Schapen kijken - foto Bel Any

 

DAGBOEKHOUDER

Aantekeningen van een ongeduldige toeschouwer

Ton Korver

Amsterdam/Den Haag 2010

Ga naar Archief:
2007–2008–2009–2010


Augustus

Demografie

Jojo

Analfabeet

De maakbare ouder

Hyper

Openheid

Nog meer vertrouwen

Opleggen

Op is op

Tegenvaller

Echoput

Afstempelen

Cursus

Belangstelling

Diepte

Normale jongens

Groene kaas

 

Juli

Camera

Ik makkelijk praten

Resultaat

Lui

Haircut

Gekozen

Ding

Uit de marge

Kernenergie

Bank run

Boel

Stel je voor

Oppakken, aanpakken, doorpakken

Gelukszoekers




Maxima Moralia
 
Dat had ook de titel kunnen zijn van dit bundeltje aantekeningen. Maar ik wil niet overdrijven. Zo dicht op de huid zitten me de sketches hieronder nu ook weer niet. Ze gaan over dingen die me bezighouden en waar soms de handen van jeuken. Dat is nog niet hetzelfde als het ‘verzonken in ervaring’ dat de Minima Moralia van Adorno als keurmerk heeft. Je moet afstand weten te bewaren. Dat geldt voor de politiek – die karakterlozer wordt met elke nieuwe stap om vooral dicht bij de burger te blijven – en het geldt voor mij.

Niettemin, het kan altijd beter. En dat is een tweede verschil tussen mij en het inspirerende voorbeeld van Adorno. Er is geen goed leven in het slechte is een dictum dat nog uitgaat van een herkenbaar onderscheid tussen goed en kwaad. Daaruit vloeit het oordeel voort. Inmiddels twijfelen we ook daaraan. Dat is geen reden tot wanhoop. Eerder het omgekeerde. Twijfel is, met de gave ons te kunnen vergissen, de opmaat voor schaven en beschaven. Dat wordt makkelijk vergeten, en hoe drukker we het hebben hoe makkelijker. Ik ben aan diezelfde drukte gebonden. Vandaar het ongeduld, gekoppeld aan de afstand die ik met de woorden ‘aantekeningen’ en ‘toeschouwer’ verbind en het voorbijgaande dat meeklinkt in de titel waar ik uiteindelijk voor heb gekozen: dagboekhouder.

 


FiB
tijdschrift Filosofie in Bedrijf

Archief

Dagboekhouder 16
mei - juni 2010

Dagboekhouder 15
maart - april 2010

Dagboekhouder 14
januari - februari 2010

Dagboekhouder 13
november - december 2009

Dagboekhouder 12
september - oktober 2009

Dagboekhouder 11
juli - augustus 2009

Dagboekhouder 10
mei - juni 2009

Dagboekhouder 9
maart - april 2009

Dagboekhouder 8
januari - februari 2009

Dagboekhouder 7
november - december 2008

Dagboekhouder 6
augustus - oktober 2008

Dagboekhouder 5
april - juli 2008

Dagboekhouder 4
januari - maart 2008

Dagboekhouder 3
augustus - december 2007

Dagboekhouder 2
mei - juli 2007

Dagboekhouder 1
januari - april 2007

 


Demografie

Het Actuarieel Genootschap heeft uitgerekend dat in de toekomst de mensen nog langer zullen leven. Dat is mooi, zou je denken. In de jaren negentig, toen de overheid een greep in de pensioenkas deed en fondsen werkgevers verwenden en premies een beetje uit de tijd vonden – de beleggingen zouden alles wel regelen – wisten we dat nog niet, dat we ouder zouden worden. Nu wel. Het is voornamelijk duur want dan moet er nog meer pensioen worden uitbetaald terwijl de rendementen van de beleggingen voor eeuwig stokken, en, zeggen weer anderen, in het basispakket van de zorgverzekering dienen allerlei aanmoedigingen te worden opgenomen zodat de jongelui – en zij die nog niet geboren zijn natuurlijk – die gezegende hoge leeftijd ook halen.

Alles is demografie geworden, de wetenschap waarvan altijd werd gezegd dat men daar grossierde in slechte voorspellingen. Niettemin, we baseren ons er op. De sociale zekerheid is demografie geworden en daarom zijn we van de i/a ratio (een sociaaleconomische ratio die het aantal inactieven mat ten opzichte van het aantal werkenden) overgestapt naar de afhankelijksheidsratio (die het aantal onderzestienjarigen en het aantal vijfenzestigplussers bij elkaar telt en afzet tegen de potentiële beroepsbevolking – al dan niet werkend). Demografie. De arbeidsmarkt is demografisch geworden, men leze er de rapporten van de commissie Bakker en de WRR (investeren in werkzekerheid) maar op na. In de plaats van de levensloop is de omvang en samenstelling van de bevolking getreden. En nu de pensioenen die van financieel wonderproduct zijn omgetoverd in een demografische donderwolk. Het is je wat. We hebben alles bij elkaar gebracht: de sociale onzekerheid die zich nu ook uitstrekt over AOW en aanvullende pensioenen, een onzekerheid waarvoor de oplossing wordt gezocht in een verlengd arbeidsleven van, om mee te beginnen, vijfenzestig naar zevenenzestig jaar. Geniaal. We hebben de economie uit handen gegeven en er de demografie voor terug gekregen.

Waarom die wending naar demografie is opgetreden is een interessante kwestie. We hebben natuurlijk Wilders, die van bevolking niet rept en des te meer van het volk. Dat is een intrigerende wending, een wending die doet denken aan een oude regeerstijl, uit de lang vervlogen periode waarin een vorst heerste over een volk. Wilders heeft het dan ook niet over demografie (en dat verklaart zijn betrekkelijke veronachtzaming van de demografische zorgen waar de kranten vol mee staan), hij heeft het over eenheid. Opdat we pal staan voor de externe dreiging en opdat we de vijfde colonne die zich hier al heeft gevestigd goed in de gaten houden.

De bevolking is iets heel anders, het gebruik van die term valt samen met de opkomst van de statistiek (in oorsprong de ‘wetenschap van de staat’), en in het bijzonder van de bevolkingsstatistiek (geboorte- en sterftecijfers, maar ook epidemieën etc.) en met de moderne economie. Regeren in de moderne periode was het tegelijkertijd sturen op economie en bevolking. De economie is in hoger sferen terechtgekomen, sferen waarvan we nog wel de moraal kunnen betreuren maar niet langer de mechanismen willen reguleren. Tja, dan blijft alleen de bevolking over. De gouvernementele wending naar de demografie is de uitkomst van het al even gouvernementele zich afwenden van de economie. Het is het kenmerk van Nederland, evenzeer als van het merendeel van de overige lidstaten in de EU.

Het is geen wonder dat het met de EU niet wil opschieten. Ach, Europa.

31 augustus

=0=

 

Jojo

Volgens de voorzitter van het pensioenfonds PME, de grote vis onder de fondsen die zouden moeten afstempelen, was er nooit overeenstemming over de rente op basis waarvan de fondsen moeten waarderen. Die is de fondsen door de DNB door de strot geduwd, ‘met het mes op tafel’, stelt hij. Hij noemt het een ‘jojorente’. Het staat in het Reformatorisch Dagblad van afgelopen zaterdag. Hij heeft nog meer pijlen op z’n boog. Zo zit het PME helemaal niet meer onder minimale dekkingsgraad. Dat was alleen het geval op de peildatum van 30 juni. Een paar dagen later zat het fonds er al weer boven.

Het bevestigt de indruk dat van de financiële crisis handig gebruik wordt gemaakt om een debat over de pensioenen uit de weg te gaan en in de schaduw van de onzekerheid de vermindering van pensioenaanspraken er door te drukken. Het maakt ook nieuwsgierig naar de achtergronden van het besluit de actuele rente als ijkpunt te gebruiken – zeker nu de eensgezindheid ver te zoeken blijkt en blijkt te zijn geweest. En het maakt vooral nieuwsgierig naar het belang van minister en DNB om de onzekerheid over ook dit deel van de sociale zekerheid tot een regulier kenmerk van het dagelijks leven te maken. In dat verband is een opmerking van diezelfde voorzitter interessant. Hij zegt: ‘Er staan nu overal deskundigen op die wél menen te weten dat de rente erg lang, erg laag zal blijven. Jammer genoeg waren diezelfde deskundigen twee jaar geleden niet in staat om ons te waarschuwen dat er een kredietcrisis zat aan te komen. Nederland stond er goed voor, we konden wel tegen een stootje, werd er zelfs nog op Prinsjesdag van 2008 door het kabinet verkondigd. En ik snap ook best dat die hele crisis destijds ook niet exact was te voorzien. Maar doe dan ook niet net alsof je nu wél weet hoe de economie zich de komende veertig jaar zal ontwikkelen.’
Die laatste zin is de sleutel. In twee opzichten. Het stelt de wijsheid van 2007, toen tot de actuele rente als ijkpunt werd besloten, ter discussie en het stelt de vraag waarom de huidige situatie die toch tamelijk uitzonderlijk is als uitgangspunt wordt genomen voor de komende decennia.
Minder dan ooit, zou je mogen verwachten, zouden beleidsmakers zich op de verhalen van economen moeten verlaten. In het FD van vandaag blijkt dat bij een bijeenkomst in de VS van centrale bankiers en economen de onenigheid hoogtij vierde. Men weet het niet en in plaats van dat toe te geven grossiert het gezelschap in voorspellingen die elkaar tegenspreken. Het is maar een kort verslag in het FD maar wel onthullend. In zo’n situatie zou je van beleidsmakers geen voorspellingen verwachten die morgen weer onderuitgehaald worden. Je zou geen vlucht vooruit verwachten – zoals in Nederland pensioenland nu aan het optreden is. Je zou van beleidsmakers al helemaal niet verwachten dat ze de kennelijke onenigheid gebruiken om discussies te ontlopen.
Je zou beleid verwachten en geen jojo.
Dan kunnen we nog lang wachten vermoedelijk. De keizer heeft geen kleren aan – en komt die van de omstanders inzamelen.
30 augustus

=0=

 

Analfabeet

In financieel opzicht (ook in natuurwetenschappelijk, technisch en nog wel wat meer opzichten) ben ik een analfabeet. Dat is niet uitzonderlijk, ik deel dat met velen. De vraag is of financiële opvoeding, vroeg te beginnen en een leven lang vol te houden, in dat kennisgebrek kan voorzien en ons wat minder weerloos zou maken op de markten van financiële producten. Er zijn experts – ik denk in de eerste plaats aan Annamaria Lusardi, hoogleraar aan Dartmouth – die daar volmondig ja op zeggen. Hoe meer je weet hoe minder snel je bedot kunt worden en er zijn talloze mensen – zo heeft ze uitgezocht – die niet weten dat als de rente op je spaargeld 1 procent is en de inflatie 2 procent je een jaartje verderop over minder koopkracht beschikt en niet over meer. Als ze het wel zouden weten zouden ze wel voorzichtiger zijn om, als het geld minder waard wordt, er meer van opzij te leggen.

Als het om auto’s gaat vindt niemand het probleem dat de chauffeur niet weet hoe dat ding precies werkt. Zou de auto gevaar opleveren dan is de producent de klos – en daarom letten die goed op, ook als ze daarvoor tienduizenden auto’s moeten terugroepen. Een autofabrikant schiet er weinig mee op de klant door te verwijzen naar pagina 81 van het bijgeleverde boek met beschrijvingen en specificaties van het product. Als het om auto’s gaat noemen we mensen die niks van auto’s snappen nooit analfabeet. Toch gebeuren er ongelukken en iedereen die in een auto stapt weet dat ze het gevaar van een kleine kans op een ernstig ongeluk loopt. Je eigen gedrag, risicovol rijden, kan dat nog versterken, voor jezelf en voor andere weggebruikers. Als het om pensioenen, verzekeringen, hypotheken, leningen, spaartegoeden, aandelen enzovoorts gaat noemen we de mensen die er niks van snappen wel degelijk analfabeet. Dat is merkwaardig. Je zou mogen verwachten dat alle banken die curieus samengestelde pakketjes verhandelden bij het eerste blijk van een constructiefout in die pakketjes verplicht zouden worden die pakketjes terug te nemen en, mocht het zaakje onherstelbaar fout zijn, de kopers van die rommel schadeloos te stellen. Dat heeft weinig met mijn kennis te maken, en het heeft alles te maken met de wetgeving over productaansprakelijkheid. Hoe beter de productaansprakelijkheid is geregeld hoe minder brochures of bijsluiters je hoeft te lezen.

Het ligt natuurlijk anders bij producten die je slikt, zoals medicijnen, want dan hebben we het over een technologie die jou als het op te lossen probleem in het vizier heeft. Jou en niet je omgeving.  In dat geval ben je je eigen milieu en daar is inkijk erg lastig. De restricties zitten bij medicijnen aan de voorkant – voordat iets als medicijn de markt op mag – en in de distributie. Tal van medicijnen zijn alleen op medisch voorschrift verkrijgbaar. Tal van wel vrij verkrijgbare medicijnen zoeken het echter, net als het financiële product, in ondoorgrondelijke bijsluiters. En voor de effecten van combinaties van medicijnen is vooralsnog geen echt medicijn gevonden. Gelukkig is er de huisarts als een soort onafhankelijk adviseur. Nog wel, of het zo blijft is duister. In de financiële wereld is onafhankelijk advies schaars; de adviseur is erop uit producten te slijten, niet om de klanten te beschermen. De adviseur is een onderdeel van het probleem, niet van de oplossing zoals in het geval van de huisarts. Het is triest dat de AFM wel een bijsluiter vraagt en niet ijvert voor een van de financiële sector onafhankelijke advieswereld.

Moeten we daarom beter leren rekenen, opdat we minder snel door de financiële wereld opgelicht zullen worden? Het lijkt me, zolang de spelregel niet wordt veranderd, een bij voorbaat verloren strijd. De spelregel is eenvoudig: producenten moeten leren schrijven en een product wordt pas goedgekeurd als het helder, correct en eenduidig is beschreven. Met dat als achtergrond hoef je de mensen niet beter te leren rekenen. Je moet ze leren beter te lezen. En als ze daar hulp bij nodig hebben mag die hulp alleen op declaratiebasis worden verstrekt, door van de producenten volstrekt onafhankelijke adviseurs.

29 augustus

=0=

 

De maakbare ouder

Gisteren had ik het over kinderen die, de Here zij dank, niet maakbaar zijn en over hun ouders die het des te meer zijn. Maakbare ouders die hun kinderen dienen op te voeden tot maakbaarheid – hun toekomst. Vroeger waren ook laagopgeleiden uiterst maakbaar want hoewel laag opgeleid en lage beloning bij elkaar hoorden was er toen nog wel sprake van een zekere, voorspelbare, beloning. Als je het spel meespeelde althans werd je maakbaarheid beloond. Dat is niet meer zo. Nu betekent een lage opleiding niet alleen een lage beloning, het betekent bovendien een onzekere en onvoorspelbare beloning. Om het dan nog allemaal in de hand te houden is forse bijsturing nodig. Die is er dan ook gekomen, hoewel de resultaten uitblijven.

De hoger opgeleiden zijn beter voorspelbaar. Niettemin, ook daar zie je dat alleen als je met mate te werk gaat het resultaat beklijft. Zo niet dan krijgen we ook in dat segment van de bevolking zenuwachtige ouders en, de oogst van afgelopen week, zenuwachtige pensioenspaarders. Die kunnen natuurlijk elke dag inloggen bij hun pensioenfonds om te weten hoe de zaak ervoor staat maar ook daarvan is het resultaat eerder meer ongerustheid dan meer zekerheid. Zekerheid is geen kwestie van inzicht, doorzicht en overzicht, dat blijkt maar weer. Zekerheid is net als vertrouwen de situatie dat je niet alles hoeft te weten omdat je toch niet alles kunt weten. Als je alles wilt weten vertrouw je de boel voor geen cent. Het is de houding van de disciplinerende overheid die denkt dat de bevolking te weinig weet en daarom meer dient te weten. Maakbaarheid bereik je niet, en dus gaat het om wie daarvoor verantwoordelijk is. De ouders, in het geval van de kinderen. De pensioenspaarders, in het geval van de kinderen die nu nog niet bestaan. Willen ze dat zelf geloven dan helpt een beetje wetende onwetendheid. Daar kun je wat aan doen en het resultaat is een besef dat er misschien toch echt wel een probleem is en dat jij, als ouder, als pensioenspaarder, daar op z’n minst mede voor verantwoordelijk bent.

Maar dan moet je wel laten informeren natuurlijk. Daar moet je open voor staan, anders speel je het spel niet mee. Informatie is er niet voor de kennis, het is er voor de verantwoordelijkheid. De mantra dat je pas meetelt als je meedoet is geen oproep tot actie, vooral niet. Het is een oproep je verlies te nemen omdat het je eigen verantwoordelijk is. Hedendaagse maakbaarheid.

De troost is dat een disciplinerende overheid even zenuwachtig en onwetend is als de bevolking die het in die geest meent te moeten opvoeden. De treurnis is dat de overheid zich die kennis over zichzelf niet kan permitteren.

28 augustus

=0=

 

Hyper

Het is bekend (Taleb schreef er vermakelijke woorden over) dat als je ertoe overgaat om, in plaats van slechts af en toe, elke dag de beurskoersen te raadplegen om te weten te komen hoe het er met jouw aandeeltjes voorstaat en of je misschien wat moet rommelen in je portefeuille, je daar niet gelukkiger van wordt en ook niet rijker. Je wordt er zenuwachtiger van en je denkt dat je iets niet goed doet. Zou je nog vaker de koersen moeten bestuderen? Twee keer per dag? Om het uur? Zou je een hyperwatcher moeten worden?

Het antwoord ligt wel een beetje voor de hand en echte vragen zijn het ook niet. Wat er met aandelen gebeurt is amper beïnvloedbaar door de kleine belegger en des te meer door de nervositeit van allen, machinaties en whizz kids nog daargelaten. Het is net als met overbezorgde ouders. Hoe meer zorgen die zich maken hoe minder het helpt en hoe groter de invloed van buiten, al was het maar omdat je kinderen steeds meer zullen snakken naar een beetje vrije ruimte waar de ouders hen niet kunnen zien. Dat kan de straat zijn, of wat verder nog, het kan de computer zijn, en zelfs het met steeds meer snufjes opgetuigde mobieltje. Dat je ondanks al je zorgen steeds minder door hebt waar je kinderen allemaal mee te maken krijgen lijdt niet tot inzicht, wel tot schuldgevoelen en gevoelens van onvermogen en tekortschieten. Hyperparenting. Het enige dat je rest is de anderen de schuld te geven, andere kinderen, andere ouders.

Als je denkt dat bezorgdheid hetzelfde is als zorg ben je een gewillige prooi voor allerlei betweters. Bezorgdheid van de één is een markt voor de ander. Adviezen, tijdschriften, overheden, consultants, coaches, voor alles is hulp, voor niets een oplossing, tenzij het meer van hetzelfde is want elk onopgelost probleem wordt direct vertaald als een behoefte en op elke behoefte reageert nieuw aanbod. De eerste indicator voor bezorgdheid is het meegaan in dat aanbod – anders neem je jezelf, je zorg en je kind niet serieus. Geen wonder dat ouders zich heel veel invloed toedichten en tegelijk het gevoel hebben dat hu zorgen eerder toe- dan afnemen. Het schijnt in het augustusnummer van J/M voor ouders te staan op basis van, hoe kan het ook anders, een enquête. Ook een markt.

Zou het eindpunt zijn dat elke ouder van een zendertje wordt voorzien, een zendertje dat elke zorgimpuls, elke beweging van de ouder, onmiddellijk bekend maakt aan de wereld van de expertise, die uit hun studie van alle impulsen nog meer, en nog gedetailleerder adviezen bakt? Ik wed dat tal van hyperouders best bereid zouden zijn aan een daartoe strekkend experiment mee te doen.

Ik lees in de Volkskrant dat het experiment om grutto’s te volgen door bij hen een zendertje in te brengen, tot resultaat heeft gehad dat de vogels nog wel seks hadden maar geen eieren meer legden. Nou ja, eentje legde eieren maar die bleken misvormd.

27 augustus

=0=

 

Openheid

In de SZW commissievergadering van het Parlement, van gistermiddag (onderwerp: pensioenen afstempelen), is niet de vraag gesteld waarom deze minister bij het scheiden van zijn markt een beslissing wil nemen met een toch redelijk vergaande strekking. Alleen vanuit het CDA, toch opmerkelijk, kwam de opmerking dat nog maar eens moet worden bekeken wat allemaal nodig is. Dat is ten minste nog wat want wie die vraag stelt gaat er minstens nog van uit dat het antwoord op die vraag door Donner vermoedelijk als ambteloos burger zal worden geconsumeerd en niet als minister.

Geheel conform de verwachting bleken VVD en Groen Links het met elkaar eens. Meer openheid! Kijk, zei Blok van de VVD, die pensioenafhankelijken kunnen toch nergens heen dus voor een run, zoals bij banken, hoeven we niet te vrezen. Wie niet kan bewegen is de klos. Dat is een waarheid als een koe. Ons belastingstelsel is er op gebaseerd, de aanstaande bezuinigingen worden er op gebaseerd, en het pensioenstelsel nemen we in dezelfde beweging mee. Zo zit dat. Het is in elk geval duidelijk en beter dan de moraal van mevrouw Sap (ik voorspel haar een grote toekomst), de moraal die openheid voorschrijft en het terrein zonder slag of stoot prijsgeeft. Afstempelen? U doet maar, maar wees er wel open over. Waar heeft het mens het over? Zou zij, als Kamerlid, geen vraag moeten stellen over het waarom van in moeilijkheden verkerende pensioenfondsen? Wat het, bijvoorbeeld, met de financiële crisis te maken heeft, wat het met de nieuwe waarderingsgrondslag te maken heeft, wat het te maken heeft met de leeftijd van de pensioenfondsen (van de deelnemers en van het fonds zelf), wat het te maken heeft met het gevoerde beleid van de fondsen, wat het te maken heeft met in werknemersaantallen krimpende bedrijfstakken, met de omvang van een bedrijf, met de conjunctuurgevoeligheid van bedrijfstakken, wat de wijsheid waard is dat we er in 2010 achter lijken te zijn gekomen dat de levensduur van de gepensioneerde is toegenomen? Vragen zat. Niet interessant blijkbaar voor de Kamerleden, de meerderheid van de Kamer heeft zich al neergelegd bij het afstempelen. Als het maar ‘open’ gebeurt.

Donner had, zoals gebruikelijk, vrij spel. Hij voelde zich kiplekker zo te zien en had geen enkele moeite met de commissieleden. Het werd nog net gezegd maar het leek er op dat de Kamerleden het wel aangenaam vonden dat Donner op de valreep dit vuiltje nog even zou wegwerken. Dan was het maar gebeurd. Die Kamerleden zitten er ook maar voor het publiekseffect en denken dat dat effect hetzelfde is als het dienen van de publieke zaak.

Voor de commissie in elk geval, goed voor een Kamermeerderheid, is het geen controversiële kwestie dat een demissionaire minister in een demissionair kabinet dat nog maar weinig dagen te gaan heeft, een dergelijk besluit neemt. Ga vooral je gang was de boodschap, maar let voortaan wat meer op de verpakking.

Het zou goed zijn voor de bestrijding van de onrust, die openheid. Je moet er maar op komen. Indien dit besluit wordt goedgekeurd – stempel maar af als dat zo uitkomt – houden we een pensioenstelsel over waarvan de pensioenspaarders nog veel minder dan voorheen weten waar het voor staat. Als dat de rust van Groen Links is wordt het hoog tijd dat er in die partij wat onrust ontstaat. Dat zou dan nog winst zijn – en het argument hoeft niet te worden beperkt tot alleen Groen Links. Alle partijen die, net als de vakbeweging, wat mompelen over afstempelen als ‘laatste middel’ zouden gebaat zijn met de nodige onrust.

De CDA heeft die onrust al – maar niet hierover.

25 augustus

=0=

 

Nog meer vertrouwen

In 2008 stond het er met het vertrouwen in Nederland (van mensen in andere mensen, van mensen in instituties zoals rechtspraak, politie, politieke partijen, het parlement) beter voor dan in 2004. Grotendeels ook beter dan in 2006, behalve dat toen het vertrouwen in de politieke partijen en het parlement een dieptepunt beleefde. De naweeën van het ongelukkige referendum over het voorstel voor een Europese grondwet ongetwijfeld. Dat vuiltje is weer weggewerkt.

Het zijn verheugende uitkomsten. Hoe zou het er in 2010 uitzien? In 2008 leek het er nog even op dat politici en partijen serieus werk wensten te maken van de kredietcrisis: het voorkomen dat de privatisering van de winsten en de socialisering van de verliezen nog een keer zou kunnen. Daar hebben we sinds die tijd steeds minder van vernomen en inmiddels is Europabreed duidelijk dat de schuld betaald moet worden door de sociale zekerheid en de zorg. Voor het overige: niets. Zou het wat uitmaken voor het vertrouwen?

Hoe hoger je bent opgeleid hoe meer vertrouwen je hebt stelt het CBS. Het CBS stelt ook dat als je slechte ervaringen hebt opgedaan het vertrouwen afneemt. Dat zouden wel eens twee kanten van hetzelfde kunnen zijn. Lager opgeleiden zullen ook van de afwikkeling van de crisis meer last hebben. Gewoon, omdat lager opgeleid neerkomt op minder inkomen en onzekerder inkomen. Misschien zouden we mogen vermoeden dat hoger opgeleiden een verhoogd risico lopen en lager opgeleiden een verhoogde onzekerheid. Onzekerheid is de vijand van vertrouwen – per definitie kun je wel zeggen. Risico’s daarentegen kun je nemen, als je vertrouwen hebt. Onzekerheden neem je niet, net als je geen gevaren neemt want die loop je.

De vraag naar vertrouwen is een vraag naar je afhankelijkheden van anderen en in het bijzonder de vraag naar de mogelijkheden die je hebt die te beïnvloeden en de kansen die je jezelf toedicht daar zelf enige greep op te hebben. In het korte overzicht van Statline blijkt de grote invloed van opleidingsniveau. Wat uit de cijfers en grafieken niet blijkt is of die verschillen in de beschouwde periode zijn toegenomen. Ik had het graag geweten. Maar mijn vermoeden zou zijn dat als in 2012 de gegevens van 2010 beschikbaar komen die verschillen inderdaad zullen zijn gestegen. Wie vertrouwen wil bevorderen is gehouden het gat tussen de lager en middelbaar opgeleiden aan de ene, en de hoger opgeleiden aan de andere kant te verkleinen.

24 augustus

=0=

 

Opleggen

Afgelopen vrijdag werd in NRC Handelsblad een discussie gestart over de vraag of de wetgever de rechter kan verplichten tot het onverkort opleggen van minimumstraffen. Met onverkort bedoel ik dat een rechter in voorkomende gevallen geen eigen beoordeling mag toepassen om naar beneden toe de regel aan te passen (strafvermindering, strafkwijtschelding, alternatieve straffen). Het is niet zomaar een discussie. Er is een voorstel van de PVV dat minimumstraffen wil invoeren. Hulp bij zelfdoding moet dan altijd worden gestraft, bijvoorbeeld, en recidive moet altijd zwaarder worden bestraft. Wat ook het geval is, de rechter heeft maar uit te voeren. Het recht komt onder curatele van de wet, de rechter onder curatele van de wetgever. Een beroepsmogelijkheid (bijvoorbeeld de vraag of de wet in strijd is met de grondwet en de mogelijkheid dat voor te leggen aan de Hoge Raad of zoiets) is niet voorzien.

We krijgen dan regels zonder uitzonderingen, regels zonder context. De enige vraag die overblijft is die welke regel geldt; zodra dat is vastgesteld treedt een automatisme in werking. De in het artikel in de krant gestelde vraag is of een dergelijke beknotting van de rechterlijke vrijheid verenigbaar is met de rechtsstaat. Ik neem aan dat bedoeld wordt of het de trias politica aantast. En dan is de kwestie niet of de wet minimumstraffen mag bepalen maar de vraag of er, door de rechter te benoemen en te motiveren, gronden aanwezig kunnen zijn om het minimum niet toe te passen. De wet kan dergelijke gronden niet specificeren, want welke gronden wanneer en in welke mate van belang zijn, het gewicht en de relevantie daarvan hangen vanzelfsprekend af van de strafzaak zelf en in het bijzonder van de omstandigheden die daarbij een rol spelen.

Net zoals elk politiek systeem een ingebouwde ‘kloof’ heeft tussen staat en burger heeft elke rechtsstaat een ingebouwde ‘kloof’ tussen wetgever en rechtspreker. Het is gewoon een ander woord voor onafhankelijkheid. In het parlement kennen we de regel van het ‘zonder last en ruggespraak’. Ook dat is een onafhankelijkheidsregel. Een enkele CDA dissident, reeds in de Kamer of indien het CDA de regering in gaat de vervangers die op de dan vrijkomende plekken komen te zitten, zal er zich zeer van bewust zijn. Het is per slot de regel waarvoor je je niet kunt beroepen op een partijprogramma, een verkiezingsprogramma en zelfs niet op de wet. Het is een regel die actueel wordt in uitzonderlijke situaties, situaties die misschien om een uitzondering op de gebruikelijke regels vragen.

Dus ja, indien we onder de rechtsstaat het inbegrip van de trias politica verstaan, dan is het voorstel van de PVV een aantasting van de rechtsstaat. Ook de rechtsstaat heeft een minimum en dat minimum is dat de wetgever z’n plaats moet kennen. En nee, dat staat niet met zoveel woorden in de wet.

23 augustus

=0=

 

Op is op

De solidariteit is op. Of dat nu de mening is van Albert Jan Kruiter of van Yvonne Zonderop of van allebei (Zonderop is in gesprek met Kruiter, in de Groene van deze week), vast staat dat het op is. Solidariteit is kennelijk een voorziening en als er te veel en te vaak gebruik van wordt gemaakt dan raakt de kan leeg en krijgen we het lid op de neus. Het is maar hoe je het definieert. Dat alleen al het bekijken van solidariteit als was het een voorraadje van het een of ander strijdig is met elk bruikbaar begrip van solidariteit komt in het artikel niet voor. Het besef ervan ontbreekt. Het is niet het enige wat ontbreekt. Opnieuw wordt Europa niet genoemd, terwijl toch de ‘democratische ervaring’, het troeteldier van Kruiter, juist in het Europese zeer tekort komt. Als het ontbreken van die ervaring een groot probleem is, en dat is het volgens Kruiter, dan getuigt het zelfs niet vermelden van de EU van een hoogst opvallende blinde vlek.

Als ik het goed heb begrepen had De Tocqueville, de inspirator van Kruiter, helemaal niet naar de VS hoeven afreizen om de wonderbaarlijke effecten van het ‘samen scholen bouwen’ en nog wel wat meer ook waar te nemen. Het was allemaal al lang in Engeland te bewonderen, of eigenlijk in Groot-Brittannië. Dat is althans de stelling van de curieuze publicatie van David Willetts, The Pinch (Atlantic Books, London 2010: 16-23), het boek waarin niet Thatcher de verzorgingsstaat heeft afgebroken maar de babyboomer. Met dat laatste zal Kruiter het eens zijn, over het eerste heeft hij kennelijk niet nagedacht. Dat is jammer want Willetts’ stelling dat wat De Tocqueville voor de VS beweert allemaal al in het Verenigd Koninkrijk was vertoond is interessant. Niet om inhoudelijke redenen, want dan kunnen we beter direct bij Hayek te rade gaan die het eerder al zoveel beter heeft verwoord. Ook niet om politieke redenen want dat Willetts alles bij elkaar heeft geharkt om het ‘gezin’ van David Cameron eens helemaal in het zonnetje te zetten is maar al te duidelijk – exclusief de staat en inclusief, al wordt dat er niet bij vermeld, de weer alom oprukkende charitas. Het is interessant omdat De Tocqueville zijn beschouwingen noteerde in de schaduw van wat later de ‘frontier’ werd genoemd, de steeds verschuivende grens die een permanente mogelijkheid en een permanente uitnodiging was om het Amerikaanse continent naar het westen toe te openen en te koloniseren. De democratie in de VS werd niet in de eerste plaats uitgeprobeerd en geïnstitutionaliseerd op bestaand en bezet terrein maar op nieuw en te bezetten terrein. Het scheelt een slok op een borrel en dat Willett er aan voorbij gaat is opvallend. In de VS is de democratie ontwikkeld met de exit om de hoek. In het VK was de exit al lang afgeschaft – we hebben er het beeld aan over gehouden dat je lang geleden in dat land beter een schaap dan een mens kon zijn. Een beter een mens dan een Ier, dat ook want over de Ieren werden in het VK geheel eigen opvattingen gehuldigd. Ierland wordt door Willett dan ook niet genoemd. Het zou maar compliceren.

Als het meeste terrein al bezet is krijg je een ander type democratie dan als het terrein nog open is. Alles wat je doet heeft bij bezet terrein onmiddellijk gevolgen voor alle overigen en die zullen dat niet zo maar laten passeren. Geen wonder, daarom, dat op bezet terrein alle individuele en collectieve acties een publieke reactie oproepen. Hoe zou het ook anders kunnen? Noem het maar een wet, de wet dat met het verdwijnen van exits de wereld steeds meer publieke facetten zal ontwikkelen. Dat heeft gevolgen voor wat we democratie noemen, voor het type democratie dat we kennen. Het is een type dat via de staat speelt en een ongemakkelijke balans moet zien te handhaven tussen individuele mogelijkheden, collectieve belangen en het publiek. Keynes verwoordde het en je zou kunnen vermoeden dat Keynes vandaag de dag de crisis in de verzorgingsstaat eerder aan een crisis van de staat zou toeschrijven (ik bedoel uiteraard Europa, de EU en de positie van de lidstaten in de EU) dan aan het opraken van de verzorging. Ik bedoel, het feit dat verzorging van een recht wordt omgezet in een voorziening heeft van alles te maken met de transformatie van de staat en pas dan met het tekortschieten van de zorg. De zorg geeft terrein prijs omdat de staat dat heeft gedaan en omdat van een Europese staat geen sprake is en volgens velen ook niet mag zijn.

Solidariteit is een begrip dat een collectief beschrijft, en niet het publiek. Het sluit in en het sluit uit. Solidariteit is er niet voor iedereen, het is er alleen voor de ‘leden’ en niet iedereen kan lid worden. De teloorgang van solidariteit – een wederkerige investeringsrelatie in een welomschreven kring mensen – heeft alles te maken met de verwatering van collectieven, zowel door de bemoeienissen van de staat en dus van het ‘publiek’ als door de bemoeienissen van de private sector. Bovendien, omdat de bemoeienissen van de staat in de EU eerder geregeld worden door het belang van de private sector dan door het belang van het publiek, neemt de aantrekkingskracht van die sector alleen maar toe, en die van de nationale staat alleen maar af. De staat kan zich, en doet dat ook steeds meer, in het Europese als een collectief gaan gedragen maar omdat diezelfde staat het speelveld al grotendeels uit handen heeft gegeven komt dat niet al te geloofwaardig over. Daar komt nog wat bij. Solidariteit veronderstelt wederkerigheid maar met de verwatering van het collectief dreigt wederkerigheid opgeslokt te worden door de eisen, de achterdocht en de praktijken van wederzijdsheid. Niet alleen over en weer is nog de regel; de regel wordt meer en meer die van gelijk oversteken, en wie gelijk oversteken zegt, zegt tegelijkertijd dat de boter bij de vis moet komen. Reciprociteit is niet hetzelfde als gelijkheid, wederzijdsheid kan niet zonder. Reciprociteit heeft het toezicht nodig op de handhaving van de spelregels, wederzijdsheid het toezicht op de uitkomsten. Wie meent – zoals Kruiter – dat het om hetzelfde gaat begaat een vergissing.

Ja, de solidariteit is op. Te beginnen met het begrip ervan.

22 augustus

=0=

 

Tegenvaller

Of het nu begonnen is met een schildpad weet ik al niet meer, maar zeker is dat de schildpad al lang is ingehaald door een inktvis en een krokodil. Zo hoort het ook. Wij hebben in het bijzonder last van de inktvis. Het beest heeft Engeland, en niet ons, aangewezen als organisator van het wereldkampioenschap voetbal over een paar jaar. In het AD en de Telegraaf werd geschreven over een lelijke tegenvaller. Het was niet ironisch bedoeld.

Ik zou graag aan de inktvis het probleem voorleggen van wie nu wel of niet dissident is in de CDA-fractie, de nu bestaande fractie waar Trouw ons trouw over bericht en de fractie die ontstaat als een aantal Kamerleden in een nieuw kabinet verdwijnt en moet worden vervangen. Daar weet de Volkskrant weer alles van.

Ik zou graag aan de inktvis het probleem voorleggen van welk pensioenfonds nu wel of niet aan het afstempelen zal slaan. Over de noodzaak is iedereen het, in een verbijsterend korte periode en gebaseerd op een verbijsterend lekke argumentatie, helemaal eens. Iedereen die ervoor heeft doorgeleerd dan, want van de anderen hoef je niet veel te verwachten op dat vlak. Die moet je gewoon op het juiste tijdstip overrompelen. We weten uit de spindoctorfamilie van Tony Blair dat je van een crisis altijd gebruik moet maken om wat overgebleven onregelmatigheden weg te werken. De AOW hebben we gehad, de aanvullende pensioenen zijn nu aan de beurt. Het wachten is op de politici die met het ei van Columbus gaan komen: zet de leeftijd van het aanvullend pensioen op 67 jaar en we zijn voor een tijdje weer helemaal uit de brand. Wie breekt daar een Lans voor? Leggen we ook voor aan de inktvis.

We zien niets meer aankomen en alle geleerden die het ook niet hebben zien aankomen leggen uit waarom ze het niet kunnen hadden zien aankomen. En instrueren ons ook van deze nood maar weer een deugd te maken. Is de crisis een crisis of een kans? Kan zo in het menu van de inktvis. Volgens de geleerden is het een kans maar wij weten inmiddels dat die geleerden dat op niks baseren behalve op hun eigen geloof dus daar hebben we niets aan.

Het is tijd voor de geleerdentest. De octopus is er klaar voor. Of zullen we in hun geval toch maar voor de krokodil kiezen?

21 augustus

=0=

 

Echoput

Er zijn, lees ik, steeds meer Amerikanen die denken dat Obama een moslim is. In Nederland zijn er, vermoed ik, steeds meer mensen die denken dat de islam een politieke ideologie is en geen godsdienst. Gooi het in de echoput van de mediademocratie en het komt er duizendvoudig versterkt uit. En vervormd uiteraard. Dat geeft allemaal niks zolang er maar iets blijft hangen. Uiteindelijk is niemand verantwoordelijk. Een ideaal systeem.

In dagblad Trouw woedt nu een discussie over de rechtsstaat. Is Wilders nu wel of niet een gevaar voor de rechtsstaat? In een artikel hierover, twee dagen geleden, komt een opmerking voor van een promovendus op het onderwerp rechtsstaat die niet Wilders maar de echoput als het echte probleem impliceert. Dat gaat zo: “Beeld je eens in hoe een PVV-stemmer tegen die discussie aankijkt. Die denkt: O, mag Wilders niet meepraten omdat hij een gevaar is voor de rechtsstaat? Dan is die rechtsstaat dus een probleem! Ik zou het verschrikkelijk vinden, dat mensen dat gaan denken en als de rechtsstaat zelf onderdeel wordt van de discussie”. Eerlijk gezegd, ik kan me niets anders indenken dan dat de rechtsstaat uiteraard ‘onderdeel’ van de discussie is. Het zou een mooie boel zijn als dat niet zo was. De rechtsstaat is elke dag opnieuw een probleem, in zichzelf omdat de rechtsstaat berust op tal van afwegingen (diverse, niet hiërarchische en wel potentieel conflicterende grondrechten, verdeling van machten enz.), en in context omdat de rechtsstaat niet in een luchtledig bestaat en gedurig wordt uitgedaagd in specifieke gevallen nu eens dit en dan weer dat de voorrang te geven zonder van die specifieke gevallen een precedent voor alle volgende te maken. Ingewikkeld, kwetsbaar en geen zaak voor een referendum zou ik denken, al was het maar omdat de heerschappij van de echoput nergens zo luidkeels klinkt als bij een referendum. Een referendum is hooguit geschikt voor zeer eenvoudige kwesties en in het tijdperk van de echoput zijn er geen eenvoudige kwesties meer. In de echoput wordt alles gemengd en blijft niets bij zichzelf. In een referendum komt niet de kwestie zelf maar alleen de omgeving van de kwestie aan bod.  Meer nog, de omgeving meent de kwestie zelf te zijn en mijn mening is even goed als die van jou. Obama is een moslim, de islam is een politieke ideologie en Wilders is een gevaar voor de rechtsstaat. De meningen erover zijn verdeeld, je kunt ze meten in een opiniepeiling en in dezelfde peiling kun je nagaan of er een referendum over moet komen. Meeste stemmen gelden. De mening van tallozen is dat de kern van de rechtsstaat de meerderheid van stemmen is – niet dat de rechtsstaat daar uitdrukkelijke grenzen aan moet stellen.

Het probleem is daarom niet de rechtsstaat op zich. Het probleem is dat in een echoput geen ‘op zich’ bestaat. Daarom is niemand er nog verantwoordelijk voor. Als we alles terugbrengen tot een mening hebben we aan het einde van de rit niet alleen geen middelen meer om religie van politiek te onderscheiden en democratie van rechtsstaat, we hebben ook geen middelen meer om een mening van een oprisping te onderscheiden.

Je kunt ook gewoon spugen in een echoput.

20 augustus

=0=

 

Afstempelen

Afstempelen is van een stempel voorzien. Zet bijvoorbeeld een stempel van 50% op een aandeel dan houdt dat in dat het aandeel de helft in waarde is verminderd. Het is nu in pensioenland een gevleugeld woord geworden. De pensioenen worden afgestempeld dus ze zijn minder waard. Het pensioen is een aandeel geworden. Dat was nooit zo afgesproken want mensen bouwden, zoals dat heette, pensioenrechten op en rechten kun je niet afstempelen. Je kunt ze wel minder waard maken want ook rechten zijn niet immuun voor inflatie (in dat geval is je pensioen niet waardevast). Rechten zijn wel immuun voor depreciatie. Depreciatie komt er op neer dat je door middel van nieuw recht het oude recht vervangt en het nieuwe recht een lagere waarde toekent. Daar is echter een besluit voor nodig en dat besluit is nooit genomen. Er is wel over gesproken (we zouden van ‘defined benefit’ over moeten op een stelsel van ‘defined contribution’) maar die discussie is niet voltooid. Officieel is die discussie nog niet eens begonnen. De situatie nu is dat het nieuwe recht gewoon wordt ingevoerd zonder het zelfs maar bij de naam te noemen.

Kunnen de pensioenfondsen niet betalen? Jawel, dat kunnen we ze wel degelijk. Het probleem is niet nu maar in de toekomst. Zegt men. De huidige pensioenbeleggingen brengen te weinig op, de rente is laag, de aandelen werken niet mee, dat soort dingen. Als dat zo blijft dan krijgen we in de toekomst een probleem. Als een aandeel minder waard is dan betekent dat niet dat het ook in de toekomst minder waard is. Zou dat zo zijn dan kan per heden de aandelenbeurs worden opgeheven. Als een bedrijf meer betalingsverplichtingen voor de komende tijd aangaat dan het nu al kan betalen (het heet krediet, geloof ik) dan heffen we dat bedrijf niet op. Integendeel, het bedrijfsleven werkt zo omdat het er van uitgaat dat het met het ter beschikking gesteld krediet in de toekomst meer inkomsten zal genereren en dat daar de betalingsverplichtingen uit kunnen worden voldaan. Alleen als dat een ongeloofwaardig verhaal is zal het krediet niet worden verleend dan wel worden ingetrokken. Dan blijft een bedrijf niets over dan aandelen uit te geven of op de fles te gaan.

De pensioenfondsen hebben al jaren geleden bedacht alles op aandelen te zetten. Alleen hebben ze de inleggers nooit verteld dat die hun inleg daarom niet meer als een inleg maar als een aandeel dienden te beschouwen. Nu ook de waarderingsregels zijn veranderd (vastgepind op de dagkoers en die valt nu al een tijdje wat minder uit) is het aandeel waard wat het vandaag waard is en wat het vandaag waard is zal het ook morgen waard zijn en dat is vandaag noch morgen niet bijster veel. Nu ja, als je de oorspronkelijke waarderingsregel (gebaseerd op een rekenrente) in ere zou herstellen zou er geen pijn zijn maar kennelijk vindt men dat geen goed idee. Wie men is, is altijd interessant en ook altijd een beetje diffuus. Zeker is dat het niet de pensioenspaarder is want die is niets gevraagd.

Kijk, dat de pensioenen een keer te grazen zouden worden genomen verbaast me niet. Ik roep het al jaren en ik ben de enige niet. De manier waarop is echter van een achteloze onbeschaamdheid die me wel degelijk verbaast. We hebben over de hele breedte in de verzorgingsstaat gezien dat wat ooit rechten waren zijn omgezet in voorzieningen en dat bij voorzieningen de regel geldt dat schraalhans keukenmeester is. Dat is een groot gemak want bij rechten kun je dat niet flikken. Nu vallen de aanvullende pensioenen daar ook onder. U dacht een recht te hebben? Wordt wakker man!

19 augustus

=0=

 

Cursus

Het is goed om veel onderwijs te hebben genoten. Waarvoor het goed is zal wel omstreden zijn maar het is in elk geval goed voor je plekje op de arbeidsmarkt. Jongeren buiten de leerplichtige leeftijd zouden eigenlijk verplicht moeten worden op cursus te gaan, anders wordt het niks, met hen niet en met onze kenniseconomie ook niet. Moeten we niet toestaan. Het is de allerhoogste tijd om de leerplichtige leeftijd met een fors aantal jaren te verhogen. Zoals het nu gaat, gaat het niet goed. Je kunt die jongelui wel pakken door ze op hun uitkering te korten maar dat leidt er alleen maar toe dat ze hun neus ophalen voor die uitkering. Dat kan beter. Het kost wat maar dan heb je ook wat. Zo’n Scheringa had alleen de MULO en moet je zien wat een lullig beetje schade de man wist te veroorzaken. Nee, dan de wiskundige bollebozen die de financiële crisis hebben aangezwengeld. En hun bazen. Allemaal goed opgeleid en je ziet gelijk dat het effect veel groter is.

Wie niet goed is opgeleid is ook niet goed ingeburgerd. Laten we eens man en paard noemen. We hebben nu al de Turken die niet eens meer hoeven en de autochtonen hoefden al helemaal nooit. Ze hoeven er ook niet voor te betalen, dus dan weten we het wel. Wat je gratis krijgt wordt niet gewaardeerd. Je ziet waar het op uitdraait. Jeugdwerkloosheid, criminaliteit, uitkeringsafhankelijkheid, zorgafhankelijkheid en dan ook nog een grote mond hebben. We hebben het onszelf aangedaan. Terwijl het zo veel beter kan. Meer leerplicht en, ook belangrijk, eindelijk eens een arbeidsplicht. En dan niet beginnen bij de uitkering, direct beginnen met arbeid. Ben je niet aan de maat dan moet je toch werken en wat je dan verdient noemen we dan een uitkering want anders val je ook nog onder een CAO, onder het minimumloon en al dat soort zaken waardoor de kosten de baten toch weer gaan overstijgen. Allemaal overbodig. Gewoon aan het werk en geen gezeur. Kijk, met de lager opgeleiden is het toch al zo’n beetje gedaan en als we een beetje doorpakken met onze arbeidsplicht dan moet je eens zien hoe snel dat leger de overige werkenden in omvang gaat overtreffen. Het is namelijk bijzonder buitengewoon voordelig, zo’n legertje waar Paas, de directeur van Divosa,  van droomt. Als je erin zit kom je er nooit meer uit en als je er nog niet inzit dan kom je er vroeger en later alsnog in. Want ja, je productiviteit daalt hè, en hoe groter het leger van Paas, hoe eerder je door het productiviteitsijs zakt. Ook goed voor de concurrentiepositie want de bruto loonkosten kunnen behoorlijk dalen. In plaats van een al dan niet gedeeltelijk basisinkomen krijgen we een al dan niet gedeeltelijke basisarbeid. Er is vooruitgang, wat zullen we nou hebben.

De voortreffelijke Dijsselbloem vindt dat die Turken alsnog verplicht moeten worden een inburgeringcursus te volgen. Want het is zo goed voor ze! Zou dat op onderzoek berusten, zo’n uitroep? Hoe dan ook, het plan van Paas is veel beter. Alleen, werken voor je uitkering wordt ook door hem nog te veel geassocieerd met de gedachte dat het recht op een uitkering best gepaard mag gaan met een plicht te werken. Dat is de foute volgorde. Eerst komt de plicht tot werken – en dan zien we wel of je daarvoor een loon verdient of een toelage die we nu nog uitkering noemen.

Een cursus die je uitlegt dat zo’n regeling het best voor iedereen is zal niet uitblijven. Een door jezelf te betalen cursus moet het zijn. Zo redden we ook de ook zo bedreigde re-integratie want als er iets de netto-effectiviteit verhoogt is het wel het in je eigen vlees snijden. We zijn er bijna; een klein zetje en het is zover.

Die Paas moet maar minister van sociale zaken worden.

18 augustus

=0=

 

Belangstelling

Veel belangstelling voor de financiële sector had Zalm niet, als minister van Financiën. Althans, hij had zich er niet erg mee bemoeid. Dat schrijft Jeroen Smit, in zijn boek over de ABN-Amro, De Prooi (Amsterdam, Prometheus 2008: 345). Wonderlijk. Een minister van Financiën met als taakopvatting dat hij de financiële sector niet voor de voeten moet lopen. Het lijkt de huidige formatie wel, waar bezuinigingen worden bedacht met als voornaamste functie dat alles wat de staat niet hoeft te lenen het speelveld vergroot voor diezelfde financiële sector. Heerlijk, al die VVD inzichten. En al die zelfopgelegde beperkingen. Daar zullen we dan ook wel die ongelukkige wet op het financiële toezicht van Zalm over de taakverdeling tussen DNB en AFM aan te danken hebben, aan dat gebrek aan belangstelling. Merkwaardig eigenlijk, want sinds de euro is van de betrekkelijke autonomie van de DNB het nodige verdwenen, richting Frankfurt.

Bovendien, ABN-Amro was onze grootste bank en hoezeer Wellink ook overleg vroeg over zijn zorgen over het splitsen van de ‘systeembank’, Gerrit werd er niet koud of warm van. Bos overigens, opnieuw conform het verhaal van Jeroen Smit, ook niet. Zorgen had Wellink ook over de DSB en over de tweede, uitgebreidere, bankvergunning voor dat bedrijf in 2005. Ik neem maar aan dat hij ook die zorgen met Zalm in gesprek heeft gebracht want hoewel een bankvergunning altijd wordt ondersteund door de minister als het advies van de DNB eenduidig is ligt het voor de hand te veronderstellen dat het positieve advies destijds van de DNB niet zonder mitsen maren was verwoord. En dat Wellink dat ook in gesprek heeft gebracht. Ik moet het allemaal maar aannemen want het rapport van de commissie Scheltema rept er met geen woord over. De rol van het ministerie van Financiën hoorde niet bij de opdracht en is dus niet onderzocht. Wel wist Scheltema in een eerdere rapportage te melden dat Gerrit het goed gedaan had, niet eens zozeer als DSB-bestuurder maar meer als geheel, als zodanig, en in elk geval als minister van Financiën. Hoe wist Scheltema dat? Zou eens uitgezocht moeten worden. Het resultaat is dat we over de rol van de minister bij het afgeven van een bankvergunning niets weten. Waarom? Omdat niemand het belangrijk vond, de huidige minister niet, de vorige niet, de Tweede Kamer niet, de commissie Scheltema niet.

En nu maakt het nog geen onderdeel uit van het met zoveel spanning ingewachte ‘plan van aanpak’ dat de minister gisteravond aan de Tweede Kamer toezond. Niets over de rolverdeling tussen AFM en DNB, niets over de rolverdeling tussen DNB en minister. Daar, kennelijk, is geen behoefte aan een verandering van cultuur. Wel mag een president van de DNB nog maar twee termijnen blijven zitten – en dus moet Wellink volgend jaar weg. Mevrouw Sap (ik voorspel haar een grote toekomst) is een beetje tevreden – misschien moet ze eens bij haar fractievoorzitter informeren hoe je voorkomt dat het aantal termijnen desondanks kan worden vermeerderd.

Weinig cultuur overigens, in dat plan van aanpak. Meer structuur en in het bijzonder het mogelijk maken dat de DNB in de toekomst niet alleen wat kan zeggen maar ook wat kan doen. Dat scheelt. Het is laat, erg laat maar ja, de minister had er weinig belangstelling voor. De Kamer ook niet. En verder komt er een soort toezicht op het toezicht. Interessant. Hebben we meer meegemaakt. Zou er nog een vraagje van af kunnen over wat het IMF te zoeken heeft in dat toezicht op toezicht? Ik reken er niet op.

De operatie ‘houdt Gerrit uit de wind’ is bijna voltooid. Gewoon, door er geen belangstelling voor te hebben.

17 augustus

=0=

 

Diepte

Vandaag gaan de onderhandelaars van CDA, VVD en PVV de ‘diepte’ in. Er schijnt zelfs papier besteld te zijn opdat niet vergeten wordt wat is afgesproken. Papier en diepte, een mooie combinatie. Wat zou Opstelten in de tussentijd doen? Die heeft sinds z’n doctoraalscriptie niets meer aan het papier toevertrouwd zou ik denken en op enige diepte is hij nooit betrapt. Wel wordt zijn mimiek steeds beter en hij baat z’n stem ook goed uit, zeg nou zelf. Duim omhoog, wijsvinger naar voren en dan zeggen dat je nog even optimistisch bent als aan het begin van de rit. Hij heeft de reputatie een goed bestuurder te zijn. Dat moet dan wel iets over reputaties zeggen. Of over bestuurders natuurlijk. Hoeveel beter is het eigenlijk met Rotterdam gegaan in de jaren van zijn burgemeesterschap aldaar?

Ik heb me echt het hoofd gebroken over die diepte van de onderhandelingen maar ik krijg geen beeld. Vanochtend hoorde ik een radioverslaggever uitleggen dat de onderhandelaars nu moesten beginnen aan het optrekken van een gebouw. Het bouwmateriaal zou bestaan uit concessies, over en weer, dat wel. Wonderlijk bouwmateriaal. Verslaggevers wordt steeds meer gevraagd om op basis van niks toch maar wat te verzinnen. Het zijn hoorbaar gehoorzame mensen. Een verstandig woord (hoe weet ik dat nou man!) komt er niet uit. Dat zal dan ook de reden zijn dat ik maar geen beeld krijg van die diepte. Tenzij diepte en peilloze ongelovigheid hetzelfde zijn. Alle publieke radiozenders kunnen worden gesloten volgens Wilders. Ik vraag me soms af wat we dan precies kwijt zouden raken.

En nog maar één publieke tv-zender. Stel je voor, zou Zomergasten bewaard blijven? Gisteravond keken Elly en ik naar de uitzending met Annet Malherbe. We vonden het niks, ergerden ons aan Jelle Brandt Corstius. Ik moest aan mijn moeder denken, bij Jelle dan, niet bij Annet. Mijn moeder had de gewoonte om nooit een stilte te laten vallen. Die vulde ze bij voorkeur zelf op. Mocht een ander zo onbeleefd zijn in haar vertoog in te breken dan hield ze dat een halve minuut, maximaal, uit om dan net dat woord uit het verhaal van de ander te kiezen dat haar in staat zou stellen om het initiatief in de woordenstroom weer naar zich terug te halen. Het wende. Nee, een gesprek hebben we nooit gehad maar dat zal ook de bedoeling niet geweest zijn. Van Jelle ook niet. Klopt het, zag ik bij beiden opluchting toen het allemaal voorbij was? Diepte, het is een heel vak.

16 augustus

=0=

 

Normale jongens

Bedreigingen aan het adres van politici blijken het werk van normale jongens uit normale gezinnen. Staat zo’n beetje in alle kranten. Wat het betekent weet ik niet onmiddellijk. Wel weet ik dat er geen speciaal allochtonenluchtje aan die bedreigingen zit. Wie weet is dat ook wel de uitleg van wat normaal is. Ik zou het vermoeden. Normaal is wat wij en onze jongens meer doen dan zij en hun jongens. Vroeger betekende normaal dat mensen zo’n beetje aan de verwachtingen voldeden, nu betekent normaal dat wij dat minder doen dan zij en dat pas als zij iets meer doen dan wij dat dan niet normaal is.

Bij de krant zou eigenlijk een soort verklarend woordenboekje moeten worden meegeleverd. Vandaag verstaan wij onder … Het zou mooi zijn. Zo mooi zelfs dat het niet doenlijk is. Journalisten zouden eerst moeten nadenken voor ze wat opschreven en tot het onmogelijke is niemand gehouden. Het is normaal dat journalisten nadenken, het is niet normaal dat de krant hen nog de tijd gunt dat ook te doen.

Nou ja, zo moeilijk is het bericht, eenmaal ontdaan van z’n discriminerend gebruik van het woord normaal, nu ook weer niet te lezen. Jongens van een zekere leeftijd scheppen graag op en dan doe je, het beeld verraadt het al, er een schepje bovenop en dan nog een schepje. Gebeurde altijd al. Doodschieten moesten ze zo’n klootzak, kielhalen, vierendelen, ophangen, wurgen, eerst verminken en dan pas doodschieten. Enzovoorts. Als je mee wilde tellen deed je mee en als het gezegd was, was het alweer vergeten. Geen haan die ernaar kraaide. Nu worden die dingen niet meer gezegd maar toevertrouwd aan wat ‘sociale media’ worden genoemd. Het zal aan de inhoud niet zoveel veranderen, aan het aantal deelnemers wel. En aan het aantal meelezers want die had je vroeger niet.

Al dan niet toekomstige werkgevers kunnen bijvoorbeeld zomaar meelezen. Is het normaal dat ze, of de door hen ingehuurde werving- en selectiebureautjes, dat doen? In Duitsland heeft de regering een plan ontworpen om anoniem solliciteren in te gaan stellen. Aardig plan. Het voorkomt de voor de hand liggende discriminaties en het ontkracht de effecten van sociale media. Althans in de eerste ronde en wie weet ook nog in de opvolgende rondes, tot aan de laatste. Toch een verbetering. De werkgevers wijzen wel op het eerste (aan de bestrijding daarvan doen we al heel veel, zeggen ze) en niet op het tweede.

Het goede nieuws is dat in Venetië binnenkort de eerste vrouwelijke gondelier aan het werk gaat. Ze is voor de zwaarste test al geslaagd, ze hoeft nog maar één testje (een niemendalletje maak ik op uit het bericht, in Touw gisteren) te doen. Een vrouwelijke gondelier. Het is niet normaal.

15 augustus

=0=

 

Groene kaas

De maan is van groene kaas. Die mening mag je hebben. Mij is die mening ook wel eens meegedeeld. Na mijn zesde levensjaar wat minder vaak dan daarvoor. Niettemin. Je wordt er geen onderzoeker mee, met die opvatting, maar voor politicus ben je misschien wel in de wieg gelegd. In de politiek is er geen centje pijn. Je bent vast de enige niet en voor mensen die niet van groene kaas houden en ook niet van de maan is het een uitkomst. Ik geloof niet dat groene kaas verboden is maar je kunt ernaar streven dat het nu toch eindelijk eens verboden wordt. Te beginnen met de aanbidding ervan. Er zijn altijd weer mensen die je voor gek verklaren, zeker, het neemt echter niet weg dat je er een politieke partij mee kunt beginnen. Mocht de maan niet groen blijken te zijn dan bewijst dat alleen maar hoe perfide de maan is. Ook daar vind je medestanders voor en omdat het land toch geregeerd moet worden moeten de andere partijen dat maar gedogen. De vrijheid van meningsuiting is in het geding en de maan zegt toch niets terug. Dat doen de voorstanders en tegenstanders wel. De mensen die wel wat beters te doen hebben moeten dat vooral blijven doen. Ze zullen het wel merken.

Moet het land geregeerd worden? Meestal gaat het heel goed met de economie als er niet geregeerd wordt. Zo ook nu. Ons CPB bewijst geheel uit het ongerijmde dat het er is om voor de overheid als centraal politiebureau hand- en spandiensten te verlenen. Het huishoudboekje van de overheid. Als je de inkomsten niet kunt voorspellen pak je gewoon de uitgaven. Logisch. Met de economie heeft het allemaal niets te maken. Voor het CPB en voor de politici die het allemaal heel belangrijk vinden (de verkiezingen gingen over de economie, toch?) is de economie een soort groene kaas. Kun je ook anders over denken en het wordt gedoogd. Gedogen gaat tegenwoordig over meningen. We zijn ver gekomen.

De vraag is wat godsdienst of breder: religie, is. Je hoogstpersoonlijke chaostheorie zou ik zeggen en hoe minder je weet hoe meer recursie en hoe makkelijker je te organiseren bent voor de verdediging van theorie en recursie. Hoe dan ook. Dat is jouw vrijheid. Verdienen tal van mensen een hele aardige boterham aan. Moet mogen. Mag. Is ook goed voor de subsidie en de belastingvrijstelling. Het geeft zin aan het bestaan en je kunt het groot en klein uitventen, luidkeels en pianissimo, zo hard dat de buren het horen en zo zacht dat het wel privé moet zijn. Je kunt het op alles betrekken en op een onsje minder. Meer is beter, de slager weet het. Het kan als politieke ideologie functioneren en het doet dat ook, ook in landen waar de kerken leeglopen. Er is behoefte dus er is aanbod. De wet van Say gaat ook al niet over economie, die wet gaat over zin, geloof, religie, godsdienst. Geloof is als het licht van de groene kaas dat door sommigen als heel schel, door anderen als mat en door weer anderen helemaal niet wordt waargenomen. De meeste mensen kunnen er best mee leven. Met die meningen dan, over het overige wordt gestreden. Uw zin is de mijne niet en de zin van zin is dat je dat zelf mag bepalen. Mijn zin is uw onzin. Er zijn ook mensen die dat weer te ver vinden gaan omdat ze hun chaos vrijheid noemen en de chaos van anderen een politieke ideologie.  

We zijn weer thuis. Gelukkig is het huis niet van groene kaas. Een mens kan best op vakantie gaan.

14 augustus

=0=



Camera

Hang in het doel een camera op en je weet of een bal de doellijn heeft gepasseerd of niet. Klopt. Iemand die steeds op de achterlijn en alleen op die achterlijn staat zou het ook kunnen constateren maar dat is een beetje ouderwets. Wat ook wel ouderwets zal zijn is niet het effect van gedrag bestraffen maar de straf te laten afhangen van de veronderstelde intentie van de voetballer of gewoon van de inschatting van de scheidsrechter. Die bijvoorbeeld de wedstrijd niet dood wil fluiten, of die een buitenspelsituatie laat passeren omdat de betreffende speler toch niet aan het spel deelnam, of die een overduidelijke handsbal wegwuift omdat het ‘aangeschoten’ hands geweest zou zijn. Daar helpt geen camera aan. Waarom die aandacht voor technologie? Waarom wordt de scheidsrechter niet geïnstrueerd de intentie de intentie te laten, zijn eigen inschatting voor thuis te bewaren en niets anders te doen dan te letten op het gedrag van de voetballers en dat gedrag te bestraffen als het een, in termen van de spelregels,  negatief effect heeft op de kansen van de tegenpartij? Het blijft ook dan een interpretatie natuurlijk maar het is wel een stuk makkelijker en voor iedereen ook een stuk inzichtelijker om gedrag en gedragseffecten te interpreteren dan intenties. Gewoon, buitenspel is buitenspel en hands is hands, en je bedoelingen en je opzet kun je houden. 

Het zal wel met de droom van de sportiviteit te maken hebben. Fair play is ook een mentaliteit, is misschien wel in eerste instantie een mentaliteit. Die in het voetbal een gevaarlijke luxe is geworden, die met voeten wordt getreden – als het nodig is en het is vaak nodig. Als je heel goed bent kun je je nog wat fair play veroorloven, als je wat minder goed bent niet. Spanje won de fair play prijs en zo hoort het in een toernooi waarin fair play geen eigenschap van het spel maar de kers op de appelmoes is. Het rare is dat hoe meer fair play naar de marge van de uitblinkende voetballer wordt verbannen hoe zwaarder, lijkt het wel, de arbitrage de mentaliteit van de spelers in zijn beoordeling van het spel betrekt. Natrappen bijvoorbeeld (klikspaan Wesley: Iniesta heeft nagetrapt en moet gestraft!) is voor elke scheidsrechter de indicatie voor een verdorven mentaliteit. Ontoelaatbaar. De spelers weten het en daarom zien we steeds meer dodelijk verwonde spelers op het veld kronkelen – als gevolg van een duwtje of zoiets. Natrappen! De rouwende rest van het benadeelde elftal stormt op de scheidsrechter af. Heeft hij het wel gezien? Nou, nou? Zo werd de bewonderenswaardige Kaka van het veld gestuurd. En daarom, vond Wesley de klikspaan dat Iniesta van het veld had moeten worden gestuurd. Gelukkig zijn er scheidsrechters die ook het gedrag van de klikkende, zeurende, eisende, dreinende Wesleys bestraffen. Er zijn er te weinig van omdat de meeste scheidsrechters niet het gedrag lezen maar de intentie. Jammer en om tal van redenen ook bedreigend voor alle dingen die je samen moet doen, in competitieverband of niet.

Zou het kloppen dat de camera de positie van de scheidsrechter op geen enkele manier vergemakkelijkt? Ja, je kunt constateren of de bal de doellijn heeft gepasseerd. Of de Hand van God er voor verantwoordelijk was weet je dan nog niet – dan heb je nog meer camera’s nodig. Maar of het een opzettelijke handsbal was – daar is geen camera voor. En dus kunnen we het vervolg voorspellen: hoe meer camera’s, hoe meer de voetballer erop getraind zal worden nog veel meer dan voorheen de intentiekaart te spelen. Ik vind dat we recht hebben op een camera bij elke training en in elke kleedkamer. Uit overwegingen van fair play.

14 juli

=0=


Ik makkelijk praten

Vorige week donderdag kwam ik er achter, in de tram op weg naar het station want ik zou die dag heen en weer moeten reizen naar en van Utrecht, dat ik geen boekje bij me had om in de trein wat te lezen te hebben. Dat kan natuurlijk niet – er zijn leefregels en daar moet men zich aan houden. Op het station kocht ik van David Sedaris Ik mooi praten. Ik kende Sedaris niet, de naam zei me vaag wat, ooit iets over gehoord natuurlijk zonder dat het echt was beklijfd. Op de cover en op de achterkant zag ik aanprijzingen van zulke uiteenlopende mensen als Aaf Brandt Corstius, Johannes van Dam, Candy Dulfer en Herman Brusselmans. Nog net Matthijs van Nieuwkerk niet zullen we maar zeggen. Ik had gewaarschuwd kunnen zijn. Maar omdat ik altijd moet grinniken om Brusselmans (nooit iets van hem gelezen trouwens en dat ben ik ook niet van plan) kocht ik het boek. Zijn aanbeveling: ‘David Sedaris is niet alleen de grappigste schrijver die er bestaat, doch eveneens de grappigste homo en dát is pas een wereldprestatie’.

Wat is een wereldprestatie? Dat ligt voor de hand. Het Nederlands voetbalelftal heeft een wereldprestatie geleverd en dat zullen we weten ook, vanmiddag in Amsterdam. Een wereldprestatie leidt tot een feestje waar iedereen bij wil zijn want het bier was al besteld en dan moet het doorgaan. Logisch. Een wereldprestatie is een behoefte. Een wereldprestatie is een bovenstebeste plek op de hitlijsten, waarvan doet er niet toe. Een wereldprestatie is een auteur waarvan mensen zeggen dat ze ook z’n andere boeken willen hebben. Een wereldprestatie is subjectief: ik zal niet nog een boek van Sedaris kopen.

Het onderwerp van Sedaris is Sedaris. Het boek bevat 27 schetsjes van hemzelf, verdeeld in twee delen, deel één en deel deux want dat speelt in Frankrijk. Grappig, deel deux. Als ik dat voor de aanschaf had gezien had ik kunnen weten wat me te wachten stond. Het zijn aantekeningen voor een autobiografie zou je kunnen zeggen en dus is de vraag: wie is Sedaris? Dat zou hij zelf ook wel willen weten en daar schrijft hij boeken voor en over. Hij is een beetje een rare jongen en hij komt uit een rare familie. Hij ontmoet voornamelijk rare tot zeer rare mensen – of ze worden raar omdat ze met hem te maken hebben, dat is me niet echt duidelijk geworden – met als voornaamste uitzondering zijn vriend Hugh. Hij doet rare dingen waarvan hij vindt dat ze helemaal niet raar zijn. Je moet toch wat en wie weet vinden wij het wel leuk. Als hij het voor ons opschrijft en dat doet hij. Het is zijn enige talent denk ik en het zal hem, naast Hugh, wel in leven hebben gehouden. Zijn leven is geen lof der onaangepastheid, en evenmin is het de blues. Het is ook geen pose want daarvoor zou je je hebben moeten inspannen. Vervreemding is het ook niet: vervreemding waarvan?

Als het dat allemaal niet is, wat is het dan wel? Ik doe een poging. Het is verveling. Sedaris heeft geen idee en omdat je daar je dag amper mee kunt vullen kleed je de verveling een beetje aan door te observeren. Jezelf in de eerste plaats (het gaat niet anders en, dat moet ik toegeven, daar draait de man niet omheen), de anderen omdat je nu eenmaal niet alleen bent en je mensen tegenkomt, omdat de provisiekast gevuld moet worden, omdat de huur moet worden betaald en dan kom je in contact met mensen die soms stom genoeg zijn je aanwezigheid werk te noemen en je er een schamel loon voor te geven. Voor de rest laat je het gewoon gebeuren en zo kom je aan de drugs en de alcohol en zo kom je in  Frankrijk. Niet omdat je dat wilt, of altijd al belangstelling voor Frankrijk had. Je wilt niks en je hebt geen belangstelling. Je vriend wou wat en had belangstelling voor Frankrijk en zo beland je in Frankrijk. Niks beters te doen als je niks te doen hebt en daar ook geen belangstelling voor hebt. 

Willem Frederik Hermans is oneindig veel grappiger.

13 juli

=0=

 

Resultaat

Resultaatvoetbal leidt niet tot resultaat. De voetballers hebben hun opdracht uitstekend uitgevoerd (de opdracht was: zorg er tot elke prijs voor dat Spanje niet kan voetballen), de prijs was verlies. Had Nederland gewonnen dan waren we blij geweest, nu Spanje heeft gewonnen is de rest van de wereld blij. Als je van voetbal houdt, dus die rest van de wereld is helemaal zo groot niet. Wesley Sneijder laat in de Telegraaf van vandaag aantekenen dat het een schande voor de sport is. Dat klopt. Een finale in het wereldkampioenschap voetbal en geen voetbal. De Spanjaarden deden hun best maar ondervonden enige hinder van de Nederlanders die vastbesloten waren voetbal niet toe te staan. Inderdaad, een schande voor de sport. Maar dat bedoelde Sneijder niet. Hij had het over de scheidsrechter. Die het spoor een beetje kwijt was geraakt door de ongelooflijke schoppartij van Nederland, die veel floot en toch nog van alles door de vingers zag en daar ook de Spanjaarden mee in liet delen. Over de schoppartij had Wesley het niet, over de lankmoedigheid van de man des te meer – zodra het Spanje betrof. Wij kregen niets cadeau, de Spanjaarden de wedstrijd. Wesley. Hij heeft gelijk, zijn verliezermentaliteit is een schande voor de sport.  

Even was er verwarring. Het spel was weer even stilgelegd. Een blessure aan Spaanse kant, ze spelen de bal buiten de lijnen, Nederland mag het spel hervatten en Heitinga geeft een lel naar voren die bijna een doelpunt wordt. De keeper kon de bal nog net corner tikken. Pas daarna kwam de bal op een nette manier bij de Spanjaarden terecht. Een Nederlandse aanslag op bijna de laatste beleefdheidsgeste in het voetbal. Na rust deden we het nog een keer, maar toen verdween de bal ongeveer naar de cornervlag, zodat de Spanjaarden er vrijwel niks meer mee konden. Genant. Maar, zo vroeg de Belgische commentator zich af, als die rare bal van Heitinga nou een doelpunt was geworden? Ja, dan had het geteld. Het resultaat telt, ook als het niet de bedoeling is en ook als daarmee de laatste restjes van fair play worden verwijderd.

Met dit voetbal is niet alleen, en ook nog door eigen toedoen, de wereldbeker verspeeld. Er is nog veel meer verspeeld: de reputatie dat door Nederland mooi voetbal wordt gespeeld en dat zulk voetbal ook verwacht mag worden. Het is als met geluk – dat komt af en toe je kant uit als je goed speelt. Nooit als je er een wanvertoning van maakt. Om Cruyff te parafraseren, je kunt niet op geluk spelen en je kunt het geluk wel verspelen.

12 juli

=0=

 

Lui

Ze worden zeldzaam, de voetballers die maar zo’n beetje over het veld sjokken, die zich amper met het spel lijken te bemoeien. Voetballers die hun tegenstanders in slaap sussen en dan toeslaan. Abe Lenstra kon het. Deed het. Het rolmodel van de luie voetballer. Je hebt nog altijd voetbalcommentatoren die af en toe roepen dat ze een speler de hele wedstrijd niet zien. Dat roepen ze als ze hem plotseling wel hebben gezien en dan had de tegenstander gewild dat ze hem wat eerder hadden gezien. Meestal gaat het over aanvallers. Nooit over verdedigers en middenvelders zijn altijd kilometervreters. Sneijder dankt z’n faam ook aan het feit dat we inmiddels niet meer weten of hij nou middenvelder of aanvaller is. Riquelme had er ook wel wat van. Ik heb hem gemist bij de WK. De Argentijnen ook vermoedelijk, maar dat is mosterd na de maaltijd. 

Een luie aanvaller, hij komt steeds minder voor. Ronaldo kan het zich permitteren niet mee te verdedigen maar de vraag is hoe lang hij er nog mee wegkomt. Z’n team kan het zich niet meer permitteren, dat hebben we gezien. Het komt natuurlijk door het ‘systeem’, de manier van spelen waarin iedereen zowel aanvallende als verdedigende taken moet willen uitvoeren en, veel erger nog, waarin geen trainer nog gelooft in die luiheid. Luiheid is strategie en zij trappen er niet in. Dat klopt, luiheid kan strategie zijn. Volgens Abe was het in zijn geval ook strategie. Bestaat niet meer. Nu moeten we gokken op dat ene momentje van verslapping, onachtzaamheid of verwarring van de verdediger waar je als aanvaller gebruik van maakt. Dan zijn we niet meer bij Abe, we zijn bij nummer veertien. Totaalvoetbal is totaal en daarin is voor Abe geen plaats. Voor Johan wel, hij is er groot mee geworden. Het zijn tijdperken.

Als je luiheid als strategie inzet ben je dan lui? Ik zou denken van niet. Met strategische luiheid regel je je eigen spel en de inzet is de tegenpartij op het foute been te krijgen. Je hebt het niet over jezelf, je hebt het over het spel en nu hebben we het over het uit het spel verdwijnen van de luie voetballer, de luie aanvaller. Van Persie durft niet meer, die wordt alleen maar ijveriger. Robben, onze straatvoetballer, straalt het een enkel keertje nog uit. Met het risico gewisseld te worden. Het past niet meer. We hebben er geen taal meer voor. Slow soccer bestaat niet, het verschijnsel dat ermee zou kunnen corresponderen wordt stelselmatig (jazeker) als ‘hangende koppies’ misduid.

In het dubbeldikke zomernummer van De Groene is luiheid het thema. Twee stukken in het blad hebben met voetbal te maken. In het stuk van Rob Wijnberg wordt er filosofie van gemaakt en verdwijnt het voetbal, in het interview met Gertjan Verbeek wordt duidelijk dat voetbal inderdaad een systeem is geworden, inclusief tal van observaties van Verbeek over de gevolgen daarvan voor de voetballer, die vanuit dat systeem al zijn relaties met z’n omgevingen moet herontwerpen – en daar niet altijd goed toe in staat is of er niet goed op wordt voorbereid. Voorbereid is het sleutelwoord. Je (oude maar opnieuw vormgegeven en je nieuwe) omgevingen verdienen een even, zij het een eigen, systematische aanpak als het voetbal. Voor luiheid, zelfs als strategie, is geen ruimte. Verbeek is ongetwijfeld een erg goede trainer, ik constateer het zonder enige ironie.

Er is hoop, desondanks. Ik ontleen het aan het artikel in het dubbelnummer van Loek Zonneveld. Het gaat over toneel, en tegelijk gaat het meer over lui voetbal dan de twee stukken over voetbal die ik zojuist aanhaalde. Centraal bij Zonneveld is de vraag: bestaat er zoiets als lui toneelspelen? Het antwoord is bevestigend en, dat is de stelling, daarom hebben we de regisseur gekregen want met de zelfregie van de acteurs wordt het niks. Met de zelfregie gaat het stuk alle kanten tegelijk op, ze lopen elkaar voor de voeten, ze raken hun spoor en hun zin kwijt. Wordt het luiheid. Dan wordt iedereen als Abe en het geheim van Abe was nu net dat als alleen hij het deed en de anderen juist niet, de luiheid rendeerde. Als iedereen maar wat doet wordt het gewoon luiheid, luiheid tout court zou je kunnen zeggen. Strategische luiheid is net als schaarste: je organiseert er omheen zodat je de schaarse factor – Abe in dit geval – het best tot z’n recht kunt laten komen. Dat doen we niet meer. We hebben de regie verzelfstandigd en acteurs acteren niet meer en voetballers voetballen niet meer. Ze voeren een opdracht uit. Ze spelen hun rol en de kunst van de regie is ‘het creëren van een precies afgestelde balans tussen de toneelspeler en zijn personage’. Verbeek had het kunnen zeggen. Als voetbalregisseur.  

Maar er is hoop, ik zei het al. Zonneveld schrijft over een Antwerps toneelgezelschap, STAN. Zij spelen Zomergasten van Gorki, een stuk waarvan iedere uitvoering een bewerking van het stuk is. Het stuk kan alle kanten op – alleen al daarom is het geschikt voor zelfregie. Elke keer nieuw dus, en elke keer opnieuw afhankelijk van de ‘afzonderlijke en gezamenlijke inspanning van de toneelspelers’. De toneelspelers ‘zijn’ hun personages niet, ze trekken de personages toe naar de toneelspelers die ze zelf zijn en waarmee ze in hun permanente voorbereiding voortdurend in de weer zijn. In zo’n wereld is er misschien ook weer plaats voor de luie voetballer, de voetballer die niet lui is maar zich opstelt als een ‘actieve, intelligente’ voetballer/toneelspeler?

Luiheid is een facet. Maak er een karaktertrek van en je krijgt een management dat van voetbal resultaatvoetbal maakt en en passant het voetbal opoffert. Als het nodig, als het resultaat het eist. Verbeek kan zelfs niet naar een voetbalpartijtje van tienjarigen kijken zonder dat als trainer te doen: ‘ik denk altijd in systemen’, zegt hij, en waarom ook niet want hij heeft zelf geen kinderen dus de supportersrol past hem niet. Wat past is het systeem. Passen in een systeem, ze kunnen het niet vroeg genoeg leren. De sponsor wil waar voor z’n geld.

11 juli

=0=

 

Haircut

Dat de advocaten van de DSB erop wijzen dat instanties als DNB, AFM en het Ministerie van Financiën op de valreep voor de publicatie van het rapport van de commissie Scheltema twee dagen hadden om te reageren en dat het een kleine twee maanden werden is van belang. De Minister en de Kamer kon het niet schelen maar dat wisten we al. Die hadden er belang bij de kwestie tot ‘cultuur’ terug te brengen en dan heb je niets aan afspraken over tijd. Dat Scheltema het liet passeren is erger en het is goed dat de advocaten daarover aan de bel trekken. Wat was toch het belang om publicatie van dat rapport tot weken na de verkiezing uit te stellen? Het voordeel van een nieuwe en onervaren Kamer? Zo zijn we ook aan de JSF geraakt en we zijn er nog altijd niet van af. Of was het toch de positie van Zalm?

Het rapport van de commissie is tien dagen oud en de advocaten brengen nu naar buiten dat Scheringa eind 2008 bereid was af te treden als bestuursvoorzitter. Zalm zou z’n opvolger worden. Zalm vertrok. Waarom? Kijk, Scheltema wou en wil er niet van weten want zijn redenering is steeds geweest dat Gerrit een patente leerling is die je op één verprutst proefwerk niet moet afrekenen. Het gaat om het geheel, zei Scheltema, en het geheel is goed. Hoe hij dat allemaal wist is een goed bewaard geheim. Gerrit had nog een heleboel dingen willen doen bij de DSB maar had ze nog niet gedaan en toen hij ze kon gaan doen ging Gerrit naar ABN-Amro. Daarmee zeggen de advocaten meer dan ze bedoeld zullen hebben: na het vertrek van Gerrit hield het voor de toezichthouders op. Die het daarna niet heel handig hebben aangepakt als we Scheltema mogen geloven. Op die onhandigheid worden de toezichthouders nu aangesproken door de advocaten. Over de haircut bijvoorbeeld, de afwaardering van de onderpanden van de DSB waardoor die bank plotseling 875 miljoen euro minder kon lenen. Onhandig, als je net geld nodig hebt. Ik ben benieuwd. Ik ben nog veel meer benieuwd naar de discussie over de beslissing van Zalm – als er iemand was die kon weten dat zijn vertrek in die situatie het einde van de DSB inluidde was hij het wel. Ik had het begin van die discussie graag meegemaakt voordat er verkiezingen waren geweest en voordat een nieuwe en onervaren Kamer even de keel mocht schrapen en daarna met vakantie werd gestuurd.

Het zou me niet verbazen als Zalm en Scheltema dezelfde kapper hebben.

10 juli

=0=

 

Gekozen

De kiezer bestaat niet, bedacht de koningin en benoemde Tjeenk Willink als informateur. Die dacht dat Paars Plus het meest recht deed aan de verkiezingsuitslag. Niet aan de kiezer dus maar aan de uitslag van de verkiezingen. De kiezer bestaat niet. De kiezer bestaat wel degelijk, bedenkt Patrick van Schie. De kiezer is rechts, in het bijzonder op het gebied van immigratie, integratie en criminaliteitsbestrijding. Van Schie wil meeliften op de gouden formule van Wilders, de formule die immigratie, integratie en criminaliteit nauw aan elkaar wil koppelen. Dat heeft Rutte, die immigratie aan opleiding verbond, niet gedaan. Daarom, zo vervolgt Van Schie, kan wel een kabinet met VVD, D66 en GL, en nog wat om tot de juiste optelling te komen en niet een kabinet met ook de PvdA erin. Want met de PvdA zijn de verschillen te groot. Volgens Rutte waren dat economische verschillen, volgens Van Schie niet. Het zal de PvdA allemaal niet verbazen. D66 en GL wel.

Nu is Van Schie directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD dus hij zal het wel weten. Zo’n man doet in abstracties, daar hij heeft hij voor doorgeleerd. Zijn vondst (Sire, de kiezer bestaat) is wel wat teleurstellend. De Nederlander bestaat, de immigrant bestaat, de allochtoon bestaat. De VVD-er bestaat natuurlijk ook. Altijd benieuwd naar geweest, naar de VVD-er. Een paar jaar geleden hebben ze daar zelfs met z’n allen in eigen clubverband verkiezingen over georganiseerd. Rutte won, nipt. Maar de kiezer strafte dat af. Die zei dat Rita de VVD was en helemaal niet die jongen die zoveel van z’n moeder hield. Het bracht de VVD in grote verlegenheid, toen. Nog maar zo kort geleden. De partij besloot dat, wat de kiezer ook wou, de VVD-er niet bestond, dat Rutte gewonnen had in eigen huis, dat Rita zich daar bij neer moest leggen en anders ging ze maar weg. Zo geschiedde. Ik heb Van Schie er niet over gehoord. Destijds. Misschien beschikte hij toen over andere abstracties.

Het zou heel goed zo kunnen zijn dat Rutte van mening is dat de kiezer niet bestaat en dat daarom de verkiezingsuitslag zo ingewikkeld is. Dat vond Rosenthal ook. Tjeenk Willink ook. Wallage ongetwijfeld ook en Rosenthal zal in de korte tussentijd niet van standpunt gewisseld zijn. Ik denk dat de arme Patrick alleen staat met z’n kiezer in enkelvoud, de kiezer die alle overige kiezers representeert en tegelijk in één beweging overbodig maakt. Of nee, toch niet helemáál alleen. Wilders kent hem ook, de kiezer. Zijn wil zij geëerbiedigd.

9 juli

=0=


Ding

Alles wat Camus van de moraal wist had hij aan het voetbal te danken. Deze uitspraak vond ik in het boek van filosoof Jan Vorstenbosch Voetbalgek (Lemniscaat, Rotterdam: 2010: 41). Vorstenbosch, zelf een verdienstelijk amateurvoetballer, beschrijft het voetbal vanuit de voetballer. Dat is het juiste perspectief. Het luisteren naar muziek is voor de actieve muziekbeoefenaar iets anders als voor de passieve consument (Adorno wees er al op) en het kijken naar voetballen is voor de voetballer een andere beleving dan voor hen die nooit de vreugde van het spel hebben leren kennen op straat, op kleine veldjes, op het echte veld.

Nog anders is het voor het jongetje Cruyff en het jongetje Vorstenbosch, jongetjes die eindeloos in hun eentje met een bal tegen een muur (of een luik) hebben getrapt om alles van de nukken van de bal te leren, alles van de voet die de bal stuurt, alles van de verantwoordelijkheid die jij hebt voor het resultaat want jij trapt die bal en jij doet al doende de kennis op over de interactie tussen bal, muur, en voet. Die kennis verplaatst zich naar de voet, komt in de voet (de voet is erg ondergewaardeerd zegt Vorstenbosch terecht, tot en met de taal aan toe)maar hoe dan ook, jij bent de enige verantwoordelijke. Daar zit de moraal want jij hebt het gedaan en als het niet beter gaat ligt het alleen aan jou. De verplichtingen op het veld, later, zijn er een voortzetting van en combineren collectiviteit en individualiteit (:157).

De voet. Je gooit in met je handen maar in het veld zijn handen en armen verboden. Komt het voor dan als de Hand van God. Verder niet. Handen zijn taboe. Dat leer je net zoals de keeper leert dat zijn handen weer wel mogen en moeten. Waarom Zidane een kopstoot gaf en geen stomp? Omdat een voetballer z’n handen niet gebruikt en een echte voetballer heeft dat gebod zo goed geïnternaliseerd (: 71) dat hij dat ook in woede niet doet. Met die kopstoot bewees Zidane hoezeer hij een voetballer was. Ik vind het wel een aantrekkelijke uitleg. Zidane heeft ongetwijfeld ook eindeloos de bal tegen een muurtje aangetrapt.  

De bal is een ding. Het is het middel aan de hand waarvan (moet natuurlijk zijn: aan de voet waarvan) je je verantwoordelijkheden leert exploreren, verdiepen en accepteren. Kinderen winnen hun eerste gevoel van zelfstandigheid via het ding, van het klosje van Freud tot en met de knuffel die altijd mee moet en altijd beschikbaar moet zijn. Het ding leer je naar je hand zetten (fort – da), het is een medestander, en een overgangsobject tegelijk, een ding dat de overgang vergemakkelijkt naar de grote wereld waarin je het alleen volhoudt als er ten minste nog iets is dat je naar je hand kunt zetten (: 35-36). Naar je voet, want je kunt ook dat leren.

Dat overgangsobject en het erbij horende overgangsgebied word je vanaf de lagere school snel afgenomen stelt Vorstenbosch in ditzelfde verband. Knuffels mogen de klas niet in, ballen al helemaal niet. De straat is de kinderen ook al afgenomen en zelfs blinde muren zijn schaars. Voetbal is school aan het worden en we zien het terug in het systeem of de systemen van het huidige professionele voetbal dat ook z’n schaduw werpt over elke amateurbeoefening van die sport. Vorstenbosch verwijst naar een publicatie met daarin de stelling dat het voetbal is doorgeschoven van ‘verrukking’, via ‘kunst’, naar ‘systeem’ (:172-173). Zelf prefereert hij dat geen fasen of ontwikkelingsstadia te noemen maar dimensies. Aspecten lijkt me nog zuiverder maar vooruit. Misschien zijn het geen historische stappen van pakweg 1870 tot nu, maar het zijn wel stappen die het kind zet van z’n eerste bal tot en met Johannesburg en dan gaat het wel degelijk om een ontwikkeling in de tijd. En dan komen we met aspecten niet uit. De verrukking komt in het gedrang en zelfs de kunst wordt ondergeschikt gemaakt aan het systeem.

Het ding wordt steeds vroeger ingeruild voor de dril. Wat dat betekent voor de verantwoordelijkheid en de moraal van Camus wordt door Vorstenbosch niet uitgewerkt. Ik zou er meer over willen weten, over de verschoolsing van het voetbal en over voetbalscholen die de discipline er in hameren in plaats van op de ontwikkeling van de kinderen zelf te vertrouwen. Die de eigen leerschool van het ding vervangen door de instructie door anderen.

Zou het op toeval berusten dat toptrainers allemaal zo hun systeem koesteren en zelden (Beckenbauer is een eenzame uitzondering) topvoetballers zijn geweest?

8 juli

=0=

 

Uit de marge

De bijlage bij het eindverslag van informateur Tjeenk Willink (‘Wat kan binden in plaats van scheiden’) is een interessant stuk. In vier paragraafjes (onloochenbare feiten; mogelijke gemeenschappelijke uitgangspunten; de positie van het kabinet in relatie tot de Kamer; de kwaliteit van het openbaar bestuur) vat de informateur handzaam samen wat hij al sinds jaar en dag in zijn jaarverslagen opschrijft en hij actualiseert het ook nog eens voor ons. Dat is prettig. Waar een informatieronde al niet goed voor is.

In de ‘onloochenbare feiten’ herinnert Tjeenk Willink ons er aan dat het veel over economie ging tijdens de verkiezingen, en weinig over de oorzaken daarvan en ook niet over de ecologische crisis en de bestuurlijke (vertrouwens)crisis. Onloochenbaar is ook dat Nederland een open land is dat weinig in z’n eentje kan oplossen – en dat we dat kennelijk even vergeten waren. Onloochenbaar is ten slotte dat de zekerheden die tijdens de verkiezingen zijn rondgestrooid op drijfzand zijn gebaseerd. Onloochenbaar is, kortom, dat waar de verkiezingen over hadden moeten gaan tijdens de verkiezingen is genegeerd. Daar heeft Tjeenk Willink gelijk in, maar nieuws is het niet. Welke verkiezingen van de laatste tijd gingen wel waarover ze hadden moeten gaan?

De paragraaf over ‘mogelijke gemeenschappelijke uitgangspunten’ is intrigerend. Een kort regeerakkoord is mogelijk als het duidelijk en eerlijk is over bezuinigen, over de beleidcriteria die daarbij in acht worden genomen, over maatregelen die een langere adem hebben (pensioenen, woningmarkt, studiefinanciering, arbeidsmarkt), over het toekomstperspectief waarbinnen het allemaal gebeurt en, nog belangrijker, als het regeerakkoord geen loze beloften bevat over financiële zekerheden die toch niet te geven zijn en wel beloften over de zekerheden van de democratische rechtsstaat en grondrechten. Het zou, inderdaad, mooi zijn als dat van een mogelijk tot een echt gemeenschappelijk uitgangspunt werd. De veronderstelling van Tjeenk Willink daarentegen, dat je financiële onzekerheden zou kunnen compenseren met rechtsstatelijke zekerheden, geeft me rechtsstatelijk een wat onzeker gevoel. Als het ware.

Tjeenk Willink pleit voor meer autonomie van de Kamer ten opzichte van het kabinet en, neem ik aan, omgekeerd. Er mogen meer vrije kwestie komen dan we gewend zijn. Het gevolg is dan wel dat het kabinet ‘homogeen’ moet zijn. Daar kan Balkenende het mee doen, want in zijn kabinetten bracht iedereen weinig bestuurlijks mee en des te meer eigen politiek. Daar moet je vroeg aan beginnen, aan die homogeniteit, al tijdens de formatie, en de politieke leiders moet je dan niet in je kabinet willen hebben. Enige competentie-eisen mogen ook wel aan het kabinet en elk lid ervan worden gesteld (‘financieel-economische geletterdheid’ wordt als zodanig genoemd. Merkwaardig toch, de nadruk daarop. Politiek-bestuurlijke competentie had meer voor de hand gelegen en was me wel zo lief geweest. Als je toch wat bij naam en toenaam wilt noemen en als je de zakelijke kanten zwaarder wilt accentueren dan de politieke). Dat was paragraaf 3.

De kroon op het werk is de laatste paragraaf (de kwaliteit van het openbaar bestuur). Het staat er, plompverloren. De kwaliteit (inhoudelijke deskundigheid) van de ambtenaren is teruggelopen. Ik denk dan aan de gebrekkige afstemming van personeelsbeleid op bedrijfsvoering en – nog belangrijker – aan de vele privatiseringen en verzelfstandigingen. Met het zich terugtrekken op ‘kerntaken’ is de overheid ‘kerncompetenties’ kwijtgeraakt. Vandaar, zoals Tjeenk Willink ook meldt, de vele ‘externen’ die de overheid inhuurt en de explosie van toezichthouders, van ‘verantwoordings- en controlemechanismen’. Duur en weinig effectief. En de richting is fout. Vernieuwing ontstaat niet door uitbesteding en de daarmee gepaard gaande aanbestedingen van van alles en nog wat, vernieuwing komt altijd ‘uit de marge’. Het gaat niet van binnen naar buiten maar van buiten naar binnen. Dat is aardig. Het probleem van het problematische openbare bestuur is blijkbaar dat het zich als opdrachtgever te weinig slimheid en vertrouwen weet te verschaffen. De oplossing van dat probleem zoekt Tjeenk Willink in de voorkant van het bestuur: waar het voor open staat. Dat zou je wensen. Gegeven een krachtige democratische rechtsstaat, en gegeven heldere politieke beleidslijnen is het inschakelen van de marge (en dat is iedereen die tot dusver voornamelijk werd overgeslagen bij de beleidsvoorbereiding en -vorming) een idee dat van kiezers burgers kan maken. Je zou het democratisch kunnen noemen.

Ik heb de nieuwe informateurs er nog niet over gehoord en de fractieleiders evenmin. Ik denk dat Jan Blokker het wel had kunnen waarderen. Wilders heeft al gevraagd hoe we van Tjeenk Willink af kunnen komen. Wilders snapt het helemaal. Gisteravond gingen grote groepen mensen de straat op. Maar dat kwam niet door Wilders en evenmin uit verdriet over het overlijden van Blokker. Zelfs de informatie was er onschuldig aan. Er moet nog een heel andere finale worden gespeeld.

7 juli

=0=

 

Kernenergie

Geen idee of dat Paars Plus er komt maar als het er komt denk ik dat we er de kernenergie bij cadeau krijgen. Het zal in dat geval misschien niet in het regeerakkoord verschijnen; het tot een ‘vrije kwestie’ verklaren is genoeg. Dat wordt dan heel erg slikken voor Groen Links. Voor de PvdA ook maar toch in de eerste plaats voor GL. Eén extra kerncentrale is wel het minimum. Groen rechts zal blij zijn, groen links zal terug moeten van partij naar beweging. De partij zal als GL verdergaan.

Zelf hoor ik al geruime tijd bij de twijfelaars over kernenergie. Hoe bij mij de verandering van tegenstander naar onwetende in z’n werk is gegaan kan ik niet eens meer achterhalen. Zo onwetend is onwetend. Ik heb het niet over de technische aspecten en risico’s van kernenergie want daar wist ik nooit wat van. Mijn afwijzing van kernenergie was niet gebaseerd op kennis van de zaak zelf. De afwijzing was gebaseerd op de gevolgen van een ongeluk – mochten die ontstaan. Gevolgen die een half continent konden raken en gevolgen die over verschillende generaties heen reikten. Te veel en te lang dus. Het punt was nooit dat die gevolgen moesten optreden maar dat ze konden optreden en zouden ze optreden dan zou het een verschrikking worden. Tsjernobyl is de onrustbarende illustratie. Met betrekking tot kernenergie was ik, om Furedi maar weer eens van stal te halen, helemaal in het regime van de mogelijkheid en niet in het regime van de kans. Ik was en ben het helemaal eens met Furedi dat het regime van de mogelijkheid een onprettig regime is (het leidt tot de perverse kanten van ‘preventie’) en toch maakte ik bij kernenergie blijkbaar een uitzondering. Ben ik nu doorgeschoven naar het kansregime en dus naar het regime van de best mogelijke bescherming tegen ongelukken en bijna-ongelukken en tegelijk naar de mantra dat je nooit nooit moet zeggen?

Zelfs dat weet ik niet. Voorlopig verzet ik me meer tegen de discrepantie dat we op tal van terreinen (onderwijs, veiligheid, jeugdzorg, arbeidsmarkt) doorslaan van een kans op mislukking naar het uitbannen van zelfs maar de mogelijkheid tot mislukking. Dat kan natuurlijk niet – er zullen altijd mislukkingen zijn – maar de sfeer erom heen is hijgerig, apocalyptisch, apodictisch. Dwingend, beperkend, beschuldigend. Je mag niet meedoen, je moet meedoen want anders. Het eerste spijbelgevalletje moet onmiddellijk worden aangepakt want alle criminele carrières beginnen met spijbelen op school. Dat soort overspannen gedoe, het wemelt ervan en het neemt alleen maar toe. Het regiem van de mogelijkheid die moet worden uitgesloten. De meeste politieke partijen – ook die van paars plus – zijn het er meer of minder uitdrukkelijk mee eens. En dan zouden we bij kernenergie dat regime inwisselen voor een regime voor  het zo klein mogelijk maken (nooit het uitsluiten) van de kans?

Zo makkelijk gaat het dus. Ik begin met een veronderstelling – die me overigens zo gek niet lijkt – en ik eindig met een zwartgallige verschuiving naar een eveneens veronderstelde situatie waarin we mensen op steeds meer gebieden aan het ringeloren zijn aan de ene en technieken die we een kans zouden willen geven aan de andere kant. Om in stijl te blijven: de kans erop kan ik niet inschatten maar de mogelijkheid doet zich voor. Het leven is verwarrend.

6 juli

=0=

 

Bank run

Het aardige van het rapport van de commissie Scheltema is dat het over het toezicht niets kan zeggen omdat de desbetreffende gegevens geheim zijn. Daarom, schrijft de commissie op pagina 272, is er ook niet veel te evalueren. We weten niet waar we het over hebben. Bovendien, zou een instelling als de DNB zichzelf evalueren, dan mag je ze aanraden de resultaten daarvan onder de pet te houden want voor je het weet heb je een schadeclaim aan je broek. Er is geen sprake van immuniteit, zoals in Engeland, en dus houd je je mond. Interessant, deze vergelijkende weetjes. 

Zo’n restrictieve praktijk gaat ver. Mensen met achtergestelde deposito’s (die niet onder de staatsgarantieregeling vallen) werden toen ze ongerust werden door de DNB het bos in gestuurd. Ja, zegt de DNB, als we meer hadden gezegd dan hadden we een bank run gekregen en dat mag niet en dus mogen we niets zeggen waar uit af valt te leiden dat het niet in orde is. De DNB is er eerder voor de banken dan voor de spaarders, daar komt het op neer. De commissie zit er maar mee. Alle begrip voor de positie van de DNB maar vervelend is het wel. Zou het niet zo moeten zijn dat de DNB in de toekomst over geen enkele afzonderlijke bank nog mededelingen doet? Verfrissende aanpak, maar de retorische vraag is voor wie dat enige steun biedt. Kunnen ze dan Lakeman niet in de kladden grijpen? Die riep de klanten van de DSB in het programma Goedemorgen Nederland op om hun geld weg te halen bij de DSB. De commissie (pag. 273) heeft er geen oordeel over. Als Lakeman iets had geroepen dat gekwalificeerd kan worden als ‘het opzettelijk door valse alarmkreten of signalen de rust verstoren (artikel 142 Sr.) of smaad (artikel 261 Sr.)’ dan had hij gehangen. Maar of dat zo is weet de commissie niet (de commissie weet niet wat vals of echt is en mag dat ook niet onderzoeken als gevolg van de Wet op het Financiële Toezicht enz. enz.) en dus trekt hij daar z’n handen van af. Dat geldt overigens ook voor de media die de boodschap van Lakeman verzonden en duizendvoudig keer herhaalden. Er is geen regel voor en dus is er geen regel.

De commissie zou het wel weer prettig vinden als er een wettelijk verbod zou komen voor het oproepen tot een bank run. Dat zou ‘onderzocht’ moeten worden. Verrassend, zeker als je er van uitgaat dat de commissie zelf ook niet weet of Lakeman daartoe opriep of niet. Het effect is één ding, de intentie een ander. Vraag het maar aan de man die op 4 mei op de Dam z’n stem verhief.

Tegen de achtergrond van de volstrekte ondoorzichtigheid van het bankentoezicht waarvan de commissie verslag doet is slechts een enkele conclusie mogelijk. We hebben het toezicht zo georganiseerd dat niemand weet waar hij aan toe is, inclusief het toezicht zelf. Dan is de aanbeveling van de commissie om over geen enkele bank ooit nog een mededeling te doen logisch. Wat je niet weet deert je niet en als het je wel deert is het toch al te laat. De zorgen over een bank run zijn nergens op gebaseerd. We kunnen gewoon nergens heen dus waar zou je naar toe moeten rennen?.

5 juli

=0=

 

Boel

Wat is die boel die bij elkaar moet worden gehouden? Ik kom de zin tegen aan het begin van een artikel in De Groene. Het artikel is het eerste van wat een reeks moet worden, een reeks over ‘het algemeen belang’. Ik wil niet flauw zijn maar het lijkt me dat het algemeen belang het belang is van alle burgers. Dus niet het belang van de voetbalvereniging, hoezeer het daar de laatste dagen ook op lijkt. Je kunt het ook iets deftiger zeggen en dan zit je in het hart van de oproep van Cohen: het algemeen belang is het belang van het overeind houden van de democratische rechtsstaat. Gek, dat begrip komt niet voor in het aangehaalde stuk, van Yvonne Zonderop. Niet alleen gek, overigens, ook en in de eerste plaats verontrustend. Het zal niet verbazen dat ze concludeert dat we geen procedureel antwoord op onze problemen nodig hebben maar ‘een politiek inhoudelijk’. Procedures zijn inhoudsloos, ze vertragen slechts en ze leiden af van waar het echt om gaat. Om de inhoud. Het is alsof ik een politicus hoor. Wil ze de politiek in soms?

Een democratische rechtsstaat is in de eerste plaats een ingewikkeld, vertakt en kwetsbaar procedureel mechanisme. Je hebt het niet zomaar maar je kunt het wel zomaar kwijtraken. De boel bij elkaar houden betekent dat je het niet wilt verliezen. De boel in beweging brengen betekent dat je wel wat beters te doen hebt. Zonderop weet toch wel dat de programma’s van Wilders en van Rutte de rechtsstaat zien als een instrument dat je benut als het je uitkomt en buiten spel zet als het je even niet uitkomt? In naam van hun democratie? Ze zou het moeten weten. Vanuit Rutte gezien is de afstand tot Cohen mede zo groot omdat bij Cohen de rechtsstaat een eerste zorg is. Rutte streeft, klassiek utilitaristisch, naar een politiek voor ‘the greatest good for the greatest number’. Hoe je dat ook wendt of keert, daar geef je het algemeen belang mee op. ‘Ons gemeenschappelijke belang’, waar Zonderop voor pleit, is nog net denkbaar in de utilitaristische traditie: voeg er de ‘op de lange termijn’ aan toe en je bent waar je wezen wilt. Let alleen op de uitkomsten, vergeet de rest en klaar ben je. Vanuit Cohen gezien zou de afstand tot Rutte onoverbrugbaar moeten zijn zolang Rutte de rechtsstaat als een voorraadkast blijft zien waar hij soms uit put en soms ook niet. Naar smaak om de keizers te behagen, naar behoefte om de economie vrij te stellen. ‘Iedereen doet mee’ is geen utilitarisme. Dat vind ik verheugend, hoe vaag de leus verder ook is ingevuld. In elk geval is het een leus die zich met de rechtsstaat laat verenigen en dat is een groot goed. Wat mij betreft gaat de huidige informatie over de inherente spanningen in elke rechtsstaat, spanningen die de rechtsstaat niet ontregelen maar definiëren en bij de les houden, en niet over de populistische varianten die menen dat ze hun democratische kont kunnen afvegen met het vervangbare papier van de rechtsstaat. Cohen zou daar, gelet op hun geschiedenis, medestanders in Groen Links en D66 in moeten kunnen vinden. Hoe actueel die geschiedenis in die partijen nog is, ik heb er mijn twijfels over.

De rechtsstaat is ook geen model of ontwerp, het is de uitkomst – per land verschillend, het zou vanzelf moeten spreken – van een lange ontwikkeling. Een democratische rechtsstaat kun je importeren noch exporteren, hoeveel militaire missies we ook blijven zenden. Waarom niet? Omdat procedures ertoe doen bijvoorbeeld en niet gevangen kunnen worden in hun veronderstelde tegenstelling met ‘inhoud’. Procedures zijn de wijze waarop wij kwesties op een acceptabele, legitieme, wijze menen te mogen en moeten afhandelen. Ze hangen er niet bij, ze horen erbij.

 

Wie over inhoud redekavelt heeft het meestal in dezelfde adem over ‘doelen’, volgens Zonderop zelfs ‘helder geformuleerde doelen’. En daar moeten de ‘middelen’ zich uiteraard soepel bij leren aanpassen. In plaats van bureaucratische ‘regels en procedures [die] de inhoudelijke leegte van het beleid maskeren’ hebben we fris nieuw beleid nodig, uitgevoerd door publieke instanties die we nieuw leven in hebben geblazen. Het staat er allemaal. Er staat nog meer; er staat dat al die bureaucratische regels en procedures een ‘kracht op zichzelf’ zijn geworden, en ‘tegenstanders van formaat voor menig eenvoudig burger’. Misschien dat een complexe burger het nog wel aankan, maar een eenvoudige zeker niet. Het resultaat is populisme. En BON, zegt Zonderop. Zo zit dat.

Wie doel/middel zegt, zegt ook hoog/laag. De politiek stelt de doelen van de uitvoering vast en kan daarom in de uitvoering geen ‘kracht op zichzelf’ dulden. De uitvoering is het middel. Tegelijk is de politiek hoog en de uitvoering laag. Ook alweer juist –in deze gedachtegang –, maar de politiek is niet het hoogste. Het hoogste is de kiezer, de rol die de burger in het publieke domein op gezette tijdstippen aanneemt. De politiek is verantwoording schuldig aan de burger, de bureaucratie aan de politiek. En de treurnis is dat de kiezer eerder let op wat er uitkomt dan op wat er ingaat terwijl wat wij democratie noemen is afgesteld op wat erin gaat en niet op wat eruit komt. Voor dat laatste hebben we, bijvoorbeeld, de rechtsstaat, internationale verdragen en aangegane verplichtingen, en daar ondervindt de kiezer hinder van. Vroeger, ja vroeger, toen hadden we zuilen en een verzuilde kiezer is gauw tevreden want op zichzelf nooit een meerderheid. Nu daarentegen hebben we een meerderheid, althans de kans erop want we zijn niet meer verzuild. Van Mierlo constateerde het in 1966, Cohen nog heel recent en geen van bieden zagen er een onvoorwaardelijke zegening in. De populist wel, maar die is dan ook resultaatgericht. Die gaat voor de inhoud zou Zonderop zeggen, en heeft geen boodschap aan de procedure. En al helemaal niet aan de ‘kracht op zichzelf’ van regeltjes en hun bijkomende bureaucraten en bureaucratie.

Daar zit toch iets geks. Van ondernemingen weten we dat die zo zijn georganiseerd dat ze in zalige onwetendheid hun beslissingen nemen. De werknemers weten wat ze te weeg brengen – wat ze te doen staat – de onderneming weet dat niet. De onderneming brengt effecten met zich mee waarvan het de totale reikwijdte kent noch overziet. Alleen op die basis kunnen aan de werknemers opdrachten worden verstrekt. Zou de onderneming alles van z’n totale ‘externe effect’ wel weten, of – nog erger – zou het dat allemaal wel moeten weten dan zou het snel gedaan zijn met het ondernemen. Vandaar dat we een uitgebreide set spelregels hebben die de aansprakelijkheid van ondernemingen beperken of zelfs uitsluiten. Zouden ze alles weten dan hadden we die spelregels niet eens nodig. Organisaties doen het soms goed en ze kunnen dat omdat ze niet alles hoeven te weten. Ze kunnen het niet en ze hoeven het niet. Het is daarom ook de voorwaarde voor elke organisatie in de politiek, of het nu om de staat als zodanig gaat of om staatsapparaten op grotere of kleinere afstand van regering en parlement. Pas als je niet alles hoeft te weten kun je datgene wat je niet weet, waar je dus ‘onzeker’ over bent, wegzetten in een ‘alsof’ en pas dan kun je je toeleggen op datgene wat je wel weet. Uiteraard, dat doe je weloverwogen en daar zijn opinies en expertises van tallozen voor nodig. Nee, het wordt er zo niet eenvoudiger op. Het is een beslissing om je ergens mee bezig te houden en dus niet met iets anders, ook al weet je niet wat die beslissing teweeg brengt voor het ‘iets anders’ en ook al weet je evenmin hoe succesvol de beslissing over het ‘ergens’ zal uitpakken. Ja, de wereld is complex. Je weet maar nooit wat er uit komt, ook niet in de politiek, en dat is vervelend als alleen dat je interesseert. Toch ligt de verbetering niet in de verwachtingen en beloften over uitkomsten, de verbetering ligt aan de voorkant, bij die eerste beslissing over het ‘ergens’ en dus over het ‘iets anders’. Daar hebben we democratie voor en ‘inspraak’ en ook verkiezingen. Aan de voorkant moet het beter, opdat we onze verwachtingen over de achterkant realistischer kunnen optuigen en loze beloften sneller kunnen demonteren.

De voorkant is er de afgelopen decennia niet eenvoudiger op geworden. De zuilen zijn weg, de maatschappij is diverser geworden en wat de staat nog is heeft ook aan overzichtelijkheid en duidelijkheid ingeboet. De EU bijvoorbeeld, door Zonderop voor het gemak maar overgeslagen. Bijgevolg wordt het afstemmen van al die heterogeniteit er niet makkelijker op en als de politici daar een eerste sortering of selectie in hebben gemaakt is dat niet het einde maar slechts het begin van de werkzaamheden. Als de politici het besluit nemen de grenzen dicht te gooien dan zijn de grenzen nog niet dicht. Daar zelfs maar in de buurt van komen, van het realiseren van dat besluit, is net iets meer dan het plaatsen van een bord. Je hebt er bijvoorbeeld, ik kan er ook niets aan doen, deskundigheid voor nodig en die deskundigheid moet worden geleverd dan wel gemobiliseerd en in elk geval bewerkt door de ‘kracht op zichzelf’ waar Zonderop zo’n hekel aan heeft. Een politiek besluit is niet alleen al daardoor uitvoerbaar en wat de ‘helder geformuleerde doelen’ van de ‘pragmatische generatie van veertigers, die nu overal aantreedt’ daar mee te maken hebben is een bijdrage aan valse verwachtingen en niet aan het ‘algemeen belang’. Een pragmatische generatie die denkt met doelen klaar te zijn is het tegendeel van pragmatisch. Ik moet maar hopen dat die generatie een verzinsel van Zonderop is.

Een serie over het ‘algemeen belang’ is meer dan welkom wat mij betreft. Maar dit is een valse start.

4 juli

=0=

 

Stel je voor

Stel je voor, zegt directeur Henk Brouwer van DNB, dat landen in Zuid-Amerika en Azië niet meer naar het IMF zouden gaan. Dat zou het einde betekenen van dergelijke multilaterale organisaties. Goed, laten we ons dat eens voorstellen. Het IMF is er voor betalingsbalansproblemen. Daarom, zegt Brouwer, hadden landen als Griekenland ook al veel eerder bij het IMF moeten aankloppen. Om manieren te leren. Hij zegt het bijna met zoveel woorden: in het Groei- en Stabiliteitspact moeten clausules komen dat probleemlanden verplicht worden zich de les te laten lezen door het IMF. Dat zal helpen. Europa heeft een dergelijke ‘onafhankelijke, strenge instelling’ hard nodig.

Het is geen klein bier dat Brouwer schenkt. Ik denk aan Globalization and its discontents, van Joseph Stiglitz. Een harde veroordeling van het IMF (en van de Wereldbank). Waarom? Omdat deze onafhankelijke strenge instellingen niet onafhankelijk zijn, onder streng alleen bezuinigen verstaan en omdat het enige land dat sinds jaar en dag moet bezuinigen uit de wind wordt gehouden. De VS. De klachten hangen samen want we hebben het over instituties in de schaduw van de VS en ze schrijven andere landen voor wat ze de VS niet voorschrijven en wie weet schrijven ze zo voor opdat ze de VS niet hoeven voorschrijven. In Afrika (voor Brouwer bestaat Afrika niet – een al bijna klassieke omissie), Azië en Zuid-Amerika hebben de recepten van het IMF desastreus uitgewerkt. Met als reactie dat een aantal van de betrokken landen wel uitkijkt zich nog een keer te melden. De vrees van Brouwer – het einde van dit type multilaterale organisaties – leek op weg bewaarheid te worden. Nog maar een paar jaar geleden. De crisis heeft het IMF gered, de nood van landen dus, en niet het beleid. Hun nood is onze kans, zoals een crisis altijd kansen schept. Staat in de leerboeken en iets anders dan leerboeken hanteren ze niet bij het IMF. Plus, uiteraard, his masters voice. Versleuteld, dat wel, want hoe het IMF werkt weet alleen het IMF en het legt daar geen verantwoording over af. Waarom ook? Het IMF heeft ingebonden, heeft de eenzijdigheden en eenzijdige dominantie van de VS wat afgezwakt – en gaat door met z’n bezuinigingsreceptuur. Betalingsbalansproblemen. Om het niet al te gek te maken heeft het IMF nog wel uitgesproken voorstander te zijn van een bankenbelasting. Nu ja, de Amerikanen zijn er ook voorstander van dus al te veel moeite zal de uitspraak niet gekost hebben.

Brouwer is niet voor zo’n belasting. Het instrument is te bot, meent hij, en het zal noch de economie noch de banken helpen. Dat is een verrukkelijke uitspraak. Brouwer vreest niet his masters voice, hij vreest de ‘vox populi’.  De bankenbelasting is er voor het volk, en met gezond, verstandig, deskundig monetair en financieel beleid heeft het niets te maken. Maar, Henk, stel je nu toch eens voor dat wat goed is voor de economie niet alleen al daardoor ook goed is voor de banken, en omgekeerd. Stel je eens voor dat het goede voor de banken slecht is voor de economie – de huidige crisis bijvoorbeeld, stel je die eens voor. Jawel, zegt Henk, maar daar moeten we niet te simpel over denken en als we er simpel over willen denken dan zijn het toch eerder de Amerikanen dan wij die we verantwoordelijk moeten stellen.

Ja, Henk, daar heb je gelijk in. En daarom had het je gesierd als je het IMF als onderdeel van die Amerikaanse verantwoordelijkheid had meegenomen. Zo’n man is toch wel een echte bankier. He wants his cake and eat it. Stel je dat eens voor! In de bankenwereld kon het en kan het. Als het aan Henk Brouwer ligt.

3 juli

=0=



Oppakken, aanpakken, doorpakken

De rivier is buiten z’n oevers getreden en heeft grote delen van het land onder water gezet. Sommige schepen zijn gestrand, een enkel schip is gezonken. In politieke kringen is naarstig naar een schuldige gezocht. Er is een onderzoekscommissie ingesteld, het rapport heeft lang op zich laten wachten maar nu weten we het. De brugwachter heeft de brug open laten staan. De Kamer vindt een flinke schrobbering wel het minste. Enkele fracties dringen er op aan dat de brugwachter de eer aan zichzelf houdt. Eén fractie vindt dat de minister op diens ontslag moet aandringen. Van de aanstaande contractverlenging wil voorlopig niemand iets weten. De minister kondigt aan dat hij op korte termijn een cultuuromslag van de brugwachter verlangt. Bij de eerstkomende overstroming – daarover had de Kamer al eerder een rapport over laten opstellen – zal in elk geval de dienstregeling van het openen en sluiten der bruggen op orde moeten zijn. Het Kamerlid Sap (ik voorspel haar een grote toekomst) wil niet uitsluiten dat bij een goed gehandhaafde dienstregeling er zelfs helemaal geen overstromingen zullen plaatsvinden. En dat in elk geval geen schepen meer zullen stranden, laat staan zullen zinken. Haar woorden vinden veel instemming. De pers schrijft mee.

De Kamer heeft haast. Ferme woorden werden gesproken over het plan van aanpak van Wellink. Oppakken, aanpakken en doorpakken, antwoordde de minister, die daar zeer tevreden bij keek. Geen spreker, die man. Überhaupt weinig sprekers in de Kamer, die trouwens voornamelijk leeg was. Het is mooi weer en belangrijke staatszaken tref je overal aan. Alleen Slob en Koolmees van D66 hadden nog iets van een tekst die ergens op leek. Mevrouw Sap (ik voorspel haar een grote toekomst) van Groen Links – ik mis Kees Vendrik deerlijk – hanteerde de grote mond van de makkelijke moraal en trok zich schielijk terug toen de PVV een motie indiende waar ze wel achterstond maar toch ook weer niet achter kon staan. Ik voorspel haar een grote toekomst.

Haast. Dat plan van aanpak moet er echt midden augustus zijn. Dat is uiterlijk vijftien augustus en niet later zei Irrgang dreigend. De voorzitter merkte lief op dat de vijftiende een zondag was, mocht maandag ook? Het mocht. De minister zei het toe. Waarom die haast? De commissie Scheltema heeft eindeloos uitstel bedongen en gekregen. De Kamer liet het passeren. Waarom, als het allemaal zo’n haast heeft? Het is scoren voor een lege Kamer en een ijverige pers. Kamerlid Weekers van de VVD spande de kroon. Wellink moet ook de conclusies van de commissie De Wit over Icesave en ABN-Amro erkennen, vindt hij. Grappig. Die commissie had nog wel meer conclusies. Over de droeve capaciteit van bankiers bijvoorbeeld. Of over de scheiding van bankfuncties en ingrijpen in de financiële markten omdat we van zelfregulering vooral niets moeten verwachten. Overstromingen. Daar heeft de goede man het niet over. Daar heeft het functioneren van de DNB niets mee te maken namelijk. Dat gaat over de schepen, niet over de overstroming. Daar denkt de commissie De Wit anders over – het is de voornaamste strekking van het rapport dat het toezicht tekortschiet omdat de markten ontketend zijn. Weekers ziet dat anders. Voor hem is een rapport een keuzemenu.

Weekers vindt dat de DNB ‘transparanter en assertiever’ moet zijn. Wonderlijk. In het rapport van de commissie Scheltema kan hij zien dat transparantie in het toezicht op financiële transacties taboe is. Nogal wiedes, die transacties zijn zelf niet transparant. Ja, als je bankfuncties scheidt en een beetje marktordening introduceert, wie weet. Maar daar wil Weekers niet van weten en zelfs mevrouw Sap (ik voorspel haar een grote toekomst) heb ik er niet over gehoord. Die dingen, de transacties en de transparantie van het toezicht hebben namelijk niets met elkaar te maken. Ze hebben natuurlijk van alles met elkaar te maken maar omdat Weekers de markt een goed hart toedraagt en mevrouw Sap een transparant moreel oordeel van meer belang vindt dan enige bezorgdheid over het onderwerp waar het over gaat, hebben ze toch weer niets met elkaar te maken. Mevrouw Sap (ik voorspel haar een grote toekomst) meent dat de DNB nu door de minister onder curatele is gesteld. Dat vond ze goed en ook weer niet goed.

De minister ging er wijselijk niet op in. Hij kan niet alles oppakken, aanpakken en doorpakken. De cultuur van de DNB is al een hele klus, daar kan de cultuur van de kamer niet nog een keer bij. Hoe lief het me ook zo zijn.

Mevrouw Sap (ik voorspel haar een grote toekomst) is een transparante en assertieve illustratie van de cultuur van de Kamer. Zet haar naast Weekers en we mogen nu al vrezen voor paars plus. Welk een assertiviteit! Wat een transparantie!

2 juli

=0=

 


Gelukszoekers


Hoogleraar Anton van Kalmthout gaat met pensioen. Het moet, hij is 65 jaar. Van Kalmthout weet alles van vreemdelingen en vreemdelingenrecht. En van andere gemarginaliseerden. Gelukszoekers, een term die bij mensen die we nog niet kennen gelijk staat aan onwenselijke en ongewenste illegalen en bij bedrijven die we nog niet kennen aan wenselijk en gewenst ondernemerschap. Over het laatste heeft Van Kalmthout het niet, over het eerste des te meer. Het staat allemaal in een uitgebreid interview in Trouw.
Een mensenleven van een gelukszoeker is niets waard, meent hij. Duizenden mensen die onderweg verdrinken. Het zijn kostenposten en als ze de oversteek al halen betekenen ze overlast en criminaliteit. Voor ons. De grens tussen het zijn van illegaal en crimineel handelen is er en de uitnodiging er gebruik van te maken ook, of je als illegaal nu wilt of niet. Het is vernederend. Voor hen, die het ondergaan, voor ons, die eraan voorbij gaan. En het blijft niet beperkt tot vluchtelingen. Het strekt zich inmiddels ook uit over gevangenen en tbs-ers. Het is een klimaat geworden, jaloers bewaakt door Verdonk, Wilders en Teeven. Van Kalmthout noemt ze. Hij heeft gelijk. Hij memoreert ook het dedain voor onderzoek dat de andere kant op wijst (en de moeilijkheid het gefinancierd te krijgen). Hij wijst op de in verkiezingsprogramma’s  (PVV, VVD, SP) vervatte uitspraken over het dan maar opzeggen van internationale verdragen die we niet kunnen opzeggen, en op de regelmaat waarmee we op de vingers getikt worden door het Europese Hof van Justitie en door de Raad van Europa. Enzovoorts.

Wilders wordt soms gefeliciteerd met zijn vermogen om woorden en beelden zo te mengen dat ze blijven hangen als een deun die je niet meer kwijtraakt. Ik zou denken dat degenen die al in de jaren tachtig zijn begonnen met het onderscheiden van ‘economische vluchtelingen’, om die vervolgens als gelukszoekers af te schilderen op z’n minst even effectief geweest zijn. Toen we geen gastarbeiders meer hadden hebben we in één beweging ook de gastvrijheid maar afgeschaft. De veranderingen in het gezinsmigratierecht zijn er de meest pregnante uiting van. Lees er het proefschrift van Saskia Bonjour, Grens en gezin (Universiteit Maastricht, 2009) maar op na. Leo Lucassen verwees er vorige week in de Groene nog naar, in een stuk over ‘de mythe van de linkse kerk’. Bonjour komt tot een verrassende conclusie. Met het gelijktrekken van de rechten van mannen en vrouwen beschikken mannen en vrouwen niet langer over het automatisme dat een buitenlandse vrouw die met een Nederlandse man trouwt direct Nederlandse wordt en omgekeerd: een buitenlandse man die met een Nederlandse vrouw trouwt wordt niet daardoor Nederlander. In de plaats van het staatburgerschap als toelatingscriterium is de herkomst getreden; we spreken niet zozeer over Nederlanders en vreemdelingen als wel over autochtonen en allochtonen. Bonjour leidt daar uit – dat is de conclusie waar ik het over had – af dat de status van het staatsburgerschap is gedevalueerd. Je zou ook kunnen zeggen dat die status is geïndividualiseerd aan de ene, en dat die status van een recht naar een voorziening is doorgeschoven aan de andere kant. Het staatsburgerschap is duurder geworden. Dat verdraagt zich amper met de bewering van een devaluatie en ik denk dat Bonjour zich op dat punt heeft vergist. Er is geen sprake van een devaluatie (een verlaging van de wisselkoers van het Nederlands staatsburgerschap) maar van een appreciatie: het aanbod van staatsburgerschapstitels neemt af, de vraag neemt toe. Het Nederlands staatsburgerschap krijgt steeds meer de trekken van een positioneel goed, goederen waar je naar op zoek bent omdat ze schaars zijn. In ons geval: omdat ze schaars worden gehouden, omdat we het aanbod kort houden.

Ik zou denken dat we toelating tot Nederland zo moeilijk maken om de prijs van het staatsburgerschap permanent hoog te laten blijven. Dat krijg je als je van rechten voorzieningen maakt en aan die voorzieningen een stevig prijskaartje hangt. De ongerustheid van Van Kalmthout en zijn terugblik over de periode van zijn hoogleraarschap geven het allemaal perfect weer. Voor iedereen die het recht een goed hart toedraagt zijn het moeilijke tijden. Net zoals het voor gelukszoekers moeilijke tijden zijn. Er is geen gelukzoekersrecht.    

1 juli

=0=