Schapen kijken - foto Bel Any

 

DAGBOEKHOUDER

Aantekeningen van een ongeduldige toeschouwer

Ton Korver

Amsterdam/Den Haag 2010

Ga naar Archief:
2007–2008–2009–2010


Augustus

Cursus

Belangstelling

Diepte

Normale jongens

Groene kaas

 

Juli

Camera

Ik makkelijk praten

Resultaat

Lui

Haircut

Gekozen

Ding

Uit de marge

Kernenergie

Bank run

Boel

Stel je voor

Oppakken, aanpakken, doorpakken

Gelukszoekers

Juni

Hartig

Boeven

Barbaar

Toedekken

Herkenbaar

Oplossing

Afhankelijk

Curatele

Standaard

Data driven

Augurk

Mobilmachung

Rechterhand

Vereniging

Onpeilbaar

Sollicitatie

Rekenkunde

Ongeduld

Scholier

Beroofd

Turkije

Gestoorde zeepbellen

Achteloos

Kenniseconomie

Zon

Waterig

Massa

Knulligheid


Mei

Rantsoen

Aarzeling

Toevalstreffer van Nederland

Het hele verhaal

Het E-woord

Methodiek

Gezapig

Angstig

Hypotheek

Read my hips

Brand

Voorstel

Verkeersregels

Tempo

Parttime

Kathedraal


Maxima Moralia
 
Dat had ook de titel kunnen zijn van dit bundeltje aantekeningen. Maar ik wil niet overdrijven. Zo dicht op de huid zitten me de sketches hieronder nu ook weer niet. Ze gaan over dingen die me bezighouden en waar soms de handen van jeuken. Dat is nog niet hetzelfde als het ‘verzonken in ervaring’ dat de Minima Moralia van Adorno als keurmerk heeft. Je moet afstand weten te bewaren. Dat geldt voor de politiek – die karakterlozer wordt met elke nieuwe stap om vooral dicht bij de burger te blijven – en het geldt voor mij.

Niettemin, het kan altijd beter. En dat is een tweede verschil tussen mij en het inspirerende voorbeeld van Adorno. Er is geen goed leven in het slechte is een dictum dat nog uitgaat van een herkenbaar onderscheid tussen goed en kwaad. Daaruit vloeit het oordeel voort. Inmiddels twijfelen we ook daaraan. Dat is geen reden tot wanhoop. Eerder het omgekeerde. Twijfel is, met de gave ons te kunnen vergissen, de opmaat voor schaven en beschaven. Dat wordt makkelijk vergeten, en hoe drukker we het hebben hoe makkelijker. Ik ben aan diezelfde drukte gebonden. Vandaar het ongeduld, gekoppeld aan de afstand die ik met de woorden ‘aantekeningen’ en ‘toeschouwer’ verbind en het voorbijgaande dat meeklinkt in de titel waar ik uiteindelijk voor heb gekozen: dagboekhouder.

 


FiB
tijdschrift Filosofie in Bedrijf

Archief

Dagboekhouder 15
maart - april 2010

Dagboekhouder 14
januari - februari 2010

Dagboekhouder 13
november - december 2009

Dagboekhouder 12
september - oktober 2009

Dagboekhouder 11
juli - augustus 2009

Dagboekhouder 10
mei - juni 2009

Dagboekhouder 9
maart - april 2009

Dagboekhouder 8
januari - februari 2009

Dagboekhouder 7
november - december 2008

Dagboekhouder 6
augustus - oktober 2008

Dagboekhouder 5
april - juli 2008

Dagboekhouder 4
januari - maart 2008

Dagboekhouder 3
augustus - december 2007

Dagboekhouder 2
mei - juli 2007

Dagboekhouder 1
januari - april 2007

 


Hartig

Minister de Jager zou er hartig mee aan de gang gaan. Die zinswending kende ik nog niet. Hij zou het niet flauw doen, dat zal wel de bedoeling zijn. De bedrijfscultuur van de DNB. Cultuur? Bedoeld zal wel zijn dat de structuur mag blijven zoals die is. Dat is raar. De structuur is er om de problemen van vandaag aan te kunnen pakken. De cultuur is meestal het restant van gisteren, het is de oplossing voor de problemen van gisteren. De problemen zijn weg, de oplossing hebben we nog. Dat is onze cultuur, de manier waarop de dingen bij ons gaan zoals ze gaan en ze gaan zo omdat ze gisteren ook zo gingen en wat gisteren lukte kan vandaag niet fout zijn. Kan ook kloppen – op voorwaarde dat de structuur deugt. Maar daar had de commissie Scheltema het niet over, in z’n gisteren vrijgegeven (maar 23 juni gedateerde) rapport Onderzoek DSB Bank. De cultuur is niet goed, de structuur wel. Dat geeft te denken. Het is zoiets als het hebben van een systeem waarvan de structurele kant aan alle eisen van prudentie voldoet en een cultuur die ongeschikt is om aan de eisen van goed gedrag tegemoet te komen. Het is een systeem dat prudentie loskoppelt van gedrag. Je hebt een goede auto en een slechte bestuurder. Dat is geen goed systeem en daarom bouwen we in de auto steeds meer mechanismen in die slecht besturen tegengaan. Niet starten als de bestuurder in kennelijke staat is bijvoorbeeld. Om te bewijzen dat we wel uitkijken om prudentie en gedrag te ontkoppelen. De auto-industrie is er mee bezig, in de wereld van de financiële instellingen is het nog niet ontdekt. Daar mag je structuur en cultuur als aparte werelden zien. Dat leidt tot ongelukken. Bij de DSB Bank. Bij de toezichthouder (meervoud), want DNB en AFM zijn ‘niet elkaars grootste bewonderaars’. Zegt de commissie die daaraan toevoegt dat de toezichthouders daarom niet zo makkelijk tot een ‘gezamenlijke visie’ komen. Ook een cultuurprobleem? Of heeft de briljante taakverdeling tussen DNB (die er voor het ‘prudentiële’ toezicht is) en de AFM (die er voor het ‘gedragstoezicht’ is) er ook iets mee te maken? Volgens de commissie niet. Ik vind er niets over, over de wet financieel toezicht waarin dit opmerkelijke onderscheid is gemaakt. De Raad van State had er destijds (de wet is per 1 januari 2007 ingegaan, het is zo ongeveer het laatste doorwrochte werkstuk van Zalm als minister) wat moeite mee, met dat onderscheid. Hoe zit het dan met de samenwerking vroeg de Raad? De minister antwoordde: er zij samenwerking. Een bezwering, geen antwoord. Dus wordt er niet samengewerkt, de commissie constateert het en verwijst niet naar de wet, de Wft. Waarom ook? Het zou maar leiden tot een structuurdiscussie en volgens de commissie gaat het niet om de structuur, het gaat om de cultuur. Samenwerkende toezichthouders die niet samenwerken – cultuur. De DNB die niet alert genoeg was – cultuur. Vroeger – niet heel vroeger, nog maar kort geleden eigenlijk – noemden ze dat een communicatiemisverstand. Het rapport van de commissie staat er vol mee. De DNB gaf lichtsignalen en toeterde, bij de DSB waren ze horende doof en ziende blind. Nu zegt de commissie wel dat daar in het geval DSB een slechte structuur van DSB aan ten grondslag lag. Daar wel. Daar hadden ze een structuurprobleem en zelfs Gerrit – aan wiens cultuur Scheltema in een eerdere, voorlopige, gedeeltelijke, onaffe tussenrapportage absoluut niet twijfelde – was nog net niet in staat gebleken daar iets aan te veranderen.

De Wft was een antwoord op de veranderingen in de financiële markten die de onderscheidingen van algemene en zakenbanken, de markten van verzekering en hypotheken, van de creditcardeconomie en zo meer bestaande sectorale indelingen hadden achterhaald. De Wft verordonneerde daarom dat het toezicht niet langer ‘sectoraal’ zou zijn maar ‘functioneel’. Op zich een logische gedachte maar de uitwerking ervan in termen van ‘prudentieel’ en ‘gedrag’ en de verkaveling van die twee aspecten over twee aparte toezichthouders die wel zouden moeten samenwerken maar dat niet doen omdat de wet daar ook niet in voorziet, die uitwerking is idioot. De wet is op deze manier, met deze uitwerking, als was het de JSF, een instrument voor de foute oorlog. We zagen het bij de deconfiture van ABN-Amro, we zagen het bij het bijna-ongeluk van de ING. Prudentie en gedrag hangen in de bankenwereld nauwer dan ooit samen – de wet gaat van het exacte tegendeel uit. De commissie zwijgt erover. Aan structuren – in de werkwijze van banken, in de structurering van het toezicht – doen we niet. De commissie is het er – blijkbaar – mee eens.

Het is ook niet moeilijk te raden waarom dat zo is. De commissie heeft van de nood een deugd gemaakt. Daarvoor verdient de commissie een forse tik op de vingers. De Jager had daar een hartig woordje over moeten spreken. Hij keek wel uit. Welke nood en welke deugd? Nu, lees de meest interessante pagina’s uit het rapport van de commissie. Ze staan helemaal aan het begin, in de ‘inleiding en verantwoording’. Daar lezen we dat de commissie geen informatie kon verzamelen over vrijwel alles van het financiële toezicht want die informatie is – conform de Wft – vertrouwelijk. Er is veel geheimhouding. De commissie wist eenvoudigweg niet welke auto de toezichthouders bestuurden. Ze zagen de chauffeur en konden geen oordeel vellen over de specificaties van het voertuig. Het ontwerp was geheim, het productieproces was geheim, de elektronica van de stuurinrichting was geheim, zelfs de accessoires waren geheim. De prudentie was geheim, het gedrag liet zich niet helemaal aan het zicht onttrekken. Om uit te sluiten dat de commissie uit het gedrag van de bestuurder iets af zou leiden over het voertuig zelf is het rapport voor het verscheen regelmatig voorgelegd aan de bestuurders. Die hadden daar veel tijd voor nodig (het ministerie zou een concept van eind april in 2 dagen met commentaar terugzenden, het werd een maand. Het was het laatste incident in een treurige rij vertragingen).

We hebben niets geleerd over het bancaire toezicht en het toezicht op dat toezicht. We hebben daarom ook niets geleerd over ‘cultuur’. Nou ja, over de cultuur van de commissie misschien. Ik schreef het al bij een eerdere rapportage van Scheltema: het is niet eens goed genoeg voor onze gebruikelijke zesjescultuur.

In de Tweede Kamer zal het wel weer over Wellink gaan. Het moet niet te ingewikkeld worden.

30 juni
 

=0=

 

Boeven

Een stelletje boeven met de moraal van de mafia. Dat is het oordeel van Alain Finkielkraut over het Franse elftal dat na de eerste ronde in het WK z’n biezen kon pakken. Ongetwijfeld om de laïceté te onderstrepen was de minister van sport nog net voor het onheil van de uitschakeling naar Zuid-Afrika afgereisd om het de jongens in te peperen. Zal wel opdracht van Alain geweest zijn. Het mocht niet baten. De president bleek ook al geschokt en nodigde Thierry Henry uit om het achteraf allemaal nog eens uit te leggen.

Finkielkraut heeft nog meer pijlen op z’n boog. De boevenmafia heeft het tot mafia geschopt omdat het elftal de etnische en religieuze verdeeldheid van Frankrijk niet te boven kwam maar demonstreerde. In verwarring word ik dan weer gebracht door de opmerking van de filosoof dat het elftal ooit wit-bruin-zwart was en nu zwart-zwart-zwart. Nou ja, Ribéry, maar Ribéry is moslim en hij wordt niet voor niets Scarface genoemd. Alain bedoelt maar. Zwart is moslim. De laïceté wordt bedreigd en met de laïceté heel Frankrijk.

Voor de mafiatheorie zal wel spreken dat de weigerachtige Franse voetballers niet Anelka beschuldigden (een jongen met een slechte naam die, denk ik, alleen door Wenger had kunnen worden opgevoed – maar daarvoor is het nu te laat) maar een ‘verrader’ in hun midden die uit de kleedkamer had geklapt. Tja. Ik kan me zomaar indenken dat beide kwesties onaangenaam zijn. Een hork als teamgenoot en een leven waarin elke zucht wordt prijsgegeven aan een al te gretige openbaarheid. Ook in de kleedkamer luisteren we mee. Dat vernietigt voor elke volgende keer alle vertrouwelijkheid en alle vertrouwen. Met die vertrouwelijkheid heb ik nooit zo veel geduld, dat het vertrouwen eraan gaat is daarentegen beroerd. Met de mafia heeft ook dat weer niets te maken. De mafia rekent niet op vertrouwen, de mafia rekent op voorspelbaarheid.

Wij hadden ooit ook een akkefietje. Edgar Davids kwam in aanvaring met Guus Hiddink en beschuldigde en passant Danny Blind van een ongezonde belangstelling voor des trainers aars. Jaren later werd de vrede weer gesloten. De hoofdrolspelers Hiddink en Davids mijmerden erover – bijna met tranen in hun ogen. Blind heb ik er nooit over gehoord maar waar hij was zal het wel te donker geweest zijn. Of hij was er niet en dan heb je nog minder mee te delen. Kan een geleerde, een filosoof van vergelijkbaar kaliber bijvoorbeeld, daar niet eens een keer wat over vertellen? Inmiddels weten we nog steeds niet wat er precies gebeurde, net zomin als we weten wat Gullit bewoog om op zijn beurt het bijltje er een keertje bij neer te gooien. Hij deed niet meer mee. Het had met van Gobbel te maken of zoiets. Het fijne weten we er niet van. We weten nergens het fijne van. Het is maar goed ook dat we het niet weten.

Het verschil tussen voetballend Frankrijk en Nederland is dat ze daar het achterkamertje hebben opgedoekt en wij niet zonder kunnen. Lang leve het achterkamertje zeg ik dan.

Daar zal de filosoof Finkielkraut wel weer anders over denken. Die ziet in elke kleedkamer de kosmos en weet daarom altijd wat gebeurt als er wat gebeurt. Totale transparantie. Elk mafioos bendehoofd droomt ervan. Finkielkraut: de qui parlez vous?

29 juni

=0=

 

Barbaar

Afgelopen zaterdag zag ik, tijdens de voetbalwedstrijd VS - Ghana, een beeld van de tribune. Bill Clinton in gezellig gesprek met Mick Jagger. Werelden die elkaar raken, kennen, overlappen, delen. In de tweede helft was Jagger verdwenen. Hij zal wel een dag te vroeg geweest zijn. Het heeft Engeland gisteren niet geholpen maar daar kan ik niet over oordelen. Die wedstrijd (Engeland - Duitsland) heb ik niet gezien.

Eerlijk gezegd, ik heb nog geen wedstrijd gezien. Wel heb ik een aantal wedstrijden met een half oog gezien. Dat overkomt me de laatste jaren steeds vaker. Ik kijk wel, zo’n beetje, en lees tegelijk de krant, de Groene, een boek. Zo las ik het interview van Bas Heijne met Alessandro Baricco in de boekenbijlage van NRC Handelsblad afgelopen vrijdag, besloot het daar besproken boek van Baricco (De barbaren) aan te schaffen en las dat boek tijdens weer andere voetbalwedstrijden. Wat ik nog niet helemaal doorhad toen ik eraan begon maar wat me al lezend en glurend steeds duidelijker werd, was dat ik met mijn lees/kijk gedrag een heel redelijke illustratie vormde van de strekking van het boek. Ik ben meer barbaar dan ik wist en als ik het goed heb begrepen hoef ik me daar helemaal niet slecht bij te voelen.

Een barbaar is iemand die afstanden aflegt en zich daarbij niet noemenswaard inspant. Een barbaar houdt niet van inspanningen, het gevoel is hem vreemd en zeker de bijkomende associatie dat alleen inspanning tot een resultaat leidt dat die naam mag hebben. Een barbaar surft, scant zijn wereld als een serie door banen met elkaar verknoopte stations, waarbij je hooguit even stilstaat en dan weer verdergaat. De sequentie is de sleutel, de door je eigen gedrag geschapen volgorde op het oppervlak. Inspanning hoort bij de diepte ingaan, surfen bij het je bewegen over de oppervlakte. Van een boek en een voetbalwedstrijd bijvoorbeeld, twee werelden die ik door mijn gedrag bij elkaar breng. Een barbaar brengt voor anderen gescheiden leefvormen en dus taalspellen bij elkaar en daarom noemen die anderen hem ook een barbaar. En het houdt niet op bij die koppeling van oppervlakten want het raakt, hoewel het zich niet voor de wortels interesseert en aan de snelle fenomenologie genoeg heeft, wel degelijk die wortels. Bill Clinton en Mick Jagger bijvoorbeeld, producten van werelden die ooit gescheiden waren en die elkaar nu maar al te graag opzoeken. Hadden ze het over voetbal? Ik zou denken dat ze van het voetbal gebruik maakten om hun lidmaatschap van de barbarenclub te demonstreren en dat niet omdat ze een demonstratie hielden maar omdat ze er een demonstratie van zijn. Wij weten het omdat wij weten dat die lieden al lang eenzelfde taal spreken en dat is dan een taal die wij allemaal wel zo’n beetje kennen. De wereld van de barbaren is een wereld waarin je een boek kun waarderen ook al heb je nooit eerder een boek gelezen. Omdat het een ander boek is, geschreven in een taal die niet langer een taal voor ingewijden is, een taal waarin je je verdiept moet hebben om er wat van over te houden, een taal waarvoor je je moet inspannen. Presidenten schrijven boeken en dat worden beststellers, popmuzikanten doen hetzelfde en dat worden ook bestsellers en de boeken liggen naast elkaar op tafels of in schappen en ze worden verkocht aan een publiek dat verwacht ze daar ook te vinden want het zijn two of a kind. Al in ons consumptiegedrag (van boeken, maar Baricco heeft het ook over wijnen en over voetbalwedstrijden en hij heeft het ook over het mechanisme dat ons moeiteloos in staat heeft gesteld te verbinden wat ooit los van elkaar scheen te bestaan: Google) illustreren we dat we met de greep van één beweging bij elkaar brengen wat ooit gescheiden leek. De noemer is bewegen, en niet langer stilstaan bij.

Ja, en waarom? Daar hapert het boek (een aantal krantenartikelen maar door Baricco wel zo opgezet dat de intentie er een boek van te maken vanaf pagina 1 kon worden meegedeeld: zoals, inderdaad, je bij kranten nu af en toe een boek cadeau krijgt, of een boek voor een zacht prijsje, of een dvd of een cd of een reis naar spannende bestemmingen). De suggestie van Baricco is, denk ik maar ik kan te zwaar interpreteren, dat wij barbaren de tragiek van de keuze ongedaan willen maken. Je kiest in het besef dat je ook anders had kunnen kiezen. Dat is een vervelend besef, ik noem het – voor mijn gemak – maar de seculiere variant van de psychologische problematiek van de predestinatie waar volgens Max Weber door het complex van de protestantse ethiek een praktische uitweg uit werd geboden. Het barbarenprobleem is verwant: je weet nooit of je goed gekozen hebt en daarom beweeg je want als je beweegt kun je in en door je bewegingspraktijk de illusie nog in stand houden dat je nog niks hebt opgegeven. Wij barbaren surfen helemaal niet over de oppervlakte. Wij barbaren struinen de horizon af omdat ons de gedachte aan de horizon – het onbereikbare, het wijkende, het schuivende, het bewegende omdat wij bewegen – onverdraaglijk is. Barbaren zijn hun eigen horizon en daarom verkeren barbaren in de waan dat zij van de horizon geen last hebben. Je kunt jezelf niet zien en daarom ook je horizon niet.

Hoe ik er dan toch over kan schrijven? Nou gewoon, het boek hield me meer bezig dan de wedstrijd. Ik ben maar een klein barbaartje. Nog niet volgroeid. En Baricco? Mijn veronderstelling is dat ook zijn held niet de surfer is maar de seismograaf. Zijn voorbeeld is niet het duo dat Google bedacht. Het is Walter Benjamin, de auteur die de oppervlakte in kaart bracht om er de vulkaan in te ontdekken.

28 juni

=0=

 


Toedekken

Onze premier hoopt op vertrouwen, daar in Toronto. Dat is mooi en vandaag is het zondag dus het tij zit mee. De moeilijkheid is, denk ik, dat bij vorige gelegenheden van de G20 waar Nederland mocht aanschuiven dat vertrouwen er al lang was. Waar is het intussen dan gebleven? Of was het er nooit? Onze premier spreekt in raadselen. Naar hem moet ik niet luisteren, de minister van Financiën is een beter baken. Wat wil die?

Die wil niks. Een bankenbelasting maar dan zo dat de banken er geen last van hebben. Een belasting zonder lasten als het ware. Hij noemt het timing en dosering. Dan weet je als parlement ten minste dat je er geen vinger achter krijgt. Timing en dosering is een kwestie voor deskundigen, niet voor parlementaire onkundigen. Je kunt zo’n belasting bovendien per land invoeren dus dat scheelt. Voor de banken, niet voor de belasting. Zou je dat niet een beetje moeten coördineren dan, Europees bijvoorbeel? En er een beetje op moeten toezien? Laten we reëel zijn. In de financiële economie moet je altijd reëel zijn. Het woord heeft vele betekenissen. Niet iedereen heeft dat door. Zo schijnt het Europese Parlement te lijden aan interventionitis. Het wil wat en denkt dat het wat kan omdat het wat mag. De Jager waarschuwt het parlement dat het beter kan inbinden. Toezicht? Maar natuurlijk. Nationaal uiteraard en omdat de EU geen natie is, is Europees toezicht overbodig. Niet haalbaar. Engeland krijgt de rol van kwaaie pier toegeschoven en wij, die in Toronto zijn omdat we nog altijd de broek van een heuse financiële sector mogen aantrekken, verschuilen ons daar graag achter. Stimuleringsbeleid? Om de vaart erin te houden, zeker als het met de export goed gaat en je dat niet moet bederven door te remmen? Nou, volgens De Jager kun je beter de zwakke economieën sterker maken dan de sterke wat voor te schrijven. Dat doen we zelf wel. We doen alles zelf. Alleen die transactiebelasting, dat ligt anders. Want, zegt De Jager, een transactiebelasting, die kan alleen internationaal. Dat krijg je, met transacties over de grens heen. Dat kan alleen wereldwijd.

Dat wordt natuurlijk niks en dat komt goed uit want De Jager zag er toch al niks in. Zo’n belasting, zegt hij, moet geld opleveren voor de publieke kas. Daar zijn belastingen voor. Dus daar moet je de zaak op afrekenen en doe je dat dan is het nog helemaal niet zo zeker of we er beter van worden. Gek, ik dacht altijd dat de Tobintax in het spel gebracht werd om het flitskapitaal wat minder te laten flitsen. Goed voor ons allemaal want flitslicht verblindt iedereen behalve degenen die een foto nemen en omdat die geen foto nemen om een foto te nemen maar alleen om ons te verblinden zou daar best wat aan gedaan mogen worden. In een flits zijn wij wat kwijt, en zij zijn al weer weg. Nee, zegt De Jager. Daar is het niet voor bedoeld, voor wat meer rust en voor wat minder geflits. Het is bedoeld voor de staatskas en dan kan het nog best tegenvallen. Regulering? Ach, we doen al zoveel. De banken doen al zoveel. De Jager is vermoedelijk zelf enigszins verblind. Het is ook heel wat, meepraten in Toronto en daar nog blij mee zijn ook. Je bent dan wel demissionair maar daarmee nog lang niet uitgespeeld. Toch, onze verkiezingen gingen over economie maar niet over deze economie. Niet over de economie van de EU, niet over de financiële economie, nergens over eigenlijk. Zodra het over belangrijke kwesties gaat geven Nederlandse politici en partijen niet thuis. De werkgelegenheid in 2040, daar gaat het over. Zo hou je de handen vrij want zoiets als internationale coördinatie is bij ons niet controversieel. Het komt er niet en dat is goed. Daarom, De Jager kan z’n gang gaan, Angela kan altijd wel wat hand- en spandiensten gebruiken en zolang de EU geen stem kan opzetten zingen we naar beste vermogen mee in een Europees koor zonder dirigent. Niet om aan te horen. Gelukkig heeft de premier er vertrouwen in dat het met wat oefening nog best gaat lukken. Bij het songfestival vallen we door de mand, hier hebben we er vertrouwen in. Het is zondag.

De G20 wordt een sof. China heeft wat bewogen, de VS heeft bewogen. Aan de vooravond van de bijeenkomst, in de hoop dat de bijeenkomst wat op zou leveren. De EU heeft geprobeerd te bewegen en is zoals gewoonlijk niet in beweging te krijgen. De lidstaten duwen tegen elkaar aan en het geheel komt geen centimeter vooruit. De taak is de zaak toe te dekken. Een verklaring, die moet er komen. Geen verklaring die iets verklaart maar een verklaring die vertrouwen uitstraalt. Ik ben het weer eens totaal eens met Balkenende. Die verklaring komt er wel. Ik vertrouw erop.

27 juni

=0=

 

Herkenbaar

Wat is erger: Harry Mens die drie joodse namen (Asscher, Cohen, Rosenthal) naast elkaar zet en de combinatie opmerkelijk vindt of joden die hun keppeltje verbergen omdat ze anders het mikpunt van verbale en fysieke haat zijn? Ik zou het wel weten. Vermogende minvermogenden als Mens hebben we altijd gehad en ze zullen ook niet verdwijnen. Treurig, net zoals de lankmoedigheid waarmee het vuil van de man wordt geaccepteerd. We halen onze schouders op. Dat doe ik ook. Ik beschouw Mens als een verzuurd mannetje dat altijd net de boot heeft gemist en daar rancuneus door is geworden. Misschien was hij het altijd al, maar hij interesseert me eerlijk gezegd niet. Misschien zou ik me dat niet moeten permitteren. Ik permitteer het me. Ik kan me vergissen.

Het blijft overigens een stiekeme vorm van antisemitisme. Dat stiekeme tekent de man. Onpasselijkheid is de emotie die er bij mij mee correspondeert. Misselijk makend Mens. Onpasselijk word ik niet van alle berichten over joden die zich niet als zodanig kenbaar durven maken. Daar is de emotie er eerder een van schaamte. Ik begrijp van Max Pam en Ewout Sanders dat ze het woord ‘lokjood’ een rotwoord vinden. Dat ben ik helemaal met ze eens en ik neem aan dat ook zij door schaamte zijn bevangen. De vraag is: schaamte waarvoor? De vraag is: ook schaamte waarover?

Laten we veronderstellen dat schaamte in dit geval zoiets is als het per ongeluk betrapt worden met je broek naar beneden. Je bent zichtbaar en je hebt er niet om gevraagd. Je bent zichtbaar in een onvoordelige uitmonstering. Je laat dingen zien die je liever verborgen had gehouden, weg van de aandacht die het jouws ondanks heeft gekregen. Je staat te kijk. Het ongemak van de term ‘lokjood’ toont ons in al onze machteloosheid. Om het schaamrood van te krijgen. Een lokjood is een emmertje water bij wat misschien een veenbrand is. Het suggereert daadkracht, maar dan wel de daadkracht van niet meer dan een gebaar. Dat is al lastig genoeg en het wordt nog lastiger omdat we de zaak op deze manier ook nog eens uitbesteden. Wij hoeven niets te doen. Ook daar schamen we ons voor. Bovendien schamen we ons er ook over. We schamen ons over onze passiviteit. Het voorstel om op gezette tijden allemaal een keppeltje te dragen is alleen al daarom verre te verkiezen boven de lokjood. Allemaal een emmertje water is beter om een mogelijke veenbrand te smoren dan de geste van alleen een emmertje hier en daar.

Nog mooier zou zijn om het keppeltjesplan te completeren met een hoofddoekjesplan. Hebben de meisjes ook wat te doen. Niettemin, het keppeltjesplan heeft voor mij prioriteit. Jaren geleden schreef ik al eens dat we er in dit land in geslaagd zijn om hoofddoekjes zo te politiseren dat het verschil tussen die dingen en een boemerang uit het oog dreigde te verdwijnen. Nee, niet de hoofddoekjes maar het verschil. De keppeltjes daarentegen verdwijnen nu als zodanig uit het zicht. De schande is niet wat we zien maar wat we niet meer zien. Het duikt onder. We moeten ons schamen.

26 juni

=0=

 

Oplossing

Het in de sociale wetenschappen zo populaire ouderwetse functionalisme (praktisch dan, theoretisch is het een beetje taboe) komt er op neer dat je alles wat bestaat beschouwt als een oplossing voor iets. De oplossing is de functie. Van problemen houden we niet. Problemen betekenen dat iets niet goed gaat en dat moet je verbeteren. De verbetering, de oplossing, komt voort uit het probleem. Zo word je als onderzoeker een soort detective: wat was het probleem ook weer?

Ik vind dat helemaal niet zo’n gekke manier van redeneren. Voor tal van wetenschappelijke activiteiten is ze ongeschikt maar voor de kundes – en het moderne wetenschapsbedrijf barst van de kundes – is het een bruikbare eerste stap. Voor welk probleem staat deze regel, deze procedure, dit proces, deze manier van organiseren ook al weer? Het ligt voor de hand dat te vragen. Het wordt te weinig gevraagd. Van het ouderwetse functionalisme is niet de vraag overgebleven maar wel het hardnekkig geloof dat overal een oplossing voor is. Dat treffen we niet alleen in de kundes aan, maar ook in de wetenschappen zelf. En in de filosofie. Zo hebben we het slechtste van twee werelden. Onderzoek dat geleid wordt door het geloof in een oplossing is onkritisch en kundes die het bestaande niet langer kritisch ondervagen leiden tot modes – waarvan de levenscyclus steeds korter wordt. In de bedrijfskunde kun je denken aan ‘cultuur’ (een oplossing voor een probleem dat verjaard is) en in de economische wetenschap en de filosofie die zich daarmee bezighoudt kun je denken aan ‘moraal’ (en de al even verjaarde zoektocht naar regels die voor iedereen hetzelfde zouden moeten zijn). Je kunt ze natuurlijk ook allebei nemen. Dan kom je uit bij het droef stemmende essay van Rutger Claassen, deze week in de Groene (‘Winst maken met een schoon geweten’). Dan krijg je een ‘morele cultuur’. Dat is kennelijk het mooiste, nou vooruit, het beste van twee werelden. Hoeveel geouwehoer kan een mens hebben?

We hebben plenty regels die voor iedereen hetzelfde zijn. Recht en wet staan ervoor. Hun bereik is beperkt en dan is de roep om moraal niet ver weg. Want een oplossing moet er zijn. Toch? Als het niet zo treurig primitief was zou je er om kunnen lachen. Als je zo bezig bent mis je uiteraard die regels die niet uit wet en recht voortspruiten. Economische regels. Die geen oplossing zijn voor een probleem maar die voorspellen dat je een probleem krijgt als je ze niet volgt. In dezelfde Groene een illustratie aan de hand van een bankier (de topman van de Deutsche Bank) die volgens de regel te werk gaat dat financieel economisch beleid weinig met politiek te maken heeft en alles met deskundigheid. De droom van de financieel-economische technocratie. Hij vindt gehoor, onze topbankier. Liever zetten we de economie de feestmuts van een morele cultuur op dan dat we ons de oude vraag stellen voor welk probleem al die deskundigheid ook al weer een oplossing is. Toch is dat probleem helemaal niet zo moeilijk te achterhalen. Het is het probleem dat niet alleen de politiek, het recht en de moraal strijdterreinen zijn maar ook de economie. De economische technocraten willen daar niet van weten en zij trekken voorlopig aan de touwtjes. Een discussie over moraal, over cultuur, het kan allemaal. Zolang de economie maar met rust wordt gelaten want daar gelden wetten waarvoor je deskundig moet zijn.

Zolang de economen ons kunnen doen geloven dat economische mechanismen onomstreden zijn – alleen de timing, de dosering enz. van eventuele interventies is een legitiem object van discussie, niet de mechanismen zelf – en dat zij, als economen, de sleutel tot het weten erover moeten bewaren omdat het anders een rotzooi wordt, zo lang staat het eenieder vrij bakken met moraal en cultuur, met ‘morele cultuur’, over ons leeg te storten.

25 juni

=0=


Afhankelijk

Het ging erom dat ouderen niet meer afhankelijk zouden zijn van hun kinderen. Dat zei de kleinzoon van Drees vorig jaar in Trouw. Het onderwerp: de AOW. Daar was de AOW voor bedoeld. Van die bedoeling zijn we ver weg geraakt. Mensen die het nodig hebben zitten met een AOW-gat (onze voormalige gastarbeiders in het bijzonder), mensen die het niet nodig hebben (die hebben kinderen die van hen afhankelijk zijn, niet omgekeerd) krijgen een volledige AOW. Pervers.

De uitspraak van kleinzoon komt voor in een artikel van Fieke van der Lecq in het meinummer (2010/42-2: 154-162) van het Tijdschrift voor Openbare Financiën. In het FD werd ernaar verwezen. Ik zocht het op. Haar voorstel is om de AOW af te schaffen, de franchise op te heffen, een seniorenbijstand in te stellen en voor het overige alles via de tweede pijler te spelen. Ingrijpend. Helder ook, zij het dat de overgangsproblemen formidabel zijn (daar wordt in het artikel ook op ingegaan).

Waarom afschaffen? De beginregel in het artikel is dat de AOW voor budgettaire problemen zorgt. De vraag is of dat correct is. Sinds we, vanaf 2001, uit het AOW fonds tevens allerlei heffingskortingen financieren heeft het fonds een tekort dat door het Rijk wordt aangevuld. Volkomen overbodig uiteraard, en als we de heffingskortingen zouden verwijderen uit het fonds mag dat zich weer in een aanzienlijk overschot van om en nabij de 9 miljard verheugen. Welke budgettaire problemen daarom? Of beter, wiens budgettaire problemen? Niet die van het fonds. Om die reden althans hoeft de AOW niet te worden afgeschaft. De premiedruk kan zelfs omlaag en de premiepercentages kunnen nog meer omlaag als we de gewoonte om de premie alleen te heffen over inkomens binnen de twee laagste belastingschijven opdoeken en een uniform percentage over alle schijven heffen. Met een beetje rekenkunde kan dat ook nog eens belastingneutraal en dat is weer prettig voor de oudere medemens. Het is ook redelijk want de hogere inkomens leven langer, profiteren langer en betalen verhoudingsgewijs minder. Maar daar hebben we al zoveel andere belastingen voor, roept Van der Lecq uit. Is dat zo? Wie heeft het meeste baat bij de staat? Ik wacht een volgend artikel met graagte in. Was daar niet nog maar kort geleden een rapport over verschenen (CPB, Vergrijzing Verdeeld, een rapport met als conclusie dat de leeftijdscategorie van de dertigers het meeste profijt heeft van de overheid)?

Om demografische redenen dan? Van der Lecq sluit zich aan bij de veelgehoorde opmerking dat bij de invoering van de AOW in 1957 de kwantitatieve verhouding tussen 65plusser en de ‘werkende jaargangen’ (tussen 20 en 65) 1:6 was, en dat het in 2040 een verhouding van 1:2 zal zijn. Zes werkenden per oudere of twee, het maakt wat uit. Het schept werk, bijvoorbeeld, met het kleine extra probleem dat er voor dat werk te weinig werknemers zullen zijn. Dat heeft minder te maken met de aantallen ouderen en meer met hun gestegen levensduur en met tal van ouderdomsziekten die we deels nog niet eens kennen. Kijk, dat is nou eens een echt probleem. Die verhoudingscijfers zijn dat veel minder. Per slot, hoeveel van die zes werkenden werkten in 1957? Drie vermoedelijk, want moeder zat thuis. Zorgde voor de kinderen waarvan we er toen ook wat meer hadden dan nu (en waarvoor ook de nodige kosten gemaakt moesten worden). Toen konden we dat kennelijk allemaal budgettair wel aan. Nu niet? Van die zes werkenden kunnen we zo de helft afhalen. Leeftijd mag dan een voorspeller van werk zijn, het vervangt het werk niet. Veel interessanter is het om te letten op de langzame stijging van het percentage werkenden – door deeltijdwerk in het bijzonder. Met andere woorden, dat van die zes klopt niet, dat van die toekomstige twee zou kunnen uitkomen. Het ‘demografisch probleem’ is geen budgettair probleem, het is een probleem van een tekort aan arbeidsaanbod en ook daar is het geen demografisch probleem maar een probleem van arbeidsvoorwaarden en van kwaliteit van arbeid. Als je dat aanbod niet weet te mobiliseren dan is blijkbaar het gras elders groener. Het is de natuur, weet je.

Zit het probleem dan in de manier van financieren, in een omslagstelsel, vergeleken met een kapitaaldekkingstelsel? Mijn suggestie zou zijn dat het Van der Lecq om die financiering te doen is. Zij wil, stapsgewijs want het is een hele operatie, het omslagstelsel afbouwen en alles op de kaart van de financiering door kapitaaldekking zetten. Dan neemt het demografische risico van minder jongeren, meer ouderen en een langere levensduur af. Je krijgt er uiteraard een financieel risico voor terug en dat risico is tot dusver wel wat groter en onvoorspelbaarder gebleken dan het demografische risico. Dat roept bij mij twee vragen op. In de eerste plaats waarom ze het nodig vindt het ene en kleinere risico in te wisselen voor het andere en grotere risico. En in de tweede plaats of het demografische risico niet zozeer wordt opgeheven in een kapitaaldekkingstelsel als wel van vorm verandert. Of rekent een levensverzekering soms niet met demografische voorspellingen en uitkomsten?

Waar heb het allemaal voor nodig? Ik weet het niet. Ik kan me indenken dat pensioenfondsen en verzekeraars verlekkerd kijken naar de AOW pot, zeker gegeven het positieve saldo ervan. Om een functioneel equivalent voor de AOW, een kapitaalgedekte AOW, in stand te houden zou wel iedereen die werkt een pensioen in de tweede pijler moeten kunnen opbouwen. Voor degenen die ook dat niet lukt rest de seniorenbijstand. Veronderstelt dat dan niet dat we een publieke pensioenplicht invoeren en de lappendeken aan pensioenfondsen die we nu hebben in het licht van die plicht herontwerpen? Het zou mijn instemming wegdragen. Alleen, de afschaffing van de AOW hebben we daar niet voor nodig. Een nog grotere afhankelijkheid van financiële mastodonten ook niet. We zijn toch al op weg naar een situatie waarin voor de verzekerde het onderscheid van verzekeren en beleggen niet meer bestaat. Het meest recente pensioenplan van de sociale partners schaft niet voor niks de ‘defined benefit’ af en gaat over naar de ‘defined contribution’. En daar moet dan ook de AOW nog in? Een maatschappij waarin je je verzekert voor risico’s met als resultaat is dat de verzekerde en niet de verzekeraar met de risico’s achterblijft, is niet een maatschappij waarvan iedereen gelukkig wordt.

24 juni

=0=

 

Curatele

We gaan de euro opnieuw uitvinden. De foutjes die er in zaten (te weinig sancties want te weinig bevoegdheden, de ontbrekende koppeling met het concurrentievermogen van lidstaten, de afwezige greep op begroting en begrotingsbeleid van de lidstaten) moeten er uit. Hoe? Lees het in de notitie van de ECB van 10 juni, Reinforcing Economic Governance in the Euro Area. Het gaat om drie dingen. Om de financiële sector niet te storen moeten de lidstaten, via hun begrotingen, worden gedisciplineerd. Ten tweede moeten de lidstaten die daartoe het minst in staat zijn onder curatele worden gesteld. Ten derde moet de discipline worden opgelegd door een orgaan waarvan we nog niet helemaal zeker zijn of dat de Europese Commissie mag zijn en we zijn daar niet helemaal zeker van omdat de EC misschien ergens nog wel iets met politiek te maken heeft en dat kunnen we bij geldzaken niet hebben.

De meeste ruimte wordt ingenomen door de voorstellen over begrotingen, met als kern het voorstel om een ‘onafhankelijk’ agentschap op te richten dat als waakhond dienst moet doen. Dat agentschap moet ‘bij voorkeur’ bij de Europese Commissie komen. Maar een commissie van wijze mannen mag ook. Waar het om gaat is het om het weghouden van politieke overwegingen uit een economische analyse. Gaat het daarom? Ja, daar gaat het om. Een Franse voorzitter van de ECB of niet, dit kan Sarkozy in z’n zak steken. En wat we allemaal in onze zak kunnen steken is het gegeven – het zal wel het product van een economische analyse zijn – dat de ECB het monetaire veld strikter dan ooit koppelt aan het financiële. Of eigenlijk omgekeerd: de begrotingen van de lidstaten worden onderworpen aan de eurocriteria (3%, 60%) en dus in het harnas gehesen dat de ECB met deze notitie klaarlegt. Het euroverdrag moet zo nodig maar worden aangepast, het stabiliteit- en groeipact hoeft niet zozeer te worden aangepast als wel aangescherpt en de vraag of de EC dat aankan wordt netjes in het midden gelaten. Het antwoord zou ja zijn als de EC nog minder politiek wordt als het al is, het antwoord wordt nee als de EC zich een eigen agenda zou willen permitteren. Uiteraard staat dat niet in de notitie. Het staat er natuurlijk wel degelijk in, alleen niet met zoveel woorden en de woorden die er wel in staan zijn op verschillende manieren te lezen. Behalve de woorden over het vrijhouden van de economische analyse van politieke infectiehaarden. Maar als de commissie dat gebod respecteert dan mag hij (in de persoon van de verantwoordelijke eurocommissaris en in de vorm van eenvoudiger beslissingsprocedures) ook wat meer bevoegdheden hebben. O ja, en Eurostat moet beter, onafhankelijker, transparanter.

De lakmoesproef voor dit type ideetjes is of het soelaas biedt voor het geval Duitsland de zwakke schakel zou worden, of Frankrijk. Daar heb je politiek voor nodig en de kans daarop moet vooral worden uitgesloten. Politiek hoort in de lidstaten, niet in de EU en de EC, en als je niet in staat bent je eigen huishoudboekje sluitend te krijgen wordt je ook de politiek uit handen genomen. Dus, biedt het soelaas? Nee, de gehele notitie is doortrokken van de gedachte dat de huidige probleemkinderen als Griekenland beter apart kunnen worden gezet van de anderen. We krijgen een strafklasje met verscherpte surveillance, met dwingende opdrachten waarvan niet mag worden afgeweken, met leerlingen aan wie elke zeggenschap wordt ontnomen. Er zit geen enkel compenserend mechanisme in, in de zin dat wie nu zwak is morgen sterk kan zijn en omgekeerd. De notitie is gebaseerd op een hiërarchie van sterke, minder sterke en zwakke landen en de notitie is gebaseerd op de veronderstelling dat wie financieel zwak is ook wel zwak zal zijn in termen van concurrentievermogen. De notitie bestendigt die hiërarchie. Dat is, met enige slagen om de arm, ook wel vol te houden, in elk geval in die zin dat een land als Griekenland mede in de problemen is gekomen door een beperkt concurrentievermogen ten opzichte van landen als Duitsland en Nederland. Aan de andere kant moeten we het niet overdrijven. We weten dat de omvang van de financiële sector niet bepaald wordt door de omvang van de reële economie. Dat is geen academische kwestie. De problemen in IJsland bewijzen het, evenals de problemen in Zwitserland, Engeland en, op net iets kleinere schaal, in Nederland. Nederland kan zo weer op weg gaan naar een aanzienlijker financiële sector. Inclusief alle risico’s die dat met zich meebrengt en waar de notitie nu juist geen enkele suggestie voor in de aanbieding heeft. Als er weer een crisis komt (de notitie gaat er vanuit dat het dan opnieuw een financiële crisis is) is een correctiemechanisme gewenst (de notitie spreekt zelfs van een permanent crisismanagementkader). Het mechanisme moet gereserveerd worden voor landen in crisis; het is er niet voor banken in crisis (hoewel van het laatste vaak het eerste komt, wordt voor het laatste niets voorzien: de crisis komt van de staat, niet van de bank). Dat zal dan ook wel weer een economische uitspraak zijn want aan politiek doet de ECB niet. Om misbruik te voorkomen moet het mechanisme bijzonder onaantrekkelijk zijn. Je moet er alleen gebruik van willen maken als het water je tot aan de lippen staat. Griekenland, opnieuw, is het voorbeeld. Het mechanisme moet zoveel mogelijk zelffinancierend zijn: de landen in problemen dragen meer bij dan de andere landen. Zo nodig moet van de landen die een beroep doen op mechanisme en fonds een onderpand worden gevraagd. Van de lidstaten in problemen wordt hun huis afgenomen. Dat zal ze leren.

We willen er geen last van hebben of, als het echt niet anders kan, zo min mogelijk last. Dat is dan ook de reden dat er geen politiek in de economische analyse mag opduiken. Je geld en je economie staan ter beschikking, je politiek mag je houden. Tenzij je ook daartoe onbevoegd wordt verklaard, in naam van de begrotingsdiscipline. Het monetaire beleid was al naar Frankfurt verplaatst, het financiële beleid kan niet achterblijven. Er is al te lang mee geknoeid. Ter garantie van de politieke irrelevantie van de EC. En van een EU waarvan de hoofdstad niet Brussel heet maar Frankfurt.

Zelden een politieker notitie gezien. Met Griekenland als voorbeeld worden en passant ook de EU en de EC onder culturele gesteld. Ik wens Van Rompuy en zijn ‘taskforce’ veel succes. Ze weten nu wat hen te doen staat.

23 juni

=0=


Standaard

In het rapport Bridging the Gap (uitgegeven door Randstad en onder redactie van SEO), waarover Trouw gisteren berichtte, tref ik een hoofdstuk aan van Günther Schmid, peetvader van het concept van de ‘transitionele arbeidsmarkten’. Het gaat om hoofdstuk 6, getiteld non-standard employment and labor force participation. Nederland scoort hoog op de niet-standaard werkgelegenheid al is dat voor een groot deel een definitiekwestie: deeltijdwerk als niet-standaard. Dat is, in Nederland maar ook elders in toenemende mate, niet correct. Desondanks, we lijken op weg naar ofwel steeds meer niet-standaard, ofwel naar een nieuwe standaard. Liever het laatste natuurlijk, maar erg opschieten doet het niet.

De resultaten hangen ook af van wat we een ‘student’ noemen. In Nederland studeren studenten niet veel, maar werken doe ze zo’n beetje allemaal. Verklaart dat de hoge positie van Nederland in het niet-standaard gebeuren? Als we ons vergelijken met bijvoorbeeld Duitsland, Engeland en Vlaanderen dan zien we overal wel een autonome stijging van het aantal studenten. De vraag is, werken al die studenten erbij? In Vlaanderen is dat niet, of althans een stuk minder dan bij ons, het geval (hetgeen een deel van ons gemengde succes in termen van onze arbeidsparticipatieratio verklaart), maar hoe zit dat in andere landen? Ik zou er meer van willen weten maar Schmid gaat er niet echt op in (vgl. o.c.: 138-139). De aandacht ligt elders. De aandacht ligt bij de vraag of wat we nu de standaard noemen (een contract van onbepaalde duur) aan het veranderen is, of we op weg zijn naar een nieuwe standaard. In dat verband vraagt Schmid ons ook eens te kijken naar de sociale zekerheid of, zoals hij dat noemt (in navolging van Alain Supiot), naar nieuwe sociale rechten.
Dat zijn trekkingsrechten, aanspraken dus, en er tegenover dienen sociale plichten te staan (Schmid merkt op dat in het fameuze Supiot rapport – Beyond Employment 2001 – wel de rechten maar niet de plichten voorkomen. Zelf denkt hij meer in de richting van een verzekeringsconstructie zoals we die bij Dworkin – Sovereign Virtue 2000 – tegenkomen. Nog maar een maand geleden schreef Schmid, in een kritiek op het concept van ‘flexicurity’, daar een essay over: Beyond Flexicurity). Sociale rechten is inderdaad een betere term dan sociale zekerheid, die alles behalve zeker is en waarvan het rechtskarakter wordt uitgehold. Opnieuw in navolging van Supiot zou dan tegelijk de notie van werk moeten worden herbezien: werk is niet slechts iets tussen werknemer en werkgever, het is ook een activiteit die je in eigen beheer kunt uitvoeren – en die toegang verschaft tot sociale rechten. De validering van werk, van wat als werk telt, hoeft niet op te houden bij de werkgever of bij een arbeidscontract. De rechten waar Schmid van spreekt zijn gekoppeld aan de persoon die actief is, die ‘participeert’ en ze kunnen door die persoon worden meegenomen naar elke volgende activiteit of combinatie van activiteiten. Het is een concept van sociale rechten dat tamelijk perfect correspondeert met het concept van ‘human capital’ zoals dat vanaf de jaren zestig in de VS door een aantal economen (Becker, Schultz, Mincer) is ontwikkeld, voortbouwend op het eerdere werk (en in het bijzonder het kapitaalsbegrip uit dat werk) van Irving Fischer. Een neoliberaal zou zeggen dat we op zoek zijn naar de sociale rechten van het human capital. Ik weet niet of Schmid het ermee eens zou zijn (of er gelukkig mee zou zijn) maar daar gaat het niet over.

Het gaat over dat human capital: hoe dat te beschrijven, operationaliseren, waarderen. Daar is nog heel wat aan te doen. Becker is nooit veel verder gekomen dan driedeling van generiek, specifiek en idiosyncratisch menselijk kapitaal. Dat generieke staat nog, het idiosyncratische ook, het specifieke (noem het de interne arbeidsmarkt) staat ook, maar dan op de tocht. Met de huidige groeiende tweedeling in het onderwijs wordt human capital tot een diplomacircus – en roept eerder allerlei onzuivere vormen van de idiosyncrasie van het credentialisme op, dan dat het die bestrijdt of zelfs maar doorzichtig maakt. Veel van wat wij prestatiebeloning noemen (en de bonus, niet te vergeten) valt eronder: eerder het effect van een winner-take-all stelsel dan van serieus te nemen toerekening in termen van human capital.

In termen van human capital is ons arbeidsvermogen niet meer dan een stroom activiteiten waar een prijskaartje aan hangt, met eventueel op de achterkant van dat kaartje – dat zouden dan sociale rechten zijn – de vergoeding voor de onderhoudskosten van die stroom activiteiten, mochten die om wat voor reden dan ook worden onderbroken. Het leidt ons naar een verzekeringswereld die wel op ‘moral hazards’ is afgestemd maar niet, nog lang niet, op ‘innovative hazards’ (Schmid, Beyond Flexicurity, o.c.: 24-28). Inderdaad, wie begint iets nieuws en deelt dat nieuwe zonder uitputtende eigendomsrechten? En inderdaad, staan uitputtende eigendomsrechten niet per definitie in de weg van het überhaupt beginnen met iets nieuws? Human capital gaat van vandaag naar morgen, innovatie van morgen naar vandaag. Om de nieuwe sociale rechten te implementeren is het perspectief van human capital te beperkt. Het is te individueel, te veel gebonden aan de wereld van elke persoon afzonderlijk, herkomst inclusief, toekomst – die altijd een toekomst met anderen is – exclusief. Dat schiet niet echt op.

Schmid vraagt zich af of de nieuwe standaard buiten de bestaande om zal worden gerealiseerd, dan wel dat de bestaande standaard van binnen uit kan worden getransformeerd. Indien buiten om dan blijven we in de wereld van het human capital, in de wereld van de tweedeling. Indien van binnen uit dan is het de hoogste tijd dat de vakbeweging leert van human capital trade capital te maken. Het woord zegt het al. Human capital is een aanbodsconcept. De vakbeweging organiseert het aanbod. Wanneer gaat ze dat dan eindelijk eens serieus doen?

Je kunt natuurlijk ook de sociale rechten wat losser maken van het verrichten van werk en ze verbinden met de rechten en plichten van burgerschap. Dat zou mijn voorkeur zijn. Schmid heeft het er niet over. Maar het is de moeite van het overwegen waard.

22 juni

=0=

 

Data driven

Tijdens de controle gaat de verkoop gewoon door en mocht het al te druk worden, dan slaan we de controle over. Dat is ongeveer de reactie van Pol Deltour (secretaris van de Vlaamse vereniging van journalisten) op de lange neus die een neponderzoeksbureau (‘Data Driven’) een vol jaar lang wist te trekken naar het journaille. Zo berichtte het bureau, geloof ik, dat Vlaamse Liberalen veel meer seks hebben dan de Groenen en ook dat de gemiddelde Vlaming in vijftig seconden aan z’n stemplicht weet te voldoen. Belangwekkend, zonder meer, en dus namen de journalisten het over. Voorpaginanieuws!
Meer dan uitstekend zou ik denken, en die journalisten hoeven zich helemaal niet te schamen voor hun ongegeneerde geilheid vooral de eerste te willen zijn. De eerste is de beste. Dat is de lakmoesproef voor de journalist die het in dat vak uit wil houden. Niet welk nieuws maar het snelste nieuws, daar gaat het om. Tot ze een keer voor aap staan. Tot er, na ruim een jaar, een journalist van Het belang van Limburg op het idee komt om eens te kijken wat dat bureau Data Driven eigenlijk voorstelt. Niks, dus. Een ideetje van tv-producenten die onder de naam Woestijnvis de wereld al hebben verblijd met series als Man bijt hond en De slimste mens ter wereld.
Na een jaar! Zou dat betekenen dat journalisten hooguit één keer per jaar, op een regenachtige zondagnamiddag bij voorkeur, nagaan waar het geronnen vooroordeel dat zij nieuws noemen vandaan komt?  Het zal wel. Pol prijst de pers omdat de pers het zelf heeft opgediept, dat geheim van Woestijnvis. Dat overigens helemaal geen geheim was. Woestijnvis gaf bij eerste navraag direct toe dat hun onderzoeksbureau helemaal niet bestond. Bij eerste navraag.
Pol beweert dat zijn journalisten nu geen enkele nieuwsbron meer kunnen vertrouwen. Ze voelen zich bekocht want er is een ‘sfeer van paranoia’ ontstaan. En, let wel, zo’n sfeer is ‘dodelijk voor de vlotte nieuwsstroom’. Ik hoop dat Woestijnvis er een documentaire van heeft gemaakt, van al dat nieuws dat ze zelf bedachten en dat braaf door de journalistiek werd opgepikt, een documentaire die we over niet al te lange tijd te zien krijgen.
De woestijnvis bestaat. Dat is pas nieuws.

20 juni

=0=


Augurk

Een augurk heeft van zichzelf geen smaak. De smaak moeten worden toegevoegd. In Nederland houden we van zoetzure augurken, in Frankrijk van zure. Nederland is een zoet land – met de mayonaise is het niet anders. Het bereidingsproces van zoetzuur of zuur wijkt behoorlijk van elkaar af en je gebruikt er ook niet hetzelfde type augurk voor. Augurken die een zoetzuur lot te wachten staat zijn kleiner dan hun zure broeders en zusters.

Inderdaad, het lijkt wel een school, met onbeschreven leerlingen aan het begin en gesorteerde en per klasse gehomogeniseerde producten aan het eind. De kunst is om goed te sorteren en vooral het verwerkingsproces op weg naar zoetzuur dan wel zuur, gescheiden te houden. Het verwerkingsproces is niet gebaat bij diversiteit en de grondstoffelijke augurken aan het begin van de verwerking moeten evenmin worden gemengd. Een lage diversiteit (klein bij klein, groot bij groot) en een homogene samenstelling (geen menging in het productieproces), dat is het beste.

Nu is het vast heel onbeleefd en onaardig en zo om leerlingen met augurken te vergelijken (en de echte augurkenteler vindt het ook weer veel te grofmazig om de augurken in slechts een paar klassen te segmenteren en ook maar twee – in zichzelf niet gedifferentieerde – verwerkingsprocessen te onderscheiden). Leerlingen zijn toch hartstikke verschillend allemaal? Hoe kun je ze dan alleen in groot en klein opdelen? Wanneer weet je eigenlijk dat klein nooit groot zal worden? En is een verwerking langs slechts twee, onderling verschillende en elkaar nergens rakende, productielijnen niet een wat al te grove vereenvoudiging van de vraag wat leerlingen kunnen bereiken? Sta slechts een dichotoom verdeeld antwoord toe en je krijgt een dichotomie. Waarom ook al weer?

Nee, ik ben weinig gesticht door de oratie van Jaap Dronkers, gisteren in Maastricht. Ja, zegt onze Jaap, ik weet ook wel dat het slechtste wat je kunt doen is om alles op één hoop te gooien en dat het één na slechtste is om alles op twee hopen te gooien maar de data staan niets anders toe, dus wat moet ik dan? Ik wil iets weten over diversiteit (opleiding ouders, land van herkomst – door Jaap in al zijn ontroerende naïviteit als etniciteit opgevat) en samenstelling (homogeen, heterogeen) van leerlingenpopulaties en hun studiesucces. Die landen van herkomst zitten Jaap dwars, het zijn er te veel en als je robuuste uitkomsten wilt hebben moet je robuust te werk gaan. We clusteren ze – hele grote augurken laten zich best in zure bommen transformeren. Wat er in het verwerkingsproces plaatsvindt is ongetwijfeld van invloed op de uitkomsten zegt onze Jaap, maar omdat we daar niets van weten letten we alleen op de uitkomsten en relateren die niet aan het proces zelf maar uitsluitend aan de homogeniteit van de samenstelling van de populatie jongens en meisjes, en aan herkomst en opleidingsniveau van hun ouders. Het klinkt enigszins tautologisch, ik kan er ook niks aan doen, maar Jaap is er tevreden mee, al had hij liever beter gehad. Daar kan ik hem – na zijn zure bommentruc – niet meer in volgen.

Dat Jaap tot slot uitvindt dat als je de augurken pas wat later sorteert – zodat kleintjes met groeipotentieel meer tijd hebben ook echt uit te groeien en mee te tellen met de groten – de uitkomsten beter zijn (minder samenstellingseffecten, minder diversiteiteffecten) is geen vondst maar een gevolg van zijn gekozen procedure. Vergelijk het met de arme meisjesvoetjes die niet groeiden omdat ze werden ingesnoerd. Schaf het insnoeren af en je moet eens zien wat er dan gebeurt. Inderdaad, moet je zien.

Prestaties slechter op gemengde school, schrijft Trouw vandaag. Alle leerlingen slechter af op gemengde school, schrijft NRC. Van de auteurs van de betreffende artikelen zou ik wel eens willen weten hoe gemengd hun eigen school is geweest. Mijn glazen bol zegt: extreem gemengd.

18 mei

=0=

 

Mobilmachung

Al sinds de jaren zestig maakt de OECD zich ernstig zorgen over de kwaliteit van de Nederlandse arbeidsmarkt. We zijn niet mobiel genoeg. Dat komt doordat we teveel in de watten worden gelegd met ontslagbescherming en genereuze sociale verzekeringen en voorzieningen. Dat we dan toch tot diep in 2008 met een ‘oververhitte’ arbeidsmarkt zaten, het zal wel aan het toeval moeten liggen. Bovendien, een paradox die de OECD laat voor wat het is, we willen wel mobiel zijn, maar we kunnen het niet want de huizenmarkt is rigide en de wegen zijn verstopt. Bij elkaar genomen hebben we het zo geregeld dat we elkaar tegenhouden waar we maar kunnen. Dat is in de dynamiek van vandaag niet vol te houden. De oudjes zijn er misschien nog blij mee, met de gebrekkige dynamiek, maar de oudjes zijn een onderdeel van het probleem, niet van de oplossing.

Mobiliseren, dat is de kunst. Een boodschap over decennia heen aan de man gebracht. Je kunt het ook nog eenvoudiger zeggen: de arbeidsmarkt moet eindelijk eens markt worden want hoewel velen daar anders over denken kan die markt conform de gebruikelijke concurrentiemechanismen functioneren als dan toch eindelijk eens de daarvoor noodzakelijke voorwaarden worden geschapen. De concurrentie wordt belemmerd door tal van regels (sociale zekerheid, ontslagbescherming, discrepanties tussen werknemers en zzp-ers) en daar vloeit het programma voor de overheid vanzelf uit voort. Opruimen die regels. De staat is er niet om de samenleving te beschermen tegen de markt, de staat is er om de markt, een soziale Marktwirtschaft, mogelijk te maken. Het is, zou je kunnen zeggen, het programma van de ordo-liberalen, al opgesteld in de jaren veertig en vorm en snelheid meegegeven in het Wirtschaftswunder. In de jaren zeventig en tachtig besteedde de marxistische geldtheoretica Suzanne de Brunhoff er de nodige aandacht aan – en Foucault (The Birth of Biopolitics) gaf er college over. Geld, ja want de kapitalistische staat (of eigenlijk de marktstaat) intervenieert altijd langs zowel de as van de arbeidskracht als langs die van het geld. Ze hadden gelijk, we zien het elke dag weer. Nog maar vorige week riep ook Wellink weer eens op om naast aan het geld ook en vooral aandacht te besteden aan de loonontwikkeling. Inflatie weet je wel. Geld en arbeid, het is het koppel waarvoor Keynes een oplossing dacht te hebben gevonden, een oplossing waarvan Kalecki direct al wist dat een dergelijke oplossing politiek en niet economisch van karakter was. Kalecki voegde er aan toe dat het politiek ook nodig was om een beetje werkloosheid te hebben. Zo blijf je bezig, tenzij je eens echt kiest en dan niet voor volledige werkgelegenheid maar voor volledige markten, voor een marktmechanisme (en dus concurrentie) dat overal de nodige ruimte krijgt en dat het beleid der overheden bepaalt. De overheid legt de markt niet aan banden, het is precies omgekeerd. Positief gesteld: de markt vormt de staat, niet omgekeerd. Iets ervan resoneert in het VVD programma van de laatste jaren (tussen haakjes: zou Rutte zo’n haast hebben met een nieuw kabinet omdat zijn geldvrienden en dus de VVD als de dood zijn voor het rapport van de commissie Scheltema, het rapport dat nu toch eindelijk zal verschijnen aan het einde van deze maand? Het blijft knagen).

Het opmerkelijke aan het gisteren verschenen verslag van de OECD over Nederland is de consistentie ervan. Alles (huizen, wegen, arbeidstijden, arbeidsrecht, pensioenen, levensverwachting en dus de door Foucault geagendeerde ‘biopolitiek’) staat in het teken van en is ondergeschikt aan het duo van een functionerende arbeidsmarkt en een functionerend geldstelsel. Andere overwegingen bestaan niet. Eenkennigheid, dat is het motto. Dat er ook nog aardige dingen in het verslag staan (koppel de waardering van de pensioenvermogens niet langer aan de dagkoers maar gewoon, zoals tal van andere landen en wij ooit ook, aan staatsobligaties; hef de rare verschillen in pensioensparen tussen werknemers en zzp-ers op en zorg bovendien voor makkelijker meeneemcondities) valt bij die eenkennigheid in het niet. Maar, hoe je moet doorbijten op het vlak van de arbeidsmarkt weten ze niet alleen bij de OECD, bij de EU weten ze het ook. Het gaat om het geld en daar is de EU afhankelijk van een geldconforme regeringspolitiek – en die is er niet. Kijk, daar had de OECD wel eens iets over mogen zeggen. Het meest interessante staat er weer niet in.

17 juni

=0=

 

Rechterhand

Voor Kamerlid had hij zich niet aangemeld. Eerst de studie bedrijfskunde afmaken. Dat is altijd verstandig. Het baart zorgen dat die studie zo lang duurt, dat wel. Drie jaar geleden, toen onze Ehsan voor het eerst de publiciteit beroerde, was hij ook al bijna klaar met die studie. We zullen maar aannemen dat zijn steuncomité voor ex-moslims veel tijd opslorpt. Dat ligt zelfs voor de hand want van het rumoerige steuncomité voor zijn steuncomité, met tal van BN’ers als leden (Ellian, Holman, Zwagerman en Fennema, ik noem er maar een paar), is al snel niets meer vernomen. Ehsan kan zich de gemoedstoestand van Rita helemaal indenken. Gelukkig heeft hij zich tot Geert bekend, anders was het leven naast weinig succesvol ook nog eenzaam geweest.

Jami moest het allemaal alleen doen. Hij werd een comité van één en net als bij de PVV zou uit één nooit twee worden. Het eerste lid is tegelijk het laatste lid. Vereniging, comité, het doet er niet toe. Het verschil is dat het bij de PVV statutair vastligt dat het eerste lid ook het laatste is en bij het steuncomité Ehsan was dat niet zo. Het werd zo, al is dat niet hetzelfde hoewel het op hetzelfde neerkomt. Bovendien, Ellian deed nog wat, ere wie ere toekomt. Herkomst verplicht, toekomst moet je zelf doen. Die leus. Het lijkt het nieuwe liberalisme wel.

En nu is Ehsan terug van weggeweest. Hij is de nieuwe rechterhand van Frisdrank Brinkman. Weer studievertraging zou ik denken, maar wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen. Ik heb niet een heel heldere voorstelling van wat er gebeurt als Frisdrank die hand in z’n broekzak steekt maar eigenlijk wil ik dat helemaal niet weten. Ik bedoel, me er een voorstelling van maken. Interessanter is de vraag of de rechterhand wel weet wat de linkerhand doet. Laten we aannemen dat de linkerhand om etnische registratie van iedereen in Nederland vraagt (Brinkman, afgelopen vrijdag bij Knevel en Van den Brink) opdat we eindelijk te weten mogen komen op welke scholen de homo-etniciteit wordt bijgehouden (het voorbeeld is van Frisdrank) en opdat we eindelijk te weten mogen komen hoeveel Antillianen zich in Rotterdam ophouden (nog een voorbeeld van Frisdrank). Het eerste vindt Frisdrank een schande, het tweede een noodzaak. Helder. Maar dan moet de rechterhand beweren dat hij het levende voorbeeld is van het feit dat hier geen discriminatie in het spel is. Als rechterhand ben je al snel tot een bestaan als duivelskunstenaar veroordeeld.

Meer nog, je moet over je eigen schaduw heen kunnen springen. Dat wordt van alle PVV-ers verwacht, nu de grote voorman het inspirerende voorbeeld heeft gegeven. Ik vermoed dat Frisdrank dat ook als eis heeft gesteld. Ehsan, kun jij over je eigen schaduw heen springen?

Dat kan Ehsan. En wel op de twee belangrijkste kwesties van de rechts- en rechtgeaarde PVV-er: geloof en anatomie. Zo was de vader van Ehsan achtereenvolgens ongelovig en moslim en zijn moeder moslim en christelijk (merkwaardig genoeg, vond Ehsan). Zelf was hij als onschuldig kind door zijn ongelovige vader vrijgelaten en door zijn gelijktijdige moslimvader toch weer besmet met de islam. Daar is hij helemaal van af, hoewel – en hier komt de vloeiende overgang naar de anatomie – hij wel denkt dat er iets is. Kijk eens naar het menselijk lichaam riep hij, kijk eens naar die prachtige motor, dat kan toch niet toevallig bestaan? Kijk, ik ben wetenschappelijk ingesteld (‘laat me het bewijs zien, dan pas zal ik het geloven’) maar ‘het onverklaarbare gevoel dat er iemand is die op mij let, is de basis van mijn bestaan.’

Je bent geknipt voor de baan als mijn rechterhand zei Frisdrank. Ik ben degene die op je let.

16 juni

=0=

 

Vereniging

Een politieke partij is, juridisch gesproken, een vereniging. Een vereniging is een gezelschap leden dat een doel nastreeft. Een vereniging met slechts één lid is uiteraard mogelijk. Je moet ergens beginnen. Een vereniging met slechts één lid en zo opgezet dat niemand anders lid kan worden is ook een vereniging. Het is merkwaardig, maar het kan. Kan het? De PVV bewijst het. Feitelijk is het bewijs geleverd, juridisch is het een kromme constructie. Maar het kan. Het is niet altijd een voordeel als noch in de grondwet noch in de kieswet een politieke partij als zodanig is omschreven, behalve (in de kieswet dan) als een vereniging. Nog gekker is dat in de wet op de financiering van politieke partijen wel, de naam zegt het al, over politieke partijen wordt gesproken. Een definitie vinden we ook daar niet, wel een aantal voorwaarden. Zo moet je minimaal duizend leden hebben om voor financiering in aanmerking te komen. En schenkingen vanaf zo’n 4500 euro moeten openbaar gemaakt worden, als ze althans van een instelling komen. Gek genoeg valt sponsoring daar weer niet onder. Gediscrimineerd mag er ook al niet. De bedoeling is duidelijk: een politieke partij met slechts één lid is een onding en financiële openbaarheid hoort bij het karakter van een dergelijke vereniging. De PVV is geen politieke partij en al helemaal geen democratische politieke partij, zoals het zelf zegt en zoals dat wordt herhaald door VVD en CDA. Rutte wil onderhandelen met een partij die geen partij is.

Aardig is je af te vragen hoe lang Wilders het volhoudt. Hij moet nu een fractie van 24 personen in de gaten houden plus nog een aantal raadsleden plus enkele leden van het Europese parlement. Volgend jaar zou daar een Eerste Kamerfractie bij kunnen komen en dan uiteraard ook fracties in provinciale staten. Technisch gezien zijn dat allemaal ledematen van de goede man, ledematen die zich op verschillende plekken tegelijkertijd bevinden. Het moet niet nog gekker worden zou je denken, maar het verenigingsrecht blijkt het allemaal te kunnen torsen.

Men vraagt naar stabiliteit. Men kan beter vragen naar het maximaal aantal ledematen dat een mens kan bezitten.

Je kunt natuurlijk ook het verenigingsrecht een beetje aanscherpen en een wettelijke omschrijving van een politieke partij bedenken.

15 juni

=0=


Onpeilbaar

Wat zou voormalig wetenschappelijk hoofdmedewerker W.F. Hermans gevonden hebben van de uitkomsten van onderzoeksbureau Decide, verbonden aan zijn oude Alma Mater? Hij kan het zelf niet meer zeggen. We zijn het aan zijn opwekkende nalatenschap verplicht dan maar in zijn geest te spreken. Niet eenvoudig – veel van wat onder de wetenschappen van de geest plaatsvindt kon zijn instemming niet echt verwerven – maar eenvoudig is het voorspellen van een nieuw kabinet evenmin, zelfs niet als de voorspelling wordt gedaan door een bureau dat Decide heet. Uit talloos veel miljoenen stemvoorkeuren een coalitie smeden, het is voorwaar geen sinecure. Of misschien ook wel, al maakt dat het er niet beter op. Uit de literaire voorkeuren van de Nederlander een literaire coalitie smeden? Gerard zou alleen maar breekpunten ophoesten, Harry zou een formule te voorschijn toveren die alleen al daardoor voor de anderen onacceptabel was, en Willem Frederik zou er niet eens aan beginnen. Politiek is moeilijk, literaire politiek moeilijker. Onbegonnen werk. Bovendien zijn er geen literaire informateurs. Literatuurcriticasters zouden het graag doen. En ongeschikt worden bevonden. Daar zouden de heren het over eens zijn geweest. Dat wordt niks, zelfs niet als een onderzoeksbureau in z’n glazen bol had gekoekeloerd en diverse coalitievarianten had doorgerekend. Het is maar goed dat het in de politiek een stuk makkelijker is.

Maar, zou Hermans stellen, zo’n voorspelling is natuurlijk onzin. Kijk, dat de hypotheekrente weer een paar jaar wordt gestald, niemand die het erg vindt. Verzin een mooie formulering – een studiecommissie of zoiets – en we kunnen verder. Dat geldt ook voor de kilometerheffing. Niemand die gelooft dat je files kunt bestrijden, behalve met nog meer files. Tot we er genoeg van hebben dus en het zelf regelen. Weer een dossier afgewerkt. Bezuinigen? Ach, een kwestie van tempo en tempo is geen principe, tempo is pragmatiek. Kun je laten doorrekenen. Laten we doorrekenen. Doe er een procentpuntje BTW bovenop en je moet eens zien hoe snel we het onderling eens kunnen worden. AOW? Dat lossen we samen wel op. Ontslagrecht? Er zijn een paar partijen die de oorlog van gisteren nog willen winnen. In naam van flexibel en modern. Die zullen er, als puntje bij paaltje komt, dan ook wel flexibel en modern mee om willen springen. Er is veel meer overlap dan je zou denken. En we weten, van overlap komt overstap. Naar een nieuwe coalitie. Kun je voorspellen. Is voorspeld. Alles bij elkaar, beslist Decide, is een coalitie van VVD, PvdA en CDA de uitkomst. Let op hun woorden.

Het model kennen we. Het heet van overlap naar overstap (vrije vertaling). De veronderstellingen bij het model zijn vrijwel identiek aan het model. De stabiliteit van de deelnemende partijen is niet meegenomen in de veronderstellingen, evenmin als de invloed over en weer van de verwachtingen over elkaar op dat punt. Dat vereenvoudigt de zaak. Vereenvoudigend is ook dat een coalitie van meer dan vier partijen wordt uitgesloten. Daarom is een coalitie van PvdA, CDA, GL, D66 en CU onmogelijk. De finale vereenvoudiging is dat een kleine meerderheid ook niet meedoet. Daarom is PVV, VVD en CDA uitgesloten.

Tja, zegt Willem Frederik. Zo kan ik het ook. Van hinkelstap naar struikelstap. Het geheim onder professoren is dat je met poeha en wiskunde waar dat niet van toepassing is, de fraaiste voorspellingen kunt doen. Dat de sleutel bij het CDA is achtergelaten, dat wisten we toch al? Het CDA is de meest instabiele club die we nu hebben. Die zijn de sleutel vast kwijtgeraakt. Is dat erg? Nee, Decide is erg.

Ik ben benieuwd wat Bijkaart er van vindt. Een boze brief is wel het minste. Hij schreef ze vrijwel dagelijks. Wie weet komt althans die stroom weer op gang. Hebben we toch nog wat. Het leven is goed.

14 juni

=0=

 

Sollicitatie

Voor Rita is geen plaats in de PVV regering. De PVV heeft genoeg bekwame kandidaten heeft Wilders al verklaard. Sneu voor haar. Van ex-partijgenoten had je meer steun verwacht. Het zit er niet in. Haar voorland is Hilbrand Nawijn. Hard, maar het is niet anders. De wereld is hard, Rita heeft nooit anders beweerd en nu blijkt het nog waar te zijn ook. We hopen dat dit inzicht haar gemoedsrust geeft. Overigens hangt haar gemoedsrust natuurlijk ook af van Hennie van der Most, de succesvolle ondernemer uit Overijssel wiens voornaamste activiteit is zichzelf als succesvolle ondernemer te presenteren. Van der Most was bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen lijstduwer van de VVD in Lochem, zijn woonplaats. Au. Bemoedigend was evenmin Harry Mens, die uiteindelijk Balkenende verkoos. Daar gaan de media en die waren haar toch al niet goed gezind. Waar was John de Mol, bijvoorbeeld? En wat is er toch gebeurd met haar besnorde aanhanger uit Staphorst, de heer Jan Talen wiens finest moment een paar jaar geleden was, op de tv en al? Helemaal voor Rita? De heer Jan Talen is van fractievoorzitter van de VVD (plus Gemeentebelangen) opgeklommen tot wethouder in Staphorst. En bij de parlementsverkiezingen kreeg de VVD ruim 1000 stemmen in Staphorst en TON een miezerige 26. De stem van Jan zat daar niet bij. Vermoedt Rita. Daar wordt ze pas echt droef van. Toen het niet hielp waren ze er, met veel lawaai. Nu het had moeten helpen heeft ze hen niet gezien.

Er zijn meer sollicitaties, ook van de man die in de tussentijd z’n snor heeft afgeschoren. Nederlands beroemdste vrijmetselaar, welzeker. Mat Herben. Die pakt het slimmer aan. Dat Rutte het goed zou doen was iedere insider duidelijk, schrijft hij, in (waar anders) de Volkskrant. Iedere insider, nou dan weet je het wel. Mat is insider en hij strijdt tegen andere insiders zoals daar zijn de linkse christenen, de linkse socialisten, de linkse elite (cultuurrelativisten en onwetenden) en het linkse journaille. Iedereen die niet aardig voor hem is geweest en hem, geef het maar toe, zelfs een beetje belachelijk vond. Mat beleeft een tweede hoogtepunt. En meldt zich aan door Wilders een hart onder de riem te steken. ‘Daarnaast is voor Wilders het vinden van goede bewindslieden de moeilijkste opgave, maar ook dat moet kunnen’. Bemoedigend. Aan Mat zal het niet liggen. Dat de mensen die dit keer van het CDA doorschoven naar VVD en PVV dan alsnog het CDA erbij moeten nemen dat is geen vermelding waard. Democratie heeft niets met landsbelang te maken en omgekeerd. Betere grondslag voor een nieuw kabinet is niet te bedenken.

In een analyse van de verkiezingsuitslag las ik gisteren dat men in Limburg en Brabant bij de gemeenteraadsverkiezingen ook al massaal op de VVD had gestemd. Naar nu blijkt was dat niet alleen vanwege het ontbreken van de PVV. Het CDA heeft met die wetenschap niets gedaan. Sterker nog, Eurlings vertrok en Verhagen was even niet beschikbaar. Leers bedankte ook al. Dat kost stemmen want bij de gemeenteraadsverkiezingen in Maastricht verloor het CDA niet en werd zelfs, met de PvdA, weer de grootste partij. Ze wisten het zullen we maar zeggen. Ze wisten en deden er niets mee. Ze wilden er niets mee doen, de VU Boys omdat ze niks meer konden, de Southern Boys omdat hun tijd nog wel zou komen. I rest my case. Het opvallendste aan de verkiezingsuitslag nu is daarom niet, zoals Mat meent, de grote nederlaag voor het CDA. Het opvallendste is dat het CDA het bewust heeft laten gebeuren. Ze hebben er naar gesolliciteerd. Met succes.

13 juni

=0=

 

Rekenkunde

Sinds Alexander Hamilton weten we dat in de politieke rekenkunde twee plus twee geen vier hoeft te zijn. Hamilton besprak destijds, in 1787, de voordelen van directe belastingen op consumptiegoederen. Dat type belastingen, zei hij, hebben hun eigen ingebouwde rem. Maak ze te hoog en de mensen kopen niet meer. Dan bijt je, als regering, in je eigen staart. Meer belasting is minder belastingopbrengst. Meer kan tot minder leiden als je niet verstandig belast en als dat zo is dan hoeft twee en twee ook geen vier op te leveren. Nou jij weer.

Het geldt voor meer soorten belasting uiteraard maar dat hoeft de pret niet te drukken. Politieke rekenkunde is een eigen vak met eigen spelregels. Als je het in Nederland als politicus goed wilt doen moet je de kunst ervan goed verstaan. Dat gaat zo. Als je als partij heel veel wint bij de verkiezingen dan eist het ‘democratisch proces’ dat je een soort voorrang krijgt. Eventjes in elk geval, zoals we vier jaar geleden bij de SP zagen. Die partij won toen meer dan de PVV nu maar al te zwaar werd daar niet aan getild. Het democratisch proces liep toen anders. De partijen waarmee de SP toen onderhandelde, CDA en PvdA, hadden allebei verloren en dan is een coalitie met een winnaar te pijnlijk. Voor de verliezers. Het zou de belasting voor hen te hoog maken en dan krijg je geen stabiele coalitie. De partijen lagen, politiek rekenkundig gezien, te ver uiteen. Dus ja, we doen heel even net alsof en nee, we nemen het vooral niet serieus. Nee, dan nu. Eén partij heeft veel gewonnen, een andere heeft heel veel gewonnen en een derde heeft zoveel verloren dat die de winst van de beide andere zo ongeveer compenseert. Kijk, daar zit brood in, zeker als we rekening houden met het eenvoudige gegeven dat de stemmen van de verliezer rekenkundig en ook feitelijk helemaal naar de twee winnaars zijn gegaan. Het is van vestzak naar broekzak gegaan. Dat is een voorwaarde voor politiek-rekenkundige stabiliteit en daar is behoefte aan. Jammer voor de kiezers maar dan hadden ze maar niet zo stom moeten zijn te denken dat er in de huidige politiek-rekenkundige verhoudingen iets te kiezen was aan de rechterkant. Linksom of rechtsom, de koers is oprecht rechts.

Het democratisch proces in Nederland vereist dat de winnaars eerst de grootste verliezer uitzoeken om die aan het verstand te peuteren dat de kiezer hem niet moet – en het landsbelang des te meer. Stem tegen het CDA, stem voor VVD en PVV en je krijgt als beloning het CDA er gratis bij. Kan dat? Moet je eens opletten wat politieke rekenkunde allemaal vermag.

12 juni

=0=

 

Ongeduld

Gegeven de verkiezingsuitslag concludeer ik maar dat het ongeduld heeft gewonnen. We willen het, we willen het nu en de rest kan door het ijs zakken. Het ongeduld van de nimby-kiezer. Vooral in het zuiden en op het platteland. Waar het ongemak nog niet zichtbaar genoeg is kan het snel zichtbaar worden, en voorkomen is beter dan genezen. Nederland is een groot Volendam geworden. Ook al katholiek. Het valt toch tegen. Het aardige is weer wel dat de sleutel bij het CDA ligt. Ik denk niet dat die partij het zich zal permitteren met de PVV in zee te gaan. Maar met PvdA, Groen Links en D66, en aangevuld door de ChristenUnie? Bij elkaar een meerderheid, en een meerderheid die een lange neus kan trekken naar het ongeduld. Mijn zegen, zo moet ik dat dan toch zeggen, zou het hebben. Cohen premier, Rinnooy Kan op financiën, Verhagen op Binnenlandse Zaken, Van Dam op Buitenlandse Zaken, Böhler op Justitie, Slob op WVC, en nog zo wat. Elly voegt eraan toe dat we ons ook maar moeten afscheiden van het zuiden. Mij te ongeduldig, maar begrijpelijk is het wel.  

Is sprake van secularisering? Ik zou het niet weten. Zijn ze in Limburg spontaan van hun geloof afgevallen? Het lijkt me een idiote verklaring. Heeft Wilders een gordijnpremie gehad? Maar hoe zit het dan met zijn veel hogere score in de peilingen tot pakweg een maand geleden? Ander gordijntje? De eerste commentaren zijn al even oppervlakkig als het geneuzel voorafgaand aan de verkiezingen. Is Nederland conservatiever geworden? Nee, Nederland is de reactionaire weg ingeslagen. Conservatisme is, wat het ook is, geduld. Reactie is ongeduld.

Mevrouw Verdonk is niet herkozen. Dat is goed. Maar op één punt heeft ze gelijk. De publieke omroep is een schande. Niet omdat die ´links´ is of dat soort flauwekul. Wel omdat het elk niveau mist. Het was nog niet begonnen woensdagavond of de voortreffelijke Ferry Mingelen riep dat het ´afhangt van de peilingen en van de uitslag´. Gekker moet het niet worden dacht ik nog. Ik vergiste me. Bij de eerste uitslagen, ik geloof uit Schiermonnikoog, werden percentages stemmen vergeleken terwijl de populatie sterk verschilde van de vorige keer. Dat krijg je als je het opkomstpercentage op 123% zet. Het is droef. Net zo droef als de peilingen (behoorlijk afwijkende zetelaantallen voor PVV en VVD bijvoorbeeld).

Cohen wou een fatsoenlijk land. Mooi streven.

11 juni

=0=

 

Scholier

Bij de verkiezingen onder scholieren is de PVV de grootste partij geworden, met daarna achtereenvolgens de VVD, de PvdA en de PvdD. De grootste daler is de SP, die nu ongeveer even groot is als GL en D66. Ook het CDA boekt fors verlies. De SP is geen radicale partij meer, D66 was het ooit eventjes, en GL heeft de radicale banden direct na de komst van Halsema geslaakt. Tamelijk radicaal zijn weer wel de PvdD en de Piratenpartij en die scoren bijgevolg behoorlijk. Zo hoort het ook. De scholieren zijn trouw aan zichzelf gebleven. De meest radicale partij wint, zelfs als alle anderen zeggen dat het gaat om de VVD en de PvdA. De scholieren hebben helemaal niet voor rechts gestemd, ze hebben voor radicaliteit gestemd. Dat doen ze altijd. Scholieren zijn traditioneel radicaal. Ze zetten zich af en dat is hun voorrecht. Waartegen ze zich afzetten, dat hangt maar net af van waar het aanbod uit bestaat. Het aanbod is saai, met uitzondering van Wilders.

Zijn de scholieren naar rechts opgeschoven, zoals ik uit de krantencommentaren begrijp? Natuurlijk zijn ze naar rechts opgeschoven maar – en daar haperen de commentaren – dat houdt niet in dat ze rechts zijn. Hun conventie is onconventioneel te zijn en hoe meer de anderen zich schikken hoe beter die paar gekleurde vogels het doen. Niemand wil ze echt hebben en daarom willen de scholieren ze juist wel hebben. Dat kunnen de linkse partijen in hun zak steken. Aan de linkerkant bestaan geen radicale partijen meer. Ik vermoed dat in de jaren zestig D66, naast de PSP, hoog heeft gescoord. Toen was het nog een radicale partij. Nu is het een ‘hervormingspartij’ en wat hervorming is weten de scholieren maar al te goed. Weer een nieuw lesprogramma, weer een groter schoolbestuur, weer de ongerustheid thuis over de zoveelste reorganisatie en dus ‘hervorming’. Hervorming is een verzuilde term uit een verzuild verleden. Niemand wordt er warm van en scholieren schrikt het af. Modernisering, overigens, is net zo slecht of slechter. En Femke lijkt even veel op hun nog zo jeugdig gebleven moeder als Alexander op hun sportieve vader lijkt. Gênant. Niet iets om op te stemmen. Rutte heeft het geluk dat hij geen ouder is maar kind.

10 juni

=0=

 

Beroofd

The Dutch are robbed of Robben, kopten de Engelse kranten. Ook in Duitsland was er weer veel aandacht voor het wonderkind. Bij ons moest Robben concurreren met Joran, maar waar over Joran de schaduw van de Schadenfreude hangt, voelen we bij Arjen echte Schade. Joran huilt, Arjen lacht al weer bijna en wij lachen mee. Joran is voor Peter R., een voetbaltoernooi is voor ons allen. Tenzij je niet van voetbal houdt maar daar is een oplossing voor. Ook Elly en ik hebben al een tweede tv. Komt door het voetbal. Voetbal is goed voor de economie.

Wat Robben doet oogt zo simpel dat het wel briljant moet zijn. Van de rechterkant met de bal aan de linkervoet naar binnen tot er een goed schootsveld is ontstaan en dan de bal met een mooie krul achter de keeper. De eenvoud is verbazingwekkend. Het werkt. Een kind kan de was doen, maar in het huidige voetbal is alleen Robben in staat tot kinderspel. Maak het wat ingewikkelder, een hakje bijvoorbeeld, en er komt een barst in onze glazen man. Dat zagen we afgelopen zaterdag. Dat het iets met zijn merkwaardige manier van hollen te maken heeft wordt door Robben ontkend. Waar zijn opvallende blessuregevoeligheid dan wel vandaan komt – ik heb het net beschreven. Je moet het niet te moeilijk maken. De manier waarop de man zich voortbeweegt is al gecompliceerd genoeg. Daar kan geen grammetje complexiteit bij. Arjen is het stadium van het straatvoetbal nooit ontgroeid. Daarom oogt het zo leuk. Dat Robben regelmatig de bal net te lang aan de voet houdt, het hoort erbij. Straatvoetbal.

De somberheid na zijn meest recente blessure was opvallend. Er is ruim gewonnen van Hongarije maar het deed er niet meer toe. Wat er wel toe deed was de blessure en het feit dat de Nederlandse verdediging zwak bleek. Niet voor de eerste keer en nu waren we ook onze aanval kwijt. De anderen speelden even geen rol. Met Robben kanshebber, zonder Robben hooguit een serieuze outsider. Trainer van Marwijk, ik heb hem nog nooit zo terneergeslagen gezien. Alsof hem zijn favoriete speeltje was afgepakt. Of niet alsof, het was hem gewoon afgepakt. En hij was er nog zo voorzichtig mee geweest. Af en toe eventjes uit de verpakking, meer niet. Niet echt mee gespeeld. En dan dit.

Arjen reist, naar verluidt, zaterdag af naar Zuid-Afrika. Maandag mag hij dan op de bank beginnen. Het zal de tegenstander zenuwachtig maken. Als ze meer weerwerk bieden dan ons goeddunkt heb je zomaar kans dat Arjen gaat meespelen. Die dreiging moeten we er in houden.  Zonder Arjen in het veld en met Arjen op de bank maken we de meeste kans. Het stomste wat kan gebeuren is dat Arjen echt gaat spelen. Warmlopen langs de lijn, vooruit dan maar. Maar niets anders.

Niet het veld in want dan beroven we onszelf, van onze belangrijkste troef. Die we niet moeten uitspelen. Een uitgespeelde troef is geen troef meer. Ik hoop dat de trainer het beseft. Arjen zal niet op het idee komen. Een straatvoetballer wil altijd voetballen. Daar is het een straatvoetballer voor. Als ik kinderen op straat zie voetballen maakt mijn rechterbeen onwillekeurig een beweging. Een heel kleine beweging, je ziet het bijna niet, maar toch.

Voor de trainer zal het het moeilijkst zijn. Jan (stenigen die man) Mulder staat al in de startblokken. Willem van Hanegem zal vooraf zeggen dat we vooral offensief moeten voetballen (wat kan je anders met zulke verdedigers?) en achteraf dat Van Marwijk Arjen niet had mogen opstellen. De trainer komt er alleen mee weg als we de finale halen en bij voorkeur ook nog winnen. Bij verlies had hij Robben moeten opstellen.

Van Marwijk is niet te benijden. Dat hij blij is dat Robben alsnog over komt siert hem. Van Marwijk is misschien wel de laatste voetballiefhebber onder de mensen die met die sport een boterham verdienen. Mijn echte prangende vraag is echter of Joran nog op tijd gewed heeft op het wereldkampioenschap. Kan Peter R. dat niet eens voor ons uitzoeken? Peter weet dat Joran het gedaan heeft en dat de bekentenis van Joran vals is. Als je dat weet, weet je alles. Dan weet je net zoveel als elke voorbijkomende lijsttrekker. En kan Maurice de Hond niet een peiling organiseren met de vraag of we denken dat Joran gewed heeft en op wie?

Met die kennis gewapend kunnen wij allen strategisch een gokje wagen.

9 juni

=0=

 

Turkije

Bij de verkiezingen voor het Europese Parlement van vorig jaar stond in het VVD programma dat als Turkije al bij de EU zou komen, dat alleen zou kunnen als aan het vrije verkeer van personen beperkingen zouden worden opgelegd. Wel Turkije als het niet anders kan, geen Turken. Dezer dagen pleit Rutte voor veranderingen in de EU bepalingen die dat verkeer regelen. Die bepalingen moeten restrictiever. Dat gaat, zoals juriste Deirdre Curtin afgelopen zondag in Buitenhof uitlegde, nog niet zo eenvoudig want Nederland heeft in EU-verband nergens een uitzonderingsbepaling op bedongen en is dus afhankelijk van de instemming van alle overige landen. Het is al met al een tamelijk loos pleidooi van Rutte, helemaal voor de bühne. Tenzij zich een gebeurtenis aandient die alle landen tot nadenken kan aanzetten. Die gebeurtenis is uiteraard de eventuele toetreding van Turkije. Daarover zijn de meningen verdeeld – en dit is één van de onderdelen ervan. Om de discussie over veranderingen in de bepalingen over het vrije verkeer van personen los te krijgen kon de VVD nog wel eens afhankelijk blijken van een versnelling van het debat over de Turkse toetreding. 

Uiteraard wordt over Turkije en over de EU niet gesproken tijdens de verkiezingen. Rutte’s leger van massa-immigratie, zijn golf van kansarme migranten, komt uit de EU en hoe groter de EU hoe meer kansarme migranten. De sterke en snel groeiende Turkse economie is aanlokkelijk, de bevolking van dat land niet. Het probleem waar de EU nog niet uit is. Wel het profijt, niet de andere afspraken. De VVD is er ook nog niet uit – hoewel uit alle schermutselingen rond de euro wel naar voren komt dat de monetaire integratie voorlopig nog niet maar de politieke integratie wel degelijk in de ijskast is geplaatst. Dat is een dilemma want een EU die politiek wat voorstelt kan besluiten nemen, bijvoorbeeld over het vrije verkeer van personen. De huidige EU zit vast aan waar het aan vast zit. Wat is wijsheid?

Daarom hebben we voorlopig wel een thema voor de bühne, en niet om er nu al serieus op door te gaan. Eerst de centen, dan de rest. We weten dat een nette regeling rond de waarde van ons geld afhangt van het reguleren van de arbeid en de arbeidsmarkt. Toch? Mochten we het nog niet weten dan maken de plannen tot bezuiniging het wel duidelijk. Om ons geld te beschermen moet de arbeid betalen. Het is maar goed dat het geld anders verdeeld is als de arbeid. In Engeland, in Duitsland, in Nederland. Overal. Je moet kiezen en wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen. Vele smalle schouders maken een brede. Volkomen consequent. De populariteit van D66 en Groen Links hangt er direct mee samen. Ze noemen het modern en flexibel en ze willen er de jonge en redelijk tot goed opgeleide kiezer mee paaien.

Gisteren miste ik het lijsttrekkersdebat maar wat ik ervan heb meegekregen is dat het buitenland weer eens niet bestond. Als ik het goed heb begrepen heeft Wilders Cohen in verband gebracht met zijn kogelvrije vest. Niet dat Cohen het hem heeft aangemeten, dat nog net niet, maar omdat Cohen met moslims knuffelt moet Geert een vest aan. Omdat Cohen slap is moet Geert wel sterk zijn en daarom krijgt Geert de klappen en Job niet. Er werd geapplaudisseerd dus de suggestie heeft z’n werk gedaan. Uit de beelden die ik later op de avond zag maakte ik op dat van Geert niet veel meer over is. Het leek wel alsof hij een zeer droge tong had die steeds opnieuw bevochtigd moest worden – en toch sprak hij niet met meel in de mond. Zelfs zijn haar begon op peper en zout te lijken. Uit de peilingen achteraf bleek dat men vond dat hij het debat had gewonnen. We houden van mensen die zich kwetsbaar opstellen met een kogelvrij vest.

Ondanks hun befaamde koffie drinken de Turken voornamelijk thee. Er zijn al meer dan genoeg theedrinkers in Nederland. Laat ze het zelf maar houden. Vanavond is het laatste lijsttrekkersdebat. Het T-woord gaat niet vallen. Het theewoord dan? Ik reken erop.

8 juni

=0=

 

Gestoorde zeepbellen

Ooit kocht je wat omdat je het wou hebben. Je had het nodig, ik noem maar wat. Nu koop je iets omdat je het niet wilt hebben maar omdat je denkt dat de prijs ervan gaat dalen of stijgen en dat je daar een voordeeltje uit kunt halen. De behoefte aan spullen is geen behoefte aan die spullen, juist niet, het is een behoefte aan prijsfluctuaties van die spullen. Zo worden die spullen soms heel erg duur terwijl het aanbod ervan niet en het verbruik ervan evenmin stijgen. En toch gaat de prijs omhoog. Of omlaag. Je hebt er niet eens echte spullen voor nodig. Je kunt het ook met schuldbewijzen, verzekeringen op die bewijzen en met rechten, bijvoorbeeld emissierechten, doen. Ik lees het in een groot essay in de Groene van vorige week (overgenomen uit Rolling Stone). Het heet ‘De Grote Amerikaanse Bubbelmachine’. Ik heb liever zeepbel dan bubbel maar dat is peanuts.

In dat nummer van de Groene staan liefst vijf artikelen over de aanstaande verkiezingen. In geen van die artikelen staat iets over de ingrijpende transformaties in de economie die in het Rolling Stone artikel uit de doeken worden gedaan. Dat kan niet liggen aan de bozige toon van dat stuk, en aan de complotterige inzet ervan: Goldman Sachs heeft het gedaan. Goldman Sachs speelt gewoon vals, dat zal wel, maar het punt zelf is veel fundamenteler. We kopen om te verkopen en denken daar steeds gunstig uit te springen. We doen dat allemaal ook als we het niet doen want als we het niet zelf doen doet ons pensioenfonds, onze verzekeraar en onze bank het wel voor ons. Hoe meer futures, hoe minder future en na ons de zondvloed. Er zit nog van alles in de koker want je kunt op alles gokken. Je kunt het doen met de financiering van de staatsschulden en begrotingstekorten. Kredietwaardigheid heeft niet veel met kredietwaardigheid meer te maken en des te meer met speculatiekansen. Je bent slechts waard wat de markt de moeite waard vindt en op de markt gaat het alleen nog over morgen en dus wat jouw vandaag waard kan zijn voor ons morgen. Iedereen mag spelen en hoe meer spelers hoe groter de winstkansen zijn en hoe harder het verlies aankomt.

Aan de spelers zelf worden weinig eisen gesteld. Aan de financiële spelers al helemaal niet. Een bankbelasting gaat voor de zoveelste keer niet door, en de Tobinbelasting op financiële transacties wordt voor de zoveelste keer bedaard terzijde geschoven. De G20 zijn weer eens bij elkaar geweest en ook mevrouw Van der Hoeven heeft iets gezegd over de nadelen van protectie of zoiets. Dus ja, de vraag wat over wat regeert is meer dan levensgroot en wordt wijselijk door dat gezelschap niet gesteld. Eerst moest er worden gestimuleerd – om de banken te redden. Nu moet er worden afgeremd – om het herstel van de banken niet in de tere knop te smoren. Overigens is het niet heel geruststellend om te lezen (in het Rolling Stone artikel) dat Goldman Sachs de grootste bijdrage aan het verkiezingsfonds van Obama heeft geleverd en het is nog minder geruststellend om te lezen dat Obama een wet op de verhandeling van emissierechten in voorbereiding heeft waar Goldman Sachs zo blij mee is dat de bank niet kan wachten tot die wet is ingevoerd. Het leven gaat door zullen we maar zeggen.

Niettemin, ik zou vermoeden dat we in het geval van deze crisis eerder te maken hebben met gestoorde zeepbellen dan met gestuurde. Maar zus of zo, dat het, zelfs ontdaan van de verontwaardiging van de schrijver van het stuk, geen rol speelt in het verkiezingsgebeuren noch in het verkiezingsnummer van de Groene, is opvallend. Dat komt uiteraard doordat het politiek is wat van de lijsttrekkers verwacht wordt, en waar ze ook verstand van hebben, niet van politiek. Dat delen ze dan met de scribenten in de Groene. Het gaat wat over moraal, het gaat wat over het beeld van de kiezer, het gaat wat over schulden en bezuinigingen, het gaat wat over het beeld van politici (en over de emotie van de kijker naar die beelden en over de vraag of die kijker, die ook ooit jong was, eerder naar een strenge vader dan naar een warme moeder tendeert – zo ver is de wetenschap reeds gekomen) en het gaat wat over de kunst en kunde om zo’n beeld op te tuigen dan wel af te breken. Waar je een peiling over kunt organiseren, over welk beeld beter is, volgens het publiek, volgens de kiezers van diverse partijen (onderverdeeld naar opleidingsniveau, inkomenspositie, religie, geslacht en leeftijd), volgens deskundigen. Er is veel consensus over wat allemaal niet goed is. Hoe dat beter kan. We streven niet naar wat beter is maar naar wat beter kan. In vergelijking met de anderen. Die hetzelfde doen en nastreven. Het politieke conflict – het leven van de politiek als het ware – is ingewisseld voor de politieke concurrentie – het leven op de markt. En dat is niet goed. Crises ontstaan doordat we elkaar steeds meer napraten – over de koersen van aandelen, van de koers in de stand van de integratie, in de koers van de peilingen. Crises zijn koerscorrecties geworden en wie de politici en media bezig ziet constateert dat ook die uitsluitend met koersen bezig zijn, met claims op een toekomst die door die claims waarschijnlijker of onwaarschijnlijker wordt, die daardoor steeds waarschijnlijker of onwaarschijnlijker wordt – tot de zaak uit elkaar klapt. Dan krijgen we nieuwe koersen en nieuwe inzetten. De toekomst berust op peilingen over de toekomst. Zolang dat zo is zijn politici overbodig. Waarzeggers en onheilsprofeten volstaan. Opdat we hen napraten, hen volgen, hen nabootsen, een aandeeltje nemen in hun handel waarvan de koers ook slechts daardoor en alleen daardoor kan stijgen. Tot die gestoorde zeepbal knapt.

In diezelfde Groene staat een bijzonder aardig artikel over het kijken naar kijkende kinderen. Ik zie ik zie wat jij niet ziet, zo heet het artikel. Wat zou het geweldig zijn als politici en media die wijsheid tot zich zouden nemen.

7 juni

=0=

 

Achteloos

Ooit was het eenvoudig. Je spaarde, verplicht, in een pensioenfonds en als je zoveel inlegde kreeg je zoveel terug. Wel omschreven opbrengsten als het ware, al bleek het in de praktijk knap lastig te achterhalen wat de omschrijving en dus de opbrengst was. Dat stelsel begon te schuren zodra de pensioenfondsen overgingen van veilige beleggingen met een redelijk voorspelbaar rendement naar aanlokkelijker beleggingen met een veel onzekerder rendement. De pensioenfondsen zaten er maar mee. Wat ze vingen was nogal wisselend, wat ze moesten uitgeven niet. Daar lijkt nu een einde aan te komen. De fondsen verschuiven het risico. Het gaat weg bij de fondsen en komt terecht bij de pensioenspaarder. We gaan van welomschreven opbrengst naar welomschreven inleg – met variabele opbrengst voor de spaarder. Die heeft het risico mogen overnemen. Het is heel modern. Het ondernemersrisico leg je bij de arbeid omdat als de onderneming het risico draagt de continuïteit van diezelfde onderneming in gevaar kan komen. Zowel van het bedrijf waar je werkt als van het pensioenfonds waar het bedrijf bij is aangesloten. Ondernemers dragen al genoeg risico dus dan moet dit er niet nog ook een keertje bijkomen (al kun je je afvragen of de werknemers ook van het resterende risico al niet meer dan hun evenredig deel hebben overgenomen. Dat heet activeren sociale zekerheid, flexibele arbeidsrelaties, en ontslagrecht dat de ene werknemer tegen de andere moet beschermen – niet de werknemer tegen de willekeur van de werkgever). De risicomijdende werknemer – standaardleerstuk uit de handboekjes economie – is een verschijnsel van het verleden. Het was het altijd al maar nu moet het maar eens gezegd worden. Kom op handboekschrijvers! De werkondernemer is in opmars, ook als je niet meer werkt. De werknemer heeft er niet om gevraagd en ze is er niet naar gevraagd. Dat is nog eens keuzevrijheid.

Een plan om in een periode van enkele decennia de beleggingsportefeuille van de pensioenfondsen terug in rustiger vaarwater te brengen (bijvoorbeeld beleggen in staatsobligaties van landen met een betrouwbare geschiedenis, zoals Duitsland) is geen onderdeel in de deal van onze werkgevers en onze vakbonden. Waarom niet? Ik lees in het FD van gisteren dat beleggen in obligaties te weinig gaat opleveren. Voor wie? Voor de gepensioneerden of voor de fondsen? Ten opzichte van wat. Van aandelen? Op de lange termijn – veertig jaar moet je inmiddels aanhouden (zie E. Dimson, P. Marsh en M. Staunton, Triumph of the Optimists, Princeton, Princeton University Press 2002; een boek waarin de beleggingsresultaten van 16 economieën in de periode 1900-2001 naast elkaar zijn gelegd. Ook R.J. Shiller, Irrational Exuberance, Currency Doubleday, New York etc. 20052: 195-203 wijst op de moerassige gronden van de aanname dat aandelen beter presteren) – zijn aandelen inderdaad aantrekkelijker maar zo’n termijn is voor gepensioneerden niet erg relevant. Daarentegen zijn de veel woestere fluctuaties van aandelen ten opzichte van obligaties juist weer wel relevant. Daarom is de vraag voor wie het beleggen in aandelen aantrekkelijker is. Voor het pensioenfonds zelf? Zou kunnen. Het zou ook logisch zijn. De verwachting dat zulke clubs er voor ons zijn is aardig maar naïef. Ze zijn er voor zichzelf, voor hun eigen eeuwige leven dat ze dan wel moeten zien te beschermen tegen aanvallen van andere vissers in de vijver van het grote geld. Met de pensioendeal wordt hun concurrentiepositie verbeterd, dat is het minste wat we mogen constateren. En voor de gepensioneerden wordt het leven wat spannender. Precies waar ze behoefte aan hebben, al weten ze het zelf nog niet.   

Je zou het de voltooiing kunnen noemen van de verzelfstandiging van de pensioenfondsen ten opzichte van hun spaarders. Merkwaardig is dat de vakcentrales ermee instemmen. Nog merkwaardig is dat de meeste lijsttrekkers het ook wel mooi vinden. Hoeven zij die politiek zeer brandbare melodie van de verhouding tussen AOW en aanvullende pensioenen niet te bespelen, en in onzekere tijden is solidariteit het meedelen in onzekerheid. Het gaat tot dusver heel vlot allemaal. Bijna achteloos.

Het aanvullend pensioen wordt dus zoiets als een lijfrente. Alleen, je kiest er niet voor. Er is voor je gekozen. De klachten van andere verzekeraars over oneerlijke concurrentie zijn er nog niet maar zullen wel weer eens opduiken. Per slot van rekening, een geïndividualiseerd, afhankelijk van leeftijd en andere toestanden in de wereld, resultaat bieden zij toch ook? Waarom moeten zij werven voor hun klanten en krijgen de pensioenfondsen die cadeau? Geen vaste opbrengsten voor een gegeven inleg, is dat niet het hele leven?

Een lijfrente was een aanvulling op een aanvullend pensioen. Nu wordt het gehele aanvullende pensioen een aanvulling. Tel uit wiens winst.

6 juni

=0=

Kenniseconomie

De contouren van de nabije kenniseconomie worden steeds helderder. Beveiligers, bewakers en toezichthouders zijn één groot segment. Zij worden bijgestaan en waar nodig in de wielen gereden door tienduizenden advocaten en accountants. Weer een ander segment bestaat uit ontwerpers. Alles is ontwerp en hoe rijker we worden en hoe rijker je zelf wilt worden hoe meer het juiste ontwerp telt. De maakbare samenleving bestaat niet meer, de designsamenleving is in opmars. Games, dus, en andere wegen om mens en maatschappij te botoxen. Dan hebben we de mediasector nog, de sector die beweert over en voor ons te communiceren maar vrijwel uitsluitend communiceert over de communicatie, dat wil zeggen over die communicaties die de media hebben gehaald. Daarover wordt gecommuniceerd en zo gaat het nergens over maar  blijft het wel dicht bij huis. En begrijpelijk. Iedereen snapt het en iedereen snapt het op een andere manier. Zo hoort het ook. De communicaties die de media bijna nooit halen, daar wordt ook over bericht en wel zo dat wordt gecommuniceerd dat sommige communicaties niet echt aankomen bij de media. Communiceren is een vak en niet iedereen beheerst het.

Voor elke journalist hebben we tegenwoordig tien voorlichters, pr mensen en ook nog de nodige andere ‘communicatiespecialisten’, lees ik in de krant. Enkele jaren geleden was de verhouding nog één op vier, nu al één op tien. Allemaal kenniseconomie. Al die kennis moet wel worden onderwezen en wat moet worden onderwezen moet worden onderzocht. Bloeiende opleidingen zijn het gevolg en wat bloeit wordt vanzelf een interessant onderzoeksobject. Waarbij je wel moet zorgen dat je zelf een stem in het kapittel van het onderzoek houdt. Nee, niet door het te doen maar door het te communiceren. Als het goed is worden onderwijs en onderzoek op een communicatief vaardige wijze aan de mens gebracht. In het Parool lees ik dat het Ministerie van Verkeer en Waterstaat daar een hoge graad van perfectie in heeft bereikt. Elk onderzoek over Schiphol gaat niet over Schiphol maar over het bewerken van het publiek dat besluiten neemt, dat invloed kan uitoefenen en dat consumeert. Communicatief vaardig is communicatie die uitsluitend gericht is op het effect dat je wilt bereiken en dat effect bereik je vanzelfsprekend niet met onderwijs en onderzoek (dat is niet meer dan grond- en hulpstof), dat effect bereik je met communicatie. De peilingen over van alles en nog wat geven het mooi weer. Gaan nergens over, behalve over zichzelf. De communicatie is de inhoud, het eventuele onderzoek de verpakking. Misschien is het onderzoek zelfs dat niet meer want ook de manier waarop het onderzoek verpakt wordt valt buiten het onderzoek. Daar heb je experts voor nodig, die daar een goed ontwerp voor aanleveren. En het geheel goed weten te communiceren.

En dan moet er ook nog worden gegeten, gedronken, gezorgd, gewoond en wat al niet. Terwijl we het zal zo druk hebben en de tekorten aan gekwalificeerde mensen op de arbeidsmarkt steeds groter worden. Volgend jaar al vijftien voorlichters op één journalist. Om en nabij. Mijn voorspelling. Plus meer ontwerpers. Plus meer toezichthouders en financiële en juridische verdedigers van onze intellectuele eigendommen. Waar halen we de mensen vandaan? Die mensen en de mensen voor onze verzorging om maar eens wat te noemen?

We zullen het Algemene Ouderdoms Werk, het Werk Maatschappelijke Ondersteuning en de sector Werk en Bijstand nog hard nodig hebben. Als we althans een kenniseconomie nastreven. En dat doen we. Toch?

5 juni

=0=

 

Zon

Er zijn in Nederland meer zonaanbidders dan christenen. Er zijn in Nederland minstens even veel alcoholverslaafden als christenen. Bekend is dat je van drinken in de zon sneller de hoogte krijgt. Daarom doet de partij Drinken in de Zon (Dinzo) mee aan de verkiezingen. Ons voornaamste programmapunt is dat de verboden om overal waar een beetje zon is de fles aan de mond te zetten moeten worden afgeschaft. Wij willen dat in geheel Europa gerealiseerd zien zodat bijvoorbeeld in het malle Ierland de mensen gewoon weer hun biertje kunnen drinken op elke plek waar hen dat uitkomt. Daar bestaat zo’n verbod al zo lang dat die arme Ieren er misschien al aan gewend zijn geraakt. Misdadig. Wat blijft er over van de Ierse cultuur als we daar de drank uit weg denken? En hoort een drankje in de buitenlucht niet bij onze cultuur? Bij onze Nederlandse normen en waarden? Dinzo strijdt voor het Nederlandse erfgoed. Andere partijen denken dat het Nederlandse erfgoed al voldoende beschermd is als we iedereen aan het werk zetten, wij denken dat een meer ontspannen drankbestel daar beter voor is. Drinkt en geniet met trots. We rekenen op tussen vier en zeven zetels. Bij een aantal verkiezingslokalen gaan we op 9 juni de stemmers verrassen met een blikje bier of een glaasje Prosecco, naar keuze. We hopen dat de mensen daar een beetje door beïnvloed worden en aan ons zullen denken als ze het rode potlood hanteren.

Een uurtje geleden hoorde ik de lijsttrekker van de Partij voor Mens&Spirit op de radio. Er zijn, zo verklaarde ze, net zo veel ongebonden spirituelen als christenen. Veelbelovend dus. Een enorm, zij het nog niet politiek georganiseerd, potentieel dat de partij gaat bundelen. Dat is mooi. En wat zijn de voornaamste programmapunten? Het recht op kwakzalverij en de astrologie in het geestelijk voorzieningenpakket van gevangenen. Verblijdend en omdat een dagdroom aan het begin van de dag nooit weg is heb ik even met de partij meegedacht. Alleen gevangenen? Nou, om mee te beginnen want we willen de astrologie ook in de geestelijke hygiëne van onze militairen hebben. En in de ziekenhuizen. En in de verzorgingsflats en verpleeghuizen. En in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Alles vrijwillig; kwakzalverij, astrologie en vrije keuze zijn de fundamenten in onze joods-christelijke-humanistische-astrologische kwakzalvercultuur en daar willen we aan vasthouden. Meer, we willen die fundamenten versterken en waar nodig beschermen tegen ondermijnende en wezensvreemde invloeden. Dat is hard nodig ook. We hoeven alleen maar te denken aan Europese regelgeving die het ons gaat verbieden om kwakzalverproducten als medicijn aan te smeren. Mag niet meer als die bureaucraten in Brussel hun zin krijgen. Een aanslag op een cultuur van eeuwen.

Bescherm ons land, onze beschaving, onze cultuur. Stem lijst 14 en laat eindelijk de zon weer schijnen!

4 juni

=0=

 

Waterig

Maak van een recht een voorziening, van een aanspraak een behoefte en de poppen zijn aan het dansen. Het thema werd ruim twintig jaar geleden door Dahrendorf (The modern social conflict, 1988) naar voren geschoven als, precies, het moderne sociale conflict. We hadden aanspraken (entitlements), we krijgen voorzieningen (provisions) en de brug loopt via behoeften. Maak van het recht een metafoor voor een behoefte en je kunt direct beginnen met de discussie over de vraag wie daar het beste in kan voorzien. De logge staat of de snelle markt. Formuleer het zo (de overheid doet niet anders met haar malle mantra dat de overheid over het ‘wat’ gaat en niet over het ‘hoe’) en de markt zal je dankbaar zijn. Het heet, als ik het wel heb, neoliberalisme. Als het maar een naam heeft.

Op pagina 254 van zijn recente boek De utopie van de vrije markt (Rotterdam, Lemniscaat 2010) beschrijft Hans Achterhuis hoe het recht op water werd veranderd in een behoefte aan water. Van een eerste levensbehoefte in een behoefte naast andere. Van een claim die de status van een recht had naar een voorziening waarvoor je moet betalen als je kunt betalen. Dat gebeurt in 2000. De gevolgen zijn ingrijpend. Bestaande waterrechten worden onderuit gehaald in naam van marktvrijheid – en dus zien we dat in lang bestaande arrangementen van waterbeheer het nodige verandert en verslechtert. Achterhuis verwijst naar een in 2008 verschenen proefschrift (The rules of the game and the game of the rules, van Rudgerd Boelens, downloadbaar van de site van de LUW) over waterbeheer in de Andes. En je schrikt. Bij Elinor Ostrom komen we voorbeelden tegen van gemeenschappelijk waterbeheer die goed, en soms eeuwenlang, blijken te werken. Zonder markt en niet namens de staat. Bij Boelens is het beeld somberder. Of eenzijdiger, dat kan ik niet goed beoordelen hoewel ik in dat proefschrift liever wat meer Ostrom en wat minder Foucault had gezien. In dit geval: begrippen die bruikbare onderscheidingen aanbrengen in plaats van begrippen die tal van onderscheidingen weer lijken op te heffen. Dat geldt ook voor Achterhuis: met Ostrom laat zich de moderne economische geschiedenis herschrijven en dan in het bijzonder op het vlak van de mogelijkheden om markten, gemeenschappen en gemeenschappelijke bronnen in hun ontwikkelingen op elkaar af te stemmen en te versterken. Soms inclusief ondersteuning van lokaal, regionaal en zelfs centraal gezag. Dat levert een aanvullend perspectief op die geschiedenissen op en is een correctie op het populaire thema van de opkomst van markten als bedreigingen van lang bestaande vormen van wederkerigheid en wederzijdsheid. Het laatste wordt door Achterhuis weer opgedist, de kans van het eerste wordt niet benut. Meer nog, niet eens opgemerkt. Er is meer dan Karl Polanyi, meer dan Marcel Mauss ook. Die auteurs, we kunnen er nog altijd veel van leren. Maar dan aan de hand van hun vraagstellingen en minder aan de hand van hun antwoorden. Die vraagstellingen (is een totale vermarkting van land, arbeid en geld mogelijk? Is een maatschappij zonder reciprociteit denkbaar?) ontbreken in het boek.

Niettemin, water is big business geworden. In schone samenwerking tussen staten, internationale organisaties en vrijhandelsafspraken, en ondernemingen. Dan kunnen lokale arrangementen het wel schudden. Er gebeuren in naam van de supporters van de vrije markt verschrikkelijke dingen. Met water, een eerste levensbehoefte. Van een aanspraak naar een voorziening. Als we daar de markt voor mogen inzetten dan is er geen bezwaar om ook andere eerste levensbehoeften, het leven zelf bijvoorbeeld, op de markt aan te bieden. Het is de consequentie van een extreem libertaire opvatting. Vorige week schreef Michael Sandel er nog een essay over in de Groene. Toen dacht ik dat het zo’n vaart nog niet liep. Heb ik meestal met Sandel. En met Ayn Rand, wier hersenspinsels tot vergelijkbare gevolgtrekkingen leiden. Na het watervoorbeeld denk ik dat ik weer eens te optimistisch ben geweest. Het kan altijd weer erger. Water. En wij hebben een kroonprins om het te begeleiden.

Dus dank aan Achterhuis en zijn verwijzing naar Boelens. Weer wat geleerd zou Anton Dingeman zeggen. Heb ik nog wat geleerd? Ik noemde zojuist Rand. Zij is de rode draad in het boek van Achterhuis. Rand is de vertolker van de kapitalistische utopie. Nee, niet van de vrije markt zoals Achterhuis beweert. Rand houdt wel van kartels en wat je van kartels ook kunt zeggen, niet dat het pronkstukken van de vrije markt zijn. Het logische gevolg van concurrentie is monopolie, die gedachte, en inclusief de conclusie dat als je dat niet wilt je de staat moet inschakelen. Met wetgeving. Precies datgene waar Rand heftig bezwaar tegen maakt. Rand houdt van private technocraten, zij wil een staat zonder staat en om dat te bereiken zijn alle middelen toegestaan. Democratie is oninteressant. Er is geen demos, er is alleen een onderscheid tussen productieven en klaplopers. Waar dat op neerkomt beschrijft ze in haar in 1957 gepubliceerde Atlas shrugged, een turf van een boek waar ik destijds slechts met de grootst mogelijke moeite doorheen ben gekomen. Achterhuis heeft het zo ongeveer in één ruk uitgelezen. Waarom? Is het fascinerend een haatboek te lezen? Een boek vervuld van woede tegen alle onproductieve opvreters die door de staat worden onderhouden, tegen parasieten die van het werk van anderen profiteren en de staat gebruiken om zowel uit de staatsruif te vreten als de rotzooi die ze maken aan de staat uitbesteden? De verkoop van het boek loopt weer op sinds de crisis. De hoop van Obama was één antwoord op de crisis, de wrok, het met de vinger wijzen en de weerzin van Rand een heel ander. Het is maar waar je behoefte aan hebt en voor behoeften is er een markt. Banaal allemaal, net zo banaal als andere haatconstructen. Als je maar een schuldige weet aan te wijzen. Het verschil met complottheorietjes is flinterdun. Dus wat is de fascinatie van Achterhuis? Ik weet het nog niet. Smaken verschillen, laat ik het bij die dooddoener houden. Blijft staan dat het boek een verkoophit van de eerste orde is. Ik snap het niet. Achterhuis ook niet. Althans op die vraag – de enig interessante voor mij – gaat hij niet in.

Heb ik nog wat geleerd? Nou nee. Dat Greenspan een adept van Rand was, we wisten het al. Dat Rand geen wetenschap is en ook geen filosofie (het mens zal er zelf anders over hebben gedacht maar er zijn wel meer mensen die denken dat ze Napoleon zijn) en in het beste geval een curieuze ‘ideologie’, we wisten het al. Dat ze voornamelijk en in de eerste plaats denkt in termen van industriëlen (ingenieurs, uitvinders en andere ‘experts’) is vertederend. En achterhaald. Dat ze falen toeschrijft aan de staat die zowel de getalenteerden frustreert als de talentlozen onderhoudt, het ligt in de lijn der verwachting. Hayek denkt zo maar Hayek denkt verder op elk ander punt radicaal anders dan Rand (en dan Friedman en dan Greenspan) – maar Achterhuis gaat er achteloos aan voorbij. Ja, Hayek heeft zich ook door reactionairen op sleeptouw laten nemen. In zijn geval is dat een dementi van zijn denken, geen bevestiging, zoals in het geval Friedman die het allemaal in Chili niet snel, niet fundamenteel, niet totaal genoeg kon gaan. En dat, in het geval Friedman, niet uit ijdelheid, maar op grond van een theorie die onverbiddelijk resulteerde in aanbeveling voor een shocktherapie. Alles moet anders en alles wat daaraan twijfelt, alles wat dat vertraagt, moet worden opgeruimd. Lukt het niet? Dan moet het nog radicaler. Ja, ook Hayek overdrijft maar niet in die richting, de richting die Friedman wel degelijk is ingeslagen. Bij Achterhuis is het allemaal meer van hetzelfde. Dat is niet alleen jammer, het is ook ergerlijk. Hayek is een conservatieve liberaal en Rand, noch Friedman, noch Greenspan kunnen in die traditie worden geplaatst. Er zit niets conservatiefs bij die mensen. Het neoliberalisme is, hoe slecht gedefinieerd ook, nog te zien als een geradicaliseerde variant van het liberalisme. Het neoconservatisme dezer dagen is geen variant van het conservatisme. Het heeft het etiket gekregen maar het is een perversie, geen variatie. Zoals Rand een perversie is van alles wat liberaal is. Met conservatisme heeft ze al helemaal niets. Ja, de neocons, dat kan nog – als die de ballen zouden hebben eens echt door te bijten.

Hoe zit het, ten slotte, met die kapitalistische utopie? Eigenlijk gaat het boek daar niet over. Het gaat meer over de dystopie, van van alles en nog wat, dan over de utopie. Deels is dat omdat een gerealiseerde utopie een nachtmerrie is. Dat punt wordt bekwaam gescoord door Achterhuis. Deels is het omdat de woede van Rand wel leidt tot destructie maar zwijgt over de wereld daarna. Die moet nog worden opgebouwd – op de puinhopen van de oude. Deels is het omdat Achterhuis geen moeite doet om serieus mee te denken over de kapitalistische utopie. Ik heb het over de rol van het geld waarover wel wordt gemoraliseerd maar niet nagedacht. Daar hebben we niet veel aan. Toch, in het libertaire anarcho-kapitalisme van Rand is niet slechts dwang, geweld en dictatuur nabij maar ook de volledige privatisering van het geld. Hayek, en Fisher en Rothbard, hebben daar over geschreven en ervoor gepleit. Bovendien, los van de gedachten van deze heren, met de greep van de staat op het geld is het niet best gesteld. Het neoliberalisme – en daar, niet in de verheerlijking van de markt zonder meer, zit het nieuwe van het neoliberalisme opgesloten – heeft de financiële economie vrijgemaakt van de controle door de publieke monetaire autoriteiten. Die sturen niet meer. Die volgen. Want: de naam van het geld is krediet geworden – en het kredietbeheer berust sinds de jaren negentig niet meer bij het monetaire gezag. De droom van het private geld is een stuk dichterbij gekomen en daarmee de verwerkelijking van de kapitalistische utopie. Nee, geen theorie, maar praktijk. Geen industriëlen à la Rand trekken de kar het door Achterhuis voorspelde moeras in. Dat is de oorlog van gisteren, de oorlog die, blijkens de verkoopcijfers, nog graag gevoerd zou worden door talloze lezers van het boek. Met de woedende haat van Rand? Zou kunnen en dan ziet het er lelijk uit. Ook omdat het niet helpt. Die weg naar het moeras hebben we al lang in handen gegeven van de financiers. Ik tref er in Achterhuis’ betoog niets over aan. Hij heeft liever, hoe huiselijk, de civil society. Wie niet? Hoewel, ook die gesellige Geselligkeit is zeer van gisteren. Dat wisten we toch al?

Een waterig boek.

3 juni

=0=

 

Massa-immigratie

Dat het liberalisme nooit ver is gekomen met een eigen politieke theorie mag bekend worden verondersteld. De reden daarvoor is voor de hand liggend. Liberalen weten voornamelijk wat de staat niet moet doen. Over wat de staat wel moet doen hebben ze alleen de meest slaapverwekkende algemeenheden te vertellen en dan schiet het niet op. Maar er is hoop, of eigenlijk, er is goed nieuws en er is slecht nieuws.

Het goede nieuws is dat Rutte (NRC Handelsblad 31 mei) over de staat iets positiefs heeft opgemerkt. De staat is er voor de aanleg van wegen! Kijk, dat is wat nieuws. Het slechte nieuws is dat Rutte steeds minder liberaal is en dan telt de originele wending van het asfaltliberalisme niet mee als liberalisme. Je kunt er een weg mee stofferen maar geen politieke theorie. En Pechtold (in dezelfde krant van dezelfde dag) vergist zich als hij een verschuiving richting conservatisme denkt waar te nemen. Neoconservatisme, dat zou nog kunnen – maar dan is de vergelijking met Cameron onzin. Cameron heeft niets van het recente schreeuwerige neoconservatisme. Rutte des te meer. Het succes van Rutte zou ik eerder in verband brengen met de afkeer van en het wantrouwen in de overheid dan met de kracht van zijn ideeën. If any.

Want het is droef. Wat moeten we met een historicus die meent dat de 20ste eeuw beheerst is door collectivistische bewegingen zodat de 21ste eeuw (eerlijk is eerlijk) voor het individu is? Je zou denken dat de 20ste eeuw de eeuw van de VS is geweest – en dan hebben we het over iets anders dan collectivisme. Wat moeten we met diezelfde historicus die meent dat we in een tijd van ‘mondiale recessie’ leven? China, India en ook een land als Brazilië groeien als kool. Recessie? Ja, voor iemand die in de 20ste eeuw alleen de geschiedenis van Europa herkent en in de 21ste alleen de economische patronen van de 20ste. Als wij een recessie hebben dan heeft iedereen een recessie.

Historicus Rutte, het zij hem vergeven want hij is parlementariër en daar zijn we veel van gewend, noemt overigens in zijn opiniestuk Europa niet. Dat is opmerkelijk want als hij al wil meeliften met Wilders en diens ‘massa-immigratie’ dan had hij zich nog een heel klein beetje van die man kunnen onderscheiden door erop te wijzen dat die ‘massa-immigratie’ van alles te maken heeft met de uitbreiding van de EU en de migrantenstroom die in het kielzog daarvan is ontstaan. Nu we het er toch over hebben, Rutte heeft het heel eventjes over ‘verouderde Europese verdragen’ die hij wil opzeggen omdat het ‘kansarme migranten’ in de kaart speelt. Bij de VVD is alles wat niet van morgen is al verouderd en dus ook de toch nog zeer recente uitbreiding van de EU en de daarmee samenhangende toegenomen migratiemogelijkheden van ‘kansarme migranten’. Zo sla je twee vliegen in één klap. En het roeren van de anti-Europese trom en het jatten van het ‘massa-immigratie’ motief van Wilders. Ook Europa, maar dan met de suggestie van wat anders. Kost niks. Nou ja, het laatste restje liberalisme. En de vruchten van een opleiding tot historicus, ook dat. Wat geeft het ook. Zo lang de moeder van Rutte kan zeggen dat haar jongen goed terecht is gekomen is de rest al bijna overbodig.

2 juni

=0=

 

Knulligheid

Een liefhebber van het woord ben ik niet maar het moet toch maar gezegd. Een functionerende democratie vereist competente bedieners van de media. Daar schort het aan. Als ik naar het journaille op de tv kijk, of luister naar hun rotgenoten van de radio, dan rest er slechts één conclusie: knullig. Knullig is een samengesteld oordeel, het bestaat uit kruiperig, impertinent, jachtig, sensatiebelust, incompetent. Mijn samenvatting in de aanduiding van knullig is vriendelijk maar je moet ergens beginnen.

Gisteravond zaten bij DWDD een aantal vrouwelijke politici aan tafel, geflankeerd door de onvermijdelijke Van Nieuwkerk, Rottenberg en het orakel De Hond. De laatste merkte op dat in zijn toverbol vrouwen een stuk progressiever stemden dan mannen. De heren schreven het toe aan het feit dat vrouwen verstandiger waren. Het was Rottenberg al op school opgevallen dus wat wil je. Dat hier sprake was van een opmerkelijk verschijnsel (het was lange tijd helemaal niet het geval) was te veel moeite. Waarom iets bespreken als je ook kunt vleien? Wat later, bij een Nova verkiezingsuitzending, zagen we Wilders plus aanhang die gedurig luidruchtig applaudisseerde. Nadat de meester had gesproken, niet tijdens. Dat bewaart die aanhang voor andere gelegenheden, als andere politici het woord nemen. Wordt ook toegestaan, we konden het meemaken tijdens het eerste verkiezingsdebat van RTL4. Ik moest denken aan een interview met Wilders bij Fox, ik geloof vorig jaar. De interviewer merkte op een gegeven moment op dat Wilders een racist was. Het had te maken met zijn kruistocht tegen de islam. Bij Fox, toch geen club die tot de linkse kerk mag worden gerekend. De interviewer confronteerde Wilders, de interviewers gisteren kwamen niet verder dan een wat besmuikte glimlach. Af en toe. Geen doorbijters maar waarom zou je doorbijten als je het ook gezellig kunt houden?

Nog wat later. Knevel en Van den Brink. Gretta Duisenberg in gesprek met Kees van der Staaij. Schepen met hulpgoederen in internationale wateren aangevallen. Doden. Ja, zegt Van der Staaij, maar die scheepsjongens en scheepsmeisjes zijn ook zulke lekkertjes niet. Klinkt bekend. De interviewers laten het toe, als de dood om zich in de kwestie te moeten begeven. Het gaat om het kijkspel. Ook de anderen aan tafel (De Jager bijvoorbeeld) houden zich muisstil. Krijgen ze ook de kans voor.

Ik geef toe, Paul Rosenmöller deed zijn best, in zijn gesprek met Mark Rutte. Dat gesprek, het was de beste illustratie van het teloorgaan van de mogelijkheid van een gesprek. Het deed denken aan vroegere persiflages van een quiz. De vraag is nog niet gesteld of het antwoord vliegt je al om de oren. Wel een antwoord op een niet-gestelde vraag en op elke vraag die wel werd gesteld (het konden er uiteindelijk niet veel zijn) werd geen antwoord gegeven. Die vragen getuigden van vooringenomenheid. Aldus Rutte.

In zo’n geval moet je het gesprek afblazen. Zelfs dat gebeurde niet.

1 juni

=0=

 

Rantsoen

Volgens gezondheidseconomen is in de gezondheidszorg de vraag altijd veel groter dan het aanbod. Dat schrijft hoogleraar gezondheidsrecht Martin Buijsen in Trouw van afgelopen zaterdag. Daarom is rantsoenering, een wachtlijst bijvoorbeeld, onvermijdelijk. Je kunt ook een inschrijfstop invoeren en dat gebeurt ook. Als de wachtlijst te lang wordt bijvoorbeeld. Maar of de overheid het nu regelt of de markt, het rantsoen is en blijft er. Meer marktwerking zal het niet oplossen. Het tekort blijft, wie ermee wordt opgezadeld – dat kan anders worden met het vermarkten van de zorg. Onrechtvaardiger wordt het, denkt Buijsen en daar ga ik helemaal in mee. Gedeelde smart is één ding, slim verdeelde smart – zij vrijwel alles, wij vrijwel niets – is een heel ander ding. Wat in de publieke sfeer redelijk openbaar moet gebeuren, gebeurt op de markt, volgens Buijsen, ‘versluierd’. Combineer het en je weet nog minder waar je aan toe bent. Neem de ziektekostenverzekering. Hij geeft zelf een aardig voorbeeld (een verzekering voor studenten met een heel hoog eigen risico, dat vervolgens via een aanvullende verzekering – waarbij je wel mag selecteren – kan worden gedekt). Er is trouwens ook een verzekering voor wachtlijsten geweest maar dat was geen succes.

Voordringen hoort bij de markt. In tijden van tekort is het zelfs een heel adequate omschrijving van de markt. Net zoals bij advocaten kwade zaken horen bij markten zwarte markten. De grens is variabel en meer of minder breed. Er is ook een grijze markt. De voordringmarkt. Het voorbeeld van Buijsen toont het aan. En, door het vermarkten van de gezondheidszorg veroorzaakt of niet, de gezondheidsverschillen nemen de laatste jaren weer toe. Buijsen constateert het en hij is niet de enige. Zet het naast de dalende positie van Nederland in allerlei internationale vergelijkingen over gezondheid, kindersterfte en levensduur en we hebben, behalve het afgekloven bot van de kosten, nog heel wat om over na te denken.

Markten zijn niet gebouwd op nee-verkopen en daarom is de markt een slecht mechanisme om rantsoenen te verdelen. Bij een tekort leidt de markt tot verdringing. Dat is de stelling van Buijsen als ik het goed heb begrepen. Hoewel, zijn stelling is veel breder, getuigde de titel van zijn artikel: de markt smoort de moraal. Dat is wat overdreven. Markten zijn amoreel, niet immoreel. Ze smoren niet, want markten hebben geen zintuig voor die moraal van Buijsen. Overheden daarentegen hebben er wel een zintuig voor: rechtsstatelijke regels en democratie. Ik denk aan Sen’s uitspraken over democratie en hongersnood: in democratische landen treedt geen hongersnood op. Bij een tekort zorgt inderdaad niet de markt maar de overheid voor de juiste distributie en de overheid kan dat doen omdat de democratie de burgers de ruimte biedt hun behoeften op een effectieve manier te articuleren. Als dat klopt – ik vind de redenering van Sen wel sterk – dan komt het probleem van het eventuele tekort in de gezondheidzorg (meer vraag dan aanbod) er gelijk wat anders uit te zien. De burger kent wel de behoefte en kent die heel goed want de behoefte heet eenvoudig gezondheid. Maar de burger kent niet de taal de behoefte in een gerichte zorg vraag om te zetten. De burger bezoekt de gezondheidszorg om te weten te komen welke zorgvraag past bij die behoefte, welke middelen er zijn en pas dan of die middelen ook beschikbaar zijn (en als onderdeel daarvan of de burger er ook voor ‘verzekerd’ is). Het gevaar van de markt zit aan het begin: welke zorgvraag het best beantwoordt aan de behoefte aan gezondheid. Het achterhalen van die zorgvraag is niet eenvoudig. Huisartsen spelen er een voorname rol in en die rol zal nog in belang toenemen, gezien de vergrijzing en het beleid ouderen (inclusief de eerste en deels ook tweede generatie gastarbeiders) langer zelfstandig te houden. Alleen al daarom zouden de huisartsen buiten de markt moeten blijven. Dat is minder eenvoudig dan het lijkt, gelet op het feit dat de huisarts doorverwijst naar een, steeds commerciëlere, wereld van de 2de lijn gezondheidszorg, en in de gaten gehouden wordt door de verzekeraar.

De plannen over het eigen risico bewijzen slechts één ding: de huisarts wordt als kostenpost gezien en ook daarop moet worden bezuinigd. Roeien tegen de stroom in. Met de ouder wordende patiënt is meer tijd gemoeid. Dat wordt nu ontmoedigd. Tegelijkertijd dreigt op tamelijk korte termijn een tekort aan huisartsen. Moet het eerste het tweede compenseren? Ligt één reactie van de huisarts – sneller doorverwijzen, ook als niet doorverwijzing maar het zo goed en zo kwaad mogelijk achterhalen wat het probleem van de patiënt  is en in hoeverre zoiets eenvoudigs als aandacht, elke keer weer, de beste remedie is – dan niet voor de hand? Daar is geen markt tegen opgewassen. En ook geen ziekenhuis waar patiënten niet meer dan aanhangsels van een weinig samenhangende en over specialisten verspreide set van aandoeningen zijn. Die samenhang is in het ziekenhuis ook helemaal niet te vinden. De huisarts heeft er in zijn één-op-één relatie met de patiënt het meeste zicht op. En daar wordt aan geknabbeld. Het elektronisch patiëntendossier is er niet voor de huisarts en diens relatie met de patiënt. Het is er voor de 2de lijn.

Rantsoeneer de huisarts en de marktwerking heeft gewonnen.

31 mei

=0=

 

Aarzeling

Nu Rutte heeft aangegeven dat de afstand van zijn partij tot de PvdA groter is dan die tot de PVV, moet ik wel concluderen dat de verkiezingen helemaal niet over de economie gaan. De verkiezingen gaan over cultuur. Cultuur is uiteraard een aantrekkelijke post om op te bezuinigen (de gemeentebesturen geven her en der al het goede voorbeeld) en onze cultuur wijkt nog amper af van het lied van de economie, maar toch. De verkiezingseconomie van de PVV is net zo links als die van de SP volgens Rutte, dus als het probleem bij de economie zou liggen komt de PVV niet in aanmerking. Niettemin, de PVV komt in aanmerking en eerder dan de PvdA. Als het de economie niet is moet het de cultuur wel zijn. Frisdrank Brinkman heeft het gisteren nog eens uitgelegd. Onze cultuur is er een van gastvrijheid en jullie moeten je aanpassen want jullie zijn hier te gast. Tot in de zevende generatie.

Bij de paragrafen over immigratie en integratie maken SP, PVV en VVD de grootste stappen. We moeten ofwel de EU uit of, achteraf en ook als daar geen mogelijkheden voor zijn ingebouwd in het Europese, een uitzonderingspositie claimen. Die Rutte, door zijn partij met de PVV in contact te brengen en de PVV met de SP, ziet het allemaal wel zitten. Hij wil niet alleen bijstandsmoeders in tranen hebben, hij heeft nog wel meer pijlen op z’n boog. Bovendien, wie wil er nou bijstandsmoeders hebben in je verkiezingskaravaan? Je hebt er alleen maar last van en mocht je ondanks die handicap toch winnen dan moet je ze na afloop even zo goed lozen. Met verliezers kun je niet winnen. Eerste wet van het politieke handwerk.

Vermoedelijk is de taxatie dat bij Wilders nog wel wat stemmen te halen zijn. De uitnodiging van Rutte is geen uitnodiging, het is een omhelzing die Wilders de wind, die toch al wat is gaan liggen, verder uit de zeilen moet nemen. Geen flauw idee of het werkt of dat het een boemerang is. In beide gevallen is het niet heel erg, hoewel het laatste me liever is dan het eerste. Met Rutte is het laatste restje liberalisme uit de VVD verdwenen en er is niet eens een keurig conservatief geluid voor in de plaats gekomen. De vrijgekomen ruimte is opgevuld door een ‘flagrant en blatant’ opportunisme.

Desondanks, ik aarzel. Zelfs Rutte weet dat Nederland een zeer open economie heeft en dat een gratis lunch (wij hun markten, zij hun mensen) in een open economie evenmin mogelijk is als in een gesloten. De PVV denkt dat het wel kan en noemt dat cultuur. Een rijkelijk gedekte tafel maar niet genoeg stoelen voor iedereen en voor wie geen plaats aan tafel is, is ook geen plaats in de eetkamer. Nederlandse cultuur van het zuiverste water. Daar zit toch een verschil met de VVD want die weten dat de maaltijd hoe dan ook bereid moet worden, dat de spullen moeten worden aangevoerd, dat de tafel gedekt en afgeruimd moet worden, dat de afwas gedaan en de keuken en eetkamer moeten worden opgeruimd.

Op het punt van de economische cultuur kunnen PVV en VVD elkaar een eind vinden. Op het punt van de culturele economie zal het lastiger worden. En hoe Rutte het ook wendt of keert, die afstand kan hij zelfs met zijn VVD niet overbruggen.

30 mei

=0=

 

Toevalstreffer van Nederland

Het boek van Hugo Logtenberg en Marcel Wiegman (Job Cohen, Burgemeester van Nederland. Amsterdam, Nieuw Amsterdam 2010) moet het hebben van een onuitgesproken suggestie. Welke dat is staat hierboven al: toevalstreffer. Het boek wekt de indruk alsof de jonge Job Cohen (een 6- is een mooi cijfer) een pad heeft uitgezet dat ook de tegenwoordige Cohen nog altijd volgt. Maak je niet dik, ga niet tot het uiterste, dan hou je ten minste tijd over voor de echt belangrijke dingen. Het probleem met Cohen is dat hij eigenlijk geen flauw idee wat die belangrijke dingen dan wel zijn. Die moeten hem zo’n beetje worden aangeboden – soms accepteert hij, soms ook niet – en dan nog weet de man niet wat hij er precies mee aan zou moeten. Hij weet wel dat hij niet van tegenkandidaten houdt. Dus zijn er geen tegenkandidaten bij z’n burgemeesterschap en evenmin bij z’n lijsttrekkerschap. Een visie? Moet dat? Als het een keertje tegenzit wordt er wat geregeld. Zo wordt Cohen ook nog hoogleraar, op een stoel die direct weer wordt opgeheven zodra hij vertrokken is. Hij vertrekt makkelijk want het gras elders is vaak groener. Cohen heeft een goede neus voor belangen en geen flauw idee van wat belangrijk is. Of eigenlijk, daar komt hij pas laat achter maar is-ie er eindelijk achter, dan laat hij niet meer los. Een besluiteloze man die liever niets besluit en soms toch moet besluiten – en daarbij de indruk weet te vestigen dat hij het al die tijd al heeft geweten maar de zaak eerst zorgvuldig wilde bekijken en goed wou laten bezinken. Eigengereid, eigenlijk. Een stuurse bestuurder van nu eens dit dan weer dat. Een merk, eerder dan een echt product. Hij houdt zichzelf beter bij elkaar dan de boel. Nee, de auteurs zeggen het nergens zo. Ze suggereren het. Ze bouwen geen beeld op uit fragmenten maar plakken fragmenten in hun eigen beeld. Ze hadden net zo goed met hun kleurplaat in de hand hun gesprekspartners kunnen ondervragen en hun bronnen raadplegen. Als het resultaat wat slordig is kun je altijd nog zeggen dat slordigheid en kleurplaten nu eenmaal bij elkaar horen.

De auteurs zijn journalist.  Ze laten de feiten spreken, dat spreekt. Zo is het een feit dat de niet-religieuze Cohen best een rol voor de religie ziet in het openbare leven en niet alleen een rol als ongewenste stoorzender. Cohen is blijkbaar van de kerk waarbinnen de scheiding van kerk en staat niet hetzelfde is als de scheiding van privé en publiek. Tja, niet iedereen heeft de wijze lessen van mevrouw Thatcher opgepikt. Zij die dat wel hebben gedaan verwijten Cohen de scheiding van kerk en staat bij het oud-vuil te hebben gezet. Ik zeg het zo vriendelijk mogelijk. Als journalist geef je daar vanzelfsprekend alle ruimte aan en je spreekt je over de kwestie niet uit. Je spreekt je nergens over uit. Althans, niet als journalist. Je laat de feiten spreken. Het nadeel van deze procedure is dat je niet aan je eigen vragen (‘Maar wie is hij?’) toekomt. Wie Cohen is, is niet iets wat uit de feiten opborrelt. Daarom moet de suggestie het werk doen wat de journalist heeft laten liggen.

Soms zeggen ze: het boek was beter. Dat gaat niet altijd op.

29 mei

=0=

 

Het hele verhaal

Het is niet waar wat u zegt want u moet wel het hele verhaal vertellen en dat doet u niet. De mantra van Mark Rutte, zodra er iemand komt die ook maar de geringste twijfel uit over zijn verkiezingsprogramma. Het hele verhaal, dat is het verhaal van Mark. De andere liegen niet, maar ze vertellen niet het hele verhaal. Gouden greep, zij het zoals de vondst van de Kretenzer. In dit geval, kiezer, niemand vertelt het hele verhaal. Het aardige van morgen is immers dat het verhaal ervan nog niet geschreven is en ook niet geschreven kan worden. Rutte vertelt verhalen over verhalen die nog niet geschreven kunnen zijn en dat noemt hij het hele verhaal. Morgen loopt bij hem tot 2040 en hij weet precies wat er gaat gebeuren. Zegt hij.

Over het verhaal van zijn programma en het daarop geënte verhaal van het CPB kun je natuurlijk wel wat zeggen. De voorspellende waarde ervan is niet cijfermatig uiteraard – allemaal drijfzand, morgen kan de rente stijgen en dus de obligatie weer wat minder waard zijn geworden – maar politiek. Als ik het voor het zeggen heb dan ga ik– in mijn dagelijkse hardwerkende Nederlanderstijl – alles wat ik maar kan overdrijven nog meer overdrijven. Kijk maar, het staat in het programma en het CPB bevestigt het. Als u het er niet mee eens bent moet u wel het hele verhaal vertellen. Het hele verhaal dus en dat staat in het hele programma. U moet niet een beetje selectief winkelen want vergeet niet dat wij de meeste banen scheppen. In 2040 of daaromtrent. Het kan een jaartje eerder en een jaartje later, daar moet u me niet op vastpinnen want het gaat om het hele verhaal.

Wat Netwerk gisteravond deed was inderdaad vilein. Balkenende heeft inmiddels geleerd dat een puntenwolk geen, maar een gemiddelde wel een aardige uitweg biedt uit de nesten waar je jezelf in hebt gewerkt. Zodra het over individuele gevallen gaat moet je oppassen. Balkenende is door schade en schande gelouterd, al opgeklommen tot de rang van verlichte Kretenzer. Met de kennis van nu weet hij dat je niet weet wat je niet weet en dat de kern van het hele verhaal nou precies daarin zit. Niemand weet dat en daar, in die kennis die geen  positieve kennis is en die elke andere kennis onder verdenking stelt – zit de wijsheid van de Kretenzer in verscholen. Rutte, daarentegen, trapte er met open ogen in. Hij kent niet alleen de categorieën, hij kent elk individueel lid uit een categorie en weet daarom onmiddellijk of de EO, de verzorger van de Netwerkuitzending, wel het hele verhaal heeft verteld of toch weer niet. Toch weer niet dus, in ieder geval niet over de familie modaal met drie jonge kinderen (waarvan het oudste gehandicapt is en veel begeleiding nodig heeft) en de alleenstaande bijstandsmoeder met vier kinderen. Nu heeft Rutte twee problemen in plaats van slechts één. Dat de lagere inkomens er bij hem op achteruit gaan denkt iedereen behalve hijzelf. Of de getoonde gevallen bij Netwerk er inderdaad zo op achteruit gaan –gezien het hele verhaal van Rutte – valt nog te bezien maar de kans dat hij zijn uitspraken erover moet inslikken is redelijk groot.

Hij deed nog wat doms. Hij beschuldigde de EO ervan dat hij zich niet had kunnen voorbereiden. Hij kreeg, het is ontroerend, de cijfers niet. Dat is vervelend want ik begrijp dat het hier om een eindelijk eens verifieerbare kwestie gaat. De EO stelt dat Rutte de cijfers zeven uur voor de uitzending in zijn bezit had. Nou, een kleine werkdag moet toch volstaan om een paar simpele rekensommen te controleren. Het is denkbaar dat de VVD dat ook wel degelijk heeft gedaan en dat de uitkomst zo tegenviel dat men daar dacht dat de aanval de beste verdediging zou zijn. Doe bijzonder verontwaardigd, val de boodschapper aan en vermeld en passant dat het verhaal niet slechts tendentieus maar ook nog onvolledig is. En ga na afloop op visite bij Frits Wester en doe dan net of je daar toevallig – je moest even stoom afblazen want dit was te gek – kwam aanwaaien.

De vraag is wat de VVD met die zeven uur tijd heeft gedaan en de vraag is waarom Rutte denkt zelfs verifieerbare gebeurtenissen weg te kunnen bluffen.

Ik ben benieuwd. Misschien dat we hierover nog eens het hele verhaal mogen vernemen.

28 mei

=0=

 

Het E-woord

Over de hypotheekrenteaftrek wordt in elk geval gesproken. Het taboe op het H-woord is doorbroken, dat is wel het minste wat we vaststellen. Er is een ander taboewoord voor in de plaats gekomen. Het E-woord, Europa dus. Werd het één keer genoemd, gisteravond in het lijsttrekkersdebat? In het voorbijgaan misschien een enkele keer, als gespreksthema absoluut niet. Dat kun je de lijsttrekkers kwalijk nemen en uiteraard de bedenkers van het debat die menen de nieren van politici over economie te kunnen proeven en daarbij de EU weg te laten. Twee keer ongelooflijk – en ongeloofwaardig.

De Europese Commissie heeft bedacht dat de lidstaten nu maar zelf een bankenfonds moeten inrichten, elk land voor zichzelf. Een EU-fonds zit er niet in. Nationale fondsen worden uiteraard beschermingsconstructies. Dat de Commissie het risico van protectionisme accepteert geeft aan hoezeer de EU politiek met lege handen staat. Niemand die er zelfs maar van rept. Europa bestaat niet in Nederland. We zijn het Suriname van Europa – het buitenland telt niet, internationalisering speelt geen rol. Wij houden ons eigen straatje wel schoon en vegen dat van de banken er gratis bij. Je moet wat over hebben voor de ander en morgen doen we het weer als het nodig is. Hebben we het niet over. De straatveger pakken we aan, niet de vervuiler. Geen idee waar het vuil vandaan komt en we willen het ook niet weten. Je had bijna gehoopt dat er gisteren over het zogenaamde debat een aswolk was neergedaald. Dan was er misschien nog enige kans geweest dat de heren plus dame zich hadden afgevraagd waar het ding vandaan was gekomen. Maar de wereld was buitengesloten. Alleen de Hollandse huiskamer mocht meedoen. Het is benepenheid alom.

Rouvoet was zoals altijd helder en adequaat. Dus werd hem verweten dat hij het te moeilijk maakte. De gespreksleiders begrepen het niet zeiden ze en met behulp van de techniek van het  regelmatig in de rede vallen slaagden ze erin het punt weg te spelen. Bent u nou voor of tegen, meneer Rouvoet? Rouvoet kwam in de achterafmeting van wie het goed had gedaan helemaal achteraan. Een politicus die, zo ongeveer als enige, kort en zakelijk uiteenzet wat hem het zwaarst weegt telt niet mee. De meting gaat niet over politieke kwesties maar over het in de hoek zetten van anderen. Klopt, daar deed Rouvoet niet aan mee. Zijn poging om nog iets over de geagendeerde onderwerpen te berde te brengen telde niet. Hij had jij-bakken moeten verkopen. Hoe meer je dat doet, hoe beter je scoort. Gewoon liegen, waar met name Rutte sterk in is (verkiezingsprogramma 2006: AOW is en blijft op 65), helpt ook, als je er maar wat beledigingen bijvoegt. Het is een spel zoals de moderne economie: winner takes all. Wilders (elke poging van die man om van sekte een gewone partij te worden breekt hem op) is weer terug bij de VVD en hij heet Rutte. Nu ik eraan denk, misschien riep Wilders als enige nog wat over Europa. Dat er te veel van was, zoiets. Moet je niet doen, want als je het roept bestaat het. Daar heeft niemand behoefte aan.

27 mei

=0=

 

Methodiek

Het laatste wat je wilt is dat door de methodiek van het CPB je hele programma niet in beeld komt. Zei Diederik Samsom. Dus pas je het programma niet aan maar geeft wat andere data – in dit geval over de ingangsdatum van de latere AOW – door aan het rekenbureau. Het heeft met methodiek niets te maken, wel met de uitgangspunten. Wat je als bezuiniging vóór 2015 wilt inboeken moet niet pas in 2020 ingaan. Waar heeft Samsom het over? En meer nog, waarom heeft de PvdA deze opzichtige truc überhaupt uitgehaald?

Je krijgt bijna de indruk dat de ergste vijanden van Cohen in z’n eigen team zitten. Hoe moet de man onder deze omstandigheden een publiekscampagne voeren? Door twijfel te zaaien aan het CPB? (‘Mijnheer Balkenende, ik ga uit van mijn programma, U van het CPB?’) Door de schrille, keffende toon van de anderen over te nemen? (‘Mijnheer Rutte, hoe zat het ook al weer met het AOW standpunt van uw partij bij de vorige verkiezingen en heeft u dat standpunt ook aangehouden?’) Het is treurig maar Cohen wordt dan slechts het debatpad opgezonden waar hij niets te zoeken heeft, waar hij ook nog z’n eigen stijl zal moeten opgeven. Een rustige stijl, en af en toe boos en geïrriteerd. Een begrijpelijke stijl, afwijkend van die van de anderen en allen al daardoor een verademing. Het is geen methodiek maar je zou het zo kunnen noemen. En die stijl is al lastig genoeg om te handhaven – in het type debat waardoor Nederlandse parlementariërs en politici zich zo treurig onderscheiden van hun buitenlandse collega’s. Een type debat dat geheel en al wordt gekopieerd door de media. Elke politieke cultuur krijgt de media die het verdient. Je kunt het de media niet eens kwalijk nemen dat ze uit het moedeloos makende gebrabbel alleen nog one-liners oppikken. Zou je dan een heel betoog van Balkenende moeten weergeven? God bewaar ons.

Dat Cohen voor de keus staat z’n stijl aan te houden en tegelijkertijd het geklier met z’n programma te verdedigen dan wel zich te mengen in het gekrakeel en geneuzel, dat is het grootste verdriet van de verkiezingscampagne. Dankzij de methodiek van diezelfde campagne van zijn partij. Zouden het echt alleen maar stommiteiten zijn? Ik word er zo langzamerhand achterdochtig van. Dat is niet goed.   

26 mei

=0=

 

Gezapig

Zondagavond zagen we (mijn dochter, mijn aanstaande schoonzoon die het allemaal bedacht en georganiseerd had, zijn vader, Elly en ik) in het Sportpaleis van Antwerpen het optreden van Steve Winwood en Eric Clapton. Naar de Vlaamse kranten berichten was het een onrustig weekend in Antwerpen (een schietincident in Zuid). Niets van gemerkt, hoewel we na afloop een lange wandeling terug maakten naar het centrum van de stad. In het Sportpaleis passen ruim zeventienduizend mensen – en die waren er ook bijna allemaal. Het leek wel een reünie van babyboomers. Niet alleen babyboomers trouwens, de heren trekken uit alle cohorten. Wie hen heeft gehoord zal het niet verbazen. Alleen een tweetal vakken met het slechtste uitzicht waren niet gevuld. De mensen stonden liever op de galerijen achter de tribunes.

Twee iconen die meer dan twee uur achter elkaar doorgingen, het ene nummer na het andere, met de nummers uit de korte periode van Blind Faith als centrum. Geen reminiscenties aan Cream, des te meer aan Traffic en aan de diverse formaties van Clapton in de VS. Nieuw voor mij was een prachtige weergave van ‘The Shape I’m In’, van The Band. Ik moest denken aan 1971 of 1972, dat weet ik niet meer, toen ik The Band zag en hoorde in het Concertgebouw in Amsterdam. En aan de keer dat ik Traffic hoorde, ook in het Concertgebouw, beide keren een voorstelling die zo rond middernacht begon en enkele uren duurde. Toen wist ik ook het verschil met het gebeuren in het Sportpaleis te benoemen. Het verschil: toen begon het niet op tijd, nu wel. Het zou om acht uur beginnen – vroeg dus – en de heren begonnen om acht uur. Wij kwamen net wat later aan, hoorden bij het laten controleren van de kaartjes en het klimmen naar onze plek (8 hoog) al de muziek en vielen met de neus in de boter. Alsof de stem van Winwood alleen maar wint en de gitaar van Clapton nog exacter wordt dan voorheen. Alsof het pedaalorgel van Winwood steeds beter gehoorzaamt en de akoestische gitaar van Clapton zo veel belooft dat je bijna op het vervolg niet wilt wachten. Het was een feest.

De Morgen had een kort, positief, commentaar en wat videobeelden met enthousiaste meningen van bezoekers en wat flitsen van het optreden. De Standaard noemde het optreden ‘gezapig’ en vermeldde daarbij dat we niet naar ons woordenboek hoefden te snellen want, zo schrijft de krant: “'gezapig' is hier positief bedoeld. Clapton en Winwood boden ons het muzikale equivalent van een zomerse roadtrip. Je geniet, kijkt niet op de kilometerteller om te zien hoe snel je gaat, maar laat je door het landschap drijven.” Ik vind dat wel een mooie omschrijving. Ja, schreven ze erbij, de heren hadden wel wat meer aandacht aan het publiek mogen besteden. Dat klopt, want van enige interactie met de zaal was geen sprake. De heren waren aan het werk en deden dat perfect. Ze zaten in hun muziek en het feit dat ze meer hun eigen feestje leken te hebben dan een feest met het publiek – ach, wat doet het ertoe.

En als het werk is, zelfs als het leuk werk is, dan moet je op tijd beginnen. Ook daaraan hebben ze voldaan. De jaren zeventig zijn definitief voorbij.

25 mei

=0=

 

Angstig

De babyboomers zijn de schuld van de crisis. Ik las het zojuist in de wekelijkse zaterdag bijlage bij NRC-Handelsblad, Opinie&Debat. De uitspraak komt uit de mond van Ben Verwaayen die eraan toevoegt dat als we (ze, hij heeft over de politici) niets doen de babyboomgeneratie de gevolgen ook nog eens afschuift naar de kleinkinderen. Die babyboomers toch. Ben moet naar eens gaan praten met Ewald Engelen die niet slechts een hekel maar zelfs een pesthekel heeft aan die generatie. Laten we hopen dat de pensioenfondsen de in bot egoïsme gebeitelde pensioenvermogens van die generatie snel op de beurzen verjubelt, dan zijn we daar ook weer van af. Laten we hopen dat de huizenmarkt in elkaar dondert, zodat de babyboomers kunnen fluiten naar zowel de waarde als de meerwaarde (overwaarde, oei) van die huizen. Dat zal de kleinkinderen pas helpen.

Hoewel, van die huizen moet je afblijven vindt Ben, die in tal van uitspraken bevestigt dat als je het een tijdje wilt uitzingen in een baan als aandeelhouderskapitaalmanager je met een forse dosis stupiditeit begiftigd moet zijn. Hou dat aandeel, functioneel equivalent van een bord, voor je kop en je ziet niks anders meer. Het aardige is dat als het aandeel groter wordt je nog steeds niks anders ziet maar wel steeds beter beloond wordt. Gelukkig heb je ook je emoties nog. Aandeelhouders en hun managers hebben veel gevoel. Voor hun huis bijvoorbeeld en daarom, legt Ben uit, moet je daar ook van af blijven. Naar een huis moet je niet met ‘economische theorieën’ kijken. Wel met emotie, net als bij de politiek: ‘politiek is emotie. Het is het hebben van zekerheid op de lange termijn. Hypotheekrenteaftrek is zo’n zekerheid’. Ik kan er niets aan doen maar het staat er. Bas Jacobs, zijn gespreksgenoot barst niet in lachen uit. Hij zegt ook niet dat hij nog nooit zulke flauwekul heeft aangehoord. Dat hij eigenlijk wel een beetje geschoffeerd is door zo’n doorzichtige kulredenering. Hij vraagt zich slechts af wat er voor liberaals zit in het verhaal van Ben. Ik denk dat Bas bij liberaal denkt aan vrijheid en gelijke kansen en zo. Niet aan politiek dus want op dat soort uitgangspunten kun je wel een rechtsstaat bouwen maar dat is nog lang geen politieke beweging. Of iets leuks voor de kiezer. Eerder het tegendeel. Ik ben bang dat Bas niets van emoties begrijpt. Dus begrijpt hij ook niet waarom een huis wel en een baan geen vrijwaring van economische theorieën mag hebben. Bas heeft het er niet over. Hij zal wel denken dat wat hij niet wint bij de hypotheken hij wel wint bij de arbeidsmarkt. En verdomd, het lijkt er verdacht veel op dat de heren het daar wel over eens kunnen worden. Kijk Bas, dat is nou politiek. De politiek is een huis en de bewoners zoeken het verder zelf maar uit. Als je een huis hebt hoef je ook niet angstig te zijn – behalve voor je huis.

Laten we het voor het gemak een liberalisme van de angst noemen, de angst dat ook jou wat kan worden afgenomen. Vechten of vluchten? Precies, die volgorde. Ferme programma’s en voor de zekerheid wat water bij de hand houden. De wijn mocht er eens om vragen. Ewald zal wel denken dat zulk liberalisme van de angst een naargeestige karaktertrek van, bij uitstek, de babyboomers is maar ik vrees toch dat hij daar niet helemaal gelijk in zal krijgen. Ik ben vanzelfsprekend onmiddellijk bereid aan te nemen dat er een kongsi is tussen sommige babyboomers en de groezelige wereld van het vastgoed – we hoeven maar aan Pim, helemaal babyboomer, of aan Rita, randbabyboomer, te denken – maar ik zou desondanks vermoeden dat de financiële geografie van spreiding van huizenbezit en spreiding van leeftijden geen verband laat zien dat voornamelijk of zelfs maar onevenredig naar de babyboomer wijst. Ik geef toe, ik heb het niet uitgezocht en ik heb daar ook totaal geen zin in maar toch, emotie en nog wel wat stijven me in die opvatting. Ja, ook emotie. Angst?

Eén van de meer verbazende uitspraken van Tony Judt in zijn Ill fares the land (New York, The Penguin Press 2010) is dat ‘if social democracy has a future, it will be as a social democracy of fear’ (o.c.: 221). Nee, hij vreest, hoewel helemaal babyboomer, niet voor zijn huis. Hij vreest zelfs niet voor z’n leven, ondanks zijn ongeneeslijke ziekte die steeds meer bezit van hem neemt. Hij wil iets nalaten aan z’n kinderen en daarom schrijft hij een boek. Hij doet wat hij zegt. Hij heeft het over het verbazende gemak waarmee democratieën kunnen afglijden naar een oorlog van allen tegen allen. De mens is de mens een wolf, daar heeft de sociaaldemocratie, kennelijk, te weinig rekening mee gehouden. Een prudent mens zou gezegd hebben dat onder omstandigheden mensen tot alles in staat zijn, maar Judt uit geen prudentie, hij uit angst. Dat is jammer, want prudentie is een betere raadgever dan angst. Het zou met overigens niet verbazen als Judt’s angst meer met prudentie te maken heeft dan met angst maar ik wil mijn lezing niet opdringen. Angst of prudentie, Judt’s boek is een pleidooi om ons wat minder bezig te houden met onze eigen belangen en genoegens en wat meer met elkaar want wederzijdse tolerantie komt ons niet vanzelf aanwaaien. Daar moet aan gewerkt worden en de recente geschiedenis, die in elk geval, van de sociaaldemocratie heeft daar de nodige steken laten vallen. En dat heeft weer wel te maken met de babyboomgeneratie of, preciezer, met een stilzwijgend pact tussen babyboomers en conservatieven. Volgens Judt. Hoe dat tot stand kwam?

Dat ging zo. De babyboomers zijn groot geworden met de zekerheden van de welvaartsstaat. Die waren er gewoon en wat er al is, is niet langer opwindend. Aan de andere kant zagen de babyboomers, net als iedereen trouwens, wat de sociale technocraten van de steden hadden gemaakt – lelijke, uniforme, levenloze buitenwijken, renovaties om het verkeer alle ruimte te geven, dat soort dingen. Als Utrechter, met het Kanaleneiland en met Overvecht, en met Hoog Catharijne als grootste belediging, kan ik me er iets bij indenken. Vervreemding gebeiteld in beton en verbonden door asfalt. Utrecht was geen uitzondering. Het was alsof de welvaartsstaat wel voor haar onderdanen zorgde maar tegelijk het monopolie wilde hebben op de wetenschap wat goed voor diezelfde onderdanen was. Voor traditioneel links was de balans positief; begrijpelijk want het had er zelf de hand in gehad. Voor het zich aanmeldende nieuw links was het allemaal betutteling. Voeg daar het effect van de televisie bij (in tegenstelling tot bijvoorbeeld Kurlansky en Putnam besteedt Judt daar slechts bescheiden aandacht aan) en de verontwaardiging over de derde wereld wordt in koor met die derde wereld verwoord in termen van neokolonialisme, imperialisme en bevrijdingsstrijd. Zoveel vernietigingswapens en zoveel honger en dat ook nog tegelijk. Ja, dat waren nog eens de tijden van lange halen en snel thuis.

Nieuw Links streed voor hun collectieve rechten en deed dat op een individualistische manier. Doe je eigen ding, op dat stramien. Nieuw Links wilde niet alles voor iedereen en dus ook voor zichzelf, Nieuw Links wilde alles voor elk individu op zich, zonder te beseffen dat zo’n wens wel eens ten koste zou kunnen gaan van het geheel, van het ‘iedereen’. Nieuw Links sprak individuen aan, en zag in het collectief niet meer dan betutteling (o.c.: 87-88). Of het een analyse mag heten of niet is me niet bekend, maar het sloot uitstekend aan bij het lang sluimerende en nu toch weer een beetje wakker wordende conservatisme. Het uur van Hayek had eindelijk geslagen. Voeg er Mancur Olson (had ook wel wat meer aandacht mogen krijgen, net als overigens diens tegenvoeter Hirschman wiens analyse van de studentenonvrede met kop en schouders uitsteekt boven die van Judt) aan toe, en diens pogingen om aan te geven dat collectieven slechts overeind blijven als hun leden selectieve voordeeltjes in de schoot geworpen krijgen,  en we hebben een sfeer waarin collectieven en groepsegoïsme hetzelfde zijn geworden en het collectief der collectieven, de staat, en passant kan worden meegenomen. Het opgewekte en navelstarende individualisme van Nieuw Links als opmaat voor het sombere, bedreigde, angstige en organische individualisme van Hayek. Ook angst, welzeker, angst omgezet in een aanval op het collectief. Judt noemt het de ‘wraak van de Oostenrijkers’ (o.c.: 91-106). Meervoud ja, want wie was geen Oostenrijker? Mises, Popper, Schumpeter, ze horen er allemaal bij. Zelfs Peter Drucker hoort bij het gezelschap. Verschillen zijn niet interessant – ondanks het gegeven dat in sociaaldemocratische kringen Hayek en Mises niet maar Popper en Schumpeter wel degelijk ingang hebben gevonden. En het succes van Olson komt pas nu – met de vervanging van klassengrenzen door de grenzen tussen insiders en outsiders. De sociaaldemocratie aarzelt nog wat, sputtert nog tegen maar, hou me ten goede, dat komt toch alleen maar door die babyboomers die allemaal insider zijn?

Angstig liberalisme, angstig conservatisme, en dus angstige sociaaldemocratie? Heeft de sociaaldemocratie een gebrek aan wapens tegen de Hobbesiaanse ervaringen van de recente geschiedenis? Te veel consideratie met de overwinningen van gisteren en te weinig oog en politiek voor de vele oude en nieuwe bedreigingen? Nu, het zou kunnen. Maar het zijn vragen die met de beschrijving van de zielsverwantschap tussen een wel zeer gestileerd en vertekend Nieuw Links en een door rechtse politici gestolen – en door Judt opnieuw gestileerd en vertekend – conservatisme weinig te maken hebben. Ja, zegt Judt (o.c.: 103), wat Hayek analyseert en wat zijn adepten ervan hebben gemaakt zijn twee verschillende dingen. Ongetwijfeld maar waarom gaat Judt dan aan de haal met wat die adepten ervan gemaakt hebben? Wat hebben het individualisme van Hayek en dat van Nieuw Links meer met elkaar gemeen dan de naam? En, zegt Judt, ook de retoriek van het jeugdprotest, de basis van Nieuw Links, was een minderheidsverschijnsel – maar het gevoel dat het uit moest zijn met de betutteling was dat niet (o.c.: 85). Retoriek? Doe je eigen ding? Make love, not war? Verschijnselen als provo en de studentenbeweging als representant van een algemeen gevoel bij de hele jeugd? Tja, daar had ik wel wat meer van willen weten. Sterker nog, Judt had er meer van moeten willen weten in plaats van het te veronderstellen, bewezen te achten en er niet op terug te komen – tenzij om het te herhalen.

De stelling van Judt – de toekomst van de sociaaldemocratie is een sociaaldemocratie van de angst – stemt tot nadenken. Maar zijn beargumentering van de stelling lijkt nergens op. Voor iemand als ik die erg onder de druk is van zijn Postwar (in het bijzonder de beschrijving van de eerste vijftien naoorlogse jaren) toch een teleurstelling. Maar wie weet kunnen Rutte, en in zijn kielzog Ben Verwaayen, er nog wat nuttigs aan ontlenen. De babyboomers zijn de schuld van de crisis. Kijk maar.

23 mei

=0=

 

Hypotheek

De crisis begon met hypotheken, in Nederland krijgen we mogelijk een nieuw kabinet dat wordt opgebouwd rond hypotheken, rond de hypotheekrenteaftrek. Nederland leert van de crisis en de verkiezingen gaan over economie. Hoever kun je gaan in het met je rug naar de wereld blijven staan?

Heel ver. De kampioenen van de hypotheken – VVD, CDA en PVV – beschermen het huis van Henk en Ingrid en omdat de AOW plannen toch niet morgen al worden uitgevoerd (hoe zit het trouwens met de plannen van VNO-NCW en FNV om daar nog wat op te bedenken?) is ook dat zogenaamde breekpunt wel weg te masseren. VVD en CDA komen er wel uit. Het rapport van de commissie Scheltema is een gevaar voor de VVD, misschien, maar Scheltema schuift publicatie van het rapport voor zich uit en de minister verdedigt dat uitstel. Daar heb je geen partijprogramma voor nodig.

Een Deense variant is ook nog denkbaar maar het ziet er naar uit dat Wilders wel doorheeft dat hij nu moet verzilveren – een nieuwe periode in de oppositie is iets wat zijn partij die geen partij is te zwaar kan belasten. Hij bindt niet voor niets steeds meer in. En voor het overige moet iedereen aan het werk, de uitkeringen worden zo onaantrekkelijk en zo uitgekleed dat werk feitelijk verplicht is zonder formeel verplicht te worden. De kortingen op de sociale zekerheid – in de orde van grootte van vele miljarden bij deze partijen – zijn hard nodig om de open-einde regeling van de hypotheken overeind te houden. De VVD is ten minste nog consequent: als je de huizenprijzen kunstmatig hoog houdt mogen de huren niet achterblijven. En omgekeerd: hogere huren vergroten de aantrekkelijkheid van de eigen woning, zorgen er alleen al daardoor voor dat de druk op de huizenmarkt blijft bestaat en dus de druk op de prijzen. Zeg nou zelf, dan is zo’n patente regeling als de hypotheekrenteaftrek geen luxe maar harde noodzaak.

In de EU is tot dusver, mede op initiatief van Nederland, een politieke aanpak van de banken en andere in de hypothekenmarkt en andere markten geïnteresseerde financiële instituties, geblokkeerd. In Duitsland worden ze nu nerveus en verbieden speculanten te speculeren op de dalende koersen van dingen die ze niet hebben en ook helemaal niet willen hebben. Op zo’n moment worden de anderen wakker – waarom geen gezamenlijke initiatieven? Je zou zeggen dat het antwoord voor de hand ligt. De EU krijgt helemaal de ruimte niet om iets gezamenlijks te doen en dus het doet het niets gezamenlijks, besluiten op z’n elf-en-dertigst daargelaten. Voor die situatie heeft ook Duitsland gezorgd, daarin meer dan gretig door Nederland ondersteund. De recente stap van Duitsland wijkt daar niet van af, het is er een bevestiging van. De rest is een vijver gevuld met krokodillentranen.

In de VS is men een eind op weg iets aan de macht van de banken te doen. Consumentenbanken worden geïsoleerd van de risico’s van derivaten – die handel, met opnieuw een prominente plek voor kunstig verknipte hypotheken, bloeit weer. Die derivaten mogen ook niet meer worden verhandeld tussen banken onderling, er moeten aparte markten voor komen met duidelijke en doorzichtige regels. Er komt een fonds, gevuld door de banken, om de schade van faillerende banken niet te laten wegvloeien naar de staat (en op die manier wordt zelfregulering misschien ook nog wel een nuttige activiteit – eindelijk). Het woud aan toezichthouders wordt gestroomlijnd en de kapitaalseisen aan ‘systeembanken’ worden hoger opgeschroefd dan voor de overige banken. Het zou, alles bij elkaar, een verbetering zijn.

De EU heeft daar, door zelfgekozen politieke blokkades van de lidstaten, niets tegenover te stellen. Die lidstaten zelf, Nederland voorop, stellen daar ook niets tegenover. Tenzij we de bescherming van de bankbelangen in de hypothekenmarkt als zodanig moeten zien – en dus de aanmoediging de handel in derivaten en nog meer derivaten opgewekt voort te zetten.

Merkwaardig, geen politieke partij die erover peinst er iets aan te doen. Eerder, bij VVD, CDA en PVV, het omgekeerde. Zo ver kun je dus gaan, met je rug naar de wereld gekeerd.

Het Nederlandse huis van de democratie is op hypotheek gekocht. Sommige bewoners ervan menen dat ze alleen al daardoor recht hebben op overwaarde.

22 mei

=0=

 

Read my hips

In de media zijn de partijen rechtser dan hun programma’s. Dat heeft onderzoek uitgewezen. Er had natuurlijk moeten staan: de media berichten aan elkaar dat zij ter wille van de eenvoud de zaak van de partijen wat verrechtsen. Maar dat bekt niet en het is ook te ingewikkeld. Doen we niet. Media reageren niet op media, ze reageren op verschijnselen die ze in de media brengen. Als het niet deugt, deugt het verschijnsel niet. Feit. Zouden ze op elkaar inwerken, de media en de verschijnselen, dan zijn we het spoor natuurlijk helemaal bijster. Dat zijn we dan ook.

Het onderzoek is verricht door de Nieuwsmonitor. Het onderzoek vergelijkt de uitkomsten van het Kieskompas met de koppen en ‘leads’ over diverse onderwerpen in een aantal kranten. Koppen wegen zwaarder dan ‘leads’. Omdat het Kieskompas de politieke wereld indeelt langs twee assen (links/rechts en progressief/conservatief) stond de Nieuwsmonitor voor de herculische taak om al die onderwerpen die het kompas niet haalden alsnog een plekje te geven en op zijn beurt in te delen ergens op of op een afstandje van de assen. Dat gaat zo: wie internationaal is is progressief. Daarom is het deelnemen aan internationale militaire missies ook progressief. De PvdA wil niet verder met de missie in Uruzgan, het Kieskompas heeft er geen stelling over, de kranten berichten er echter wel over en dus is de PvdA conservatiever dan het Kieskompas aangeeft. Bovendien, omdat bezuinigingen rechts zijn en iedereen het steeds meer over bezuinigingen heeft (de media hebben het immers over niets anders) verschuift zo’n beetje elke partij naar rechts. Nu ja, naar wat Kieskompas en Nieuwsmonitor zo hebben gedefinieerd.

Omdat de onderzoekers ook niet van de straat komen gaan ze ook in op de interactie tussen media en gebeurtenissen. Zo is er het bepalen van de agenda. Als de media een tijdje over iets zeuren dan komt het, schrijven de onderzoekers opgewekt en onbekommerd in hun methodologische verantwoording, op de agenda want dan gaat het publiek het interessanter vinden en dan moet je wat, zelfs als politicus. In de tweede plaats kun je ‘framen’. Framen is een leuke manier om elke waarneming van een verschijnsel, of zelfs al het noemen van een verschijnsel, bij te kleuren met een waarderend oordeel. Zo moeten wij beïnvloed worden. De onderzoekers hebben een ruimhartige opvatting over framen. Het kan van alles en nog wat zijn. Daarom, read my lips, als het over belastingen gaat, draaikont als het over Wouter Bos gaat, maar ook de ‘linkse hobby’s’ uit de koker van Wilders en nog wel meer ook uit die koker. Journalisten doen het ook. Bijvoorbeeld door bij milieu wat progressiefs te zetten, net zoals bij internationale missies enzovoorts. Zo hoef je nergens meer over na te denken. Hebben de media en de politici en hun spin-doctors al voor je gedaan. En de onderzoekers in dit geval.

Gaat het nog over verkiezingsprogramma’s en zo? Nee, het gaat alleen nog over de agenda’s en de oogkleppen van de media – en van hun onderzoekers. We weten niet meer wat van de politici komt, wat van hun programma’s, wat van de journalisten, wat van de onderzoekers. Methodologisch is alles toegestaan. Maar wat dondert het als het ergens nog commercieel exploiteerbaar blijkt ook.

Read my hips.

20 mei

=0=

 

Brand

Als iemand in een bioscoop ‘brand’ roept en er is geen brand, dan kan zo’n persoon zich niet beroepen op de vrijheid van meningsuiting. Ik weet het, het is een oude bekende maar toch. Als je gesnapt wordt heb je wat uit te leggen. Net zoals de persoon op 4 mei op de Dam die aan het geluid van een vallende koffer genoeg had om een bom waar te nemen, de omstanders op de hoogte te stellen en paniek te veroorzaken. Plotseling zag iedereen een bom. We staan al lang en breed in brand voor we in brand staan. Dus zien we ook overal brandhaarden. Het is perspectief van waaruit we waarnemen en het kleurt elke waarneming want een waargenomen ding is ook altijd onze relatie met dat ding. Angst, afkeer, een voorbijgaan, een onopgemerkt blijven.

De persoon die voor de bom waarschuwde is onbekend. De zwerver die een kreet slaakte is in verzekerde bewaring gesteld. Waarom is me eerlijk gezegd niet duidelijk. Gisteren is de periode zelfs met negentig dagen verlengd. Ik zag een persofficier pogingen in het werk stellen het zo uit te leggen dat ze het zelf ook nog kon begrijpen. Ik hoop dat het haar gelukt is. Bij mij kwam de uitleg niet over. Balkenende nam onmiddellijk aan dat de man de dodenherdenking probeerde te verstoren. Ook een perspectief – alles heeft niet slechts betekenis maar ook nog een bedoeling. Dan weten we gelijk hoe de premier de wereld waarneemt. Elke brand is aangestoken en we leven een wereld vol pyromanen. Iemand roept brand, en de rest ontvlamt.

Op Koninginnedag reden Elly en ik naar Frankrijk. Het regende, we hadden de radio aan en we hoorden de hele ochtend verslaggevers mensen bevragen over de kans op een nieuwe ramp, een nieuwe aanslag, een nieuwe onverlaat en wat er aan gedaan was om te voorkomen dat het daar op uit zou lopen. Het ging meer over Apeldoorn dan over Zeeland. Uri Rosenthal mag bij zulke gebeurtenissen niet ontbreken en dat deed hij ook niet. Nee, garanties bestaan niet maar je kunt je wel degelijk voorbereiden op calamiteiten. Gek, het verbaasde me niets dat hij dat zei. En hij zei het niet alleen. Iedereen had het over het onmogelijk zijn van garanties en het mogelijk zijn van vermoedelijk toch best wel doeltreffende preventieve maatregelen. Ze legden het graag uit, de mensen die zich op de een of andere manier tegen het feestje voor de koningin aan hadden weten te bemoeien. Hoe minder garanties, hoe meer preventie, het is modern beleid en de radio is niet te beroerd het rond te vertellen. Veel anders hadden ze ook niet te melden, die ochtend. Het was hun waarneming van de dag en dus zagen, en ondervroegen, ze alles in dat licht. Als je niets te melden hebt dan zeg je niet dat je niets te melden hebt. Je hebt het gewoon over een jaar eerder en over hoe verdrietig je bent dat je daar de hele tijd aan moet denken. Ook als je er helemaal niet aan hoeft te denken en dat ook niet doet en toch de tijd moet vullen omdat je niets anders weet te verzinnen. Dan denk je er aan en kijk, anderen worden er bij navraag ook weer aan herinnerd. Er is brand of er is nog geen brand maar wel degelijk de kans dat de wereld alsnog in de hens wordt gezet. Wat zou er gebeurd zijn als iemand brand had geroepen, daar in Zeeland? Ja, Furedi had gelijk met zijn stelling dat we van een wereld van de waarschijnlijkheid (of iets zal gebeuren) terecht zijn gekomen in de wereld van de mogelijkheid (dat iets kan gebeuren. En het kan altijd.)

De Tocqueville was bang dat een situatie zou kunnen ontstaan waarin al het nieuwe als gevaarlijk zou worden gezien – en dat niemand nog zou willen bewegen. Wij zijn die situatie voorbij. Als het brand roepen met de brand zelf wordt verwisseld is alles gevaarlijk geworden. En anders is er altijd de radio nog. En andere media.

Met onze Ruben gaat het goed, dank u. Nee, over de vliegramp in Suriname hebben we niets nieuws te melden. Soms is er inderdaad echt nieuws, maar dan alleen als er geen nieuws is. Voor het overige praten we elkaar na en degene die door iedereen heen schreeuwt behoort een tik op de vingers te krijgen. Waar we het ook weer over eens zijn. Zelfs de krant die ervan wordt beticht. Als we iets waarnemen nemen we dat iets waar en onze relatie ermee want die loopt altijd mee, of we het willen of niet. Moderne media hebben het ding alleen nog nodig als aanleiding. Echt interessant wordt het daar als we er ons direct een relatie mee hebben. Die onbekende uit het gezegde is helemaal niet onbekend; wij hebben geen behoefte aan een relatie.

Een voorarrest met negentig dagen verlengen, dat liegt er niet om. Dan moet de koningin toch zo ongeveer wel aangerand zijn.

Dat poging tot aanranding nou net de aanklacht is, dat vind ik pas nieuws. Daar kan geen brand tegenop.

19 mei

=0=

 

Voorstel

Ik stel voor alle belastingen en premies op arbeid af te schaffen. Dat stimuleert de werkgelegenheid en met de werkgelegenheid de belastinginkomsten die ik dan minder krijg maar toch, en die de consumptie opnieuw zullen aanzwengelen en dus opnieuw de werkgelegenheid enzovoorts.

Ik stel voor het hoogste tarief in de inkomstenbelasting te verlagen en de vermogensbelasting zo drastisch terug te dringen dat die twee dingen bij elkaar iedereen de lust zal ontnemen in België te blijven wonen. Dan hebben we per saldo en meer belastinginkomsten en meer consumptie in het eigen land en beide zal ik gebruiken om de werkgelegenheid te stimuleren.

Ik stel voor de AOW leeftijd te verhogen en de aanvullende pensioenen in zo’n fiscaal regiem te duwen dat iedereen die voor de AOW leeftijd denkt te kunnen stoppen het wel af zal leren dat te doen. Dan hebben we ook de werknemers voor al die werkgelegenheid en dat is goed voor de economische groei en dus voor nog meer werkgelegenheid. Wie desondanks vroeger stopt kan het zich kennelijk permitteren en heeft het daarom verdiend.

Ik ben tegen een bankenbelasting, tegen een belasting op financiële transacties en al die andere malle maatregelen die alleen maar tot gevolg hebben dat de werkgelegenheid in de financiële groeisector wordt belemmerd.

Ik stel voor het aantal ambtenaren drastisch te verminderen en met het daardoor vrijvallende geld nog meer werkgelegenheid in de particuliere sector te stimuleren.

Ik stel voor de zorgsector verder te privatiseren en daarmee de druk van de collectieve sector op het nationaal product verder te verzwakken. Het zal de mensen kostenbewuster maken en de zorgconsumptie beteugelen. Of niet maar dat is dan een kwestie van de markt.

Ik stel voor de ontwikkelingshulp te halveren en de afdrachten aan Brussel te beperken. Het gewonnen geld investeer ik in eigen land.

Ik stel niet voor de BTW te verlagen. Er is geen behoefte aan verdere nivellering.

Ik laat deze voorstellen doorrekenen door twee bekwame economen die bereid zijn alles wat in een programma staat voor zoete koek aan te nemen en aan de uitkomst van hun rekensom hun naam te verbinden.

Beter nog, ik laat ze zelf op de gedachte komen. Er is vast wel een rekenmodel voorhanden waarin niet op de uitvoerbaarheid maar alleen op de uitgangspunten wordt gelet. De verkiezingen gaan toch over economie?

Als mocht blijken dat mijn voorstel het beste doorrekent op vermindering van de staatsschuld, op economische groei en op werkgelegenheid weet u wat u te doen staat. Wat het beste doorrekent is ook het beste en tegen de tijd dat u achter het verschil komt zijn de verkiezingen al lang voorbij.

Kies mij.

18 mei

=0=

 

Verkeersregels

Een fors deel van de tijd die je als fietser en wandelaar kwijt bent in het verkeer mag je op het conto van de stoplichten schrijven. Er zijn er veel en ze zijn er niet omdat fietsen en wandelen niet zonder stoplichten kunnen. Ze zijn er omdat er ook autoverkeer is. Auto’s zijn levensbedreigend en daarom hebben we massa’s verkeersregels en massa’s stoplichten. Zo wordt het autoverkeer vertraagd en het overige verkeer ook.

Sommige werknemers kunnen iets meer vaart maken dan andere. Dat ligt aan tal van dingen waaronder de bescherming van een vast contract. Een vast contract biedt meer loopbaankansen, meer salaris, meer secundaire arbeidsvoorwaarden, dan een flexibel contract. Ook daar heb je fietsers en wandelaars. Van beide categorieën wordt verwacht dat ze, sinds de invoering van de euro, meer haast zullen maken want de eerste verkeersregel van de euro is dat de wendbaarheid van het nieuwe verkeer vooral moet worden verwacht van de werknemers en van hun zekerheden. De euro heeft de snelheid van het gehele verkeer onder druk gezet. Iedereen moet vlugger, en niet iedereen heeft gelijke mogelijkheden dat op een veilige manier te doen. Dat wringt.

In het debat over het ontslagrecht, gisteren in de opinierubriek van de Volkskrant weer eens opgerakeld, wordt voornamelijk aandacht gevraagd voor de arme wandelaar die misschien wel sneller wil maar dat niet kan, en zeker niet ‘duurzaam’. De oorzaak van hun nadeel wordt vrijwel steeds aan de fietser geweten, aan de mensen met een vast contract. De auto, het voertuig dat met de euro er wat snelheid bij heeft gekregen, blijft hardnekkig buiten schot. Dat is raar want bedrijven en organisaties zijn sinds de invoering van de euro steeds meer en steeds uitdrukkelijker in de allereerste plaats financiële constructies geworden, gebouwen van geldstromen waarvan de snelheid steeds hoger moet uitpakken. Geen vaste verplichtingen dus, of althans zo weinig mogelijk en dat vertaalt zich in de druk op fietser en wandelaar wat meer haast te maken. Ze moeten behendiger worden en één manier om dat te bewerkstelligen is ze niet meer op aparte fiets- en wandelpaden los te laten maar van die verschillende paden één pad te maken. Dan moeten de fietsers wel wat meer rekening houden met de wandelaars want anders is het niet eerlijk. In de Volkskrant van gisteren werd daar overigens aan toegevoegd dat de wat oudere fietser misschien wat ontzien moet worden want als die valt is diens achterstand al snel onoverbrugbaar.

Bij files kun je de hoeveelheid asfalt vergroten zodat er meer auto’s door kunnen rijden. Die auto’s komen dan ook en zorgen voor nieuwe files. Het vergroot de veiligheid niet, noch voor de autorijders, noch voor andere verkeersdeelnemers. Minder kruispunten, minder opritten, meer banen boven en onder elkaar, meer slimme stoplichten bij punten van toegang en aantrekkelijke alternatieven voor de auto, ze zijn allemaal in bespreking. Maar niet bij de euro en het ontslagrecht, noch bij de euro en de sociale onzekerheid. In het arbeidsrecht en in het sociale zekerheidsrecht wordt over de auto niet gesproken. Dat is eenzijdig. De auto moet aan banden worden gelegd want we weten dat veel verkeersongemak het product is van verschillende snelheden op één en dezelfde baan. De discussie over het ontslagrecht tendeert in de richting dat probleem te willen verhelpen door van twee banen één te maken – in de verwachting dat fietsers en wandelaars er dan wel uitkomen en tegelijkertijd de gemiddelde snelheid van de totale stroom zullen verhogen. Waarom dat zou lukken, het is me nog altijd niet duidelijk. En nog veel minder duidelijk is me waarom de gevaren van verschillende snelheden van het autoverkeer uit beeld worden gehouden evenals de voor fietsers en wandelaars vervelende en bedreigende interferenties met het al maar jachtiger autoverkeer.

Het probleem stellen is nog niet gelijk aan de oplossing ervan. Maar zonder een acceptabele probleemstelling wordt het nooit wat.

12 mei

=0=

 

Tempo

De boekhoudkundige beschrijving van winst is dat je opbrengsten hoger zijn dan je kosten. Dat is zo want dat is zo de afspraak. Een verklaring van de winst is het niet en sinds Marx met zijn meerwaardetheorie in het mausoleum is bijgezet hebben we die verklaring ook niet meer. Het dichtst in de buurt van een verklaring is nog Schumpeter gekomen met zijn idee over creatieve destructie en, daaraan gekoppeld, over innovaties. Ik schrijf bewust het dichtst in de buurt want helemaal aangekomen is ook Schumpeter niet. Dat komt doordat ook hij nog lijdt aan wat ik gemakshalve maar de naturalistische drogereden noem, de idee dat winsten voortvloeien uit de reële economie en dus wel iets te maken moeten hebben met ofwel uitbuiting ofwel, in zijn geval, met een altijd weer tijdelijke voorsprong waardoor je eventjes goedkoper produceert dan je concurrenten, dat voordeeltje deels deelt met je klanten en de rest steek je in je eigen zak. Winst. In ieder geval gaat het ergens over maar waar het over zou moeten gaan is over dat ‘tijdelijke’. Winst is een spel met de tijd en dat spel is een financieel spel. De reële economie is niet meer dan een veld waarop dat spel wordt gespeeld, maar het is niet het enige veld waarop wordt gespeeld en het is, bovendien, niet langer het veld dat het tempo bepaalt. En tempo, dat is waar het om draait. Winst is een effect van tempoverschillen. Het flitskapitaal weet het, de EU nog niet want anders hadden ze wel wat vertragingen ingebouwd (de Tobinbelasting bijvoorbeeld) voor dat kapitaal. Je mag niet uitsluiten dat de EU dan zelf het tempo had kunnen bepalen. De economie van de EU is er groot genoeg voor en de euro zou zo maar een serieuze reservemunt kunnen worden. Afgeschoten dat idee, voor de zoveelste keer. Je krijgt de medewerking van het IMF niet voor niks. Het tempo blijft bij de Amerikanen, bij hun kapitaal en – op nog altijd behoorlijke achterstand – bij de Amerikaanse politiek.

Stel je voor. Je leent een bedrag en belooft dat over een jaar terug te betalen. Je zet dat bedrag in om anderen aan het werk te zetten die eventueel nog weer anderen aan het werk zetten en uit al dat werk ontstaat voor jou – mits je dat allemaal binnen de afgesproken tijd weet te klaren – een bedrag waaruit je de lening, de rente op de lening en een eigen inkomen kunt financieren. Dan begin je opnieuw. Dat eigen inkomen, dat is de winst. Je hebt goed gecalculeerd met tijd en de winst is je beloning. Tijdelijk? Ja, want het speelt zich af in de tijd. Uitbuiting? Ongetwijfeld maar dan toch in de eerste plaats van tijd want alle economie is een economie van tijd. Marx wist het. Zijn probleem is dat hij de economie in de eerste plaats aan arbeid koppelde. Hij had het aan geld, en in het bijzonder aan geld als krediet, moeten doen.

Ik moest eraan denken bij het lezen van een recent artikel van Immanuel Wallerstein (Structural Crises, New Left Review 62, 2010: 134-142). Een belangwekkend artikel met als storend kenmerk dat ook hier winst wordt gepresenteerd als het verschil tussen opbrengsten en kosten: verhoog de opbrengsten, verlaag de kosten, zie waar het schip strandt (dat is de crisis) en begin opnieuw, zij het onder steeds moeilijker omstandigheden. Zo ontstaat geen inzicht in de aard van de huidige crisis en Wallerstein doet dan ook of deze crisis een oude crisis is, aangevuld met de hebzucht van wat financiële speculanten her en der. In de kern is het een crisis van de productiekosten. Ik heb de eer van mening te verschillen: in de kern is het een crisis in tijdsbeheer.

We weten dat alles kan maar niet alles tegelijk. Daar zit het probleem want we dachten en handelden alsof wel alles tegelijk kon. Nu blijkt dat we niet meer in staat zijn onze termijnen te handhaven of zelfs maar goed te bewaken. Dan komen er ook geen afspraken over nieuwe termijnen, over de kredieten die de termijnen punctueren, en de afspraken die er nog wel komen verkorten de termijnen en verhogen de rente. Dat is de crisis. Geef me meer tijd. Wie het tempo bepaalt bepaalt het spel. Als de EU daar eens achter wou komen hoefden we niet zoals nu per week, en soms al per dag of paar uur, af te wachten. Op de reactie van de financiële markten. Of te treuren over de ECB die ook al meegaat in het dictaat van de financiële markten. Volgens Sennett is afhankelijkheid het taboewoord in het moderne kapitalisme. Volgens mij is het afwachten.

Wie moet afwachten verliest z’n krediet. De titel van het rapport van de commissie de Wit, Verloren krediet, is in elk geval goed gekozen.

11 mei

=0=

 

Parttime

Een beetje uit het oog verloren was ik haar wel, Gonny van Oudenallen. Een autovriendelijke partij in Amsterdam, enige onduidelijkheid over bonnetjes en declaraties vanwege privébelangen en politieke besognes die zich maar niet lieten scheiden, in de Kamer op het ticket van de LPF, toch maar niet op dat ticket maar namens de lijst (‘groep’) Van Oudenallen en vandaag de dag lid van het CDA. En nog altijd met haar bureautje dicht op de politiek want dat is ze zo gewend. Daar kan het CDA eer mee inleggen. Volgens Gonny is ze landelijk trainer Public Affairs van het CDA. Ik lees het in het FD. Dat komt wel goed.

Wat zou een ‘landelijk trainer’ doen? Ik vind het een mooie titel, echt iets voor haar. Niet zomaar een lokaal trainertje maar een landelijke uitstraling. Zou er ook nog een koninkrijkstrainer zijn zodat die eilanden buitengaats kunnen meeprofiteren en wie is dat? En wat is dat toch, ‘public affairs’? Nu, over dat laatste is wel wat bekend. Zo kun je zelfs een masterclass (bij Nicis, een zeer aan de weg timmerend instituut dat z’n eigen public affairs volgens mij perfect op orde heeft) over dat onderwerp volgen. Daar zegt men: ‘Public affairs is de discipline die zich richt op het publieke belang van een organisatie. Het beoogt de mening- en besluitvorming ten gunste van die eigen organisatie te beïnvloeden. Daarnaast informeert public affairs de medewerkers over ontwikkelingen die van strategisch belang zijn.’ Uiteraard is communicatie de bottomline: ‘Het overbrengen van een boodschap, de uitwisseling van informatie en het ontwikkelen en onderhouden van relaties. Daar gaat het om.’ Een hele verantwoordelijkheid. Dat van die besluitvorming heb ik niet helemaal helder, maar meningsvorming, over het CDA, bijvoorbeeld, dat is niet alleen een public maar ook een crucial affair. Het landelijk vertrouwen in Gonny moet wel heel groot zijn. In het CDA is het vertrouwen niet heel groot. Een opdracht! Een uitdaging!

Toch, de meningsvorming over het CDA kan beter. Of dat aan de trainingen van Gonny ligt of aan wat anders, ik zou het niet weten maar het kan beter. Met de verkiezingen in aantocht wordt het tijd om de mening te corrigeren dat Nederland in Europese zaken pas wat zegt als Duitsland heeft gesproken en dan precies hetzelfde zegt als Duitsland zegt. Nadat Angela heeft gesproken want Schäuble zegt ook wel eens wat maar als zij het niet goedkeurt – een Europees Monetair Fonds bijvoorbeeld – maakt ook Wolfgang pas op de plaats. En wij, die er geen idee over hoeven hebben. Staat Duitsland op de rem, dan wij ook. Wil Duitsland geen Europees fonds, dan wij ook niet. Sluit ook helemaal aan bij het anti-EU sentiment dat toch al heerst. Maar nu heeft Angela belangrijke verkiezingen verloren. Dat moet ons hier niet overkomen. Tja, zegt onze minister van Financiën, een vangnet van 300 miljard was ook mooi geweest maar nu het wat meer is geworden is het precies goed. Geen overtuigende tekst, en een slordige opvatting over onze public affairs. Het maakt ook al geen sterke indruk als Nederland zich weer bij Duitsland aansluit om vooral te voorkomen dat de Europese Commissie meer armslag krijgt want een politiek Europa, dat niet, in geen enkel geval. En over de ECB gaan we, mede daarom, ook niet dus wat dat doet is welgedaan. Wij weten nergens van en over het toezicht, hier en daar, hebben we het liever niet. Dat moet vooral gehandhaafd blijven zoals het niet is, zodat de markt z’n werk kan doen, ongehinderd door zoiets als, ik noem maar wat, een belasting op financiële transacties. Daar zouden de financiële markten maar zenuwachtig van worden. Gaan de beurzen al bijna open? Dan moeten we nu toch echt wat beslissen. Altijd in het voordeel van de landen die op de rem staan.

Er is veel te doen rond de public affairs van het staatsdragende CDA. Zou Gonny al een cursus Europese beeldvorming in de maak hebben? Daarover vond ik niets. Te groot voor landelijk? Of even geen tijd? Ze gaat parttime rechten studeren las ik. Nee geen Europees recht. Bestuursrecht, dat wordt haar specialisme. Een dynamisch vak. Het stemt tevreden dat ze geleerd heeft van haar eigen gedrag met bonnetjes en declaraties. Om het nooit meer te doen of om het beter te doen? Je weet het maar nooit. Zou ze Europese dromen hebben?

10 mei

=0=

 

Kathedraal

Elly en ik zijn terug uit het zeer koude Frankrijk. Althans, ons stukje Frankrijk, de Morvan. Een loodgrijze deken boven ons hoofd, temperaturen van rond de zeven graden, enkele dagen een koude noordenwind, enkele dagen een koude noordenwind plus regen. Gelukkig zijn er kachels. En tijd om kranten uit te vlooien. Le Monde stond deze week voornamelijk in het teken van de benarde euro. Opvallend is dat in die krant vrijwel alle redacteuren en columnisten het erover eens zijn dat de crisis in de allereerste plaats een politieke crisis is. In ons land wil dat nog niet echt overkomen, en dat is jammer. Onder meer door het slome gedrag van Balkenende, die pas wat deed toen het van Angela mocht, is de actie rond Griekenland heel erg laat en heel erg duur geworden. In het Nederlandse parlement is ook dat nog niet doorgedrongen. Angela heeft haar regionale verkiezingen, wij hebben de onze in het verschiet. De politiek kan wel wachten tot na de verkiezingen en de verkiezingen zijn permanent. Ze heten peilingen en dat is een interessante bedrijfstak aan het worden. Twee stemwijzers hebben onderling al ruzie en dan gaat het goed want dan gaat het ergens om. Om hun marktaandeel. Ik zet in op Kieskompas, die site heeft meer ‘sponsoren’.

In Le Monde wordt ook duidelijk dat de politieke crisis in de meeste landen nog uitstaande is. We zijn er nog niet eens mee begonnen, Griekenland daargelaten. Wij hebben het over de Grieken als een potverterend volk met een minderwaardige moraal, zijzelf hebben het over een crisis die niet de hunne is en waarvoor ze wel mogen opdraaien. Ze gaan de straat op. Wat moet je anders? Mijn sympathie hebben ze, al was maar door de volstrekte machteloosheid die het protest van de Griekse bevolking doet vermoeden. In ons land vinden we dat ze het aan zichzelf te danken hebben. Elke keer als er nagedacht moet worden wordt bij ons de moraal als jij-bak van stal gehaald. Ik noem het maar een aspect van de politieke crisis in de EU. Die crisis is nog lang niet voorbij. De meeste politici hebben er geen belang bij. Ook een aspect van die crisis. Bovendien verschaft het enig uitstel van executie want een politieke vertaling van de overheidstekorten is ook hier nog niet gevonden. Daar is nu even nog geen tijd voor. Zo’n vertaling hangt immers op een politieke regulering van het geld- en kredietwezen en wij denken dat zolang we maar een uitnodiging krijgen voor de G20 ook dat wel in orde zal komen.

Het goede nieuws is dat op 1 mei een nieuwe vertaling van het eerste deel van Das Kapital is verschenen. De twee andere delen zullen wel nooit vertaald worden en dat is best een beetje jammer want in het bijzonder het tweede deel van het drieluik (over ‘de circulatie’ van het kapitaal) is in de huidige periode van de terugkeer van de macro-economie de moeite waard. Ik geef toe dat de vertaling van Lipschitz een onding is en overbodige verwarring schept. Maar toch, een eerste vertaling van het tweede deel was me liever geweest dan een nieuwe vertaling van het eerste. Er zal wel geen markt voor zijn en, nog veel belangrijker, het gaat ook helemaal niet over een markt voor de een of andere theorie van Marx, het gaat over een markt voor diens politieke ideologie.

Van de columns van Bert Keizer ben ik een groot fan maar wat hij, gisteren, schreef over die nieuwe vertaling van het boek van Marx ging jammer genoeg niet over dat boek. Het ging over alle gelovigen die zich op de man beroepen en hebben beroepen. Daar is voornamelijk ellende van gekomen en waar je van de katholieke kerk kunt zeggen dat ook in naam van hun boek de nodige misère is ontstaan moet je daar in hun geval aan toevoegen dat er behalve bloed ook nog wel een mooie kathedraal op de rekening kan worden bijgeschreven. Wat kan Marx daar tegenover stellen?

Volgens Keizer niets en hij heeft daar ook een verklaring voor. De theorie van Marx is namelijk een zielloze theorie, een theorie die de ziel ontkent en met de ziel de moraal, de sympathie, het medeleven, het medelijden, het aangedaan zijn. De dingen gebeuren omdat ze nu eenmaal moeten gebeuren, moord en doodslag inclusief. De geschiedenis gaat z’n gang en zo wordt de auteur van een boek waarin daar een verklaring voor wordt gegeven de protagonist van hen die moorden met een beroep op diezelfde geschiedenis. De blinde en stomme geschiedenis is niet alleen blind en stom maar moet het ook zijn, met de instemming van de meester. En dan ook nog niet eens kathedralen. Mevrouw Marbe (‘de vrije markt is amoreel en derhalve ook niet goed of fout’) zou vragen – ik parafraseer haar recente lofzang op het neoliberalisme maar even – of het ontbreken van liberale kathedralen als een min- of als een pluspunt moet worden gelezen. Ik heb wel een idee van haar antwoord maar ik gun haar graag de eer. Laat ze zelf maar antwoorden bedoel ik.

Nee, het socialisme heeft geen kathedralen. Vermoedelijk zouden de arbeiders voor hun werk eraan loon willen hebben ontvangen en op die manier komt een kathedraal natuurlijk nooit af. Nou goed, met dwangarbeid weer wel en de communistische staten hebben daar de nodige staaltjes van laten zien. In het belang van het wereldproletariaat ongetwijfeld maar je kunt je afvragen of de voltrekkers van de revolutie daar erg veel geloof aan hebben gehecht. Of dat ze aan Das Kapital dachten. Of dat ze dachten aan mensen die dat boek wel gelezen hadden, daar gedachten over hadden en die ook opschreven en uiteraard binnen de kortste keren in de kampen verdwenen. Ik denk aan I.I. Rubin, wiens treurige geschiedenis beschreven is in Medvedev’s Let History Judge. Hier werd Marx vermoord in naam van Marx en wat zou Marx daar nu weer van hebben gevonden? Een puzzel, en Keizer zou niet veel anders hebben kunnen bedenken dan dat het hier een geval van eigen schuld dikke bult heeft betroffen. Of?

Marx wou, hoewel de dingen zullen gaan zoals ze zullen gaan, dat de mensen desondanks ‘in de wereld zouden gaan harken’. Het zal wel maar wat Marx wou is, gegeven de weergave van zijn denken door Keizer, volstrekt irrelevant. Marx wou ook van z’n steenpuisten af – en dat lukte ook al niet. Marx wou ook van z’n hardnekkige geldzorgen af, maar hij leek daarin meer op Malthus dan op Ricardo: wel ideeën over geld en geen geld. Nee, dat willetje van Marx beloofde nooit veel. Wie weet is zijn theorie daarom wel gevoed door speculaties over de futiliteit van de wil. Wie weet. Keizer weet het wel, ik weet het niet en – geheel in lijn met Marx – het interesseert me ook niet. Ik lees een boek niet vanuit de intentie van de auteur, ik reconstrueer al lezend een gedachtegang die vanaf dat moment de mijne is. Dat boek wil ik best heel breed zien – het mag ook het boek zijn van een politieke partij, een vakbeweging, een emancipatiestrijd. Die noem ik niet voor niks want die bewegingen, dat zijn de kathedralen van de arbeidersbeweging. Het waren ook studiebewegingen – de arbeidersbeweging heeft het gebied van de scholing inderdaad behoorlijk aangeharkt. Vooruit, nog een kathedraal. Staat ook leeg, ik weet het. Maar ze zijn gebouwd en aangeharkt. Voor Bert Keizer moet dat allemaal ‘steevast op dezelfde gore manier’ zijn gebeurd.

In de late jaren zestig werd de prachtige poster van de SDS (‘Alle reden vom Wetter. Wir nicht’) vervuild door die uitspraak aan steeds meer iconen toe te schrijven. Het begon met de portretten van Marx, Engels en Lenin. Wat later werd daar Stalin aan toegevoegd, weer wat later Mao. Of Hoxha de prent gehaald heeft weet ik niet. Het zou me niet verbazen. Het doet er ook niet toe. In die plaatjes, te beginnen met het origineel, werd zowel de onverbiddelijke mars van de geschiedenis gesuggereerd als de revolutionaire afkeer van de alledaagsheid. Twee keer een vergissing. Keizer zou het slechts consequent gevonden hebben – hij kent de poster vast wel.

Ik zou denken dat Keizer (ik denk aan zijn mooie Ludwig Wittgenstein; Taal, de dwalende gids) onmiddellijk zou instemmen met de stelling dat een theorie van de moraal geen morele theorie is en als het dat wel zou zijn dan het dan foute boel is. Moraaltheorieën kunnen een taalspel vormen en ze kunnen verbonden worden met andere taalspelen, het spel van de moraal niet uitgezonderd. Ja, het gaat bij taalspelen om ‘leefvormen’. Twee keer meervoud en pas als het meervoud wordt ontkend moeten we oppassen. In het geval Marx moeten we oppassen. En opletten want zelfs in Das Kapital breekt het meervoud af en toe door – en dan valt er nog wat te leren ook. Keizer hoeft het boek niet eens te lezen. Het voorwoord bij de eerste druk volstaat om de ‘wisselwerking’ van enkelvoud en meervoud te illustreren. Over de morele verontwaardiging van Marx hoeven we het dan ook niet meer te hebben. Die spat er vanaf. Zou dat misschien ook mee moeten tellen in de boosheid en de wraak die de geschiedenis van de arbeidersbeweging hebben vergezeld? Ik vraag het maar.

Als Keizer deze toch wel heel elementaire overwegingen had toegepast op ideologische taalspelen, dat van het marxisme inbegrepen, dan had zijn column er anders uitgezien. Wij leven kennelijk in een tijd waarin de behoefte aan moraal de behoefte aan theorie en politiek domineert. Wegduwt. Opslorpt. Dat wisten de Grieken al beter. Of zouden ze destijds alleen maar gedacht en gesproken hebben zoals ze dachten en spraken omdat ze altijd al het product waren van een verkwistende moraal?

Griekenland verdient beter. De EU ook. Marx ook. Wij ook.

9 mei

=0=