DAGBOEKHOUDER

Aantekeningen van een ongeduldige toeschouwer

Ton Korver

Amsterdam/Den Haag 2009

Ga naar Archief: 2007–2008


December

Opnieuw

In ons land

Geen procenten maar centen

Herschrijven

Gevotie

Stimulerende middelen

Vechten

Deflatiecorrectie

Azijnpisser

Voorheen

In het belang van het kind

Industrieel

Tweede ronde

Focus

Onttrekken

Verstandig

November

Toets

Beweeglijk

Steun

Levensreddend

Diendersdata

Getuigenis

Gezondheid

Rekenen

Feitenkennis

Stekelbaarsjes

Catalogus

Moeilijkheden

Nobel

Respect

Naam

Schrijftafel

Calamiteit

Schaap

Frontex

PIOUS

Europa woont in Frankfurt

Rust

Regenboog

Overstappen

Radicalisering

infoepd

Groep

Solidair

 


Maxima Moralia
 
Dat had ook de titel kunnen zijn van dit bundeltje aantekeningen. Maar ik wil niet overdrijven. Zo dicht op de huid zitten me de sketches hieronder nu ook weer niet. Ze gaan over dingen die me bezighouden en waar soms de handen van jeuken. Dat is nog niet hetzelfde als het ‘verzonken in ervaring’ dat de Minima Moralia van Adorno als keurmerk heeft. Je moet afstand weten te bewaren. Dat geldt voor de politiek – die karakterlozer wordt met elke nieuwe stap om vooral dicht bij de burger te blijven – en het geldt voor mij.

Niettemin, het kan altijd beter. En dat is een tweede verschil tussen mij en het inspirerende voorbeeld van Adorno. Er is geen goed leven in het slechte is een dictum dat nog uitgaat van een herkenbaar onderscheid tussen goed en kwaad. Daaruit vloeit het oordeel voort. Inmiddels twijfelen we ook daaraan. Dat is geen reden tot wanhoop. Eerder het omgekeerde. Twijfel is, met de gave ons te kunnen vergissen, de opmaat voor schaven en beschaven. Dat wordt makkelijk vergeten, en hoe drukker we het hebben hoe makkelijker. Ik ben aan diezelfde drukte gebonden. Vandaar het ongeduld, gekoppeld aan de afstand die ik met de woorden ‘aantekeningen’ en ‘toeschouwer’ verbind en het voorbijgaande dat meeklinkt in de titel waar ik uiteindelijk voor heb gekozen: dagboekhouder.

 


FiB
tijdschrift Filosofie in Bedrijf

Archief

Dagboekhouder (6)
augustus - oktober 2008

Dagboekhouder (5)
april - juli 2008

Dagboekhouder (4)
januari - maart 2008

Dagboekhouder (3)
augustus - december 2007

Dagboekhouder (2)
mei - juli 2007

Dagboekhouder (1)
januari - april 2007

 

 

Opnieuw

De recessie komt als geroepen vindt Paul de Beer (opiniepagina NRC van gisteren). Dat komt omdat het geen punt is ouderen opnieuw een soort VUT aan te smeren zodat de eerste werkloosheid daardoor wordt opgevangen (ouderen zat) en omdat op langere termijn de vraag naar arbeid zich toch wel aanpast aan het aanbod. Dus als over enkele jaren de beroepsbevolking echt slinkt gaan we gewoon slimmer produceren. Of elders produceren misschien. Op grote schaal. De aanpassing van de vraag aan het aanbod kan ook wel eens over z’n doel heen schieten maar daar gaat het artikel niet over. Het zal wel vallen onder het chapiter van de flexibiliteit van de arbeidsmarkt want uiteindelijk komt daar volgens De Beer alles op neer. Is ook zo, afhankelijk ervan hoe je het definieert.

De nieuwe VUT is interessant. De ouderen zelf hebben er niets over te zeggen. Hij wordt voor hen bedacht en dat moeten ze hem ook maar slikken. Net zoals hij enkele jaren geleden onder zwaar moraliserend gesnuif uit het repertoire is verwijderd wordt nu voorgesteld het ding weer er weer op terug te zetten. Je vervangt met een eenvoudige boekhoudkundige maatregel werkloosheid door VUT en kijk, het valt allemaal hard mee met de werkloosheid. Of het micro even makkelijk loopt als macro valt maar af te wachten maar een kniesoor die daar op let. Bovendien, wat moet je met al die mensen? We waren juist zo aardig bezig de verzorgingsstaat te vervangen door de participatiestaat en nu komt er een voorstel dat de participatie wegschrijft en de verzorgingsstaat in ere herstelt. Tot nader order want het kan zo weer afgelopen zijn met die VUT. Ook ongevraagd. Wat we wel vragen: dociele ouderen.

Ik denk dat we die waardencatalogus van mevrouw Ter Horst moeten inzetten als De Beer z’n zin krijgt. Al die oudjes moeten op hun burgerplicht worden aangesproken. Er is zat te doen met een vergrijzende bevolking. Zorg is nodig, meer zorg en dan nog meer. Geen slimme zorg, maar zorg die z’n tijd mag hebben, gewoon even langs gaan en een praatje maken en tegelijk kijken of het wel goed gaat. Het sociale isolement tegengaan. Mensen in staat stellen (dat wil zeggen hen geen andere keus te geven) langer op zichzelf te blijven wonen met de zekerheid dat er per dag altijd wel iemand langskomt. Een grijze pastorale, daar hebben we behoefte aan. Dan snijdt het mes aan twee kanten. Werkloosheid hebben we weggedefinieerd, en van een zorgtekort maken we een zorgoverschot. Dociele ouderen.

19 december

=0=

 

In ons land

In ons land is zelfverdediging een gerespecteerd recht lees ik in de visie van TON. Tenzij de reactie volslagen disproportioneel is kun je je gang gaan want bij ons beschermen we het slachtoffer, niet de dader. Laten we hopen dat de rollen duidelijk verdeeld blijven. Disproportioneel (erop los staan als iemand een blikje cola jat) lijkt me al griezelig maar wat wordt bedoeld met ‘volslagen’ in dit verband? Is een oog en een tand proportioneel en doodschoppen volslagen disproportioneel? Respect heeft een prijs.

De visie heeft weinig unieks, dat is zo ongeveer het commentaar in de dagbladen. Ik vind een gerespecteerd recht op zelfverdediging in Nederland tamelijk uniek. Verder, hoe ziet mevrouw Verdonk de toekomst van de arbeidsparticipatie? Iedereen moet meedoen, je onttrekken is er niet meer bij, bejaarden mogen alleen ‘desgewenst’ met pensioen, en alleen als je studeert of verantwoordelijk bent voor de opvoeding van kinderen krijg je ondersteuning van de maatschappij. Die opvoeding van de kinderen interesseert me. Hoef je dan niet te werken? Het lijkt de logische conclusie want het staat in de paragraaf met als kop ‘Een land waar iedereen naar vermogen bijdraagt aan een gezonde samenleving’ en dat naar vermogen bijdragen bestaat uit slechts twee componenten, namelijk de taal spreken en werken. Anders krijgen we geen gezonde samenleving en mevrouw Verdonk hecht zeer aan gezondheid. Niet meedoen is ziek. Of de ziekte besmettelijk is staat er niet bij maar voor de hand ligt het wel.

In de film ‘Ieri, oggi, domani’ (1963) speelt Sophia Loren de rol van een vrouw die haar man uit de gevangenis weet te houden door elke keer opnieuw zwanger te worden. In die tijd had je recht op ondersteuning van de maatschappij: je hoefde je straf dan niet uit te zitten. Het werd een groot gezin, haar man (Marcello Mastroianni) had niet altijd de puf zijn rol te spelen, een nieuwe relatie ontstond, kortom een traditionele en een moderne samenleving bij elkaar gebracht aan de hand van wat overtredingen gekoppeld aan een recht het ondergaan van je straf uit te stellen en uit te stellen. Een vermakelijke film; vervang de gevangenisstraf door het verplichte meedoen van mevrouw Verdonk, handhaaf de geregelde zwangerschappen en dus de taak om de opvoeding der kinderen serieus te nemen en we zijn er.

Mevrouw Verdonk is op zoek naar de stem van de bevindelijk gereformeerden en de echte mohammedanen. En dat zou geen unieke visie zijn?

18 december

=0=

 

Geen procenten maar centen

Het was nog in de jaren zeventig dat Arie Groenevelt, toen voorzitter van de Industriebond NVV, een looneis stelde in centen in plaats van procenten. Het waren de dagen van de nivellering en het werd niks. Ik kon me ook niet aan de indruk onttrekken dat niemand (ik had in die dagen contacten bij de zogenaamde bedrijfsledengroep van de NVV bij Hoogovens) het al te serieus nam of er echt in geloofde dat het haalbaar was. Het sentiment was mooi, de praktijk iets anders. Bovendien geloofden de mensen in Groenevelt en dat was destijds een machtig man. Nu ik dit opschrijf hoor ik in gedachten z’n opmerkelijke stem, scherp en langzaam tegelijk.

Maar nu is het idee terug. Geen procenten maar centen. Niet voor de industrie maar voor de wereld van de financiële transacties, voor alle bemiddelaars, adviseurs en experts die hun diensten aanbieden om de mogelijkheden van een transactie na te gaan, de risico’s ervan in kaart te brengen en de zaak af te ronden met een welgemeend en ook nog eens deskundig advies. Allemaal procentslikkers en allemaal afhankelijk van het doorgaan van een transactie. Met als gevolg dat als de mogelijkheden onbegrensd lijken – door deregulering bijvoorbeeld zoals in de VS door Reagan ingezet en later Clinton voltooid – de risico’s niet te somber hoeven te worden ingeschat met meer transacties als gevolg. Goed nieuws voor de volgende ronde want iedereen wil meeliften met een markt waar de omzetten groeien.

Over deregulering horen we plotseling niet zoveel meer. Jarenlang was het bij uitstek de steen des aanstoots. Minder regels, minder bureaucratie. Nu is het even in ongenade gevallen (mevrouw Verdonk noemt de verderfelijke bureaucratie even in haar diepzinnige beschouwingen over een prettig investeringsklimaat voor buitenlandse bedrijven maar mevrouw Verdonk heeft zo haar eigen wereld en dus tel ik haar voor het gemak niet mee). In plaats van deregulering willen we reregulering. Dat wordt nog wat, niet nu maar als het weer wat beter gaat. Toch is het opmerkelijk want de vraag hoeveel schade de deregulering heeft toegebracht is niet onbelangrijk. Het toezicht op financiële transacties schitterde door afwezigheid. Schaduwbanken worden de vrije jongens, de ‘investment bankers’ en andere producten van ontbrekende regulering, genoemd. Bij ABN Amro hadden ze het over banken binnen de bank.

De voorstanders ervan zitten nu in hun hok; de sleutel hebben we niet weggegooid. Eerst de circulatiepomp weer aan het werk krijgen, dan nieuwe regels en de rest zien we later. Onafhankelijk daarvan, de suggestie van Robert Shiller (The Subprime Solution. Princeton UP 2008: 123-129) om regels in te stellen die verzekeren dat de informatie op basis waarvan mensen beslissen tot bijvoorbeeld de aankoop van een huis wordt verbeterd, toegankelijk gemaakt, begrijpelijk wordt, wordt toegespitst op de bijzondere situatie van de potentiële koper inclusief een realistische default regeling, en die vooral onafhankelijk wordt aangeboden, die suggestie is naast de vele andere die hij doet op zichzelf al de moeite waard. Onafhankelijke, deskundige en relevante informatie heeft ontbroken in de recente housing bubble in de VS. En hier? Ook hier is informatie voornamelijk te verkrijgen bij mensen die belang hebben bij het afsluiten van een kooptransactie en wier beloning afhangt van de grootte van de transactie omdat het steeds om percentages gaat. De kwaliteit van de informatie is niet gekoppeld aan de situatie van een koper maar aan de wenselijkheid een deal te sluiten. Daarom: weg met die percentages en weg met de praktijk dat er slechts een beloning volgt als de transactie is beklonken.

Kun je zo invoeren. Raar, wij hebben een Autoriteit Financiële Markten en daarvan wil de voorzitter het sluiten van een hypotheek wel wat lastiger maken maar over de rol van de vele percentageverslaafden in dat proces geen woord. Ik geef toe, om percentages verplicht te vervangen door een uurtariefheb je nieuwe regels nodig. Niet alle dereguleerders zitten al in hun hok. We hebben behoefte aan een financiële Arie Groenevelt.

17 december

=0=

 

Herschrijven

Dat in Nederland het ter discussie stellen van het multiculturalisme met Bolkestein begonnen zou zijn is genoeg om te beseffen dat we die discussie niet erg serieus hoeven te nemen. In de jaren tachtig had Wim Couwenberg al een steen door de ruiten van het multiculti huis gegooid, ver voor de val van de Muur en het inruilen van het spook van het communisme voor dat van het islamisme. Het was hem niet in dank afgenomen. Ook was er in ‘oude wijken’ en niet alleen daar al wat geduwd, getrokken, geslagen en zelfs gedood. De geschiedenis is noch pas na de Muur, noch na 9/11 begonnen. En evenmin geëindigd.

In diezelfde jaren tachtig was ik bezig met het schrijven van mijn proefschrift over de Amerikaanse arbeidsmarkt in de periode van wat toen de ‘nieuwe immigratie’ werd genoemd, de immigratie die werd gedomineerd door de trek naar Amerika van mensen uit Oost, Centraal en Zuid Europa. Ik leerde veel over de VS, en ook over de lange geschiedenis van de migratie naar dat land en over de manier waarop elke nieuwe golf migranten door de al aanwezigen waren bekeken en meer dan dat. Elk stereotype over ras, cultuur, etniciteit, onverenigbaarheid, achterlijkheid, inferioriteit, criminaliteit dat we de afgelopen twintig jaar hebben gehoord over de Turkse en Marokkaanse herkomst van nieuwe Nederlanders is een dikke honderd jaar geleden in de VS al eens geventileerd. Door alle lagen van de bevolking, van de georganiseerde arbeidersbeweging van die dagen tot en met deftige hoogleraren van diverse ook toen al vooraanstaande universiteiten die er geen probleem mee hadden hun mengsel van wetenschap en xenofobie als wetenschap aan de man te brengen. Het waren treurige dagen.

Nu hadden de anti-immigratie partijen lang kunnen oefenen. De Ieren waren de nieuwe immigranten voorgegaan en hadden hun deel van de minachting, het geweld en het wantrouwen geïncasseerd. Waar ik minder aandacht voor had was voor de Chinezen, de migranten die de VS door hun inspanningen bij de aanleg van de spoorwegen hebben ontsloten. Het geweld tegen hen stelt zelfs het geweld tegen de in Texas, Arizona, New Mexico en Californië gebleven Mexicanen na het midden van de 19e eeuw verre in de schaduw. Voor zover ze de nodige moordpartijen al niet zelf orkestreerden knepen de autoriteiten een oogje dicht. Moord was gratis, gestraft werd er niet.

Ik werd aan deze geschiedenissen herinnerd door het boek van Simon Schama, The American Future; A History, en dan in het bijzonder het deel met de titel: What is an American? Het vraagteken, ook na lezing van het hoofdstuk, blijft. Migratie en uitsluiting zijn tweelingen, maar migratie en langzame acceptatie zijn dat ook, hoezeer het beleid ook anders uitwijst en hoeveel mensen zich ook beroepen op hun onvervreemdbare en unieke en ondeelbare en integrale en homogene cultuur. Dat maakt het debat, of beter gezegd het geouwehoer, over de islam in Nederland zo truttig aan de ene, zo verstikkend aan de andere kant. De islam in ons land staat voor de reductie tot Islam aan de ene, tot een joods-christelijke geschiedenis aan de andere kant, de herschrijving van alles wat gebeurt tot een religieuze cultuur die als wapen – nou vooruit, ook als uitroepteken – wel maar als cultuur van geen enkele waarde is.

Toen ik bij het verschijnen ervan het boek van Scheffer over het ‘land van aankomst’ las vroeg ik me af of ik destijds überhaupt wel iets van de Amerikaanse geschiedenis had opgestoken. Na lezing van Schama denk ik dat het wel meevalt. Het komt, denk ik, omdat Schama met het herschrijven van de geschiedenis een poging doet de geschiedenis te schrijven. Het vraagteken hoort daarbij. Precies, zo wordt de toekomst een geschiedenis. Wat is een Nederlander? Het antwoord is de vraag zelf en zit besloten in het vraagteken.

15 december

=0=

 

Gevotie

Volgens Antonio Damasio (Het gelijk van Spinoza; Wereldbibliotheek: Amsterdam 2003) is er nogal een verschil tussen emoties en gevoelens. Emoties zijn evolutionair eerder dan gevoelens. Verder zijn emoties veelal zichtbaar, en gevoelens onzichtbaar. Emoties zitten aan de buitenkant, gevoelens aan de binnenkant. Ze zijn beide van ons maar over onze emoties kunnen anderen makkelijker een uitspraak wagen dan over onze gevoelens die, inderdaad, in de eerste plaats van ons zijn en waar anderen naar mogen raden. Een pokerface zegt niets over gevoelens, alles over de geslaagde poging ons op een dwaalspoor te zetten bij het lezen van iemands emoties. Dieren hebben emoties en het bijbehorende gedrag van bijvoorbeeld vechten of vluchten. Lang niet alle dieren hebben gevoelens. Mensen met een hersenbeschadiging kunnen ongevoelig worden, maar niet los van emoties. Dat komt volgens Damasio omdat emoties zich afspelen in het ‘theater van het lichaam’ en gevoelens in het ‘theater van de geest’ (o.c.: 32).

Het is zoiets als het verschil tussen preferentie en motivatie. Preferenties kun je waarnemen want mensen kiezen het één en niet het ander en zolang daar een element van vrijwilligheid in zit is er inderdaad sprake van een voorkeur van het één boven het ander. Welke motivatie daar bij hoort is een heel ander verhaal. Ik kan een hoog loon prefereren en ook bereid zijn daar hard voor te werken, maar waarom ik dat wil is dan nog een open kwestie. Misschien wil ik een hoog loon om luxe te kunnen leven, maar ik kan het ook willen om de opleiding van mijn kinderen te betalen, huishoudelijke taken uit te besteden, de beste zorg voor mijn geliefden in te kopen enzovoorts. Het theater van de preferenties is een heel ander theater dan dat van de motieven. Het is de armoede van de economie dat ze preferenties en motieven niet uit elkaar houdt (in de Volkskrant van gisteren beweerde Coen Teulings dat hebzucht ‘diep in mensen zit’. Daarom kunnen we wel klagen over het uit de hand lopen van financiële markten maar daar moeten we het wel bij houden want zonder die hebzucht zouden we een boel welvaart mislopen. Dat bedoel ik: de preferentie voor idiote bonussen wordt één op één terugvertaald in het motief van de hebzucht. Bij zo’n uitspraak den ik altijd dat bijziendheid diep in economen zit – en daar schieten we evenmin wat mee op).

Wij leven in een emotiedemocratie met al onze optochten rond ‘zinloos geweld’, het eindeloze vragen naar meningen die we vooral moeten ‘uiten’ enzovoorts. De relatie tussen emoties en gevoelens is complex, al was het maar omdat als het goed is emoties ook gevoeld worden, soms als versterking van een gevoel, soms als verstoring ervan maar altijd zo dat de meter wat meer uitslaat dan zonder.

Gevoelens zijn lastig, net als motivaties. Emoties en preferenties zijn eenvoudiger en de reclame voor goederen en diensten en de public relations van het populisme gokken op emoties, niet op gevoelens en ze doen dat door het verschil tussen die twee te verdoezelen, door te doen alsof preferenties direct motivaties uitdrukken en emoties direct gevoelens.

Daarom vraag ik me af hoe het mogelijk is dat een intelligent observator als Docters van Leeuwen in zijn Kees Lunshof-lezing het populisme toeschrijft aan de opvolging van de ‘wil’ door het ‘gevoel’ (net zoals de 19e eeuwse ‘rede’ volgens hem werd gevolg door de 20ste eeuwse ‘wil’). Ik zou denken dat de wil waar hij het over heeft alleen maar succes had door te spelen op emoties en de emoties te kanaliseren door het gevoel irrelevant te maken, ‘soft’, bijvoorbeeld. Wil en emotie hebben, in de 20ste eeuw én vandaag in de heropleving van het populisme een familieverwantschap die ongetwijfeld op kosten gaat van de rede, maar ook en zelfs in de allereerste plaats op kosten van het gevoel. Houdt ze maar uit elkaar, en vermijdt de gevotie van het populisme waarvan Docters denkt ons de contouren te hebben geschetst.

14 december

=0=

 

Stimulerende middelen

De Bloomsbury Group was een opvallend gezelschap in de eerste helft van de twintigste eeuw. Keynes hoorde erbij, van het begin af aan zelfs, net als Vanessa Bell en haar zus, Virginia Woolf. Het was een tamelijk libertijns gezelschap, politiek gezien ergens tussen socialisme en liberalisme in en wat betreft de liefde, ach daar is de ooit de mooie term ‘polyfidelity’ voor uitgevonden en dat zegt het wel zo’n beetje. Het waren voornamelijk voormalige studenten uit Cambridge, na hun studie deels in Londen (in de wijk Bloomsbury) terechtgekomen en allemaal meer of minder sterk beïnvloed door G.E. Moore’s ethiekprincipes en dan in het bijzonder diens nadruk op ‘intrinsieke waarde’.

Je kon er geen lid van worden. Sommigen werden toegelaten, anderen werden tijdelijk geduld, weer anderen hoorden er gewoon niet bij. Seks, drugs, milieu, stimulerende middelen stuk voor stuk. Intellectueel, artistiek, snobistisch, vrijgevochten, je struikelt over de kwalificaties. Het intrigeert. Het is niet te benoemen want wat hen tot een gezelschap maakt  is, inderdaad, intrinsiek en wie van buiten kijkt zal zich wel kunnen verbazen maar het niet kunnen meemaken.

Bloomsbury kan niet worden geclaimd. Dalrymple, die overal een oordeel over heeft, vindt Virginia Woolf een aanstelster. Anderen vinden Orlando nog steeds de moeite waard en The Hours, over haar en haar Mrs Dalloway, een fascinerende roman. Het zal wel. Wat je zegt dat ben je zelf; dat gevleugelde woord gaat uitstekend op voor oordelen over de Bloomsbury Group. En niet alleen voor die groep want de reden dat ik hier aan denk is een interview met Fukuyama, in de NRC van gisteren. ‘In de wereld van nu ben ik een Keynesiaan’, verklaart hij. De huidige situatie vraagt het, net als in de jaren dertig toen FDR met een Keynesiaans programma de economie uit het slop trok.

Wat je zegt dat ben je zelf. Keynes was bijzonder geïnteresseerd in de New Deal, benaderde FDR ook evenals mensen uit diens staf. Zijn indruk was dat FDR van alles en nog wat deed, zonder al te veel consistentie, dat de NIRA te vroeg kwam (eerst herstel dan pas hervorming was zijn advies en de NIRA dreigde die volgorde om te draaien) en dat Roosevelt nooit door kreeg dat de sleutel voor herstel lag in het verlaten van het dogma van het begrotingsevenwicht. Dat klopt. Niet de New Deal versloeg de crisis, maar de Tweede Wereldoorlog. Overheidsuitgaven en publieke werken zijn middelen in de strijd, geen garanties voor succes. De jaren dertig bewijzen het. Als dat zo was dan was ook onze Colijn een Keynesiaan. Schacht had zelfs de eerste prijs kunnen opeisen. En Reagan natuurlijk, vijftig jaar later de president onder wiens begrotingspolitiek het begrotingstekort steeg en steeg en steeg. Overigens, FDR vond Keynes een rare man en Keynes, omgekeerd, wist nooit of Roosevelt iets snapte van wat hij bedoelde (een kort overzicht: R. Lekeachman, The Age of Keynes; A Biographical Study. Penguin 1966: 96-122).

Fukuyama is ook, maar om heel andere redenen, aan rare man. De economie dient te worden gestimuleerd, is zijn mening nu. En als het niet meer nodig is dan is het niet meer nodig. Alles goed en wel maar waarom heeft hij daar de naam van Keynes voor nodig? Dat is het enige wat intrigeert. Als je vindt dat het gaat om uitgaven en niet om geld en als je vindt dat er te weinig wordt uitgegeven en dus te weinig gestimuleerd om uitgaven te voeden met uitgaven op basis van opnieuw uitgaven dan zeg je dat toch gewoon? Ik bedoel als Fukuyama meer dan het label Keynes wil hebben – bijvoorbeeld ook iets van een macro-economisch idee – moet hij dan niet koersen op een nieuw financieel en monetair wereldstelsel? Fukuyama ‘voorziet’ een ‘blijvend versterkte positie van het IMF’. Dat is, met permissie, het verwisselen van doel en middel, zoiets als het aanschaffen van de fiets van Lance Armstrong en denken dat je daar de Tour mee wint.

Fukuyama is al lang het spoor bijster. Hij weet altijd welke kant het opgaat en als de weg blijkt dood te lopen schrijft hij dat toe aan de weg. En kiest een andere. Ook weer stimulerend, dat wel. Het heeft alleen allemaal geen enkele intrinsieke waarde.

12 december

=0=

 

Vechten

Hoe ik mijn best ook doe, me een voorstelling maken van een vechtende Bos wil maar niet lukken. Het is natuurlijk zo gegaan: Balkenende en Verhagen hebben nog voordat Wijffels iets kon zeggen meegedeeld dat een onderzoek naar de besluitvorming over Irak destijds, uitgesloten was en Bos en de zijnen hebben daarop overmoedig geantwoord dat ze dat nog wel eens zouden zien. En dat hebben wij weer gezien. Het is de eenvoudigste onderhandelingstruc aller tijden en uiteraard wist Bos net zo goed als de anderen dat Irak na dat begin wisselgeld was geworden. Volmaakt oninteressant allemaal. Dat knokken, vechten, strijden waar we nu over lezen is niets anders dan achteraf nog een schijn van gewichtigheid verlenen aan iets wat van het begin af aan al in de verkoop was gedaan.

Nee, dan de claim van RTL nieuws om de notulen van de regering Balkenende uit de periode dat tot politieke steun aan het Irak avontuur van Bush en Blair werd besloten. Die claim is pas interessant. Het zou mooi zijn als een rechter de regering die verplichting tot openbaarheid gaat opleggen. Voor de Christen Unie maakt het allemaal niet zo veel uit. De Unie vindt een onderzoek overbodig omdat ze de uitleg van de regering van destijds acceptabel acht en zij zaten er zelf niet bij. Mochten ze belazerd zijn, nou dan zijn ze belazerd. Kunnen ze CDA en VVD boos aankijken, de partijen die er alles van weten en niks willen weten. Het CDA zal er schade van ondervinden want dat Jaap de Hoop Scheffer al voor de aanval op Irak zeker wist dat onder elke zandkorrel in dat land massavernietigingswapens verscholen waren staat vast, evenals vaststaat dat De Hoop Scheffer al een half jaar voor de aanval zelf (in september 2002, tijdens de jaarvergadering van de VN) voor gewapend ingrijpen was. Hij heeft z’n transfer uit het kabinet naar de NAVO niet nergens aan te danken.

Maar goed, het lastigst wordt het voor de PvdA. Die hebben de uitleg van Balkenende nooit geloofd, altijd onderzoek geëist en nu vinden ze het allemaal zo’n punt niet. Tot het tegendeel blijkt, tot blijkt dat het kabinet destijds wel degelijk meer heeft meegewogen dan alleen de tegenwerking van Irak bij het gehoorzamen aan VN resoluties. Ten slotte, Irak is daar niet de enige en ook niet de eerste staat in geweest. Vlakbij ligt Israel en dat land heeft een lange geschiedenis in het negeren van de VN. En het is bij die geschiedenis waar de Nederlandse regering heeft aangehaakt, bij de geschiedenis van het te kijk zetten van de VN. De aanval op Irak was niet alleen een aanval op Irak, het was ook een aanval op de VN, op de status van de VN als de instantie die zich als enige mag mengen in de interne zaken van soevereine staten. De politieke steun aan de VS en het VK betekende dat ook Nederland van mening was dat de VN dat exclusieve recht had verspeeld en dat het nu tijd was voor nieuwe kandidaten. De NAVO bijvoorbeeld, of gewoon en zonder verdere plichtplegingen de VS.

Belangrijke zaken dus en best een robbertje vechten waard. Niet voor Bos. Dat wordt nog lastig als, vroeger of later, die notulen boven water komen. Dan mogen ze de notulen van Beetsterzwaag voor mijn part houden.

11 december

=0=

 

Deflatiecorrectie

We hadden het kunnen weten. De prijzen dalen en onmiddellijk horen we geluiden om de lonen te matigen. Nu horen we die geluiden altijd en elke aanleiding is goed dus ook die van het prijspeil. Dit keer is het CDA er het snelst bij. Eerst Van Geel en nu minister Van der Hoeven. Zij zegt, de prijzen dalen en daarom is het ‘ongepast’ de eisen voor loonstijgingen gewoon maar door te zetten. Alsof er niets aan de hand is als het ware.

Het is raar, niettemin. Enkele maanden geleden liep de inflatie scherp op en als de miljarden die de overheden in het geldcircuit pompten ook waren gebruikt was daar nog een aardige monetaire inflatie bijgekomen. Niemand gehoord dat een en ander aanleiding moest zijn de lonen naar boven toe bij te stellen. Zelfs mevrouw Van der Hoeven niet en die weet toch alles van economie. En van politiek en daar ligt de verklaring. Als de arbeidsmarkt ruim is herinneren politici zich altijd dat de arbeidsmarkt een markt is en zich dient aan te passen aan het intelligent design van vraag en aanbod. Een onzichtbare hand zou dan vanzelf voor het juiste evenwicht zorgen. Als de arbeidsmarkt krap is daarentegen weten politici maar al te goed dat de arbeidsmarkt een bij wijze van spreken is dat je vooral niet te letterlijk moet nemen. In dat geval liever de zichtbare hand van de matiging want het is en blijft mensenwerk. Arbeid is afgeleide vraag ten slotte en daar kun je je bij gelegenheid best door laten afleiden.

In de jaren zeventig is de praktijk van de inflatiecorrectie langzamerhand afgeschaft. Anders zou je maar kosteninflatie krijgen en daar was niemand mee gediend. Kleine bedrijven konden niet anders dan de gestegen kosten doorgeven in de prijzen, grote bedrijven hadden te maken met internationale concurrentie en konden die niet naar hun hand zetten. Dus, inflatiecorrectie riep het gevaar op het vliegwiel van verdere prijsstijgingen in werking te zetten. Zou hetzelfde gevaar niet in omgekeerde richting gelden, dat de door Van der Hoeven bedachte deflatiecorrectie verdere prijsdalingen in het leven roept?

Mevrouw Van der Hoeven blijft dappere pogingen doen haar winkeltje uit te breiden. De ene week neemt ze financiën erbij, de volgende week sociale zaken en werkgelegenheid. Met haar oproep de banken wat strenger aan te pakken heeft ze niet echt gescoord. Bos heeft de regie en geniet ervan. Dat feestje heeft ze niet weten te verstoren. Met haar oproep tot deflatiecorrectie zal ze ook niet scoren. Niet omdat Donner zal ingrijpen maar omdat het tot onze nationale reflexen hoort, het altijd weer roepen om loonmatiging. Als Maria echt wil scoren heb ik wel een ideetje voor haar. Stel een afruil voor tussen een forse verlaging van btw en accijnzen (het kwartje van Kok bijvoorbeeld, en net als een lagere btw altijd leuk voor betere concurrentieverhoudingen aan de grenzen) en loonmatiging. Wacht rustig af wat Bos en Donner doen, verzamel intussen steun bij de sociale partners die daar best trek in hebben en vraag na twee weken aan Maurice de Hond er een vraagje over op te nemen in één van zijn oneindige aantal opiniepeilingen. Wie weet.

9 december

=0=

 

Azijnpisser

Op geregelde tijden schrijft Mathijs Bouman een column in de Groene. Aardige columns, altijd met een standpunt, altijd met wat relativering. Over economische zaken en economisch beleid. Geen dingen waar je vrolijk van wordt en toch geen inktzwarte bespiegelingen of oprispingen in het teken van het eigen gelijk. Dat is aan Bas Jacobs voorbehouden, Bouman doet daar niet aan. Toch, schrijft hij, krijgt hij mail dat hij te somber is, te zwartgallig, een azijnpisser welbeschouwd.

Grotesk. Bouman meldde het in een column over enkele Letse economen die door de autoriteiten te grazen zijn genomen omdat ze onheilspellende berichten over het Letse bankwezen hebben opgeschreven en verspreid. Dat mag niet: de boodschapper moet boeten voor de boodschap. De media, is de redenering, praten ons het graf in, daar maar ook hier. Ze verergeren de zaak. Bouman is het er niet mee eens. Je moet de boodschapper niet opknopen aan de boodschap. En, mooi voorbeeld van het relativeringsvermogen van Bouman, de ironische wending aan het einde van zijn column afgelopen week is dat de journalisten eerder op hun donder had moeten krijgen voor hun blijmoedigheid nog maar een jaar geleden dan voor hun pessimisme nu.

Desondanks wringt het. McLuhan verraste ons in de jaren zestig met de uitspraak over het medium als de boodschap. Maar hij dacht nog aan media als werktuigen, als uitbreidingen van onze zintuigen. Dat was reeds toen te hoopvol. Het stelt echter wel wat aan de orde. De vraag namelijk of het onderscheid boodschap en boodschapper überhaupt nog relevant is. Het medium is de boodschapper en afhankelijk van de vorm die het aanneemt zit het meer of minder dicht op de boodschap zelf. Tot het één in staat is het ander op te slurpen. De les van het populisme als het ware: het beeld is de boodschap. Juist de vormen, die had McLuhan overgeslagen. Bij hem is elke vorm een medium en daar kan Jomanda wel blij mee zijn (of Char, alweer iemand die meent dat haar eigen gekkigheid een zegen is voor vele anderen), het verheldert weinig. Wat wij tegenwoordig beleven is de uniformering van de media naar de vorm van het beeld en op kosten van het woord. Ontwerp, weet je wel, en het woord niet als woord maar als signaal, aankondiging, oproep, emotie, headline, als vinger aan de trekker. If at all. Die goddelijke kale, je hoort het Theo van Gogh weer zeggen.

In het regime van het beeld is het onderscheid van boodschap en medium, van boodschap en boodschapper, onderhevig aan forse slijtage. Er is niks wonderlijks aan de heropleving van religie. Er is niks wonderlijks aan het vergelijkbare vervagen van het onderscheid tussen meningen, argumenten, oordelen en standpunten en aan de meeliftende cultus van het respect.  Dat kun je allemaal constateren. Misschien, hoop doet leven, kun je wel meer. Het zou ook, je weet maar nooit, aanleiding kunnen zijn voor de media zichzelf wat meer te ondervragen. Het is en blijft steriel om als je er achter komt dat je pas weet wat je hebt aangericht als je het al hebt aangericht, de schade langs de verbleekte krijtlijnen van boodschap en boodschapper te moeten verhalen. Of te ontlopen.

8 december

=0=

 

Voorheen

In een opmerkelijk artikel (in NRC Handelsblad van gisteren) introduceert hoogleraar Mark Deuze, met een buiging naar Prince, de afkorting TPFKATE, The People Formerly Known As The Employers. Hij beschrijft hoe het lezerspubliek van de serieuze dagbladpers verdwijnt omdat we nu allemaal onze eigen journalist geworden zijn (The People Formerly Known As The Audience, of TPFKATA) en hij beschrijft de ermee corresponderende beweging van het verdwijnen van de professionele journalist en diens opvolging door een groeiend leger aan freelancers, aan mensen die niet op een vast dienstverband hoeven te rekenen. Aardig is dat Deuze dit nu eens niet op het conto bijschrijft van de journalisten met een vast dienstverband. Eerder constateert hij dat die een uitstervende diersoort aan het worden zijn, gelet op de vele ontslagen in hun rangen. En hij concludeert dat de werkgevers al jaren niet meer investeren in de journalistiek en dus het ‘gevecht om de aandacht van het voormalige publiek’ hebben opgegeven.

De observatie van Birgit Donker, op de pagina naast het artikel van Deuze, dat de krantenredactie ‘levenslustiger dan ooit tevoren’ is, steekt daar wat vreemd bij af en wordt door haar ook niet onderbouwd. Zij redeneert dat wat er ook verandert, niet ‘de behoefte bij lezers én bij journalisten aan een bepaald soort, solide informatie’. Dat kan best wezen maar dat was de vraag niet. De vraag was waarom je daar een krant voor nodig hebt, in plaats van een per thema gespecialiseerd medium. Kranten lijken een beetje op zuilen, zelfs als ze niet levensbeschouwelijk zijn. Ze willen de gids spelen voor een bepaald publiek, een dat publiek bevallende nieuwsselectie presenteren. Nrc.next is een voorbeeld en naar verluidt gaat de Volkskrant ook dat pad op (in tegenstelling tot de Telegraaf die de laatste paar dagen de forenzen probeert te paaien met het uitdelen van gratis kranten). Het publiek is meervoud geworden (zelfs in gereformeerde kringen ziet men een eigen jeugdcultuur opkomen; ook dat publiek wordt meervoud) en je kunt je de vraag stellen hoe een publiek in het meervoud zich verdraagt met het soort ‘verdiepende’ journalistiek waar mevrouw Donker nog een bloeiende toekomst in ziet. Nog afgezien van de vraag hoeveel verdieping je mag verwachten van een beroepsgroep die steeds meer wordt afgeknepen.

Voorheen het publiek is voorheen het publiek in het enkelvoud. En voorheen de werkgevers? Daar had ik meer over willen lezen. Deuze vraagt er gelukkig aandacht voor, Donker vindt het de moeite van het vermelden niet waard. Een werkgever is geen zelfstandige figuur uiteraard. De werkgever is een ondernemer die een werknemer inhuurt. De functie van de werkgever is in functie van de onderneming. Die werkgever is allerminst ‘voorheen’. Hij is meeverhuisd met de ‘focus’ van de onderneming en heeft nu even geen aandacht voor de journalisten. Een onderneming maakt geen kranten op ‘behoefte’. Een onderneming is gewoon een constructie die betalingen pleegt in de verwachting van weer andere betalingen en met behulp van nog andere betalingen, die bijvoorbeeld een betaalde redactie inhuurt om abonneegelden en reclame-inkomsten te genereren en daarvoor ook nog kosten moet maken voor papier, inkt en nog wel wat meer. Een behoefte die niet in de belofte van betalingen terugkeert, daar kan een onderneming niet warm van worden.

Deuze en Donker delen hun inschatting van het belang van een professionele, onafhankelijke journalistiek. Dan zouden ze ook tot de conclusie moeten kunnen komen dat je daarvoor niet de journalist hoeft te ontslaan maar diens baas, de werkgever. Voorheen de werkgever is niet de teloorgang van de zelfstandige journalistiek maar de toekomst.

7 december

=0=

 

In het belang van het kind

Twaalf jeugdrechtadvocaten schrijven een brandbrief aan de rechtbank in Rotterdam. Zij zijn van mening dat kinderen te snel uit huis worden geplaatst, dat Jeugdzorg en Kinderbescherming dat te haastig voorstellen omdat ze geen enkel risico meer willen lopen (het Savanna effect) en dat de kinderrechter die voorstellen te gemakkelijk overneemt. Drie keer te en het leidt tot een vierde te, die van het tehuis. Het eerste punt is empirisch en vermoedelijk op dit moment onbeslisbaar omdat goed onderzoek ter zake afwezig is. Zulk onderzoek is ook niet eenvoudig, tenzij we het in handen geven van de aanhangers van de ‘netto-effectiviteit’ en laten we hopen dat dat de kinderen niet wordt aangedaan. De andere punten (gaan de instanties sneller over, in vergelijkbare gevallen, tot een voorstel tot uithuisplaatsing dan vroeger; stelt de kinderrechter minder vragen dan voorheen en wordt er per zaak minder tijd besteed door de kinderrechter?) zijn eenvoudiger uit te zoeken. Als de brandbrief dat tot gevolg heeft is er wat gewonnen. Als in het vervolg daarop ook het eerstgenoemde onderzoek ter hand wordt genomen is er nog meer gewonnen.

Vanochtend hoorde ik op de radio één der advocaten (Amanda de Nijs als ik het me goed herinner) met de nodige passie pleiten voor haar zaak. Ze kwam echter een beetje in het nauw toen een interviewer (in dit geval: Peter de Bie) haar vroeg hoe zij dan wist wat het beste was, dus waarop haar oordeel van ‘te snel’ was gebaseerd. Het bleek haar eigen inschatting te zijn, in het bijzonder van de betrouwbaarheid van de ouders die haar in de arm hadden genomen. Zo’n inschatting is wat waard, maar dan naast de inschatting van de instanties, niet ter vervanging ervan. Bovendien, dat is precies de situatie van vandaag, dus waar gaat het dan nog over?

Ook daarop gaf ze een antwoord, in tweede termijn als het ware. Ze sprak haar onvrede uit over de kwaliteit van de behandeling van de kinderen die bij hun ouders worden weggehaald. Soms even in een cel, vervoer met een afgesloten busje alsof en niet alleen alsof het kind een verdachte is met gevaar voor ontsnapping, soms in een inrichting waar ook mishandeling kan voorkomen en ook voorkomt. Het busje is onwenselijk, het andere is zelfs verboden. Het komt voor. Mijn echte hoop is dat de brandbrief ertoe leidt dat het ‘land van aankomst’ van de kinderen die voor uithuisplaatsing in aanmerking komen eerst perfect op orde is voordat de kinderen uit hun herkomst worden weggehaald. Nog een onderzoek dus, en geen moeilijk onderzoek. Een toets op de kwaliteit van wat de kinderen wordt geboden en dan wel zo dat aan die kwaliteit de hoogst mogelijke eisen worden gesteld. Het lijkt me niet ingewikkeld om alle partijen die in koor roepen dat ze denken aan ‘het belang van het kind’ op die noemer te verenigen. Ik ben voorlopig best blij met die brandbrief.

6 december

=0=

 

Industrieel

De grote slachtpartijen van de 20ste eeuw zijn industrieel geweest, georganiseerd. Ze zijn conceptueel en des te erger voor de werkelijkheid. Het zijn systemen op zoek naar totale sluiting, en daarom zijn het systemen van radicale insluiting en nog radicaler uitsluiting. Wat er niet in past, onverschillig om welke reden, wordt geofferd, in naam van het systeem. Niet de reden telt maar het concept. De industrialisatie van de moord is geen teken van barbaarsheid maar van moderniteit.

Mij lijkt een historicus die een boek over de 20ste eeuw schrijft onder de titel Barbarij en beschaving op voorhand al een slecht historicus. Het woord barbaars verwijst naar achtergeblevenen, onontwikkelden, onbeschaafden, woestelingen, primitieven. Het is een woord van weerzin en afkeer, van afstand en, als je er niks tegen onderneemt, van besmetting en gevaar. We zijn er allen vatbaar voor en het industrieel exploiteren van de bijbehorende mimetische impuls – door Horkheimer en Adorno in hun Dialectiek der Verlichting uitgebreid geïllustreerd en op begrip gebracht – is integraal onderdeel van de moderne tijd, zo integraal dat we er maar al te graag in naam van het postmodernisme afscheid van willen nemen. Barbaars is een woord waarin de koloniserende woede een goed nest vindt.

Bernard Wasserstein is de auteur van het boek Barbarij en beschaving. Naar eigen zeggen had hijzelf het boek ‘Barbarij in beschaving’ willen noemen maar dat vond zijn uitgever niet goed. Het is je wat. Hannah Arendt, gisteren door Wasserstein afgeserveerd als een slecht historicus (niet slecht voor een schrijfster die geen historicus is en dat ook nooit heeft gepretendeerd), had haar boek ook nooit The Human Condition willen noemen maar was, net als Wasserstein, gezwicht voor de uitgever. Iets delen ze dus. De latere Duitse uitgave had in het geval Arendt wel de juiste titel (Vita Activa oder Vom tätigem Leben). Kwestie van beschaving ongetwijfeld maar zijn daarmee de afgedwongen titels een kwestie van barbarij? Is de Nederlandse uitgave van het boek van Wasserstein barbaars omdat hij ook daar zijn eigen voorkeur niet heeft doorgezet?

Wasserstein had een voorkeur voor het ‘in’ in plaats van het ‘en’ omdat daarmee het ‘dialectische’ van beschaving en barbarij beter tot z’n recht zou komen. Zei hij, in een discussie met Ido de Haan en Maarten Brands kort geleden in Amsterdam. Voor sommigen, zoals Brands, is dialectiek op zichzelf al een terugval in barbaars denken dus dat zal een fascinerende meningenuitwisseling hebben opgeleverd (hoewel het korte verslag in het Historisch Nieuwsblad eerder de indruk geeft van een tamme discussie maar wie weet is tam wel een prachtig voorbeeld van de dialectiek van beschaafde teleurstelling en even beschaafd optimisme).

Barbarij is een lui woord. Het suggereert terugval terwijl het terugkeer moet signaleren. Vanuit dat perspectief kun je inderdaad een paar kritische voetnoten plaatsen bij Hannah Arendt. Maar vanuit dat perspectief is Wasserstein, ongeacht de variant ‘en’ of ‘in’, van het begin af aan een doodlopende weg ingeslagen. Ik begrijp dat men gisteren in Nijmegen een beetje onthutst was over de aanval van Wasserstein op Arendt. Misschien hadden ze het als een compliment moeten zien, die aanval, en hadden ze pas ongerust moeten worden als Wasserstein had beweerd dat zijn dialectiek en haar politieke theorie ‘eigenlijk’ hetzelfde proberen uit te drukken. En misschien hadden ze Wasserstein gewoon voor een andere lezing in een andere context moeten uitnodigen.

5 december

=0=

 

Tweede ronde

Minister Bos vermoedt dat de banken nog een tweede keer aan het infuus moeten. Hun constitutie is nog niet op orde en dus zijn ze nog te ziek om gewoon te functioneren. Hoe Bos dat weet? Hij heeft het ze gevraagd. Dat had minister Van der Hoeven ook wel eens mogen doen voor dat ze begon te tetteren over banken die gewoon maar weer eens hun werk moesten gaan doen. Zij denkt dat de banken (1) in het grijze en misschien wel zwarte ziekteverzuimpercentage zitten en (2) dat arbeid de beste therapie is. Heel modern allemaal en helemaal volgens de voorschriften van meester Donner maar bij heren doe je dat niet. Niet zo direct. Eerst vragen hoe ze zich voelen, dat doet toch elke dokter als hij de patiënt weer ziet?

Maar toch. Donner vraagt ten minste nog om een accountantsverklaring van de bedrijven die denken ziek te worden. De accountant is de dokter. In het bankwezen is Bos de dokter en die komt eruit met alleen de mening van de patiënten. Hoe zou dat gaan? Ik lees het geweldige boek van Jeroen Smit over de ABN Amro, De Prooi. Wat die bank vanaf de fusie niet kon was inzicht in zichzelf verschaffen. Alles wat daarvoor nodig was ontbrak, heldere doelstellingen bijvoorbeeld en overzicht over de kosten. En dan niet een beetje maar zo ongeveer compleet. Onder bestuursvoorzitter, Jan Kalff was dat al zo en onder zijn opvolger, Rijkman Groenink, werd het zo mogelijk nog erger. De Bank bezat een organisatie die elke uitspraak ontkracht over de ‘tucht’ van de markt die er wel voor zal zorgen dat organisaties ‘lean and mean’ worden. Bij organisaties die verder van elkaar onafhankelijke mensen (zoals spaarders en leners) op het spoor van elkaar zet mag je bureaucratie verwachten, juist daar zelfs. Maar daar werd bij De Bank hutspot van gemaakt. Geografische lijnen, functionele lijnen, dan weer dit ‘leidend’, dan weer dat, een intern tot op het bot verdeeld bestuur, een machteloos toezicht, een bestuursvoorzitter die op zoek was naar overnamekandidaten die maar niet wilden meedoen en als ze al interesse hadden werden afgeschrikt door het gedrag van diezelfde bestuursvoorzitter, niemand die ergens voor verantwoordelijk voor kon worden gehouden en het dus ook niet was, interne verrekeningen die een permanente bron van onderlinge conflicten waren en bleven, zakenbankiers die hun eigen winkeltje afschermden en zorgden voor vele bankjes in de bank, het kon allemaal. Hoe De Bank ervoor stond, niemand die het met zekerheid en gezag kon zeggen.

Dat De Bank permanent hoofdpijn had, het verbaast niet; en als hoofdpijn als indicator mag gelden voor de algehele gezondheidssituatie dan is De Bank ongetwijfeld nog lang niet beter. Het maakt nieuwsgierig naar het vermogen van andere banken om over zichzelf een uitspraak te doen. Maar welke dat ook is, over de echte gezondheidstoestand van de banken zullen we ook dan niet veel te weten komen. En dus ook niet over de kwestie of een tweede injectie zoden aan de dijk zal zetten. Ik lees dat de banken elkaar nog steeds niet vertrouwen want ze weten niet hoeveel infecties ze zelf nog hebben, en evenmin weten ze dat over de andere banken. Ze kunnen zichzelf niet vertrouwen en niets toevertrouwen. Hun ziekte is een kwestie van uitzieken en pas dan kunnen we nagaan hoe ziek ze ooit waren. Achteraf. De dokter moet een recept uitschrijven dat de patiënt zelf kan vernieuwen. Verbazende artsenij.   

Inmiddels kan dan het bedrijfsleven nog langer wachten op kredieten voor hun normale bedrijfsoperaties. Bos schept, bedoeld of onbedoeld, een wachtlijst van heb ik jou daar – wie krijgt het eerst krediet en tegen welke kosten? – terwijl verpleegster Donner met alleen een paar aspirientjes op zak tal van wachtenden zoet moet houden. Gaat dat lukken?

Het roept de vraag op of de overheid niet eens moet nadenken over het zelf weer op gang brengen van de kredietenstroom. Nog meer staat dus, een staat die behalve op de bankiers te wachten ook zelf een stuk van de bancaire functie naar zich toe trekt. Wie weet, het zou het genezingsproces van de patiënt zeer kunnen versnellen. Wie weet is alleen de aankondiging ervan al genoeg om de banken nog eens na te laten gaan hoe ziek ze zich nu eigenlijk wel voelen. Bovendien, als de staat wat actiever wordt dan kan Bos, net zoals Donner die per aspirientje een accountantsverklaring vraagt, voor een beetje krediettransactie een risicoschatting vragen.

Van Groenink weten we dat hij van begin tot eind gefaald heeft als bestuursvoorzitter. Niettemin, hij had z’n reputatie gevestigd door in de jaren tachtig en negentig iedereen te verbazen met z’n inzichten in kredieten, kredietrisico’s en het snel, zakelijk en kundig afwikkelen van slechte krediettransacties zonder dat de bank erdoor geschaad werd. Als Bos Zalm inhuurt, laat hem dan – op een onafhankelijke positie want in samenwerking wordt het toch niks – ook Groenink maar inhuren. Dan kan de kredietkraan misschien weer open en valt de zegen niet alleen in de bodemloze put van de banken. Groenink voor De Publieke Zaak. Zou dat niet aardig zijn?

4 december

Focus

Iedere abonnee van NRC ontving afgelopen week het eerste nummer van Focus, een  kwartaaltijdschrift over ‘economie, strategie en leiderschap’. Het thema van het eerste nummer was arbeid, een wat verwarrende titel voor personeelsbeleid want daar ging het voornamelijk over. Ik was nieuwsgierig, er waren al maanden vooraankondigingen en de belofte was dat het blad meer zou brengen dan wat we regulier al in de krant plus bijlagen konden vinden. Focus is geen gewone bijlage, je moet er voor betalen en nu kregen we de kans om nog zonder kosten te bekijken wat er waar was gemaakt van de beloften. Beloften scheppen verwachtingen.

Ik ben teleurgesteld in mijn verwachtingen. Het valt tegen. Van verdieping heb ik niets gemerkt. Het nummer bevatte een mooi essay van Maarten Schinkel over inflatie en voor het overige een keur van artikelen die ik wel degelijk in de gewone krant had kunnen verwachten. Goede artikelen, zoals meestal, maar niks nieuws en niks bijzonders. Maar aardig is dat in het blad zelf de verklaring hiervoor wordt aangereikt. Dat dan weer wel, zou de cabaretier zeggen.

Er zitten twee aspecten aan de verklaring en ze worden allebei genoemd in een stuk met de titel ‘Blijf investeren in mensen’. Het ‘blijf’ is mooi en als het al überhaupt gebeurt dan behoorlijk selectief. Het voorbeeld is de arbeidsmarkt voor journalisten. Die is scherp gesegmenteerd in twee kampen: een groep die een vaste aanstelling heeft bij een krant en daar een hele loopbaan lang aan vasthoudt, een groep freelancers en oproepkrachten aan de andere kant. De kansen om van de laatste groep naar de eerste te verhuizen zijn klein: er is een overaanbod van journalisten en de kranten hebben geen geld om meer in personeel te beleggen. Kennelijk zijn journalisten mensen die het vak zo hoog hebben dat weinig riante arbeidsvoorwaarden en arbeidsrelaties hen de lust niet ontnemen. Wat de arbeidsmarkt ook wordt verondersteld te doen, niet bij de journalist. De markt ruimt niet.

Het is zoals het is maar ondertussen, als om te onderstrepen hoezeer de journalist journalist wil blijven en bereid is daar ver in te gaan, moet er wel steeds meer gebeuren: naast de papieren krant de wekelijkse en soms maandelijkse bijlagen en het bijhouden van de digitale krant. Door dezelfde mensen, onder dezelfde condities.

Daar is Focus nu bijgekomen. Dezelfde mensen die er een klus bij hebben gekregen. Geen erg grote – het lijkt niet voor niks op business as usual – maar toch. Focus moet geld opleveren, vandaar de vele advertenties en vandaar de actie om met een present eerste nummer mensen te motiveren een abonnement te leveren. Ik zou denken, als het zo blijft als in het eerste nummer gaat het niet lukken.

In Le Monde worden delen van het gewone nieuws dagelijks begeleid door sterke artikelen over de context en achtergrond van dat nieuws. De krant krijgt dat voor elkaar door voor die artikelen gebruik te maken van een uitgebreid netwerk van experts – voornamelijk uit de universitaire wereld. Ook de bijlagen van de krant worden deels op dezelfde leest geschoeid. Het voordeel is dat je artikelen krijgt die nu eens niet bestaan uit steeds weer die opsomming van ingewonnen meningen van geïnterviewden waarbij de ene dit vindt en de andere dat en met als voornaamste uitzondering een interview met slechts één persoon.

Ik hoop dat Focus de focus gaat verleggen. Het zal de journalisten wat adem geven en het leidt misschien tot een blad dat meer is dan een herhaling van bekende zetten.

3 december

=0=

 

Onttrekken

Weduwen en weduwnaars mogen zich in de toekomst nog slechts twee jaar onttrekken aan de arbeidsmarkt. Lees ik in Trouw vanochtend. Aboutaleb heeft dat zo bedacht en de meeste partijen vinden het maar niks. Het is te ruw, te bruusk. Na twee jaar is de rouw nog niet over.

Dat lijkt me een empirische kwestie. Er zijn vast mannen en vrouwen die meer reden hadden te rouwen tijdens dan na hun huwelijk. Er is geen onderzoek naar gedaan voor zover ik weet, maar het is een mooie doch onbewezen stelling dat het overlijden van een partner en rouw bij elkaar horen en zelfs voor meer dan twee jaar bij elkaar horen (zoals Kamerlid Spekman vindt die achttien jaar wat overdreven vindt en twee jaar ook en die daarom een ‘middenweg’ zoekt: mag het ietsje meer zijn? Nee slager). Het gaat helemaal niet om mensen. Het gaat om het instituut rouw. Hoe lang ‘mag’ rouw duren? Hoeveel recht op rouw heb ik nog?

Overigens gaat het ook al helemaal niet om weduwen en weduwnaars. Het gaat om weduwen en weduwnaars met thuiswonende onvolwassen kinderen. Het gaat om de kinderen. Er moet iemand thuis zijn om ze te verzorgen en ze op te vangen als ze uit school komen. Thee met een koekje. Dat zal een verrassing zijn want vroeger hadden ze dat misschien helemaal niet, die luxe. Toen werkten pa en ma allebei en werden de kinderen elders ‘opgevangen’. Dat zijn dus twee arbeidskrachten minder door één overlijden. Die Aboutaleb, die kan tellen en het arbeidsaanbod moet op peil blijven. Hij noemt het solidariteit. Hij is de beste van de klas.

Solidaire rouw. Aboutaleb heeft gelijk. Dat bekt van geen kanten. Het is één of het ander en omdat het nooit om rouw ging kiest hij voor de solidariteit. Berouwvolle solidariteit omdat we ze te lang aan zichzelf hebben overgelaten. Dat is nog eens een probleem helder en recht voor z’n raap benoemen en tegelijk perspectief bieden. Ben ik niet rouwig om. Ik ben er zelfs blij mee. Rouw is niet productief. Elke dag je kinderen laten voelen dat je moeder of vader er niet meer is juist omdat de andere ouder steeds maar thuis zit te rouwen. Dat kan niet meer. Bovendien, je ‘onttrekken’ aan de arbeidsmarkt: dat zouden we allemaal wel willen!

2 december

=0=

 

Verstandig

Hoe lang houdt dit kabinet het nog? Ik denk, als het aan Bos ligt duurt het niet zo lang meer. In z’n eigen partij is Vogelaar verwijderd en als ik me niet vergis heeft iedereen in die partij ook goed begrepen dat het maar eens afgelopen moet zijn. Waarmee het afgelopen moet zijn staat nog open, daar zal Wouter te zijner tijd wel invulling aan geven. En dat is dichter in de buurt dan we denken. Intussen durft niemand nog enig eigen geluid te maken. Het interview met mevrouw Ploumen afgelopen zaterdag in NRC: voorbeeldig. Die mag blijven.

En nu is het CDA aan de beurt. Het is, volgens Bos, niet verstandig om juist nu over de hypotheekrenteaftrek te beginnen. Dat geeft maar onrust en die moet je, ik geloof dat ik het zo moet begrijpen maar met Bos weet ik het nooit, niet nu maar pas tegen de tijd dat de verkiezingsprogramma’s worden opgesteld wat groter maken.

Bos onderschat de kiezers. Die weten maar al te goed dat verkiezingsprogramma’s ongeveer even veel voorspellen over wat te gebeuren staat als de Enkhuizer Almanak over het weer van volgend jaar. Wie pas in het verkiezingsprogramma weer over hypotheken begint is even betrouwbaar als iemand die een onderzoek naar Irak eist en die eis laat vallen op het moment dat hij hem kan realiseren. Bos dus. Niettemin, nu hij Balkenende de les aan het lezen is zou het, onzekere tijden of niet, best kunnen gebeuren dat het verkiezingsprogramma snel moet worden opgesteld. Ik durf er heel wat onder te verwedden dat het, hoewel het gelet op de gemoedstoestand van de huizenbezitter juist nu niet goed is erover te beginnen, juist dan onvermijdelijk is erover te beginnen. Jack de Vries kan alvast warmlopen, of zou de geniale Kai (die omdat hij in Amerika is geweest en dit natuurlijk allemaal al lang heeft zien aankomen) zich met z’n luidruchtige (vergeef ’m, hij kan niet anders) afscheid van Rita al hebben gemeld?

Nu Bos aan Balkenende vertelt wat deze moet doen en laten is het einde van dit kabinet, althans wat Bos betreft, ingeluid. Bos wil incasseren en als hij dat wil moet hij snel zijn. Over een paar maanden, als blijkt dat al dat ferme beleid tot weinig heeft geleid, is het gunstige effect in de peilingen wel uitgewerkt en dan is het te laat. Verstandig? Dat zien we na de verkiezingen wel.

1 december

=0=

 

Toets

Keuzevrijheid en legitimatie staan onder druk als schoolbesturen te groot worden zegt de Onderwijsraad in zijn vandaag verschenen advies over de bestuurlijke inrichting van scholen. Monopolies zijn ongewenst, ouders moeten invloed kunnen uitoefenen. Dat laatste is opmerkelijk. In een eerder advies (Vaste grond onder de voeten, 2002) was de raad nog erg zuinig over de voordelen van het geven van invloed aan ouders. De reden: de invloed van ouders vergrootte de kloof tussen witte en zwarte scholen. Dat advies had, met betrekking tot de onderwijsvrijheid – ook in het geval van ‘keuzevrijheid en legitimatie’ een factor om geducht rekening mee te houden – nog een aardige uitsmijter. Als we ervoor zorgen dat de grondwet toetsbaar wordt, argumenteerde de raad toen, dan sluiten we een boel problemen kort. Dat lijkt mij ook. Het is jammer dat die aanbeveling niet terugkeert in het vandaag vrijgegeven advies. Waarom niet? Tot eergisteren leek het er op dat het voorstel van Femke Halsema ter zake op een meerderheid kon rekenen en het vergde de – altijd weer behoudende – interventie van minister Ter Horst om het voorstel al in de Eerste Kamer te laten sneuvelen. Minister Ter Horst heeft liever een opgepimpte grondwet dan een levende.

 Het gaat niet om de scholen zelf, het gaat om de schoolbesturen. Voor de ouders is het misschien wel makkelijk als er achter de schoolleiding nog een schoolbestuur staat dat je kunt aanspreken als je er met de school zelf niet uitkomt. Dat is geen argument voor grote besturen, maar wel voor een bestuur dat niet samenvalt met de leiding van de school, een bestuur dat op enigerlei manier los van de scholen staat. Voor de leraren is dat minder eenvoudig want voor hen ontstaat dan het probleem met wie je nu eigenlijk moet praten als je het ergens niet mee eens bent. Ook dan is een bestuur op wat afstand van de dagelijkse leiding niet slecht maar veel afstand is ook niet goed. Veel leraren weten niet goed wie hun werkgever is, de school of een bestuur, ergens.

Dat probleem blijft niet beperkt tot leraren overigens. Tal van mensen weten niet waar ze hun werkgever kunnen vinden, net zoals tal van klanten niet weten waar ze de verantwoordelijken kunnen vinden om hun klachten of zelfs maar vragen goed af te handelen of te beantwoorden.

Ik vraag me af waar de Onderwijsraad de vergelijking zoekt. Niet met grote bedrijven waar je door antwoordapparaten te woord wordt gestaan die over codes beschikken die altijd net niet jouw probleem goed weergeven. Veel keuzevrijheid heb je daar ook niet want op een kleine markt als de Nederlandse, met bedrijven die allemaal ‘schaalgrootte’ nodig hebben om goedkoop te kunnen leveren en nog meer schaalgrootte om niet door nog groteren te worden opgegeten, is ook maar weinig concurrentie mogelijk. Als scholen ‘bedrijfsmatig’ moeten werken ligt, net als in het bedrijfsleven, fusie voor de hand. Van de schoolbesturen dan want dan kun je, bedrijfsmatig een kracht genereren die je in staat stelt een beetje handig met je ‘lumpsum’ om te gaan en ook nog een reserve op te bouwen, die gelet op het feit dat het budget volgend jaar heel anders kan uitpakken – hoe goed of slecht je het ook doet – een redelijke omvang aan kan nemen, ertoe kan leiden dat je vaste uitgaven (ook voor vaste aanstellingen) als het enigszins kan uit de weg gaat enzovoorts. Niks grote besturen dus maar onhandige financieringsmethoden.

Blijft het ‘legitimatie’ argument over. De Raad heeft het daar over de ouders en is tegelijk huiverig voor al te veel invloed van ouders. Ik denk dat de Raad zich voor het karretje van de Tweede Kamer heeft laten spannen want daar vinden ze het maar niks, die grote schoolbesturen die ze niet meer aan een touwtje hebben. Hoe ‘groot’ is het schoolbestuur trouwens in gemeenten waar al het openbare onderwijs onder één bestuur valt? Hoe zat het daar, vroeger, met de invloed en de legitimatie? O ja, daar had je de gemeenteraad voor en in grote steden de deelraden. Maakte dat het verschil? Meer verschil dan door de hond dan wel door de kat te worden gebeten?

Het advies van de Onderwijsraad gaat niet over het onderwijs. Wel over politieke besluitvorming waar ze even de weg kwijt zijn en daar de schoolbesturen de schuld van geven.

Het was beter geweest als de Onderwijsraad de omvang van de schoolbesturen had gekoppeld aan de onderwijsvrijheid en die, indachtig z’n eigen eerdere advies, aan het toetsbaar maken van de Grondwet.

Het advies, het zou best eens kunnen worden overgenomen.

29 november

=0=

 

Beweeglijk

Is het niet curieus dat die sigaar uit eigen doos (de financiering van werktijdverkorting uit het WW fonds) ook nog met allerlei mitsen en maren is omgeven? Ik bedoel, Donner wil dat de bedrijven die in de regeling gaan vallen hun mensen zullen scholen en dat ze meedoen aan regionale pools zodat overschotten hier gebruikt worden om tekorten daar op te lossen. Scholing en beweeglijkheid, dat zijn de eisen.

Daar is op zichzelf niet zo veel mis mee. Wie weet wordt op die manier eindelijk duidelijk dat competenties en inzetbaarheid van werknemers best gelijk op kunnen lopen maar dat zeker niet altijd zullen doen. De inzetbaarheid kan wel een duwtje gebruiken en alle beetjes helpen. Hoop ik dan maar, al blijft het jammer dat deze maatregelen gekoppeld worden aan een noodsituatie, terwijl het al lang de normale situatie had moeten zijn.

Het rare is dat vergelijkbare eisen niet gesteld zijn aan de miljarden die aan de bankiers – of zij die zich als zodanig weten te presenteren – zijn verstrekt. Toch, enige scholing had ook hier niet misstaan en dat het geld alleen verstrekt is om de geldcirculatie op peil te houden heeft nergens geleid tot een voorwaarde. De staat ‘hoopt’ dat het in circulatie komt en dat ondernemers bijvoorbeeld zullen gaan investeren. Maar eisen op dat vlak, ho maar. Voorlopig blijven de banken gezellig zitten op dat geld, en de kans dat de ondernemers dat met hun vervroegde afschrijvingen eveneens zullen doen is niet denkbeeldig.

Dat is niet het enige verschil. Over het geld voor de werktijdverkorting heeft een heus kamerdebat plaatsgevonden. Het leverde niks op, maar toch. Over de miljarden voor de financiële sector, over de beslissing over ABN en Fortis, daarover geen debat. De minister deelt zijn beslissingen mee, benoemt een nieuwe topman (Zalm en niet Wijffels: is dat om Neelie te paaien?) en klaar zijn we. Debat? Geen denken aan, geen behoefte aan. De Kamer vindt het wel best. De Kamer geeft het goede voorbeeld: beweeglijk als het uitkomt, streng als het beter uitkomt.

Regering en parlement van dit land zijn pennycrazy en poundfoolish.

27 november

=0=

 

Steun

Zoals te verwachten is er weinig waardering voor Donner en diens benepen steun met betrekking tot werktijdverkorting. De een vindt het te weinig, de ander te veel. SP en VVD vinden bovendien dat het UWV wel weg kan (onderzoek naar de ‘netto-effectiviteit’ van structuurveranderingen wordt door de Kamer nooit nodig gevonden want dan zou het maar over zichzelf gaan), iedereen vindt dat de re-integratie ‘effectiever’ moet (zodat uit een volgend onderzoek, niet voor de eerste keer, kan blijken dat bijvoorbeeld de ‘netto-effectiviteit’ van scholing toch een stuk minder is dan we dachten en wat jammer want dat hadden we nu net zo gestimuleerd met de werktijdverkorting), en er is klein gekissebis over het ontslagrecht waarbij het meest opvallende is dat D66 nog altijd denkt dat de zwakke positie van flexwerkers veroorzaakt wordt door de sterke positie van de vaste aanstellingen. Een redenering, zoiets als het toeschrijven van de zwakke positie van allochtonen aan de sterke positie van autochtonen. Ach ja. Bij D66 zijn het zelf een soort flexwerkers. Hun politieke positie wordt alleen versterkt als ze geen regeringsaanstelling hebben. Hebben ze die dan zijn ze hem ook zo weer kwijt. Flexwerkers, vandaar. Het komt door de vaste aanstelling van het CDA en ook door die van de VVD en zelfs een beetje door die van de PvdA. Ze weten waar ze het over hebben, daar bij D66.

Waarom wordt het overigens ‘steun’ genoemd? De WW fondsen zitten prettig vol en zijn, als ze gebruikt worden waarvoor ze gebruikt moeten worden, een reserve voor slechte tijden. Het zijn fondsen met de premies van werkgevers en werknemers. Als je de Kamer hoort zou je denken dat het hun zuur verdiende geld was wat daar verdeeld wordt maar dat is een wonderlijke vergissing. Het is hun geld niet, het is van de sociale partners en het is hoog tijd dat die de Kamer en de regering meedelen dat ze er schoon genoeg van hebben. De WW fondsen zijn nu een steun aan de regering om mooi weer te spelen bij de EU: kijk eens wat een fris EMU saldo wij hebben!

De EU en de lidstaten trekken zich ondertussen helemaal niets meer aan van welke monetaire voorzichtigheid dan ook. Dat saldo? Het groei en stabiliteitpact? Dat is nu even niet aan de orde. Maar zodra het over sociale fondsen gaat wordt iedereen weer heel prudent. Waar is het ministerie van banen? Vroeg de SP zich af. Rare vraag. Het is het ministerie van sociale fondsen dat ter discussie zou moeten staan. De overheid heeft zich al lang teruggetrokken uit de banenbusiness. De overheid opereert niet aan de vraagkant maar aan de aanbodskant van de arbeidskant en doet dat door collectieve fondsen te gebruiken als was het publiek eigendom. En daar gaat de overheid nu eenmaal over.

Met de regeling voor werktijdverkorting steunen regering en Kamer alleen zichzelf. Het heet daadkracht.

26 november

=0=

Levensreddend

De effectiviteit van re-integratietrajecten is prima te meten schrijft Mirjam van Praag, hoogleraar ondernemerschap en organisatie van de UvA. Je moet gewoon een experimentele opzet volgen: één groep krijgt het medicijn wel, een andere (de ‘controlegroep’) niet. Als de eerste groep ‘beter’ scoort dan de tweede werkt de re-integratie. Zo simpel is het. Zo niet, dan niet. En als je het zo doet dan weet je – ja, wat weet je dan? Aan wie je het medicijn moet toedienen? Nee, dat weet je dan nog niet (want degenen die het medicijn krijgen lijken als twee druppels water op degenen die het niet krijgen, anders kun je de pure werking van het medicijn nog niet achterhalen) en ook niet of een kinderdosis genoeg is of een volwassendosis, welke bijwerkingen er zijn, of het medicijn zich goed verdraagt met andere medicijnen, of een bepaald dieet moet worden uitgesloten bij gebruik van het medicijn en zo voort. Een medicijn dat werkt, werkt soms, onder bepaalde omstandigheden, voor bepaalde personen. Nader onderzoek is dus nodig, van een experimentele opzet uiteraard. Zoals medici doen, zelfs als het gaat om ‘levensreddende’ medicijnen. Wat je weet is dat aspirine soms helpt tegen hoofdpijn, dat de hoofdpijn soms ook gewoon overgaat en dat wat vandaag helpt morgen geen effect kan hebben. Dat geldt ook voor het medicijn re-integratie. Soms werkt het, soms niet. Bij grote werkloosheid bijvoorbeeld, of bij een groot arbeidsaanbod dat ander aanbod verdringt. Wat is dan ‘netto’? Netto-effectiviteit is een vondst van onderzoekers, een uitspraak van onderzoekers over welk onderzoek ‘werkt’. Hoe ze dat weten? Dat had ze toch net uitgelegd?

Er zijn twee dingen die opvallen. In de eerste plaats het ‘experiment’. Een natuurwetenschappelijk experiment, het basismodel van het experiment, werkt nooit met een ‘controlegroep’. Dat zou tot voorzichtigheid moeten nopen maar daarvan wil Mirjam van Praag niet weten. Niettemin, in een serieus experiment zou de opzet niet zijn dat je wel brillen uitreikt aan groep A en niks aan groep B om vervolgens te menen dat je iets over de effectiviteit van de bril kunt beweren. Je zou dan namelijk nog altijd niet weten wat een goede bril is, alleen dat sommige mensen in groep A kennelijk een oogprobleem hebben dat zelfs met een slechte bril toch wat kan worden verzacht. Je weet dus vrijwel niks over wat een goede bril is, maar wel dat sommige mensen problemen met hun ogen hebben. Dat schiet niet erg op, ‘netto’ niet, ‘bruto’ niet. Alleen weet je wat over de tarra van het onderzoek en ook die winkel moet per slot blijven draaien.

In de tweede plaats, en niet geheel onafhankelijk van de bezwaren die ik zojuist noemde, zou je altijd moeten streven naar meerdere typen onderzoek naast elkaar. Dan kom je misschien iets te weten over de effectiviteit van de ene onderzoeksaanpak ten opzichte van de andere. Maar voor sommige ‘experimenten’ hebben de geloofsaanhangers van het ‘experimentele’ onderzoek totaal geen belangstelling. Zij weten wat werkt. Hun onderzoek, dat dan ook gewoon als ‘het’ onderzoek mag worden benoemd. Zoals Mirjam van Praag schrijft: ‘Alles omwille van het onderzoek. Gewoon om te weten of het werkt’.

25 november

=0=

 

Diendersdata

Politiebonden ACP en NPB hebben grote bezwaren tegen het aanleggen van een DNA bank van politiemensen. Dat blijkt uit hun standpunt  en op basis van een door ACP georganiseerde enquête. Tachtig procent van de bevraagde agenten is tegen. Geciteerde reden bij de agenten: veel te veel kans op misstanden en misverstanden. Niet doen. Dat vinden de bonden dus ook.

In haar wijsheid heeft minister Ter Horst bedacht dat zo’n databank wel handig is. Het komt immers voor dat het DNA dat wordt aangetroffen ‘vervuild’ is omdat een agent even op z’n hoofd heeft gekrabd of net moest hoesten. Agenten zijn mensen en die laten wel eens wat achter waar we niks aan hebben. Dan is het makkelijk als je hun sporen direct kunt elimineren om des te sneller uit te komen bij de echte boeven. Geen speld tussen te krijgen. Bovendien, maar dat zal de minister er wel niet bij hebben gezegd, agenten zijn niet alleen agenten maar ook nog gewone mensen die net als gewone mensen in het verborgene wel eens wat fout doen en, als ze sporen achterlaten, daar dan in elk geval op kunnen worden bevraagd. Inclusief de mogelijkheid dat het allemaal een misverstand zal zijn.

Het bezwaar van ACP en NPB is half werk. Dezelfde misverstanden duiken op voor anderen die met een misdaad even weinig te maken hebben als een dienstdoende agent dat heeft, maar die wel met het slachtoffer in contact zijn geweest. Speurwerk is elimineren van mogelijke betrokkenen om echte betrokkenen te identificeren. Het zal regelmatig voorkomen dat onschuldige mensen worden lastig gevallen op basis van hun DNA. Het is zelfs niet uit te sluiten dat onschuldige mensen worden veroordeeld op basis van hun DNA, omdat ze de schijn tegen hebben en geen aannemelijke verklaring kunnen geven voor hun doen en laten ten tijde van een gepleegde misdaad. Misverstanden en misstanden dus. Gewoon, omdat niet valt uit te sluiten dat zulke dingen gebeuren, DNA of niet. De enig relevante vraag is of het werken met DNA niet alleen de pakkans vergroot maar ook de kans op vergissingen.

Dat is geen primair technische vraag. Het maakt verschil of de gehele juridische ‘keten’ is afgesteld op het tegengaan van de kans op veroordelingen van onschuldigen dan wel op het vergroten van de kans op het veroordelen van schuldigen. In Nederland is de laatste decennia de balans doorgeslagen naar het laatste. Ik weet niet of de politie – de politietop – daar al te veel bezwaren tegen heeft gehad maar het zou me verbazen als dat zo was. Diezelfde top moet zich over het DNA plan nog uitspreken, ook in een overleg met de minister volgende maand.

Het lijkt me geen eenvoudige klus een redenering te verzinnen die elke kans op misstanden en misverstanden voor politieagenten uitsluit en dezelfde kans voor alle overige burgers laat voortbestaan. Ik ben benieuwd.

24 november

=0=

 

Getuigenis

GroenLinks is geen getuigenispartij meer. Daarom is nu in de uitgangspunten opgenomen dat wie democratisch wil zijn ook het compromis moet waarderen. Mij lijkt dat een getuigenis en precies omdat dat nu in de uitgangspunten van de partij is opgenomen (artikel 12 begrijp ik uit het nieuws) is GroenLinks een andere getuigenispartij geworden dan het was. Als het een partij had moeten worden volgens de code van de ethiek van de verantwoordelijkheid (het gebruikelijke contrast met de ethiek van de getuigenis) dan was dat hele artikel overbodig geweest. Verantwoordelijkheid houdt immers voorzichtigheid in, proportionaliteit, en een afkeer van de risico’s en gevaren die verbonden zijn met de overtuiging dat het doel de middelen heiligt. Dat is geen uitgangspunt om te compromitteren maar om er naar te leven. Een compromis is heel wat anders en democratie heeft net zo veel met compromissen te maken als een ipod met goed naar anderen luisteren. Je kunt het ding altijd nog zachter zetten en dan heb je een compromis want ik hoor je best wel. Als jij nu wat harder spreekt en ik doe het geluid wat zachter dan lossen we het samen wel op. Geven en nemen. 

GroenLinks is achttien jaar geworden en gaat nu zelfstandig worden. De ouders worden bedankt maar nu gaan we het zelf doen. Ik wens ze veel geluk maar ik ben bang dat hun nieuwe uitgangspunten zo bepaald zijn door de behoefte afscheid te nemen van hun ouders dat het behalve een paar familieleden bitter weinig mensen wat kan schelen. Een verschil van generaties verkocht als een verschil van mening. Getuigenis, compromis. Vertrouwen in de toekomst nee, zin in de toekomst ja. Je moet er maar op komen.

Het congres van GroenLinks gisteren bevestigt de tendens van de afgelopen jaren dat de partij meer met zichzelf bezig is, met het uitvinden van wat de partij nu eigenlijk is, dan met de complexe wereld waar politici zich moeten bewijzen. Misschien levert het eenheid op maar de jaren van Femke Halsema vallen niet op door een schaarste aan eenheid, ze vallen op door een schaarste aan stemmen. Moet ik het congres dan zo lezen dat wat de partij in het parlement niet lukt door deelname aan de regering wel voor elkaar denkt te kunnen krijgen? Ik denk, meer nog: ik leg er getuigenis van af, dat nog lang niet alle leden van GroenLinks hun achttiende politieke verjaardag al achter de rug hebben.

23 november

=0=

 

Gezondheid

Het kan natuurlijk niet zo zijn dat de steunmaatregelen van de staat terechtkomen bij bedrijven die toch al ongezond waren. Ik heb het veel politici in diverse toonaarden horen beweren deze week. Je hoopt dan dat ze er ook het diagnose-instrument bij leveren zodat we de zieltogende ondernemers kunnen indelen in hen die kerngezond zijn maar nu even niet en hen die steeds maar weer kwakkelen. Ik heb hen niet gehoord over de miljarden steun aan banken zodat die weer geld zouden laten rollen en die dat vervolgens niet doen. Het recept nu is geld ophalen en het niet uitgeven. De kans dat zich dat met de steun aan de ‘reële’ economie gaat herhalen is net zo reëel als de economie waar de steun naar toe gaat. We hebben een crisis van verwachtingen over een crisis en omdat de economie bestaat uit ondernemingen die doen wat anderen doen is de reële economie net zo reëel als de verwachtingen van de ondernemers en als die verwachten dat anderen hun spullen eventjes niet willen willen zij ook geen spullen maar wel wat geld om de dingen die niet direct kunnen worden afgestoten af te handelen. En vervolgens te wachten tot het over gaat.

Ik vraag me maar af waarom de staat niet als voorwaarde voor steun de eis stelt dat het daarmee gemoeide geld in circulatie wordt gebracht en er niet aan wordt onttrokken, zoals bij de banken. Bij de werktijdverkorting is dat wel enigszins het geval maar bij de vervroegde afschrijvingsmogelijkheden helemaal niet. De staat hoopt dat de ondernemingen met die tijdelijke besparing wat gaan investeren. Waar die hoop op gebaseerd is, niemand die het durft uit te spreken. Maar je kunt telkens weer geld in de economie stoppen, zolang dat geld niet gat circuleren neemt de effectieve geldhoeveelheid niet toe. Een algehele lastenverlichting heeft een vermoedelijk veel directer effect op de circulatie, en een sneller effect bovendien.

Dat is het raadsel. De staat zou de geldcirculatie moeten stimuleren maar neemt alleen maar maatregelen die ertoe leiden dat iedereen op z’n geld gaat zitten. Zo diep zit de angst dat de staat iets zou gaan ondernemen omdat de ondernemers het niet doen. Zo diep dat je als ondernemer wel tot de slotsom moet komen dat als je nog wat langer niks doet de staat opnieuw zal afkomen. Met geld. Microwijsheid als gevolg van macrolafheid. Het zal allemaal nog wel even duren.

22 november

=0=

 

 Rekenen

Het Nicis onderzoek ‘Werk is overal, maar niet voor iedereen’ (november 2008) is door staatssecretaris Aboutaleb veroordeeld als broddelwerk. Hij had natuurlijk ook kunnen zeggen dat het helemaal geen onderzoek is (het rapport bevat geen eigen onderzoek) maar wel geprezen moet worden voor de moed de zoveelste poging te wagen om enig patroon te ontdekken in de vele overheidsbemoeienissen met de arbeidsmarkt, de re-integratiemarkt inbegrepen. Als je het rapport leest word je in de eerste plaats moedeloos van de eindeloze stroom afkortingen, product van de ijver van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de ‘structuur’ aan te passen en bij de tijd te houden. Welke structuur? De structuur van de ‘keten’ van werk en inkomen, van werk boven inkomen, van geen werk dan ook geen inkomen, van inkomen dan moet je ook werken, van werk dat uitgaat van wat u nog wel kunt en u kunt altijd wel wat, en bovendien een vraaggerichte structuur, en een kosteneffectieve structuur, en een structuur afgestemd op resultaat, een structuur met één loket dat dan toch tot twee of meer loketten leidt, en een deels geprivatiseerde structuur, zij het met behoud en zelfs uitbreiding van gemeentelijke taken en met een coördinerende maar wel machteloze rol voor de regio, enzovoorts. Broddelwerk die structuur maar daar heeft de staatssecretaris het niet over. Hij heeft het over een paar pagina’s in het rapport waarin vermeld wordt – op grond van al eerder bekend onderzoek dat door de staatssecretaris nooit als ‘broddelwerk’ is betiteld – dat de prijs voor een geslaagd re-integratietraject ongeveer een half miljoen p.p. is. De staatssecretaris dacht dat tienduizend p.p. de standaard was dus het berichtje kwam hem niet goed uit.

De staatssecretaris rekent zo: iedereen die langs een re-integratiebedrijfje is gegaan en aan het werk is gezet is een succes. Nicis rekent anders. Volgens dit bureau, en in voortreffelijke overeenstemming met tal van andere onderzoekers, was het gros van de mensen die door de re-integratie zijn gegaan toch wel aan werk gekomen en die moet je dus niet meetellen. Het is het verschil tussen de ‘bruto-effectiviteit’ van de staatssecretaris en de ‘netto-effectiviteit’ van de onderzoeksgemeenschap. Die gemeenschap gaat er van uit dat als je zelf aan werk had kunnen komen dat je dan ook aan werk was gekomen. Het is zoiets als de redenering dat als je had kunnen studeren je dan ook was gaan studeren. Dat niet iedereen die volgens de onderzoekers iets kan het ook doet, daar kan het onderzoek zich niet mee bemoeien. Hebben we daar de sociale zekerheid niet voor, de zekerheid die het al die mensen die niet uit zichzelf doen (want anders waren ze niet op het re-integratiemedicijn afgekomen) wat het onderzoek voorspelt dat ze kunnen en dus eigenlijk ook moeten doen, wel af zal leren?

Ik zou zeggen dat Aboutaleb door moet zetten en z’n kwalificatie van broddelwerk moet toepassen, niet op de uitkomsten van onderzoek, maar op de theorie die onderzoekers ertoe verleidt om in de zegeningen van netto-effectiviteit te blijven geloven. Het is zo duur, zegt die theorie, omdat het gros van de mensen dat om een ouweltje komt dat helemaal niet nodig heeft en het toch krijgt. Of het Nicis daar helemaal bij hoort, in dezelfde zegeningen gelooft, ik weet het niet. Dat half miljoen van hen, daar zijn de media en de staatssecretaris op afgekomen. Maar het bureau vermeldt keurig dat er op de berekening van de netto-effectiviteit kritiek mogelijk is en ook is geleverd. Ik hoop dat de staatssecretaris doorleest tot hij bij de desbetreffende passage is aangekomen. En dan meer wil weten. Als hij in de tussentijd de ‘structuur’ ook nog met rust laat is dat mooi meegenomen.

21 november

=0=

 

Feitenkennis

Is Margalith Kleijwegt (Onzichtbare ouders, 2005) ‘meegedobberd met de populistische stroom’? Ik lees het op pagina 96 in Het Bange Nederland, de recente publicatie van Jan Willem Duyvendak, Ewald Engelen en Ido de Haan. Gek, zo had ik nooit tegen de prachtige reportage van Kleijwegt aangekeken. Maar ik weet dan ook niet helemaal zeker wat ‘meedobberen’ is. Het klinkt prettig, dat wel. Je zult je er niet snel tegen verzetten, behalve als je vermoedt dat rustig water zo maar kan veranderen in een woeste maalstroom. Dat weet Kleijwegt kennelijk niet, maar Duyvendak c.s. weten het wel. In dat schuitje? Het zou kunnen maar zelfs dan is het een misslag van de auteurs.

Er zijn er meer, in Het Bange Nederland. Het is wat onevenwichtig om aan de ene kant de roep om de ‘professional’ (in onderwijs en zorg bijvoorbeeld) te plaatsen in de populistische reactie die door de politiek waart (pag. 85) en aan de andere kant je kaarten te zetten op de politicus als professional, op het ‘ethos’ van ‘politiek als beroep’ (pag. 139 en passim). Het is wat onevenwichtig om het gezeur over ‘identiteit’, de ‘canon’, de ‘waarden’ breukloos te vertalen in de politieke benepenheden van een herlevend, en populistisch nationalisme en ook nog eens in een opleving van ‘economisch nationalisme’.

Dat economisch nationalisme, het past maar moeizaam in het gehele argument. Ik bedoel, de internationalisering en globalisering van economische processen leiden ertoe dat ook de grenzen tussen politiek en economie opnieuw getrokken moeten worden. Economie is niet alleen maar functioneel, het is ook –vroeger of later – ruimtelijk en de afstemming daartussen, tussen bijvoorbeeld financiële markten en nationale en op z’n best Europese toezichthouders, is geen automaat. Het is zoeken, onder meer naar het juiste gewicht van nationale belangen in dat geheel. De zorg over staatsfondsen staat mede in dat teken en het is te makkelijk dat af te doen als ‘geborneerd’ of ‘benauwd’. Staatsfondsen roepen terecht de vraag op naar waar hun staat eindigt en wat er dan van de onze nog overblijft. Het antwoord daarop is nooit af en vandaag de dag zelfs minder dan ooit.

Het is in dat verband niet raar dat je even om je heen kijkt waarvan en van wie je nog wel en waarvan en van wie je niet meer zeker bent. Is dat nationalisme? Hoogst voorbarig. Om nationalisme te vinden kan beter gewezen worden naar de curieuze samenstelling van organen als IMF en de Wereldbank, en naar de positie van de dollar als internationale reservemunt. Dat moet allemaal worden herschikt, mede op basis van nationale belangen van deelnemende staten en het hangt van de uitkomst af of we van nationalisme dan wel van een evenwichtiger representatie van nationale belangen in een geglobaliseerde economie moeten spreken. De uitkomst staat voorlopig nog open, meer open dan we decennialang hadden kunnen denken.

De stelling van Het Bange Nederland is dat niet wij bang zijn maar de (politieke, culturele en economische) elites. Die zijn gefragmenteerd en in verwarring, en proberen het initiatief terug te winnen door ons bang te maken voor de grote boze buitenwereld. De elites hebben dus een motief, want ze willen terug wat hen is ontglipt. De buitenlander, de wereldburger en de kapitalist worden verantwoordelijk gesteld voor de verwarring waaraan we ten prooi zijn gevallen. De oplossing is hen op hun nummer te zetten: terug te nemen in de nationale schoot of hen het leven onmogelijk te maken. Daar zijn de elites het dan kennelijk wel weer over eens. Het is een woeste stelling maar het probleem ligt niet daar. Het probleem is dat de stelling niet meer dan een veronderstelling is die de auteurs tot fundament verklaren van de recente geschiedenis.

Met fundamenten moet je toch wat zorgvuldiger omgaan. Lange halen, snel thuis leidt tot aanvechtbare architectuur. Ik vermoed dat het integratiedebat (en niet het integratiebeleid zoals Ruud Koopmans de auteurs verwijt in de NRC van gisteren – pijnlijk als je feitenkennis tot voorwaarde voor een debat maakt en zelf dit elementaire feit overslaat) en dus de politisering en de daarbij onvermijdelijk optredende verminking van de cultuur, dat het integratiedebat dus de centrale zorg van de auteurs is. Dat siert hen. Maar wie het net zo wijd uitwerpt als ons trio auteurs moet niet verbaasd zijn als er veel tussen de mazen door verdwijnt. Het oude oordeel van Lenin staat nog overeind: lieber weniger aber besser.

20 november

=0=

 

Stekelbaarsjes

In de Pers van gisterochtend las ik een interview met Roel in ’t Veld. Hij is niet tevreden over minister Ter Horst. Die wil alles maar bij het oude houden en daar is hij het niet mee eens. In ’t Veld staat een soort wiki-politiek voor en is daarom veel meer participatie van burgers bij het voorbereiden en afwegen van politieke besluiten. Mevrouw Verdonk, zegt hij, levert wat dat betreft ook slechts half werk, maar hij zal eens contact met haar opnemen. Het lijkt me zinloos. Mevrouw Verdonk heeft te weinig van een stekelbaarsje.

Twee weten meer dan een, die wijsheid. Wikipedia is een illustratie en inmiddels is er een stroom van berichten over ondernemingen die op een vergelijkbare manier, een ‘open source’ manier, aan het werk zijn gegaan. Leuke lectuur, zoals bij de platte wereld van Friedman en bij de wikinomics van Tapscott en Williams. Ook Van Gunsteren (Vertrouwen in de democratie) levert voorbeelden. Meer mensen, meer meningen, meer kennis, meer perspectieven: het hoeft allemaal geen Poolse landdag te worden, het kan tot betere besluiten leiden. Twee weten meer dan een. Groepen weten meer dan enkelingen. Bij vogels is het aangetoond, en nu ook bij stekelbaarsjes. Experimenteel aangetoond, dus wat wil je nog meer.

Twee dingen werden zelfs aangetoond. De meeste vissen doen wat de meeste andere vissen doen én nadoen bleek een beter resultaat op te leveren dan waartoe een vis afzonderlijk in staat was. Vissen zijn in staat te communiceren (ze lezen elkaars gedrag als een mededeling die hen ook tot iets aanzet) en die communicatie levert wat op. Het gaat snel, direct en effectief. De moeilijkheid zit niet in de effectiviteit van de groep maar in de mogelijkheden de tendens tot nabootsen te manipuleren en de groep op het foute been te zetten. Zoals, overigens, in het experiment want de visjes werden gefopt. Onschuldig, maar het kan ook ten koste van anderen gaan en als het maar lang genoeg doorettert ten koste van jezelf. De wereld is geen experiment maar je zult de mensen de kost geven die daar niks mee te maken hebben. Zoals in de kredietcrisis waar elke bankier de marge pakte en de later opdoemende schade op het bord van anderen kieperde, de staat inriep en de puinhopen voordroeg voor socialisering. Zoals bij populistische politici die over de ruggen van anderen willen scoren en de problemen die dat oproept interpreteren als bewijs van hun eigen gelijk.

Het is teleurstellend dat In ’t Veld zo overtuigd is van de slimheid van het foefje dat hij de manipuleerbaarheid ervan voor het gemak overslaat. Ook hij is te weinig een stekelbaarsje.

19 november

=0=

 

Catalogus

Vandaag houdt de Kamer een spoeddebat over het aftreden van mevrouw Vogelaar. Wat zouden ze daar toch verwachten? Het is koren op de molen van Bos – aandacht is beter dan niks – en voor de rest is het de moeite niet waard. De Kamer kan beter vasthouden aan het verwerpen van de Verwijsindex Antillianen maar om de een of andere reden denk ik dat het daar niet over zal gaan. De Kamer is er veel te tevreden over en had mevrouw ter Horst al niet gezegd dat Ella dat allemaal niet zo elegant had afgehandeld? De schoonheidsprijs kans alsnog worden binnengehaald. De racistische verwijsindex komt er en de Kamer zal er geen spoeddebat over houden. De Kamer zal er vermoedelijk helemaal geen debat over houden. En ook niet over potenrammers, nu blijkt dat die sport nog altijd bij voorkeur door autochtonen wordt bedreven. We kunnen niet overal een index voor gaan bijhouden. Het is nu tijd voor echte daden. Zoals het opstellen van een waardencatalogus.

Een overheid die een waardencatalogus gaat opstellen is niet goed bij z’n hoofd. Minister Ter Horst die meedeelt dat het kabinet aan zo’n catalogus werkt is niet goed bij d’r hoofd. De burger, zegt ze, heeft niet alleen rechten maar ook plichten. Het gaat dus eigenlijk om een plichtencatalogus of nog beter een catalogus met dingen waar de burger geen recht op heeft. Een soort contrastgrondwet eigenlijk, dat hebben we nodig. Om het de burger eens goed in te peperen. De opsomming die ze vervolgens geeft – zelfredzaam zijn, ook zelf eens je verantwoordelijkheid nemen, bij rampen de eerste drie dagen niet op de overheid rekenen, zorgzaam voor anderen zijn, lid worden van een ‘maatschappelijke organisatie’, lief zijn voor parkeerwachters en andere wegens bezuinigingen geprivatiseerde uitvoerders van publieke functies  – het is van een mallotigheid die tot voor kort ondenkbaar was. We hebben het hier niet over de verantwoordelijke burger maar over een onverantwoordelijke overheid. Elke overheid die dit soort ongein verzint is onverantwoordelijk. Hysterie, verkleed als bravoure.

De mensen verwachten te veel van de overheid zegt mevrouw Ter Horst en dat moet maar eens afgelopen zijn. De overheid is geen blusdeken. Kennelijk staan we in brand. Staan we in brand? Er zijn best brandjes – door overheid en politici opgestookte brandjes rond Antillianen en Marokkanen bijvoorbeeld. De overheid blust die brandjes niet, maar zorgt wel voor nieuwe brandhaarden, met Bos dezer dagen voorop. Maar een blusdeken? Die hebben we al uitgeleend. De blusdeken is er voor bancair angehauchte lieden, mensen aan wier zelfredzaamheid niet hoeft te worden getwijfeld. Wel aan hun besef van verantwoordelijkheid maar op dat thema wil het kabinet nu even niet hameren. Er zijn belangrijker dingen te doen.

Ze kan het niet laten, minister Ter Horst. Ze blijft dromen van een opgepimpte Grondwet en deze catalogus-waar-je-niet-in-mag-shoppen is er de uitwerking van. Hoogst ernstig en genoeg voor een spoeddebat. Het zal er niet komen.

Laten we hopen dat de onbetamelijke onzin van minister Ter Horst snel in rook opgaat. Dat niet ons maar haar en haar kabinet het lachen vergaat.

18 november

=0=

 

Moeilijkheden

Nu de financiële crisis echt slachtoffers aan het maken was begreep Mark ook wel dat het begrip ‘onderklasse’ een nieuw verfje nodig had. Misschien moest hij het hele woord maar schrappen. Iedereen kon in de problemen komen. ‘Mensen in moeilijkheden’ dan maar? Hij zou het even afwachten maar het was de overweging waard. Je moest niet alleen flexibiliteit vragen, je moest het ook tonen. Aan hem zou het niet liggen.

Aan de andere kant, die vondst van de ‘terreur van de middelmaat’ liet hij zich niet afnemen. Dat bleef erin. Terreur maakt onschuldige slachtoffers, het treft burgers die niets te verwijten valt en het is er zelfs op uit juist hen te grazen te nemen. Terreur is bewust. De middelmaat herkent altijd feilloos wat een beetje afwijkt – en straft het af. Bewust. Een voorbeeld zou helpen maar was ook een beetje link want zoiets kan stemmen kosten. Je moet ze altijd de indruk geven dat de middelmaat, dat dat de anderen zijn. Zoals Boekestein dat zo perfect kan. Een leeghoofd dat altijd doet of de anderen leeghoofden zijn. Een collega historicus nog wel. Ik had wat meer loyaliteit van hem verwacht, hoewel ik hem eerlijk gezegd nooit helemaal heb vertrouwd. Een gladde aal, beetje ijdel ook, iemand die zich altijd net wat anders opstelt dan de rest van de fractie. Een middelmaatje dat zichzelf niet wenst te herkennen, dat is Boekestein. Een middelmaatje dat meent mij de maat te kunnen nemen.

Nou, hij heeft mij niet in moeilijkheden gebracht maar zichzelf. Een kruiperige ziel, een voorbeeld van de terreur van de middelmaat die hij mij aanwrijft. Alsof er geen belangrijker dingen zijn dan een wit voetje bij Maarten van Rossem halen.

Ik wou dat ik niet zo totaal door middelmaat was omgeven. Als ik niet oppas tast het me zelf nog aan want waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. Snappen de mensen dan niet wat een noodkreet is? Dat ik die mens in moeilijkheden ben?

17 november

=0=

 

Nobel

Bestaan nobele illusies? Mensen hebben illusies. Ze koesteren ze, jagen ze na, nemen er afscheid van, betreuren ze, schaffen nieuwe aan. Zonder illusies, het klinkt altijd een beetje als een nederlaag. Zoals men zegt: beroofd van je illusies.

Je kunt koppig aan je illusies vasthouden, tegen beter weten in als het ware. Je kunt ze analyseren. Anderen kunnen dat vaak beter, maar zelf kun je ook die ander zijn – wanneer je afscheid van een illusie hebt genomen. Van droombeelden kun je taal maken, van beeldtaal een verslag. Er verdwijnt wat, er komt wat bij, het wordt wat anders.

Niet elk droombeeld is een zinsbegoocheling en zelfs een zinsbegoocheling is geen ontkenning van zin, noch van de zintuigen. Het is, net als brood en wijn en spelen, toegankelijk voor de rede zonder ermee samen te vallen. Heeft iemand dat dezer dagen, de dagen van de grote sprongen vooruit in het hersenonderzoek, beweerd? Je zou het denken als je het artikel van Herman M. van Praag leest in letter&geest, gisteren, in Trouw. Als je de religiositeit van mensen kunt verklaren heb je religiositeit nog niet verklaard constateert Van Praag triomfantelijk. Om hemzelf te citeren: en wat dan nog? De mens is de mens geen verklaring, hoe vriendelijk, vleiend, dreigend, hopend, wanhopend, behoeftig we er ook om vragen. Denk dan ‘omhoog’ raadt Van Praag ons aan, want metaforen helpen en ik doe het ook en ik ben iemand die gelooft in de rede en het redelijk acht te geloven. In de rede? Nee, in het geloof. De vraag: is het denken van Van Praag ook een metafoor? Mijn antwoord is ja. Het is een metafoor die de gave van het denken opoffert aan de overgave aan de illusie. Dat heet, bij Van Praag, nobel. Volgens mij is het de verdwijntruc van de illusionist.

16 november

=0=

 

Respect

Of het nu de dag of de week van het respect was, zeker is dat we meer dagen van hebben dan dagen om. De dagen, weken, maanden en jaren van het een en ander vliegen ons om de oren. De dagen om het allemaal serieus te nemen ontbreken. Morgen is er weer een dag.

In Trouw las ik een interview over respect. Tegelijk luisterde ik naar de radio waar mevrouw Hamer mocht uitleggen waarom mevrouw Vogelaar moest worden ontslagen. Dat was eigenlijk heel eenvoudig. Mevrouw Vogelaar ontbrak het aan gezag, vertrouwen en draagkracht (het zal wel draagvlak moeten zijn maar je weet het nooit met de taal van mevrouw Hamer). Mevrouw Cramer daarentegen had wel gezag want ze weet heel veel van het milieu. Gezagskwestie opgelost. Ik herinner me Drees jr. die heel veel van openbare financiën wist en toch ergens in gezag tekortschoot. Hij was wel expert maar amper politicus. Dat geldt ook voor mevrouw Cramer maar toch ook weer niet want zij heeft wel gezag. Volgens mevrouw Hamer. Ze moet dat toch nog eens op gezaghebbende manier uitleggen.

Daar zit het probleem. Mevrouw Hamer heeft geen gezag. Zij en mevrouw Ploumen waren door Bos ingehuurd om ervoor te zorgen dat hij naar de buitenwereld wat rugdekking had bij zijn besluit een minister te wippen. Niemand die het gelooft overigens, bijzonder fnuikend voor elke gezagspretentie en vernietigend voor iemand die over gezag spreekt alsof ze er een intieme verhouding mee heeft. Mevrouw Hamer dus. Als ik haar hoor besef ik steeds opnieuw dat het de hoogste tijd is voor een nieuwe wetenschappelijke discipline, de fractiologie, de discipline die moet verklaren wat de samenhang is tussen fractiediscipline, dualisme en politiek gezag. Eerste theorema (laten we het het theorema van Vogelaar noemen): dualisme en politiek gezag gaan samen, fractiediscipline en dualisme kunnen samengaan, fractiediscipline en politiek gezag gaan moeilijk samen, en fractiediscipline, dualisme en politiek gezag gaan niet samen. Mevrouw Hamer kan nog heel wat van mevrouw Vogelaar leren. Mevrouw Hamer denkt vast dat zij er voor de fractiediscipline is, Bos voor het politieke gezag en het dualisme voor mevrouw Ploumen want anders heeft de partij helemaal niks meer te doen. Ook een mening maar moeten we er alleen al daarom respect voor opbrengen?

Respect, las ik, heeft twee natuurlijke vijanden, onverschilligheid en paternalisme. Onverschilligheid sluipt er in als je van alles een mening maakt en meent dat de ene mening even goed is als de andere. Hier krijgt iedereen evenveel respect. Je hebt er recht op net zo goed als een ander. De Kuitert-doctrine bij wijze van spreken. Het paternalisme duikt op als je vindt dat je gelijk hebt omdat je ervoor hebt doorgeleerd. De Hamer-doctrine dus, toegepast op minister Cramer. Hier verdient je respect omdat je expert bent en meer expert dan de anderen en om dat te bewijzen huur je nog meer experts in die advies geven en het onderling niet eens zijn. Daar zijn het experts voor hoewel het dan wel lastig wordt want er moet toch besloten worden en als het enigszins kan ook nog democratisch besloten. Paternalisme is uit, het is niet respectvol. De onverschilligheid zorgt voor de democratisering van het gezag, het verbod op paternalisme (bevoogding is nooit goed) voor de uitholling ervan. De eeuw van de transparante flauwekul is begonnen. Hoe laat is het? Vijf voor twaalf of morgen is er weer een dag?

Respect is een ander woord voor gezag, dat blijkt maar weer. Waar het gezag verdwijnt moet het respect de gaten vullen. Rechts doet dat met onverschilligheid – ik vind u knettergek maar ik eis wel respect voor mijn mening – en mevrouw Hamer roept om de boodschappen, om betaalbare prijzen en om het snoepje van de week: én gezaghebbende integratie, én vertrouwenwekkende woningen, én draagkrachtige wijken. Lees: een zwabberende partij, geen geld, en geen bevoegdheden. Het ministerie van Vogelaar.

Wie de taal van mevrouw Vogelaar vergelijkt met die van mevrouw Hamer vergelijkt lelijk maar begrijpelijk bondsjargon met lelijk en onbegrijpelijk fractiegepalaver.

Mevrouw Hamer heeft geen gezag en verdient geen respect.

15 november

=0=

 

Naam

Sinds Wouter Bos het polarisatiewoord gebruikte had Ella Vogelaar de bui kunnen zien hangen. Heeft ze natuurlijk ook best gezien en het siert haar dat ze niet mee is gegaan in de polarisatie rond de registratie van Antillianen. Mevrouw Hamer – ook zo’n mediagigant maar nu een waar Bos blij mee is – ontkent overigens dat het door de Antillianen komt. Haar manier om te zeggen dat de emmer vol was en er dus niets meer bij kon. Maar ze wil deze kwestie natuurlijk niet polariseren en Bos wil dat ook niet. Zei hij zo om en nabij. Alles was aanleiding geweest dus dit is gewoon toeval. Grappig is dat PVV en TON juichen over het aftreden van Vogelaar. De PvdA weet exact waar ze haar partners in de polarisatie moet zoeken.

In de PvdA zijn ze dol op Obama. Daar kunnen ze zo veel van leren. Het kan niet anders dan dat ze aan de media denken, niet aan beleid. Obama deed alles, behalve polariseren en de etnische kaart spelen. Zijn de ‘etnische’ problemen in Nederland groter dan in de VS? Het moet wel want anders valt de positie – hun ‘inhoud’ waar ze zo dol op zijn – van de PvdA niet te verklaren. Opmerkelijk is weer wel dat er binnen de PvdA geen enkele behoefte bestaat om uit te zoeken of de veronderstelling klopt. Ik geef ze groot gelijk. Alleen al de vraag stellen zou tot het inzicht leiden dat het antwoord ontkennend uitvalt en daar heeft de PvdA geen boodschap aan. Hoe zou je in dat geval nog kunnen polariseren? De PvdA wil het merk Obama, de ‘branding’, het unique selling point. En vooral niet zijn beleid.

Je moet de dingen bij hun naam noemen, scherp durven zijn. Liever Spekman en Dijsselbloem dan Vogelaar. Eerherstel voor Oudkerk als het ware die de klootzakken ten minste klootzakken durfde te noemen. De multiculturele samenleving is mislukt en daarom: over op onze kernwaarden! Noemde Bush het niet een kruistocht? Dat de multiculturele samenleving is mislukt door toedoen van de truc met de kernwaarden, door nog meer isolement dus (kennelijk was de segregatie in wonen, werken en onderwijs niet voldoende), dat is de polarisatie. En de mislukking want die zit niet in de ‘cultuur’ maar, conform de stelling van Herman van Gunsteren (Vertrouwen in de democratie, Van Gennep: Amsterdam 2006) in het isolement.  PVV en TON geven het pad aan, want meer dan dat hebben ze niet in huis. In de PVV zetelt een geleerde die heeft bedacht dat de islam helemaal geen godsdienst is. Dat is nog eens helder en zo wordt het debat over onze onderwijsvrijheid een heel stuk overzichtelijker. Knettergek zou je zeggen maar die benaming van de PVV heb ik niet gehoord en van de PvdA al helemaal niet. Het zou maar polariseren en de PvdA noemt de dingen graag bij hun naam maar weet heel goed dat je dan extra selectief moet zijn bij de keuze van welke dingen je een naam wilt geven.

Die erfenis van Fortuyn, Bos wil hem maar al te graag hebben. De Tweede Kamerfractie wil hem maar al te graag hebben. De ‘Partij’ wil hem maar al te graag hebben. Ze moeten oppassen, op rechts. Nog even en de partij is geen partij meer maar een heuse beweging.

14 november

=0=

 

Schrijftafel

Volgens Gabriel Bach, destijds een der aanklagers in het Eichmann proces en vanavond spreker in Amsterdam (waar hij als elfjarig jongetje even heeft gewoond en waar hij nu na zeventig jaar weer even terug is), was Eichmann niet de klerk die alleen maar orders uitvoerde. Eichmann was, zo Bach, wel degelijk ‘meedogenloos’. Nu lijkt mij het ene allerminst in tegenspraak met het ander: het hangt er maar van af wat de order inhoudt waaraan je als klerk gevolg moet geven. Is de order dat je meedogenloos op hebt te treden dan doe je dat. Laat de order ruimte open om mededogen te tonen, pas dan wordt het interessant want wat doet de klerk dan? De afwisseling van meedogenloosheid en mededogen maakt van een klerk ergens nog wel een mens, een klerk die daarentegen per definitie meedogenloos optreedt, bij diens menselijkheid kun je vraagtekens zetten.

Ik neem aan dat Bach het laatste bedoelt: ook als meedogenloosheid niet werd geëist was Eichmann meedogenloos. Hij deed het maar al te graag zogezegd en ook als het niet nodig was. Het is een visie die ondersteuning vindt in het werk van Raul Hilberg. Ook hij stelt dat Eichmann wel degelijk beslissingen nam, daar ook de bevoegdheid toe had en die bevoegdheid in het nadeel van de slachtoffers uitoefende. Daarom ook vinden Bach noch Hilberg Eichmann een ‘schrijftafelmoordenaar’, een beeld dat volgens hen door Hannah Arendt in de wereld is gebracht.

Het is een ingewikkelde kwestie omdat Arendt de banaliteit van Eichmann herhaalde in haar karakterisering van het kwaad dat hij belichaamde: een banale man in het scenario van de ‘banaliteit van het kwaad’. Arendt nam daarmee afstand van het ‘absolute’ kwaad. Dat werd haar, niet in het minst in Israel, zeer kwalijk genomen, zo mogelijk nog meer dan haar portrettering van Eichmann zelf. In een wereld waarin onze vervreemding van diezelfde wereld gewoon is geworden (onze onverschilligheid), is ook het kwaad banaal.  Het blijft een verontrustend oordeel. Klemperer zal het er mee eens zijn, vermoed ik en als we aan Rwanda denken weten we gelijk dat het niet alleen een kwestie van het verleden is.

Uit de banaliteit van het kwaad kun je nog niet de banaliteit van Eichmann afleiden (het omgekeerde evenmin) en ik denk ook niet dat Arendt zich dat gepermitteerd heeft (hoewel het haar wel wordt nagedragen). Het neemt niet weg dat de vraag naar de schrijftafel van Eichmann belangrijk is en dus naar de meedogenloosheid van de man. Het beeld dat Arendt schetst wijkt af van dat van Hilberg en de laatste is, ook volgens Arendt zelf, de betrouwbaarder historische bron. Maar dat betekent niet dat de daardoor ook de manier waarop Arendt tot haar beoordeling is gekomen onjuist is want dat is geen historische en ook geen juridische kwestie. Haar oordeel is eerder filosofisch en betreft het antwoord op de vraag of een oordeel altijd neerkomt op het rangschikken van een bijzonder geval onder een algemene noemer of dat er meer mogelijkheden zijn. Arendt vindt het laatste, Eichmann – in haar weergave – het eerste. Tot dusver ben ik bij geen der critici van Arendt een weerlegging hiervan of een kritiek hierop tegengekomen. Vermoedelijk, daarom, behandelen Arendt en haar critici verschillende vragen, en dus ook verschillende schrijftafels. Het is jammer dat Bach (interview in de digitale Trouw van vandaag) er kennelijk nog steeds brood in ziet het misverstand (een schrijftafel is een schrijftafel is een schrijftafel; een oordeel is een oordeel is een oordeel) te laten voortbestaan.

13 november

=0=

 

Calamiteit

De FNV doet een oproep aan het kabinet om het WW Fonds open te stellen voor werktijdverkorting-cum-scholing. En passant wordt de premieverlaging voor de werkgevers ongedaan gemaakt want werkgevers kunnen ‘lenen’ bij het Fonds en dat later in de vorm van meer premie weer terugbetalen. Het is crisis en dus moet er fors worden ingegrepen. Het Fonds wordt nu alleen bij een calamiteit aangesproken voor de financiering van werktijdverkorting (niet werken en ook niet werkloos zijn) en: ‘Wij willen dat de minster van Sociale Zaken erkend dat de kredietcrisis zo’n calamiteit is’, zegt Jongerius (geciteerd in De Pers, 11 november).

De echte calamiteit is zo’n opmerking want het is een mes dat aan twee kanten snijdt. Het gaat niet alleen om het WW Fonds, het gaat ook om de lonen. Jongerius geeft de regering een vrijbrief om in te grijpen in de lonen. Immers, de overheid heeft midden jaren tachtig bij wet beloofd de lonen vrij te laten, behalve in het geval van een calamiteit. Sinds die tijd regelt de overheid de lonen met een omweg, door de permanente aanpassing van sociale zekerheden en verzekeringen enerzijds, door het omvormen van de bijstand in een arbeidsmarktvoorziening anderzijds: de vergroting van het arbeidsaanbod is nog altijd het beste middel de lonen te disciplineren. Ingrijpen was niet nodig maar ja, als het toch crisis is en als de FNV het calamiteitenwoord uitspreekt, wat let ons?

Het is verbazend. Als er ooit een tijdstip is geweest waarop de bonden met de werkgevers samen het WW Fonds terug in eigen beheer konden nemen, dan nu. Het WW Fonds is rijk gevuld en wat de bonden moeten vragen is geen toestemming maar zeggenschap. Het CNV stelt dat ook al enige tijd voor, en de laatste tijd steeds nadrukkelijker. De FNV haakt af. Zijn ze daar nu ook al te beroerd om de eigen loononderhandelingen te voeren? Is het ‘tien punten plan’ van de FNV een uitnodiging aan de regering om het WW Fonds voor de zoveelste keer in te zetten om de lonen in het gareel te schoppen en dit keer ook nog met de zegen van de grootste vakcentrale?

Zo’n uitnodiging is het. De FNV zoekt noch het CNV op, noch de werkgevers. De FNV zoekt de overheid op, de regering. Waarom combineert Jongerius haar voorzitterschap niet met het nog vacante staatssecretariaat voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid?

Gelukkig heeft Donner het nog niet zo goed door. Die denkt dat een overschot hier tegen een tekort daar kan worden weggestreept. Donner gedraagt zich als een boekhouder. Laat hij zich daar vooral aan blijven vastklampen. Misschien dat de FNV er dan achterkomt dat het initiatief niet aan de regering is maar aan bonden en werkgevers. Op eigen kracht als nog achterhaald kan worden wat dat is.

12 november

=0=

 

Als er één schaap over de dam is

Als er één schaap over de dam is volgen er meer. Dat zal minister Ter Horst gedacht hebben bij het bekend maken van het akkoord dat zij met klokkenluider Paul Schaap heeft getroffen. Wat het akkoord inhoudt is niet bekend gemaakt, we moeten het er even mee doen dat het er is. Zou hij z’n baan in Petten terugkrijgen? Het lijkt me uitgesloten. Laten we wel wezen, Schaap is niet eens een ‘echte’ klokkenluider. Dat heeft de rechter een paar jaar geleden bepaald. Schaap had niet elk denkbaar intern adres bij de Pettense reactor afgelopen voordat hij z’n zwartboek naar buiten bracht en dan ben je buiten de orde. Eerst de geëigende paden bewandelen, hoe lang dat ook duurt en hoe vaak je ook heen en weer wordt gekaatst, en dan pas buiten spelen. Regels zijn regels en contexten zijn pas contexten (urgentie bijvoorbeeld, de ernst van de gevolgen want het gaat om kernenergie) als de rechter ze erkent. Niet dus, in dit geval. Bovendien, zou Schaap z’n baan wel terug willen? Ik betwijfel het.

Het FD schrijft dit over de mededeling van de minister: ‘Wat er precies is afgesproken, liet ze in het midden. Ter Horst gaf alleen aan dat Schaap als ,,ervaringsdeskundige'' wil meedenken en dat daarover afspraken zijn gemaakt. Volgens de woordvoerder van de minister komt het erop neer dat Schaap zijn kennis en expertise ter beschikking stelt voor de ,,beleidsontwikkeling rond klokkenluiders''.’ Het is het meest recente organisatiemodel bij de overheid. Huur bankiers in voor het beleid met betrekking tot bankiers, huur klokkenluiders in voor het beleid met betrekking tot klokkenluiders. Toch, hij is het wel niet maar toch eigenlijk ook wel want hij is ontslagen omdat hij zo eigenwijs was namens de organisatie te spreken en daar was hij niet voor ingehuurd. Zoals, per definitie en te doen gebruikelijk, met klokkenluiders het geval is.

Wat zou er in dat akkoord staan? Ik waag een gok. Schaap wordt als adviseur toegevoegd aan een commissie die iets moet doen met dat gezeur over klokkenluiders. Hoe nog beter gegarandeerd kan worden dat de zaken binnen blijven, hoe de interne organisatieprocedures kunnen worden verbeterd zodat terechte klachten en bezwaren serieuzer en sneller worden afgehandeld en meer van hetzelfde. Hij mag gevraagd en ongevraagd advies geven en de afspraak is dat zijn advies wordt ‘meegenomen’ in de uiteindelijke rapportage aan de minister. De rapportage is tot nader order (van de minister) vertrouwelijk. Niemand, ook Schaap niet, mag lekken. Met een rapport over klokkenluiders mag alleen de minister de klok luiden.

Waaruit maar blijkt dat een klokkenluider geen bankier is. Bankiers geef je, als ze even met stomheid geslagen lijken, een stem met bankiers. Klokkenluiders maak je, als ze nog niet uitgepraat zijn, monddood met klokkenluiders.

Over Bos en Spijkers wist de minister nog niets te melden.

11 november

=0=

 

Frontex

Je zou denken dat de conclusie uit Obama’s overwinning zou zijn dat wij hier ons niet meer hoeven te vereenzelvigen met waar we vandaan zijn gekomen maar met waar we naar toe willen. Met hen voor wie dat twee keer hetzelfde is valt geen goed garen te spinnen uiteraard maar je weet maar nooit en er zijn altijd de anderen nog voor wie dat zou kunnen inhouden dat Nederland geen canon is maar een bouwsteentje van, voor en in Europa. Veel zullen het er niet zijn vermoedelijk maar laten we niet wanhopen. Anders zouden we ook het schandaal Frontex gewoon kunnen laten voor wat het is.

Ik dacht steeds dat de euro de beste representant was van Europa, maar dat is te slordig en ook te vergeetachtig. We hebben ook nog het Fort Europa, het Europa waarin nationale en regionale sentimenten bepalen wat Europa niet is. Niet voor de Afrikanen bijvoorbeeld. Daar hebben we tegenwoordig Frontex voor, of beter: tegen. Frontex is een EU-organisatie, betaald door EU geld en ondersteund met EU materiaal. Het is niet onderworpen aan enige democratische controle. Zo komen de euro en het Fort bij elkaar, in de wetenschap dat rekenschap niet wordt gevraagd. Alleen resultaten. Frontex houdt de Afrikanen al in Afrika tegen voordat ze zelfs maar op de gedachte kunnen komen richting Europa af te reizen. Frontex schendt het recht op migratie en Frontex schendt het asielrecht want hoewel de meeste (niet: alle) migranten naar verluidt hun legale trek door Afrika willen omzetten in een overtocht naar Europa om daar aan het werk te gaan, zijn er onder hen ook mensen die op de vlucht zijn voor de machten in hun eigen land. Vergeet het maar. De EU koopt de medewerking van Afrikaanse landen (in het bijzonder Senegal) en gebruikt beloften over (het niet verlenen van) ontwikkelingshulp om die landen over de streep te trekken. Het werkt; migranten worden vaker reeds in Afrika aangehouden, in detentiecentra verzameld (Frontex betaalt) en teruggestuurd. Het aantal migranten dat Europa te zien krijgt is fors gedaald (bron: NRC Handelsblad van zaterdag 8 november).

Frontex is het product van een Europa dat niet Europees maar nationalistisch is. Een Europees Europa is een eenheid waar iedereen minstens twee loyaliteiten zou koesteren, die aan het eigen land en die aan Europa. ‘De’ Europeaan zou niet bestaan maar Europeanen zou je des te meer hebben. Paul Scheffer schrijft afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad dat Obama niet betrapt zou kunnen worden op de uitspraak dat ‘de’ Amerikaan niet bestaat. Ik vraag het me af (ik denk dat Obama Amerikanen als een meervoud ziet met Amerika als eenheid en niet ‘de’ Amerikaan) maar het tekent de kleingeestigheid van Scheffer dat hij niet op de gedachte komt dat Obama in elk geval de VS nooit zou omschrijven als een ‘multicultureel drama’. In zo’n drama zijn migranten het gevaar. In zo’n drama weer je migranten want het is al erg genoeg. In zo’n drama is cultuur een wapen waarmee en waartegen je je bewapent. In zo’n drama zal Europa er nooit komen, maar Frontex wel. Sterker nog, we hebben het al.

10 november

=0=

 

PIOUS

Ze had de hele tijd al het gevoel van déjà vu gehad en de uitslag, hoewel een teleurstelling, verbaasde haar niet. Maar hoe ze de verkiezingsuitslagen ook uitploos, ze kwam er niet achter hoeveel mensen een stem aan McCain hadden gegeven die feitelijk voor Palin bedoeld was. Palin zelf had ze er ook niet over gehoord. Die had al genoeg te stellen met allerlei partijbonzen die haar goede naam te grabbel gooiden. De oude garde, zoals steeds. Mensen voor wie Washington het centrum van de wereld is en niet Alaska, de grootste staat in de natie met Anchorage als anker en Juneau als plecht. Als Palin niet wist wat Afrika was, wisten die bobo’s dan soms waar Juneau lag? Vast niet, het zal ze niet interesseren. Wat hen bezighoudt is Palin van het voorzitterschap van de partij af te houden en hoe haar politieke toekomst te verstieren.

Toch had ze genoeg indicaties om aan te nemen dat niet McCain maar Palin de meeste stemmen had verdiend voor de Republikeinen. Toegegeven, het was geen echt onderzoek dat ze had gedaan maar bij haar klacht over de kosten van asielzoekers had dat ook geen problemen opgeleverd. Onderzoek, zoveel wist ze wel, hangt af van de veronderstellingen die je er in stopt zodat ze er ook weer, bevestigd en wel, uit kunnen rollen. Onderzoek is politiek en dan gaat het er niet om dat de Republikeinen hebben verloren door Palin, het gaat erom dat Palin meer stemmen kan trekken dan McCain. Zoals zij met Rutte. Zij jaagde met haar campagne voor zichzelf de nodige VVD-ers en VVD-kiezers weg maar van degenen die overbleven waren de meesten op haar hand. Alleen al uit het feit dat tal van prominenten in de Republikeinse partij Palin (die ook steeds meer en terecht voor zichzelf campagne was gaan voeren) onmiddellijk afvielen kon je afleiden dat zij de verkiezingen had verloren maar de partij had gewonnen.

Het was een goed telefoongesprek geworden. Zij had verteld hoe het haar in het kleine Nederland was gegaan en Sarah had bekend dat het niet ondenkbaar was dat haar in de VS hetzelfde te wachten stond. En dat ze er misschien wel dezelfde consequentie aan moest verbinden. Ze vond de naam van mijn beweging heel goed gekozen. Hoe zou de hare kunnen gaan heten? Leuk, namen verzinnen. POA? Bekt niet. PIA? Ook niet. Maar dan zie je het echte politiek talent. Die vrouw is echt geniaal. Met een paar minuten had ze al een trefwoord waar je U tegen zegt. Wacht maar af, met een paar maanden – vermoedelijk na de verkiezing van een nieuwe voorzitter van de Republikeinen – zou zo maar een nieuwe politieke beweging in de VS kunnen worden opgericht. PIOUS: Pride In Our United States. Mijn steun heeft ze. Meer nog, ik ben Trots aan de wieg te hebben gestaan.

9 november

=0=

 

Europa woont in Frankfurt
Voor enkele Kamerleden die aan wat anders toe zijn biedt het Europese Parlement een uitgelezen mogelijkheid. Van Baalen van de VVD en vanaf vandaag ongetwijfeld Van de Camp van het CDA, het zijn mensen die eens verder willen kijken. Of verder, dat natuurlijk niet, maar wel elders. De strijd is niet voor Europa maar tegen ‘Brussel’. Een beetje waarnemer zou bij bureaucratie denken aan ons ministerie van OCW dat z’n omvang voornamelijk dankt aan de onderwijsvrijheid in plaats van aan het onderwijs, maar we kijken liever naar Brussel, met een bureaucratie en een budget dat eerder aan een hoofdstad van een land doet denken dan aan een hoofdstad van de Europese Unie. Brussel is het ‘Washington’ van McCain en Palin, die duivelse plek waar ze je bestelen en waar de eerlijke nestgeur van het platteland wordt veranderd in de mufheid van pluche en door jou betaalde limousines. Voor onze gretige lijsttrekkers is Brussel Washington: big government, big spending, overregulation. Goed, dat zijn zij de provinciaaltjes.

Laten we geen beelden oproepen hoorde ik minister Vogelaar deze week zeggen. Heel goed, nu nog wachten op de toepassing van dat uitgangspunt in Europa. Op haar partijgenoot Monasch bijvoorbeeld die zich warmloopt voor het Europese Parlement en denkt de kandidatuur te winnen door zich op te werpen als ‘bureaucratierammer’. Veelbelovend. Alleen het woord al doet ergens aan denken.

Het afgelopen jaar is gebleken dat Europa helemaal niet zetelt in Brussel. Het zit in Frankfurt waar de Europese Centrale Bank zonder lastig gevallen te worden door enige democratische beïnvloeding, het Europese monetaire beleid ondergeschikt heeft gemaakt aan de oplossing van een globale financiële crisis. In de Nederlandse politiek wordt er geen woord aan vuil gemaakt.

In Trouw van gisteren wordt gerept van de ‘eurosceptici’ die bij de grote partijen de lijsttrekkerposities claimen voor de aanstaande verkiezingen. Alleen bij D66 ligt het anders en, maar dat weten we nog niet, mogelijk bij Groen Links. Geen grote partijen. Ik had liever gezien dat gesproken werd van ‘europasceptici’ want waar de eurosceptici ook sceptisch over zijn, niet over de euro en dus niet over Frankfurt en dus niet over het Groei- en Stabiliteitspact dat door de ECB soms wel en soms niet heilig verklaard wordt. Al naar gelang en buiten het bereik van Brussel. Brussel kijkt toe. Alleen Sarkozy wil iets meer dan toekijken maar krijgt het niet voor elkaar. Mevrouw Kroes mompelt bij gelegenheid iets over concurrentieverhoudingen die door allerlei vormen van staatssteun ontregeld zijn maar toch ook weer niet want het is maar tijdelijk. Was het kwartje van Kok ook niet tijdelijk? Zijn er ook tijdloze regelingen?

De partijen willen een Europa op het formaat en naar het beeld van Nederland. Het Europese Parlement is een soort Europese Ondernemingsraad waar lokale belangen alle overige belangen in de schaduw stellen. Elke Europese verkiezing is niet Europees maar nationaal en elke Europese fractie in het Parlement is een zouteloos compromis van nationale oprispingen waar elk afwijkend geluid door wordt gesmoord. We kiezen niet op Europese lijsten, niet op Europese partijen, niet op Europese programma’s.

Het voornaamste Europese aan Europa is de euro. De Europese macht is geconcentreerd in Frankfurt. Brussel is hier, Frankfurt daar en never the twain shall meet. Als je tot niks in staat bent is het bevrijdend te kankeren op elke pietluttigheid. Brussel bij voorkeur. Bij de vorige verkiezingen stemde ik Van Buitenen. Die had een Europees programma, als enige. Dit keer zal ik me de gang naar de stembus besparen. Alexander Pechtold, las ik, denkt dat wie voor Europa is volgend jaar juni alleen bij D66 terecht kan. Als je gaat stemmen, ja misschien. Ik denk dat Pechtold zich niet te snel rijk moet rekenen.

8 november

=0=

 

Rust

Het onderwijs zou even met rust gelaten worden. Zei de Tweede Kamer, in de korte periode dat Dijsselbloem en gezonde parlementair verstand samenvielen. In het parlement wel te verstaan, die rust,  want buiten het parlement hadden we wel wat anders aan ons hoofd. Rust, en dan zou het beter gaan. De Tweede Kamer houdt zich zoals altijd aan z’n woord, maar heeft wel ontdekt dat onderwijs en scholen twee verschillende dingen zijn. Wat niet via het onderwijs meer kan – beloofd is beloofd – moet maar via de scholen. De commissie Dijsselbloem had het alleen over het onderwijs en niet over de scholen en daar mankeert wel degelijk het nodige aan. Schoolexamens, schoolfusies en door scholen gevraagde ouderbijdragen, het bevalt de Tweede Kamer maar niks. Er moet wat aan gedaan worden.

De onderwijsraad doet mee. Ik lees in de krant dat de raad bijna een advies klaar heeft waarin een ‘toets’ wordt gevraagd op voorgenomen schoolfusies. Gek, daar had de Tweede Kamer nou precies om gevraagd en dan blijkt zo’n adviesorgaan ook van die mening te zijn. Komt goed uit, want de handen van de Tweede Kamer jeuken om in te grijpen.

De onderwijsraad is tot een tweetal conclusies gekomen. Hele grote scholen nemen al gauw een monopoliepositie in, aldus de raad, en hele grote scholen zijn bestuurlijk zo complex dat niemand (noch de ouders, noch de kinderen, noch de toezichthouders) weet wie ze waarvoor moeten aanspreken en waar ze überhaupt te vinden zijn. Het lijken wel moderne bedrijven. Zou de Tweede Kamer ervan dromen aan alle bedrijven die door de fusiekoorts bevangen worden een preventieve toets op ‘effectiviteit’ op te dringen? Of wordt het weer zo’n fantastisch construct – zoals de aanbestedingsprocedure – waar de bedrijven uit de collectieve en publieke sector wel aan moeten voldoen en de private bedrijven niet? Dat wordt het.

Hoe zo’n toets eruit komt te zien, ik moet er niet aan denken. Het is evident dat kleine schooltjes in kleine dorpjes waar nog de vrees voor God heerst een monopoliepositie hebben. Dat geeft niet want de betrokken ouders willen vast helemaal niets anders en de kinderen waar het om gaat hebben geen stem. Die is van hun ouders en zo is het goed. Misschien was de vroegere eis over leerlingenaantallen en een wat grotere schoolomvang wel bedoeld om dat monopolie op te schudden. Met als resultaat grotere schoolbesturen met een serie kleine scholen in beheer en de klacht dat die besturen zo lastig toegankelijk waren. Hoe dan ook, als scholen gelijk behandeld moeten worden wordt het niks met dat monopoliegedoe. Vrijheid van onderwijs en een monopoliepositie voor scholen zijn voortreffelijk combineerbaar en je hebt het één niet zonder de kans op het ander. 

De toets moet, iets anders zou ik niet kunnen verzinnen, over het toezicht op de besturen gaan. Dat betekent nieuwe taken voor bestaande toezichthouders en ongetwijfeld ook nieuwe organen – ik stel voor: een Autoriteit Effectiviteit Schoolbesturen – die afvinklijstjes moeten opstellen, onderzoek zullen verrichten en soms wel en soms niet het licht op groen zetten. Wil het werken dan moet niet slechts nieuwe fusies de maat worden genomen maar ook al beklonken fusies. Anders komt de gelijkheid opnieuw in het gedrang en dat mag niet in een stelsel gebaseerd op onderwijsvrijheid. Zo komt het monopolie argument met een omweg alsnog aan z’n trekken. En als het werkt – wat gezien andere Autoriteiten overigens niet te verwachten is – dan gaat het gehele schoollandschap op de schop. Kan niet missen. Maar met het onderwijs bemoeit de Kamer zich even niet. Dat was afgesproken. Het onderwijs heeft rust nodig.

7 november

=0=

 

Regenboog

In het publiek bij de overwinningstoespraak van Obama stond ook Jesse Jackson. Hij oogde ontroerd, zoals trouwens het grootste deel van de mensen daar. Er wordt veel gehuild in de VS en de kwaliteit van de sprekers draagt eraan bij. Ik krijg de indruk dat de Amerikanen  geen nieuwe president hebben gekozen maar een nieuwe messias hebben gevonden. Dat wordt nog wat, in het gewone gebruik.

Ik las ergens dat Obama’s geheime leus niet het ‘it’s the economy, stupid’ maar het ‘it’s the demography, stupid’ is geweest. Obama heeft veel kiezers gemobiliseerd die voorheen nooit naar de stembus gingen en het gros onder hen bestaat uit zwarten, latino’s enzovoorts. McCain refereerde daar ook aan in zijn speech en het ligt voor de hand zijn uitspraak, dat hijzelf en niemand anders verantwoordelijk is voor zijn nederlaag, niet alleen te zien als het woord van een beschaafd mens, maar ook als een erkenning dat Obama mensen heeft weten te bereiken die hijzelf had overgeslagen. Obama heeft de formule van de regenboog gevonden waar Jackson, in zijn campagne voor de nominatie van 1988, naar zocht. Zou Jackson daarom zo ontroerd zijn geweest?

Als dat allemaal al zo is dan toch op een wel heel bijzondere manier. Obama’s regenboog is niet veelkleurig maar heeft slechts één kleur, die van Amerika. Hij heeft geen bevolkingscategorieën verzameld in een coalitie zoals de regenboogcoalitie waar Jackson van droomde. Hij heeft benadrukt – door het er niet steeds over te hebben – dat wat telt niet het verschil is maar de overeenkomst en de overeenkomst is dat hij slechts Amerikanen wil zien en zijn kiezers daarop aangesproken heeft. In Nederland wordt politiek bedreven door mensen permanent op hun herkomst te wijzen, tot om en nabij het zevende geslacht. In de VS, met Obama voorop, gebeurt dat niet. Het mag best waar zijn dat de zwarten in de VS een hoger misdaadcijfer registreren dan de rest. In Nederland zou dat een zaak van nationale politiek zijn en het zou over weinig anders gaan. Dat gedoe over herkomst, dat is in deze verkiezingen een gepasseerd station gebleken en de verkiezing van Obama is als zodanig de kroon op dat werk. Obama is wat hij uitdraagt en dat hebben ze daar geloofd. Niet gek.

Obama heeft de politieke irrelevantie van de demografie uitgedragen met zijn nadruk op ‘united’ en ‘Amerikanen’. Niks regenboog dus, maar de ouderwetse Amerikaanse droom met als ondertitel ‘the sky is the limit’. De regenboog is maar een stukje van de hemel, Obama belooft de hele hemel. Als ze zich goed gedragen, als ze zich als Amerikanen gedragen. Dat wist Jackson nog niet. Hij wou nog het verleden opruimen, met alle bijbehorende en kenmerkende tegenstellingen. Obama heeft aannemelijk weten te maken dat als je dat doet je het verleden niet kwijtraakt maar bevestigt, zelfs in de vorm van een schitterende regenboog. Obama wou geen regenboog, hij wou alles. Het zou me niet verbazen als Jackson daar ook aan dacht bij die toespraak. En dat het hem, inderdaad, tot tranen toe ontroerde.

6 november

=0=

 

Overstappen

Wat er afgelopen maandag in de commissie van de Tweede Kamer over defensie en personeel is besproken en afgesproken weet ik nog niet. Zondag, volgens de digitale Trouw van die dag, werd door PvdA defensiewoordvoerder Angelien Eijsink een plan openbaar gemaakt om het net voor het werven en behouden van personeel wat wijder uit te werpen. Haar voorstel: mensen die bij defensie gaan werken moeten kunnen overstappen naar de politie en omgekeerd. De betrokken sectoren moeten daartoe met een werkgarantiecertificaat afkomen. Dat is nog niet alles want het idee is een schakeltje aan te brengen tussen werving, selectie en opleiding voor de hele veiligheidssector, inclusief de brandweer. In de huidige basisopleidingen zit al de nodige overlap en daarvan kan gebruik worden gemaakt om een sectorbrede basisopleiding te construeren. Het zou aan de orde moeten komen in de genoemde commissievergadering.

Goed plan. Dat zouden meer mensen moeten doen zegt de reclame en zo is het toevallig ook nog eens een keer. Verzorg je instroom door je uitstroom en je bent in een en dezelfde beweging verlost van zowel je instroomproblemen als van je doorstroomproblemen en dat is in een tijd waarin arbeidsorganisaties eerder kleiner dan groter worden en eerder platter dan steiler mooi meegenomen. Als het niet zo’n vervelend woord was zou je zelfs kunnen zeggen dat we hier eindelijk eens een employability maatregel hebben die ergens over gaat. Voor staatssecretaris De Vries, lees ik in NRC Handelsblad, hoeft het niet want het komt wel in orde is zijn verwachting. Nu maar hopen dat de fracties hem daar in niet volgen en eraan vasthouden dat ze nieuwe wegen willen inslaan.

Zou het ook in andere sectoren kunnen? In het onderwijs wordt veel gedaan met de zogenaamde zij-instromers maar niet met zij-uitstromers. Daar denkt men het tekort aan personeel te kunnen oplossen door het docentenberoep open te stellen voor mensen van buitenaf maar de omgekeerde beweging (en in een kenniseconomie is elke organisatie gebaat bij mensen, docenten bijvoorbeeld, die van het verzamelen, genereren en distribueren van kennis hun vak gemaakt hebben) stuit op een muur van stilzwijgen. Toch zou het zo maar kunnen dat het docentenvak aantrekkelijker wordt als je er ook na een aantal jaren weer uit weg kunt als je dat wilt. Daarvoor moet je niet, zoals mevrouw Dezentjé Hamming van de VVD voorstelt, de professionele docentenopleiding op de vuilnisbelt gooien, je moet daarvoor in die opleiding en in de docentenfunctie die er op volgt nieuwe dingen toevoegen die garanderen dat je de pedagogische en didactische kennis (de kennis die het onderscheidende van het docentenberoep uitmaakt) ook buiten een schoolse setting kan gebruiken en inzetten. Toch, Marshall McLuhan schreef zo’n vijfenveertig jaar geleden al dat werken in het geautomatiseerde tijdperk zoiets zou worden als leren voor de kost. Niet de maatschappij moet zo nodig de school in maar ook omgekeerd: de school moet de maatschappij in. Gevraagd: overstapkaartjes. Historisch, zoals alles de laatste dagen.

It’s the economy, stupid.

5 november

=0=

 

Radicalisering

Een paar jaar geleden waren het de CU en Groen Links die iets met de koopzondag hadden. Ik geloof dat het ging om de werknemers, zodat hun baan geen gevaar liep als ze om religieuze redenen weigerden op zondag te werken. Of misschien wel om andere redenen ook, ik weet het niet meer. Nu zijn het SGP en SP. Bien étonné zou je zeggen, nog opvallender dan de combinatie van CU en GL.

SGP en SP stellen voor om de beslissing over het toelaten van koopzondagen om toeristische redenen weg te nemen uit handen van de betrokken burgemeesters en tot een bevoegdheid van de minister van Economische Zaken te maken. Heeft die ook weer wat te doen want verder is dat ministerie tamelijk marginaal geworden en het zou eigenlijk gewoon kunnen worden opgeheven. Dat is op zich al een goede reden om tegen het voorstel te zijn. Geen overbodige en door de tijd ingehaalde ministeries in stand houden. Het is niet nodig om toeristische redenen –  leuk voor een stadswandelingen door Den Haag: ‘één van onze oudste instituties is EZ’ – mevrouw van der Hoeven een sinecure in handen te spelen om de nieren van andere toeristische redenen te laten proeven.

Het leidt ook tot willekeur. Wat is een toeristische reden? Het vergroten van het aantal toeristen rond het dorpsplein, het aantrekken van toeristen omdat iedereen ze heeft en jij nog niet, het organiseren van een zelf verzonnen folklore waarbij het leuk zou zijn als de mensen ook nog tegelijkertijd hun zondagse aankopen kunnen verrichten? En dat moet door de minister worden beoordeeld? Het enige resultaat zal een forse toename in het aantal Kamervragen zijn. Voor de SP, een van de kampioenen in dat metier, geen probleem. Maar voor de SGP?

Laten we aannemen dat Oss en Giethoorn nu geen koopzondagen hebben, of in elk geval niet meer dan twaalf per jaar. Ik weet dat in Giethoorn een ijverige VVD afdeling bestaat (die inmiddels misschien wel met hun besnorde voorman naar Rita is overgelopen). Die ziet z’n kans schoon want de schoorsteen moet trekken en regels die het de hardwerkende ondernemers ter plaatse verbieden elke zondag open te gaan zijn overbodige regels. Met de huidige burgemeester lukt het niet. Maria zal helpen, de naam zegt het al. Giethoorn is een toeristische trekpleister van jewelste. Elke zondag open. De SGP heeft nog maar net de theocratie afgeschaft en nu al laten ze zich door de SP op sleeptouw nemen door de staat in te schakelen waar tot dusver de burger nog wat te zeggen had. Radicalisering. Het zou me niks verbazen als voor de echte gelovige alleen nog de gang naar de rechter overblijft, de gang van de klacht op elke belediging (‘middellijk of onmiddellijk’), de gang die afgelopen vrijdag door Hirsch Ballin feestelijk is heropend. Met instemming van de PvdA, in de persoon van Ton Heerts die Hirsch Ballin al eerder te hulp was gesneld in casu artikel 147 en 137 Wetboek van Strafrecht. Koopzondag is geen godslastering, maar ik voel me als christen wel in m’n hemd gezet. Het worden mooie tijden, al was het maar op folkloristische gronden. Het toerisme zal er garen bij spinnen.

Daar zouden SP en SGP lering uit mogen trekken. De enige combinatie die werkt is die van CDA en PvdA. De anderen zijn hooguit aanjager – en het resultaat is nooit wat ze zich hadden voorgespiegeld.

4 november

=0=

 

infoepd

De beloofde brief van minister Klink over het elektronisch patiëntendossier viel zaterdag in de bus. Op zoek naar wie geen inzage in mijn gegevens mogen hebben tref ik aan: werkgever en zorgverzekeraar. Op de site die voor raadpleging wordt aanbevolen ga ik op zoek, voor alle  zekerheid, naar die brugfiguur tussen verzekeraar en werkgever, de arbo-arts. Ik leer dat ook die geen toegang tot mijn gegevens mag hebben. Dat stelt gerust.

Maar hoe wordt ervoor gezorgd dat de arbo-arts dan wel de bedrijfsarts niet bij die gegevens kan? Daar kom ik niets over te weten. Dat is raar want zo moeilijk is het nou ook weer niet om een geval te verzinnen waarin de bedrijfsarts, in mijn belang, bij die gegevens moet kunnen. Dat mijn belang op dat moment niet te scheiden is van mijn status als werknemer, noch het artsenbelang van dat van de status van bedrijfsarts, dat gaat niet anders en tegelijk zit precies daar het probleem. De voordelen van het epd zijn dat hulpverleners mij bijvoorbeeld geen foute medicijnen zullen toedienen en dat een bedrijfsarts in voorkomende gevallen hulpverlener is spreekt vanzelf. Dan zouden de voordelen van het epd niet in kunnen treden? Dat is raar, want de meeste mensen brengen een groot deel van hun tijd door op het werk en ziekte, een ongeval, een toeval, een flauwte, een neusbloeding die maar doorgaat, die dingen houden geen rekening met de deur van de werkplek. Het kan overal gebeuren dus ook overal waar mijn reguliere hulpverleners niet zijn en de bedrijfsarts wel.

Er zijn twee mogelijkheden. Ofwel allen die niet in het register zijn opgenomen krijgen inderdaad geen toegang. Dan vervalt een deel van de voordelen van het epd, en een groot deel ook. Of ze krijgen wel toegang en eenmaal op de pc van de bedrijfsarts vastgelegd zijn mijn gegevens daar niet zomaar van verdwenen. In dat geval is de garantie van de minister weinig waard.

Hier is vast over nagedacht. Maar waarom kom ik daar dan niet achter als ik de site www.infoepd.nl raadpleeg? Zo buitenissig is de casus niet en het was een kleine moeite geweest deze of een andere casus op te nemen om me uit te leggen, niet wat de goede bedoelingen en de voordelen van het epd zijn, maar hoe het werkt.

Misschien dat ik dat bezwaarformulier toch maar invul en opzend.

3 november

=0=

 

Groep

Godslastering mag binnenkort, maar wie zich erdoor beledigd voelt mag nog steeds aan de bel trekken. Majesteitsschennis mag nog altijd niet, al is niet duidelijk wat de gevolgen zijn voor iemand die het beledigend vindt dat God wel en de koningin niet belasterd mag worden. Als ik gelovig was zou ik het wel weten maar aan de andere kant is het me niet vergund vanuit die ‘context’ te spreken. Niet omdat het niet mag maar omdat die me onbekend is. En ik er geen zin in heb. Het strafbaar stellen van geloofsdwang, gevraagd door Femke Halsema, is al genoegzaam geregeld en behoeft geen wijziging. Wie het overkomt hoeft het niet te pikken en wie erdoor beledigd is die kan, nou ja die kan zich beroepen op een gekwetste levensovertuiging of zoiets. Er is voor iedereen wat.

Dat begrijp ik uit het uitgebreide epistel dat Hirsch Ballin afgelopen vrijdag aan de Tweede Kamer verstuurde, over het schrappen van artikel 147 uit het Wetboek van Strafrecht en het aanscherpen van artikel 137c van datzelfde Wetboek. Hieronder staat het nieuwe, nog te bekrachtigen, artikel 137 c, lid 1. Nieuw is wat vetgedrukt tussen de streepjes staat (het ‘middellijke of onmiddellijke’), cursief is wat enkele jaren eerder al werd toegevoegd.

Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk – middellijk of onmiddellijk – beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.”

Kortom, we hebben allemaal het recht ons beledigd te voelen en we mogen van anderen eisen dat ze, als ze ons beledigen, dat niet ‘onnodig grievend’ doen. Vroeger moest je als groep worden aangeduid in de belediging, binnenkort hoeft dat niet meer want ook als je je alleen ‘middellijk’ aangesproken voelt heb je reden tot klagen. Met ‘Jan is een vuile homo’ kwam je misschien ooit wel weg, als je riep dat Jan een individu was en geen groep. Nu kan Jan zeggen dat met hem een groep wordt bedoeld en dan treedt het artikel in werking. Afhankelijk van de context natuurlijk want de minister wijst erop dat toen in 2003 het laatste oordeel werd gesproken over iemand die homofilie een ‘vieze en vuile zonde’ had genoemd die persoon niet strafbaar was omdat diens uitingen moesten worden gezien als ‘uiteenzetting van iemands geloof’. Context dus. De minister zegt het nog maar eens. Je mag beledigen als de context het toestaat, mijn context is de jouwe niet, en de context staat alles toe behalve een ‘onnodig’ grievende bejegening. Wat onnodig is, ach ook dat zal wel weer een kwestie van context zijn. Ik bezit een mooi boek met als titel ‘rechters en vage normen’. Het wachten is op het boek ‘rechters en onwerkbare normen’.

De vraag is wat nieuw is. Nieuw is niet dat we willen regelen wat niet geregeld kan worden. Wat nieuw is, is dat we met deze brief het woord groep, toch al een vuilnisvat, nu definitief zo hebben verminkt dat het onbruikbaar is geworden. In het aanvankelijke wetsartikel was het onderscheid tussen een categorie en een groep al niet meer te maken (alles werd groep genoemd, ook al zou het gaan om de categorie mensen langer dan één meter negentig, de categorie mensen met een onafgesloten vmbo-opleiding, de categorie babyboomers, of  helemaal de andere kant op de categorie gelovigen die zich in één of meer gezelschappen of gemeentes als groep manifesteren). Een categorie is een indelingscriterium, een groep een bij elkaar komend gezelschap. Nu is het onderscheid tussen een individu en een groep weggewist. Met behulp van zijn ‘middellijk’ is door Hirsch Ballin elk onderscheid tussen individu en groep, en tussen groep en categorie opgeheven. Het eerste is nieuw, de combinatie met het tweede funest. De categoriale groei-industrie, het beleid dus, zal er wel bij varen. Of u mijn context bent, dat maak ik zelf wel uit en als me het niet bevalt vraag ik categoriale erkenning aan. Vervolgens klaag ik (en velen met mij, wat zullen we nou hebben) je aan wegens belediging.

De rechter krijgt het nog drukker dan zij het al heeft.

2 november

=0=

 

Solidair

Solidair en solide, ze horen bij elkaar zoals duurzaamheid en betrouwbaarheid bij elkaar horen. Het is een oud verzekeringsprincipe en de naam van nogal wat verzekeringsmaatschappijen klonk het vroeger ook door: de ‘onderlinge’. Mensen poolden een deel van hun bronnen in een fonds en het fonds werd verondersteld in voorkomende gevallen tot uitbetaling over te gaan. Er hoorde bij dat je de spelregels respecteerde en dus geen misbruik van het fonds maakte en er hoorde bij dat je niet alleen slechte risico’s lid van een onderlinge moest maken want dan zou de premie te hoog worden en dan zou je alsnog het risico lopen dat het fonds z’n verplichtingen niet na kon komen. Een fonds moest weten welk vlees het in de kuip had en het fonds moest z’n leden in de gaten houden. Dat was het belang van alle fondsleden en zolang de fondsleden het belang nog deelden was de controle ook wel te organiseren. We hebben er menig initiatief in de arbeidersbeweging aan te danken gehad. Verzekeringen zijn collectieve instituties. De leden krijgen bij gelijke situaties een gelijke behandeling, maar niet iedereen kan lid worden. Als dat wel het geval is (je bent lid omdat je bijvoorbeeld in Nederland woonachtig bent en verdere stappen zijn niet nodig) krijgen we een publieke verzekering. Voor de AOW hoefde je niets te doen tenzij je – zoals bij sommige streng gereformeerde clubs het geval kon zijn – geen uitkering van de staat wenste. Dan moest je wat doen om iets niet te krijgen. Het ziekenfonds leek erop, was het nooit helemaal, en die deels publieke voorziening wordt vandaag de dag omgezet in een groot en onoverzichtelijk aantal collectieve regelingen waarbij het gedeelde belang niet bestaat in wat je onderling gemeenschappelijk hebt maar in wat je met z’n allen niet deelt met andere groepen. Zoals een bepaalde leeftijd en – nog aarzelend maar niettemin – een bepaalde leefstijl. Elke zo gecreëerde collectiviteit hoopt de betere risico’s bij elkaar te krijgen door de slechtere buiten te sluiten. De ziektekostenverzekering is een voorbeeld van soliditeit op kosten van solidariteit. Het is keer op keer samen voor ons eigen.

Rabobank bestuursvoorzitter Bert Heemskerk pleit voor een verplichte verzekering voor huiseigenaren. Iedere huizenbezitter betaalt premie, die wordt gestort in een fonds en dat fonds zorgt ervoor dat de hypotheekpremie kan worden opgebracht ook als je je baan kwijt bent en dat  de waarde van het huis wordt beschermd ook als de huizenmarkt inzakt. Bij verkoop blijf je zo niet met een schuld achter en bij dalend inkomen hoef je niet onmiddellijk te verkopen. Een verstandig plan en als het goed wordt berekend ook een solide plan. Het probleem zit niet in de soliditeit maar in de solidariteit. Sommige mensen zullen het meer nodig hebben dan andere – niet vanwege het risico met het huis maar omdat ze op tal van andere gronden wel een stootje kunnen hebben. Ze kunnen het uitzingen en dus is voor hen wel de verkoopwaarde een risico maar niet de aflossing van de hypotheek. En het eerste, de verkoopwaarde van het huis, is een kwestie van termijn. Op de lange duur, er zijn weinigen die daar aan twijfelen, gaat de waarde van de huizen niet omlaag maar omhoog. Je moet alleen het dal zien door te komen en kun je dat dan is er uit de misère van buurman nog een aardig slaatje te slaan ook. Op lange termijn stijgende waarde: was dat niet zo dan kon elke hypothecair z’n winkel per heden sluiten.

Heemskerk veronderstelt solidariteit waar ze niet is. Het is net als met de banken: als het hele stelsel dreigt te crashen duikt de staat wel op om de gaten te dichten en onderling zijn de banken er voor van alles maar niet om elkaar een onderlinge belangengemeenschap aan te praten die er toch niet is. Het is het merkteken van het eigendom: wel tegen de anderen, niet met elkaar. De afwijzende reacties – onmiddellijk, hoefde niet eens over nagedacht te worden – van de Vereniging Eigen Huis en van de VVD waren compleet voorspelbaar. Ook de PvdA, lees ik, is niet voor. Het plan, zegt naamgenoot staatssecretaris Heemskerk, zou slecht zijn voor de koopkracht. Nee maar. Zou de koppeling van aardgasprijzen aan olieprijzen dat niet zijn? Zou de inflatoire financiering van de bankenondersteuning dat niet zijn? Bij de PvdA doen ze maar wat. Maar misschien is de staatssecretaris alleen maar bang voor de consequentie van het plan: dat het alleen in een publieke context kan functioneren en dat dan de staat het risico moet nemen een eventueel verlies van het fonds te dekken. De staat, het wordt al een echte bankier en Frans Heemskerk weet precies wat dat inhoudt.

De onderlinge: vermalen tussen privatisering en verstatelijking. De onderlinge is niet meer.

1 november

=0=