DAGBOEKHOUDER

Aantekeningen van een ongeduldige toeschouwer

Ton Korver

Amsterdam/Tilburg 20072008

Archief


Maart

Wij

Wederopstanding

Herhaling

Glimlach

Op zijn Frans

Schrik

Claim

Ras

Grondstoffen

Solistisch

Brondocument

Volkstelling

Menu

Lesbrief

Intrinsiek

Leve de bureaucratie!

Hond

Oordeel

Lesje

Sober

Iets

Verzuim

Huren

Dividu

Vermomd

Grondwet

Polarisatie

Zorgelijke markt

Behulpzaam

Gevaar


Februari

Remedie

Oppimpen

Feestje

Schoenmaker

Toezicht

Erkenning

Niet publiceren

Aanhouding verzocht

Procesmanagement

Antisemiet

Natuur

In proportie

Zicht

Segmenten

Nu de ouders nog

Wachten

Dubbelganger

Funest

Nodig

Terug

Minimaal


Januari

Straf

Verbieden

Hristina

Woorden

Primaat

Grijs

Verborgen

Lucht

Baan

Angina pectoris

Emancipatie

Begin

Optrekje

Onderscheid

Trauma

Vrij

Interneren

Onvergelijkbaar

Plagiaat

Link

Deal or no deal

Energiek

Spijbelen

Volstrekt anders

Spiraal

 


Maxima Moralia
 
Dat had ook de titel kunnen zijn van dit bundeltje aantekeningen. Maar ik wil niet overdrijven. Zo dicht op de huid zitten me de sketches hieronder nu ook weer niet. Ze gaan over dingen die me bezighouden en waar soms de handen van jeuken. Dat is nog niet hetzelfde als het ‘verzonken in ervaring’ dat de Minima Moralia van Adorno als keurmerk heeft. Je moet afstand weten te bewaren. Dat geldt voor de politiek – die karakterlozer wordt met elke nieuwe stap om vooral dicht bij de burger te blijven – en het geldt voor mij.

Niettemin, het kan altijd beter. En dat is een tweede verschil tussen mij en het inspirerende voorbeeld van Adorno. Er is geen goed leven in het slechte is een dictum dat nog uitgaat van een herkenbaar onderscheid tussen goed en kwaad. Daaruit vloeit het oordeel voort. Inmiddels twijfelen we ook daaraan. Dat is geen reden tot wanhoop. Eerder het omgekeerde. Twijfel is, met de gave ons te kunnen vergissen, de opmaat voor schaven en beschaven. Dat wordt makkelijk vergeten, en hoe drukker we het hebben hoe makkelijker. Ik ben aan diezelfde drukte gebonden. Vandaar het ongeduld, gekoppeld aan de afstand die ik met de woorden ‘aantekeningen’ en ‘toeschouwer’ verbind en het voorbijgaande dat meeklinkt in de titel waar ik uiteindelijk voor heb gekozen: dagboekhouder.

 


FiB
tijdschrift Filosofie in Bedrijf

Archief

Dagboekhouder (3)
augustus - december 2007

Dagboekhouder (2)
mei - juli 2007

Dagboekhouder (1)
januari - april 2007

 

 

Wij

Vroeger was ‘wij’ de eventuele uitkomst van allerlei politieke en juridische uiteenzettingen. Het wij ging niet vooraf, het volgde. De voorwaarde was de wederzijdse erkenning door de deelnemers van elkaar: burgerschap. Burgerschap was voorwaarde, ‘wij’ een mogelijk product.

Dat hebben we omgekeerd. ‘Wij’ staan aan het begin, het burgerschap is de prijs die zij die niet bij ‘ons’ horen kunnen winnen. Een onmogelijke wedstrijd, met tal van griezelige kantjes (preventie; achter de voordeur komen; van drang naar dwang; en ideeën die volgens minister Cramer in een nieuwe taalwending niet zozeer tussen de oren als wel ‘achter de ogen’ moeten komen te zitten). Kortom, de maakbare mens, en inclusief de wetenschap dat waar gehakt wordt spaanders vallen. Al wordt die wetenschap wel wat erg makkelijk ontkend in een tijdperk van sluitende aanpakken, maatwerk, en vroegtijdige opsporing, interventie en het houden van onze vinger aan hun pols.

Dit is in kort bestek het betoog van Herman van Gunsteren (NRC Handelsblad van 15 maart). Een mooi betoog over ‘De valkuilen en misverstanden als Vadertje Stad zijn inwoners wil opvoeden tot burgerschap’. Erboven staat een illustratie van Barbara Mulderink van een bonte stoet mensen die zich zo moeten plooien dat hun verzamelde lichamen het woord ‘WIJ’ vormen – aangevuurd door een mannetje met een zwaaiende vuist en een zweep. De stad in kwestie is Rotterdam, waar het brood en spelen blijkbaar is ingewisseld voor het wij en zij.

De stad is ook het thema van de aanstaande maand van de filosofie. Afgelopen weekend had NRC daar een aparte bijlage aan gewijd met interviews, discussies en beschouwingen. Het zijn voornamelijk Hollanders en Vlamingen die hier spreken, met een uitzondering voor twee Amerikanen (het echtpaar Sennett en Sassen) die opvallen doordat ze vragen stellen waar ze het antwoord nog niet op weten. En dan ook echt niet weten. Sterker, ze zoeken nog naar de goede vragen. Dat is bijzonder omdat anderen (in het bijzonder Scheffer en Visker in hun tweegesprek) alleen maar antwoorden geven op vragen die ze niet stellen omdat die vanzelfsprekend zijn, dan wel verondersteld worden dat te zijn. Maatschappelijke vragen bij wijze van spreken. Vragen die wij niet hoeven te stellen omdat wij wij zijn. Wij verschillen wel in onze antwoorden maar, de lakmoesproef, niet in onze vragen. Akkoord, Schinkel is een beetje een uitzondering (Schinkel stelt vragen waarop hij het antwoord al weet maar hij stelt in elk geval nog vragen en zelfs hele onbeleefde vragen) dus er is nog hoop en ook Venmans laat enige ruimte.

In het tijdperk van de maakbare mens is het stellen van vragen – en de enige vraag is die naar wie de ‘wij’ zijn die met elke vraag wordt geïmpliceerd – overbodig geworden. Wij zijn er al. Nu zij nog. Wij, dat is eindig. Zij, dat is oneindig. Zo blijven wij bezig. Met in cultuur brengen. Cultuur is werk. Cultuur: the white we’s burden.

31 maart

=0=

 

Wederopstanding

Het had wel wat, af en toe door de stad lopen en dan op een muur lezen dat ‘Klaas Komt’. De leus was de radicale democratisering van de wederopstanding. Iedereen z’n eigen Klaas als het ware en dat bedenker Grootveld jaren later opbiechtte dat voor hem Klaas gelijkstond aan Sinterklaas, dat was ook goed. Per definitie. Alles mag en dus is niets heilig, zelfs de wederopstanding niet. De emancipatie van de wederopstanding – Klaas Komt – is niet de opheffing van de emancipatie maar de opheffing van de wederopstanding.

Voor een tijdje dan want zo makkelijk laat de wederopstanding zich niet aan de kant zetten. Wat op de Albert Cuyp niet meer gaat – ook daar kwam Klaas – kan elders nog best slagen. Een koper vinden als het ware. Waar de concrete markt ons in de steek heeft gelaten hebben we altijd nog de abstracte markt. De markt uit de leerboekjes, met boodschappen die thuisbezorgd worden door tal van scribenten. En hun Heer heet markt en hun Profeet marktwerking. De boodschapper zelf, bescheiden, is meestal econoom of presenteert zich als zodanig. De boodschapper is de engel.

Wij leven in de tijd van de wederopstanding van de marktwerking. Lees ik in een column (kennelijk niet de eerste maar eentje is echt genoeg) van Frank Kalshoven. Of beter nog van de gereguleerde marktwerking. Nu is elke markt gereguleerd dus dat schiet niet op. Wat soms in alle luiheid ongereguleerd wordt genoemd is wel degelijk gereguleerd. Dat bedoelt Kalshoven ook niet. Gereguleerd staat niet tegenover ongereguleerd. Het staat tegenover ‘vrij’ en vrij heeft iets te maken met ‘Amerikaanse toestanden’ die hier natuurlijk niemand wil. Als een econoom er niet uitkomt (verklaarde jaren geleden Joan Robinson al met grote opgewektheid), dan komt er iets moraliserends, of theologisch, of gewoon iets waarvan ze aannemen dat niemand ze nog zal tegenspreken. Amerikaanse toestanden. In de zorg bijvoorbeeld. Willen we toch niet? Tuurlijk niet. Wie waren die ‘we’ ook weer? En wat was een ‘markt’ ook al weer?

Dat regelen, zo wordt mij meegedeeld, heeft iets te maken met de staat. Raar. Markten zijn zelfregulerend. Het kan best zijn dat dat uitkomsten oplevert die maatschappelijk onaanvaardbaar zijn maar dat is een andere kwestie. Wie beweert dat de Amerikaanse zorgverzekeringsmarkt slecht functioneert moet maar eens uitleggen – in markttermen, niet in morele of sociale – waarom dat is. Lijden de verzekeringsmaatschappijen verlies? De private gezondheidszorg? Hebben de paar mensen die zich kunnen verzekeren niks te kiezen?  Is het informatieprobleem op deze private markt groter dan op onze ‘gereguleerde’? En hoe weet Kalshoven dat allemaal?

Dat weet Kalshoven natuurlijk helemaal niet. Gewoon, dat soort toestanden willen wij niet. Waarom niet? Nou, staat en markt ‘hebben elkaar hard nodig’. De markt heeft de staat nodig want de markt moet geregeld en de staat heeft de markt nodig want de staat moet aan banden gelegd. ‘De staat is nodig om markten goed te laten werken. De markt is nodig om de staat efficiënt te houden’. Het staat er. Meestal staat er wat anders (de staat bepaalt het wat, de markt hoe, maar wat kan het ons ook eigenlijk allemaal schelen). Het beste van de beste der werelden. Marktwerking, de wederopstanding in de praktijk, zorgt voor een efficiënte overheid en een efficiënte overheid zorgt voor een effectieve marktwerking. We hebben ons lang verzet tegen de wederopstanding en nog is het met het gehuil der ongelovigen niet gedaan. Toch zullen de mensen de schellen van de ogen vallen. Als je de marktwerking immers één ding niet kunt ontzeggen is dat het niet zou werken. En het werkt niet alleen voor de marktsector, het werkt ook voor de publieke sector. ‘Marktwerking gaat over de zoektocht naar de beste ordening van sectoren’. Vast wel, en over nog veel meer ook want het gaat er niet alleen over maar het is het ook, die beste ordening. Kalshoven is een schat, ik bedoel een engel. Ik bezweer het je, een gelovige. Doe mij toch maar Klaas.

30 maart

=0=

 

Herhaling

Bas Blokker schrijft, naar aanleiding van het gisteravond eindelijk op het net gekomen filmpje van Wilders dat de beelden hun kracht moeten ontlenen aan de herhaling, de koppeling van de islam aan vernietiging, moord en onverdraagzaamheid. Hij vergelijkt het met de film van Al Gore: ook herhaling, en bovendien erg succesvol. Of het Wilders-filmpje  succesvol zal zijn, daar laat Blokker zich niet over uit. Mogelijk denkt hij dat het succes al lang verbruikt was en alles te maken had met de commotie voorafgaand aan het uitbrengen van Fitna.

Het is een beproefd procédé, dat van de herhaling. Zo werd Saddam gekoppeld aan massavernietigingswapens en aan contacten met Bin Laden’s netwerk. Vergelijkbare koppelingen worden in het recente verleden aan Iran toegedicht. Wilders staat niet alleen. Sterker nog, de koning van de herhaling in Nederland heet Balkenende, met in zijn gevolg inmiddels vier kabinetten. Terwijl iedereen in Nederland er inmiddels van uit gaat dat onze militairen zowel in de voorbereidingen op de oorlog in Irak als vanaf het begin van de gevechten zelf bij die oorlog betrokken zijn wordt door Balkenende tot op de dag van vandaag herhaald dat we aanvankelijk alleen politieke steun gaven en later uitsluitend in het kader van een VN mandaat opereerden. Nog vanochtend konden we op radio 1 beluisteren hoe ook van Middelkoop draait en verdraait om maar te kunnen blijven herhalen wat steeds gezegd werd en waar niemand nog in gelooft. De kracht van herhaling. Ik vermoed dat zelfs de leden van het kabinet en de fracties van de regeringspartijen er geen bal van geloven, laat staan de anderen. Zelfs voor eigen parochie is de preek waardeloos geworden.

Al Gore’s ongemakkelijke waarheid bracht velen in contact met milieuvraagstukken. Zijn preek ging ver boven de eigen parochie uit. Dat geldt niet voor de preek van Balkenende en diens paladijnen en evenmin – zou ik denken – voor de preek van Wilders. De laatste lijkt met z’n herhalingsmantra niet op Gore. Hij lijkt op Balkenende. Beiden maken misbruik van hun positie. Het misbruik van Balkenende legitimeert dat van Wilders. Het is de hoogste tijd een einde te maken aan de vervuiling van de openbare mening door een man die, net als de oorlog in Irak, aan z’n eerste lustrum bezig is. Hoe zat dat ook weer, met die splinter en de balk?

28 maart

=0=

 

Glimlach

Dat je vriendelijk bent voor je klanten, vooruit dan maar. Maar vriendelijk zijn voor de receptioniste, voor de schoonmaakster, het secretariaat, je collega’s, waarom zou je? Het zijn allemaal maar dingen die de werkgever gratis incasseert onder het motto dat het de sfeer ten goede komt en met de sfeer de werklust en de productiviteit. Krijgt de werkgever gewoon cadeau. We denken er amper bij na, net zoals we er niet bij nadenken dat we elk verzoek om hulp gewoon inpassen in wat we doen, eventueel er wat extra tijd aan besteden, dat we bijspringen als het nodig is. Ook gratis.

De werkgever krijgt veel gratis. We zeggen goede morgen, maken een praatje, vragen hoe het gaat, zetten ook eens koffie en thee, debiteren een grapje om de stemming erin te houden, en ondertussen moet het werk ook nog gewoon worden gedaan. We zijn al behoorlijk voorgevormd tegen de tijd dat we voor het eerst een werkkring aanvaarden en hoe langer we daarin rondlopen hoe gevormder we worden. Uiteindelijk weten we bijna niet anders. We weten wel anders – als dat niet zo is dan heet het een beroepsdeformatie – maar in ons werk vergeten we dat en gedragen ons zoals we ons denken te moeten gedragen.

Het is hoog tijd met al die giften op te houden. Vanaf heden is het parool ons elke dag opnieuw te willen laten voorlichten over wat wel en niet verwacht wordt, wat meer en minder wenselijk is en welk prijskaartje aan de extra handelingen hangt. Voor ons, want voor niks gaat de zon op. Al deze gratis handelingen dienen nu eindelijk eens beprijsd te worden. In een zakelijke omgeving moeten we zakelijk met elkaar omgaan. We doen dan niet moeilijk, als ook de werkgever zijn deel opeist.

Zou dat het zijn wat het MKB zich voorstelt bij het niet langer doorbetalen bij ziekte en ongelukken – opgedaan in je vrije tijd – die je langer dan zes weken van de arbeidsplaats weghouden? Ik denk dat ze het ene wel willen en het ander niet. Wanneer zullen ze het eens leren dat je het een niet kunt hebben zonder het ander? Mijn vermoeden: nooit. Het zal steeds weer terugkeren. Ik zie het onderzoek al voor mij: stel een kosten-baten rekening op en bepaal het saldo. Is best te doen. Noem het dienstverlening. Met een glimlach graag.

27 maart

=0=

 

Op zijn Frans

De laatste tijd heb ik me een beetje onledig gehouden met de discussie over de ‘creatieve klasse’. Rijkelijk laat want die discussie loopt al enige jaren maar aanvankelijk had ik niet door dat er veel verschil was tussen die discussie en het al langer lopende debat over de ‘global city’. Dat verschil is er echter wel, in het bijzonder als gevolg van het feit dat de creatieve klasse werkt waar ze woont, terwijl dat in de global city eerder omgekeerd is: je woont waar je werkt, waar het werk is.

Overigens is het van belang begin en vervolg uit elkaar te houden. Amsterdam is veel meer een global city dan bijvoorbeeld Rotterdam, maar Amsterdam had aanvankelijk ook een grotere creatieve industrie dan Rotterdam en hoewel Rotterdam nog steeds maar niet ‘global’ wil worden gaat het met de creatieve industrie eigenlijk heel aardig. Rotterdam haalt in. Met andere woorden, het één kan het ander versterken maar het één kan zich ook betrekkelijk los van het andere ontwikkelen.

Zoals te doen gebruikelijk kun je Amerikaanse concepten (en het is allemaal Amerikaans) niet zomaar inzetten voor een nette beschrijving van ons land. Het is niet toevallig dat in de Nederlandse context geklaagd wordt over de moeizame aansluiting van het opzetten van en het werken in een creatief onderneminkje met de geldende regels voor ondernemingen en arbeidsrelaties. Zo is veel van het betreffende werk projectwerk, soms zelfs zonder vooraf bekende tijdsduur en als het project voorbij is dan is het voorbij. Dat is niet zo eenvoudig inpasbaar in de vigerende spelregels. Wat we eigenlijk niet hebben is een rechtsvorm voor projectwerk. Er is wel wat voorwerk voor gedaan, door sociale wetenschappers (David Marsden, Axel Haunschild) en economen (Richard Caves) maar het blijft behelpen – wat de genoemde auteurs ook gewoon toegeven.

In het laatste nummer van SMA (Sociaal Maandblad Arbeid) staat een korte bijdrage van Ton Wilthagen en Frank Tros. Titel: Flexicurity à la Française? In het stuk worden de totstandkoming en de inhoud van een wetsvoorstel over de hervorming van de arbeidsmarkt in Frankrijk geschetst. Opmerkelijk is dat (1) het arbeidscontract voor onbepaalde duur de norm is (blijft), (2) een aantal sociale zekerheden worden geïndividualiseerd (je kunt ze meenemen naar een volgende werkgever) en (3) een experiment wordt aangekondigd van een ‘projectcontract’ (‘contrat de mission’).

Ik zou denken: als onder (3) ook de regel afgesproken onder (2) gaat gelden dan komen we een stukje verder. Of dat zo is weet ik niet. Het is ook nog maar een voorstel, dus wie weet ziet de uiteindelijke tekst van de regering er nog weer anders uit. Niettemin, in de combinatie van (2) en (3) zit muziek voor de creatieve klasse en dus muziek voor de steden en regio’s die juist daar hun hoop op (willen) vestigen. Op z’n minst kun je zeggen dat de Fransen er – en dit keer inclusief een stevig voorafgaand sociaal overleg – in geslaagd zijn iets rond arbeidsmarkt en arbeidsparticipatie in de week te leggen dat ook in de Nederlandse discussie vandaag de dag niet zou misstaan.

26 maart

=0=

 

Schrik

Waar Nederlanders van schrikken? Ik had eigenlijk geen afgerond idee maar sinds vanochtend weet ik het. Nederlanders schrikken van onderzoek. Ik heb een fout vak gekozen. Wat ze willen zijn feiten en getallen, geen onderzoek. Daar schrikken ze van. Zegt Rita Verdonk, in een wel bijzonder lang interview in de Pers van vandaag.

De aanleiding was een vraag over het generaal pardon. De interviewer dacht slim te zijn. Rita’s politieke programma is dat de meerderheid beslist, dus, zo luidde de vraag, wat als blijkt dat de meerderheid voor een generaal pardon is? Mij stelde het antwoord van Rita wel een beetje gerust. Ze bedoelde immers helemaal geen onderzoek, ze bedoelde opinie-onderzoek, een soort onderzoek waar je niet iets wilt weten dat je nog niet wist maar alleen iets dat al bekend was maar nog even niet nagevraagd. Het is onderzoek op dezelfde manier als het kennen van de verkeersregels bij het rijexamen ‘theorie’ wordt genoemd. Een misverstand dus, en wie wil er nou op basis van misverstanden politiek bedrijven? Rita, gelukkig, niet. De vraag was naar ‘echt het verkeerde voorbeeld’. Feiten en getallen, waar Rita ruimschoots over beschikt, zullen te harer tijd heus wel aantonen dat de meerderheid voor de wens van Rita is en dus tegen een generaal pardon. Ze is heus geen ‘hol vat’ waar de burgers maar wat inkieperen. Ze werkt met een ‘Wikipedia-achtige’ formule. Jij werpt een balletje op, Rita kaatst terug en uiteindelijk komt eruit wat Rita wil en wat Rita wil gaat werken want daar heeft ze ‘moedige deskundigen’ voor.

Waar ik van schrik is van de regel is regel dat de meerderheid beslist. Rita denkt de democratie te dienen door de rechtsstaat overbodig te verklaren. ‘De meerderheid beslist. Dat is democratie. We kunnen geen rekening blijven houden met een minderheid’. Democratie? Nou nee, geen volksvertegenwoordiging meer in elk geval, maar een meerderhedenvertegenwoordiging. Die geen rekening houdt met een minderheid. Wie die minderheid is? Ach, dat weten we inmiddels wel, dat zijn de allochtonen. ‘Er gaat zo ongelofelijk veel geld naar die twee miljoen allochtonen. Dat is werkelijk niet te geloven’. Wat de allochtonen terugkrijgen als al dat geld eindelijk eens echt nuttig wordt besteed? Dat is niet gering. Ze worden gecompenseerd met respect. ‘De minderheid moet je met respect behandelen, maar meer is het niet’.

De vraag die de interviewer vergat te stellen: wat als de meerderheid beslist dat je minderheden helemaal niet met respect hoeft te behandelen? Was ook overbodig, die vraag. Rita had hem al lang beantwoord. Meer is ‘het’ niet. Wel minder. Daar schrik ik nou van.

25 maart

=0=

 

Claim

Afgelopen week kreeg ik een brochure van de UvT toegezonden. Alle medewerkers van de universiteit hebben die gekregen en hoewel wij bij OSA slechts verbonden ‘met’ maar niet verbonden ‘aan de Tilburgse universiteit zijn’, werden we niet overgeslagen. We horen erbij zal ik maar zeggen.

De brochure was uit nood geboren. De universiteit lijdt onder een gebrek aan bekendheid – dat is onderzocht dus we zeggen het niet zomaar! – en daar moet wat aan gedaan worden. De universiteit wil zich op haar maatschappelijke oriëntatie en betrokkenheid laten voorstaan, en dat wordt richtinggevend voor het nieuwe beeldmerk. Emblemata zijn weer helemaal terug en dus bleek de brochure verlucht met niet alleen een uitleg over het logo van de universiteit maar ook met foto’s en tekstjes over voorbeeldprojecten. De universiteit kiest positie. De Groningers hadden reeds de grenzen van het weten opgezocht, de Twentenaren het ondernemende, dus die posities zijn bezet. Daar moet je niet kritisch over zijn maar positief. Inderdaad, door zelf een positie in te nemen. Die daarna van jou is. Het is een claim. Niet op weten, niet op onderwijs en onderzoek, maar op een beeldmerk. Zoals in de reclame, die iets nieuws kan aankondigt, dan wel zichzelf. Meestal het laatste overigens. In het eerste geval is marketing aan te bevelen, in het tweede is ‘voorlichting’ voldoende. Daar hebben we een bureau voor. Jullie reclame, dan wij ook. Niet omdat we iets te zeggen hebben maar omdat iedereen wat zegt en je daarom de verdenking op je laadt niets te zeggen te hebben als je niets zegt.

Het is pathetisch. Iets maatschappelijks hebben alle universiteiten – ze kunnen niet anders. Maar nu hebben wij iets maatschappelijks dat de anderen niet hebben en dat bestaat erin dat wij het zeggen en jullie het daarom niet meer mogen zeggen want anders tast je het recht op ons beeldmerk aan. Dat is eerlijk want wij van onze kant laten jullie je grenzen en je onderneminkjes. Dat het strijdig is met elke idee van denken en wetenschap – een kniesoor die erop let. We moeten positief denken en positief zijn, dat is de boodschap en we weten al sinds Karl Jaspers dat je slechts positief bent als je je verbindt. De brochure heeft geen inhoud en dat hoeft ook helemaal niet. Dat het nergens over gaat is zelfs een voordeel om alle ruimte te claimen voor het doen van een oproep. De brochure is een dringende oproep aan allen die het aangaat hun verbinding met de universiteit te respecteren. Positief als het ware. Zou het ook gelden voor hen die niet aan maar slechts met de universiteit verbonden zijn? Ik heb, geloof ik, eindelijk door waarom zelfs ik tot de gelukkigen behoor die de brochure mochten ontvangen. Het is een claim op ons. Wij zijn nog te veel individuele persoonlijkheden. Dat zou je als een compliment kunnen opvatten maar de universiteit ziet dat anders. De poging het katholieke te benadrukken, de erfenis van Yvonne van Rooy als universiteitsvoorzitter, is niet helemaal gelukt. Zou ik denken. De strijd om ons iets meer organisatorische persoonlijkheid te geven is nog niet voorbij. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Zolang je maar positief blijft.

24 maart

=0=

 

Ras

Ik heb er geen enkele moeite mee om Wilders een racist te noemen. Misschien zou etnocentrist beter zijn. Aan de andere kant, in de omschrijving van raciale discriminatie van de Verenigde Naties vallen racisme en etnocentrisme beide onder die noemer. En, toegegeven, racist is beledigender en dat neem ik in dit verband graag mee. Ik heb het per slot niet over een wetenschappelijke definitie van ras of etniciteit. In zo’n definitie hoort geen oordeel. In zo’n definitie, bovendien, zijn joden en moslims ras noch etniciteit. In zo’n definitie zijn de meeste moderne antisemieten semieten. Enzovoorts.

Etnocentrisme en racisme zijn jij-bakken. Je herkent ze niet aan de kenmerken van degenen die er mee worden aangeduid maar aan de grillen, nukken, angsten, wreedheden en lafhartigheden van degenen die aanduiden. Of eigenlijk, je herkent ze aan de export, de projectie, van die wat mindere kantjes van zichzelf. Dat is alles. Racisme en etnocentrisme teren op het ontdekken van de vijand onder ons, op het aanwijzen van de ander die zich voordoet als één van ons, op een vijfde colonne. Pak’ m beet, op een tsunami die ofwel er aan komt, ofwel al bezig is zonder dat ‘wij’ het doorhebben. Het is een heroïsch gevecht waarin onze laatste waarden, die eigenlijk ook onze eerste zijn, worden bedreigd.

Volgens de nazi’s – en volgens vele anderen voor hen, gelijktijdig met hen, en na hen – waren de Joden een ras. Wetenschappelijk gezien, natuurlijk, zijn de Joden helemaal geen ras. Het zal Joost Zwagerman opluchten. Jullie hebben je vergist jongens! Doe het voortaan beter! ‘Zouden Jan Blokker en Harry de Winter echt niet weten dat moslims geen ras vormen?’, vraagt Zwagerman zich – ongelovig natuurlijk, want hij weet wel beter en zij eigenlijk ook wel – af in zijn column gisteren in NRC Handelsblad? Mijn vraag: zou Joost Zwagerman echt niet weten wat de VN over racisme heeft geschreven? Weet hij – als schrijver bijvoorbeeld want over de rest wil ik het niet hebben – dat een discussie voeren door, zeg, in een gesprek  over de smaak van water iedereen ‘af te serveren’ met zijn weetje dat in de wetenschap van de chemie je helemaal niet van een goede of slechte watersmaak kunt spreken, weet hij wel dat dat geen discussie is maar een goedkope vorm van jezelf op de borst kloppen? Weet Zwagerman dat het jezelf op een goedkope manier op de borst kloppen eerder wat zegt over de etnocentrist dan over diens geprojecteerde tegendeel?

Er is een nieuwe vorm van politieke correctheid in Nederland ontstaan. Wilders beschermen in naam van de waarden van het vrije Westen. Van het grote, dat je schielijk voor jezelf reserveert door anderen – Blokker, de Winter – er van uit te sluiten. Doet ergens aan denken.

23 maart

=0=

 

Grondstoffen

Plotseling zijn het de Chinezen niet meer. Toen de prijzen in de winkels wel moesten stijgen omdat de prijs van de grondstoffen fors omhoog ging, kwam dat door de Chinezen. Die wilden ook wat. Nu dalen de prijzen even – en de grootwinkelbedrijven reageren – maar dan komt dat niet door de vraag uit China. Dan komt het door de renteverlaging in de VS en de stijgende dollar als gevolg daarvan. En het komt door de verwachting van economische krimp in de VS.

Het sleutelwoord is verwachting. Zolang de dollar de speelbal is van speculanten speelt op elke markt de rol van speculatie een nog veel grotere rol dan normaal. We hebben te maken met twee keer speculatie: de speculatie op de bewegingen van markten aangevuld met (en onder omstandigheden vermenigvuldigd door) speculatie over een dollarkoers die uitschiet met elk bericht over een zwakke bank, elke verwachting over een actie van Bernanke  en zo voorts.

We kunnen de machtsverhoudingen in de wereld keurig aflezen aan de stilte over de dollar. In Europa wordt wel eens wat gezegd maar men is eerder van plan met de vinger naar China (dat de plek van Japan in de krantenkolommen helemaal heeft overgenomen – wat meer over ons dan over hen zegt) te wijzen dan naar de VS. De drie voornaamste kandidaten in de race voor het Amerikaanse presidentschap hebben het over van alles en nog wat maar niet hierover. Niemand vraagt erom. Ze gaan er toch ook niet over?

Zo langzamerhand begint er consensus te ontstaan dat de inflatie gaat toenemen. Moeten we maar aan wennen. Inflatie is goed voor mensen met schulden en dus goed in een klimaat waarin je dingen ook op schuld kan financieren. Hypotheken bijvoorbeeld. Het inflatieverhaal hoorde aanvankelijk bij de stijgende grondstoffenprijzen. Het is hoog tijd dat verhaal te herschrijven in de taal van de speculatie en de enorme markten voor speculatieve transacties die worden aangejaagd door verwachtingen over de dollarkoers, en in afwachting van de blanco cheque die de monetaire autoriteiten keer op keer uitdelen zodat het zaakje vooral verder kan. Het wachten is slechts op nieuwe financiële ‘producten’ die het even gestagneerde werken aan de financiële piramide weer een nieuwe impuls zullen geven. De bouw aan de piramide mag niet worden gestaakt en de piramide mag evenmin ooit worden afgebouwd. Dat is een paradox waarover en waarop en waarmee we nog jaren kunnen speculeren. Duurzaam als het ware. Speculatie is duurzaamheid.

22 maart

=0=

 

Solistisch

De politieke partijen doen niet mee met ‘Nederland bekent kleur’. Het zou te veel op Wilders gericht zijn en Marijnissen vindt het maar een solistische actie, zonder politieke partijen en de vakbeweging. In het comité van aanbeveling zitten twee voorzitters van vakbonden (de Vrouwenbond en Bondgenoten, beide FNV), oud-ministers, een commissaris van de koningin, een oud-rabbijn, mensen uit andere comités en bewegingen, columnisten, schrijvers dichters, cabaretiers, en nog zo wat. Solistisch. Je moet er maar op komen. Marijnissen zit er niet mee. Hij ziet de dingen in het groot.

Te veel op Wilders gericht? De kamerfracties willen het inhoudelijk hebben, niet op de persoon. Dat de persoon de inhoud is in dit betreurenswaardige geval wil er bij de Kamerleden niet in. Dat hun eigen inhoud niet verder is dan een beroep op de ‘persoonlijke’ verantwoordelijkheid van Wilders evenmin. De Kamer is als Wilders: van alles een jij-bak maken en vervolgens je neus ophalen. Kleur bekennen? Daar staan we boven. Wij zijn onze eigen kleur en wat die ook mag wezen, met een regenboog heeft het niets te maken. Verstandig ook want welke regenboogcoalitie is ooit breed genoeg gebleken?

Ook het NRC betwijfelt of ‘Nederland bekent kleur’ wel breed genoeg is. Interessant, zeker als je niet aangeeft wanneer iets ‘breed’ is. Hoe breed is de ‘slijpsteen van de geest’? Vast niet breed als je het vege krantenbestaan moet redden met zo’n slogan. Maar wel weer breed genoeg om anderen de maat te nemen. Van de lengte of de breedte, de dingen die voorbijgaan. Een nette krant heeft geen opinie, het is een opinie, en dat is iets heel anders.

Zojuist zie ik op mijn werkmail een berichtje voorbijkomen van een oude vriend. Met een oproep morgen de paasboodschappen even te laten voor wat ze zijn en om één uur op de Dam mee te doen met kleur bekennen. Hij schrijft die mail op persoonlijke titel. Solistisch als het ware. En niet alleen vanwege het weer, maar ik hoop dat de mensen die demonstreren net als ik solo tot een besluit zullen komen daar heen te gaan. Of niet natuurlijk. Zolang het maar niet riekt naar het collectieve provincialisme dat Marijnissen voor socialisme verslijt. Hij zou ons zo graag de beslissing uit handen nemen. Omdat hij het beter weet. Ik vermoed dat er morgen talloze mensen naar de Dam gaan die wel beter weten dan het beter te weten. Als dat solistisch is dan leve het solistische!

21 maart

=0=

 

Brondocument

Volgens Dijsselbloem is het niks, dat competentiegerichte leren. Volgens van Zijl, de nieuwe voorzitter van de MBO Raad, zijn ze in het MBO best gecharmeerd van dat soort leren. Er is ‘draagvlak’. Er moet alleen genoeg tijd zijn om je er op voor te bereiden en dus is een uniforme ingangsdatum voor het hele MBO een ‘dogma’ en dogma’s deugen niet. Dat je Dijsselbloem ook zo kunt lezen dat het niet aan de Kamer en de regering is om überhaupt iets voor te schrijven op het gebied van didactiek is van Zijl kennelijk ontgaan. Zo spaar je de kool en de geit. Uitstekende formule. Maar niet onschuldig want het is onder dekking van het overheidsbesluit over de verplichte invoering van competentiegericht leren in het MBO dat ook het vak burgerschapskunde ‘competentiegericht’ is ingevuld. Met hilarische maar vooral treurige gevolgen.

Burgerschapskunde is een nieuw examenvak in het MBO. Er is een ‘brondocument’ opgesteld met als titel ‘Leren, loopbaan en burgerschap’. Daar staat het allemaal in: de kerntaken, de werkprocessen en de competenties. Het is een duizelingwekkend document. Eén voorbeeld. Bij de kerntaken (die ook het ‘functioneren als kritisch consument’ en ‘zorgen voor de eigen gezondheid’ omvatten, allemaal om een goed burger te worden) hoort ‘het functioneren als werknemer in een arbeidsorganisatie’. Ondernemend Nederland moet wel erg verlegen zitten om arbeidskrachten, want waarom staat er niet ook ‘het functioneren als aankomend ondernemer’? Bovendien, waarom staat het er überhaupt?

Bij deze kerntaak horen ‘werkprocessen’. Dat zijn er drie: ‘gedraagt zich als werknemer bij het uitvoeren van werk’, ‘maakt gebruik van werknemersrechten’ en ‘stelt zich collegiaal op’. Bij alle werkprocessen horen ‘competenties’. Wie zich als werknemer weet te gedragen is competent in ‘ethisch en integer handelen’, in ‘leren’, in ‘kwaliteit leveren’, in ‘instructies en procedures opvolgen’, in ‘omgaan met veranderingen, aanpassen’, in ‘met druk en tegenslag omgaan’. Het staat er allemaal, uiteraard in een matrix.

De leerlingen krijgen een opdracht voorgelegd, een ‘casus’. Het is bijna tijd en Kees heeft de opdracht niet af. Wel op een fractie na. Met een beetje sjoemelen is het klusje geklaard. Goeie kwaliteit ook, maar – en hierop graag jullie antwoord! – kan Kees wel omgaan met druk en tegenslag? Was het wel ethisch en integer wat hij deed of slechts een beetje of geldt daarbij dat je alleen met ja of nee kunt scoren? Wat heeft Kees nu eigenlijk geleerd als aankomend werknemer? Heeft hij de instructies en procedures een beetje of helemaal niet opgevolgd? Wat zouden jullie gedaan hebben in zo’n geval?

De leerlingen gaan aan het werk. Veel tijd hebben ze niet maar daar was de les ook op gericht. We vragen niet alleen naar Kees maar sporen onze Kees (of een meervoud ervan) ook op in onze eigen klas. Competenties moet je doen, ook al heb je geen flauw idee waar dit goed voor is. Dat enige willekeur bij de beoordeling kan optreden, ach, niets is perfect. Dat leerlingen zullen leren dat burgerschap en willekeur bij elkaar horen, het zij zo.

Ik kan me niet aan het gevoeld onttrekken dat de enige competentie die goed ontwikkeld gaat worden die van het opportunisme is. Zou dat de bron van het ‘brondocument’ geweest zijn?

20 maart

=0=

 

Volkstelling

Bij een volkstelling midden jaren dertig in Polen bleek een fors deel van de Joodse bevolking in dat land zich, gevraagd naar nationaliteit, als ‘Joods’ te omschrijven en, gevraagd naar hun taal, ‘Jiddisch’ op te geven. Enkele jaren later werden ze bij miljoenen vermoord, veelal met instemming, zo niet bereidwillige medewerking, van tal van hun landgenoten.

Ik ontleen dit aan het indrukwekkende ‘Nazi-Duitsland en de Joden’ van Saul Friedländer. Een hinderlijk gebrek aan integratie zouden we nu zeggen. Nee, het is niet fraai wat er gebeurde maar aan de andere kant is het ook niet best als je je niet als Pool wenst te registreren en ook de Poolse taal op z’n best op de tweede plaats zet. Had de Poolse maatschappij, altijd al een speelbal van buitenlandse krachten en machten, het al niet moeilijk genoeg?

Uiteraard zeggen we dat niet. We kijken wel uit. Veel te pijnlijk en zo, en bovendien veel te lastig als referentie voor de problemen die vandaag als integratieproblemen worden aangeduid. Harry de Winter probeerde het even, afgelopen maandag, met zijn advertentie in de Volkskrant. Het was een onhandige poging en uit de reacties valt op te maken dat velen (Ellian in zijn Elsevier blog voorop natuurlijk) daar maar al te graag op wezen. Zodat de interessante en dringende kwestie – jezelf op de borst kloppen door anderen in de hoek te zetten, integratie door segregatie dus – vermeden kan worden.

Gesteld, wij organiseren weer eens een volkstelling. Onwaarschijnlijk maar vooruit, for the sake of the argument. We krijgen uitkomsten zoals in Polen uit de jaren dertig, maar nu met een miljoen mensen die ‘Moslim’ opgeven als nationaliteit en een fraai spectrum aan talen als hun eerste taal. Nieuwsgierig makend experiment toch? Zo’n volkstelling  zou je dan kunnen lezen als het oordeel van mensen over hun ervaring met jaren van ontkenning van Nederland als immigratieland aan de ene kant, in combinatie met een neerbuigende inburgering aan de andere. Zo zullen we het niet lezen. Het land zal te klein zijn en de roep om strenge integratiemaatregelen oorverdovend. Toch maar geen volkstelling?

19 maart

=0=

 

Menu

Naar verluidt is segregatie niet goed voor de integratie. Maar wat is segregatie? In het apartheidsgeval is het eenvoudig. Bordjes met ‘slegs vir blanke’ en ‘whites only’ laten aan duidelijkheid weinig te wensen over. Dat is niet onze werkelijkheid. Segregatie zal, wat het ook mag betekenen, diffuser zijn, indirecter, meer de onbedoelde uitkomst van andere processen (vrije keuze van woonplaats en vrije schoolkeuze) of van gebrek aan voorzieningen (adequate woningen, buurtvoorzieningen, ruimte op het vwo) dan van een plan of een beleid.

Dat is al geruimte tijd zo, die segregatie. Beter: het was altijd zo en het is nog zo. Alleen noemde niemand het segregatie. Nu wel, en dat is een grote verandering. Ik kan me vanuit mijn schoolse geschiedenis niets anders dan gescheiden wereldjes, van klein naar iets minder klein naar nog wat groter, herinneren. Er zijn ‘segmenten’ in de maatschappij met wie ik nooit in contact kwam. Je kwam elkaar gewoon niet tegen. Het gymnasium was al iets voor de anderen, en een hbs kon nog net maar was toch eigenlijk een beetje hoog gegrepen. Geen kwesties van verstand maar gewoon van klasse en status.

Toen ik naar school ging, in de jaren vijftig en zestig, werd het nadeel van klasse wat verzacht. Talent, zo vond men, was niet klassegebonden. Het was de tijd van Van Heek. Status daarentegen is lastiger, verdekter, gecompliceerder ook dan klasse. En de combinatie van klasse en status – je ouders bijvoorbeeld en hun inkomen, hun vooropleiding en beroep, ‘netwerk’ en wat al niet – was destijds even onverslaanbaar als nu. Niettemin dachten wij niet in termen van segregatie. Omdat we niet in termen van integratie dachten? Zou zo maar kunnen. Wij dachten in termen van privileges en de onwenselijkheid daarvan. Gelijke rechten betekende toen niet het afschaffen van gelijke plichten – dat maken moderne conservatieven er van maar die hebben zo hun eigen agenda. Gelijke rechten betekende het afschaffen van voorrechten. Niemand die overigens dacht dat vervolgens iedereen met ieder ander in contact zou kunnen komen als je dat even zou willen. Welnee, het ging er gewoon om dat posities niet verdeeld zouden worden naar herkomst maar naar criteria die voor iedereen open zouden staan. En gesteld dat dat al zou kunnen – een heroïsche stelling maar goed – dan nog zou de kans dat de timmerman de topsporter zou ontmoeten klein zijn. Geen probleem tenzij je dat als ‘segregatie’ opvat en ‘segregatie’ als de bedreiging van ‘integratie’.

Dan zijn we bij vandaag. De veronderstelling vandaag is dat iedereen iedereen tegen moet komen want anders gaat het fout. Zo zit de maatschappij in elkaar, zal de gedachte wel zijn, en het onderwijs moet als het ware het kleine schaalmodel zijn waar we met de kinderen als lesstof en leerling tegelijk alvast wat kunnen oefenen.

Zo zit de maatschappij uiteraard niet in elkaar en kinderen zijn geen proefkonijnen. Het lijkt me erg onhandig om scholen tot ‘pilots’ te verleiden – het plan dat staatssecretaris Dijksma aan de Kamer gaat voorleggen – om, kennelijk, problemen op te lossen die buiten de scholen zijn ontstaan en die de scholen helemaal niet kunnen oplossen. Scholen zijn geen maatschappijen in het klein en maatschappijen zijn geen samenlevingen of gemeenschappen in het groot. En omdat de maatschappij inmiddels al zo groot is geworden dat het de hele wereld omvat verkleinen politici en andere aan de nationale zaak verknochte belanghebbenden die maatschappij meer dan ooit tot een hechte gemeenschap. Die er nooit was, die me ook tamelijk ongezellig voorkomt en die er vooral moet komen omdat de zaak anders uit elkaar dondert. Lees: segregatie van een eenheid, geïntegreerd en wel, die we ons verbeelden, die bedreigd wordt en die we verdedigen. We? Ja, onze hoogst Nederlandse ‘coalition of the willing’. Wie niet meedoet is gewaarschuwd. Iets anders staat er niet op het menu. Wie niet voor ons kiest, kiest tegen ons.

18 maart

 =0=

 

Lesbrief

In Amsterdam is een wethouder afgetreden vanwege een lesbrief. Er staat iets in de brief over politici die soms verdeeldheid aanzwengelen en dat is de PVV in het verkeerde keelgat geschoten. Weten de kindertjes ook over wie het gaat want dat hebben ze bij de spreekwoordenles al gehad: wie de schoen past. Keurige brief overigens, inclusief de gewraakte passage. Zo lief dat het helemaal overbodig is, zo’n brief. Geschreven in de overtuiging dat conflicten niet nodig zijn. Er zit maatschappijleer in en wel van de meest slaapverwekkende soort. Mis, dus. Het gaat niet om de maatschappij maar om de school en de daar bestaande omgangsvormen. De school is niet de maatschappij in het klein. Ook niet het gemeentebestuur in het klein. Overigens zijn de omgangsvormen in gemeentebesturen een interessante inleiding in de maatschappijleer. Niettemin. Omgangsvormen zijn praktijken, geen lesstof. Vanuit de school heeft het van alles met pedagogiek te maken, veel minder met vakken en didactiek. De kinderen hoeven niet te leren wat ‘correct’ is. Ze moeten leren dat wat zij van huis uit meekrijgen ook anders kan. Dat is al heel wat, zeker als het de praktijk op school moet zijn. Daar kan geen lesbrief tegen op.

De vraag is waarom overheden (ministeries, stadsbesturen) ‘lesbrieven’ menen te moeten maken. Het probleem is niet de wethouder maar de lesbrief. Die conclusie zal niet getrokken worden. Daarom een suggestie voor een volgende lesbrief: wie trouwt met wie? Voor het vak geschiedenis. Aanbevolen voor het voortgezette onderwijs. Korte inhoud: (Les 1) vroeger hadden we veel meer besloten gemeenschappen dan nu en daar werd lustig getrouwd en omdat de voorraad huwelijkskandidaten niet groot was kwam het veel vaker wel dan niet voor dat neven en nichten met elkaar trouwden (opdracht: schrijf een opstel over het huwelijk van neven en nichten en de aanleg voor voetbal en popmuziek. Neem Volendam als voorbeeld).  (Les 2): dat was niet alleen in Nederland zo maar over de hele wereld. Niet zo vreemd natuurlijk want er was niet zoveel te kiezen. Besloten is per slot besloten. Alleen de adel koos en dat hebben we geweten (opdracht: leg uit waarom mensen als ze mogen kiezen nog steeds te werk gaan volgens de regel van ‘ons kent ons’). (Les 3): huwelijken tussen neven en nichten en (de gezondheid van) kinderen. Eerste ronde, tweede ronde, enzovoorts. Waarom niet iedereen in Nederland helemaal achterlijk is. Wat is een weg, wat een ‘grotere’ wereld, wat cultuur? Slotopdracht: schrijf een brief aan wethouder Geluk uit Rotterdam en leg hem uit dat niet het huwelijk tussen neven en nichten uit ‘cultuur’ moet worden verklaard maar de politieke bevlogenheid om bij alles wat even niet bevalt ‘verbieden’ te roepen.

17 maart

=0=

 

Intrinsiek

‘Want intrinsiek vertrouw ik haar.’ Ik citeer Jeroen Dijsselbloem (bevraagd door de Volkskrant) over Hirsi Ali die volgens hem twee dingen moet doen: terugkeren naar Nederland en lid worden van de PvdA fractie.

Je kunt mensen vertrouwen, situaties, zelfs risico’s (en dan neem je ze). Dat is al een heleboel. In financiële kringen dromen ze er alleen nog van. Maar ‘intrinsiek’ vertrouwen? Wat is dat? Ik neem het volgende aan: Dijsselbloem acht zich een bekwaam taxateur die de intrinsieke waarde van mensen weet te schatten en er daarbij van uit gaat dat elke juiste schatting ook z’n eigen intrinsieke waarde verhoogt. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Maar omdat Hirsi Ali helmaal niet zal doen waartoe Dijsselbloem haar oproept – en omdat Dijsselbloem dat natuurlijk ook best weet – is het intrinsieke vertrouwen een uitspraak die ik lees als een bieding van Dijsselbloem op zichzelf als zwaargewicht in de PvdA fractie. Er staat: als ik fractievoorzitter zou zijn dan zou ik me inspannen haar terug te halen. Maak me fractievoorzitter want met die Tichelaar wordt het toch nooit meer wat. Ik ga werken aan een PvdA die het multiculturalisme achter zich laat en dit – mijn verzoek aan Hirsi Ali en de trouvaille van het intrinsieke vertrouwen – zijn mijn geloofsbrieven. Heb alsjeblieft een beetje intrinsiek vertrouwen in me!

Komt Tichelaar terug? Het schijnt een punt van discussie te zijn binnen de PvdA en in de fractie in het bijzonder. Opvolgers worden genoemd, Hamer, Spekman en ook Dijsselbloem. Kennelijk is de strijd begonnen. Door met hoge ogen te gooien hoopt Dijsselbloem hoge ogen te gooien. Zou het vertrouwen wekken? Kijk, wie een parlementaire commissie heeft mogen aanvoeren vergroot z’n intrinsieke waarde. Zo’n rating heeft een geldigheidsduur. De vraag is: wil Dijsselbloem z’n opgebouwde optieportefeuille te snel verzilveren, is hij juist op tijd of vergist hij zich grotelijks? Wat, per slot, is de intrinsieke waarde van een politicus anders dan je plek op een politieke barometer die zo weer naar de andere kant kan uitslaan? Dijsselbloem heeft het intrinsiek alleen over zichzelf.

16 maart

=0=

 

Leve de bureaucratie!

Sinds de overheid het verbieden in het rijtje favorieten heeft opgenomen nemen de klachten over de bureaucratie alleen maar toe. Seks met dieren moet verboden, en zojuist hoorde ik een radioverslaggeefster aan wethouder Geluk uit Rotterdam vragen of we huwelijken tussen neven en nichten niet ‘gewoon’ moeten verbieden. Gewoon: dat is het sleutelwoord. De rest kennen we al, nu moet het nog een gewoonte worden, iets waar we op (en voor de slimmerds: mee) rekenen. De wethouder had even ervoor al het nodige gemonkeld over voordeuren, ingrijpen, wachtlijsten en – ja hoor – het uitbannen van bureaucratie. Hij wil de vrije hand, maar dat klinkt zo hebberig. De bestuurlijke beleefdheden vereisen decorum: liever iets wat je niet wilt en dus gaat afschaffen dan iets wat je wil hebben. Om dat laatste gaat het, maar daar wordt alleen in de meest algemene bewoordingen iets over gezegd. Je zou er eens verantwoordelijk voor kunnen worden gesteld.

Het befaamde artikel 1 van de Grondwet is een bureaucratische rots. Gelijke gevallen gelijk behandelen. Met die gelijke gevallen worden geen mensen bedoeld maar situaties waarin mensen terecht kunnen komen. Inmiddels hebben we de termen gewoon verwisseld. Geen situaties als aanleiding, maar mensen als aanleiding en – omdat het niet te gek moet worden – ‘groepen’. De situatie verzinnen we er gewoon bij en dan moet je niet gehinderd worden door regels over ‘gelijke’ situaties en gelijke behandeling. Elk mens is uniek en dus zijn er geen gelijke situaties – behalve in statistische zin – en de wethouder weet het. Afschaffen de bureaucratie en in plaats daarvan het uitdelen van bevoegdheden tot en met ‘achter’ de voordeur en dat alles in een perspectief waar ‘drang’ steeds luider wordt begeleid door de hoempamuziek van de ‘dwang’. Voor uw eigen bestwil.

Het is de allerhoogste tijd voor een verdedigingscampagne, een feestelijke manifestatie voor de bureaucratie. Bureaucratie stond traditioneel in het teken van de strijd tegen bestuurlijke willekeur. Die traditie mag niet verdwijnen, hoe verlekkerd bestuurders ook kijken als ze mogen ‘ingrijpen’. De moderne bureaucratie had, niemand minder dan Max Weber vertelde het al, ook altijd van alles te maken met democratie. En het gaat niet goed met de democratie, onder meer vanwege het stelselmatige geëmmer over de feilen van de bureaucratie. Ook afschaffen dan maar?

Bestuurlijke willekeur leidt uiteraard niet tot het afschaffen van de bureaucratie, wel tot het afschaffen van de moderne bureaucratie van gelijke behandeling in gelijke situaties. Het leidt tot het soort bureaucratie dat we kennen uit het grote particuliere bedrijfsleven: de registratie en constructie van onleesbare, onbegrijpelijke contracten waar alles onder valt behalve de situatie waar je je nu even in bevindt en waar je, afhankelijk van jouw aantrekkelijkheid als klant, goed of slecht, snel of langzaam, echt of zogenaamd wordt ‘geholpen’. Leent zich ook uitstekend voor een verdere uitbesteding van publieke taken.

Bestuurders zonder bureaucratie: het is een uitnodiging de behoeften van mensen te bepalen zonder die mensen te hoeven inschakelen. Zonder het te willen, ook. Dat het eenvoudige gegeven dat democratieën het volhouden omdat hun burgers zeggenschap hebben in waar hun behoeften liggen en hun wensen naar uitgaan, dat dat gegeven wordt weggemoffeld en daardoor wordt bedreigd, is verontrustend. De bureaucratie is een stok geworden om in naam van de burger te burger het heft uit handen te slaan. Gebeurde natuurlijk altijd al, maar niet formeel. Schaf de bureaucratie af en het wordt formeel. Kunnen we gelijk de Grondwet in een nieuw jasje steken. Artikel 1? Leidt tot bureaucratie.

15 maart

=0=

 

Hond

Ton Heerts wilde van minister Hirsch Ballin weten of niet wat breder kon worden bekeken hoe gelovigen en ongelovigen het best beschermd kunnen worden tegen beledigingen. Zit je in de trein, lees je de Pers en dan krijg je dat. Als ik Wilders was zou ik me eens op het hoofd krabben want zijn invloed reikt nu al zo ver dat het ook de verbodsbepaling op godslastering zal behouden door het op te fleuren. Dat kan de bedoeling niet zijn.

De voortekenen waren al slecht. Toen Theo van Gogh werd vermoord was D66 zo verstandig het artikel over godslastering voor te dragen voor vernietiging. Dat was ook een goed moment maar de PvdA vond het juist een slecht moment. We waren gewaarschuwd. Nu, tegen de achtergrond van de hysterie over het filmpje, hebben we weer een uitgelezen moment. Ik had gisteren dan ook verwacht dat het plannetje van Heerts zou worden voorbijgestreefd door een Kamermotie met daarin zowel de oproep het artikel te schrappen als de opdracht aan de minister dat voortvarend ter hand te nemen en op korte termijn een desbetreffend voorstel aan de Kamer aan te bieden. Nee dus. Dat heeft me buitengewoon verbaasd, meer nog dan de slappe knieën van Heerts en van diens PvdA.

Het artikel legitimeerde een onderscheid in lasterlijkheid, langs de lijnen van religie. Het opheffen van dat onderscheid, daar zou de afschaffing over gaan. Wat Heerts de minister aanbood, en waar die maar al te graag op in ging, was de kans het onderscheid te vereeuwigen. Door het te compliceren, maar daar zullen tal van juridische belanghebbenden weer een mooie boterham aan verdienen. Alles kits. Behalve de zaak zelf.

De PvdA is op zoek naar een vorm van niet-discriminerende discriminatie. Dat is zoeken naar de steen der wijzen. Een religieuze impuls. Bij uitstek en het kan tot excessen leiden. Noem mij een hond en ik zal het niet appreciëren. Noem mij een ongelovige hond en ik zal een glimlach niet onderdrukken. Geniet, maar scheld met mate. De nieuwe omgangscode. Het gaat niet werken.


14 maart

=0=

 

Oordeel

Voorzitter Van Duijn van de Nederlandse Politie Bond vindt dat minister Ter Horst niet kan onderhandelen. En verder zal hij het laatste bod van de minister niet voorleggen aan zijn leden. Uit principe. Omdat de twee andere bonden het bod wel voorleggen aan hun leden en omdat alle drie de bonden al vooraf hebben aangekondigd dat ze geen acties zullen voeren (‘want er komt toch geen extra geld’) had een felicitatie aan het adres van de minister niet misstaan. Knap onderhandeld zou ik zeggen.

De bonden hebben wat uit te leggen aan hun leden. Hoog van de toren blazen, verwachtingen wekken, en dan het lid op de neus krijgen. Acties aankondigen en voor het zo ver is weer inbinden omdat het doel dat je met de actie wou bereiken – en dat op geen andere manier bereikt zou kunnen worden zeggen de vakbonden altijd – toch niet bereikbaar is. Dat is, in onderhandelingstermen, een zwaktebod. Van Duijns verwijt aan Ter Horst is gepruttel van een verliezer en zijn ‘principe’ is te goedkoop om een principe te kunnen zijn. Als zijn bond de CAO niet tekent blijft het even goed een CAO. Waarom niet de kletspraat van Bos aangepakt? In plaats daarvan nemen de bonden het over met gemompel, zo van dat het niet gaat lukken omdat dan ook de anderen, zorg en onderwijs, het willen en dat kan Bruin niet trekken. Daar gaan de politiebonden niet over en Bos al helemaal niet.

Het is ergerlijk, alles bij elkaar. Bos is er in geslaagd het conflictterrein te verleggen, van een ondergewaardeerde publieke sector naar een abstract verhaal over het spook van de inflatie. De bonden wilden de waardering voor de publieke sector omhoog hebben. Vandaar dat hun eisen ‘structureel’ waren, niet slechts goed voor de komende paar jaar, maar onderdeel van de waardering voor de sector als zodanig. Dat heeft met inflatiegevaar niets te maken. Het geschil met Ter Horst ging niet over de komende paar jaar (de gevraagde en de aangeboden bedragen liepen helemaal niet uiteen), maar over de status van de publieke sector. Dat geschil was de inzet van de strijd. Die de bonden verloren hebben, zonder hem serieus aan te gaan. Ze hebben zich in de luren laten leggen.

13 maart

=0=

 

Lesje

Opnieuw pompen de centrale banken miljarden in het haperende financiële circuit. Opnieuw blijkt de JSF vele miljarden duurder te worden en uiteraard later te worden opgeleverd. Twee berichtjes uit de kranten van vanochtend. Een derde bericht: Bos vreest voor een loon-prijs spiraal. Maar dat heeft niets te maken met het miljardenspel; het komt door de onbetamelijke eisen van de politiebonden. Het zou anderen maar op ideeën brengen. In totaal gaat het om enkele honderden miljoenen op jaarbasis. Peanuts, in vergelijking, maar genoeg om de minister ongerust te maken.

De loon-prijs spiraal is zo’n argument dat elke keer uit de kast wordt gehaald als de werknemers doorhebben dat zij ook een keer aan de beurt zijn. Of dat denken te zijn want het argument is bedoeld hen hun plaats te wijzen. Geniet, maar eis met mate. Ik bedoel, in de onderhandelingen tussen ter Horst en de politiebonden is ergens onderweg iets fout gegaan. Dat kan, zulke onderhandelingen hebben hun eigen dynamiek en we zijn zo langzamerhand op het punt aangekomen dat niet de zaak beslist maar het prestige. Dat is lastig. Achteraf valt vast te stellen dat de bemiddeling door Doekle Terpstra te vroeg is geweest en dat is pech want de rek die er even later toch bleek te zijn zouden bonden en minister nu goed kunnen gebruiken. Nu, nu de zaak een prestigekwestie is geworden zou bemiddeling goed uitkomen maar die kaart is al gespeeld en dat kun je niet steeds opnieuw herhalen.

Met een loon-prijs spiraal heeft het allemaal niets van doen. Zeker in Nederland valt op dat, tegen de achtergrond van scherp stijgende prijzen voor tal van basisbehoeften, de bonden extreem rustig blijven. De arbeidsmarkt is krap, het prijsniveau stijgt en de bonden blijven even matig als altijd. Ook bij de politie ging het eerder om het inhalen van een opgelopen achterstand dan om een correctie op basis van gewijzigde marktverhoudingen. De rest is gezond verstand.

Ik ben bang dat Bos vroeger zijn economie heeft opgedaan uit slechte leerboekjes, met als voornaamste defect de suggestie dat basale rekenmodelletjes kunnen verklaren wat echte mensen aan het uitonderhandelen zijn. Loononderhandelingen – Thomas Schelling gaf het al ruim 45 jaar geleden aan – hebben echter meer gelijkenis met internationale betrekkingen dan met de ‘kern van de economie’. Heertje zou het overigens niet ontkennen maar bij Bos is het niet aangekomen.

De fractie van de PvdA in de Tweede Kamer is toch maar akkoord gegaan met Bijstervelds schoolboekenplan. Scholen mogen de boeken bestellen die ze willen en die krijgen ze dan ook tenzij ze iets krijgen dat er zo’n beetje op lijkt. Op basis van aanbestedingen – bedoeld om de ‘markt’ goed te laten functioneren – krijgt de vrager misschien wat hij vraagt en misschien ook niet. Curieuze marktprocessen die slechts bewijzen dat concurrentie bedoeld is om de aanbieders speelruimte te bieden, niet de vragers. Leerzaam. Is eerder voorgekomen (in de energiemarkt bijvoorbeeld waar de aanbieders klaagden en de klanten geen rol speelden, in de zorgmarkt waar de vragers gerepresenteerd worden door de verzekeraars) en vertelt veel over wat markten zijn en wat concurrentie inhoudt. In leerboeken economie mogen we hopen dat geselecteerd wordt op teksten die in ieder geval tot nadenken aanzetten over wanneer de marktmetafoor wel en wanneer niet aan de eisen van zinnigheid voldoet. Ik heb er weinig fiducie in. Maar niet getreurd, dat er iets over de loon-prijs spiraal in zal staan, daar mogen we gerust op zijn. Ook winst, al zal het de politiebonden en de minster van Binnenlandse Zaken weinig helpen om tot een vergelijk te komen.

12 maart

=0=

 

Sober

Het pensioen moet versoberd worden volgens de werkgevers. Bijvoorbeeld door een deel van de werkgeversbijdrage over te hevelen naar de werknemers. De bonden zien er niks in. Dat was te verwachten.

Lang geleden kregen wij, studenten economie uit het leerboek micro-economie van professor Delfgaauw en uit zijn colleges, omstandig uitgelegd dat al dat gedoe met premies en bijdragen weinig uitmaakte want uiteindelijk was het eenvoudig de werknemer die ervoor betaalde. Dat ligt ook voor de hand en dus is de vraag wat de werkgevers nu precies bedoelen. Het kan natuurlijk zijn dat de grotere bijdrage van de werknemer bedoeld is om het brutoloon te verhogen maar om de een of andere reden hecht ik daar weinig geloof aan. De werkgevers zien de premies voor het pensioen stijgen, dus ook hun deel daarvan en bijgevolg komen hun bestedingen onder druk. Geen verhoging van het brutoloon dus want dan is het lood om oud ijzer (zoals de micro-economische theorie voorspelde dus). Het zal neerkomen op minder nettoloon. Daarmee sluiten de werkgevers aan op een lange Hollandse traditie: elk arbeidsprobleem oplossen door middel van ‘matiging’. Van de lonen wel te verstaan.

Het is een rare manier om op de voorspelde en deels al zeer actuele krapte op de arbeidsmarkt te reageren. Tenminste, zolang we vasthouden aan de fictie van een ‘markt’. Het zou toch zo langzamerhand te denken moeten geven dat elke keer als het einde van het aanbod in zich komt we de markt niet schonen door hogere prijzen (lonen) maar onmiddellijk roepen om ‘matiging’. Kleinknecht heeft al sinds jaar en dag de strijd aangebonden met dit type denken, door er bijvoorbeeld op te wijzen dat loonmatiging en technologische vooruitgang (‘kenniseconomie’!, ‘innovatie’!) allerminst natuurlijke bondgenoten zijn. Matiging is in zijn visie een reflex die tot luiheid uitnodigt en luiheid bevordert. Van de werkgever dan, dezelfde die met een andere pet op ondernemer wil spelen maar daar weinig zorgen over heeft omdat de lonen toch wel gematigd kunnen worden. Het verhaal over de pensioenen bevestigt de reflex. Het wordt tijd dat de ondernemer ondernemender wordt. De rol van werkgever staat dat in de weg. Daarom nog maar een keer: ontsla de werkgever en bevrijdt daarmee de ondernemer. Iedereen gelukkig.

11 maart

=0=

 

Iets

De politie gaat morgen en donderdag ‘iets’ doen. Met het verkeer en zo. Tussen acht en tien uur in de ochtend. Komt neer op een verlenging van het spitsuur, al worden de snelwegen gespaard. Daar staat het toch al stil zullen ze gedacht hebben.

Afgelopen donderdag (of vrijdag?, ik weet het niet meer) werd bekend dat onze coördinator terreurbestrijding had besloten dat het in ons land een streepje onveiliger was geworden. Veiligheid is een gevoelszaak en ik ben de laatste daar iets op aan te merken te hebben. We voelen ons wat minder veilig en onze coördinator heeft daar een speciaal reukzintuig voor ontwikkeld. Het functioneert ook nog, dus eindelijk eens goed besteed belastinggeld. Tot de politie enkele uren later besloot roet in het eten te gooien.

Die twee dingen bij elkaar zijn niet helemaal in evenwicht. Er is een verhoogde dreiging en dus verwacht je een hogere staat van ‘paraatheid’ van de honderdduizenden ‘professionals’ die ons aller veiligheid in het vaandel hebben geschreven. Behalve op de dorpsonderwijzer reken ik daarbij ook op de veldwachter. Van de onderwijzer kan ik nog billijken dat die de aandacht even meer bij het schoolbord heeft dan bij de onzichtbare vijand. Van de politieman niet. En uitgerekend die gaat morgen iets doen wat we nu nog niet weten maar zeker zullen opmerken. Geen keus, ze zullen ons weten te boeien. Ook een politietaak, dat boeien, maar nu even niet. Zou ik denken. Dat heb ik dan fout.

Of Nederland nog geregeerd wordt, ik weet het niet. Een regering die dag in, dag uit bedenkt hoe ze mensen die toch al geen kant op kunnen nog verder kan ringeloren. Dat zie ik. Niks nieuws, alleen een beetje overdreven bij dit kabinet. En verder? Iets in media, met media, over media. Ook weinig bijzonder. Voor het overige: een coördinator die geen samenwerking kan afdwingen (wat coördineer je dan?), en een minister die afwacht wat de politie gaat doen – wel democratisch overigens: wij ook! – en die tegelijk de werkgever van de politie is. Politiek in Nederland was altijd een sterk bestuurlijke tak van sport. Nu is de politiek het stuur even kwijt.

Het schijnt er ook helemaal niet toe te doen. Het onderwerp van gesprek is competitievervalsing. Er zijn belangrijker dingen dan veiligheidscoördinatie. De voetbalwedstrijden coördinatie bijvoorbeeld. En we krijgen de samenvattingen van de wedstrijden weer terug op het publieke net.

Toch blijft de vraag aan wie de politie denkt z’n gezag te mogen ontlenen als het niet aan het openbaar bestuur is, datzelfde bestuur waar de politie even geen zin in heeft. Of denkt de politie dat de mensen morgen en donderdag zoveel ‘begrip’ zullen tonen dat gezag er gewoon niet toe doet? Het zou zomaar kunnen dat de politie morgen niet de regering maar zichzelf aan een test onderwerpt.

10 maart

=0=

 

Verzuim

Een man die zijn vrouw verliest wordt weduwnaar genoemd. De vrouw die haar man verliest weduwe. Een kind zonder ouders noemen we wees. Voor ouders die een kind verliezen hebben we geen naam.

Ik ontleen dit, licht geparafraseerd, aan P.F. Thomése die dit op pagina 10 (‘Ontbrekend woord’) noteert in zijn Schaduwkind. Een ongeëvenaard boekje over een poging om met taal te zeggen wat je met taal niet kunt zeggen, het ervaren van het overlijden van een dochtertje dat slechts enkele weken leefde en de onmogelijke poging aan het gedode leven en de ervaring een plek te geven. Een plek, in de tijd. Plaats en tijd horen bij elkaar en tegelijkertijd staan ze elkaar naar het leven. Het kind is schaduwkind.

Het is al weer een tijdje geleden dat ik het boekje las. Ik herinner me de diepe indruk die het op me maakte, teweeggebracht door een schrijven als een vermogen even een vorm te vinden voor het onvermogen. ‘Schrijven is zinnen uitproberen om te zien wat ze kunnen betekenen’ (p. 76). Dat gebeurt soms tegenstrevend, soms kwaad, soms verdrietig, soms afwijzend en soms ook verlangend. Het gebeurt. Het is geen verzuim maar het draagt het spoor van verzuim, in alles wat gebeurt, van schaduwgebeurtenis tot en met schaduwkind. ‘Doordat ze geen lichaam meer hebben en toch, op hun manier, aanwezig blijven, wekken ze de indruk onsterfelijk te zijn. Wat natuurlijk niet het geval is, want onsterfelijk is alleen datgene wat nooit heeft geleefd’ (p. 64).

Gisteren las ik Het Verzuim van Hugo Verbrugh. Het is een ‘essay over de dood van een dochter’. Het is het exacte tegendeel van Thomése’s boekje. Hier is alles onsterfelijk wat is gestorven en dus heeft geleefd. Het is ook niet zijn dochter die gestorven is maar ‘een’ dochter, deel van een gezin waar de antroposofie wel maar het gesprek geen onderwerp van gesprek is. Althans, voor zover ik kan nagaan, voor zover ik probeer dit ‘probeersel’ (p. 24) te lezen en lezen is doen. Verbrugh zit met ‘een’ dochter en met ‘zijn’ verzuim. Een curieuze en kenmerkende verwisseling. Als hij niet had ‘verzuimd’ had zijn dochter nog geleefd denkt Verbrugh. Voor alles is een oplossing en ook als er een oplossing is ‘verzuimd’ wordt de volgende al aangereikt. Hier heerst de kilte van de technocratische gezindte, gelardeerd met de sentimentaliteit van wisselende stemmingen en ‘luimen’ (p. 14), gecertificeerd door de denker van de spoorloze en spoorvrije (inéén) zuiverheid, Steiner himself. Arme mevrouw Verbrugh denk ik dan maar, hoewel het wel mee zal vallen. Ze speelt geen rol. Ook Sonja, de overleden dochter, speelt geen rol. Ook de zonen uit het gezin spelen geen rol. Ze zijn slechts de ruis, grondstof ter bewerking in een project (een ‘probeersel’) waar ze zelf geen enkele zeggenschap in hebben en waarin ze niet worden gehoord. Verbrugh heeft een onbetamelijk boekje geschreven. Zijn verzuim is niet dat hij niet heeft weten te verhinderen dat zijn dochter uit het raam sprong. Zijn verzuim is dat hij aanneemt dat woorden, beelden, gevoelens ( en ‘luimen’), gebeurtenissen, werelden waar ook ter wereld en erbuiten, tot zijn beschikking staan. Verbrugh is een griezel.

9 maart

=0=

 

Huren

‘Bij overlast uit huis geplaatst’ kopt Trouw vandaag op de voorpagina. Burgemeesters krijgen het recht om in voorkomende gevallen in te grijpen en lastpakken uit hun woning te laten verwijderen. Overlast hoeft niet oneindig te worden gepikt en wat de woningcorporatie niet kan afdwingen kan de burgemeester wel.

De woningcorporatie? Ja, want het gaat om aso’s in huurwoningen. Koopwoningen zijn vrijgesteld. Daar wonen geen aso’s of als ze er al wonen dan produceren ze een ander soort overlast, een soort overlast waar de publieke macht niet voor nodig is.

Achter de voordeur, de droom van ons kabinet, gaat niet over alle voordeuren. Het gaat alleen over huurvoordeuren. Mensen die achter dat soort voordeuren wonen kunnen baat hebben bij verandering van omgeving. Zegt de woordvoerster van Rouvoet die er aan toevoegt dat in een nieuwe wijk andere maatregelen wellicht wel werken. Wellicht wel, wellicht ook niet. Pechtold is niet blij maar de PvdA ziet het wel zitten om paal en perk te stellen aan gezinnen ‘die jaar in jaar uit hun buurt terroriseren’. Uitzetten daarom. In het uiterste geval, al hoedt de PvdA woordvoerder zich er wel voor om aan te geven wanneer een geval een uiterst geval is. Er moet nog wel iets voor de burgemeester overblijven.

Toen ik studeerde woonde ik in de Govert Flinckstraat in Oud-Zuid. Beneden mij woonde een jong gezin, met een klein zoontje. Minstens twee keer per week was het een klerezooi. Het bouwde op. Het begon met steenharde muziek, gevolgd door steeds luidere stemmen, en lawaai van dingen die kapot werden gesmeten. Feest dus. De vrouw liep wel eens tegen een deur aan geloof ik en het jongetje was en bleef bleek. Als we begonnen te vrezen dat het niet bij de spulletjes zou blijven gingen mijn hospita en ik af en toe aankloppen – al was het maar om te voorkomen dat de zaak echt uit de hand zou lopen. Het had meestal een sussende werking, voor een paar dagen. Achter de voordeur kwamen we niet en dat was ook niet nodig. Soms dook ook de politie op, ik neem aan omdat ze door de buurt waren gewaarschuwd. Die deden hetzelfde, wat olie op de golven en met hetzelfde succes. De formule is eenvoudig want alleen doordat je een ruzie onderbreekt weten de ruziemakers dat andere oren meeluisteren en dat wil wel eens dempen.

Ik heb daar een paar jaar (tussen ’68 en ’71) gewoond en het patroon wijzigde niet. Het was lastig en het gaf last. Die mensen hadden een huurwoninkje daar. Zouden ze vandaag moeten vrezen voor hun woning? Voor hen hoop ik dat ze hun etage inmiddels hebben gekocht. Voor de overlast maakt het allemaal niks uit maar wat Rouvoet wil heeft met overlast dan ook even veel te maken als Schiphol met een schoon milieu.

8 maart

=0=

 

Dividu

Tot vandaag kende ik het woord ‘dividu’ niet. Het is afkomstig van Nietzsche, en opgepikt door Deleuze. Ik kwam het tegen in het nieuwe boek van Willem Schinkel, Denken in een tijd van sociale hypochondrie; aanzet tot een theorie voorbij de maatschappij (Kampen; Klement 2007) waarin de auteur precies doet wat de titel belooft. Het is een woest boek, in een tijd die te weinig woeste boeken het licht laat zien. Een uitstekend boek ook, maar dat mag je verwachten van een auteur die een nog niet gepubliceerd artikel van hemzelf reeds vooraf als ‘uitstekend’ heeft gekwalificeerd (p. 149).

De steen des aanstoots is ‘integratie’ (Schinkel schrijft het, met uitleg, als [integratie]); het dividu is er het product van. Dit schrijft Schinkel (p. 157): ‘De individuen waarop het [integratie]streven aangrijpt, worden … gede-individualiseerd. Ze worden … van individuen tot dividuen gemaakt die schizofreen zijn opgedeeld in het individuele subject dat dient te [integreren] en het gecollectiveerde stigma van de ‘cultuur’ waar dat subject toe hoort en dat die [integratie] tegenwerkt’. Een schizofrene opdeling? Zijn geslaagde allochtonen – want [integratie] is in het laatste decennium verdund tot het probleem van individuele allochtonen die door hun cultuur worden belemmerd de overstap naar [ons] te maken – schizofreen dan?

Gisteren stond op de wetenschapspagina van NRC Handelsblad een artikel met als titel ‘assimilatie vergroot de kans op schizofrenie’. Het gaat over een onderzoek naar wat je geslaagde migranten zou kunnen noemen (migranten al lang niet meer in de zin dat ze uit, pak’m beet, Marokko naar hier zijn gekomen maar in de zin van ‘allochtonen’ die van ‘buiten’ de maatschappij naar ‘binnen’, naar ons toe als het ware, migreren. Hoe doen ze het!). Opvallend is dat zij zich veel sterker dan hun ook onderzochte broers en zussen van hun afkomst hadden afgezet en zich veel meer met Nederland hadden geïdentificeerd. Voorbeeldige mensen dus, mensen die wij graag zien en waarvan we eigenlijk vinden dat die het voorbeeld voor de anderen zijn. Maar wel weer mensen met een verhoogd risico op schizofrenie. Schinkels vermoeden is niet zomaar een vermoeden.

Het thema is niet nieuw. Wel urgent en politiek en beleidsmatig zo belangrijk dat het ongetwijfeld onopgemerkt zal blijven. Het thema is in de VS al vaker onderzocht en dat is niet verwonderlijk in een land waarvan een president (Kennedy) ooit zei dat het een ‘nation of immigrants’ was. Wie bovendien publicaties van Walzer bekijkt (in het bijzonder zijn recente Politics and Passion) kan tot de ontdekking komen dat de verregaande individualisering van het integratie-thema in Nederland meer over Nederland zegt dan over het thema. Dat is hoopgevend want wie weet komen we er in dit land nog op tijd achter dat als we integratie bedoelen we het over onszelf hebben zonder dat te willen zeggen (het is immers hun probleem?). Wij zijn de individuen per slot en zij, zonder dat ze het weten en zonder dat wij het willen erkennen, zijn de dividuen. Maar dit neemt allemaal niet weg dat de behandeling van het thema door Schinkel nieuw is, in het bijzonder door zijn totale aanval op het begrip ‘maatschappij’ dat voor z’n ordening zoiets als ‘integratie’ (of: ‘organisatie’) nodig heeft. Die aanval van Schinkel is formidabel. Ik heb niet eerder een Nederlands boek over sociologie en maatschappij gelezen dat zo veel zo raak overhoop haalde. Ik kom er op terug.

7 maart

=0=

 

Vermomd

De vrouw die in 2005 een tasjesdief met haar auto plette krijgt een werkstraf. Ze is daar niet tevreden mee, ze wil vrijspraak. Dat is ook de mening van Rita Verdonk, dezelfde die anderen (zij dus, niet wij) altijd aanbeveelt om eerst naar de rechter te stappen.

Patrick K. kreeg ook werkstraf, maar bij hem stond alleen extreme lulligheid en hufterigheid ter discussie. Alsof hij boven de wet stond, en daarom was een werkstraf genoeg. Een waarschuwing eigenlijk. Mevrouw staat ook boven de wet. Ze had dan weliswaar haar auto als wapen gebruikt, maar dat was om haar legitieme eigendom terug te halen. Tien jaar eerder had ze haar auto ook eens zo gebruikt en toen had de dief toch maar mooi het gejatte telefoontje laten vallen. Een beproefde methode dus en alleszins waard om te herhalen. Nee, autorijden kon ze heel goed, daar lag het niet aan. Het was meer de sfeer. De hele rechtszitting was op haar overgekomen alsof zij de crimineel was, zei ze. Ja wat wou ze dan, dat er postuum nog een rechtszaak tegen de gedode jongen zou worden georganiseerd? Advocaat Korvinus zag daar geloof ik wel brood in. Het was niet zomaar een dode jongen, het was een criminele dode jongen. Het toch liever eerbied voor de levenden! Mevrouw had dan wel voor de tweede keer van haar auto een wapen gebruikt – een middel eigenlijk, geen wapen – maar die jongen had ook niet voor de eerste keer diefstal gepleegd. QED.

Er worden te gemakkelijk werkstraffen uitgedeeld klonk het kort geleden nog. Even vergeten misschien? Ongetwijfeld. Mevrouw is bang dat er wraak op haar genomen gaat worden. Daarom wilde ze ook niet naar de zitting komen want wie weet zou ze herkend worden. Een boerka droeg ze nog net niet maar een sjaal en een zonnebril deden vergelijkbare diensten. Vermommingsdiensten. Ik heb Verdonk niet horen protesteren. Soms heb ik de indruk dat de rechtspraak steeds politieker wordt en net als de politiek als de dood is voor een ‘kloof’ met de burger. Met deze uitspraak heeft niet zozeer mevrouw zich vermomd als wel de rechtspraak. Een nieuwe vermomming voor het recht? Het lijkt erop. De sluier van vrouwe Justitia kan zo worden ingeruild voor de transparantie van de opiniepeiling. Benieuwd waar Standpunt.nl morgen over gaat.

6 maart

=0=

 

Grondwet

De Kosovaarse grondwet biedt voldoende bescherming aan minderheden en dus erkennen wij Kosovo. Aldus minister Verhagen. Naar verluid bezaten de staten van het Warschau-pact allemaal grondwetten waar je je vingers bij aflikte. Toch is er toen geen minister van buitenlandse zaken geweest die daar een argument in ontdekte om tot erkenning van de DDR over te gaan.

Het zijn interessante dingen, grondwetten. Engeland heeft er geen en is toch de eerste democratische staat ter wereld. Israël heeft er geen, ondanks resolutie 181 die er eentje eiste. In de routekaart naar vrede wordt, opmerkelijk genoeg, van de Palestijnen wel een democratische grondwet geëist, van Israel niet. De Palestijnen zijn een eind opgeschoten, in Israel heeft een grondwetsvoorstel tot diepe verdeeldheid geleid. Oorzaak: de positie en rechten van Arabieren en Palestijnen, ‘minderheden’ dus. Ik heb Verhagen er niet over gehoord. En in Nederland ‘leeft’ de grondwet niet, zoals collega Ter Horst nog recent beklaagde.

Wat zou Verhagen daarom bedoeld hebben? Het is me een raadsel. Wel is de timing opmerkelijk. Het door Serviërs beheerste noorden van Kosovo is zich bedaard aan het afscheiden en zoekt aansluiting bij een maar al te gretig Belgrado. De NAVO staat erbij en kijkt ernaar. De bevoegdheden van KFOR zijn er niet op berekend.

In de Volkskrant lees ik dat de Kosovaarse politie geen toegang heeft tot het door de Serven gecontroleerde noordelijke gebied. Een vlag van Kosovo wordt er evenmin waargenomen. Nog even en er hoeven geen minderheden meer beschermd te worden in Kosovo om de eenvoudige reden dat ze zich hebben afgescheiden. Verhagen had niet naar de grondwet moeten verwijzen. Hij had in moeten gaan op de geheel voorspelbare ontwikkeling die zich nu, enkele weken na de afscheiding van Kosovo zelf, aan het voltrekken is. Zou ter Horst overigens denken aan een nieuwe opgeleukte grondwet voor onszelf met daarin een plekje voor – nu in de tekst ontbrekende – minderheden? Misschien moeten Verhagen en ter Horst eens samen een kopje koffie drinken.

5 maart

=0=

 

Polarisatie

‘De emancipatie van de arbeider, de vrouw en de homoseksueel is alleen gelukt door strijd, door de confrontatie. Het is klassiek marxistisch: these-antithese-synthese.’ Het staat in de Volkskrant van afgelopen zaterdag en het zijn de woorden van Wouter Bos. Emancipatie? Dat vraag ik u af – zou Elly zeggen – want al die thesen waren al bij Hegel te vinden en wij weten maar al te goed dat emancipatie van meer afhangt dan van strijd. Zei die oude Marx niet dat de emancipatie van de arbeidersklasse alleen het werk van die klasse zelf kon zijn? Niet van een regeringspartij dus, zelfs niet als die partij zich met behulp van voorman Bos aanbiedt? Ik bedoel maar. Strijd is geen strijd als er strijd op staat, en emancipatie moet jezelf doen. De eerste strijd is de strijd om de zaak in eigen beheer te houden. Doe je dat niet dan nemen de hulpvaardige sympathisanten het over en voor je het weet heb je meer last dan lol van ze.

Dat bedoelt Bos ook. Hij heeft last van z’n eigen bestuurders die zich overal en in het bijzonder in woningbouw en zorginstellingen hebben genesteld en niet van plan zijn het daar veroverde eigen speelterrein uit handen te geven aan Bos en de zijnen. Lodewijk Asscher had het er ook al over en net zoals Asscher door zijn weinig confronterende politiek op handen wordt gedragen in het Amsterdamse, wil Bos door evenmin te confronteren zijn positie in het Haagse versterken. Om de externe confrontatie uit de weg te gaan moet de interne confrontatie worden aangegaan. Asscher roert de trom, Bos roert de trom. De PvdA confronteert de PvdA. Bloedstollend.

De externe confrontatie kennen we, of beter, we kennen hem niet want de PvdA wil er niet aan. Of het nu gaat over Irak of over topinkomens: daar zal de confrontatie niet worden gezocht. Het einde van het interview met Bos in de Volkskrant geeft dat ook perfect weer. Kennelijk heeft de baas van ING gemopperd over het ‘vestigingsklimaat’ voor zijn bedoening in dit land. Het antwoord van Bos: ‘Als Tilmant vreest dat Nederland zijn vestigingsklimaat gaat vernielen door belonen naar presteren in kwade reuk te zetten, vindt hij mij aan zijn zijde. Ik zeg u: ING blijft hier.’ Ik zeg u: confronterender oproep tot polarisatie ben ik zelden tegengekomen.

4 maart

=0=

 

Zorgelijke markt

Nu de markt voor ziekenhuiszorg gedeeltelijk is vrijgegeven blijkt dat de kosten stijgen, zo lees ik in de krant. Dat is een succes zou je denken want het aantal behandelingen is ook fors gegroeid. Kortom, betaal de ziekenhuizen elke keer dat ze een bepaalde behandeling verrichten uit, en de ziekenhuizen zijn niet te beroerd om het aantal identieke behandelingen op te voeren. Niks aan de hand, daar heb je een markt voor. Als het ziekenhuis het voor het bedragje kan doen dan is er winst te halen door het heel vaak te doen. Elke HAVO-er met economie in het pakket kan het je na de eerste paar lessen uitleggen.

Elk aanbod schept z’n eigen vraag. Dus als de ziekenhuizen wel brood zien in het uitbreiden van de aanbodscapaciteit dan zal de vraag wel volgen, vroeger of later. In dit geval eerder vroeger. Het aantal behandelingen dat aan de markt wordt vrijgegeven zal nog verder toenemen tot in 2009 de ziekenhuizen helemaal per behandeling zullen worden betaald. Noem elke behandeling een markt en we weten twee dingen: het aantal vrijgegeven markten stijgt en elk ziekenhuis (en elke specialist binnen het ziekenhuis) zal per markt het punt proberen uit te rekenen – en de capaciteit daarop instellen – waarop het verschil tussen kosten en opbrengsten voor het ziekenhuis het gunstigst is. Nog een heel gedoe trouwens, zeker als je rekent met substitutiemogelijkheden, complementariteit, schaaleffecten en ‘synergie’. Of het de ‘concurrentie’ bevordert is helemaal de vraag want om goed te kunnen concurreren heb je schaal nodig en schaal is – tenzij de markt oneindig is – geen natuurlijke bondgenoot van het bevorderen van meer concurrentie. Hadden die HAVO-leerlingen je ook kunnen vertellen.

Verbazend is daarom dat de Nederlandse Zorgautoriteit verbaasd is. Ze gaan het uitzoeken. Wat gaan ze uitzoeken? Of de markt wel een markt is of dat de verwachtingen van regering en tweede kamer niet helemaal sporen met wat er uit is gekomen? Helemaal niet nodig lijkt mij. De liberalisering is een succes en de overheid verwacht altijd wat anders. Neem me niet kwalijk: er wordt meer geproduceerd en ook nog binnen de vastgestelde vergoedingen. Wat wil je nog meer dan? Het kost wat maar je krijgt er ook wat voor. En als het nog meer gaat kosten krijgen we nog meer. Stel je voor, elke Nederlander een nieuwe knie en een nieuwe heup. Of twee van allebei met een optie op een nieuwe serie andere onderdelen. Ik maak me geen zorgen.

3 maart

=0=

 

Behulpzaam

Een professional is iemand die voor mij vaststelt welk probleem ik heb en wat ik moet doen of laten om er geen of minder last van te hebben. Een professional is ook iemand die zelf bepaalt of ik tot het publiek behoor waarvoor hij in de markt is. Een professional is een bedreigde diersoort. We weten zelf wel welke problemen we hebben, wat we daarvoor nodig hebben weten we ook steeds beter, en de vrager op de markt is zelden direct de echte vrager maar de verzekeraar of de overheid. Of, in het geval van leerplicht, ook nog de ouders die zich hun Einstein niet door de neus laten boren door een hufter van een onderwijzer.

Er is nog een vierde kenmerk van de professional: hij is lid van een groep die hem beschermt tegen kapers op de kust. De groep claimt het monopolie op een probleem en op de behandeling ervan. Dat gaat goed zolang het ene probleem het andere niet is en gaat niet goed als de problemen ongemanierd zijn. Meestal zijn problemen niet goed gemanierd. Vervelender nog, wat vandaag zo gemanierd is kan morgen anders gemanierd zijn. Dat hoeft niet eens door ons te komen. Het kan ook het gevolg zijn van kennis en ervaringen die bestaande onderscheidingen irrelevant maken en nieuwe relevant. Wat vandaag psychisch is blijkt morgen niet minder psychisch maar wat vandaag psychisch veroorzaakt leek blijkt morgen hele andere oorzaken te kennen. Je zult maar psycholoog zijn in zo’n geval. Dan ben je geen professional, maar een gewoon mens dat in z’n belangen wordt aangetast. Dan sla je terug.

In het belang van de patiënt, dat wel. Anderen zullen je dat bestrijden. Zo lees ik in de bijlage Wetenschap & Onderwijs, gisteren in het NRC Handelsblad, dat een hoogleraar psychologie helmaal niet gelukkig is met het landjepik van zijn collega psychologen die zich het recht op het voorschrijven van medicijnen willen aanmeten. De hoogleraar vindt dat ‘totaal onnodig, voornamelijk ingegeven door concurrentieoverwegingen en niet in het belang van patiënten’. Die zit, zou je denken, maar dat valt toch tegen want dezelfde hoogleraar is bang dat als de psychologen ook wat farmacologie gaan praktizeren de opleiding klinische psychologie minder psychologisch zal worden en meer medisch. Met als gevolg dat uiteindelijk de psychotherapie wel eens het kind van de rekening zou kunnen worden. Je zult maar hoogleraar psychologie zijn in zo’n geval. Dan ben je geen professional maar een gewoon mens dat in z’n belangen wordt aangetast. Dan sla je terug.

In Nederland herbeleven we sinds enkele jaren de romantiek van de professional: slachtoffer van bureaucratisering, vermarkting en zelfs inspraak, aan alle kanten bedreigd dus en daardoor niet langer in staat z’n onbaatzuchtige behulpzaamheid over ons uit te storten. Het verlangen naar de gouden eeuw van de professie is groot, net zoals het verlangen naar de ambachtsschool, naar een Nederlandse identiteit, naar normen en waarden en naar fatsoen. Op zoek naar een verleden dat er nooit was. We zien het aan het heden. Als wij het niet zijn, of de overheden, de managers of de verzekeraars dan zijn het de andere professies wel die de rust in de tent bedreigen. Zij vinden het lastig. Ik vind het de gewoonste zaak van de wereld. Een professie die niet tegelijk een bedreigde professie is, is een gevaarlijke professie.

2 maart

=0=

 

Gevaar

Het kabinet wordt met de dag benauwder over de film van Wilders. De film zou onze belangen, burgers en militairen in het buitenland in gevaar brengen. Wonderlijk, want toen enkele jaren geleden de Nederlandse overheid de oorlog in Irak ondersteunde – een oorlog waarvan nog slechts weinigen beweren dat die het terrorisme niet zou hebben bevorderd – klonk hetzelfde bezwaar maar hoorden we het kabinet niet. Sterker nog, ook vandaag wil het kabinet daar niet van horen. Hetgeen leidt tot de volgende en nogal voor de hand liggende stelling: het feit dat het kabinet Wilders alleen persoonlijk verantwoordelijk houdt voor de eventuele consequenties van zijn eventuele film bewijst slechts dat het kabinet het verdomt over politieke verantwoordelijkheden te spreken en het kabinet verdomt dat omdat het dan ook gedwongen zou zijn om z’n eigen politieke verantwoordelijkheid te bezien. De weigering de oorlog in Irak te onderzoeken belemmert een politieke discussie over het filmpje en leidt ertoe dat de ene banaliteit over de vrijheid van meningsuiting na de andere wordt gedebiteerd.

De discussie over het filmpje heeft niets te maken met de vrijheid van meningsuiting en alles met de verantwoordelijkheden en verantwoording van parlement en regering. Die weigeren zich te laten aanspreken op de feitelijke stimulans die de oorlog in Irak aan het internationale terrorisme heeft gegeven. Wie die politieke verantwoording niet durft af te leggen kan ook over politieke verantwoordelijkheid niet spreken. Er is geen gebrek aan vrijheid aan meningsuiting in dit land. Er is een gebrek aan vrijheid van politieke meningsuitingen van politieke gezagsdragers in dit land.

Dat Wilders inzet op een verharding van verhoudingen is zonneklaar. Het is zijn enige punt: zonder verharding geen verbetering. Een goed punt. Ik ben ook voor verharding: noem een racist als Wilders racist en wijs er op dat racistische verharding nou net het soort hardheid oplevert dat in een rechtsstaat ontoelaatbaar is. Wijs er op dat wie wil verbieden met verboden rekening moet houden, zoals een verbod op racisme. En doe er wat aan. Allemaal politieke verantwoordelijkheid en als kabinet en parlement nu nog niet door hebben dat over dat type verantwoordelijkheid verantwoording moet worden afgelegd – bij verkiezingen maar toch niet alleen bij verkiezingen? – dan hebben ze een fout vak gekozen. Het aanspreken van Wilders op zijn ‘persoonlijke verantwoordelijkheid’ bespaart parlement en regering het politieke debat over politieke verantwoordelijkheid en verantwoording. Over Irak bijvoorbeeld.

Wij beschikken over een kabinet dat denkt dat de grondwet een staatsmiddel is om sociale cohesie af te dwingen. Nee dus. De Grondwet is een middel voor de burger om de overheid in z’n hok te houden. Wie dat niet ziet – en in het kabinet wordt het niet gezien – maakt ook van z’n eigen hok een rotzooi. Onverantwoordelijk, dit keer én persoonlijk én politiek.

1 maart

=0=

 

Remedie

We hebben het er gewoon niet meer over. Dat is de samenvattende wijsheid van de regeringen Balkenende met de ‘commotie’ rond Donner als meest recente illustratie. Donner zegt dat hij zijn mond zal houden over het ontslagrecht en de PvdA is tevreden. We hebben het niet over Irak en opnieuw, we zijn tevreden. Een onsje minder misschien maar het kan er nog best mee door. Regeren door zwijgen. Ministers twijfelen niet zegt Donner. Jammer, ik had gehoopt dat twijfel een cruciale functie-eis zou zijn voor het ministerschap. Niet dus.

Regeren heeft, we merken het elke dag opnieuw en we zien het elke dag opnieuw bevestigd, niets met vooruitzien te maken en alles met voorspelbaar gedrag. Dat werd gisteren dan ook bevestigd in de Tweede Kamer. Zelfs de afloop was volledig voorspelbaar en behalve de media, die er voor den brode van afhankelijk zijn, wist iedereen van te voren dat het debat zou verlopen en aflopen op de manier zoals het verliep en afliep. Wij twijfelen ook niet meer, behalve over de verspilling van tijd die beter anders besteed had kunnen worden.

Zwijgen en verzwijgen als remedie. Het ontslagrecht is meer waard. Er wordt niet te veel over het ontslagrecht gesproken maar te weinig en, meer in het bijzonder, te eenzijdig. Men staart zich blind op het ontslagrecht van de mensen die nu nog wat bescherming hebben en laat het collectieve ontslag buiten beschouwing. Dat is wonderlijk want zouden de mensen die beweren dat voor het reguliere baantje de bescherming in Nederland verhoudingsgewijs hoog is niet weten dat voor het collectieve ontslag de bescherming in ons land relatief laag is? Kijk, het MKB betaalt veel voor een ontslag en de manager betaalt weinig voor zijn permanente reorganisatiecircus en het daarbij horende collectieve ontslag. We weten dat niets de beurskoersen zo bevalt als de aankondiging van een collectief ontslag. Waarom we dat niet wat duurder – en dus minder aantrekkelijk – maken begrijp ik niet. Waarom we – de vakbeweging voorop, de politiek er direct op volgend – het er niet over hebben begrijp ik al helemaal niet.

Donner heeft zijn zaakjes goed voor elkaar. We hebben het er niet over. Had hij wel door wat vakbeweging en PvdA niet zagen of – alles kan – liever laten rusten? Waarmee was mevrouw Hamer nou eigenlijk tevreden? Ik ben niet naïef, verklaarde ze, alsof dat een prestatie is. Nou goed dan, niet naïef. Snugger ook niet. En had mevrouw Jongerius, in plaats van over ‘de werkgevers’ te spreken het niet beter kunnen hebben over de curieuze discrepantie tussen individueel en collectief ontslag en over de verschillende belangen die verschillende werkgevers daarbij hebben?

29 februari

=0=

 

Oppimpen

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) vindt de grondwet niet leuk genoeg. Het ding moet meer swingen, door een leuke preambule, en door het op te nemen in het nieuwe nationale gezelschapsspel dat inburgering heet. En passant kan misschien ook worden verwerkt dat Nederland een koninkrijk is? De grondwet spreekt wel over koning en koningschap maar niet over koninkrijk. Dat kan natuurlijk niet. Als we moeten weten dat ‘Nederland een democratie en een rechtsstaat is, Amsterdam de hoofdstad en Den Haag de regeringszetel’ dan mag het koninkrijk niet ontbreken. Slordig. Als je de grondwet wilt oppimpen moet je het in één keer goed doen.

Ze had natuurlijk ook kunnen voorstellen de grondwet toetsbaar te maken, zoals in de Verenigde Staten. Daar leeft het ding hoor, archaïsch taalgebruik of niet. In Nederland heeft, geloof ik, Femke Halsema dat een paar jaar geleden eens voorgesteld maar we hebben er sindsdien niet veel meer van gehoord. Met de voorzet voor gesloten doel van Ter Horst kan Halsema weer proberen die bal in te koppen.

Ter Horst wil een grondwet die een ‘educatieve, instructieve en bindende functie’ heeft. Dat zal dan wel te maken hebben met de door haar bedachte ‘kerntaak’ van de overheid ‘om verbanden te leggen waar losse eindjes zichtbaar worden’. Verontrustende taal, bestuurlijke overmoed en miskenning van de grondwet, alles in een enkele zin. Hoe komt een mens erop is de eerste gedachte; hoe komen we ervan af is de eigenlijke gedachte.

Als de minister wil dat de grondwet gaat ‘leven’ dan is de eerste taak, de kerntaak in grondwettelijke zin, dat de overheid zich eraan houdt want in de grondwet staan in de allereerste plaats rechten van burgers tegenover de overheid en plichten van de overheid tegenover de burgers. Neem artikel 19, lid 3 met daarin een gekwalificeerd recht van iedere staatsburger op vrije keuze van arbeid. Bij wet en regel is niet het recht op vrije keuze van arbeid door de overheid serieus genomen maar wel de kwalificaties, en dat zo grondig dat van het grondrecht steeds minder is overgebleven.

De vrije keuze van arbeid heeft tot gevolg dat elk baantje de trekken van een ‘ambt’ krijgt. Dat is ingewikkeld want behalve voor naïeve meritocraten – tegenwoordig in bestuurlijke kringen een veel voorkomend mensentype – die denken dat in het verleden geleverde prestaties voldoende garanties voor de toekomst bieden, komt het verdelen van banen als ambten neer op een voortdurend gemarchandeer tussen het bepalen van wat mensen kunnen aantonen over wat ze waard zijn en het vellen van een oordeel over wat ze zouden kunnen in altijd weer min of meer onbekende nieuwe situaties. Dat is niet eenvoudig, fouten zijn onvermijdelijk en correctiemogelijkheden onontbeerlijk.

Zou het toeval zijn dat bestuurders van de meritocratische gezindte het moeilijk hebben met de vrije arbeidskeuze? En zou het toeval zijn dat diezelfde bestuurders zich vervolgens zorgen maken over het feit dat de grondwet ‘onder de burgers’ niet ‘leeft’? Ik denk het niet. Maar nu we het toch hebben over de relevantie van de grondwet: hier hebben we een mooie casus om eens na te gaan waarom de meeste mensen de grondwet niet op hun nachtkastje hebben liggen. De richting waarin we moeten zoeken om die vraag te beantwoorden is niet moeilijk. Als de overheid zelf de grondwet serieus leert nemen dan hoeven ze zich over ons geen zorgen meer te maken.

28 februari

=0=

 

Feestje

Het was gezellig, gistermiddag. Hoewel iedere aanwezige besefte dat de strijd nog niet gestreden was, een stap in de goede richting was het wel. Hier liggen kansen, zeker als onze verantwoordelijken voor marketing en public relations slim en behendig op de nieuwe situatie weten in te spelen.

Hoeveel van dat soort mensen volgen een opleiding bij ons? De vraag van de manager shared service centre supplies was welgemeend maar fout gericht. Welk soort mensen? Dat was precies waar het om ging. Bovendien uitgerekend wij, de enige instelling voor bijzonder algemeen openbaar wetenschappelijk onderwijs, selecteren onze studenten niet. Iedereen mag meedoen, daar zijn we nou net voor opgericht. Wij discrimineren niet en hoe meer mensen elders worden geweigerd, hoe meer aanmeldingen wij mogen verwachten. Wij zijn een open instelling en hoe meer mensen op ons aangewezen raken hoe meer openingen wij zullen creëren.

Kijk, zei de directeur van het onderwijsinstituut, het is nog net niet zo dat de gevangenisbusjes af en aan komen rijden als we onze studenten een keertje bij elkaar laten komen, maar ook gevangenen zijn welkom bij ons. De tegenwerking ligt niet bij ons maar bij justitie die niet elke leergierige gevangene verlof geeft om naar onze – toch best spaarzame – gezamenlijke dagen te komen. We denken ook niet ons marktaandeel die kant op nog veel groter te kunnen maken. We kunnen ons beter richten op de categorieën die minister Plasterk ons binnenkort in de schoot gaat werpen.

Onze voorzitter meldde het hier mee eens te zijn. Maar, zei ze, het kan in dit land toch niet zo zijn dat uitsluitingsgronden voor opleidingen zo krakkemikkig worden geformuleerd dat ze bij de eerste de beste confrontatie met de rechter al zullen sneuvelen? Het plan van Plasterk is goed, maar niet goed genoeg. We moeten, zonder al te nadrukkelijk te zijn, het ministerie steunen om tot een goed en niet onterecht discriminerend wetsvoorstel te komen. We moeten wel voorzichtig zijn want we hebben wel belangen maar in dit geval spelen we de band van het algemene belang en niet dat van ons. Ik stel voor om niet als instelling te reageren maar via onze eigen netwerken de minister te benaderen.

Wij moeten altijd een beetje grijnzen als onze voorzitter het lied van ‘het kan toch niet zo zijn’ aanheft. We kennen haar politieke ambities. In dit geval zijn die trouwens uitstekend inzetbaar want haar nadruk op de onnadrukkelijke effectiviteit van onze netwerken delen we volledig. Inhoudelijke suggesties zijn niks zonder netwerk. We formuleren een serie inhoudelijke suggesties en geven onszelf als huiswerk wie waarvoor en waarmee het beste benaderd kan worden.

Het regent suggesties, overigens. Zo is het raar pedofielen de toegang tot pedagogie te ontzeggen en hen wel onderwijskunde te gunnen of, om het over een hele andere boeg te gooien, design van kleding, speelgoed, kinderliteratuur enzovoorts. Net zo raar is het om verkrachters wel van de medische opleiding te weren maar niet van, pak’m beet, de opleiding kunstgeschiedenis. We moeten die dingen breder zien. In de moderne diensteneconomie is vrijwel elk beroep een vertrouwensberoep en het aangekondigde wetsvoorstel moet daar veel beter rekening mee houden. Het is toch raar dat de medicus wel maar de apotheker niet wordt genoemd? Verder, wie de apotheker wel wil noemen en dan meent klaar te zijn, vergeet die dan niet de farmaceutische industrie? Ze zullen allemaal naar ons kijken of wij hen niet de opleiding kunnen geven die hen elders is ontzegd. Onze markt kan meer groeien dan ooit tevoren. Er is werk aan de winkel!

De vrijheid van beroep hebben we met het werk-werk-werk al uit het raam gesmeten. De vrijheid van onderwijskeuze hoort daar natuurlijk gewoon bij. Eindelijk hebben we een minister die dat snapt. Aan ons zal het niet liggen. Vandaag hebben we al een feestje maar als Plasterk er in slaagt een wat minder discriminerende en veel meer mensen uitsluitende wet op te stellen en door het parlement te loodsen gaan we pas echt los. De toekomst wenkt.

27 februari

=0=

 

Schoenmaker

Mevrouw Jongerius is teleurgesteld in het kabinet. Ze had iets verwacht en heeft het niet gekregen en ze vermoedt dat haar vermogende broer Wientjes wel wat is toegestopt. Het kabinet is helemaal niet links, dus wat heb je aan de PvdA in de regering?

Dat laatste is een goede vraag, zeker zolang je hem in het algemeen stelt. Voor het overige roept de oprisping van mevrouw Jongerius zelf slechts vragen op. Zo verwijt ze Bos niets te doen aan topinkomens, net zoals ze hem verwijt dat de werknemers de gunstige conjunctuur niet in hun portemonnee voelen. De verwijten kloppen maar ze moet niet naar Bos kijken maar naar zichzelf, naar haar eigen FNV. Sinds decennia zijn vakcentrales en vakbonden in Nederland toonbeelden van braafheid en gematigdheid. Daar zijn goede redenen voor want met bedrijfstakcao’s spreek je zowel goed renderende als slecht renderende bedrijven, evenals bedrijven waarvan het management zichzelf aardig weet te bedelen en bedrijven waar het management nog gelooft in prestaties als basis voor hun eigen beloning.

Grote bedrijven overigens hebben meestal een ondernemingscao dus daar kun je anders te werk gaan. Niet dat het gebeurt maar dat ligt aan de centrales en bonden, niet aan de aard van het beestje. Ook op het terrein van de bedrijfstakcao staat weinig in de weg van afroming van winsten en reageren op rare topinkomens. Het zou heel goed kunnen zijn dat je daarbij de overheid nodig hebt en in het bijzonder de minister van financiën maar hoe en wat hangt wel af van het initiatief dat jezelf neemt. Daar schort het aan: de voorzitter van grootste Nederlandse vakcentrale is nu op het dieptepunt aangeland dat ze aan het kabinet gaat vragen wat ze zelf niet wil, kan en weet te regelen. Hoe zat dat ook weer, met die schoenmaker en die leest?

Het staat niet op zichzelf. Sinds de Wet Flex en Zeker zien we tal van schimmige bedrijfjes ontstaan die als voornaamste reden van bestaan het tegengaan van een zekere arbeidsrelatie voor ‘flexwerkers’ hebben. Die werknemers zelf kunnen daar weinig tegen uitrichten en een uitweg in de vorm van uitkeringsrechten hebben ze niet en bouwen ze niet op. Werk boven inkomen weet je wel – verder ondersteund door de WWB en, laten we het niet vergeten, de nog op volledige ontplooiing wachtende koppeling van WWB en WMO – en dan is het gezever over ‘participatie’ een wat hol vat, en iets dat je eerder van politici zou verwachten dan van voorzitters van vakcentrales. Nee dus. De mantra van de arbeidsparticipatie berooft Jongerius van elk effectief wapen om ontoelaatbare arbeidsrelaties te ondergraven en serieus en hard te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. Er zijn dagen dat ik me afvraag waarom ik – behalve uit luiheid – eigenlijk altijd lid ben gebleven bij een bij de FNV aangesloten bond. Vandaag is zo’n dag.

26 februari

=0=

 

Toezicht

Lees The Audit Society van Michael Power! De oproep is van Grahame Lock, die in de bijlage Opinie & Debat van het NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag werd ondervraagd over het rapport Dijsselbloem. Mocht het ooit zo geweest zijn dat een ‘audit’ controle inhield door – zoals het woord ook aangeeft – het oor bij de uitvoerders te luisteren te leggen, tegenwoordig is dat niet meer het geval. De ene (externe) audit controleert een andere (interne) audit en beide zijn onderworpen aan de een of andere inspectie. Het is controle op controle op controle en verwijdert zich steeds verder van de uitvoering of het ‘primaire proces’. Dat dient alleen nog als excuus – daar doen we het allemaal voor – en als legitimatie – we gaan het verbeteren.

Maar het toezicht gaat alleen over ander toezicht dat weer ander toezicht in de greep moet houden. Daar komen de ‘indicatoren’ vandaan waar Lock zich zo vrolijk boos over maakt en terecht want de uitvoerders kunnen weinig anders dan zich ernaar richten. Met als resultaat: geen kwaliteit maar wel een kwaliteitsbeleid, geen kennis maar wel diploma’s, geen weten maar wel aardige wetenswaardigheden. Overigens, in diezelfde bijlage van het Handelsblad vinden we een pleidooi voor kwaliteit dat doet alsof de moderne reguleringsindustrie een ongelukkige vergissing is geweest die met enig gericht overheidsoptreden weer in het juiste gareel kan worden geschopt. De mensen van BON zullen het nooit leren.

Het is ook geen Nederlands verschijnsel. Lock verwijst naar Duitsland en Engeland waar het niet anders zou zijn en vorige week stond in Le Monde, naar aanleiding van een kritisch rapport over het Franse onderwijs, dat het zo jammer was dat het met het leren van taal en rekenen niet goed ging. Van mevrouw Netelenbos hebben ze daar nooit gehoord dus wie weet is de fixatie op de Haagse regelneven en -nichten wat ver doorgeschoten. Daar bezondigt Lock zich ook niet aan. Hij neemt gewoon aan dat het toezicht er voor het toezicht is en niet voor, in ons geval, de kwaliteit van het onderwijs. Bovendien gaat hij ervan uit dat we ook helemaal niet zoveel meer hoeven te kennen en kunnen. Daar had ik graag wat meer van geweten, bijvoorbeeld of bedoeld wordt dat de schoolse weg naar kennis aan belang heeft ingeboet of dat streetwise een leefstijl is die op kennen en kunnen weinig beroep doet. Ik denk dat hij het eerste bedoelt maar kan het niet achterhalen. En wat ik al helemaal niet weet of Lock impliceert dat je zijn relativering van het weten op waarde zou kunnen schatten zonder daarbij van heel veel weten afhankelijk te zijn. Per slot, het toezicht op het toezicht is het product van een maatschappij waarin kennis zelf meer risico’s genereert dan waartoe moeder natuur in staat is gebleken. De heerschappij van het toezicht hoort bij de ‘risicomaatschappij’, bij de verdeling van zelfgeproduceerde risico’s. Risicoleerlingen, risicojongeren, risicobuurten, risicoscholen en – pak’m beet – de fabricage van en dus het beslissen over risico’s in het kader van tweederangs hypotheken horen in één en dezelfde maatschappij. Had Power het daar trouwens niet over?

Het toezicht op het toezicht lost geen problemen op. Het signaleert ze – als het doet wat het moet doen en dat kan het alleen maar doen als het niets wil oplossen. De oplossing van het toezicht zit niet in het toezicht. Het onderwijstoezicht moet ook helemaal niet gaan over toezien-op-leren. Het moet gaan over leren-door-toezien. Zolang dat ontbreekt kunnen toezichthouders niet leren en leren leerkrachten (docenten én leerlingen) niet van welk toezicht dan ook. Een verstandige coördinatie – en op dat vlak moet je het toezicht plaatsen – heeft geen enkele zin als het niet gebaseerd is in een verstandige taakverdeling.

25 februari

=0=

 

Erkenning

Naar verwachting zal Kosovo zich vandaag als onafhankelijke staat aan de wereld presenteren. De VS en het grootste deel van de EU zullen de staat direct erkennen, zij dat binnen de EU landen als Cyprus, Griekenland en Spanje daar verzet tegen aantekenen. Om voor de hand liggende redenen. En België?

Uit een artikel in Trouw van gisteren maak ik op dat de erkenning van Kosovo weinig tot geen steun vindt in het internationale recht, noch in de besluiten en beloften van de Verenigde Naties. De erkenning is politiek en men vraagt zich af of een erkenning van de Palestijnse staat niet meer in de rede ligt, in elk geval juridisch. Dat gebeurt echter niet. Om politieke redenen. Er is veel politieke uitleg nodig blijkbaar maar tenzij ik me vergis wordt die niet gegeven. Het politieke klimaat is een klimaat van willekeur.

De uitleg die wel wordt gegeven is geen uitleg maar een op niets gebaseerde verwachting: dat Kosovo zich zal ontwikkelen tot een multi-etnische staat en gemeenschap. Men trekt etnische grenzen en verwacht multi-etniciteit. Men scheidt en verwacht dat dat verenigt. Men sluit uit en verwacht omarming. Mijn begrip althans gaat het te boven. Met de komst van een Kosovaarse staat is de ontmanteling van de Joegoslavische staat (multi-etnisch, inderdaad) bijna voltooid. Het wachten is slechts op de finale etnische splitsing van Bosnië en de afscheiding van het noorden van Kosovo. Spijtig slechts dat niet alle Kosovaarse Serven in het noorden van Kosovo wonen. Zou de verwachting van een multi-etnisch Kosovo gebaseerd zijn op de verspreide plukjes Servische bevolking die achterblijven als het noorden zich afscheidt? Waar gaat een verwachting over in ordinaire hoon?

In Kosovo, vanaf heden en met de zegen van Nederland. Recht is wat krom is. Wat krom is zal politiek worden rechtgebogen. Daar is macht voor nodig, een demonstratie van onze spierballen. Opdat ze het maar weten in Servië. Ergens vermoed ik dat we daar niet aan hoeven twijfelen. Servië heeft het genoegen al mogen smaken en ook toen golden noch het internationale recht noch de VN. Wat Bosnië nog even in de greep moet houden is God noch gebod maar alleen de overmacht. Spanje, Griekenland en Cyprus maken zich zorgen om niks.

17 februari

=0=

 

Niet publiceren

In ons land heerst groot onrecht. Begrijp ik van Ellian, die zich in zijn column in NRC vandaag beklaagt over het feit dat vijf moslims (vijf! dat is meer dan zomaar een oploopje, het is een verzameling, wat heet, het is een organisatie, een conspiratie, een complot) vorige week een stuk in die krant mochten plaatsen. Niet de eerste keer, dreint Ellian. En Wilders dan? ‘Wilders kan in deze krant niet publiceren’.

Als ik het me goed herinner stond er vorig jaar in de Volkskrant een stuk van Wilders dat eerder door de NRC was geweigerd. Het zal wel weer stuk geweest zijn dat in naam van de vrijheid wat wou verbieden, de koran, het hoofddoekje, gezichtsbedekkende snorren en baarden, de moslim, van die dingen. Ik zou denken dat elke krant een redactiebeleid voert en daar hoort, helaas en gelukkig, de afwijzing bij. Niet een afwijzing voor altijd en eeuwig maar voor dat ene stuk. Voor fundamentalisten als Ellian telt dat niet: wie mijn stuk afwijst wijst mij af. En om mij helemaal af te maken plaatsen ze wel stukken van mijn tegenstanders. Dat is geen redactiebeleid, dat is partijdigheid. Zou Ellian ervan dromen z’n congé bij de NRC te krijgen? Het zou me niets verbazen. De man is inmiddels zo voorspelbaar dat hij, net als Wilders, af en toe iets nodig heeft om weer in het volle licht te komen. Z’n protégé Jahmi is zo’n beetje opgebruikt; het is tijd voor wat nieuws.

Ellian vindt dat de vijf ‘praatmoslims’ (zou dat beter of slechter zijn dan geweldsmoslims?) ‘namens niemand’ spreken. Namens wie zou Ellian spreken? Dat wist ik tot dusver niet maar sinds vandaag ben ik erachter. Ellian spreekt namens ‘de geschiedenis’. Daar kunnen de vijf, met hun beroep op redelijke mensen – moslim of niet – niet tegen op. De geschiedenis! Zoiets als de waarheid maar dan nog beter. Dit is de stelling: ‘De geschiedenis leert ons dat wanneer een politicus wegens zijn opvattingen wordt vervolgd, zijn aanhang zal groeien. De vervolging van Janmaat leidde niet tot eliminering van zijn opvattingen’. Vast wel, maar hoe zat het met de door de geschiedenis beloofde groei van diens aanhang? Dat vermeldt het verhaal niet en dat is ook het voorrecht van hen die namens de geschiedenis spreken. It’s history,  stupid!

Gelukkig dient het wel ergens toe. Voorheen zeiden we grijnzend tegen moslims die er de balen van hadden dat je in een vrij land altijd naar de rechter kon stappen. Dat moet maar eens afgelopen zijn vindt Ellian. ‘De politieke tegenstander bestrijd je niet met het Wetboek van Strafrecht. Het OM mag in geen geval misbruikt worden voor de uitschakeling van een politieke tegenstander’.

Gek, van die opvatting bestaan inderdaad historische voorbeelden. Licht strijdig met elk idee van de rechtsstaat, dat wel. Het doel heiligt de middelen, zal Ellian – niet voor de eerste keer – gedacht hebben. Een goed fundamentalist weet dat waar gehakt wordt spaanders vallen. Godzijdank, om het maar paradoxaal te verwoorden, is dat niet meer dan een beroep op ‘een geschiedenis’ en niet op ‘de’ geschiedenis. Benauwend, overigens, is het wel en niet zo’n beetje ook.

16 februari

=0=

 

Aanhouding verzocht

Van elke tien Nederlanders willen er zo’n negen wel een handje helpen bij het bestrijden van criminaliteit en overlast. Vermeldt de uitkomst van een recente enquête. Dat zal nog een boel uitleg vereisen, met name over het verschil tussen die criminaliteit en overlast. De toevoeging ‘overlast’ is bijzonder. Persoonlijk vind ik het verkeer overlast, en ook winkeliers en de horeca die een steeds groter deel van de stoep in beslag nemen. Kansloos natuurlijk. Het verkeer is heilig en aan de middenstand wordt op deze manier fors verdiend. Geen overlast dus, gewoon mijn particuliere sores. Fietsen op de stoep en tegen de verkeersstroom in vind ik ook overlast. Maar ja, de politie doet het zelf ook. Lastig misschien maar overlast? Onder omstandigheden, maar alleen als de politie er trek in heeft.

Ik begrijp ook dat ongeveer half Nederland wel wat ziet in een burgerwacht en daar ook wel aan wil meewerken. Ik meld me bij deze af. Ik zie er de lol niet van in, om met een aantal mensen die het thuis niet voor elkaar krijgen en bij hun baas ook niet, buurten af te stropen op overlast en – ook de romantici zien hun kans schoon – echte misdaad. Bovendien staat mijn mobieltje zelden aan en vaak vergeet ik het ding gewoon. Dat wordt niks als ik iets zou moeten doorgeven.

Burgerwachten hebben misschien een kans in buurten die nog iets van een buurt hebben. Waar mensen elkaar, al was het maar bij benadering, een beetje kennen en herkennen. Zoveel buurten van die snit heb je niet meer, in elk geval niet waar ik woon. Burgerwachten roepen iets op dat in de meeste gevallen al lang niet meer bestaat. Aan de andere kant geven ze de indruk dat je wat kunt doen en als er niks te doen is dan vinden we wel wat te doen. Overlast is in the eye of the beholder.

Ik geef onmiddellijk toe dat een stel opgeschoten pubers in een tram of gewoon op het trottoir waar toch niet al veel ruimte is, mij ook zelden een prettig gevoeld geeft. Maar ik heb zo m’n twijfels of een confrontatie met een groep opgeschoten volwassenen veel verbetering belooft. Gesteld dat in elke burgerwacht één van die tien Nederlanders ertoe overgaat om dat te doen wat, allemaal volgens dezelfde enquête, hun het meest bevalt: het recht in eigen hand nemen. Dan is er geen behoefte aan uitleg over wat ‘in eigen hand’ betekent maar des te meer over wat ‘het recht’ betekent. Waar bijvoorbeeld overlast begint en eindigt en waar overlast overlapt met criminaliteit. De discussie daarover is, gezien vanuit het perspectief van de overlast, oneindig en onbeslisbaar. De gedachte dat per burgerwacht dan maar een eigen beslissing moet worden verzonnen is niet hoopgevend. Men kan de gebrekkige samenwerking tussen politie en burger niet vervangen door een burgerwacht. Of beter: een burgerwacht zou niet van start moeten en mogen gaan voordat met de lokale hermandad goede afspraken zijn gemaakt over wat wel en wat niet de bedoeling kan zijn. Een burgerwacht dient de samenwerking te onderstrepen, niet te ondergraven. Tot die tijd, mijn verzoek, houden we het hele zaakje nog even aan. Krimmeneel toch?

15 februari

=0=

 

Procesmanagement

Het rapport van de commissie Dijsselbloem (‘Tijd voor Onderwijs’) is uit. Zoals te verwachten is het geen vrolijk rapport geworden. Veel te veel is misgegaan met alle onderwijsvernieuwingen. Of het, als de aanbevelingen van de commissie worden overgenomen, beter zal worden is zeer de vraag. In een stukje van 8 december van vorig jaar (‘Sturen’) schreef ik tien aanbevelingen op die de commissie zou doen. De commissie heeft meer aanbevelingen dan tien geproduceerd maar de zaken waren wel zo voorspelbaar dat mijn verzonnen aanbevelingen makkelijk terug te vinden zijn. En dat de commissie veel meer aanbevelingen heeft komt omdat ze mijn voorspelling – dat ze het niet zouden kunnen laten het onderwijs te blijven voorschrijven wat moet, in plaats van zich ertoe te beperken vast te leggen wat niet mag, gebeuren – helemaal hebben waargemaakt. De commissie laat de overheid, het parlement inclusief, nog een heleboel dingen regelen, en sommige meer dan voorheen. Garantie dat niet dezelfde miskleunen zullen worden gemaakt is er niet, want de delen over het parlement zelf – hoe zich dat voortaan niet met een kluitje in het riet zal laten zenden – zijn niet geschreven. Het parlement heeft vrijwel alle plannen ondersteund, zo niet van harte dan toch praktisch unaniem. Dat gaf en geeft te denken, maar door de commissie is er niet echt over gedacht.

Op een aantal punten zal de overheid zelfs nog meer moeten optreden, zegt de commissie. De lumpsum financiering wordt behoorlijk teruggedraaid: er moet weer geoormerkt worden. Om de band tussen de ‘inhoud’ (het ‘wat’) en de didactiek (het ‘hoe’) vanuit de overheid wat aan te halen worden nieuwe kwaliteitseisen ingevoerd. Dat wordt nog wat en haalt het ‘criterium’ het hoe en het wat goed uit elkaar te houden fors onderuit, zeker in combinatie. Of denkt de commissie dat geoormerkt geld voor zorgkinderen goed besteed is zonder eisen te stellen aan didactiek? Neem het ene terug in de overheid dan zal het andere moeten volgen. Bestaande en toekomstige toezichthouders kunnen hun vingers al aflikken. Dat worden lekkere hapjes. Opvallend is dat de ‘horizontale verantwoording’ (vanwege het versterken van de invloed van ouders, leraren en leerlingen) herhaaldelijk wordt genoemd maar niet wordt uitgewerkt.

Dat ‘wat’ en ‘hoe’ zit me niet helemaal lekker. De commissie denkt kennelijk dat vakinhoud en didactiek los van elkaar staan. Dat was de grote fout van de onderwijsvernieuwingen (de didactici hebben de macht overgenomen: het nieuwe leren and all that): het hoe was goed voor elk vak. De protesten waren dat daar een kleine denkfout was gepleegd. De commissie heeft zich daar niet van vergewist: haar pleidooi om die dingen te scheiden gaat immers van exact dezelfde premisse uit alleen dit keer niet met het ‘hoe’ in de regierol maar het ‘wat’, toebedeeld aan de overheid. De extra kwaliteitseisen die de commissie aanbeveelt geven aan dat niet zomaar op de goede afloop kan worden vertrouwd. Nog meer overheidstoezicht dus.

De commissie omschrijft nergens eenduidig wat ‘onderwijsinhoud’ is. Uit het rapport leid ik af dat het gaat om het geheel van een ‘kerncurriculum’ en eindtermen. Daarbij moet dan rekening worden gehouden met doorlopende leerlijnen, dwarsverbanden en nog zo wat. Ik zou zeggen dat daar een opdracht ligt voor de diverse delen van de onderwijssector als geheel want die werken slecht samen. Dat laatste constateert de commissie ook maar het eerste – die gebrekkige samenwerking ombuigen in bijvoorbeeld gezamenlijke verantwoordelijkheden – ontbreekt. Daar moet de overheid kennelijk op letten. Niet aanbevolen, behalve door de commissie.

De commissie legt veel nadruk op het ‘externe procesmanagement’ dat de onderwijsvernieuwingen niet alleen heeft begeleid maar er ook z’n stempel op heeft gezet. Het bracht het wat en het hoe samen zullen we maar zeggen en daar is de commissie achteraf niet gelukkig mee want het is een beetje ver gegaan. Het was wat ongeregeld zullen we maar zeggen en dat moet niet nog een keer. Het is alsof de overheid zichzelf als de programmeur van een TomTom had gedacht en de externe procesbegeleiders als de chauffeur tot aan de voordeur van de scholen. Dat bleek niet goed te werken, dat van die voordeur en van die nette rolverdeling van besturing en bestuurder. Het kwam niet goed aan als het ware. Het externe procesmanagement kan het voorlopig wel schudden, zoveel is duidelijk. Wat er voor in de plaats komt niet.

14 februari

=0=

 

Antisemiet

Afgelopen zaterdag schreef een vijftal mensen een stuk in Opinie & Debat (NRC Handelsblad) met een paar vragen en een oproep. De vragen waren wanneer beledigen overgaat in verkettering en wanneer verkettering in haat. De oproep was gericht aan de politiek: neem een duidelijk standpunt in en geef aan waar de grenzen liggen.

Of de vijf auteurs moslim zijn vermeldt het stuk niet. Wel is duidelijk dat ze zich opwerpen als beschermers van wat ze zelf de ‘islamitische minderheid’ noemen. En hun vragen zijn pertinent: de vrijheid van meningsuiting heeft grenzen en die worden bereikt waar een mening tot het zaaien van haat leidt. Haat kun je in woorden uiten en het is niet verboden. Dat is maar goed ook. Haat zaaien is een andere kwestie en over de vraag wanneer het zover is valt vooraf geen sluitend oordeel te vellen. Maar achteraf, als we zien hoe iets uitwerkt? Als we zien dat het zaaien van haat succes heeft en een platform wordt voor een politieke partij?

De vijf hebben belangrijke vragen gesteld. Gelet op het belang van die vragen is het antwoord van Frank Ankersmit (NRC Handelsblad van 11 februari) buitengewoon teleurstellend. Het is zijn goed recht om de vrijheid van meningsuiting absoluut te stellen en dus de vragen weg te wuiven. Het is echter een misser als hij de vragen toeschrijft aan de ‘moslimachtergrond’ van de vijf die hen nog steeds ‘verhinderde ( ) te zien hoe een westerse democratie behoort te reageren op politici als Wilders. Dat stemt tot moedeloosheid en pessimisme. Helaas.’

Wat de vijf niet zien is de wijsheid van Voltaire: ‘ik vind uw ideeën volstrekt weerzinwekkend, maar ik ben bereid mijn leven te riskeren voor uw vrijheid om die te uiten’. Een bekende uitspraak, overigens niet van de man zelf. Raar is dat die andere uitspraak van Voltaire niet wordt vermeld door Ankersmit. Bij deze dan maar: ‘zij die je absurditeiten kunnen doen geloven, kunnen je ook wreedheden laten plegen’. Het is de combinatie van deze uitspraken die in de buurt komt van het probleem van de vijf auteurs, hetzelfde probleem waar Ankersmit z’n neus voor ophaalt. Jammer. Nu blijft er niets over dan de veroordeling tot herkomst: een moslim is een moslim is geen westers democraat. Als we Voltaire op vergelijkbare manier z’n plek zouden wijzen dan komen we uit bij z’n antisemitisme. Nota bene in een essay over tolerantie schreef hij dat de joden het meeste verwerpelijke volk waren dat ooit de aarde had bevuild. Een uitspraak die niet op zich staat; Voltaire – en meer verlichtingsfilosofen – was even antisemitisch als zijn tijd dat was. Dat leidt tot absurditeiten. En meer, de man zelf bij het woord nemend. Dat doe ik niet, al was het maar omdat Voltaire nog een onderscheid wist te maken tussen meningen, ideeën en absurditeiten. Ankersmit kennelijk niet. Dat stemt tot moedeloosheid en pessimisme.

13 februari

=0=

 

Natuur

Zojuist kom ik in een intrigerend boek over ‘werk’ (R. Muirhead, Just Work) een interpretatie tegen van John Stuart Mill’s opvattingen over ‘natuur’, de menselijke incluis. Mill stelt dat we aan de ‘natuur’ geen enkele morele status kunnen toekennen. In zijn dagen, met de echo van Rousseau nog altijd hoorbaar, geen overbodig standpunt. Het gaat op voor de natuur als datgene waar we niet zelf de hand in hebben gehad, voor de natuur als het oorspronkelijke en ‘zuivere’, en voor de menselijke natuur want ook daarin zien we steeds weer de overheersing en het recht van de sterkste opduiken. Wat de menselijke natuur bijzonder maakt is niet de natuur maar de kans de natuur z’n plek te wijzen. Het voordeel van de menselijke natuur is dat het zich niet bij de natuur hoeft neer te leggen en dat vooral ook niet moet doen.

Dat geldt ook voor werk. Werk is noodzaak, maar de vormgeving is niet door enige natuur gedicteerd. Er is dus ook geen ‘natuurlijke’ arbeidsverdeling tussen mannen en vrouwen. Mill heeft aangetoond dat wie daar natuur citeert eigenlijk gewoon een langdurige geschiedenis van onderdrukking en gewenning bedoelt, die vrouwen veel heeft ontnomen en weinig heeft geboden. Mill strijdt voor keuzevrijheid: je moet kunnen kiezen voor het gezin, voor kinderen en je moet dat zo kunnen doen dat die keuze niet betekent dat je de gedachte aan een carrière opgeeft. Juist daarom lijkt het een beetje tegenstrijdig dat Mill enerzijds vrouwen niet tot het huishouden wil veroordelen en het anderzijds toch zo speelt dat het daar wel degelijk op neerkomt. Waarom? De auteur van het boek (Muirhead) suggereert dat het te maken heeft met Mill’s afkeer van staatsbemoeienis met het gezin en de opvoeding. Mill was voor onderwijs voor iedereen, maar kennelijk niet voor door de staat betaalde en misschien wel gerunde kinderopvang en dat soort dingen. Ik weet niet genoeg van Mill om een eigen mening te hebben over de correctheid van de lezing van Muirhead. Onafhankelijk daarvan lijkt het me niet onlogisch om Mill’s tegenstrijdigheid op deze manier te lezen.

Maar het bevalt niet. Mill wist best dat de gelijkheid der seksen niet alleen iets voor vrouwen zou inhouden maar ook voor mannen. Net als vandaag de dag komt Mill niet veel verder dan het vragen om wat meer inschikkelijkheid van de heren en ook om een wat ruimer bemeten toegeeflijkheid. Goede wil dus. Met daarnaast, gegeven het feit dat Mill niet voor een huishoudloon pleitte, de idee dat het aan de ‘kwaliteit van de arbeid en de arbeidsomstandigheden’ was om van het huishouden een plek te maken waar je in enige serieuze zin van het woord voor kon kiezen. Pas als het huishouden een plek is met taken die de heren der schepping ook wel zien zitten kun je er echt voor kiezen. Althans, zo begrijp ik Mill ter zake. Dat is een interessante gedachte. Het haalt het gewicht wat weg van de schouders van mannen en vrouwen en het verplaatst het gewicht naar het huishouden, dus naar het huis, dus naar de ‘woonomgeving’. Bovendien, om het ook economisch mogelijk te maken zou een in elk geval gedeeltelijk basisinkomen voor de hand liggen. Zou Mill, om de opvoeding te vrijwaren van de staat, ooit met de gedachte gespeeld hebben de staat op andere wijze in het spel te brengen, namelijk door scherp progressieve belastingen voor de financiering van een basisinkomen en een uitgesproken overheidsbeleid met betrekking tot wonen en dus grond en grondpolitiek?  

Onwaarschijnlijk. Toch zou het basisinkomen een mogelijkheid bieden om het echt onaangename werk niet langer te hoeven aanvaarden omdat anderen er geen zin in hebben. We noemen dat soort werk inmiddels ‘algemeen geaccepteerde’ of ‘gangbare’ arbeid. Als dat zo is zou je het zelf moeten doen, tenzij je omstandigheden (ziekte, ouderdom) je dat beletten. Muirhead is niet voor een basisinkomen, merkwaardig genoeg omdat dan het werk dat wel zou moeten gebeuren maar waar niemand aan wil (het werk als noodzaak) zou blijven liggen. Ja precies, dan moet je het zelf doen. Als het bij de ‘natuur’ hoort is het goed genoeg voor elke menselijke natuur. Toch? Zo zou ‘algemeen geaccepteerde’ of ‘gangbare’ arbeid eindelijk een betekenis krijgen die uit de termen lijken voort te vloeien. Nu is die arbeid de plicht van hen die een uitkering hebben dan wel geen serieuze opties op de arbeidsmarkt. Dan is het extra hoon: gangbare dingen doen voor anderen die zich te goed dunken voor het gangbare. Laten we het basisloon instellen en daarmee in één klap het ‘gangbare’ emanciperen.

12 februari

=0=

 

In proportie

Je moet het wel in proportie zien. Zei minister van Middelkoop, gevraagd naar het doodvonnis van een 23 jaar jonge Afghaanse journalist. Want: de Amerikanen kennen ook de doodstraf en de Afghaanse regering is wettig gekozen. Tja. De Hamas regering was ook wettig gekozen maar ik kan me geen minister herinneren die dat ook maar enig argument vond. Dat zal het dus niet zijn. Het argument is niet wettigheid maar de VS.

Dat is jammer. Wettig is een breed woord, en er kunnen tal van wetten onder vallen die niet door de beugel kunnen. Voor een relatieve buitenstaander, bijvoorbeeld een buitenstaander die met democratie alleen geen genoegen neemt maar daarnaast een rechtsstaat eist, is er alle aanleiding z’n ongenoegen en afkeuring kenbaar te maken als aan bepaalde spelregels niet wordt voldaan. Van Middelkoop is zelfs meer dan een buitenstaander, net zoals de Nederlandse overheid en, per implicatie, de Nederlandse bevolking. Er kan dus met recht en reden worden geprotesteerd.

De journalist bijvoorbeeld werd veroordeeld in een rechtszaak zonder dat daar namens hem een advocaat aanwezig mocht zijn. De journalist werd veroordeeld vanwege een artikel, niet door hemzelf geschreven, waarin Koranverzen ‘verkeerd werden geïnterpreteerd’. Geen wonder, want het artikel kwam uit het sjitische Iran en de student werd veroordeeld op grond van sunnitische jurisprudentie. Vrijheid van meningsuiting is in Afghanistan een dode letter; vrijheid van godsdienst al helemaal (ik herinner me de commotie van een jaar of twee geleden toen de doodstraf werd uitgesproken over een man die zich tot het christendom had bekeerd).

Karzai kan de uitvoering van de doodstraf tegenhouden. Te hopen is dat hij dat doet. Ook dan is het niet genoeg. Als democratie gepaard kan gaan met de afwezigheid van elementaire grondrechten dan geef ik er geen cent voor. Van Middelkoop wel blijkbaar. Dat is onthutsend en het roept de vraag op, niet naar de kansen van onze ‘missie’ in Afghanistan, maar naar de motivering ervan. Mensenrechten kunnen het niet zijn. Dan toch maar de Amerikanen? Ongetwijfeld. En buiten elke proportie.


11 februari

=0=

 

Zicht

Twee stukken, onder elkaar,  over het elektronisch kinddossier in de bijlage Opinie & Debat (NRC Handelsblad) van gisteren. In het ene stuk wordt door een juriste Europees familierecht de aanleg van zo’n dossier verdedigd en, in verband met Europese afspraken, zelfs noodzakelijk geacht. Ik wist niet dat er Europees familierecht bestond. In het andere stuk wordt een interview weergegeven met een directeur van de Riagg Rijnmond. Daarin wordt het project kinddossier ‘absurd stalinistisch, megalomaan’ genoemd. Zware woorden, en niet helemaal handig. Het stalinisme was niet alleen in z’n uitwerking de terreur van de willekeur,  het was dat ook qua intentie. Dat laat zich over Rouvoet, wat je er verder ook van vindt, niet zeggen. De gevolgen kun je als desastreus betitelen als je dat wilt, maar dan zijn het ‘onbedoelde’ gevolgen, geen geïntendeerde.

Desondanks, de directeur heeft behartigenswaardige dingen te vertellen. Zijn stelling: de verwachting wekken dat elk probleem in de jeugdzorg opgelost kan worden is misleidend; de gedachte oproepen dat informatisering via het kinddossier automatisch de coördinatie tussen de diverse schakels in de keten van de zorg zal bewerkstelligen die nu zo heet te ontbreken is gevaarlijk en contra-productief. Erachter zit het idee dat waar het aan schort ‘informatie’ is. Informatie is echter een ‘verschil dat een verschil’ maakt. Welk verschil welk verschil maakt kun je echter niet uit een informatieprotocol afleiden. Wel uit de ‘relatie tussen de dokter en de patiënt’, maar precies die relatie wordt onklaar gemaakt door politici die ‘een wig drijven tussen de twee’.

De directeur heeft gelijk, denk ik. Wie meent door gestroomlijnde coördinatie samenwerking te bevorderen, en waar nodig geacht ook af te dwingen, draait de zaken om, spant het paard achter de wagen. Wie samenwerking zoekt heeft belang bij coördinatie. Die samenwerking is er, leidt ook geregeld tot verschillende inzichten en daarvan wordt wat opgestoken. De coördinatie vloeit daaruit voort. Wie begint bij de coördinatie – door op uniforme wijze gegevens op te vragen en in te voeren en die vervolgens vrij te geven aan diverse behandelaars – vergeet dat het verschil tussen gegevens en informatie nu precies zit in het feit dat data contextvrij worden opgeslagen en informatie altijd contextgebonden is. In ons geval: aan de context van de relatie tussen behandelaar en patiënt of cliënt die er voor zorgt dat de informatieve waarde van hetzelfde gegeven in de ene context anders is dan in de andere. Het zicht is het niet het gevolg van steeds meer data over steeds meer incidenten en indicatoren. Het zicht is het gevolg van het aftasten van de data op hun informatieve status. Uniforme data over van alles en nog wat zijn niet al daarom een bijdrage aan betere informatie. Ik kan me niet voorstellen dat de zaken in het Europese familierecht anders liggen. Zo ja, dan is er iets grondig mis. Het is al mis met de voorstellen rond het kinddossier, als dat door Europa wordt versterkt dan heeft niet Rouvoet werk maar Hirsch Ballin. Gelukkig is het recht nog steeds de automaat niet die men van het kinddossier wenst te maken.

10 februari

=0=

 

Segmenten

Volgens de Amerikanen heeft de NAVO twee problemen: een probleem is dat er landen zijn die wat willen en landen die niks willen en een probleem is dat er landen zijn die wat willen maar dan op hun eigen voorwaarden terwijl de Amerikanen vinden dat hun wil wet moet zijn. Het eerste probleem werd genoemd door de Amerikaanse minister van defensie, het tweede door de opperbevelhebber van de Amerikanen in Afghanistan.

Het is eigenlijk maar één probleem en dat is de dat de NAVO bestaat uit Amerika en de rest. De rest doet niet steeds wat Amerika wil. Twee segmenten dus, maar wat anders dan Gates het voorstelde. Is er, ik  noem maar wat, ooit een secretaris-generaal van de NAVO geweest die niet a) vooraf was geselecteerd door de VS en 2) in het gelid sprong als de Amerikanen daar om vroegen? Nog gisteren schijnt onze eigen De Hoop Scheffer een theorie ontvouwd te hebben dat als we niet doorpakken in Afghanistan het internationale terrorisme ook mijn huis zal weten te vinden. Bekend verhaal, het enige dat er wel eens in verandert is het land. Afghanistan is zo inwisselbaar voor Iran, Syrië, Noord- Korea, net zoals het eerder inwisselbaar was voor Irak. Dat anderen zich misschien zorgen maken over Pakistan – en daar zelfs enig bewijs voor kunnen overleggen – zal aan De Hoop Scheffer niet besteed zijn. Niet omdat het land niet een probleemgebied is waar Osama en de Taliban nog regelmatig winkelen, maar omdat we Pakistan nodig hebben. We zijn, onmiskenbaar, niet de enigen die zo tegen dat land aankijken en zo houden we elkaar in stand.

De NAVO heeft wel iets van de EU. Besluiten weerspiegelen trouw de machtsverhoudingen dus als er wat gebeurt dan krijgen de Amerikanen enige hulptroepen. Maar net als de EU heeft de NAVO geen centrale organisatie. Het heet wel een organisatie maar het is het niet. Besluiten worden op bijzonder schimmige wijze – voor de buitenwereld dan – genomen en het enige dat de lidstaten echt kunnen inzetten is hun vermogen met de voeten te stemmen. Als argumenten toch niet tellen is de weigering eventjes niet mee te doen en dus de uitgang op te zoeken een voor de hand liggende strategie. Die dan ook gevolgd wordt en hoe idioter de Amerikanen en hun secretaris-generaal opereren hoe groter de kans dat de lidstaten bij alles wat ze doen die ‘optie’ steeds nadrukkelijker hanteren. Ja, wij niet, maar wij kunnen dan ook niet pokeren. Een gezonde spanning heerst hier, mompelde onze minister gisteren opgewekt, eenmaal geconfronteerd met de Amerikaanse onvrede. Het is al groot lef dat hij aan de pokertafel is aangeschoven. Toen Gates hem een paar weken geleden in een interview voorhield dat poker niet voor softies is reageerde Middelkoop geschokt. Niet vanwege dat ‘softies’, maar vanwege het pokeren. Wij spelen geen poker zei hij ferm, wij kennen alleen canasta. Wou Gates daar voortaan rekening mee houden? Gezonde spanning, je moet er maar opkomen.

8 februari

=0=

 

Nu de ouders nog

Met het vernieuwde convenant kinderopvang, recent afgesloten met staatssecretaris Dijksma aan het roer, worden familiebanden commercieel. Ze concurreren met de echte kinderopvang en dat kan natuurlijk niet. Opa’s en oma’s die uit dank voor het oppassen van de kinderen van  hun kinderen wat geld toegeschoven krijgen vallen onder de regels van het gastouderschap en die regels worden in het nieuwe convenant behoorlijk aangescherpt. Het huis moet op orde zijn, opa moet z’n rookwaren opbergen als de kleinkinderen er zijn en er moet wel een beetje verantwoord met de kindertjes worden omgegaan. Oppassen is een vak. Schrijf je in bij een bureau – een nieuwe markt – en je mag een diploma halen. Of moet. Als het maar gediplomeerd, ‘gecertificeerd’, is.

Zou een poes nog mogen? Elly en ik heb een norse ouwe kater die van niks houdt behalve van eten. Kinderen zijn niet populair en hoe kleiner ze zijn hoe minder hij het vertrouwt. Als de kleine nichtjes komen, twee grappige dochtertjes van m’n schoonzusje, wordt de kater tijdelijk opgesloten. Je weet maar nooit en hij heeft behalve een kort lontje ook een besmet blazoen. Dijksma zal het vast niet goed vinden. Gelukkig krijgen we er niet voor betaald. Het mag dus wel, nog even. De vraag is: hoe lang nog?

Er zijn mensen met kinderen die in slechte huizen wonen, en die toch van kinderen houden en zelfs zoveel dat de vormingsplicht voor goed burgerschap – of voor de basisschool maar dat is al bijna hetzelfde – in het gedrang komt. Ze lezen bijvoorbeeld niet voor of ze doen dat in een taal die ons niet aanstaat. Ze houden van lekker eten en denken dat Sonja Bakker een adres is waar je brood kunt halen. Niet bij de tijd dus, of niet bij de maatschappij, of allebei. Het is een onverdraaglijke gedachte dat zulke ouders de dans ontspringen terwijl de grootouders de maat wordt genomen. Het is discriminatie. Dijksma dient bestraffend door Plasterk te worden toegesproken. Zo gaat dat. Als we modelgrootouders willen dan ook modelouders. En modelkleinkinderen. Er is nog veel werk te verzetten.

7 februari

=0=

 

Wachten

Van Richard Sennett hebben we geleerd dat afhankelijkheid vermeden moet worden. In een wereld waar velen van velen afhankelijk zijn geldt afhankelijkheid als de te ontlopen status. Een onderzoek waard. Er is meer. Naast afhankelijkheid zijn ook geduld en wachten in de categorie van de onaangenaamheden van het leven terecht gekomen.

Die dingen hangen samen. Wie afhankelijk is moet wachten, wie geduld moet oefenen is afhankelijk. Dat geldt ons allen, maar sommigen meer dan anderen en om dat verschil gaat het. We hebben geen tijd en ervaren wachten als nog en weer een aftrek van onze tijd. We vermoeden dat anderen sneller worden geholpen en dat tast ons toch al geplaagde geduld opnieuw aan. Wie moet wachten is gebaat bij geduld, maar inmiddels voedt het wachten ons ongeduld. We willen niet wachten. Wachten is voor losers.

Bovendien, als we dan al moeten wachten dan willen we ook weten waarom en we noemen dat transparantie. De veronderstelling is dat wat transparant gemaakt wordt ook transparant is en ons van het wachten zal verlossen, dat wil zeggen ervoor zal zorgen dat of iedereen onmiddellijk wordt bediend of niemand. Daar hebben we recht op. Met de transparantie verdwijnt elke claim op professionaliteit (en op privacy overigens: privacy is geen aparte ruimte, hoewel het dat ook is, maar het is eerst en vooral een aspect in al ons doen en laten – van je agenda, via een lunchafspraak en tot en met de mensen met wie je wel en niet een gesprekje in de koffiepauze voert – en zodra dat ‘transparant’ gemaakt moet worden is het wachten alleen nog op de technologie om wat nu nog niet zichtbaar is zichtbaar te maken). De professional wordt minder door het management dan door het publiek, door ons dus, bedreigd. We zijn misschien professional maar zeker publiek. We noemen het vraaggerichtheid.

We eisen prestaties van scholen, artsen en verplegers, en nemen met niks minder dan transparantie genoegen. We eisen eenzelfde doorzichtigheid van het opsporingsapparaat en van de rechterlijke macht. We doen dat niet omdat we op de hoogte willen raken van de redenen waarom sommige zaken ingewikkeld zijn – want afhankelijk van de zaak en niet van onze wensen – en een uitkomst opleveren die ons niet aanstaat. We willen geen inzicht maar bediening. En wel onmiddellijk. In de economie worden we het pad opgezonden van het consumentenkrediet – want dan hoef je niet te wachten. In de politiek worden we het pad opgezonden van de peilingen van elke dag - want dan hoef je niet te delibereren. Delibereren kost tijd en de uitkomst staat niet vast. In het recht was je voorheen onschuldig tot het tegendeel was bewezen. Door juristen en door een rechtsstaat. Nu ben je schuldig als een journalist – de eerste exponent van het mediatijdperk – je schuldig verklaart. Wij zijn allen rechter geworden, en officier van justitie en opsporingsambtenaar. Alles in één persoon, in elke persoon. Mooi! Hoeven we ook daar niet meer op te wachten.

6 februari

=0=

 

Dubbelganger

De gijzeling van de media door Peter R. de Vries was ook gisteren nog niet voorbij. Aan het rijtje landen in burgeroorlog mogen we sinds kort ook weer Tsjaad toevoegen maar wij hebben wel wat beters te doen. Laat die Afrikanen het zelf maar uitzoeken want we hebben het al druk genoeg en elke minuut zendtijd is goud waard. Bij ons wordt Joran vertoond, en Peter natuurlijk en ook zijn informant. En nog meer Joran, en advocaten en deskundigen en de Officier van Justitie. Nathalie is hooguit nog de aanleiding voor het gesprek, niet langer het onderwerp. Het onderwerp is Joran, is de geloofwaardigheid van Joran: deed-ie het of deed-ie het niet? Wat deed hij eigenlijk? In Drachten twijfelen ze niet meer, hoorde ik en als ze hem hadden gevonden was de hoogste boom nog niet hoog genoeg geweest. De jacht is kennelijk geopend. Peter zal z’n handen in onschuld wassen. Niemand scheen er zich trouwens veel zorgen over te maken. Het levert altijd weer spannende tv op.

Peter en Joran zijn dubbelgangers. Joran liegt maar raak, Peter doet het niet voor minder. Ik vind in ieder geval een televisiemaker die op donderdag met veel aplomb aankondigt op zondag de zaak Nathalie ‘in een uitzending van twee uur’ te zullen ‘oplossen’ en vervolgens met weinig anders komt dan juridisch onbruikbaar beeld- en geluidsmateriaal – ik vind zo’n televisiemaker een leugenaar. Een oplichter die grof geld aan het leed van de nabestaanden Holloway verdient door de wereld en hen te tonen wat voor een ongelooflijke klootzak Joran is. Dat weten we dus nu en er zijn vast mensen genoeg die het al veel eerder wisten. Dus. Maar wat Peter had beloofd was iets heel anders. Net als Joran schuwt hij de leugen niet en bij navraag – u had toch een oplossing beloofd? – trakteert Peter de kijker op enige goedkope psychologie over Joran, psychologie die zo ongeloofwaardig is dat je Peter z’n best ziet doen om een ernstig gezicht te trekken.

Peter beweert dat als Joran vrijwillig al deze dingen heeft opgebiecht dat hij dat dan niet heeft gedaan om de stoere jongen uit te hangen maar dat hij dan de waarheid heeft gesproken. Ik zou denken dat Joran lang geleden elk besef van waarheid is kwijtgeraakt. Voor hem zijn het maar woorden, gericht op maximaal effect in z’n eigen belang. Gelukkig voor de wereld weet Joran niet altijd even goed wat z’n belang het beste dient. Zo kom je in een auto met verborgen camera’s en microfoons terecht. Stom eigenlijk, maar dat wij daar uit mogen afleiden dat Joran de waarheid in de auto heeft gesproken is een conclusie die op het marketinginzicht van Peter is gebaseerd en nergens anders op. Ook voor Peter is elk woord slechts een instrument om beter van te worden. Ook het woord van Joran. Ook z’n eigen woord. Peter mag Joran wel dankbaar zijn. Met de oplossing van de zaak heeft het verder niks uitstaande. Dat woord was slechts nodig om de verkoopprijs van Peter’s handel op te jagen. Advocaat Spong dacht nog dat de familie Holloway in een civiele zaak Joran te grazen zou kunnen nemen, op dezelfde manier als OJ Simpson is overkomen. Ik ben benieuwd. Het is niet Joran die de beelden naar buiten heeft gebracht. Het is Peter. Het is niet Joran die hier rijk van wordt. Het is Peter. Benieuwd wanneer de familie Holloway wakker wordt.

5 februari

=0=

 

Funest

Excessieve beloningen zijn volgens Wouter Bos ‘funest’ voor het ‘draagvlak van ondernemerschap, handel en economische globalisering’. Laat ik nou steeds gedacht hebben dat die beloningen het gevolg waren van globalisering, inclusief de globalisering van geld – en kapitaalmarkten? Nu zijn ze plotseling niet het gevolg van, maar ‘funest voor’. Zo gaat het kapitaal nog aan het kapitaal ten onder. Succes is funest voor toekomstig succes. Schumpeter zei het al en Bos herhaalt het. Hoewel?

Er is een oplossing, zegt Bos en dat is matiging. Zonder matiging van de topbestuurders ook geen loonmatiging. Zonder loonmatiging brokkelt de handelspositie af. Veel beweringen, geen spoor van bewijs. Wat Bos doet is de werknemers toespreken door de managers toe te spreken. Bos onderschat de intelligentie van de werknemers. Hij overschat de actiebereidheid van de vakbeweging. De hardnekkigste acties nu worden gevoerd bij de politie, uitgerekend de sector waar ‘excessieve beloningen’ geen thema zijn. En in de zorg werden begin jaren negentig tal van acties gevoerd om meer waardering en ook toen speelde de beloningen van het management nog geen rol. Wat wel speelde en speelt is boosheid.  Boosheid over de onverschilligheid van de overheid ten opzichte van de mensen die het onderhoudswerk van de maatschappij opknappen. Die boosheid heeft niets te maken met de door Bos uit de hoed getoverde drogreden van de ‘verliezers van de modernisering’ die in arren moede naar links en rechts in het politieke spectrum uitwaaieren. Politiemensen, verplegenden en verzorgenden, leraren en onderwijzers: het zijn geen verliezers omdat we moderniseren maar omdat we dat doen op kosten van de collectieve sector. Er is niet te veel of te snel gemoderniseerd, er is te eenzijdig gemoderniseerd. Met dank aan de overheid.

Globalisering verandert de wereld en politici die net doen of de wereld niet verandert belazeren de boel. Stelt Bos. Om er vervolgens op te hameren dat wat niet verandert de internationale handel is. En loonmatiging. Wat ook verandert, niet de oproep om de lonen te matigen. Je zou van een sociaaldemocraat mogen verwachten dat als hij beloningen wil koppelen aan prestaties er een wereld te winnen is in de collectieve sector. Moeilijk is het niet. Alleen in de marktsector is de koppeling van beloning aan prestatie lastig want de markt beloont niet wat gepresteerd is maar waar vraag naar is. Naar bedrijfsovernames bijvoorbeeld, dezelfde die Bos bij voorkeur op z’n beloop laat. In de collectieve sector is het daarentegen wel degelijk mogelijk om prestaties te meten en verschil in prestaties te belonen. Daar hebben we belastingen voor en als veiligheid zo belangrijk is dan moeten de werkers aan veiligheid dat in hun beloning terug kunnen vinden. Dat zal de bedoeling wel niet zijn, want in dat geval zouden de belastingen ongetwijfeld omhoog moeten. Want: het fair belonen van mensen in de collectieve sector levert ongetwijfeld veel op maar het kost ook veel. Bos wil wel het eerste en niet het tweede. Net zoals de leden van VNO-NCW die afgelopen zaterdag zijn gehoor waren.

De bestrijding van de tot links- en rechts-radicalisme leidende ‘moderniseringsverliezers’ waar Bos het over had heeft met de excessieve beloningen van managers zo ongeveer niets te maken. Evenmin heeft het iets te maken met de looneisen van de politie. Of met de looneisen van de werknemers van Shell die niet zozeer zorgen hebben over de beloningen aan de top als wel de verhouding tussen het magere loonbod van Shell en de excessieve winsten van Shell op de oliemarkt, winsten die overigens mede worden geschraagd door de overheid die de olieprijs kunstmatig hoog houdt door de aardgasprijzen vrolijk met de olieprijzen mee te laten stijgen. De redenering van Bos is funest voor z’n eigen geloofwaardigheid. Wie belazert hier de boel nu eigenlijk?

4 februari    

 =0=

 

Nodig

In de bijlage Opinie & Debat van het NRC Handelsblad van gisteren staat een bijdrage van Coen Teulings, Markt en moraal gaan hand in hand. Een merkwaardig stuk. Als ik bij het CPB zou werken zou ik er niet gerust op zijn. Als het CPB in de toekomst gaat werken volgens de door zijn directeur uitgezette gedachtepatronen trouwens ook niet.

Teulings legt uit: (1) rationaliteit en emoties zijn niet of/of maar en/en; (2) emoties worden door de biologie verklaard; rationeel gedrag door de economie van de homo economicus; (3) bij een wedstrijdje rationaliteit – emoties winnen de emoties, Charles Darwin – Adam Smith: 1-0; (4) emoties voeren de boventoon in de wereld van normen en waarden; (5) moraal bestaat uit normen en waarden; (6) de economie kan niet zonder normen en waarden en dus niet zonder moraal; (7) je ergens aan verbinden is gokken op trouw of op een contract; (8) trouw is vertrouwen en omgekeerd; (9) contracten zijn duur en voor velen te duur en daarom moet er altijd een scheutje trouw/vertrouwen bij; (10) politici zijn niet echt te vertrouwen omdat zij de spelregels bepalen en onderweg kunnen veranderen; (11) het wantrouwen tegen politici leidt tot verkiezingen en tot de rechtsstatelijke regel dat politici gebonden zijn aan dezelfde regels als voor anderen gelden; (12) politici zijn er echter ook om beslissingen te nemen waar nog geen rechtsregels voor bestaan; (13) ze moeten daarom die beslissingen nemen op basis van algemeen erkende normen en waarden, dus op basis van moraal; (14) de kern daarvan is dat politiek en samenleving beide voordeel hebben bij samenwerking want mensen komen elkaar voortdurend tegen en daarom is samenwerken effectiever dan er met de buit van door gaan; (15) samenwerken is evolutionair sterker dan ‘m smeren; (16) wie goed doet goed ontmoet.

Een fantastische serie. Bij elke uitspraak is wel het tegendeel te verzinnen en de uitspraken bij elkaar vormen een bizar mozaïek waar voor iedereen wel wat te vinden is maar voor niemand het gevraagde. Niettemin, ik vat het geheel als volgt samen: de biologie verklaart waarom emoties en moraal nodig zijn en samenwerking beklijft, de economie verklaart hoe we daar een slaatje uit kunnen slaan. De eerste helft van de verklaring is verbazend en gaat een beetje ver. Erg ver zelfs maar goed. De tweede helft van de verklaring is bekender terrein en daarvoor ben ik Teulings zeer dankbaar. Over de economie hoef ik me geen illusies meer te maken en mijn langjarige onbegrip voor die wetenschap kan ik eindelijk achter me laten. Immers, Teulings heeft het steeds over voor- en nadelen van samenwerking en nooit over de nood eraan en de noodzaak ertoe. Het gaat over het strategisch vullen van de maag, niet over de elementaire lege maag, over het kiezen tussen a en b en niet over je afhankelijkheid van anderen om alleen al a te produceren, ook als b nooit aan de orde zal komen.

Ik heb nooit goed begrepen waarom in de economie eigenlijk nooit iets echt nodig is maar uit alles altijd wel een voordeeltje te slepen is. Als je het handig aanpakt natuurlijk, maar daar heb je een wetenschap voor. Nu begrijp ik het. Nodig is datgene dat door de biologie wordt verklaard en daar gaat de economie niet over. De economie gaat niet over de nood maar over het profijt. Over het profijt van de nood, desnoods, maar dan verkleed als de nood aan profijt. Misschien hoeft er in de werkwijze van het CPB toch niets te veranderen.  

3 februari

=0=

 

Terug

De meeste winkels garanderen dat als het product niet goed is de klant het binnen een bepaalde tijd mag terugbrengen. Dan wordt een nieuw maar dan goed product verstrekt of je krijgt je geld terug. Of een tegoedbon.

In de wereld van het werk gaat het er iets anders aan toe maar het sentiment is vergelijkbaar. Je bent of een tijdje op proef omdat de werkgever je eerst een tijdje wil bekijken voordat hij echt met je in zee gaat. Of je komt via een uitzendbureau en dat garandeert dat hun product goed is. Zo niet, krijg je een ander. Een werknemer inhuren is een beetje als de kwaliteit van de groente op de Albert Cuijp vaststellen. Je knijpt er eens in, gooit het omhoog, ruikt eraan, schat de versheid en je doet het. Of niet. Doe je het en valt het tegen? Heb je pech. Had je maar beter moeten selecteren. Eigen schuld. En eigen gebrek aan competentie. Doe het dan ook niet zelf, zeker niet als je weet dat een telefoontje naar het uitzendbureau zo gemaakt is. Winkelen bij het uitzendbureau is veel makkelijker, met schappen en zo, en per schap een handzame omschrijving van het product. Zoals in een supermarkt met voorverpakte spullen, met een voorbedrukte houdbaarheidsdatum, en geen rare vormen en formaten. Valt het tegen, mag je het ruilen.

En nu moet ons hele Koninkrijk een supermarkt worden, met Europese spullen in het ene schap, Caribische in het andere. Aan adequate productinformatie wordt gewerkt en daarbij rekenen we op de bereidwillige medewerking van de producten zelf. Nadere onderverdeling volgt. Denk alleen al binnen Europa aan de eindeloze administratieve grenspaaltjes die je kunt slaan, langs oude en nieuwe lijnen van land, regio, provincie en ook stad. Amsterdammer die lastige Rotterdammers mogen weren (alle Rotterdammers dus) en omgekeerd, Friezen die Hollanders de deur mogen wijzen (en omgekeerd), alle Nederlanders die Limburgers de wacht mogen aanzeggen (en omgekeerd). Terugsturen die handel en als zij ons mogen terugsturen omdat wij hen mogen terugsturen dan is er niks aan de hand. Rechtsstatelijk. Grondwettelijk.

Het risico is alleen dat wij terugsturen niet omdat zij hier iets hebben uitgehaald maar omdat zijn daar niet aardig voor ons zijn. Dan meppen we terug. Doen zij ook. Zoals bij ambassadepersoneel als de politici er zelf even niet uitkomen. Doet er niet toe, althans zo lang zij ons meer nodig hebben dan wij hen. Zoals de Antillianen. Maar zou Hirsch Ballin nu echt denken dat ze daar zo stom zijn dat ze ook dat niet doorhebben? Het voorstel om de Rijkswet Personen aan te passen is niet discriminerend naar de letter maar naar de machts- en afhankelijkheidsverhoudingen die er aan voorafgaan. Wrijf het ’r maar goed in.

2 februari

=0=

 

Minimaal

Voorheen hield de staat zich bezig met het maximale aantal arbeidsuren per dag. De staat beschermde daar de gezondheid van de werknemer mee en hij deed dat om de werknemer niet in keuzesituaties te manoeuvreren waar van een vrijwillige keuze toch geen sprake is. Met het minimum hield de staat zich niet bezig, behalve als het om de toegang tot de sociale zekerheid ging en om de vraag wanneer een opdrachtgever werkgever werd (zoals bij de werkster en de oppas).

Met Brinkhorst kort geleden en van der Hoeven nu (radiojournaal van 31 januari en naar aanleiding van een rapport van de OECD; hadden we daar de Geus niet geparkeerd, bij dat OECD?) slaan we nieuwe wegen in. Het maximum is minimum aan het worden. Vrouwen moeten meer uren gaan maken en een volledige werkweek is nog lang niet volledig genoeg. Hoeveel uren je boven het minimum nog wilt maken, ach daar komen we samen wel uit. Het arbeidsrecht was ooit bedoeld om de economie wat te juridiseren, tegenwoordig zijn we op de weg terug. Het recht dient ge-economiseerd te worden. Dat leidt overigens niet tot minder recht, wel tot ander recht. Het gedoe over het ontslagrecht is de voor de hand liggende illustratie. Met opnieuw als motto: daar komen we samen wel uit.

Hebben we meer uren nodig voor de ‘economie’? Je zou het veronderstellen want het zijn ministers van Economische Zaken die zich met de lengte van de arbeidsduur bemoeien. Niettemin, schijn bedriegt. Nederland concurreert niet met, pak’m beet, China. Er is geen markt waar consumenten kunnen kiezen uit Nederland of China als product. Het is niet Nederland dat concurreert, het zijn Nederlandse bedrijven die dat doen en in tal van bedrijven wordt allang de zo verbeide 40 uur week al lang gehaald en nog wel meer ook, en al dan niet volledig betaald. Dat lossen ze, inderdaad, samen wel op. Of iedereen er even gelukkig mee is, dat is een kwestie die nooit in onomstreden wateren terecht zal komen.

Meer uren (en meer mensen, maar daar is de commissie arbeidsparticipatie weer voor) zijn volgens van der Hoeven voorlopig genoeg om de AOW te ontzien. De AOW leeftijd hoeft nog niet omhoog. Dat is aardig en het geeft ook precies aan waar het om gaat, namelijk om een politieke beslissing hoe de sociale zekerheid te financieren. Iedere werkende ontlast de uitkeringenfabriek en draagt tegelijk bij aan de financiering van die fabriek. Dat is handig want zo snijdt het mes aan twee kanten. De vraag is alleen waarom een minister van Economische Zaken zich het terrein van haar collega van Sociale Zaken toeëigent, want die laatste gaat over de uitkeringen en trouwens ook over de arbeidsparticipatie. Ik dacht dat ze daar bij het CDA heel gevoelig voor waren, voor dat landjepik. Van van der Hoeven begrijp ik het wel, net als destijds van Brinkhorst. Van Economische Zaken is zo goed als niets meer over en dus is de minister van dat departement op zoek naar werk en ze doet dat door zich zorgen te maken over het werk dat anderen mogen/moeten doen. Voor minimaal 40 uren per week als het even kan. Niks nieuws onder de zon. Werken door anderen aan het werk te zetten. Zo worden we allemaal een beetje werkgever behalve zij die niks te geven hebben maar alleen wat aan te bieden.

Van Donner en Aboutaleb begrijp ik het niet. Het is hun domein en dat ligt altijd gevoelig in politiek Nederland. Zeker voor de Aboutaleb ligt hier een kans boven zichzelf uit te stijgen. Ik doe hem geheel belangeloos een suggestie aan de hand: als Verhagen nou eens wat meer ruimte gaf aan Koenders dan mag van der Hoeven een stukje van zijn turf betreden. Zoiets. Het zal er niet van komen, al vermoed ik dat het aan Aboutaleb niet zal liggen.

1 februari

=0=

 

Straf

Als wij het vroeger op school wel eens te bont hadden gemaakt moesten we nablijven. Soms slaagde de docent er niet in te achterhalen wie de zaak op stelten had gezet en dan was iedereen de klos, daders, meegenieters en ook de kinderen die het allemaal maar niks vonden en toch hun mond hielden. Collectieve straf want wie niet klikt maakt van de klas een collectief, ontoegankelijk voor de docent en dus nam de docent tegenmaatregelen. Een extra proefwerk was ook een mogelijkheid. Kon ook preventief worden ingezet. We noemden het destijds nog niet zo, maar mijn vermogen een anachronisme te proeven is toen ontstaan. Leren gaat goedschiks en kwaadschiks.

Het CDA, met Verhagen voorop, is boos op Bert Koenders omdat die heeft gezegd dat de collectieve straf die Israel de Palestijnen in Gaza oplegt onacceptabel is. Verhagen is boos omdat Koenders iets zegt over een onderwerp dat het zijne niet is. Afblijven! Collegialiteit is maar een woord bij regeerders. Daar moet Middelkoop maar eens aandacht aan schenken want Verhagen doet met regelmaat uitspraken over de NAVO en de inzet van Nederlandse militairen, ook daar. Wil je dat niet meer doen, Maxine? Of wil je het risico lopen dat het kabinet collectief gestraft moet worden omdat jij mijn woorden hebt afgepakt en daarmee de les van het regeren hebt verstoord?

Het aardigst is kamerlid van Gennip. Zij heeft gezegd dat Koenders niet weet waar hij het over heeft. Er is namelijk helmaal geen sprake van collectief straffen door Israel. Wat zou ze daarmee bedoelen? Ik neem maar aan dat het niet om het collectief gaat. Dan moet het om het woord straffen gaan. Welnee, jongens en meisjes, ik doe dit helemaal niet om jullie te straffen. Ik doe dit voor jullie bestwil. Snap dat toch eens. Maar let op, als jullie het nu nog niet snappen dan rest me weinig anders tot echte straffen over te gaan.

Het CDA. Ze hadden al Ben Bot die zei wat iedereen zei en wist. Dat mocht niet, niet toen hij minister was en niet erna. Als Aantjes nog eens wat zegt feliciteert Balkenende hem met zijn gevorderde leeftijd. Het CDA, dat komt nooit meer goed. Het gaat niet lukken maar wat zou het mooi zijn als de kiezers het CDA bij gelegenheid collectief zouden afstraffen. De coalitiepartijen, per slot, zullen het niet doen.


31 januari

=0=

 

Verbieden

Gevraagd: een verbod op wilde dieren in het circus, op alcohol, op roken, op reclame voor e-sigaretten, op tv-uitzendingen, op internet gokken, op de Koran, op vuurwerk. Recente oogst, de snelheid zwelt aan. In Zuid-Afrika schijnt een wet te bestaan die het kinderen beneden de vijftien jaar verbiedt elkaar te zoenen. In de VS gaan veel scholen ertoe over spelletjes te verbieden om te voorkomen dat de ouders van het kroost een proces aanspannen als er iets fout is gegaan. Verbieden. Je mag alles zeggen en niets doen. De vrijheid van meningsuiting schrijven we hoog in het vaandel, de vrijheid van gedrag is het kind van de rekening.

Gisteravond werd in een NOVA uitzending burgemeester Cohen de les gelezen door Hero Brinkman omdat hij had nagelaten een moskee te sluiten. Slappe hap, die Cohen. Was getekend: Brinkman, dezelfde die er geen probleem mee had zijn voormalige collega’s bij de politie ervan te betichten stront in de ogen te hebben. Zij hadden namelijk andere dingen gezien dan hij en wou Cohen soms beweren dat hij niet gezien had wat hij had gezien? De gisse gespreksleider stelde niet de vraag naar het waarom van de collegiale desavouering door Brinkman. In plaats daarvan gaf hij hem het laatste woord. Hij had het ook al het eerste gehad. Wie iets wil verbieden heeft voorrang en over voorrang hoef je een politieman niet te onderwijzen. De korpsbeheerder wel.

Cohen weet als geen ander dat besturen niet gaat zonder minimale medewerking van de burgers. Bij de politie heet dat sinds jaar en dag een tweesporen beleid. Je moet handhaven maar niet zodanig dat je de buurt en dus de burger tegen je krijgt. Brinkman kan dat niet schelen; handhaven is volgens zijn inzichten het enige dat telt. Het had NOVA niet misstaan als dat de inzet van de uitzending was geworden. Een zoveelste gemiste kans. De media zijn links noch rechts. Ze zijn incompetent.

Met de PVV hebben we een politieke partij, in de traditie van Fortuyn en Pastors (en Verdonk al is die minder ver weggelopen), die probeert het parlement te gebruiken als platform om stemming te maken. De leiders ervan hebben een diepe minachting voor de parlementaire democratie en ze tonen het. Ze willen doen (‘machen’) door ons vrijheden te verzekeren die ze anderen willen afnemen en noemen dat veiligheid, de preventieve slag om alle toekomstige slagen uit te bannen. Ach god. De wens om te verbieden sluit er naadloos op aan. Verbieden roept meer verbieden op, een algemeen verbod met ‘fatsoen moet je doen’ als vlag om de lading te dekken. Machteloze politici en een machteloze staat grijpen naar het verbod om het partiële verbod te keren door het in een algemeen verbod om te toveren en dat weer tot eigen voordeel te laten strekken. Een wild dier is niet alleen wild het is ook een dier. Alle dieren dienen te worden getemd. Dat willetje moeten we breken riep mijn moeder vroeger al. De Partij voor de Dieren kan nog jaren vooruit. Vrijheid in domesticatie, dat is de toekomst. Het wachten is op de Partij voor de Dierenvrijheid.

30 januari

=0=

 

Hristina

Het was een mooie uitzending, die over de Bulgaarse afgestudeerde landbouweconome die in Amsterdam huizen schoonmaakte. Gisteren, aan het einde van de middag, keek ik ernaar via Nederland 4. Mooie, rustige beelden en veel aandacht voor het merkwaardige werk waar we de treffende naam ‘werkster’ voor hebben bedacht. En voor de jonge vrouw die het werk uitvoerde. Er wordt gewerkt in Nederland, bij voorkeur onzichtbaar. Schoonmaken besteden we uit en we willen het niet zien. De communicatie verloopt via kleine kattebelletjes. Interactie nul, communicatie even antiseptisch als het huis nadat Hristina het heeft behandeld. Dat is het ideaal. Het dichtst erbij komen de mensen die Hristina geen toestemming gaven om foto’s te maken van de binnenkant van hun huis. We hopen dat je het begrijpt, maar we hebben het liever niet. Je hebt een sleutel van het huis maar mag de indruk die het op je maakt niet verbeelden.

Lang geleden had ik ook een werkster. Eerst zwart, daarna wit. Jaren later was er weer sprake van een werkster, een Braziliaanse. Via via, zoals dat vaak gaat. Toen kwam de breuk in het huwelijk. De afloop heb ik niet meer meegemaakt. Zwart of wit maakt eigenlijk niet uit. Wij hadden een oppas – via een advertentie in Folia Civitatis – en die betaalden we ook zwart. Prima meisje, de kinderen waren dol op haar en wij ook. Met een oppas wil je juist wel contact. Je kunt voor de opvoeding van je kinderen niet altijd de gewenste tijd beschikbaar hebben en dan kom je uit bij de oppas. Maar eigenlijk had je het liever zelf gedaan. Het is een compromis. Opvoeden is geen werk. Daar zit ook het verschil met onderwijs. Het doet denken, met enige aarzeling maar niettemin, met het verschil tussen spel en sport.

De werkster is geen compromis want het gaat om werk, om de dingen die je niet liever zelf doet. Het is jouw rommel en je koopt je uit door onder het kattebelletje met de opdrachten voor het schoonmaken een bankbiljet te schuiven. Beloning voor bewezen diensten. Sommigen hebben daar een beetje slecht geweten bij. Dat versterkt de neiging om je als opdrachtgever zo onzichtbaar te maken als maar kan. Het geldt niet voor iedereen, en het kan zijn dat het aantal mensen dat zich een beetje geneert snel afneemt. Kan het in z’n tegendeel verkeren? Dat je er trots op bent het niet zelf te doen maar het te laten doen? Dat het geen ongemak is maar een gevoel van prettige luxe?

Ooit interviewde Studs Terkel een man die verantwoordelijk was voor de toiletten in een groot en duur hotel in Chicago. Hij zorgde voor handdoeken, zeep en zelfs Aqua Velva en oogdruppels. Ik was weer even thuis want mijn vader gebruikte Aqua Velva als aftershave. De geinterviewde man was van mening dat wat hij deed niet zozeer met een schone toiletruimte te maken had maar eerder met de behoefte van de hotelgasten zich belangrijk te voelen. Zijn baantje maakte de gasten een stukje groter, meer superieur (ontleend aan Russell Muirhead, Just Work. Harvard University Press 2004: 34). De vraag is: wat vinden we van baantjes die er voornamelijk zijn om anderen op je te laten neerkijken? Hoeveel van die baantjes zijn er wel niet?

Hristina miste het contact met haar opdrachtgevers. Haar baantje is beter dan die van de toiletmeneer. Bij haar weten we ook dat het om werk gaat, de door Terkel bevraagde man wist dat wat hij deed niet echt nodig was. Het had wel nut, voor het gemoed van de bezoekers. Hoeveel van de baantjes die elk jaar opnieuw worden verzonnen om ‘niemand aan de kant te laten staan’ zijn niet nodig maar hebben wel ‘nut’? Gek, daar hoor je eigenlijk nooit iemand over. Misschien moeten we Hristina eens vragen daar een rapport over te schrijven.

29 januari

=0=

 

Woorden

‘De discussie rond Wilders is daarmee niet zomaar een strijd van of met woorden, maar óm de woorden’. Lees ik in de Groene van afgelopen week. Even verder: ‘Maar aan woorden voor Wilders schort het vooralsnog.’

Je schoenen vallen erbij uit. Geen woorden? Om de woorden? Wilders is een mediaproduct en dus moeten de media eerst en vooral maar eens bij zichzelf te rade gaan. De vraag is dan waarom de media het vertikken om Wilders met Wilders te benaderen. Toen in België een 18-jarige jongen een geweer kocht om daar wat allochtonen mee af te schieten hadden de media in dat land geen enkele moeite om aan Flip Dewinter de vraag voor te leggen wat de moorden te maken hadden met het giftige klimaat waar het Vlaams Belang patent op heeft. Uiteraard ontkende Dewinter maar het punt was gemaakt. Kennelijk heeft men in Vlaanderen wel ‘woorden’. Hier niet, en de vraag is dus niet welke woorden of ‘om de woorden’. De vraag is waarom de media Wilders en zijn PVV slaafs volgen. Er is slechts gebrek aan woorden voor hen die zich het woord laten ontnemen en niet terug durven vechten en voor hen die niet competent zijn. Heerst dat bij de media? Het zou kunnen. Optimist die ik ben neem ik aan dat het tweede zwaarder weegt dan het eerste. Zorgelijk genoeg.

Recent wist dat andere licht van de PVV, Brinkman, de media te halen. De man is geen enkele keer de vraag voorgelegd of de VS, met meer dan 900 leugens rond de Irak-oorlog toch geen klein bier, een stelletje boeven als regering heeft. Ik bedoel maar. Woorden zat.

28 januari

=0=

 

Primaat

De kredietcrisis biedt kansen voor de politiek om het primaat van de politiek op de economie te heroveren. Dat beweert Koen Haegens in de Groene van deze week. Iets bedekter, maar in dezelfde richting, luidde een redactioneel in NRC Handelsblad de noodklok: als de banken zich niet wat netter gedragen zou, in de VS maar eventueel ook hier, een soort Glass-Steagall wet weer van stal gehaald kunnen worden.

Sommigen, Galbraith in zijn mooie boekje over The Great Crash 1929 voorop, stellen dat de Glass-Steagall wet van 1933 zelfs belangrijker was dan de New Deal om weer wat orde te scheppen in de financiële janboel die de VS was geworden. Het waarom van dat standpunt is niet moeilijk te raden. Die wet bevestigde, inderdaad, het primaat van de politiek. Hij schreef voor dat de banken zich moesten beperken tot bankzaken in het belang van hun klanten, en niet zelf een – grote – speler mochten zijn op beurzen. In de jaren twintig waren de banken precies dat gaan doen, en hadden miljoenen burgers op datzelfde pad gezet. Dat liep fout en wel om dezelfde redenen als de hypotheken nu fout lopen: meer risico’s en meer ‘sub-prime’ effecten, meer onoverzichtelijkheid, meer nervositeit, grotere kwetsbaarheid en een overheid die toekeek. Geen gekke gedachte dus om daar het mes in te zetten en de banken hun plaats te wijzen. Dat gebeurde. De wet heeft het zo’n vijftig jaar volgehouden en toen kwam Reagan die, zoals bij alles, ook dat beter wist. De wet werd buiten werking gesteld. In de late jaren negentig zorgde Clinton voor de formele begrafenis.  

Sinds Reagan ook dit dereguleerde is het feest. Het aantal schandalen rond de beurs is gestegen, de banken doen meer dan volledig mee in elk nieuw financieel casino, het aantal berichten over een voor de deur staande nieuwe ‘great crash’ stijgt gestaag. Geen wonder want de beurzen hebben met elk denkbare transactie te maken, de banken verzinnen voortdurend nieuwe transacties en de pieken en dalen worden heftiger. Niettemin, het is geen herhaling van de jaren twintig en dertig, voornamelijk omdat de economische en in het bijzonder de financiële wereld ‘globaal’ is geworden.

Er is ongetwijfeld alle reden om de banken opnieuw op hun plaats te zetten maar in tegenstelling tot toen heeft dat op nationaal niveau – en zelfs niet als de natie zo groot is als de VS – niet zo veel om het lijf. Het primaat van de politiek was altijd het primaat van de nationale staat. Dat primaat heeft nog slechts betekenis voor hen die zich niet snel uit de voeten kunnen maken, voor mensen dus die economisch en financieel wat slecht ter been zijn. Voor de achterblijvers die zich terecht zorgen maken over welke rekening ze nu weer gepresenteerd zullen krijgen en die hopen op een krachtige hand en een sterk gezag.

Het primaat van de politiek is een primaat dat een verlangen naar hiërarchie en naar een finale arbiter uitdrukt. Dat primaat vinden we echter al decennia lang niet meer bij de politiek en de staat. Het ‘sociaaldemocratisch moment’ waarvoor Koen Haegens zich uitspreekt zit niet in de politiek. Het zit ook niet in het recht – maar mocht het zich ergens kunnen vestigen, dan in het recht. En zelfs dan, een ‘moment’ is iets anders dan een ‘primaat’. Het dromen over een primaat staat, dat is mijn stelling, het moment zelfs in de weg. Men zegt dat globalisering te veel economie is en te weinig politiek. Dat is niet juist. De globalisering is niet een overschot aan economie omdat er een tekort aan politiek in zit. Er was al veel gewonnen als we de Glass-Steagall wet niet als een overwinning van de politiek op de economie zouden citeren, maar als een overwinning van het recht op allebei, op economie zowel als politiek.

27 januari

=0=

 

Grijs

ESB van deze week heeft een artikel over de AOW, de fiscalisering ervan en de redenen waarom dat zo is. Twee medewerkers van de Rekenkamer leggen geduldig uit dat niet de vergrijzing aan de wieg van de fiscalisering staat maar de belastinghervorming van Zalm, Vermeend en ook nog een klein beetje Bos uit 2001. Men heeft toen kennelijk bedacht dat de heffingskorting (bedoeld om mevrouw aan het werk te krijgen) niet uit de algemene middelen betaald zou worden maar uit het fonds waar ook de AOW uit wordt bekostigd. De inleg in dat fonds uit de premie op looninkomens (tot een nog altijd zeer bescheiden niveau) is vrijwel dekkend voor de AOW kosten maar niet genoeg om ook de heffingskortingen uit te financieren. En dus worden de algemene middelen alsnog ingezet. Het netto-effect is dat we omslachtig doen wat eenvoudiger kan en dat de AOW de schuld krijgt. Die verdomde grijsaards ook.

Het artikel werd vermeld in het Parool, andere kranten heb ik nog niet op enige belangstelling kunnen betrappen. Merkwaardig toch. Nu blijkt dat uit het fonds betalingen worden gedaan om het werken te stimuleren – en daarvan maken de wat beter geplaatste verdieners meer gebruik van dan de minder goed geplaatste – blijft het stil. Het is wel een weeffoutje in de belastingwet van 2001. Dat moet worden hersteld. Als dat op zijn beurt wat meer belasting zou betekenen – de heffingskorting moet wel ergens uit worden gefinancierd en de kosten van de AOW worden heffingskorting of niet wèl hoger – dan is men weliswaar eventjes de stok kwijt om de AOW-er te slaan maar het legt in elk geval de verantwoordelijkheid daar waar ze hoort: bij de bewindslieden die het destijds zo in elkaar hebben gezet en bij de suffige Tweede Kamer die ook dit weer over het hoofd heeft gezien. Zeven jaar na dato is het bovendien niet het ministerie van Financiën dat uitlegt hoe de vork in de steel zit, noch de Tweede Kamer, maar hebben we het aan wat speurwerk van twee medewerkers van de rekenkamer te danken dat we nu weten hoe grijs politici en kamerleden het hebben gemaakt. Het zou Bos tot eer strekken om dit vuiltje onmiddellijk weg te werken en en passant nog eens naar die wet van 2001 te kijken. Toen wisten we al dat Zalm de wet doorduwde op een moment dat de consumptieve uitgaven moesten worden gedempt in plaats van verder aangewakkerd (Zalm was kampioen foute timing). Nu merken we dat de belastingverlagingen vanaf 2001 zelfs zo goed hebben gewerkt dat het huidige kabinet op elk denkbare manier geld aan de burger probeert te ontfutselen. Terugdraaien van de belastingverlaging zou, alweer, veel eenvoudiger zijn, maar van eenvoud houdt men blijkbaar niet.

Of het wonderlijke gedoe met AOW en heffingskorting destijds zo bedoeld was weet ik niet; dat men bewust het risico op dit soort fouten heeft genomen valt daarentegen niet te ontkennen. Ooit is de constructie bedacht; ooit heeft de overheid er z’n zegen aan gegeven. Elke constructie heeft z’n risico; ik ben benieuwd of we ooit vanuit de overheid zullen worden voorgelicht over de redenen dat men dit risico op deze manier heeft ingebouwd. M’n nieuwsgierigheid is groot, m’n verwachtingen stel ik voorzichtigheidshalve maar op nul.

26 januari

=0=

 

Verborgen

Afgelopen woensdag werd op station Zuid in Amsterdam een gratis krant verspreid door NRC. Het was geen gewone krant en ook geen NRC.Next. Het was een nrc.winter, al eens met de gewone krant meebezorgd eind vorig jaar en nu nog een keertje uitgedeeld aan de treinreiziger.

Het is een mooi nummer met al eerder gepubliceerde artikelen die, zoals de redactie terecht heeft verondersteld, best voor een tweede keer mochten worden aangeboden. Eén artikel gaat over geheimen, het heeft als titel ‘Mondje dicht’ en was al eerder in september 2007 gepubliceerd. Toen moet ik het gemist hebben (zo slecht is m’n geheugen ook weer niet), nu kreeg ik een tweede kans.

Er blijken tal van redenen te bestaan om een geheim te bewaren. Anderen kunnen geheimhouding van je vragen (en jij van hen) en dat is misschien wel eervol maar je kunt er ook onder gebukt gaan. Een priester maakt er al gauw z’n beroep van en wie weet is dat beroep z’n voornaamste bescherming tegen een al te grote belasting. Over priesters ging het artikel niet en evenmin over hun seculiere evenknie: de therapeuten van allerlei slag. Ook het onderwerp ‘taboe’ (de ‘vanzelfsprekende vermijdingen’ waarop mijn voormalige collega Paul Kapteyn zo’n kleine dertig jaar geleden promoveerde) ontbreekt en dat is jammer. Wie immers de vanzelfsprekende vermijdingen niet goed weet te vermijden wordt licht bevangen door een gevoel van schaamte en schaamte heeft – dat vermeldt het artikel weer wel in alle duidelijkheid – veel te maken met de wens en de noodzaak om iets geheim te houden, iets te verbergen.   

Toen ik het artikel las afgelopen woensdag moest ik, eenmaal aangekomen bij het schaamtethema en de wens je te verstoppen, denken aan het gevoel van schaamte tijdens de periode van mijn echtscheiding, midden jaren negentig. Ik voelde me niet schuldig. Dat zal wel zijn omdat ik het niet bedacht had. Ik voelde wel schaamte, zeker aanvankelijk en mijn eerste reactie was die van verstoppen. Niet heel lang overigens, maar niettemin. En als je dat een tijdje doet dan sta je alleen al door het verstrijken van de tijd op de drempel van het ‘geheim’, van de dingen waar je niet mee naar buiten wilt omdat je gefaald hebt, meewarigheid oproept en onderworpen wordt aan de onverholen sympathie van anderen die niet zelf de klos zijn.

Het duurde niet zo lang en dus werd mijn drempel geslecht en met de drempel mijn geheim en mijn verstoppertje spelen. Geheimen hebben, net als het trauma en de rouw, een levenscyclus. Het cyclische ontbrak in het artikel. Toch zou er meer aandacht voor mogen zijn, voor die cyclus. Want mensen krijgen volgens één van de in het artikel aangehaalde onderzoekers steeds meer geheimen en dat komt omdat we – onder invloed van de impertinentie van tv en internet bijvoorbeeld – ons steeds vaker schamen. We worden zichtbaarder, staan meer te kijk, worden daar op aangesproken – of we denken dat – en daarvoor schamen we ons en doen vervolgens ons best dat geheim te verbergen en de schaamte te overstemmen.

En we proberen te voorkomen dat het zo ver komt. Kinderen, las ik, slagen er al vroeg in hun echte voorkeuren geheim te houden. Als ze daar belang bij hebben. Het tonen van je echte voorkeuren is linke soep want een ander zou er misbruik van kunnen maken. Het duurt niet lang meer of het enige echte taboe waarop je gepakt gaat worden is dat van de naïviteit. In een transparante maatschappij is verbergen een heuse en de enige echte overlevingsstrategie. Het individualisme van het verstoppertje spelen en daar luidkeels melding van maken: als beschrijving een redelijk herkenbaar maatschappijbeeld. Jammer dat we ook nog in die maatschappij moeten wonen.

25 januari

=0=

 

Lucht

Brussel spreekt. Er komen nieuwe voorstellen voor emissierechten. Die worden schaarser en duurder. De luchtvervuilers klagen, de emissierechtenindustrie wrijft in z’n handen. De handel in smerige lucht verloopt voornamelijk via banken, met Fortis als grote speler. Het is een handel waarvan wordt gezegd dat deze al aan honderdduizend mensen werk verschaft. Een en ander ontleen ik aan NRC Handelsblad van gisteravond. Bedoeld wordt dat er honderdduizend banen bij zijn gekomen want gewerkt wordt er niet. Dat rechten verhandeld kunnen worden is één ding, die handel werk noemen is iets heel anders. Macht der gewoonte zullen we maar zeggen. En de betrokkenen kunnen het natuurlijk thuis niet verkopen dat ze een mooi inkomen meebrengen zonder ervoor ‘gewerkt’ te hebben. Nou dan.

Bovendien, het draagt bij aan een schoner milieu en wie kan daar nou op tegen zijn? Goed, de verliezers die eens al hun viezigheid kosteloos konden dumpen en daar nu duur geld aan kwijt zijn en in de toekomst nog meer. Die moeten of in de buidel tasten of wat minder smerig produceren. Vermoedelijk een beetje van beide en op de lange duur zal de mix steeds meer de kant van schonere productie opgaan. Daar zorgen de schaarsere en dus duurdere rechten wel voor. Dat is de veronderstelling. En Shell probeert via z’n voorman Van der Veer een duit in het zakje te doen: het kan snel en te bruusk en het kan wat minder gepland, met wat meer aanloopproblemen maar uiteindelijk beter. Ach ja.

Of het de goede veronderstelling is moet nog blijken. De emissierechten zijn deels gratis (het zijn dus ergens inderdaad rechten). De elektriciteitsbedrijven hebben ze echter mooi op de balans gezet alsof ze er voor hebben betaald en brengen dat vervolgens aan de consument in rekening. Pervers, en het zal het milieu niet ten goede komen. Dat is niet aardig, maar het is niet het echte probleem. Dat is dat we blijven gokken. Want, de gok met al deze grappen is dat we er van uit blijven gaan dat we nog altijd over voldoende tijd beschikken om het tij te keren. Of we daarover beschikken weet niemand. Minder vervuiling is beter dan meer, maar of wat minder genoeg minder is valt nog te bezien. En dan hebben we het nog niet over herverdelingseffecten – wij wat schoner en zij daar in armere gebieden nog vuiler – en over landen buiten de EU die er al helemaal geen zin in hebben of een stukje wel (Californië) en een ander stukje niet (Texas). Ik noem maar wat. Ik heb het ook maar uit de media en die berichten gaan niet over de wereld maar over hun beeld ervan. Dat beeld is vertekend – elk beeld is vertekend – maar meer heb ik niet. De troost is dat ik weet dat het een beeld is. Ik kan m’n best doen om me een beeld te vormen hoe de media hun beelden vormen maar daar wordt een mens ook niet vrolijk van. In dagbladen wordt het nieuws meer geselecteerd op consistentie met het beeld van het thema waarover wordt gerapporteerd dan op een zo adequaat mogelijke weergave van gebeurtenissen waar nog geen geaccepteerd beeld voor aanwezig is. Het streven is niet naar adequaatheid maar naar aansprekende beelden. Nergens duidelijker dat het onderscheid van feiten en meningen ook maar een mening is dan in de media. En dan zijn de dagbladen nog heilig vergeleken met een medium als internet en andere beelddragers. Ik hoop dat iedereen in elk geval nog vermoedt dat het gebodene een beeld is. De moeilijkheid is dat ik er ook alleen over kan communiceren op basis van mijn beeld, mijn voorstelling van zaken. Of dat een beter beeld is kan ik niet zelf beslissen. Ik doe het ermee omdat ik het ermee moet doen. Je kunt je best doen, dat wel.

Niettemin, het beeld is dat het banen schept. We raken werkgelegenheid kwijt in de industrie – omdat die vuil is en moet betalen maar ook en zelfs voornamelijk omdat de industrie een erg hoge arbeidsproductiviteit heeft en steeds meer kan met steeds minder mensen – en we krijgen er werkgelegenheid bij in de emissierechtenindustrie. En denk eens aan de dienstverlening die deze werkers weer nodig hebben om hun zegenrijke bedoeninkjes ongestoord te kunnen voortzetten. Nog meer banen, en wie weet ook nog werk. De was moet gedaan worden, het huis schoongemaakt en het eten op tafel gezet. Druk, druk, druk dus we besteden het uit. Na een lange dag is het goed toeven in een opgeruimd huis.  

Dagelijks lees ik dat we tegen een tekort aan arbeidskrachten aanlopen. Langzaam begin ik te begrijpen waarom dat zo is. Als iedereen een baan heeft en slechts een paar mensen werken dan volgt daaruit dat we die paar mensen in ere moeten houden. En ook daar zitten een boel banen aan vast, al was het maar om hen niet op gedachten te brengen. Niets is zo zwaar als het verplaatsen van lucht. Gelukkig maken vele handen – en nog meer handen en nog meer – licht werk.

24 januari

=0=

 

Baan

De vroegste verwijzing naar ‘human capital’ die ik heb kunnen vinden – maar ik heb niet systematisch gezocht – staat in ‘The Theory of Interest’ van Irving Fisher. Dat boek is van 1930 en Fisher wijdt een voetnootje aan een dr. Dublin die berekend heeft dat de totale waarde van het ‘human capital’ in de VS van die dagen 1500 miljard dollar is, zo’n vijf keer de waarde van al het overige kapitaal. Het staat alleen nergens op de balans, niet in die van de ondernemingen en ook niet in het stelsel van de nationale rekeningen. Vermoedelijk zullen de economen het pas eens worden over een werkbaar en consistent kapitaalbegrip als het kapitalisme zichzelf heeft overleefd. Dat is nog even wachten.

Niettemin, aan Fisher danken we het idee dat elke inkomensverwervende capaciteit – ook die van onze spierkracht, ons loopvermogen, onze lengte, onze slimheid, gebektheid, bluf, uitstraling – als kapitaal kan worden aangemerkt. Breng het in beweging, in circulatie dus, en je zult eens zien. Het kapitaalbegrip is door Fisher gedemocratiseerd, want niet wat je hebt bepaalt wat je waard bent, maar wat je waard bent bepaalt wat je gaat hebben en krijgen. Als je maar meedoet. Niet meedoen is verlies. Dat gaat op voor het geld dat moet rollen en voor de arbeidskracht die moet worden ingezet. Arbeid is kapitaal als je het gebruikt; het is ‘human capital’. Sinds die tijd is arbeid geen arbeid meer, en werk geen werk. Beide zijn opgegaan in de baan.

Sinds we ‘human capital’ (de inkomenscapaciteit van je ‘human resources’) hebben is het werk verdwenen en is de baan ervoor in de plaats gekomen. Historisch loopt dat parallel aan de definitieve overwinning van de geldeconomie op de subsistentie, de productie voor eigen onderhoud. Voor het zo ver was zagen we in subsistentie voornamelijk een primitieve economie, sinds die tijd is subsistentie het tegendeel van economie (en net als bij het kapitaalbegrip leidt dat ook hier tot onoplosbare conflicten, in dit geval over de vraag of en zo ja hoe het subsistentie-element in de nationale rekeningen moet worden verwerkt). Er is oorlog tussen subsistentie en economie want de subsistentie is alleen al door z’n bestaan een gevaar voor de circulatie van mensen, diensten en geld en dus voor alles wat we economie noemen.

In de wereld van het werk komen we dit tegen als we nalopen hoe arbeid en werk zijn veranderd – en aan het zicht zijn onttrokken – door de opkomst van de baan. Sinds de subsistentie naar de rand – en eigenlijk al over de rand heen – is gedreven is werk geen werk maar beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt, verzekerd door – inderdaad – de sociale verzekeringen. De opbouw daarvan is in de eerste helft van de twintigste eeuw ter hand genomen en wordt zo’n beetje voltooid in de jaren zestig. Sinds die tijd weten we niet zo goed of we het gebouw moeten slopen of renoveren. We hebben de oplossing gevonden in het permanent renoveren in de redelijke verwachting dat je dan sloopt zonder te slopen.

Tegelijk zien we in de jaren zestig de echte opkomst van het human capital begrip en dus van de baan en dus van de transformatie van de arbeider in de werknemer, die weer in de medewerker en die ten slotte in ‘de belangrijkste bron’ van de onderneming. Het kan niet op en met de opwaardering van de titel komt de opwaardering van de status. Je baan is je paspoort, je bewijs van goed gedrag, je vergunning om te gaan en staan waar je wilt zonder te worden lastiggevallen door vragen over je afwezigheid op school, stage, werkervaringsplek, re-integratietraject en steeds meer, steeds nieuw. Wie een baan heeft doet mee, circuleert en is van waarde.

Of een baan iets met arbeid en werk te maken heeft is een andere kwestie en eigenlijk een vraag die bijna onbeleefd is om te stellen. Maar ook in die verlegenheid is voorzien. We sieren de baan op met onherkenbare en verblijdend idiote benamingen – benamingen die alles vertellen over de nood aan zichtbaarheid waar we allemaal aan lijden en niets over de dingen die gedaan moeten worden, niets over het werk dus – en we kunnen aan de slag. In de rondte. Hoe meer banen, hoe meer het werk naar de achtergrond wordt gedrongen. En omgekeerd. Een witte werkster doet hetzelfde als een zwarte maar dan genormeerd, gestandaardiseerd, gereguleerd, begeleid en gecontroleerd. Een zwarte werkster creëert werk voor zichzelf, een witte creëert banen voor anderen. Daar hebben we pas wat aan!

Vandaag lees ik in de Volkskrant dat het CDA wil dat al die centen rond re-integratie afhankelijk worden gesteld van het beschikbaar zijn van een vacature. Zo hoort dat: die vacature is door iemand geformuleerd, beschreven, aangemeld. Monitoring, evaluatie, bijstelling en het opnieuw openen van de reeks liggen in het verlengde. Verstandig, van het CDA. Geen werk zonder banen (niet omkeerbaar). Het beste werk is het werk dat zonder mankeren in een handomdraai gedaan worden maar met mankeren toch al gauw goed is voor minstens drie full-time banen voor mensen met een hogere opleiding. Als mocht blijken dat de vacaturedraaimolen van het CDA, vergeleken met het re-integratiecircus van vandaag, meer banen voor hetzelfde werk genereert dan weet ik wel op welk paard ik moet wedden.

23 januari

=0=

 

Angina pectoris

Dat ziet u helemaal fout hoor, zegt de dokter. Viagra is er ter bestrijding van angina pectoris en nergens anders voor. Dat het in de praktijk gebruikt wordt als een erectiestimulans is een heel andere kwestie. Maar als u van mening bent dat u misschien in de toekomst angina pectoris zou kunnen ontwikkelen en als u daar nu al potentieproblemen van krijgt dan kunnen we twee vliegen in één klap slaan. Ik schrijf u dat receptje graag voor, maar onthoudt u vooral dat het bedoeld is om de angina pectoris te beheersen.

Afgelopen zaterdag schreef Ewald Engelen een opiniestuk in de Volkskrant over, of eigenlijk: tegen, de Cito-toets. Zijn stellingen gaan over de centrale rol die de Cito-toets speelt in het  leven en de belevingswereld van schoolkinderen in het basisonderwijs, de vroegtijdige selectie die al in de zevende groep plaatsvindt en in de achtste verder wordt doorgezet, de eenzijdige focus van de toets, het feit dat de toets als een toets op intelligentie wordt gezien en gebruikt, de voorselectie voor vmbo en avo die er in de praktijk mee verbonden wordt, en de praktische onherroepelijkheid van de eenmaal genomen selectiebeslissingen. En dat alles tegen de achtergrond van een leerlingenpopulatie die eerder meer dan minder divers wordt. De toets is te beperkt, te vroeg, te definitief en te onverschillig. De beperktheid en de onverschilligheid zijn principiële tekortkomingen, het tijdstip en de onherroepelijkheid zijn de gevolgen van de manier waarop wij ons onderwijsstelsel hebben ingericht. Over dat laatste: we nemen de beslissingen over de toekomst van onze kinderen te vroeg en we maken het de kinderen en hun ouders bijzonder lastig om in een ander spoor te komen.

Het aardige van het stuk van Engelen is dat het die dingen op een aannemelijke manier aan elkaar plakt: vroege selectie is al een oud verschijnsel in het Nederlandse onderwijs en de onderwijshervormingen van de laatste decennia versterken de effecten ervan. De toets op zijn beurt legitimeert de selectie en daarmee de verwaarlozing van al die vaardigheden die met taal en rekenen niks te maken hebben. Alles bij elkaar (en er zijn nog wel meer appeltjes die Engelen te schillen heeft) een aanklacht die er niet om liegt.

In de Volkskrant van vandaag antwoordt Marten Roorda, algemeen directeur van Cito. Zijn uitleg is dat de toets onafhankelijke informatie oplevert voor kind, ouders en school. En verder is de toets helemaal geen intelligentietoets maar een ‘leervorderingentoets’: hij voorspelt succes op meer van hetzelfde. Er wordt niet getoetst op wat je kunt maar op wat je zou moeten kunnen, en dat is dan de voorspelling van succes De frustratie voor tal van kinderen is ingebouwd, maar het levert wel ‘onafhankelijke’ informatie op. Onafhankelijk waarvan? Nou, van wat je kunt maar niet van wat je niet kunt. Zo schiet het op en dat was ook de bedoeling.

Roorda denkt dat als er angina pectoris op staat en het in de praktijk wordt gebruikt voor erectieproblemen, het allemaal dik in orde is. Want het werkt voor de angina pectoris en daar was het toch om begonnen? En dat de toets zo veel wordt gebruikt toont slechts aan dat er veel meer mensen aan angina pectoris lijden dan meestal wordt erkend. Er is veel droefenis in de wereld, en ook meer dan we weten, dat blijkt maar weer. Ik schrijf u een receptje Cito voor.

22 januari

=0=

 

Emancipatie

De Emancipatienota 2008-2011 van minister Plasterk heeft als titel ‘Meer Kansen voor Vrouwen’. Dat is een verontrustende titel, niet voor de vrouwen – dat valt nog te bezien, ik bedoel: dat is een empirische vraag – maar voor de emancipatie en dus ook voor de vrouwen. Als burgers. Als het ware. Emancipatie is het irrelevant worden van onderscheidingen voor de gelijkheid van levenskansen. Zoals bij het stemrecht. We beweren niet dat het stemrecht mislukt is omdat laagopgeleiden minder stemmen dan hoopopgeleiden. Emancipatie is geen afspiegeling, ook al vindt Plasterk kennelijk van wel.

Voor de irrelevantie van het man/vrouw onderscheid in staat en maatschappij stond ooit het feminisme. Dacht ik. Voor de irrelevantie van het onderscheid in de publieke sfeer, de ‘openbaarheid’ dus en inclusief de juridische sfeer van de persoon. Daar komt, Heleen Mees bewijst het, nog maar bitter weinig van terecht. Die heeft haar strijd al gewonnen, althans als ik tekst en titel van de regeringsnota als leidraad moet nemen. Het is alleen niet de strijd van de emancipatie.

Emancipatie als irrelevantie van het man/vrouw onderscheid op een aantal terreinen. Als Plasterk die lijn had gevolgd – maar dan zou hij hem natuurlijk eerst moeten uitzetten en dat veronderstelt weer dat hij er nog eerder aan had moeten denken – dan was de titel van de nota iets in de trant van ‘gelijke kansen voor iedereen, ongeacht …’ geweest. Bekt minder, maar is wel preciezer. En beter verdedigbaar.

Het irrelevant worden van een onderscheid is niet hetzelfde als het verdwijnen ervan. Ik moet er niet aan denken, aan dat verdwijnen (vive la petite différence, riep ooit een Frans parlementariër). We kennen de voorbeelden. Denk maar aan het onderscheid ondernemer/arbeider, kapitaal/arbeid of, waarom ook niet, kapitalisme/communisme. Steeds ging het daarbij om de strijd om het perspectief op de beste levenskansen en meestal werd dat vertaald in termen van onderdrukking van de ene term door de andere. Of denk aan onderscheidingen als autochtoon/allochtoon, volkseigen/volksvreemd enzovoorts, die vandaag de dag – weer – opgeld doen en waarbij de ene term moet worden onderdrukt ten voordele van de andere.

In al deze gevallen is er geen emancipatie want emancipatie bestaat uitsluitend in het irrelevant worden van onderscheidingen, en uitdrukkelijk niet in de onderdrukking of verwijdering ervan. Het bestaat evenmin in het aanscherpen van de relevantie van de onderscheiding: meer kansen voor vrouwen en dus specifiek beleid voor vrouwen (in plaats van generiek beleid voor kansen). Bij Plasterk leidt het tot een nota vol percentages (‘streefcijfers’), alsof de emancipatie voltooid is als er in elk hokje evenveel vrouwen als mannen zitten. Allemaal aan het werk, jongens en meisjes, allemaal in je hok en dan is het goed. Het voltooien van de emancipatie is de dressuur waarin de gelijkheid resulteert in het elementaire gegeven dat niemand geëmancipeerd is, er ook niet in geïnteresseerd is en het verdere debat erover niet nodig vindt. Daar zijn we niet zover van verwijderd. De emancipatienota graaft niet het graf van de nota als verschijnsel – er zullen nog vele nota’s volgen – maar het graf van de emancipatie als verschijnsel. In naam van de emancipatie. Tell me your gender and I’ll tell you your future.

17 januari

=0=

 

Begin

Een boeiende uitzending, afgelopen maandag over de val van de dollar. Aan Maarten Schinkel was gevraagd een scenario in elkaar te draaien wat in 24 uur zou gebeuren in de wereld als de dollarkoers in zou storten. Aan de hand van dat scenario maakten we een reis om de wereld, en hoorden de meningen van tal van experts en spelers. Wat zich voor onze ogen ontrolde was het beeld van een globalisering zoals we het niet graag zien. Een dollarkoers die per uur enkele centen verlies toont, centrale banken die reageren maar de stroom niet kunnen reguleren, banken die op een gegeven moment geen dollars meer willen hebben, de Europese centrale bank die gedwongen is van haar uit te gaan werken met een eenzijdig vastgestelde eigen koers voor de dollar, beurzen die voor enorme verliezen moeten tekenen, bedrijven die hun dollarposities kunnen afschrijven, bedrijven die niet meer weten hoe contracten af te sluiten in dollars, een oliemarkt in het ongerede enzovoorts. Tot en met oorlogsdreiging aan toe (grappig en verontrustend tegelijk: de Hoop Scheffer die volgens de krant van afgelopen maandag tegenover journalisten iets heeft gemompeld over ‘energieveiligheid’ als NAVO taak. Waarom niet ook voedselveiligheid, drinkwaterveiligheid, informatieveiligheid enzovoorts? Waarom niet een veilig gevoel als taak van de NAVO?).

De uitzending schilderde een situatie uit 2005, toen de dollarkoers nog een stuk hoger was dan vandaag. De afgelopen jaren is stukje bij beetje de dollar al gedaald. De Amerikanen verteren te veel en verdienen te weinig. Het verschil moet worden bijgepast door de rest van de wereld, die daar tot dusver mee akkoord is gegaan. Hoe groter verwevenheid hoe groter de schade voor iedereen als eindelijk de kat de bel wordt aangeboden. Ook globalisering. Met als één consequentie dat, zoals iemand dat zo aardig verwoordde, de kosten voor de oorlog in Irak met name door de landen uit de Eurozone zijn gedragen. Niettemin was het tijdstip van uitzending perfect. De wereld staat bol van de geruchten over een mogelijke recessie in de VS, een verder dalende dollar, een ontketende en onbeheerste financiële sector – en een grote onzekerheid hoe verweven men nu eigenlijk precies is met de Amerikaanse markt. Citigroup heeft miljardenverlies geboekt, andere grote banken volgen in de loop van de week met hun cijfers. De Aziatische beurzen reageren vanmorgen op het verlies van Citigroup met scherp gedaalde koersen.

Tegelijk kopen staatsondernemingen uit het Midden-Oosten en uit Oost-Azië delen van de in waarde gedaalde Amerikaanse boedel op. Er zijn altijd ook winnaars, hoewel we niet weten wanneer de winst geïncasseerd gaat worden en wie uiteindelijk met de prijs aan de haal gaat. En er zijn sectoren die beter voorbereid zijn op de komende verliezen dan andere. Die, met andere woorden, al rekening hebben gehouden met achteruitgang. Volgens een recent rapport van Merrill Lynch (mooie achternaam trouwens) hebben met name de banken, de media en de verzekeraars de effecten van een recessie al ‘verwerkt’. De gezondheidszorg, de auto’s, de industrie, de chemie en voedsel en dranken hebben dat niet. Die leven nog in hun land van ooit en mogen klappen verwachten. Dat wordt nog gezellig.

In de uitzending begon de klap in het Verre Oosten. Volgens Merrill Lynch is de klap al ingecalculeerd – ingeleid door de clubs die aan de wieg staan van de huidige onzekerheid, de clubs die ongetwijfeld in de huidige informatiechaos nog over de beste informatie en informanten beschikken. In de uitzending viel ook ING directeur Cees Maas te bewonderen. Zijn zelfvoldane glimlachjes gaven aan waar de klappen het minst hard zullen aankomen. Informatie is oorlog: niemand weet waar je je aandacht op moet concentreren maar sommigen weten het net iets beter dan anderen. En geven die voorsprong niet prijs. Dat is het begin.

16 januari

=0=

 

 

Optrekje

Dagblad De Pers heeft een grapje uitgehaald met Evelien Herfkens. Het heeft met makelaars in New York contact opgenomen om na te gaan of er voor arme Evelien voor de fooi die ze door de VN krijgt toegeworpen toch een optrekje naar haar eisen te huren is (Evelien had de nodige noten op haar zang). En wat blijkt? Het is geen enkel probleem. Evelien is gewoon te belazerd geweest om ook maar een seconde te zoeken. Wel had ze tijd om haar werkgever en de Nederlandse overheid op te lichten.

Evelien snapt niet dat de Nederlandse overheid haar een huurtoeslag heeft toegestaan. ‘Wie zou ooit denken dat iets wat de Nederlandse regering doet, tegen de regels is? Nederland is zo’n on-ge-loof-lijk braaf land. Had ik dat dan moeten controleren?’ Evelien toch. Je hebt zelf in de regering gezeten en is toen alles volgens de regels gelopen? Of had je toen het parlement om te verzuchten dat dat had ‘moeten controleren’? Evelien is een on-ge-loof-lijke jokkebrok.

Gelukkig dat ze liegt om de goede zaak te dienen. Zo heeft ze ook een aanvraag voor een permanente verblijfsvergunning lopen in de VS, en het indienen van zo’n aanvraag is niet toegestaan als je nog in dienst bent bij de VN. Hetzelfde verhaal: Evelien heeft wel alle tijd om haar eigen belangetjes te dienen en geen tijd om na te gaan of het wel in de haak is. Ze doet dat overigens helemaal niet voor eigen gewin maar ‘onbewust’. Nooit geweten dat daar een tegenstelling in zat maar zo zie je maar. En dat komt allemaal doordat ze zo bijzonder verschrikkelijk hard heeft gewerkt aan een campagne die ze ‘uit het niets’ heeft opgebouwd. Dat is knap. Wat voor campagne? ‘Het is de campagne gelukt tientallen miljoenen mensen in meer dan honderd landen op de been te krijgen hun regeringen aan te spreken op hun belofte in de Millenniumverklaring om extreme armoede uit te roeien’. Niet niks. Dat is nog eens een baantje waar je op kunt worden afgerekend. Mag je dan zelf ook effe vangen? Om Heleen Mees over die andere hulpvaardige te citeren: I rest my case.

15 januari

=0=


Onderscheid

Wanneer alle werkenden in Nederland op jaarbasis vijf procent meer uren per jaar zouden werken (dat is 1,5 uur per week) zou dat al eenzelfde bijdrage aan de houdbaarheid van de overheidsfinanciën opleveren als een verhoging van de arbeidsparticipatie (in personen) tot tachtig procent. Schrijft Chris Buijnk, secretaris-generaal van EZ in ESB van 11 januari (‘De toekomst in eigen hand’). Het proza is verbazend onderscheidend (hoe krijg je zo’n zin uit je pen?) maar niet goed genoeg om het onderscheid te maken. Als niemand meer oorlog zou voeren zou dat op jaarbasis (dat is 365 dagen per jaar, 168 uur per week, en 24 uur per dag) eenzelfde bijdrage aan de onhoudbaarheid van slechte gewoontes opleveren als een verhoging van het loonbeslag als straf op wanprestatie (van personen) tot tachtig procent. Van die dingen. Als het goed gaat gaat het goed maar als we het niet beter doen zal het slechter gaan. Overigens vindt Buijnk dat ook het klimaat ‘terecht’ hoog op de agenda staat. Een hele geruststelling.

ESB moet wat kritischer worden op wat ze publiceert. Het mag dan een gewoonte zijn om jaarlijks een stuk van de SG van EZ af te drukken, gewoontes zijn niet heilig. Geheel in de geest van de huidige SG kun je stellen dat niets heilig is, behalve EZ zelf, met en zonder hoofdletters. De bijdrage van Buijnk is droef. Het enige aardige puntje dat ik uit het stuk heb kunnen vissen is dat over ontslagrecht, kansen voor achterstandsgroepen op de arbeidsmarkt en de positie van kleine ondernemingen. Voor het ontslagrecht neemt Buijnk direct het werkgeversstandpunt over: die doen de voordeur makkelijker open als ook de achterdeur open mag. Het lijkt mij tocht op te leveren maar volgens de werkgevers en de SG levert het vaste banen op, in het bijzonder voor ‘kwetsbare groepen’. Maar wat verderop betoogt Buijnk iets heel anders: het probleem zit niet in het ontslagrecht maar in het feit dat ‘de regels voor de bakker om de hoek identiek moeten zijn aan die voor een multinational’.

Inderdaad, identieke regels leiden tot voordeel voor de groten, tot nadeel voor de kleinen. Gelijke kansen voor kleine ondernemingen – gewoon je onderneming kunnen voeren – hebben nooit bestaan. Het zou aardig zijn om eens een prijsvraag te verzinnen voor een werkbaar begrip van gelijke kansen. Is veel behoefte aan. Stel, de winnaar wordt eind 2008 bekend gemaakt, en de SG mag vervolgens over het winnende idee een stukje schrijven, gebaseerd op z’n eigen laudatio bij de feestelijke uitreiking van de prijs. Dat wordt nog eens onderscheidend! Ook een SG heeft ‘de toekomst in eigen hand’.

14 januari

=0=

 

Trauma

En we doen pas mee aan het uitnodigen van Servië als Mladic op het vliegtuig naar het tribunaal in Den Haag is gezet. Alweer Verhagen, ferm als altijd. Mladic, de man van ‘hoe is het met mevrouw Karremans?’. Van Karadzic horen we trouwens weinig. Hoeft die niet naar Den Haag te worden verscheept?

De meeste Europese landen willen Servië graag een handreiking doen om de bittere pil van Kosovo een beetje te vergoeden – en om nieuwe ellende in dat gebied te voorkomen natuurlijk. Dan heeft Europa echte buiten de onverzettelijke Verhagen gerekend. Zolang hij zijn poot stijf houdt kan de EU geen gebaar naar de Serviërs maken. Hij is vast van plan geen duimbreed te wijken. Jammer dat destijds de Nederlandse troepen dat mooie standpunt niet deelden. Zij zagen de etnische zuivering in actie en keken er naar. Het doet denken aan WOII toen Nederland vlijtig hand- en spandiensten verleende aan de nazi’s bij de etnische zuivering van die dagen en voor het overige toekeek. Zoals Ido de Haan het beschreef: niet de slachtoffers hadden later het trauma maar wij hadden het. Dus moest het allen die fout waren geweest tot in lengte van dagen worden ingepeperd. Wat we eerder aan principes tekort waren gekomen hebben we later meer dan volledig aangezuiverd.

Verhagen vertoont hetzelfde kunstje nogmaals. Ik vraag me af hoe de man aankijkt tegen de etnische zuivering in Irak, die, naar men zegt, zo ongeveer voltooid is. In de media wordt dat als succes gepresenteerd: minder sektarische moordpartijen, stabilisatie in de aantallen van de miljoenen vluchtelingen. De oorzaak: operatie etnische zuivering voltooid en geslaagd. De oorzaak wordt minder geciteerd. De honderdduizenden doden sinds de komst van de Amerikanen – mede begeleid door politieke en militaire steun van Nederland – en de ontheemding van miljoenen staan in een context van etnische zuivering. Ik hoor er Verhagen niet over, noch de rest van de regering. We mogen het er niet eens over hebben want anders komt het regeerakkoord in gevaar. Toch is het niet moeilijk: zolang Nederland niet z’n medeverantwoordelijkheid voor de etnische zuiveringen in Irak én onderzoekt én erkent, heeft Verhagen geen poot om op te staan. Niet in Servië, niet in Irak, nergens niet. Nou ja, voor de eigen bühne dan.  

Vandaag wordt bekend dat weer twee Nederlandse militairen in Uruzgan om het leven zijn gekomen. Maar we houden vol roepen Berlijn, van Middelkoop en Balkenende in koor. Al was het maar om het land weer terug te geven aan de Afghanen. Wat, vraagt Elly, is teruggeven? Moet je dan zelf niet eerst wegwezen? Onze regering ziet dat anders. Er zijn daar vluchtelingen en wij zitten er voor hen, om hen terug te laten keren naar waar ze vandaan zijn gekomen. Dat is mooi, dan komen ze in ieder geval niet hier naar toe. Als Nederland zo bezorgd is over vluchtelingen dan zijn er alleen al in Irak miljoenen die best wat hulp kunnen gebruiken. Een veilige plek bijvoorbeeld. Door het onzalige regeerakkoord waar de PvdA zich aan heeft verbonden zal het er niet van komen. Zelfs het gesprek erover is geblokkeerd. Vroeger of later houden we ook daar weer een trauma aan over. De tijd voor ferme standpunten is gelukkig nog lang niet voorbij.

13 januari

=0=

Vrij

Doel van de Europese regels is de verdere totstandkoming van een interne markt binnen Europa, met vrije eerlijke concurrentie. Dat lees ik zojuist (bijlage Wetenschap & Onderwijs van het NRC Handelblad) in een artikel over de gratis schoolboeken vanaf augustus  2008. De scholen moeten die boeken voortaan zelf inkopen maar daarvoor moeten ze wel de Europese aanbestedingsregels hanteren. Dat gaat een boel papier kosten, een boel overleg en geregel en dus een boel extra management. De Tweede Kamer die meer professionals wil en minder managers moet het maar eens komen uitleggen.

Particuliere bedrijven die iets wil aanschaffen kunnen dat gewoon doen. Ze kunnen dat elke keer bij hetzelfde bedrijf doen, elke keer bij een ander, ze kunnen het ook zelf gaan maken, ze kunnen het gezamenlijk doen, ze zijn er vrij in. Vrije eerlijke concurrentie betekent in dit geval dat ze het alleen niet zo mogen doen dat eventuele andere aanbieders van de markt worden geweerd, noch op hun eigen markt noch op alle overige markten. Maar ze hoeven die niet allemaal uit te nodigen, te woord te staan, hun aanbiedingen te bekijken enzovoorts. Dat moeten overheden allemaal wel. Daar betekent eerlijke concurrentie dat je vooraf moet uitleggen wat je wilt, daarvan iedere potentiële aanbieder op de hoogte moet stellen (aanbestedingskalender.nl), dat je die aanbieder in staat moet stellen binnen een bepaalde termijn een offerte uit te brengen, dat je die criteria moet aangeven op basis waarvan voor de beste ‘prijs/kwaliteitverhouding’ zal worden gekozen, om dan uiteindelijk uit alle offertes je keuze te maken. Het kost iedereen bakken met geld en tijd en – in naam van dezelfde vrije en eerlijke concurrentie – het particuliere bedrijfsleven hoeft dat allemaal niet te doen. Zoiets heet ongelijkheid en mij is niet duidelijk wat dat met vrije en eerlijke concurrentie te maken heeft.

Los daarvan zit ik met de vraag waarom Kamer en regering voor deze idiote weg hebben gekozen. Wat is er op tegen dat de scholen vaststellen welke boeken moeten worden aangeschaft en dat, via de scholen of direct via de ouders, de rekening kan worden neergelegd bij de overheid?

Onmiddellijk na de zin over de Europese regels schrijft de auteur van het krantenartikel: ‘Ook zouden de boeken uiteindelijk goedkoper worden door de Europese aanbesteding’. Tegen zulk geloof valt niet op te boksen. Uiteindelijk. Leve de vrije nieuwsgaring.

12 januari

=0=

 

Interneren

Een internaat klinkt in mijn oren altijd een beetje streng. Maar het staat in geen verhouding tot interneren want dan weet je zeker dat je stevig bij de hand wordt genomen omdat je anders de weg kwijtraakt. Of al kwijt bent.

Wat zou de opvatting van de Onderwijsraad hierover zijn? Het woord interneren wordt door de raad niet gebruikt. En, in tegenstelling tot wat diverse kranten hierover berichten, wordt ook niet voor een internaat voor studenten gepleit, laat staan voor de ‘terugkeer’ (NRC Handelsblad) ervan. De raad is, in zijn advies ‘Een succesvolle start in het hoger onderwijs’, op zoek naar iets ‘tussen’ het internaat en de nu her en der gebruikte containers voor studentenhuisvesting in. Het gaat om het zoeken naar de ‘beste combinatie van wonen en leren in het hoger onderwijs’. Dat is iets anders.

Het is niettemin wel de voorspelbare reactie. Als je voor je succes afhankelijk bent van de medewerking van, in dit geval, studenten dan weet je dat als het succes uitblijft de klassieke instellingsreactie is om de greep op diezelfde studenten te vergroten. Interneren mag dan een brug te ver zijn, maar we moeten kennelijk wel een stuk van de weg ernaar toe af leggen. De verkleutering van het hoger onderwijs is nog lang niet voorbij. Als de ouders uit het vizier verdwijnen moet de instelling van hoger onderwijs het toezicht overnemen. De studenten voor vol aan zien wordt even uitgesteld. Tot na de studie en dan zien we wel verder, in elk geval tot aan je 27ste  jaar. Want denk maar niet dat als je op je 22ste  bent afgestudeerd en je vindt geen baan, dat je dan bij de bijstand kunt aankloppen. Zo gaat dat niet meer in de toekomst. De weldaad van de bijstand zal pas na je 27ste over je worden uitgegoten en bedenk wel dat ook dan lange arm van het werk je zal weten te vinden! Je wordt voor de wet steeds vroeger volwassen en door de wet steeds later voor vol aangezien. Het zal wel een variant zijn op de constatering dat we steeds ouder worden en op de arbeidsmarkt steeds vroeger oud. Als dat nog even zo doorgaat dan ben je jong tot je 27ste en oud na je 27ste. Een fase er tussen in bestaat niet meer.

Interneren gaat niet over succes. Het gaat over falen. Hoe aardig de campus ook mag zijn, wie begint met de studenten onmondig te verklaren en ze als zodanig te behandelen zal onmondigen terugkrijgen. Dat is uiteindelijk geen kwestie van studentenhuisvesting. Het is een kwestie van wantrouwen, met als voorgestelde oplossing een toenemende bevoogding. Wiens schaduw nemen we waar, die van de betuttelende overheid of die van de monomane kenniseconomie? De vraag is retorisch.

11 januari

=0=

Onvergelijkbaar

Ik lees Bronnen van het zelf van Charles Taylor, de grote Canadese filosoof. Het is een merkwaardige ervaring. Veel van wat hij beschrijft en beargumenteert boeit me, en ik leer ervan. Niettemin, hoe verder ik kom, hoe onaangenamer het me wordt. Ik denk dat het ligt aan de manier waarop hij elke positie die de zijne niet is op één hoop heeft gegooid, om daar vervolgens tot vermoeiens toe (van de lezer) tegen aan te polemiseren.

De grote scheidslijn is die tussen het goede en het juiste, tussen een substantieel verhaal over wat het leven meer doet zijn dan overleven en een procedureel verhaal over hetzelfde. Taylor is voorstander van het eerste. Moraal is bij hem de oriëntatie op het goede. Zijn diverse tegenspelers verwijt hij een veel te sterk gereduceerde moraal, een ‘dunne’ moraal als het ware, alleen gebaseerd in de rede, en met verwaarlozing van emoties en (dus) deugden. Zijn filosofie is er één van het zijn, die van de anderen alleen eentje van het handelen.

Mijn inschatting is dat er betere redenen zijn geweest om de substantieve redenering voor een procedurele op te geven dan we in het betoog van Taylor kunnen terugvinden. Maar het hangt er natuurlijk van af wat je onder het goede, respectievelijk het juiste verstaat. Daarover lees ik weinig, dus ik doe zelf maar een gooi. Twee omschrijvingen daarom: (1) het goede sluit in door uit te sluiten (dit/die is goed; dat/die is fout, of zelfs het ‘kwaad’) en (2) het juiste sluit uit door in te sluiten (iedereen die de – leerbare – spelregels respecteert heeft een uitnodiging om mee te doen). Het goede heeft de troost en het gemak van de objectiviteit. Je kunt wel aan jezelf twijfelen omdat je niet voldoet aan de zin van het leven, maar je zult nooit aan de zin van het leven zelf twijfelen. Die kwaliteit heeft, volgens Taylor, het leven volgens de regels van het juiste niet. In die traditie kan het leven zinloos zijn, omdat je er op zichzelf geen zin aan kunt ontlenen. Het is het verschil tussen een wereld met en zonder hoofdletters.

In mijn optiek hangt de beschaving af van het verwerpen van het leven met een grote L. Er is geen leven dat voor het Leven zou mogen wijken. Het goede is bij Taylor ‘onvergelijkbaar hoger’ dan het andere waarvan het zich onderscheidt. Onvergelijkbaar: dat is insluiten door uitsluiten. Praktisch: ik ben er zeer van overtuigd dat wie het leven respecteert er ook afscheid van kan nemen – juist omdat je het respecteert. Ik kan de uitnodiging mee te doen op een geven moment naast me neerleggen. Dan waardeer ik het leven, mijn leven, door er een eind aan te maken. En ik kan dat doen, niet omdat het leven zinloos is geworden maar het lijden eraan. Je kunt zeggen dat ik hier ook een vorm van onvergelijkbaarheid voorstel want voor velen is dit een ontoelaatbare gedachte. Maar dat is precies waar het om gaat. Het ontoelaatbare is niet ontoelaatbaar omdat het gedacht kan worden maar omdat je noch de consequenties noch de grondslagen aanstaan. En die verwerping motiveer je in naam van iets, van jouw invulling van het goede. Die invulling sluit mij uit. Ik daarentegen kan alleen – en wil dat ook – uit naam van mezelf spreken. Uiteraard doe ik dat altijd in gesprek met anderen (ik ben het met Taylor, en in navolging van Wittgenstein, eens dat zoiets als een privétaal niet bestaat – ook Jan Hanlo bood ons zijn gedichten aan). Ik sluit slechts uit wie zichzelf wil uitsluiten – door het gesprek te staken of niet eens te willen beginnen. In naam van iets anders. In naam van het goede bijvoorbeeld. Hovaardig, onvergelijkbaar hovaardig.

10 januari

=0=

 

Plagiaat

De regenten van het hofje waar tante Pollewop woonde lazen op regenachtige zondagnamiddagen wel eens de statuten. Je bent regent en je moet wat. Zo werd ontdekt dat Pa Pinkelman geheel tegen de regels in bij tante Pollewop verbleef en dat kon natuurlijk niet. Ik ben ze nog dankbaar. Godfried Bomans ook en zo werd de wereld verblijd met een serie feuilletons over ‘De avonturen van Pa Pinkelman’.

We zijn vijftig jaar verder, maar eigenlijk ook weer niet. Zojuist hoor ik op radio 1 dat er een klacht over plagiaat is. Een probleempje onder regenten dit keer. De vraag is: tijd voor een weeralarm of niet meer dan een storm in een glas water? Ik denk het laatste, in Maasdriel vinden we minstens één man die het eerste denkt. Dat is de heer Sips en dit is zijn motief om de stormbal te hijsen. Hij leest namelijk op regenachtige zondagnamiddagen met graagte toespraken van net benoemde burgemeesters. Daar leert hij van.

Zo kwam hij er afgelopen zondag achter dat zijn burgemeester Boerma meer dan leentjebuur had gespeeld bij burgemeester Thom de Graaf van Nijmegen. Een grote teleurstelling en een diep verdriet namen bezit van hem. Hij had de rede van Boerma gehoord en sommige passages eruit stonden hem nog helemaal voor de geest, zoveel indruk hadden ze op hem gemaakt. Uitgerekend die passages bleek mevrouw Boerma te hebben gepikt van de Nijmeegse krullenbol. De zondag van Sips was verpest en hij besloot het er niet bij te laten zitten. Boerma moet hangen.

Ik vind dat mevrouw Boerma een compliment moet hebben. Wie weet een lintje. Toespraken van gezagsdragers zijn meestal niet te harden, zo vervelend zijn ze. Wie dat effect weet tegen te gaan, zoals volgens Sips mevrouw Boerma, verdient ons aller instemming. Sterker nog, ik vind dat gezagsdragers verplicht moeten worden om bij elke toespraak die ze houden zich eerst te oriënteren op vergelijkbare toespraken en vergelijkbare gelegenheden. Daar moeten ze dan een selectie uit maken en die voordragen. Zoals leerlingen en studenten al doen, begrijp ik. Daar zit dan ook de opvoedende waarde in van het fröbelen van burgemeesters en andere vroede moederen. Geef het goede voorbeeld. Mevrouw Boerma is geslaagd, met vlag en wimpel. Omdat ze het goede voorbeeld heeft gegeven. Laat dat voor ons allen een les zijn. Sips moet nablijven. Voor straf.


9 januari

=0=

 

Link

Het is me wel eens overkomen dat je in de supermarkt je van je plastic betaalkaart geen gebruik kon maken. Storing in het elektronisch betaalverkeer. Het schijnt ook voor te komen dat in één keer alles uitvalt zodat ook de deuren niet meer opengaan. Dat lot is me tot dusver bespaard gebleven, maar wat niet is kan komen.

Hackers zijn er (de Volkskrant van vandaag)  in geslaagd de geheime code te kraken van de chip die in de toekomstige ov-kaart had moeten worden ingebouwd. Die kaarten doen het dus al niet voorafgaand aan het tijdstip dat ze zijn ingevoerd. Een geluk bij een ongeluk.

De kosten van de beveiliging lopen steeds op (nu de code van de chip is gekraakt is onduidelijk wie gaat opdraaien voor de kosten van een beter beveiligde chip). Het biedt verder hooguit tijdelijk soelaas want we weten dat elke beveiliging voor een hooguit tijdelijke bescherming kan zorgen. Bij mij roept het niet voor de eerste keer de vraag op of dit soort projecten niet scheef staan op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Je kunt een anonieme ov-kaart aanvragen. Het is niet zo makkelijk om te achterhalen waar de anonimiteit van het anonieme in schuilt. Voor de kaartuitgever ben je in elk geval niet anoniem, en dus ook niet voor degenen die aan de kaartuitgever gegevens mogen opvragen (een gezelschap dat eerder groter dan kleiner wordt). Translink Systems, de kaartuitgever, verstaat onder anonimiteit dat de reisjes die je maakt aan niemand behalve jezelf bekend worden. Aan de andere kant, als je zoals ik een abonnement nodig hebt dan is anonimiteit uitgesloten. Dan krijg je een persoonlijke kaart. Het is misbruik van het woord persoonlijk want mijn virtuele medereizigers worden aan mij niet bekend gemaakt maar ze zijn er wel degelijk. Dat is op zichzelf al geen prettige gedachte. Het wordt nog erger als zich onder hen ook types bevinden die uitsluitend destructieve bedoelingen hebben ten opzichte van mij ‘persoonlijk’.

De chipfabrikant zoekt uit hoe z’n chip gekraakt heeft kunnen worden. Het is niet waarschijnlijk dat een fabrikant die fouten heeft gemaakt ooit tot de slotsom zal komen dat hij bij een volgende gelegenheid weer fouten zal maken. Die kaart komt er. Het zou de betrokkenen sieren als ze daarnaast de bestaande mogelijkheden – van abonnement tot en met strippenkaart – zouden handhaven. Soms ben ik best voor keuzevrijheid. Alleen zal die me niet vergund worden.

8 januari

=0=

 

Deal or no deal

Volgens Wientjes heeft het kabinet in juni vorig jaar toegezegd dat het ontslagrecht op de schop zou gaan. Het kabinet heeft zich daar niet aan gehouden. Zonder die toezegging zou VNO-NCW niet aan de participatietop hebben meegedaan.

Het kabinet ontkent: er is geen deal gesloten. Volgens Donner is alleen ‘van te voren de intentie uitgesproken om er uit te komen’. Dat laatste lees ik in het AD. Er staat niet bij waaruit kabinet en werkgevers wilden komen. Geeft niet, het is ook zo al geheimtaal genoeg.

Intrigerend is waarom Wientjes op deze manier de kat de bel aanbindt. Hij zal niet over een gebrek aan contact met Bakker (de voorzitter van de commissie arbeidsparticipatie) hoeven te klagen neem ik aan dus z’n wensen zullen best aan bod komen. Of ze ook vervuld worden is een tweede; het gedoe over een door het kabinet niet nagekomen toezegging zal daar vermoedelijk niet bij helpen. Dus waarom laat Wientjes zich zo en op zo’n rare en opvallende manier in de kaart kijken?

Wientjes wil graag met de vakcentrales aan de commissie Bakker een plan voorleggen over het ontslagrecht. Paas heeft er geen behoefte aan en Jongerius antwoordt dat het concurrentiebeding voor werknemers hoognodig moet worden afgeschaft. Het lijkt op jezelf eventjes wat onbereikbaar maken om vervolgens toch maar op de uitnodiging in te gaan (Paas) en het lijkt op het meenemen van het nodige wisselgeld om er niet al na de eerste ronde uit te liggen (Jongerius). Allemaal huiswerk bovendien voor de nieuw benoemde commissie. Ze zijn nog niet eens begonnen of het nieuws stroomt al binnen. Geen wonder dat we Bakker, de hoofdpostbeambte van het land, als voorzitter van de commissie hebben aangewezen.

Ik denk dat Wientjes met zijn verhaal over het onbetrouwbare kabinet niet het kabinet heeft willen aanspreken maar de vakcentrales. Het mag dan wel zo zijn dat de commissie arbeidsparticipatie, net zoals veel eerdere commissies, een werkgever als voorzitter heeft – Nederland heeft daar een opvallende traditie in – maar voor het overige biedt de samenstelling van de commissie werkgevers noch werknemers al te veel houvast. Ik vermoed dat Wientjes – omwille van de voorspelbaarheid van het resultaat en de controle op de uitvoering ervan – bereid is de vakcentrales de nodige concessies te doen. De commissie is een kaart die voor hem te onzeker, te onvoorspelbaar, is. Hij hoopt dat hetzelfde voor de vakcentrales geldt. Speculatie natuurlijk, maar het zou de rare uitglijer van Wientjes van dit weekend kunnen verklaren. Wientjes is in voor een deal.

7 januari

=0=

 

Energiek

Volgens Verhagen moet de NAVO een rol gaan spelen in de energiepolitiek van de EU. Interessante gedachte. Energieke minister. Enkele dagen geleden haalde hij ook al het nieuws omdat onder druk van zijn ministerie Iraanse studenten de toegang tot enkele studierichtingen aan technische universiteiten is geweigerd. Motief: de kennis van kernenergie mag niet in hun handen vallen. Geen enkel ander land is op de gedachte gekomen maar Verhagen staat z’n mannetje. Net als de Hoop Scheffer loopt Verhagen graag voorop. Kan geen kwaad voor later en een ministerschap duurt ook niet eeuwig.

Verhagen doet het overigens niet alleen; om de Iraanse studenten te isoleren heeft hij de hulp van Hirsch Ballin ingeroepen en gekregen. Om de NAVO in te zetten bij het garanderen van de energie die wij nodig hebben – onder welke omstandigheden dan ook – heeft hij zich verzekerd van de handtekening van Maria van der Hoeven die tegenwoordig alles van Economische Zaken weet. Als de olie niet vanzelf komt gaan we de olie halen, zo nodig met steun van de gewapende arm van de NAVO. Als ik in het Midden Oosten zou wonen zou ik het een oorlogsverklaring vinden. Nu vind ik het voornamelijk het lachwekkende vertoon van een minister die geschiedenis wenst te schrijven. Die echter nog niet zo goed weet hoe je dat doet en daarom redeneert vanuit het motto dat niet geschoten altijd mis is. Bij schieten denk je aan de NAVO. Logisch toch?

In de EU zal Verhagen bij landen als Duitsland, Frankrijk en Spanje geen medestanders vinden. Misschien nog wel bij een aantal net toegetreden landen die weinig zullen nalaten om de Russen een hak te zetten. Niettemin, de EU-route is weinig waarschijnlijk. Verhagen gokt op de NAVO en de eenvoudige reden daarvoor is dat de NAVO sinds jaren op zoek is naar een reden van bestaan. IJverig als altijd reikt Verhagen die aan. Hij had niet de handtekening van Verhoeven moeten verzamelen maar die van de minister van Defensie. Wij hebben een kabinet dat in minder dan een half jaar twee keer het signaal heeft afgegeven dat als het aan hem ligt de NAVO nooit ten onder zal gaan. Als er geen taken meer zijn tekenen we in op missies, en als de missies niet lukken tekenen we in op energie.

Want energie is politiek en in dat verband hebben we te maken met wat Verhagen aanduidt als ‘energievoorzieningszekerheid’. Ik kende het woord niet, het is nieuw Nederlands en het moet zo snel mogelijk onderdeel van het Europees beleid worden omdat het moet worden aangemerkt als ‘een strategisch doel van het gemeenschappelijke buitenlands- en veiligheidsbeleid van de EU’. Schrijven de ministers. De NAVO heeft dan in het bijzonder een taak bij de ‘energieveiligheid, de bescherming van transportroutes en kritische infrastructuur’. Valt daar nog iets buiten?  

Energievoorzieningszekerheid. Heet dat niet gewoon roof? Beroving onder dreiging van geweld? Vast wel. Energievoorzieningszekerheid is een symbool van de permanente newspeak waar de publieke ruimte mee wordt vervuild. Een symbool van agressie, minachting en bedreiging. Van grofheid, zo zoetjes aan het nationale symbool bij uitstek. In Buitenhof vandaag hoorde ik Paul Scheffer lamenteren over het gebrek aan symbolen in de Nederlandse politiek en samenleving. Hij moet beter opletten.

6 januari

=0=

 

Spijbelen

Gisterochtend moest ik even naar het artsenlaboratorium om bloed te laten prikken. Als je daar geholpen wilt worden moet je eerst je verzekeringspasje van de ziektekostenverzekering laten zien want anders helpen ze je niet. De baliejuffrouw bekeek mijn pasje en zei dat ik een volgend keer een nieuw pasje moest tonen, met mijn BSN nummer erop. Het duurde even voordat ik de afkorting had doorgeslikt. Het burgerservicenummer. Bedoeld om de overheid beter met ons te laten communiceren en bedoeld om het overheidsorganisaties makkelijker te maken onderling gegevens uit te wisselen. Het is dus een nummer voor onderlinge overheidsservice dat alleen al door z’n naam aantoont dat de burger door de overheid wordt gezien als z’n bloedeigen product. Waarover beschikt kan worden. Waarover beschikt wordt.

Als gevolg van identificatieplicht, het afluisteren van de telefoon, cameratoezicht, biometrische beveiliging van paspoorten, en het bewaren van internetdata is Nederland op weg om de in de kopgroep te belanden van landen waar de privacy van burgers niet telt. Alweer een vorm van burgerservice. Ik kan niet wachten tot al mijn bewegingen met de auto ook onder de service gaan vallen. Een paar jaartjes nog maar en dan is het zo ver. Tot die tijd blijft het toch wat onveilig in dit land. Gelukkig wordt hard gewerkt aan het kinddossier.

Kersvers burgemeester Wolfson van Utrecht wil ook een duit in het zakje doen. Als voormalig kamerlid heeft hij uiteraard al voldoende bijgedragen zou je zeggen maar hij heeft inmiddels de smaak te pakken. Het smaakt naar meer. In een interview (NRC H van 3 januari) zegt hij: ‘Spijbelen is een belangrijke indicator voor problemen thuis. Uit mijn ervaring als rechter en in de Tweede Kamer weet ik dat niet elke spijbelaar een boef wordt, maar wel dat bijna elke boef als spijbelaar begon’.

Een belangrijke indicator. Problemen thuis. Ervaring. Spijbelaar. Boef. Beginnen. Waar haalt de goede man het allemaal vandaan? Wie nooit heeft gespijbeld heeft niet geleefd; dat lijkt me een betere indicator. Wie nooit heeft gespijbeld is een geschikt overheidsproduct, van het soort dat gezagsdragers graag zien. Dat wel. En wat een inzicht in carrières. Van spijbelaar naar boef, met het spijbelen als indicator. Kunnen we de spijbelaars voortaan niet van een nette tatoeage op een zichtbare plek voorzien? En de huizen van hun ouders waar ongewtijfeld veel problemen zijn van een bordje? Dan weten we ten minste voor wie we ons moeten hoeden. ‘We moeten er op tijd bij zijn’, merkt Wolfson op. Zo is het maar net. In Utrecht hebben ze een Lombroso aan de Vecht benoemd.

4 januari

=0=

 

Volstrekt anders

Toen ik gisteravond net voor zevenen thuiskwam hoorde ik nog juist het hysterische stemgeluid van staatssecretaris Bijsterveld wat roepen over hoe moeilijk de integratie is van mensen ‘uit een volstrekt andere cultuur’. Diezelfde zinswending lees ik vandaag in het Elsevier weblog van Liesbeth Wytzes. Zouden de dames hun woorden hebben gecoördineerd? 

Wat zou dat zijn, een volstrekt andere cultuur? Als we iets weten van het begrip cultuur dan is het wel dat het altijd al een vergelijking inhield. We kwamen met iets in aanraking dat we niet kenden en probeerden daar een naam voor te vinden door het te vergelijken met iets dat we wel kenden. Onszelf namelijk en dan kwamen we er achter dat we ook onszelf niet goed, helemaal niet, of in elk geval niet volledig kenden. Je leerde er wat van, minimaal over jezelf – dat er bij je thuis ook verschillende culturen bestaan bijvoorbeeld en dat diversiteit niet van buiten naar binnen gaat maar altijd al in je midden aanwezig is – en soms ook nog wat over hen. De premisse is dat culturen verschillen. Dat we dat verschil een naam kunnen geven komt omdat culturen niet alleen verschillen maar ook antwoorden zijn op voor iedereen vergelijkbare problemen en situaties. Noem het angst, hoop, liefde, honger, zorg, vreugde, onbegrip, pech, noodlot, woede, geluk.

Een volstrekt andere cultuur bestaat niet. Het zegt iets over de spreekster, dat wel. Of beter, het zegt drie dingen over de spreekster. In de eerste plaats dat ze de cultuur waar ze het over heeft niet kent. In de tweede plaats dat ze ook haar eigen cultuur niet kent. In de derde plaats dat ze in geen enkele cultuur geïnteresseerd is en dat haar cultuur noemt. Van mevrouw Wytzes zal het me worst wezen. Van een staatssecretaris onderwijs, cultuur en wetenschap niet. Zo’n mens is een belediging van alle cultuur, alle onderwijs, en alle wetenschap.

Een volstrekt andere cultuur: mevrouw Bijsterveld had het over ouders van lastige kinderen, kinderen die hier geboren zijn, en ouders die hier niet geboren zijn. Die ouders hebben de opvoedingsproblemen die alle ouders hebben, maar ze beschikken minder dan anderen over de vermogens om er iets moois van te maken, voor hun kinderen en voor henzelf. Ze kennen de weg niet zo goed, zoiets. Wie dat tegemoet treedt met de formule van een ‘volstrekt andere cultuur’ is of volslagen incompetent of gewoon kwaadaardig. Ik hou het op het eerste. Is al erg genoeg.                                                                                                                      3 januari

=0=

 

Spiraal

Een citaat uit de brief van Nederland Benoemt & Bouwt: ‘Zo raakt Nederland verstrikt in een neerwaartse spiraal van intolerantie en onverschilligheid’. Vandaag sieren de geestelijke vaders en moeders van ‘benoemen en bouwen’ de voorpagina van Trouw op met een advertentie en een oproep. Een bont gezelschap (veel prominente VVD-ers erbij, naast Doekle’s achterban en canonieke Nederlanders als Frits van Oostrom en Geert Mak) steunt het initiatief dat wil ‘terugkeren naar de wortels van de Nederlandse traditie en een nieuwe balans vinden tussen de waarden van toen en de waarden van nu’.

Merkwaardige leus, dat ‘benoemen en bouwen’. Eerst benoemen, dan bouwen? Allebei tegelijk? Als we aan het benoemen slaan hebben we dan gelijk bouwstenen? Of voornamelijk rommel en afval dat – in het beste geval – milieuvriendelijk zal worden ‘afgebroken’? Ik kom er niet uit. En merkwaardige teksten. Intolerantie en onverschilligheid? Voor zover ik kan nagaan was onze tolerantie steeds weinig anders dan de onverschilligheid van de koopman waar de dominee zich niet echt tegen durfde te verzetten. Het redactioneel van Trouw, nodig geacht vanwege de ongebruikelijke voorpagina, bevestigt het: ‘Om één aspect te noemen: terwijl Nederland zich druk maakte over het beperken van immigratie, heeft zich een wereldwijde strijd ontsponnen om talentvolle hoogopgeleiden’. Zou dat de ‘balans’ zijn tussen de waarden van toen en de waarden van nu?

Intolerantie is van alles en nog wat, maar het is qua intentie zeker geen onverschilligheid. Voor de gevolgen staat nooit iemand in – daar zit de onverschilligheid. Tussen tolerantie en intolerantie gaapt geen gat van onverschilligheid. Het verschil is dat van het onverschillige begin (de tolerantie à la Hollandaise) dan wel het onverschillige vervolg (de intolerantie die het product is van de ontnuchterende ervaring dat ‘multicultureel’ geen feestje is maar een boodschap, gebracht door boodschappers die we niet aan de deur willen hebben). Dat is niks nieuws in de Nederlandse geschiedenis. ‘Benoemen’ verdient een betere start dan hier geleverd. Wie wil bouwen moet, zeker in Nederland, goed letten op de fundamenten van z’n huis. Het mocht eens wegzakken.

2 januari

=0=