Schapen kijken - foto Bel Any


DAGBOEKHOUDER


Aantekeningen van een ongeduldige toeschouwer

Ton Korver Amsterdam/Den Haag 2011

Ga naar Archief:
2007–2008–2009–2010-2011


Om naar het begin van de pagina te gaan: klik op =0=

Augustus

Snelheid

Knettergek

Gasten

In Theorie

Voorspellingen

Zelfmoordpil


Juli

Komma

Bijdrage

Volbracht

Getint

Hulpje

Wegdoen

Geheim

Vriendjes

Verzelen

Grond

Ordenend

Vergelijken

Om

Keren

Unie

Gastarbeiders

Werkplekbezoek

Maaien

Geweldig

Het kan verkeren

Hutspot

 

 

 


Maxima Moralia
 
Dat had ook de titel kunnen zijn van dit bundeltje aantekeningen. Maar ik wil niet overdrijven. Zo dicht op de huid zitten me de sketches hieronder nu ook weer niet. Ze gaan over dingen die me bezighouden en waar soms de handen van jeuken. Dat is nog niet hetzelfde als het ‘verzonken in ervaring’ dat de Minima Moralia van Adorno als keurmerk heeft. Je moet afstand weten te bewaren. Dat geldt voor de politiek – die karakterlozer wordt met elke nieuwe stap om vooral dicht bij de burger te blijven – en het geldt voor mij.

Niettemin, het kan altijd beter. En dat is een tweede verschil tussen mij en het inspirerende voorbeeld van Adorno. Er is geen goed leven in het slechte is een dictum dat nog uitgaat van een herkenbaar onderscheid tussen goed en kwaad. Daaruit vloeit het oordeel voort. Inmiddels twijfelen we ook daaraan. Dat is geen reden tot wanhoop. Eerder het omgekeerde. Twijfel is, met de gave ons te kunnen vergissen, de opmaat voor schaven en beschaven. Dat wordt makkelijk vergeten, en hoe drukker we het hebben hoe makkelijker. Ik ben aan diezelfde drukte gebonden. Vandaar het ongeduld, gekoppeld aan de afstand die ik met de woorden ‘aantekeningen’ en ‘toeschouwer’ verbind en het voorbijgaande dat meeklinkt in de titel waar ik uiteindelijk voor heb gekozen: dagboekhouder.

 


FiB
tijdschrift Filosofie in Bedrijf

Archief

Dagboekhouder 22
mei - juni 2011

Dagboekhouder 21
maart - april 2011

Dagboekhouder 20
januari - februari 2011

Dagboekhouder 19
november - december 2010

Dagboekhouder 18
september - oktober 2010

Dagboekhouder 17
juli - augustus 2010

Dagboekhouder 16
mei - juni 2010

Dagboekhouder 15
maart - april 2010

Dagboekhouder 14
januari - februari 2010

Dagboekhouder 13
november - december 2009

Dagboekhouder 12
september - oktober 2009

Dagboekhouder 11
juli - augustus 2009

Dagboekhouder 10
mei - juni 2009

Dagboekhouder 9
maart - april 2009

Dagboekhouder 8
januari - februari 2009

Dagboekhouder 7
november - december 2008

Dagboekhouder 6
augustus - oktober 2008

Dagboekhouder 5
april - juli 2008

Dagboekhouder 4
januari - maart 2008

Dagboekhouder 3
augustus - december 2007

Dagboekhouder 2
mei - juli 2007

Dagboekhouder 1
januari - april 2007

 

Snelheid

Als markten sneller zijn dan politieke besluitvorming moet de politiek slimmere besluiten nemen. Dat is het antwoord van eurocommissaris Rehn van economische zaken naar aanleiding van de kritiek op de traagheid waarmee uitvoering gegeven wordt aan het steunbesluit met betrekking tot de Griekse schuldenproblematiek. Raar antwoord, als het eerste probleem de besluitvorming is en niet het besluit zelf. Raar antwoord ook omdat die snelle markten (de financiële markten voorop) zo snel zijn door eerdere besluiten van dezelfde gremia die nu slimmer moeten worden. Slimmere besluiten zijn besluiten die eerdere besluiten over liberalisering en deregulering zouden moeten terugdraaien – maar daar hoor ik niets over. Dat ik er niets over hoor heeft dezelfde achtergrond: de besluitvorming deugt niet en daarom is het zowel onmogelijk slimme besluiten te nemen als eerdere domme besluiten terug te draaien. Het is een klassieke Catch 22 situatie (een situatie waarin je twee acties moet verwezenlijken waarbij de ene actie afhankelijk is van het voltooid zijn van de andere en omgekeerd). De oplossing in de EU ligt niet in slimme besluiten maar in politiek en het is dus kennelijk zo ver gekomen dat ook een EU commissaris dat niet meer in rechte bewoordingen mag zeggen.

Je zou bijna denken dat markten slimmer zijn dan overheden. Dat stukje ideologie is inderdaad een niet onbelangrijk onderdeel van het probleem. Dat de slimheid van markten afhangt van de slimheid van de kaders waarbinnen marktpartijen mogen manoeuvreren is een vergeten inzicht. De markten regelen zichzelf en hoe slechter ze dat doen hoe sneller het allemaal gaat. Ja, we vonden dat het pas sneller zou gaan als ze het zelf mochten regelen en als ze dat goed zouden doen en omdat ze ongetwijfeld goed zouden doen, maar daar is weinig van terechtgekomen. Voor financiële markten en de grote spelers op die markten zoals de banken is het een uitnodiging geweest de grenzen van het betamelijke op te zoeken – onder het opgewekte motto dat wie ook failliet kon gaan, zij niet. Economen hebben het dan deftig over moral hazard, maar je kunt ook gewoon zeggen dat de kat op het spek is gebonden. De belastingwetgeving (rente op schulden mag je aftrekken van het bedrijfsresultaat en hoe kleiner het eigen vermogen hoe groter de winst per aandeel want aandelen hebben recht op het hele bedrijfsresultaat en zijn ontslagen van de plicht schulden terug te betalen) heeft daar een aardige bijdrage aan geleverd. Je bent wel gek om veel op eigen vermogen te financieren. Maak schulden!

Het nieuwe boek van Jaap van Duijn (De Schuldenberg) maakt het allemaal heel duidelijk. Zeker in Nederland hebben we een bedrijfsleven dat het eigen vermogen nog in ere houdt maar banken en gezinnen (door de hypotheekrenteaftrek) hebben zoveel schulden dat als het fout gaat de staat ermee wordt opgezadeld. De hardwerkende Nederlander werkt hard om meer schulden te mogen maken (waarbij de banken in de loop der jaren van deregulering en lage rente ook steeds soepeler zijn geworden) en wie een huis wil wordt als gevolg van diezelfde hypotheekrenteaftrek geconfronteerd met zulke hoge huizenprijzen dat je ook wel meer schulden moet maken. Prettig, als je een stukje grond hebt. En inderdaad, het is heel snel gegaan. Van Duijn spreekt van een schuldenexplosie.

De snelheid van de markten is het product van de domheid van de regelingen. De regelingen zitten in een Catch 22 situatie. De commissaris roept om slimmere besluiten.

Tom Poes, verzin een list!

31 augustus

=0=

 


Knettergek


Zou de PVV fractie het woord knettergek hebben gebruikt naar aanleiding van de politieke massamoordenaar in Noorwegen? Ik weet het niet zeker maar ik denk van niet. Terwijl ze er toch zo makkelijk mee strooien, met dat woord. Misschien houdt de man ook wel van thee, je weet maar nooit. Wat ik wel begrijp is dat de Noorse massamoordenaar en de PVV aan de ‘massa-immigratie’ een grote waarde hechten ter verklaring van alles wat fout gaat en wat fout is in de samenleving. Het is geen oorzaak en gevolg, het is gewoon de wetenschappelijke variant van de wet van Murphy. Alles wat fout kan gaan zal fout gaan en dat komt allemaal door de massa-immigratie. De oorzaak is bekend, de gevolgen hangen ook nog af van de lokale aanwezigheid van multiculturele softies, van stiekeme goedpraters van de islam, van de giftige ideologie van de islam zelf, van de politieke slapte van de elite, van de linkse elite en nog zo wat. Een direct verband? Nee meneer, u moet lezen wat er staat en letten op wat ik zeg. Bovendien zijn wij democraten en daar heeft die Noor helemaal niets van begrepen.

Afgelopen weekend las ik tot mijn verbazing dat Ybo Buruma zijn lidmaatschap van de PvdA opgeeft om de PVV kiezers en sympathisanten te laten weten dat hij er ook voor hen is in zijn nieuwe functie in ons hoogste rechtscollege. Er is in Nederland geen storm van verontwaardiging opgestoken over deze zelfcensuur op het recht van vrije vereniging en nog wel meer ook. Tot mijn verbazing las ik ook een interview met voormalig minister Remkes in Trouw waarin deze zich afzet tegen het verzoek van Tofik Dibi om een Kamerdebat te organiseren over vreemdelingenhaat en de ideeën van de Noorse schutter. Daarmee, zo beweert Remkes, suggereer je een verband met de PVV en dat moeten we niet hebben. Een verband met massa-immigratie, met de islam, met de multiculti industrie, kortom met alles wat bij de PVV tot het grote linkse complot hoort, daar kun je het niet meer over hebben want het mag niet over de PVV gaan en als je het over de ideeën van die Noor hebt heb je het over de PVV. Of zoiets. Of nog wat kronkeligers. Heb ik het goed en treffen we de karaktereigenschappen die Wilders zo kwistig toedicht aan zijn tegenstanders (slappe knieën, kruiperigheid, om de echte dingen heen draaien, de dingen niet bij hun naam durven noemen, met een boog om de problemen heenlopen enz.), treffen we die karaktereigenschappen niet in ruime mate aan bij zijn politieke medestanders van vandaag, de medestanders die hij gedoogt?

Er is het nodige dat knettergek is in dit land.

30 augustus

=0=

 


Gasten

Eind april volgend jaar zal New York ongetwijfeld weer groot nieuws zijn, net zoals gisteren. Toen het meeviel. Maar, zo begreep ik (helemaal goed gevolgd heb ik het ook weer niet), het licht viel uit en we weten wat er de laatste keer gebeurde toen in New York het licht uitviel. Inderdaad, een kleine geboortegolf. We wachten af want welke rampen orkanen ook veroorzaken, sommige landen en steden krijgen meer aandacht dan andere. Het nieuws volgt het nieuws niet. Dat mag, je hebt ook gastheren die gasten uitnodigen en zich vervolgens gedragen of zijzelf de gast zijn en die zich vervolgens genoopt zien de uitgenodigde gast voortdurend te onderbreken. Ik ben er ook nog! Luister jij nu ook eens naar mij!

Het overkwam Guy Verhofstadt gisteravond, aan tafel met Jelle Brandt Corstius in de slotuitzending dit jaar van Zomergasten. Hoe het wel moest zagen we ook, aan de hand van een fragment dat Verhofstadt had aangevraagd. In dat fragment kwam ongevraagd en onaangekondigd een betere presentator dan JBC voorbij: Chris Kijne, in gesprek met Amartya Sen (‘het probleem is niet een nationale identiteit, het probleem is een nationale identiteit die alle overige identiteiten die we hebben oppeuzelt’). Je moet je eens voorstellen hoe een gesprek tussen Sen, langzaam sprekend, zorgvuldig formulerend, de herhaling niet schuwend, en JBC, altijd interrumperend, nooit vragend maar gedurig corrigerend, hoe zo ’n gesprek eruit zou hebben gezien. Ik stel het me liever niet voor.

Bevlogen man, die Verhofstadt. Ik heb in tijden niet zo ’n pleidooi voor Europa horen afsteken, een Europa dat in 1914 verloren ging (ik moest denken aan het verdriet van Stefan Zweig) en waarvan Verhofstadt hoopt dat het niet voor eeuwig verloren is. Het huidige Europa als een soort uitvergroot België – waarvan we ook niet hopen dat het uit elkaar valt. Een felle aanklacht, ondersteund door een fragment met Mitterand in de hoofdrol, tegen het nationalisme (‘nationalisme is oorlog’).

Het zal wel komen door de minutieuze voorbereiding van JBC, gecombineerd met zijn overtuiging dat hij overal een mening over moet hebben die hij als evenwaardig als aan die van de gast wil inbrengen. Dat is een vergissing. Zomergasten is interessant door de gasten, en de gastheer voedt en moet vooral niet meer willen doen. Nu genoot ik van Verhoftstadt en ergerde me wild aan JBC. Toch zonde. Het was goed, het had zo veel beter kunnen zijn.

29 augustus

=0=

 


In Theorie

In het nieuwe boek van Jaap van Duijn, De Schuldenberg (Amsterdam, De Bezige Bij 2011), wordt bedaard uitgelegd dat Nederland één van de meest schuldige landen ter wereld is. Voornaamste redenen: een voor onze economie wel erg grote financiële sector en de hypotheken. De aanjager: de lage rentestand sinds de jaren tachtig. Lenen is aantrekkelijk en wie spaart is een dief van eigen portemonnee. Het bedrijfsleven, apart van de financiële sector, zit niet diep in de schuld en de overheid alleen vanwege en sinds de financiële crisis. De kwetsbare plekken zijn de banken en de gezinnen met hun hypotheken. Wat dat laatste aangaat is het niet Amerika dat de wereldranglijst aanvoert, wij zijn het. Nergens zo’n hypotheekschuld als in ons land. Ewald Engelen wees er ook al eens op, in zijn tweewekelijkse column in De Groene.

Een aardig boek, van Van Duijn, zij het dat er wat veel herhalingen in staan. Het is geschreven voor een algemeen publiek, maar niet alleen voor dat publiek. Ik denk de hele tijd: maar dat had ik toch al gelezen? Misschien bedoelt de auteur dat we niet moeten vergeten dat de schuld ooit moet worden terugbetaald. Hoewel, dat gebeurt niet altijd en dan zitten de schuldeisers met de gebakken peren of het gebeurt zo laat (omdat de fiscale regels het aantrekkelijk maken een nieuwe hypotheek te nemen en dan nog maar eentje) dat als het fout gaat iedereen de klos is, hypotheek of niet. Volgens Van Duijn zijn de jaren van de groei van de schuldenberg voorlopig even voorbij. We helpen het hopen.

Die mening, van dat voorbije, wordt gedeeld door een tweetal Nederlandse bankiers van de Royal Bank of Scotland. Een verslag van een interview met hen stond in het NRC Handelsblad van gisteren. Over schulden spreken ze voornamelijk in algemeenheden. De meer vergelijkende aanpak van Van Duijn (landen en groepen vergelijken op omvang en samenstelling van hun schulden) is aan hen niet besteed. Het zal wel komen omdat schulden hun markt zijn en dan laat je je niet graag in de kaart kijken. Wat ik interessant vond was niet hun mening over schulden en de crisis (wel weer die over demografie en economische groei, maar dat terzijde), maar het feit dat één van hen (Jeroen Kremers) in de jaren negentig hoog in de ambtenarij van het Ministerie van Financiën zat en in die kwaliteit betrokken was bij de invoering van de euro. En dan doet hij enkele merkwaardige, ik zal maar zeggen: verbijsterende, uitspraken. Deze: ‘Toen ik in de jaren negentig op Financiën werkte wisten wij dat in theorie een monetaire unie mogelijk was zonder begrotingsunie. Dan moet je wel eisen stellen. Dat is gebeurd. Maar met alleen regels, zoals het stabiliteitspact, kom je er niet. Je moet ook nauw coördineren als er crisis is. Dat is heel moeilijk in een eurogebied met zeventien landen, maar daarom des te belangrijker’.

Welke theorie dat was staat er niet bij. Het was in elk geval, daar werd door velen op gewezen in de aanloopdagen naar de euro, geen theorie die door enige praktijk werd gestaafd en er dus ook niet op gebaseerd was. Het zal dus wel een experimentele theorie geweest zijn en zoals we weten moet je voor een experiment alle omgevingscondities kunnen beheersen want anders werkt het experiment niet (met natte lucifers en nat kruit is het lastig een ontploffing te fabriceren, ik noem maar wat). De euro is, zoals we weten, wel met een handleiding (het stabiliteitspact) de wereld in gestuurd maar niet met droge lucifers en met droog kruit. En dat wisten ze.

De euro is een experiment waarvan de bedenkers de omgevingscondities niet konden beïnvloeden. De bedenkers, dat waren niet de ambtenaren, dat waren de politici. In plaats van aan die omgevingscondities te sleuren (een sterke politieke EU) houden ze zich tot op de dag van vandaag bezig met het herschrijven van de handleiding.

Omdat er toch per dag wel een paar spoeddebatten worden aangevraagd beveel ik alle Kamerleden van harte aan over de uitspraken van Kremers terstond de Kamer en het kabinet bijeen te laten roepen.

28 augustus

 =0= 

 


Voorspellingen

Zou de economische lucht, ondanks alle slechte berichten over de euro, de banken, de EU, de crisis enzovoorts, toch wat opklaren? Ik stel de vraag omdat ik in VK Banen deze week een aantal stukjes tegenkwam die weer vol stonden met forse voorspellingen, gedaan met een zekerheid die we een tijdje hebben moeten missen. In onzekere tijden met veel donkere wolken houden we van scenario’s. Als het zicht wat beter wordt gaan we van scenario’s over op voorspellingen. Zo kwam ik een bericht tegen waarin achtereenvolgens werd beweerd dat we zo rond 2030 geen CAO ’s meer hebben en ook geen vaste contracten, dat beroepen steeds meer plaats zullen maken voor tamelijk algemene competenties, dat de bestaande (beroeps)opleidingen worden getransformeerd in combinaties van online opleidingen en  stages en nog wel wat. En passant wordt ook de maakindustrie afgeschaft. Het waren uitspraken van de directeur arbeidsmarkt van Randstad en die houden de boel altijd goed in de gaten. Randstad was ook opdrachtgever, samen met Tempo-Team en Yacht, van een onderzoek (BAS: Beroepen en Arbeidsmarkt Survey) dat de pers haalde met de uitspraak ‘talent kun je maar vier jaar vasthouden’. Dan heb je ook geen vaste contracten meer nodig, dus dat scheelt al weer. Traineeships: weggegooid geld. Binden en boeien: hou er toch eens mee op. Het zal wel een soort voetballertransfermarkt worden, de arbeidsmarkt van de toekomst. De talenten (de ondervraagden mochten zelf aangeven of ze een talent waren) blijken behoefte te hebben aan talentenpools per branche. Goed voor de samenwerking, de uitwisseling van kennis en ervaring, de bekendheid met wat waar te halen is. De bedrijven krijgen het advies er goed nota van te nemen en zich een beetje te schikken in de nieuwe werkelijkheid van personeelsbeleid als transferbeleid.

Ik vind het wel aardig dat als jonge mensen jarenlang verteld wordt dat de ‘baan voor het leven’ verdwijnt, dat ze moeten leren van baan naar baan te gaan, dat ze dan vroeger of later net doen alsof ze het zelf bedacht hebben, dat onderzoekers daar dan weer van maken dat ze het zelf willen en dat Randstad er ten slotte mee aan de haal gaat door namens hen te voorspellen hoe de wereld er binnenkort uit zal zien.

Ik ben alleen bang dat alleen al de kosten, verbonden aan het opstellen en naleven van contracten die niet vast meer zijn maar wel en juist daardoor behoorlijk gecompliceerd, hoger zullen uitvallen dan het bedrijfsleven lief is en nog hoger als je CAO ’s afschaft. Daarom doe ik op mijn beurt een voorspelling. Als de vaste contracten worden afgeschaft, zullen ze binnen de kortste keren heruitgevonden worden.

27 augustus

=0=

 


Zelfmoordpil

De euro is de zelfmoordpil van de EU geworden, schrijft René Cuperus in een column in de Volkskrant (22 augustus). Dat is me nogal wat. Kunnen we nog terug? Het zal wel moeten, want het heeft geen zin nog verder na te denken over een hechtere politieke unie om het eurowerk af te maken. De bevolkingen willen het niet, en de verdeeldheid die de euro al heeft gezaaid mag niet nog groter worden. We moeten naar een EU zonder euro. Hoe? Het hoe staat er niet bij. De voorspelling zal wel zijn dat de gevolgen van het doorgaan met de euro verwoestender zijn dan die van het afschaffen van het ding. Dat is een voorspelling die tot nadenken stemt. Bedoelt Cuperus dat een politieke unie er niet moet komen vanwege de euro of vanwege de weinig democratische condities waaronder tot dusver zo ongeveer alles van Europa tot stand is gekomen? Blokkeert de euro  een democratische unie of blokkeert de ondemocratische en onvolledige unie een effectieve euro? Gaat het Cuperus om de unie of om de euro en haalt hij de euro er alleen maar bij om zijn punt over de unie te kunnen scoren? Ik denk het laatste.

De euro is slecht geïntroduceerd, dat weten we. De introductie had een sterkere unie nodig en die is er niet gekomen – de politieke unie is de laatste jaren zelfs alleen maar zwakker geworden en die zwakte maakt het moeilijker de positie van de euro te stabiliseren, laat staan uit te bouwen. De zwakte was destijds niet het gevolg van een democratisch tekort. Hadden de politici anders besloten dan hadden ze anders besloten en dan hadden we daar weer aan vastgezeten, juist vanwege dat gebrek aan democratie. De zwakte was er een bijproduct van, dat wel en nu, daar heeft Cuperus gelijk in, gaat de regel op dat hoe democratischer de unie zal worden hoe minder eenheid gerealiseerd kan worden. Maar wat Cuperus vergeet is dat de crisis in de euro eerder het gevolg is van de liberalisering en deregulering van de financiële sector dan van de politieke zwakte en  een democratisch tekort in de EU. Wat je de politici van destijds moet voorhouden is niet alleen dat ze met een zwakke constructie akkoord zijn gegaan. Wat je ze in de eerste plaats moet voorhouden is dat ze een zwakke constructie hebben opgetuigd in een context die een munteenheid minder bescherming bood dan in de voorafgaande periode, en dat zulk een gebrek aan bescherming de zwak geconstrueerde munteenheden – zoals de euro – met onoverkomelijke problemen kon confronteren. Die hebben we nu, en het antwoord is niet de euro dan maar te laten vallen, het antwoord is de deregulering terug te draaien, de liberalisering een halt toe te roepen en pas dan de euro verder politiek aan te kleden. De politieke versterking van de euro ligt in een politiek die eerst de financiële wereld op haar plaats zet. De asymmetrie in de wereld van de euro is een risico, toegegeven. De asymmetrie tussen de financiële markten en machten en de monetaire autoriteiten is meer dan een risico. Het is een regelrecht gevaar.

Ik ben het, geloof ik, niet zo eens met Cuperus.

26 augustus

=0=

  


Komma

Ooit was ik redacteur van een blad dat Komma heette. Daar wou ik het niet over hebben. Ik wou het hebben over de komma van Groen Links. Die partij eist van Rutte dat hij ‘tot achter de komma’ komt uitleggen hoe het zit met het steunpakket voor Griekenland. Er schijnt een verschil van 50 miljard te zijn. Heeft te maken met een bedrag dat deels uit leningen bestaat, en deels uit veronderstellingen over afwaarderingen (en dan is de herkapitalisatie die nodig kan zijn om de banken te laten meedoen en tegelijk uit de wind te houden nog niet eens meegerekend). Die samenstelling van het pakket is interessant maar voor Rutte telt alleen de optelsom. Voor hem zijn veronderstellingen over geld hetzelfde als geld – alleen hij weet het niet. Rutte dacht dat het pakket inclusief de bijdrage van de banken was, anderen denken dat het pakket exclusief de bijdrage van de banken is. Verslagen van de vergadering waar dit besloten is hebben het over regeringsleiders die niet goed begrepen waar ze over besloten. In dat klasje van mensen die het niet begrepen heeft Rutte zich onderscheiden door er helemaal niets van te begrijpen. Toch knap. Het doet denken aan bankdirecteuren die producten verkochten waarvan ze ook al weinig begrepen. Ze zijn er goed mee weggekomen. Een inspirerend voorbeeld voor Rutte, maar Groen Links pikt het niet. Groen Links wil weten wat er is afgesproken.

Dat wordt nog wat. Rutte heeft al te kennen gegeven dat hij niet hij zich heeft vergist maar de anderen. Die hebben allerlei dingen meegerekend die wel in het pakket zitten maar toch ook weer niet omdat het overblijfsels van oude afspraken zijn. Het is een mening die nergens anders wordt verwoord en ook niet gedeeld. Het is een mening voor binnenlandse consumptie want wat we ook exporteren, de rekenkunde van Rutte valt daar niet onder. Die bewijst slechts dat het misschien inderdaad niet goed gesteld is met het rekenonderwijs in ons land. De premier van 18 miljard vergeet 50 miljard. Groen Links wil weten of daarbij de 43 eurocent achter de komma niet is vergeten.

Is het erg dat een premier niet weet hoe de financiële handel in elkaar steekt? Het lijkt me niet. Een premier hoeft ook niet te weten hoe een wapensysteem in elkaar steekt, hoe we ons water schoon houden, hoe de AIVD exact te werkt gaat en nog wel wat zaken. Wat we wel van een premier mogen verwachten is dat hij niet pronkt met andermans veren. Dat hij, als hij een vergissing begaat, ruiterlijk toegeeft het bij het foute eind te hebben gehad. Dat hij, als het over de EU gaat, de afspraken beziet in termen van een afweging van nationale en EU verantwoordelijkheden en de verschuiving naar meer Europese invloed in die termen verklaart en verdedigt. Rutte krijgt nu op een tamelijk genante manier de rekening gepresenteerd van een optreden als financieel hoeder van een kudde waarvan hij niet eens de samenstelling en omvang kan navertellen. Hij heeft er de verkiezingen mee gewonnen en hij valt door de mand. Hij heeft de taak van de politicus, het opstellen van regels, verward met de taak van de boekhouder, het opstellen van rekeningen. De Kamer volgt hem daarin – en dus zal hij er wel mee wegkomen. Gewoon, nog wat meer verwarring scheppen, welles en nietes spelen, en beloven dat hij de vinger aan de pols blijft houden. Reken maar van yes. De Kamer zal mompelen, mopperen en meegaan. Ook in de Kamer houdt men niet van politiek en wel van gespeelde deskundigheid over boekhouden. Tot achter de komma.

Wilders wordt slapend rijk.

23 juli

=0=

 


Bijdrage

Als je een boel spullen hebt gekocht die na enige tijd vrijwel niets meer waard zijn ben je geholpen als er een clubje is dat die rommel voor een zacht prijsje van je wil overnemen. Het is verlies en het had erger gekund. In eurotaal heet het dan dat je een substantiële bijdrage hebt geleverd. De rommel heet Griekse staatsobligaties, de overnemende club is het Europese Noodfonds. Het was de ECB die wat deed toen de staten die wat moesten doen niets deden en nu doen die staten wel wat en is de ECB er vanaf. Het heeft even geduurd en nu is Trichet tevreden. Dat noodfonds is, zo verklaarde Sarkozy, al bijna een Europese IMF. Een EMF dus, met veel meer bevoegdheden dan het huidige noodfonds. Over niet al te lange tijd hebben we ook een Europese beoordelingsinstantie, zodat Moody’s en consorten de deur kan worden gewezen. Met een omweg krijgt de EU meer centrale bevoegdheden. De eerste bewegingen zijn niet mis. Een uitbreiding van het bedrag dat aan Griekenland ter beschikking zal worden gesteld, als het braaf blijft. Langere looptijden voor de Griekse schulden en een lagere rente. Formeel heet het geen afstempelen, feitelijk komt het daar op neer. Nederland was daar altijd op tegen, op meer bevoegdheden, langere looptijden en lagere rente, en heeft verloren. Om het verlies toe te dekken wordt de transactie rond de Griekse staatsobligaties opgediend als een bijdrage van de private sector. Hebben wij ook wat.

Ik lees dat het nog laat is geworden, gisteren in Brussel. Dat hebben we te danken aan Rutte die het verschil tussen bruto en netto bedragen niet kende en vanuit dat misverstand de vergadering aardig wist op te houden. Rutte was na afloop van mening dat er een zeer solide akkoord was gesloten. Dat valt nog te bezien. Het zijn best grote stappen die gezet zijn maar de kwestie van de euro-obligaties staat nog open en zal ongetwijfeld nog komen. Moeten De Jager en Rutte weer wat verzinnen, weer een bijdrage ergens vandaan toveren om vooral enige pasmunt te hebben om de vergadering in te gaan, het echte punt van de euro-obligaties in te leveren en hun bekokstoofde bijdrage binnen te halen.

Hoe lang zullen Nederlandse politici genoegen nemen met steeds weer nieuwe kleren van de keizer?

22 juli

=0=

 


Volbracht

We mogen dan slechts een staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking hebben, het emancipatiebeleid is godzijdank in handen van een heuse minister. Mevrouw van Bijsterveldt. Haar beleid houdt in dat ambtenaren mogen weigeren een homohuwelijk te voltrekken. Dat was haar standpunt begin juni, in de Kamer. Als je vroeger dienst weigerde kreeg je straf, als je als ambtenaar werk weigert is het godsdienstvrijheid. Dat is voor haar nou emancipatie. Bekend, maar wat ik niet wist dat ze in een interview dat beleid verdedigde met een werkelijk fantastische trouvaille. Ze zegt: “Dat vind ik eigenlijk gewoon wel passen bij Nederland, die tolerantie en ruimte voor pluriformiteit.” Het is een zin van grote schoonheid. Je verdedigt benepenheid en noemt het tolerantie en pluriformiteit. In één zin! Het is een zin voor onderwijsassistenten. Hij kan zo in de toets begrijpend lezen. Een zware toets, zes op de tien mensen zakken ervoor. Ik zou graag zien dat de minister zich eens over de toets buigt. En haar vragen of ze haar eigen zinnen begrijpt natuurlijk, als ze na een interview nog eens naleest wat ze heeft gezegd.

Plasterk liet het ook maar zo, dat weigeren homo’s te trouwen. Het mocht niet maar het mocht toch wel, dus we laten het maar zo. En verder moet u minister Ter Horst hebben (Plasterk bij Pauw en Witteman, april 2008). Het weerhield hem er niet van aan de Gay Pride deel te nemen want hij was erg voor de emancipatie van homo’s, had ook de indruk dat de mensen het steeds gewoner aan het vinden waren, dat zelfs het CDA het steeds gewoner vond, alleen in dit kabinet even niet. In het huidige kabinet ook niet, en we vinden het steeds gewoner dat elke minister de wet handhaaft door de wet uit te leveren aan de vrijheid van godsdienst. Niks nieuws. Parlement en regering maken de wetten, de ambtenaar leest begrijpend wat er wel niet in staat en handelt naar gelovig bevind van zaken. De emancipatie in ons land was en is een kwestie van begrijpend lezen. De wet ook.

Ik vind dat minister Van Bijsterveldt best een pluimpje verdient voor haar bijdrage aan de toets begrijpend lezen. Wie niet goed kan lezen hoeft het woord emancipatie niet eens in de mond te nemen. Niemand die dat beter doorheeft dan zij. Elke zin van haar doet een groot beroep op onze tolerantie en ruimte voor pluriformiteit. Met deze minister zijn taal en taalvervuiling eindelijk ononderscheidbaar geworden. Het is volbracht.

20 juli

=0=

 


Getint

Het is een opmerkelijk staatje, op pagina 96 van het boek Overvallen in Nederland (Ben Rovers et al, Den Haag, Boom Juridische uitgevers 2010). Het bevat het ‘ophelderingspercentage overvalcriminaliteit’ per regio. Amsterdam/Amstelland scoort het laagst, met afstand. Eén op zes, de laatste jaren (het landelijk gemiddelde is één op vier). Nu komen ook één op de vijf overvallen in Amsterdam voor, dus dat zet het in perspectief. Niet dat het geruststelt, eerder het tegendeel. Overal sinds 2007 dalen de percentages (behalve in IJsselland). Het is een omslagjaar, 2007. Vanaf 2000 daalde het aantal overvallen, na 2007 steeg het en snel ook (: 36). In het boek worden allerlei vermoedens geuit over het waarom van de stijging na 2007 maar tot enige verheldering heeft het niet mogen leiden.

De juweliersbranche valt op. Er wordt door juweliers steeds meer in beveiliging geïnvesteerd en toch neemt het aantal overvallen toe. Dat is, vergeleken met de banken waar de beveiliging ook toenam en het aantal overvallen daalde, bijzonder (: 43). Het boek laat in het midden of de overvallen plaatsvinden bij minder goed beveiligde bedrijven dan wel door een veranderde werkwijze van de overvallers, als gevolg van de beveiliging.

En wie zijn het, die overvallers? Nu, één op de drie is Nederlander, één op de zes (steeds meer 2e generatie) Marokkaan, één op de acht is Surinamer, één op de elf is Antilliaan, één op de zeventien is Turk. Omdat daders zelden alleen werken zijn gegevens over de samenstelling van groepjes overvallers wenselijk maar behalve de opmerking dat gemengde clubjes vaak voorkomen zijn geen eenduidige gegevens bekend (: 74).

In Nijmegen is begin dit jaar een juwelier voor de zoveelste keer de klos. Hij is bij de laatste overval ernstig gewond geraakt. Misschien kan hij nooit meer lopen. De overvallen zijn nooit opgehelderd en de juwelier en zijn vrouw hebben er genoeg van. De vrouw: “Elke keer dat we de deur van onze winkel open doen voor een klant – we voeren een streng deurbeleid – is een keuze, een gok. Wie we weigeren? Alle buitenlanders. Vrijwel alle overvallen op onze winkel zijn door buitenlanders gepleegd”. De man is specifieker: de overvallen zijn in bijna alle gevallen gepleegd door een kleine groep jongeren van Marokkaanse en Antilliaanse afkomst. Daarom heeft hij besloten deze geen toegang meer te verlenen tot de winkel. Het is hem op een klacht wegens discriminatie komen te staan. Omgekeerd heeft de juwelier de staat aangeklaagd, vanwege de falende bescherming.

Voor de vrouw zijn, neem ik maar aan, Marokkanen en Antillianen buitenlanders. Voor de man zijn alle getinte mensen Marokkaan of Antilliaan. De benaming volgt de beeldvorming en versterkt deze. Van de laatste overval zijn camerabeelden beschikbaar. We zien één man die we ‘getint’ zouden kunnen noemen, een andere man ontsnapt aan een dergelijke inkleuring. In de publieke uitingen van het juweliersechtpaar wint de tint.

We staan er gekleurd op.

19 juli

=0=


Hulpje

Staatssecretaris Knapen vindt de Nederlandse bevolking te zuinig. Er zou meer gegeven moeten worden om de hongersnood in de Hoorn van Afrika te bestrijden. We zijn het, zegt hij, moreel verplicht.
Op ontwikkelingssamenwerking wordt tot en met 2014 ongeveer drie miljard bezuinigd. De geleverde steun krijgt een nieuw accent: van sociale naar economische ontwikkeling. ‘We’ gaan van hulp naar investeren. Daarom krijgt het bedrijfsleven meer kansen. Het aantal landen waar steun aan wordt gegeven neemt af. Was getekend: Ben Knapen, hulpje van het goede doel. Hij zal nog vaak een beroep moeten doen op de bevolking. Het lenigen van nood, dat is een sociale doelstelling en daar wordt op bezuinigd. Mensen die niet te eten hebben zijn niet zelfredzaam en zelfredzaamheid, dat is waar de staatssecretaris naar smacht. Vandaar dat het zelfredzame Nederlandse bedrijfsleven zich mag verheugen in de hulp van Knapen om hen daarginds ook wat zelfredzamer te maken. Woorden doen wonderen en die hebben ze daar nodig ook. Voor het overige is er niks.
Ik lees in een ingezonden stuk in Trouw dat Nederlandse telers goed werk doen in de Hoorn van Afrika. Het heeft wel gevolgen, in het bijzonder voor de oude pastorale, nomadische, productiewijze van de herders in die contreien. Die waren ooit het best bestand tegen lange periodes van droogte en nu hebben ze het nakijken want hun routes en bronnen langs hun routes zijn weg of ingepikt. Met klimaat heeft het weinig, met economische ontwikkeling alles te maken.
Op de voorpagina van Trouw lees ik dat hulp de positie van de lokale krijgsheren zeer heeft verbeterd. Voor hen is de honger van de lokale bevolking een buitenkansje. We hebben het niet alleen daar maar ook in Afghanistan voorbij zien komen. Afghanistan staat wel op het lijstje van de staatssecretaris. Het zal de krijgsheren aldaar verblijden en niets zo behulpzaam als een forse ramp om ons moreel te prikkelen en onze moraal te belasten.
Ik heb de indruk dat als deze staatssecretaris ons op onze moraal aanspreekt hij eigenlijk bedoelt dat het zijn zaak niet is, maar dat het te cru is het zo te zeggen.

18 juli

=0=


Wegdoen

En als we die euro nou gewoon wegdoen? Twee redacteuren debatteren erover, in NRC, gisteren. De ene ziet nog wel toekomst in de euro, de ander niet. Dat is de rolverdeling geweest. Ze spelen hun rol met verve. En hoe verschillend de scenario’s ook zijn, over één ding zijn ze het eens. De formele bevestiging dat Nederland monetair noch financieel geen soeverein land meer is kan niet lang uitblijven. Het verschil is dat de euro doorgaat, zij het zonder Griekenland en Portugal (die ‘vrijwillig’ de euro verlaten en hun munt devalueren) of wordt afgeschaft, en dan wordt Nederland deel van een nieuwe muntunie, een Noordelijke muntunie met de mark (leuk toch, schrijft Maarten Schinkel, dat we de nieuwe munt de voornaam van jullie premier meegeven?) in de plaats van de euro. In die nieuwe constellatie hebben we niets te vertellen want de Duitsers hebben hun les geleerd. Geen muntunie zonder een stevig en effectief politiek fundament. De rest is een kwestie van machtsverhoudingen en dan geldt dat Duitsland groter is dan de rest van de aangesloten landen bij elkaar.

In het andere scenario gebeurt iets soortgelijks, alleen houden we dan de euro, zijn veel meer landen betrokken en krijgt de EU eindelijk slagkracht: een echt ministerie van financiën en een club voor het regelen van schulden, een club die in staat is euro-obligaties uit te geven en dus de speculatie tegen afzonderlijke landen tegen te gaan. De ECB wordt niet genoemd, maar is wel bedoeld, als uitvoeringsorgaan. Ik had graag iets gelezen over de politieke verhoudingen waarbinnen de ECB dan zou moeten opereren.

De oplossing is, linksom of rechtsom,  politiek. Iedereen weet het, zelfs het IMF heeft er al toe opgeroepen en nog blijft Europa de prooi van binnenlandse politieke krachtsverhoudingen in de afzonderlijke lidstaten. Een soort patstelling. In het scenario met de mark wordt die patstelling op een wel heel aardige manier doorbroken. Het begint bij een Amsterdamse sigarenboer die, met behulp van de lettercode waaraan je kunt aflezen uit welk land de euro komt, in zijn winkeltje wisselkoersen voor de landeuro’s introduceert – en de mensen erop afrekent. Dan is de Griekse euro nog slechts een dubbeltje, de Spaanse is goed voor vijftig cent, de Belgische voor negentig cent en ja hoor, er zijn ook nog enkele euro’s (waaronder die van ons vanzelfsprekend) die gewoon een euro waard zijn. Onze sigarenboer heeft succes, het initiatief raakt bekend, wordt overgenomen en dan is er geen houden meer aan.

Die sigarenboer, schrijft Maarten Schinkel, is zijn variant van de Tunesische groenteman die de Arabische lente inluidde.
Hoe dan ook, destijds zijn we even vergeten dat we met de euro een boel zeggenschap hadden ingeleverd. Het zoeken is naar een manier om dat vuiltje ongedaan te maken. Volgens de auteurs van de scenario’s kan dat niet meer door te liegen over de soevereiniteit van lidstaat Nederland. Ik help het ze hopen. De euro hoeven we niet weg te doen. Wel de politieke leugens waarmee het ding ons aan de man is gebracht.

17 juli

=0=

 


Geheim

De Volkskrant is, blijkens een redactioneel commentaar van Chris Rutenfrans, van mening dat het medisch beroepsgeheim niet heilig is. Dat klopt, dat is het ook niet. Rutenfrans bedoelt dat het nog minder heilig is dan het denkt te zijn. In het geval en in het belang van waarheidsvinding moet het geheim soms wijken. Tja, denk ik dan, dan kun je het geheim beter helemaal opheffen, het woord zegt het al. Geheim en waarheid, dat gaat niet samen. Ik geloof dat de minister dat ook vindt. Nee, niet ten tijde van wikileaks, maar nu, in het geval van Tristan van der V.

De gevolgen zijn ingrijpend. Het biechtgeheim, het geheim van de accountant, de advocaat, de notaris, de politieman, de ambtenaar van de inlichtingendienst. Het beschermen van de bronnen van de journalist. En de vriendschap, de vriend van Tristan van der V. zit al in het beklaagdenbankje. Allemaal op de schop. Zou Rutenfrans dat bedoelen?

Het is een ingewikkeld punt. Voor de nazaten van Pim Fortuyn kan het geen probleem zijn want die doen wat ze zeggen. Zeggen ze. Dat is een verblijdende regel en als je hem goed toepast hoef je niet eens de vraag meer te stellen of iemand weet wat hij zegt. Dat weet je, als je zegt wat je doet en doet wat je zegt. Voor hen is er geen probleem, behalve het probleem van de zachte heelmeesters. Voor alle overigen is er wel een probleem. Je zegt vaak wat, niet omdat je van plan bent uit te voeren wat je zegt maar omdat je verward bent, onmachtig, omdat je het spoor bijster bent, omdat je gevangen bent in tegenstrijdigheden. Dat breng je in gesprek omdat je het niet bij je kunt houden. Wie weet lucht het op en wie weet volgt er nog een gesprek ook. Dan kun je nog eens terugkomen. Op voorwaarde dat het een gesprek is waarbij de muren geen oren hebben. Is dat wel het geval dan ga je nooit meer op gesprek.

Wat mij aan het beroepsgeheim stoort is niet dat het er is. Wel dat het door accountants, advocaten en dat soort lieden zo makkelijk wordt misbruikt. In hun geval gaat het lang niet altijd en veelal zelfs nooit om verwarde mensen, om mensen op zoek naar een plek om hun hart te luchten. Het gaat bij hen om mensen die de wet willen oprekken, uitbuiten, die om de wet heen willen handelen. De beroepsgroep wordt uitgenodigd ‘mee te denken’. Dat krijg je als de beroepsgroep er niet is om de ‘waarheidsvinding’ een handje te helpen. Ze vegen er hun kont mee af, met die waarheidsvinding.

Er is veel te veel geheim. Maar niet in de beroepsgroepen waar Rutenfrans het zoekt. Daar kunnen ongetwijfeld heel veel dingen beter, in het bijzonder de positie en de invloed van de leken in het toezien op en het meespreken in tuchtprocedures.

Als een patiënt de waarheid over zichzelf zoekt en daarvoor bij de medicus te rade gaat moet dat niet worden doorkruist door de opheffing van het beroepsgeheim. De tegenstelling tussen beroepsgeheim en waarheidsvinding is in dat geval een valse. Niet in alle gevallen.  Het is vals in het geval waar Rutenfrans het over heeft, het is daarentegen aan de maat in tal van gevallen waar Rutenfrans het niet over heeft.

16 juli

=0=

 


Vriendjes

Zou het wel goed gaan met Frits Bolkestein? De laatste jaren doet de man niet alleen over van alles en nog wat uitspraken, hij doet ook steeds gekkere uitspraken. De nieuwste in de reeks is de beschuldiging aan het kabinet van vriendjespolitiek. Het gaat om de plek van regeringscommissaris bij Air France KLM. Bolkestein had die plek gedurende zes jaar en het voorstel is hem te laten opvolgen door Schaap de Hoop Keffer. Volgens Bolkestein kan dat niet kloppen want zijn opvolger ‘is niet goed bij zijn hoofd’. Waarom niet? Omdat Schaap als secretaris-generaal van de NAVO van mening was dat Georgië en de Oekraïne ongetwijfeld lid zouden worden van de NAVO. En dan ben je niet goed bij je hoofd.

Zou Bolkestein zelf wel op basis van verdienste regeringscommissaris zijn geworden? Of zou het op basis van zijn vriendjes (zijn ‘netwerk’) geweest zijn? Ik neem het maar aan want zo gaat dat altijd. Waarom klaagt hij het kabinet dan aan voor een handelswijze die het altijd volgt? Nog belangrijker, waarom klaagt hij dit VVD kabinet niet aan? De benoeming van Rosenthal was vriendjespolitiek pur sang – en in dat geval niet vanwege het relevante netwerk van die man in het buitenlandcircuit. De benoeming van Opstelten was vriendjespolitiek pur sang. Of zou Bolkestein van mening zijn dat die lieden vanwege hun enorme verdiensten voor het land een plekje in het kabinet waard waren? Waarom overigens vond hij dat we met Fortuyn een pleefiguur in het buitenland zouden slaan en is hij zo mild over zijn adoptiekind Wilders?

Volgens Bolkestein zit staatssecretaris Atsma erachter. Hij vindt dat, gelet op de oude banden tussen Atsma en Schaap, ‘onelegant en onfatsoenlijk’. Ik vermoed toch echt dat Bolkestein het niet over Atsma moet hebben maar over Rutte. Atsma is zich dan ook van geen kwaad bewust: ‘Wie de andere kandidaten waren, doet niet ter zake. Ook de politieke kleur van de kandidaten doet niet ter zake, het gaat om ervaring en kwaliteit.’ Kijk, zo is het hele kabinet samengesteld. Het gaat om ervaring en kwaliteit. Die heeft de VVD ingebracht en het CDA ook, met Hillen, Bleeker, Verhagen, Van Bijsterveldt en hoe ze allemaal ook mogen heten. Vrienden en vriendinnen, door de adoptief zoon van Bolkestein goedgekeurd en door Bolkestein met rust gelaten. Ervaring en kwaliteit.

Dat Bolkestein de basale spelregel van ervaring en kwaliteit bij politieke benoemingen uit het oog heeft verloren siert de man. Hij is er wat laat mee, dat wel. Bij zijn benoeming bij Air France KLM zal het niet gespeeld hebben, dat zal de verklaring zijn. Het wachten is op zijn ontboezemingen over hoe, op basis van welke ervaring en kwaliteit, bestuursleden van, zeg, DSB zijn geselecteerd, hoe de toppen van grote zorginstituties door VVD-ers zijn bezet, hoe Nijpels bij het ABP kon opduiken, hoe kanjer Hoogervorst de Nma mocht opleuken, hoe Zalm ABN Amro kreeg enzovoorts. Kom op Frits, jij hebt over alles een oordeel, het vaatje vriendjespolitiek is nog lang niet leeg, dus over de brug ermee!

15 juli

=0=

 


Verzelen

Verzelen is een woord voor de gelegenheid. De gelegenheid is het in elkaar schuiven van zorg verzekeren en zorg verlenen. Daar is sprake van nu Menzis al geruime tijd bezig is om zelf zorgcentra op te zetten, met een huisarts, een apotheker, een fysiotherapeut, een wijkverpleger, allemaal in loondienst bij de verzekeraar (Trouw, 14 juli). Het kapitaal is geleverd door Menzis en door Reggeborgh Group, een investeringsmaatschappij van Wessels en die zitten weer in de bouw. De Landelijke Huisartsen Vereniging kijkt er met argusogen naar: moet dat, die vermenging van verzekeren en zorgen?

De minister vindt van niet. Zij houdt van een scheiding van vraag en aanbod en die scheiding is hier verdwenen. De minister werkt aan een wetsvoorstel om een constructie zoals die van Menzis onmogelijk te maken. Menzis vindt dat onnodig, de LHV is er niet helemaal uit. Het gaat heel goed, zegt Menzis en de LHV kan dat niet ontkennen. Maar hun aarzeling blijft. Dat lijkt me wel zo verstandig. De vraag is immers niet wat er moet gebeuren als het goed gaat, de vraag is wat er moet gebeuren als het fout gaat. Dan is een scheiding van vraag en aanbod ongetwijfeld wel zo handig en dus aan te bevelen.

De vraag is ook niet of een huisarts in loondienst een goede of slechte zaak is, de vraag is of een huisarts in dienst van een zorgverzekeraar een goede of slechte zaak is. De huisarts heeft het belang van de patiënt als uitgangspunt, de verzekeraar het belang van de verzekerde, van de verzekeringsconsument. De omstandigheid dat in het tweegesprek tussen Menzis en de LHV waarvan Trouw verslag doet de vertegenwoordiger van Menzis eerder over consumenten rept dan over patiënten, spreekt boekdelen. Meneer A heeft als verzekerde belang bij goedkope behandelingen want dat bespaart op de premie. Meneer heeft als patiënt belang bij de beste behandelingen want dat is goed voor zijn gezondheid. Het mag nooit zover komen dat meneer A moet beslissen of hij het zwaartepunt legt bij hemzelf als consument van verzekeringen of bij hemzelf als gebruiker van medische voorzieningen en expertise, als patiënt dus. Menzis manoeuvreert meneer A echter wel in die positie. Dat is niet fraai van Menzis. Een vergelijkbaar bezwaar gaat op voor de huisarts. Niet doen dus.

Mijn computer herkent het woord verzelen niet. Dat moet dan ook maar zo blijven.

14 juli

=0=

 


Grond

In zijn afscheidscollege toonde Joop Hartog aan dat van de immigratie weinig mensen beter zijn geworden. Nu ja, de werkgevers en de ‘factor kapitaal’ een klein beetje, maar toch ook niet om over naar huis te schrijven. En waarom? Omdat Nederland een bevolkingsdichtheid heeft die ons kleine lapje grond steeds duurder maakt. Bouwen en wonen worden overheerst door de grondprijs (inmiddels goed voor een kleine derde van de bouwprijs). De vraag is of dat komt door een tekort aan grond of door de grondpolitiek. Hartog impliceert het eerste. Dat is dan nog te bewijzen, net als zijn stelling over bevolkingsdichtheid overigens (zo beschrijft Hartog dat wij vanaf de gouden eeuw een veel snellere bevolkingsgroei hadden dan, bijvoorbeeld, Vlaanderen. Dat klopt, maar was Vlaanderen in de Gouden Eeuw niet al veel dichter bevolkt dan wij en als dat zo is wat bewijst de stelling van Hartog dan?). Ja, het katholicisme. Is dat zo, of bedoelt Hartog hier niet het geloof maar de achterstand van katholiek Nederland die pas werd opgeheven in, door, en ten tijde van de verzuiling en de nasleep ervan?

En dan die grond. Het is wel aardig om te lezen dat Hartog de economen voor de voeten werpt dat ze in hun berekeningen van de productie van de nationale welvaart meestal uitgaan van een productiefunctie met alleen arbeid en kapitaal. De grond zit er niet in. Het is de kippigheid van de economie waardoor we ons rijker rekenen dan we zijn. Op tal van manieren en nu ook door de verwaarlozing van de grond. Jammer is dat Hartog zijn neus ophaalt voor de vraag wat de productie is als gevolg waarvan we grond tot productiefactor mogen bombarderen. Zou het niet kunnen zijn dat de economen nattigheid hebben gevoeld over de productieve bijdrage van die productiefactor grond en het daarom maar hebben gelaten? De economie, per slot, is geen landbouw, hoe zwaar de landbouwbelangen ook wegen in het beleid van sommige politieke partijen.

Dat het kabinet Den Uyl in maart 1977 viel over de grondpolitiek kwam niet door een tekort aan grond maar door de wens van KVP en ARP de grond aan de markt over te laten. Het tijdstip is opmerkelijk – vanaf de jaren zeventig begonnen we spijt te krijgen van het onbesuisde werkgeversbeleid om gastarbeid te importeren. Pas toen ook kwamen de door Hartog aangeklaagde antropologen en sociologen in beeld. Gewoon, achteraf. Hartog had zich beter tot de grondprijs kunnen beperken. Want dat hebben we geweten. Slapend rijk kon je ervan worden, zeker als je een beetje de bestemmingsplannen bijhield. Speculatie in grond en een waardebepaling gevoed door de bestemming in plaats van gebruik, het was een garantie voor het opjagen van de prijs. Den Uyl had dat willen afstoppen en wat er ook van gekomen was als hem dat gelukt was, zeker is wel dat het betoog van Hartog staat en valt met die grondprijs. Nee, geen productiefactor, gewoon een opgeblazen prijsfactor.

De titel van het afscheidscollege was ‘Is de maat nou echt vol?’. Ik zou zeggen van wel. Maar ik verschil van mening met Hartog over de rol van bevolkingsgroei (inclusief immigratie) en een tekort aan grond. De maat van de grondpolitiek is vol, al heel lang. Ik ben benieuwd wanneer er wat aan gaat gebeuren. Met dit kabinet valt er overigens niet veel te verwachten – meer kansen voor speculanten daargelaten.

13 juli

=0=

 


Ordenend

In het FD van gisteren kom ik een bijdrage tegen van dokter Pieter van Akkerveeken, een orthopedisch chirurg. Hij verzet zich tegen de moderne productielijnen in de gezondheidszorg, het Just in Time genoegen voor de standaardpatiënt met standaardproblemen, de patiënt die snel, efficiënt en effectief geholpen kan worden. Vooral snel. Van Akkerveeken is bang dat in de productielijn de dokter het voortouw neemt en niet de patiënt. Hij stelt twee eisen: ‘Ten eerste moet het probleem van de patiënt de ordenende factor zijn en niet, zoals nu, de discipline van de dokter. En ten tweede moet het primaire proces, de interactie tussen patiënt en arts, het uitgangspunt zijn’.

Sympathiek gedachten, maar helemaal kloppen doet het niet. De productielijn is geen uitvinding van de dokter, de productielijn is de uitvinding van de organisatie waar de dokter in werkt, de organisatie die enerzijds nooit compleet afhankelijk mag zijn van de expertise van een arts en die anderzijds als echt schaarse factor de peperdure en steeds duurder wordende medische apparatuur tegenkomt. Wie waar wanneer aan mag komen, dat zijn de beslissingen waar het om draait en die beslissingen worden niet door de arts van dienst genomen. Het is net zoals in mijn school: we roepen wel dat mensen ons belangrijkste kapitaal zijn maar als puntje bij paaltje komt bepalen (de beslissingen over) het gebouw samen met (de beslissingen over) het rooster wat wel en niet mogelijk is. Dat is in een ziekenhuis niet anders, denk ik. De hegemonie van de artsen en hun disciplines is behoorlijk getaand. Dat sluit niet uit dat de problemen van de patiënt ordenend moeten zijn, maar zonder nadere toelichting klinkt dat me toch teveel naar een bank die steeds opnieuw belooft dat het klantenbelang voorop staat. Dan weten we dat het niet zo is. Van Akkerveeken hoeft niet de arts z’n plek te misgunnen, hij dient de organisatie ter discussie te stellen en dat is andere koek. Hij moet een bod doen op hoe te coördineren, gegeven de eisen van het primaire proces. De uitspraak dat de patiënt eerst komt en dan pas de discipline is aardig en verhullend tegelijk.  

Ik heb ook wat moeite met zijn stelling dat de interactie tussen patiënt en arts het ‘primaire proces’ is. Ik weet niet precies wat die interactie van Van Akkerveeken is. Als de patiënt op de snijtafel ligt, wat is dan die ‘interactie’? Eenmaal daar dient de arts elk lijfelijk signaal goed op te vangen, dat wel. Het proces is niet helemaal te standaardiseren, de volgorde van handelingen ligt niet vast en de keuze van handelingen ook niet. Vandaar dat keuze en volgorde altijd weer afhangen van het lichaam, het organisme, van de patiënt. Die interactie lijkt een beetje op een vertaling van het type technologie (‘intensieve technologie’) dat daarbij in het geding is maar toch ook weer niet want het woord interactie is verwarrend en bovendien is het primaire proces veel meer dan wat er tijdens de behandeling plaatsvindt. Het omvat alles, van intake tot en met nazorg en gaat bijgevolg ook veel verder dan alleen de arts en de patiënt. Het omvat de persoonlijke ‘omgeving’ van de patiënt en het omvat de professionele en organisatorische ‘omgeving’ van de arts en soms ook, ik denk aan euthanasie, de persoon en persoonlijke omgeving van de arts.

Van Akkerveeken brengt de medische zorg terug tot de spreekkamer van de huisarts. Hijzelf is inmiddels, vanuit zijn specialisme in rugklachten, commercieel gegaan. Dan is zijn interventie een handige commercial: bij ons gaat het er nog huiselijk en vertrouwd aan toe. Ik geloof er helemaal niks van. En sympathiek is het ook niet.    

12 juli

=0=

 



Vergelijken

Het filosofisch kwintet, gisteren op de tv, had het over zin en onzin van historische vergelijkingen, vergelijkingen tussen de jaren twintig/dertig en, ruwweg, het eerste decennium van deze eeuw. Behalve Clairy Polak en Ad Verbrugge deden dit keer Bas Heijne, Marc de Wilde en Ton Zwaan mee.

Helemaal aan het einde van de uitzending bracht Verbrugge de rol van de economie, van economische modellen zoals tegenwoordig het Rijnlandse en het Angelsaksische model, naar voren. Dat was ten minste wat, hoewel ook toen de woorden ‘financieel’ en ‘monetair’ niet vielen. Wel ging het in de uitzending over de republiek van Weimar en over de redenen dat Weimar het niet redde. Dat kwam, zei De Wilde (en de anderen waren het daar wel zo’n beetje mee eens) doordat de rechtsstatelijke cultuur ontbrak, toen. En omdat partijen aan de zeer linkse en aan de zeer rechtse kant er sowieso geen boodschap aan hadden. Wonderlijk, ik heb nooit van Thomas Mann gedacht dat hij zich aan een extreme kant bevond. Wel aan de kant van mensen die in het parlement meer verdeeldheid dan eenheid zagen en die droomden van een Duitse cultuur die de beschaving van de Verlichting nog wel een lesje zou leren. Voor extreem rechts was daar een Duits volk voor nodig en een staat die nodig zou zijn om dat volk te creëren door het te reinigen van alles wat niet de juiste herkomst had. Nee, dat laatste is al lang Mann niet meer. Maar we weten wel dat het nazisme minder een staatsleer was dan een bevolkingsleer, een leer over het volk, precies zoals het racisme ook geen staatsleer is of ooit was maar er in naam van het volk wel gebruik van kan maken.

Daar ging het allemaal niet over en het ging, toch verbazend, ook niet over de vraag of, als er in Duitsland in de Weimar periode al een democratische en rechtsstatelijke cultuur had geheerst, de republiek überhaupt een kans had gehad – in het licht van herstelbetalingen waar, qua omvang, de Grieken nog een puntje aan kunnen zuigen en in het licht van het wereldrecord inflatie dat elke dag door een nieuw wereldrecord werd overtroffen. Onbeantwoordbare vraag maar wel een vraag waar je een vergelijking de moeite waard mee maakt. Een monetaire en financiële crisis zonder weerga, daar in de jaren twintig en elders in de jaren dertig. Een crisis die niet maalde om het karakter van de staat maar die ging over de macht van de staat. Het kwintet had het, heel karakteristiek, niet over macht, wel over karakter.

Het filosofisch kwintet is niet filosofisch. Het is ook niet historisch. En het vergelijken kan beter.

11 juli

 


=0=

Om

Eerst wou hij er niet van weten, van het advies van de commissie De Wit om te komen tot een scheiding van spaarbanken en zakenbanken. Nu is De Jager om, althans hij is een beetje om. Het was technisch niet te doen, zo een scheiding. Hij gaat nu de banken pas scheiden als er een crisis is. Om de spaarders te beschermen, zegt hij nu. In een crisis kan het technisch wel? Als het te laat is en voor zover niet te laat dan toch wel erg laat? Tot de crisis mogen de banken spaargeld gebruiken zoals het hen uitkomt en ten tijde van de crisis mogen ze dat even niet meer maar daarna weer wel? Ik wil niet veel zeggen maar dat lijkt me technisch nog wel wat ingewikkelder dan het aanvankelijke voorstel van de commissie De Wit. Ik neem maar aan dat het punt niet de techniek is. Ik neem aan dat De Jager aanneemt dat de Kamer toch te stom is om daar een vraagteken bij te zetten, bij die techniek. Een mens moet af en toe wat zeggen en het leven is te ingewikkeld om direct het juiste te zeggen. Techniek is de techniek van het kopen van tijd. Een mooi bancair principe.

Afgelopen vrijdag publiceerde het ministerie een beleidsnota ‘Financiële stabiliteit, bescherming van spaargeld in het depositogarantiestelsel en het combineren van verschillende bancaire activiteiten binnen een bank’. Interessante nota, waarin wordt uitgelegd hoe moeilijk het is om twee aspecten van een bank (consumententransacties en bedrijventransacties) alleen al begripsmatig, laat staan praktisch, uit elkaar te rafelen. Het kan wel, maar alleen als een bank of alleen een zakenbank is of alleen een consumentenbank (verwarrend genoeg vaak als ‘algemene’ bank aangeduid; vroeger noemden we het nog de nutsbank). Dat is echter slechts één lezing. De twee andere zijn: een operationele scheiding van activiteiten (meestal al gerealiseerd door aparte business units binnen een bank voor consumenten en zaken), en een scheiding van activiteiten als het foute boel is (om de deposito’s van de spaarders van de bank te beschermen). Het gaat niet om de operationele scheiding, want die is er al en heeft de crisis niet tegengehouden. Integendeel. Het gaat om de echte scheiding of om de ontrafeling en isolering van activiteiten ten tijde van crisis. De minister kiest voor het laatste (kennelijk zijn dan de begripsmatige problemen zo goed te herkennen dat er ook in de praktijk kan worden ingegrepen). Waarom? Zijn argument is dat een echte scheiding ten koste gaat van alle voordelen van ‘synergie’ en ‘diversificatie’.

Daar vallen m’n klompen bij uit. De minister heeft natuurlijk groot gelijk dat je problemen kunt hebben met alleen een zakenbank (Lehmann) of alleen een consumentenbank (DSB) dus dat het scheiden van banken niet een oplossing voor alles is. Maar dat is flauw. De meest recente crisis is ontstaan (en dat was ook al het geval met de crisis rond de Savings&Loans crisis van de late jaren tachtig) doordat financiële instellingen consumentenkredieten (in de vorm van hypotheken) eindeloos doorverhandelden in een activiteitensfeer die met de consument weinig en met het bankieren voor eigen rekening en op risico van alle anderen alles te maken had. De reden was eenvoudig: deregulering. Wat eerst niet mocht, mocht nu wel en dus werden de hypotheken de chips in een piramidespel waarin ze aan de man werden gebracht om vooral ook mee te mogen spelen – en niet met het oog op de waarde van de huizen of de capaciteit van de mensen om de hypotheek terug te betalen. Dat voor wat betreft de ‘synergie’ en de ‘diversificatie’. Voor Nederland, met een ongelooflijk opgeblazen hypotheekschuld, een kwestie die de minister niet had mogen afdoen met een redenering die uit niets anders bestaat dat het goed gaat als het goed gaat en dat als het slecht gaat we altijd nog kunnen repareren. Daar zijn we nu al enkele jaren mee bezig. Als het aan de minister ligt blijven we er mee bezig.

Wat de minister wil codificeren is de huidige praktijk waarin de banken altijd de winsten hebben en de anderen soms ook winsten en als het voorkomt altijd de verliezen.
De Jager is helemaal niet om en de banken zullen zuchten en steunen, en hem steunen.

10 juli

=0=

 


Keren

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald is een vleugje cultuur dat de staatssecretaris, de coalitie, de VVD even is ontgaan. Wat sneu nou, zei de staatssecretaris, maar we konden de dekking niet vinden ter compensatie van de btw verhoging op de kunsten. We hadden best gewild hoor, we hadden het willen keren, maar het zat er even niet in. Nee, het was niet de meest ‘voldragen’ maatregel van dit kabinet. Voldragen!

Minister Hillen wil de bezuinigingen op defensie heroverwegen en komt er na heroverweging achter dat hij ze toch maar niet gaat heroverwegen. Ook die bezuinigingen zijn niet erg voldragen maar iets anders zit er niet in. De minister rekent op de Amerikanen want die hielden de Europese defensie altijd lekker in de luwte. Als ik het artikel van Joeri Boom in de Groene van deze week goed heb gelezen zijn de Amerikanen de heroverweging al voorbij en zoeken zelf de beschutting. Nee, voor Europa even geen plek. De minister moet het artikel maar eens lezen. Niet dat het tot wijziging van beleid kan leiden trouwens, want waar geen beleid is verliest zelfs ’s mans heroverweging zijn nut. Gelukkig dat hij het zelf ook heeft ingezien. En zo snel!

Minister De Jager wilde de banken niet dwingen en nu wil hij ze toch wel dwingen maar er is geen beleidswijziging, zegt hij. Die man is goudeerlijk. Hoe kun je bij gebrek aan beleid nu een beleidswijziging doorvoeren? Nee, dat beleid is nog niet voldragen en daarom is het ook nog niet geboren. We wachten af, in spanning. De minister doet dat ook. Maar dat hij na een jaar nieuw kabinet nog altijd niet weet waar we nu precies op wachten is een klein nadeel.

Minister Donner is er achter gekomen dat hij de gemeenten niet helemaal aan een touwtje heeft en biedt ze een sigaar uit eigen doos aan, ter waarde van 100 miljoen euro. De gemeenten hebben echter een strikt anti-rookbeleid dus vermoedelijk gaat het de minister niet lukken met deze handreiking het tij te keren. Het plan om de gemeenten op te leggen wat de minister vindt dat ze moeten doen is niet erg voldragen. Ik wil niet uitsluiten dat die gedachte de minister bereikt heeft. Hij dacht het recept gevonden te hebben voor beleid dat hem helpt een voordeeltje te incasseren en dat de gemeenten met de kosten opzadelt. Hij heeft het niet gevonden.

Het goede nieuws is dat de overdrachtsbelasting tijdelijk wordt verlaagd. Men wil de woningmarkt in beweging krijgen. Doorstroming en zo. Het is goed voor de makelaar dus dat is mooi meegenomen. Aan de andere kant, het kabinet had ook kunnen besluiten voortaan vitrage in woningen te verbieden. Scheelt ook in het goedkoper maken van het wonen en het vergemakkelijkt de taak van de overheid de gangen van z’n burgers na te gaan. Ik geef het maar als suggestie en ik geef toe dat het nog allerminst een voldragen plan is. Mijn vitragemaatregel zet de nieuwbouw niet op achterstand en dat is met die lagere overdracht wel het geval want nieuwbouw wordt verkocht, niet overgedragen. Gelijke behandeling (bij nieuwbouw een tijdelijk lagere omzetbelasting) zit er niet in. Geen voorbeeld van voldragen beleid, die tijdelijke aanbieding, en de starters op de woningmarkt hebben het nakijken. Hun tijd komt nog wel moeten ze maar bedenken. Het kabinet zal het niet voor ze doen.

Dit kabinet is toe aan een lange vakantie.

9 juli

=0=

 


Unie

De Unie is een vakbond voor middelbaar en hoger personeel. De bond stelde zijn leden zes vragen over het pensioenakkoord, allemaal in de vorm van een rapportcijfer te beantwoorden. Het gemiddelde cijfer over alle vragen was net boven de vier. Niet veel als je een tien had kunnen halen en een zesje nodig hebt om verder te mogen. De Unie zegt nee.

Bij de Abvakabo is de voorzitter opgestapt vanwege onenigheid in haar bond en in de vakcentrale over het akkoord. Ze wou tegenstellingen overbruggen, het blijkt een brug te ver. Ze is nog niet weg of de bond sluit zich in z’n verzet aan bij de industriebond FNV Bondgenoten.

De minister, op zijn beurt, heeft haast. Hij presenteert, op 4 juli, een ‘vitaliteitpakket’ aan de Tweede Kamer, verpakt in een lange brief waarin en passant de levensloopregeling en het spaarloon worden opgedoekt om terug te keren in een vorm die de minister goeddunkt. Uiteraard moet ook de loonopbouw gedurende iemands gehele loopbaan op de schop. Dat is zelfs de kern van de kwestie, van het langer doorwerken, de verschuiving van de AOW leeftijd en de aanvullende pensioenen. De minister schrijft ‘Een goede verhouding tussen kosten en productiviteit van de ouder wordende werknemer is een belangrijke randvoorwaarde om mobiel te kunnen zijn op de arbeidsmarkt’. Je zou zeggen dat dit voor iedere werknemer geldt, dus als het alleen gaat om de ouder wordende werknemer dan staat er nog wel wat meer. De minister heeft kennelijk vastgesteld dat de beloningsprofielen die voorheen feitelijk op het gehele werkende leven waren afgestemd bij het oud vuil kunnen worden gezet. Het moet anders. Het moet mobieler. Het oude patroon (je begint een loopbaan bij een werkgever met een loon dat onder je productiviteit ligt, je eindigt met een loon dat boven je productiviteit ligt en de belofte van het eindloon zorgt ervoor dat je je meer en meer met die werkgever verbindt: het heette de interne arbeidsmarkt en was van voordeel voor beide partijen, zekerheid voor de werknemer, voorspelbaar verloop en bedrijfsspecifieke opbouw van vaardigheden voor de werkgever) is opgedoekt, en de generatie die alleen het eerste deel van het patroon heeft meegemaakt hoeft op het tweede deel niet meer te rekenen. En nee, dat zijn niet de jongeren, het zijn ‘insiders’ die hadden mogen wensen nooit op die manier insider geworden te zijn. Maar dat is aan Groen Links en D66 niet besteed. Die hebben andere klanten.

Nu was het aanvullend pensioen ook altijd afgestemd op het oude beloningsprofiel en zo lang dat vigeerde had niet alleen de werknemer maar ook de werkgever er alle belang bij de pensioenleeftijd niet te laat te laten ingaan. Het gemak van meer loon op hogere leeftijd, ook vanaf het punt dat de productiviteit begon te dalen, was uiteraard eindig. Vroeger of later zou het voor de werkgever onvoordelig worden (de balans over de hele loopbaan zou negatief worden) en voor de werknemer eveneens (elk jaar extra gewerkt betekent wel premie en geen pensioen). Die balans sloot op 65 jaar – in de meeste landen, en we zullen maar aannemen dat dit niet helemaal uit de lucht is komen vallen.

Oud nieuws, de op een heel werkzaam leven gebaseerde beloningsprofielen worden in het museum bijgezet, de werkgevers hebben er geen belang meer bij (en schuiven daarom ook zachtjes de pensioenfondsen uit), en daarmee is ook de leeftijd van pensioen en aanvullend pensioen een variabele geworden. Het wordt werken voor je uitkering en langer werken voorafgaand aan je uitkering. Wie hetzelfde pensioen wil opbouwen zal langer moeten werken en er korter van kunnen genieten. En dan moet je nog maar afwachten wat er van overblijft, want de pensioenfondsen zelf hebben de vrijheid te beleggen zoals ze willen. Het pensioenakkoord staat ervoor en de minister vind het prachtig, ook voor de jongere generaties.

Ik weet niet of het rapport van De Unie hierover gaat. Ik geloof het niet, als ik de site van de bond raadpleeg. Ik sla hun leden echter hoog genoeg aan om te vermoeden dat die wel degelijk weten waar ze aan toe zijn. Ik geef ze groot gelijk.

8 juli

=0=

 


Gastarbeiders

Kort geleden nam Joop Hartog afscheid van de Universiteit van Amsterdam. Op Me Judice vond ik een interview met hem. Zijn stelling: de gastarbeid en de latere migratie hebben Nederland geen economisch voordeel gebracht. Zijn tweede stelling: economen weten dat al vanaf de jaren zeventig en hebben uit lafheid hun mond gehouden. Zijn derde stelling: in het beleid hebben de antropologen en sociologen de vacante plaats van de economen maar al te graag bezet en kijk eens naar het resultaat.

En passant verwijst Hartog naar het proefschrift Kennis, Macht en Moraal: De productie van wetenschappelijke kennis over de economische effecten van migratie naar Nederland, 1960-2005, dat Jan van de Beek (een antropoloog overigens) vorig jaar verdedigde. En het blijkt dat je Van de Beek toch net wat anders kunt interpreteren dan Hartog doet. Om twee redenen. In de eerste plaats stelt Van de Beek dat het gastarbeidersbeleid van de jaren zestig wel degelijk was gestoeld op economische beleidsadviezen en niet op sociologische of antropologische. Het kunnen wel slechte adviezen geweest zijn maar desondanks: economische. In datzelfde verband meldt Van de Beek dat het Centraal Plan Bureau er vroeg en kritisch bij was maar gewoon te weinig onafhankelijkheid bezat (of: nam) om een deuk in een pakje boter te kunnen slaan. En in de tweede plaats stelt Van de Beek een veel belangrijker kwestie aan de orde die, opnieuw, weinig met sociologie en antropologie te maken heeft en alles met economisch beleid. Dan hebben we het over het beleid van lage lonen en loonmatiging. De Nederlandse overheid heeft altijd lage lonen gestimuleerd omdat dat de werkgevers goed uitkwam en als je de lonen laag houdt krijg je vraag naar laaggeschoolde arbeid. En als het voorraadje op is haal je een nieuw voorraadje, uit andere landen zo nodig, bijvoorbeeld omdat de dames toen nog niet aan de beurt waren. Zo eenvoudig is het. “Zo bezien was het gastarbeiderbeleid vanaf het allereerste begin een fiasco dat alleen de bazen wat winst bracht en Nederland remde in haar economische ontwikkeling.” Zei Van de Beek in zijn lekenpraatje, voorafgaand aan de promotie. De gastarbeid was er voor de bazen, niet voor de mensen. Ik dacht altijd dat iedereen dat wel wist maar een mens kan zich vergissen.

Dat loonbeleid, we hebben het nog. Er zijn enkele economen die er sinds jaar en dag tegen hebben gepleit. Het merendeel der economen daarentegen heeft het beleid altijd gedekt en gepropageerd, in naam van de bestrijding der inflatie, in naam van de internationale concurrentiepositie van het land enz. Het kan best zijn dat Hartog gelijk heeft in zijn mea culpa over het lange zwijgen over de immigratie (hoewel dat in zijn eigen geval niet eens klopt). Maar daar lag een andere kwestie aan ten grondslag en dat daar over wordt gezwegen is veel erger. De economen, academisch en in het beleid: waar is hun protest tegen de negatieve economische gevolgen van decennia loonmatigen?

6 juli

=0=

 

 

Werkplekbezoek

Het ‘onderzoek positie bedrijfsarts’, waar de NRC over bericht, is afkomstig van bureau AStri. Het is een onrustbarend onderzoek. Of beter, het onderzoek is niet onrustbarend, de bevindingen zijn dat. Het bureau ondervroeg 591 bedrijfsartsen. Dat is, op een totaal van zo’n 2000 bedrijfsartsen in totaal (het laatste cijfer is ontleend aan data van het NIVEL), een zeer betrouwbaar aantal. Het totaal stijgt overigens snel, in het jaar 2000 hadden we nog slechts 1400 bedrijfsartsen. Er is vraag, er komt aanbod. Wat AStri wilde weten was hoe toegankelijk en onafhankelijk de bedrijfsarts is, wat de bedrijfsarts aan preventie doet en hoe de samenwerking met andere professionals is.
Eén op de twaalf bedrijfsartsen meldt dat ze bij gelegenheid vertrouwelijke medische informatie doorspeelt aan de werkgever. Vier op de tien bedrijfsartsen geeft aan dat ze soms ‘benaderd’ worden voor vertrouwelijke informatie, één op de vijf geeft aan dat dit ‘vaak tot zeer vaak’ gebeurt. Met de onafhankelijkheid is het niet goed gesteld zullen we maar besluiten. Er is natuurlijk een wet, er is inspectie maar de wet is beter dan de inspectie. Dat weten we al jaren en dus vinden we het kennelijk allemaal wel best. Bovendien gaat het om meer dan de informatie alleen. De werkgever heeft ook belang bij de inhoud van de informatie. Zo, zo lezen we, ‘wordt er vaak op aangedrongen een werknemer arbeidsgeschikt te verklaren’. Het rapport voegt eraan toe: ‘Dat zou vooral bij arbeidsconflicten gebeuren’. Het zijn neutrale zinnen voor niet-neutrale situaties. Er deugt niets van. Je hebt ruzie met je werknemer maar kan hem niet ontslaan als hij ziek is en dus moet hij arbeidsgeschikt worden verklaard. Het mag niet, maar omdat het kan gebeurt het en dan mag het eigenlijk toch wel.
Het voordeel van de bedrijfsarts is dat deze de situatie op de werkvloer beter kent dan een huisarts. Dat zou voor een gerichte aanpak van ziekte en gezondheid een plus moeten zijn. Maar dan moeten de bedrijfsartsen de werkvloer natuurlijk wel een beetje kennen. Het zou de toegankelijkheid van de bedrijfsarts bevorderen, diens onafhankelijkheid meer inhoud kunnen geven, van preventie meer dan een woord maken, van de samenwerking met de collega professionals iets moois kunnen maken.
Ook daarover hoeven we ons geen zorgen te maken. We lezen in het rapport: ‘Van alle geënquêteerde bedrijfsartsen geeft 42% aan bij driekwart of meer van hun werkgevers ooit een werkplekbezoek te hebben uitgevoerd.’ De zin is, door alles wat er in ontbreekt, een wonder van elliptisch formuleren. Het ‘ooit’ is aardig. Wie woonden er ook weer in het land van ooit? Het was een vraag en nu is er het antwoord op de vraag. De Nederlandse bedrijfsartsen.

5 juli

=0=

 


Maaien

In Trouw van afgelopen zaterdag staat een mooi stuk van Matthias Smalbrugge (predikant en bijzonder hoogleraar Europese cultuur en christendom, aan de VU), getiteld ‘De laatste man’. Het is een commentaar op en een uitleg van het Matteus principe, de aan Jezus toegeschreven parabel die Matteus dateert op de vooravond van de dood van Jezus. We kennen het principe. Smalbrugge vertaalt het aldus: ‘Want wie heeft, zal meer krijgen: wie niets heeft, ook dat zal hem ontnomen worden’. Het is het principe dat de bijbel op één lijn stelt met het kapitalisme, volgens Smalbrugge, en wie dat principe aanhoudt heeft de religie niet meer nodig. In die parabel is nergens sprake van God en er is ook geen plek voor. Althans, in de heersende interpretatie is er geen plek voor. De vraag is of je het principe als een aanbeveling moet lezen of als verzuchting en kritiek, als protest. Smalbrugge neigt naar het laatste. Het gaat hem om die lezing, een nieuwe interpretatie.

Het gaat over het woekeren met je talenten. Wie dat doet en wint zal nog meer winnen, wie het niet doet zal ook het talent zelf verliezen. In het Bijbelverhaal staat ‘talent’ nog voor een grote som geld, dus daar moet je dan kennelijk verstandig mee omspringen. Verstandig is: op winst gericht. Wie wint, wint meer. De overigen zijn verliesposten en worden afgeschreven. Het is alsof Halbe Zijlstra de bijbel heeft gelezen (merkwaardig overigens dat Zijlstra de prestaties die kinderen tijdens hun puberteit verrichten als goede voorspeller ziet van hun latere prestaties. Merkwaardig ook dat de scholen de opdracht krijgen de zich bij hen aanmeldende talenten selectief in te zetten: ‘de juiste student op de juiste plek’, met dien verstande dat werkgevers wel mogen meepraten over wat die juiste plek is en niet verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de plekken die ze daarna als werk aanbieden). Zijn voorstellen over een straffer hoger onderwijs zijn overigens met veel instemming ontvangen. Dat geeft te denken.

Degene die in het bijbelse verhaal de talenten uitdeelde is iemand die op reis gaat en in de tussentijd zijn vermogen laat beheren door een drietal van zijn dienaren. Hij is een afwezige eigenaar en verwacht toch winst. Twee van de drie dienaren leveren wat gevraagd wordt, de derde levert niet. Kijk, zegt hij tegen zijn heer, als jij niet zelf hebt gezaaid hoef je ook niet te verwachten dat anderen voor jou maaien. Jij wilt iets voor niets. Daar wordt hij voor gestraft: ook wat deze dienaar nog had zal hem worden afgenomen. In deze lezing, de lezing van ‘de laatste man’, de derde dienaar, gaat het Matteus principe niet over verdienste, maar over het iets opeisen zonder er wat voor gedaan te hebben. Het gaat over de gratis rit waar een heer recht op meent te hebben. Het is niet de basis van de meritocratie, het is de basis van de uitbuiting.

De dienaar die zijn heer vertelde dat hij daar niet aan mee wenste te werken, hij is ‘de laatste man’, die tegelijk de eerste man is op het pad naar de ‘humaniteit’. Het voorstel van Smalbrugge: laat die man eens aan het woord. Hij roept de christelijke partijen op er naar te luisteren, naar die laatste man. Wat mij betreft hoeft het niet tot die partijen beperkt te blijven. De eerste de beste staatssecretaris zou er al baat bij kunnen hebben.

4 juli

=0=

 



Geweldig

We mogen niet vergeten dat ‘het echte geweld’ afkomstig is ‘uit de hoek van de seculiere ideologieën’. Ik weet niet precies wat echt geweld is maar Bart Jan Spruyt weet het wel. Voor hem spreekt het vanzelf en behoeft geen nadere toelichting. Jammer, ik heb toelichting nodig. Zoals het er nu staat moet ik aannemen dat het antisemitisme een seculiere ideologie is. Het is een idee waar ik me tegen wil verzetten maar wie weet is er nog een enkele gelovige te vinden die er net als Bart Jan mee zou durven instemmen. Het komt zo goed uit. Het worden er minder die zo denken, in onze joods-christelijke beschaving, het waren er veel, in de tijden dat we ons gewoon christelijk noemden en tegen de rituele slacht waren. Bart Jan daarentegen is helemaal van het seculiere antisemitisme. Hij is er zelfs zozeer van dat het hele woord niet voorkomt in zijn artikel in de NRC Weekend van gisteren (‘We moeten weer leren discrimineren’). Bart Jan bedoelt niet de discriminatie van de discriminatie, hij bedoelt de discriminatie van het maken van een onderscheid, van het niet alles over één kam scheren. Iedereen die inkopen doet maakt onderscheid, elke keer opnieuw, gedachteloos als het ware maar Bart Jan denkt erbij na en hij denkt dat wij er niet bij nadenken en daarom ook geen onderscheid maken. Dat komt omdat elke klant gelijk is aan elke andere klant en omdat we in de winkel allemaal koning zijn hebben we het vermogen onderscheid te maken verloren. Ik vul het voor het gemak maar even in.

In haar Over revolutie schreef Hannah Arendt dat de Franse revolutie derailleerde zodra die overging van een programma voor politieke gelijkheid in een programma voor sociale gelijkheid. Zij vond haar inspiratie in de Amerikaanse revolutie en het speet haar dat in de zinsnede over de ‘pursuit of happiness’ het politieke woord was weggevallen: de ‘pursuit of public happiness’. Dat had er moeten staan en nu het er niet staat wordt geluk met individueel geluk verwisseld. Ik weet niet of ze daar gelijk in heeft, in die lezing, maar het punt is helder. Politiek gaat over de publieke ruimte en de politieke gelijkheid van de Amerikaanse revolutie had dat best als zodanig mogen benoemen. Juist om het onderscheid tussen publiek en privaat te respecteren. Politieke gelijkheid berust op het onderscheid, de discriminatie, tussen de publieke en de private sfeer en de enige manier om de laatste te redden is door de eerste op voet van gelijkheid op te tuigen.

Om ’s mensen eigenheid te redden hebben we politieke gelijkheid nodig, dat is haar stelling. We hebben er niet veel van gemaakt maar toch niet helemaal niets en wat we ervan hebben gemaakt – daarvoor moeten we de democratie, de gelijkheid in de publieke sfeer, danken. Bart Jan ziet het helemaal anders. Voor hem is het onderscheid tussen politieke, sociale, culturele, private gelijkheid volstrekt irrelevant. Gelijkheid is het virus dat alles besmet en zich van geen enkel onderscheid iets aantrekt. Zegt Bart Jan en daarom trekt hij er zich ook niets van aan. Zijn roep om discriminatie is geen roep om het onderscheidingsvermogen, het is een roep om discriminatie, van het soort dat van antisemitisme de meest hardnekkige en gewelddadige ideologie heeft gemaakt die we kennen.

Nee, de joden zijn nu niet aan de beurt voor Bart Jan. Hij is geen antisemiet, verre van dat. Hij heeft alleen de denkmal van de dogmaticus – en dat helpt niet als je een pleidooi houdt voor de waarde van het onderscheidende verschil. Hij wil ‘in ongelijke gevallen ook een ongelijke behandeling’. Dat is zo’n uitspraak waar je net teveel kanten mee op kunt. In de context van het artikel meen ik af te mogen leiden dat Bart Jan bedoelt dat het de joden wel toegestaan moet worden hun rituele slachtpraktijk te continueren en dat het de ‘bijna een miljoen moslims’, die ‘het ook doen’, moet worden verboden. Zijn het dan ‘ongelijke gevallen’? Je zou het denken, zeker als we lezen dat die moslims niet alleen met een miljoen zijn maar ook nog eens ‘een slechtere slagersopleiding hebben, minder goed geslepen messen en veel meer koeien slachten’. Een miljoen slagers, waar vind je dat nog? Bij ons. En waarom? Door het gelijkheidsdenken als gevolg waarvan het onderscheid tussen een jood en een moslim niet eens meer telt, niet eens meer wordt gemaakt en ze dus gelijk behandeld worden. Terwijl het zulke ongelijke gevallen zijn!

Ergens geloof ik dat het met Bart Jan niet goed gaat. De waarheid is een koe, Roel van Duijn schreef het ooit, als ik het goed heb onthouden. Geweldig. Het is de koe van Spruyt.

3 juli

=0=

 


Het kan verkeren

We hebben dat oude gezegde: de kost gaat voor de baat uit. Het is een gezegde dat al schijnt te dateren uit de Gouden Eeuw, de 17de eeuw. Grappig genoeg is dat ook de eeuw waarin de eerste maatschappij op aandelen het licht zag, de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). De VOC was lang de grootste handelsmaatschappij ter wereld en, behalve de eerste met aandelen, ook de eerste multinational (als we de RK Kerk even niet meerekenen want dat is de echte eerste multinational). Op aandelen dus. En nog wat, de 17de eeuw is ook de eeuw waarin het begrip ‘risico’ aan een opmars is begonnen die nog altijd niet is beëindigd. Of het woord risico een zeevaartachtergrond heeft is niet helemaal te achterhalen, wel te achterhalen is dat de financiering van zeereizen op zoek naar winstgevende handelstransacties een schoolvoorbeeld van het nemen van risico’s is.  Kosten, baten, financiering op aandelen, risico: dat kan geen toeval zijn zullen we maar aannemen. Om tot baten te komen moet je wat in de waagschaal kunnen stellen en durven stellen, en in die waagschaal zijn kosten, baten en risico heel nauw met elkaar verbonden. Daar horen leningen bij (met een afgesproken terug te krijgen hoofdsom en een vastgestelde rente gedurende de looptijd van de lening) en met name aandelen want wie een aandeel koopt stelt wat in de waagschaal. Je weet wat je moet betalen voor een aandeel, je weet niet wat je ervoor terugkrijgt. Je draagt bij aan de financiering van de kosten en je hoopt dat de baten je kosten meer dan compenseren, dat je er winst op maakt.
           
Als je een spaarrekening opent krijg je rente over het ingelegde bedrag en daardoor neemt, zolang je de inleg laat staan bij de bank, ook de hoofdsom toe. Je leent als het ware je geld uit aan de bank, de bank leent dat weer door aan mensen die daar iets mee willen. De bank verdient een eigen inkomen aan het renteverschil tussen wat hij betaalt aan de spaarders en wat hij eist van de mensen die krediet hebben gevraagd en gekregen. De inlegger deelt niet mee in de winsten en verliezen van de bank waar hij/zij het spaargeld naar toe heeft gebracht. Een spaarrekening is geen aandeel in een bank. Tot voor kort functioneerde ook het pensioensparen op die manier. Je spaarde bij een pensioenfonds en dat spaargeld (‘uitgesteld loon’) werd, als was het een lijfrente, vanaf de leeftijd dat je met pensioen ging periodiek uitbetaald. Je wist wat je betaalde, je wist wat je ervoor terugkreeg. Zoals het er nu uitziet gaat het karakter van het pensioensparen heel anders worden. In plaats van een spaarrekening bij een spaarbank te openen koop je een aandeel in een zakenbank. De pensioenfondsen waren altijd meer spaarbanken dan zakenbanken, nu zijn het meer zakenbanken dan spaarbanken aan het worden. Dat kan leiden tot meer uitkering (afhankelijk van het rendement en de waarde van de beleggingen die nu eenmaal de handel van een zakenbank zijn) en tot minder. Je hebt geen rente meer en een vastgestelde hoofdsom, maar je hebt winst of verlies (dividend) en de wisselende waarde van een aandeel.

Het kan verkeren dus. Bredero zei het al (hij is er tot op de dag van vandaag beroemd mee) – en Bredero is de zeventiende eeuwse schrijver die de wereld zag veranderen. Wij zien de wereld ook veranderen maar raar is wel dat in het debat over de pensioenfondsen niet hun transformatie in zakenbanken centraal staat, maar de demografie. D66, Groen Links, de JOVD, ze zijn er dol op. De omkering in het debat – van financieringswijze naar demografie – is opmerkelijk. Gisteren diende Kamp een voorontwerp voor een wet in die het bestuur van de pensioenfondsen moet verbeteren. Ja, zegt Kamp, de wereld is complexer geworden en dan is er ook nog de vergrijzing. Dat betekent meer risico voor de werknemer die eigenlijk al lang geen werknemer meer is maar aandeelhouder en daarom ook als echte aandeelhouder wat meer te zeggen moet hebben, evenals overigens de gepensioneerden want dat zijn ook nog altijd aandeelhouders. Voor werkgevers is geen plek meer nodig, of in elk geval veel minder plek. Logisch toch? Bij aandeelhouders onder elkaar bestaat de werkgever helemaal niet en dan hoef je er ook geen stoel meer voor vrij te houden. En nee, ze zijn er niet rouwig om.

2 juli

=0=

 


Hutspot

Verhagen houdt een toespraak. Hij zegt dat het onbehagen van de mensen het onbehagen van het CDA is. Dat de Q-koorts ongetwijfeld uit het buitenland komt en dat ritueel slachten eerst niet mocht maar nu, nu we onze joods-christelijke wortels koesteren en dat eigenlijk altijd al deden, wel mag en het mag omdat het ritueel slachten met wortel en tak bij onze ‘leitkultur’ hoort. Waarom de hoofdletter in die kultur ontbreekt begrijp ik niet – maar dat terzijde. De godsdienstvrijheid is leitkultur, dezelfde leitkultur die de boerka verbiedt omdat dat geen godsdienst is maar cultuur. Vreemde cultuur. Onze cultuur is hutspot. En als de politiek en de politici dat vergeten we het populisme krijgen, het populisme van het onbehagen, het populisme met z’n onsmakelijke oproep tot directe democratie en z’n xenofobie. Dat de PVV populistisch is en D66 ook, bij implicatie dan wel maar toch. Dat directe democratie niet alleen de instituten opruimt maar ook de instituties en dat je niet hoeft te houden van de instituten om toch de instituties te blijven koesteren en dat zulks meer dan ooit nodig is en eigenlijk ook de grote opdracht van de christendemocratie. Dat meneer kapelaan de mooiste institutie is die we ooit hadden en dat meneer kapelaan model staat voor de politicus van de toekomst, de politicus die het ideaal van de ‘afstandelijke nabijheid’ uitdraagt en al doende de instituties van kerk en vereniging weer laat regelen wat ze kunnen regelen. Dat hij dat wil faciliteren en dat wij verantwoordelijk zijn.

Het populisme van de volkswil baart Verhagen zorgen. Wat de volkswil is (de algemene wil of het contrast: de wil van allen) blijft ongezegd. Maar, zegt Verhagen, laat één ding duidelijk zijn: “De wil van het volk is nooit absoluut. Ze wordt begrensd door de rechtstaat, de vertegenwoordigende democratie en internationale verdragen”. Dat is een mooi standpunt, zij het een beetje verbazend. Het is niet eerlijk dat zijn kabinet tal van internationale verdragen aan z’n laars lapt en dat het volk dat niet zou mogen. Het is ook niet eerlijk van harte bij te dragen aan de afkalving van de rechtstaat en het volk dat voorrecht te ontnemen. Maar het wordt pas erg als de vertegenwoordigende democratie niet de regeringen in toom dient te houden maar het volk dient te ringeloren.

Mijn complimenten. Verhagen heeft in één zin mijn onbehagen weten te vangen.

1 juli

=0=