Schapen kijken - foto Bel Any


DAGBOEKHOUDER


Aantekeningen van een ongeduldige toeschouwer

Ton Korver Amsterdam/Den Haag 2011

Ga naar Archief:
2007–2008–2009–2010-2011


Om naar het begin van de pagina te gaan: klik op =0=

Oktober

Eerst

Kalender

Briljant

Gedrag

Heelmeesters

Vaag

Sirte

Sedan

Opereren

Tien

Afslag

Zeuren

Een soort vakbond

Geen stijl

Ondubbelzinnig

Taakopvatting

Onbekend maakt onbemind

Zenuwachtig

Prijs

September

Tegen

Bescherming bevolking

Kliekjes

Onder de trein

Rampen

Geloofwaardig

Terugwerking

Koppeling

Teloor

Schreeuwlelijk

Uitsmijter

Pleidooi

Rubik in Bermuda

Aardige jongens

Forum Levenslang

Tolereren

Auch drin

Of instituten

Morele vakantie

Volgorde

Voorbestemd

 

 

 


Maxima Moralia
 
Dat had ook de titel kunnen zijn van dit bundeltje aantekeningen. Maar ik wil niet overdrijven. Zo dicht op de huid zitten me de sketches hieronder nu ook weer niet. Ze gaan over dingen die me bezighouden en waar soms de handen van jeuken. Dat is nog niet hetzelfde als het ‘verzonken in ervaring’ dat de Minima Moralia van Adorno als keurmerk heeft. Je moet afstand weten te bewaren. Dat geldt voor de politiek – die karakterlozer wordt met elke nieuwe stap om vooral dicht bij de burger te blijven – en het geldt voor mij.

Niettemin, het kan altijd beter. En dat is een tweede verschil tussen mij en het inspirerende voorbeeld van Adorno. Er is geen goed leven in het slechte is een dictum dat nog uitgaat van een herkenbaar onderscheid tussen goed en kwaad. Daaruit vloeit het oordeel voort. Inmiddels twijfelen we ook daaraan. Dat is geen reden tot wanhoop. Eerder het omgekeerde. Twijfel is, met de gave ons te kunnen vergissen, de opmaat voor schaven en beschaven. Dat wordt makkelijk vergeten, en hoe drukker we het hebben hoe makkelijker. Ik ben aan diezelfde drukte gebonden. Vandaar het ongeduld, gekoppeld aan de afstand die ik met de woorden ‘aantekeningen’ en ‘toeschouwer’ verbind en het voorbijgaande dat meeklinkt in de titel waar ik uiteindelijk voor heb gekozen: dagboekhouder.

 


FiB
tijdschrift Filosofie in Bedrijf

Archief

Dagboekhouder 23
juli - augustus 2011

Dagboekhouder 22
mei - juni 2011

Dagboekhouder 21
maart - april 2011

Dagboekhouder 20
januari - februari 2011

Dagboekhouder 19
november - december 2010

Dagboekhouder 18
september - oktober 2010

Dagboekhouder 17
juli - augustus 2010

Dagboekhouder 16
mei - juni 2010

Dagboekhouder 15
maart - april 2010

Dagboekhouder 14
januari - februari 2010

Dagboekhouder 13
november - december 2009

Dagboekhouder 12
september - oktober 2009

Dagboekhouder 11
juli - augustus 2009

Dagboekhouder 10
mei - juni 2009

Dagboekhouder 9
maart - april 2009

Dagboekhouder 8
januari - februari 2009

Dagboekhouder 7
november - december 2008

Dagboekhouder 6
augustus - oktober 2008

Dagboekhouder 5
april - juli 2008

Dagboekhouder 4
januari - maart 2008

Dagboekhouder 3
augustus - december 2007

Dagboekhouder 2
mei - juli 2007

Dagboekhouder 1
januari - april 2007

 

Eerst

Als de gasten in Buitenhof gisteren (Paul Tang, Arnoud Boot en Flip de Kam) nu eens de vraag voorgelegd was of ze het misschien eens hadden kunnen worden over een grotere rol voor IMF als het IMF eerst zelf hervormd zou worden? De vraag kwam niet en ik bleef zitten met het probleem hoe ik de antwoorden van de heren (op de vraag of de PvdA akkoord moet gaan met het akkoord van vorige week of niet?) moest interpreteren. Bij Tang was duidelijk dat hij niet kapot was van de rol die het IMF tot dusver had gespeeld (en daarom was hij aarzelend over het antwoord op de vraag of de PvdA het akkoord moest verwerpen), bij De Kam was de rol van het IMF een afgeleide van de vraag naar de economische levensvatbaarheid van de huidige eurozone en de grote onevenwichtigheden daarbinnen (en omdat die vraag in het akkoord werd ontlopen moest de PvdA dat akkoord niet accepteren). Hij kon zich ook een inflationair Europa voorstellen, goed voor de schuldenaren, minder goed voor, zeg, de gepensioneerden. En bij Boot, die daar weer weinig geloof aan hechtte (Duitsland zal dat nooit toestaan, zei hij, eraan voorbijgaand dat sinds een lage inflatie de regel is geworden het aantal financiële schokken alleen maar is gestegen), was het IMF een noodzakelijke voorwaarde voor de oplossing van de eurocrisis (en omdat het akkoord die rol niet had ingevuld vond hij dat de PvdA het akkoord moest afschieten). De niet altijd even gelukkige geschiedenis van het IMF tijdens eerdere crises kwam al helemaal niet aan de orde. Over China ging het al evenmin. Het werd even genoemd; iedereen heeft natuurlijk door dat de Chinese welvaart mede afhankelijk is van wat ze met al hun euro’s en dollars kunnen doen in het rijke westen, maar de politieke gevolgen daarvan bleven even onderbelicht als in het akkoord van afgelopen woensdagnacht. De politiek moet maar volgen, dat zal de gedachte wel zijn.

Eerder vorige week kwam Plasterk met een lijstje eisen waaraan de PvdA, zo zei hij, een eventueel akkoord zou toetsen. Prominent in dat lijstje was, precies zoals Boot het wenste, een  sleutelpositie voor het IMF. Die positie is het niet geworden, ondanks het feit dat de rol van het IMF wel steeds zwaarder wordt, mede dankzij dit akkoord. Maar nee, een veto over het akkoord had het IMF nog niet en dus zal Plasterk er niet helemaal tevreden over kunnen zijn. En Boot al evenmin, hij wordt niet moe het te verkondigen. Beiden hebben het niet echt over het IMF, zou ik menen. Ze hebben het over een machteloze EU. De reden om het akkoord niet te aanvaarden is niet het IMF, de reden is het laten voortbestaan van de huidige politieke onmacht. De accorderende lidstaten hebben het niet aangedurfd zichzelf ter discussie te stellen. En omdat ze dat niet durven worden wij opgeknapt met een akkoord dat veel van een dode mus wegheeft, van een kat in de zak, van gebakken lucht en welke andere zegswijzen met betrekking tot falende cosmetica we ook maar kunnen verzinnen.

Misschien helpt het nog eens aan Romano Prodi te herinneren, in 2001 nog EU-commissievoorzitter. Hij zei toen: ‘Ik weet zeker dat de euro ons zal dwingen een reeks nieuwe economische beleidsinstrumenten in te voeren. Op dit moment is een voorstel daartoe politiek volkomen onhaalbaar. Maar op een dag ontstaat er een crisis en dan komen er nieuwe instrumenten’ (geciteerd in N. Roubini en S. Mihm, Crisiseconomie; over de toekomst van financieel beleid. Amsterdam, Uitgeverij Nieuwezijds 2011: 303). Ik denk dat daar het dilemma van de EU mooi in tot uitdrukking is gebracht. We zouden wat moeten doen om die monetaire unie levensvatbaar te maken maar we doen het niet omdat het nu eventjes politiek niet opportuun is. Waar wij ons incapabel verklaren zal de crisis het voor ons moeten opknappen. Dat wisten we in 2001 en we hadden het ook al eerder kunnen weten. We weten het ook nu maar de huidige politici kijken wel uit het beestje bij de naam te noemen en dus roepen we het IMF aan. Er zijn altijd wel weer economen die ons aan de gedachte zullen laten wennen. Het IMF? Hmm.

Ik kan het de adviseurs niet kwalijk nemen. De politici wel. Met de tegenwoordige politici is de EU politiek failliet, zelfs zonder een faillissement van Griekenland. Waar wachten ze op? Ze zouden het niet weten, hopen er het beste van en juist daarin blijkt het politieke faillissement. Nee, Italië kunnen we niet aan maar als Berlusconi zich goed gedraagt zal het heus zo ver niet komen.

Elke monetaire unie krijgt de politici die het verdient. Elke oplossing is daarom goed zolang we het maar niet zelf hoeven te doen. Een leerzaam weekje.

31 oktober

=0=

 

 

Kalender

In de Groene van deze week vind ik een lang essay van Chris van der Heijden. Het is een soort gids door zijn omvangrijke proefschrift Dat nooit meer. Het essay draagt dezelfde titel. De ondertitel van het proefschrift is: de nasleep van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Ik zal, als ik het essay als leidraad neem, het proefschrift niet lezen.

Vijf ‘rode draden’ lopen door het boek heen, aldus Van der Heijden: de invloed van de oorlogsgebeurtenissen op het leven van groepen, individuele personen en de natie als geheel; de beeldvorming; het ritme van de nasleep; de moraal ofwel de wijze waarop personen en gebeurtenissen worden beoordeeld; de steeds sterkere associatie van de oorlogsgebeurtenissen met de Shoah. Het geheel moet een ‘soort cultuurgeschiedenis van naoorlogs Nederland vanuit het perspectief van de Tweede Wereldoorlog’ opleveren. Aan de hand van vijfentwintig ‘ijkpunten’ zet Van der Heijden dit uiteen in zijn essay. Die ijkpunten zijn een gids, of beter nog: een kalender van diverse verschijningsvormen van de nasleep. Handig, een kalender. Je bent in één keer weer helemaal bij. Dat is tegelijk het probleem. O ja, denk ik steeds, dat was toen. Ik vroeg me af, ben ik de representatieve lezer voor Van der Heijden? Hij is wat jonger dan ik, maar niet heel veel jonger en veel gebeurtenissen die mijn visie en herinneringen hebben gekleurd zijn ook aan hem niet voorbijgegaan. De laatste zin is een understatement.

Midden jaren zestig las ik kort na elkaar en in die volgorde Sartre (De wegen der vrijheid) en Presser (Ondergang). De volgorde doet ertoe want door Sartre leek alles een keuzeprobleem geworden te zijn. Moeilijke keuzes, daar ging het om, en onontkoombare keuzes, ook dat nog. Foute keuzes, tragische keuzes, verblinde keuzes, luie keuzes (keuzes om van de keuze af te zijn), het kon niet op. Betere inleiding op Presser zou je niet kunnen krijgen denk ik maar hoe dan ook, het beïnvloedde mijn lezing van diens boek. Het maakte diepe indruk en ik was woedend. Ik zou beter gekozen hebben dan Nederland, toen. Daar ben ik al lang niet meer zo van overtuigd maar als ik Van der Heijden goed heb begrepen dan was mijn gevalletje tamelijk gewoon voor die dagen. Het boek was, zo schrijft hij, ‘een monument, een exclamatie, een aanklacht’ en bovendien een aanklacht ‘die niet alleen goed paste bij de beginnende belangstelling voor de Shoah maar ook bij het kritisch tijdsgewricht’. Touché. Voor wie?
Daar begint mijn probleem. Wie een cultuurgeschiedenis wil schrijven heeft het nooit over iedereen, altijd over zichzelf en in wisselende mate over anderen. Daar had ik meer van willen weten, over die anderen. Ik val eronder, maar ik ben niet representatief en toch vermoed ik dat ik dat voor Van der Heijden wel ben. Dat is te weinig.

Het komt ook door de kalender zelf. Er staat op welke gebeurtenissen speciale vermelding verdienen, jaar in, jaar uit. Zo is het essay opgebouwd. De dingen die niet gebeurd zijn staan er niet op. Ze zijn wel gebeurd maar ze hebben de status van gebeurtenis niet gehaald. In dat verschil zit de opdracht voor een cultuurgeschiedenis maar ik heb nergens de indruk gekregen dat Van der Heijden zich veel zorgen heeft gemaakt over wat dat is, een cultuurgeschiedenis.

Sommige van die overgeslagen dingen halen later alsnog de kalender, maar dan als symbool van de pijn van onze vergeetachtigheid eerder dan als symbool van de verwaarloosde gebeurtenis zelf. Indië en de Japanse bezetting zijn de meest voor de hand liggende voorbeelden. In de kalender van Van der Heijden duikt Indië pas op naar aanleiding van het bezoek van Hirohito in 1971, een kwart eeuw na de oorlog. Hier, zo lees ik, ligt het begin van de emancipatie ‘van de Nederlands-Indische gemeenschap en háár oorlogsverhaal’. Raar woord, dat ‘emancipatie’. Ik herinner me een collega aan de Universiteit van Amsterdam die als jongen in een Jappenkamp opgesloten had gezeten. Hij leed onder de onverschilligheid in Nederland, vergeleek dat met de aandacht die de joodse slachtoffers van de oorlog ontvingen en voelde zich, ook na Hirohito, allerminst ‘geëmancipeerd’. Steeds minder zelfs. Wat als kritiek op de oorlogsverwerking in Nederland opgeld begon te doen (de transformatie van het joodse trauma in ‘ons’ trauma) had die collega best willen aanvaarden voor zijn positie: neem mijn trauma net zo serieus als dat van de joodse Nederlanders en neem het over. Adopteer het!

In zo’n wrange geschiedenis zit meer ‘nasleep’ dan ik in het gehele essay van Van der Heijden ben tegengekomen. Het gaat me dan ook niet om de omissies in het essay (er kunnen moeiteloos items aan zijn kalender worden toegevoegd; de slome reactie van Nederland op de  stichting van de staat Israël is een voorbeeld), het gaat me om de slordigheid ervan. Ik wil me graag laten raden door een expert als Van der Heijden over de beperkingen van mijn perspectief op de oorlog en alleen al zijn kalender herinnert me aan die beperkingen. Maar aan de andere kant denk ik dat Van der Heijden vanuit datzelfde beperkte perspectief heeft geschreven, zich daar te weinig rekenschap van heeft gegeven en – en dat is pas echt ernstig – de beelden van de nasleep van WOII te snel en te weinig kritisch heeft vereenzelvigd met de betekenis ervan. Door die procedure is mijn voormalige collega (als hij nog leeft zou hij nu tachtig jaar zijn) uit beeld geraakt. Het zal hem sterken in zijn gevoel van geen betekenis te zijn geweest voor de ‘cultuurgeschiedenis van naoorlogs Nederland vanuit het perspectief van de Tweede Wereldoorlog’. Zijn oorlog komt er niet in voor. Weer geen plekje op de kalender ingeruimd  Ik ben bang dat hij inmiddels niet anders meer verwacht.

30 oktober

=0=

 

 

Briljant

De kenniseconomie maakt zo af en toe slachtoffers. Je moet wel kunnen meekomen, tenslotte. Wie dat niet kan komt per dag op een grotere achterstand. Het zou, voor de ongemotiveerden onder ons, al helpen als zijzelf dat ook per dag zouden kunnen zien. Voor de wel gemotiveerden die het desondanks niet kunnen bijbenen zou dat juist weer extra zuur zijn. Er schuilt troost in onvermogen. Soms. Een schrale misschien, maar ook een schrale troost is troost. Het wordt pas echt erg als je bij een wat lager kennisniveau ook nog je plekje verspeelt. Dan gaat het niet langer om schraal maar om schrijnend en dan gaat het niet langer om troost maar om hoon. Dat is wat de CDA-fractie voor elkaar heeft gebokst, in het droef stemmende publiciteitsvermaak dat ons onder de naam Mauro wordt aangeboden.

Het CDA heeft iets bedacht dat van Mauro een soort kennismigrant maakt. Laten we net doen of die jongen hier wil studeren en laten we kijken of we daar een positief adviesje over kunnen losweken. De kansen zijn niet zo groot, overigens, want Mauro is niet de veelbelovende kenniswerker van de toekomst die we zo graag hebben. Was de jongen briljant geweest, had de zaak er dan anders uitgezien? Het zou geen enkele rol mogen spelen maar het CDA heeft het zo ver gebracht dat het wel is gaan spelen. Hoe dom kun je zijn met al je goede bedoelingen? Heel dom. Dat wordt nog een hele onfrisse toestand, morgen op dat CDA congres, met een handenwringende Leers, een aasgierige Sterk, een mompelende Knops en die twee malle dissidenten.

VVD en PVV gingen niet mee in het studie-ideetje van het CDA. Of ideetje, eerder een sluiproute. Weg van de verantwoording, op weg naar de sisser. Het argument van VVD en PVV was dat de Kamer niet over individuen gaat. Dat is een betrekkelijke en ook een makkelijke waarheid. Betrekkelijk omdat de minister zich al jaren mag verheugen in een discretionaire bevoegdheid – in individuele gevallen. De Kamer controleert de minister en dus is een discussie over het gebruik van die discretionaire bevoegdheid wel degelijk een opdracht aan de Kamer. Het is ook makkelijk omdat Mauro niet alleen een individu is maar ook een exemplaar van een ongelukkig asielbeleid waar de tijdsfactor uit is weggelaten – en in dat beleid heeft de Kamer alles te zeggen gehad. De Kamer komt zichzelf tegen. Leers ervan beschuldigen dat niet hij maar Wilders de eigenlijke minister is, is flauw. Ook hier doet Leers weinig anders dan herhalen wat eerdere kabinetten – waar de PVV niets mee te maken had – ook al deden.

De discretionaire bevoegdheid van de minister is het product van een slechte procedure en een daarop geënt beleid. Gek, daarover ging het al helemaal niet in de Kamer. Als ik Mauro was zou ik dat de meest verdrietige uitkomst hebben gevonden van het debat dat gisteren in de Kamer, met zijn naam als trefwoord, werd gevoerd.

28 oktober

=0=

 

 

Gedrag

In ‘met het oog op’ van gisteravond werd door Clairy Polak aan gast Arnoud Boot gevraagd wat je als gewoon mens kon doen aan die crisis. Wat was verantwoord gedrag? De vraag was ingebracht door een meeluisterende mevrouw en Clairy bracht hem keurig over. Boot zag niet veel dat je kon doen. Maar toen werd hem de geest vaardig. Verantwoord gedrag, zo meende hij, kwam erop neer dat je je verantwoord gedroeg. Een vondst. Of de mevrouw gelukkig met het antwoord was kregen we niet te horen. Clairy Polak liet het erbij. Het was genoeg geweest. Een hele avond met als nieuws dat er nog geen nieuws was en dus in arren moede maar speculeren over wat het nieuws zou kunnen wezen en wanneer het goed nieuws zou zijn, het leverde niet veel meer op dan mededelingen over de hoeveelheid overhemden die de diverse regeringsleiders hadden meegebracht voor als het te warm in de vergaderzaal zou worden. Hoe mevrouw Merkel het in de vergaderhitte moest redden bleef onvermeld. Wat was in haar geval verantwoord gedrag? Jammer, het werd niet gezegd en het was toch nieuws geweest.

Vannacht om een uur of vier waren ze eventjes klaar, daar in Brussel. De Griekse schuld wordt met de helft afgestempeld, de leningen aan dat land worden vergroot, het noodfonds wordt verviervoudigd, de banken moeten bijdragen (hen wordt gevraagd de waarde van de Griekse schulden die zij bezitten eindelijk wat realistischer te boeken in de boeken) en ze moeten dat vrijwillig doen en ze zullen dat ook doen vanwege het gebruik van het noodfonds voor herkapitalisatie, als het de banken zelf niet lukt en het ook niet lukt met alleen nationale steun. Daarmee kunnen we in elk geval een vermoeden uitspraken over waar de lasten als gevolg van al die vrijwilligheid zullen uitkomen. Het noodfonds wordt verviervoudigd door het opzetten van voorlopig nog niet al te heldere constructies vol met privaat-publieke initiatieven en uitnodigingen aan andere landen buiten Europa om vooral mee te doen en dat alles zo dat de garantiestellingen door de EU landen zelf niet hoeven te worden verhoogd. Het fonds zal nog meer op een verzekeraar gaan lijken dan op een bank, dat is wat ik ervan begrijp. Het is een accentverschuiving en vermoedelijk voornamelijk gericht op rust in de parlementen van de EU17 landen. De tekst van het slotdocument is er niet erg duidelijk over. Dat zal geen toeval zijn. Wel duidelijk is de steeds strakkere koppeling van de EU aan het IMF. De IMF praktijk (in het slotdocument wordt niet uitgeweid over wat dat inhoudt, behalve als het gaat, in een weer wat ander verband waarbij het IMF niet als zodanig wordt genoemd, om de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid van landen in de problemen) wordt standaard en de samenwerking met het IMF wordt versterkt. Het resultaat is, volgens Rutte, vergelijkbaar met een bazooka. Daar kun je een boel dingen mee stukmaken. Ik ben niet altijd blij met de metaforen van Rutte.

Aan de ‘ononderhandelbare’ eis van De Jager en Rutte met betrekking tot een aparte begrotingscommissaris is in het slotdocument geen woord besteed. Meer coördinatie, discipline en bewaking, dat wel, maar geen commissaris. Überhaupt wordt over de besluitvorming van de EU niets gezegd. Daarmee kan de procedure van de tocht langs elk parlement weer beginnen.

Dat is geen verantwoord gedrag.

27 oktober

=0=

 

 

Heelmeesters

Bij Defensie zijn ze hardleers. Als er daar iets ernstig fout gaat wordt de boodschapper eruit geknikkerd. Dat was in 1984 zo, toen Fred Spijkers de wacht kreeg aangezegd, en het is in 2011 zo, nu een aantal medewerkers die fraude aan het licht brengen met ontslag worden bedreigd. We zijn bijna dertig jaar verder en er is niets opgelost. In een rechtsstaat is het mogelijk dat het recht een leugen aan de kaak te stellen wordt omgetoverd in een voorrecht voor de leugenaar: alleen de leugenaar mag wat zeggen, niet de werknemer. Die is slechts aangesteld om z’n bek te houden, dan wel de leugen te helpen maskeren en door te schuiven naar, pak ’m beet, de collega die openheid van zaken heeft willen betrachten. De verantwoordelijken bij defensie kwamen er toen mee weg en ze komen er nu mee weg. Ontslag ligt niet zo voor de hand maar een ongevraagde overplaatsing? Moet toch kunnen? Voor wie? Voor de klokkenluiders natuurlijk dommie. Ik denk dat minister Hillen al hard op zoek is.

Hillen krijgt de rekening gepresenteerd van enkele decennia politieke onwil om iets aan het probleem van falende overheidsorganisaties te doen. Kamer na Kamer, regering na regering hebben liever de zaken toegedekt en de verantwoordelijken de hand boven het hoofd gehouden dan de zaken rechtgetrokken. Het parlement is meer dan eens voorgelogen en het parlement heeft dat laten gebeuren want er is vrijwel geen politieke partij geweest die niet op de een of andere manier boter op het hoofd heeft. Dat het twee keer om Defensie gaat is een extra probleem. Defensie is een organisatie die geen fouten zou moeten toedekken. Het goed draaien van Defensie kan alleen in een cultuur waarbinnen er van uit wordt gegaan dat fouten onvermijdelijk zijn en waarin het melden van fouten moet worden aangemoedigd. Wie fouten tot een minimum wil beperken moet elke optredende fout omhelzen – om ervan te leren en de operaties tot in elk detail en zelfs juist in elk detail voortdurend te blijven bewaken, elk signaal van iets dat anders loopt dan verwacht niet als een toevalligheidje te zien maar als een mogelijke bron van toekomstige verstoringen, dat soort dingen. Dat geldt natuurlijk voor de hele overheid. Bij Defensie komt erbij dat het in elk geval één keer al schandalig fout is gegaan en dat we nu mogen constateren dat daar kennelijk zelfs intern geen enkele lering uit getrokken is. Daar bestond even kennelijk dan ook geen noodzaak toe.

Die zal ook nu niet gevoeld worden.

26 oktober

=0=

 

 

Vaag

De PvdA gaat niet akkoord met een vaag plan om de euro te redden. Dan kunnen Rutte en De Jager het wel schudden. Als het aan Plasterk ligt. Een plan dat niet vaag is, is een plan dat door het IMF is goedgekeurd, dat ertoe bijdraagt dat de rente in de zwakke landen daalt als gevolg van datzelfde plan, dat inhoudt dat de banken hun staatsobligaties van zwakke landen wat reëler gaan waarderen en dus afwaarderen, en dat bepaalt dat er ‘harde afspraken’ over begrotingsdiscipline worden gemaakt. Ik heb het rijtje eisen met enige verbazing bekeken. Het expliciet noemen van het IMF, waarom? Die club is reeds betrokken en dat is op zich al een zwaktebod van de Europese politiek. Nog niet zo lang geleden sprak Sarkozy van een EMF, en die gedachte kan kennelijk niet op instemming van de PvdA rekenen. Jammer. De eis dat de rente daalt is van hetzelfde stramien: het laat het lot van de Europese politiek in handen van de financiële markten. Die zijn echter het probleem, niet de oplossing, laat staan de garantie van een plan. De afwaardering van de obligatiepositie van de banken ligt voor de hand – maar wat Plasterk er niet bij zegt is dat onder dwang moet gebeuren. En de ‘harde afspraken’? De Jager heeft al eens gezegd dat het aanstellen van een eurocommissaris met zware begrotingsbevoegdheden een ‘ononderhandelbare’ voorwaarde voor Nederland is om in te stemmen met een versterking van het Europese noodfonds. Is Plasterk het daar mee eens? Het staat er niet bij.

De kans dat onze ononderhandelbare eis zeer onderhandelbaar zal blijken te zijn (wel een groter noodfonds en een nieuwe eurocommissaris op de lange baan geschoven) is levensgroot, al was het maar omdat de EU 17 niet kan beslissen over zo een commissaris in naam van de EU27 en zonder dat laatste kan het eenvoudigweg niet. Een onmogelijke figuur, in diverse opzichten en tegelijk het signaal dat de Europese crisis (en daarin verschillen we toch echt van de VS) in de eerste plaats een crisis van staten is en pas dan een politieke crisis. Of beter: het is een politieke crisis omdat het een statencrisis is. Daar kan pas wat aan gebeuren als de staten bereid zijn dat te erkennen en er is niet dat erop wijst dat de Europese regeringsleiders eraan toe zijn dat te erkennen en er naar te handelen. Zeker de Nederlandse staat niet.

Misschien ligt in die laatste constatering de redding van het kabinet als de PvdA geen medewerking meer wil verlenen. De PVV zou heel goed in staat kunnen zijn het kabinet te redden door net als het kabinet te blijven benadrukken dat we er toch maar mooi in geslaagd zijn ook deze keer weer geen kruimeltje eigen soevereiniteit in te leveren. Onzin natuurlijk en de blik naar achteren maar het gevoel wil ook wat. Eigen soevereiniteit eerst. Meer is misschien niet nodig en het zal niet de laatste keer zijn dat een kabinet mag blijven zitten door de plank prettig mis te slaan.

25 oktober

=0=

 


Sirte

Op de redactie van Le Monde zal het gisteren geen feest geweest zijn. Alle kranten hadden het nieuws van de dood van Kadhafi. Behalve Le Monde, dat alleen op een binnenpagina een bericht had over de groeiende spanningen in het overgangsbewind. Ik ben benieuwd wat de krant vandaag te melden heeft. Le Journal du Centre brengt vandaag een reportage over hoe het zo’n beetje gegaan is. Moord, dacht ik gisteren, standrechtelijke executie of nog erger. Vermoedelijk het laatste. Toen ze de kolonel, met bebloed gezicht, te pakken hadden werd de man heen en weer geduwd en aan z’n haren getrokken. Op de één of andere manier is hij weer in een jeep terecht gekomen, op de vlucht geslagen (met een kogel in z’n schouder en in z’n been), en verzeild geraakt in een vuurgevecht. Een kogel in de slaap heeft hem gedood. Wiens kogel? Dat wordt nog interessant. De VN commissie voor de rechten van de mens heeft om een onderzoek gevraagd, de NAVO weet nergens van. Die heeft slechts het vluchtkonvooi (met de kolonel erin maar daar hadden we geen idee) beschoten want dar konvooi was bewapend en dus een gevaar voor de burgerbevolking. Het cynisme druipt ervan af.
Inmiddels, ook Le Journal du Centre bevestigt het, valt het overgangsbewind steeds verder uit elkaar, beschikt iedereen over wapens terwijl niemand weet over hoeveel iedereen beschikt, noch over welke wapens al in het buitenland zijn aangekomen. Chaos dus. Acht maanden burgeroorlog, niemand die weet hoe het verder kan. Operatie geslaagd, patiënt overleden, dat stramien. Welk idee van bescherming van burgers daar in steekt, Joost mag het weten.

22 oktober, 11 uur

Het wilde westen

Le Monde meldt niets over hun omissie van een dag eerder. De krant spreekt over ‘lynchen’. Met een vraagteken. Nu weten we nog niets, behalve dat onze achterdocht iets is toegenomen. Hoewel, niets weten is te voorzichtig. Laten we de vraag omkeren: wie had baat bij een proces tegen de kolonel?

23 oktober, 17 uur.

=0=


Sedan

We waren nog maar net weg uit Amsterdam, gisterochtend rond een uur of tien, of we hoorden de uitlaat. Zoals vroeger. Het klonk als een opgevoerde brommer maar het was een uitlaat die het vroeger of later zou gaan begeven. We dachten dat als we de Morvan zouden bereiken we onze opwachting maandagochtend bij de Citroen dealer in Corbigny zouden maken en het ding zouden laten repareren of vervangen. Het kwam niet zo uit. Nog voor we Reims bereikten moesten we halt maken. De uitlaat sleepte over de weg. We belden, een half uur later kwam de hulpdienst, Garage Cimeti ère. Maar dat is een kerkhof, zei de dame van de ANWB. We waren toen al aangekomen bij de garage zelf, in een klein plaatsje, tien kilometer verwijderd van Sedan. We hadden toen al een vestiging van E. Leclerc aangedaan, de wonderwinkel met ook een garage voor van alles en nog wat, uitlaten inclusief. Maar niet op zaterdagmiddag rond de klok van half vijf. Maandag was de eerste kans. Zo kwamen wij in de geboortegrond van de heer Cimetière. Die nu eenmaal die naam droeg ook al dacht de dame van de ANWB daar anders over. Wij legden uit dat het ook een naam was. Zij zou Lyon bellen en Lyon zou ons weer bellen. Lyon had geen haast. Wij belden Lyon. Die konden de heer kerkhof wel thuisbrengen. Een vervangende auto? Alleen als het oponthoud langer dan 48 uur zou duren. De heer kerkhof dacht dat het niet lang zou duren, eenmaal de maandag aangebroken dan, dus werd het Sedan. Een ongevraagd weekend Sedan.
De zaterdagavond was kort. We liepen wat rond, het was koud, veel open restaurants waren er niet, we keerden teug naar het hotel, aten daar, en gingen vroeg slapen. We sliepen slecht. Wiek bleek zich een koutje verworven te hebben en bleef vanochtend lang op bed. Om een uur of tien brachten Elly en ik hem een croissant, een kop koffie, een jus en een appel. We bezochten het fort van Sedan, een gigantisch bouwwerk, een monument van wantrouwen en afweer. Een bezoek meer dan waard, ik schrijf het zonder ironie op. Daar hadden we Sedan op zondag ook wel meer dan gehad. Zelfs een krant was niet te vinden – ik ben er twee keer voor op uit geweest en vermoed dat ik het kloppend hart van het oude centrum daar compleet mee heb afgedekt. Maar geen krant. Om een uur of zeven hadden we zo om en nabij al een fles rood achter de kiezen – in afwachting van het diner want veel meer dan die afwachting was er niet meer. Niets ten nadele van het hotel overigens. Of ze meeleven weet ik niet, tegenleven doen ze in elk geval ook niet. Het is zo’n familiehotel (Logis de France, het stond er nog op, hoewel de bedrijfsleider ons vertelde dat ze uit die club waren gestapt) waar het altijd wel de moeite waard is. Veel eters de hele tijd, zelfs als ze niets met Sedan hebben (wij kwamen een Belgisch echtpaar tegen – hij Vlaams, zij Frans en de liefde ging in het Frans, volgens hem althans – en omdat ze hier vandaag een verjaardag van een vriend vierden waren ze er want een andere reden dan een uitnodiging kon hij niet verzinnen voor een bezoek aan Sedan. Toen Wiek hem voorlichtte over onze verblijfsreden kon hij daar overigens ook wel weer begrip voor opbrengen). 
We wachten nu in gemoede de maandag af.

16 oktober  (lees verder)    

Sedan (2)

Vanochtend eerst de ANWB in Lyon gebeld. Die zouden dingen in beweging zetten. Meneer kerkhof gesproken. Die zou in beweging komen zodra hij vanuit Lyon instructie zou ontvangen waar onze auto heen moest. Dat was om een uur of elf duidelijk. De auto was bij de Citroën dealer in Sedan. Deze belde met het hotel. De schade was een kleine duizend euro en of we maar even wilden komen kijken. De bedrijfsleider van het hotel bracht ons ernaar toe (de man is heel aardig en behulpzaam en vertelt ons te blijven glimlachen; hij is ongetwijfeld z’n gewicht in goud waard), het mankement werd ons getoond (alles bij elkaar over de hele lengte van de uitlaat gaten, roestplekken, geen redden meer aan). Ik heb m’n handtekening onder het werkbriefje gezet. Niet dat er vandaag al gewerkt kan worden. De uitlaat moet besteld. Morgen om elf uur, dat zal zo ongeveer worden en ze bellen. We rijden terug naar het hotel, lunchen, doen een tukje, wandelen wat (maar behalve het fort heeft Sedan weinig te bieden), verbazen ons over de grote mate van leegstand van winkelpanden, en keren terug naar het hotel. Wie weet kunnen we morgen naar de Morvan. Van de vakantie blijft bar weinig over, maar iets is beter dan enz.

17 oktober  (lees verder)


Sedan (3)

Gisterochtend half elf reden we weg. Nieuwe uitlaat, 1000 euro lichter (plus uiteraard een forse hotelrekening) en Elly dacht haar laptopje kwijt te zijn (’s avonds bleek dat gelukkig niet het geval). Tot aan Vezelay ging alles meer dan voortreffelijk. Dat had een voorteken moeten zijn maar de mens (zeker deze) is en blijft naïef. We stopten even om te plassen. Daarna weigerde de auto te starten. Elly belde Lyon ANWB (die ons enkele minuten tevoren zelf al had gebeld om te vragen of het met de uitlaat in orde was gekomen. Ja, dank u, tot ziens). Lyon zou wat regelen. We probeerden de auto aan te duwen en dat lukte wonderwel. Lyon weer afgebeld en in Corbigny linea recta naar de Citroën dealer. Die constateerde een kapotte en levensgevaarlijke accu (en daarmee was ook de merkwaardige stank verklaard die ons tijdens de reis herhaaldelijk was opgevallen). Accu vervangen, weer 100 euro. Toen, eindelijk, naar de ATAC, naar de benzinepomp, naar het café, naar huis in Montchanson. Vuurtje gemaakt (Wiek is een tovenaar), heerlijk gegeten, lang gekletst, slecht geslapen (teveel wijn gedronken).
Vanochtend worden de keukenspullen uitgepakt (een nieuwe keuken was de aanleiding voor ons weekje Morvan) en wat blijkt? De sifon is niet bijgeleverd. Dat wordt een tochtje naar Dijon, want daar is een Ikea en spullen van Ikea nopen je ook andere spullen van Ikea aan te schaffen, anders wordt het een ongelukkige keuken. Zo blijven we bezig. Het is inmiddels woensdag.
Wel een eekhoorntje gezien. Dat is ook wat waard.

19 oktober (lees verder)

Dijon

We bellen Dijon. Het telefoonnummer is veranderd en het kost moeite het nieuwe nummer te achterhalen. Mensen spreken soms snel en ingeblikte telefoonstemmen spreken ook snel en reageren niet op je verzoek enige tempering te betrachten. We vinden het nieuwe nummer en slagen erin de vele keuzemogelijkheden die voor de niets vermoedende buitenstaander even zovele tests zijn te overwinnen om eindelijk onze vraag te mogen stellen. Heeft u die sifons? In overvloed meneer, kijk maar op rij 21 dicht bij de kassa en verder zijn we open tussen 10 uur in de ochtend en acht uur in de avond. Goedendag.
Hemelsbreed is Dijon niet ver weg maar in de praktijk is het mooi een dikke twee uur rijden. Plus een kwartier om dwars door Dijon heen bij Ikea uit te komen. We vinden de sifon. Prijs: 10 euro. Vijf uur rijden, een halve tank benzine, en 10 euro. Ergens is de balans in kosten en baten niet in orde. Elly raakt steeds vastbeslotener een klacht bij Ikea Amsterdam in te dienen. Gelijk heeft ze. Maar we hebben de sifon. Terug in Montchanson blijkt de aanleg van de keuken iets minder eenvoudig dan de Ikea-tekeningen hadden voorgespiegeld. Of eigenlijk, hadden verdonkeremaand want hoe je zowel de flexibiliteit waar het Zweedse woonwonder ons meer verleidde en de montage van een keuken in één beweging kon handhaven – daarover ging het handige gidsje annex gebruiksaanwijzing, annex tekeningen jammer genoeg niet. Het water was afgesloten met het oog op de montage en we (lees: Wiek) konden nog niet monteren. We moeten nu toch echt eens leren leven met de Wet van Montchanson: één dag zonder water. We doen ons best maar het blijft behelpen en met wetten en regels hoef je niet blij te zijn om er toch onder te vallen.

20 oktober (lees verder)


Montchanson (enfin)

Vanochtend naar Corbigny. Nog wat kleine extra benodigdheden bij Weldom, koffie in het café en terug naar huis. Wiek gaat aan de slag, buizen op maat maken voor het nieuwe keukentje. Elly maakt de kastjes af en we hangen en schroeven ze in het nieuwe keukenblok. Elly en ik gaan op weg naar de déchetterie om de treurige resten van het oude keukentje in de afval te deponeren. Eenmaal terug rijden we het nieuwe keukenblok naar de plek van zijn bestemming. We kijken of het allemaal waterpas is. Het is waterpas en we aanvaarden het in deemoed. Nu gaat Wiek buizen en buizen aansluiten en rond vijf uur doen we het water weer aan. Het is volbracht: niks lekt, alles stroomt zoals het moet, de wc werkt weer, de afwas kan gedaan, je kunt je handen wassen, een kinderhand is gauw gevuld. We zijn gelukkig.

21 oktober    

=0=

 

Opereren

Goed opereren is veel opereren, las ik in een artikel in de Wetenschap bijlage van NRC Weekend. En dus komen er normen. Ziekenhuizen waar te weinig risico-operaties plaatsvinden zullen dat niet meer moeten doen. Dat is voor sommige patiënten een nadeel want die moeten worden vervoerd en dan is het de vraag of ze op tijd aankomen. Voor degenen die wel op tijd zijn neemt de kans op succes toe. Het klinkt reëel. Het is niet genoeg. Veel fouten in ziekenhuizen zijn het gevolg van onoplettendheid, van een gebrek aan aandacht voor het onverwachte, van het wegmoffelen of bagatelliseren van fouten en bijna-ongelukken, van een verwisseling van expertise met rang, van een te uniforme expertise, van een weigering buiten de gebaande paden te treden en nog wel wat. In het mooie boek van Karl Weick en Kathleen Sutcliffe, Managing the Unexpected (2007: 126-137), staat een opmerkelijk voorbeeld van een ziekenhuis dat ertoe was overgegaan om een hoeveelheidsnorm, zoals bepleit in NRC, in te stellen. Daarna ging er veel fout. Niet door de norm op zichzelf maar omdat het ziekenhuis grossierde in de andere, zojuist genoemde, fouten. Die werden niet door de betrokken medici ontdekt maar door buitenstaanders, door externe onderzoekers.

Die les is niet besteed aan Désanne van Brederode. In een discussie met Frank Ankersmit (die onbekommerd industrieel kapitalisme en het Rijnlandse model door elkaar haalt) over banken verzet zij zich tegen het afserveren van de bankier. Dat doet ze door een vergelijking te trekken met de gezondheidszorg. Ze zegt (Trouw, 12-10-11): ‘Stel dat het beroerd gesteld zou zijn met de gezondheidszorg. Dat de mensen hier bij bosjes zouden overlijden aan ziektes die in andere landen goed te genezen zijn. Dan zou ik wel kunnen zeggen: er is hier iets fundamenteel mis. Maar ik zou het curieus vinden als ik vervolgens de medische oplossingen zou gaan formuleren. Daar zou ik toch een dokter bij halen.’

De vraag is: waar zou ze een dokter bij halen? Veel ‘medische oplossingen’ bestaan uit oplossingen die elke vorm van samenwerken in gecompliceerde situaties kenmerken. Dat we dat weten hebben we niet aan de medici te danken. De oplossingen evenmin. Dat zou tot nadenken moeten stemmen, zeker voor een filosoof maar deze ronde is dat aan Van Brederode niet besteed. En verder is de vergelijking van de bankier (die informatie niet deelt omdat zijn winst bestaat in het handhaven van een informatievoorsprong) en een chirurg (die steeds meer pogingen in het werk moet stellen om informatie te delen, ook en juist met niet-vakgenoten) wel bijzonder ongelukkig.

Het vertrouwen van Van Brederode in zich noemende professionals is ongeschokt. Gaat er iets fout? Dan vragen we het aan dezelfde professionals die de fouten hebben laten ontstaan en passeren. Gelukkig verwijderen we ons in de gezondheidszorg van die manier van opereren. In de bancaire sector is het schandaal dat we de bankiers nog altijd ongemoeid hebben gelaten. Ze mogen zelf de oplossingen aanreiken. Bancaire oplossingen voor en door bankiers: ze waren er, ze zijn er, en ze leveren een boel ellende op. Misschien moet Désanne van Brederode er nog eens over nadenken?

13 oktober

=0=

 


Tien

Afgelopen zaterdag verwees Marc Chavannes in zijn rubriek ‘Opklaringen’ naar een plan van Ronald Plasterk. Een tien punten plan. Meer onderwijs, minder kaalslag op zorg, welzijn en cultuur, aandacht voor de onderkant, aanpakken van de woningmarkt, rekeningrijden en beschermen openbaar vervoer, de ondernemers moeten weer betalen voor hun lidmaatschap van een Kamer van Koophandel, meer belasting voor hoge inkomens en een villabelasting, de ontwikkelingshulp wordt weer 0.8%. Dat zijn negen van de tien punten. De woningmarkt valt op maar daar staat tegenover dat Plasterk daar een Nationaal Akkoord voor wil hebben en dan kon het nog wel eens wat vertraging en averij oplopen.

Het tiende punt, dat in de opsomming van Plasterk het eerste is, luidt als volgt:  ‘Voorkom een wereldwijde recessie. Het steunpakket voor Griekenland moet snel en degelijk worden ingevuld; als Griekenland meewerkt bij voorkeur zonder dat het land failliet gaat. Hoe dan ook moet het Eurosteunfonds groter en sterker worden om besmetting te voorkomen. Er komt een Eurocomissaris aan wie de lidstaten de bevoegdheden overdragen om een streng toezicht te houden op tekorten en schulden bij Eurolanden.’ Als ik het lees dan vallen me de schoenen erbij uit. Het tegengaan van een wereldwijde recessie is een aardige gedachte maar is er dan niet een ingreep nodig in de handel en wandel van de financiële sector? Geen woord erover.Een snelle en degelijke invulling van een steunpakket. De EU doet er inmiddels ruim drie maanden over en nog hangt het. Maar geen woord over het veranderen van de besluitvorming in de EU, die trager is dan de op z’n elf-en-dertigste gang van zaken bij ons destijds. Als Griekenland meewerkt? Wat bedoelt de man? Dat ze anders failliet gaan? Hangt dat heus van hun medewerking af?

Een eurocommissaris om het Stabiliteitspact niet helemaal tot een aanfluiting te maken. Maar geen minister van financiën, met bijvoorbeeld de bevoegdheid euro-obligaties uit te schrijven. Überhaupt geen euro-obligaties. Ja, een eurofonds om ‘besmetting te voorkomen’. Niet voor landen in problemen maar voor landen nog-niet-in-problemen. Waarom?

Vandaag lees ik dat we heel aardig verdienen aan de Griekse misère. We hebben die misère nodig om er zelf beter van te worden en het vasthouden aan een EU die geen vuist kan maken is de belangrijkste voorwaarde om de zaken te houden zoals ze zijn. Zij de nadelen, wij de voordelen. Het lijkt niet toevallig op de leefwijze van de banken. 

Chavannes schreef dat Plasterk een pleidooi voor Europa had gehouden met zijn tien punten. Dat is onjuist. Wat het ook is, een pleidooi voor Europa is het allerminst. En de banken kunnen voor de zoveelste keer tevreden gaan slapen. Op hun infuus wordt niet bezuinigd.

12 oktober

=0=

 


Afslag

In de Volkskrant vind ik een column over de babyboomers die al bij de eerste afslag het spoor bijster raakten. Wat die eerste afslag was staat er niet bij. Ik moest denken aan Alvin Gouldner die daar wel een ideetje over had. Gouldner was in de jaren zeventig een tijdje verbonden aan de universiteit van Amsterdam; hij werkte aan dezelfde subfaculteit als ik. Opmerkelijke man. Hij bemoeide zich weinig met het tamelijk chaotische reilen en zeilen van de subfaculteit, maar kwam toch een keer langs op een algemene vergadering. Die had je toen, algemene vergaderingen. Hij bleef er maar even, net voldoende om een opmerking te plaatsen die er in hakte. Het ging over het algemene van de algemene vergadering. Gouldner vroeg zich af waar de schoonmakers waren. Hoorden die er niet bij? Hij vond van wel maar behalve hem had niemand er bij stil gestaan. Het gaf een ongemakkelijk gevoel. Wij hadden het over de hoogst noodzakelijke verbetering van de wereld, te beginnen in Amsterdam bij onze subfaculteit, en hij kwam met een paar gastarbeiders aan. Die afslag hadden we gemist. We stonden met de mond vol tanden.

Gelukkig was het nog niet zo ver gekomen dat we de aanwezigheid van de gastarbeiders toeschreven aan ‘rechts’. Ook niet aan ‘links’ overigens. Ze waren er en we zagen hen over het hoofd. De schuldvraag kwam later, met het gezever over de multiculturele samenleving en het complot van links dat er de verantwoordelijkheid voor zou dragen. Van die schuldvraag zijn we nog altijd niet af. In het laatste nummer van de Christen Democratische Verkenningen staat een artikel van de gebroeders Lucassen waarin haarfijn wordt uitgelegd dat de ‘massa-immigratie’ het product van rechtse kabinetten en van de werkgevers was. En ziet, hetzelfde product heeft vandaag de dag Oost-Europese vormen aangenomen en weer zijn het de rechtsen en de werkgevers die er de voorstanders van zijn. Niks links, rechts is de boosdoener. Het is tijd terug te meppen. PvdA Kamerlid Martijn van Dam heeft het prima begrepen en schrijft een stuk met deze strekking in de Volkskrant. Niet dat het gaat helpen. Zo lang de zaak niet verder komt dan de schuldvraag hoeft rechts zich geen enkele zorg te maken.

Ik denk dat Gouldner destijds zijn opmerking niet uit morele maar uit politieke overwegingen plaatste. Hij was niet op zoek naar schuldigen. Ook dat had hij goed gezien. De vraag naar schuld is, in elk geval in kwesties van migratie, een reactionaire vraag. Het gaat er helemaal niet om wie destijds de kat de bel aanbond en daar nu maar eens verantwoording over moet afleggen. Kan er dan niets meer worden besproken zonder de zaak direct te moraliseren? In ons land is het antwoord op die vraag: nee.

Het debat over de babyboomers verschilt niet van het debat over de gastarbeiders. Of over het milieu. Of over de pensioenen. Of over Kunduz. Of over de toekomstige generaties. Want: elk debat in ons land is behept met dezelfde morele oogkleppen. Geen wonder dat we de afslag missen.

11 oktober

=0=

 

 

Zeuren

Wij zijn deel van de globalisering en de globalisering is deel van ons. Je kunt daar met de rug naar toe gaan staan en je kunt proberen om je heen te kijken en het als beginpunt te nemen voor een blik op de toekomst. Ook als het tegen de stroom in gaat. Misschien word je er niet onmiddellijk populair mee, misschien wordt je er wel helemaal nooit populair mee, maar dit – de globalisering en wij – hoort tot de dingen die je niet moet ontkennen en ook niet uit de weg moet gaan. De globalisering is er, de multiculturele samenleving is er. Daar moet je dan maar wat mee doen, als politicus en ook als de peilingen tegenzitten. Zoiets wou Job Cohen duidelijk maken, gisteren in Buitenhof. Hij kreeg er amper de gelegenheid voor van interviewer Peter van Ingen. Die wou weten of Cohen wel genoeg van twitteren hield. Het moet tegenwoordig allemaal heel kort en kernachtig en zo, meneer Cohen, en kunt u dat wel en wilt u dat wel? Nu was Cohen af en toe heel kort en kernachtig (‘ja’; ‘nee’) maar daar nam Van Ingen geen genoegen mee. Allerminst kort en kernachtig zeurde de man maar door. Wou Cohen nu echt niets meer zeggen over mevrouw Ploumen, behalve dat hij haar actie weinig fraai had gevonden? Wou hij niet een beetje uitpakken over wat hij dacht en voelde en onderging? Over de vraag of hij zich net zo onzichtbaar waande als werd gezegd? Etikettenwinkel Van Ingen wou weten of Cohen behoefte aan nieuwe etiketten had. Aan eigen etiketten. Nee, zei Cohen, geen etiketten. Ik houd niet van etiketten en volgens mij gaat het ook niet om etiketten. Je maakt er de politiek maar onzichtbaar mee en het geeft nog een boel rommel ook.

Het moet een teleurstelling voor Van Ingen geweest zijn dat hij geen poot aan de grond kreeg. Hij had het na drie minuten kunnen weten maar van het halve uur dat het interview ongeveer duurde ging het gros op aan het spelen op de persoon, in de hoop dat Cohen ook eens op de persoon wou spelen. Verspilde moeite. Zelfs bij de vraag over een nieuwe onderkoning van Nederland opende Cohen niet de aanval op Donner. Hij sprak het kabinet aan, op de krakkemikkige procedure en op het feit dat het niet aanging, voor geen enkel kabinetslid, die post te ambiëren. Geen slagers die hun eigen vlees gaan keuren, dat was het standpunt. Kort, kernachtig, beleefd en niet op de persoon. Een korte samenvatting van het optreden van Cohen gistermiddag. Ook dat ontging Van Ingen. Die was alleen geïnteresseerd in de persoon. Facebook politics, daar gaat het volgens hem om en als dat het einde van publiek en politiek inluidt dan moet dat maar want om iets anders dan de persoon vragen de mensen niet, en waar vraag naar is scoort in de peilingen en waar geen vraag naar is scoort niet in de peilingen. Waarom niet? Omdat de perceptie van een peiling voor Van Ingen gelijk staat aan perceptie als zodanig en wie dat tot vuistregel maakt hoeft verder niets meer te weten. Cohen weet te weinig van de perceptie van de mensen en daarom mist hij ook de boodschap van de peilingen. Gelukkig weet Van Ingen het wel en hij is niet te beroerd het met ons te delen. Delen! Het toverwoord van de sociale media. Wie niets weet, weet dat in elk geval nog wel. Nee, ingewikkeld mag het niet wezen. Ook wij hoeven van Van Ingen niets meer te weten dan wat onze gepeilde perceptie aan hem heeft geopenbaard.
 
Misschien moet Van Ingen maar een twitteraccount aanmaken en er verder het zwijgen toe doen. Zijn wij ten minste van zijn gezeur af.

10 oktober

=0=



Een soort vakbond

In 1963, alweer een kleine vijftig jaar geleden, vertoonde de VARA de documentaire ‘85 gulden schoon’. De boodschap was dat Jan Modaal, de kostwinner in een gezin met twee kinderen, ongeveer 85 gulden per week overhield voor de boodschappen. Voor iets anders schoot geen geld over.  Het maakte indruk. Het was een signaal. De arbeidsmarkt werd krap in die dagen, de gecentraliseerde loonbeheersing liep op z’n laatste benen, het land werd welvarender, de welvaart was weinig gelijk verdeeld. Het stelsel was aan vervanging toe. Het moest allemaal anders. Het werd ook anders. Jan Modaal is niet langer modaal, modaal is nu het tweeverdienergezin. De kostwinner is naar de marge geduwd. De welvaart is nog steeds ongelijk verdeeld, dat wel. Sinds de jaren tachtig is de ongelijkheid weer helemaal terug. Maar de nieuwe ongelijken zijn niet langer de modalen van vroeger, het zijn, zoals Marcel van Dam in 2009 poogde te bewijzen, de onrendabelen, de mensen die meer kosten dan opbrengen.

Opleiding is de sleutel. Voor 1980 stegen de inkomens van allen, na 1980 werd dat afhankelijk van de hoogte van je opleiding. En van je gezin: tweeverdieners hebben het heel aardig gedaan. Er zijn meer tweeverdieners onder de wat beter opgeleiden. De lager opgeleiden werden, zo stelt Van dam afgelopen week in zijn column in de Volkskrant, ooit vertegenwoordigd door de middenpartijen CDA en PvdA. Daar zijn ze uit beeld. Die partijen hebben de afgelopen kwart eeuw niets laten zien wat voor de lager opgeleiden van belang is. En dus zijn die partijen hun traditionele kiezers kwijt en nieuwe kiezers komen er niet bij. Van Dam doet alsof het verlies van de traditionele kiezer en het missen van de aansluiting bij de nieuwe kiezer één en hetzelfde verschijnsel is. Het is niet de enige anomalie in zijn column.

Het echte probleem bij Van Dam lijkt mij zijn veronderstelling dat een partij een soort vakbond is. Dat een partij een collectieve inkomensverzekeraar is en dat daar sinds de jaren tachtig behoorlijk de klad in gekomen is. Sommige verzekerden zijn slechte risico’s geworden en worden navenant behandeld, alle mooie woorden ten spijt. Ze pikken het niet meer. Ze stemmen met de voeten en waaieren uit naar de SP en de PVV. En daarom hebben ze geen boodschap meer aan de boodschap van PvdA en CDA. ‘Verkiezingsuitslagen variëren weliswaar naar actuele omstandigheden, maar trendmatig zijn sociaal-democraten en christen-democraten al vijfentwintig jaar koersvast op weg naar de ondergang.’ Een trend als koers, het is een elementaire denkfout. Van Dam grossiert er in. Bovendien, de ‘koers’ is, al vanaf de jaren zestig, dat politieke partijen zich hebben losgemaakt van belangengroepen zoals vakbonden en werkgeversverenigingen. In dezelfde periode werd de politiek omgesleuteld naar Europa. De overheid, de politieke partijen, verplaatsten steeds grotere stukken van de staatsmacht naar een onduidelijke entiteit die geen staat was en toch het speelveld van nationale staten inperkte. Zou dat geen enkele invloed hebben gehad op de ‘koers’ van de ‘trend’ van Van Dam? Is het allemaal één pot nat? In zijn ogen: ongetwijfeld. Van Dam droomt nog van een nationale overheid die tegelijk een effectieve en complete staat is. Die staat is echter al lang verdwenen. Dat was al in beweging gezet in de periode dat Van Dam staatsecretaris en minister was. Hij stond er bij en keek ernaar.

Zonder iets te zien.

9 oktober

=0=

 

 

Geen stijl

In de kranten lees ik dat Cohen zich een meer polariserende stijl moet aanmeten. Dat zou Jouke de Vries geschreven hebben. Klopt. Of eigenlijk, het klopt wel en niet. Als Cohen het zelf niet doet dan moet hij zich maar  een keffertje aanschaffen. Vindt De Vries. Dat kan dan blaffen en dan hoeft hij het niet zelf te doen. Het advies De Vries is: je moet geen stijl met geen stijl beantwoorden. Dat zal helpen. Je bestrijdt vuur met vuur. Of het geblaf ook tot resultaat zal hebben dat het een bouwsteen voor de visie van de PvdA zal worden, het zou kunnen. De Vries meldt over die visie dat die internationaal moet zijn of niet zal zijn. Meer niet. Veelbetekenend. Internationaal. Alsof we de VS zijn. Niet: Europees. Alsof we geen EU hebben. Het EU-woord ontbreekt. Ik zou zeggen dat alleen als de visie Europees is het een visie kan worden die de moeite waard is. De visie moet Europees zijn of zal niet zijn. Het woord van Europa verdonkeremanen is een buiging maken naar de opiniepeilingen en de vinger geven aan de politiek. Het brengt de politiek terug tot het winnen van stemmers. Alles is goed, als het maar stemmers oplevert. Behalve het tot niets verplichtende woord ‘internationaal’: waarin verschilt Jouke nog van Jack?

Van januari tot juli 2016 mag Nederland weer voorzitter van de EU spelen. Dat is nog even weg en het is ook daarom een mooi ijkpunt om de gewetensvraag te stellen: welke EU willen wij in 2016 en wat gaat dat inhouden voor de agenda van de voorzitter? De laatste keer dat Nederland voorzitter was, was in 2004. Had Nederland toen een ‘visie’? Dan moet ik wat gemist hebben. Of toch. Het voorstel Europese Grondwet stond in de steigers en de Nederlandse regering had één harde eis: vetorecht over de Europese begroting. De reden was dat Nederland zelf wilde bepalen wat het zou bijdragen en niet de EU. Een staaltje van besluitvormingsvoorkeur waar we tot op de dag van vandaag last hebben. En een staaltje retoriek, met Zalm in een hoofdrol, over het potverterende Brussel. De Europese tegenpartij heeft in Nederland al jaren vele aanhangers. Het is hoog tijd Zalm eens erelid van die partij te maken.

Er is genoeg te doen. De politieke basis van de euro deugt niet en deugde nooit. Het was een basis om de Europese economie sterker te maken en de Europese politiek vooral niet. We zien de effecten. Een stuurloze economie met tal van profiterende zeerovers en een radeloze, redeloze en reddeloze politiek, die zichzelf niet kan helpen als gevolg van een soort besluitvorming die alle ruimte geeft om landen tegen elkaar uit te spelen en geen ruimte om landen op één noemer te brengen.

In Den Haag kan alleen nog negatieve politiek worden gefabriceerd, politiek die opgewekt bijdraagt aan de verdere afbraak van de politiek. Waarom? Omdat de politiek verhuisd is naar Europa en ook al blijven de lidstaten elk voor zich weigerachtig hun verhuisberichtjes te verzenden, aan die omstandigheid valt weinig meer te veranderen.

Een visie voor de PvdA? Die begint met het opgeven van de ontkenningspolitiek (‘het allerbelangrijkste is dat de Grieken zich aan hun afspraken houden’: dat type gejeremieer) en het, hoe voorzichtig ook, exploreren van wat een Europese politiek zou moeten en kunnen inhouden.

Je hoeft geen stijl helemaal niet te beantwoorden met geen stijl. Geen Stijl is het signaal van de irrelevantie van de politiek. Dat hoort bij het dorpsplein.

Inmiddels is de politiek geëmigreerd.   

8 oktober

=0=

 


Ondubbelzinnig

Nederland moet ondubbelzinnig voor de EU kiezen. Dat schrijft de SER in een brief aan het kabinet. Een ferm standpunt. Maar wel in een dubbelzinnige brief. Een brief waar iedereen uit kan halen wat hem of haar bevalt, een brief die iedereen gelijk geeft, een brief waarmee je alle kanten op kunt, een brief die van de EU een kwestie van moraal maakt. Een krachteloze brief, waaraan je alleen kunt aflezen dat de sociaaleconomische belangenbehartigers er ook niet meer uitkomen – en van de weeromstuit oproepen de moed erin te houden.

Ondubbelzinnig voor de EU kiezen is niet hetzelfde als doorgaan op dezelfde weg. De brief draagt echter precies daar de sporen van. De anderen moeten veranderen, wij moeten volharden. Over de aanpassing van de financiële spelregels – het schandaal van de crisisbestrijding tot nu toe, juist omdat er weinig tot niets aan gedaan wordt – rept de brief niet. Over de in dat kader noodzakelijke aanpassing van de fiscale regimes in de EU, over de noodzakelijke politieke aanpassingen in dat verband – de brief laat het lopen. Over de oproepen de fixatie op begrotingstekorten en staatschulden niet nog verder tot een dogma te laten verworden  - de brief zwijgt erover. Dat sociaaleconomische kwesties meer dan ooit politieke kwesties zijn, omdat ze dat door de verwevenheid met de financiële wanorde geworden zijn – voor de SER bestaat het niet. Dat je geen monetaire unie kunt hebben zonder budgettaire unie en geen budgettaire unie zonder politieke unie – je zou het de vraagstukken van vandaag kunnen noemen en je zou het de vraagstukken kunnen noemen die vragen om, inderdaad, een ondubbelzinnige positie. De SER zwijgt er in alle talen over.

Het kabinet kan tevreden zijn. Met deze brief hoeft het niets te doen, behalve te zeggen dat het in dank wordt aanvaard. Misschien neemt het kabinet die moeite, misschien ook niet. Ik vermoed dat de brief niet meer uitdrukt dan de behoefte van de SER om, na het pijnlijke gekrakeel over de AOW en de aanvullende pensioenen, de wereld te tonen dat ze het weer helemaal met elkaar eens zijn. Met de brief stelt de SER zichzelf gerust. Kennelijk is daar behoefte aan. Moeilijke tijden zijn het, maar wij, wij zijn er. Voor elkaar. Met elkaar. Ondubbelzinnig.

Het is ze gegund. Het had niet gehoeven. Het kan geen kwaad.

6 oktober

 

Taakopvatting

Of ik het goed heb begrepen weet ik natuurlijk niet maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat mevrouw Ploumen Job Cohen verwijt dat hij haar werk niet goed heeft gedaan. Hij had meer zichtbaar moeten zijn, is één van haar oordelen. Nu kun je veel van Job Cohen zeggen, maar niet dat hij niet zichtbaar is geweest. Hij is bijzonder zichtbaar, meer dan hem af en toe lief zal zijn. Een grap als die van Lucky TV komt niet uit de lucht vallen. Voor de maker van het filmpje is het leuk meeliften op een sentiment en wat hebben we gelachen. En zo. Nog meer zichtbaarheid, geredigeerd en wel. Alle zichtbaarheid is geredigeerd en over de redactie gaan anderen.

Afgelopen zomer bleek al, naar aanleiding van enkele oprispingen over Cohen, dat de opiniemeter de gebrekkige zichtbaarheid van de PvdA niet aan Cohen toeschreef maar, hoe merkwaardig toch, aan de partij. Die had de voorzitter in haar zak kunnen steken. Ze zal er wel even over hebben nagedacht, om tot de slotsom te komen dat het propje niet in haar zak hoorde maar in die van Cohen. Een rare poging een probleem tot het niveau van een persoon terug te brengen. Met zo’n voorzitter kun je alleen maar blij zijn dat ze de pijp aan Maarten wil geven.

In de protesten van de laatste maanden valt op dat de bestaande politieke partijen eerder als onderdeel van het probleem worden gezien dan als onderdeel van de oplossing. Een protopolitieke partij als het FNV laboreert aan hetzelfde euvel. Dat is geen verwijt, het is een constatering. Als je eenduidig kiest voor hoogopgeleide jongeren, zoals D66 en Groen Links, of als je eenduidig kiest voor de mensen die globalisering en europeanisering als één en dezelfde bedreiging zien, zoals PVV en SP, dan heb je een verhaal. In mijn ogen een slecht verhaal, een verhaal dat niet klopt maar weer wel een verhaal dat elke keer sluit als een bus. Het klopt niet, en het sluit wel. Als het ware.

Ik heb de indruk dat de PvdA niet weet of de partij een combinatie van die twee ongelukkige verhalen moet bakken of met iets eigens moet komen. Aan dat laatste wordt gewerkt (de Wiardi Beckman Stichting doet een poging) maar eerder in een politiek vacuüm dan in een politieke samenhang van, nou ja, een partij. Van iets dat je een partij zou kunnen noemen en waar een voorzitter zich niet aan zou mogen onttrekken. Deze voorzitter doet dat wel. Dan is het inderdaad tijd om op te stappen.

5 oktober 

=0=

 


Onbekend maakt onbemind


Veel aandacht voor Hayek, de afgelopen dagen. Het begon in de Groene van vorige week en gisteren vond ik in Trouw tal van uitspraken over de man, opgetekend uit de mond van de Denker des Vaderlands, Hans Achterhuis. Ik heb het allemaal aandachtig gelezen en ik heb me afgevraagd wat het met Hayek te maken heeft. Het lijkt er eerder om te gaan Hayek in het radicaal rechtse kamp onder te brengen dan om de interessante aspecten van zijn denken over het voetlicht te brengen. Het gaat om Hayek als ideoloog, de man die de favoriet van Pinochet werd en ook bij Thatcher een potje kon breken. Dat konden Milton Friedman, Ayn Rand en, vooruit, Alan Greenspan ook. Eén pot nat, eigenlijk. Je krijgt de indruk dat dezelfde onbekendheid die Hayek bij links onbemind maakte voor rechts een aanleiding geweest moet zijn de man te omarmen. Zo, in elk geval, lees ik de stukken in de Groene en in Trouw.
Achterhuis doet nog een manmoedige poging Popper tegen Hayek in bescherming te nemen. Dat lijkt me overbodig, Popper is het soort sociaaldemocratische held dat Hayek nooit zal worden en ook nooit wou worden. In tegenstelling tot wat Achterhuis meent was de steen des aanstoots niet het ´piecemeal´ van Popper maar diens referentie naar ´engineering´ en hij ageerde (met The Road to Serfdom) eerder tegen Karl Mannheim (en diens Man and Society In an Age of Reconstruction) dan tegen Jozef Stalin. Popper zette zich niet tegen Hegel, Marx en Plato af vanwege hun stukjes en brokjes maar vanwege hun gedachte aan de maakbaarheid, gebaseerd op ware kennis, van mens en maatschappij en dus hun gedachte dat wat wij een maatschappij noemen het product van inzicht, beleid en planning zou kunnen zijn. De radicaliteit van Hayek zit niet in de maakbaarheid maar in het ongedaan maken. Om diezelfde reden heeft Hayek geen enkele affiniteit met Rand. Ja, Greenspan wel, en dat zou ons moeten hoeden voor de grote nivellering die we net achter ons gelaten dachten te hebben.
Hayek ging ervan uit dat wat in landen als Engeland was gegroeid inderdaad gegroeid was. Niet bedacht, niet gepland en pas overdacht toen het er al was. Hayek is de protagonist van wat hij ‘spontaniteit’ noemde en de markt mocht daar model voor staan. De maatschappij, in zijn visie, is een ‘spontane orde’, het was die orde die werd bedreigd en tegen die bedreiging kwam hij in het geweer. Bijvoorbeeld door de traditie van de ‘common law’ af te schermen van het oprukkende positieve recht en de claim van sommige rechtsgeleerden dat de positie van het positieve recht een exclusieve was. Nee, zei Hayek. Meer niet. Of toch, Hayek is ook de man van onze ‘onwetendheid’. Dat wil zeggen dat zowel de plannen die mensen hebben, de omstandigheden waaronder ze die uitvoeren als hun specifieke behoeften voor henzelf een beetje inzichtelijk zijn, maar voor anderen niet (inclusief de ‘samenleving’ of de regering). Het ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet – en omgekeerd’ van de moderne systeemtheorie is bij Hayek ‘ik weet, ik weet wat jij niet weet – en omgekeerd’.
Dat Hayek tenenkrommende vrienden had is bekend. Maar schuld door associatie is geen schuld maar een beschuldiging en dat zou in een fatsoenlijk debat niet moeten tellen. Gisteravond zag ik een debat over onderwijs op tv. Moeilijk een debat. Als het ging om aandacht voor de kinderen werd dat vereenzelvigd met de invloed van deskundigen, als het ging om de betrokkenheid van de ouders bij de school werd dat vereenzelvigd met de relatie tussen ouder en docent en als het ging om de mogelijkheden van ICT werd dat vereenzelvigd met een geringere rol voor de docent.
En als het gaat om Hayek vereenzelvigen we zijn gedachten voor het gemak met de kromme gedachten van Ayn Rand. Onbekend maakt onbemind. Inderdaad.

4 oktober

=0=


Zenuwachtig

Zouden er nog schrijvers zijn die dezer dagen slecht slapen vanwege de Nobelprijs voor literatuur? Onderzoekers, vanwege de andere Nobelprijzen? Er is de uitspraak van Harry Mulisch (‘het rijtje van schrijvers die de Nobelprijs hebben gehad is mooi; maar het rijtje schrijvers die de prijs niet hebben gehad is nog mooier’). Ik kwam de uitspraak tegen in een artikel van Pieter Steinz, gisteren in NRC Weekend. Het is een aardige uitspraak, te meer omdat ook de winnaars het er mee eens zullen zijn. Het is daarom een aardige, maar nogal betekenisloze uitspraak. Interessanter is het gegeven dat de Nobelprijs voor de vrede net aan de neus van Gandhi en aan de neus van Hitler voorbij is gegaan. Waarom was Hitler voorgedragen? Omdat, zo wil het verhaal, ook Neville Chamberlain was voorgedragen. Gandhi is zelfs vijf keer voorgedragen, de laatste keer in het jaar dat hij werd vermoord en toen vond het prijzencomité dat het niet aanging de prijs aan een overledene toe te kennen. Waren ze maar eerder op die gedachte gekomen. En natuurlijk, de wederwaardigheden van Winston Churchill, de man die zo graag de vredesprijs had willen hebben en als zoenoffer in 1953 de literatuurprijs kreeg. Kreeg hij de vredesprijs niet vanwege zijn sneren naar Gandhi (“opruiend advocaatje verkleed als fakir”), vanwege zijn sneren naar de Palestijnen (“Een hond in zijn hok heeft nog geen recht op dat hok, ook al ligt hij er al heel lang in. Dat recht hebben ze niet.”)? Het zou kunnen, maar de echte vraag is natuurlijk niet waarom hij de vredesprijs niet maar waarom hij de literatuurprijs wel kreeg. Zoenoffer, schreef ik, maar ik weet het niet. De overwegingen om tot prijsuitreiking over te gaan – er zou eens een roman over moeten worden geschreven en er zou een serieus onderzoek naar moeten worden gedaan. Net als naar de vraag waarom een Nobelprijs economie nodig en nuttig werd gevonden.

V.S. Naipaul kon nog net niet tot op het jaar uitrekenen wanneer de prijs hem zou toevallen. Derek Walcott had hem in 1992 gekregen dus na een jaar of tien zou de aandacht van het comité toch wel weer eens richting West-Indië moeten gaan? Klopte aardig. Ja, beweren boze tongen, en door al dat politiek correcte geneuzel krijgt Philip Roth die prijs nooit.

Het zou kunnen dat die boze tongen het helemaal bij het rechte eind hebben. En ik gun Roth de prijs van ganser harte. Maar het zou me bijzonder teleurstellen als de man dezer dagen nerveuzer dan anders zou zijn.

2 oktober

=0=

 


Prijs

Omdat we, om te parafraseren, toch nergens de waarde meer van kennen reiken we prijzen uit. Steeds meer prijzen. Op steeds meer gebieden en steeds vaker. Het zal de deelnemers wel aansporen nog beter hun best te doen, dat zal de gedachte wel zijn. Je zou ook kunnen zeggen dat als je ergens een prijs mee kunt winnen de kans bestaat dat de prijs belangrijker wordt dan de inspanning om iets moois, iets goeds enz. te fabriceren. Prijzen hebben andere effecten dan prestaties en zullen de prestaties beïnvloeden om de kans op de prijs (zichtbaarheid bijvoorbeeld, de aandacht trekken bijvoorbeeld) te vergroten. Gewoon, een omkering: niet de prestatie bepaalt het winnen van de prijs maar de prijs bepaalt de aard en de inhoud van de prestatie. Gisteravond vroeg Matthijs van Nieuwkerk aan Emile Roemer of hij, bij het plaatsen van zijn interrupties in de Tweede Kamer, al aan het journaal van acht uur dacht. En of hij dacht dat dat een prijs was. Het eerste beaamde Roemer, het laatste ontkende hij, tot licht ongeloof van de presentator. Matthijs is gepokt en gemazeld in de wereld van de prijzen, Emile heeft wel wat anders te doen. Laten we hopen dat het zo blijft in het geval van Emile (hij klaagde tijdens de debatten deze week in de Kamer  Wilders aan vanwege diens effectbejag dat niets met de Kamer en alles met het journaal van doen had), voor Matthijs is dat al bijna onbegrijpelijk. De show stelen, daar gaat het toch om? Dat is, laat ik het in journalistieke termen zeggen, ‘onthullend’.

Af en toe weigert iemand een prijs. Hermans deed het zijn hele leven en gisteravond weigerde een acteur een Gouden Kalf. Breng het maar naar een kinderboerderij, dat zei de weigerende acteur. Een voortreffelijke gedachte. Verdient navolging. Krijgt weinig navolging. Ook gisteravond zag ik de presentator van een voor alweer een prijs genomineerd tv programma op de bekendmaking van de nominatie onmiddellijk reageren met een oproep aan kijkers vooral op zijn programma te stemmen. Hij was er snel mee, de andere genomineerden zullen ongetwijfeld niet lang wachten. Nogal wiedes, de nominatie is zelf al een prijs, een tussenprijs op weg naar de finale prijs, de prijs die je alleen al zou verdienen als je herhaaldelijk bent genomineerd en nog steeds naast de echte prijs hebt gegrepen. Zoals bij deze presentator. Die in die status niet de eerste is en ook wel de laatste niet zal zijn. Vroeger of later schijnt het geduldig wachten en het eervol je verlies nemen je kans op de hoofdprijs in één van de volgende rondes toch weer te vergroten. Geduld tonen en je verlies nemen dragen bij aan je prijswaardigheid. Dat spreekt, de prijskoers neemt een steeds groter deel in van wat je doet, tot en met het punt dat je nog maar weinig anders doet.

Ik ben van mening dat minister Opstelten voor het mogen bezetten van het ambt van vicevoorzitter van de Raad van State terstond een prijsvraag moet uitschrijven.

1 oktober

=0=

 


Tegen

Het Europese Noodfonds versterken? Wij zijn tegen. Een scheiding van spaarbanken en zakenbanken? Wij zijn tegen. Een gemeenschappelijk Europees belasting- en begrotingsbeleid? Wij zijn tegen. Een scheiding in de accountantspraktijk van controle en advies? Een belasting op financiële transacties? Wij zijn tegen.

Wij, dat zijn de minister van financiën en zijn staatssecretaris. Ze zijn tegen. Toegegeven, ze zijn voor een private bijdrage van de banken aan het bestrijden van de Griekse misère maar omdat die private bijdrage de banken helpt en de staat niet zijn ze in elk geval ook hier niet voor een serieus beleid dat paal en perk stelt aan de handel en wandel van de private sector, dezelfde handel en wandel die ons naar de crisis heeft geleid.

Bij de accountants hebben we de laatste jaren toch meer dan genoeg problemen gezien. Van Enron, via Ahold naar ABN Amro, het is niet niks en hoewel de twee eerste geen financiële bedrijven in strikte zin zijn, ging het daar mooi fout toen die bedrijven niet meer aan hun dienstverlening dachten en alleen nog aan dat mystieke aandeelhoudersbelang – en dus aan een optelsom van financiële transacties die klanten noch werknemers bevoordeelden. De voordelen waren, in naam van de aandeelhouder, voor opgewekte financiële slimmerds. De accountants stonden erbij, keken ernaar en zo af en toe werden ze uitgenodigd ‘mee te denken’. Zoiets leg je niet naast je neer. Ook accountantskantoren hebben een schoorsteen die moet roken.

En nu tekent zich een Kamermeerderheid af om dat meedenken te splitsen van het controleren. Een onderdeel van het probleem is dat de klanten van de accountants graag met dezelfde accountant blijven werken en, ook als daar verandering in komt, met hetzelfde accountantskantoor. Ook daar wil de Kamer een verandering zien: uiterlijk om de zes jaar moet van kantoor worden gewisseld. Of het veel uithaalt is de vraag (de concentratie in die wereld is zo groot dat het op een kartel begint te lijken waarvan het verschil in dienstverlening aardig lijkt op het verschil van lood en oud ijzer), maar de gedachte is goed. Net als banken voeren accountants een publieke taak uit. Hun diensten zijn fiduciar en behoren daarom onderworpen te zijn aan een stevig publiek toezicht. Daar is de laatste decennia veel in veranderd, onveranderlijk in de richting van minder toezicht en meer ruimte voor eigen, commerciële, overwegingen en belangen.

Onze minister en onze staatssecretaris staan niet voor zulk toezicht. Zij staan voor de commerciële belangen, van banken en van accountants. Zo anti-Europees is dat niet. De EU heeft er jaren hard aan gewerkt om precies dat speelveld te ontwerpen. Met een crisis als bijproduct. De EU schrikt er nu een beetje van terug. Nederland niet. De EU is er voor de bevordering van een vrij speelveld, niet voor de bevordering van de EU. Er is, voor staten als Nederland, geen enkele dwingende reden om van het ingeslagen pad af te wijken. Wij zijn ten minste recht in de leer en daar houden we van.

Wij staan voor een strenge controle op staten – zodat ook die leren de commerciële belangen te respecteren. Ons kabinet is een fraai voorbeeld van een ongeschokt vertrouwen in neoliberalisme en deregulering. Daar hangt een prijskaartje aan, dat dan weer wel. Het kost wat, maar daar heb je als staat dan weer je burgers voor, om de kosten te dragen. De onverantwoordelijkheden van de deregulering worden begeleid met de plicht van de burger vooral verantwoordelijk te zijn, vooral verantwoordelijkheid te ‘nemen’. De staat geeft, de burger neemt (een mooi voorbeeld van de omkering van talen en praktijken) en zo is alles zoals het hoort te zijn.

Dit kabinet is helemaal niet tegen. Het is hartstikke voor. Alleen durft het kabinet wel te zeggen waar het tegen is en maar niet waar het nou precies voor is.

30 september

=0=


Bescherming bevolking

Met de BB is het in ons land nooit wat geworden. Op de eerste maandag van de maand klonken jarenlang de sirenes en dat had iets met de BB te maken, net zoals de spaarzame mannen die je wel eens in een blauwig, militair ogend, uniform zag. Begin jaren vijftig waren het nog vooral vrijwilligers in uniform maar in de jaren zestig werd het anders. Buitengewoon dienstplichtigen werden het nieuwe kader. In 1986 verdween de BB. De sirenes hebben het langer volgehouden. Zouden we ongerust moeten zijn als ze het plotseling bij een controle niet meer zouden doen?
Tegenwoordig regelen we de bescherming bevolking anders. En op een andere plek. We gaan naar Libië om daar de bevolking te beschermen. Nu ja, een deel van de bevolking. Er zijn veel bommen voor nodig en (ook onbemande) vliegtuigen en helikopters, en schepen om wapenleveranties aan de ene partij te verhinderen terwijl je zelf de andere partij bewapent. En soldaten. Alles om de bevolking te beschermen.
Wij doen ook mee, daar in Libië. Hand- en spandiensten. Aan de bevolking? Nee, aan de kameraden van de NAVO. Het mandaat, om het Kadhaffi onmogelijk te maken de eigen bevolking aan te vallen, is tot het uiterste opgerekt en daarmee ook de betekenis van het beschermen van de bevolking. Opgerekt tot in het onherkenbare. Er werden, in de zijlijn, wel eens vragen over gesteld. Veel indruk maakte het niet.
Bij ons ging het destijds voornamelijk om civiele taken. Als het een beetje meezit komt het civiele perspectief in Libië snel naderbij. Daar heeft de NAVO, respectievelijk hebben de leden van de NAVO, geen grote reputatie in opgebouwd, in het civiele. Libië is een kans die reputatie te verbeteren en zoals het naar uitziet is de bescherming van de bevolking geen overbodige luxe, ook niet nu de rebellen de macht hebben overgenomen. Het zou wel eens heel dringend kunnen worden.
De vraag is of de NAVO er nog veel zin in zal hebben als de rebellen de zaak helemaal in handen hebben gekregen. Ik denk dat het gaat tegenvallen, die zin, en ik denk dat er nog heel wat te beschermen zal zijn. Sirte zal wel vallen, de laatste berichten wijzen erop, en dus gaat ook dit laatste bolwerk van de onttroonde dictator er aan. Intussen hopen zich de berichten over vervolgde burgers zich op.
De NAVO heeft de dictator er niet van kunnen weerhouden mensen te vermoorden. Het ging ook meer om het verwijderen van de dictator zelf. Steeds vaker begeleidden de NAVO-bombardementen de aanvallen van de rebellen. Nu de dictator verdreven is kan de NAVO proberen haar mandaat wat minder breed te nemen en tot de kern ervan – inderdaad, bescherming bevolking – terug te keren.
Ik denk dat daar weinig van terecht gaat komen.   

28 september

=0=

 

 

Kliekjes

Zouden jonge mensen nog weten wat kliekjes zijn? Ik vroeg het Elly. We twijfelden. Kliekjes, dat is oude economie en een nog oudere samenleving, toch? Maar let wel, het woord is misschien in onbruik, het gebruik van kliekjes geenszins. Neem het woord elite. Opgewarmde restjes van gisteren en eergisteren maar nog altijd populair bij rechts, van Noorse moordenaars die voor het gemak ‘gek’ worden genoemd, tot en met Wilders die als hij scheldt daar het recht aan ontleent omdat de elite het ook al deed.
Waar de elite niet voldoet, omdat je er zelf van wordt verdacht er lid van te zijn, zijn andere kliekjes voorradig. Wissel het elitekliekje in voor het babyboomerkliekje en je kunt vrijwel ongewijzigd de klachten herhalen. Je hoeft niet eens te weten wat een kliekje is – beter van niet, die kennis hoort vast bij de babyboomers.
Ik heb het over de Groene. Ik las een stuk van Rutger van der Hoeven, getiteld  Generatie Overbodig. Die generatie is niet overbodig, ze voelt zich overbodig en of het nu gaat om de landen van de Arabische lente (met een gigantische omvang van de jongeren in het geheel van de bevolking) of om hier (waar we niet alleen vergrijzen maar ook ontgroenen), de jongelui zijn boos. Ze hebben geen toekomst. En waarom hebben ze geen toekomst? Nu, daar valt veel over te zeggen maar één ding torent boven alle andere dingen uit: de babyboomers zijn in het voordeel en ze zijn vastbesloten niets van dat voordeel af te staan. De babyboomers zijn de elite en je mag ze best haten. Of mogen, je zou je moeten verbazen als je ze niet haatte. Tenzij je babyboomer bent maar dat bewijst de stelling.
Net als bij de klachten over de elite is ook Van der Hoeven er niet vies van om elk afgekloven beentje op te diepen en te verkopen alsof het nieuw is. De verdringingshypothese, de polarisatiehypothese, het kan niet op. Niet als hypothesen overigens, maar als zekerheden. De zekerheden van een geloof. Met nieuwe namen, want het zijn dan wel kliekjes maar we noemen het anders. Sociologen worden aangehaald, evenals een ‘jonge Duitse schrijver’. En hebben ze wat nieuws te melden? Nee, ze hebben niets nieuws te melden. Dat schiet op. En uiteraard gaat het helemaal niet over de jongelui van de Arabische lente want waar die ook last van hebben – niet van een numeriek overweldigend grote oude generatie. Niet dat het er iets toe doet, in de grote queeste naar rechtvaardigheid die niet verder gaat dan de solidariteit onder hen die altijd de wind mee hadden en nu even niet. Kliekjes opdienen – de zin hierboven  is er een voorbeeld van – is geen kunst aan. Een kind kan de was doen. In de internationale solidariteit van vandaag doen we dat trouwens liever niet meer zelf. Je moet een ander ook wat gunnen.
Ik begrijp dat de jongeren de crisis moeten betalen. Ik begrijp dat de jongeren geen geld hebben om wat dan ook te betalen en dat ze toch betalen. Ik begrijp dat de jongeren de ouderen moeten financieren hoewel ze niets kunnen financieren en het toch financieren. Ik begrijp dat jongeren tientallen jaren vooruit kunnen kijken en dat het somber is en somber blijft. De ouderen blokkeren elke blik op een betere toekomst. Het zijn de zekerheden van een geloof. Dat is in barre tijden een kostbaar bezit. Een gemankeerd geloof, dat wel, maar het bespaart elke serieuze gedachte en dat is ook wat waard.
Ik ben dol op kliekjes. Maar niet deze kliekjes van de Groene. Ik zag afgelopen zondagavond Paul Rosenmöller op de tv. Hij was in gesprek met een Amerikaans gezin, in Kansas. Man en vrouw vertelden dat hun wisselvallig boerenbestaan hun geloof in God had versterkt. Zeven droge jaren hadden ze overleefd, dank zij de voorzienigheid. Ze ontleenden er vertrouwen aan. En rust. Soms denk ik dat ik zo een bovenmenselijk geloof liever heb dan het geloof van Rutger van der Hoeven, de jonge woordvoerder van de jonge overbodige generatie. Je zou er in verwarring van raken. 
27 september


=0=

 


Onder de trein

Trouw verwijst me naar een artikel van een tweetal Amerikaanse psychologen die een artikel schreven over de treurige psychologische uitmonstering van mensen die het utilitaire gedachtegoed aanhangen. De stelling is niet dat utilitarisme en een asociale pathologie een twee-eenheid vormen, de stelling is dat als je treurig in elkaar steekt je eerder reageert als een utilitarist (de ondertitel van het artikel, ik vond het na enig zoeken op het internet, is: antisociale persoonlijkheidstrekken voorspellen utilitaire antwoorden op morele dilemma’s). De twee psychologen (Daniel Bartels en David Pizarro) wilden wel eens weten waarom bij een ernstig moreel dilemma een klein deel van de respondenten de utilitaire uitgang opzoekt. Dit is zo’n dilemma: je ziet een trein in volle vaart op een vijftal nietsvermoedende spoorwegwerkers afrazen. Zelf ben je te licht om de trein te stoppen als je ervoor zou springen maar de man naast je, een enorme dikzak, daar zou de trein niet overheen komen. Moet je de dikke voor de trein duwen of niet? Utilitair is, volgens de onderzoekers, de volgende redenering: vijf is meer dan één, dus offer die ene maar op. Het grotere nut wordt bereikt door een offerande her en der. En degenen die dat offer toelaatbaar achten, dat zijn de echte utilitaristen. Wat zijn dat dan voor mensen? Dat hebben ze aan de hand van liefst veertien morele dilemma’s (en een aantal in het onderzoek meegenomen persoonlijkheidsvragen) uitgezocht, onze psychologen en het valt niet mee, jongens en meisjes, want het zijn toch een beetje griezels, de mensen die een ander opofferen om wat meer anderen te redden. De lakmoesproef had natuurlijk moeten zijn of ze ook zichzelf zouden opofferen – maar die vraag is niet gesteld, ze komt in geen van de veertien dilemma’s voor. Het zijn altijd de anderen die mogen betalen.

Wat mensen doen in crisissituaties weten we pas als de situatie er is. Dat is een algemeen bezwaar tegen dit type onderzoek. De studenten werden uitgenodigd mee te denken en wat je dan meet is voornamelijk het voorstellingsvermogen van de respondent en de emoties die de voorstelling oproepen. En de bereidheid de zaak serieus te nemen natuurlijk. Ook niet onbelangrijk want als je zoals deze studenten 3$ voor je medewerking krijgt moeten we maar hopen dat hun interesse in het onderzoek de rest heeft gedaan. Dan nog. Een voorstelling is het echte werk niet. Dat sommigen zich verlustigen in een hypothetische situatie of er volmaakt onverschillig tegenover staan is iets heel anders dan zelf in de echte situatie terechtkomen, zeker als je de last van een oplossing in dat geval niet altijd op anderen kunt leggen en je misschien zelf de enig beschikbare oplossing bent. Maar goed, dat zijn nu eenmaal de beperkingen van een onderzoek. Waar een onderzoek zich echter niet in hoeft te beperken is in het goed omschrijven van de begrippen die je hanteert en in het daaropvolgende inkleden van de, in dit geval, morele dilemma’s waarmee je de respondenten confronteert. Wat zouden de uitkomsten zijn als de onderzoekers een iets gecompliceerder concept van utilitarisme hadden gehanteerd (bijvoorbeeld: als het een andere situatie geweest zou zijn ben ikzelf misschien de klos omdat elke situatie een precedent kan zijn voor een andere, volgende, situatie) en de dilemma’s anders hadden gepresenteerd (hebben anderen hetzelfde utilitaire recht als jij om mensen op te offeren, ook als dat inhoudt dat je zelf wordt opgeofferd)? Precedenten en het zelf als gevolg van je eigen utilitaire instelling schade lijden, zijn allerminst onverenigbaar met het utilitarisme. Er is meer dan handelingsutilitarisme, er is ook regelutilitarisme en, hou me ten goede, de moreel en ethisch interessantere variant is de regelvariant – die de onderzoekers hebben genegeerd. 

De onderzoekers hebben niet gemeten wat ze zeggen te hebben gemeten en het zou kranten sieren als ze ons niet alleen de verondersteld sappige resultaten van een onderzoekje zouden aanbieden maar ook zelf eens zouden nadenken. De pathologie van de eenkennige en niet erg snuggere utilitarist is één ding, de pathologie van de zucht naar het krijgen van aandacht een ander. Voor hetzelfde geld organiseer je een onderzoek onder carnivoren en vegetariërs om hun liefde voor de utilitaire ethiek na te gaan. Moet kunnen. Maar een onderzoek dat de respondenten serieus neemt en een krant die zijn lezers serieus neemt, dat moet ook kunnen. Gemiste kansen kun je zeggen. Geen reden om voor de trein te springen, wel reden om bij onderzoek niet onmiddellijk aan scoren te denken en bij de jacht op nieuws niet onmiddellijk aan jachtig.

26 september

=0=

 



Rampen


In NRC Handelsblad van gisteren tref ik een tweetal artikelen aan over de kans op ontmanteling van de eurozone, een Grieks faillissement, twijfels over Frankrijk enzovoorts. In beide artikelen wordt ook gewezen op de zwakke positie van de banken. Het ontbreekt hen aan buffers. Tegenwind door een faillissement, ze kunnen het niet hebben, en tegenwind door een uit elkaar vallen van de eurozone al helemaal niet. Niet alle banken op dezelfde manier, dat is ook weer waar, maar ook niet alleen een paar kleintjes waarvan we de eventuele deconfiture wel eventjes zullen wegmasseren. We hebben banken die te weinig eigen kapitaal hebben en we hebben banken die en te weinig eigen kapitaal hebben en dat weinige teveel hebben gestoken in griezelige staatsobligaties. Het eerste type banken hebben wij in ons land. Dat zijn de banken die nog bestaan doordat het publiek in die landen een torenhoge staatsschuld door de strot geduwd heeft gekregen. Het tweede type banken verschilt daar niet fundamenteel van, behalve dat ze nog een graadje wiebeliger zijn. Ewald Engelen schrijft: ‘De echte schande van de eurocrisis wordt niet gevormd door de hoogte van de Griekse staatsschuld, maar door de flinterdunne reserves van sommige Europese banken!´. Kortom, de troostende woorden dat we de Grieken zo graag willen behouden voor de euro hebben niets met de Grieken te maken en alles met de banken. Vraag ‘cui bono’ en het antwoord is niet zo moeilijk meer.
Het verontrustende is dat Duitse en Nederlandse politici er zo langzamerhand heel aardig in geslaagd zijn om een effectieve oplossing voor het ernstige gebrek aan coördinatie in de eurozone te blokkeren. Dat loopt door tot in de ECB. De ECB heeft zich eerst tamelijk  noodgedwongen en tegelijk aarzelend op het pad begeven dat eigenlijk door politici had moeten worden bewandeld. Het gevolg was dat de Duitsers reageerden en hun onvrede over de nieuwe koers lieten blijken. Dat zou je een versterking van de politieke blokkade kunnen noemen, dezelfde die ervoor zorgt dat een oplossing voor de eurocrisis noch in zicht is, noch komt. De euro wordt niet gepolitiseerd door een te veel aan politiek, de euro wordt gepolitiseerd door een politieke blokkade. En het zijn de centrale bankiers die de politici een handje helpen met die blokkade als het zo uitkomt, of als het hen te verstaan wordt gegeven.
In Duitsland, in Nederland. Vrijdag bediende onze nieuwe president van de DNB, Klaas Knot, het NRC Handelsblad, zaterdag was de eer aan het FD. Klaas komt, het begint er waarachtig op te lijken. Een groot interview, vergelijkbare vragen, vergelijkbare antwoorden. Ook kranten kunnen een voordeeltje halen uit coördinatie. Wie weet vloeit er een nuttige samenwerking uit voort. Zou de lezer ook nog wat aan hebben. Dat terzijde. Knot herhaalt zijn vertrouwen in de banken. Aan hen ligt het niet. Alom wordt getwijfeld aan de kracht van de banken maar bij ons niet. Die van ons zijn goed. Europa? Europa bestaat niet. De politici hebben het besloten, de centrale bankiers ondersteunen het en houden de ECB in het gareel.
De centrale bankiers zouden bovenop hun ondergekapitaliseerde banken moeten zitten. Dat doen ze niet, althans de onze doet het niet. De banken zijn goed, de overheden – die zijn het probleem. Centrale bankiers bewaken geen banken, ze bewaken overheden op verzoek van diezelfde overheden. Voor het eerste zijn ze aangesteld en ze doen het niet. Voor het tweede zijn ze niet aangesteld en ze doen het wel. Resultaat: de mantra dat zonder overheidsbezuinigingen we een volgende bankencrisis niet kunnen financieren. De overheidsfinanciën moeten op orde zijn om de bankfinanciën uit de wind te houden en waar nodig te redden.
Het echte rampscenario is het samenspel van de ministers van financiën van Duitsland en Nederland en hun centrale bankiers.   

25 september

=0=
 


Geloofwaardig

Volgens de nieuwe president van de DNB (geïnterviewd in NRC Handelsblad van gisteren) moeten we de overheidsfinanciën alleen in de context van geloofwaardigheid zien. En daarom is het bezuinigingspakket van dit kabinet ook zo goed. Dat het pakket geen bijdrage aan de groei is, ach wat zou het. Waar het om gaat is dat de banken de afgelopen jaren heel veel hebben gedaan en de overheden veel te weinig. We nemen maar aan dat onze nieuwe directeur meer van de banken weet dan wij. Het is een nieuw geluid. Een heel nieuw geluid zelfs. Het smoort alle andere geluiden, bijvoorbeeld de geluiden dat de banken er niet best voorstaan en de geluiden dat de banken hun leven danken aan de overheden en aan de ECB, met als gevolg dat bijvoorbeeld de ING slechte staatsobligaties heeft kunnen slijten en de financiële positie van de ECB wat minder vrolijk is. Als gevolg daarvan, bijvoorbeeld. Dan heeft, als ik onze nieuwe president goed begrijp, de ING het goed gedaan en de ECB slecht. Dat belooft nog wat.

In internationale financiële kringen kan het niet anders dan dat de Japanse overheidsfinanciën bijzonder geloofwaardig zijn. De hoogste rating, lage rente op staatsobligaties die grif worden afgenomen, geen centje pijn. Maar hoe zit het met de ‘kritische’ grens van 90% staatsschuld, die, zoals de president vermeldt, als je daarboven uit dreigt te komen ‘gezien wordt als gevaarlijk voor de houdbaarheid van de schuld’? Nu, daar zijn de Japanners sinds jaar en dag ver bovenuit gekomen en hun begrotingstekort zit de twee voorgaande jaren zo rond de 10%. Dat zal er dit jaar niet beter op worden. En toch heel geloofwaardig. Volgens onze president kan dat niet, en toch kan het. Misschien is geloofwaardigheid in het land der financiën net wat meer dan onze nieuwe president ervan wil maken. Dan is het jammer dat uitgerekend wij een president krijgen die niet verder wil kijken dan wat enkele oudbakken regels over staatsschuld en begrotingstekorten hem toestaan te zien. Onomstreden regels zijn het niet en eigenlijk zijn het ook helemaal geen regels. Twee beslissingen in één keer: regels vermoeden waar geen regels zijn en alle afwijkende observaties gewoon negeren. Daar wordt een mens niet vrolijk van maar misschien was het een aanstellingseis van De Jager.

Ik vermoed dat onze president het met zijn uitspraken over de geloofwaardigheid van de overheidsfinanciën helemaal niet had over de overheidsfinanciën. Hij had het over de EU en in het bijzonder over de hoge toon die wij graag aanslaan in EU verband. En dat die toon alleen zo hoog kan blijven als wij qua staatsschuld en begrotingstekort bij de besten van de klas blijven horen. Hij vindt dat de ECB te veel is gepolitiseerd de laatste tijd. Ik vind dat onze nieuwe president zijn ambt nu al helemaal in dienst van een benauwde kabinetspolitiek plaatst.

Hij is nog maar net begonnen en heeft zijn geloofwaardigheid in de etalage gezet. Wie biedt?

24 september

=0=

 



Terugwerking

De Raad van State bepaalt dat er geen juridische grondslag is om mensen te laten betalen voor een identiteitskaart. De overheid heeft zelf bepaald dat iemand zich moet kunnen identificeren en dan is het niet goed daar een eigen inkomstenbron aan te ontlenen. Daar kan een mens in komen. Het klinkt heel redelijk en dus zou je denken dat het kabinet z’n verlies zou nemen. In naam van het recht een slechte wet afschaffen, zo slecht is dat niet. Behalve voor onze minister Donner. Die weet dat als hij opnieuw laat betalen op basis van een nieuwe regel het jaren duurt voordat ook die regel weer is afgeschoten. In de tussentijd heeft de minister wat hij wil. Geen fairness, wel een paar dubbeltjes. We moeten immers bezuinigen. Ooit was Donner jurist. Sinds jaren is hij politicus en wel van het moderne stempel. Bevalt de wet niet? Maken we een nieuwe. Politiek is net economie: tijdwinst, steeds nieuwe tijdwinst. Voorheen stelde de wet kaders aan wat geoorloofde tijdwinst was, maar dat is afgelopen. Al is de waarheid nog zo snel, mijn wet achterhaalt haar wel.

Het bijzondere van het nieuwe wetsvoorstel van Donner is niet alleen dat het met de wet het recht monddood maakt. Dat kennen we inmiddels, dus daar kijken we nog amper van op. Het bijzondere is dat het nu al voldoende is dat de minister een wetsvoorstel indient dat al is aangenomen voordat het is aangenomen. De aankondiging alleen volstaat al. Dat is nog eens snelheid. Er is geen parlementaire behandeling nodig, geen handtekening, geen staatsblad. De minister spreekt en ziet: het land gehoorzaamt. Toekomstbestendige terugwerkende kracht, zo zou je het nieuwe wetsidee van de minister kunnen noemen. Er mag iets niet? Het mag wel degelijk maar alleen als ik het zeg en dan heeft het verbod geen betekenis meer en aan de nieuwe regel wordt onmiddellijk een opschortende werking toegekend. De Raad van State kan zeggen wat het wil, de minister schort de effecten van het besluit van de Raad op en herstelt de oude toestand met een nieuwe wet die er nog moet komen.

De minister is een gelovig man. Daarom, het recht is best een mis waard. Vergeet echter niet dat tijdens de mis de verbouwing van de wetten gewoon doorgaat.

22 september

=0=

 


Koppeling

Nog maar een paar jaar geleden ging de discussie over de AOW leeftijd. Daarna kwam het aanvullende pensioen in zicht. Die twee dingen waren in ons land altijd gescheiden, zowel qua financiering als qua besturing. Omslag en kapitaaldekking, overheid en werkgevers en werknemers, begrotingstekorten en rendementen. Op een onzalig moment zijn de afspraken over de AOW en die over het aanvullend pensioen aan elkaar gekoppeld. Dat is niet gebeurd door een hervorming van het aanvullend pensioen (bijvoorbeeld: elke werknemer bouwt een aanvullend pensioen op en elke zzp-er ook, de pensioenfondsen worden losgemaakt van bedrijven en bedrijfstakken en samengepakt in een nationaal pensioenfonds, het beleggingsbeleid van een pensioenfonds wordt aan inflatiebestendige staatsobligaties gebonden – die we in ons land dan wel moeten hebben, net als in tal van andere landen –, de wereld van de beleggingsadviseurs wordt aan regels onderworpen, de besturen van de fondsen worden geprofessionaliseerd en er zal nog wel meer zijn). Het is gebeurd door politieke afspraken te maken over de AOW en de pensioenfondsen de pensioenfondsen te laten.

Zo ik Jongerius wat aanreken, dan dit. FNV en VNO-NCW hebben deze constructie bedacht en hebben daarmee niet alleen de AOW in de politiek gebracht – daar hoort die ook hoewel het slecht is gedaan omdat de financiering van arm door rijk in de AOW onverdroten voortgaat, want rijk leeft en profiteert langer en rijk betaalt maar zuinigjes mee – maar ook de bestendiging van de bestaande constructie van het aanvullende pensioen. Daar lopen de jongeren tegen te hoop, jongeren die net als Sweder van Wijnbergen precies weten hoe de wereld er over enige tientallen jaren uitziet. Dat zijn niet alle jongeren, maar jongeren zoals gepersonifieerd in de oudere jongeren van het AVV, de jongeren die tot dusver de hele wereld op een presenteerblaadje kregen aangereikt en nu merken dat er ook andere claims zijn. Het zijn de jongeren om wier gunsten D66 en GL bedelen. Die hebben het over de resultaten van beleggingen en de waarderingsgrondslag daarvan. Terechte zorgen overigens, begeleid door onterechte dwaze voorspellingen. Ze rekenen zich arm en ze rekenen de ouderen rijk. Ook dat wordt ze op een presenteerblaadje aangereikt.

Ik vind dat Jongerius moet vertrekken. Een voorzitter die zo veel verdeeldheid onder de aangesloten bonden weet te genereren, die de numerieke meerderheidsbonden van zich heeft vervreemd en wint op basis van een stemprocedure waarin niet aantallen leden maar aantallen bonden de doorslag geven, zo een voorzitter moet zich maar eens op het hoofd krabben. Niet vanwege de jeuk maar vanwege het gebaar. Alsof je ook daarover, over je beslissing op te stappen, hebt nagedacht. Overbodig, maar de schijn wil ook wat. Dat nadenken had eerder moeten gebeuren – bij het plannetje om de bittere pil van de nederlaag van Jongerius bij de AOW-leeftijd op smaak te brengen door de AOW onderdeel te maken van een ‘totaalpakket’ waarop minister Kamp een goedkeurend stempel mocht zetten. Het is een aanfluiting en het zou aanleiding moeten zijn binnen het FNV de blik eens wat minder richting Den Haag te laten gaan en wat meer richting bonden en leden. Of nog aardiger, wat minder naar boven en wat meer naar buiten.

21 september

=0=

 


Teloor

Duidelijk is, aldus Hirsch Ballin in zijn oratie (Burgerrechten) van 9 september aan de UvA, dat de rechtsorde niet berust op een ‘overzichtelijke congruentie van staat en staatsburgerschap’. Hij vraagt zich of dat ooit wel kon maar tegenwoordig kan het ongetwijfeld niet. Ruim één miljoen Nederlanders in het buitenland – ik bedoel maar. Hij noemt ook dit voorbeeld, in een reeks voorbeelden. Het leidt tot de aangehaalde, forse,  uitspraak – in een oratie vol met forse uitspraken. Een mooie oratie – ik heb hem van het net opgevist, ik vind het jammer de bijeenkomst zelf gemist te hebben. Ik had het betoog graag horen uitspreken. De vergelijking tussen de titel van de oratie en de leeropdracht (rechten van de mens) geeft de spanning al uitstekend weer.

Hirsch Ballin steekt een pleidooi af voor een derde grond voor de verwerving van staatsburgerschap, naast bloed (ius sanguinis) en bodem (ius soli). Die derde grond is het ius nexus, de verbondenheid met een staat, geheel in de geest van een uitspraak van het Inter-Amerikaanse Hof voor de rechten van de mens, dat staatsburgerschap omschreef als “a juridical expression of a social fact that connects an individual to a State.” Afstamming en grond zijn toevalstreffers, verbondenheid is ook een keuze. Een keuze voor een staat en een samenleving, niet tegen een andere, eerdere, staat en samenleving.

Zijn betoog staat dwars op alles wat er de laatste jaren aan overheidsbeleid is ontwikkeld. Het staat dwars op wat er decennialang is verzwegen over de realiteiten van migratie. Het staat dwars op het beleid van de regeringen waar Hirsch Ballin zelf lid van is geweest. Daarom, deze oratie is niet alleen een begin van een onderzoeksprogramma, het is ook een afscheid van een politiek bestaan dat mede heeft bijgedragen aan een verzwakking van het democratisch gehalte van de Nederlandse staat. Nee, ik verzin het niet. Ook hier kan ik Hirsch Ballin zelf citeren, zij het dat ik me een cursivering heb gepermitteerd: ‘Het directe gevolg van beperking van het staatsburgerschap als instrument om immigratie tegen te gaan is dat de band met het functioneren van een democratische samenleving teloorgaat.’

Een gedenkwaardige uitspraak.

20 september

=0=

 


Schreeuwlelijk

Volgende week belegt Schreeuw om Leven een bijeenkomst in Auschwitz. Nog net niet in het voormalige concentratiekamp zelf, in een nabijgelegen kerk. Dat begrijp ik uit het Reformatorisch Dagblad van vandaag. Op de site van Schreeuw om Leven zie ik dat het niet de eerste keer is, zo ’n bijeenkomst over ‘Auschwitz en abortus’. Ons wordt een ‘levensveranderende ervaring’ aangeboden omdat ‘je ontdekt dat het uitroeien van demente oude Duitsers, priesters uit Polen, Joden, zigeuners, homoseksuelen en tegenstanders gebeurd is vanuit hetzelfde denken waardoor nu ongeboren kinderen en oudere mensen door abortus en euthanasie om het leven worden gebracht. We hebben nu te maken met een abortusholocaust.’

De huidige abortuswet bestaat 30 jaar. Daarom, zo concludeert opperhoofd Dorenbos, zijn alle kinderen, geboren na het aanvaarden van die wet, abortusoverlevenden. Je leeft omdat je niet ben geaborteerd. Als dat zo is dan zijn alle baby’s het product van ‘hetzelfde denken’, het denken dat de concentratiekampen en de gaskamers exploiteerde. Hun ouders zijn er niet in mee gegaan, dat is nog een voordeel, maar ze hebben het overwogen. Waarom? Omdat ze niet tot abortus zijn overgegaan. Er zijn vormen van geloof die niet alleen beginnen en eindigen met het opgeven van het verstand. Dat zijn de vormen die tussen begin en eind helemaal niets hebben.

Hoe smakeloos kun je zijn? Wat moet Dorenbos doen om niet alleen gratis reclame te krijgen via het RD maar ook eens een kritisch en afkeurend commentaar? Je zou denken dat de man alle grenzen al heeft overschreden, maar nee, we zijn nog lang niet uitgeschreeuwd. 

De bijeenkomst is een ontdekkingstocht. Je ontdekt hetzelfde denken dat enz. Datzelfde denken waar Dorenbos het over denken dat was denken in een hiërarchie van rassen waarvan alle lagere soorten moesten worden uitgemoord om de besmetting van het hoogste ras te voorkomen. Het was antisemitisch denken omdat de joden de eer hadden de voornaamste bron van alle kwaad te zijn. Abortus en euthanasie zijn racistisch en antisemitisch. Dat zullen de mensen die met Dorenbos meegaan ‘ontdekken’.

De mensen die met Dorenbos meegaan hebben nog nooit wat ontdekt omdat ze daar niet toe in staat zijn. Hen is het twijfelloze leven in de schoot gevallen en zij gaan mee om daarin bevestigd te worden. De ontdekking van Dorenbos is zelfbevestiging. Zijn aanhangers mogen huiveren en zichzelf feliciteren. Zij niet! Het is niets meer of minder dan spirituele zelfbevlekking, die ontdekking van Dorenbos. Zijn aanhangers komen met hem klaar op de herinnering van de grootste misdaad van de 20ste eeuw.

Dorenbos is niet meer dan een schreeuwlelijk en het is beschamend dat het RD hem een forum biedt.

17 september

=0=

 


Uitsmijter

Een begrotingswaakhond in de EU is helemaal niet nodig. Zegt Frank den Butter, econoom aan de VU. Europa hoeft niet federaler te worden, Europa heeft niet meer dan een sanctie nodig om landen te verwijderen die zich niet aan de begrotingsregels houden. Den Butter vindt juist de huidige mix van federale en autonome besluiten zo aardig, zo echt Europees. Dat die leuke mix nu ook al heeft geleid  tot de politisering van de ECB (steeds meer ‘economen’ menen dat de ECB de onafhankelijkheid voorbij is en meten de competentie van dat instituut af aan de nationale herkomst van de bestuurders van die bank) zal Den Butter ontgaan zijn – hij heeft het er niet eens over.

Gedwongen uittreding, dat hebben we nodig. In Trouw wordt deze opvatting als een nieuw ‘systeem’ voorgesteld. Dat woord was altijd al aan enige inflatie onderhevig. Je zou verwachten dat een econoom dat toch zou, laat ik het zo zeggen, verdisconteren. Maar Den Butter heeft liever een waardeloos woord dan een waakhond. Wat trouwens ook een waardeloos woord is want een waakhond bewaakt de toegang en met die toegang zitten we niet, we zitten met de zittende clubleden, niet met nieuwe leden voor de euroclub. De spraakverwarring is niet toevallig. Alleen al daardoor wordt een oplossing geblokkeerd.

Den Butter wil geen waakhond, hij wil een uitsmijter die lastige leden verwijdert. Stel een uitsmijter aan en alleen al het feit dat je die hebt zal de leden ertoe aanzetten zich binnen netjes te gedragen. Stel je de schande eens voor als je eruit wordt gezet! De hoogleraar verwijst ons in dit verband naar de ‘speltheorie’. Ja, hier is over nagedacht. Systeem, speltheorie en ook nog ‘blauwe’ (Europese en alleen als je staatsschuld niet hoger is dan 60% van het BNP) en ‘rode’ (zoek het dan ook zelf maar uit) obligaties, het kan niet op. En als dat nog niet genoeg is: dan komt de uitsmijter.

We moeten natuurlijk wel het Europese beslissingsspel aanpassen. Iemand moet de bevoegdheid hebben de uitsmijter aan te stellen en bevelen te geven. Dat zal, ik neem het maar aan, de Europese Commissie moeten zijn (Den Butter houdt zich uiteraard niet bezig met dergelijke pietluttigheden). Die moet dan meer bevoegdheden krijgen en om die uit het vuur te slepen zal voortaan per meerderheid moeten kunnen worden besloten, in plaats van per veto zoals nu. Is daar kans op of zal het sneuvelen in de aardige mix van de huidige Europese besluitvormingsprocedures?

Zo ver is het dus al gekomen. Zelfs een prullerig voorstel zoals dat van Den Butter, een voorstel dat de mix wil behouden omdat die zo helemaal past bij de EU, zal om de mix te redden eerst de mix moeten veranderen.

Onze lieve heer houdt er vreemde systemen op na. Ik denk ook dat alleen onze lieve heer in aanmerking komt voor de positie van uitsmijter. Riep Angela Merkel ons al niet op tot het gebed? Nou dan.

16 september

=0=

 

 

Pleidooi

De artsenorganisatie KNMG pleit voor het afschaffen van jongensbesnijdenis. Een wet die het verbiedt willen ze niet, ze hopen op een ‘mentaliteitsverandering’. De organisatie verzet zich tegen de ingreep op ‘wilsonbekwame’ kinderen. Het komt naar schatting tien- tot vijftienduizend keer voor per jaar, ‘regelmatig zonder verdoving’. In Zweden, zo lees ik, is er al een verbod op onverdoofd besnijden.

Ritueel slachten en ritueel besnijden, de invloed van rituelen is groot. Dat kan ook niet anders, alles wat moet beklijven kan niet zonder rituelen, zonder steeds herhaalde praktijken en handelingen. Daar zit natuurlijk ook de angst van joden en mohammedanen. De rituelen behoren bij de praktijk van een religie en de vrees is dat je de religie aantast als je de rituelen aantast. Dat is niet alleen een religieuze kwestie, het is ook een empirische kwestie. Rituelen zijn niet statisch en dus is de vraag niet of ze kunnen veranderen en zelfs fundamenteel kunnen veranderen, de vraag is wie daarbij het voorrecht van het initiatief heeft en wanneer anderen hun ongeduld niet langer hoeven in te slikken. Ook dat is geen religieuze vraag. Het is een politieke vraag.

Gisteravond woonde ik in het Paard van Troje in Den Haag een bijeenkomst bij van de Wiardi Beckman Stichting. Een en ander in het kader van het project ‘Van waarde’. Gisteren ging het over ‘verheffing’, naar aanleiding van een dubbelnummer van S&D over dat thema. Leerzaam nummer, minder leerzame bijeenkomst (althans tot aan de pauze, de rest heb ik niet meer meegemaakt). Er waren voor de pauze drie inleidingen, van Ewald Engelen, Evelien Tonkens, en Jeroen Dijsselbloem. Ik was er niet kapot van. Dijsselbloem was op het laatste moment gevraagd (Lilianne Ploumen was ziek). Evelien Tonkens presenteerde een karikatuur van de meritocratie en meende die te mogen verwisselen met het verhaal over gelijke kansen in de sociaaldemocratie en Ewald Engelen hield een verhaal over het nut van staatsscholen en het schrappen van artikel 23. Benieuwd welke staat dat moet doen, maar die staat zal in elk geval een eind weg van de mensen moeten zijn, anders lukt het nooit in dit land. Staatsscholen werken niet altijd goed. Frankrijk neemt een droeve plaats in op de Pisa lijsten, veel lager dan wij maar dat moet dan wel aan iets anders dan de staat liggen. Het zullen die mediterrane Fransen zelf zijn, met hun lang uitgesponnen middagpauzes. Of zoiets. Wil het beter werken dan zullen de staatsscholen uitgebreid moeten worden met staatsopvoeding. Tot achter de voordeur, is dat niet een aardige slogan?

Elke staat krijgt de bevolking die het verdient. Verheffen is mooi, maar laat het geen staatsproject zijn. Wel een politiek project natuurlijk, maar geen staatsproject. Oproepen tot het laatste is identiek aan het afschaffen van de politiek.

Jongensbesnijdenis en verheffing, ze hebben van alles met elkaar te maken en de verbindende term is politiek. Nu de politici nog. Ook een pleidooi.

14 september

=0=

 


Rubik in Bermuda

Er moet een tijd geweest zijn dat de eerste associatie met het woord ‘uitkering’ gezocht werd in de buurt van nood en behoefte. In die dagen gingen we er kennelijk van uit dat een uitkering niet gevraagd werd omwille van zichzelf en dat de uitkeringsvrager het ook liever anders had gezien. Er werd wel eens de hand mee gelicht. Iedereen kende wel iemand bij wie je twijfels kon hebben, net zoals je anderen kende waarvan je vond dat die er wel erg bekaaid van af waren gekomen. Je hoopte zelf niet te hoeven aankloppen en je betaalde je belasting voor die voorzieningen net zoals je premies afdroeg voor verzekeringen waarvan je hoopte dat de uitkeringsvoorwaarden in jouw geval nooit actueel zouden worden. Voor de verzekeraars was het allemaal een kwestie van statistiek en risicoberekening, voor jou een kwestie van onvoorspelbaar gevaar.

Lang geleden allemaal. Wie vandaag naar de eerste associatie met het uitkeringenwoord informeert zal, vermoed ik, zelden nood als antwoord krijgen en heel vaak ‘fraude’ en op z’n minst ‘gebrek aan verantwoordelijkheidszin’. Je bent er door eigen schuld in terecht gekomen en je slaat daar een slaatje uit. Daar komt het op neer. De uitzondering is de regel geworden en de nieuwe uitzondering is ‘volledig en duurzaam’ tot niets in staat zijn. De regel is dat we je in de gaten hebben en je zo snel mogelijk aan het werk zullen zetten om in zweet te betalen wat je in geld van ons vraagt. Zijn er geen banen? Niet getreurd, daar gaan we niet op wachten. Als er geen banen zijn, werk is er altijd, er is zelfs steeds meer werk. Je hebt het er zelf naar gemaakt. Je hebt door je eigen gedrag de arbeidsmoraal aangetast en nu krijg je een koekje van eigen deeg. Je hebt, overigens, ook de belastingmoraal aangetast. De Hardwerkende Nederlander moet het allemaal maar ophoesten en denken jullie nu echt dat wij daartoe bereid zijn als jullie er met de pet naar gooien?  

De moralisering van de uitkeringstrekker is een succesverhaal, misschien wel het succesverhaal, van de afgelopen decennia. De moralisering is er in geslaagd de oorzaken van de uitkering oninteressant te maken. De oorzaak van de uitkering is de uitkering, de veroorzaker van de uitkering is de uitkeringstrekker, het verblijf in de uitkering komt door de generositeit van de uitkering, de armoedeval, zo’n woord dat niets zegt behalve dat onze uitkeringstrekkers ware rekenmeesters zijn. En hun kinderen in dezelfde nefaste geest opvoeden natuurlijk. Hele culturen vormen ze, van generatie op generatie, van vader op zoon, moeder op dochter en de broers, zussen en grootouders doen ook mee. Het voorland heet Wallonië en is vlakbij. 

De moralisering is er ook in geslaagd om de effecten van de uitkering in het brandpunt van onze verontruste aandacht te plaatsen. Uitkeringen verpesten de moraal van de ontvanger en ze verpesten de arbeidsmarkt,  de verzorgingsstaat, en de belastingmoraal. Waarom werken als je het ook zo kunt krijgen? Waarom bijdragen aan de verzorgingsstaat als je ook zonder bijdragen kunt profiteren? Waarom belasting betalen als je ziet dat je belastinggeld wordt verkwist? Ja, met dit laatste zijn we weer bij de Hardwerkende Nederlander. Waarom belasting betalen? Belasting is voor de dommen. Belasting is voor de slome, de trage, de minder beweeglijke, de traceerbare, de vindbare landgenoot. En dan ook nog een hele club die wel incasseert en niet bijdraagt?

Nuttig, die moralisering van de uitkeringstrekker. Altijd beschikbaar, altijd voorradig. Snel zijn ze ook lang niet altijd, meestal niet zelfs, dus dat ze geen belasting betalen zien we heus wel. We weten ze te vinden en zolang we ons met dat gezelschapsspel onledig houden kunnen we de ogen sluiten voor de echt snellen onder ons want die gaan zo snel dat we ze toch niet zien en zelfs al zouden we een keer een glimp van ze opvangen dan zijn ze weg voordat wij onze ogen hebben uitgewreven. Het is zoals het is. Over de morele kanten ervan kun je mooie bomen opzetten maar dat zet geen zoden aan de dijk. Feiten zijn feiten en een feit is dat sommigen zo snel gaan dat zelfs de waarheid hen niet achterhaalt.

Rubik, zo heet de nieuwste illustratie van deze natuurwet. Zwitsers fabricaat dit keer. Dan zal het wel goed zijn. Degelijk. Duurzaam. Milieuvriendelijk, zij het beperkt tot bepaalde milieus. Het bankgeheim. Het met foto en film, naam en toenaam aan de schandpaal nagelen moet wel beperkt blijven tot het milieu van de kleine scharrelaar. De grote oplichter, het mag geen naam hebben, zeg nou zelf en daarom heet het ook bankgeheim. Mooi woord. Niet de oplichter houdt het geheim, de bank doet dat, voor hem. Arbeidsdeling moet er zijn en dus is er arbeidsdeling. De banken houden hun klanten in het duister en uit het licht, de klanten laten het geld bij de banken die daar maar wat blij mee zijn. Zwitserse banken, hoewel niet alleen die, maar toch vooral die. Geld waarover je nooit belasting betaalde want volgens jou was het er niet en volgens de bank was het er wel maar niet van jou. Van niemand eigenlijk, althans niet van iemand met een naam. Belastingen gaan op naam. Het is je wat en het sluit als een bus. Het gaat ook niet om klein bier. Volgens een schatting in Le Monde van 19 augustus hebben de Zwitserse banken meer dan 700 miljard euro’s van Europese klanten in beheer, waarvan nog geen 100 miljard bij de belastingautoriteiten is aangegeven. Europese staten lopen elk jaar opnieuw miljarden belastingopbrengsten mis. Een schandaal? We hebben wel wat beters om onze moraal aan te scherpen.

Toch, helemaal lekker zit het niet. Dat bleek al tijdens het befaamde Londen-overleg (2009 als ik het juist heb). Ferme woorden werden gesproken. Belastingparadijzen, ontduikingstrucs, fraudeurs, de boosheid was alom en er zou wat aan gebeuren. Fraudeurs aller landen, huiver! We zullen je uitroken, in de kraag vatten, straffen.
Daarna werd het snel stiller, maar een beetje geschrokken waren de Zwitserse banken toch wel. Die oplichters zou ze koud laten maar het was wel hun handel die bedreigd werd. Hoe de schurken te sparen, de boosheid te sussen en toch in zaken blijven, bijna zoals het altijd al ging en zo goed was gegaan? Met het ongetwijfeld het Zwitserse bankwezen kenmerkende gevoel voor humor doopten de banken de oplossing voor het raadseltje de Rubik. Of de Hongaarse uitvinder van dat aardige spel (voor mensen met een goed gevoel voor ruimte, kleuren en logica) er blij mee is, we vragen het ons af maar de goede man is, dacht ik ooit ergens gelezen te hebben, overleden en van de doden geen reactie.

Hoe kom je eruit? Heel  simpel. Je maakt afspraken met de staten die belastinginkomsten mislopen, belooft hen de belasting over te maken, houdt de namen nog altijd geheim, zorgt er daarom voor dat het verleden niet serieus kan worden opgerakeld en de schavuiten blijven van jouw diensten gebruik maken. Wat wil je nog meer? Het is de perfecte misdaad want je wordt er nooit voor gestraft en behalve de belofte dat je het niet meer zult doen op voorwaarde dat niemand vervelend doet over dat verleden van je waar jouw naam dus ook nooit aan geplakt mag worden. Ja, de mensen die gewoon belasting betalen, die worden uiteraard in het pak genaaid maar daar zijn ze voor. Laten we wel wezen, we hadden – ook al lang geleden – ooit economen die volledig integer beweerden dat de economie een moraalwetenschap was. Tegenwoordige economen weten beter: de moraal is een economische wetenschap en zo komt alles toch nog op z’n pootjes terecht.

Duitsland is al in zee gegaan met de Zwitsers, de Engelsen hebben zich ook al vrijwel ingescheept en de Fransen doen nog niet mee. Nog niet, ze zeggen het zelf. Nederland komt in dit verhaal (ik vond het de reeds vermelde Le Monde) niet voor. Maar daarom niet getreurd, Nederland komt des te prominenter tot z’n recht in een ander verhaal, in het verhaal over belastingparadijzen, nepondernemingen en schijnbv’s, en schaduwbankieren. Het staat, net als het verhaal over Rubik, niet in van Duijn’s lezenswaardige De Schuldenberg. Het staat in de laatste Groene, onder de titel ‘Bermuda aan de Noordzee’. Bermuda, dat zijn wij. Ons Bermuda lijkt een beetje op Schiphol: meer transitpassagiers dan reizigers die hier wat te zoeken hebben. Meer geld dat de douane nooit te zien krijgt dan geld dat netjes geregistreerd wordt. De autoriteiten staan erbij, zien niets en zien dat daarom dat het goed is. Het gaat overigens om bedragen die het reguliere bancaire bedrijf in omvang overtreffen, die garanderen dat belasting betalen voor de dommen is en blijft en die een grotere bedreiging voor de stabiliteit van het financiële stelsel zijn dan de hele Griekse schuldencrisis bij elkaar. Sinds wanneer? Altijd al, maar met de liberalisering en deregulering is het in een enorme stroomversnelling gekomen. Hebben we van harte aan meegewerkt. In Europa zijn we, met Luxemburg, de absolute top. We waren van plan er iets aan te doen maar nu even niet.
Godzijdank hebben we de uitkeringstrekkers nog. En de Grieken.

12 september

 

=0=

    
  

Aardige jongens

‘Jongens waren we – maar aardige jongens’. Het is de beroemde openingszin van de Titaantjes van Nescio. Jongens die waren en geen jongens meer zijn. Ze begonnen aan de lange mars door de instituties en de instituties wonnen. Het was de bedoeling niet maar het werd wel de uitkomst. Dan kun je zeggen dat de oude sok zal opmerken dat het leven hem veel heeft geleerd en je kunt zeggen, met Nescio, dat het leven hem godzijdank niets heeft geleerd (de parafrase is op een passage uit het verhaal Mene Tekel). We zijn geteld en gewogen en wie weet ook gebroken.

Ik moest er aan denken toen ik gisteravond in De Groene een artikel las over de aardige jongens die aan de wieg stonden van wat uiteindelijk het internet zou worden. Het begon met hippies en nerds, eerst meer hippies dan nerds en uiteindelijk kwamen de nerds de commercie tegen en toen was het afgelopen. Ze droomden van vrije informatie en het werd Facebook en het gezeur van de verfoeilijke amateur die de echte professional niet alleen stoort maar ook nog in z’n bestaan bedreigt. Ze droomden van een nieuwe en voor iedereen toegankelijke publieke ruimte en het werd een commerciële ruimte waarin het publiek toch weer klant werd – achterna gezeten door zoekmachines à la Google die van iedere persoon afzonderlijk een op patroonherkenning gebaseerd profiel aanmaken met als gevolg dat jouw Google niet mijn Google is (de titel van het artikel in De Groene is: Jouw Google is niet mijn Google). Of neem Bill Gates, voor wie het nieuwe werken ook weinig anders is dan een steeds slimmere patroonherkenning, en wel zo dat zijn software erin gaat slagen je, afhankelijk van je positie en je taken in een bedrijf, te vrijwaren van alle trivia die je storen in het benutten van je kostbare tijd. Steven Jobs riep al decennia geleden dat de computer ‘persoonlijk’ zou worden. Dat is ’m gelukt, maar de persoon is geen schim meer van de publieke persoon waar ooit die aardige jongens van droomden.

Het schijnt aan de informatie te liggen want, zo lees ik, ‘informatie wordt steeds minder neutraal’ en dat is het exact tegenovergestelde van het ideaal, het ideaal verwoord in de slogan ‘information wants to be free’. Tja, denk ik dan, dat betekent niets meer of minder dat de jongelui erachter zijn gekomen dat informatie en kennis niet hetzelfde zijn en dat wie van de boom der kennis heeft gegeten z’n onschuld heeft verloren en, inderdaad, verloren onschuld is geen neutrale onschuld. Maar dat komt omdat informatie natuurlijk nooit ‘neutraal’ was, evenmin als de droom van een herrezen publiek neutraal is. Informatie is een bewerking en bewerkingen zijn veranderingen en veranderingen zijn niet neutraal. Zolang het veranderen door personen gebeurt althans, en omdat het publieke al lang is ingewisseld voor het persoonlijke wordt het allemaal niks. Maar daar kan de informatie niets aan doen.

En die commercie, die vermaledijde commercie? Daar zijn ze toch maar mooi voor gevallen, die aardige jongens. Niet iedereen, maar wel velen. Het leven heeft hen de schellen van de ogen doen vallen en sommigen zijn teleurgesteld. Dat is hun goede recht en het overkomt ook jongens die aardige jongens waren. Maar waarom de Groene zich eerder aansluit bij de oude sok (het leven heeft ons veel geleerd) dan bij de onbevangen schrijver (het leven heeft me godzijdank niets geleerd), dat is – en nog los van de eenzijdigheid van het artikel waarin de open source beweging, gesymboliseerd in bijvoorbeeld Linux, en passant wordt verwaarloosd – de echte teleurstelling.

10 september 

=0=

 


Forum Levenslang

Ooit hadden we een praktijk van tolereren zonder de mooie idealen die we meestal met tolerant zijn, met tolerantie dus, verbinden. Dat was hoopvol want zonder tolereren is tolerantie kansloos. Vandaag de dag hebben we de zaak radicaal omgedraaid: we zijn tolerant en tolereren steeds minder. Zero tolerance is de vaak verwoorde nieuwe norm. Daarom zijn we ook niet tolerant. We waren er nog niet aan toe gekomen en zetten gedurig stapjes terug, steeds verder weg van de tolerantie. Soms enorme stappen, getuige de antisemitische gruwelen van de Europese twintigste eeuw, soms onrustbarende stappen zoals de laatste tien jaar met een heroplevend nationalisme, dat aan een ware zegetocht bezig is en inmiddels aan de islam niet genoeg meer heeft en is gaan knabbelen aan de EU. Nederland is weer gidsland aan het worden – de andere kant op dit keer.
 
Dat geldt niet voor iedereen. Woensdag publiceerde Trouw een groot interview met de weduwe van Gerrit Jan Heijn. Zij maakt deel uit van Forum Levenslang, een initiatief dat vindt dat een levenslange opsluiting strijdig is met een humaan strafrecht en behalve de gevangenen ook ons op achterstand zet. Mevrouw Heijn is een mooi voorbeeld van iemand die het verdomt de schaar te hanteren om de band tussen tolereren en tolerantie op te knippen. Geen schaar en dus geen permanente uitsluiting. Het Forum heeft een praktisch voorstel (bekijk de zaak van de gestrafte nog eens na 20 jaar gevangenisstraf) en een principiële noot te kraken: levenslang is een perspectief dat je niet moet willen opleggen.

Veel succes heeft het Forum niet gehad in de Tweede Kamer. De CU ziet wel wat in het voorstel (maar wil niet bij twintig maar bij dertig jaar toetsen), de andere partijen houden angstvallig de boot af. Over het principe hebben ze het liever niet en levenslang is levenslang. Zo is dat en een kwartje is een kwartje is een kwartje.

Dat kwartje willen we ook weer terug. Het gaat uitstekend en de Tweede Kamer ziet dat het goed is. De Tweede Kamer, het is ons aller levenslange forum.

De toekomst, althans voor zover verwoord in de Tweede Kamer, begint steeds meer te lijken op de uitslag van een opiniepeiling. Een Kamerlid is al lang niet meer bezig met politiek. Een Kamerlid is bezig met de opiniepeilingen en handelt in de geest daarvan. We zijn op weg van een vertegenwoordigend stelsel naar een opiniepeilend stelsel en het beste Kamerlid is het beste in staat de sensor van de opiniepeiling aan te voelen en dat als richtsnoer te nemen.

9 september

=0=

 

 

Tolereren

Deze zomer las ik het indrukwekkende Divided by Faith van Benjamin Kaplan, een boek over de eeuw van de godsdienstoorlogen in Europa, ruwweg tussen 1550 en 1650. Het boek is een aanrader. Een vergelijkende studie, opgebouwd langs de aspecten van, achtereenvolgens, ‘obstakels’, ‘arrangementen’, ‘interacties’ en, afsluitend en de som opmakend,  ‘veranderingen’.  Ik noem het hier omdat ik gisteren in Trouw (de digitale versie) een kort stukje aantrof over een nieuw boek van Frank Furedi, een boek over tolerantie. Veel meer dan onverschilligheid is het niet meer, onze tolerantie. Zegt Furedi. Het is zoiets als elke cultuur die niet onze tolerantie omhelst bestempelen als een achterlijke cultuur. Want, anders en dus niet tolerant. Voor het overige zoeken ze het maar uit of we slaan erop. Aan onze tolerantie moet je niet komen, anders kom je aan ons. Maar als je niet aan ons komt dan zijn wij wel zo tolerant om je in je eigen sop te laten gaarkoken.
Kaplan maakt een onderscheid tussen tolereren en tolerantie. Vroeger of later moesten katholieken, lutheranen, gereformeerden enzovoorts opnieuw met elkaar leren leven, niet om het eens met elkaar te worden – dat bleek een droom – maar om elkaar niet permanent naar het leven te hoeven staan. Ze moesten elkaar tolereren omdat ze moesten samenleven. Ze bestreden elkaar de publieke ruimte, het publieke vertoon, het publiek. Ze vochten om de kinderen, om de bekeerlingen terug te winnen, om potentiële bekeerlingen te ontmoedigen. Gemengde huwelijken, kinderen uit zulke huwelijken, processies, kerken die soms gedeeld moesten worden, het waren series conflicten die geen oorlogen waren omdat het geen oorlogen konden of mochten worden Het waren grensafbakeningen tussen groepen en het moderne begrip van tolerantie legt niet alleen een onevenredig zware claim op de rede, het is ook een begrip dat eerder het individu aangaat dan de groep.     
Het is dus maar de vraag of de tolerantie die Furedi teloor ziet gaan ooit iets anders is geweest dan een meer of meer minder moeizaam samenleven, met samenleven in de tamelijk dunne betekenis van het gebruik maken van dezelfde publieke ruimte – zelfs als die daarvoor op de meeste plekken verdeeld en opgedeeld moest worden. Mensen tolereerden elkaar, en soms ook niet. Het was tolereren met een wisselende mate van tolerantie – het was geen tolerantie in de zin van Furedi, noch in de zin van de toleranten van vandaag die hun tolerantie zo definiëren dat zij het wel en anderen niet bezitten. Tolerantie als wapen, van de stok om de hond mee te slaan tot en met de heilige oorlog tegen de islam.
Dat tolereren, daar zou wel wat meer aandacht voor mogen zijn. Ik geloof dat Kaplan daar meer begrip voor heeft opgebracht dan Furedi – in dat krantenberichtje althans.
8 september

=0=




Auch drin

De afgelopen tijd zag ik een paar keer een reclamefilmpje voorbijkomen op tv. Het gaat om een jonge man bij een koffer, die door verschillende mensen gevraagd wordt of hij wel alle echt nodige dingen heeft ingepakt. Op elke vraag antwoordt hij opgewekt: auch drin. Tot de laatste vraag want die gaat over de combinatie van het slot van de koffer. Dan is het antwoord hetzelfde maar de toon bedremmeld: auch … drin. Er is niet veel nodig om van opgewekt naar timide over te gaan.

Recent stond in de Volkskrant een bijdrage van Haye van der Heyden. Of eigenlijk twee. De eerste was van 30 augustus, de tweede van gisteren. In beide stukken verdedigt hij de stelling dat het allemaal best goed gaat met Nederland. Met hem, en met Nederland. Meer nog, het zal ook goed blijven gaan. Dat is aardig. Dat gaat drin. In tal van onderzoekingen komen we tegen dat de respondenten voor henzelf constateren dat het allemaal wel in orde is en blijft, maar voor het land en de anderen juist niet. Van der Heyden vindt zichzelf nu eens geen uitzondering. Dat houden we vast. Auch drin. Opmerkelijk is ook dat Van der Heyden nergens beweert dat het ook zo is wat hij vindt, dat hij voorspelt dat hij gelijk gaat krijgen, dat we hem beter kunnen geloven of anders enz. Sympathiek. Auch drin.

De wereld is natuurlijk een heel ander verhaal maar als het een ander verhaal is dan is het ook een ander verhaal en dat verhaal valt buiten het verhaal van Van der Heyden. Nu zijn er mensen die menen dat de wereld al lang in Nederland is aangekomen, dat het slecht gaat met de wereld, dat het daarom ook slecht gaat met Nederland en dat iemand als Wilders daar heel onheus en heel succesvol van profiteert. Helemaal geen ander verhaal dus. Die meningen worden met iets meer aplomb gepresenteerd dan Van der Heyden zich heeft willen permitteren. Je zou soms denken dat het al bijna feiten zijn en elk geval voorspellingen die zullen uitkomen tenzij we eindelijk leren inzien dat het roer om moet. Dat klinkt iets minder uitnodigend, vind ik, en we hebben dus alweer een puntje voor Van der Heyden. Auch drin.

Niet alleen dat Van der Heyden Wilders minder gevaarlijk vindt en zelfs wel nuttig ook, wordt hem kwalijk genomen. Van der Heyden is van mening dat ook de doodstraf wel mag en moet kunnen, in sommige gevallen. Hij noemt de Noorse onverlaat en onze eigen Mohammed B. Ik vind dat ver gaan, maar ik ben dan ook geen voorstander van de doodstraf. Ik ben wel een voorstander van mensen die op dat punt van hun hart in elk geval geen moordkuil maken, mensen zoals Van der Heyden. Weer een puntje. Auch drin.

Het verleden van de vader van Van der Heyden is nogal besmeurd. Daar heeft ook de zoon last van gehad. Hij is het te boven gekomen. Het wordt hem niet gegund. Omdat hij het leven wel goed vindt, Nederland wel goed vindt, Wilders wel goed vindt en van mening is dat de doodstraf een verbetering kan zijn wordt hij beticht van, we hadden het kunnen raden, NSB neigingen. Hij reageert daar, vind ik op mijn beurt, elegant op. Weer een punt. Auch drin.

Ik ben bang dat Van der Heyden maar een enkel foutje heeft begaan. Hij dacht dat er misschien een serieuze uitwisseling van meningen en ondersteunende argumenten plaats zou vinden. En nu, gelet op het vuil en de snieren die op hem afkomen, komt hij er niet meer vanaf. Hij kan de stroom niet stoppen, ook al zou hij willen. De sleutel om te zeggen dat het nu wel mooi is geweest, die sleutel heeft hij niet. Auch … drin.

7 september

=0=

 



Of instituten

Wat instituten zijn, het blijft mistig. Je kunt bij instituten aan van alles en nog wat denken. Voor mij is de verbinding met regels het handigst. Instituten verwijzen naar instituties en instituties verwijzen naar regels. Spelregels, regels voor conflictafwikkeling, strafregels. Als we van de naïeve fantasie afstappen dat een samenleving uit ‘mensen’ bestaat en overstappen op een beeld van lijntjes tussen mensen, dan zijn de instituties de regels die vaststellen langs welke lijntjes lijntjes gelegd kunnen worden, welke lijntjes wanneer en hoe uit elkaar gehaald kunnen worden en welke lijntjes niet mogen. Die regels kunnen ook een heuse organisatorische vorm krijgen en dan hebben we het over instituten.
Ik las (Trouw, 5 september) een ingezonden stuk van Tofik Dibi. Tweede Kamerlid Groen Links staat erbij. Hij deelt ons iets mee als parlementariër, als vertegenwoordiger van een democratisch gekozen instituut en als uitvloeisel van de spelregels van de institutie die wij democratie noemen. Hoewel, doet hij dat? Dibi schrijft een stuk waarin hij schetst dat we allemaal dezelfde vijanden hebben. De vijanden zijn extremisme en criminaliteit. Omdat extremisme in zijn voorbeelden (de moord op Theo van Gogh, de moorden in Noorwegen) identiek is aan het vermoorden van onschuldigen mogen we aannemen dat extremisme ofwel altijd moorddadig is ofwel tot moord moet leiden. Extremisme is terreur. Dat zeiden ze ooit ook van het anarchisme, van het communisme, van het socialisme, en sommigen, Martin Bosma voorop, zeggen het nog. Nou ja, het anarchisme valt een beetje buiten zijn schootsveld, dat overigens breed genoeg is. Nee, een scherp vizier levert het niet op. Maar dat deelt hij dan met Dibi. Die jongens, dat wordt nog wat. Aan Dibi zal het niet liggen en Bosma zou wel eens wat toeschietelijker mogen worden.
Over criminaliteit zal ik het verder niet hebben. Alleen een vraagje: zou een samenleving zonder criminaliteit niet een extreem extreme, nooit vertoonde, samenleving zijn? Ik vraag het maar. Ja maar, ja maar, zegt Dibi dan, ‘niemand wil beroofd worden, of slecht wonen’, toch? Het is weer helemaal waar, het kleine nadeel is alleen, dat wat we allemaal wel zouden willen zelfs door Groen Links niet geleverd kan worden. Of, het kan wel, maar dan kunnen dat goede onderwijs, en die voortreffelijke gezondheidzorg, en de snorrende infrastructuur voor onze zo gekoesterde beweeglijkheid, en politiemissies die het begrip politionele actie van een verrassende nieuwe inhoud voorzien, niet tegelijk ook worden geleverd. En dan hebben we nog niet eens gegeten en gedronken. Alles kan, maar niet alles tegelijk en dus moet er gekozen worden. Politici kunnen daar zeer behulpzaam bij zijn – als ze tot kiezen bereid en in staat zijn. Daar moeten ze het bij Groen Links misschien nog eens over hebben. Ik heb wel een tip: als niet iedereen tegelijk kan worden bediend, neemt de kans op criminaliteit en – je weet maar nooit – op extreme actie toe, zelfs als je die verbiedt of uitsluit onder het opgewekte motto dat niemand het wil en het dus niet kan voorkomen.
Zelfs in de ideale wereld van Dibi zijn regels nodig en wie regels zegt, zegt instituties en wie instituties zegt, zegt instituten. Maar die conclusie gaat Dibi weer te ver. In zijn ideale samenleving zijn ook de instituten weggeretoucheerd. ‘Want Nederland wordt niet gebouwd door extremisten, criminelen of instituten. Nederland wordt gebouwd door ons.’
Jemig.

6 september

=0=

 

 

Morele vakantie

In NRC Handelsblad volg ik meestal de stukjes van Folkert Jensma. (weblog Recht en Bestuur). De moeite waard. De titel van dit stukje, morele vakantie, haal ik bij hem vandaan, zoals hij het weer heeft opgediept uit een recent nummer (2011/4) van Justitiële Verkenningen, een nummer over de regulering van het uitgaansleven. De term morele vakantie komt uit een stuk over alcohol en agressie bij plattelandsjongeren. Morele vakanties zijn ‘enclaves van onbezonnenheid, ongeremdheid en ontregeling’.

Ongeveer de helft van alle geweldsmisdrijven is alcohol-gerelateerd. Meer dan vier/vijfde van het uitgaansgeweld is alcohol-gerelateerd. Ook meer dan vier/vijfde van alle gemeenten in Nederland zeggen last te hebben van uitgaansgeweld. Ze hebben het over gemiddeld 50 incidenten. Het is elke week raak, zullen we maar zeggen. Het is elk weekend raak. Er is uitgaan en uitgaan maar ga je met een groepje uit dan neemt de groep de verantwoordelijkheid over (er is amper groepsverantwoordelijkheid dus dat scheelt precies de slok op de borrel die je zocht) en dan zorgt de omgeving van de uitgaanswereld wel voor de enclave en de groep in de enclave neemt morele vakantie. Daar heeft de hardwerkende Nederlander, jong of niet, in het weekend ook best behoefte aan. Door de week mag je niks en je verveelt je kapot, in het weekend haal je het in. Je laat je gaan en hoe meer alcohol hoe meer je je laat gaan. Je hoeft je helemaal niet voor te nemen erop los te slaan, een beetje goed indrinken is meer dan genoeg om het zover te brengen.

Vanuit D66 in Amsterdam komen geluiden om de sluitingstijden van café ’s maar helemaal vrij te geven. Goed voor de internationale positie van Amsterdam als toeristenstad, een uitgaansleven dat nooit meer ophoudt. Overlast? Dan plaatsen we een paar extra camera’s, dan is het toezicht ook weer geregeld. Jammer dat je daar als je goed gedronken hebt niet meer zo aan denkt. Hoe meer camera’s hoe meer uitgaansgeweld. We hebben steeds meer camera’s en steeds meer geweld.

Camera’s horen net zo bij bestuurlijke vakantie als alcohol bij de morele vakantie.

3 september

=0=

 


Volgorde

Het gaat meestal zo. Kabinet 1 bezuinigt maar biedt voor de mensen die het echt nodig hebben een compensatieregeling. Kabinet 2 schaft die regeling vervolgens af maar belooft rekening te houden met noodgevallen. Kabinet 3 constateert dat er geen noodgevallen meer zijn. Kabinetten 2 en 3 zijn in het huidige kabinet gefuseerd. Daarom is het ook zo ’n daadkrachtig kabinet. Sire, er zijn geen noodgevallen. Elk probleem lost zich vanzelf op, zo zie je maar weer. Een kind kan de was doen en als een kind het kan, kan het kabinet het ook. Het is altijd weer een opsteker voor de oppositie, dus is het ook nog eens goed voor de democratie. Iedereen wint, behalve zij die altijd verliezen en die zijn eraan gewend. Gewenning, daar gaat het om en als je vanwege gezondheidsklachten toch niet kunt bewegen zit er niets anders op dan eraan te wennen. De politiek sluit als een bus. Niet iedereen mag mee met de bus.

Als je wel kunt bewegen ziet de wereld er heel anders uit. Stel, je hebt een leasebak van je baas maar wel eentje die zuinig rijdt en verkwistend veel kost. Dan ben je iemand en, zoals ik gisteren op de radio iemand van de BOVAG hoorde zeggen, de koplopers moeten worden gesteund (de dure leasebak was en blijft minder duur, dank u), de rest moet zichzelf maar helpen. Een meer dan voortreffelijke zij het niet geheel belangeloze samenvatting van het kabinetsbeleid al ontbrak het lijntje dat de thuisblijvers verbindt met de koplopers. Dat is een financieel lijntje want de steun voor de koplopers moet ergens vandaan komen. De thuisblijvers hebben ongelijk, dat blijkt maar weer. De wereld van de leasebak wordt geholpen, de chronisch zieken en gehandicapten worden gekort. Ja, het is een harde wereld maar als we (ze) nu doorbijten komt de doorbraak vanzelf. Natuurlijk, de voordeeltjes voor de leasebak zouden worden afgeschaft maar gelukkig is het kabinet tot andere gedachten gekomen. Automobiliteit is een zegen, immobiliteit is een straf. We tellen onze zegeningen en straffen harder. Mooi toch?

De minister en de staatssecretaris-die-zelf-uit-de-zorg-afkomstig-is houden van overzichtelijkheid. Het persoonsgebonden budget gaf zieken en gehandicapten nog enige bewegingsvrijheid. Daar maken we een eind aan. Naar nu blijkt gaan zieken en gehandicapten ook wel eens naar de dokter. Dat kunnen we natuurlijk niet hebben, het brengt weer allerlei extra kosten met zich mee, dus in die kosten gaan we fors snijden. Volgens Fleur Agema van de PVV wordt het een inkomensafhankelijke regeling voor die kosten. Zij kan het weten want de fractieleden van de PVV horen bij het kabinet en weten dus meer dan wij. Ja, ze mogen het natuurlijk nog niet zeggen, want het staat in de begroting voor volgend jaar en die is geheim, maar ze zeggen het toch. De PVV staat voor de zorg, ten slotte. Mij lijkt het een patent pleidooi voor een nog verdere privatisering van de ziektekosten. Als je dan toch wordt gepakt mag je ook wel wat meer krijgen. Inkomensafhankelijkheid, is dat de nieuwe manier van het kabinet om de hoogste inkomens te ontzien en de middeninkomens wat meer te belasten? Ook de kinderbijslag gaat de kant van de inkomensafhankelijkheid op en je bent, als het kabinet z’n zin krijgt, sneller bij de derde en hoogste schijf van de belastingen en dus betaal je niet alleen over een groter deel van je inkomen meer belasting maar ook – en daar zal het wel om gaan – meer mensen betalen meer belasting. Wanneer, overigens, wordt de hypotheekrenteaftrek inkomensafhankelijk? Of zijn al deze strapatsen nodig om die heilige koe uit de wind te houden?  

De maatregelen zijn cosmetisch. Dit kabinet geeft aan hen die hebben en neemt van hen die weinig hebben. Linksom of rechtsom, de boodschap aan de chronisch zieken en de gehandicapten is dat ze maar thuis moeten blijven en dan komt de thuiszorg wel. Tenzij ze particulier al wat geregeld hadden. Je wou bewegen? Dan moet je zorgen dat je een leasebak krijgt. De minister en de staatssecretaris-die-zelf-uit-de-zorg-afkomstig-is rijden er ook in.

Het motto van het kabinet Rutte is ‘vrijheid en verantwoordelijkheid’. Zo is het maar net. De koplopers krijgen de vrijheid en de overigen moeten daarom hun verantwoordelijkheid nemen. Deze volgorde is de orde van dit kabinet.

2 september

=0=


Voorbestemd


Al in de jaren negentig constateerde onderzoeker Erik Snel dat veel beweging naar de armoede toe gaat en van de armoede weg. Er zijn permanente armen, maar dat zijn niet de typische armen. Armoede is een pech, geen lot.
Nu is er een nieuwe SCP studie ‘voorbestemd tot achterstand?’. Trouw besteedde er aandacht aan, gisteren. De studie herhaalt de bevindingen van Snel maar doet dat door een bijzondere invalshoek te hanteren. Kinderen die vijfentwintig jaar geleden in arme gezinnen leefden zijn bevraagd op hun levensloop sindsdien. Dan blijkt dat één op de veertien nog in armoede verkeert, de anderen zijn er uit weggekomen (overigens geldt de kans op armoede voor kinderen uit welvarender gezinnen voor één op de achtentwintig, de helft van de kinderen uit arme gezinnen. Ook verder blijkt de blijvende impact van een arme start: slechtere gezondheid, een zwakkere positie op de arbeidsmarkt, een lager opleidingsniveau).
Ik lees dat soort studies altijd met een meer dan gewone belangstelling. Ik herken mijn eigen jeugd erin – deels. Daar zit ook een probleem want ik denk dat elk van de in de SCP-studie ondervraagden zich er slechts deels in zal herkennen. Statistiek is niet individueel. Nu is dat nog daar aan toe want wat niet kan kan niet. Maar dan moet je het ook niet hebben over ‘voorbestemd’, want voorbestemd is alles, behalve statistiek. Voorbestemd vraagt om verhalen, om dynamiek, om stromen, om mondingen, ja waar vraagt het niet om. Het vraagt niet om statistiek. De verhalen ontbreken, de statistiek niet. En dan herkent niemand zich er nog in. Ik zou kunnen nagaan voor mezelf op hoeveel van de ‘verklarende variabelen’ ik pas en dan kom ik op ruim over de helft uit. Zou het zo zijn dat ik inmiddels een welvarend bestaan leid doordat ik op de andere ‘verklarende variabelen’ minder goed pas?
Met zo’n vraag kan natuurlijk niemand wat. Het is een vraag uit onbegrip en tegelijk is het een vraag die wordt opgeroepen door de werkwijze van het SCP, een werkwijze waardoor geen enkele ondervraagde zich in de verklaringen van het SCP terug kan vinden. Het gaat niet over hen. Het gaat over een beeld van armoede als een kooi, een beeld getransformeerd in een model met verklarende variabelen, een model dat het vertrek uit dan het wel verder verblijf in de armoede aannemelijk maakt. Opleiding! Dat roept het SCP, opleiding maakt het verschil! Ik wil niet flauw zijn maar de mensen maken het verschil en als je een verklarend model invoert zonder ruimte voor de keuzen die mensen maken, dan zijn de actoren niet meer dan uitkomsten van factoren. Dat heeft, ik geef het onmiddellijk toe, met statistiek niets van doen, maar wel met de wijze waarop je het inzet en dat hangt weer af van wat je in je model stopt. Actoren met of zonder keuze en actoren bereid en in staat onder sommige omstandigheden wel en onder andere omstandigheden niet die  keuze te maken die de armoede voorbij gaat. Het model van het SCP maakt van de armen in de kooi mensen zonder keuze, het maakt hen tot slachtoffers en ziet: het zijn niet allemaal slachtoffers. Ze waren het nooit natuurlijk maar als je het wel zo hebt opgevat dan valt het allemaal weer hard mee. Voor wie?
Niet voor de mensen die het betreft. Die hadden hooguit pech, korter of langer. Voorbestemd? Nee. Ontstemd is beter.
1 september

=0=