het zelf niet kunnen – dat is de taak van de overheid. De vraag genereren naar veiligheid daarentegen is geen overheidstaak, al heeft de overheid dat wel steeds meer aan zich getrokken. Daardoor is veiligheid niet langer een publiek goed. Je komt het alleen nog tegen als collectief en als privé goed. Dan moet je er een geëigende prijs voor zien te berekenen. Die prijs, die wordt uitgedrukt in de koers van de privacy. Privacy is de eenheid die de markt voor veiligheid coördineert.

Privacy was de sfeer waarvan de overheid af moest blijven, het was van ons en juist daarom had de overheid z’n fikken thuis te houden. Inmiddels heft de overheid er een premie over, waarvan de hoogte vandaag de dag voornamelijk afhangt van de door diezelfde overheid verordonneerde vraag naar veiligheid. Een groeiende vraag die bij het altijd beperkte aanbod alleen maar kan worden bekostigd door onze privacy voor het gat tussen vraag en aanbod op te laten draaien. Met privacy wordt veiligheid gefinancierd. Een wel heel bijzonder soort veiligheid is het resultaat. In de gewone economie noemen ze het inflatie. Dat is precies wat we zien: een dalende waarde van privacy, steeds meer nominale, steeds minder reële veiligheid. Gelukkig dat er nog mensen zijn die blijven volhouden dat het hen niet uitmaakt omdat ze toch niks te verbergen hebben.

Privacy gaf je ooit het recht om een aantal dingen niet in circulatie te brengen en dus niet prijs te geven aan de nieuwsgierige blikken van anderen. Omdat we van privacy een wissel op de veiligheidsmarkt hebben gemaakt circuleert het. Een wissel is geld. Ook dat geld moet rollen omdat het anders als geld niet kan functioneren. Daarmee staat privacy ter beschikking van de overheid. Die er als het zo uitkomt een foto van maakt en die op het internet plaatst. Dat we het maar weten. En verder blijft het over de kwestie erg stil in het parlement. Dat we ook dat maar weten. Alleen Teeven, diens haan kraait victorie.

8 januari

=0=

 

Help

Het mag wel wat minder met de ontwikkelingshulp, vindt Arend Jan Boekestijn (vandaag in de Volkskrant). Hij noemt vijf redenen. De eerste is dat de ontwikkelingslanden door zoveel hulpverleners met zoveel verschillende voorwaarden voor hulp worden geconfronteerd dat ze aan werken niet meer toekomen. Daardoor werkt de hulp natuurlijk eerder verlammend dan bevorderend voor de zelfstandigheid en, hoewel de hulp niet werkt, maakt het wel de lokale munt sterker en dat is ook weer niet goed. Dat is twee. Drie is dat in ontwikkelingslanden zoveel hulpgeld wordt gegooid dat die landen geen belastingen meer hoeven heffen en omdat het nu eenmaal zo is (ik noem het gemakshalve maar de wet van Boekestijn) dat je zonder belastingen geen democratie hebt, ondermijnt ontwikkelingshulp de democratie. (Het is een late erkenning van de belangrijke bijdrage van Alva aan het Nederlandse democratisch gebeuren maar beter laat dan nooit). Ten vierde is de relatie tussen hulp en groei onduidelijk en ten vijfde leidt hulp niet tot goed bestuur (en, als ik het goed heb begrepen, leidt een goed bestuur niet tot hulp. QED). De conclusie is dat als we willen helpen we ons op de private sector moeten richten. Het is een conclusie uit het ongerijmde (als we het niet via de publieke kanalen doen dan moeten we het via de private doen. Waarom? Is er, zoals mevrouw Thatcher zo graag debiteerde, dan echt niets tussen publiek en privaat? Heeft het Nobelprijscomité het met het geven van een prijs aan mevrouw Ostrom en haar zelfgereguleerde, zelf ontworpen, zelf bewaakte en daarvan lerende ‘commons’, heeft dat comité het weer eens helemaal fout gedaan? Je zou het denken, na lezing van het betoog van Boekestijn).

De conclusie kunnen we dus wel overslaan. Maar wat moet een mens er verder nou van bakken? Het eerste punt is somber maar niet serieus. Het is als de ondernemer die met steeds verschillende klanteisen wordt opgezadeld en daar niet blij maar slaperig van wordt. Laten we het een luiliberale variant noemen in de rij voorspellingen over het einde van het kapitalisme: hoe meer mensen bij jou op de koffie willen komen hoe meer koffie je drinkt en dan heb je natuurlijk geen tijd meer voor iets anders. Het tweede punt is potsierlijk. Dat een dure munt slecht is voor de export kan best wezen. Net zoals het omgekeerde best kan wezen. Door de export wordt je munt duurder. Twee gevallen, uit nog veel meer gevallen. Als je geld in een economie pompt wordt de munt daardoor duurder? Dat is het argument van Boekestijn. Nu is er toch redelijk wat geld gepompt in onze economie, in de EU-economie, in de Amerikaanse economie. Zijn de Euro en de dollar daardoor duurder geworden? Weet Boekestijn eigenlijk wel waar hij het over heeft?

Ik ben geen historicus maar dat in vroeger tijden de bevolking nogal eens ‘zuchtte’ onder zware belastingen en dat dat niet als een uiting van maar als een gebrek aan democratie werd gezien en beleefd, dat begrip van die situatie moet ik kennelijk totaal omkeren. Hadden die mensen destijds geen belasting hoeven betalen dan was er van de democratie nooit iets terechtgekomen. Je moet er maar opkomen.

Dan de twee serieuze punten. De relatie hulp en groei en de discussie over goed bestuur. Over beide punten zou een debat niet misstaan. De vraag is wel of Boekestijn een aanwinst voor dat debat zou zijn. Ik heb mijn twijfels. Het is met hem zo dat als hij constateert dat het niet goed gaat met het onderwijs hij daar de conclusie uit trekt dat dat komt door de financiering van het onderwijs en niet door het onderwijs zelf. Minder financiering en het zal beter gaan met het onderwijs. Het is een recept dat je makkelijker aan anderen durft voorschrijven dan aan jou en de jouwen.

7 januari

=0=

 

Wijsheid

Wat is wijsheid? Een president weigert z’n handtekening te zetten onder een parlementsbesluit een aantal schulden van IJsland terug te betalen. Hij respecteert daarmee de mening van een groot deel van de bevolking – en bruskeert parlement en regering. Hij bruskeert de schuldeisers. Hij krijgt de kous op de kop om z’n land met behulp van verschillende miljardenleningen wat adem te gunnen. Hij provoceert een lagere kredietwaardigheidscore voor z’n land. Moet IJsland gewoon failliet gaan? Het staat op de rand en het is eerder vertoond – in het bijzonder Argentinië heeft zich er door vele decennia heen heel bekwaam in getoond. Rusland heeft het gedaan, nog maar kort geleden.

IJsland is echter een wel erg kleine speler om het daarop aan te laten komen. Het middel van de president is daarom vermoedelijk erger dan de kwaal. Wat moet je, met een dikke driehonderdduizend inwoners en een inkomen per hoofd van zo’n dertigduizend euro? Wat moet je met een munt die niemand wil hebben en waarin al langer dan een jaar niet meer wordt gehandeld?

Het parlement en de regering hadden het allemaal wel door. De schuldbetaling wordt hen opgedrongen, zeker. Het is allemaal niet fraai, ongetwijfeld. De bevolking heeft een punt als die niet wil worden aangesproken op schulden die het zelf niet heeft gemaakt. Uiteraard. Maar een punt is niet het doorslaggevende punt, het is een punt onder punten. Dat heeft de president even over het hoofd gezien. De bevolking ook, maar als je constitutie een petitie toestaat en de president gaat er op in dan ligt de verantwoordelijkheid bij de president, dezelfde die naar ik aanneem over niet al te lange tijd aan diezelfde bevolking zal moeten uitleggen dat het feestje voorbij is en er alsnog betaald moet worden.

De elegante uitweg is dat de president aftreedt, er een nieuwe gekozen wordt en dat de nieuwe president bij dezelfde plechtigheid twee handtekeningen zet. Dan is dat referendum ook overbodig, dat botte middel dat in dit geval de schade nog groter zal maken – omdat een terugkeren op je schreden in dat geval nog weer moeilijker wordt en het land dan niet alleen met een monetaire, een economische, een financiële en een politieke crisis wordt opgescheept maar ook nog eens met een constitutionele. De andere mogelijkheid is dat de regering het wetsvoorstel intrekt, en het met wat nieuwe cosmetica opnieuw indient. Dan kan de president z’n gezicht redden – en nog wel meer ook.

De berichten zijn dat IJsland op 20 februari een referendum wil houden – maar waarover, dus met welke vraagstelling, is nog niet bekend. Dan zijn we bij de derde mogelijkheid – een vraagstelling zoals bij een vroeg Amsterdams referendum waarbij gevraagd was of de stad ‘autoluw’ gemaakt moest worden. Er is geen auto minder door in de stad gekomen maar de parkeertarieven zijn sinds die tijd wel behoorlijk opgeschroefd. Zo kan het dus ook. Je vraagt de bevolking per referendum of ze het ermee eens zijn vooral niet teveel te hoeven betalen en met de uitslag kun je alle kanten op. Als ik het goed heb begrepen mag de regering de vraag formuleren. Ik ben benieuwd.

Het is de minst fraaie en de minst eerlijke uitweg. Het zijn spannende tijden in IJsland. Wat is wijsheid? Ik zou zeggen: in elk geval die president weg. Kunnen ze daarover niet een petitie organiseren?

6 januari

=0=

 

Veilig

Zouden die bodyscans helpen? In Nederland is ertoe besloten en ook Brown heeft ze voor Engeland aangekondigd. Of ze helpen lijkt een empirische vraag – en het is niet eenvoudig een goede empirische vraag te bedenken, een vraag die een eensluidend antwoord toelaat. In Madrid denken ze bovendien eerder aan treinen dan aan vliegtuigen, en behalve treinen hebben we nog bussen, vrachtauto’s, auto’s, trams, metro’s, schepen, brommers en scooters en motoren, en fietsen. En mensen niet te vergeten, vooral die. Los van vervoer is er nog het voedsel dat we eten, het water dat we drinken, de lucht die we inademen. Veilig is een aspect van alles en tenzij we alles onmogelijk maken zullen veiligheidsmaatregelen in het beste gevallen de schade beperken en in het ergste geval tot een situatie leiden waarin we onszelf buiten spel zetten. Ook dan zullen er mensen zijn die van mening zijn dat als dat zo, dat het dan zo is.

Veiligheid is geen regel en geen maatregel. Het is een uitkomst. De vraag is nooit of een regel een uitkomst garandeert maar welke regels ons het dichtst in de buurt brengen van waar we willen uitkomen. Een regel staat niet op zichzelf en elke verwachting dat maatregel a resultaat b zal genereren is naïef. Verkeersregels zorgen er niet voor dat we allemaal rechts rijden. Ze zorgen ervoor dat als er links wordt gereden we dat als afwijkend gedrag registreren. Tenzij het links rijden is veroorzaakt door een afwijkende verkeerssituatie. De regel geeft niet meer aan dan een waarschijnlijkheid. In de meeste situaties kunnen we erop rekenen en er ons zo nodig op beroepen. In andere situaties gelden andere regels. Die heffen de oorspronkelijke regel niet op; ze schorten hem op, bijvoorbeeld door een hiërarchie in de regels aan te brengen (de aanwijzingen van oom agent gaan boven de verkeersborden). Met een hiërarchie dekken we nog meer situaties en zo komen we wat dichter bij een ordelijke verkeersstroom – het doel waar we naar streven. Tenzij je streven is die orde te verstoren. Dan zet je een nepagent neer en laat twee rijen auto’s op elkaar knallen. Of zoiets. Je belt Schiphol, mompelt iets over een raar pakketje voor vlucht X en hangt op. Je kondigt een aanslag aan, of wraak, of de jihad. Ontregelend, en daar weer regels voor verzinnen, het is niet eenvoudig.

Of een regel werkt is daarom mede afhankelijk van het antwoord op de vraag voor wie de regel moet werken. Je moet iets weten van de kunst van het ontregelen. De effectiviteit van een bodyscan hangt daarom niet af van het antwoord op de vraag of de scan het gedrag van de meeste mensen anders regelt maar of de scan in staat is het gedrag van een ontregelaar te ontregelen. Daar gaat het om. Een zekere kennis over ontregelaars is dus mooi meegenomen maar over welke kennis beschikken we eigenlijk? Wat weten we van al die ontregelaars, behalve dat het nogal eens redelijk geprivilegieerde jongelui zijn waarvan je je afvraagt wat we ze in vredesnaam hebben misdaan? Dat is een griezelige vraag, juist vanwege dat in vredesnaam. Tallozen denken daar heel anders over dan wij en er bestaat een gerede kans dat ze niet zozeer op onze veiligheid uit zijn maar op onze ontregeling. Zodat we niet meer weten waar we het moeten zoeken en in onze wanhoop niet alleen onze handen ten hemel heffen maar ook steeds meer veiligheidsmaatregelen bedenken en invoeren die hen amper storen maar ons wel. Al was het maar omdat we ons steeds onveiliger voelen.   

Veiligheid is een internationale, nou vooruit: mondiale, uitkomst. We zijn allemaal veilig, of niemand is veilig. Dat is een nieuwe situatie – vroeger konden we hen de mond nog snoeren, het stenen tijdperk in bombarderen, hen van hulp uitsluiten, tal van mogelijkheden. Niet meer. In elk geval: steeds minder. Daar zitten overigens niet alleen nadelen aan. Of het ooit voordelen zullen worden, het zou kunnen maar niet zo lang staten menen elkaar in kwesties van veiligheid niet te kunnen vertrouwen. Internationale coördinatie gebaseerd op wantrouwen, het gaat niet werken. Het werkt ook niet. Vandaar dat we vluchten in middelen, in instrumenten. We are drowning in data and starving for information. Schiphol gaat extra bodyscans aanschaffen. Nog meer data waarvan de informatieve betekenis afhangt van de interstatelijke (en, nu we er toch bij stilstaan, intrastatelijke want we herinneren ons Cheney nog maar al te goed) coördinatie die er niet is. In Culemborg zullen ze er hun schouders over ophalen. Die hebben een ander veiligheidsprobleem, vertrouwen de politie niet, de burgemeester niet, hun maatregelen nog veel minder en gaan over tot het instellen van hun eigen burgerwachten. Zo bericht Trouw, vanmorgen. Maatregelen vervangen uitkomstgerichte coördinatie niet, hoeveel maatregelen we ook bedenken.

Dus ja, of die bodyscans gaan helpen is nog even afwachten. Je weet het maar nooit, het kan vriezen en het kan dooien, en nooit geschoten is altijd mis. Het probleem is dat we hopen op een toevalstreffer.

Je kunt ook in eigen voet schieten. Dat geeft geen veilig gevoel.

5 januari

=0=

 

Petitie

In IJsland circuleert een petitie die de president oproept de wet die terugbetaling aan Engeland en Nederland regelt, niet te tekenen. Die landen hadden hun gedupeerde spaarders uit de wind gehouden door hen de schade die ze met Icesave hadden opgelopen te vergoeden. Een voorschot. Dat willen we terug en IJsland moet betalen. Het parlement is akkoord maar als de president niet tekent gaat het feest niet door. En nogal wat IJslanders vinden dat zij niet verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor de rommel die Icesave heeft gemaakt. Dus: niet betalen. De president aarzelt omdat, zegt hij, de kwestie zo ingewikkeld is. De kwestie is niet ingewikkeld, maar de consequenties zijn wel heel vervelend, wat er verder ook van terecht komt. Als je president bent zeg je niet dat het allemaal heel vervelend en pijnlijk en beschamend en oneerlijk is. Je zegt dat het ingewikkeld is. En je stelt je beslissing nog even uit. Wie weet maken de Engelsen en wij nog een gebaar en valt het allemaal weer mee.

Dat gebaar gaat er niet komen. Zou het er komen dan gaat het petities regenen. We zijn nu al meer dan een jaar langzaam en onverdroten voorbereid op het betalen van de rekening die hier door de gelijken van Icesave op geheel vergelijkbare wijze op het bord van anderen is gelegd. Van ons, want in zulke situaties weten we ook heel goed wie wij zijn. We weten alleen niet zo goed wie zij zijn, zij die het allemaal hebben veroorzaakt want ja, zij wisten het ook niet en als je het niet weet ben je ook niet verantwoordelijk. Niet echt verantwoordelijk. Ze voelen zich wel aangesproken, sommigen althans, maar aangesproken en aansprakelijk zijn twee verschillende dingen. Als je je aangesproken voelt dan zeg je wat. Als je aansprakelijk bent betaal je. Nee dus. Betalen doen de anderen. Daar helpt geen lieve petitie aan.

Het is sneu voor de IJslanders want ze hadden wel erg veel bank en dus hebben ze wel erg veel ellende. Maar ja, wij en de Engelsen hebben ook erg veel bank en als je dat ter discussie gaat stellen is het einde helemaal zoek. Het verschil is dat de Engelsen belangrijk zijn voor het internationale financiële systeem, dat wij dachten het te zijn en de hoop nog niet hebben opgegeven, en dat de IJslanders geen rol van betekenis spelen. We hebben ze niet nodig.

Het IJslandse bankwezen is de DSB van de financiële wereld. Of ze zich nou beter of slechter hebben gedragen dan de banken elders is een mooi scriptieonderwerp. Voor de echte wereld doet er helemaal niets toe.

Dat wordt betalen, dus. De president heeft gewoon wat tijd nodig om het uit te leggen. Om treffende omzwachtelde bewoordingen te vinden, zodat het er allemaal wat minder erg uitziet.

Daar zijn presidenten voor. Het komt allemaal best in orde. Op de lange termijn.

4 januari

=0=

 

Verbonden

Onze minister van Economische Zaken zoekt in de economie de moraal. In de schepping zocht ze, al eerder, het intelligente ontwerp. Een zoekende en altijd naar de foute dingen. Het is een ernstige zaak een minister te hebben die het specifieke karakter van de moderne economie – dat de economie moreel indifferent is – miskent. Zeker op dat departement. Ter vergoelijking kan worden ingebracht dat het een irrelevant departement is en dat de minister dat heel adequaat illustreert.

‘Wanneer ik achterom kijk en 2009 overzie, dan valt me op dat economie en moraliteit steeds sterker met elkaar worden verbonden.’ Treffende uitspraak (Minister Van der Hoeven, Trouw 2 januari 2010). Wanneer ik achterom kijk en nog wat verder dan 2009, een paar eeuwen verder bijvoorbeeld,  dan zie ik (althans de boekjes vertellen me dat ik dat zie en sommige van die boekjes vertrouw ik wel) een economie die zo moreel was dat die aan economie niet toe kon komen. Alles was bezet door regels, geloofsopvattingen, geboden en verboden – door de moraal die de minister zo graag weer terug wenst. Heeft lang geduurd. Alleen in de tussenliggende periode – zo tussen eind 18e eeuw en de uitspraak van de minister in – wist de economie zich tijdelijk en nooit meer dan gedeeltelijk aan de moraal (al dan niet theologisch verkleed) te onttrekken. Een niet eerder vertoonde economische groei – waar ook al geen intelligent ontwerp aan ten grondslag lag – was het gevolg. Tot verdriet van de mininster want laten we wel wezen, dat zij ziet dat economie en moraal ‘steeds sterker’ met elkaar verward worden – het heeft haar hartelijke instemming. Ze haalt uiteraard de onvermijdelijke Etzioni aan maar kan het ook wel op eigen kracht. Wat wij nodig hebben is meer moraal, niet minder. Een andere moraal ook. Een beetje denkend mens zou zeggen dat als de economie niet lekker draait dat misschien aan de economie ligt maar daar zijn ministers van Economische Zaken niet voor. Die zijn ervoor om het gevaar dat we iets met de economie zouden willen doen om te buigen in een oproep het debat met elkaar aan te gaan. Het morele debat dan, niet het economische. Er dient gekozen te worden en wat is nodig om verstandig te kiezen?

De minister zegt het zo: ‘Een moreel debat kan helpen keuzes te maken. Weloverwogen, scherpe keuzes. Complexe keuzes. Keuzes die de wereld van morgen bepalen.’ Ik vind het wat veel. Neem aan, we hebben een moreel debat over kernenergie. De minister is voor kernenergie dus we mogen aannemen dat de kans op een kernramp (met alle schade, schade over generaties heen) voor haar minder zwaar weegt dan de kans op een energietekort voor onze kleinkinderen (die immers, nu de kernramp is uitgebleven, er toch ook warmpjes bij willen, en mogen, zitten). Dat is een keuze. Is het ook een morele keuze? Kunnen wij morele keuzes maken voor onze kleinkinderen? Of kunnen we alleen morele keuzes maken voor onszelf? Ook dat niet? Ook dat niet meer? Zou dat niet het eerste morele debat moeten zijn: voor wie denken wij eigenlijk dat onze morele bedenksels en bedenkingen relevant zijn? Is onze moraal überhaupt nog draagkrachtig genoeg om op algemene gelding te mogen rekenen, dat misschien zelfs te mogen eisen? Was de verzelfstandiging van de economie en wetenschap niet de boodschapper van een moraal die zich allereerst bescheiden had op te stellen; begeleidend in het beste geval, in plaats van leidend, op z’n minst op de gebieden van economie en wetenschap?

Ja, natuurlijk zou ik denken. Nee, uiteraard zegt de minister. Die er voor alle zekerheid maar aan toevoegt dat het haar vanzelfsprekend om ‘openheid en dialoog’ gaat maar toch ook om sturing ‘om tot de juiste keuzes te komen. Dat vraagt om moreel leiderschap’. Weloverwogen, scherpe, complexe en bepalende keuzes hebben sturing, leiderschap, moreel leiderschap nodig om ook nog juist te zijn. De moraal dient te worden geleid. Waardoor? Door principes, zoals dat van het goede koopmanschap. Waarom principes? Omdat de minister liever principes heeft dan regels. Ze denkt dat regels al snel verstikken en zo. Bovendien sluiten principes goed aan op ons rechtssysteem. Zegt ze. Dat het zakenrecht regels schuwt, het is nieuw voor me. Maar daar gaat het ook helemaal niet om. Niemand die principes met regels contrasteert, behalve mevrouw Van der Hoeven. Principes zijn geen principes, het zijn gewoon geen regels. Een novum, zij het geen moreel novum. Principes contrasteer je, als het goed is, met opportunimse. Ook een principe uiteraard en zelfs het enige economische en politieke principe dat er mee door kan. Ter Braak wist het, mevrouw Van der Hoeven weet het niet. Ze weet het niet, maar ze doet het (vrij naar Marx; men moet het jaar goed beginnen).

Tot voor heel kort riepen de ondernemers in koor dat het woud aan regels en voorschriften hen het werk eigenlijk onmogelijk maakte. Ze konden steeds minder hun vuil op de stoep van de buren kieperen – en als je dat niet meer kunt blijft er van het vrije ondernemerschap, van de vrijheid externe effecten te exporteren en nergens van af te weten, dan blijft daar niets van over. Door al die regels weet je wel. Tijdens de crisis klonk dat geluid even wat minder. De meeste mensen hadden ook de indruk dat de crisis niet het gevolg was van regels. Eerder van een gebrek aan goede regels. Niet regels maar goede regels. Dat vindt de minister te lastig. Wie zich aan de regels houdt is alleen in orde als hij dat uit innerlijke overtuiging doet en dan volg je principes en geen regels. Regels zijn er voor de mensen die niks anders kunnen bedenken dan wat anderen bedacht hebben; principes zijn er voor de mensen die hun eigen regels maken. Zo, dat is er uit. Dat is de eenheid van economie en moraal die de economie te stade zal komen en van de moraal weinig heel zal laten. Maar dat wisten we al, vanuit moreel perspectief. Hun moraal is de onze niet en meer van dat moois. De minister presenteert niets nieuws. Ze zegt dat we zo snel als mogelijk terug moeten naar de dagen van voor de crisis. Moreel dan. Economisch zou ze het niet weten maar met haar morele principe van koopmanschap is niks mis. Toch? Of? Zo lang het maar opportuun is.

Een minister van Economische Zaken heeft helemaal geen moraal nodig. En wij hebben de minister en haar ministerie niet nodig.

3 januari

=0=