Schapen kijken - foto Bel Any

 

DAGBOEKHOUDER

Aantekeningen van een ongeduldige toeschouwer

Ton Korver

Amsterdam/Den Haag 2010

Ga naar Archief:
2007–2008–2009–2010


Oktober

Wie?

Onverbloemd

Dubbelen

Bestuurders

Samenloop

Om in te lijsten

Zwedificatie

Vooroordeel

Commensaal

Jongeman

Kinderslot

Intercultureel

Mag ik misschien?

Een mislukte poging

Dubbele tong

Een linke vergissing

Manteltjeszorg

Unaniem

Geweten

Het monoculturele drama

Besluit

Overtreffende trap

Aanklacht

Voor is tegen en tegen is voor

Nieuwsuur

Straatterreur

September

Leiders

Duivels dilemma

Oreren

Ondergeschikt

Wet

Dromen

Ongein

Hakkelend

Eerwraak

Consument

Appels plukken

Vlak

Splijtzwam

Breekijzer

Nodig en nuttig

Zorgen zonder zorg

Boek

Wie zoekt zal niet vinden

Embarras du choix

Futurologie

Onmetelijk

Volleybal

Doen

Staatsracisme

Aflikken

Beraad

Proeven

Indringend


Maxima Moralia
 
Dat had ook de titel kunnen zijn van dit bundeltje aantekeningen. Maar ik wil niet overdrijven. Zo dicht op de huid zitten me de sketches hieronder nu ook weer niet. Ze gaan over dingen die me bezighouden en waar soms de handen van jeuken. Dat is nog niet hetzelfde als het ‘verzonken in ervaring’ dat de Minima Moralia van Adorno als keurmerk heeft. Je moet afstand weten te bewaren. Dat geldt voor de politiek – die karakterlozer wordt met elke nieuwe stap om vooral dicht bij de burger te blijven – en het geldt voor mij.

Niettemin, het kan altijd beter. En dat is een tweede verschil tussen mij en het inspirerende voorbeeld van Adorno. Er is geen goed leven in het slechte is een dictum dat nog uitgaat van een herkenbaar onderscheid tussen goed en kwaad. Daaruit vloeit het oordeel voort. Inmiddels twijfelen we ook daaraan. Dat is geen reden tot wanhoop. Eerder het omgekeerde. Twijfel is, met de gave ons te kunnen vergissen, de opmaat voor schaven en beschaven. Dat wordt makkelijk vergeten, en hoe drukker we het hebben hoe makkelijker. Ik ben aan diezelfde drukte gebonden. Vandaar het ongeduld, gekoppeld aan de afstand die ik met de woorden ‘aantekeningen’ en ‘toeschouwer’ verbind en het voorbijgaande dat meeklinkt in de titel waar ik uiteindelijk voor heb gekozen: dagboekhouder.

 


FiB
tijdschrift Filosofie in Bedrijf

Archief

Dagboekhouder 17
mei - juni 2010

Dagboekhouder 16
mei - juni 2010

Dagboekhouder 15
maart - april 2010

Dagboekhouder 14
januari - februari 2010

Dagboekhouder 13
november - december 2009

Dagboekhouder 12
september - oktober 2009

Dagboekhouder 11
juli - augustus 2009

Dagboekhouder 10
mei - juni 2009

Dagboekhouder 9
maart - april 2009

Dagboekhouder 8
januari - februari 2009

Dagboekhouder 7
november - december 2008

Dagboekhouder 6
augustus - oktober 2008

Dagboekhouder 5
april - juli 2008

Dagboekhouder 4
januari - maart 2008

Dagboekhouder 3
augustus - december 2007

Dagboekhouder 2
mei - juli 2007

Dagboekhouder 1
januari - april 2007

 


Wie?
Onze magistraten (rechters, aanklagers, en ook advocaten volgens de enquête van Vrij Nederland waaraan ik dit ontleen) zijn eerder man dan vrouw, eerder tussen veertig en zestig jaar dan jonger of ouder, ze lezen voornamelijk NRC Handelsblad en ook wel de Volkskrant en een beetje in Trouw, bij de vorige verkiezingen was de PvdA de grote winnaar en als er nu gekozen zou moeten worden gaat de prijs naar D66. Ze vinden dat ze te hard werken en zijn weinig onder de indruk van hun inkomen. Ze zijn getrouwd. De godsdienst hebben ze wel zo’n beetje gehad en een nevenfunctie om dan wel op de hoogte te blijven van wat anderen doen is niet nodig. Het zou zelfs het oordeel kunnen beïnvloeden. Politieke functies naast de magistratuur worden al helemaal met wantrouwen bekeken, en eigenlijk vindt men in meerderheid dat het niet kan. Op alle vragen over wat er zou moeten veranderen in het rechtsstelsel antwoordt de meerderheid dat het zo gek nog niet gaat, al valt op dat bij sommige vragen het aantal mensen dat het niet weet of er geen opinie op los wil laten erg hoog is – hoger dan het aantal dat wel een bepaalde mening heeft.
Waarom moeten we dit weten? Kennelijk omdat er behoefte aan is om uit te vinden wie achter de toga schuil gaat. We kunnen wachten op vergelijkbare enquêtes onder notarissen, artsen en specialisten, verpleegkundigen, onderzoekers en wetenschappers, onderwijzers en trainers/coaches en zo voort. Politie en militairen, toch ook handhavers van de rechtsstaat? Wat mij betreft nemen we hen ook mee, al worden ze minder snel met de vinger nagewezen. Bankiers? Van hetzelfde.
Ik vraag me af wat we nu weten. Dat het snel gaat met de wisseling van politieke voorkeur, dat weten we. Dat er zorgen zijn over de werkdruk, en dat die zorgen te maken hebben met de nadruk op productie en dat die nadruk ten koste gaat van het product, dat weten we. Daar is geen enquête voor nodig want zodra het recht een product is geworden is het met het recht somber gesteld. Het antwoord erop van de magistraten – dan maar meer specialisatie – is verstandig. Vanuit hun situatie, die niet de situatie van het recht hoeft te zijn. Dat magistraten fouten kunnen maken en dat het goed is dat daar correcties op kunnen plaatsvinden – dat weten we nu ook hoewel we het al wisten. Dat er, het blijft mensenwerk, redelijk wat variatie bestaat onder magistraten als we hen om hun mening vragen. De raio’s zijn overigens de echte uitschieters – en dat zegt dan weer wat over hun situatie die, opnieuw, niet gelijkluidend is aan de situatie van het recht. Niet verbazend, die variatie, hoewel het een nuttig antigif is voor aanhangers van het denken in complotten.
Nu ja, de magistraten weten heel goed dat hun werkdruk veel te maken heeft met drugs en dus is het begrijpelijk dat ze voor de legalisering van softdrugs zijn. En ze weten dat er strenger gestraft wordt dan vroeger en dus huilen ze niet mee in het koor van hen die vinden dat er nog lang niet streng genoeg wordt gestraft. Een enorme meerderheid is tegen de doodstraf. En ze vinden een voorrang van de vrijheid van meningsuiting op het non-discriminatie beginsel niet nodig (vermoedelijk het omgekeerde evenmin, al is daar niet naar gevraagd), net zoals de rechters wel (maar de aanklagers niet) van mening zijn dat de Raad van State de oren wat minder moet laten hangen naar de overheid. Voor zover ze zich er over uit laten dan, want het aantal respondenten met geen mening is groter dan het aantal voorstemmers of tegenstemmers.
Magistraten houden meer van voetbal dan van hockey en meer van tennis dan van golf. Dat is nog eens nieuws.
De enquête is overigens al twee jaar oud. Misschien hebben de magistraten hun politieke voorkeur wel doorgezet en hebben ze inderdaad D66 als de voor hen grootste partij in het zonnetje gezet. De pr-mensen rond Wilders hebben het in elk geval voor waar aangenomen. Waar een enquête al niet goed voor is. Weten we ten minste eindelijk waar zij hun waarheden vandaan halen.

31 oktober

=0=


Onverbloemd

Politiek is het proces dat uitmondt in, en z’n betekenis ontleent aan, het nemen van bindende besluiten, besluiten waar niemand in een bepaald gebied zich aan kan onttrekken. Het gebied is variabel (het kan een gemeente zijn, een regio, een land, een werelddeel of stukken daarvan, sommigen hopen op een politiek die de hele wereld bestrijkt), de functie niet. Zonder bindende besluiten wordt politiek een debatteerclub, ‘een nooit eindigend debat over een reeks van voorstellen om op een bepaalde wijze tegen de werkelijkheid aan te kijken’. Merkwaardig genoeg wordt door de auteur van de geciteerde zin, Marcel ten Hooven (sinds begin dit jaar verbonden aan de WRR), het debat dat nooit stopt als de essentie van politiek gezien. Daar hoort dan bij dat politiek in de kern is: ‘het op vreedzame wijze omgaan met verschillen’. Ik lees het in de Groene van deze week. Ten Hooven neemt blijkbaar aan dat bindende besluiten niet nodig zijn, niet dwingend hoeven te worden opgelegd, dat de politiek geen uitvoerende arm nodig heeft, dat politiek, polis (het door de bindende besluiten gemarkeerde gebied) en politie (‘policey’: toezicht op en handhaving van de genomen besluiten in het betroffen gebied) vreemden voor elkaar kunnen zijn. Met zulke politiek heb je geen politiek meer nodig.

Het kunnen nemen van bindende besluiten staat onder druk. Wie waarover met betrekking tot welk gebied nog bindende besluiten kan uitvaardigen is tegenwoordig een tamelijk diffuse kwestie, en de handhavingsmacht is al even diffuus en zelfs poreus geworden. Rechtse politiek vertrouwt op de traditionele statelijke reflexen en verkleint daarmee het speelveld tot het eigen erf of wat daar nog van over is. Rechtse politiek definieert de economie los van het erf want het blijft rechtse politiek. De economie heeft z’n eigen waarheid en daar conformeert rechts zich aan. Over die waarheid – en over de immense politieke consequenties voor het erf van die waarheid – heeft Ten Hooven het niet. Rechts ook niet, ze kijken wel uit. Het zal wel te ‘onverbloemd’ zijn.

Niettemin. De overige politiek weet niet goed waar zij aan toe is, noch met betrekking tot de economie, noch met betrekking tot het erf – en afficheert verlegen en verward het debat, het soebat om een nette gesprekstoon, om ‘argumenten’, of om de ‘inhoud’. Als inhoud nou schaars zou zijn dan valt het nog wel te billijken, die roep erom. De inhoud is echter niet schaars; er is gewoon een tekort aan inhoud en wie dan om inhoud roept toont slechts de eigen armoede. Omdat we in ons land geen twee verschillende nationaliteiten goedkeuren maar wel twee verschillende soorten politieke woordvoerders (zij die voortkomen uit een politieke partij en zij die voortkomen uit een Waarheid waar alleen diegenen tegen zijn die onwaarheid spreken en die daarmee tegelijk ook onwaarachtig en onwelriekend zijn) neemt het debat over de inhoud, over de toon, over de argumenten, over het debat als geheel, de vorm aan van een gesprek tussen Oost-Indisch doven. Je kunt in die situatie wel roepen om een debat maar dan bevestig je slechts het beeld van de politiek van Ten Hooven en niet het beeld van de politiek als beslissend en bindend. Politiek gezien zit binding niet in de maatschappij maar in de politiek zelf, in de bindende besluiten waar de politiek om draait en waar de politiek voor is. Al het overige draagt bij of doet af aan het gemak van de uitvoering en aan de kwaliteit van de inbreng maar aan het feit dat er besloten moet worden, en dat het debat daar een functie van is en niet omgekeerd, valt niet te ontkomen. En dus valt er niet te ontkomen aan het formuleren van een alternatief antwoord op het rechtse antwoord op de vraag: welk gebied, welke handhaving?  

Ten Hooven vindt de claim op de ‘onverbloemde waarheid’ van Wilders maar niks. Zo kun je geen politiek bedrijven meent hij, want zo ondergraaf je de essentie van de politiek, het omgaan met verschillen (het ‘vreedzame’ dat Ten Hooven daar aan toevoegt is een verdere ontkenning van de politiek: vreedzaam kan de politiek slechts zijn als, bij parafrase, de mogelijkheid gegeven is het vreedzame met andere middelen voort te zetten). Nog even en politiek wordt een arena waarin alleen politici met goede bedoelingen mogen worden toegelaten.

Ik hoop dat de mening van ten Hooven niet de communis opinio in de WRR is.

30 oktober

=0=

 


Dubbelen

Het aantal mensen met twee paspoorten stijgt. Dat was ook te verwachten. De grenzen binnen Europa zijn een beetje opengegaan en dan zul je altijd zien dat mensen er gebruik van maken, eens elders gaan neuzen, iemand tegenkomen enzovoorts. Het wordt ook aangemoedigd. Student, probeer het eens een jaartje in een ander land, is goed voor je. Dat soort teksten. In een ander land een bedrijfje uitoefenen? Moet kunnen.

Maar bij ons niet. Twee geloven op één kussen ging niet, en omdat nationaliteit het nieuwe geloof is kunnen twee nationaliteiten niet. Zo eenvoudig is het. Wat erbij is gekomen is de individualisering van de afkeuring. Een enkeling met twee paspoorten (allebei mijn twee kleine nichtjes bijvoorbeeld) is één paspoort teveel. Alle Europeanen één paspoort is ook te veel want dan zouden we Europeaan moeten worden en dat is een halte te ver. De reactie op Europa – Europa als index van een groter wordende wereld – is afwijzing. In de winkel graag, in het persoonlijke absoluut niet.

Is het een achterhoedegevecht? Het is een achterhoedegevecht. Kun je het een tijd op uitzingen en als je hard zingt overstem je de meeste anderen. In het parlement, afgelopen woensdag, ging het niet over de toegankelijkheid van de wereld, het ging over het verschil tussen Zweden en Turken. Een tijdelijk mankement want we gaan de wet aanpassen. In de toekomst nog maar een enkel paspoort. Het kan helemaal niet maar zoals te doen gebruikelijk bij klierige kinderen: we gaan nog harder dreinen en drenzen. Wel zullen we humaan blijven. Net zoals we armen en echte armen hebben, uitkeringsgerechtigden en echte uitkeringsgerechtigden, asielzoekers en echte asielzoekers, vluchtelingen en echte vluchtelingen, simulanten en patiënten, zo zullen we in de toekomst een onderscheid aanbrengen tussen burgers die echt niet van hun tweede paspoort af kunnen en burgers die ervoor kiezen hun tweede paspoort te behouden. De eersten zullen we wel moeten accepteren, de overigen zullen we met de nek aankijken. Ook als de Turken – we zouden er een toetredingsvoorwaarde van kunnen maken, ware het niet dat we het woord toetreding in het geval van de Turken liever niet meer in de mond nemen – geen dienstplicht meer zouden verlangen van Nederlandse jongens met ook een Turks paspoort, dan nog zou het niet genoeg zijn.

We hopen natuurlijk dat ze de eer aan zichzelf zullen houden en gewoon zullen oplazeren. De politieke moed dat ook te zeggen, die ontbreekt.

29 oktober

=0=

 


Bestuurders

Bestuurders die je niet kent kun je ook niet vertrouwen. De stelling is van Ronald Sörensen, de man die het aantal gemeentes van ruim vierhonderd naar veertig wil terugbrengen en die meent dat we als we onze bestuurders dan ook nog echt mogen kiezen we ze ook wel zullen kennen. Anders zou je ze niet kiezen. Een heerlijke redenering die veel belooft voor zijn project Nederland 2.0. Ronald maakt zich er sterk voor. Het eerste rapport ligt er al. Er wordt in gepleit voor het ontmantelen van provincies, de Eerste Kamer en  nog zo wat en dat allemaal ten faveure van grote ‘regiogemeenten’. Veertig, en vijfentwintig is ook goed. Dat liegt er niet om. In de toekomst zouden we aan twee bestuurslagen (gemeenten en rijk) genoeg moeten hebben. Beide moeten dan wel een beetje ‘presidentieel’ worden opgetuigd, zodat we zelf onze uitvoerende macht gaan kiezen. Doen we dat, dan is het met verantwoording door die machten direct ook beter gesteld. We kiezen dan voor gemeentebestuurders met onder zich, gemiddeld, tussen vierhonderdduizend en zevenhonderdduizend inwoners. Nemen we ook hiervan het gemiddelde dan komen we op vijfhonderdvijftigduizend inwoners per gemeente. Gemiddeld, en de afwijkingen van het gemiddelde zullen redelijk fors zijn. Het grote voorbeeld is Denemarken, het land waar in het recente verleden een tweelagen bestuur in verregaande mate is ingevoerd. Met twee kanttekeningen: Denemarken heeft zo’n vijf en een half miljoen inwoners en (nu nog) een kleine honderd gemeenten. De gemiddelde gemeentegrootte is bijgevolg vijfenvijftigduizend. Neem aan dat daar zo’n twintigduizend kiezers onder zijn. Veel om te kennen, maar Ronald meent dat dat nog niks is, daar in Denemarken. Wij leven op een tien keer grotere gemeentelijke schaal dan in Denemarken. Zou dat niet een erg groot deel van de voordelen die hij noemt ongedaan maken? U kent uw bestuurder? Uw bestuurder kent zo’n tweehonderdduizend kiezers? Dat wordt wel een erg verdund vertrouwen, Ronald.

Ten tweede. De gemeenten in Denemarken hebben een groot eigen belastinggebied (bijna driekwart van hun inkomsten komen uit gemeentelijke belastingen). Ze hadden het al en ze hebben het behouden. In Nederland is eerder het tegendeel het geval. De taken van de gemeenten nemen toe, de inkomsten niet, de eigen belastingsfeer evenmin. En daar gaat het om. De kwestie is niet het aantal bestuurslagen onder de centrale overheid, de kwestie is de verhouding centrale overheid en lagere overheid. Dat de lagere overheden tot veel meer in staat zijn dan waartoe ze nu in staat worden gesteld mag duidelijk zijn. Ze zijn zelfs tot steeds meer in staat, al was het maar vanwege de talloze nog niet benutte mogelijkheden van cocreatie enz., allemaal gemakkelijk en goedkoop gemaakt door de mogelijkheden van ict. Dat ook dat aan de manier van verkiezing van de lokale bestuurders zou liggen en dat ook dat gepaard zou moeten gaan met een drastische inkrimping van het aantal gemeenten en tegelijk met een even drastische vergroting van de gemiddelde omvang van een gemeente, dat wil er bij mij niet in. Die conclusies zijn voorbarig en het centrale probleem – de verhouding centrale overheid/lagere overheid – wordt in Nederland 2.0 eerder en passant meegenomen dan centraal gesteld.

Bestuurders die je niet kent kun je niet vertrouwen. Dat is de stelling van Sörensen. Het is op zichzelf een onzinnige stelling. De meeste artsen, chirurgen, notarissen, advocaten enz. ken ik ook niet. Moet ik ze dan allemaal niet vertrouwen? Moet ik hun certificaten, hun reputatie, hun eigen tuchtcolleges, moet ik die allemaal niet vertrouwen omdat ik ze niet ken?

Er zijn meer mensen die ik niet ken dan die ik wel ken. Dat zal voor Ronald niet anders zijn. Ik vind wel dat de man altijd zuur en wantrouwig kijkt. Hij heeft het nu uitgelegd, hij vertrouwt ons niet, maar het gaat niet aan jouw persoonlijke eigenaardigheid representatief te vinden voor ieder ander. Onzin, jongen. Het is niet alleen op zichzelf een onzinnige stelling. Het is ook een onzinnige stelling in de context van het voorstel van Sörensen zelf. Het gaat niet om de bestuurders die we al dan niet moeten vertrouwen, het gaat om de burgers die je veel meer kunt toevertrouwen dan tot dusver gebruikelijk. We hebben geen presidenten nodig, we hebben burgers nodig.

28 oktober

=0=

 


Samenloop

Timing doet er toe. Rutte verklaarde gisteren: er gaat geen cent ontwikkelingshulp meer naar corrupte landen. Zou het veel uitmaken? Gisteren werd ook bekend dat het Nederlandse bedrijfsleven jaarlijks zo’n 10 miljard aan smeergelden besteedt. Dat is omgerekend zo’n drie keer het percentage aan ontwikkelingshulp. Aan corruptiebestrijding valt nog wel iets te doen. Daar hoorde ik de premier niet over. Hem ging het om de ontvangers, niet om de gulle gevers. Niettemin, de timing zit tegen. Wil je wat flinks zeggen en dan word je door de markt ingehaald. Sneu. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Gelukkig werd hij er door niemand op aangesproken. Rouvoet had het over ontwikkelingshulp, niet over de corruptie door het bedrijfsleven, van het bedrijfsleven. Blok had het erover dat de overheid geen banen schiep maar dat de bedrijven dat deden. De leerboekeneconomie van de markt waar geen feit tegenop kan. Dan kan het ook geen probleem zijn bij de overheid banen te schrappen want banen die er niet zijn, zijn geen banen, zeg nou zelf. De overheid schept niets, behalve orde (dit kabinet) of wanorde (de meeste andere kabinetten). Als je er anders over denkt heeft Blok met jou niets te maken. Hij viel toch wat tegen.

Nu viel het allemaal tegen. Ik heb niet veel van het debat gevolgd maar wat ik zag was droef. Waar, vroegen D66 en GL keer op keer, zijn de hervormingen toch gebleven? Van de woningmarkt, van de arbeidsmarkt? Ze noemen die dingen de hele tijd in één adem, alsof het om twee kanten van dezelfde zaak gaat. De zaak van de toekomstige generaties, ook Rouvoet wees er weer op. De toekomst is een zak met geld en wie progressief is zorgt ervoor dat de zak al niet helemaal is leeggeroofd door de reeds aanwezige generaties. Je kunt ook denken dat je dan niet de aanwezige generaties moet hebben maar de geldgeneratoren die er op onverwachte momenten met de buit vandoor gaan en de aanwezige generaties oproepen de zak weer te vullen. Niet de toekomstige want die generaties zijn er nog niet. Die komen slechts en treffen dan een huizenmarkt aan die hen allemaal een eigen woning aanbiedt en een arbeidsmarkt die hen allemaal even kwetsbaar maakt. Dat is eerlijk. Niet een deel dat steeds de klappen krijgt maar iedereen. Op een faire arbeidsmarkt word iedereen op gezette tijden werkloos, en niet een klein aantal steeds opnieuw en een groot aantal nooit. Sterker nog, zolang het eerstgenoemde nog niet is gerealiseerd geldt het voor D66 en GL als de oorzaak van het laatstgenoemde. Zij vinden het onverteerbaar.

Wordt het zo langzamerhand niet eens tijd dat de heilige formule van de toekomstige generaties wordt afgeschaft? Aan regering en parlement af te lezen bevordert het lui denken, krakkemikkig redeneren en consensus over de nieuwste kleren van de keizer. Zou het niet een stuk beter zijn om je vergelijkingen niet aan de kristallen bol van de toekomst te ontlenen en wel gewoon aan een vergelijking met andere arbeidsmarkten en huizenmarkten? Zou het niet voor de hand liggen om, voordat je blijft zeuren over ontslagrecht en ww, eens om je heen te kijken en je af te vragen hoe het in landen toegaat die een hekel hebben aan ontslagbescherming en die een ww hebben waar rechts z’n vingers bij zou aflikken? Zou het niet voor de hand liggen om woningmarkten op dezelfde manier te bekijken?

Ik geef toe, het kost enige inspanning. Als ik de debatten volg heeft niemand er zin in. In hun samenloop van politiek-intellectuele luiheid voelen regering, regerings- en gedoogfracties en oppositie elkaar perfect aan.

27 oktober

=0=

 


Om in te lijsten

De Erasmus Universiteit organiseert in het kader van de Studium Generale en in samenwerking met een culturele stichting een workshop. De titel is ‘Framing: het geheime wapen van Wilders!’. De workshop wordt gegeven door hoogleraar Hans de Bruijn, daarbij ondersteund door Arjan Kindermans, acteur van het Werktheater. Beiden slagen erin het aanwezige publiek te verduidelijken hoe dat werkt, framing. Of het helemaal gelukt is weet ik niet. De afsluitende opmerking van De Bruijn (‘bij framing wint uiteindelijk het concrete het van het abstracte’) is ongelukkig. Als je, ik noem een voor de hand liggend voorbeeld, elk incident op straat koppelt aan de islam of aan een andere cultuur en je doet dat zo dat de koppeling beklijft dan gaat dat op kosten van zowel de beschrijving van het incident als op kosten van de cultuur of de gewraakte godsdienst. Het gaat je niet om het incident, het gaat je om de benoeming van daders en slachtoffers, en het frame zit in die benoeming. Je lijst het incident in door agressieve daders te koppelen aan weerloze slachtoffers en door de agressie een culturele naam te geven en de weerloosheid per implicatie of ook uitdrukkelijk een andere culturele naam. Zolang het beklijft is het goed. Als de koppeling een keer mislukt (zoals in het geval vorige week van problemen in het amateurvoetbal en de koppeling daarvan aan allochtonen) dan slik je hem in en zegt dat het je om de problemen ging, niet om de toeschrijving ervan aan allochtonen. Kun je altijd nog op terug komen. Het is een vak, het koppelen van incidenten aan culturen. Als je het snapt ben je er nog niet goed in. Als je er goed in bent hoef je het nog niet te praktiseren. Tenzij je er voor gevraagd wordt, als demonstratie van hoe het werkt. Arjan Kindermans is de illustratie (ik was er niet bij, in Rotterdam, maar Arjan kom ik in ander verband tegen en dan sta ik verbaasd over zijn vermogen zich te verplaatsen in een rol, over de snelheid waarmee hij dat doet en de overtuigingskracht die hij vervolgens demonstreert). Hans de Bruijn, op zijn beurt, kan het mechanisme van de koppeling goed uitleggen, maar daarmee nog niet zelf uitvoeren.

Hij is weer aan het framen, dat zou het product van de workshop kunnen zijn als de deelnemers eraan later Wilders weer eens zien en horen. Hij doet niet anders, zullen ze opmerken. Meer houd je er niet aan over. Braaf dus en aardig als je wilde weten hoe Wilders toch zo succesvol is in het claimen van elk debat. Zo dus. Plaats je strafproces in het kader van elitaire rechtspraak, plaats jezelf als weerloos slachtoffer in een arena vol met agressieve D66 rechters en je hebt het hele proces ingelijst. Of dat allemaal klopt laat je aan anderen over. Jouw succes zit in de inlijsting en wat dat betreft is de operatie nogal succesvol. In plaats van alle media-aandacht voor de advocaat van Wilders had enige aandacht voor het hoe en wat van framing niet misstaan.

Die aandacht is er niet gekomen, behalve nu de PVV er zelf een rel van probeert te maken. Kamervragen. Gaat het ergens over? Ja en nee. Het gaat niet over de kwestie zelf. Het gaat om de koppeling van de kwestie aan de elitaire vooringenomenheid tegen de PVV. Weer een elite. Na de politiek, na de rechtspraak is de openbare ruimte van onderzoek en onderwijs aan de beurt.

26 oktober

=0=

 

Zwedificatie

‘Tegen de IKEA-isering’, kopt een stuk in het Nederlands Dagblad van afgelopen zaterdag. Het stuk waarschuwt op indringende wijze voor de sluipende zwedificatie van ons mooie land. Het legt de vinger op een wonde plek in ons gezamenlijk historisch bewustzijn. Alsof we met het eten van het Zweedse wittebrood bij de afloop van WOII niet alleen brood nuttigden maar ongevraagd ook allerlei ingrediënten die ons weerloos hebben gemaakt tegen het oprukkende gevaar uit het Noorden. Dit geschenk hadden we in de bek moeten kijken. De gevers hebben misbruik gemaakt van onze knagende honger in die dagen. Dat zou genoeg moeten zeggen over hun kwalijke drijfveren.

Sinds die dagen is het alleen maar erger geworden. Huwelijken lopen op de klippen door winkelbezoek, de geelblauwe milieuvervuiling is een dagelijks affront, de Zweedse gehaktballetjes zorgen voor obesitas, het knäckebröd was nooit te eten, met de komst van Volvo in Nederland konden we onze vaderlandse bloeiende auto-industrie wel vergeten. En wie herinnert zich niet de ultieme vervlakking van onze muzikale vermogens sinds ABBA? Het zou genoeg moeten zijn.

Het is ze niet genoeg. Nu zijn ze aan de regering begonnen. Nog even en ze nemen het totale landsbestuur over. Het oogt onschuldig, maar de teerling is geworpen. Ik beken, ik heb het ook decennialang niet gezien. Hebben mijn ouders misschien ook van dat wittebrood gesnoept? Het zou kunnen. Het zou veel verklaren.

Gelukkig zijn we wakker geschud. Dank zij het Nederlands Dagblad van afgelopen zaterdag. De krant kan er niet genoeg voor worden geprezen. Tegelijk geeft de ondertekening van het genoemde stuk aan hoe ernstig de zaak is. De ondertekening is van Ingrid (mede namens Henk). Geen achternaam en, scherp lezer als ik ben, ik vermoed dat ook de voornamen gefingeerd zijn. Het is eigenlijk een anoniem stuk. Zo ver is het dus al gekomen. Het vermelden van je naam zou wel eens een wraakactie kunnen uitlokken. Ik prijs de moed van Ingrid maar klaag het vergiftigde Zweedse klimaat aan dat ons dwingt ondergronds te gaan.

Ik ondersteun de oproep van Ingrid (mede namens Henk) om dinsdag aanstaande naar Den Haag te gaan om daar op het Binnenhof Ikea-catalogussen te verbranden. Er is lang genoeg gezwegen en als de politici hun taak blijven verwaarlozen – en daar ziet het wel naar uit – is het dure burgerplicht in verzet te komen.

25 oktober

=0=

 

Vooroordeel

In NRC Handelsblad lees ik een kort stukje over wat er gebeurt als mensen met een sterke overtuiging (bijvoorbeeld over geen vlees eten) onzeker worden gemaakt. Het blijkt dat ze dan eerder meer dan minder aan hun overtuiging vasthouden. Cognitieve dissonantie heet dat sinds jaar en dag vertelt de krant ons, hoewel de tekst van het stukje dat woord onterecht in het geding brengt. De mensen worden namelijk niet onzeker doordat ze in verwarring zijn geraakt over hun vegetarisme of veganisme, ze worden onzeker omdat ze gevraagd is om na te denken over iets wat hen heel erg onzeker heeft gemaakt en vervolgens op te schrijven wat ze zouden zeggen om anderen te overtuigen van de juistheid van hun eetgewoonte. Anderen – het ging natuurlijk om een ‘experiment’ – was juist gevraagd om na te denken over iets wat hun zekerheid over iets had gestreeld en vervolgens hetzelfde te doen. Het blijkt dat de onzeker gemaakte mensen in dat vervolg sterker aan hun vegetarische overtuiging blijven hangen dan mensen die vanuit een zeker gevoel te werk gaan. Dat lijkt me niet zo raar, maar met cognitieve dissonantie heeft het niet veel te maken. Dan had de gevraagde zekerheid of onzekerheid de cognitie over het vegetarisme moeten betreffen en daar ging het – blijkens de tekst van het stukje in de krant – niet over. Dan ging het ook niet over wat mensen al dan niet wisten over de voor- en nadelen van bepaalde eetgewoonten. Het ging eerder over hun emoties dan over hun cognities. Emotionele dissonantie was een beter label geweest.

Relevant is het wel. Zo vermoed ik dat elk stukje dat mevrouw Marbe in de Volkskrant schrijft een product van emotionele dissonantie is. Afgelopen vrijdag was het weer raak. Ze schrijft over de commotie rond het affiche van de Sint film van Dick Maas. En ja hoor, de commotie wordt dan wel gedragen door een aantal benepen idioten, de eigenlijke oorzaak is onze omgang met de islam, een omgang die van lafheid aan elkaar hangt en waarvan de Sint het slachtoffer is. Over benepen idioten gesproken. Emotionele dissonantie: gooi er wat in en het komt er als de botsing der beschavingen uit, hardnekkig, onversaagd, steeds hardnekkiger, steeds onversaagder. Mevrouw Marbe heeft haar overtuigingen en als ze al onzeker is zal ze het niet tonen (ze licht haar zoontje voor en is daar even beslist in als in haar columns), ze zal nog overtuigder raken. In haar geval, en ze is in het troostrijke gezelschap van velen, is de overtuiging al lang veranderd in een vooroordeel. Mevrouw Marbe doet wel aan optellen en vermenigvuldigen en niet aan aftrekken en delen. Dat is emotionele dissonantie. Daarom klinkt het ook zo schril.

Het voordeel van het vooroordeel is dat het niet maalt om het verschil tussen beschrijving, beoordeling en veroordeling. Wat het is, of het voldoet en of het mag blijven: alles in een enkele beweging. Dat scheelt. Breuklijnen, herinneringen uit de goede oude tijd toen het ware, het goede en het schone nog helemaal samenvielen. Niet dat het zo was, we dachten dat het zo was en dan heb je een standaard waarmee je alles en iedereen de maat kunt nemen. Noem iets allochtoon en je weet dat het er raar uitziet, dat je er meer last dan plezier van hebt, en dat je het liever kwijt dan rijk bent. Tuig het op om het nog overtuigender te maken en het vooroordeel is een huis dat bedreigd wordt en omdat het bedreigd wordt steeds meer moet worden afgeschermd. Of het helpt? Hangt af van je voorzorgsmaatregelen tegen de tsunami’s van deze wereld.

Ooit stond het vooroordeel aan het begin van de vertekende waarneming, nu staat het zowel aan het begin, als aan het eind, als in het midden ervan. Is eigenlijk ook niet nieuw. Het heeft slechts de media veroverd en dat scheelt. Het maakt integraal deel uit van de vrijheid van meningsuiting en sommigen menen dat, of zijn gezegend met het vooroordeel dat, het er niet slechts deel van uitmaakt maar dat het er de kern van is. Hun vooroordeel is hun mening en ze staan ervoor.

Wat je niet kent kun je niet herkennen. Je kunt het een beetje classificeren en bent daarbij afhankelijk van wat er aan klassen zoal circuleert. Als je het beter leert kennen leer je het beter herkennen, en je leert het anders benoemen. Je ontwikkelt er meer namen voor, andere namen, meer geïndividualiseerde namen. Je gaat ermee om en wat eerst helemaal anders leek blijkt bij nader proeven niet zo anders. Meer een toevoeging dan een ontkenning bijvoorbeeld. Als je zover komt, als je het zover laat komen. Niemand die je ertoe verplicht. Je kunt je ook, om wat voor redenen dan ook, hechten aan je vooroordeel. Omdat het je met anderen verbindt, omdat het de aandacht van jezelf afleidt, omdat het je enige zekerheid biedt in een verder steeds woeliger zee van onzekerheden, omdat er toch al zoveel nieuwe en vreemde dingen bij zijn gekomen dat je het nu wel genoeg vindt, teveel zelfs, en dat je daarom een deel van het nieuwe, het deel dat je om jou moverende redenen niet bevalt, in een vooroordeel onderbrengt. Tot het onmogelijke is niemand gehouden. Of het de juiste redenen zijn is irrelevant. Het gaat niet om de juiste redenen, het gaat om de grenzen aan onze vermogens om met alles wat zich aandient tegelijk om te gaan. We kunnen niet met alles tegelijk omgaan. We hebben het vooroordeel nodig. Ons probleem is niet het vooroordeel, ons probleem is het vooroordeel dat nooit een stap verder komt en dat zich eerder als een rotsvaste overtuiging presenteert dan als een eerste en onvermijdelijke stap in wat je een ontdekkingsreis zou kunnen noemen.

Mevrouw Marbe is uitgereisd. Aan haar lijf geen polonaise. Ze laat zich niet meer beetnemen. Haar vooroordeel is een rupsje nooitgenoeg. Er zal nooit een mooie vlinder van komen. Ze zal haar zoontje vertellen dat kinderverhaaltjes niet waar zijn. Er is maar één werkelijkheid en zij kent hem.

De dissonanten van mevrouw Marbe komen volgens mevrouw Marbe uit de wereld, niet uit haarzelf. Mevrouw Marbe is haar eigen standaard, haar eigen breuklijn, en een ieder die daar van afwijkt is een dissonant.

 

24 oktober

=0=

 


Commensaal

Je zult die arabist maar als kostganger hebben. Nooit meer ergens over kunnen spreken bij het gezamenlijke eten. Hij brieft het over. Hij kiest het moment. Wanneer het hem uitkomt. Wanneer het schade kan brengen. Wanneer anderen zullen juichen.

Hij ziet er wel als een echte commensaal uit. Helemaal naar de vorm die Drs P. voor hem goot: ‘Het is zo'n keurig nette man, zo rustig en beleefd, en die nooit dat beschadigd heeft.’ Maar ja, wel elke keer een juffrouw in het trapportaal die op afschuwelijke manier is overleden. Dat geeft toch gedoe. Ik weet het, niet elke commensaal is hetzelfde, ik mag niet discrimineren. Er zijn geen lijken, hooguit onechte, bedachte, betwistbare, naargeestige, onfrisse.

Het is wel hinderlijk als je het niet weet. Dat je gast van jouw etentje, bij jou thuis, een openbare gelegenheid maakt. Dan kom je er op een ongelegen moment achter. Je nodigt hem uit want je wilt wel eens weten hoe dat is, een bestaan als mee-eter. Je vertelt hem dat er ook een gast is die professioneel is geïnteresseerd in mee-eters. Dat vindt de mee-eter niet leuk want hij is heel tevreden met zijn status en wil daar niet over spreken, laat staan op worden aangesproken. Toch, je hebt net een afspraak gemaakt met het hospitaal en je vindt dat ze daar maar naar je moeten luisteren. Niet aan de dis, het is al onsmakelijk genoeg. Het gebeurt hem toch, in het vriendelijke. Hij wordt er verder niet op aangekeken. Het onderwerp komt voorbij, het eten komt voorbij, er komen nog tal van andere onderwerpen voorbij, het gaat voorbij.

Maanden later laat hij anderen van zijn verhaal mee-eten. Hij heeft zich toch gestoord aan de beoordeling van de professional die hij niet als beoordeling kan zien maar alleen als veroordeling. Hij voelde zich veroordeeld en het zit hem dwars. Gelukkig zijn er talloze andere mee-eters die zich evenmin het verschil tussen beoordeling en veroordeling willen laten smaken. Die daar hele carrières op bouwen en die troost zoeken bij tv programma’s waarvan de formule ook en alleen gebaseerd is op het verdoezelen van elk onderscheid waarbij je even stil zou moeten staan. DWDD, ik zag het gisteravond met een show, verzorgd door een advocaat, een presentator en een voormalige voetballer. De advocaat vond het een affront, dat etentje waar de mee-etende mee-eter werd verteld over het verschijnsel mee-eter. Alles voor de vrijheid van meningsuiting, niets voor het verschil tussen be- en veroordeling want dat bederft de smaak. De presentator en de voormalige voetballer konden er niet over uit. Er werd gesproken over mee-eters? Hoe onsmakelijk. En de mee-eter zou al enkele dagen later het hospitaal bezoeken? Waarom dan daarop vooruit lopen? Het zou hem toch kunnen beïnvloeden? En zelfs al zou niets onze mee-eter beïnvloeden – daar is hij heel fier mee – dan is het even erg want het gaat niet over de beïnvloeding maar over het feit als zodanig. Een soort enkele feit constructie, daarin zit op zichzelf al de schande. Don’t ask, don’t tell. De advocaat verzuchtte dat het zo langzamerhand niet meer was uit te leggen aan het publiek. De presentator en de voormalige voetballer waren het ook daar mee eens. Uitleg is suf, verbazing, verbijstering, ongeloof, daar draait hun wereld op door. In hun programma dan.

Nee, de advocaat wist niets van de actie van de mee-eter. Hij hoorde het pas een paar minuten voordat hij weer mocht schitteren. De mee-eter zelf vond het inderdaad heel toevallig en zo, maar zelfs heel toevallige toevalligheden kwamen voor. Bij de advocaat had hij zich niet vervoegd. Daar zitten meestal heel andere mensen, mensen die van iets ergs worden verdacht en die zich alleen in het kantoor van de advocaat een beetje prettig voelen. Met de benen op tafel, en mee-eten? Ach, als ze er toch zijn, waarom niet. Genood of ongenood, het verschil doet er voor de advocaat niet toe en voor die mee-eters ook niet. Was dat een paar jaar geleden niet een kwestie, een kwestie die de advocaat zelfs een zaak kostte? Hebben we het niet meer over. De advocaat al zeker niet. Die schilt al lang weer andere appeltjes.

De arabistische mee-eter had immuniteit gevraagd bij het etentje. Je weet maar nooit, mee-eters worden altijd al achterna gezeten en daar had hij even geen zin in.

Wat sneu toch dat het hem maanden later alsnog is opgebroken. Het schreeuwt om wraak.

Niet de rechtbank is gewraakt, het particuliere etentje, het etentje met enkel gasten, is dat.

23 oktober

=0=

 

Jongeman

Dag jongeman zei de boekhandelaar. Hij zei het tegen een klant die vaak bij hem kwam en voor wie hij bijna zoiets als sympathie leek te voelen. Ik weet het niet zeker, ik weet niet of de boekhandelaar ertoe in staat is, tot sympathie. Empathie in elk geval niet. Antipathie weer wel, heel uitdrukkelijk zelfs.

Ik keek naar de documentaire Rijssen, gisteravond laat. Mooie documentaire, zeer gestileerd, over een gemeenschap die geen gemeenschap meer is. Gereformeerden, opgeschrikt door een ander geloof, de islam. Tegenover de boekhandel bevindt zich een moskee, ondergebracht in een gebouwtje dat er meer als een weinig florerende winkel uitziet. De boekhandelaar vond het – de islam, de moskee – maar niks. Liever niet, zei hij, de mensen die daar kwamen geloofden in een dwaalleer en dat moest je ze niet gunnen en de moskee ook niet. Een vrouw (dochter van een gastarbeider), een automonteur, een PvdA activist die het raadslidmaatschap voor de tweede keer net aan z’n neus voorbij zag gaan, zij vertelden over hun dubbelzinnig bestaan. Ze hoorden erbij en tegelijk horen ze er voornamelijk niet bij. Het zal hun geloof wel zijn. Ik kreeg de indruk dat als ze dat zouden afzweren hun kansen groter zouden worden.

Overigens, vertelde de boekhandelaar, waren ook lang niet alle gereformeerden juist in de leer, ook niet als ze wel in de juiste leer waren. Het is de verleiding, de luiheid, het gemak dat niet de mens dient ook al denkt de mens van wel. Het kon beter. Hoe, dat zagen we. De man, tegen de vijftig schat ik, fietste naar huis. Hij woonde nog bij vader en moeder. Oude mensen. Vader ging voor in het gebed, zoon las voor uit het boek, moeder zei niets. Dat is het ware geloof. De zoon speelde op een orgel met een weinig aanlokkelijk geluid. Geknepen, spichtig, afgeknot. Dat was anders toen hij het kerkorgel bediende. Fantastische, sporen trekkende, op het scheuren af klinkende tonen. Dat had hij dan nog. Muziek. Muziek was z’n liefde, hij ging zover te verklaren dat als hij musiceerde hij nergens anders aandacht voor kon hebben. De muziek eiste hem op, geen plek voor wat of voor iemand anders. Hij zei het aarzelend, alsof hij het vermoeden had dat hij zich op gevaarlijk terrein begaf, met die muziek. Is ook zo. Het is gevaarlijk terrein. Als dat maar goed gaat, dacht ik nog, de duivel is overal en zeker in het muzikale detail.

De jongeman die zijn winkel frequenteerde was geen jonge man. De boekhandelaar suggereerde met zijn begroeting slechts vertrouwdheid. Ons kent ons en vertrouwelijkheid is weer wat anders, is te dichtbij. Het moet wel uit te leggen blijven. Twee gelovigen, allebei even inconsistent in hun verhalen, allebei ervan overtuigd dat ze onvolmaakt werkten aan het volmaakte. Een goed boek leek je niet te kunnen aantreffen in de boekhandel, alleen christelijke hardcovers die de uitgevers ongetwijfeld meer opbrengen dan de lezer. Twee eenzame oudere jongeren die meenden het beter getroffen te hebben dan de mensen van de islamitische persuasie die, voor zover in beeld gebracht dan, in elk geval nog bleken te leven. Het deerde de jongelui niet. Leven in een dwaalleer is geen leven. Het was hun enige overtuiging en daar hecht een mens aan. Liever niet leven dan zo’n leven. Je hoorde het ze bijna denken maar omdat het toch een beetje vloeken in de kerk is zeiden ze het niet.

In het gereformeerde Rijssen wemelt het van de jongemannen en er is geen jonge man te vinden.

22 oktober

=0=

 


Kinderslot

Volgens een peiling in de Telegraaf vinden zo’n 6 van de 10 mensen die hebben gestemd over de vraag of het affiche voor de nieuwe film van Dick Maas, Sint, moet worden verwijderd, dat het ding best mag blijven hangen. Volgens een peiling van Ouders & Coo, de ouderorganisatie voor het christelijk onderwijs, vindt men daar hetzelfde. Het verzet van Ouders & Coo tegen de affiche heeft dus geen noemenswaardig effect gesorteerd.

Het gaat over de kinderziel. Die kan niet tegen het affiche. Wel tegen de zak van Sinterklaas? Of is die verdwenen, net als de Wrede God die Gevreesd moest worden? In veel gevallen zal dat wel zo zijn. Onze God is beter want liever en onze Sinterklaas is een schat. Een kindervriend, wat het kind ook heeft uitgevreten. Waarschuwen, dreigen, het mag niet, het is niet goed voor de kinderziel. Sinterklaas is een sprookje en we erkennen alleen sprookjes met een goede afloop. We passen de tekst van het sprookje aan om het leuk te houden en dan moet het affiche ook leuk zijn. De Reclame Code Commissie doet er vandaag uitspraak over: er is een klacht ingediend en die wordt nog behandeld ook. Indien de uitspraak anders luidt dan dat de indieners zich na moeten laten kijken (in het belang van de geestelijke gezondheid van hun kinderen), kan die commissie gelijk worden opgeheven. Op de indienende ouders moet een kinderslot worden bevestigd.

De kabelaar zendt een brief. Onderwerp: per 15 oktober zijn er wat zenderwijzigingen. Eén daarvan is het vervangen van de zender Playboy TV door de zender Meiden van Holland TV, te vinden op kanaal 650. Elly en ik kijken; het is een uur of zes. Het klopt en het klopt niet. Het is niet één zender, het zijn er drie en ze doen het ook op momenten dat kinderen nog volop van de tv mogen genieten.

Er is hoop want je kunt, als een hele procedure doorloopt, de tere kinderziel beschermen tegen de beelden van de zender. Verondersteld wordt dat ouders wel en kinderen niet in staat zijn de procedure te snappen en uit te voeren. De omgekeerde veronderstelling lijkt me beter. Niettemin: ‘Het is mogelijk om bepaalde zenders verbergen of te blokkeren door middel van een Kinderslot’. Op het Nederlands van de kabelaar zit blijkbaar ook een kinderslot.

21 oktober

=0=

 


Intercultureel

De multiculturele samenleving is mislukt, riep de bondskanselier. Er werd geapplaudisseerd. Haar gehoor was het met haar eens. Misschien was het scoren voor open doel maar een punt is een punt.

Een punt is geen punt als er geen punt op staat. In dit geval: er was nooit een multiculturele samenleving. Er was en is een multiculturele maatschappij en dat is wat anders. Het is het verschil tussen een dorp en een stad en dan nog wat meer. Het is het verschil tussen een eenmansbedrijf en een bv en dan in een beursklimaat. Vroeger. Nu, nu de reële economie een financiële is geworden en nu stadsyuppen plattelandsdorpen gaan bewonen en daar moeten inburgeren naar het schijnt, nu lopen de merken nog meer door elkaar. The global village. Maar het verschil blijft.

Overigens zei mevrouw Merkel iets over die multiculturele samenleving waarvan ik dacht dat het over de multiculturele maatschappij ging. Ze zei dat zij dacht dat iedereen dacht dat wij wat gastarbeiders zouden optrommelen, dat die de dingen zouden doen waar wij geen zin meer in hadden, dat we net zo om hen heen zouden lopen als we om die dingen heen zouden lopen, en dat ze daarna weer zouden oprotten. Dat laatste is niet gebeurd. De rest wel en daarom is het mislukt. Ze zijn er nog, we lopen nog altijd om hen heen en nu moeten ze de taal maar eens leren en nog zo wat.

Willen we goed gebruik maken van die voormalige gastarbeiders die maar niet verdwijnen dan moeten ze wel Duits spreken. Of Nederlands enz. Lijkt me zinvol. Als wij ook Nederlands leren spreken (of dorps als we vanuit de stad het land overnemen) wordt het misschien nog wat. Als we vanuit een diverse achtergrond eenzelfde taal spreken dan zou het zomaar kunnen gebeuren dat multicultureel intercultureel wordt, dat multidisciplinair interdisciplinair wordt, dat uit kennisdiversiteit kennisdeling groeit en uit kennisdeling kennisproductiviteit. Een nieuwe discipline. Het komt ook voor, als je een beetje oplet. Het komt vaak niet voor, en daar letten we zeer op. Het is wat je ziet en de afspraak is dat ik zie wat jij niet ziet en omgekeerd. De hoop is dat in wat ik wel en niet zie en in wat jij wel en niet ziet ergens nog een lapje gemeenschappelijke grond te vinden is. Dan kun je verder.

In ons land spreken we over multicultureel als hadden we elkaar ontmoet en als hadden zij er hun neus voor opgehaald. In Duitsland zegt mevrouw Merkel dat we elkaar nooit hebben ontmoet en dat dat niet meer werkt.

Mevrouw Merkel ziet het beter daar dan Paul Scheffer hier. Zij ziet wat wij niet zien. Wij wenden onze ogen ervan af. De commentaren in ons land op de toespraak van mevrouw Merkel zijn er een uitbundige illustratie van.

20 oktober  

=0=

 


Mag ik misschien?

Een aantal CDA bestuurders schrijft een open brief. De geadresseerde is Kamerlid Çörüz, de schrijvers zijn een zevental Raads- en Statenleden die ‘verbijsterd’ zijn over de steun die het Kamerlid aan het regeerakkoord en dus aan samenwerking met de PVV heeft gegeven. Het lijkt mij dat Çörüz zonder ‘last’ en zonder al te opzichtige ruggespraak heeft gedaan wat hij moest doen. Een koers bepalen. Mag hij misschien? De man heeft mij slechts verbaasd door zich op het recente congres als laatste spreker voor de stemming in te laten zetten, om aan te geven dat er toch ook heus wel moslims waren die het akkoord zagen zitten. Dat zal wel, maar dit was een opzetje dat uitstekend paste in de strategie van de congresleiding en het beviel me weinig. Hij heeft zich laten gebruiken, toen.

Maar daar hebben de briefschrijvers het niet over. Zij vinden dat je als moslim (of christenmoslim of moslimchristen, ik raak het spoor altijd bijster bij het CDA) tegen het akkoord moet zijn. Zo niet, dan zet je de achterban in de kou. Nogal pretentieus eerlijk gezegd. Het congres was voor tweederde voor het akkoord, er is geen reden te denken dat alle CDA-leden bij elkaar er heel anders tegen aan kijken, de CDA-kiezers zijn ook al voor, dus waar heb je het over, behalve de foutieve mening verkondigen dat Çörüz z’n hok, hun hok, in moet?

Nu we het er toch over hebben, de middagvoorzitter van het congres, de burgemeester van Barneveld, blijkt af en toe te diep in het glaasje te kijken om nog een auto te mogen besturen. Foei. Hij heeft het netjes opgebiecht (hij moet binnenkort worden herbenoemd en dan snij je lelijk in eigen vlees als anderen dat vuiltje van jou openbaar maken) en in Barneveld tillen ze er niet zo zwaar aan. Maar wat als diezelfde bestuurder ook een borrel had geconsumeerd voordat hij de voorzittershamer in handen kreeg? Het zou zijn krankjorume optreden die gezegende zaterdagmiddag verklaren.

Ik vind dat het moet worden uitgezocht want met de stemming onder zijn leiding was van alles mis. Hij moet met de hand op de bijbel verklaren waaraan zijn mistigheid bij die gelegenheid moet worden toegeschreven. Was het de fles, dan moet er opnieuw worden gestemd. Kan niemand op tegen zijn, kleine praktische bezwaren daargelaten.

Ik verwacht een open brief. Liefst van Çörüz. Die stond erbij en keek ernaar.

19 oktober

=0=

 


Een mislukte poging

De poging om van Nederland een beschaafd land te maken is mislukt. Toen we eraan begonnen dachten we nog fatsoenlijk genoeg te zijn om het erop te wagen. Nee dus. We hadden het niet hoeven proberen. Bij de eerste de beste tolerantietest zijn we door het ijs gezakt en daar zijn we nog altijd boos over. Blijf dan maar eens beschaafd. Nee, dat ligt niet aan ons, dat ligt aan het ijs en als het aan het ijs ligt dan ligt het aan de ijsmeester en de ijsmeester kwam van links en heeft behalve ons ook nog een boel halve zolen van elders op het ijs toegelaten. Geen wonder dat het ijs het niet heeft gehouden. Wij waren al met veel, met steeds meer eigenlijk, en nu kwamen zij er nog bij. Dat kan niet goed gaan, het is niet goed gegaan. De paradox van Nederland: we staan in de kou en toch is het ijs niet echt gebroken.

Wat ons nu te doen staat? De Belgische variant onderzoeken. Dat is een erg stevige variant. Het gaat zo. Je deelt iedereen in, zeg in de categorie V of W. Je verordonneert dat die lui van V alleen kunnen stemmen op een V-partij en de mensen van W alleen op een W-partij en dat die partijen alleen mogen vissen in vijver V dan wel vijver W maar niet in allebei. Vervolgens constateer je dat het tussen de partijen V en W steeds minder botert, en je went aan het feit dat die partijen dat toeschrijven aan de totaal verschillende culturen van V respectievelijk W. Of die partijen daar gelijk in hebben is niet aan de orde want zij gaan erover en daar hebben zowel de mensen in V als in W mee te maken zolang V en W nog optellen tot B. V en W losmaken uit B door B op te heffen zou wel eens te oplossing kunnen zijn, al was het maar om te bewijzen dat politici niet alleen problemen veroorzaken maar ze ook oplossen.

In B is het maken van een multiculturele samenleving totaal mislukt. De toekomst van B is dat in V iedereen die geen goed Vlaams spreekt niet welkom is en dat iedereen die in W geen goed Frans spreekt evenmin. Er komen speciale language cops om verhaspelingen en andere taalmishandelingen op te sporen en streng te bestraffen (recidive leidt tot uitzetting). Onbeschaafdheid wordt niet langer getolereerd. De gewone politie blijft belast met het opsporen van misdadigers die überhaupt geen Vlaams, respectievelijk Frans, spreken. Deze onfatsoenlijken zullen streng worden aangepakt. Daar kan mevrouw Merkel nog wat van leren. Wij ook.

18 oktober

=0=

 

 

Dubbele tong

Bij het financiële kader van het regeer/gedoogakkoord zijn vanaf 2013 bezuinigingen ingeboekt op het openbaar vervoer in de grote steden. Dat werd tot dusver ondershands aanbesteed, het zal privaat worden aanbesteed. Het moet in 2013 en 2014 jaarlijks 0,06 miljard opleveren, vanaf 2015 elk jaar 0,12 miljard. Dat is geen kattenpis. Kamerleden De Mos en Fritsma, die tegelijkertijd gemeenteraadslid in Den Haag zijn, moeten in de Tweede Kamer voor private aanbesteding zijn en in de gemeenteraad tegen. Dat gaat best, als je maar over een dubbele tong beschikt. Je hebt dubbele loyaliteiten en in dat geval maak je er gewoon het beste van. De Hagenezen zullen er niet blij mee zijn. Over de Hagenaars ben ik minder zeker. De vraag is dus wie de PVV in Den Haag vertegenwoordigt, Hagenezen of Hagenaars. De vraag is of de PVV loyaal is aan het veen of aan het zand. Ik hou het bij het zand. Dubbele loyaliteit, de PVV heeft er een hekel aan en als je moet kiezen moet je je achterban soms verdelen. Aan de Hagenaars kunnen ze uitleggen dat je compromissen moet sluiten als je in de politiek zit. Aan de Hagenezen kunnen ze uitleggen dat de strijd tegen de islamisering iets kost. Ze waren alleen vergeten het te zeggen bij het ophalen van de stemmen voor de gemeenteraad.

Het lijkt me een motie waard bij de behandeling van de regeringsverklaring: de plannen om het openbaar vervoer in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag in de toekomst privaat aan te besteden worden door de Kamer verworpen en de Kamer verzoekt de regering die plannen in te slikken. En dan maar zien of de PVV voor die motie is. Zo ja, dan is een Kamermeerderheid een gelopen race op een onderhands aanbesteed traject. Zo niet, dan is de eerste concessie al binnen, die van de PVV. Altijd goed om te weten. Gedogen komt te voet en gaat te paard. Een kwestie van vertrouwen en zeg nou zelf, als je de zaak niet vertrouwt moet je hem niet gedogen en als je hem niet gedoogt moet je er ook niet loyaal aan zijn. Dubbele loyaliteit is geen loyaliteit.

En verder denk ik dat de motie heel aardig past bij die andere motie over een Zweeds paspoort en de funeste invloed die dat kan hebben op de loyaliteit van een kersverse staatssecretaris.

Waarin een klein land wanstaltig kan zijn.

17 oktober

=0=

 


Een linke vergissing

In het interview van Wouter Bos met Tony Blair (ik bekeek het pas vanmorgen, het was al enkele dagen geleden uitgezonden door de VARA) werd door de laatste opgemerkt dat de grote fout van links is geweest dat men dacht dat de financieel-economische crisis ertoe zou leiden dat de staat weer populair zou worden – op kosten van de markt. Een denkfout, een linkse vergissing met grote gevolgen want de sociaaldemocratie verliest alleen nog verkiezingen, en de winst gaat naar de anderen. De laatste observatie is juist, de eerste is dubbelzinnig. Blair spreekt van een linkse vergissing en begaat een linke vergissing. Dat kan beter.

Rechts wint de verkiezingen door te hameren op de staat, wat de staat kan en moet doen om de nationale belangen (gedefinieerd als belangen anders dan bijvoorbeeld Europese, Atlantische enz. belangen) veilig te stellen. Blair heeft gelijk dat het daarbij niet in de eerste plaats om ‘de markt’ gaat maar het gaat wel degelijk om de staat en het is het hameren op de staat als gevolg waarvan rechts wint. Vroeger wisten we maar al te goed dat je de staat alleen in het meervoud kon schrijven, vandaag doen we net alsof we de staat, onze staat, ook best in het enkelvoud mogen schrijven. Economisch gezien heet het protectionisme, politiek gezien heet het nationalisme. Een protectionistisch nationalisme is overal in Europa aan de winnende hand. In de VS is het terug van lang weggeweest. De staat is er om alles wat vreemd is buiten de deur te houden en waar we daar vroeger wat slordig in zijn geweest rest de taak de vreemde smetten te neutraliseren. Immigratie en integratie zijn de officiële namen. Ja, je wint er verkiezingen mee. Dat weet Blair overigens maar al te goed, zijn advies op dat vlak was een beleid te ontwerpen dat diversiteit niet ontkent en tegelijk de publieke ruimte homogeniseert, omdat al die diversen zich moeten neerleggen bij gelijke rechten voor mannen en vrouwen, voor hetero- en homoseksuelen, voor godsdienstvrijheid enzovoorts. Voor de beginselen van de rechtsstaat dus, bij ons neergelegd in grondrechten. Ik had er meer over willen horen want grondrechten beschermen de rechten van ingezetenen tegen de staat en ze beschermen daarmee ook en wel zeer in het bijzonder het recht op diversiteit, een recht dat niet ophoudt in de publieke ruimte. Integendeel, het kan daar getoond en uitgeoefend worden. De homogenisering van de publieke ruimte waar Blair aan denkt is de ontkenning van diezelfde ruimte volgens de spelregels van de grondrechten. Daarover gaat de strijd om de staat.

Voor de markt is inderdaad wat anders nodig want de grenzen van markt en staat vallen per definitie niet samen. Het zijn verschillende concepten en dus kan hun overlap wel empirisch zijn en nooit principieel. Voor de markt heb je politiek nodig en inderdaad, het is een linke fout – geen linkse fout want op dit punt verschillen tot mijn spijt links en rechts maar heel weinig van elkaar – om te denken dat politiek en staatspolitiek één en hetzelfde zijn.

Het is wel de fout als gevolg waarvan de EU in een politieke crisis verkeert. Op de rem gaan staan is blijkbaar makkelijker dan een nieuwe weg inslaan.

16 oktober

=0=

 


Manteltjeszorg

Dit berichtje kom ik tegen in de Telegraaf: ‘Kinderen van 5 tot 12 jaar kunnen een reden zijn om het aantal vergoede hulpminuten te beperken. Volgens wethouder Jantiene Kriens (PvdA) kunnen kinderen van vijf opruimen, de tafel dekken, een boodschap doen en kleding in de was doen. Hoewel er veel kritiek is op de maatregel, weigert de wethouder die te schrappen.’ Ja, ook Rotterdam moet op de kleintjes passen.

Ik was gelijk wakker. Je ouders zijn ziek of gehandicapt en hebben behoefte aan ondersteuning. Die kun je soms krijgen. Het heet ‘hulpminuten’, een zuinig woord voor een zuinige praktijk. De gemeente vindt de kosten voor deze huishoudelijke hulp aan de hoge kant en ziet een mogelijkheid tot bezuinigen op de zuinige hulpminuten uit de zuinige hulppraktijk. Kinderen! Voortreffelijke gedachte. Dat zouden meer mensen moeten doen. Maar waarom gaat het alleen om kinderen van 5 tot 12? Hoeven dertienjarige kinderen niet meer mee te helpen en hun oudere broertjes en zusjes ook niet?  Is dat geen manteltjeszorgdiscriminatie? Of werden die altijd al meegerekend in het korten op het ‘aantal vergoede hulpminuten’? Kijk, dat weet ik niet eens. Word ik ook wakker van.

Ik vind overigens dat mevrouw Kriens niet erg grondig te werk gaat. Mijn voorstel zou zijn om de korting te differentiëren. Gezinnen waar de kinderen altijd al meehielpen kunnen meer worden gekort want die kinderen hebben een voorsprong op gezinnen waar de kinderen het nog moeten leren. Dat kost tijd. Die kinderen moeten geholpen worden en dan heb je hulpminuten nodig. Een extra korting op de routiniers lijkt me meer dan verantwoord.

Maar daarmee zijn we er niet. We weten dat tal van gezinnen meewerken aan de meest schandelijke praktijken van seksediscriminatie. Meisjes zijn de klos, jongens ontspringen de dans. Elk gezin dient gecontroleerd te worden op het vóórkomen van deze misstanden en als het voorkomt moet dat leiden tot een boete, te betalen met hulpminuten. Technisch kun je daardoor een negatief saldo krijgen op je hulpminutenaccount. Dat zal ze leren.

Ten slotte, ik kom niets tegen over het aantal kinderen per gezin en over het aantal kinderen onder de vijf jaar. Uiteraard moeten die aantallen worden meegewogen: hoe groter het aantal mantelende kinderen hoe geringer het aantal hulpminuten, hoe groter het aantal kinderen onder de vijf jaar hoe uitbundiger het aantal hulpminuten. Streng, maar rechtvaardig want ook elke smalle schouder is niet even smal.

Er is nogal wat commotie over de geniale gedachte van wethouder Kriens. Overbodig. Als ik alleen al denk aan de werkgelegenheidseffecten van de maatregel kan het oordeel niet anders dan positief uitvallen. Ik som de voordelen op. We krijgen kinderen met verantwoordelijkheidsgevoel en ouders met verantwoordelijkheidsgevoel. Zo zitten de incentives in elkaar, als de wethouder mijn welgemeende advisering op maat volgt ten minste. We krijgen een vervanging van laagwaardige hulpminutenverstrekkers door hoogwaardiger gemeentelijke controleurs, dus meer werkgelegenheid van een hoger niveau. En waar het allemaal om begonnen was, we bezuinigen op het budget met de hulpminuten en versterken de kwalitatieve werkgelegenheidsstructuur van de stad Rotterdam. Kost een paar centen maar dan heb je ook wat.

Dit dient landelijk navolging te krijgen.

15 oktober

=0=

 


Unaniem

De Veiligheidsraad heeft unaniem besloten het ISAF mandaat voor Afghanistan met een jaar te verlengen. Opgeroepen wordt nauw met de regering Karzai te blijven samenwerken. Inmiddels faciliteert de NAVO gesprekken tussen Karzai en Taliban. Dat zal helpen. Een uitslag van de verkiezingen is aanstaande, na weken en na oneindige vervalsingen, en niemand die er behoefte aan heeft daar op te wachten. Groot gelijk. Het doet er niet toe. Aan Nederland is gevraagd nog wat te blijven doen in het kader van ISAF. Een brief van kabinet plus PVV is al aangekondigd voor het najaar. Opmerkelijk. Geen brief van het regeerkabinet, maar van het gedoogkabinet. Net zoals de PVV inzage heeft in bewindspersonen voor het bewindspersonen mogen worden, heeft het inzage en auteursrechten bij brieven over het buitenlands beleid en over defensie. Het is een aardig beginnetje.

Karzai is de sleutel. Afghanistan blijkt over tal van begeerlijke grondstoffen en mineralen te beschikken waar ook landen als Rusland en, in het bijzonder, China belangstelling voor hebben. Ik druk me maar zachtjes uit. De toegang daartoe loopt via de regering en de regering is Karzai. Zo steunt de voltallige Veiligheidsraad unaniem Karzai, om redenen die met de vrijheid van de Afghaanse bevolking weinig te maken hebben. Obama zal tevreden zijn. Weer een jaar dat ook het zijne is. Zouden de lokale vrouwen en homo’s blij zijn met de gesprekken tussen Karzai en de Taliban? Niemand die er om maalt. Er zijn grotere belangen in het spel. Zou het Nederlandse parlement in het geweer komen om op de belangen van vrouwen en homo’s te wijzen? Op de belangen van vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst in Afghanistan? Het land is een voorbeeld van alle problemen en onrechten waar wij ons gedurig druk over maken. Dat doen we ook, maar nu even niet.

Liever houden we vast aan het isoleren van Servië. Als enige in de EU. Waarin een klein land groot kan zijn. Vrijwel unaniem, want zo mag je de samenwerking op dit punt van GroenLinks, D66, PvdA, SP en PVV toch wel noemen. Ze voegen zich bij Verhagen die altijd al tegen was. Het zal wel komen doordat we nog wat goed te maken hebben na ons falen in Bosnië, een falen waarvoor we de Serven verantwoordelijk houden. De Serven gedogen we niet. Het falen in Irak en Afghanistan wel. Politiek is kiezen.

14 oktober

=0=

 


Geweten

Cabaretier Fons Jansen was blij met jongens die in de vroege ochtend zingend de aanstaande dag begroetten om er iets moois van te maken. Jansen nam afstand van jongens die in de vroege ochtend zingend hun net voorbije nacht afsloten om eens goed te gaan uitslapen.

Femke Halsema is voor meisjes die vrijwillig een hoofddoek dragen. Ze neemt afstand van de ouders van diezelfde meisjes die hun dochters dwingen een hoofddoek te dragen. En andere malligheid want een hoofddoekje komt zelden alleen. Aan het zingen kun je het niet horen, aan het hoofddoekje kun je het niet zien, maar als je op weg bent naar de nieuwe dag dan weten wij dat het in orde met je is. Zo niet, dan niet. Hoe weten we dat?

Dat weten we pas, volgens Halsema, als we weten dat het meisje haar keuzes in vrijheid kan maken. Als ze volwassen is, want tot die tijd nemen de anderen jouw keuzes over. Eigenlijk heb je weinig te kiezen. Je ouders, maar ook de directeur van je school beslissen voor jou. Zo is Halsema het helemaal eens met ‘de Belgische schooldirecteur die een hoofddoekjesverbod afkondigt voor minderjarige scholieren omdat de dominantie ervan leidt tot onvrijheid en tot vertrek van andersdenkenden’. Jemig, denk ik dan, een school die zich uitdrukkelijk verzet tegen de keuzevrijheid van de ouders is een school die de opvoeding van de ouders afkeurt en hen via hun kinderen corrigeert. We hadden ooit een schoolstrijd die over het onderwijs ging en nu hebben we Halsema die een schoolstrijd billijkt die niet over het onderwijs maar over de opvoeding door de ouders gaat.

Als dat zo is, zeg dat dan. Als dat zo is, dan zou ik de aandacht verbreden en elk kind en elke ouder meenemen, niet alleen de modieuze geknechte meisjes en homo’s van Halsema die op hun achttiende levensjaar mogen beslissen of ze de knechting vrijwillig voortzetten of er voortaan maar van af zien. Als het over opvoeding gaat zou ik wat minder selectief zijn.

Als het over opvoeding gaat zou ik elke ouder de wacht moeten aanzeggen.

Als ik elke ouder de wacht aan moet zeggen zou ik me genuanceerder uitdrukken.

13 oktober

=0=

 


Het monoculturele drama

Als je het met elkaar eens bent hou je het lang vol. Ook en misschien wel in het bijzonder als je in een weinig tot medewerking bereid zijnde omgeving moet opereren. Het is de wijsheid van Wiegel waaraan het komende kabinet zich zal moeten vasthouden. Het parlement zal stroef zijn, de regering kan weinig anders dan de hakken in het zand zetten. Een ideaal recept voor eenkennigheid. Voor een monocultuur.

Voor de economie is een monocultuur niet goed. Beter is het als je op verschillende paarden kunt wedden. Dan ben je minder kwetsbaar; als het ene niet goed gaat kun je zwaarder op wat anders doorgaan, tijdelijk als het uitkomt, langduriger als het blijft tegenzitten. Een monocultuur is al helemaal kwetsbaar als je niet goed weet wat je acties zullen uithalen, wat de anderen zullen doen, hoe voor- en tegenstanders gegroepeerd zijn, als er tijd verstrijkt voordat je een acceptabele voortgang hebt gevonden, als er tijd verstrijkt voordat je weet of de anderen ook met die voortgang kunnen leven, dan wel iets anders prefereren en bereid zijn daarvoor te gaan. In Stockholm reiken ze daarvoor de Nobelprijs economie uit, maar dan gaat het over markten voor huizen, arbeid en sociale zekerheid. De Zweedse Centrale Bank heeft immers bedacht dat het goed is economen te belonen die ervan uitgaan dat als je zoekt je nog niet je match al gevonden hebt, en dat het ook geen gelopen race is dat je vindt wat je zoekt, en dat wat je vindt ook datgene is waarvan je gelukkig wordt. Daar wel.

We weten dat informatie pas tot kennis leidt als het eerst wordt verzameld, vervolgens wordt gedeeld en ten slotte wordt geanalyseerd: in nieuwe kennis wordt omgezet. Kennisdiversiteit, kennisdeling, kennisproductiviteit, in die volgorde. We weten ook dat organisaties zich een slag in de rondte werken om kennisdeling te bevorderen (we zijn allemaal lid van een team, toch?) in de verwachting dat daar betere kennis uit komt. Organisaties zijn minder goed in het stimuleren van kennisdiversiteit en dus krijgen we tunnelvisies, ‘groupthink’. Hoe meer de teamleden op elkaar lijken, hoe groter die gevaren. Teamleden lijken graag op elkaar. Dat geeft rust, want het houdt de zaak overzichtelijk en voorspelbaar. Zo heeft Rutte zijn nieuwe kabinet in elkaar gesleuteld. Zo min mogelijk verrassingen, dat is het parool. Gepokt en gemazeld, met Ben Knapen als joker in een spel zonder jokers.

Een betere garantie voor een kabinet dat ziende blind en horende doof is heeft Rutte niet kunnen bedenken. In zijn missie het scenario voor een monocultureel drama te schrijven is hij een eind opgeschoten. De eerste ronde is naar tevredenheid verlopen.

Er zijn wat knorrige commentaren op de onvolkomen diversiteit van het kabinet. Grijze mannen, weinig vrouwen. Het zal wel. Maar het gaat niet om sociale en culturele diversiteit, het gaat om kennisdiversiteit. Op de afwezigheid daarvan is geselecteerd. Maar daarover heb ik de mopperende dames niet gehoord. Kroes en Jorritsma zijn van dezelfde kennissnit als Rutte en hebben daar vrede mee. Die vrouwen van hen zijn van hetzelfde monoculturele laken en pak.

Het zou best een kabinet kunnen worden dat het lang volhoudt. Aan het kabinet zal het niet liggen. Er zijn ook voordelen aan een monocultuur. Je hoeft nooit meer na te denken, je hoeft slechts uit te voeren. En zeg nou zelf, een beetje monomanie is toch een grote hulp als je gewoon wilt doen wat gedaan moet worden?

12 oktober

=0=

 


Besluit

Toch valt het op als je enkele dagen geen kranten hebt gelezen. Ik was in Italië, een vakantie van een paar dagen. Het was goed, daar. Amper een krant gezien ook. Gisteren weer wel en wat al een tijdje bezig was is in die korte tussentijd onverdroten verder gegaan. De combi van monetair en politiek nationalisme. De winnende combi. De vraag is of twee keer een gedateerd en onjuist antwoord bij elkaar één werkbaar antwoord oplevert.

Afgelopen dagen was het IMF een strijdtoneel. Weer wordt de EU geconfronteerd met z’n zelfgekozen onvermogen dat het, hoewel voor een groot deel één monetaire zone, niet als politieke eenheid kan optreden. De media lijken ingeschakeld om Nederland al vast te laten wennen aan minder invloed in het IMF. De reden voor ons stapje terug is dat elke lidstaat voor de eigen belangen moet opkomen. De EU bestaat niet en nu claimt Polen een plek aan een ‘tafel’ die uiteindelijk ten koste van een Nederlandse zetel aan weer een andere ‘tafel’ kan gaan. Het zal wel. De stemverhoudingen en de bijbehorende procedures wie waarbij mag aanschuiven zijn zo verknoopt dat je de compromissen en het handjeklap van veraf kunt ruiken. Inmiddels wassen de Amerikanen hun handen in onschuld. Zij waren het niet en dat ze, zoals Wellink wel en De Jager niet opmerkte, hun eigen monetaire beleid niet serieus wensten aan te passen was geen onderwerp van gesprek. De herwaardering van de Chinese munteenheid was ook al geen onderwerp van gesprek. Vermoedelijk is het enige onderwerp van gesprek het nationalisme geweest. Zonder het zo te noemen vanzelfsprekend. We noemen het ingewikkelde stemverhoudingen die aan herziening toe zijn. Tot een besluit is het nog niet gekomen. Minister de Jager vermoedt dat het pas volgende maand tot een besluit komt over de zetelverdeling in het IMF. Volgende maand is er weer een bijeenkomst van de G20 waarbij Nederland waarschijnlijk niet zal worden toegelaten. Over het IMF en over de zetelverdeling in het IMF wordt niet door het IMF beslist. De Jager vindt het heel gewoon. Een betere karakterisering van het gezelschap valt niet te geven. Opnieuw, zonder het zo te noemen. We merken het wel.

Politiek zit het nationalisme eveneens in de lift, al lijkt het erop dat nationalistische partijen zich niet officieel nationalistisch noemen. Ze tooien zich met de versierselen van de vrijheid. Er is een groeiend aantal vrijheidspartijen. Ze willen ons bevrijden van vreemde invloeden. Hun invloed is snel groeiend in kleine landen met zeer open economieën. Hoe groter de economische afhankelijkheid van andere landen,  hoe meer men snakt naar de vrijheid om dan in elk geval nog op het eigen erf de baas te mogen zijn. Velen menen dat dit de vrijheid is die de werkelijke problemen van het werkelijke volk ten minste durft te benoemen. Tegelijk menen op z’n minst even velen dat ‘links’ dat niet doet, niet durft, niet kan en dat ‘links’ daarom geen ‘antwoord’ heeft op de vragen van de tijd. Volgens ‘rechts’ is ‘links’ daar niet toe in staat omdat ze anders hun politieke klandizie kwijt raken. Hun oude klandizie is vertrokken, de nieuwe klandizie houdt ‘links’ in gijzeling. Er zijn mensen die het nog geloven ook. Het is een drama.

Links hoeft geen antwoord te formuleren op de ‘massa-immigratie’ want die is er niet. Links moet een antwoord formuleren op het nationalisme dat politiek en monetair in opmars is. Links moet een antwoord formuleren op het stilzwijgende rechtse besluit politiek en monetair nationalisme een lift te geven door noch de combi noch de samenstellende delen van de combi te benoemen.

Het kabinet van de combi, de werkmaatschappij van het nieuwe nationalisme, staat binnenkort op het bordes. Nu maar hopen dat de oppositie ertegen een serieus te nemen en kleurig gewaad durft aan te trekken. Moeilijk hoeft het niet zijn. Politiek wel. Ook een besluit.

11 oktober

 =0=

 


Overtreffende trap

Het is ongepast, onbehoorlijk en zelfs schandelijk. Het was niet Bert Van Marwijk die het zei na weer een alles overtreffende trap van Nigel de Jong, het was Geert Wilders tegen de voorzitter van de rechtbank. Hij is al gedwongen het lijdend voorwerp te zijn in een politiek proces, met hem staan anderhalf miljoen Nederlanders terecht en nu is de rechtbank even bevooroordeeld als elk Kamerlid van D66. Zou Bosma al dromen over een Dimitrov van rechts?

Staat de vrijheid van meningsuiting terecht? Het wordt beweerd. Of staat een serie meningsuitingen terecht? Als je het hem zou vragen, zei Bram Moskowizc, is de grens van de vrijheid van meningsuiting bereikt bij het oproepen tot geweld. Een standpunt, identiek aan het standpunt van Rutte. Artikel 137c en d kunnen verdwijnen. Het staat niet in het regeer/gedoogakkoord maar wat niet is kan komen. Er staat wel meer niet in.

Moskowizc verklaarde dat hij Wilders had geadviseerd zich op zijn zwijgrecht te beroepen. Gevraagd naar het waarom antwoordde hij dat daar puur juridische redenen aan ten grondslag lagen. Daar keek ik van op. Eindelijk, dacht ik, krijg ik te horen wat puur juridische redenen zijn. Dat was een vergissing; Moskowizc kon daar niet over uitweiden, want een advocaat zegt nooit iets over zijn deliberaties met een cliënt. Je overtreedt een regel (‘ik adviseerde mijn cliënt en hij accepteerde het advies’) door te zeggen dat de regel is dat je er niets over zegt. Ook Moskowizc heeft een zwijgrecht.

De voorzitter van de rechtbank zei dat het er op leek dat Wilders zich gedroeg zoals hem wordt nagedragen: veel geroeptoeter en verder niks. Het is een redelijk goede foto van het gedrag van Wilders. Er zijn uiteraard ook andere foto’s, maar deze is er ook. Dat mag je niet zeggen vonden Wilders en Moskowicz. De rechtbank had even goed kunnen wijzen op de vele foto’s van Wilders als slachtoffer, als boegbeeld, als held, als de man die verwoordt wat anderen – ook slachtoffers – altijd al hadden willen zeggen. Het had gekund, maar dat maakt de door de rechter aan Wilders voorgehouden foto niet onwaar. Wilders ziet die foto niet graag, en dus vindt hij het een affront. Tussen beledigingen en discriminerende grappen zit het zwijgrecht. Hij maakt er graag gebruik van. Hij heeft alles al gezegd en het is allemaal de volledige waarheid. Wie dat niet zit moet wel een Kamerlid van D66 zijn.

Vandaag doet de wrakingskamer uitspraak over de voortzetting van het proces met of zonder de rechters die er gisteren zaten. Ik neem aan dat het verzoek van Wilders/Moskowicz wordt afgewezen. Ze zullen er ook niet op gerekend hebben. Hun punt is al gescoord en ze hebben er niet eens voor hoeven zwijgen. Gezwegen wordt slechts als er iets moet worden uitgelegd, niet als er iets moet worden voorgehouden. Aan trappen en natrappen doe ze niet. De ‘assist’, dat mag volstaan. Of is dat ook al verboden?

De betekenis van het woord ‘maatschappelijk proces’ is weer een beetje meer ingevuld. Zelfs schreeuwlelijk Jan Mulder was er stil van, gisteren in DWDD. De heilige Matthijs vanzelfsprekend ook. Jan trekt z’n mond pas open als hij de vicevoorzitter van het CDA mag schofferen. Wilders maakt school: kies je slachtoffers goed uit, scheld ze verrot, en zit het tegen dan ga je mokken.

Overigens is Jan van mening dat een schopper als Nigel de Jong terecht door de bondscoach aan de kant is gezet. Maak mij niet wijs dat Jan de overtreffende trap niet zou kennen.

5 oktober

=0=

 


Aanklacht

Wilders wordt aangeklaagd wegens zijn opzettelijke beledigingen aan het adres van moslims, Marokkanen en niet-westerse allochtonen. De beledigingen worden in voorkomende gevallen als aanzetten tot haat of discriminatie aangemerkt. Het gaat om uitspraken gedaan in de media, dan wel met behulp van media. Wilders staat daarom ook niet als Kamerlid terecht maar als burger die onder dezelfde wetten valt als ieder ander in Nederland. Het gaat om artikel 137c en 137d van het WvS.

In de dagvaarding is een hoop materiaal verzameld waaruit blijkt dat Wilders het niet alleen over de islam heeft maar ook over groepen mensen die op grond van hun godsdienst of herkomst als ongewenst worden beschouwd. Het gaat er in het proces niet om of Wilders de koran goed of fout heeft gelezen; het gaat om het oproepen tot afzonderen, uitsluiten en wegzenden van groepen mensen omdat ze tot een groep behoren die Wilders het afzonderen enz. waard vindt. Moeilijker is het niet, al zal gepoogd worden het moeilijker te maken.

Gistermiddag debatteerden in Buitenhof historicus Frank Ankersmit en rechtssocioloog Marc Hertogh over het proces tegen Wilders. Voor Ankersmit is het een politiek proces (niet omdat een parlementariër terechtstaat maar omdat er politieke overwegingen in het spel moeten zijn geweest om überhaupt tot een aanklacht over te gaan), voor Hertogh is het een maatschappelijk proces. Wat is een maatschappelijk proces? Al te duidelijk werd Hertogh daar niet over en dat was jammer. Ik kom erop terug want waar het over gaat met dat ‘maatschappelijke proces’ is, tegen de achtergrond van de opbrengst van enige vrije nieuwsgaring over het werk van Hertogh, wel te reconstrueren.

Ankersmit vindt dat alleen ‘zuiver juridische’ overwegingen een rol hadden mogen spelen en als dat niet zo is dan hebben we een politiek proces. Waren de processen destijds tegen Hermans en Reve, waren dat politieke processen? Toegegeven, dat waren processen over godslastering en dat viel onder een ander artikel van het WvS. Maar golden daar alleen ‘zuiver juridische’ overwegingen? Nee toch? Waarom dan politiek? Waarom het geen moreel proces is, een zedenproces, een onbetamelijkheids- of onwelvoeglijkheidsproces? Ankersmit laat het open: wat niet juridisch is in juridische zaken is politiek. Een onrustbarende vergissing, zowel puur logisch (wat Ankersmit beweert is gewoon onzin) als juridisch. De gedachte dat wat juridisch is alleen maar ‘zuiver juridisch’ mag zijn, is geen juridische gedachte. Juridisch is, in een moderne rechtsstaat althans, dat het recht beslist over wat recht en onrecht is, en dat zal in het geval Wilders niet anders zijn. En is het anders – bijvoorbeeld als politici dat zouden beslissen – dan is elke rechtsgang een politiek proces. Kan ook, maar het is wel een enorme stap terug, ‘historisch’ en anderszins. Maatschappelijk bijvoorbeeld en dus ook economisch, wetenschappelijk, esthetisch, ethisch, politiek, en – onvermijdelijk in dat geval – ook juridisch. Is het dat wat Ankersmit bedoelt? Ik denk dat een aantal politici – van Eerdmans, via Verdonk en tot en met Wilders en Teeven – droomt van een aan de politiek gehoorzaam recht. Dat is dan, gelukkig nog, hun probleem. Het zou me niet verbazen als Teeven in de regering komt. Geert zal het graag gedogen. Dan zijn de rapen pas echt gaar.

Dat maatschappelijke proces van Hertogh, wat zou dat toch zijn? Hij bedoelde er in elk geval politici mee die menen dat het recht te hunner beschikking staat. Mag het niet? Dan passen we de wet zo aan dat het wel mag. Maar hij bedoelde meer. Hij had het ook over de enorme publieke belangstelling voor dit proces. Hij had het over de waarschijnlijkheid dat of Wilders nu veroordeeld wordt of niet de rechtspraak erop zal worden aangekeken. Er is een ‘kloof’ tussen rechtspraak en burger, en de burger pikt dat niet meer. Zoiets zal het wel zijn. Ik hoorde Hertogh noch Ankersmit er hun bezorgdheid erover uitspreken. Ankersmit was veeleer van mening dat als het zo is dat je daar dan rekening mee moet houden. Wat je daar dan weer onder moet verstaan zei hij niet – en dat is op zich weer een reden om ongerust te worden.

In zijn oratie uit 2006 (Tussen rechtsstaat en rechtsgevoel) onderscheidde Hertogh vier stijlen van ‘juridisch burgerschap’. Hij maakte daarbij een onderscheid tussen kennen (de wet kennen of niet) en herkennen (iets als juridisch herkennen of niet) en gaf aan beide zijden van de onderscheiding een hoge (+) of lage (-) score. Wie twee keer plus scoort wordt gezien als juridisch actief. Wie twee keer een min scoort als buitenstaander. Wie hoog scoort op kennen en laag op herkennen is een cynicus. Wie laag scoort op kennen en hoog op herkennen is een gezagsgetrouw burger. Heel verhelderend. Je kunt onmiddellijk afleiden dat het aantal gezagsgetrouwen behoorlijk aan het slinken is en het aantal buitenstaanders aan het groeien. Je kunt daarnaast afleiden dat in de politiek het aandeel cynici stijgt en, wellicht, ook het aantal buitenstaanders. Het aantal gezagsgetrouwen neemt ook daar af en het aandeel van de juridisch actieven, een categorie die het bijna per definitie moeilijk heeft in de politiek, staat steeds meer onder druk. Donner is er al een eind van weg, Hirsch Ballin heeft z’n best gedaan. Waren er meer? Waar dan?

In de discussie van gisteren sprak Ankersmit alsof hij de in het geding zijnde wetsartikelen wel kende. Maar het juridische van de zaak bleek de man compleet te miskennen. Een in juridisch opzicht cynische burger, onze Ankersmit. Meer een politicus dan een jurist als het ware. En zo bekeken is het niet verwonderlijk dat hij de juridische buitenstaander een eindje tegemoet wil komen. Ik ga niet met hem mee.

Wat Ankersmit in het proces ziet, is ononderscheidbaar van wat Hertogh, zonder het zo te noemen, een ‘maatschappelijk proces’ noemde, een proces waarin het ‘naleven’ van het recht het heeft afgelegd tegen het ‘beleven’ van het recht. Kennelijk wou hij Ankersmit tegen Ankersmit in bescherming nemen. Dat had hij niet moeten doen want nu kwam er van de discussie niet veel terecht.

In elk geval heeft Wilders vandaag en de komende dagen iets uit te leggen aan de rechtbank. Dat is dan voor het eerst. Ik ben benieuwd hoe hij zich daar onderuit zal wurmen. Zijn vrijheid bestaat uit de vrijheid veel te roepen zonder zich te willen of hoeven verklaren. Misschien dat de rechtbank daar voor de gelegenheid geen genoegen mee neemt. Je weet maar nooit.

4 oktober  

=0=

 


Voor is tegen en tegen is voor

Gisteren keek ik gedurende een groot deel van de dag naar het CDA congres in Arnhem (samenwerking met de PVV is een brug te ver, zei een tegenstander van de samenwerking). Strak geregisseerd, in spreektijd en in de voorzorgsmaatregelen die de voorstanders alle gelegenheid bood om achter de tafel in een veelvoud van de tijd die de discussianten werd toegemeten te herhalen wat ze al zo vaak hadden herhaald en bleven herhalen. Diezelfde voorstanders werd ook allemaal een inleiding gegund, als enigen. De zaal moest het met slechts enkele uitzonderingen doen met een keurslijf van één minuut per persoon.

De voorzitter van het middaggedeelte (het deel over de resoluties) bleek de burgemeester van Barneveld te zijn. Niet gewend aan zulke grote gebeurtenissen. Dat hebben we geweten. Bij de stemming over de resoluties ging alles fout, onder zijn leiding en door zijn leiding. De meest verstrekkende resolutie (tegen samenwerking) kwam zoals het hoort als eerste aan de beurt. De voorzitter legde uit dat als je voor die motie was je tegen de samenwerking stemde, dat als je tegen de motie was, je voor de samenwerking was, dat het partijbestuur adviseerde tegen de motie te stemmen omdat het partijbestuur voor samenwerking was en niet tegen samenwerking wat het resultaat zou zijn als je voor stemde. Terwijl de stembiljetten al werden opgehaald herhaalde hij z’n boodschap, kennelijk onzeker of er wel genoeg verwarring was ontstaan. Daarmee niet tevreden verklaarde hij de gehele procedure ongeldig en wilde bij handopsteken gestemd zien. De precieze uitslag zal ons vermoedelijk altijd onthouden blijven. Daarna wijzigde de voorzitter eigenmachtig de volgorde van de resoluties en bracht direct de resolutie van het partijbestuur in stemming (voor samenwerking). Dat was makkelijk, als je voor was stemde je voor en als je tegen was tegen. Deze stemmen werden wel geteld. De uitslag was dat twee op de drie aanwezigen voor stemden en één op de drie tegen.

Wat moet een mens daarvan denken? Was de voorzitter niet voldoende overtuigd van de juiste uitslag? Het was een forse smet op een bijeenkomst die tot dan toe over regie niet te klagen had en toch indruk maakte. Hier werd de regie ondergeschikt gemaakt aan de gewenste uitkomst. Niemand greep in, een enkele protesteerder werd bekwaam, toen weer wel, de microfoon afgesneden. Gemord werd er overigens wel, en enig ongeloof maakte zich meester van de zaal. In een korte pauze beloofde Bleker aan de indieners van de ‘tegen’ resolutie dat hij er nog eens naar zou kijken. Er is niets meer van vernomen. Daarna werden alle overige resoluties er met bijna beledigende slordigheid (nu eens een papiertje de lucht in dan weer de persoonsgebonden applausmeter van de voorzitter) doorheen gejaagd. Een raar slot.

Ongeveer op hetzelfde tijdstip sprak Wilders in Berlijn. Mevrouw Merkel mocht zich dan neerleggen bij de islamisering, hij niet. En wie de islam denkt te kunnen apaiseren heeft de lessen van de ondergang van Weimar niet geleerd. Islam, nationaalsocialisme en communisme zijn loten van de zelfde stam. De Duitsers van nu zijn niet verantwoordelijk voor de daden van de Duitsers van toen, verklaarde Wilders onder applaus. Met de kennis van nu absolveren we de kennis over toen. Voorbij is voorbij maar de gevaren van islam, nationaalsocialisme en communisme gaan nooit voorbij.  En wat is nationaalsocialisme anders dan een variant van het socialisme? Het is volkomen consequent, daar het socialisme in te lezen en niet het nationalisme dat de bevolking wil decimeren om het volk te redden. Nederland moet Nederlandser worden. Wat te denken van het verkiezingsprogramma van de PVV waarin – Vrij Nederland heeft het voor ons genoteerd – de PVV nogmaals de geschiedenis herschrijft met het zinnetje ‘Op 4 mei herdenken wij de slachtoffers van het (nationaal) socialisme’? Aan herschrijvingen wordt alle aandacht besteed bij de PVV, aan verschrijvingen doen ze niet.

There is method in madness, zo zie je maar weer. Twee van de drie aanwezigen op het CDA congres, het partijbestuur, het grootste deel van de fractie denken dat daar best mee te debatteren is. Ze vermoeden geen bederf maar een parel in een hermetisch gesloten oester. Ze zijn er niet gerust op en ze hebben er vertrouwen in. Geloof  is, Max Weber zei het zo mooi, uiteindelijk een ‘hebben’ en geen ‘weten’. Geloof berust op het ‘offer van het intellect’ (Gesammelte Aufsätze zur Wissenschaftslehre, Tübingen 19736: 611). Het verschil is dat voor tal van mensen uit het CDA die ik gisteren mocht beluisteren, uiteindelijk nog uiteindelijk is. Ertussen liggen twijfels en afwegingen.

Dat is een luxe waar de PVV geen last van heeft.

3 oktober

=0=


Nieuwsuur

Het nieuwe Nieuwsuur heb ik pas een paar keer gezien. Wat er nieuw aan is heb ik niet kunnen ontdekken. Clairy Polak mag niet meer meedoen, dat is het voornaamste. Twan Huys mag nog wel meedoen. Niet elk erfenis van Nova is opgeruimd. Twan is een nitwit, dat zal het selectiecriterium wel zijn geweest. De publieke omroept financiert alleen nog nitwits. Gisteravond zag ik Huys in gesprek met Hirsch Ballin. De laatste is tegen maar, vroeg Twan, Wilders is ten minste duidelijk. Hisch Ballin is te beleefd om daar een kanttekening bij te zette, of de presentator zo hard uit te lachen dat Twan zal gaan twijfelen. Daar is veel voor nodig, om Twan aan het twijfelen te krijgen. Twijfel is onduidelijk. Misschien taxeerde Hirsch Ballin dat daar zoveel moeite voor nodig zou zijn dat het de moeite niet loont. Er is meer dat de moeite niet loont. Ik moest aan Thatcher denken die ooit de vakbonden verplichtte om bij een stemming over een akkoord alle leden te laten stemmen, in een geheime en schriftelijke stemming. Het CDA had ooit meer dan honderdzestigduizend leden. Dat was in 1980. Er zijn er nog een kleine zeventigduizend van over. In Arnhem, vandaag, zal daarvan zo’n zeven procent aanwezig zijn. Tja. Ik denk aan Thatcher.

Duidelijk. Zeg drie keer islamisering en je bent duidelijk. Zeg drie keer fascistisch boek en je bent duidelijk. Zeg drie keer totalitaire ideologie en je bent duidelijk. Zeg drie keer ‘accepteren’ en je bent duidelijk. Het mag ook duizend keer zijn.

Zeg ‘niet accepteren’ en je bent onduidelijk. Waarom is dat? Omdat je het toelicht. Toelichtingen zijn onduidelijk, scheppen verwarring, bieden de kans dat je het er deels wel en deels niet mee eens bent en dat je zelf over je eigen taxatie moet gaan nadenken. Dat kan de bedoeling niet zijn. Je bent voor of tegen en wat je denkt hou je maar voor jezelf. Zo’n Gerrit Braks die met het verstand van nu en het hart van toen toch maar voor het akkoord (2x) zal stemmen is al een grensgeval. Wientjes was tegen maar zijn club is voor en Wientjes zwijgt. Zijn club zegt dat het akkoord goed voor de economie is omdat het akkoord bij de overheid bezuinigt, eindelijk die kernenergie nabij brengt, en het is, zeg nou zelf, de overheid die schuldproblemen heeft. Die schulden zijn om de economie te steunen en dan is het niet logisch dat de economie daar last van zou hebben. Ook duidelijk, hoewel het voor het Nieuwsuur van Tan te ingewikkeld is. Je zou het eens over de financiële sector moeten hebben. Liever niet. Twan wacht wel tot de bonussen zijn moreel gemoed beroeren of de toeziende DNB weer eens de maat mag worden genomen omdat je dan ten minste op de man kunt spelen. Bonussen zijn duidelijk, Wellink heeft geen krediet meer en daarom zijn het vette kluiven. Ook al staan ze niet in het regeergedoogakkoord maar een journalist is er voor ons, niet voor een akkoord. Dat is onafhankelijkheid en daar zal Twan heel duidelijk over zijn.

Hoezo ‘nieuws’? Twan wil helemaal geen nieuws. Een nieuwtje, vooruit. Maar nieuws, met alle gevaren van onduidelijkheid, is niet welkom. Het is een vreemde eend in de bijt en wij houden niet van een vreemde eend in de bijt. Daar zijn wij duidelijk over. Wie wel van vreemde eenden houdt, laat staan van eenden die zwanen worden, is volksvreemd. Een clown is goed, een clown die nadenkt, dat geeft maar onduidelijkheid. Twan doet de naam van Limburg geen goed en Limburg heeft het al zo moeilijk.    

Eerder op de avond hoorde ik bij die andere parel van de publieke omroep, DWDD, John de Mol pleiten voor het behoud van drie tv netten. Hij hoopt op één van die netten (waarom eigenlijk niet op alle drie?) ‘time slots’ te kunnen kopen om ook op het publieke net zijn waren beter af te kunnen zetten. Een soort mol in het publieke bestel die het publieke bestel in naam zal redden. Puik idee. Het zal de nodige grensvervaging opleveren, deze publiek-private samenwerking, en toch is het duidelijk. De uitkomst is altijd dat de verliezen voor het publiek zijn en de winsten voor John. Het mag ook kosten en baten heten.

Ooit pleitte de VVD voor minder netten, maar dan zonder reclame. Leek een goed plan. Duidelijk ook. Niet alles wat duidelijk is, is daardoor al wenselijk. Het zal wel gekomen zijn door de toevoeging van ‘geen reclame’.

Als Nederland echt Nederlandser moet worden, dan dient Loeki terug te keren op het scherm.

Asjemenou.

2 oktober

=0=


Straatterreur

Sommige dingen kan ik slechts met moeite lezen. Daarom ga ik er gemakshalve maar vanuit dat het regeerakkoord voor bijna de helft identiek is aan het gedoogakkoord en dat daarom de gedoogpartij voor bijna de helft vertegenwoordigd is in de regering zonder erin plaats te nemen. Het houdt in dat de regeringspartijen en de gedoogpartij van mening verschillen over de islam als religie respectievelijk politieke ideologie. Het gedoogakkoord heeft de verklaring daartoe als bijlage meegenomen, het regeerakkoord vermeldt alleen dat de islam een religie is en dat de gedoogpartij daar anders over denkt.

Het gedoogakkoord is deel van het regeerakkoord, en de gedogende partij is geen regeringspartij. Een, laten we zeggen, unieke constructie. Zo is de PVV niet verantwoordelijk voor de marktwerking in de gezondheidszorg maar weer wel, en uiteraard op geheel eigen verzoek, voor marktwerking in AWBZ (wat ervan overblijft dan, na de verplaatsing van weer nieuwe onderdelen naar gemeente en WMO en naar ‘buurtzorg’ die, zegt men, goedkoper is. Nu is Buurtzorg wel goedkoper – hoewel we niet weten of dat zo blijft als er landelijk dekkend volgens hun formule wordt gewerkt zal worden – maar Buurtzorg is een organisatie en ‘buurtzorg’ is, ja, wat is het?). Dat is geen klein bier, die vermarkting want het betekent dat wat met de ene hand wordt gegeven  (de PGB van een voorziening naar een recht) met de andere hand wordt genomen (de AWBZ van een recht naar een voorziening). Gecombineerd met de zinsnede dat wordt overgegaan van behandelingsfinanciering naar resultaatfinanciering (een in elk medisch model dat meer is dan het verrichten van standaardhandelingen in standaardsituaties op standaardgevallen ondenkbare financieringsfiguur) is er sprake van een zeer lege dop. De PVV is er trots op. Oma, u bent inwisselbaar, is dat niet mooi? Goh, was ik dat al niet? Ja, maar nu beter en het kost ook minder.

Aardig is dat in het gedoogakkoord en dus in het regeerakkoord een passage voorkomt waarin een niet-werkende die zich door gedrag of kleding ongewenst maakt bij een werkgever (die gekleed mag naar keuze en zich in gedragstermen navenant mag opstellen) wordt gestraft . Die passage vinden we in het hoofdstuk immigratie, in de paragraaf ‘integratie’. Dat we het maar weten: de betekenis van Nederland meer Nederlands maken – de recente aanwinst in het vocabulaire van Wilders – wordt hier helder uiteengezet. Met de volledige regeerinstemming van VVD en CDA. Zou de prijs van die deal de homogenisering van Wajong, WSW en Bijstand zijn, het liefdeskind van René Paas?

Beide documenten noemen het woord straatterreur. Wilders is er maar wat trots op zei hij bij de presentatie van de akkoorden. Het woord is allerminst nieuw. Ewoud Sanders wees erop in zijn Woordhoek van 1 maart (NRC Handelsblad). In 1966 werden de provo’s beschuldigd van straatterreur, in 1934 waren het arbeiders die opkwamen voor werk. Het zijn gelukkig altijd de anderen en een nette liberaal vind je er nooit onder. De Haagse liberalen hebben immers zelf de mond vol van straatterreur? Niet van hen. Het plunderen van de staatskas door financiële instellingen wordt overigens geen terreur genoemd. De plundering wordt in regeerakkoord en  gedoogakkoord helemaal niet genoemd. Zo hoort het. Naar goed rechts gebruik zorg je ervoor dat de schuld ook daarvoor bij anderen wordt gelegd. Rutte en Verhagen konden zich daar bij de presentatie uistekend in vinden. Het was Bos. Het heet natrappen. De heren hadden er veel plezier in.

De denaturalisatie is in de taal al lang begonnen. De drie partijen kunnen er trots op zijn. Het rechtse monopolie op het gebruik van fascisme en nazisme is, na een onderbreking van een paar decennia, weer gecompleteerd met de term terreur. De rem eraf, riep Rutte. De rem is er al lang vanaf.

1 oktober

=0=


Leiders

Gisteren aan het einde van de middag woonde ik een ‘dubbelcollege’ bij. Een gaande rector en een komende rector. Het onderwerp was leiderschap.

Ongeveer op hetzelfde tijdstip verklaarden in een anders soort dubbelcollege een arabist en het enige lid en leider van de PVV dat D-day was aangebroken voor de strijd tegen de islamisering, respectievelijk dat de Nederlandse traditie van normen en waarden bedreigd werd. Altijd de oorlog: joden worden gemarginaliseerd en erger door islamieten en de Amerikanen zullen niet nogmaals hun zonen laten neermaaien op de stranden van Normandië. Je zou denken dat als je de tweede wereldoorlog oproept en het over joden en de Nederlandse traditie van normen en waarden hebt, je met een andere tekst zou komen. Maar goed, Hitler was links – ik citeer de intellectueel van de PVV – en dan is veel toegestaan. Alles is toegestaan tenzij het van de elite komt want elite is links en tegen links is alles toegestaan. Ik bedoel, rechts gedogen we, links niet.

Van een politicus, ook van een politicus die denkt dat leiding en leider in één persoon zullen en moeten samenvallen, moet je veel kunnen hebben, met hoeveel valsemunterij diens teksten ook zijn aangelengd. Van een arabist hoef je dat niet te pikken want die zijn niet aangesteld om geschiedvervalsing te propageren, noch om ‘rivieren van bloed’ te voorspellen, noch om de milieubeweging de ‘groene Khmer’ te noemen. Ik lees het in NRC Handelsblad. Ik heb het niet over smaak, ik heb het over een wetenschapper die uitspraken doet op het niveau van weer andere wetenschappers die de Holocaust ontkennen. Ik heb het over een man die, blijkbaar, aan een Leider genoeg heeft – en die leider is niet de wetenschap. Ik heb het over bederf. Wordt ook gedoogd. Zolang het rechts is mag je het fascisme claimen (Wilders), het nazisme claimen (Bosma), en je mag links elke verwijzing naar fascisme en nazisme ontzeggen (arabist Jansen over ‘de linkse elite en hulptroepen’). Geen belangstelling voor de tekst, wel voor de herkomst van de spreker. Dat is nieuw leiderschap en het is de boodschap van de Leider.

Twee colleges over leiderschap naar aanleiding van de overdracht van een rectoraat. Het gaat over Sioo, een kennisinstituut met een, naar ik hoorde van de voorzitter van de Raad van Toezicht, succesvolle en steeds nadrukkelijker focus op organisatieontwikkeling. De gaande man heet Jaap, de komende man heet ook Jaap. Hoeveel continuïteit kun je hebben. Beiden onderstreepten dat een leider die alleen maar leidt meer gestuurd wordt dan stuurt. Dat is, gelet op de PVV, een optimistische gedachte, zelfs als we verdisconteren dat de leider van de fractie ongetwijfeld niet door die fractie wordt gestuurd. Die fractie is, we kunnen het met droge ogen zeggen, unaniem en spreekt – dat is hetzelfde – slechts met één stem. Jaap en Jaap legden ook uit dat leiderschap geen persoon is maar een ‘rol’. Ik had liever functie gehoord, net zoals ik liever coördinatie hoor dan coördinator en liever faciliteren dan facilitator. Sommige dingen zijn nu eenmaal eerder dan andere dingen en dat besef ontbrak in het dubbelcollege. Ook de mededeling dat er geen verschil is tussen managers en leiders is slordig: een manager kan leiden maar een leider zal niet altijd managen. Het definiëren van een omgeving en van jouw plek erin is iets anders dan het organiseren van hulpbronnen uit, het afstemmen van een organisatie op, en het uitvoeren naar die door de leiding gemarkeerde omgeving. Er is overlap en er is verschil. In het college van de nieuwe rector kwam dat beter naar voren dan in het college van de scheidende rector. In beide colleges, overigens, was mij het onderscheid tussen diagnose (dit is aan de hand) en recept (daar knapt de organisatie van op) niet erg duidelijk maar dat probleem heb ik meer als de diagnose even globaal is als het recept.

In beide colleges, bovendien, werd opgemerkt dat een leider niet slechts anderen de weg wijst maar ook en misschien wel in de eerste plaats zichzelf. Daar zit een tijdsfactor in want de leider kan, zeker bij succes zoals in het geval van Sioo, het zicht op zichzelf verliezen en dat is voor niemand goed. De scheidende rector had het zichzelf voorgehouden – en dus ging hij weg als rector. Hij zei het met emotie – het was mooi want oprecht. Wij, in de zeer goed gevulde ruimte, applaudisseerden en hij bedankte ons – op dat moment had hij dat, de sympathie en de afleiding, precies nodig. De nieuwe rector pakte dat punt op, door te wijzen op de gevolgen van leiders die zichzelf als geldgenerators beschouwen en het snelle gewin verre prefereren boven de duurzame veranderingen ten goede. Enron kwam voorbij, en ook ABN-Amro. De opleidingen (business schools) kwamen voorbij en de rol van McKinsey bij het recruteren van whizz kids voor profijtelijke en ondoorzichtige productontwikkeling.

Het zal wel, maar juist op dat punt haakte ik af. Elke organisatie wordt vandaag de dag behandeld als een financiële architectuur, als een station in een netwerk van geldstromen, en een zelfopvatting van organisaties die daaraan voorbij gaat is de spreekwoordelijke luxe die organisaties zich niet langer kunnen permitteren. Geen leiderschap dat zich eraan kan onttrekken – het is niet voor niets dat de CFO de CEO naar de kroon steekt. Het werd gezegd – maar de conclusie die eraan werd verbonden was niet organisatorisch maar moreel: zo, met de financiën in de hoofdrol, moet je niet organiseren. Het bekt goed en je hebt er weinig aan. Leiderschap wordt inderdaad gestuurd, niet door je medewerkers, maar door de positie die je denkt te moeten verwerven op financiële markten. Zo’n positie verwerf je alleen maar duurzaam als je elke uitnodiging tot een duurzame verbintenis afslaat. Het leidinggeven wordt er daardoor niet eenvoudiger op – en dat heeft met de persoon van de leider heel weinig van doen. Dat had gezegd moeten worden. Het werd niet gezegd.

In een dergelijke context ga je geen verbintenissen aan, je gedoogt ze. Zo lang als het uitkomt. Er is meer gelijkenis tussen populisme en bedrijfsleven dan me lief is.

30 september

=0=


Duivels dilemma

Grootgrutter C1000 heeft een verrassing voor de kinderen. Een soort flippo’s maar nu heten ze düngans. Je kunt er spelletjes mee doen, je kunt ze sparen, ruilen, er anderen jaloers op maken, wie weet er zelfs enige afgunst mee oproepen. De figuurtjes op de flippo, de düngans,  zien eruit alsof ze van een slechte strip met archaïsche tekeningen zijn geleend.

Sommige C1000 vestigingen in onze bible belt willen ze niet hebben. Op sommige scholen uit dezelfde buurt wordt het de kinderen verboden ze bij zich te hebben. De dominee heft een waarschuwende vinger. De figuurtjes zijn verdoemd, demonisch, slecht voor de tere kinderziel en je hebt als winkelier, onderwijzer, dominee en ouder je verantwoordelijkheid te nemen. Je beschermt je kinderen door ze die dingen te onthouden en ze te waarschuwen voor kinderen die ze wel hebben.

Ik vraag me af van wie de kinderen een beeld van de duivel hebben. Niet van C1000 neem ik aan, wel van ouders en onderwijzers en de dominee. Om de duivel te bestrijden hebben ze de kinderen eerst met de duivel opgevoed en nu halen ze de duivel aan om de duivel te bestrijden. Je moet er maar opkomen.

De ouders, de onderwijzer, de winkelier en de dominee moeten er inderdaad opkomen. Ze zijn het aan zichzelf verplicht. Met als onvermijdelijk resultaat dat de tere kinderziel meer dan ooit met de duivel geïmpregneerd raakt. Men is daar als de duivel niet bang voor de duivel – men wil alleen het monopolie hebben op het inroepen van de duivel. Om de kinderen op het rechte pad te krijgen en om ze erop te houden. In naam van God. Het is vergelijkbaar met hun strijd tegen abortus. God pleegt de ene abortus na de andere en dan is het goed. Doet de dokter het, dan is het fout. Het gaat niet om het recht van de foetus, het gaat om het recht van God. God kloont en dan is het goed. De geleerden denken aan klonen, experimenteren ermee en dan is het fout. Alsof de duivel ermee speelt.

Ik kom in de verleiding de grote steun van SGP-ers voor een door hen in schone samenwerking met Wilders gesteund kabinet in hetzelfde perspectief te plaatsen. De uitdrijving van de düngan van de islamisering. En een moratorium op het indienen van nog meer wetsvoorstellen die op het recht van God op leven en levensbeëindiging beknibbelen.

Ik ben meer geïnteresseerd in de tekst van het gedoogakkoord dan in de tekst van het regeerakkoord.

29 september

=0=


Oreren

Anderhalve week geleden sprak Jo Bardoel in Nijmegen zijn inaugurele rede uit met als titel ‘toekomst voor de journalistiek’. Zijn definitie van journalistiek is drieledig. In de eerste plaats komt de journalistiek met zelf onderzochte en geselecteerde thema’s die nieuw, feitelijk en relevant zijn. De journalistiek produceert openbaarheid door de maatschappij waar te nemen en die waarnemingen via periodieke media ter beschikking te stellen aan een massapubliek met een gemeenschappelijke werkelijkheid als resultaat. Met dit laatste biedt de journalistiek oriëntering in een complexe wereld.

Het is een hele mond vol. Het lijkt een mission statement uit lang vervlogen tijden – en ook toen was het niet correct. Bovendien maakt Bardoel er iets heel anders van want hij uit de mond spaart overhoudt is het ‘opereren’ in de openbaarheid. Dat doen we, tegen wil en dank veelal maar niettemin, allemaal en we hebben ook de middelen verworven het te tonen en als we die middelen niet hebben dan hebben anderen ze wel.

De journalistiek is nooit een professie geworden. Stelt Bardoel. De priester wel – en die voldoet, niet verbazend, veel beter aan de journalistieke definitie. Of voldoet, voldeed. Bij de priester hoort ook de ‘allocutie’, die Bardoel plompverloren (in navolging van Deuze, zegt hij) aan de oude en ‘institutionele’ journalistiek (die tegenover de nieuwe ‘netwerkjournalistiek’ staat) toeschrijft. Hoort ook bij de priester en verder hoort het bij het hoofdredactioneel, niet bij de journalist. Hoort, hoorde. Dat je daaruit mag concluderen dat de journalistiek ‘hoogstens’ een half-professie is, is compleet uit het ongerijmde. Het was misschien ooit een vak. Tegenwoordig heb je er scholen voor maar voor de vakuitoefening is zelfs dat overbodig. Bij de verplegenden – een halfprofessie – is dat gelukkig niet zo.

Kortom, in het rijk dat de journalist nooit alleen had (er stond altijd de krant of de zender tussen en de priester, de partij, de beweging, de denominatie) is het steeds voller geworden en niemand bepaalt de verkeersregels. Een journalistiek feit van de eerste orde zou je denken, welke definitie van journalistiek je ook hanteert. Een ‘pluriforme’ openbaarheid. De openbaarheid als veld van ‘cocreatie’, wat wil je nog meer. Het schort aan coördinatie en dus is het resultaat eerder een verkeerschaos dan een net verkeersplein maar daarin zou de journalist nu net een mooie opdracht kunnen zien. De openbaarheid kan wel wat steun gebruiken en als de journalistiek de allocutie kwijt is, is er nog een schone taak weggelegd voor de allocatie van alles wat zich als openbaarheid aandient. Het zou een aanbod zijn dat niemand hoeft te accepteren; het zou zich eerst moeten bewijzen: welke plek neemt de journalistiek in, in het veld van de cocreatie ‘openbaarheid’?

In die richting zoekt Bardoel het al helemaal niet. Hij wil meer professionalisering aan de binnenkant van het vak en meer profilering aan de buitenkant. De opleiding moet academisch worden, het product moet een grimmig verdedigd keurmerk krijgen. Van hem mag iedereen zich journalist blijven noemen maar niet elk product mag journalistiek heten. Het is alsof de dokter zegt dat iedereen zich dokter mag noemen maar niet iedereen handelaar in de kwaliteit van levensjaren. Het is zo naïef dat het vertederend is.

Ik geloof niet dat Nijmegen het getroffen heeft.

28 september

=0=


Ondergeschikt

In de politiek is alles ondergeschikt aan machtsverhoudingen. Ook de moraal. We mogen hopen op een amorele politiek, dat wel. Niet meer want dan worden we of geringeloord of belazerd. Wanneer een politicus de moraal aanhaalt weten wij zeker dat daarmee de moraal onrecht wordt aangedaan. Dat is misschien treurig maar het is niet anders. Het is nog veel treuriger als politici geloven dat hun eigen morele uitspraken iets over moraal zeggen. Dat doen ze niet. Ze zeggen slechts iets over hun inschatting van machtsverhoudingen en over de manier waarop zij denken daar het handigst bij aan te kunnen haken.

Wat voor de moraal geldt, geldt zo mogelijk nog uitgesprokener voor economie en economische politiek. Niet dat economie en moraal onafhankelijk van elkaar zijn (economen en politici roepen om het hardst om de moraal, in het bijzonder als het slecht gaat), maar toch. Het valt in Obama te prijzen dat hij de Chinezen niet aanvalt op de morele aspecten van hun te laag gewaardeerde munt. Dat is ook verstandig, want de waarde van de Chinese munt mag dan te laag gehouden worden, de waarde van de Amerikaanse munt is een nog veel groter probleem. De positie van die munt is zelfs het grootste probleem – maar Obama wil die voor geen prijs ter discussie stellen. Zolang de machtsverhoudingen het hem toestaan.

De dollar bestaat voornamelijk uit tekorten die door anderen, de Chinezen bijvoorbeeld, worden gedekt omdat die Amerikaans schatkistpapier kopen, Amerikaanse bedrijven overnemen enzovoorts want ze moeten toch ergens met die dollars heen. Dat geldt voor meer landen en zo is iedereen verplicht aan de VS. Hoe minder dat land aan z’n verplichtingen het eigen huis eens op te ruimen voldoet, hoe meer de wereld aan de VS verplicht is. Dat is geen moraal, het is geen economie, het is politiek. Van de Amerikanen, van de anderen.

Ik lees bij Paul Krugman dat hij vindt dat de VS, net als Japan, de aankoop van staatsobligaties door China moet afhouden. De Chinezen krijgen te veel invloed en, zegt Krugman, ze komen ermee weg omdat ze hun munt kunstmatig laag houden, en daarmee een exportvoordeel hebben dat andere landen niet hebben. Dat is niet eerlijk. Ook Krugman heeft graag de moraal aan zijn zijde. Tja, stel je voor dat je beide zijden evenwichtig de politieke maat zou moeten nemen. Overigens, dat had Krugman wel moeten doen en in het debat over de waarde van munteenheden is het een opvallende omissie om dat niet te doen.

En nu dreigt Obama de Chinezen. Een handelsoorlog of zoiets: een extra belasting op de spulletjes die vanuit China naar de VS worden gezonden. Daar zal het Amerikaans bedrijfsleven blij mee zijn, het bedrijfsleven dat China al lang heeft ontdekt, steeds meer van z’n productie in China laat verrichten – en vervolgens naar de VS exporteert. Bijvoorbeeld.

De VS en de EU beschermen nog altijd hun interne markten. Iedereen weet het en de landbouw daar en hier zou niet kunnen bestaan zonder dat protectionisme. Nu wil de VS iets soortgelijks voor de industrie. Nog meer protectionisme. Wie weet denkt Obama wel dat het niet lang meer zal duren voordat nieuwe machtsverhoudingen hem dit soort grappen zullen beletten. Hij vlucht vooruit – de weg van gisteren op. Het zou mooi zijn als de EU hem erop zou wijzen.

Ook mooi is geen politieke categorie.

27 september

=0=

 

Wet
De wet van Godwin is nog beter dan die van Murphy. De wet stelt: naarmate online discussies langer worden, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi's of Hitler één. Wie z’n klassiekers kent, daarom, hoede zich voor die vergelijking. Het probleem is vervolgens hoe je dan wel de aandacht trekt waar je recht op meent te hebben.
Daar worden boeken over geschreven. Door Jan Kuitenbrouwer bijvoorbeeld die kan verklaren waarom Wilders succes heeft met het krijgen van aandacht. Framing, naming en shaming, zoiets en toch net wat anders. Of misschien ook niet, de studies naar dit soort zaken innoveren hun taalgebruik zo snel dat er voor innovatie niets meer overblijft. Desondanks, een verklaring. Jammer dat het geen recept is maar een diagnose en dat is niet hetzelfde. Morgen kan het weer ander zijn en morgen schrijven we een ander boek. Zonder recepten, met diagnoses. Het is meer een gezelschapsspel weet je wel, we houden elkaar bezig en kwaad zit er niet bij. Of wel, maar dan niet hierdoor. Dit houdt ons en van de straat en in de aandacht. Het kan slechter.
Je hebt geleerde variaties op de wet. Krijg je ook aandacht mee. Martin Bosma (de man die uit is op de neus van Clairy Polak) weet dat Hitler een socialist was. Wij het nationale zal de gedachte zijn, zij het socialisme. Het nationaalsocialisme is een variatie op het socialisme, het socialisme is links, het nationaalsocialisme is links. Daar heeft Bosma voor doorgeleerd en nu weet hij het niet alleen, hij weet het zeker. Bosma is de intellectueel van de PVV (een boek met wel 1000 voetnoten!). Hij laat het zich graag aanleunen. De wet van Bosma is dat links verantwoordelijk is voor het multiculti geklier en dat rechts de rommel mag opruimen. Zal opruimen. Opruimen? Opruimen. Opruimen is rechts, hoewel het in het nationaalsocialisme, toch de recordhouder opruimen, niet rechts geweest kan zijn want het nationaalsocialisme is links. Het zijn verblijdende inzichten. Het patent berust uiteraard bij Amanda Kluveld. Die zal er niet moeilijk over doen. Het kan ook een patent van Reve zijn (zie Nop Maas, Gerard Reve; Kroniek van een Schuldig Leven, deel 2: 669/670) en dan krijgt Bosma misschien wel met Joop Schafthuizen te doen. Het zij hem gegund. Hoe dan ook, vandaag de dag mag iedereen in elke bron spugen. Elke bron is open en eigenaarschap is helemaal uit de tijd. Eigenaarschap zal wel links zijn. Het op mijn manier omgaan met woorden is ongetwijfeld ook links. Dank daarvoor. Martin zullen we er niet op betrappen. Martin betrappen is links en Martin is niet links. QED.
Het zou natuurlijk geweldig zijn als rechts hetzelfde betekende als warhoofdig. Jammer, jammer, zo is het niet. Rechts heeft de wind mee en daarom valt warhoofdig rechts zo op. Ze krijgen de ruimte, ze nemen de ruimte. Ik vermoed dat we daarmee ook het totale historische inzicht van Martin te pakken hebben. Links is begonnen, net zoals de moslims zijn begonnen en daarom nemen wij van rechts, links en moslims te grazen. Wanneer is links begonnen? Links is in 1968 begonnen, zegt Martin. Toen kreeg het een klap van de ‘marxistische mallemolen’ en daar profiteren de moslims nu nog van. Je zou ook kunnen denken dat in 1968 voor het eerst de oorlog in Vietnam direct en onopgesmukt op het tv-scherm verscheen (van embedded journalistiek hadden ze toen nog niet gehoord, dat kwam pas een dertig jaar later) en dat maakte net wat meer indruk dan Fitna. In z’n soort was die verandering in het medium tv ongetwijfeld even belangrijk als de pil. Geen van beide ingrijpende vernieuwingen had een linkse stamboom.
Wat zou het ook. Voor Martin begint de geschiedenis in 1968 en toen was links aan de beurt. Wie het eerst is, heeft het gedaan. Wie het eerst is, is begonnen. Ik weet niet of Martin een oudere broer heeft maar, mocht het zo zijn, dan heeft Martin de pest aan ’m. Geert heeft het ook niet op z’n oudere broer. Zeker weten. Pim zag z’n oudere broer evenmin zitten. Marten? Nee. Simon, die is pas aardig. Geschiedenis als familiefeuilleton.
Je hebt behalve geleerde variaties ook zeurende alternatieven. Nausicaa Marbe. Die heeft haar eigen wet bedacht: vervang ‘nationaalsocialisme’ door ‘terreur’ en je hebt twee voor de prijs van één. Terreur is links en als het niet links is, is het islamitisch en als het onduidelijk is verschaf je duidelijkheid: straatterreur, de terreur van altijd het nationaalsocialisme er bij te halen, enzovoorts. De wet van Marbe is de wet van de substitutie. Het had beter de wet van de vervangende schaamte kunnen zijn.
We kunnen niet alles hebben. Schaamte, per slot, is ook links. Links moet zich schamen. Het is de politieke theorie van rechts maar ik formuleer het liever als alweer een wet, de tweede wet van Korver (er is ook een eerste wet van Korver maar die staat hier los van): naarmate online discussies langer worden, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking van links met de eis dat ze zich moeten schamen één.

26 september

=0=


Dromen

Als journalisten van goede journalistiek spreken dan komen ze met hun dromen over onderzoeksjournalistiek op de proppen. Het boek van Bob Woodward is er ongelezen al een hoogtepunt van. Alle boeken van Woodward eigenlijk, al dan niet gelezen. En, zeggen ze dan, zoiets hebben we in Nederland niet. We hebben geen Hersh, we hebben geen Woodward. Nee, maar we hebben wel Joeri Boom en Bram Vermeulen. Ik noem maar wat. Ik geef direct toe dat Boom en Vermeulen niet zo dicht op het centrum van politiek Den Haag zitten als Hersh en Woodward in het centrum van politiek Washington. We hebben nu eenmaal verhoudingsgewijs veel buitenland. Maar daar gaat het niet om. Het gaat niet om de hoeveelheid buitenland van een land, het gaat om de relaties met de centra van de politieke machtsuitoefening.

Met betrekking tot Den Haag, we kunnen denken aan de VN reportages van Joop van Tijn en Max van Weezel maar dat was vroeger. Daar komt bij, het was weekbladjournalistiek, geen dagbladjournalistiek. Ik mis het wel, en er is weinig voor in de plaats gekomen. Willen we nu iets te weten komen over hoe Den Haag werkt, dan moeten we de radio aanzetten. Argos, veilig weggestopt op radio 1, op de zaterdag tussen twaalf en één. Ook weer onderzoeksjournalistiek. Van voortreffelijke kwaliteit. Het zal wel niet sexy genoeg zijn; hoe ontluisterend ook het beeld dat ze schetsen van tal van misstanden en van de betrokkenheid van ambtsdragers en politiek verantwoordelijken erbij, niemand die het veel kan schelen. Een enkele Kamervraag, meer om te plagen dan om de vragen. De dagelijkse journalistiek bereikt het zeker niet.

Het is raar dat journalisten (eerder columnisten eigenlijk, zoals Wagendorp in de Volkskrant naar aanleiding van het aanstaande boek van Woodward) altijd naar onderzoeksjournalistiek opkijken en daarmee de dagelijkse journalistiek scheiden van datzelfde onderzoek. Het is niet verboden om geïnformeerde, kritische en lastige vragen te stellen en het is evenmin verboden om de gewoonte dat te verwarren met het provoceren van een uitspraak waarmee je de voorpagina haalt, nog één dag langer te handhaven. Zolang niet elke vorm van journalistiek onderzoekend is, is onderzoeksjournalistiek de droom en de journalistiek de sigaar.

De dagelijkse journalistiek is reclame geworden: nieuw!, anders!, verrassend!, onthullend!, onthutsend!, gruwelijk!, verleidelijk!, afschuwwekkend! Het nieuws met deze formule is gehomogeniseerd, gepasteuriseerd en gesteriliseerd. Neem het Haagse nieuws. Embedded, wederzijds (voor wat hoort wat) en wederkerig (ik doe nu wat voor jou, jij doet later in voorkomende gevallen iets voor mij).

In politiek Washington is journalistiek net wat minder embedded dan bij ons. Een beter functionerende openbaarheid misschien. Die wat grotere onafhankelijkheid is het verschil en het heeft met onderzoeksjournalistiek veel minder te maken dan met de kaasstolp waaronder bij ons media en politici elkaar zo aardig weten bezig te houden. In een kaasstolp broeit en groeit van alles, maar wil je het onderzoeken dan moet je de stolp verwijderen.

Journalistiek moet link zijn.

25 september

=0=

 

Ongein

De burgervader van Nieuwegein heeft bedacht dat etnische registratie van Roma nodig is. Roma, zo vindt hij, staan het verst af van de samenleving en dat hoeven we niet te pikken. Roma: het nieuwe speeltje van politici op zoek naar materiaal. We zouden die mensen eens moeten gaan registreren. Politici met een te grote broek en zo. We construeren een brede categorie, stel een categorie van mensen die er een sport van maken om de door hen ongewenste risico’s over te boeken op de gevarenrekening van anderen. De goede risico’s houden ze, de slechte staan ze grootmoedig af. Aan anderen, voor wie het geen risico’s zijn maar gevaren want in de definitie van de risico’s zijn ze zelf niet gekend, laat staan dat ze zouden beschikken over de middelen om er wat tegen te doen. Dat weten we ook wel maar daarom is de definitie zo belangrijk: in de definitie nemen we op dat ze wel degelijk in staat zijn er iets tegen te doen.

Wie komen in aanmerking voor de nog op te stellen onzewinst-uwverlies registratie? Ik geef een paar voorzetten. De lijst is niet limitatief. Bankiers bijvoorbeeld zouden erin passen (wij de winst, jullie de schade), en onverantwoordelijke ondernemende lieden van allerlei slag die hun voordeel zien groeien als ze erin slagen hun rotzooi op andermans erf te kieperen, en natuurlijk politici passen erin, politici die luchtballonnen oplaten die stinkend leeglopen en die daar de anderen de schuld van geven. Een ballon van etnische registratie, een ballon van uitzetting, ballonnen zat en ze kosten heel weinig. Dat soort mensen en hebben we ze eenmaal geregistreerd dan wordt per geval bekeken hoe hoog de boete moet zijn en hoe zwaar de herinburgeringsverplichting. De ultieme sanctie is niet uitzetting maar ontzetting, in meerdere betekenissen. Wij zijn ontzet, zij zijn uit hun functie ontzet, de bedreigden hebben we ontzet. En we vestigen ze collectief in een nieuwe gemeente, genaamd Ongein.

Er is toekomst voor ons land. Afhankelijk van de definitie van toekomst, die als het goed is geen definitie van aankomst, herkomst, bekomst en andere komsten is. Pas dan is er toekomst.

24 september

=0=


Hakkelend

Het was geen beste vertoning, het voorlezen van de Troonrede. De tekst was verbrokkeld. Niemand had er nog zin in, en dat leidde tot obligate zinnetjes, aangeleverd per ministerie. Enige samenhang werd overbodig geacht. Ook goed, heeft de koningin gedacht maar dan ga ik niet net doen of het nog wel ergens op lijkt. Ze haperde, hernam zich, haperde opnieuw, en strompelde voorwaarts, door de ellendige tekst heen. Ze hakkelde. Ze kwam zelfs de vijftien zinnen aan het begin (men ontdekte dat de beginletters van die zinnen de naam ‘Willem van Nassov’ vormden) niet ongeschonden door.

Het begon op vaste toon. ‘Willen wij daadkrachtig het economisch herstel vorm kunnen geven, dan is stabiel bestuur gewenst.’ Er had natuurlijk ook goed bestuur kunnen staan maar daar zou al snel cynisme in vermoed zijn. Stabiel dan maar. Verder houdt de volzin in dat de regering zich economische herstelvermogens toedicht die buiten regeringskringen sterk worden betwijfeld. Regeringen kunnen wel iets stuk maken maar zelden iets op de rails krijgen. Zelfoverschatting. Het is ze gegund. Daarna was het wel zo’n beetje gebeurd. Op het niet onbelangrijke punt van de financiële sector liet de regering de koningin de volgende volzin debiteren: ‘Een sterke en stabiele financiële sector is voor onze samenleving en ons internationaal opererende bedrijfsleven van bijzonder belang. Het is daarom essentieel dat het maatschappelijk vertrouwen in de sector wordt hersteld.’ Alweer stabiel! Zegt veel over de eerste volzin. Hoe? Ja, daar ging het even niet over. Het bleef bij die ene zin. Het is een opdracht de sector in alle eer te herstellen. Een opdracht aan de burger, niet aan de sector. En aan de regering niet te vergeten. De rest moet groeien zullen we maar denken want groei, daar is de regering onverdroten mee bezig. Alles staat in het teken van de groei, of eigenlijk, in het opruimen van alle obstakels die groei vertragen of in de weg staan. En nee, dan gaat het niet over de financiële sector. Dan gaat het over de inkomsten en uitgaven op de rijksbegroting. Komt daar de financiële sector dan niet in voor? De financiële sector komt daar niet in voor.

Anderen wel. Het gaat er om waar je de lasten van de crisis neerlegt, door de begroting aan de kant van de inkomsten en aan die van de uitgaven te manipuleren. Ik citeer de Miljoenennota 2011: ‘Het hoofdonderscheid tussen de uitgaven en de inkomsten verdient verdere uitwerking. Aan de uitgavenkant blijven de negatieve welvaartseffecten beperkt als bezuinigd wordt op uitgaven die het minste bijdragen aan structurele economische groei. Dit geldt voor een gedeelte van de internationale uitgaven, maar bijvoorbeeld ook voor het beter richten van uitgaven aan inkomensoverdrachten in sociale zekerheid en zorg. Dergelijke hervormingen kunnen structureel zelfs een positief effect hebben op de groei, als het hierdoor bijvoorbeeld lonender wordt om vanuit een uitkering te gaan werken. Uitgaven die het lange termijn groeivermogen van de economie aantoonbaar bevorderen en de concurrentiekracht versterken, moeten juist ontzien worden. (…) Als ervoor gekozen wordt om ook te consolideren via de inkomstenkant, is het raadzaam de nadruk te leggen op de belastingen die de economie het minste schaden. Belastingen op niet-mobiele grondslagen kunnen moeilijk worden ontweken en leiden slechts beperkt tot ongewenste gedragseffecten van bedrijven en huishoudens.’

Zo eenvoudig is het. Dit is de filosofie van het rechtse kabinet in de maak. Beleidsarm? Dat haal je de koekoek. Het is geen beleidsarme begroting, het is een beleidsbeginnende begroting. Als we niks aan je hebben en je kunt je niet verzetten, dan weten we je te vinden. Ontwikkelingssamenwerking, zorg en sociale zekerheid zijn de klos en dat is maar goed ook want zonder die uitgaven groeien we meer. Dat is één. Twee is dat iedereen die niet kan bewegen wordt gepakt en iedereen die wel kan bewegen wordt ontzien. Dat is omdat je bij de eerste groep de gedragseffecten in de hand kunt houden en bij de tweede groep niet. En de sukkels kunnen er toch niks tegen doen want waar zouden ze heen moeten? Zegt men, in keurig koeterwaals, bij deze regering. Omdat het klopt? Nee, omdat het zo gedefinieerd wordt. Van definities naar verklaringen en theorieën: het is slechts een kleine stap. Van beduusdheid zou je ervan aan het hakkelen slaan. Had onze arme vorstin de Miljoenennota soms al gelezen?

22 september

=0=

 

Eerwraak

Als de zedelijk eer van de familie is beschadigd kan de eer worden hersteld door wraak te nemen. Dat is eerwraak. Het is menselijke onhebbelijkheid, de eerwraak. In tegenstelling tot wat Afshin Ellian beweert, op zijn blog voor Elsevier, kennen grijze olifanten geen eerwraak.

Ellian had het over Herman Wijffels en hij nam en passant elke criticaster van samenwerking met de PVV mee in de categorie van de grijze olifanten. Anderen spreken van mastodonten. Afshin vindt het tijd voor wat anders. Mastodonten zijn passé, olifanten bestaan nog. Een scherp observator en de toevoeging ‘grijs’ voorkomt dat we bij de olifant denken aan een goed geheugen. Oudjes hebben geen goed geheugen; ze hebben een wonderlijk en tamelijk onnavolgbaar selectief geheugen. Of minder.

De tactiek van depersonalisatie neemt een steeds hogere vlucht. Vertel me uit welke categorie dit exemplaar stamt en ik vertel jou wat er de waarde van is. De categorie was er eerder dan de populatie die we aan de categorie toedelen. Dat zo’n uitspraak volstrekte flauwe kul is doet er niet toe. Het bespaart ongelooflijk op de complexiteit van de woordenwisseling en bevordert de snelheid van de woordenwisseling – als iedereen meespeelt; daar wil het nog wel eens aan schorten met al dat grijs in onze samenleving –  en het is de snelheid waar het om gaat. Dat het voorspelbare resultaat is dat de woordenwisseling vroeger of later ophoudt is jammer maar mocht dat zo zijn dan is dat type communicatie ook niet meer dan een grijze olifant gebleken en grijze olifanten zijn ten dode opgeschreven. Daar kan Ellian ook niets aan doen. Zijn schuld is het niet, hij waarschuwt slechts voor de eerwraak der grijze olifanten.

De publieke opinie wordt steeds ranziger. Als je wilt samenwerken met een partij die afkoerst op een staat met twee soorten of categorieën burgers en iedereen nu al de maat neemt op basis van zo’n indeling, dan draai je uiteraard je hand ook niet om voor een deling van burgers in jong en oud, inclusief het gemak dat je daarna hebt met het plegen en classificeren van welke uitspraak dan ook. Voor of tegen, zo eenvoudig is en andere merken worden niet meer geleverd.

De vrijheid van meningsuiting wordt niet bedreigd door censuur. De vrijheid van meningsuiting wordt bedreigd door depersonalisatie. Moeten we dat Ellian kwalijk nemen? We moeten niks maar ik neem het de man wel degelijk kwalijk. Zijn doel heiligt elk middel, we zagen het al bij zijn blijdschap over de zegeningen die we Irak brachten. Dat zat allemaal in de juiste categorie en de rest is gezever. Waar gehakt wordt vallen spaanders en zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Zo hoef je nooit en nergens over na te denken. Ellian voelt het aan zijn water en dan is het goed. Zijn doel heiligt zelfs het middel van de taal waarmee je alles wat je niet bevalt hoopt te kunnen neermaaien. Hij doet zijn best dus aan hem ligt het niet. Nee, de eerwraak zit niet bij de grijze olifanten. De eerwraak zit bij Ellian. Gewoon, één instrument naast andere.

21 september

=0=

 

Consument

Onze AFM zorgt ervoor dat consumenten van financiële producten (wij consumeren ze, houdt dat vooral voor ogen) ‘duidelijke en eerlijke’ informatie krijgen. Daarom zijn financiële bijsluiters bedacht. Daar moet je wel om vragen, het gaat niet vanzelf. Die bijsluiters moeten niet te ingewikkeld zijn en je bijvoorbeeld in één oogopslag alles meedelen over risico’s (groot of klein bijvoorbeeld) en rendementen (klein of groot). Die dingen hangen samen maar het loopt niet op één op één. Er zijn altijd zwarte zwanen, en die staan in geen enkele bijsluiter. Dus zijn risico’s en rendementen – de financiële crisis bewijst het – minder eenvoudig vooraf in te schatten dan in de bijsluiter staat. Verder zijn de bijsluiters niet zo duidelijk als de AFM veronderstelt. Daarom vragen sommige mensen zich later af of het allemaal wel zo eerlijk was. Het smaakte lekker en verstoorde de totale spijsvertering. Een duidelijke en eerlijke bijsluiter kan niet worden afgegeven zonder alle ‘eigenschappen’ van het product en zonder inzicht in de gehele gezondheid van de individuele consument. Voeg dat toe en je krijgt een bijsluiter als bij een medicijn: onleesbaar en onbruikbaar. Zo erg is het nog niet maar de verschillen zijn gradueel. De gevaren bij medicijnen worden bezworen door productaansprakelijkheden van producenten aan de achterkant en door een lange weg voor te schrijven voordat een product op de markt mag aan de voorkant. Bij financiële producten in de zakelijke sector heb je van dat soort bijsluiters, maar dan zonder de beteugeling van de gevaren. Onbegrijpelijk zijn ze, dus je doet wat de ander ook doet en het resultaat is eerst winst en daarna crisis. Voor de anderen bij voorkeur. Alle overige beweringen zijn bogus, valsemunterij.

In de VS wordt nu een agentschap opgetuigd dat consumenten bescherming moet bieden tegen financiële producten. In tegenstelling tot de AFM gaat het alleen om consumentenproducten. In overeenstemming met het Nederlandse stelsel wordt het prudentiële beleid (bij ons een taak van de DNB) gescheiden van het gedragsbeleid (de taak van de AFM). Dat is op zich ook goed. In Canada functioneert het ook zo – en men is er tevreden mee. Obama heeft Elizabeth Warren aangewezen als directeur. Hij kan het doen want het gaat hier om een benoeming waar Huis en Senaat buiten staan. Warren wordt links genoemd – ze komt op voor consumenten en dat is links. In de pers komt ze voornamelijk als deskundig over. Zal ook wel links zijn. De pers, in dit geval de Amerikaanse, is van nature links, zeker als ze zich aan de idealen van Pieter Storms houdt.

Obama heeft de oorlog verklaard aan de kleine lettertjes, de lettertjes (klein of groot) die ervoor zorgen dat het risico (dat meer een gevaar dan een risico is) bij de consument komt en het rendement veel minder. Ik ben benieuwd. Er is hoop als ervoor gezorgd wordt dat er regels komen die de productaansprakelijkheid bij de producent leggen. Dan hoeft de consument niet meer te weten dan wat je met het product kan doen en zijn de gebreken aan het product niet langer voor hun rekening. Om het gedrag te reguleren is wat meer prudentie onontbeerlijk. Een mooi begin zou zijn als banken bij de transacties die ze voor eigen rekening doen en de transacties die ze voor hun klanten verrichten dezelfde criteria zouden aanleggen en niet, zoals nu, de eigen transacties veel meer indekken dan de die voor hun klanten – onder het lafhartige motto dat de klanten zelf maar moeten kiezen (Trouw, vandaag, met een artikel naar aanleiding van een SOMO onderzoek over het gedrag van banken).

Zo lang men in de financiële wereld toestemming heeft om gevaren (die je loopt) als risico’s (die je neemt) te verkopen is de consument de klos. Hef het op – en hef dus de drogreden op dat klanten mogen ‘kiezen’ voor hun eigen gevaar – en je zult eens zien hoe makkelijk het wordt een financiële bijsluiter te lezen en hoe moeilijk het wordt er eentje ‘duidelijk en eerlijk’ te schrijven. Als het de opzet van Obama is om die praktijk ingang te doen vinden wordt het nog spannend.

20 september

=0=

 

Appels plukken

Je plukt natuurlijk eerst de appels waar je makkelijk bij kunt. Ik hoorde het de onvolprezen Fred Teeven zeggen, gisteren in het radioprogramma Argos. Het programma ging over de maffia in Nederland en de hulpeloosheid van de opsporingsdiensten bij het greep krijgen op de maffiaisering (ik parafraseer maar wat) van het land. Zou de maffia schrikken van het nieuws dat we in de toekomst één ministerie BiZa en Justitie krijgen, een ministerie van Veiligheid? Vast wel, hoewel ze nog meer zullen schrikken van een plan om drugs te decriminaliseren. Gelukkig dat we het land daar niet aan zullen uitleveren.

Dat van die appels verbaasde me. Toen je nog bij Utrecht in het Amsterdam-Rijnkanaal kon zwemmen – in mijn geval gedurende de tweede helft van de jaren vijftig en de eerste paar jaar van de jaren zestig – waren er drie dingen die het zwemmen avontuurlijker maakten. Het eerste was van de spoorbrug duiken. Het mocht niet en het was een beetje waaghalzerig en daarom zo spannend. Dat het niet mocht was mijn probleem niet, dat het groot lef was wel. Ik ben er nooit van af gedoken. Het tweede was je vast te klampen aan een voorbijvarende aak. Als een aak goed beladen was lag-ie laag en dan was het een fluitje van een cent erop te klimmen, je een paar honderd meter mee te laten voeren en er dan weer vanaf te springen of duiken, op weg naar een andere aak die je weer terug kon voeren. Die waren schaarser, want veelal minder zwaar beladen. Als de schipper op je af kwam om je te verjagen was de lol nog groter.

Het derde was naar de overkant zwemmen. Daar stonden geen huizen en ook geen fabrieken en kantoren, daar stonden spaarzame boerenhuizen en op het land waren fruitbomen. Appels. We deden precies wat Fred heeft aanbevolen. Eerst de laaghangende appels want daar kun je makkelijk bij. Dat was ook wel zo verstandig want hoe hoger je in de boom zat hoe meer tijd je nodig had om eruit te klimmen en weer in het kanaal te duiken als de boer op je af kwam. De boer kwam altijd op je af. De schippers van een aak haalden hun schouders nog wel eens op want zij konden hun boot niet verlaten om te gaan zwemmen. Dat konden de boeren zich evenmin permitteren maar die haalden nooit hun schouders op. Het ging om hun oogst, geef ze eens ongelijk.

Jammer was weer wel dat het laaghangende fruit nogal eens het meest groene fruit was. De appels waren zuur. Klein. Wrang. Buikpijn. We hadden liever het rijpe fruit gehad maar dat hing hoger. We plukten waar het het snelst ging, niet waar het het meeste zin had. En is dat niet merkwaardig? Dat is, Fred zegt het, precies wat politie en OM ook doen, het onrijpe en laaghangende fruit plukken en het rijpe en hoger hangende fruit ongemoeid laten. De rechter mag er over oordelen. Veel kruimels, zelden de taart. Het raadsel waarom de groene misdaad wel en de rijpe misdaad niet wordt gepakt is door Fred Teeven opgelost. De veiligheid dient het niet en het recht ook niet. Maar je hebt het er wel druk mee. We horen niet anders. De politie is overwerkt en komt aan het echte werk niet toe, het OM dito en de rechter van hetzelfde. Zij krijgen er buikpijn van. Wij ook.

Onze Fred is bij de FIOD begonnen. De fiscus. Dat verklaart het. De belasting is ook gespecialiseerd in het laaghangende fruit en laat het rijpe ongemoeid. Je pakt de kleinen want die kunnen toch geen kant op en je laat de groten met rust want die zijn weg als je zelfs maar beweegt. Het is niet rechtvaardig, het is niet prudent, het is praktisch. Fred is een praktisch man.

Ik vind dat Fred financieel woordvoerder moet worden, met de belastingen in zijn portefeuille. Hij weet er alles van. Oneerlijk zal het blijven maar ik vermoed dat hij daar minder schade zal berokkenen dan als woordvoerder justitie. Pardon, veiligheid.

19 september

=0=

 

Vlak

In het Reformatorisch Dagblad lees ik dat de onderhandelaars van PVV, VVD en CDA wel geporteerd zijn voor een vlaktaks. Op de inkomensbelasting natuurlijk, belasting op winsten en zo moeten uiteraard gevrijwaard blijven. Daar zal beter verdienend rechts z’n vingers bij aflikken. Minder goed gesitueerd rechts kan zich opmaken voor een ware formulierenstrijd om het belastingverlies weer een beetje gecompenseerd te krijgen. Zij niet alleen, we krijgen wel degelijk een kabinet dat aan iedereen heeft gedacht. Wat de belastingdienst aan de ene kant op personeel kan besparen door vereenvoudiging zal het aan de andere kant weer moeten inzetten om, net als bij de ziektekosten, van alles en nog wat te vereffenen. Leuker kunnen we het niet maken en makkelijker slechts voor de hogere inkomens.

Aan de onderkant van het strafrecht krijgen we een minimumstrafeis, een vlakstraf. Zouden vermogensdelicten er ook onder vallen? Ik heb er nog niks over gehoord. Het was een ideetje van de PVV, het was eerder al bedacht door voormalig CDA en PVV Kamerlid Joost Eerdmans en de Raad van State boorde het een paar jaar geleden totaal de grond in. Ze waren de enigen niet. Joost Eerdmans doet op tv iets met Ivo Opstelten, de lijnen zijn kort. Dat wordt nog wat. Het zijn dezelfde partijen die vinden dat een winkeldief fors mag worden aangepakt door de winkelier. Dat is de eerste uitzondering. Dat is geen overtreding, dat is zelfverdediging. Alleen in de winkel, of ook in de achtervolging? Wat als je steun krijgt van een collega-winkelier, van een omstander, van een paar omstanders en met z’n allen tegelijk? Het is maar hoe je het noemt. We mogen ook aannemen dat een vrouw die jarenlang door haar man in elkaar is geslagen en eindelijk wat terugdoet – met dodelijke afloop laten we zeggen – niet helemaal hetzelfde juridische geval vormt als de man die na jarenlange mishandeling er eindelijk in geslaagd is haar lichtje te doven. Hoe zou trouwens onze Bijenkorfmoeder in het plaatje passen? Te voorzien is een onophoudelijk gevecht om een gebeurtenis te classificeren. Dat gevecht hebben we nu ook al (is het dood door schuld, is het doodslag, is het moord); de inzet ervan zal verhoogd worden. Was het Pudding? Nee, het was stront. Was het Gisteren? Nee, het is net gebeurd. Politie, OM en rechters zullen het er druk mee krijgen.

De onderhandelaars zouden moeten weten dat idiote wetgeving veel ambtenarentijd kost en dat idiote wetgeving meer wel dan niet het product is van compromissen die je dan maar sluit omdat je dan ook je eigen idiote wetten er doorheen kunt jassen. De Eerste Kamer zal het er druk mee krijgen. Dat orgaan wordt steeds interessanter. Als ik onderhandelaar was zou ik voor afschaffing van de Eerste kamer pleiten en de rol van de Raad van State terugdringen. Dat legt maar zout op elke passerende slak.

De onderhandelingen slepen zich voort en de onderhandelaars hebben de ‘radiostilte’ opgeheven. Dat is het meest opvallende nieuwe van afgelopen week. Wat Klink in het openbaar deed gebeurt nu stiekem. Op plaats twee staat de dienstbaarheid van het demissionaire kabinet aan de onderhandelaars. Het kabinet deelt mee de inburgering te korten, de onderhandelaars doen hetzelfde. Het kabinet wenst enorme kortingen op de cultuurbudgetten, de onderhandelaars zijn er maar wat blij mee.

Toch handig dat althans één der onderhandelaars ook in het kabinet is vertegenwoordigd. Dan hoeven ze alleen nog maar vlakke etappes te rijden.

18 september

=0=

 


Splijtzwam

‘De massale instroom van moslims confronteert ons bovendien met de balans die we in de postmoderne seculiere samenleving dachten te hebben gevonden tussen de positie van het tanende geloof en de staat’. Was getekend: Margreet Fogteloo, in een artikel ‘Islam als splijtzwam’ (De Groene, deze week). Ik begrijp dat Fogteloo historica is. Er zijn zo langzamerhand tal van mensen die geschiedenis hebben gestudeerd om het direct erna te vergeten. Die gaan de politiek in. Of de journalistiek. Massale instroom: dat hoor je bij de VVD en bij Wilders. Van moslims: een CBS effect (dat Fogteloo overigens zelf vermeldt in haar stuk maar kennelijk had ze die massale instroom van moslims nodig voor haar splijtzwamcultuur) omdat het CBS elke migrant uit islamitische landen automatisch telt als een moslim. En hun kinderen ook, en hun kindskinderen. Dan schiet het op. Ja, migranten zijn het dan niet maar moslims des te meer. Tellen we mee en bij elkaar heb je dan misschien net geen massale instroom van migranten (behalve uit Europa zelf) en wel een massale instroom van moslims. En daar ging het om. Vermenigvuldig twee minnen en je hebt een plus. Ze vermenigvuldigen zich toch razendsnel? Was dat ook niet de betekenis van splijtzwam voordat we het woord in cultuur brachten?

De splijtzwam Wilders heeft, in de persoon van Fogteloo, de redactie van de Groene bereikt. Ze beklaagt zich erover dat de definitiekwestie (religie?, ideologie?) de werkelijke zaak (‘de positie van moslims in de westerse wereld’) bedekt. Nu is die definitiekwestie een lokale aangelegenheid, net uitgevonden door Wilders (en door Pat Robertson, die ook). VVD en CDA hebben er kennis van genomen en vinden dat het recht op vrije meningsuiting ook de vrijheid van definiëren inhoudt. Ja toch? Is het katholicisme een geloof? Welnee, het is een pedofiele seksclub. Altijd al geweest ook en wie er wat tegen had kon de brandstapel op. De mensen met een klacht zijn schuldig aan een hetze tegen het geloof. Ik hoorde het gisteravond een priester uit Sittard zeggen, in ‘uitgesproken EO’. Twee van in totaal vier toehoorders bij de mis waren het er mee eens. Na de mis en ernaar gevraagd. Volgens de EO is dit een gevoel wat ‘leeft’. De andere twee zijn niet geïnterviewd. Tja, zeg ik dan in navolging van Fogteloo, door het een geloof te noemen bedek je de ranzige werkelijkheid. Enzovoort.

Er wordt heel wat bedekt in ons land maar niet de kwesties waar Fogteloo het over heeft. Europa wordt bedekt bijvoorbeeld. In de drie artikelen in de Groene (themanummer ‘Eigen cultuur eerst’) die over de westerse islam en de opkomst van nationalistische partijen in dat verband gaan, ontbreken zowel Europa als het nationalisme en daarom ontbreekt de samenhang tussen het verzet tegen Europa als politieke entiteit en de opkomst van het nationalistische sentiment.

Ik denk dat de Groene het niet heeft aangedurfd het nummer gewoon ‘Eigen volk eerst’ te noemen. Een splijtzwam ontneemt niet het zicht, zoals Fogteloo meent, een splijtzwam verstikt.

17 september

=0=

 

Breekijzer

Tot mijn verbazing heeft Pieter Storms een klacht over DWDD. Hij vindt dat de presentator had moeten ingrijpen toen zijn vrouw, ons aller Nina Brink, in het gesprek werd betrokken. Ik zag het gemier tussen Storms en Kelder. DWDD kreeg waar het op had gerekend: geen gesprek maar beledigingen over en weer. Opdat wij ons verkneukelen. Storms had een verhaal over slechte journalistiek (‘verloedering’) waar hij een essay over aan het schrijven was. Hij vertelde al iets en dat was zo dun dat we mogen hopen dat het essay niet zal verschijnen. Je vraagt je af waarom DWDD hem al uitnodigde om iets over het essay te vertellen terwijl het er nog niet was. Dat zal wel zijn omdat het DWDD daar niet om gaat, DWDD wil de heibel, en Van Nieuwkerk zit er bij en kijkt er naar. Elkaar in de rede vallen? Dat is de formule van het programma. Daar  gaat het om en we vinden het heerlijk.. Leuk toch?

Het ging Storms om zijn vrouw, die – net als journalisten – dingen in de wereld gooit die bij nadere controle wat tegen blijken te vallen. Een pakketje feiten en beloften en onherkenbaar gemengd. Storms weet dus waar hij het over heeft. Storms vond dat Kelder ook een voorbeeld was van dat type journalistiek. Kelder op zijn beurt vond dat Storms, als de journalist met de grootste boete ooit (200.000 guldentjes) als gevolg van een artikel in de Nieuwe Revu (met een beschuldiging van corruptie aan het adres van een wethouder in Bergen op Zoom, een wethouder die dat niet nam) waar geen van hout van deugde, niet helemaal de man was om de journalistiek de maat te nemen. Dat was in de jaren tachtig. Later had Storms een eigen tv-programma, Breekijzer. De beuk erin, zoiets. Spelregels? Die zijn voor jullie, niet voor mij. Weer later beweerde Storms dat het idee voor de tv zender Het Gesprek van hem was. Hij spande een proces aan – dat hij verloor. Enzovoorts. De man deugt van geen kanten. En zijn vrouw die een auteur van een boek over haar probeert stuk te procederen ook niet. Maar ik had wel met haar te doen. Zo veel spanning, dat kan nooit goed zijn voor de gezondheid. Zou ze weten wat plezier is?

Bij DWDD ging het daar niet over. Het ging om de grootste bek.  Storms vindt dat niet genoeg: zijn bek is groter maar omdat je niet kunt zeggen ga je over op je gelijk. Hij heeft gelijk, want Nina heeft gelijk en ieder die iets anders beweert heeft ongelijk. Hij klaagt over Van Nieuwkerk die niet ingreep. Nee, natuurlijk niet. Storms en Kelder deden zijn werk en dat werk is iedereen in de rede vallen in de hoop op wat deining. Ging vanzelf, die keer.

Het is wel aardig. In Breekijzer hield Storms zich nooit aan enige regel. Daar heb je een breekijzer voor want gewoon wachten tot er open gedaan wordt nadat je gebeld hebt is natuurlijk veel te suf. Storms verwachtte overigens wel dat alle anderen volgens de regels speelden. Dat is nog zo bij hem en volgens hem en daarom is de man aan het dreinen geslagen. Hij vraagt om het ontslag van Kelder.

Twee heren van de nieuwe hufterigheid en een presentator die wel uitkijkt. Zo gek is die klacht over verloedering niet.

16 september

=0=

 

Nodig en nuttig

Toen het kabinet voor de zoveelste keer werd teruggefloten vanwege illegale activiteiten was het Nederlandse huis te klein. Hoeven Turken niet in te burgeren? Is dat tegen de wetten en regels die ons land zelf heeft afgesproken? Dat kan niet en als het wel kan dan moet de wet worden aangepast. In elk geval tekenen we protest aan want afspraak of niet, inburgering is goed voor die Turken en dus zullen ze ingeburgerd worden. Het bevordert hun participatie en hun kansen op de arbeidsmarkt. Ik weet niet of ik de volgorde juist heb en ook niet of er nog verschil tussen die twee dingen is. Het zou mooi zijn als het zo was maar dan wordt het wel weer ingewikkelder en als het ingewikkelder wordt, wordt het ook duurder. En het kost al zo veel.

Turken of niet, het demissionaire kabinet kondigt forse bezuinigingen aan op de inburgeringbudgetten. Zou dat zijn vanwege de demissionaire status van het kabinet of om het een komend kabinet wat makkelijker te maken? Nee, zegt het kabinet, het komt gewoon omdat al die cursussen toch geen effect sorteren. Dan denk je, maar je moet niet denken, schaf de verplichting af, maar daar lees ik niets over. Je moet het wel verplichten en je moet het tegelijkertijd niet mogelijk maken. Zoveel nieuws onder de zon is er dus niet. Je kunt ook gewoon de eigen bijdrage verhogen van de cursisten. Dat zegt het kabinet niet, daar mogen anderen op komen. Een demissionair kabinet is bescheiden. Desondanks, als de inburgeringkandidaten er meer voor betalen zullen ze het meer waarderen. Dat weet iedereen, behalve uiteraard de inburgeraar. Daar doen we dan wat aan, er is geen betere les dan een praktijkles die ze aan den lijve, en dat is bij ons aan de portemonnee, ervaren. Nodig en nuttig.

We hebben ook nog, eventjes, het vavo, het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. Denk aan de Joke Smitschool. Het begon met de moedermavo zullen we maar zeggen maar meer en meer is het een school voor drop-outs of bijna drop-outs geworden die er achter zijn gekomen dat het zonder diploma toch lastig wordt. Volwassen zijn ze lang niet altijd dus eigenlijk was het al meer vado geworden dan vavo, voortgezet algemeen drop-out onderwijs. Hier heeft het demissionaire (wat is dat toch, demissionair?) kabinet eveneens z’n pijlen op gericht. Er zal fors in de bekostiging (via gemeentelijke educatiebudgetten) worden gesneden. Want, zegt het demissionaire kabinet, we hebben meer geld gegeven aan het mbo voor taal- en rekenonderwijs en eens moet het genoeg zijn. De rest is onnodig en onnuttig. Misschien dat de gemeenten drop-outs voortaan een taakstraf kunnen geven voor hun onverantwoordelijke gedrag, die straf in een boete omzetten en dat geld gebruiken voor het davo? Het lag toch al in het verschiet, dat met die taakstraffen en als de gemeenten het OM bedreigen met extra werk vanwege het drop-out gebeuren dat bestraft moet worden, is het OM misschien wel bereid de inning van de bijbehorende boete aan de gemeenten over te laten. Alles kan en waar een wil is, is een weg.

En zo werken we, op de dag van de democratie want die vieren we vandaag, gestaag en demissionair verder aan de tweedeling van de maatschappij. De dag van de democratie staat in het teken van ‘bruggenbouwers’. Hoe uitgesprokener de tweedeling hoe meer bruggenbouwers we kunnen gebruiken. Het kabinet had geen betere dag kunnen kiezen. Nodig en nuttig.

15 september

=0=

 

Zorg zonder zorg

Zorgen voor zorg (Eggink et al)is de titel van het rapport dat het SCP vandaag uitbrengt over de vraag naar zorgpersoneel (in verzorgingshuizen, verpleeghuizen, thuiszorg) voor de toekomst (Den Haag; SCP 2010). De kranten berichten erover, het radiojournaal eveneens en het rapport is nu al van de site te halen.

Er zullen meer mensen nodig zijn want de vraag naar zorg neemt toe en de productiviteit in de zorg kan het niet bijbenen. Dan word ik nieuwsgierig; wat het ‘product’ is dat wordt geleverd in de zorg is niet zo eenvoudig vast te stellen (een levendiger oma, meer glimlachjes, een beter gesprek, meer beweging, meer zelf willen doen, vertraging in de terugval, een langere levensduur – en dat alles als product van betere hulp, begeleiding en aandacht?). Het zou kunnen, maar niet bij het SCP. Wat het product ‘zorg’ is zal het SCP een zorg zijn. Het SCP produceert een rapport over zorg waar de zorg niet in voorkomt. En toch is het een zorgelijk rapport want waar al die mensen vandaan moeten komen die naar al die vragers naar zorg toe moeten is nog lang geen opgelost raadsel. We hebben zorgeloze zorg, een zorgelijke vraag naar zorg en een zorgwekkend tekort aan mensen. Licht dat een beetje toe en hup! – weer een rapport.

Hoe heeft het SCP besloten tot zorgeloze zorg? Dat gaat zo. Allereerst omschrijf je de arbeidsproductiviteit en je zegt dat dit aangeeft ‘hoeveel productie (cliënten) er per fulltime equivalent (fte) wordt geleverd’. Vertaal dat naar de eerste de beste winkel en je komt er op uit dat een verkoper die 10 klanten in één uur bedient veel productiever is dan een verkoper die slechts 3 klanten haalt. Het doet er niet dat de verkoper van 3 een omzet realiseert van 10.000 euro en de verkoper van 10 niet meer dan 80 euro: verkoper 10 is meer dan drie keer zo productief. Ik vermoed dat weinig bedrijven het lang zouden volhouden op die manier maar het SCP denkt van wel. Bovendien, en daar gaat het om, ze zuigen dat niet uit hun duim, daar in dat bureau, ze volgen slechts de mantra’s van het bedrijfsmatig werken (ik begrijp – hoorde ik ook op de radio vanochtend – dat ook de rechters in Nederland onder dat regiem vallen, dus ook daar hoeveel klanten per rechter als beloningsgrondslag en per klant zoveel minuten en dan spreekt het vanzelf dat je om maar zoveel mogelijk klanten binnen te halen doorschuift wat je maar kunt doorschuiven. De vreugden van arbeidsdeling en functiedifferentiatie en rechtsproductiviteit zonder recht. Bedrijfsmatig zo meten komt niet voor in bedrijven – we hebben er wel de publieke en collectieve sector mee opgezadeld). Bedrijfsmatig werken is het product verwaarlozen om zoveel mogelijk productie te leveren.

Maar juist daarom is het zo raar dat het SCP van een uitspraak over arbeidsproductiviteit – zo gemeten – niets wil weten. Hoewel, als we in het rapport het verslag van eerder onderzoek lezen (ik citeer maar letterlijk) en dan de zinsnede tegenkomen:  ‘Daarnaast wordt een verdere toename van de arbeidsproductiviteit als oplossing genoemd, hoewel dit
negatieve gevolgen kan hebben voor de kwaliteit van de zorg’, dan zou je zeggen dat ook het SCP zich even in de ogen zou wrijven. Het is het type denken over productiviteit dat we in het gevangeniswezen terugvinden in dromen over meer arbeidsproductiviteit door eenvoudigweg meer gevangenen in één cel onder te brengen en de hoeveelheid personeel constant te houden. Gesteund door technologie, dat wel. Extra cameratoezicht bijvoorbeeld, dat scheelt en dan kun je en passant ook een penitentiaire inrichtingswerker inruilen voor een goedkopere bewaarder. Zoals je ook verplegenden en verzorgenden in de zorgsector kunt vervangen door alfahulpen.

Het zijn allemaal maar problemen en het leven is al moeilijk genoeg. Daarom meet het SCP geen kwaliteit, want kwaliteit is ‘niet zomaar te kwantificeren’. Dito voor zorgzwaarte. En wat niet zomaar kan doen we zomaar niet. We beantwoorden alleen type 1 vragen.

Het is meer dan zorgelijk. Het is treurig.

14 september

=0=

 

Boek

We schrijven de overgang van de 10e naar de 11e eeuw. We lopen tegen het einde van de regeerperiode van Almansor, de Moorse heerser die, behalve het noordoostelijke deel, geheel Spanje leek te hebben veroverd. Niettemin, wat later (vanaf 1085 met de verovering van Toledo op de Moren) de Reconquista werd genoemd was al in het tijdperk Alamansor begonnen. Het houdt pas op als het gehele land is terugveroverd. In de nadagen van de Reconquista kunnen niet alleen de moslims het schudden, ook de joden zijn de klos. Op het gehele schiereiland, dus inclusief Portugal. Ik herinner me het indrukwekkende Die Vertreibung aus der Hölle, van Robert Menasse (2001), de geschiedenis van Manasseh waaraan Menasse z’n eigen geschiedenis (in de persoon van Vikort Abravanel) spiegelt – en relativeert.  Niet voor niets betekent Manasseh zoiets als het veroorzaken van het vergeten en Abravanel staat voor vader, priester van God. Voeg daar Viktor aan toe en het schiet allemaal heel aardig op. Nee, de relatie van Viktor met zijn vader is niet geweldig, maar als je Viktor heet kun je niet verliezen.

Manasseh overleefde de hel van de inquisitie, de hel die destijds het dagelijks leven was en waaruit je desondanks kon worden verwijderd. De rest van z’n familie kwam er minder goed van af. Maar hij overleefde en verwijderde vervolgens zichzelf door, de ironie is duimendik, van z’n fenomenale geheugen uitsluitend gebruik te maken om er geheiligde teksten in op te slaan – en voor het dagelijks leven z’n neus op te halen. Dat zijn gooi naar het hoogste geestelijke ambt mislukte staat er direct mee in verband, want zo’n ambt is er niet om naar binnen te kijken maar om binnen met buiten te verbinden. Manasseh veroorzaakt z’n eigen vergeten van z’n eigen alledaagse wereld. Hij doet het zelf, zij het niet onder zelfgekozen omstandigheden. Ach ja, we scheppen onze eigen hel. Je hebt er niet eens een brandstapel voor nodig om alvast te wennen. Hoewel,  praktijken en rituelen helpen wel, al was het maar om allegorische redenen.

Ik dwaal af. We schrijven Andalusië en de strijd die Almansor voert. Hij komt er achter dat zijn katholieke vijand Jimenez in Granada een koran heeft laten verbranden. Dat is nog niks, zegt zijn strijdgenoot Hassan, het is nog maar het voorspel. En dan volgen de woorden die Heine hem in de mond legt en die steeds opnieuw worden geciteerd: “daar waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen”. Datzelfde Granada wordt overigens pas in 1492 terugveroverd op de Moren. Het was hun laatste strohalm op het Iberisch schiereiland. Heine brengt, vermoed ik, in Almansor (het toneelstuk, niet het gelijknamige gedicht) diverse herinneringen uit diverse perioden bij elkaar; hij betreurt het verdrijven en vervolgen van de moslims evenzeer als het verdrijven en vervolgen van de joden. De inquisitie. Ik dwaal helemaal niet af. Een botsing van beschavingen, welzeker.

De woorden van Heine’s Hassan sieren ook een plaquette in Berlijn, op de Bebelplatz.  De plaquette is deel van een groter gedenkteken, dat de bibliotheek heet. De referentie daar is niet naar de koran, de referentie is naar de boekverbrandingen in 1933, in Nazi Duitsland. Boekverbrandingen als aankondiging van de verbrandingsovens. Wilders en Palin hebben gelijk in hun afstand nemen van een malle dominee uit Florida. Kijk, verscheuren van een boek, ideetje van Wilders, is iets heel anders. Gisteren werd het nagedaan, door een groepje zich noemende christenen, in Washington. Waarom? Omdat je op die plaats geen fikkie mag stoken, daarom. Geen fikkie, wel wat anders. Hoe anders? Gewoon, anders. Toch? Verbranden, dat doen de moslims. De duivelsverzen, poppen die hun tegenstanders verbeelden, vlaggen van hen onwelgevallige landen, het kan niet op. Bij ons is een verbranding en nog wel wat meer ook collateral damage, bij hen is het cultuur. Een botsing van beschavingen, zeg nou zelf.

Koran verbranden mag, schrijft arabist en promovendus rechtsfilosofie JP Verwey in een opiniebijdrage in de Volkskrant. Zelf zal hij geen boeken verbranden dus daar gaat het niet om. Hij vindt het zelfs onnozel: “Het verbranden van boeken is een onnozele actie. Maar ook onnozele mensen mogen hun grondrechten uitoefenen. Juist deze tolerantie onderscheidt ons van de islamitische wereld, waar heel veel niet mag. Elke beperking van de eigen rechten is een aanslag op onze vrijheid. Je kunt veiligheid niet kopen door stukjes vrijheid te verkopen. Of in de woorden van Benjamin Franklin: ‘They who can give up essential liberty to obtain a little temporary safety, deserve neither liberty nor safety.’”

Dat arabisme doe ik hem cadeau maar die rechtsfilosofie niet. Hij is van mening, blijkbaar, dat tolerantie gelijk staat aan het laten uitoefenen van grondrechten, ook door onnozelaars. Alle onnozelaars? Nee toch? Tolerantie is, zoals we weten, het toestaan van afwijkingen van een ‘norm’. Tolerantie is dus een relatie met grenzen, anders wordt het hele woord onzin. Dat vindt Verwey niet: elke beperking van de eigen rechten is een aanslag op onze vrijheid. Kort en goed, daar mag je niks zelfs al ben je absoluut niet onnozel, hier mag je alles ook al ben je onnozel. Het is een vondst. De combinatie arabist-filosoof  betaalt zich uit, dat zie je maar weer. Grondrechten kunnen in zijn visie ook helemaal niet conflicteren, in die zin dat twee grondrechten in één casus nogal eens met elkaar vloeken. Dan mag je wel tolerant zijn maar dat verlost je niet van de taak dan alsnog per geval een nette volgorde aan te brengen en wel zo dat die volgorde een volgende keer, met een andere casus, weer gewijzigd kan worden. Het te begrenzen, zoals het woord ook vraagt. Lastig allemaal en ik kan me voorstellen dat de arabist het niet pruimt maar dat de rechtsfilosoof het wel pruimt baart me, hoe zal ik het zeggen, enige zorgen.

Zelf vind ik de uitspraak van Franklin prachtig. Maar in welk Nederland heeft de tolerante Verwey de laatste jaren toch geleefd? Hij zal wel niets te verbergen hebben, onze promovendus, en dus heeft hij niet eens gemerkt dat van zijn vrijheid in naam van de veiligheid gestaag stukjes zijn afgeknabbeld. Hij zal ook wel niet gemerkt hebben dat het niet gaat om het fikkie maar om het mediavuur dat je met een actie weet en wenst te ontketenen. De malle dominee uit Florida werd pas iemand nadat de media hem hadden opgepikt. De malle vrouw die de trammelant rond Ground Zero startte en vervolgens Wilders uitnodigde, kreeg ook pas succes nadat de media het begonnen rond te zingen. Naar goed Amerikaans gebruik zijn het echte kleine ondernemers in meningen die van geen aanhang naar een grote aanhang doorstoten, en hoe meer controverses ze uitlokken hoe beter het is. Het vuurtje in de media voedt zichzelf als de aanmaakblokjes hun werk hebben gedaan. Je mag ze complimenteren met hun vermogen de media te prikkelen, want hoewel de media altijd honger hebben naar wat afwijkt vreten ze niet alles.

Het gaat ook helemaal niet over de koran. Alles wat niet bevalt kun je in het vuur gooien. Duitsland 1933 is opnieuw het voorbeeld. Wat je erin gooit staat voor iets, staat voor wat je afwijst, voor iets wat je te veel vindt afwijken van je norm. Je vraagt tolerantie voor jouw intolerantie. Het werkte, de wereld keek toe. Dat is precies het probleem waar velen de moslims op aanklagen en terecht. Maar het is een vergissing, een rechtsfilosoof onwaardig, te denken dat dit probleem alleen bij hen speelt, en niet bij ons. Welke tolerantie hebben we in gedachten als we zeggen dat zij zich moeten aanpassen en tegelijk dat het ze niet zal lukken tenzij ze bereid zijn niet alleen hun heilige boek maar ook hun geschiedenis in het vuur te gooien? Wat voor tolerantie hebben we op het oog als die er in de praktijk toe leidt dat er tussen norm en afwijking geen licht mag zijn? Tolerantie is, net als godsdienst, geen boek; het is een verzameling sociale praktijken waarin een boek een rol kan spelen. Het hoeft niet. Een dansje rond het vuur is even goed. De dominee heeft het brandje afgelast; het mediabrandje heeft hem meer dan gecompenseerd. Wat wil je nog meer?

Wie denkt dat tolerantie grenzeloos is heft niet alleen het begrip ervan op maar ook de praktijken die erbij horen. Wie denkt dat tolerantie met gelijke munt betalen is ook (Wilders in New York, gisteren).  Dan kun je inderdaad best een boek verbranden en hoe meer mediale zielen hoe meer vreugd. Die boekverbrandingen van destijds, waren dat geen vreugdevuren om de aanstaande overwinning in de botsing der beschavingen te vieren? Ja, dat waren het. Verwey gelooft in die botsing. Die botsing is er al, meent hij, en in dat geheel is een verbrand boek niet meer dan, inderdaad, enige collateral damage.

De vraag of al die bijkomende schade misschien door sommigen, door hen bijvoorbeeld, niet als bijkomend wordt gezien, hoeft dan al niet eens meer te worden gesteld. Bijkomende schade is de schade waarvoor je tolerantie moet kunnen opbrengen en tolerantie is van ons. Zij snappen er niets van. Geen wonder dat het met de integratie niet zal lukken. Het is een dood paard.

We doen het allemaal zelf, net als Manasseh destijds. Het verschil is dat wij meer dan hij in staat zijn en ook meer in staat geacht mogen worden zelf onze omstandigheden te kiezen. We noemen het onze vrijheid. Tenzij je niet verder komt dan tolerantie voor je eigen intolerantie te eisen en dat als tolerantie opvat. CDA Eerste Kamerlid Hillen noemt het mildheid. Je mag het de moslims verwijten, dat vragen van tolerantie voor hun eigen intolerantie, want het hoort bij hen. Ons mag je het niet verwijten. Zij zijn begonnen. Ik hoorde het Wilders nog zeggen, gisteren.

12 september

=0=


Wie zoekt zal niet vinden

Sinds de jaren negentig kennen we ook in Nederland het verschijnsel van de werkende arme. Het verschijnsel is tegelijkertijd opgetreden met de werk, werk, werk ideologie uit die tijd, ondersteund door het omzetten van sociale zekerheid in sociale onzekerheid. Vrijwel iedereen is er zo tevreden over dat onversaagd wordt geroepen om meer van hetzelfde, nog meer. Er zijn daarnaast beleidsmakers die de ook al weer gelijktijdig ingetreden privatiseringen niet genoeg vinden en er meer van willen. Er moet bij vermeld dat het koor bij dit couplet wat minder eenstemmig is gaan zingen.

Hoe gaat het met de werkende armen? Sinds gisteren zijn we weer een beetje op de hoogte. Het SCP publiceerde een rapport over de kwestie (Stella Hoff, Uit de armoede werken; Den Haag: SCP 2010). Het ‘de’ in de titel is een vondst. Het rapport geeft aan dat wie uit armoe werkt nog wel een kansje heeft zich uit de armoede te werken maar het geeft ook aan dat wie zou denken zich zonder werkervaring, zonder al een baantje, zonder uitkeringsonafhankelijkheid, en zonder nog wat ‘achtergrondkenmerken’ zoals enige opleiding, zoals een niet te hoge leeftijd en een redelijke gezondheid, en zoals een acceptabele etniciteit, uit de armoede te kunnen werken, dat die persoon van een koude kermis thuiskomt. Niet dat ze niet zouden willen, het rapport constateert bij de mensen die uit armoe werken een laag, en bij mensen die wel willen werken maar niet welkom zijn juist een hoog ‘arbeidsethos’. Die mensen hoef je geen werk aan te praten. Dat bleek ook uit eerder onderzoek. Wie werk heeft denkt daar instrumenteler over dan wie het niet heeft. Die discrepantie is, blijkens dit onderzoek, in elk geval in stand gebleven.

Helpt zoeken? Veel wordt er niet door verklaard. Het is wat gechargeerd maar je kunt zeggen dat zoeken niet helpt. Wie zoekt, zal niet vinden. Alles in termen van waarschijnlijkheden natuurlijk. Ja, zeggen we dan, dat die mensen verklaren dat je als het goed is voor je geld moet werken en dat ze toch in een uitkering blijven zitten (een gedurig magerder uitkering want zo verklaart armoede zich al gedeeltelijk zelf), dat komt natuurlijk door de armoedeval. Ze raken voordeeltjes kwijt en daarom blijven ze toch liever aan de kant staan, arbeidsethos of niet. En dus slaat dat zoeken ook nergens op. Nou, daar maakt het rapport korte metten mee. Voor die ooit zo populaire verklaring van de armoedeval is vrijwel geen evidentie meer te vinden, lezen we. Wel voor iets anders en dat geeft inzicht in de redenen dat je ook als je werkt je de armoede maar moeizaam kwijtraakt. Twee dingen: je eerste baantje levert weinig meer op dan je uitkering (er is dus eerder een looninkomenval dan een armoedeval en het geeft aan dat de druk hoog is op de onderkant van wat vaak zo mooi het ‘loongebouw’ wordt genoemd) en de kosten van kinderopvang snoepen de rest van het beetje meer op.

Ach, er is ongetwijfeld nog veel meer aan de hand, dat niet in het rapport staat. Wat er wel in staat is al somber genoeg. Het zal niet lang duren voordat er vanuit politiek Nederland iets over gezegd gaat worden. Gek, ik kan nu al raden wat dat zal zijn.

11 september

=0=

 

Embarras du choix

Er zijn, las ik ergens maar ik weet niet meer waar, zo’n zevenhonderd opleidingen waar (aanstaande) HBO studenten op kunnen intekenen. Dat is mooi, er is wat te kiezen en in de onderlinge concurrentie houden we elkaar scherp. Tot zover de theorie. De praktijk is anders. Elke opleiding is uiteraard de beste want je leert er het meest, de arbeidsmarkt is gunstig en eerdere studenten geven aanlokkelijke voorbeelden van hoe leuk het is, hoe motiverend en uitnodigend en hoe blij de wereld is met je komst. Dat maakt het kiezen niet eenvoudiger want verhalen van de mensen die teleurgesteld zijn en gestopt zijn met de opleiding verschijnen niet op de site. De voorlichting is geen voorlichting, het is public relations en de p.r. staat in het teken van het mooie beeld, niet in dat van het juiste. Hoe meer keuze, hoe meer teleurstellingen, hoe meer studenten die na een jaar – of al eerder – afhaken. More is less, de uitspraak van Barry Schwartz staat ook hier als een huis. Zonde. Betere voorlichting zou helpen, en wat in het bijzonder zou helpen is het invoegen in de voorlichting van een serieus te nemen beeld van baan en loopbaan. Hoger beroeps onderwijs is ten slotte hoger beroeps onderwijs en hoe meer het beroep beweegt hoe hoger de nood aan inzicht en overzicht. Het arbeidsleven is schotsen springen en dus moet je in en door je opleiding niet alleen leren hoe je de eerste schots bereikt en hoe je daarop staande blijft, maar ook hoe je van de ene schots naar de volgende kunt springen. En dan nog, want je weet niet hoeveel mensen er op jouw schots bijkomen en je controleert dat aantal evenmin, laat staan dat je iets kunt doen aan het aantal mensen op de nabijgelegen schots. Vol? Pech gehad en zwemmen maar, eventueel met de stroom mee, eventueel met de stroom tegen. Sterke stroom? Ja, een markt is ook een conjunctuur. Geef daar maar eens een schets van, aan de studenten en aan de aankomende studenten. Nou, een schetsje is ook goed maar het helemaal weglaten van die wereld, zo als nu te doen gebruikelijk, kan eigenlijk niet door de beugel. Zeg nou zelf.

Ik zag woensdagavond Geert Dales, tegenwoordig voorzitter van het CvB van InHolland. Hij wou selectie aan de poort. Niks een beter beeld van wat je nou echt en serieus en onopgesmukt mag verwachten van opleiding en aansluiting op baan en loopbaan. Het probleem was niet het grote en onoverzichtelijke aantal opleidingen, waar niet alleen de studenten maar ook de werkgevers weinig van kunnen bakken (het baan- en loopbaanprobleem komt niet helemaal nergens vandaan), en het probleem was ook niet het beeld dat studenten wordt voorgespiegeld. Het probleem zit bij de studenten die steeds minder kunnen en daarom niet weten waar ze aan beginnen. Selectie aan de poort, daar ligt de oplossing.

Nog erger maakte docent bedrijfskunde Peter De Reijke van de HAN het. Hij wist te vertellen dat de genetische gaven normaal verdeeld zijn en dat er daarom nooit meer dan een vijfentwintig tot dertig procent van de mensen het niveau hebben om het HBO te kunnen volgen. Tenzij je natuurlijk het niveau, de eisen, verlaagt. Hij vertelde het allemaal met een zekerheid die op zichzelf al een mirakel van onwetendheid verried. Vooruitgang is niet meer mogelijk want het ligt genetisch vast. Aanleg telt, aanleg plus omstandigheden zijn flauwe verzinsels van lieden die de harde werkelijkheid niet onder ogen durven komen.

Met zulke woordvoerders is er geen probleem binnen het onderwijs. Aan het onderwijs ligt het niet en aan hen al helemaal niet. Het probleem, dat zijn de anderen, de incompetenten die ons van onze kostbare tijd beroven en de verdere vlucht vooruit richting kenniseconomie vertragen. Een kenniseconomie voor weinigen, het is nog niet eerder zo helder verwoord. Selectie aan de poort omdat je anders maar valse verwachtingen schept. Als ze niet eens goed kunnen kiezen kunnen wij ze ook niet opleiden. Zo eenvoudig is het.

10 september

=0=

 

Futurologie

Wil Donner met zijn voorstel het AOW voorstel nog voor het nieuwe kabinet te behandelen een rechtse regering bevorderen of tegenwerken? De PVV was per slot mordicus tegen, is gedraaid, maar wordt op deze manier – mocht het doorgaan – voor het blok gezet. Mijn voorspelling: Donner wil het tegenwerken. Donner is de enige echte mastodont die invloed kan uitoefenen en hij doet dat door het onderwerp uit de informatieronde te halen en daarmee Wilders van een concessie te beroven die deze op andere gebieden natuurlijk terugbetaald had willen hebben. Kan Donner daar op worden aangesproken? Nee, want niemand wordt verondersteld te weten wat er al bedisseld is tussen de informatiepartners behalve de informatiepartners zelf. Ik ben benieuwd. De Kamer kan het in een handomdraai op de agenda zetten. Dat is al genoeg.

Heeft Tjeenk Willink politiek bedeven door Rutte tegen zichzelf in bescherming te nemen? Volgens Felix Rottenberg wel. Die heeft het bij het foute eind. Tjeenk Willink beschermt het ambt van het premierschap, niet de passant die gisteren bij hem voorbij kwam. Jack de Vries – de nieuwe lieveling van Matthijs van Nieuwkerk – was het ook niet met Rottenberg eens maar Jack zat er niet om iets te zeggen maar om de weg schoon te vegen voor de rechtse combinatie. Mijn voorspelling: zo nodig activeert Jack z’n plekje op de kandidatenlijst voor de CDA fractie zodat een eventuele ongelukkige die problemen met een rechts kabinet zou kunnen krijgen het gras voor de parlementaire voeten wordt weggemaaid. Dat is pas christelijke humaniteit: dat de christenen met een geweten (dat zijn christenen met een schoonmoeder heb ik begrepen) van tal van onaangename dilemma’s worden verlost. De gewetenloze christen (de christen zonder schoonmoeder zoals inmiddels in het geval De Vries) zal het zaakje dan wel klaren. In het belang van de publieke zaak.

Een rechts kabinet zal z’n vingers aflikken bij de bouw van nieuwe kerncentrales. Technisch zijn kerncentrales perfect te beveiligen en hun afval ook. Dat zal het argument zijn. Dat we in een wereld leven waarin veiligheid steeds minder een kwestie van techniek en steeds meer een kwestie van maatschappelijke onenigheid en strijd is geworden mag niet deren. Mijn voorspelling: we krijgen een lofzang op kernenergie en boter bij de vis.

Een rechts kabinet zal aan de klimaatproblematiek een einde maken door te verklaren dat er helemaal geen klimaatproblematiek is. Geleerden van PVV en de VVD (het verbijsterende Kamerlid Neppérus) waren het er altijd al over eens dat het gedoe over opwarming en dat soort onheilsprofetieën onmiddellijk naar de prullenmand moest worden doorverwezen. Mijn voorspelling: die geleerden krijgen geen gelijk in woord en wel in de praktijk van een rechts kabinet. En van de aanhangende fracties uiteraard.

Een rechts kabinet zal vervuld zijn van zorgen voor onze kinderen, kindskinderen en de kinderen van onze kindskinderen. Dat lost het niet in door iets aan klimaat en dergelijke te doen maar door een zak geld klaar te zetten – minus de aanslag die daarop wordt gepleegd door de open einde regeling van de hypotheekrenteaftrek. De toekomst is een zak geld. Mijn voorspelling: de hypotheekrenteaftrek zal ongenoemd blijven in het akkoord want wat reeds zo is, is zo.

Rest de vraag waarom Wilders plotseling het stopcontact weer wist te vinden. Dat komt omdat Wilders ten diepste democraat is voor anderen. Wilders gokt op het CDA congres dat zoveel bedenkingen zal hebben dat de enkele twijfelaar in de fractie zich een stuk minder eenzaam zal voelen en de steun aan het akkoord zal intrekken. Hij heeft daarvoor het middel in handen. Zijn toespraak in New York over twee dagen. Mijn voorspelling: Rutte wordt geen premier, het rechtse kabinet gaat niet door, het CDA krijgt de schuld, Wilders zal nieuwe verkiezingen eisen. Rutte en Verhagen gaan daar in mee, al was het maar omdat beiden behoefte hebben aan een gezuiverde CDA kandidatenlijst.

Het demissionaire kabinet zal nog wel een tijdje blijven zitten. Ook daarom dringt Donner nu al aan op het spoedig behandelen van het voorstel de pensioenleeftijd te verhogen.

Futurologie is een onzinwetenschap.

9 september

=0=

 

Onmetelijk

Het schijnt heel goed te gaan met het zelfvertrouwen van de Amerikaanse jeugd. Steeds meer kinderen zitten helemaal aan de top van de schaal en er wordt al over gedacht om de schaal te veranderen omdat het anders niet meer bij te houden is. Ook met de tevredenheid over zichzelf is niks mis. De Amerikaanse jeugd kan het best vinden met zichzelf.

Fascinerend. Nee, met de prestaties van de Amerikaanse jeugd op school bijvoorbeeld gaat het helemaal niet beter. Ook het drugsgebruik van de jongelui is niet afgenomen. Daar ging het niet om. Het ging om het zelfbeeld, niet om onze gefronste wenkbrauwen. Wij, mastodonten en zo, moeten niet kritiseren, wij moeten hen aanmoedigen en in elk geval niet ontmoedigen. Er werd in de krant het voorbeeld van een docent gegeven die de jongelui niet meer corrigeerde door wat fout was af te keuren. Het mocht het zelfvertrouwen van het kroost eens fnuiken. Niet corrigeren, dan gaat het vanzelf beter. Alles begint met vertrouwen in jezelf, met tevreden zijn met je zelf en over je zelf, met een goed beeld van jezelf. Hoogachtend zal in de toekomst iets heel anders gaan betekenen.

De meeste vorderingen maken de 11 tot 13 jarigen. Onze aankomende pubers zijn het meest gestegen op de schaal van zelfachting. Of hun vorderingen enigszins worden vertekend omdat hun wat oudere voorgangers al bijna de grens van de mogelijke schaalscores hebben bereikt, dat wordt niet helemaal duidelijk gemaakt in het stukje in NRC Handelsblad waaraan ik dit ontleen. We weten dus niet of het echt is of een meeteffect. Vinden we wel wat op. Op zich is het voortreffelijk nieuws. Die beginnende puberteit was altijd een ramp, een dieptepunt in hoe je naar je zelf keek. Dat hoeft niet meer, de Amerikanen bewijzen het.

En hoe hebben ze dat bewezen? Door de kinderen een programma aan te bieden. Al decennia lang worden kinderen opgevoed tot een positief zelfbeeld en alles wat daar bij hoort. En het werkt. Ze kunnen niks en zijn daar meer mee in hun sas dan ooit te voren. Goed programma. Kun je zo een proeve van schrijven. Dacht ik nog. Het effect van het programma is gemeten en dus geweten. Dat is pas vooruitgang.

Toen ik het las dacht ik onmiddellijk dat we bij de neus werden genomen. Dit ging natuurlijk helemaal niet over de Amerikaanse jeugd. Het ging over de Nederlandse parlementariër en de zegenrijke verjonging van diezelfde parlementariër. Kunnen ze wat? Daar wordt verschillend over gedacht. Twijfelen ze ooit? Twijfel wordt niet op prijs gesteld; het programma neemt alle twijfel weg en zelfs al de verwachting van een programma doet wonderen. Geen christelijke uiteraard, en al helemaal geen humane. Wonderen van zelfgenoegzaamheid. Dat is dan ook het criterium: hebben ze genoeg aplomb?

Nou en of.

8 september

=0=

 

Volleybal

Wie na de wedstrijd natrapt wordt nog steeds voor een aantal wedstrijden geschorst. Een goede regel. Hij heerst in het voetbal, niet de in de politiek. Opstelten begon. Een informateur die zelfs in zijn eindverslag geen enkele informatie verschaft. Een man die uitsluitend lege zinnen produceert. Maar natrappen kan hij wel. Buiten de wedstrijd omdat dat mag in de politiek. De man is een waardig partijvoorzitter van de huidige VVD. Een liberaal waarvan Rutte het nodige van zal opsteken als hij zijn liberale hart niet verloochent bij het schrijven van een proeve – mocht het zo ver komen. Een hart waarbij rechts Nederland z’n vingers zal aflikken. Ook een beetje pens, meneer Rutte? Doet u maar slager. Ze zijn er dol op.

Het CDA heeft geen partijvoorzitter, alleen een waarnemend partijvoorzitter. Dat is te merken. Hij neemt van alles en nog wat waar maar er is ook veel dat hij niet waarneemt. Hij weet wat er in de fractie gebeurt en weet het toch weer niet. Hij was goed op de hoogte van de vorderingen bij de informatiepoging en aan de andere kant wist hij er weinig van. Lijkt me een uitstekend informateur in de dop. Gevraagd naar hoe dat nou toch zit met die waarneming van Klink dat Wilders alle zeggenschap krijgt in een regeerakkoord en het daarna publiek belachelijk kan maken, zo belachelijk dat Rutte en Verhagen er een rood hoofd van zouden krijgen, was het antwoord dat hij dat natuurlijk niet wist. Ja, vroegen Pauw en Witteman, maar daar gaat het toch om? Heeft Klink nou gelogen of de anderen? De goede man moest het antwoord schuldig blijven. Of, in elk geval, hij bleef het schuldig. Wilders heeft, niet eens zo lang geleden, in de Kamer minister Hirsch Ballin publiekelijk voor leugenaar uitgemaakt en het CDA vond toen dat niet Hirsch Ballin maar Wilders het bij het foute eind had. Niet dat het hielp. Nu heeft Klink het bij het foute eind, volgens fractie, volgens Verhagen, volgens Rutte, volgens Wilders die nota bene naast hem had gezeten, volgens Opstelten. Die ‘herkenden’ zich niet in de weergave van Klink.

Bovendien moet je bedenken (maar nu zijn we bij Jack de Vries) dat we allemaal wel eens wat zeggen, onder ons en zo, en dat je dat niet echt zo bedoelt weet je wel. Gewoon, om de sjeu er in te houden. Ouwe jongens krentenbrood. Maken we ons allemaal schuldig aan. Moet je niet letterlijk nemen, en dus moet je het ook nooit opschrijven want als je het opschrijft neem je het niet alleen letterlijk, je maakt het letterlijk. Letterlijk. Jack zei (bij Matthijs van Nieuwkerk en Jan Mulder, die hem nog net niet ten huwelijk vroegen) dat Klink op iemand leek die aan een partijtje voetbal was begonnen en ergens onderweg had besloten dat hij liever wou volleyballen. Hij zal wel bedoeld hebben dat volleybal niet zo’n ruwe sport is. Hij zei ook dat Klink dat dan maar eerder had moeten bedenken. Hij zei niet dat Klink misschien van het begin af aan had gedacht mee te spelen in een volleybalteam, om er achter te komen dat zelfs voetbal nog een te beschaafde naam was voor het spelletje catch-as-catch- can dat zich ontvouwde. Dat zich ontvouwt en waarvan we misschien binnenkort een proeve mogen ontvangen. Jack is er helemaal voor.

Natrappen is een vak. De Vries beheerst het als geen ander. Met De Vries zou ik noch in een volleybalteam noch in een voetbalteam willen zitten. Opstelten kan er nog veel van leren.

7 september

=0=

 

Doen

Volgens Opstelten had Klink zijn brief niet moeten doen. Een brief doen. Zoals boete doen, onaardig doen, dom doen, plasje doen. Een brief doen. Nee Ab, niet hier. Over wat gezegd is kun je liegen, maar wat geschreven staat, staat geschreven. Wat gezegd is kan altijd worden ontkend, gerelativeerd, belachelijk gemaakt, tot een jij-bak getransformeerd, mogelijkheden te over. Gezegd is maar gezegd. Geschreven is beter, het geeft houvast. Ook niet totaal, maar toch. Meer dan het gesproken woord, zeker als er geen microfoon in de buurt is. De bijbel is de schrift en de preek zijn we morgen vergeten. Daar houdt een lidmaat van de remonstrantse broederschap aan vast.

Gistermiddag deden Elly en ik Manuscripta. In Amsterdam, het terrein van de Westergasfabriek. Niet doen zou Ivo gezegd hebben maar we luisterden niet. Hadden we wel moeten doen, luisteren. Eenmaal aangekomen kostte het de nodige moeite een kassa te vinden om een bewijs van toegang te bemachtigen. Daarna kostte het tijd om, voordat we naar Kees van Kooten toe mochten, een kop koffie te scoren. Het kostte tijd om naar binnen te komen. Kennelijk was de zaal aan de kleine kant. Zaal vol. Wij op weg naar Dick Swaab, die op hetzelfde tijdstip zou beginnen, zich een stuk verder op het terrein bevond en zo populair is dat ons bij de ingang werd meegedeeld: vol. Zo kwamen we bij Paul Cliteur terecht, in gesprek met rabbijn Evers. Die zaten in een grote zaal, die slechts mondjesmaat was gevuld. Bovendien, er kwamen af en toe wat mensen bij en er gingen af en toe nog wat meer mensen weg. Het ging over een boek van Cliteur dat in november zal verschijnen. Het heet, als ik het goed heb onthouden, het monotheïstisch dilemma en het gaat over geloof en geweld. Was het een interessante discussie? Nee, het was geen interessante discussie. De twee redacteuren van de Volkskrant die de zaak moesten begeleiden stelden te veel te weinig pertinente vragen met als gevolg dat we Cliteur en Evers om beurten enigszins ongelukkig zagen kijken. Ze waren weer eens onderbroken. Het leek een discussie maar het werd een raar soort interview. Zullen we maar zeggen.

Evers vertelde dat de doodstraf sinds dertig jaar na Christus in de joodse traditie is afgeschaft en dat iedereen zich daar ook aan houdt, in elk geval de joodse orthodoxie. Ik had wel willen weten wat die dan van de doodstraf voor Eichmann had gevonden maar er werd niet naar gevraagd (de interviewers vroegen naar de moord op Rabin) en toen het publiek eindelijk in de laatste vijf minuten een vraag mocht stellen had ik geen trek meer. Het was warm in die zaal en ik dacht, ach, dat kan ik ook wel opzoeken.

Evers claimde ook dat in elk mens wel een religieus sentiment verscholen zat. Op een vraag of hij zich dan in Levinas herkende antwoordde Evers glimlachend en volmondig ‘ja’. Niet meer, niet minder. Ik vond het een verademing. Ik had minder met Cliteur en dat niet alleen omdat hij, net als Evers overigens maar dat was te verwachten, Rudy Kousbroek zo veronachtzaamde. Immers, Kousbroek is van de overtuiging dat wat wij hebben aan autonomie en zo niet dankzij het geloof is ontstaan maar als verovering op. Dat scheelt. Bovendien, ik denk dat Kousbroek wel, in tegenstelling tot Cliteur, gevoelig voor het argument zou zijn dat we niet alleen moeten kijken naar de neutraliteit van de staat ten opzichte van de religie. Dat is het model dat Cliteur voorstaat. Dan krijgt-ie het nog knap lastig met Engeland en Scandinavië maar goed. De grondtoon is helder: de staat laat de religie de religie en de religie laat de politiek de politiek. Het werkt nooit helemaal goed maar het werkt. Ook in Engeland overigens. Maar stel nu eens dat het niet de religie is die de politiek ringeloort maar dat het omgekeerd is: dat de politiek de religie manipuleert. Het kan uit de hand lopen, het kan een boemerang zijn, en het kan werken zoals de politiek het graag ziet. Ik denk aan Amin Maalouf (De ontregeling van de wereld. De Geus, Breda 2010: 180-181). Volgens hem is het probleem niet dat de islam de politiek stuurt maar de politiek de islam. In dat geval zou ons probleem niet de islam zijn maar de politiek. Gek, maar dat perspectief werd door Cliteur niet aangehaald. Het is wel breder dan zijn perspectief omdat het zowel voor het westen als voor de ‘rest’ (de referentie is naar Scruton) een politieke invalshoek gebruikt en niet een religieuze. Het perspectief wordt sowieso te weinig aangehaald. Toch is de vraag niet van belang ontbloot of je de strijd aanbindt met de wahabieten of met het regiem van Saoedi-Arabië. Ik noem maar wat. Je kunt ook de sjiieten noemen en het regiem van Iran, of de soennieten en het regiem van Pakistan, de Taliban en Al Qaida. Je kunt ook wijzen op de politieke patstelling in Irak die het religieuze geweld de ruimte geeft en je afvragen hoe die politieke patstelling tot stand is gekomen – in plaats van naar de islam-die-nu-eenmaal-gewelddadig-is te wijzen. Je zou het zelfs een heel belangrijke vraag kunnen noemen en je kunnen afvragen of al die lieden die de bron van alle ellende in de islam verleggen – en daarom het christendom enz. uit vroege aanleg democratische moeten noemen want anders klopt de uitzonderingspositie van de islam niet langer – niet bezig zijn ons een foute vijand aan te praten om de echte niet al te zeer te ontrieven of zelfs te vriend te houden.

Cliteur hield het er maar op dat het polytheïsme minder gevaarlijk was dan het monotheïsme. Ook de moeite waard al was de rabbijn het ook daar niet mee eens. Er waren ook voordelen aan het monotheïsme, verklaarde hij. Alsof dat de vraag was. Ons probleem is, voor zover religieus, eerder dat de islam geen gecentraliseerde structuur en bijbehorende hiërarchie heeft – en dat daardoor de islam een makkelijker speelbal voor allerlei religieuze avonturiers is dan, pak ’m beet, het katholicisme.

Vriendelijk bleef het wel. Beleefd ook. Maar bitter weinig informatief. Niet meer doen, dacht ik naderhand. Ik had naar Ivo moeten luisteren. Maar ja, dan had hij het maar moeten opschrijven in z’n eindverslag. Dat heeft hij niet gedaan. Hij zei het slechts, nadat hij bij de koningin was geweest. Het waren niet eens meer de woorden van een informateur. Het waren de woorden van een gefrustreerde ex-informateur. Als informateur had hij ze op kunnen schrijven. Dat kleine beetje moed, dat ontbrak. En alleen maar zeggen, dat telt niet. Dat kan iedereen.

6 september

=0=



Staatsracisme

In 1977 won de PvdA tien zetels, werd de grootste partij, en werd vervolgens buiten spel gezet door CDA en VVD. Geen woord over het ‘recht’ doen aan een verkiezingsuitslag of aan de partij die het meeste gewonnen had. In 2003 won de PvdA negentien zetels en was daarmee de grootste winnaar van die verkiezingen. Het zou VVD en CDA worst wezen. Het CDA had twee zetels meer dan de PvdA en dat kun je uitbuiten. Bij de voorlaatste verkiezingen won de SP meer dan de PVV bij de laatste verkiezingen. Het mocht wat. Pas nu een partij heeft gewonnen die staatsracisme tot voornaamste programmapunt heeft gekozen vinden VVD en CDA dat zo’n partij niet aan de kant mag worden gezet. Staatsracisme, ik zie het woord op een enorm spandoek, op een foto van een demonstratie in Marseille, een demonstratie tegen het beleid van de regering Sarkozy (Kouchner spartelt en blijft zitten) om Roma goedschiks of kwaadschiks over de grens te zetten. In ma douce France wordt geprotesteerd, in Nederland groeit de (gepeilde) aanhang van de PVV. Met dank aan VVD en CDA.

Dezer dagen horen we veel en vaak van Hans Wiegel. Een springlevende mastodont zullen we maar zeggen. Hij had te maken met dissidenten destijds, in het kabinet Van Agt/Wiegel, en zie: ze hebben de rit uitgezeten en de dissidenten getemd. Daarom, een hernieuwde poging over rechts is niet kansloos. Beweert Hans, daarin bijgevallen door die andere Hans, Hans Hillen, senator voor het CDA. Hans W. laat twee dingen weg: het kabinet waarin hij participeerde was een meerderheidskabinet, en het bestond uit twee partijen die beide hadden gewonnen (het CDA, dat toen voor het eerst als zodanig meedeed won één zetel tov het totaal van ARP, CHU en KVP bij de vorige verkiezingen en de VVD won zes zetels). Vandaag wordt ter rechterzijde gedroomd van een minderheidskabinet met daarin de grootste verliezer van de verkiezingen en een gedoogconstructie die zo is geformuleerd dat de gedogende partij de handen vrij mag houden om tegen alles te zijn – zolang het maar niet tot steun aan een motie van wantrouwen of afkeuring leidt. De vergelijking met 1977 heeft maar één constante: om de PvdA de voet dwars te zetten is alles geoorloofd. Inclusief het aanschurken tegen een partij die van staatsracisme z’n eerste en voornaamste programmapunt maakt.

Het gevaar zit daarom niet in de PVV, het zit in de VVD en het CDA. Liever staatsracisme dan diversiteit, dat is het gedeelde parool. Waarom Job Cohen zo graag met Rutte – de hoofdarchitect van de huidige misère – aan de schrijftafel wil, het is me een raadsel. Omdat we een kabinet nodig hebben? Voorlopig is dat meer een behoefte van politici dan een behoefte die aan enige andere noodzaak beantwoordt.

Laat Rutte eerst maar eens zijn kaarten op tafel leggen. Laten we eerst maar eens zien hoeveel staatsracisme Rutte bereid is te proeven en laten we eerst naar eens zien hoe ver liberalisme en staatsracisme reeds een huwelijk zijn aangegaan.

5 september

=0=

 

Aflikken

Rechts zou z’n vingers er bij aflikken. Zei Rutte, gevraagd naar de resultaten van bijna vier weken marchanderen. En ze waren er bijna. Rutte wil het afmaken en daarom is zijn idee de koningin voor te stellen dat zij hem voorstelt ‘een proeve van een regeerprogramma’ te schrijven. Dan kunnen andere partijen zelf wel beslissen of ze genoeg van hun smaak vinden in de proeve. Niet iedereen zal er de vingers bij aflikken maar rechts wel en verder is er het landsbelang. Daarvoor moet je bereid zijn bij gelegenheid wat in te slikken, ook al zullen sommigen meer moeten slikken dan anderen.

Hij zei het bijna in één adem, Rutte. Rechtse vingers en tongetjes en die proeve die hij geen proeve maar een concept noemde of gewoon, direct, een programma.

Zou het een goed idee zijn? Ik lees in de kranten dat Kok in 1994 de eerste was die mocht proeven op aanvraag van de koningen. Het was een ideetje van Tjeenk Willink, ook toen al. Paars zat er aan te komen maar Bolkestein wou meer bezuinigen. Het liep vast. Een proeve werd uitgevonden. Paars was het resultaat. Nog een keer dan maar, zo’n proeve, met rechts als resultaat? Het grootste deel van Nederland wil naar rechts zei Rutte. Bleek uit peilingen. Tja, uit verkiezingen is het nog niet gebleken. Dat is net het probleem.

Zou het een goed idee zijn? Het is een wonderlijke volgorde. We zijn van een informatiepoging gericht op een meerderheidskabinet overgegaan op een informatie gericht op een minderheidskabinet met gedoogsteun (of een bijzonder meerderheidskabinet zoals Lubbers dat weer in zijn hoogstpersoonlijke en onnavolgbare Nederland verwoordde) en nu is het voorstel van Rutte om Rutte aan het werk te zetten om iets te bereiden. Wat het ook is en als het maar smaakt. Destijds, in 1994, wilden zowel D66 als PvdA als VVD als CDA wel proeven van de door Kok bereide maaltijd. Dat werd teveel en het CDA werd opzij geschoven. De drie overblijvende partijen hadden nog altijd een buitengewoon comfortabele meerderheid. Bovendien, zowel PvdA als VVD waren op voorhand beslist niet tegen samenwerking met het CDA. Paars was niet het product van een eenkennige voorkeur – D66 daargelaten maar dat was met z’n 24 zetels (nog altijd 10 minder dan het CDA van toen dat destijds net als nu zo’n 20 zetels had verloren) in 1994 de kleinste van de drie. Het rechts van Rutte is wel het product van een eenkennige voorkeur. Dat maakt Rutte kwetsbaar en de maaltijd te zout voor velen.

Rutte begint op een dreinend kind te lijken dat z’n zin wil hebben, kost wat kost. Lijkt me trouwens een bij uitstek een rechtse politiek eigenschap. Dreinen. En extreem rechts heeft behalve dreinen ook nog stampvoeten in de aanbieding. Kennelijk denkt Rutte daar iets van te kunnen bakken dat zo goed in de smaak valt dat ze er hun rechtse vingers van zullen aflikken.

Zou het denkbaar zijn dat de koningin Rutte vriendelijk uitlegt dat een smakelijke maaltijd iets meer vergt?

4 september

=0=

 

Beraad

De kop van Trouw vandaag: Wilders beslist over coalitie. Rutte kennelijk niet. Dat de heren misschien enig onderling overleg zullen hebben, het komt niet voor. Zou de redacteur het verschil in uitspraken te letterlijk hebben genomen? Rutte: ik ga in eigen kring in beraad. Wilders: ik ga nadenken. Verschil moet er zijn. Rutte heeft met een partij te maken en honoreert dat door zijn fractie te raadplegen, Wilders heeft daar geen last van. Hij heeft geen partij, hij is de partij en zijn fractieleden beslissen op last en zonder ruggespraak. Het is ook nooit goed.

Het aardige is dat ik moet toegeven dat Wilders heeft geleerd. Ik geef het niet graag toe maar ik kan er niet omheen. Dat zit zo. We schrijven, als ik het me goed herinner, de late jaren negentig. Wilders heeft zich nog niet van de buitenlandportefeuille meester gemaakt in de VVD-fractie en dient toch op te vallen. Het lukt hem een beetje. Met een voorstel om ons van de vakbeweging niet zo veel aan te trekken als we gewend zijn te doen. Reden: hoeveel leden hebben die vakbonden nu helemaal en wie vertegenwoordigen ze nu eigenlijk? Goede vraag. In de discussie die volgde kwamen uiteraard de bekende en sleetse argumenten naar voren. Het eerste argument was dat politieke partijen verhoudingsgewijs nog veel minder leden hadden dan de bonden. Het tweede argument was dat in polls de bonden zich nog altijd in een hoge mate van legitimiteit mochten verheugen. Kennelijk waren ook de niet-leden in meerderheid van mening dat er voor de vakbonden wel degelijk een rol was weggelegd. Ze waren dan misschien wel niet vertegenwoordigd, ze werden het wel degelijk en ze hadden daar grosso modo vrede mee. Tot zover een korte schets van de Nederlandse arbeidsverhoudingen. Ik kan me niet meer voor de geest halen wat andere VVD-ers van zijn oprisping vonden. Het is niet ondenkbaar dat Geert een oud standpunt van Zalm (laten we de algemeen verbinden verklaring van CAO’s maar opheffen) op geheel eigen wijze heeft geradicaliseerd.

Is dat niet aardig, dat Geert ervan geleerd heeft? Dat je helemaal geen leden nodig hebt om toch serieus genomen te worden? En dat dan zijn variant – niet een paar leden maar helemaal geen leden – veel consequenter en veel meer bij de tijd is dan het halve werk van de vakbonden?

Met leden moet je in beraad. Zonder leden kun je gewoon nadenken. In het verschil zit de ironie van de recente parlementaire geschiedenis.

3 september

=0=

 

Proeven

In Trouw van gisteren schreef Bart Nooteboom, hoogleraar innovatie aan de UvT, dat uit proeven was gebleken dat studenten economie in het openbaar vervoer meer fraudeerden dan andere studenten. Waarom? Nu, als de pakkans gering is heb je al snel wat verdiend en, zegt Nooteboom, omdat studenten economie geleerd wordt dat mensen altijd uit eigen belang handelen en proberen hun eigen voordeel te maximeren passen ze het geleerde nog toe ook. Nooteboom is het er niet mee eens. Er is ook nog zoiets als altruïsme en niet alleen dat, vertrouwen speelt eveneens een grote rol. Daar ging zijn artikel over.

Dat laatste wil ik overigens niet ontkennen want de financiële wereldeconomie zou behoorlijk snel tot stilstand komen als er geen mensen waren die zich in goed vertrouwen bij de neus lieten nemen. Er zou nog wel meer tot stilstand komen ook want als ik niets vertrouw wil ik alles weten voordat ik wat dan ook doe en dat is niet goed voor de omzet. Dus vertrouwen: ja, zij het misschien niet helemaal zoals Nooteboom het bedoelt.

Voor het overige is zijn artikel een elementaire vergissing, zo eentje waarvan je het schaamrood van op de kaken dien te krijgen. Als studenten economie in hun tentamen braaf de juiste formules hanteren om het punt van het maximale nut of de hoogste winst te berekenen dan bewijst dat niet meer dan dat ze een lesje hebben geleerd en dat netjes weten te reproduceren. Weinig innovatief, maar zo is het blijkbaar. Het is iets heel anders als ze dat lesje ook in hun dagelijks leven onverkort zouden toepassen. Een proefwerk is niet meer dan een proefwerk; het is niet het leven zelf en een tien met een griffel geeft aan dat je de juffrouw weet te plezieren. Misschien wil je die zoen ook nog. Misschien was het je zelfs om die zoen te doen. Hoe dan ook, het geeft niet aan dat je haar liefdevolle onderwijs ook voortzet in je gewone leven. Een proef is een proef, het leven is het leven.

Kennelijk is Nooteboom dat even vergeten. Maar het roept de vraag op of hij zich niet beter kan concentreren op zijn naïeve geloof in proeven dan op het vervelende gedoe over eigenbelang dat bij hem overigens niet wordt vervangen door altruïsme maar door zoiets als welbegrepen eigenbelang – uiteraard met voorbijgaan aan de vraag of het wel begrepen eigenbelang wel helemaal en onverkort wel begrepen is, enz. Daar valt nog een mooie boom over op te zetten. Het zal niet veel helpen, zeker niet zolang ook Nooteboom hardnekkig blijft redeneren vanuit een individu dat al dan niet tot een transactie overgaat, in plaats van vanuit de transactie zelf. Hij citeert, voorspelbaar, Adam Smith en vergeet te vermelden dat Smith het niet over de welvaart van mensen had maar over de welvaart van ‘naties’. Dat zijn twee abstracties (bevolking en welvaart) in één titel. Het zal Nooteboom wel lood om oud ijzer zijn.

Die studenten uit het proeflokaal van Nooteboom hoeven we niet speciaal in de gaten te houden, althans niet meer dan andere studenten. We moeten de bedenkers van die experimenten in de gaten houden want zij zijn het die ons proberen te overbluffen met het idee dat hun proefjes echt wel werkelijkheidsgetrouwe voorspellingen mogelijk maken. En we moeten de innovatieve hoogleraren in de gaten houden voor wie dat niet eens meer een vraag is. Niet omdat ze zo’n vraag uit eigenbelang zouden overslaan. Daar gaat het niet over. Het is omdat ze denken dat de economie (en in het geval van Nooteboom ook nog de evolutie) een menswetenschap is, van onze genen tot en met onze voorkeuren bij de slager.

Het zou de innovatie dienen als we afspraken dat de mens geen wetenschap is, geen wetenschap kan zijn en het vooral ook niet mag worden. Het zou ons, behalve oneindig veel ellende, ook tal van overbodige proeven besparen.

2 september

=0=

 

Indringend

In de fractie was indringend gesproken, deelde Maxime mee. En vanaf twaalf uur vanmiddag gaat het indringende gesprek verder. Wat er ook uitkomt, dat Verhagen voordat hij aan het onderhandelen sloeg wat indringender had moeten praten en niet pas nu, zoveel is wel duidelijk. Hij heeft z’n partij onderschat en hij heeft de politieke polarisatie onderschat. Voor hem is te hopen dat de onderhandelingen, mochten ze weer worden opgevat, tot een kabinet leiden. Dan kan hij daar in gaan zitten. Als fractievoorzitter is hij, ongeacht de uitkomst, niet meer de gelukkigste keus. Bovendien, mochten de onderhandelingen lukken, dan zal de fractie niet nogmaals dwarsliggen, en het congres vermoedelijk ook niet.

Als de onderhandelingen tot een kabinet leiden is het CDA zelf een verscheurde club geworden. Als ze niet tot een kabinet leiden ook. Het CDA is het eerste echte offer van de politieke polarisatie. Dat is een verrassend gevolg. Ik denk ook dat Verhagen met vuur speelt als hij suggereert dat de onenigheid in fractie en partij een ‘generatieconflict’ signaleren. Dat is een hele populaire mantra geworden, Balkenende is er al jaren geleden mee begonnen.Bij elk afwijkend geluid nu wordt eerder gelet op de leeftijd van degene die het zegt dan op het geluid zelf. De etniciteit van Wilders dreigt in het CDA een etniciteit van de leeftijd te worden. Overigens ontkent Trouw vandaag dat het zelfs maar feitelijk klopt, dat van die leeftijden, maar dat is het minste bezwaar. Des te erger voor de feiten, de leuze is bekend.

Hoe erg zou het zijn als het CDA breekt? Ik weet niet of het aan de orde is – alleen al gegeven tijdstip en politieke constellatie hoop ik van niet – maar de vraag intrigeert me. De ruimte voor zogenaamde middenpartijen is er niet groter op geworden, en het verval van het CDA is er een uitdrukking van. Je mag aannemen dat de overheidsafhankelijkheid van de midden groepen in de maatschappij eerder toe- dan afgenomen is. Tegelijk betekent de overheid steeds minder voor die middengroepen. Dat Balkende de hypotheekrentekaart speelde tijdens de campagne was natuurlijk een aanbod aan hen maar als je tegelijk de sociale zekerheid onverdroten blijft transformeren in sociale onzekerheid vergroot dat je aantrekkelijkheid niet. Van de effecten daarvan hebben uiteraard meer partijen last maar dat zijn dan weer wel partijen die zich veel minder als middenpartijen hebben geafficheerd. Het CDA als politiek slachtoffer van globalisering en de daardoor verscherpte tegenstellingen en met eigen winnaars en verliezers? Het is niet uit te sluiten want de politiek van de 21e eeuw is in Nederland voornamelijk CDA-politiek en die heeft de ongelijkheid eerder versneld dan getemperd.

Ik hoop maar dat mijn vragen indringend genoeg zijn. Hoeveel historicus is die Verhagen eigenlijk nog?

1 september

=0=