DAGBOEKHOUDER

Aantekeningen van een ongeduldige toeschouwer

Ton Korver

Amsterdam/Tilburg 20072008

Archief


November

Levensreddend

Diendersdata

Getuigenis

Gezondheid

Rekenen

Feitenkennis

Stekelbaarsjes

Catalogus

Moeilijkheden

Nobel

Respect

Naam

Schrijftafel

Calamiteit

Schaap

Frontex

PIOUS

Europa woont in Frankfurt

Rust

Regenboog

Overstappen

Radicalisering

infoepd

Groep

Solidair

Oktober

Remweg

En/en

Subsidie

Prestatie

Zorgsnelheid

Tactiek

Mediagif

Het complot van Nederland

Klagen

Uncle Sam

Overweging

Handhaven

Transactie

Oordeel en mening

Relatiegeschenk

Hendrik de Man

Beginsel

Handoplegging

Bevrijd

Typisch

Toevertrouwen

Veiling

Atlas

Agaat

September

Subnominaal

Een zoon van zijn vader

Meneer de Vries doet tentamen

Goeie vraag

Methode

Geëerbiedigd

Open

BRR

Staatsschuld

Walvis

Groene misdaad

Op wiens grond?

Kosten

Onder ons

Commissie Toekomst

Puntenwolk

LiA

Semantisch

Burger

Gewonnen

Metaforen

Uit de kast

Profijtbeginsel

Mijn zorgen zijn opgelost


Augustus

Context

Verpakt

Terreur

Vast Goed

Zomergast

Bedijfsongeval

Geweld

Ongehoorzaam

Baat

Droef

Huisdierlozen

Diploma

Versteend

Economie voor jou

Muur

Waarachtig

Theezakjes

Poort

Mea non culpa

Verjaardag

Wetsovertreding

Moderne geschiedenis

Tussen trouw en trauma

Huwelijk

Acquisitie

 


Maxima Moralia
 
Dat had ook de titel kunnen zijn van dit bundeltje aantekeningen. Maar ik wil niet overdrijven. Zo dicht op de huid zitten me de sketches hieronder nu ook weer niet. Ze gaan over dingen die me bezighouden en waar soms de handen van jeuken. Dat is nog niet hetzelfde als het ‘verzonken in ervaring’ dat de Minima Moralia van Adorno als keurmerk heeft. Je moet afstand weten te bewaren. Dat geldt voor de politiek – die karakterlozer wordt met elke nieuwe stap om vooral dicht bij de burger te blijven – en het geldt voor mij.

Niettemin, het kan altijd beter. En dat is een tweede verschil tussen mij en het inspirerende voorbeeld van Adorno. Er is geen goed leven in het slechte is een dictum dat nog uitgaat van een herkenbaar onderscheid tussen goed en kwaad. Daaruit vloeit het oordeel voort. Inmiddels twijfelen we ook daaraan. Dat is geen reden tot wanhoop. Eerder het omgekeerde. Twijfel is, met de gave ons te kunnen vergissen, de opmaat voor schaven en beschaven. Dat wordt makkelijk vergeten, en hoe drukker we het hebben hoe makkelijker. Ik ben aan diezelfde drukte gebonden. Vandaar het ongeduld, gekoppeld aan de afstand die ik met de woorden ‘aantekeningen’ en ‘toeschouwer’ verbind en het voorbijgaande dat meeklinkt in de titel waar ik uiteindelijk voor heb gekozen: dagboekhouder.

 


FiB
tijdschrift Filosofie in Bedrijf

Archief

Dagboekhouder (5)
april - juli 2008

Dagboekhouder (4)
januari - maart 2008

Dagboekhouder (3)
augustus - december 2007

Dagboekhouder (2)
mei - juli 2007

Dagboekhouder (1)
januari - april 2007

 

 

Remweg

Je moet het zien als een langere remweg, hoorde ik gisterochtend op de radio. Het ging niet over asfalt, het ging over geld, of eigenlijk over rente. De FED had de basisrente verlaagd, op dezelfde dag gevolgd door een aantal andere landen. Vanochtend is het nieuws dat Japan de rente heeft verlaagd en voor de EU wordt volgende week donderdag verwacht. Dat zal ook wel want de basisrente hier is veel hoger en dat kun je niet eeuwig volhouden. In de VS komt de basisrente op 1%, in Japan zelfs op 0.3%. Een goed jaar geleden stond de basisrente in de VS nog vier procentpunten hoger. Alle verlagingen hebben averechts gewerkt en toch gaat Bernanke opgewekt verder waar Greenspan is opgehouden. Binnenkort wordt het geld bij de banken naar binnen gegooid door de overheid, met een briefje erbij of de heren en dames het spul alsjeblieft in circulatie willen brengen, elkaar weer willen ‘vertrouwen’. Of: niet alleen de reële maar ook de nominale rente wordt negatief. Als het moet maken we het spenderen van geld zo aantrekkelijk dat je een dief van je eigen portemonnee bent als je aan de kant blijft staan. Participeren is circuleren. Bevordert ook de zichtbaarheid van u en uw transacties, en is een steuntje in de rug voor het toezicht. Wat niet circuleert is verdacht, net zoals iedereen die niet participeert verdacht is.

De snelheid van de geldcirculatie moet omhoog, daar komt het op neer. Alle beetjes helpen dus wie maalt om inflatie die hetzelfde in de hand werkt? Hogere snelheid en bij hogere snelheid heb je een langere remweg nodig, dat is nu eenmaal zo. Als de weg glad is en je banden dat ook zijn wordt de remweg nog langer. Dat is een probleem. Als het beschikbare stukje weg korter is dan de remweg die je nodig hebt om veilig tot stilstand te komen, dan heb je een groot probleem. Hoe meer krediet in omloop hoe langer de remweg. Bij een teveel aan krediet wordt de remweg langer dan de weg. Dat leidt als de weg nog altijd wordt gebruikt tot botsingen, per definitie. Kan de VS failliet gaan? De vraag is plotseling serieus geworden. IJsland en Pakistan zijn al failliet, het is alleen wat lastig staten failliet te verklaren en het IMF heeft als curator geen goede naam. Bovendien, in het geval van de VS zou het er op neer komen dat de staat bij een eigen agentschap (want veel meer is het IMF niet) in de leer gaat. Dat is tot dusver niet gelukt (het IMF schreef anderen zuinigheid voor en liet de VS vrolijk potverteren) en ook nu horen we van alles maar dat niet. Niet gezegd is goed gesproken, de wet van het IMF. Bij alle geneuzel over beter toezicht wordt het toezicht op toezichthouder IMF al te stiefmoederlijk behandeld. Toeval? Geen toeval.

Gisteren las ik het zoveelste interview met een ex-bankier annex bijzonder hoogleraar (in zijn geval is de stoel bekostigd door de banken en verzekeraars). Een verbazend interview. Wij hebben, zegt hij, commissarissen met kennis van zaken nodig. Die hebben we dan jarenlang niet gehad denk ik dan, maar dat zegt hij weer niet. Het is geen afserveren van het zittende gezelschap, het is een waarschuwing tegen politieke benoemingen. Verder vindt hij dat zakenbanken en algemene banken niet gemengd mogen worden. Die scheiding werd in de jaren tachtig door Reagan grotendeels opgeheven en Clinton maakte hem compleet (in het interview wordt wel Clinton genoemd, niet Reagan. Merkwaardig, en waarom die omissie?). De geïnterviewde, prof. van den Brink, wil die scheiding weer terug. Goed idee, maar wat laat voor iemand die tot 2002 in de raad van bestuur van de ABN-Amro zat en daarna tot in mei van dit jaar als adviseur de bank bijstond. En misschien wel een zwaktebod want de politieke controle die de scheidingswet vooronderstelt is nogal uitgehold. Sommigen, Greenspan bijvoorbeeld, noemen dat de effecten van globalisering. Dat is andere koek, en Van den Brink lust hem niet.  

Ik denk dat de remweg van al die ex-bankiers veel te lang is om hen nog als verstandige weggebruikers te classificeren. Als de huidige crisis iets heeft duidelijk gemaakt is dat nationale oplossingen niet werken omdat de natie-onder-de-naties niet meer werkt. Diezelfde natie heeft, met de renteverlaging, laten zien dat ze graag verdergaan op het pad dat ze toch al afliepen. De rest legt zich daarbij neer. Het is zoiets als olie op het vuur gooien terwijl de haard in de fik staat. Geld, dat is politiek. Niet de private bankiers zijn nu aan zet, en ook niet de ex-bankiers/bijzondere hoogleraren, maar politici en centrale bankiers die de politieke verhoudingen rond Bretton Woods in het archief moeten durven bijzetten. Gebeurt dat? Ik zou het niet weten. Je leest er niets over (nou ja, Kees Vendrik heeft ertoe opgeroepen en iets is beter dan niets maar Vendriks voorstel is voornamelijk met stilzwijgen begroet). Dat alleen al is onrustbarend. Het heeft geen zin de remweg langer te maken als de weg zelf niet deugt.

31 oktober

=0=

 

En/en

Het mooiste is allebei te hebben, subsidie en giften of ‘particuliere bijdragen’. Zoals Iederwijs, dat nu ook uit de openbare middelen wordt bekostigd maar toch een bijdrage van de ouders verlangt om nog beter onderwijs te kunnen verzorgen. Daarin staan ze niet alleen. Tal van scholen vragen om een bijdrage van de ouders, en dan gaat het niet alleen om betrokkenheid. Het gaat om geld, een kleiner of groter maand- dan wel jaarbedrag. Het staat in de discussie over zwarte scholen niet erg in de belangstelling maar dat ouderbijdragen en kleur iets met elkaar te maken hebben ligt nogal voor de hand. Hoe het met de gratis schoolboeken gaat aflopen is zo langzamerhand een mistige kwestie, hoe het met de combinatie van subsidie uit de openbare middelen en financiële bijdragen van ouders moet – wordt de bijdrage een beetje verhoogd als de boeken gratis worden? – blijft voornamelijk onbesproken.

Toch is het raar. De openbare subsidie is er om voor elk kind goed onderwijs veilig te stellen en tegelijk de ouders enige inspraak te gunnen in de definitie van wat goed onderwijs is: er is onderwijsvrijheid. In de Tweede Kamer wordt door VVD en CDA gepleit om de subsidie te stoppen voor clubs die het de staat alleen maar lastig maken en zeker als het gaat om clubs die op eigen houtje rechtszaken aanspannen om, zeg, de aanleg van een weg te belemmeren. Als de burger onherkenbaar is – de belanghebbende die in de buurt woont – dient een club die er een sport van maakt het milieu ook daar te beschermen waar ze zelf niet direct belanghebbende is (er geen last van heeft) niet gesubsidieerd te worden. Ga maar bij de direct belanghebbenden langs wordt hen aangeraden. Als zij je willen financieren heb je een punt, als zij dat niet doen dan hoef je bij ons niet aan te kloppen.

Zou het CDA wel weten dat ze daarmee de poten onder de stoel van het bijzonder onderwijs aan het wegzagen zijn? Hoeveel bijzondere scholen zijn niet gesticht op initiatief van koepels, grote besturen, godsdienstige genootschappen en stichtingen, organisaties dus die menen voor de belanghebbende burgers in een bepaalde buurt of wijk of dorp op te moeten treden zodat hun kinderen in het juiste milieu het juiste onderwijs mogen genieten. En de subsidie mogen ophalen, aangevuld als het kan met eigen bijdragen zodat het milieu een beetje zuiver blijft. Wat moeten we daarmee? Volgens de logica van het CDA in haar zorg om het juiste gebruik van subsidie en haar angst voor misbruik ervan zouden die scholen binnenkort hun subsidie moeten inleveren. Ik durf er heel wat om te verwedden dat het CDA nogmaals zal bewijzen dat logica en politiek twee radicaal verschillende dingen zijn.

Het mengen van publieke subsidie en private bijdragen is op zichzelf al een onding, een onbedoeld en onwenselijk effect van, in dit geval, de onderwijsvrijheid. Het belemmert de vrije en dus door financiële overwegingen niet gestoorde toegang tot scholen. Het scherpt verschillen tussen kinderen aan, verschillen die met het onderwijs zelf niets te maken zouden mogen hebben. In Iederwijs mag het deeltje ‘ieder’ worden geschrapt.

Voor mij hoeft de onderwijsvrijheid niet te worden ontmanteld. Het zou echter wel helpen als het bedoelde vrijheidsbegrip van z’n financiële ballast werd ontdaan. Was het daar niet om begonnen destijds?

30 oktober

=0=

 

Subsidie

Gelukkig zijn er nog mensen die wars zijn van subsidie en die ons voorhouden dat je aan subsidie verslaafd kunt raken en dat je dan nog verder van huis bent.

Die mensen willen geen subsidie. Ze willen giften. Giften zijn veel prettiger, je kunt ze besteden zoals je goed dunkt en ze mogen anoniem blijven, want als de gever het zo wenst blijft diens naam onvermeld. Subsidies daarentegen zijn gebonden aan een doel en ze komen ergens vandaan en beide kunnen gecontroleerd worden.

Kun je aan giften verslaafd raken? Zou me niks verbazen. Rita ziet er ook wat minder goed uit, de laatste tijd. De Dierenpartij zou zonder giften nooit parlementair geworden zijn en is voor de volgende ronde opnieuw van giften afhankelijk. Zeggen ze. En Ayaan, die de VS prijst omdat ze daar niet zo dom zijn subsidies en uitkeringen te hebben, heeft die giften echt nodig. Zou Ayaan de 700 miljard dollar van Bush/ Bernanke/Paulson als een gift zien, een subsidie, een voorschot, een diefstal, de brutaalste roofoverval ooit? Hoe kijken we aan tegen de ‘kapitaalinjecties’, de ‘garantiestellingen’, de ‘tijdelijke nationalisaties’ van kredietinstellingen de wereld over? Hoe zien subsidiehaters in het algemeen die presentjes? Ik heb ze er niet over gehoord. Raar, het is een gezelschap dat zelden om woorden verlegen zit. Wel om geld, daar hebben ze het voortdurend over.

Het is allemaal tamelijk simpel. Subsidie is voor losers, giften zijn voor winners. Subsidies zijn publiek, giften privé. Alleen al door het aanvragen van een subsidie geef je te kennen dat je het niet in je eentje kunt, dat je hulp nodig hebt, afhankelijk bent, niet op eigen benen kunt staan, te weinig vertrouwen in jezelf hebt. Het gaat om mensen die niemand nodig heeft en om organisaties (milieustichtingen eigenlijk) die niet genoeg steun kunnen mobiliseren om het zonder de staatsruif te kunnen stellen en die vervolgens volgevreten diezelfde staat gaan aanklagen. Het is niet genoeg, de staat geeft het geld aan de verkeerde dingen, de staat dwarsboomt de natuur, het gezonde milieu, het groen in de wijk, het speelplezier van de kinderen en ga maar door. Laat het even op je inwerken en je zou zelf ook nooit meer subsidies willen uitreiken. Subsidies gaan naar de anderen en niet naar ons soort mensen. Wij halen er onze neus voor op.

Geef ons maar giften. Of gewoon een injectie. We kunnen zonder maar nog beter met. Bovendien doen we het niet voor onszelf maar voor u want zonder ons u schiet het voor u ook niet op. Dat kunnen de mensen die uit de staatsruif een vorkje willen meeprikken niet zeggen. Die doen het alleen voor zichzelf.

En de belastingen moeten naar beneden. Read my lips, je ziet dat McCain het graag zou zeggen maar niet durft vanwege de pa van. Wat we tekortkomen verrekenen we dan maar via de BTW. Succes moet niet gestraft worden, de mislukking moet gestraft worden. Zolang er subsidie is vindt het omgekeerde plek: het succes wordt bestraft, de mislukking wordt beloond. Ik blijf benieuwd naar de inschatting van de op-eigen-benen-moeten-staan gemeente over de beloning voor Wall Street en de bestraffing van Main Street. Happy-go-lucky en Loser-take-all?

Waar de giften naar toe gaan, daar gaan ook de subsidies naar toe. Een naamsverandering volstaat. Als het moet maken we van onze schulden publieke zaken en van jullie belastingen private overdrachtsuitkeringen. De rest – als er nog wat over is – is een fooi die met de bijbehorende minachting wordt afgestaan aan de armen. Daar discussiëren we dan over: zijn we niet zo vrijgevig dat hen de lust tot werken en zelfstandigheid vergaat?  

29 oktober

=0=

 

Prestatie

Prestatiebeloning staat nogal in de belangstelling, in goede en in kwade zin. Het goede is dat prestatiebeloning de mogelijkheid geeft om verschillende prestaties ook verschillend te belonen, in tegenstelling tot de regel dat het niet de individuele prestatie maar de functie is die de beloning vastlegt. Het slechte is dat het moeilijk is te bepalen wat een individuele prestatie is – met de bonuscultuur en het principe van de ‘winner takes all’ als min of meer afschrikwekkende ontsporingen.

Het ‘winner takes all’ principe wordt gezien als oorzaak en uitdrukking van de groeiende inkomensongelijkheid die we in alle ontwikkelde economieën kunnen waarnemen. Als dat zo is dan zou de professionele sport zoiets als de ‘kern van de economie’ representeren. Of het nu gaat om voetbal of wielrennen, we zien in de sport sommigen die met enorme bedragen weglopen en velen die in de tien jaar of zo dat je aan de top kunt meedoen met veel minder genoegen moeten nemen. Van die twee sporten intrigeert wielrennen me het meest omdat het geen teamsport is. Het veronderstelt wel een team, steeds meer zelfs, maar blijft een individuele sport. Dat noopt tot een zorgvuldige afweging van individuele belangen, teambelangen, en de belangen van alle teams in een ronde. Die afweging vindt ook plaats is mijn stellige indruk. Alleen niet, of veel minder, ten tijde Lance Armstrong.

Armstrong is misschien wel de meest succesvolle renner aller tijden maar niet de meest populaire. Nu hij zijn terugkeer heeft aangekondigd lijkt de wielerwereld niet al te zeer buiten zinnen van vreugde en eigenlijk was het dat nooit. Met de eeuwige geruchten over doping heeft dat niets te maken denk ik. Wel met het ‘winner takes all’ gedoe. Denk ik. Dat zit zo. Wie in de Tour een etappe wil winnen heeft niet alleen een sterke eigen ploeg nodig om de prestatie te leveren maar moet ook kunnen rekenen op de afwezigheid van actieve tegenwerking van de andere ploegen. Die afwezigheid komt niet vanzelf. En komt ook niet gratis. Soms doen mensen geen kopwerk in een kopgroep, soms jaagt het peloton de hele etappe door, soms krijgt elke vluchter onmiddellijk een plakker mee die de lol er wel vanaf weet te halen. Niet altijd, en niet alle tegenwerking lukt maar we weten wel dat enige samenwerking in een kopgroep, onder vluchters, en in het peloton mee kan bepalen of de prestatie van de besten eruit komt of  niet. Of die prestatie ‘geleverd’ kan worden. De prestatie van de beste komt pas echt uit de verf in een of andere vorm van samenwerking met anderen.

Je ziet de kopmannen soms ook wat babbelen onderweg, tijdens een etappe. Er worden combines gesmeed waarin de diverse ploegen elkaar wat toestoppen, zodat de individuele prestatie reliëf kan krijgen en er toch voor iedereen wat overblijft. Als de dagoverwinning als een belangrijke beloning mag worden beschouwd dan geldt in het wielrennen niet de regel dat de ‘winner takes all’. Integendeel, de ‘winner’ wordt ‘winner’ door te delen, toe te delen, uit te delen, zodat ook anderen een prijs kunnen winnen. Om de prijs te winnen moet je niet alle prijzen willen winnen.

Armstrong had zo’n sterke eigen ploeg dat hij zich van die praktijken niet veel hoefde aan te trekken en dat dus ook niet deed. Daarom was Armstrong niet populair en daarom is er weinig gejuich bij zijn aangekondigde terugkeer in de wielersport.

27 oktober

=0=

 

Zorgsnelheid

Het is ook nooit goed of het deugt niet. Hebben de instanties een keer snel gewerkt, dan wordt weer de indruk gewekt dat het te bruusk en overhaast is gegaan. De instanties, ik tel er een stuk of tien: de Stichting MEE Gelderse Poort (een ondersteuningsorganisatie voor mensen met een handicap), het AMK (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling), Bureau Jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming, de Kinderrechter, de huisarts, de verloskundige, de sociale werkplaats in Geldermalsen, DAS Rechtsbijstand, en – zij het slechts in de marge – de stichting Woonvormen. Aanleiding voor al deze instanties om in beweging te komen: de geboorte van een baby. Eigenlijk hoort de kinderopvang er ook nog bij, want omdat daar geen plaats voor Hendrikus is – pas in 2010 krijgt het ouderpaar te horen – neemt de vader contact op met de werkgever om raad te vragen. De werkgever verwijst door naar MEE en dan zijn de poppen aan het dansen. MEE ondersteunt niet, maar zet de informatie van de werkgever over de ouders (bijvoorbeeld: pa en ma zijn niet erg ‘flexibel’) om in een waarschuwing voor het AMK dat op zijn beurt de Raad voor de Kinderbescherming inschakelt (ik neem aan, in het artikel uit NRC Handelsblad van gisteren waaraan ik dit ontleen staat het niet, via Bureau Jeugdzorg want dat is in de regel het begin van de ‘keten’). Het AMK vermoedt een groot risico op kindermishandeling. De Raad ook en vraagt de kinderrechter om een spoeduithuisplaatsing van de baby, een dag na diens geboorte. De kinderrechter bewilligt hierin, ook al betekent dat het ‘verhoor’ van de belanghebbende ouders niet kan worden ‘afgewacht’. De baby is dan overigens nog in het ziekenhuis. Het huis waar hij uithuis geplaatst moet worden heeft hij tot dusver niet gezien. Met een kindje gaan we niet experimenteren werd de moeder van Hendrikus door de hulpverleners meegedeeld. De vraag is wat hier het experiment is. De moeder van Hendrikus heeft haar eigen moeder verzorgd toen die borstkanker had. Ze deed dat goed, zegt een tante. Kennelijk mag mantelzorg wel, zorg voor de eigen baby niet. Hij zit nu bij een pleeggezin. Morgen, Hendrikus is dan tien dagen gescheiden van zijn ouders, worden ouders en de Raad gehoord door de kinderrechter. De ouders worden niet bijgestaan door een advocaat. DAS Rechtsbijstand ziet er geen brood in en dus helaas pindakaas.

Zoveel snelheid en daadkracht, het is indrukwekkend. En waarom? Omdat pa en ma mensen met een verstandelijke beperking zijn. Ze kennen elkaar al lang – via de sociale werkplaats – en wonen nu vijf jaar samen. Dit jaar zijn ze getrouwd. Een beroep op hulpverlening deden ze nooit en het was ook niet nodig. Pas vanaf september biedt de stichting Woonvormen begeleiding. Of dat door de komst van de baby werd opgeroepen is uit het artikel niet af te leiden. De ouders wonen in een gewoon huis, in een gewone buurt en rooien het. Buren, collega’s en familie hebben er vertrouwen in; de familie (oom en tante, beiden ex-leraar) is graag bereid bij te springen; oom biedt aan voogd te worden. Zij zijn allemaal niet geraadpleegd.

De zorgsnelheid is op z’n minst gekocht met een opvallende zorgonzorgvuldigheid. Het zijn instanties die andere instanties inschakelen en zorgvuldig elke aanwijzing uit de weg gaan die hun beeld (verstandelijk beperkt en daarom groot risico) zou kunnen bijstellen of zelfs maar nuanceren. Er zijn twee mogelijkheden: het mag allemaal maar dan dienen de procedures onmiddellijk te worden veranderd – en vermoedelijk de wet ook (geen beleid van ja, tenzij maar gewoon nee, mits). In de procedures zou moeten worden gegarandeerd dat ouders niet zomaar buiten spel kunnen worden gezet – zoals hier gebeurd is. Je zou denken dat in een rechtsstaat een dergelijke garantie per definitie zou gelden. Nee dus in dit geval. Of het mag allemaal niet, in elk geval niet zo. Ik zou denken dat het laatste waarschijnlijker is dan het eerste. En in beide gevallen had juridische ondersteuning geholpen. Dat DAS Rechtsbijstand het allemaal niet interessant genoeg vindt: verbijsterend. De ouders van Hendrikus waren via hun vakbond voor deze rechtsbijstand verzekerd. Als ik die vakbond was zou ik het contract met DAS direct opzeggen, een schadevergoeding aanvragen wegens wanprestatie en vervolgens ervoor zorgen dat aan het echtpaar de best denkbare juridische ondersteuning wordt gegeven.

25 oktober

=0=

 

Tactiek

Nee, theocratisch zijn we niet meer. Wel bedrijven we Bijbels genormeerde politiek. Of woorden van gelijke strekking. Ik lees het in het Reformatorisch Dagblad, in een artikel over de SGP. De theocratie wordt als woord geschrapt om duidelijk te maken dat de SGP met fundamentalisme niets te maken heeft. Een doorzichtige tactiek want dat je dan niet het woord maar het fundamentalisme moet schrappen is de SGP eventjes ontgaan. Toch, we weten al lang dat de SGP geen verwachtingen heeft over een theocratisch Nederland, noch dat het z’n tactiek afstemt op het alsnog realiseren daarvan. De SGP vecht voor het politieke bestaansrecht van de eigen gemeente als deel van Nederland, niet voor de SGP als de politieke representatie van Nederland. Vanwege diezelfde tactiek is de SGP tegen Europa, dus niet omdat de partij tegen Europa is maar omdat de staatkundig gereformeerde gemeente Europees gezien niet bestaat. Eenvoudiger kan niet.

Het is een zwaktebod, het schrappen van het theocratiewoord. Volgens de SGP is de overheid de dienaar van God. God is de eigenlijke gezagsdrager in hun visie. Dat is theocratie. Het lijkt er op dat de SGP een beetje inlevert om de echte prijs niet te hoeven uitreiken: de erkenning – alweer om ‘tactische’ redenen – dat de staat neutraal is. Daartoe is opgeroepen binnen de partij. De aanleiding is de betekenis van artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, een artikel met als strekking dat de overheid tot taak heeft de valse godsdienst te weren. De SGP onderschrijft dat artikel en de vraag is wat je er aan hebt in een niet-religieuze staat. Goede vraag, en niet alleen door het feit dat de SGP ons de theocratie cadeau wil doen.

Tactiek staat niet op zichzelf. Het wringt, een partij van het woord, die met woordspelletjes bezig is.

24 oktober

=0=

 

Mediagif

Sinds vannacht geloof ik weer dat McCain nog niet is uitgeschakeld. Ik keek naar een uitzending over Lee Atwater, een inmiddels overleden campagnestrateeg die zijn kaarten helemaal op de media zette. Zijn eerste nationale overwinning behaalde hij in de verkiezingsstrijd die George Bush sr president maakte, eerst op kosten van Republikein Dole (die weigerde te zeggen dat de belastingen niet omhoog zouden gaan) en later van z’n Democratische tegenkandidaat Dukakis. Beide kandidaten werden door een stiekeme lastercampagne uitgeschakeld. Twintig jaar later is Dukakis er nog altijd beduusd van. Het ging nergens over, hij werd van alles en nog wat vals beschuldigd, kwam in de verdediging en verloor.

Wat Atwater deed bestond uit drie stappen. In de eerste plaats de aandacht van de media krijgen, zodat de agenda van de campagne in zijn handen was. In de tweede plaats door niet de voordelen van de eigen kandidaat te benadrukken maar de gevaren van de tegenkandidaat, door stelselmatig kwesties naar voren te laten schuiven die de tegenstander in een kwaad daglicht zette. De methode was eenvoudig: associeer de tegenkandidaat met opvattingen die bij kiezers niet goed liggen en reken erop dat de media het oppikken, er op ingaan, het uitzoeken en al die tijd blijft er rond de tegenstander een sfeer hangen van waar rook is, is vuur. Hij was niet voor Bush maar tegen Dukakis, die moordenaars op proefverlof stuurde (met de zwarte Willie Horton als voornaamste exemplaar zodat de rassenkaart gespeeld kon worden), een vrouw had die de Amerikaanse vlag ontheiligde, dat soort dingen. Niets ervan was correct (de vrouw van Dukakis had in haar hele leven nog niet gedemonstreerd, het proefverlof was een uitvinding van Reagan). Maar het was wel genoeg om het Irancontraschandaal naar de achtergrond te duwen en, met Bush als president, te neutraliseren.

En in de derde plaats door ervoor te zorgen dat hij niet als bron van de laster kon worden geciteerd. Hij was dol op aandacht maar wenste geen aanklacht. Iedereen wist het maar iedereen ging er ook van uit dat zijn rol niet te bewijzen zou zijn.

Het geheel werd gelardeerd met een spervuur van opiniepeilingen met tendentieuze vragen, gericht op het in twijfel trekken van de tegenstander. Het resultaat: een campagne waarin vraagstukken werden vervangen door het mobiliseren van angst en achterdocht, met karaktermoord als principe en een mentaliteit van het doel heiligt de middelen. Bush senior speelde mee, Bush junior stond er glimmend bij en zal er veel van geleerd hebben. Atwater is al lang dood maar had wel gezorgd voor een opvolger, Karl Rove. John Kerry weet er alles van. Rove is kennelijk wat minder voorzichtig geweest dan Atwater. Hij werd ervan verdacht de naam van een CIA agente te hebben gelekt en – om Cheney uit de wind te houden – hij werd geofferd tijdens de tweede termijn van junior. Ook Rove heeft een leerling en opvolger, tegenwoordig in dienst van de campagne van McCain.

Atwater heeft school gemaakt. McCain wordt af en toe geconfronteerd met de afkeer van mensen over negatieve reclamespotjes. Hij ontkent betrokkenheid maar wil er best op ingaan. Rub it in. Dat is het keurmerk Atwater en Rove. De Republikeinen zoeken naar een manier om ras tot thema te maken en is Obama niet een moslim? Nou, en? De vraag van Colin Powell (wat als in de toekomst ..) en zijn antwoord (en wat dan nog?) zullen in het Republikeinse kamp met vreugde zijn ontvangen. Het ging niet over Obama en toch weer wel. Punt gescoord. Hoeveel paspoorten heeft die man eigenlijk? Ook eentje van Kenia? Het is dat de Republikeinen het zelf wel kunnen maar anders hadden ze zo bij Jack de Vries kunnen aankloppen of bij Wilders. Nee, niet bij Kai want die is wel in de VS geweest maar daar houden z’n credentials dan ook mee op.

De Democraten zijn niet meer zo mak en spelen het spel inmiddels mee. Wat minder ruig misschien, maar meespelen doen ze. Dat is de echte overwinning van Atwater. Met giftige kredieten kun je een heel geldstelsel ondermijnen, met mediagif een heel verkiezingsstelsel.

23 oktober

=0=

 

Het complot van Nederland

Gelukkig hebben we de foto’s nog zegt de presentator steevast aan het slot van de uitzending van het tv programma ‘Dit was het nieuws’. Was dat maar waar. De foto’s, met materiaal over de massamoord in Srebenica, zijn verdwenen. Een bevelhebber van de Nederlandse marechaussee was er in geslaagd het rolletje onklaar te maken. Inmiddels geniet de man van een welverdiend pensioen. Niettemin, als we meneer Spijkers zouden vragen naar dezelfde man dan zouden we te horen krijgen dat bij het verdonkeremanen van de toedracht van het ongeluk met een mijn dat een militair het leven kostte en waarover Spijkers niet wou liegen de bevelhebber Fabius eveneens een actieve rol speelde. Het heeft zijn carrière niet geschaad. Die van Spijkers wel. Deze wacht nog altijd op eerherstel en op het openbaar maken van het correcte verhaal. Genoeg voor een complottheorie over het toedekken van gebeurtenissen die even niet goed uitkomen. Het complot van Nederland.

In het toedekken hebben we een zekere bekwaamheid, complot of niet. Een recente Kamerdelegatie aan Indonesië weigerde in gesprek te gaan met bewoners van het voormalige Rawagede, waar in 1947 door Nederlandse militairen honderden Javanen, oud en jong, mannen en vrouwen, zijn vermoord. Oorlogsmisdaden maar omdat wij daar geen oorlog voerden kunnen we het zo niet noemen. Het zou maar verwachtingen wekken. De delegatie wilde geen verwachtingen wekken. Een goed koloniaal gebruik: wij weten wat hun verwachtingen zijn en die willen we niet ‘wekken’. Het valt niet uit te sluiten dat hun verwachtingen zijn dat je van Nederlanders niets moet verwachten en dat de Kamerdelegatie daar exact aan heeft voldaan. Geef ons Tibet maar, of Georgië. We zwijgen door heel veel te praten. Gelukkig is er de tv nog.

Zo mocht Chris de Stoop gisteravond optreden bij Pauw en Witteman. Hij is genomineerd voor de AKO literatuurprijs met zijn boek Het complot van België. Over gebeurtenissen die je zo wantrouwend maken dat je genoeg wantrouwen verzamelt om in complotten te gaan denken. Trouwens, wie denkt niet in complotten in onzekere tijden? Hij heeft drie van gebeurtenissen in zijn boek verwoord, waaronder de massamoord in Rwanda en de Belgische betrokkenheid daarbij. De Stoop beschrijft het in klein formaat, via de Broeders van de Liefde, die een psychiatrische inrichting in Rwanda beheerden, net zoals ze in België in de jaren vijftig actief waren in de psychiatrie en de oom van De Stoop ‘lobotomiseerden’. Twee gruwelijke verhalen. In Rwanda werd door de Belgische militairen een scheidslijn getrokken tussen blank en zwart, de Broeders en hun blanke personeel en hun patiënten. ‘Que les sauvages restent chez eux’, zeiden de militairen. Zoek het zelf maar uit. Het doet denken aan de slotpassage in het boek van Richard Kapuscinski, Nog een dag, over de oorlog in Angola in 1975. Uiteindelijk verlaten de Zuid-Afrikanen en hun hulpjes van Unita en FNLA het land. De Zuid-Afrikanen mogen over de brug die Angola met Namibië verbindt, de strijders van Unita en FNLA mogen in de rivier springen. Velen – zwemmers waren het niet – zijn verdronken.

Wie weet hebben de Zuid-Afrikanen de foto’s nog.

22 oktober

=0=

 

Klagen

In een bijlage bij NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag stond een artikel over de graagte waarmee mannen met een griepje mogen klagen. Aan het woord kwamen tal van dames die met frisse afkeer, zo niet weerzin, spraken over hun echtgenoten of vrienden. Zij stoomden gewoon door als ze een koutje hadden en hun wederhelften waren nog te beroerd om zich even te douchen. Twee kenmerken vielen op aan het artikel, de klagerige toon van de aan het woord zijnde dames en het volslagen gebrek aan humor. Het een leidt tot het ander.

Ik schrijf dit met een behoorlijke kou. Gisteren dacht ik nog aan griep maar vandaag is het ongemak al weer een stuk minder. De kou liep ik op door anderhalf uur zonder jas te staan kleumen op een kleine parkeerinham op de snelweg, net voorbij Brussel. Elly en ik, op weg naar Frankrijk, waren getorpedeerd door een jonge, dronken automobilist. Geen gewonden, wel een total loss auto (twee ontzette deuren, een kapotte ruit, de nodige blikschade – een hele lijst) en even geen zin om verder te gaan. Een tegenvaller dus. Uren nadien stonden we na te trillen op onze benen want wat er had kunnen gebeuren – daar denk je pas later aan. Boos werden we nog weer later – noem het woede uit onmacht.

Ik sliep slecht van zondag op maandag en werd wakker met een schrijnende keel, een lijf dat met geen mogelijkheid warm te krijgen was en een vraag om zakdoekjes die die sector van de reële economie voorlopig van een crisis zal redden. Elk nadeel heeft z’n voordeel.

Een voordeel komt zelden alleen. Kort na de aanrijding kwam ons eerst een aardige jongeman vertellen dat hij het ongeluk gezien had en kon getuigen dat het rijgedrag van onze belager ‘idioot’ was geweest. Hij liet z’n telefoonnummer achter. Even later verscheen zijn zus. Zij belde de politie. De politie op zijn beurt was van een aangename hoffelijkheid, zette niemand onder druk, was ook na vijf keer nog bereid de dronken automobilist een zesde kans te geven bij de blaastest en stelde een uitgebreid proces-verbaal op dat, voordat we tekenden, aan ons werd voorgelezen en ter inzage gegeven. De politie was zo zorgvuldig, werd ons verteld, omdat na de affaire Dutroux de procedures waren aangescherpt en dit hoorde er allemaal bij. Dutroux. Mij hoor je niet klagen.

Nou ja, ik voel me beroerd. Met mate, maar toch. En ik heb me gedoucht. Ik hoop ooit nog een artikeltje te lezen over klagen en zelfspot.

21 oktober

=0=

 

Uncle Sam

Joe the Plumber, het speeltje van McCain, heeft eigenlijk de voornaam Samuel. Hij mag niet stemmen want hij heeft zich niet laten registreren en die rare eis geldt nog steeds in de VS. Hij is loodgieter maar heeft er niet de juiste papieren voor. Hij zou, hebben experts uitgerekend, geen nadeel maar voordeel hebben bij het belastingplan van Obama. Het zit McCain weer niet mee. Joe ook niet want hij heeft nog een belastingschuld uitstaan. De uitbreidingsplannen van Joe waren misschien wat minder realistisch dan hij heeft doen voorkomen. Het leven is niet makkelijk.

Wat de Republikeinse Partij toch met loodgieters heeft, ik weet het niet. Watergate begon ook al met loodgieters, een clubje dat het doopceel van Daniel Ellsberg moest lichten en daarom inbrak bij diens psychiater. Geen echte loodgieters natuurlijk, alleen mensen die gaten moesten dichten en dat zonder de geëigende bevoegdheden deden, net als Joe. Heuglijke tijden, met de Pentagon Papers, met de nodige stafleden van Nixon en Nixon zelf, allemaal mensen die niet helemaal begrepen waar een rechtsstaat op neerkomt en daarop ook waren geselecteerd en met uiteindelijk het aftreden van Nixon zelf. Watergate Hotel moet een mooi en duur hotel in Washington zijn. Ook gevaarlijk denk ik want Hotel Impeachment ligt om de hoek. Monica Lewinsky heeft er nog gebruik van gemaakt, van Watergate Hotel dan. Er is wel degelijk continuïteit in de Amerikaanse politieke geschiedenis.

Joe schijnt te twijfelen. Hij was uitgenodigd voor een Republikeinse bijeenkomst in Ohio, maar hij kan ook naar New York om tv interviews te geven. Ik zou, in zijn geval, geen van beide doen maar je weet maar nooit. Beroemdheid duurt niet lang en moet je er nu van profiteren of je schouders ophalen en doorgaan met wat je deed voor Obama aan de deur klopte?

McCain vindt dat we het Joe niet te lastig moeten maken. Joe had niet gevraagd om Obama. Dat klopt, maar Joe had evenmin gevraagd om de warme omhelzing door McCain en dat we nu allerlei dingetjes van Joe weten waardoor diens verhaal er toch net wat anders uit is komen te zien is het gevolg van die omhelzing, niet van Obama.

Joe is niet de American Dream die de Republikeinen gevonden dachten te hebben. Joe is wel Amerika: een schuld, onbevoegde activiteiten, en optreden onder een valse naam. Ooit associeerden we de naam van Uncle Sam met vrijheid en democratie. Nu met het ene gat dichten met het andere. De Republikeinse partij heeft het juiste symbool gevonden. Ze zijn er alleen niet blij meer mee.

18 oktober

=0=

 

Overweging

Hij zag er wat moe uit, burgemeester Cohen, gisteravond te gast bij Pauw en Witteman. Het leek wel of z’n begrijpelijke afkeer van de PVV (in de persoon van mevrouw Agema deze keer) met hem aan de haal zou gaan maar gelukkig gebeurde dat niet. Het toonde wel. Logisch als je kleine poging iemand aan te spreken op wat net gezegd is wordt geretourneerd met de opmerking dat hij zijn mening heeft en zij de hare. Ze bleek zelfs bereid haar mening te herhalen. Ik denk dat ze denkt dat herhaling en beargumentering hetzelfde zijn. Nog even en de vrijheid van meningsuiting was op tafel gekomen. Ze kondigde een Kamerdebat aan. Dat zal helpen.

Het ging om de voordracht van Aboutaleb voor burgemeester van Rotterdam. De prijs van de dag gaat naar de onvermijdelijke Sörensen van Leefbaar Rotterdam. Die hoorde ik op de radio verklaren dat hij niet gelukkig was met een burgemeester die dezelfde groep representeerde die voor de ellende zorgde in Rotterdam. Politieke opvattingen en verschillen bestaan helemaal niet voor die zwartjes. In hun geval bepaalt herkomst. Sörensen was ooit docent geschiedenis. Hij is de belichaming van de crisis in het onderwijs. Alles kan en ook Sörensen heeft een mening, meer nog, hij heeft recht op een mening.

Desondanks, ik was verbaasd over burgemeester Cohen. Hij stak een warm betoog af over Aboutaleb, en loofde diens capaciteiten. Tegelijkertijd bracht hij een kwestie die ik wat oneigenlijk vond. Hij zei dat als hij had mogen kiezen hij voor burgemeester Leers had gekozen als de nieuwe man voor Rotterdam. De reden die hij gaf: als het Aboutaleb wordt dan is er geen enkele CDA burgemeester meer in de vier grote steden en dat is in de onderhandelingen met het kabinet geen voordeel. Dus: Amsterdam heeft voordeel bij een CDA-burgemeester in Rotterdam want in Den Haag is een VVD-er benoemd en in Utrecht zit ook al een PvdA-er. Dus zou het verstandig zijn als Rotterdam de belangen van de andere grote steden helpt behartigen. Dan zijn ze zelf ongetwijfeld ook het beste af.

Een wonderlijke redenering, die de benoeming van burgemeesters afhankelijk maakt van de verhoudingen in de landelijke politiek. Het is ook een beetje het paard achter de wagen spannen. Nederlandse gemeenten hebben weinig armslag, in het bijzonder ook financieel. Ze krijgen wel steeds meer taken en verantwoordelijkheden toegeschoven maar niet de financiële bevoegdheden om die ook waar te maken. In internationaal vergelijkend onderzoek bungelen Nederlandse gemeenten wat betreft financiële zelfstandigheid onderaan. In diverse rapporten is daar vanuit de gemeenten ook al op gewezen en er is voor verandering gepleit. De centrale overheid houdt de boot voorlopig af – en houdt zo de afhankelijkheid van de gemeenten in stand.

Wat burgemeester Cohen eigenlijk had moeten zeggen is dat de centrale overheid de gemeenten tekort doet – en dat er daarom weinig anders opzit diezelfde centrale overheid een beetje te bedienen bij een burgemeestersbenoeming. Is toch wat anders.

17 oktober

=0=

 

Handhaven

We kiezen ervoor om niet handhavend op te treden, zegt een woordvoerder van de gemeente Hardinxveld- Giessendam. Twintig Roemenen wonen in een container zodat het werk in de scheepsbouw vooral ongestoord verder kan. Het mag niet maar het mag ook weer wel want de gemeente wil eerst een paar dingen op papier zetten. Het papier wordt gehandhaafd. Zo heeft de gemeente wat te doen en de Roemenen ook. We gedogen niets maar staan oogluikend het nodige toe. Dat heet beleid.

Stel je voor. Na je werk kom je thuis, in een container. Je zit er met velen, in een kleine ruimte. Leuk is anders maar leuk hoeft het niet te wezen zal de gedachte wel zijn. Ze zijn vrijwillig gekomen, toch? Niemand verplicht ze te blijven, toch? Laten we eens aannemen dat ze hier zijn via een uitzendbureau dat wel profiteert van de deal en de rest aan het inhurende bedrijf overlaat. Dat profiteert er ook van maar heeft geen woningen en een hotel of een vakantiehuisje, dat valt nou net buiten de begroting. Bovendien zijn ze dan niet meer op schootsafstand beschikbaar dus dan krijg je ook nog vervoersproblemen, kans op te laat komen en dat soort dingen. Alsof het gewone werknemers zijn en daar had je niet om gevraagd. Toch?

Bovendien, wat moet je als kleine gemeente met weer twintig vreemdelingen erbij? Waar zou je ze onder moeten brengen? De gemeente zelf weet al niet wat ze met alle langdurig geparkeerde caravans aan moet en heeft de bezitters ervan gewaarschuwd dat die weg moeten. Een caravan mag maar drie dagen op eenzelfde plek staan en wie zich daar niet aan houdt moet met de gevolgen rekenen.

Ik zou me zo maar kunnen bedenken dat ik wel een bestemming voor die caravans weet. In een christelijke gemeente, met een gemeenteraad die in meerderheid uit christelijke partijen (SGP, CU, CDA) bestaat, is er een mooie taak weggelegd voor een zorgzame overheid. Aan de andere kant, de gemeente heeft al laten weten dat de situatie in de containers niet ‘gevaarlijk’ is, dus waar hebben we het over. Trouwens, wie gaat dat betalen, die caravans?

Nous ne maintiendrions pas.

16 oktober

=0=

 

Transactie

Markttransacties gaan in negen van de tien gevallen per contract, zeker in de zakenwereld. Een contract is nodig want je wilt ingedekt zijn als de tegenpartij niet afkomt met de beloofde prestaties en omgekeerd.

Een contract is een verzekering geboren uit wantrouwen. Zonder contract geen transactie, zonder transactie geen wisseling van eigendomstitels; zonder contract geen krediet, en dus geen circulerend geld. Als de banken geen transacties durven sluiten omdat ze de kans groot achten dat het contract niet wordt nageleefd en het moeilijk veren plukken is van een kale kip dan houdt de geldcirculatie op, ook al zijn de transacties hard nodig.

De staten nemen nu bijna wereldwijd het transactierisico op zich en dus kunnen de transacties weer worden opgenomen, de contracten gesloten, het geld circuleren. Het normale wantrouwen is hersteld, al is het dit keer de staat die er de zorgen van heeft. De staat noemt het herstel van vertrouwen. De staat bedoelt dat het gezonde wantrouwen van het contract weer terug is of terug moet komen.

De staat heeft daarvoor de greep op het monetair beleid prijs gegeven. Het monetair beleid heeft als eerste taak inflatie tegen te gaan door het aanbod van geld in de hand te houden. Dat aanbod is nu ongelimiteerd. De kredietsector, het financiële systeem, heeft de regie van het monetaire systeem uit handen van de staat geslagen en de staat doet net of hij de regie heeft overgenomen.

Het monetaire systeem is de sluis waardoor het kredietschip het vasteland van de reële economie bereikt. De sluis staat voor onbepaalde tijd open. In naam van de regulering zijn de sluitingstijden van de sluis afgeschaft. Dat we daarvan natte voeten zullen krijgen is een onvermijdelijk ongemak.

Wie vreest voor natte voeten doet de deur dicht en barricadeert die. Als je niet per se naar buiten hoeft doe je het niet. Minder transacties zijn het onvermijdelijke resultaat want je weet maar nooit hoeveel water in de wijnfles van je geld is bijgemengd. Je zult meer geld nodig hebben voor dezelfde transactie. Wij noemen dat inflatie. Je weet niet meer wat elke transactie waard is en dus word je voorzichtig, met het uitstellen van grote transacties voorop.

De staat heeft overal het regime van de ongedekte cheque ingesteld. Dat is de nieuwe economie. Het belastingwoord blijft onuitgesproken. We are all Americans now.

15 oktober

=0=

 

Oordeel en mening

De rechter doet het, een oordeel uitspreken. Op basis van bewijsvoering wordt iemand schuldig of onschuldig bevonden. Een specifiek, bijzonder geval wordt gekoppeld aan een algemene norm, die van de schuld. Daarom, als we iets beoordelen verbinden we iets bijzonders met iets algemeens. U bent schuldig, u niet. Dat Kantiaanse inzicht, weinigen die er even over nadenken zullen het betwijfelen. Jan is goed, is een voorbeeld; als je Jan heet ben je goed is geen voorbeeld. Deze Krentenzer is een leugenaar is een voorbeeld; alle Kretenzers zijn leugenaars is geen voorbeeld. Rood is een kleur, is geen voorbeeld; dit is rood weer wel (ontleend aan P.J. Steinberger, The Concept of Political Judgment. Chicago/London; The University of Chicago Press 1993: 90). Deze godsdienst is goed is een voorbeeld; alle godsdienst is slecht weer niet. Mijn mening is redelijk is een voorbeeld; alles wat we beweren is een mening niet. Of het allemaal zo is staat niet ter discussie. Het gaat niet om het bewijs maar om de spelregels voor een geordend gesprek. Het laatste is een voorwaarde om aan het eerste toe te komen.

Volgens Harry Kuitert is het uitspreken van je geloof in een geloof geen geloof maar een mening. Ongetwijfeld. Je kunt over alles een mening hebben en dus ook deze. Wie zegt, dit is mijn mening en die is even goed als de jouwe heeft zich bevrijd van de vraag of je mening een oordeel is, een wetenschappelijk bewijs, een hypothese of een geloof. Anderen kunnen menen dat hun mening helemaal geen mening is maar een geloof dat aan elke mening vooraf gaat, dat elk afzonderlijk verschijnsel ‘zin’ verleent dan wel er waarde aan toekent. Weer anderen kunnen menen dat je op basis van verstand en ervaring kunt aantonen dat sommige dingen sneller naar beneden kieperen dan andere. Allemaal meningen maar ik meen dat wie zich op allemaal meningen terugtrekt de discussie eerder ontloopt dan bevordert of zelfs maar aangaat. Meningen zijn geschikt voor opiniepeilingen, voor stand.nl waar je een mening kunt debiteren maar waar je niet in discussie kunt gaan (‘ja maar bent u nu voor of tegen de stelling?’). Wie geloof afserveert als een mening wil verschoond worden van een discussie over het geloof. Kuitert, ‘theoloog en schrijver’,  is een eind gekomen, dat blijkt maar weer Zie zijn artikel in letter&geest, in Trouw van 11 oktober: Ongeloof is geen geloof. Ook een mening.

In de wereld van de mening geldt dat de meeste stemmen gelden. Omdat het aantal stemmen stijgt dat van geloof geen mening wil maken maar een geopenbaarde waarheid waar toch vooral ook de anderen van moeten leren genieten, dreigt de mening van de ongelovigen in het gedrang te komen. Minderheden bestaan in de politiek, het beleid en in de maatschappij. In het geloof noemen we het wat anders en hoewel sommige godsdiensten minderheden tolereren, is het een tolerantie bij gebrek aan beter. Een minderheidsgeloof is leuk voor de statistieken maar het is geen categorie waar een geloof gelukkig mee is. Daar krijgt Kuitert het benauwd van en gelijk heeft hij.

Maar toch. Gelovigen die als hun oordeel uitspreken dat je (u, ik, de premier van het land) ‘zonder geloof niet [kunt] functioneren’ (Balkenende) of van mening zijn dat ‘niet-geloven ook een geloof’ is (Hirsch Ballin) zeggen niet hetzelfde. Balkenende betrok het op zichzelf en zijn geloof en daarom neemt zijn uitspraak de vorm aan van een oordeel: ik word beter van het geloof. Hirsch Ballin spreekt überhaupt geen oordeel uit; zijn uitspraak is een algemeenheid die niet verder komt dan de eerste de beste mening die het tegendeel beweert (het ‘ongeloof is geen geloof’ van Kuitert). Over de eerste uitspraak kun je van mening verschillen en wie weet kun je daarbij iets van elkaar leren. Over de tweede uitspraak kun je slechts de schouders ophalen. Het is een voorbeeld van een luie redenering, een redenering die alleen is gericht op effectbejag. Dat kun je, zoals Kuitert, proberen te ontkrachten maar dat moet je dan niet doen door van alles een ‘mening’ te maken en het totaal der meningen op te splitsen in meerderheid en minderheid, zodat de meerderheid mag beslissen over het toe te laten of op te roepen effect. Dat is echter precies wat Kuitert doet. Maak van alles een mening en de openbaarheid die Kuitert wil beschermen wordt het kind van de rekening.

Dat is uw mening, kan de veroordeelde na het vonnis te hebben aangehoord zeggen. De mijne is een andere. De rechter zal het hem grootmoedig toestaan. Maar het bewijs is geleverd, het oordeel geveld. Sommige meningen hebben, vanwege de afspraken die rond hun procedure en ten uitvoer legging bestaan, een anders status dan andere. We mogen hopen, met de volksschrijver, dat het niet onopgemerkt is gebleven. Ook al vindt Kuitert er niks aan.

13 oktober

=0=

 

Relatiegeschenk

Op 1 oktober is Joop overleden. Vrijwillig, hij is er uit gestapt. Hij leed aan vasculaire dementie, en huiverde voor de toekomst. Een huiver die steeds vaker ook elke handeling van vandaag begon te begeleiden. Wat moet je, dat als je wat doet je het een seconde later vergeten bent? Misschien? Joop was 75 en het was goed geweest. Liever nu sterven en weten dat je leven ook jouw leven is geweest dan het moment passeren dat je dat niet meer weet, dat je misschien niets meer weet. Je zou het, al lees ik het niet met zoveel woorden, de ondergrens van ‘persoonlijke waardigheid’ kunnen noemen. Joop wou die grens niet over. Zijn vrouw Hennie was het ermee eens; ze hadden het gezamenlijk besproken en hadden, voor hen beiden, de noodzakelijke administratieve rompslomp geregeld. Hennie respecteerde Joop’s besluit. En nu is het voorbij. Lees ik in de Volkskrant.

Ik vraag me af wat Frits de Lange ervan zou vinden. Die schreef, in letter&geest, gisteren in Trouw, een mooi artikel ‘Oud en der dagen zat’. Over verlies van persoonlijke waardigheid, over wat dat betekent en of persoonlijke waardigheid een geschikt criterium is, naast het medische en in de wet omschreven ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’, om euthanasie toe te staan. Hij komt er niet uit (‘Ik heb daar geen pasklaar antwoord op’) maar waarschuwt ervoor waardigheid alleen in termen van (het verlies van) redelijke vermogens te zien. Het leven is gegeven, en ook mensen met verstandelijke beperkingen hebben recht op leven. De barmhartige Samaritaan ontfermt zich ook over hen, schrijft de Lange, ook al doen anderen (Samaritanen zijn per slot de geminachte kaste) dat niet. Zouden wij allemaal Samaritanen moeten worden? Het lijkt erop (het betoog van de Lange lijkt erop), maar dan hebben we het niet langer over reële geschiedenis en geschiedenissen en zelfs niet over hun onderstroom. Dawkins zou er wel raad mee weten. Het is spijtig dat de Lange het hier te snel laat afweten.

Er is meer, zoals bijvoorbeeld de waardigheid die jezelf hebt verworven gedurende je leven. Het leven is ook wat je er van maakt en waarvoor je erkenning van anderen vindt. Het is je leven als een investering, als jouw investering in je relaties, je geliefden, je ideeën en idealen, je lidmaatschappen, de sporen die je hebt getrokken. Inclusief het risico dat je omgeving je niet langer daarin kan herkennen maar je alleen nog herkent in je staat van aftakeling die ervoor zorgt dat ouders de onwetende kinderen van hun kinderen worden en hun kinderen ouders met kinderen zonder toekomst, met kinderen die nooit de jaren des onderscheids zullen bereiken. Ik had, juist hier, een pleidooi verwacht voor professionele zorg en voor een ontlasting van de geliefden die om jou te bewaren als een heel persoon niet dagelijks geconfronteerd moeten worden met de afbladdering van diezelfde persoon, tot aan de totale onherkenbaarheid toe. Onherkenbaarheid is een relatie, geen eigenschap en het is gek dat de Lange wel persoonlijke waardigheid als ‘relatiegoed’ omschrijft maar het niet heeft over onherkenbaarheid als relatiegoed (of relatiekwaad).

En er is waardigheid als ‘luister’, de mens als kunstwerk dat bloot staat aan het gevaar van ontluistering, de esthetiek van het individuele dat verder gaat dan de ethiek omdat het anders is, eigen eisen stelt. De tragiek van Dorian Gray zullen we maar zeggen en in de huidige cultuur waar oud niet alleen hinderlijk is maar ook smerig, beduimeld en groezelig oprukkend in gewicht. Het gezicht wil ook wat. De Lange noemt het de ziel. De overgang gaat wat snel maar we mogen bedenken dat, waar bij de eerste twee betekenissen van waardigheid de religie de ethiek in wordt geschoven, hier de religie op de deurmat van de esthetiek wordt gelegd.

Persoonlijke waardigheid is een relatiegoed, dat is de stelling van de Lange. Zou hij een relatiegeschenk bedoelen? ‘Persoonlijke waardigheid realiseert zich in de erkenning door anderen’ schrijft de Lange. Dat lijkt me een ontkenning van zijn gehele betoog want dat berust op de exact tegenovergestelde redenering: anderen dienen de persoonlijke waardigheid van elk individu te erkennen (‘Het sociale isolement waaronder veel ouderen lijden, is .. een maatschappelijke misstand, een morele schande, geen legitimatie voor hun levensbeëindiging’. Niet hun morele schande, maar de onze). Waardigheid is een opdracht om de ander te erkennen. Zonder uitzondering. Dus, omdat dat zo is, is persoonlijke waardigheid een geschenk dat geen enkel individu kan afwijzen want een gegeven paard kijk je niet in de bek.

Het is overigens wel een geschenk met verplichtingen. Want of het nu God is, de staat of de maatschappij, de gulle gever stelt het niet op prijs dat je het geschenk op eigen houtje afdankt, het weggooit. Daar hebben wij ook wat over te zeggen! Over een geschenk beschik je niet zelf en dus is zelfbeschikking een te smalle basis voor beslissingen over levensbeëindiging. Ik denk dat de Lange het niet met Joop eens is. Joop ontkende zijn omgeving niet en besliste ook niet alleen, maar uiteindelijk wel zelf. In zijn begrip van persoonlijke waardigheid gaat het – opnieuw: uiteindelijk – om de persoon die hijzelf is (en niet zijn relaties met andere personen en hun relaties met hem). Het is die persoon die verloren dreigt te gaan en die persoon is noch een relatiegoed noch een relatiegeschenk. Voor hem. Ik vind dat Joop in naam van Joop het morele recht heeft te doen wat hij heeft gedaan.

Dit is de vraag die me intrigeert en waarvan ik benieuwd ben wat het antwoord van de Lange erop zal zijn: wanneer en waarover mag Joop in naam van Joop beslissen?

12 oktober

=0=

 

Hendrik de Man

Gisteravond waren Elly en ik in het Muziekgebouw aan het IJ. Het Nederlands Kamerorkest speelde. Britten, 2x Mozart en Honegger, de 2de, indrukwekkende, symfonie. We zaten op de derde rij, tamelijk vooraan dus. Dat kwam goed uit want het zien van de eerste violist (tevens concertmeester en muzikaal leider) was een gebeurtenis op zichzelf. In hem kwamen muziek, orkest, instrument en persoon helemaal bij elkaar. Stilzitten en, na de pauze, stilstaan kwamen niet voor. Zittend of staand, sprongetjes waren nodig, voetbewegingen en stapjes waren nodig, heftige gelaatsemoties (een mond die nu eens leek te pruilen, dan weer ontspande, dan weer de zwaarmoedigheid van het weten voelde en vorm gaf) en het wiegen – soms rustig, soms begeesterd – van het bovenlichaam waren nodig. Wanneer zou hij gaan zweven? Het werkte aanstekelijk; ook andere leden van het orkest bewogen mee, sommigen gedurfder dan anderen. Hier werd school gemaakt.

Zoveel mensen, zoveel instrumenten. Hun instrumenten. De betrekkelijke uniformiteit van de kleding wordt opgeheven door variatie in instrumenten. Geen viool die hetzelfde is en evenmin de cello, de contrabas. Waren er twee trompetten geweest in plaats van één (en hoe prachtig was het geluid van de trompet aan het einde van Honeggers prachtige muziekstuk), dan waren ook die verschillend. Een musicus is verbonden met z’n instrument. Wat daar allemaal aan vast kan zitten kunnen we lezen in An Equal Music, van Vikram Seth. We hebben het dan over een strijkkwartet, het moeizame evenwicht tussen de spelers en hun geschiedenissen (er is geen voltooid verleden tijd), de verwevenheid van de spelers met hun instrument. Alles lijkt georganiseerd en is het ook vrijwel steeds maar een kwartet is geen organisatie. Het is een gezelschap, en niet alleen afhankelijk van de individuen die er deel van uitmaken maar ook van het instrument dat het hunne is en hun relatie met dat instrument. Je kunt er in klimmen, je kunt ermee versmelten, ik zag het gisteravond. Draag de instrumenten over aan een organisatie en de orkesten, gezelschappen, bands, en de musici die wij kennen zijn niet meer wat ze waren.

Ik bezat ooit een exemplaar van de De pyschologie van het socialisme (1926) van Hendrik de Man. Wat me ervan bijbleef was een stukje over de strijd om het instrument, de arbeidsmiddelen die niet meer de fabriek of werkplaats in mochten. Hier stond het eigendom voor het bezit, de productieverhouding voor het arbeidsproces. Ontneem de arbeider z’n eigen instrument en hij is meer kwijt dan een eigendomstitel in een productieproces. Hij is de greep op het arbeidsproces zelf kwijt. In de muziek, in gezelschappen, is dat nog lang niet het geval, hoewel ook hier de eisen van reproductie en dus de mogelijkheden voor substitutie toenemen. De perversie van het woord ‘live’ bij concerten – play back – geeft het aan. Het gelukzalige elitaire van klassieke muziekuitvoeringen bestaat erin dat het daar zo ver nog niet is. Gisteravond mochten we er weer van genieten.

Met Hendrik de Man, het is bekend, is het slecht afgelopen.

11 oktober

=0=

 

Beginsel

Veertien jaar was de kleine Wouter nog maar toen de PvdA een nieuw beginselprogramma publiceerde waarin de wereld en omstreken stevig werden beoordeeld en een forse onvoldoende kregen. Er moest veel veranderen, ook op economisch terrein want daar lagen niet alleen de kansen maar ook belemmeringen en tegenstanders. De passage die destijds het meeste opviel en waaraan meestal de naam van hoogleraar Lolle Nauta (één van de ‘koplopers’ uit de programmacommissie) wordt verbonden luidt:
“het in gemeenschapsbezit brengen van basis-industrieën, banken, pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, de farmaceutische industrie, de wapenindustrie en andere ondernemingen”.

In het eerstvolgende beginselprogramma was deze zinsnede al weer geschrapt. De marktsocialisten bleken liever de markt dan het socialisme te hebben en wie zal het hen kwalijk nemen. Maar de tijden zijn gekeerd en het zou me niks verbazen als Wouter in zijn spaarzame vrije tijd de oude beginselprogramma’s weer eens heeft doorgenomen en op bovenstaande passage is gestuit. Potverdikkeme, ik hoor het hem – zachtjes,  want de muren hebben oren en kleine potjes hebben grote deksels – uitroepen. Helemaal vergeten maar wat een inzicht! Gemeenschapsbezit! Neem me niet kwalijk maar hoe denken mijn coalitiegenoten eigenlijk de gemeenschap te kunnen bevorderen zonder het gemeenschapsbezit te bevorderen? Wie A zegt moet B zeggen en wie bij één begint moet durven doorgaan tot en met N. Of, zoals Bas Jacobs in zijn kolom in de Groene het zo aardig aanduidt, van Fortis naar Fortwas. Zij waren, wij zijn. Dat we dat al in 1977 wisten siert de partij. Het is de hoogste tijd de daad bij het woord te voegen. Wat toen niet kon – zou het een reden geweest zijn dat Van Agt toch maar liever met Wiegel de staatsschuld  tot ongekende hoogten opjoeg dan met Den Uyl en diens rare bentgenoten? – kan vandaag wel. Te beginnen bij de banken. En voordat ze door hebben waar ze aan toe zijn veeg ik ook de verzekeringen op. Pensioenfondsen? Voorlopig laat ik die nog even aan Nout, maar ik wil niks uitsluiten. En ach, die reële economie mogen zij houden zolang wij de financiële maar in handen hebben.

De Tweede Kamer licht ik naderhand wel in.

10 oktober

=0=

 

Handoplegging

Nog op de lagere school, als we aan het zwoegen waren op moeilijke sommen en de onderwijzer tussen de rijen kinderen doorliep en af en toe even bleef stilstaan, geloofde ik heilig in handoplegging. Die hand op m ’n hoofd af en toe, het deed wonderen. Dan was het goed. Snelheid en accuratesse vlogen vooruit en het ene complimentje riep het andere op. Zekere tijden.  

Op de middelbare school verdween dat geloof. Toen was je al groot, en zo’n handgebaar was betuttelend, kleinerend zelfs. Je stond in je hemd als het je overkwam en je, ik, presteerde er ook niet beter door. Ik vroeg me nooit af waarom ik van m ’n geloof was gevallen. Het was zoals het was. Afgelopen zaterdag, in de Wetenschap en Onderwijs bijlage van de krant, mocht ik constateren dat het niet alleen was zoals het was – de kritische blik en de hoon van al die andere pubers natuurlijk  want we namen elkaar graag de maat – maar dat het is zoals het is. Kinderen leren tot een jaar of elf van een complimentje en niet van een terechtwijzing. Daarna draait het om. Aangetoond door hersenonderzoek. Puberen is meer dan een kwestie van hormonen. Wisten we al en nu weten we het weer wat beter.

Ik vermoed dat die in de kinderjaren gewekte behoefte aan handoplegging nooit helemaal verdwijnt en zeker niet bij onze gelovige medemens. Het geloof is een uiterst fysieke, zintuiglijke, aangelegenheid. Je ogen worden geopend, je wordt bij de hand genomen, je wordt toegesproken en je moet luisteren, je krijgt een klap voor je kanis, je wordt van je plaats gesleurd en tegenstribbelen helpt niet. In dat rijtje past handoplegging. Het geloof legt de hand op je. Je bent weer kind, kind van God en je weet dat het goed is.

Het ware geloof is de enige vorm van een leven lang leren die we hebben. We moeten het koesteren want elders, in het bedrijfsleven, komt het levenslange leren niet echt van de grond. Er ontbreekt iets aan. Bevlogen leraren, docenten, inleiders, goeroes genoeg. Leergierigheid, dorsten naar kennis, ademloos wachten op het verlossende woord, het komt allemaal voor. Er is alleen geen handoplegging. Het wordt niet afgemaakt, als het ware en daarom is het het ware ook niet.

Wanneer gaat mevrouw Lont in bedrijfstrainingen? Wie door het geloof wordt gehaald heeft levenslang. De handoplegging maakt het draaglijk want leren is afleren en afleren is het moeilijkste dat er is. De handoplegging is, behalve in het basisonderwijs en in het geloof, het meest verwaarloosde onderdeel van de pedagogie en we moeten mevrouw Lont dankbaar zijn dat ze ons daar, op de haar bekende heldere wijze, even bij stil laat staan.

9 oktober

=0=

 

Bevrijd

Op de caravan was te lezen dat ‘wie door Jezus bevrijd wordt pas echt vrij is’. Elders treffen we de tekst aan dat ‘Jezus leeft’, en op het pannen dak staat met enorme letters dat ‘Jezus redt’. Allemaal te bewonderen in de gemeente Giessenburg in Zuid Holland, op en bij het huis van de familie van Ooijen. Als je het zelf wilt zien moet je snel zijn want de welstandcommissie van de gemeente heeft uitgevonden dat die enorme letters op het dak niet door de beugel kunnen. De familie is in overtreding. Jezus mag dan sterk zijn, de duivel is slim en heeft de gemeentelijke regels erop nagelezen. Met Jezus ben je vrij maar niet zo vrij dat je je dak mag bekliederen.

De familie woont in een landelijk gebied, niet in de hoofdstraat, of bij het stadplein. Daar vind je, neem ik maar aan, heel andere teksten. Van winkels, banken, dat soort zaken die hun boodschap als regel ook in grote letters en met even veel overtuiging aan de man proberen te brengen. Of het zo erg is als in de Kalverstraat – waar je omhoog moet kijken om te zien dat er nog tal van prachtige panden over zijn – weet ik niet maar de eenvormigheid in de winkelgebieden in steden is zo groot dat het hooguit wat minder zal zijn, niet mooier. Daar gaan welstandcommissies niet over want daar is geld mee te verdienen. Ik vermoed dat als de familie van Ooijen toestemming zou vragen om hun blijde boodschap voortaan als reclame op te mogen vatten, er geen vuiltje aan de lucht zou zijn. De familie van Ooijen moet eens leren zich bij de Nederlandse normen aan te sluiten.

De burgemeester van Gouda heeft het beter door. Hij wil toestemming om de ouders van Marokkaanse lastpakken stevig aan te pakken. Hun huis ontnemen, alle uitkeringen en toelagen stopzetten, hen verplichten de Nederlandse taal en de Nederlandse normen te leren. Vooral dat laatste interesseert me. Wat zijn Nederlandse normen? Die van de zuipende en snuivende plattelandsjongeren waar zijn politieofficier zo’n last van zegt te hebben? Die van hun ouders? Die van welstandcommissies? Die van anoniem schelden en klikken? (Die van de vrijheid van meningsuiting?)

De familie van Ooijen heeft slechts één zwakke plek. Ze zijn niet anoniem. Daarom berusten hun boodschappen op een misverstand. De welstandcommissie erkent geen misverstanden. Daar komt het op neer. Pas wie werkelijk anoniem is, is werkelijk vrij. Zo eenvoudig is het. Je bent bevrijd als je je van jezelf hebt bevrijd. Het is de paradox van het geloof. Zet dat maar op je dak.  

8 oktober

=0=

 

Typisch

Schelden is typisch Nederlands, lees ik in Trouw. Het klopt, wie nieuwssites bekijkt moet niet van argumenten houden. Die tref je zelden aan. Bakken rancune, verdachtmakingen, verachting en, inderdaad, scheldwoorden weer wel. Schijnt in het buitenland niet voor te komen. Stevige taal, ja. Maar wel met gevoel voor elementaire omgangsvormen en met argumenten. In het buitenland bestaat niet zoiets als GeenStijl (waarvan het opperhoofd laat noteren dat ook hij Balkenende een lul vindt maar daar aan toevoegt dat hij hem doden ‘niet verstandig’ acht). 

Het maakt wel verschil welke site je opzoekt. Bij de Telegraaf wordt meer gescholden dan bij Trouw of NRC. De Volkskrant en het AD nemen een middenpositie in. Hoe rechtser de krant hoe harder er gescholden wordt. De viezigheid komt van rechts. Bovendien, hoe rechtser de krant hoe meer anonieme bijdragen en dus scheldpartijen. We zijn graag grof maar dan wel anoniem. Zouden ze in het buitenland misschien eisen dat de mensen die hun mening ventileren hun naam vermelden? Het zou best kunnen. Het zou ook voor de hand liggen en kranten zouden er eer mee inleggen als anonieme bijdragen voortaan gewoon geweigerd zouden worden. Het toestaan van anonieme bijdragen is het belonen van lafheid. Wij zijn een land waar gezichtsbedekkende kledij wordt verboden en naambedekkende vuiligheid gewoon wordt gevonden. Bij ons staat de vrijheid van meningsuiting in zo’n hoog aanzien dat we de verantwoordelijkheid voor onze meningen niet hoeven te dragen.

De behoefte aan anonimiteit is groot en de overheid voedt ons gedurig en aanhoudend bij. Steeds meer mag anoniem worden gemeld. Nee, doet u maar, wij nemen het serieus en buurman zal er nooit achterkomen dat u de bron was. Klikken als nationale sport en vervolgens verbaasd zijn dat mensen elkaar niet meer durven ‘aanspreken’. Hoe zou dat toch komen?

Wij noemen de dingen bij de naam en blijven zelf naamloos. We willen geen debat want met tuig valt niet te debatteren. Dat is wat we hen meedelen. We willen helemaal niet praten en daarom blijven we anoniem. Openbaarheid, daar vegen wij onze reet mee af. Om de vrijheid van meningsuiting te redden trekken we de openbaarheid door. Respect man!


6 oktober

=0=

 

Toevertrouwen

Weer een duit in het zakje: vertrouwen is toevertrouwen. Je lot in handen van anderen, van de bank tot en met God en via je buurman, leggen. Dat begrijp ik uit een artikel (‘Vertrouwen is winst’) van Jos Albers in de Zaterdag &tcetera bijlage van NRC Handelsblad. Vertrouwen is alle behalve toevertrouwen begrijp ik uit diezelfde bijlage waar criminologe Josine Junger-Tas aan het woord komt: kinderen moet je aan hun ouders toevertrouwen, ook als die het niet goed doen. Je hoeft de ouders niet te vertrouwen om ze toch hun kinderen toe te vertrouwen. Geen ideale oplossing misschien maar wel verreweg de beste onder de slechte. Verstandig, mevrouw Junger-Tas. Bewijs: ze gebruikt in haar interview niet één keer het woord vertrouwen. Dat wekt bij mij pas vertrouwen.

Vertrouwen is ook geen winst, het is (functioneert als) geld, het fiduciaire goedje bij uitstek. Winst incasseer je, geld geef je uit en de enige manier om vertrouwen te genereren is door het uit te geven, door het te laten circuleren. Als geld. Houdt de circulatie op, dan is het vertrouwen op. Dat is geen redenering maar een identiteit. De banken blokkeren de circulatie, de banken beschikken niet over vertrouwen. Twee manieren om hetzelfde te zeggen. Geld dat aan de circulatie is onttrokken telt niet als geld. Stop het in een ouwe sok en het is een prooi voor de muizen. Dito voor vertrouwen. Vertrouwen is geen eigenschap van dingen, het is hun beweging. Je kunt geld en vertrouwen niet sparen door het aan de circulatie te ontrekken maar alleen door ze steeds opnieuw in circulatie te brengen. De eerste wijsheid van de bankier. Die niet altijd wijs is maar dan verlaten we de wereld van de identiteit en betreden de werelden van oorzaak en gevolg of, voor de liefhebbers, van systeem en omgeving en daar gelden ook nog andere regels.

Toevertrouwen heeft er niks mee te maken. Toevertrouwen is uit handen geven zodat anderen wat kunnen en naar je hoopt ook moeten doen, vertrouwen is zelf wat doen. Ik vertrouw mijn dokter niet omdat hij wat doet maar omdat ik naar hem toe ga. Economen, zo vertelt hoogleraar Snijders in het aangehaalde artikel van Albers, zijn het minst goed van vertrouwen. Dat spreekt, economen zijn hun eigen dokters en als puntje bij paaltje komt weten zij als geen ander dat het makkelijker is de ander te bedriegen dan jezelf. Ze schrijven vaak voor en hopen dat medicijnen en placebo’s hetzelfde zijn en doen. Overigens is Snijders er nog niet opgekomen dat vertrouwen net iets meer, en zelf iets heel anders, is dan een verzekering. Ik verzeker me niet uit vertrouwen maar uit de zekerheid dat sommige risico’s een maatje te groot voor me zijn. En ik verzeker me omdat mij dingen kunnen overkomen waar ik zelf helemaal de hand niet in heb, zoals die vermaledijde dakpan, of het onweer terwijl ik op de grote weg rijd. Te grote risico’s en onverhoedse gevaren, daar verzeker ik me tegen en ik doe dat niet omdat ik erop reken dat me dan niets zal overkomen. Ik doe dat niet uit vertrouwen, maar het is wel een voorwaarde om m ’n neus buiten de deur te steken en zonder veiligheidshelm de straat op te gaan.

De gedachte dat ik iemand pas vertrouw als ik hem iets toevertrouw is een hiërarchische gedachte, de gedachte dat we allemaal in één systeem zitten waar geen ontsnappen aan is. Een systeem zonder omgeving dus en daarom hiërarchisch, met leiders en volgers. Het is een gedachte die in één beweging zowel de angsthaas als de leider reproduceert. Het is een gedachte voor bange mensen in een bange maatschappij, die – Bas Heijne legt het mooi uit in zijn tweewekelijkse column – om leiderschap vragen om van verantwoordelijkheid ontslagen te worden. Precies: toevertrouwen, het exacte tegendeel van vertrouwen. In een wereld van vertrouwen doe je zelf wat, in een wereld van toevertrouwen zijn het altijd de anderen die het gedaan hebben. In een wereld van vertrouwen heb je zelf die creditcard aangeschaft, in een wereld van toevertrouwen is het ding je door de strot geduwd. De grens kan dun zijn, het heeft altijd zin na te gaan waar wat begint en ophoudt. Heb het over toevertrouwen en je hoeft niets meer na te gaan. Je weet het al want zij hebben met hen toevertrouwde ons vertrouwen beschaamd. Het feit dat die twee woorden op elkaar geplakt worden geeft exact aan waar het aan schort. Vertrouwen. We zullen ze vinden, die geldhandelaren die onze tempel van vertrouwen hebben bezoedeld. De mooiste veroordeling in het artikel van Albers komt, en we hadden het kunnen weten, van een dominee, Nico ter Linden. Voor hem is het allemaal ‘geboefte’. Vraag aan de dominee: zit er licht tussen geboefte en tuig? Ik zou zeggen: vraag het eens aan mevrouw Junger-Tas.

5 oktober

=0=

 

Veiling

Hoe zat dat toch ook weer met de verkoop van KPN? En met die beroemde UMTS licenties? Ik herinner me nog Gerrit Zalm, die ons twintig miljard beloofde want dat leek hem een redelijke prijs, gelet op wat er betaald was in Engeland en Duitsland. Ik herinner me de onvergetelijke staatssecretaris Monique de Vries die uiteindelijk vijf ondernemingen wist te verzamelen voor vijf frequenties en er toen achter kwam dat met zo’n opzet voor zo’n veiling het opgehaalde bedragje wat tegenviel. Het werd net geen zes miljard. Ze leek wat beteuterd want uit haar handboekje economie-voor-beginners had ze afgeleid dat veilingen juist zo goed waren om veel geld op te halen. Wat doet het er ook toe, het waren toch nog maar guldens, dus met het verschil hadden we de overname van Fortis niet eens kunnen betalen. Er werden weinig vragen over gesteld destijds en Zalm, goedlachs als altijd, bleef vrolijk doorgaan met het stimuleren van de markt. Hij verkocht stuksgewijs aandelen KPN en deed dat zo dat de belastingbetaler er niet, maar KPN er wel veel beter van werd. Dat kon zelf ook voor aantrekkelijke prijzen aandelen inkopen. Een deel van die aandelen is overigens nog bij Lehman Brothers, de zakenbank voor zakenmensen, terechtgekomen dus ook dat zat wel goed.

Wat is er trouwens geworden van staatssecretaris de Vries? Of eigenlijk, wat moet er van haar worden? In 2003 werd ze bedankt voor haar goede diensten met een dijkgraafschap, een waterig burgemeesterschap als het ware. Zo’n benoeming duurt zes jaar dus wat moet Monique vanaf volgend jaar? Ik denk dat de aankoop en daarom aanstaande verkoop van Fortis cum ABN Amro het antwoord zal verschaffen. Het land heeft behoefte aan een bekwame commissie en dus een nog bekwamere commissievoorzitter voor de onvermijdelijke privatisering van die banken. Met haar ervaring is ze geknipt voor die functie. Ze combineert moderne technologie en waterbeheer, kennis van de veiling met kennis van de polder. Waar vind je dat nog?

Hoe zal het gaan als Fortis en ABN Amro worden verkocht? Weer een veiling? En voor welke prijs? Wie mag bieden? Interessante, zij het niet geheel en al belangeloze vragen. Die kun je niet zomaar op de markt van vraag en aanbod gooien. Er moet een vorm voor worden gevonden die het geïnteresseerde bedrijfsleven van dienst zal zijn en tegelijk de burger de indruk geeft dat er ook met het publieke belang rekening wordt gehouden. Het management van indrukken is helemaal nog niet zo eenvoudig, en zeker niet wanneer het publiek zich als partij met de markt wil bemoeien. Er zijn veel klinkende woorden gesproken over een ander, nieuw, enzovoorts kapitalisme dat er nu toch echt gaat, moet, komen. Dat schept verwachtingen. Daar heb je stuurmanskunst voor nodig en die is schaars.

Misschien zou mevrouw de Vries zich moeten laten souffleren door Kok en Zalm. Die zijn partij en toch onpartijdig, privé en publiek, korte termijn en lange termijn. Die hebben kennis van banken en kennis van hoe je het publiek moet masseren. Die zijn commissaris kortom. Het komt best wel goed. We moeten gewoon vertrouwen hebben.

4 oktober

=0=

 

Atlas

Zou Ayn Rand een oplossing hebben voor de kredietcrisis? Vast wel, lees ik in De Groene van deze week waar Machteld Allan een stuk aan haar wijdt onder de titel: Laissez faire! Volgens  haar klinkt ‘alom’ in de VS de vraag: ‘waar is John Galt?’ Ik moet toch eens beter leren opletten. Het had geholpen als mevrouw Allan enige vindplaatsen voor dit ‘alom’ had meegegeven want alom is dan wel alom maar het kan toch lastig zoeken zijn. Zeker als je, zoals wij allen dezer dagen, het spoor bijster bent.

Of allen, nee niet allen. Er is een select gezelschap dat precies weet waar het door komt en hoe het verholpen kan worden. Dat gezelschap, wij noemen het Randdebielen, zijzelf noemen zich Randaanhangers. Mevrouw Allan doet een goed woordje voor de aanhangers. Het is ook zo mooi dat het wel waar moet zijn. Stel je voor. John Galt, een hoofdfiguur uit Rand’s Atlas Shrugged, heeft zoiets als het perpetuum mobile uitgevonden. Prachtig, dan zijn we ook van elk energieprobleem verlost, althans zolang we John z’n gang laten gaan want anders zijn de rapen pas echt gaar. John wordt uiteraard tegengewerkt door alle powers that be en hij zet het ons betaald. Zoek het zelf maar uit is zijn oordeel want ja, wij zijn het probleem en pas als wij ‘opzij’ gaan en hem de ruimte geven, pas dan kan het wat worden. Zegt het voort. Rand is zijn profeet en heeft daar dan ook weer een heel dik boek voor nodig.

Galt is, bijgevolg, voor sommigen even eeuwig als de Verlosser die onze ziel voor eeuwig zegt te kunnen bewaren. Mevrouw Allan schrijft dat Rand in Amerika nog altijd wordt gezien als ‘de Jezus van het laissez-faire-kapitalisme’. Er is inderdaad een Ayn Rand Center for Individual Rights, dat van dag tot dag in berichtjes van enkele regels de wereld waarschuwt voor de rampen waarmee de staat ons al heeft opgezadeld en de rampen die verdere staatsregulering zullen oproepen (in Nederland is er een site, vrijspreker, die een en ander geduldig herkauwt). Financiële tirannie, nationaal socialistische dwingelandij, dat soort dingen. Die inmiddels, dank aan mevrouw Allan, ook De Groene hebben bereikt. Een sekte, eenvoudig gezegd, en sektes floreren als we het ook allemaal niet meer zo goed weten en als we, mede daardoor, in verschillende kampen uiteen vallen. Onduidelijkheid en gebrek aan consensus: de beste tijd voor gekken, verkleed als sektariërs. Hun recept: wijs een schuldige aan en je bent er uit. In dit geval: de staat. Anderen hebben het kapitalisme in de aanbieding, of de graaicultuur. Als het maar een naam heeft. Sluit je aan! Dat is wat mevrouw Allan doet. En ons tussen de regels door suggereert hetzelfde te doen. Met de zegen van De Groene.

De wereld van mevrouw Rand kent geen kinderen. Toegegeven, met Dagny Taggart beginnen we al op negenjarige leeftijd (toen ze besloot een spoorwegmaatschappij te willen hebben) en van John Galt leren we dat hij op twaalfjarige leeftijd de wereld introk. Niet niks allemaal, maar met opvoeding en herkomst heeft het geen bal te maken. Tenzij om er snel afscheid van te nemen, het te vergeten en als dat allemaal niet helpt, het in de ban te doen. Het is het tegendeel van opvoeding, de uiterste consequentie (en zeg niet dat mevrouw Rand inconsequent is) van de gedachte dat selfmade invloeden van anderen uitsluit en, mocht dat net te onwaarschijnlijk zijn, dan ieder geval kortsluit. Dus geen ouders, geen vriendjes en vriendinnetjes, geen buurt, geen schooltijd. Er wordt geleefd en niet samengeleefd. Er is tijd maar geen geschiedenis. Er is per hoofdfiguur een story, maar nergens een history. Geen wonder dat je niet weet waar het is. John Galt is Keyser Söze. Komt ook nergens vandaan. Nu maar raden wie de usual suspects zijn.

De huidige crisis is voor iedereen te begrijpen die ‘kapitalisme’ niet ‘uitspreekt als een vies woord’. Dat is hoopvol en het bevestigt mijn vermoeden dat, pak ’m beet, mevrouw Palin het allemaal best door heeft. Het zou me niet verbazen, God hebben z’n ziel, dat ook Ronald Reagan het zou begrijpen en, nu we het daar toch over hebben, ook mevrouw Blavatsky. Toch, als mevrouw Allan erin slaagt Friedrich Hayek (een geleerde met een diep historisch en maatschappelijk besef) toe te voegen aan de eregalerij van Rand, dan zijn de rapen pas echt gaar. Ten slotte, hebben theosofie en new age reagonomics niet een heleboel gemeenschappelijk? Nou dan, en het heeft het bijkomende gemak dat elke vraag met een oneliner wordt beantwoord.

De wanhopige vraag naar John Galt is eigenlijk een hele goed vraag vindt mevrouw Allan. Waarom? Nou, ‘omdat ze de aandacht verlegt van de consumptie van het krediet naar datgene wat kredietverstrekking überhaupt mogelijk maakt: productie’. Wat een vondst. Wat een onbetamelijke flauwekul. Waarvoor, wie anders, John Galt (‘in heel zijn heerlijkheid’, het staat er echt) model staat. Sektarisme en dweperij, mevrouw Allan wat is daarvan de productieve kant en wat het krediet?

Ik zal De Groene eens vragen of er niet een artikel kan worden afgedrukt waarin de kredietcrisis wordt verklaard uit de zondigheid en de geloofsafval der mensen. Of was dat het waar mevrouw Allan mevrouw Rand voor had gedacht?                                                                                                               

3 oktober

=0=

 

Agaat

In Triomf van Marlene van Niekerk gaan zelfs de langzame dingen snel. In haar roman Agaat gaan ook de snelle dingen langzaam. De gebeurtenissen worden overschaduwd door wat al gebeurd is. Het verleden, de geschiedenissen van Milla en Agaat, bepaalt hun heden. Een armzalig heden want Milla is aan bed gekluisterd, kan niet meer bewegen, kan niets meer bewegen, met, uiteindelijk, één ooglid als kleine uitzondering. Milla kan niet meer spreken – haar monoloog is een monologue intérieur bij gebrek aan wat anders. Gesprekken zijn niet meer mogelijk.

Elk hoofdstuk begint met zo’n monoloog, meestal opgevolgd door een groot fragment uit haar (hun) leven (een gewone vertelling als het ware), door wat dagboeknotities en door een korte (steeds cursief gedrukte) stroom woorden die maar geen zinnen willen worden. Zoals je overkomt als je slaapt noch waakt, bewust nog onbewust bent. Als je tussen alles in zit en in die toestand gevangen bent. Zoals Milla in haar huidige situatie. Milla, bijna zeventig nu, wacht altijd op Agaat, haar zwarte dienstbode die haar verzorgt. Milla heeft Agaat als vierjarig meisje meegenomen van haar moeder, weg van een familie die haar sloeg, misbruikte, verwaarloosde. Als Milla haar vindt kan ze niet praten, is ze broodmager, zit ze onder de zweren en wonden, is vuil, heeft kapotte kleren en is bovenal wantrouwend. Het duurt lang voordat Agaat gaat praten. Tot die tijd communiceren ze met hun ogen, precies zoals ze dat nu weer doen. Alleen Agaat kan de ogen van Milla lezen. Soms doet ze dat en leest mee, soms leest ze tegen. Als Agaat op een gegeven moment een oud blad met losse letters tevoorschijn tovert – het was ooit gebruikt om haar de taal te leren – wordt ook die routine omgekeerd en op en door Milla toegepast. Milla kan door een oogbeweging aangeven welke voorbijkomende letter de juiste is. Zo worden woorden gevormd, zinnen zelfs. Vragende zinnen, zinnen vol met verwijten en beschuldigingen aan het adres van Agaat. Die er niet van onder de indruk is. Haar tijd is niet kort.

Agaat leest ook voor, soms. Zo komen de oude dagboekjes van Milla voorbij – en daarmee de geschiedenis van haar rampzalige huwelijk met Jak, de eerste jaren met Agaat, de geboorte van Milla’s zoon Jakkie, de strijd tussen haar en Jak om Jakkie, de strijd tussen haar en Agaat om Jakkie. Om Jakkie draait alles. Hijzelf levert de proloog en de epiloog van het boek – vanuit en op weg naar Canada. Hij heeft Zuid-Afrika al lang verlaten (hij ging er weg na zijn diensttijd en zijn deelname aan de smerige oorlog in Angola), nog voor de val van het apartheidsbewind, en is slechts even terug voor de begrafenis van zijn moeder. Hij is te laat om haar nog in leven te zien. Het spijt hem niet.

Jakkie is de spil. Dat is, meer dan welke andere reden dan ook, de oorzaak van zijn vertrek, zijn vlucht. Voor hem was in dat verscheurde gezin geen plek om te ademen. Zijn vader claimt hem, zijn moeder probeert hem te claimen, en alleen Agaat heeft zijn vertrouwen, net zoals hij het hare heeft. Agaat en Jakkie zijn op hetzelfde moment geboren, Jakkie als de zoon waar zo naar werd uitgekeken; Agaat als de bediende, die dat pas werd vanaf het moment van Jakkie’s geboorte. Dat identieke moment is de motor van het verhaal, haperend maar onstuitbaar. Milla had Agaat in huis genomen omdat ze haar moeder iets wou bewijzen, omdat ze geen kinderen kon krijgen, omdat ze gek werd van Jak – en ongelukkig. En ook Jak iets wou bewijzen. Agaat is een oorlogsverklaring aan haar omgeving. Milla wil iets bewijzen – en Agaat is het bewijs en moet het bewijs leveren. Wist Milla waaraan ze begon? Wist ze meer dan dat ze wat rekeningen te vereffenen had? Was Agaat nog iets anders dan een wapen, een instrument? Destijds wist Milla het al niet en nu evenmin. Wat had ze gedacht bij het grootbrengen van een zwart kind in een blanke apartheidsstaat, in een blanke apartheidsmaatschappij, in een blanke apartheidsgemeenschap waarin zij en Jak hoe marginaal ook toch participeren? Dat iedereen het prachtig zou vinden? Of dat Agaat zowel met de nek zou worden aangekeken door de blanken en het voorwerp van spot zou worden van het zwarte werkvolk op de boerderij, op elke boerderij?

Wat ze weet is dat de bordjes verhangen zijn, dat Agaat niet alleen heeft geholpen bij de geboorte van Jakkie (Milla was op weg naar haar moeder voor de bevalling, Jak was als altijd afwezig en de baby moest onderweg door Agaat worden gehaald – Agaat is de vroedvrouw waar Jakkie het leven aan dankt) maar een band met Jakkie heeft opgebouwd waarbij die van haar en die van Jak slechts bleekjes afsteken. Agaat mocht haar kind niet meer zijn; ze heeft haar het hare ontvreemd. Wat ze weet is dat ze is overgeleverd aan Agaat, in alles van haar afhankelijk. Of?

De titel van het boek is Agaat, maar van Agaat komen we heel weinig te weten. Van Milla des te meer. Het verhaal is vrijwel volledig geschreven vanuit Milla, met alleen aan het begin en aan het eind een plek voor Jakkie en in zijn slotverhaal een plaats voor Agaat. Jak komt al helemaal niet aan het woord. Voor zijn perspectief is geen plaats. Het gaat niet over de strijd tussen twee vrouwen, het gaat over de beleving van Milla van haar relatie met Agaat, een beleving waarin strijd, schuld, woede, verwijt, schaamte, onvermogen en onbegrip om de voorrang strijden. Het is Milla over Agaat. Het is Milla tegen haar wereld, de wereld. Het verhaal is een klacht. De klacht van Milla.

Agaat spreekt pas helemaal aan het eind van het boek. Kort. Exact. Hard. En uiteraard via Jak, die haar verhaal – op weg, terug naar Canada, in het vliegtuig – navertelt. Inclusief de ontroerende laatste zin van haar verhaal: ‘En haar wrok taande want hij was het licht in haar leven.’ Niettemin. Zou het toeval zijn dat Jakkie te laat kwam om zijn moeder nog in leven aan te treffen? Wanneer verzond Agaat het telegram?

Die vraag moeten we zelf maar beantwoorden.  

1 oktober

=0=

 

Subnominaal

Gisteravond zag ik weer zo’n meisje van de Dierenpartij. Dit keer ging het over een op te richten tv zender voor, over, met (van?) dieren. Piep moet het gaan heten, dus dat klinkt veelbelovend. Elke keer als ik iets van de Dierenpartij hoor moet ik aan adventisten denken en mijn hoop was dan ook dat haar een vraag gesteld zou worden waar zij haar levensinspiratie vandaan haalde. Maar nee hoor. Zou toch niet raar geweest zijn want het zijn verwarrende tijden en dan is een stevig geloof het beste hoofdkussen.

Of bijna het beste hoofdkussen. Je hebt ook nog, als je vreest het spoor bijster te zijn, de lectuur van Willem Frederik Hermans. Lees Hermans en je weet weer haarscherp waarom de wereld een klerezooi is, waarom je belazerd wordt waar je bijstaat en wie de touwtjes in handen hebben. In de barre tijden die we nu beleven is het goed te weten: Hermans is hier geweest. Dat geeft rust, zekerheid in onzekerheid. Het geeft inzicht.

Hermans is hier geweest is een ‘melodrama’, ruim vijftig jaar geleden geschreven. Maar, zoals Hermans opmerkte naar aanleiding van Ik heb altijd gelijk, het bleek dat alles wat hij daarin had voorspeld ook uitkwam. Hij had, merkte de schrijver bescheiden op, dus echt gelijk. Dat geldt op z’n minst evenzeer voor het genoemde melodrama (opgenomen in deel 2 van de Verzamelde Werken). Ik zal het melodrama niet uit de doeken doen – het volstaat mee te delen dat twee zusjes (op jonge leeftijd wees geworden, de één beeldschoon, de ander foeilelijk, de mooie niet helemaal of helemaal niet bestand tegen de zonde in een meer dan zondige wereld en zij ontspringt dan ook de dans, de ander meer dan bereid tot zonde in dezelfde wereld maar een zondige wereld is nog niet blind dus dat gaat niet door en haar resten alleen vrome bezweringen die ze zelf ook niet begrijpt maar die meer dan uitstekend uitwerken voor anderen en die haar ertoe brengen zich dan maar zelf van het leven te beroven, en beide meisjes krijgen uiteraard te maken met uitbuiting, priesters van diverse snit die gelukkig het gewone leven niet versmaden en van beide meisjes elk op basis van hun eigen bijzondere kwaliteiten goed gebruik maken, en met andere oplichters en profiteurs) er een hoofdrol in spelen. Ook het geld is vals. En daar zitten dan weer de subnominale adventisten achter.

Ik was het even vergeten, maar de subnominale adventisten zijn zoiets – om het maar direct in de troebelen van vandaag te vertalen – als een club die uitdraagt dat niet het chartale geld de basis is voor het girale, maar precies omgekeerd. In den beginne was er het girale geld, het geld dat krediet is, het geld dat je nodig hebt voor de ijdelheid want niet het Boek Genesis is het eerste boek maar het Boek Prediker en daarom dienen we de spreuk ‘alles is ijdelheid’ serieus te nemen, op de eerste plaats te zetten en dus geld, macht en genot na te streven. Dat is minder eenvoudig dan het lijkt en de sekte zorgt ervoor dat het ook niet te eenvoudig wordt, op basis van ‘langdurige onderzoekingen hoe het eenvoudigste ingewikkeld te maken’. Subprime hypotheken en subnominale adventistische geloften en beloften van schuld, het zijn loten van dezelfde stam. Het lijkt een boude bewering – in Hermans’ tijd waren we nog niet zover met de verfijning der kredietmiddelen – maar ik kan ‘m staven met een citaat van de schrijver zelf. Dat moge volstaan en het zal volstaan als we weten dat niet slechts het geldwezen maar ook de politiek (zoals in de uitdrukkelijke genoemde ministeries van financiën) beheerst wordt door de subnominale adventisten. Maar laat ik me beperken tot het geldwezen. Ik citeer:

‘Nooit droeg een subnominaal adventist geld op zak. Als hij moest betalen, haalde hij een adres te voorschijn van iemand anders. Die iemand anders had weer een tweede adres, maar ook op dat adres was het geld niet te vinden, enz. enz. Men begrijpt dat de subnominaal adventisten weldra een vooraanstaande plaats in het moderne bankwezen innamen.’

Piep.

30 september

=0=

Een zoon van zijn vader

Net als zijn vader is Marcus Messner er van overtuigd dat één kleine misstap het einde van alles kan betekenen. Door zijn vlucht naar een universiteit, 700 kilometer verwijderd van zijn ouderlijk huis in Newark, denkt hij ontsnapt te zijn aan de angsten van zijn vader. Dat is niet zo. Hij is weg van zijn vader maar dienst angsten heeft hij netjes meegenomen. Dus is hij ook niet weg van zijn vader. Hij leeft zijn vaders verwachtingen die ook de zijne zijn en waartegen hij zich, spartelend en verontwaardigd, verzet.

Daarover gaat Verontwaardiging, de nieuwste roman van Philip Roth. Over een misstap die je lot bezegelt. In het geval van zijn vader: één foutje (te laat thuiskomen) leidt tot de volgende, Marcus, en voor je het weet ben je terechtgekomen in de poel des verderfs. In zijn geval: elke overtreding leidt tot verwijdering van de universiteit en verwijdering van de universiteit leidt tot het vervullen van je dienstplicht in Korea – waar de oorlog woedt.

Vader en zoon Messner zijn gebiologeerd door de afwijking van de rechte weg. Zijn vader ziet uiteindelijk alleen nog de afwijking en niets anders meer. Marcus, verschil moet er zijn, is verontwaardigd dat hem überhaupt iets afwijkends in de schoenen wordt geschoven, dat hij – hij met zijn grote ‘talent voor tevredenheid’ – zich moet verantwoorden voor niksigheidjes waar hijzelf geen en zijn vader en later de decaan van de universiteit van Winesburg, Ohio, alle betekenis aan toekent. Ik ben verontwaardigd dus ik leef. Ik zoek een plek, een eigen plek. Is dat een afwijking? Nee. Je verzetten tegen de controle die ze je op uitoefenen omdat je misschien toch wel een beetje afwijkend bent, zou kunnen zijn, zou kunnen worden? Ja, verzet en zeker verontwaardigd verzet en bij uitstek solitair verontwaardigd verzet, is een afwijking. Iets doen wat niet mag? Best, als het iets is dat vele anderen ook doen. Word je gesnapt, dan heb je pech en je krijgt een straf. Maar in jouw geval, Marcus, heb je tegen van alles en nog wat – het verplichte kerkbezoek als onderdeel van je universitaire studie bijvoorbeeld – principieel en verontwaardigd verzet aangetekend en dan is het geen overtredinkje meer als je daar een uitweg voor dacht te vinden, maar een uitdaging.

Het duurt niet lang voor Marcus van de universiteit wordt verwijderd, in Korea belandt en het leven laat. Zijn misstap – verontwaardiging. Zoals zijn vader de maat uit het oog verloor door alleen nog maar, met groeiende verontwaardiging, de afwijkingen ervan te registreren, zo verliest Marcus uit het oog dat je de maatschappij geen uitleg, gelardeerd met het zichzelf voedende ongeduld van de verontwaardiging, verschuldigd bent maar gehoorzaamheid.

Met een gezonde dosis onverschilligheid had Marcus het best gered. Zoals de meeste studenten het redden. Maar onverschilligheid was het enige geschenk dat zijn vader hem niet had meegegeven. Hij had het zelf niet. En dat gebrek, dat was de lucht die Marcus inademde. Als alles ertoe doet, doet alles ertoe. Geen ontkomen aan. Het leven – noem het de maatschappij die de gemeenschap is ontgroeid – is net een slagerij waar we worden bewerkt tot voor maatschappelijke consumptie geschikte artikelen. Dat zien de meeste mensen ook wel, maar ik geef toe: een slager en diens zoon denken dat een slagerij een slagerij is en de maatschappij iets anders. Een supermarkt bijvoorbeeld die je je klanten afneemt – zoals de vader van Marcus ervaart. Het helpt niet als je de supermarkt bekijkt met de ogen van een slager, een koosjere slager zelfs, als was het een slagerij; het is droef als je desondanks niet anders kunt.

Ook zijn moeder biedt geen tegenwicht. Als het om haar zoon gaat wil ze de wereld precies zo bezweren als vader dat deed. Ze kiest alleen haar moment veel beter. Ze belooft Marcus niet te scheiden van de man waar ze net als hij helemaal gek van wordt. Maar dan moet Marcus beloven elke relatie te verbreken met het meisje dat hij is tegengekomen – en dat suïcidaal was of, sommige dingen zullen nooit overgaan, nog is. Of het een joods meisje is of niet, het zal haar hetzelfde zijn. Maar een instabiel meisje – een meisje dat op haar pols nog het litteken draagt van haar zelfmoordpoging -, zo’n meisje (‘Dat meisje zit vol tranen’) dat kan niet. Marcus belooft het, is niet van plan zich aan z’n belofte te houden maar hoeft het zover niet eens te laten komen. Ze is al afgevoerd, richting inrichting. Ook zij week af, meer dan goed voor haar was. Vond men. Marcus weet dat het niet waar is, het probleem zit niet bij haar of bij het gezin waar ze vandaan komt, het probleem zit in de ‘conventionele wereld’. Zijn wereld, ondanks alles, en zelfs hij die over zichzelf de staf breekt (‘zo jammerlijk conventioneel toen ik hier net was dat ik een meisje wantrouwde omdat ze me pijpte!’) doet dat te laat. Voor haar en voor zichzelf. Te laat. Wie alles goed wil doen weet nooit wanneer het goed is, steeds dat het beter had gemoeten en altijd dat geen belofte goed genoeg is om vergiffenis te mogen durven verwachten, de vergiffenis die je nodig hebt om de schade te vergoeden van wat de stenen hebben aangericht die je ondanks jezelf aan het rollen hebt gebracht. Conventies kun je afschaffen (de studentenrevolte bereikte begin jaren zeventig ook Winesburg, schrijft Roth), de conventie niet.

Het boek schildert de behoefte aan troost. Het biedt het niet en dat is maar goed ook. Marcus zou het geweigerd hebben. Troost? Waarvoor? Heb ik iets fout gedaan dan? Het boek geeft, net als de stof waaruit verontwaardiging ontstaat, te denken.

29 september

=0=

Meneer de Vries doet tentamen

Eerst ging het natuurlijk over vertrouwen. De spaarders moesten maar vertrouwen hebben en hun geld netjes op de bank laten staan. Dan zou het goed komen, zelfs als het niet goed komt. Met Fortis. Er zijn twee problemen maar zolang je die uit elkaars buurt weet te houden is het misschien nog wel beheersbaar. Het eerste probleem zijn de spaarders; die laten zich misschien nog wel met een broodje vertrouwen naar bed sturen. Het tweede probleem zijn de overheden, of de ‘toezichthouders’, die het allemaal maar op z’n beloop hebben gelaten en van wie je nu op z’n minst mag verwachten dat ze er alles aan zullen doen om het vertrouwen in het geldstelsel te herstellen.

De banken zelf – allemaal in de starthouding om hun deel van het kadaver Fortis op te eisen – horen in het grote vertrouwensspel niet thuis. Ze beloeren elkaar en slachten elkaar af als het eventjes kan. Dat is hun rol. Een bank die vertrouwt op een andere bank is niet een bank waar je je spaargeld wilt deponeren. Als een bank om vertrouwen vraagt wordt het tijd op te passen want de kans dat je dan én je geld kwijt bent én het zicht op wat ermee gebeurt: zo’n kans laat een beetje gokker niet aan zich voorbijgaan. Ook een garantie is niet meer waard dan het waard is. De waarde wisselt, zoals we weten. Hoe onzekerder de wereld, hoe meer garanties, Hoe meer garanties, hoe goedkoper elke garantie. Doet ergens aan denken.

In Buitenhof werd een gesprek gevoerd met twee heren, een voormalige bankier (Blocks) en een hoogleraar risicomanagement (de Vries). Zoals Elly zei: je had het geluid niet eens nodig. Wat Blocks zei viel heel goed bij De Vries en elke keer als De Vries wat zei zag je hem sidderen voor het oordeel van Blocks. De Vries deed tentamen. Het was prachtige tv. Niet om wat de heren zeiden maar door de wijze lessen van Blocks, de aandachtige devotie van De Vries en, de hoofdprijs, de opluchting over het eindoordeel. Dat positief was. Met enige aarzelingen (De Vries moet nog leren dat zolang je de centen van de staat nog niet binnen hebt je niet te luidruchtig moet tetteren over slecht toezicht) en met een huiswerkopdracht (natuurlijk is het schuld van de staat en dus hebben we eerder te weinig markt dan te veel maar voordat jij de aandeelhouder weer volledig op de troon wilt zetten moet je toch nog even nadenken over de lange termijn en zo – want die is bij aandeelhouders niet automatisch in goede handen). Maar desondanks. Die jongen De Vries is uit het juiste hout gesneden.

Het geniale van Blocks was dat hij dat allemaal zei zonder het te zeggen. Het talent van De Vries was het voetstoots met hem eens te zijn. Toch knap. Als het niet zo op een tentamen had geleken had je het een blijk van vertrouwen kunnen noemen.

28 september

=0=

 

Goeie vraag

Maar waarom kopen ze dan niet gewoon al die slechte hypotheken op met de huizen als onderpand, vroeg Jeroen Pauw. Goeie vraag, was het antwoord van Willem Middelkoop, auteur van een boek over de val van de dollar en naar eigen zeggen bezig aan de tweede druk ervan. Dat was dan ook z’n enige antwoord want voor de rest wist hij het ook niet.

In Nederland maken tal van mensen zich zorgen over hun pensioen want de hoogte ervan hangt mede af van tal van beleggingen, waaronder die in slechte hypotheken. Hoe dat precies zit, niemand die het nog weet, want de aanvankelijke hypotheekschulden zijn steeds opnieuw opgeknipt en in allerlei samenstellingen in allerlei andere schuldenpakketjes terecht gekomen. Ze zijn verdund, maar van een giftig goedje kan ook de verdunde versie nog heel slecht voor je gezondheid zijn.

Je kunt dus wel huizenkopers van hun schuld verlossen maar daarmee heb je alleen hen geholpen en niet de financiële sector die niet meer weet waar de rommel allemaal in is verstopt en waar dat allemaal gebleven is. Het is misschien best prachtig de belaagde huizenkoper, woonachtig in Main Street, te ontlasten. Alleen zullen ze daar in Wall Street niet de indruk aan over houden dat ook zij daarmee geholpen zijn.

Vannacht zag ik de eerste ronde van de tv debatten tussen McCain en Obama. Een zwakke McCain en een Obama die niet sterk was, in elk geval bij het onderwerp van de financiële crisis en het noodverband dat Paulson en Bernanke ervoor willen aanleggen. Obama heeft z’n stijl nog niet gevonden en McCain doet wat hij altijd schijnt te doen (mijn in het verleden geleverde prestaties zijn voldoende garantie voor de toekomst – een beetje eentonig werd het wel). Wel was duidelijk dat de oorlog in Afghanistan wordt uitgebreid en dat het verder ontmantelen van Pakistan als soevereine staat door beide heren een acceptabel offer wordt gevonden. Het is niet de eerste keer dat ik me afvraag waarom zoveel mensen zo enthousiast zijn over Obama. Wie onder die condities de VS financieel weer gezond wil krijgen en hoe: het waren vragen die niet werden gesteld, noch door de heren in hun debat werden betrokken. Gelukkig vonden ze wel dat je de overheidsuitgaven aan banden moest leggen. In Amerika hebben ze de kwadratuur van de cirkel al lang uitgevonden.

In elk geval hoef ik het boek, eerste of tweede druk, van Willem Middelkoop niet aan te schaffen. Op z’n best staan er goeie vragen in. Dan kan ik net zo goed op Jeroen Pauw wachten.

27 september

=0=

 

Methode

Woensdagavond keek ik op Canvas naar ‘De methode’, een Spaanse film over het selecteren van kandidaten voor een zware functie bij een niet nader omschreven organisatie. Er waren zeven kandidaten (inclusief de onvermijdelijke mol) en de bedoeling was dat aan het einde van de dag er nog slechts eentje over zou zijn, de kandidaat onder de kandidaten. Dat lukte, hoewel we niet te zien kregen of de laatst overgeblevene de baan ook echt in de wacht had gesleept. Deed er ook niet toe. Wat er toe deed was de methode. Die er uit bestond dat in elke ronde één der kandidaten het loodje moest leggen, op voorspraak van de overige. Verder werd in een pauze bedorven eten opgediend, dat door de kandidaten niettemin met kleinere of grotere weerzin werd verorberd. Dat was niet verbazend want het bederf dat elke opdracht behelsde werd eveneens door de kandidaten, opnieuw: met meer of minder tegenzin, weggewerkt. De lunch was gewoon een voortzetting van het te spelen spel. Ondertussen vond buiten een veldslag plaats van demonstranten (anti- of anders-globalisten) en politie. Elke organisatie heeft z’n omgeving en deze was wat roerig. Des te belangrijker om de juiste mensen aan te stellen moeten we maar denken.

Het spel bestond feitelijk uit twee componenten die steeds tegelijkertijd moesten worden uitgespeeld. Wie dat niet goed deed was de klos. De ene component was de voorrang voor de organisatie: hoe ver ben je bereid te gaan om de belangen van de organisatie onder alle omstandigheden voorrang te geven? De andere component was persoonlijker: hoe ver ben je bereid te gaan om de andere kandidaten in dat opzicht in een kwaad of twijfelachtig daglicht te plaatsen? Bij elkaar tellen de componenten op tot loyaliteit, trouw aan de organisatie. De combinatie is dodelijk, moreel althans. Het is ook dodelijk voor loyaliteit maar dat is een ander verhaal. De kandidaten verloochenden elkaar en daardoor zichzelf, in naam van de organisatie die overigens in de film, en terecht, nooit een naam kreeg. Het ging er hard aan toe. Aan het einde van de film hebben we voor niemand nog enige achting, met een mogelijke uitzondering voor de eerste kandidaat die het veld moest ruimen. Maar dat was dan ook degene die eerder in zijn carrière voor klokkenluider had gespeeld en daar door de anderen zeer om werd bewonderd en uiteraard, en om dezelfde redenen, ongeschikt bevonden. De klokkenluider heeft altijd levenslang. Had de man ook kunnen weten.

Organisatie is een amoreel begrip en dus slikten de kandidaten hun eventuele morele overwegingen gewoon door. Sommigen ging dat makkelijk af, anderen wat moeilijker. Maar het ging. De grens tussen amoreel en immoreel is dun en makkelijk te passeren. De film verbeeldde het en deed het grondig. De methode, het thema van de film, was de stap van amoreel naar immoreel. Kun je ook moreel handelen? Ja, maar dan kun je fluiten naar de baan.

Ook het wonderlijke construct dat we markt noemen is amoreel. De genese ervan is door Adam Smith beschreven: je behartigt mijn belangen het best door je eigen belangen te behartigen en aan het einde van de rit zijn de meesten onder ons dan beter af dan in een stelsel waarin we dat spel van belangen afhankelijk maken van God of moraal. Historisch gezien kun je vaststellen dat de moderne markteconomie zich heeft ‘geëmancipeerd’ van moraal en godsdienst, systematisch gezien kun je vaststellen dat de moderne markteconomie zich door godsdienst noch moraal om een boodschap laat sturen. De markt is een markt van organisaties en is even amoreel als organisaties. En dus is de vraag of op de markt even makkelijk de grens van amoreel naar immoreel wordt overschreden als in de organisatie van de methode, van de methode organisatie.

Met Smith in de hand kun je beweren – als je aan economie, markt en organisatie dan toch een moraal wilt toekennen – dat de moraal van het eigenbelang de economisch enig geldige (effectieve, acceptabele) moraal is. Dus: zolang het niet uitdrukkelijk verboden is gooi je de vuilnis gewoon over de schutting van de buren en de tijd die je daarmee wint kun je gebruiken om net wat goedkoper te produceren dan de buurman die nog wel de tocht naar de vuilstortplaats maakt. Van die dingen en als buurman de pijn gaat voelen zal ook hij de vuilnis in jouw tuin proberen te dumpen. Tot op het moment dat we elkaar met de vuilnis om de oren beginnen te slaan en dan is het tijd om politiek en recht in te schakelen om betere concurrentievoorwaarden te zorgen. Nieuwe ronde. Welbegrepen eigenbelang. Het heeft nadelen maar ook voordelen want niemand is in staat met alles en iedereen rekening te houden. Alleen al de poging dat te doen volstaat om elke actie van het begin af aan in de kiem te smoren. Sterker nog, je bent er niet alleen niet toe in staat, je bent er niet eens toe gehouden en dat is nou precies wat Smith beschreef en het is even precies de reden dat economie, markt en organisatie amoreel zijn.

Ik herinner me een debat aan de VU uit de jaren zeventig. Joan Robinson – tijdgenoot en kompaan van Keynes – nam de stelling in dat zodra economen over het falen van een economisch stelsel (markteconomie of die andere geldeconomie die we planeconomie noemden) spreken ze nooit het stelsel op de korrel nemen maar de moraal van de mensen. Aan de VU altijd een aardige stelling en Goudzwaard was een willige illustratie. Vandaag de dag moeten we voor zo’n discussie misschien Lans Bovenberg maar uitnodigen. Het stelsel kraakt maar als we in staat zijn gebleken om aardschokbestendige gebouwen neer te zetten zal het economische stelsel de huidige financiële aardschokken wel weten te overleven. Niettemin, het heeft weinig zin de aardschokken op hun moraal te ondervragen. Het heeft wel zin het ontstaan, de structuur, de periodiciteit en de omgevingscondities van aardschokken te bestuderen, in kaart te brengen en te kijken of je er iets tegen kunt doen. Betere bouwconstructies bijvoorbeeld. Een beter, schokbestendiger stelsel dus.

Dat is niet wat Bovenberg ons vandaag in Trouw voorspiegelt. Het gaat hem niet om het stelsel maar om de moraal: ‘Een goed functionerende markteconomie waarin mensen vrij kunnen ondernemen vereist daarom een fundament van waarden en normen dat ongebreidelde hebzucht in toom houdt’. Daar hebben we het weer, de economie als moreel lichaam en dat alles om een serieus debat erover te ontwijken door de ziel van de mens aan te roepen. Ook dat is een methode, zoals Joan Robinson destijds al vaststelde. Het is maar goed dat Bovenberg geen architect is. Maar het blijft verbazend dat hij Adam Smith opvoert dezelfde economie te moraliseren die Smith nu juist aan de moraliteit had weten te onttrekken. Maar ach, misschien geeft het geëmmer van Bovenberg alleen maar aan dat de crisis dieper gaat dan zijn zachte gemoed kan verstouwen. Hij vraagt ons allen om manieren: ‘manieren die voortkomen uit een diep verlangen om niet alleen onszelf maar ook anderen te dienen’. Het staat geschreven.

26 september

=0=

 

Geëerbiedigd

Eerbied: ontzag, hoogachting. Dat zegt mijn woordenboek. Ook: als je iemands wens eerbiedigt dan handel je naar die wens; je gaat er niet tegen in. Maar aan de andere kant is ook niemand tot het onmogelijke gehouden. Gert Timmermans zong dat hij eerbied voor jouw grijze haren had. Zou hij in je wens tot euthanasie zijn meegegaan? Ook wensen hebben naast een tekst een context. Dan wordt het lastig.

Minister Plasterk heeft bedacht dat bijzondere scholen niet langer de homoseksuele medemens, uitgedost als onderwijzer, uit het klaslokaal mogen weren. Wordt daardoor grondwetartikel 23, lid 6 buiten werking gesteld (de vrijheid van het bijzonder onderwijs – de vrijheid van richting – wordt ‘betreffende de keuze der leermiddelen en de aanstelling der onderwijzers geëerbiedigd’)?

Ja, geen twijfel aan. Over de schoolportier gaat het artikel niet, over de niet-lesgevende directeur ook niet; het gaat over de onderwijzer. En als in de ‘richting’ van de school homoseksualiteit een zonde is dan kun je van diezelfde school niet verwachten dat er homoseksuele onderwijzers worden aangesteld. De CDA Jongeren hebben gewoon gelijk als ze vaststellen dat het hier om iets heel belangrijks gaat. Ze hebben ook gelijk als ze het CDA oproepen de minister stevig aan de tand te voelen over de betekenis van vrijheid van onderwijs. Ze zouden alle partijen erop kunnen aanspreken.

Vanochtend, naar aanleiding van een stuk in het Nederlands Dagblad, hoorde ik de voorzitter van de CDA jongeren grif toegeven dat het weren van homoseksuele onderwijzers in strijd is met artikel 1 van de Grondwet. Dat begrijp ik niet. Dat artikel gaat over gelijke behandeling in gelijke gevallen. De vraag is: wat zijn gelijke gevallen? Ik denk, een bijzondere school die op twee vacatures één homoseksueel benoemt en op de andere een tweede homoseksueel weigert vanwege diens homoseksualiteit, die school heeft wat uit te leggen over de toepassing van artikel 1. Dan wordt de regel van de gelijke behandeling geschonden, terwijl het ‘geval’ gelijk is. Maar het is iets heel anders om alle vacatures op alle scholen als gelijke gevallen te zien. Artikel 23 is ervoor om bijzondere scholen de ruimte te geven om, afhankelijk van hun richting, een eigen invulling te geven aan wat in hun situatie gelijke gevallen zijn.

De strijdigheid zit niet in het onverenigbare van  artikel 1 en artikel 23. De strijdigheid is ontstaan door het ontbreken van een werkbare omschrijving van wat ‘gelijke gevallen’ wordt genoemd. Is werving en selectie één geval? Volgens artikel 23 niet: het gaat om verschillende gevallen, waarbij de richting de aard van het ‘geval’ in kwestie mede bepaalt. Het geval bijzonder onderwijs bepaalt het geval gelijke gevallen en dus de regel van de gelijke behandeling.

Het gevaar zit niet per se in de casuïstiek van gevallen die zich vanwege hun bijzonderheid niet zo maar voegen in een eenvoudige gelijkheid, want gelijkheid is zelden eenvoudig en meestal complex. Het gevaar zit in de verkruimeling van het eerste woord van artikel 1: allen. Allen lijkt niet interpretabel. Allen is iedereen, zonder uitzondering, zonder verdere differentiatie. De regel van de gelijke behandeling van gelijke gevallen wordt zinloos zodra we ‘allen’ gaan verbijzonderen voorafgaand aan welk ‘geval’ dan ook. Dat is precies wat we zien gebeuren. Politici en bestuurders zijn op weg ‘allen’ op te delen naar etniciteit. Dat doen ze niet uit belangstelling voor dat ongrijpbare fenomeen maar om een gaatje in het registratienet te dichten. Sommigen worden in alle gevallen op bijzondere wijze geregistreerd. Dat is iets anders dan je mag verwachten op grond van artikel 1: allen worden in gelijke gevallen op gelijke wijze geregistreerd.

Misschien zouden de CDA jongeren een andere vraag aan het CDA moeten stellen. En aan de overige politieke partijen. Eerbiedig artikel 1, wat is dat ook weer?

25 september

=0=

 

Open

Gisteren, ik zat grieperig en verveeld naar het Vragenuurtje van de Tweede Kamer te kijken, viel ik van de ene verbazing in de andere. Een goed medicijn, dat vragenuurtje. Er waren vragen over polygamie, over meisjes die na hun vakantie in griezelige landen niet meer terugkwamen omdat ze daar een huwelijk kregen aangeboden dat ze niet konden weigeren, over het groen van de groene stroom, en over een verkeerstunnel die maar niet af wilde komen. Aandoenlijk was mevrouw Cramer die er door de Kamervoorzitter aan werd herinnerd dat je vragen, gesteld tijdens het vragenuurtje, echt moest beantwoorden want daar was het vragenuurtje voor. Niet dat het hielp. Wel een verhelderende opmerking van de voorzitter overigens; nu snap ik ten minste dat ministers en staatssecretarissen vrijwel nooit een vraag beantwoorden. Daar is immers het vragenuurtje voor en de rest van de week kunnen ze hun gang gaan. Stom, had ik moeten weten. Ik vind wel dat minister Cramer met zachtheid moet worden behandeld. Ze heeft natuurlijk net geleerd dat de Kamer zich suf kan vragen zonder dat je er op in hoeft te gaan en dat je daar gewoon mee wegkomt. Behalve tijdens dat ene uurtje en ook dan kom je nog weg als je een beetje handig bent. Ze moet haar spindoctors ontslaan en in de leer bij Eurlings. Die kan dat prima.

De meeste tijd ging heen met de vragen over polygamie. Die praktijk botst met onze waarden (de staatssecretaris zei het, de Kamer beaamde het), en dat kan natuurlijk niet. We hebben de polygamie wettelijk nog niet helemaal in de hand maar we gaan het gaatje dichten. Een hele opluchting. Je bent monogaam of je bent het niet en verder is het oneerlijk dat mannen wel meer vrouwen mogen hebben en vrouwen niet meer mannen. Dat is ook niet eerlijk maar het viel me wel op dat de in monogame landen oprukkende praktijk van het ‘open huwelijk’ (je bent getrouwd maar houdt er, m/v, nog een of meer relaties extra op na) niet werd genoemd. Je hoeft in een monogaam huwelijk niet met je partner samen te wonen, en daar kun je het samen best over eens zijn, net zoals het je eens kunt zijn over de vrijheid die je elkaar biedt om het ook met anderen een beetje gezellig te hebben. En als je het er niet over eens bent dan ontbind je gewoon je huwelijk. Het moet wel leuk blijven.

We hoeven de polygamie helemaal niet te verbieden. We hebben het al lang, maar godzijdank wel gedemocratiseerd. De angst dat we de polygamie open stellen als we het niet fluks totaal verbieden is volkomen ongegrond. We hebben al lang polygamie, in naam van de monogamie. Wonderlijke dingen toch, onze ‘waarden’.

24 september

=0=

 

BRR

Is de burger een klant? De burger als klant is een lastige burger waarover de Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid (BRR) een rapport heeft gepubliceerd, De Lastige Burger (september 2008). De BRR is een ‘onafhankelijk en zelfbenoemd’ adviesorgaan. Drijvende kracht is Steven de Jong, redacteur van NRC Handelsblad en oprichter van de site lastvandeburger.nl.

Centraal in het rapport staan tientallen brieven van ambtenaren die de burger oproepen volwassen te worden, gelardeerd met vaak woedende reacties van burgers (‘ik betaal jou, ik ben je werkgever, jij bent er voor mij’, dat soort dingen). De overheid is vraaggericht geworden en heeft de burger tot afnemer van diensten, tot klant, gebombardeerd en dan kan het niet uitblijven: de klant is koning in zijn eigen beleving en een nummer bij het loket in de praktijk. Dat gaat niet samen, al was het maar omdat je in een winkel best eens de enige klant kan zijn maar voor een loket nooit de enige burger. Burgers zijn er alleen in het meervoud. De klant mag dan wel koning zijn, de koning is geen klant. En verder is de koning geen burger. De koning is geen recht maar een voorrecht.

Wij zijn er voor u, zegt de overheid, en sinds ze dat zegt wordt het overheidsapparaat overspoeld door externe adviseurs die hogere bestuursambtenaren de kunst van het managen moeten bijbrengen en dat zo goed gedaan hebben dat de betreffende ambtenaren alles hebben leren managen zonder van iets nog benul te hebben. Behalve van managen. Zo hoort het ook want een manager is er om de stem van de omgeving, wij dus, een plek te geven in het reilen en zeilen van het bestuursapparaat. Dat hebben we gemerkt. Het frontoffice wordt steeds klantvriendelijker (‘goedemorgen, waarmee kan ik u van dienst zijn?’), het backoffice steeds moeilijker bereikbaar (‘dat valt buiten onze competentie, we verbinden u door’ – als je al zo ver komt). Dat is ook logisch want het backoffice wordt ‘aangestuurd’ door managers die alles van performance criteria weten maar het fijne van de performance zelf niet beheersen. De periodieke functieroulatie van de bestuurlijke manager staat er garant voor dat ze de kennis die ze aan het begin niet hadden ook verderop niet wordt opgedaan. De periodieke roulatie van ministers en staatssecretarissen zorgt voor meer van hetzelfde want aan vakministers en zo doen we niet. Daarmee is de cirkel rond. Ministers en staatssecretarissen hebben dan misschien geen klanten, ze hebben wel kiezers en koning klant en keizer kiezer zijn één en dezelfde. De burger, ja zeker.

Zolang de overheid ons belooft dat zij zullen doen wat wij willen wordt het nooit wat. Een overheid dient ons te vertellen wat wij in elk geval moeten laten en ons te leren dat ook dat niet vanzelf gaat noch spreekt. Democratie en de rechtsstaat gaan over de inspraak bij en de randvoorwaarden van de vaststelling wat we ons in naam van onszelf niet kunnen permitteren. Optimale inspraak en de beste rechtsstatelijke garanties kunnen er echter nooit toe leiden dat we ons daarna wel degelijk kunnen permitteren wat we ons niet kunnen permitteren. Ook een overheid die denkt zich klanten te kunnen permitteren komt er achter dat ze zich geen klanten kan permitteren. Met boze klanten als gevolg. Brr. Wie houdt wie voor de gek?

Overheid en onderdaan, heette het niet ooit zo? Is dat anders, tegenwoordig?

21 september

=0=

 

Staatsschuld

Het enige bezit dat echt van ons allen is: dat bezit is de staatsschuld. De uitspraak is van Karl Marx (Das Kapital, Band 1, MEW 23: 782). We hadden het kunnen weten. In de VS weten ze het nu beter dan ooit en het zou me niet verbazen als McCain in het vervolg van zijn verkiezingscampagne het thema van de belastingverlaging zal laten liggen. Er wordt veel gesproken over het financiële systeem en men doet net alsof pas sinds gisteren duidelijk is dat bij elk systeem omgevingen horen. De monetaire omgeving bijvoorbeeld. Opgewekt wordt meegedeeld dat niet alleen in het financiële systeem fouten zijn gemaakt maar ook in het monetaire, in het toezicht en de regulering. Wat jammer toch, dat we dat pas horen als het te laat is, als de rekening wordt gelegd bij de bevolking (in het Engeland van de industriële revolutie, zo noteerde Marx in navolging van William Cobbett, werd alles wat het land betrof aangeduid met ‘koninklijk’. Behalve als het om de staatschuld ging want die heette ‘nationaal’. Zo is het maar net).

Monetaire systemen zijn altijd nationaal. Als ze internationaal zijn verliezen ze niet hun nationale veren; alleen het territoir waarover ze iets te melden hebben verandert, niet de geografische binding die tegelijkertijd een beperking is. Financiële systemen zijn, net als de economie, niet nationaal maar functioneel gedefinieerd en ze oefenen hun bedrijven en misdrijven uit waar het uitkomt, en dat kan ook op honderd plekken tegelijk zijn en in duizenden vormen, gegeven het gemak om activiteiten te splitsen, opnieuw te combineren, van allerlei juridische titels te voorzien enzovoorts. Net zoals de zogenaamde producten van de financiële sector voor niemand traceerbaar zijn, zijn de juridische hulzen waardoorheen de transacties worden gezonden dat. Het levert de transparantie van de chaos op, en tegen de tijd dat daaruit herkenbare structuren zijn ontstaan is de schade al aangericht, heeft het systeem zich geheroriënteerd en begint het weer van voren af aan. In die omschakeling bevinden we ons nu, met de bijbehorende verwarring. Het ligt voor de hand dat we de redenen waarom het fout is gegaan wel zullen opsporen. Het ligt evenzeer voor de hand dat we de redenen waarom het ook in de toekomst weer fout zal gaan pas zullen leren kennen als het fout is gegaan. Wat anders? Als je elk risico van te voren zou kunnen kennen is het geen risico meer, tenzij je meer weet dan de ander. Sluit dat uit en je hebt het zakendoen uitgesloten. En als je elk denkbaar risico van te voren wilt kortsluiten (wilt ‘internaliseren’) is het ook gedaan met het zakendoen.

De aardigste voorstellen zijn om de scheiding tussen algemene banken en zakenbanken weer in ere te herstellen. Boot, hoogleraar financiële markten, stelt het voor en ook, in hetzelfde katern van het NRC Handelsblad, het redactioneel van die krant. Het financiële systeem moet inzichtelijker worden en dit zal eraan bijdragen. Maar waarom? Het is een oplossing uit de tijd dat de monetaire autoriteiten effectief gezag hadden over de financiële wereld. Dat gezag, het wordt per dag onomwondener gezegd, zijn de monetaire autoriteiten kwijt. Hadden ze het ooit? Dat lijkt me een betere vraag dan de roep om ‘herstel’.

De monetaire autoriteiten kunnen zich voorlopig maar beter het hoofd buigen over het probleem hoe lang ze de bevolking nog met droge ogen kunnen vertellen dat ze om de financiële sector te redden de inflatie aanwakkeren en om de economie te redden de burgers de opdracht moeten geven de inflatie te beteugelen. Want zelf kunnen ze het niet en ze komen er ook voor uit dat ze het niet meer doen. De crisis van de financiële sector is de crisis van de monetaire autoriteiten, van de centrale banken. De monetaire autoriteiten houden de financiële sector vrij en binden de burger. Althans, dat proberen ze en voorlopig komen ze er heel aardig mee weg.

Uiteraard, wij hebben in ons land ook nog een Autoriteit Financiële Markten maar die is pas echt verstandig. Die houdt zich muisstil.

Inmiddels beleven wij een heuse Umwertung aller Werte.

20 september

=0=

 

Walvis

Een walvis wordt gemiddeld zo’n drieduizend kilo zwaar. Dat gewicht bereikt een walvis in een dag of drie. Dat laatste wist ik niet maar Rutte wel. Die had het over de stijging van de overheidsuitgaven en vergeleek die met de gewichtsgroei van een babywalvis. Bam, weer 1000 kilo erbij kraaide Rutte, en bam, nog 1000 kilo en, jawel hoor, bam en hupsakee: 1000 kilo.

Rupsje-nooit-genoeg, nog van Dijkstal, was veel aardiger. Rutte kan ook niks goed doen. Hij lijkt een beetje op een aankoop van Ajax. Ziet er best veelbelovend uit maar valt toch altijd weer tegen. Wat moest er nog meer? De ontwikkelingshulp, die moet naar beneden en fors ook. En snelrecht voor mensen die ambulancepersoneel aanvallen.

Rutte zet wel de toon, dat moeten we hem nageven. We hadden algemene beschouwingen en kwamen uit bij het ambulancepersoneel. Hoeveel licht zit er tussen het snelrecht van Rutte en de paspoortenversnipperaar van Wilders? Niet veel meer dan schrilheid van toon.

Algemene beschouwingen. Er is een wereldwijde kredietcrisis, goed genoeg om aan te tonen dat de monetaire autoriteiten de greep op de financiële sector kwijt zijn. Goed genoeg om de monetaire doelstelling van inflatiebestrijding eventjes op te schorten om de financiële sector uit de wind te houden. Ook beleid, maar omgekeerd aan de opdrachten van diezelfde autoriteiten, die verder niet veel meer in de aanbieding hebben dan een dringende aanbeveling de lonen te matigen. Een aanbeveling die trouw wordt nagekauwd door politici. Niemand die erop tegen is of, algemene beschouwingen, er een opmerking over plaatst. Wij hebben liever ambulancepersoneel. Rutte’s motie ter zake werd overgenomen. Och arme.

Het ongekende groeitempo van die babywalvis, er zit wel wat in. Alleen had Rutte dat niet moeten toepassen op de uitgaven van de regering want dat gaat nergens over, tenzij over inflatiecorrecties (maar over de redenen daarvan wordt niet gesproken) en consequenties van oud beleid, beleid van eerdere kabinetten waarvan de VVD steevast deel uitmaakte. De rest, een kleine rest, is politieke opportuniteit.

Nee, dat verbijsterende en nooit eerder gemelde groeitempo van de babywalvis lijkt nog het meest op de groei van de zelfgenoegzaamheid en de opgeblazen gewichtigheid van fractievoorzitters in de Tweede Kamer.

Een dieptepunt, algemene beschouwingen waarvan alles voorspelbaar is, inclusief de reacties op elkaar. Een mens zou naar Van Aartsen terugverlangen. Dan moeten we, inderdaad, diep gezonken zijn. Een babywalvis met zo’n groeitempo, dat kon niet goed gaan. Naar de bodem gezonken, als een baksteen.

19 september

=0=

 

Groene misdaad

Je zult er maar wonen, in de gemeente Schiermonnikoog. Of in Delfzijl, Winschoten. Of in Rozendaal of Urk. Veel jeugdcriminaliteit daar, soms meer dan in de drie grootste steden. Niet veel allochtonen. Schiermonnikoog, Rozendaal en Urk zijn kleine gemeenten. In Rozendaal wonen veel miljonairs, Schiermonnikoog heeft veel toeristen en Urk? Nou, Urk heeft het hoogste geboortecijfer van het land en is ook de ‘groenste’ gemeente die we hebben. Groene misdaad. Wel veel achterstandsleerlingen, wel weinig speelruimte voor de kinderen, en een bijzonder godsdienstige bevolking. En van de honderden gemeenten in Nederland op de 11e plaats wat betreft voor de rechter verschenen jeugdcriminelen. Is Urk een etnische categorie? Is Schiermonnikoog een etnische categorie?

Moet ik toch eens aan minister Ter Horst vragen. Zij vermoedt een verband tussen misdaad en etniciteit en heeft daarom dringend behoefte aan een werkzame omschrijving van dat ondefinieerbare begrip etniciteit. Praktisch is het niet ingewikkeld. Kinderen geboren uit Marokkaanse ouders en met de Nederlandse nationaliteit worden nu als Nederlander geregistreerd maar dat bevalt de minister, etnisch gezien dan, voor geen cent. In de toekomst vragen we dus gewoon naar het land van herkomst van de ouders. Ook van de grootouders? Daar begint het probleem al. Etniciteit is geen kattenpis.

Het zou zo maar kunnen zijn dat etniciteit iets met ‘cultuur’ te maken heeft. Kijk, dan wordt het interessant. Zou je kunnen spreken van een Urker cultuur? Van een groene Urker cultuur? Van de cultuur van de Schiermonnikoger? Vast wel. Als elke fanclub van elke voetbalvereniging een eigen cultuur heeft dan kunnen Urk en Schiermonnikoog niet achterblijven. Zouden ook subculturen worden onderzocht op hun etnische eigenschappen? Misdaad is een cultuur, jeugdbendes hebben een cultuur: brug of scheidslijn? Is er een groene Urker jeugdcriminaliteitscultuur? Zou zo maar kunnen.

Bij de burgemeesters die met minister Vogelaar verzochten Antilliaanse probleemjongeren apart te mogen registreren hoorde ook de burgemeester van Amsterdam, dezelfde die sprak van onze Marokkaanse medeburgers, belagers van ambulancepersoneel. Een voorschot. Die ettertjes zijn Nederlands, maar ‘etnisch’ heeft Cohen ze tot Marokkaan gestempeld. Ik denk dat mevrouw Ter Horst precies hetzelfde bedoelt. Als herkomst niet werkt dan de herkomst van de ouders en de herkomst van hun ouders. Marokkanen zijn het, wat hun paspoort ook zegt. En daarom is Marokko geen land maar een etniciteit, een etnische cultuur die het veel langer volhoudt dan ze zelf denken. De apartheidslijst voor Antillianen is het begin. De minister gaat voort met de strijd. In hun belang, begrijp ik. Ze denkt er discriminatie mee tegen te gaan. Ter Horst: de minister van slechte dialectiek. Bij nader inzien denk ik dat er geen Urker en Schiermonnikoogs etniciteit zal komen. Zouden ze zich op hun beurt gediscrimineerd voelen?

17 september

=0=

 

Op wiens grond?

De hoogste bestuursrechter, de Raad van State, heeft eigenhandig beslist wanneer artikel 1 van de grondwet op sterk water mag worden gezet. Hij heeft ingestemd met het verzoek van minister Vogelaar en een aantal gemeentes een aparte registratie van Antilliaanse probleemjongeren te mogen opzetten. In z’n uitspraak citeert de Raad overigens tal van wetten en verdragen, een lange lijst met volzinnen waarin discriminatie op welke grond dan ook wordt verboden. Die grond, het is niet meer dan een metafoor. Op onze grond ben je probleemjongere als je niet werkt, als je spijbelt, crimineel bent of crimineel in de dop, alleenstaande moeder bent of  op weg daar naartoe. Een ruime lijst. Dat is op zich geen ontkenning van artikel 1. De ontkenning zit hem in het feit dat er voor Antilliaanse jongeren een aparte lijst wordt gemaakt. We hebben problemen en Antilliaanse problemen. Het begin van een veelbelovende reeks lijsten. Waarom het wordt toegestaan? Omdat er een groot maatschappelijk belang is zo’n lijst te hebben. Zegt de Raad van State. Artikel 1 is niet langer een groot maatschappelijk belang. Er zijn grotere. Het verbieden van discriminatie ‘op welke grond dan ook’ is vervangen door het toestaan van discriminatie afhankelijk van het criterium ‘op wiens grond’ het moet plaatsvinden.

Een aparte lijst is een apartheidslijst. De redenen waarom je er op terecht komt zijn zo ruim geformuleerd (‘grote afstand tot de arbeidsmarkt’) dat elke mislukte sollicitatie genoeg is je van een plaats op de lijst te verzekeren. Artikel 1 werd nog wel eens aangeroepen om discriminatie op de arbeidsmarkt aan te klagen. Nu wordt het ingeroepen om een ander soort discriminatie op te tuigen.

De Raad van State is al vaker ter discussie gesteld vanwege z’n merkwaardige voorkeur alles wat vreemd is strenger de maat te nemen. Het Europese Hof heeft de Raad herhaaldelijk op de vingers getikt in vreemdelingen- en asielzaken. Het maakt allemaal niets uit. De Raad stoomt prettig verder, alles voor de goede zaak van het grote maatschappelijke belang. De Raad bestaat niet voor niks uit een mengelmoes van juristen, verder ambteloze politici en (voormalige) bestuurders. Die kennen hun pappenheimers dus dat zit wel goed.

Het is hoog tijd samenstelling en bestaansrecht van de Raad ter discussie te stellen.

15 september

=0=

 

Kosten

Elke persoon die onder het generaal pardon valt kost ons 200.000 euro, heeft Verdonk berekend. Ze maakte het bekend in Pauw en Witteman, gisteravond. Ik heb het niet gezien (ik keek naar Gangs of New York, een speelfilm met meer historisch besef dan onze nieuwsrubrieken), ik las het vanochtend op de site van de Volkskrant. Twee ton. Omgerekend, en inclusief werkgeverslasten, ongeveer twee jaarsalarissen van een parlementariër. Van de gemiddelde parlementariër dan want Verdonk heeft inclusief de tot voor kort betaalde bewakingskosten natuurlijk al veel meer gekost in kortere tijd. Wilders is goed voor het bedragje in minder dan een jaar, schat ik. In Amsterdam koop je er niet eens een fatsoenlijk optrekje mee.

Hoe zou Verdonk het berekend hebben? De contante waarde van alle bijstandsuitkeringen, rekening houdend met gemiddelde leeftijd nu en gemiddelde verwachte levensduur? Plus wat extra kosten voor inburgering, steeds meer familiehereniging, het onbetamelijke gebruik van onze gezondheidszorg van die lieden, de kosten van criminaliteit, dat soort zaken? TON heeft onderzoek gedaan dus dat zal vast wel snor zitten. Spelregel: eens gepardonneerd, altijd gepardonneerd. Die mensen zullen nooit als Nederlander geteld mogen worden. Tot in het hoeveelste geslacht, ik weet het nog niet maar het onderzoek zal het uitgewezen hebben. Ik ben benieuwd.

Het erge is, zegt Verdonk, dat het kabinet slechts tot een half miljard kwam aan kosten. Dat is, pak ‘m beet, 20.000 euro per persoon. De burger, de belastingbetaler, wordt door het kabinet bij de neus genomen! Want wij, hardwerkende mensen, mogen het bedrag ophoesten. Over 20 mille had ze niet zo moeilijk gedaan. Een beetje presentator houdt een paar lezingen en je bent er. Ook weggegooid geld maar twee ton is toch weer andere koek. Het is de Balkenende norm, maar dan over een heel leven. Zouden ze er rijk van worden?

Ik vind dat de media die Verdonk zonder het onderzoek te hebben gezien nu al de ruimte geven haar flauwekul te debiteren (Pauw en Witteman, de Telegraaf, de Volkskrant en de rest zal wel volgen) hun beste mensen moeten mobiliseren om (1) het onderzoek van TON uitputtend te fileren, (2) de resultaten ervan uitgebreid te verkondigen en (3) aan de hand van de uitkomsten een beslissing te nemen om Verdonk nooit meer uit te nodigen.

Het zal niet gebeuren. Verdonk is een media-effect. De media kunnen niet zonder. Van Verdonk komen we alleen af als er een nieuwe demagoog gevonden wordt, een nieuw mediaspeeltje. De media moeten worden gevoed en omdat ze daar zelf voor moeten zorgen (vroeger dachten we dat het nieuws in de wereld gebeurde en media daar verslag van deden maar inmiddels weten we beter. Nieuws, nieuwtjes, gebeurtenissen zijn niet meer dan vormen die media op basis van hun eigen criteria en beslissingen aannemen) doen ze dat ook. Een politica die onzin debiteert is geen malloot. Integendeel, het is nieuws en het is nieuws omdat het uitstekend geschikt blijkt om door alle media opgediend te worden.

Hoeveel zou een gemiddelde uitzending van Pauw en Witteman kosten?

13 september

=0=

 

Onder ons

Een rare gewaarwording, dat wel. Op vrijdag was alles nog gewoon, op maandag was onze jonge en, toegegeven, wel erg mooie aanwinst plotseling verdwenen. Proeftijd niet verlengd of zoiets. Niemand wist er het fijne van, maar weg was ze. Het voordeel is dat het wat rustiger zal worden want sinds zij er was bleek iedereen iets nodig te hebben wat alleen zij kon leveren. Gaf een boel geloop.

Om kwart over negen waren ook Van der V. en De G. er nog niet. Ze hadden zich ook niet ziek gemeld. We gingen maar eens navragen. Tot onze verbazing kregen we te horen dat De G. in de outplacement was gezet. Voor zover wij wisten had hij daar nooit om gevraagd. Klopt. Maar, hij had geweigerd nog langer deel te nemen aan het intensieve jogging programma voor mensen met overgewicht. Vandaar. Tenminste, dat was de uitleg van personeelszaken. Maar mevrouw De G. dan? Die was eerder mager dan dik, toch? Klopt, maar waarom was ze zo mager? Omdat ze totaal verzenuwd was en had meegedeeld geen heil te zien in het verder bezoeken van de psychotherapeut. Dan houdt het op. We kunnen alleen met gezonde mensen verder en het bedrijf doet er alles aan om iedereen gezond te houden of te maken. Maar dan moeten ze wel meewerken.

Best redelijk eigenlijk. Alleen dat mooie meisje, dat missen we. Had dat nou gemoeten? We mogen toch ook wel een keertje net wat anders op scherp staan? Ik bedoel, onder ons is prima en zo, maar het oog wil ook wat. Van der V. en De G., akkoord. Als collega waren ze niet best. Vaak ziek, zwak en ongelukkig. Steekt toch aan. Maar de jeugd moet een kans hebben.

Waterleidingmaatschappij Limburg overweegt bepaalde gezondheidsprogramma’s verplicht te stellen, lees ik in de Pers van vanochtend. Dat gaat de FNV te ver want je moet niet willen dat je mensen gaat dwingen naar het ‘lillende vlees’ van hun collega’s te kijken. Het gaat goed met de Nederlandse werknemer. Met de in de Pers aangehaalde deskundige kan de FNV nog jaren vooruit. Wij ook. Tenzij je te dik bent. Of te mooi. Of te veel een nachtbraker. Of ongelukkig getrouwd. Heel de mens, daar zijn we naar op weg. We hebben voor alles een programma. We willen niet meer dan je medewerking want je bent je eigen arbo. Zonder jou gaat het niet. Doe er dan wat aan!
 
12 september

=0=

 

Commissie Toekomst

Mevrouw Hamer stelt een Commissie Toekomst voor. De commissie bestaat uit de 3 fractievoorzitters van de regeringspartijen. Die zullen een paar keer jaar bijeenkomen om kwesties te bespreken die van langere adem zijn dan de regeerperiode en dus niet onder een regeerakkoord vallen. Het zal de partijen helpen weer wat profiel te krijgen. Denkt ze. Zegt ze.

Stel je voor. Slob, Van Geel en Hamer bespreken de toekomst. Het water, de energie, de vrede, de veiligheid, het terrorisme, Europa, de vergrijzing, de integratie, het onderwijs en de kenniseconomie, de Olympische Spelen van 2028, de grote steden, de kleine steden, de dorpen. Zou het ontslagrecht er onder vallen? Mede dank zij mevrouw Hamer wordt dat niet voor 2011 geregeld. Zegt Donner en die kan het weten. Oude problemen, maar ze kunnen nog even mee. Of gaat het over, in plaats van de toekomst, hun toekomst? De toekomst van hun partijen? Neemt de CU het CDA over of omgekeerd? Bestaat de PvdA nog na 2011?

Of Bos nog de toekomst is staat niet ter discussie. Die doet het prima en de PvdA is weer aan het opkrabbelen. Een zorg minder maar aan de andere kant, wat kan Hamer met de toekomst als Bos de toekomst is? Sterk en altijd tot compromis bereid? Sociaal maar niet op kosten van de financiën? Interessante kwesties maar niet voor de commissie.

Ergens vermoed ik dat de twee andere fractievoorzitters er weinig voor zullen voelen. Trouwens, had mevrouw Hamer niet wat met de SP? Zou ze daar dan niet – al was het maar om het vege lijf van de partij te redden – een toekomstblik aan moeten wijden?

Vreemd, deze gedachte van mevrouw Hamer. Zou ze daar haar vakantie voor hebben opgeofferd? Het fractievoorzitterschap is een zware taak. Nu moet je ook al over je eigen politieke graf heen regeren. De gedachte gedachten over de toekomst te moeten hebben heeft blijkbaar zo verlammend gewerkt dat mevrouw Hamer niet verder dan een commissie is gekomen. De toekomst is sinds gisteren tot een bestuurlijk probleem verklaard dat dan ook een bestuurlijke oplossing moet hebben. Sommige vermoedens over de PvdA worden steeds opnieuw bevestigd.

11 september

=0=

 

Puntenwolk

Naar nu blijkt gaan ‘sommige mensen met een klein pensioen’ en ‘enkele groepen uitkeringsgerechtigden’ er volgend jaar op achteruit. Eerder had Bos nog gezegd dat ‘niemand’ in de min zou komen al werden individuele garanties niet gegeven.

Wat zou er nog in de macro-economische verkenning staan dat niet is uitgelekt? Dat lekken gebeurt altijd anoniem en dus sluit het heel goed aan bij de populaire nationale sport van het klikken. Ook anoniem. Gelukkig beschermen de media hun bronnen. In Nederland is een klikspaan veel beter af dan een klokkenluider. Bovendien geeft klikken leedvermaak en de klok luiden alleen maar ellende. Lekken is bovendien spannend. Zouden ze er achter komen? Als ze zouden willen, jazeker. Loof een beloning uit voor het klikken over een lek en je zult eens zien hoe snel het afgelopen is. Blijkbaar is er geen behoefte aan.

Eind 2003 hadden we iets vergelijkbaars. Niemand zou er meer dan 1 procent op achteruit gaan had het kabinet beloofd maar dat bleek iets bezijden de waarheid. Sommige ‘groepen’ gingen er wel 5 procent op achteruit, in het bijzonder langdurig zieken. Maar, verklaarde het kabinet met Balkenende voorop, die 1 procent was een gemiddelde geweest, geen individuele garantie. Ons werden puntenwolken gepresenteerd waarin per inkomensgroep het verlies werd getoond. Sommige puntjes aan de bovenkant van de wolk kregen er nog wat bij. Andere puntjes uit sommige wolkjes doken inderdaad diep de min in. Min 1, min 5, ook min 8 kwam voor. Slagregen als het ware. Dat repareren, dat ging niet. Dan zouden alle minima er vijf procent bij moeten krijgen en dat was te duur. Aldus De Geus, toen minster van sociale zaken. Kennelijk leidde de puntenwolk voor alle minimumgroepen tot slecht weer. Hadden we kunnen weten. Een begrijpelijke uitleg daarom, al hadden we graag het politieke mechanisme geweten waarom het toch altijd de zwakste categorieën zijn waar de hardste klappen vallen.

Ook nu komt de achteruitgang voornamelijk door het afkappen van sommige vergoedingen voor sommige ziektekosten. Hoe dat uitpakt: maatwerk, dames en heren. Individueel maatwerk en daar gaat het kabinet niet over. Destijds beschuldigde Bos het kabinet van woordbreuk. En nu? Wat was de leus ook weer? Sterk en sociaal?

Ik ben benieuwd of Donner ook dit keer als souffleur voor de premier zal optreden.

10 september

=0=

 

LiA

Sinds de overheid niet meer in de lonen ingrijpt heeft ze de sociale zekerheid en meer algemeen de juridische inbedding van de arbeidsrelatie herontdekt. Vanaf de jaren 80 zien we een permanente stroom hervormingen (WW, WAO, Ziektewet, de wet Flex en Zeker, de opkomst en ondergang van de VUT) waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Het ontslagstelsel is nog niet hervormd. Als de lonen worden gematigd, vertelt het nieuws vanochtend, blijft dat nog even zo en zijn alleen de hogere inkomens bij ontslag een beetje de pineut. Het stelsel als zodanig zal dan deze kabinetsperiode niet worden gewijzigd. De vakbonden zijn akkoord met deze koehandel, de werkgevers ook (voor de echt hoge inkomens kunnen per slot altijd weer individuele, contractueel goed afgeschermde, afspraken worden opgesteld dus waar hebben we het over).

In een land van loonmatiging worden de lonen gematigd. Met een lagere WW premie (een sigaar uit eigen doos) ziet het nettoloon er toch nog mooi uit. Wie zouden er in trappen? Niet, denk ik, de oprichters van LiA, Leraren in Actie, een net gestichte vakbond voor leraren in het voortgezet onderwijs. Hun eisen: minder werkdruk en hogere salarissen. Niks ontslagbescherming want de onderwijsarbeidsmarkt staat op scherp en de leraren vinden dat het de hoogste tijd is om ook eens marktconform te worden. Van de vakcentrales, politieke pseudopartijen eerder dan belangenbehartigers, verwachten ze niets, van de aangesloten bonden evenmin. Ze willen hun sterker wordende positie uitbuiten. Hun belang is, als ik het goed heb begrepen, niet ‘iedereen aan het werk’, maar ‘goed werk voor iedereen’, te beginnen met hen. Een behartigenswaardige omkering, die niet onder de indruk zal komen van de net gemaakte afspraken over ontslagstelsel, ongedaan maken van de WW premieroof door de overheid en loonmatiging.

Zullen we, net als in het parlement, bewegingen weg van het midden krijgen? Alles kan maar voorlopig zet ik m ’n kaarten eerder op bewegingen weg van de politieke gebondenheid van de vakcentrales. Als dat zo is dan is LiA interessant, een voorbode van wat nog kan komen, gegeven toenemende schaarste op de arbeidsmarkt. We hadden al het AVV (het Alternatief Voor Vakbond) maar dat was een jongerenpartij waarvan de eerste voorzitter dan ook schielijk in het parlement is gaan zitten. Het AVV verweet de vakcentrales te veel belangenbehartiging voor hun (bejaarde) leden, het LiA verwijt de vakcentrales het miskennen van belangenbehartiging. Over het AVV hoeven de vakcentrales geen zorgen te hebben. Maar of de LiA een stormvogel is of een storm in een glas water: de vraag is de moeite waard om bij stil te blijven staan.

9 september

=0=

 

Semantisch

Niet lang geleden verzocht een medisch volstrekt kansloze jongen aan de behandelende artsen maar te stoppen met de kunstmatige ademhaling. De artsen waren het met hem eens en stopten de behandeling. Volgens aartsbisschop Win Eijk ging het hier niet om euthanasie en hij zou dan ook niet weten wat hij als hoogste kerkgezagsdrager in Nederland, er op tegen zou moeten hebben. Maar, vroeg Clairy Polak, het is toch euthanasie? U noemt het niet zo maar dat is toch alleen een semantische kwestie? Nee, zei Eijk, deze jongen koos niet voor de dood. Hij koos tegen een medisch zinloze voortzetting van zijn lijden. De behandeling was disproportioneel, een kwestie van techniek, niet gericht op verbetering van de situatie van de patiënt want daarin was geen verbetering mogelijk. De wens van de jongen viel samen met de medisch meest verstandige en verantwoorde beslissing. Daarom is het geen euthanasie. Eijk kan het weten. Hij studeerde medicijnen, werkte als arts in opleiding, en schreef een medisch-ethisch proefschrift over euthanasie.

Elly en ik waren niet de enigen die op het puntje van onze stoel zaten bij de uitzending van Buitenhof waar Eijk dit vertelde. We zagen het publiek, waaronder de eerder geïnterviewde Ruud Lubbers (‘ja, kernenergie is belangrijk, maar het op een schone manier naar boven halen van onze kolenreserves nog belangrijker en het is jammer dat het eerste het tweede even uit de aandacht heeft weggedrukt’ – hij blijft politicus) eveneens ademloos luisteren. Inderdaad, op het puntje van de stoel.

Zaterdag zagen we ‘Il y a longtemps que je t’aime’. Mooie film, met een thema dat makkelijk kan ontsporen maar het niet doet. Een voor moord op haar zesjarige zoontje tot vijftien jaar veroordeelde vrouw komt na het uitzitten van haar straf vrij en wordt op aanraden van het maatschappelijk werk ondergebracht bij haar jongere zus en haar gezin. Een precaire situatie, in het gezin, voor haar zus, voor haar. Naar derden toe is het probleem: hoe verklaar je vijftien jaar?

Het blijkt uiteindelijk geen moord te zijn. Het jongetje was medisch op z’n minst even hopeloos als de jongen van Eijk. Zij, net als Eijk een arts, heeft hem uit z’n lijden verlost. Medisch verdedigbaar, humaan, maar voor haar onvergeeflijk. Ze vergeeft zichzelf niet. Sommige dingen zijn te groot voor vergeving. De gevangenis was een logische oplossing vond ze. Juridisch aanvechtbaar, menselijk niet. Het was haar vrijheid zo te beslissen, te beslissen voor moord veroordeeld te worden. Een onthutsende, begrijpelijke, paradox.

Ik zou willen dat aartsbisschop Eijk de film zou zien. Ook dit was geen euthanasie. Het jongetje kwam in de beslissing niet voor. Ik ben benieuwd wat Eijk ervan zal vinden. En nee, ook hier is het geen semantische kwestie. Het gaat over haar leven.

8 september

=0=

 

Burger

Burgerschap is een publiek ambt. Het is niet voorbehouden aan een collectief (alleen werknemers bijvoorbeeld, of alleen ouderen, of alleen vermogenden, of alleen gereformeerden, of alleen mannen). Het is voorbehouden aan het publiek en het is publiek. Het wijst het gemeenschappelijke aan dat de inwoners van een bepaald gebied dwars door al hun onderscheidingen heen verbindt, hun burgerschap dus. Burgerschap is, Durkheim heeft het al een eeuw geleden gezaghebbend verwoord, een ‘dunne’ solidariteit.

Een gemeenteambtenaar die van mening is dat niet het feit dat er een burger voor hem staat z’n gedrag bepaalt maar de omstandigheid dat het een man of vrouw is, zo’n ambtenaar zit niet op z’n plek. Gooi ’m eruit zou ik zeggen, want burgerschap kent het onderscheid dat jij maakt niet en erkent het nog veel minder. Voor zo’n ambtenaar is een burger geen burger, geen publiek. Me dunkt, dan moet je geen ambtenaar willen spelen.

Dezelfde ambtenaar is inmiddels advocaat en heeft bedacht niet op te willen staan als de rechter de rechtszaal betreedt. In zijn belevenis als advocaat van islamitische origine is iedereen gelijk en dus sta je niet op. In zijn belevenis als islamitisch ambtenaar was de helft van de mensheid niet gelijk aan de andere helft en dus gaf hij vrouwen geen hand.

Het is wel een doorzettertje, en na zijn bezoek aan de commissie gelijke behandeling heeft hij de Rotterdamse rechtbank een lesje willen leren. Niet opstaan dus, uit een diepe religieuze overtuiging of woorden van gelijke strekking, zo diep dat de rechtbank – deel van het apparaat van de Staat – ter plekke de institutionele scheiding van staat en godsdienst diende te herroepen. Hetgeen de rechtbank deed, en wat tot de reactie van de Orde van Advocaten leidde met als boodschap dat de rechtbank ongelijk had. De rechtbank heeft ook ongelijk.

Ik heb de man een keer op tv gezien, in een discussie bij Nova met Clairy Polak. De man vertegenwoordigt alles waar ik de pest aan heb. Dat Polak beleefd bleef is een compliment waard. Een gesprek met doven is heel goed te doen, een gesprek met Oost-Indisch doven niet.

De man is een perfecte illustratie van een burgerschap dat al lang vergeten is dat het om een publiek ambt gaat. In die zin gaat z’n mallotigheid veel verder dan de paar hardnekkige provocaties waarvan hij meent dat het zijn rechten, behorend bij zijn burgerschap, zijn. Hij is de perfecte antipode van een dwaze premier die sinds jaar en dag meent dat burgerschap samenvalt met ‘onze’ normen en waarden. Niks ‘dunne’ solidariteit, maar dikke, Hollandse, gezonde pap. Dat kan niet goed gaan. De premier krijgt zo toch z’n trekken thuis. Dat stemt tevreden. Dat het op kosten gaat van de publieke kanten van burgerschap doet dat niet. Aan een integratiedebat heb ik geen behoefte, aan een debat over wat ‘publiek’ is des te meer.

6 september

=0=

 

Gewonnen!

Nederland overweegt een ander beleid voor Irakese vluchtelingen. Misschien kunnen ze wel terug, is de gedachte, want kijk toch eens hoe goed het gaat. Het is zo’n beetje vrede daar dus waarom ze hier houden en waarom nieuwe vluchtelingen toelaten? Per slot van rekening zijn we niet het afvoerputje van Zweden, dat wat restrictiever in z’n toelatingsbeleid is geworden. Zij restrictiever, dan wij ook.

De Republikeinen roepen dat de oorlog in Irak bijna geëindigd is, in een overwinning. Als ik me goed herinner is die oorlog zes jaar geleden al door Bush gewonnen verklaard dus ergens onderweg is iets fout gegaan. De Amerikanen begonnen die oorlog op eigen gezag, buiten alle internationaal geaccepteerde afspraken om, en sindsdien hebben ze hem kennelijk stiekem heropend. Dan kun je hem ook stiekem winnen, gewoon, door te zeggen dat je aan het winnen bent. Het Irakese drama moet de pijn van Vietnam wegnemen. Stem McCain, de man die nooit wegloopt! De man, die naar eigen zeggen de wereld kent! Waar vind je dat nog?

Als gebruikelijk speelt de Nederlandse overheid braaf mee. Het gaat goed en ze kunnen terug. De kans dat ze hun huis terugvinden is klein, want Irak is inmiddels etnisch gesegregeerd. Dat hebben de Amerikanen overigens niet zo gepland, ze hebben het eenvoudig niet tegengehouden en nu het zo ver is blijkt in elk geval dat de miljoenenstroom van vluchtelingen tot staan is gebracht. Als al die miljoenen ‘terug’ zouden gaan is het gelijk gedaan met de ‘vrede’, met het fragiele schijnevenwicht in het licht waarvan de Republikeinen zich nu koesteren en Nederland aan het heroverwegen is geslagen. Er is geen terug, want huizen zijn bezet of vernietigd, mensen zijn verdreven, binnen de grenzen van Irak zijn nieuwe grenzen getrokken die lastiger te passeren zijn dan de grenzen aan de buitenkant. In Irak is niets opgelost maar het land is wel zo verzwakt dat het naar adem hapt. Vrede.

Het schijnt dat de mensen die terugkeren dat doen omdat het geld op is en de gastvrijheid elders toch wat tegenviel. We zijn weer geheel bij de les. Laten we vooral doorgaan de Republikeinse leugen te steunen dat de oorlog zo goed als gewonnen is. We steunden de eerste leugens en dus steunen we de volgende en de daarop volgende. Dat heet consistent beleid. Wie kan daar op tegen zijn?

5 september

=0=

 

Metaforen

Religie en wetenschap delen het vermogen metaforen te scheppen. Was getekend: John Cornwell, Darwins Engel; een repliek op God als Misvatting (Amsterdam 2008: 36). Zo heeft Dawkins een heus antwoord op zijn provocerende boek over het misverstand God. Cornwell schrijft plezierig (hoewel een deel van het plezier door een slordige, mogelijk te haastige, vertaling ongedaan wordt gemaakt). Hij wil ons, Dawkins inclusief, laten zien dat de soep niet zo heet hoeft te worden gegeten als Dawkins ze opdient. Er is meer tussen hemel en aarde dan wetenschap. Van die dingen. Niemand die het zal ontkennen. Dat het zo is maakt het leven van de wetenschap zo aardig. Waarom dat zo is valt buiten de wetenschap. De wetenschap kan verklaren dat bananen krom zijn. Niet waarom dat zo moet zijn. Er is geen ‘zin’, intrinsiek aan kromme bananen.

De wetenschap kan het ontstaan van leven verklaren maar niet waarom het leven geleefd moet worden, ‘zin’ heeft. Daar wordt verschillend over gedacht en verschillend naar gehandeld. De vinnige discussies over abortus en euthanasie, genetische interventies en klonen, zijn de terugkerende illustraties. Die discussies kan de wetenschap niet beslissen en ook Dawkins suggereert dat niet. De wetenschap, en tot zover gaat Dawkins, kan steeds beter verklaren dat mensen, bijvoorbeeld in die discussies, naar het middel van de religie grijpen om waarom-vragen beantwoord te krijgen en twijfelaars over hun streep te trekken. Dat ze het doen, niet waarom ze het moeten. Voor het overige geldt de regel van Wim Sonneveld: en o,o,o daar kwam narigheid van. Niet alleen maar narigheid, zegt Cornwell. Ook goed. Narigheid is geen wetenschappelijk begrip en een theorie over narigheid kun je uit goede literatuur nog wel bij elkaar sprokkelen, maar uit goede wetenschap niet.

De beste theorieën over narigheid vind je natuurlijk in het monotheïsme. Het Griekse godenrijk was nog een gezellige bende maar dat kun je van de grote godsdiensten niet zeggen. Wie het fout doet kan narigheid verwachten. Wie het goed doet ook, maar aan dat lijden zit een eind, al is het maar de zielsrust die je kunt verwerven, dezelfde zielsrust waarvoor je de godsdienst nodig had om te beseffen dat het nodig was. De weg waarlangs, ach, er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Je kunt het zus doen en zo. En je kunt de metafoor van Rome vervangen door die van de contingentie, van de functionele equivalenten en van de onbedoelde gevolgen die je niet kunt voorspellen behalve dat ze optreden. Dat laatste, overigens, kan de wetenschap wel en de godsdienst alleen door de duivel aan, of beter: op, te roepen.

Nee, ik ben het niet met Cornwell eens. Wetenschap en religie ‘delen’ geen metaforische scheppingsdrang. Verre van dat. Metaforen zijn handig, indien heuristisch bruikbaar. Een organisatie bekijken vanuit de metafoor van de hersenen, het voorbeeld is bekend en het kan het nodige verhelderen. Het nodige, niet alles en waar het zinvol is de metafoor in te zetten en waar niet, dat is de taak van een organisatiewetenschap. En als je zo ver bent gekomen is de metafoor vervangen door één of meer geselecteerde analogieën, de opmaat naar een begrippenapparaat dat steeds meer eigen wordt aan de wetenschap zelf, dat ‘zelfreferentieel’ is, inclusief de wetenschap dat het maar mensenwerk is en dus onaf. Mensenwerk, geen schepping der goden.

4 september

=0=

 

Uit de kast

En dat betekent dat we alles uit de kast moeten halen. Zei premier Balkenende bij de opening van het nieuwe academische jaar van de Erasmus Universiteit. Alles uit de kast om meer mensen aan het werk te krijgen want anders komen we mensen te kort. Twee dingen zijn nodig. Er moet een nieuw arbeidsethos komen en het moet afgelopen zijn met leeftijdsdiscriminatie.

De reactie van VNO-NCW was prompt. De leeftijdsdiscriminatie is er omdat ouderen te duur zijn en te veel risico met zich meebrengen. Maak ze goedkoper, pas het ontslagrecht aan en je zult eens zien hoe snel de discriminatie verdwijnt. Bovendien, er zijn al meer ouderen dan vroeger aan de slag, dus het gaat de goede kant op. Een consistente reactie, en geen gezeur over de vraag of er nu wel of geen discriminatie is. Die is er, een discriminatie op prijs/kwaliteit en daar bestaat het hele economische leven uit. Er zijn ongetwijfeld ook vooroordelen maar de discriminatie die daar uit voorkomt weegt minder dan de gevolgen van de beslissing dat de baten niet tegen de kosten opwegen. De vraag stellen of niet zozeer ouderen te duur maar jongeren te goedkoop zijn (in het licht van tekorten op de arbeidsmarkt een voor de hand liggende vraag) wordt door de ondernemers/werkgevers niet gesteld en dat moet je van hen ook niet verwachten. Dat doen ze zelf wel, want in de inborst van de ondernemer ruziet de werkgever mee en in de inborst van de werkgever houdt ook de ondernemer zich niet stil. Het hangt van de markt af als het ware en wat de markt is verschilt per ondernemer en wat de arbeidsmarkt is verschilt per werkgever. Maatwerk. Voor hogere lonen, daar is in het algemeen de vakbeweging voor, al is die het even vergeten.

Maar er is nog een vraag. Krijg je op die manier een ‘nieuw’ arbeidsethos? Wat Balkenende erover zegt is dat werk goed is voor je eigenwaarde, dat je door werk wordt wie je bent en dat je karakter gevormd wordt op de werkvloer. Waar je mee omgaat daar word je door besmet, wie zal het ontkennen. Toegegeven, dat gevoel van eigenwaarde is iets anders, maar dat gevoel wordt niet door het werk bepaald maar door de schande van de werkloosheid, het niet-meedoen en de rekening die je daarvoor gepresenteerd krijgt. Wie niet werkt telt niet mee en heeft geen eigenwaarde.

Het arbeidsethos was altijd al in termen van plicht gegoten, een plicht die je je eigen had gemaakt, die je had ‘geïnternaliseerd’. Onder oudere werknemers, oudere werklozen schijnt het nog wel voor te komen. Die werken niet aan zichzelf, die werken omdat het moet, omdat het een plicht is die je moet nakomen voor je gezin, en voor de samenleving. De samenleving bestaat al lang niet meer, de samenleving is maatschappij geworden maar zij werken nog voor de idee van de samenleving. Handig, kun je als politicus altijd weer gebruik van maken. Je vult er geen gaten meer mee maar een hol vat maakt nog wel een boel lawaai en daar kun je je voordeel mee doen. Iemand de mond snoeren bijvoorbeeld.

Onder de nieuwere, en meer in het algemeen de hoger opgeleiden, treffen we al veel meer de variant aan die nu ook Balkenende uitdraagt. Werk is werken aan jezelf. Werk is ontwerpen en ontwerpen is werk. Het is esthetiek eerder dan ethiek en dus is het nieuwe arbeidsethos het ethos van de esthetiek. Ik zeg het nog maar een keer. Wie niet ontwerpt maakt van z’n leven geen project en schiet alleen al daarom tekort.

Het nieuwe arbeidsethos is het ethos van het project dat je niet wordt voorgeschreven maar waar je zelf de hand in hebt. In Nederland werken tientallen ingenieurs aan het veranderen, het ontwerp, van ijsjes (ik dacht ergens gelezen te hebben dat het om een aantal van 140 mensen ging maar daar ben ik niet meer zeker van en ik kan het berichtje ook niet meer terugvinden). Dat bedoel ik. Ik neem maar aan dat het arbeidsethos van de betreffende ingenieurs niet wordt bepaald door de nuttige bijdrage van ijsjes aan het geluk van de consument. Waar dan wel door? Ik zou denken door de bijdrage aan hun eigen loopbaanproject, aan het ontwerp van zichzelf.

Daar komen nooit die honderdduizenden extra arbeidskrachten vandaan die Balkenende zegt nodig te hebben. Daar heb je het oude arbeidsethos voor nodig, het ethos dat door diverse kabinetten Balkenende al lang uit de kast is gehaald. Om het bij het vuilnis te zetten. Balkenende lijkt nog het meest op de scholier die met wat knip- en plakwerk een verhaaltje bij elkaar heeft gegoogled in de hoop op een goed cijfer.

3 september

=0=

 

Profijtbeginsel

In de jaren zeventig begon Arie Pais met het profijtbeginsel. Het argument was economisch: wie, zoals de student, profijt heeft van hoger onderwijs mag er ook best wat meer voor betalen. Dat lag voor de hand: Pais was econoom. We schrijven het kabinet Van Agt/Wiegel. Waarom dezelfde redenering niet gold voor alle onderwijs werd niet uitgelegd. Inmiddels zien we het profijtbeginsel ook het basis- en voortgezet onderwijs opduiken. Daar betalen de ouders maar het zou me niet verbazen als dat in het hoger onderwijs precies hetzelfde ligt.

Destijds werd het niks met dat beginsel. Veel werkloosheid, het profijt viel wat tegen. Bovendien, de kosten die studenten veroorzaakten verschilden zoveel per faculteit (een jurist kost nog geen fractie van een arts of natuurwetenschapper) dat het hele stelsel zou neerkomen op een subsidie van de ene student naar de andere, zonder enige redelijk verband met het ‘profijt’.

Maar nu is het weer terug en zoals wel meer, als het economische argument niet deugt komt een theologisch argument ervoor in de plaats. Voorzitter Karel van der Toorn van de UvA is theoloog en dus voor het geknipt voor het baantje. Het economische argument wordt niet meer genoemd, dat is veel te plat. Het argument wordt nog wel gebruikt maar nu heet het ‘moreel’. Een interessante wending. Het is moreel te betalen voor wat je krijgt. Geen speld tussen te krijgen, al is daardoor de markt vervallen verklaard (de markt is de regel dat alleen waar vraag naar is een beloning kan claimen, onafhankelijk van inspanningen, ‘prestaties’ of gemaakte kosten). Ook de moraal heeft z’n prijs. Van der Toorn laat het niet bij het morele argument; hij heeft ook een psychologisch, een historisch en een ervaringsargument. Er is over nagedacht. De psychologie is dat je wat gratis komt minder waardeert dan waarvoor je moet betalen. Een sterk argument. Eindelijk een theologische verklaring voor de desolate toestand van het publieke goed! Mij ergeren die overvolle stranden met schaars geklede en veel te dikke mensen ook al jaren. Privéstranden zijn beter. Zijn we ten minste weer onder ons.

Het historische argument dan? Vroeger was het onderwijs ook betaald en tot in de 20ste eeuw hadden we privaatdocenten. Veel te haastig afgeschaft allemaal. En denk eens aan het oude Athene, de bakermat van onze beschaving. Akkoord, het was een staat met slaven en ontrechte vrouwen maar als je dat gewoon even wegdenkt dan heb je een maatschappij waar kunsten en wetenschappen bloeiden. Noem het laatste de historische kern en het eerste vergankelijke bijzondere omstandigheden en je bent waar je wezen wilt.

Waar van der Toorn op uit was vermeldde hij in het laatste argument, het argument van de ervaring. Kijk om je heen zegt hij, en waar zie je de topuniversiteiten? Neem Stanford, Harvard, Yale, Cambridge. Daar betalen de studenten fors (hun ouders, maar dat wou maar niet gezegd worden) en de kwaliteit van onderwijs en onderzoek is voortreffelijk. Een stdent/staf ratio om je vingers bij af te likken en voorzieningen voor onderzoek die je in staat stellen het hele wereldtalent op te kopen. Kunnen wij nog een puntje aan zuigen. Met het Nederlandse voetbal is het ook al zo treurig gesteld en hoe komt dat? Precies.

Gisteren hoorde ik Frits van Oostrom. Hij sprak ter gelegenheid van de opening van het studiejaar van de Haagse Hogeschool. Zijn stelling was dat het voor de opkomst van de universiteiten in de 12e eeuw minder donker was dan meestal wordt aangenomen. Alleen, het onderwijs hing nog niet af van management, ondersteunende staven, modulaire curriculae en nog zo wat, in het bijzonder studieboeken (geen land ter wereld waar het onderwijs zo afhankelijk is van studieboeken en geen land ter wereld waar studieboeken zo duur zijn vertelde Van Oostrom). Het onderwijs werd gegeven door mensen die hun eigen curriculum waren: the teacher is the curriculum, zo citeerde Van Oostrom een studie over hoger onderwijs van de 9e tot de 13e eeuw. En, zo voegde hij er aan toe, in het oude Athene was het niet anders. Bovendien, waar zijn de leerboeken van Socrates, of, nu we het toch over theologie hebben, van Jezus? Moest je voor Jezus een kaartje kopen?

Als Van der Toorn de markt wil afromen moet hij dat gewoon zeggen. Het enige wat ervoor nodig is, is een marketing argument. In de kringen van marketeers weten ze heel goed hoe ze van psychologie gebruik kunnen maken. De enige moraal is in te zetten op wat verkoopt. De geschiedenis van de marketing is nog jong maar met wat gevoel voor anachronisme kan het niet moeilijk zoeken zijn naar historische voorgangers. Als je er behoefte aan hebt dan kun je elke ervaring aanschaffen die je budget je toestaat. Zo niet, dan niet.

2 september

=0=

 

Mijn zorgen zijn opgelost

Al jaren maak ik me zorgen over de betaalbaarheid van de AOW. Die zorgen zijn opgelost. Het kabinet heeft een geniale ingreep in voorbereiding en, gelet op de stilte waarmee een en ander in de Tweede Kamer, de kans dat het doorgaat is groot. Het geniale zit in de beperking van het aantal rechthebbenden maar dan zo dat dat helemaal niet wordt gezegd. Ik hou mijn rechten. Bovendien ben ik 62 jaar, ik werk nog dus ik krijg er voorlopig nog wat bij ook. Sterker nog omdat ik zoals het er nu uitziet doorwerk tot m’n 66ste gaat de AOW nog iets omhoog ook. En ja, die verdere fiscalisering was toch onvermijdelijk, en eigenlijk al veel te laat dus dat is niet iets om me over op te winden.

Laagopgeleide mensen leven 5 jaar korter dan hoogopgeleide. Hun aantal gezonde jaren is zelfs 12 jaar minder dan bij hoogopgeleiden. De verschillen nemen toe. Zegt hoogleraar Barend Middelkoop. Het heeft veel te maken met gedrag, maar nog meer met sociaal-economische verschillen: de wijk waar je woont, het huis waarin je woont, de arbeidsomstandigheden waar je mee te maken hebt. Het heeft te maken met perspectieven, met greep op je omstandigheden en je toekomstverwachtingen. Die zijn verslechterd, en de nadruk op gedrag is een trap na. Gelukkig is de huidige ideologie dat een baan je gezond maakt, dus juist voor hen is langer doorwerken de remedie bij uitstek. Werk je op tot de status van hardwerkende Nederlander en je zult eens zien. Hoon.

De verhoging met een omweg van de AOW leeftijd is roof. Roof op de laagopgeleiden. Het wapen waarmee de roof wordt uitgevoerd is de arbeidsparticipatie. De volledige fiscalisering van de AOW, de enige voor de hand liggende remedie, wordt voor de laag opgeleiden ingeruild voor een verzekering waarvan de uitkering afhangt van de duur van de arbeidsparticipatie, niet langer van leeftijd en verblijfsduur. En al helemaal niet van gezondheid. Met een beetje geluk zullen ze hun uitkering nooit komen afhalen. Voor mij blijft meer over en voor de zich noemende jongere generatie gaat de premiedruk hard meevallen. Een winnende combinatie.

Ik ben zo maar bang dat van enige parlementaire weerstand geen sprake zal zijn.

1 september

=0=

 

Context

De jaren tachtig. Iran is al enige jaren in beweging, het aangrenzende Afghanistan is een minder makkelijke prooi dan de Russen dachten, Irangate komt op en maakt van Oliver North eventjes een huishoudnaam, de Muur wordt aan het einde van het decennium gesloopt, Tsjernobyl verslaat Harrisburg met stukken, regeringen Reagan, regeringen Thatcher, regeringen Lubbers, het Westen steunt Irak in de oorlog met Iran, de oorlog om de Falkland eilanden, Nederland wordt Europees kampioen voetbal en rekent in de halve finale af met de tweede wereldoorlog en in de finale met de babyboomers van Cruyff.

Context. Twee interessante verhalen over de jaren tachtig, van respectievelijk Natasha Gerson in de Groene en van Stephan Sanders in de Opinie & Debat bijlage van het NRC Handelsblad. Voor beiden waren de jaren tachtig de jaren des onderscheids. Beiden hadden met de kraakbeweging te maken, Gerson als activist, Sanders als tijdgenoot en in die tijd had je krakers als kennissen, je kwam in kraakpanden ook als je niet kraakte en je vond kraken heel gewoon. Dat was het ook, voor krakers en voor niet-krakers.

Bij Sanders zijn krakers net gewone mensen. Sommigen zijn idealisten, anderen alleen uit op eigen gewin, weer anderen sluiten zich gewoon aan zoals altijd mensen zich ergens bij aansluiten en, schrijft Sanders, ‘meestal won de lulligheid het van welke ideologie dan ook’. Zo is het maar net. Het zou vreemd zijn als het anders was geweest. Dan zou er pas wat te verantwoorden zijn en dan zou het pas interessant worden. Wat nu verantwoording heet heeft met het onderwerp niets te maken. Het beantwoordt slechts aan de behoefte om mensen ofwel als held ofwel als schurk te classificeren. Als verzetsheld, of als collaborateur. Gerson lijdt daar aan. Haar context is niet alleen een jij-bak, het is ook het onderdompelen van de jaren tachtig in de metaforen van de tweede wereldoorlog na de tweede wereldoorlog. De metaforen van het verzet, van de moraal van het verzet, van verzet en de strijd voor rechtvaardigheid. Dat was de kraakbeweging en in die ‘context’ moeten we het zien. Alle krakers? Alle krakers.

Het schiet niet erg op, op deze manier. Geef mij Sanders maar. Die viel het toen al op dat de wereld er een was van ‘Pieter, Jan Dirk, Dirk Jan, Jan Willem, Juliette, Jet en Nel’. Geen Mohammed en Fatima dus, want die woonden in Osdorp of de Bijlmer en daar was wel de nodige leegstand maar er werd niet gekraakt. Te ver weg.

Gek, precies die context kom ik bij Gerson niet tegen. Toch maakt het de tegenstander niet beter, het brengt slechts wat tekening aan in de eigen gelederen. Voor de hand liggend maar vermoedelijk bederft het het feestje, of dat nu door de Telegraaf of door Gerson wordt gevierd. Het feestje van de moraal van het verzet, van goed en fout, de afterparty van de tweede wereldoorlog die in ons land maar niet voorbij wil gaan. Gerson gelooft er in en staat aan de goede kant, al was het maar omdat haar tegenstanders aan de foute kant staan. En nog. En omgekeerd.

Jammer dat al deze energie niet wordt besteed aan het achterhalen van onze deelname aan de oorlog tegen Irak. Niettemin, die finale wonnen we. Twintig jaar later is de uitslag: Gerson 0, Sanders 1. Ken uw context.

31 augustus

=0=

 

Verpakt

Is dat niet aardig? Nu is ING ook al boos op de Rabobank. Fortis was het al want die vond het niet netjes dat Rabo had bericht dat meer dan 6 miljard euro de reis hadden ondernomen van Fortis naar Rabo. ING is boos omdat Rabo het bedrijf heeft beschuldigd van een weinig transparante berichtgeving naar z’n klanten. Ze vinden het niet chic. Zulke dingen zeg je niet in het openbaar en bovendien brengt, volgens Fortis, Rabo de stabiliteit van het hele stelsel in gevaar met dit soort uitspraken. Gek, een onvoorzichtige, overambitieuze en slecht getimede overname doet dat kennelijk niet.

Opvallend is het wel, banken die elkaar via de pers bestrijden. Die moeite kunnen ze beter aan, inderdaad, de openbaarheid over hun beleggingen besteden. Gevreesd wordt dat ING nog wel wat te verduren kan krijgen van net iets minder risicovolle hypothecaire leningen en Fortis heeft zich mogelijk veel te diep begeven in het spel van ‘verpakte’ leningen met onderpand, het soort dus waarmee de misère op de financiële markten begon. Zou het niet aanbevelenswaardig zijn als de banken daar openheid over betrachtten?

De banken zijn zenuwachtig. Ze weten niet wat ze kunnen verwachten van het financiële stelsel en van de weeromstuit laten ze hun klanten niet weten wat die kunnen verwachten. Ze geven de onzekerheid door aan hun klanten, ongetwijfeld in de hoop dat die wel wat anders aan hun hoofd hebben. Het is een brevet van onvermogen, genoeg om de klanten hoofdpijn te bezorgen. Of nemen de banken aan dat klanten aannemen dat het vanzelf wel zal overgaan? Dat het de buurman zal treffen maar hen niet?

Kortom, wat hangt er nog boven de markt? Niemand die het weet en iedereen die weet dat vrijwel niemand het weet. In zo’n geval zou je denken dat het raadzaam is om zoveel mogelijk openheid van zaken te betrachten. Veel alternatieven hebben de klanten niet, ze zijn aangewezen op het bankwezen. Veel steun hebben ze ook niet, want de monetaire autoriteiten laten het behoorlijk afweten. In zo’n situatie is de trek van klanten naar banken die zich van de kredietcrisis het minst hoeven aan te trekken zo gek nog niet. De openbaarheid van Rabo zal die trek niet verminderen. Maar dat komt niet omdat Rabo de spelregels breekt. Het komt omdat andere banken hun klanten niet serieus nemen. Verpakte kredieten zijn inmiddels ontmaskerd als vergiftigde cadeautjes. Verpakte informatie staat eenzelfde afwaardering te wachten. Van mij mag de Rabo doorgaan met andere banken daarop te wijzen. Die zouden er dankbaar voor moeten zijn. Hun reacties geven te denken: ze zitten in een kramp die weinig hoop op verbetering belooft.

29 augustus

=0=

 

Terreur

De VVD is tegen de terreur van de middelmaat staat in het nieuwe, vandaag gepubliceerde, concept manifest van de hand van Mark Rutte. De VVD is voor de vakmensen, de mensen die in de zorg werken, in het onderwijs, bij de politie. Meer in het algemeen is de VVD voor de hardwerkende Nederlander. Slecht nieuws voor de miljoenen Nederlanders die bijna aan hun pensioen toe zijn, het al hebben, die ziek zijn, gehandicapt, wat al niet. Wat die ook doen, hard werken is er meestal niet meer bij. Moeten we van hen de terreur van de middelmaat verwachten?

Het terreurwoord is populair. Het rukt op naar de top. Fascist, racist, die termen hebben we een beetje gehad, terrorist is de nieuwe rage. Met als voorspelbaar gevolg dat het woord onbruikbaar wordt voor een fatsoenlijk debat – dat het in de context waarin Rutte het gebruikt voorkomt is te gek voor woorden – en alleen nog dienst doet om de zaak een beetje lekker op te juinen. Het terreurwoord van Rutte geeft aan dat we zijn vrome gekwezel over vrijheid en verantwoordelijkheid ook niets hoeven te verwachten. Waarom doet die jongen dat toch? Als het allemaal bedoeld is om ons te verzekeren dat hij niet van de middelmaat is dan heeft hij, niet voor het eerst, het bewijs van het tegendeel geleverd. Onderkant midden zou ik zeggen en dan beledig ik vast een heleboel mensen, maar niet Rutte.

Het is ook verontrustend, juist omdat de ‘hardwerkende Nederlander’ wordt opgeroepen de niet werkende Nederlanders links te laten liggen. Immers, er is oude en nieuwe terreur, op de manier waarop je terreur hebt die teert op jaloezie en terreur die teert op afgunst. De eerste variant gaat over lijken om te krijgen waar het denkt recht op te hebben en het heeft er recht op omdat wij het ook hebben. De tweede, nieuwe, variant gaat over lijken omdat wat wij hebben verwerpelijk is omdat het verwerpelijk is en omdat wij het hebben zijn wij verwerpelijk. Zij willen het niet (noem het vrijheid van meningsuiting, of geloofsvrijheid, of vrijheid van vereniging en vergadering, noem het zelfbeschikking over je eigen leven, of wat dan ook), en ze willen ook niet dat wij het hebben. Ze willen niet eens dat we er aan denken. We staan in de weg en moeten uit de weg worden geruimd.

Bij welke variant hoort Rutte? Niet iedereen kan een hardwerkende Nederlander worden, en zij die het niet zijn vormen wel een bedreiging van het levensgeluk van de ondernemende, innovatieve, verantwoordelijke, democratische, initiatiefrijke, liberale adept. Rutte roept dat we de met de ‘opvattingen’ van de minderheid rekening moeten houden. Je moet er maar op komen. Opvattingen; rechten was beter geweest maar dat zou te lastig worden. Ik kan Rutte’s variant wel raden. De terreur van de middelmaat, dat is de terreur die slechts met terreur van de tweede variant uit de wereld kan worden geholpen.

Het liberalisme heeft vreemde kostgangers.

28 augustus

=0=

 

Vast Goed

De timing is aardig. Duyvendak heeft z’n kraakverleden nog niet bij het vuilnis gezet of  VVD, CDA en CU maken bekend een wetsvoorstel naar de Raad van State te sturen waarin kraken tot misdrijf wordt verheven. Verboden was het altijd al maar nu wordt het een kwestie van strafrecht. Van der Hoeven van Ahold mag nog altijd hopen buiten het strafrecht te blijven, de krakers kunnen die hoop in de toekomst laten varen. Met de stemmen van PVV en ongetwijfeld die van Rita is er een gerieflijke meerderheid in de Kamer. Rita heeft veel goede vrienden in het vastgoed dus dat komt vast wel goed. En misdrijven in die sector bestaan niet. Wel veel wetsovertredingen maar allemaal van de compenseerbare soort. Wie van Koop Tjuchem heeft ooit de binnenkant van de gevangenis gezien? Nou ja, klokkenluider Bos, maar die wou dan ook niet meer meespelen.

Los van de moraal, politiek gezien is het altijd weer aardig waarom politieke partijen het paard zo graag achter de wagen willen spannen. Best mogelijk dat de Raad van State vindt dat een goede politiek iets anders is, juridisch is het niet verboden. Dus, gesteld dat het wetsvoorstel technisch goed in elkaar zit wat zijn dan de politieke voordelen van dit gedoe? Het kan niet moeilijk raden zijn. Om de vastgoedsector heerst zo’n damp van corruptie, oplichting en ondoorzichtigheid dat enige actie op dat front niet overbodig lijkt. Ik neem aan dat dat in de Tweede Kamer ook wel is doorgedrongen en dat de schrik menig Kamerlid om het hart zal zijn gesprongen bij de nare gedachte het vastgoed de maat te moeten nemen. We weten dat LPF en Rita niet zouden hebben bestaan zonder de genereuze hulp van het vastgoed. Hoe zit dat met andere partijen, in de Tweede Kamer, departementaal (VROM, Verkeer en Waterstaat, Landbouw, EZ) en, meer in het bijzonder,  op gemeentelijk en provinciaal niveau? Je wilt het niet weten.

Beter dat angstzweet verplaatsen naar de krakers. En roepen dat de functie van de krakers (leegstand tegengaan) best door de gemeente kan worden overgenomen. Met een dubbeltje boete voor eigenaren en speculanten die maar misbruik van de situatie maken. Een misdrijf? Nou nee. Meer een schadegevalletje.

Wat gaat Groen Links doen? Nu zijn ze tegen neem ik maar aan, maar wat als het wetsvoorstel wet wordt? Dan moet je je neerleggen bij de wet van het vastgoed? Vast goed. Zorg dat GL de grootste partij wordt (meld je aan!) en we draaien die wet zo weer terug. Waar is het parlement anders voor?

27 augustus

=0=

 

Zomergast

Aan Willem Schinkel besteedde ik al eens aandacht (Dividu, 7 maart 2008). Afgelopen zondag was hij te zien en te horen in Zomergasten. Een aangename uitzending, met Bas Heijne in uitstekende vorm en mooie doeltreffende fragmenten die op verzoek van Schinkel waren geselecteerd. Het begon direct al met een clip van Radiohead waarvan de muziek minder interessant was dan de beelden: van een man, lopend in een stad, die op een gegeven moment op straat gaat liggen. Dat is waar andere weggebruikers niet op rekenen; het duurt niet lang voordat iemand over hem struikelt. En vervolgens informeert of de man ziek is. Dat is hij niet en hij wil ook geen uitleg geven. Dat roept irritatie op. Wanneer iemand buiten de verwachtingen van anderen treedt is hij daar op z’n minst verantwoording over schuldig en als hij weigert die te verschaffen worden we boos. Er ontstaat een opstootje en uiteindelijk geeft de man toe: hij zal het zeggen maar laten ze weten dat hij hen heeft gewaarschuwd. Hij fluistert het in een oor en vervolgens ligt iedereen op de weg. Hij heeft iets ontsluierd, ongetwijfeld het geheim van de nieuwe kleren van de keizer en, eenmaal onthuld, neemt iedereen dat over.

Een maatschappij is het geheel van communicaties, vertelde Schinkel in navolging van Luhmann. Het fragment toonde het, inclusief de imitatie, en de irritatie waardoor wat gebeurt – de ene communicatie roept de volgende op, ook als het gaat om verwarring en ongemak. Het model is evolutionair: een geheel van variatie (irritatie), selectie en retentie. Of we het nu over biologie, psychologie of sociologie hebben, dat is het model en het was interessant geweest om de plekken waar de drie elkaar raken meer in de discussie te trekken. Heijne probeerde dat voortdurend (hij bracht emoties in het spel) maar dat werd door Schinkel niet overgenomen en Heijne, beleefd gastheer, duwde niet door. Het had ook gekund door wat meer over organisatie te discussiëren: zelfde model en organisaties hebben het voordeel dat we ze overal vinden, in economie, bestuur, zorg, onderwijs, leger en politie, rechtspraak, kunst, noem maar op. Geen subsysteem zonder en wat betekent dat dan voor ‘maatschappij’? Is de metafoor van het lichaam, volgens Schinkel is de maatschappij een ‘sociaal lichaam’, wel handig? Is de economie als maatschappelijk subsysteem een ‘lichaam’? Over de economie wordt veel in lichamelijke termen gesproken (oververhit, depressie, virus enzovoorts) maar het merkwaardige is – ik bedoel in onderscheid van Schinkel’s sociale lichaam waarvan de ziektes niet zozeer ‘hypochondrisch’ als wel ‘hysterisch’ naar buiten worden geprojecteerd – dat in de economie de ziekteverschijnselen niet buiten de deur worden gezet maar veel eerder als endogene groeistuipen, als ontwikkelingscrises enzovoorts worden gezien.

Dat roept vragen op waarop we het antwoord niet hebben gekregen. Jammer want langs die weg waren we misschien wat meer te weten gekomen over een zekere onevenwichtigheid bij Schinkel, want Schinkel is niet alleen beïnvloed door Luhmann, hij is dat ook door Foucault (er was een fragment van Foucault in discussie met Chomsky; wat waren ze beiden nog jong) en dus door de thematiek van macht en insluiting door uitsluiting (gekken, gevangenen en tegenwoordig alles wat vreemd is; de corresponderende institutionele reacties zijn gesloten psychiatrische inrichtingen, gevangenissen en ‘integratie’).

Dat het één wringt met het ander, daar zit de – onopgeloste - spanning in het denken van Schinkel en dat kwam er te weinig uit. Er was van zijn kant meer uitleg dan debat en de uitleg was conceptueel, onaf (hoe had het ook anders gekund?) en, vooral, niet beeldend. Voor een tv uitzending een nadeel; er moet een brug zijn tussen beeld en geluid. Die brug ontbrak. De fragmenten waren beter zal ik maar zeggen en het had de uitzending sterker gemaakt als het gesprek niet als opbouw naar een fragment had gediend maar omgekeerd: het fragment als aanleiding voor het gesprek.

26 augustus

=0=

 

Bedrijfsongeval

Het calculeren wanneer staatsgeweld verder kan gaan dan mensenrechten is niet onschuldig want er is altijd het risico van de glijdende schaal. Het begint met het gebruikelijke voorbeeld van de gevangen terrorist waarvan we tamelijk zeker weten dat deze over informatie beschikt die, tenzij hij praat, het leven van burgers bedreigt. Tot het onmogelijke is niemand gehouden als het ware, ook staten niet. Er zijn omstandigheden dat je de rechten de rechten laat en het motief van de veiligheid laat prevaleren. Je bent in overtreding want je bedrijft eigenrichting. Hoe sterk dat is kan altijd nog worden uitgezocht en in een functionerende democratische rechtsstaat kan het ook worden uitgezocht. Althans, zo lang het tot een enkel incident, uitgelokt door extreme omstandigheden, beperkt blijft.

Aan de andere kant is veiligheid een rupsje nooit genoeg – en dan zitten we op de glijdende schaal. Wat als we het niet tamelijk zeker weten maar wel denken te beschikken over aanwijzingen dat de gevangene iets achter houdt dat vanuit veiligheidsoverwegingen relevant is of zou kunnen zijn? De weg van de grote waarschijnlijkheid naar de Patriot Act en Guantanamo Bay is helemaal niet zo lang. In de VS is ze al afgelegd, in Nederland – altijd al een Luilekkerland voor afluisteraars – zijn we al aardig op streek. Het incident is precedent geworden en van precedent naar preventie is slechts een klein stapje.

Toch is dat in een land dat zo gekarakteriseerd wordt door een moraliserende politiek en moraliserende politici – Nederland zowel als de VS – merkwaardig. Moraal gaat over waardigheid of, nog deftiger, achtenswaardigheid. In dat geval zou je van politici mogen verwachten dat ze de rechten van verdachten niet afstrepen tegen ‘veiligheid’ maar tegen ‘eer’ (ontleend aan Ronald Dworkin, Is democracy possible here?Principles for a  new political debate: 51). Onze eer wel te verstaan, de eer die er in bestaat verdachten de volledige kans te geven hun hechtenis aan te vechten en te zorgen voor expliciete, verifieerbare beschuldigingen en een procedureel toetsbare en onpartijdige rechtsgang. Daar ontbreekt het meer en meer aan – we hoeven slechts te denken aan de rol van speciale militaire rechtbanken in de VS en aan de rol van AIVD bij ons. Of we daarmee de veiligheid dienen is nog maar de vraag maar dat we onze eer te grabbel gooien is geen vraag maar een zekerheid.

Dezelfde vraag geldt voor de oorlog in Afghanistan. Gestreden wordt tegen het terrorisme, althans tegen het gevaar van terrorisme. Veiligheid is de inzet, in die typische omkering die veiligheid de voorrang geeft op recht. Eerst veiligheid, dan recht. En waar gehakt wordt vallen spaanders. Burgers die zijn waar ze zijn. In de media wordt hier alleen spaarzaam aandacht aan besteed. Wij hebben ministers die zeggen dat de coalitietroepen in Afghanistan niet opzettelijk burgerlevens op het spel zetten, in tegenstelling tot de Taliban. Bij ons is het een bedrijfsongeval, bij hen is het productie. Zij zijn eerloos, wij niet. Gisteren werd het verhaal weer eens opgedist door een woordvoerder van het Witte Huis, naar aanleiding van een bombardement waarbij tientallen burgerslachtoffers zouden zijn gevallen. De woordvoerder (Bush zat zoals gewoonlijk op zijn ranch in Texas) bracht in herinnering dat de Amerikanen in Afghanistan zijn om de burgers te beschermen, althans ‘geacht’ worden dat te doen. De media verslaan het, maar zijn er niet. Ze registreren elke Russische beweging in Georgië maar negeren het Afghaanse platteland. Tenzij ‘embedded’, laten we eerlijk zijn, model Irak. Eer, eerlijk, eerlijkheid.

Wij weten niet welke burgers de klos zullen zijn, wel dat burgers de klos zullen zijn. Het eerste is inderdaad niet bewust, het tweede wel degelijk. Soms zou ik willen dat politici wat consistenter zijn en – als ze toch al vinden dat moraal de beste maatstaf is voor hun politieke handelingen en overtuigingen – van de moraal geen gelegenheidsargument zouden maken. Eerlijkheid heet dat geloof ik, dat mooie woord dat met eer begint.

25 augustus

=0=

 

Geweld

In de oude Atheense democratie werd de getuigenis van een slaaf pas geaccepteerd als die slaaf was gemarteld. Anders werd het door de rechtbank niet serieus genomen. De weigering marteling toe te staan kon zelfs tegen de eigenaar van de slaaf worden gebruikt (ontleend aan Bernard Williams, Shame and Necessity: 108). Ik denk dat die praktijk heel goed de kern van slavernij weergeeft. Een slaaf wordt niet verondersteld een eigen wil te hebben en marteling is de ontkenning van de wil van het slachtoffer. Daarom is marteling ook geweld want geweld is erop gericht de wil van de tegenstander uit te schakelen, te vernietigen. Daarin verschilt geweld van macht. Macht neutraliseert de wil van de ander door sancties of beloningen, geweld breekt die wil. Geweld ontkent de menselijkheid van de ander en daarom ook van degene die geweld uitoefent.

Marteling is weer helemaal terug van nooit weggeweest, in het bijzonder na 11 september, de oorlog in Irak en die in Afghanistan. Niemand twijfelt aan de martelpraktijken van de VS, directe en indirecte. Zelfs samenwerking met regimes waar men in ander verband de neus voor ophaalt wordt niet versmaad. De VS is onze bondgenoot en is het nog steeds. In Nederland wordt politiek niet gediscussieerd over de vraag wat de consequenties van marteling zijn. Martelen mag niet is het standpunt en daar blijft het bij. We zijn het er niet mee eens maar we doen niks. We staan het oogluikend toe.

Marteling is de meest extreme vorm van geweld die we kennen; het slachtoffer is al weerloos voordat het martelen begint. Wij doen het anders. Wij zijn betrokken bij een oorlog met burgers als onbedoelde slachtoffers. In Afghanistan, zoals in Irak, vallen meer slachtoffers onder burgers dan onder soldaten, opstandelingen en terroristen. Het is onbedoeld, maar wel degelijk voorspelbaar, ook voor de Nederlandse politiek. Het is moderne oorlogsvoering en het levert burgers uit aan geweld waartegen ze zich niet kunnen verzetten. Het kan hen vernietigen; het gebeurt. Wie in dergelijke omstandigheden zegt te willen ‘opbouwen’ draait niet alleen ons een rad voor ogen maar hen ook. Wij zijn makkelijker te belazeren dan zij. Dat zal wel met de inzet te maken hebben. In hun geval: hun leven. Zij hebben niet om die inzet gevraagd. Wij nemen het op de koop toe.

We staan het oogluikend toe en we nemen het op de koop toe. Het verbaast niet in een land waar regeringen er mee weg komen te verzwijgen hoe ze oorlogen inrommelen en daar geen verantwoording over willen afleggen. Wel plaatst het de huidige discussie over geweldloze actie in een merkwaardig licht. Ik kan me niet heugen zo vaak zo veel vrome woorden over geweldloosheid gehoord te hebben – in een discussie waar de wereld begint en ophoudt bij de Nederlandse grenzen.

Natuurlijk, als met marteling alleen valse informatie gewonnen wordt is het eenvoudig. Maar zo is het niet. Regeringen en groepen die martelingen toepassen kunnen dat heel goed gecalculeerd doen. De calculatie draait om informatie en het probleem is dringend: een terrorist beschikt over informatie die, indien aan hem ontfutseld, het leven van talloze mensen kan redden. Is marteling dan toegestaan of niet? Als dat afhangt van calculatie – de calculatie onder welke omstandigheden de wil van de terrorist kan worden gebroken – is het antwoord in principe al gegeven. Het is toegestaan. Het is een antwoord dat – opnieuw in principe – niet verschilt van het in de waagschaal stellen van het leven van burgers die niets anders op hun kerfstok hebben dan te leven in de gebieden waar gevochten wordt. Ook dat is calculatie.

Zelfs die discussie wordt niet gevoerd. Het debat in ons land over geweldloze actie is een voorbeeld van schaamteloze bijziendheid.

24 augustus

=0=

 

Ongehoorzaam

Opmerkelijk, de overeenkomsten tussen de criteria waaraan de klokkenluider moet voldoen om niet onmiddellijk te worden afgeserveerd en de criteria voor de burger die burgerlijke ongehoorzaamheden begaat. Vandaag (Trouw, de Verdieping/podium) en als was het een schoolrapport, somt Kees Schuyt op wanneer burgerlijke ongehoorzaamheid mag. Het is een heel lijstje (een gewetensconflict, eerst andere middelen gebruiken, openlijkheid, samenhang actie en te overtreden regel, arrestatie en vervolging horen erbij net als het risico op straf, de rechten van anderen worden ‘zoveel mogelijk’ geëerbiedigd en de actie is geweldloos). Het lijkt allemaal als twee druppels water op de eisen die we aan een nette klokkenluider stellen. De burgerlijk ongehoorzame is de klokkenluider van de staat wiens burger hij is. Zo begrijp ik het artikel van Schuyt.

Toch wringt er wat want bedoelt Schuyt dat de burger, net als de klokkenluider, in dienst van een organisatie is, in dit geval van de organisatie Staat? Het lijkt me een erg ongemakkelijk standpunt, alleen al gelet op de sfeer van de mensenrechten, bijvoorbeeld zoals uiteengezet in het Europese verdrag daarover. Schendingen van mensenrechten zijn nooit ‘interne zaken’. Staten kunnen er aanleiding in zien in te grijpen in andere staten en burgers kunnen er aanleiding in zien hun staat de maat te nemen. Een Europese staat kunnen burgers niet aanroepen maar het Europese Hof van Justitie wel degelijk. Gebeurt ook en de Nederlandse staat wordt met enige regelmatig door dat Hof op de vingers getikt. Voor wat betreft mensenrechten zijn we niet in dienst van de staat. Het zou ook het einde van de mensenrechten betekenen. Eerder omgekeerd: zodra een staat de mensenrechten met voeten treedt hebben we in naam van internationaal recht alle recht – zo niet de plicht – tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Burgers meten zich in zo’n geval statelijke bevoegdheden aan en kunnen zich daarbij beroepen op een hogere autoriteit dan de staat.

Het eerste mensenrecht is het recht om rechten te hebben. Zodra daar aan wordt getornd – in het bijzonder door een staat die daar selectief en, gezien de Nederlandse praktijk in de periode Verdonk, daar in steeds meer gevallen zelfs exclusief mee omgaat – is burgerlijke gehoorzaamheid de praktijk die wat heeft uit te leggen en niet de burgerlijke ongehoorzaamheid. Leve de burgemeesters, de wethouders en raadsleden, de burgers, de kerken en de vrijwilligersorganisaties die rechteloze mensen – wij noemen ze tegenwoordig voor het gemak ‘illegalen’- hielpen en afschermden van een overheid die hen hun recht op rechten betwistte. Zelfs zij die in dienst van de overheid werkten waren het op dat moment niet want zij waren in dienst van de mensenrechten.

De burgerlijk ongehoorzame is niet de klokkenluider van de staat. Hij bindt de staat de bel aan, dat wel, maar dat is niet hetzelfde. De burger is niet als zodanig, zoals de klokkenluider, in dienst van een organisatie, ook niet van de organisatie Staat. De burger hoeft zich ook niet te beroepen op de democratie zoals Schuyt suggereert: hoe minder democratisch de staat hoe meer we burgerlijke ongehoorzaamheid nodig hebben en hoe moeilijker en gevaarlijker het is om ongehoorzaam te zijn. Dat kan maar dat is niet waar het in Nederland om gaat. Als er nu iets is dat de laatste jaren kenmerkt – in naam van de democratie, de meerderheid, de publieke opinie – dan is het wel de verzwakking van de rechtsstaat, van de spelregels waar ook de staat zich aan heeft te houden en dat steeds minder doet.

De burgerlijke ongehoorzaamheid van de laatste jaren, de ongehoorzaamheid met betrekking tot de uitholling van de rechten van illegalen en asielzoekers, van vreemdelingen en het verzet tegen de snelle associatie van vreemd met gevaarlijk, onwenselijk en zelfs terroristisch – die ongehoorzaamheid is een reactie op het verzwakken van de rechtsstaat, van een wetgever die met wetten andere wetten overtreedt en daarmee het recht waar de rechtsstaat van afhangt in diskrediet en gevaar brengt. Burgerlijke ongehoorzaamheid nu is het overtreden van de wet om de wetsovertreding van de wetgever te neutraliseren en in het beste geval ongedaan te maken. Daar is het lijstje van Schuyt niet op berekend en dat is jammer.

23 augustus

=0=

 

Baat

‘En uiteindelijk heeft de premiebetaler daar baat bij’ vertelde de woordvoerder van Zorgverzekeraars Nederland, de brancheorganisatie van de zorgverzekeraars. Hij legde ook het principe uit: duur als het moet, goedkoop als het kan. Dure reclamecampagnes, goedkope zorg. Een verhelderende uitleg want nu snap ik eindelijk waar de privatisering van de zorgverzekering op neerkomt. Het gaat helemaal niet om solidariteit met de zieken en zwakken maar om de solidariteit met de premiebetalers, de hardwerkende Nederlanders! Uw zorg is mijn premie en de zorgverzekeraar houdt de zorg karig want het leven is al duur genoeg.

Er was een uitzending van 1 Vandaag waar ik dit oppikte. Thema: de verzekeraar zit op de stoel van de dokter en de patiënt is de dupe. Er was een patiënt met apneu, er was een patiënt met diabetes. Hun artsen schreven A voor, de zorgverzekeraar vergoedde alleen B. Ze weten het beter dan de artsen. Hoe ze dat weten? Door op de belangen van de premiebetaler te letten want B is goedkoper dan A. Wel ongemakkelijker voor de patiënt en, in het geval van de diabetespatiënt, leidend tot arbeidsongeschiktheid. De voortdurende prikjes in de vingers gingen niet zo prettig samen met het werken in de tuin en dat was nu eenmaal zijn vak. Misschien is er nog een re-integratiebureau, bijvoorbeeld verbonden met de verzekeraar, dat z’n best gaat doen om meneer verder te helpen in wat hij nog wel kan?

Waar ik me over verbaas is dat bij de privatisering niet geregeld is dat een voorschrift van een arts alleen ongedaan kan worden gemaakt door een andere arts, evenmin verbonden aan de verzekeraar. Een second opinion dus maar in dit geval niet op aanvraag van de patiënt maar van de verzekeraar die daartoe bij een pool van onafhankelijke artsen kan aankloppen en dan door de pool een arts krijgt toegewezen die het aanvankelijke voorschrift nogmaals aan een kwaliteitstoets onderwerpt. De kosten zijn uiteraard voor rekening van de verzekeraar. De verzekeraar die te vaak onterecht naar het middel grijpt zal de premies moeten verhogen en dus klanten verliezen. Dat moet de VVD – de club waarvan sommige prominente leden als dank voor hun onbaatzuchtige bijdragen aan de samenleving alle topposities in het zorgcircuit bezetten, leden die veel beter de geneugten van de buitenparlementaire actie kennen dan huidige en voormalige activisten – toch aanspreken zou je zeggen. En betere waar, en concurrentie. Iedereen tevreden, de woordvoerder van Zorgverzekeraars Nederland hoeft zelfs zijn tekst niet aan te passen en de dokter heeft zijn stoel terug.  

22 augustus

=0=

 

Droef

Altijd gedacht dat mensen in de loop van de tijd en als het goed is ‘sadder but wiser’ werden. Dat is niet zo vindt Femke. Ze worden wijzer of blijven koppig. En nu maar wachten op háár Woutertje die vraagt: en voordat het Recht de wetten schiep Femke, wat gebeurde er toen? Het antwoord zit altijd ergens tussen de natuur, het positivisme en de procedure in. Sommigen vinden zus, anderen vinden zo. Linksom of rechtsom. Femke is erg van het positivisme, wil als groen politica de natuur natuurlijk niet uitschakelen en vlucht de procedure in.

Ja, recht en wet vormen een lastig duo, dat blijkt maar weer. De wet zegt niet dat je eigen rechter mag spelen maar weer wel dat er soms omstandigheden zijn die je geen andere keus laten. Welke omstandigheden dat zijn? Tja, dat staat niet in de wet. Er staat veel niet in de wet en de rechter weet het ook niet altijd even goed. Dus, dat handelen we af wanneer het zich voordoet en soms zijn we in en lankmoediger stemming dan andere keren. Levert dat twijfel op? Als je vindt dat gedogen de praktijk is dat het gat tussen recht en wet moet opvullen wel, anders niet.

Politici hebben een taak in het ontwerpen, vullen en ontruimen van het gedoogvak. Dagelijks werk bijna maar het valt op dat de meeste politici ontkennen dat ze daar mee bezig zijn. Groen Links deed het ooit, Femke doet het niet meer  en Wijnand, wijzer geworden, verwacht meer van de tv dan van een goeie kraak. Dat van die tv, het staat er echt hoor (in een paragraafje over ‘de nieuwe klimaatbeweging’, pp 165-170), in zijn gisteren verschenen boek over een leven als klimaatactivist. Eerst had hij een woninkje nodig en nu aandacht. Media-aandacht. Alles voor de goede zaak hoewel ik me zo langzamerhand afvraag of dat persberichtje wel een vergissing is geweest. Over gebrek aan aandacht heeft hij sinds die tijd in elk geval niet te klagen. Bovendien, de media zijn buitenparlementair dus wat is er eigenlijk zo anders geworden?

Wijnand kraakte een woninkje omdat hij erg droevig was in z’n studentenkamertje met schimmel en hospita en omdat vrienden hen vertelden dat je met kraken wel wat beters kon vinden. Een valse start. Als jij nood aan een woning hebt is dat geen vrijbrief je achter de woningnood te verschuilen en voor te dringen. Als er iets is dat me tegenstaat in de ontboezemingen van Wijnand is het dit wel. Het is niks nieuws, het was al lang bekend dat sommige krakers in de kraakbeweging op een koopje wilden krijgen waar ze anders op hadden moeten wachten. Ik wil het en ik wil het nu en ik wil het voor mezelf. Samen voor ons eigen: een korte geschiedenis van de jaren tachtig. Ik blijf het droef vinden. Wijzer? Nee. Droever? Ja. Sadder, not wiser.

21 augustus

=0=

 

Huisdierlozen

Waarom zijn mensen met huisdieren toch altijd zo idolaat over die beesten? Je ziet ze vertederd ronddribbelen met amechtige hondjes, je hoort ze over hoe slim de kat wel niet is, ze vertellen aan elkaar en als we niet oppassen ook aan ons hoe leuk het is om nog wat aanspraak te hebben zodat je niet alleen bent als je alleen bent. Op straat, tijdens het werk, met de vakantie, het kan niet op. Ze nemen ze mee naar het werk ‘omdat het even niet anders kon’. Gelukkig is er hondenbelasting en mag de hond niet overal mee naar binnen, maar de rest van die dieren – bacilhaarden eerlijk gezegd – mag je gewoon hebben zonder de samenleving te compenseren. Nou, bacillen houden heus niet op bij de voordeur.

Het minste wat je van mensen met huisdieren zou mogen verwachten is dat ze hun kop houden. In plaats daarvan informeren ze gemeend belangstellend of je ouders vroeger misschien ook al geen huisdier hadden? Nog een stap verder en ze vinden dat het aangeboren is. Denken doen ze het vermoedelijk wel. Maar over seks met hun lieve viervoeter hoor je ze niet, laat staan over dierenmishandeling (nou ja, dat doen de anderen) en over het wegdoen van het beest als het even niet uitkomt. Die kapotte trainingsbroek heb ik ook nooit vergoed gekregen. Hij bijt anders nooit riep het mens nog. Aan opvoeding doen ze niet, dat mogen wij doen. Helpen doet het niet, die dieren zijn al lang verpest.

Ik behoor tot de groep bewust huisdierlozen. Het was een mooi initiatief van het maandblad h/k om ons eindelijk eens aan het woord te laten. Het mooist was een stelling die ons werd voorgelegd: een beschaafde samenleving respecteert mens en dier. Alsof de samenleving naar de kloten zou gaan als er geen huisdieren zouden zijn. Dat ze erbij horen en dat dat nog een zegen is ook. Alsof we het zouden bezuren als er een dag geen hondenpoep op straat zou liggen! Het is tijd dat de politiek, te beginnen bij de deelraad, ons eindelijk serieus neemt en wat doet aan de dierenterreur die natuurlijk gewoon de terreur van hun baasjes is, dat weet ik ook wel. Maar we zullen wel weer een roepende in de woestijn blijven. Wedden dat een groot deel van de politici zelf een huisdier heeft? En zij zouden moeten beslissen?

Vandaag publiceert maandblad j/m de uitslag van een enquête, gehouden onder bewust kinderlozen. Er heerst groot leed onder die mensen. Ik voel volledig met ze mee.

20 augustus

=0=

 

Diploma

Balkenende is, zoals we allemaal wel weten, expert in de leer van de hervormde consensus. Bescheiden als hij is weet hij best dat je daar nooit in uitgeleerd bent. Wij, zijn onderdanen, merken het ook want de man weet nooit waar hij het accent moet plaatsen, op de consensus of op de hervormingen. Het blijft schipperen, gelukkig naast God die de koers bewaakt en misschien wel een beetje uitzet. Maar van die twee is Balkenende de enige met een diploma en dat stelt gerust. Fundamentalisten denken dat alleen God – of Zijn functioneel equivalent – gediplomeerd is. Denken wij niet. In onze samenleving weten we dat diploma’s mensendingen zijn. Maar daarmee begint ook het gedonder.

Ik las in het AD dat honderden Amerikaanse legerfunctionarissen, docenten en overheidsdienaren hun diploma gekocht hebben en daar niet slechter van zijn geworden. Het zou een interessant onderzoek zijn na te gaan of ze even goed of beter presteerden dan hun collega’s die wel netjes in de schoolbanken hun taakjes hebben afgewerkt maar dat meldt het verhaal niet. Jammer, mooier inzicht in het nut van opleidingen en certificaten kun je niet krijgen. Nu moeten we het, zoals steeds vaker dezer dagen, met de moraal doen, en dus met het prettige gevoel dat oplichters toch altijd weer tegen de lamp lopen en dat dat mooi hun eigen schuld is.

Het zaakje was opgezet door Amerikanen en dank zij de zegeningen van het internet hebben ook anderen ervan kunnen profiteren. Nederlanders bijvoorbeeld, negen in totaal en, opnieuw geheel in de geest van de moderne tijd, drie ervan worden met naam en toenaam vermeld. Volgens de krant gaat het om ‘topmanagers’. Of dat zo is kan ik niet nagaan maar dat je voor managen geen geleerde hoeft te zijn was natuurlijk altijd al bekend. Van kennis komt maar twijfel en als een manager ergens van af moet zien is het van twijfel. Wie twijfelt komt niet tot beslissen en dat schiet niet op. Voor beslissen heb je geen diploma nodig. Of je dat aan managers moet vragen weet ik niet zeker, misschien komen ondernemers eerder in aanmerking.

In Nederland, zegt OCW, is het kopen en hebben van nepdiploma’s niet strafbaar. Beroepen en organisaties moeten zichzelf maar beschermen. Soms lukt dat best aardig, soms ook niet. Bij politici bijvoorbeeld, toch zo langzamerhand ook een soort managers, kun je je afvragen wat je aan een diploma hebt. Charles Schwietert destijds jokte over zijn geleerdheid en mocht voor straf geen staatssecretaris worden. Een prachtige ambitie gesmoord. Terecht want voor de politiek heb je geen diploma nodig en net doen alsof je er wel een hebt bevestigt alleen maar het vooroordeel dat mensen die wat weten betere beslissers zijn. Kennis is macht, dat misverstand. Diploma’s zijn er om dat misverstand in stand te houden en te legitimeren.

Diploma’s sluiten mensen uit, daar zijn ze voor. Inmiddels heeft iedereen de plicht zich ergens voor te diplomeren, van startkwalificatie tot en met EVC. Als je je nog wat wilt onderscheiden moet je met een beter diploma komen. De markt voor nepdiploma’s komt niet nergens vandaan. Nepdiploma’s zijn de placebo’s van het alom gevraagde – we zijn er aan verslaafd – diplomamedicijn. Het werkt omdat we denken dat het medicijn werkt.

19 augustus

=0=

 

Versteend

Dat Robert E. Sherwood in 1935 het toneelstuk The Petrified Forest schreef, dat daar in 1936 een film van is gemaakt met hoofdrollen voor Bette Davis, Leslie Howard en Humphrey Bogart, dat in 1955 de televisie het stuk oppikte en uitzond (dit keer met Lauren Bacall, Henry Fonda en opnieuw Bogart) – ik wist het tot gisteravond niet. Dat ik het nu wel weet is omdat het stuk een rol speelt in de roman van Richard Yates Revolutionary Road, oorspronkelijk verschenen in 1961 en in vertaling in 2003 bij de Arbeiderspers (met dezelfde titel want het gaat om een straatnaam, niet om een levenspad). Ik was nieuwsgierig en zocht het op. Om wat afstand van de roman van Yates te krijgen denk ik want Revolutionary Road greep me bij de keel.

Een bekend versteend bos vind je niet alleen op Lesbos maar ook in Arizona en daar speelt dan ook het toneelstuk en de film. Het boek speelt in Connecticut, (aan de westkant, tegen New York aan) en de plek van het versteende woud is ingenomen door een nieuwbouwwijk op het platteland (de Revolutionary Hill Estates), ergens waar ze het centrum van een stadje of dorp al lang uit het oog zijn verloren. Een hoofdrol in het stuk is gereserveerd voor een even verdoolde als uitgedoofde would-be intellectueel, die het uiteindelijk wel een aardige gedachte vindt begraven te worden in een versteend woud. In het boek is een hoofdrol weggelegd voor een al even leeghoofdige en pretentieuze man die zich echter uiteindelijk maar al te bereidwillig neerlegt bij zijn lot, verstening in wat we met enig gevoel voor anachronisme een Vinex locatie mogen noemen.

Het boek speelt in 1955, 10 jaar na de oorlog. Het is een boek waarin dertigers de toon aangeven, inmiddels getrouwd, met kinderen, weg uit het dure New York en wonend in niet al te prijzige doorzonwoningen. Goed voor de kinderen en zo en vol met lotgenoten, met mensen die ook zo langzamerhand aan de bak moeten en op de een of andere manier naar een niet al te beroerd afscheid zoeken van hun vroegere dromen en ambities. Ooit waren ze veelbelovend, nu ononderscheidbaar van de anderen. Het voedt de behoefte aan onderscheid.

En het voedt de behoefte aan vluchten, aan nog een keer opnieuw beginnen, om een schone start te maken. Zoals Gabby in het toneelstuk, zo droomt ook de April uit de roman over Frankrijk, om daar opnieuw te beginnen. April slaagt er ook in haar man, Frank, voor het idee te winnen, voornamelijk door hem te wijzen op z’n eigen uitspraken, veroordelingen van z’n huidige baan, hun huidige woonomstandigheden, hun buren die van de weeromstuit als vrienden moeten worden aangeduid, de verspilling van z’n vele nu onbenutte talenten. Welke dat zijn? Zoeken we op, in Frankrijk. Met hun twee jonge kinderen die met dat plan niet helemaal gelukkig zijn, maar, zegt April tegen Frank, wij beslissen voor hen en niet omgekeerd. Kinderen heb je, maar waarom eigenlijk? Voor April had het niet gehoeven en voor Frank evenmin, al is Frank een betere leugenaar.

Frank doet mee maar niet van harte. Hij weet maar al te goed dat hij poseert. Hij wordt er ook weer beter in, gegeven de droom van ontsnapping. Hij mag graag anderen de ogen uitsteken met het plan maar dan is het ook wel welletjes. Hij wordt gered door de gong; kort voordat ze zouden vertrekken blijkt April zwanger te zijn. Zij heeft geen bezwaar tegen aborteren, maar hij des te meer. Hij zit niet op nog een kind te wachten maar het is wel een uitgelezen mogelijkheid op een nette manier het Frankrijk plan te verdagen. Bovendien, hem is net een nieuwe baan aangeboden die hem meer aantrekt dan hij zelfs aan zichzelf kenbaar durft te maken – een nieuwe uitdaging van het soort dat ook wij in onze werk-werk-werk samenleving zo goed kennen. Een baan met vooruitzichten als het ware.

Maar niet Frank is de held. De heldenrol is weggelegd voor April. En dat in een tijd die al lang niet meer voor helden bedoeld is. Niettemin, April weigert verder mee te spelen. Ze zegt haar geloof in Frank op – ze prikt zijn mythe van steeds meer woorden met steeds minder zeggingskracht door – en ze neemt afscheid van de zwangerschap die ook zij en niet voor de eerste keer en vanaf het allereerste begin niet wou. Ze aborteert zichzelf, thuis en alleen en weloverwogen en hopeloos, en overlijdt aan de gevolgen. Frank besteedt zijn kinderen uit aan een oudere broer en diens echtgenote, accepteert de nieuwe baan en verhuist. Naar meer van hetzelfde, naar een ander versteend woud.

Yates opent zijn boek met de toneelvoorstelling van The Petrified Forest, met daarin een hoofdrol voor April. Het leek zo’n aardig initiatief; een toneelgezelschap oprichten, wat leven in de brouwerij en nog beschaafd ook. Bovendien, April had al eens een tijdje doorgebracht aan de toneelschool. Wie weet. Het wordt een volkomen mislukking. Aanvankelijk redt April de voorspelling met sterk spel maar al snel wordt zij ook meegezogen in de misère. Een aankondiging van wat komen gaat zullen we maar zeggen. Na de eerste en enige voorstelling valt het gezelschap uit elkaar, uit gêne mogen we aannemen. En eerlijk gezegd, wie had er ooit echt in geloofd? Zij niet.

In de Revolutionary Hill Estates is geen plaats voor het grote gebaar en dus aan de Revolutionary Road ook niet. Het is een plaats voor machteloos verzet, een plaats voor hen die zichzelf voor de gek houden en het zich niet kunnen permitteren toe te geven dat ze zichzelf voor de gek houden. April is de enige die daar, aan het einde van de rit, achter komt en er de meest radicale consequentie aan verbindt. De overigen vegeteren gewoon verder, tot aan de totale verstening ongetwijfeld. Niettemin, alleen zijn ze allemaal. Er zijn geen uitzonderingen.

Na het lezen van het boek ben ik een paar minuten als versteend blijven zitten. Een voltreffer. Knock Out en niet eens door een vuist. Eerder door een deur waarvan je dacht dat die open stond. Nee dus.

18 augustus

=0=

 

Economie voor jou

Hoe zet je een leuke en ook nog instructieve cursus economie op? Robert Frank geeft het antwoord (Robert H. Frank, The Economic Naturalist; why economics explains almost everything. New York, Basic Books; 2007). Zijn recept om de studenten bij de les te houden is eenvoudig: verbaas je, zet die verbazing om in een vraag en schrijf een antwoord op je vraag in een essay met een omvang van niet meer dan vijfhonderd woorden. Je hebt het goed gedaan als je vrienden (econoom of niet, liever het laatste) het ook een leuke vraag vinden en het antwoord begrijpen.

Waarom wordt melk in vierkante pakken verkocht en soft drinks in ronde verpakkingen? Leuke vraag, en met enig redeneren omtrent kosten en baten kom je op het goede antwoord (melk bewaar je gekoeld en koelruimte is duurder dan ruimte op het schap waar je de cola vindt). Soms zijn de vragen zo leuk dat je enorm plezier beleeft aan zowel de vraag als het antwoord (waarom zijn vrouwenshirts linksknopend en mannenshirts rechtsknopend?; waarom kopen oudere echtparen toch nog een groter huis als hun kinderen al uit huis zijn?).

Steeds wordt van de studenten, behalve het vermogen zich begrijpelijk uit te drukken, een drietal dingen gevraagd: het vermogen zich te verbazen (zich iets af te vragen en daar een beantwoordbare vraag van te maken), het toepassen van enige elementair economisch redeneren en wat kennis van zaken over het onderwerp dat met de vraag wordt aangesneden. De combinatie van die drie zorgt ervoor, aldus Frank, dat de studenten meer van economie leren dan in de meer reguliere opzet waarbij ze worden doodgegooid met begrippen, formules en grafieken. En het is nodig ook. Aan het begin van het boek geeft Frank ons enig inzicht van wat er gebeurt als je studenten wel de grammatica maar niet de taal van de economie leert verhalen. Stel, je krijgt een kaartje voor het concert van Eric Clapton vanavond. Het kost je niks, je kunt het kaartje niet verkopen maar het probleem is dat diezelfde avond Dylan een concert geeft en, ik ben het geheel met Frank eens, liever Dylan dan Clapton. Voor het Dylan concert zou je best de gevraagde 40 euro over hebben. Zelfs 50 euro heb je er voor over. De vraag is dan wat je opgeeft als je naar het Clapton concert gaat (wat de ‘opportunity costs’ daarvan zijn).

Het antwoord is niet moeilijk, zou je zeggen. Als je naar Dylan zou gaan voor die 40 euro win je voor jezelf 10 euro want je zou er 50 euro voor over hebben gehad. Je doet er daarom verstandig aan om naar Clapton te gaan als diens optreden voor jou op z’n minst 10 euro waard is. Dus, 10 euro is het goede antwoord.

De vraag is aan verschillende groepen economiestudenten voorgelegd, met vier keuzemogelijkheden: 0 euro, 10 euro, 40 euro, 50 euro. Het aantal studenten met het juiste antwoord was 7.4%. Toen dezelfde vraag werd voorgelegd aan studenten die geen economie hadden gevolgd, steeg het percentage goede antwoorden met ongeveer 10 procent. En toen, opnieuw, de vraag werd voorgelegd, maar nu aan vakeconomen, steeg het antwoord met nog een kleine 4 procentpunten. Nog altijd onder de 25%, de kans van 1 op 4. Economie studeren is geen garantie voor economisch inzicht (daarom is de vraag, beantwoord met een buiging naar de uitleg over micro-efficiëntie en macro-ineffectiviteit van de evolutietheorie, naar het waarom van het overdreven mathematisch formalisme in de opleiding en praktijk van het economenvak zo aardig). Kennelijk wordt het vermogen je ergens over te verbazen en daar anderen deelgenoot van te maken en in mee te nemen al aan het begin van de opleiding economie ingenomen – en niet meer terug gegeven.

Nooit een leuker economieboek gelezen dan dit. Ik ga er mijn voordeel mee doen want de klacht van Frank is even relevant voor andere wetenschapsgebieden. Aanbevolen, zeg je in zo’n geval. Van harte zelfs.

16 augustus

=0=

 

Muur, gordijn, cordon

Toen de Muur werd gesloopt en het IJzeren Gordijn, en met het IJzeren Gordijn de Koude Oorlog, verdween, dachten we dat pas toen de Tweede Wereldoorlog echt voorbij was. Naar nu blijkt is de Koude Oorlog toch wat meer dan alleen het product van de Europese boedelscheiding waartoe Jalta ons had veroordeeld. De Koude Oorlog is springlevend. De VS leggen een raketschild aan in Europa, Rusland gaat weer op visite in Cuba, en voor Georgië moeten we nog maar eens een nieuwe bijeenkomst op de Krim beleggen. Het zal nog wel even duren en wie weet is Brussel ook een acceptabele pleisterplaats.

Vrijwel alle voormalige Warschaupact landen, met uitzondering van Georgië en Oekraïne, zijn na 1994 lid geworden van de NAVO of hebben uitzicht op dat lidmaatschap. Rond Rusland is een cordon gelegd waarvan de eerste laag wordt bezet door landen die Rusland als vijand en bedreiging zien. Die eer wordt door Rusland uiteraard gereciproceerd. De VS hebben met hun anti-raketschild, waarvoor onder meer Centraal en Oost Europa als favoriete locatie zijn uitgezocht, olie op het vuur gegooid. Niet verstandig, en evenmin zal het de Russen gerustgesteld hebben dat de NAVO nu ook ‘energiezekerheid’ tot z’n werkterrein heeft verklaard, en daarmee het ‘ondersteunen van de bescherming van de vitale infrastructuur’ (Kamerbrief inzake de Nederlandse inzet NAVO Top te Boekarest van 2 tot en met 4 april 2008; Ministerie van Buitenlandse Zaken, 21 maart 2008). Neutrale staten als Finland en Oostenrijk zijn geen NAVO-lid maar nemen wel deel aan de ISAF-NAVO missie in Afghanistan. Het is een tamelijk compleet cordon met alleen de Oekraïne en Georgië nog als ontbrekende schakeltjes.

Het is alsof de VS zouden worden omgeven door een militair bondgenootschap van Midden en Zuid Amerika inclusief het hele Caribische gebied en met uitzondering van Canada en Groenland. Zou de VS dat als vriendelijk en niet tegen hen gericht ervaren?

Het zou toch mooi zijn als de Nederlandse media iets minder bevooroordeeld zouden berichten.

15 augustus

=0=

 

Waarachtig

Ik las Het Boek Blam, van Aleksander Tisma, vorig jaar (in een niet altijd even aangename vertaling) verschenen bij Meulenhoff. De hoofdpersoon, Blam, neemt ons mee door de geschiedenis van Novi Sad, Servisch tot de inname door Hongarije in de Tweede Wereldoorlog. Blam blikt erop terug. Hij is en was altijd al een man zonder illusies omdat volgens hem alles, het hele leven met alles erop en eraan, illusie is. Wie illusie in het enkelvoud schrijft heeft geen illusies. Blam doet en deed niet mee, daarom. Hij bekijkt de dingen maar hecht zich niet. Hij zou niet weten hoe of waarom. Pas aan het inde van zijn verhaal weet hij waarom ook hij niet zonder kan maar dan weet hij nog altijd niet hoe dat te bereiken. Natuurlijk, hij is blij met zijn opgroeiende dochter Mala maar dat is omdat hij er niet de vader van is. Wel zo makkelijk. Hij is altijd de afwijzende puber gebleven die met te grote woorden – alles is illusie – het effect sorteerde waarvoor hij vervolgens geen verantwoordelijkheid nam. Eeuwige puberteit/tijd. Alles is illusie. Herkenbaar genoeg.

Blam is een overlevende in Novi Sad, waar de Joodse gemeenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog is uitgemoord, met een hoofdrol voor de Hongaren, de Pijlkruisers die toen ze toch bezig waren ook behoorlijk hebben huisgehouden onder de Serviërs. Etnische zuivering, de regio is er al tijden mee vertrouwd. Blam neemt ons mee langs de Jodenstraat, per huisnummer wordt ons verteld – zakelijk – wie er woonde voor de slachting. Maar Blam bleef in leven. Hij was getrouwd met Janja, en had haar christelijke geloof geadopteerd. Blam gelooft niet, het geloof van zijn vrouw is voor hem niet meer dan een bevestiging van zijn afzijdigheid.

Zij die deden – zijn zusje Ester, zijn vriend Cutura, de makelaar Funkenstein – wisten die wat ze deden? In het woordenboek van Blam niet, maar ze deden en dat is veel, ook al was het onbesuisd of alleen maar een reflex. Voor lijfsbehoud bijvoorbeeld, zoals Funkenstein die viool speelde in een trio dat achter een karretje aanliep met daarop de veroordeelden, in Bergen-Belsen. Ook Funkenstein is een overlevende. Hij leeft, hij houdt nog altijd van muziek.

Blam is een product van de Joodse diaspora. De geschiedenis die vader en moeder over generaties bij elkaar heeft gebracht – een geschiedenis van vervolging, vlucht, moord en verkrachting, voorlopige vestiging – wordt ons, al even zakelijk, bekend gemaakt. Met Blam, die geen eigen kinderen heeft, zal de geschiedenis ophouden. Hij is de laatste. Ooit had hij vader kunnen worden, maar een abortus heeft voorkomen dat het zo ver kwam. Blam vond het wel best zo.

Het kind zou van hem en Lili geweest zijn. Lili is zijn nicht die hem in zijn jonge jaren had verleid. Hij wou, toen het nog kon, niet met haar mee naar Italië. Het was maar verantwoordelijkheid geweest, een actie. Alsof dat zin had. Jaren later schrijft Lili hem brieven die hij niet ontvangt en ook niet mist want Lili is voor hem niet meer dan een herinnering. Lili overdreef, een ander woord voor er zijn, er toe doen, iets doen, een verschil maken, hoe klein ook. Aan Blam niet besteed. Lili koestert hem ook na jaren. Het is niet wederkerig.

En toch, helemaal een dode levende is Blam niet. Hij wordt nog altijd vergezeld door een levende dode, Cutura, schoolvriend, communist, al in het verzet toen er nog geen verzet was, gestorven (neergeschoten) in het verzet. Cutura treedt lang na zijn dood op om de zaken van Blam te behartigen omdat die behartigd moeten worden – ook hier gaat het om een onbetaalde rekening uit de oorlog – en Blam daar zelf niet toe kan worden bewogen. Tot het ook Cutura de neus uitkomt, Blam dood verklaart en opdracht geeft hem neer te schieten. Het is niet de eerste en dus ook niet de enige keer dat Blam zijn eigen situatie als die van slachtoffer beleeft. Het is zijn manier om aansluiting te vinden bij de mensen die zich niet aan de zijlijn hebben gemanoeuvreerd. Hij wacht op aansluiting, verbeeldt het zich.

Niet meedoen, daar komt Blam achter, is de niet bestaande luxe die hij zich heeft willen permitteren. Niet meedoen is meedoen, al was het maar als kritiek op het wel meedoen. Meer dan nodig soms. Blam deed ook dat niet. Hij doet/deed niks en komt er achter dat zij die deden lang niet altijd het goede of het ware deden. Niettemin, zij die deden waren waarachtig, zoals de sombere laatste zinnen van het boek ons dat inprenten. Blam prent het zichzelf in. Te laat. Een prachtig, huiveringwekkend, eenzaam boek. Het gaat over ons, present company not excluded.

14 augustus

=0=

 

Theezakjes

Bij schoolboeken wordt door uitgevers het ‘theezakjesmodel’ gehanteerd. Het model komt hierop neer: het boek wordt in eerste instantie geschreven voor HAVO/VWO leerlingen en daarna verdund tot een ‘smakeloos aftreksel’ voor lagere onderwijstypen. Zo smakeloos dat leraren en leerlingen er hun neus voor ophalen. Terecht, zou ik denken.

De vraag is: klopt het? Het verhaal komt van een docent Duits in het vmbo (gemeld op de Trouw site, 12 augustus) dus die weet vast wel waar de schoen wringt. Maar als het klopt, wat dan? Het produceren van schoolboeken is in Nederland, veel meer dan elders als ik de berichten mag geloven, een lucratieve bezigheid voor de uitgevers. Elk jaar een nieuwe uitgave, met geringe veranderingen, veel plaatjes, boxjes, nieuwsberichten enzovoorts. En dan natuurlijk elk jaar een nieuw werkboek, al dan niet begeleid door een aparte ‘gids’ voor docenten. Afzet gegarandeerd, zeker in een situatie waarin tal van leraren niet bevoegd zijn en weinig anders ter beschikking hebben dan dat leerboek.

Zit daar dan de kern van het probleem? Vloeit de gerieflijke positie van de uitgever voort uit de benarde positie van de leraar, die maar net dat befaamde hoofdstuk ‘voor’ kan blijven? Het is niet ondenkbaar en toont eens te meer aan dat gratis schoolboeken een probleem oplossen dat er niet is. Gratis bestaat niet en dus komt elders uit de onderwijsbegroting het bedrag dat aan de schoolboeken wordt weggegeven. Het boek wordt niet duur betaald omdat het duur is – hoewel het te duur is – het boek wordt duur betaald omdat het van de status van eetgerei naar die van hoofdmaaltijd is opgerukt. Dat een docent afhankelijk is van een leerboek is een idiote, onacceptabele en bestaande gang van zaken.

Ik begrijp dat Henriette Maassen van de Brink en Wim Groot een nieuwe leerstoel ‘evidence based onderwijs’ gaan bezetten. Ze kunnen gelijk aan het werk, met een onderzoek naar de ‘historische evidentie’ van de relatie tussen de bloeiende leerboekenindustrie en de tanende vreugde van het lerarenberoep. En passant, want dat is het lot van het vmbo, kan dan tevens onderzocht worden hoe het theezakjesmodel heeft bijgedragen aan de lage waardering van en voor het vmbo. Het onderzoek kan gefinancierd worden uit de gelden bestemd voor het gratis maken van de leerboeken. Komt er misschien toch nog wat aardigs voort uit dat politieke initiatief om in het onderwijs voor de zoveelste keer het paard achter de wagen te spannen.

13 augustus

=0=

 

Poort

Gisteravond, in het NOS journaal, zag en hoorde ik Paul van der Heijden, tegenwoordig rector magnificus van de Leidse universiteit. In Leiden willen ze graag selecteren ‘aan de poort’ en hij vroeg zich af hoe het toch kon dat je voor kunstacademies en conservatoria wel werd getoetst voor je naar binnen mocht en voor universiteiten niet. Het leek hem niet goed. Hij klonk zelfs een beetje verongelijkt, alsof het niet eerlijk was. De voor de hand liggende verklaring dat het middelbaar onderwijs zo droef weinig aan kunst en muziek doet dat daar geen enkele zinnige voorspelling over de eventuele talenten van de leerlingen op die gebieden aan te ontlenen valt, dat kwam niet bij hem op. Een goede leerling kan verderop ook nog wel wat leren, maar of diezelfde leerling muzikale of andere vaardigheden bezit, daar weten we dan nog niks van af. Selectie aan de poort van conservatoria en kunstacademies is daarom zo gek niet. Als je dat wilt afschaffen dan moet eerst het hele voorbereidende onderwijs op de schop. Over de arbeidsmarkt heb ik dan nog niet eens gehad. Geeft niks, daar had Van der Heijden het ook niet over.

Wat dat toch is met die drang om zich te onderscheiden – door anderen te imiteren, dat wel – door selectie aan de poort, het blijft raadselachtig voor me. In het onderwijs bestaan meer dan genoeg mogelijkheden om zich tijdens de rit te vergewissen over de kwaliteit van de grondstoffen en om, dus, het kaf van het koren te scheiden. De wens om van kaf verschoond te blijven veronderstelt dat je die scheiding al vooraf kunt treffen. Dat kan best lukken, gegeven een aantal omstandigheden zoals – om me tot de meest eenvoudige te beperken – een qua samenstelling, tijdsduur en opbouw redelijk stabiel curriculum. Waar je dat vindt? Nou, misschien aan het conservatorium, maar niet aan de universiteiten. Die zijn al lang ondernemend geworden en dus dynamisch, innoverend, adaptief, proactief en, vooral, relevant, relevant voor van alles en nog wat. Universiteiten hebben zo hun markten. De academie is er al aan onderdoor gegaan, maar het werk is nog lang niet af. Er moet nog veel gedaan worden; noem me de onderneming waar dat niet de lijfspreuk van is.

Ondernemingen, Van der Heijden zei het niet dus doe ik het maar, selecteren inderdaad ook aan de poort. Bij hun klanten doen ze dat voornamelijk door hun prijsstelling, bij hun werknemers door beperkt te werven en nog veel beperkter te selecteren. Ik zou Paul best een gewetensvraag willen stellen: studenten, zijn dat klanten eerder dan werknemers of is het net omgekeerd? Ik zou, als ik hem was, die vraag maar beantwoorden want leveranciers moet je naar een andere poort verwijzen dan klanten en werknemers weer naar een andere poort. Voordat je kunt selecteren aan de poort moet je de poort selecteren.

12 augustus

=0=

 

Mea non culpa

Mijn fout is het niet geweest. Zegt met enige omhaal van woorden Alan Greenspan, tot voor kort voorzitter van het Federal Reserve System in een ingezonden artikel in de Financial Times van een week geleden. De kredietcrisis is niet meer dan een groeistuip in de globalisering en daar hebben regeringen en centrale banken zich maar bij neer te leggen. Hebben ze ook gedaan. De overheden zijn opzij gezet door globale economische krachten (de internationale versie van Smith’s ‘onzichtbare hand’ volgens Greenspan), de centrale banken zijn in het huidige decennium de controle over de lange termijn rente kwijtgeraakt aan diezelfde globale economische krachten. Het heeft geen zin, nog steeds Greenspan, dat terug te willen draaien.

De hypotheken? Nou ja, zegt Greenspan, het moet ergens beginnen en het is duidelijk dat er in de waarde van de huizen nog behoorlijk moet worden gecorrigeerd voordat de hypotheekmarkt zich kan herstellen. En, toegegeven, risico’s waren ‘heavily underpriced’ en dat wist de ‘financiële gemeenschap’ ook al lang. Wat die gemeenschap niet wist was wanneer de correctie zou komen. Aan de andere kant, ze moesten wel meedoen, dat leert ons de psychologie van het schommelen tussen angst en euforie en weer terug. Het staat er en het komt neer op de eenvoudige regel dat als je niet meedoet je marktaandeel inlevert. Dus doe je mee.

Dat het zo aantrekkelijk was om risico’s te nemen – het kostte niks volgens onze zegsman ook al wist iedereen dat vroeger of later de wal het schip zou keren – had alles te maken met de lage rente, product van Greenspan’s eigen beleid. Wat hij daar nu van zegt, zonder er iets over te zeggen want het woord ‘rente’ is in het artikel zorgvuldig vermeden, is dat zijn lage rente een erkenning van de globalisering was, amper een keus dus en eerder een zich neerleggen bij de nieuwe verhoudingen. Eerder (ongeveer een jaar geleden en opnieuw in de Financial Times) wees Greenspan nog wel op de invloed van de lange termijn rente maar wat maakt het uit: ook toen waren het de globale economische krachten die die rente afdwongen en niet een simpele centrale bankier. Kennelijk hebben andere centrale bankiers, die de rente wat hoger hielden en daardoor het risico wat kostbaarder maakten, dat niet volledig ingezien.

Het onderprijzen van zaken wordt in de marktwandeling dumpen genoemd. Dumpen is een praktijk die in het algemeen als oneerlijke concurrentie wordt gezien en het is een praktijk die wordt bestreden. Als, daarentegen, de financiële gemeenschap van Greenspan risico’s dumpt, heeft dat zijn zegen want als de globalisering zo is dan is de globalisering zo. Als ik het wel heb is de globalisering à la Greenspan een vrijbrief voor de financiële ‘gemeenschap’. Die mag zich maar wat gelukkig prijzen met zo’n adviseur.

11 augustus

=0=

 

Verjaardag

Gisteren was de eerste verjaardag van de kredietcrisis. Toen, 9 augustus 2007, begon de ECB met z’n inflatie-aanwakkerend anti-inflatiebeleid. Miljarden op miljarden in het financiële circuit en de rekening wordt neergelegd bij de belastingbetaler. De schuld is van ons allen, opdat de winst van de onverantwoordelijkheid veilig kan worden gesteld. De paradox van de moderne centrale bankier die ons de broekriem wil laten aan trekken om de financiële sector adem te gunnen. Het is Engeland in de jaren zestig en zeventig waar het sterke pond de Engelse industrie op forse achterstand zette want de City moest zich kunnen ontplooien. Vandaag is de City Global geworden, de Global City.

Het gaat, zo lees ik tot vermoeiens toe, om een vertrouwenscrisis in de wereld van de banken. Merkwaardig, zouden banken elkaar ooit vertrouwd hebben? Zelfs in een kartel vertrouwen de partners elkaar niet en dan zou in de reguliere en minder gereguleerde concurrentie vertrouwen de regel zijn? Meer in het algemeen valt de droeve kwaliteit van de argumenten op, in het bijzonder de gedachte dat de grote reeks nieuwe ‘producten’ die de financiële wereld sinds enkele decennia over ons heeft uitgestort – het uit elkaar plukken van kredieten, het recombineren van kredieten in pakketjes, het verhandelen daarvan en dan weer opnieuw – zo waren geassembleerd dat de risico’s er eerder kleiner dan groter op zouden worden. Waarom? Ik probeer me al een tijd voor te stellen onder welke parameters zoiets zou kunnen uitkomen maar veel verder dan de tautologie dat het goed gaat als het goed gaat kom ik niet. En omdat de bank moet groeien moet het aantal producten groeien, moeten de claims op toekomstige welvaart groeien, en wordt de kans dat het een keer niet goed gaat alleen maar groter. De overname van ABN-Amro is geen bedrijfsongeluk door een ongelukkige timing, het is de perfecte illustratie van de regel dat het altijd beter zal gaan. Fortis en de Royal Bank of Scotland: het zit nu even tegen maar morgen wordt het beter. Als het goed gaat.

Een aantal vragen blijft over. In de eerste plaats natuurlijk hoe het heeft kunnen plaats vinden dat de financiële sector in staat is gesteld om steeds meer producten op de markt te brengen zonder dat daarmee corresponderende eisen van liquiditeit en solvabiliteit door de monetaire autoriteiten zijn opgelegd. De banken konden met steeds minder reserves steeds meer kredietgeld in omloop brengen, gewoon omdat hun ‘producten’ buiten de al bestaande dekkingsregels vielen. Toen het spaak liep verhuisde de dwang de geldcirculatie in gang te houden naar de monetaire autoriteiten – de belastingbetaler. Het toezicht van de monetaire autoriteiten heeft gefaald en de vraag is waarom. Dat het heeft gefaald, zelfs in een Europa dat zich niet zoals de VS als een parasiet opstelt, blijkt uit de oplopende inflatie waarmee de eerste taak van de ECB – handhaven van de waarde van het geld – uit handen is gegeven. In ons land beleven we de gotspe dat de president van de Nederlandsche Bank in een monotone dreun tot loonmatiging blijft oproepen. Anders wordt het nog erger. In alle overige berichten lezen we dat het, loonmatiging of niet, nog erger zal worden. Inmiddels houden de Amerikanen de rente laag en heeft het begrotingstekort nooit eerder geregistreerde hoogten bereikt. De Amerikanen hebben geen broekriem. Ze hebben bretels.

Een tweede vraag gaat over het toezicht op de financiële markten zelf, in het bijzonder op hun ‘producten’. Wij hebben een AFM, een autoriteit financiële markten. Een stil gezelschap zullen we maar zeggen, zich daarin een goede buur betonend van, pakweg, de Securities and Exchange Commission in de VS. Voor het gemak was het toezicht op de producten privaat uitbesteed. De banken willen dat graag zo houden, alleen is hun voorstel nu dat het ze zelf gaan doen en dan beter. Daar moet veel denkkracht aan gespendeerd zijn. Overigens is het geen boodschap aan elkaar maar aan de politici om hun handen thuis te houden.

De Global City heeft geen burgemeester, het heeft een Amerikaan als sheriff, het ambt van openbare aanklager staat open voor iedereen die anderen ervan kan weghouden en over een rechter kunnen we het niet eens worden. Als dat een vertrouwenscrisis is dan is Zimbabwe een ordelijke rechtsstaat.

10 augustus

=0=

 

Wetsovertreding

Interessant, de kwestie Duyvendak. Niet het feit (een inbraak in het ministerie van EZ om aan te tonen dat er stiekem werd gewerkt aan een plan voor een kerncentrale – wat zo was) maar de commotie, tot en met de vraag of Duyvendak wel als Kamerlid kan aanblijven, of hij nog wel geloofwaardig is, of Groen Links nog wel geloofwaardig is enzovoorts. Gisteravond zag ik Clairy Polak, in gesprek met Duyvendak. Oeverloos gemoraliseer van twee mensen in een geheim concordaat van depolitisering. Mag je de wet overtreden? Nee, je mag de wet veranderen en daarvoor moet je de Kamer in. Is dat wel geloofwaardig als je eerder de wet zelf hebt overtreden? Tja.

Wie binnen de wet wetten wil overtreden met nieuwe wetgeving, moet de politiek in. Het model is Rita Verdonk en met haar de regering en met de regering de meerderheid van de Kamer. Het werkt heel eenvoudig. Je dient een wet in waarvan iedereen wel weet dat die vloekt met andere wetten en verdragen en tegen de tijd dat je door een rechter wordt teruggefloten heb je mooi een paar jaar wettelijk met je wetsovertreding anderen de wet kunnen voorschrijven. Die kunnen altijd nog naar de rechter, een zinswending die inmiddels een gevleugeld Haags woord is geworden. In de tussentijd doen we wat wij willen. Zo nodig vervangen we de omstreden wet door een nieuwe – ook omstreden maar voordat de rechter daar iets over kan zeggen hebben we opnieuw forse tijdwinst geboekt.

In NRC Handelsblad lees ik dat wethouder Geluk best wist dat hij te ver ging – de wet overtrad – door mensen aan te schrijven over welke scholen wel en niet acceptabel waren. In hetzelfde commentaar staat de vergoelijking, want, zo wil het verhaal, het gaat om een belangrijke kwestie. Nee maar!

Groen Links zit niet fout omdat ze Duyvendak afschermt. Groen Links zit fout omdat ze de commotie niet in politieke termen vertaalt: dat de Koninklijke weg voor wetsovertreding al lang verhuisd is van het actiewezen naar parlement en regering. Zo moeilijk is dat toch niet? Als Groen Links niet oppast wordt haar eigen traditie van alerte beschermer van de rechtsstaat irrelevant. Dat is dan de politieke schade van het geval Duyvendak: meehuilen met de wolven in het bos. Ik zag het Duyvendak doen, gisteren, bij Clairy.

8 augustus

=0=

 

Moderne geschiedenis

Peter Berger vond dat er geen betere uitnodiging voor de sociologie was dan Musil’s Der Mann ohne Eigenschaften. Een verdedigbaar standpunt lijkt me. En hoewel ik geen historicus ben zou ik een vergelijkbaar voorstel willen doen: de beste uitnodiging voor de geschiedeniswetenschap van de moderne tijd is Rushdie’s The Enchantress of Florence.

Wat een boek. Ik weet dat de recensies tot zeer verschillende oordelen zijn gekomen maar ik sluit me graag aan bij de enthousiaste categorie. Het is weer het feest van de taal dat hier gevierd wordt, met Rushdie als gastheer en ceremoniemeester. Bevlogen zoals steeds, virtuoos, lichtvoetig, grappig, onverwacht. Weldadig overdadig. Exuberant. Een regisseur die rekening houdt met de eisen van het scenario en met die van de spelers. Taal die uit taal en met taal, taal weet te munten. Wat wil je nog meer.

Als er al een boodschap van de schrijver in het boek zit dan is het, zegt Rushdie, dat de werelden die in het boek voorkomen meer op elkaar lijken dan van elkaar verschillen (interview in The Spectator van 9 april 2008). Er is niet één Renaissance, er zijn er meer, en in ruwweg dezelfde periode en of het nu gaat om het vrijheidsbegrip, vrijheid van meningsuiting, tolerantie, om seksuele vrijheden of om het begrip van het individu en van identiteit als pluraliteit. Om over aard en kenmerken van de macht – het is het Florence van Macchiavelli – nog maar te zwijgen.

Bovendien, en daarom is het een mooie en aantrekkelijke inleiding tot de moderne geschiedenis, die werelden waren verbonden met elkaar, beïnvloedden elkaar, raakten op de hoogte van elkaar. De geschiedenis van een staat is de geschiedenis van staten, van een netwerk van staten. De globalisering is geen kenmerk van internet en real-time, het is een, het, kenmerk van de moderne geschiedenis. Rushdie in hetzelfde interview: ik neem aan dat er een ongenoemde subtext is .. dat er zulke dingen als universalia zijn.

Exact, en dat verteld met een aanstekelijkheid die uitlokt het ook zelf eens te onderzoeken. Het is per slot een inleiding, een inleiding als uitnodiging. Te onderzoeken is, bijvoorbeeld, waarom de wereldreizigers uit het westen komen en niet uit het oosten. Veroveren doen we kennelijk allemaal, reizen niet. Niet alles, dus, is even universeel en het maakt nieuwsgierig meer te weten van de minst uitgewerkte wereld in het boek, die van het Ottomaanse rijk. Rushdie heeft voor de student nog van alles overgelaten. Gulle taal en een gul gastheer. Van mij mag Rushdie opnieuw de Booker prijs hebben.

7 augustus

=0=

 

Tussen trouw en trauma

In de vakantie las ik Triomf van Marlene van Niekerk. Een boek over de familie Benade, met vier leden ervan (Pop, Mol, Treppie en Lambert) in de hoofdrollen. Een onthutsend boek, met taal die soms aan Céline doet denken (bij het lezen hap je naar adem, in het bijzonder als de vuilbekkende, racistische, antisemitische, vileine, slimme, oncontroleerbare Treppie aan het woord is) en soms aan Steinbeck (armoe is elke dag dezelfde en een andere ervaring, de herinneringen van Mol). Bien étonné. Een boek over de Zuid-Afrikaanse blanke onderklasse, of eigenlijk de onderklasse van de onderklasse, belichaamd in één familieverband. De titel is ontleend aan een woonwijk voor arme blanken en dat het een triomf is komt omdat de wijk gebouwd is op de ruïnes van een voormalige, tegen de vlakte gesmeten, zwarte woonwijk. Dat was in de jaren vijftig; de roman speelt in de jaren negentig, aan de vooravond van de eerste democratische verkiezingen.

De roman speelt zich af in een Zuid-Afrika waarvan de bewoners, en de blanken onder hen al in het bijzonder, niet weten wat de gevolgen zullen zijn van de eerste geboortedag van de democratie. De angst van de een is de hoop van de ander, de onzekerheid van de een is de kans voor de ander. Misschien.

De geboorte van de democratie wordt voorafgegaan door de viering van de veertigste geboortedag van Lambert Benade, de dag voorafgaand aan de verkiezingen. De gebeurtenissen in de roman hebben zijn verjaardag als centrum. De voorbereidingen voor die verjaardag beheersen het thema van het grootste deel van het boek, de nasleep van de verjaardag rondt het zaakje af. Ontluisterend, dat wel maar dat is niet het verschil tussen voorbereidingen, verjaardag en nasleep. Alles is ontluisterend. Alles is ontluisterd. Het einde van een tijdperk, een klote einde van een klote tijdperk. Van incest, de dingen die niet voorbijgaan.

Hoeveel incest in de geboorte van Pop, Mol en Treppie zat, we weten het niet zeker maar de afscheidsbrief van hun vader die zelfmoord pleegde geeft aan dat het nog wel eens heel wat geweest zou kunnen zijn. Lambert, de zoon van Pop en Mol, broer en zus, is in elk geval een product van incest. Of Pop de vader is, is overigens twijfelachtig; het kan ook Treppie, de jongere broer van Pop en Mol, geweest zijn. Mol is de prooi van alle drie, van Pop (maar die is bejaard en goedaardig), van Treppie en van Lambert die ten slotte ook wat moet. Lambert is zo gek als een deur, heeft regelmatig toevallen en is gewelddadig. De oudjes kunnen fysiek niet tegen hem op en Mol is niet zo snel meer. Ze staat het toe omdat ze niet anders kan al heeft Lambert haar de laatste keer wel zo te grazen genomen dat het beneden niet meer in orde is. Treppie was al eerder op haar kont overgegaan. Het wordt allemaal even zakelijk verteld en het blijft draaglijk – voor de lezer – door de enorme snelheid die Van Niekerk aan het verhaal heeft meegegeven. Nooit geweten dat een bestaan waarvan de inhoud een voortdurende herhaling van dezelfde misère is met zoveel snelheid kan worden weergegeven. Elke nieuwe pesterij, belediging, uitdaging – variaties op hetzelfde – komt sneller dan de hoofdpersonen doorhebben, ontwikkelt zich snel, loopt snel weer af en opent het terrein voor de volgende.

Lambert krijgt een hoer voor z’n verjaardag. Dat is het plan want zo’n jongen moet ook wat en een gewone vrouw zit er voor hem niet in. Lambert droomt ervan. Misschien wil ze wel blijven, misschien wil ze wel samen met hem weg als het in de wijk te gevaarlijk wordt. Misschien wil ze wel een echte relatie. Maar dan moet de puinbak die hun woning is worden opgeknapt want anders weet het kind niet hoe snel ze weer weg moet wezen. Enzovoorts. Het wordt allemaal niks natuurlijk, minder dan niks en uiteindelijk legt Pop het loodje omdat Lambert uitvindt dat hij inderdaad het product van incest is en daarvoor Pop te grazen neemt. Het hoofdstuk waarin zich die tragedie afspeelt is op zich al het verfilmen waard.

In het ziekenhuis was niemand geïnteresseerd in de echte doodsoorzaak van Pop en zo kwam Lambert ermee weg want Treppie en Mol hadden liever dat Pop door een zwak hart was overleden dan door de agressie van Lambert. Dat was niet waar, maar het leven is geen triomf van de waarheid en de dood ook niet. Triomf gaat niet over waarheid maar over trouw, over trouw als trauma, het trauma van de trouw. Triomf gaat over mensen die tot elkaar veroordeeld zijn en daaraan hun bestaan ontlenen. Ze vertrouwen elkaar niet, ze belazeren elkaar, ze zetten elkaar in de zeik. Ze zijn trouw omdat er verder niks is. Hun trouw heeft met ontrouw niks te maken, het echte contrast is met de chaos die buiten nog erger is dan binnen. Denken ze. Weten ze. Weten ze niet beter. Hun trouw is verwant aan de onbetamelijkheid van het vertrouwelijke, niet aan de intieme kanten ervan. En betrouwbaar voor elkaar zijn ze al helemaal niet. Ze zouden niet weten hoe, in het geval van Pop en Mol, ze zouden niet weten waarom in het geval van Treppie en Lambert weet niet wat er mee bedoeld zou kunnen zijn. Het zijn mensen die leren – langzaam, met dromen van iets anders maar dromen zijn dromen, draagconstructies voor iets anders – dat zo’n veroordeling niet alleen je bestaan is maar tevens de reden van je bestaan.

Als je niet weg kunt leer je jezelf dat je niet weg wilt. Pop en Mol hebben de gedachte aan iets anders al lang geleden opgegeven. De herinnering eraan is er soms nog – de muziek voor Pop, de rozen voor Mol – maar voorbij is voorbij en de herinnering doet geen pijn meer, is zelfs wel aangenaam. Lambert droomt van iets anders en de hoer zal hem helpen. Zijn droom is nog te realiseren en wordt niet gerealiseerd want hij kan aan het eind nog maar amper lopen en hij is rustiger want suffer. Het wonder van de medicijnen. Het was dat of het maatschappelijk werk. Treppie, op zijn beurt, is een geval apart.

Treppie is met voorsprong de slimste van het stel. Zijn vader had van hem de grootste verwachtingen en omdat men kastijdt wie men lief heeft is Treppie als klein jochie een keer zo ongenadig door zijn vader in elkaar geslagen dat hij sinds die tijd met een ontwrichte schouder loopt die af en toe veel pijn doet, en met een razernij in zich die naar buiten komt, naar buiten moet, in de vorm van een onstuitbare, bizarre, verwarrende, onverwachte, uiterst hilarische, wenbare, alles met alles verbindende, modder spuiende en voorspelbare woordenstroom. Treppie is de enige die werkt, bij ‘de Chinezen’ en heeft dus een bestaan naast de familie. Het zal niet veel zijn want we horen er weinig van. Ooit had hij, met Pop, een onderneminkje in het onderhoud van ijskasten maar dat is door Lambert om zeep geholpen. Helpt niet voor het goede humeur. Treppie is de ook de enige die nog wel eens aan verbetering denkt: Lambert moet weg, naar een gesticht of wat dan ook. Maar als puntje bij paaltje komt – in het ziekenhuis – werkt ook Treppie mee aan het verzwijgen van wat gebeurd is. Geen wonder want zijn besef dat ook hij niet weg kan hebben we al eerder in het verhaal mogen beleven; hij geeft zijn vakliteratuur en z’n zorgvuldig bewaarde gereedschappen door aan Lambert want die wil het huis opknappen voor z’n afspraakje op z’n verjaardag.

Tussen trouw en trauma zit overlap, per definitie zou ik zeggen. Bij Treppie en Lambert is de overlap niet van het begin af aan totaal, bij Pop en Mol wel (hun zorg is het maatschappelijk werk – de staat – buiten de deur te houden). Pop en Mol zijn de klos, Treppie en Lambert worden het; aan het einde zit er ook voor hen geen licht meer tussen trouw en trauma. Hun aller trouw is uiteindelijk blind, er is geen uitgang die ze niet hebben afgesloten of die niet altijd al was afgesloten. Hun trouw is stom; uiteindelijk zit er voor hen niks anders op dan je lot in lijdzaamheid te bezitten.

Triomf is de geschiedenis van de triomf van de omstandigheden en het is voer voor de buitenstaander – noem het het  maatschappelijk werk, noem het de staat – daar nog een rolletje voor de eigen verantwoordelijkheid in te ontdekken. Als dat de toekomst is ziet er voor de familie niet goed uit. Als het de toekomst niet is ook niet. Voor een Benade hebben we geen genade.

6 augustus

=0=

 

Huwelijk

Wat is een huwelijk? Ooit was het een door de wet bekrachtigde en bij de overheid aangemelde en erkende bevestiging van een samenlevingsrelatie tussen twee mensen. Wie een huwelijk aanging beloofde trouw aan de partner, je ‘trouwde’ ten slotte. Lange tijd was vereist dat de huwelijkspartners ook samen leefden (een gezamenlijke huishouding voerden) maar als ik het wel heb is dat niet meer nodig. Een laatste stap in een lange reeks met als resultaat dat het huwelijk als juridisch instituut alleen nog, en met veel haperingen, functioneert bij het opheffen van de handel.

Er hoort bij dat het aangaan van een huwelijk ook een steeds meer strategische kwestie wordt. Niet de dood is het natuurlijke einde van een huwelijk maar de scheiding en daar kun je dan maar beter voordat je begint rekening mee houden. Het trouwen op huwelijkse voorwaarden neemt toe. In 1965 trouwden 9 van de 10 echtparen nog in gemeenschap van goederen, in 1990 waren er dat noch maar 3 op de 4 en vandaag de dag zijn het er minder dan 2 op de 3 (Demos 21/2, 2005: 9-12). Ik bedoel maar. De exit-strategie overheerst de trouw, steeds meer en steeds vollediger.

Het huwelijk vandaag is een contract waarvan de inhoud wordt bepaald door de ontbindende voorwaarden. En door de fiscus, vergeet die niet. De vraag is dus dat als het burgerlijk huwelijk, want daar heb ik het over, beschermd moet worden, wat we precies beschermen. De vraag is actueel want Hirsch Ballin geeft toe niet zo goed te weten wat hij met de praktijk in sommige islamitische kringen aanmoet om wel voor het geloof te trouwen maar het burgerlijk huwelijk gewoon over te slaan. Hij geeft de voorkeur aan voorlichting (over het feit dat en waarom het verboden is wel religieus en niet burgerlijk te trouwen en dat op overtreding van dat gebod een boete staat?) en dialoog (met wie en waarover?). Dagblad Trouw (!) vraagt zich vanochtend in het redactioneel af waarom de minister zo ‘coulant’ is.

Gegeven het feit dat van het burgerlijk huwelijk niet veel meer is overgebleven dan een verzekeringspapier met uitkeringsvoorwaarden die op vrijwel elk moment door elk der partners zonder nadere uitleg en zonder nader onderzoek kunnen worden ingeroepen – gegeven dat feit is het niet vreemd als de minister niet weet wat daar nou aan te verdedigen is. Geen verzekeringsmaatschappij zou met een dergelijke constructie een lang leven beschoren zijn. Rijk de Gooijer wist het al, in de reclames van Reaal destijds: mag ik effe vangen? Reaal deed daar niet aan, maar het huwelijk is op weinig anders gebaseerd. In de beslissing om een huwelijk te laten stranden heb je je partner al lang niet meer nodig. In het huwelijk is het beide partners toegestaan met de voeten te stemmen zonder ooit je stem te hebben gebruikt. Wel exit dus, geen ‘voice’ en de trouw als het spreekwoordelijke kind van de rekening.

Ik denk dat het eigenlijke probleem van Hirsch Ballin is of je met een dergelijk burgerlijk huwelijk nog wel kunt verdedigen dat het iets met de scheiding van kerk en staat van doen heeft en dat, daarom, het wetboek van strafrecht er iets in te zoeken heeft. Ons wordt een spiegel voorgehouden. Het siert Hirsch Ballin dat hij erin heeft willen kijken en onszelf heeft gezien. Niet hen.

5 augustus

=0=

 

Acquisitie naar aanleiding van deze advertentie wordt niet op prijs gesteld

Bijna een standaardzin, onderaan personeelsadvertenties. Geen acquisitie asjeblieft.

Personeelsadvertenties lees ik graag. Twee spelletjes beoefen ik ermee. Het eerste is te raden of de aangeboden baan eigenlijk al vergeven is, het tweede is te raden om wat voor bezigheden het gaat. Het eerste spelletje is makkelijk, het tweede wordt steeds moeilijker. De banen worden abstracter, worden steeds meer organisatie en dus moet je om de bezigheden te raden eigenlijk de organisatie raden. Ook aardig, maar niet eenvoudig. En onderaan dat zinnetje. Een interessant zinnetje. Het is de beste indicator voor het overschot op de arbeidsmarkt dat we ondanks het permanente alarm dat wordt afgegeven – het alarm dat we mensen tekort komen – nog altijd hebben. Mooi toch?

Het zit zo. Als je om uitvoerders van taken verlegen zit kun je twee dingen doen. Je kan een opdrachtnemer inschakelen en een werknemer werven. Wie het laatste doet doet het eerste niet en wie het laatste doet geeft te kennen dat op het eerste geen  prijs wordt gesteld. Daar gaat het zinnetje over. De organisatie geeft te kennen dat aanbiedingen van mensen die zeggen het gevraagde werk best te kunnen doen omdat ze een bureautje hebben dat daar goed in is niet op prijs worden gesteld. Dank u maar nee dank u. Of liever, belt u maar helemaal niet want wij willen niet de dienst maar een werknemer die het kunstje ook beheerst en die we verder nog voor andere voorkomende bezigheden kunnen inschakelen. Dat ‘verder’ heet flexibiliteit en het is kennelijk aantrekkelijk genoeg om het risico van iemand die terugpraat – want dat doet een werknemer bij gelegenheid – op de koop toe te nemen.

Niks aan de hand dus, behalve dan dat een organisatie met enige regelmaat te werk gaat als was het een grote voetbalclub. Zo’n club koopt spelers om een mooi elftal in het veld te brengen, en een aantal bankzitters te hebben waar minder goed bedeelde clubs hun vingers bij zouden aflikken. Het ene motief is van het andere niet te scheiden want wat wij hebben hebben zij, de concurrenten, niet. Ons overschot is hun tekort en acquisitie wordt niet op prijs gesteld.

In tijden van schaarste neemt het motief om talent weg te kopen zodat de ander er niet bij kan in kracht toe. Schaarste is van twee soorten. De eerste soort is de gebruikelijke: you cannot have your cake and eat it. De tweede soort is huiselijker: there is no cake. De eerste soort is schaarste uit overvloed, we noemen het een keuzeprobleem. De tweede soort is schaarste uit tekort, en er is niks te kiezen. Bij de eerste soort helpt concurrentie want concurrentie geeft aan dat er wat te kiezen is. Bij de tweede soort heb je niets aan concurrentie want met niks valt weinig te concurreren. Doe je dat toch – je hebt een bank met voetballers die beter zijn dan de concurrentie kan opstellen – dan verspil je. Je maakt het tekort groter dan het is.

Keynes wijdde ooit een sympathieke beschouwing aan het werk van een curieuze hervormer, Silvio Gesell. Die stelde voor om het bezit van geld niet met rente te belonen maar met sancties te ontmoedigen. Geld kun je hamsteren en geld is flexibel inzetbaar. Het lijkt wel een werknemer, want ook dat specimen kun je hamsteren en ook dat specimen is flexibel inzetbaar. Het hamsteren van werknemers – verondersteld dat het tekort waar overheden en sociale partners het steeds over hebben ook echt zou bestaan – moet worden bestraft. Hamsteren is verspillen. Gesell dacht bij hamsteren aan geld, niet aan arbeid. Misschien dat hij niet van voetbal hield of bij arbeid nog dacht aan welomschreven bezigheden? Het zij hem vergeven.

Aan elke personeelsadvertentie zou in de toekomst moeten worden toegevoegd dat acquisitie zeer op prijs wordt gesteld. Benieuwd hoeveel organisaties het zullen overleven.

4 augustus

=0=