DAGBOEKHOUDER

Aantekeningen van een ongeduldige toeschouwer

Ton Korver

Amsterdam/Den Haag 2009

Ga naar Archief: 2007–2008


Maart

Zakwoordenboek

Akkoord

Toekomstige

Welke hand?

90%

Vooral

Wedstrijd

Dringen

Toekomstonbestendig

Bedisselen

All in

Bonus

Herbestudering

Bedelstaf

Post

Natiestaat

De afwezige EU

Nederlandse democratie

Meer

Passend

Kikkerogen

Pro wie?

Kroonprins

Roversbende

Februari

Lezingen

Liefdevol

Tijdelijk

Vliegen

Forum

Krap

Lust

Deeltijd

Aandacht

Blijvend

Talent

Fysio

Delen

Weesper moppen

Welkom

Nacht

Weduwe

Eenvoud

Onbekend

Rustig

Coalitie

Afspraken

Verward

Ongedaan

Kastanjes

Vraagteken

Toeval


Januari

Locatie

Ontmenging

Grote Verschillen

Partij van het Cynisme

Vrijheid

Dubbele moraal

In debat

Ode

Kwaal

Aanmaning

Organisch

Dilemma

Startschot

Onzinnig

Demonstratie

Energiek

Finale

Verhouding

Clichés

Meel

Streng

Wraakgodinnen

 

 


Maxima Moralia
 
Dat had ook de titel kunnen zijn van dit bundeltje aantekeningen. Maar ik wil niet overdrijven. Zo dicht op de huid zitten me de sketches hieronder nu ook weer niet. Ze gaan over dingen die me bezighouden en waar soms de handen van jeuken. Dat is nog niet hetzelfde als het ‘verzonken in ervaring’ dat de Minima Moralia van Adorno als keurmerk heeft. Je moet afstand weten te bewaren. Dat geldt voor de politiek – die karakterlozer wordt met elke nieuwe stap om vooral dicht bij de burger te blijven – en het geldt voor mij.

Niettemin, het kan altijd beter. En dat is een tweede verschil tussen mij en het inspirerende voorbeeld van Adorno. Er is geen goed leven in het slechte is een dictum dat nog uitgaat van een herkenbaar onderscheid tussen goed en kwaad. Daaruit vloeit het oordeel voort. Inmiddels twijfelen we ook daaraan. Dat is geen reden tot wanhoop. Eerder het omgekeerde. Twijfel is, met de gave ons te kunnen vergissen, de opmaat voor schaven en beschaven. Dat wordt makkelijk vergeten, en hoe drukker we het hebben hoe makkelijker. Ik ben aan diezelfde drukte gebonden. Vandaar het ongeduld, gekoppeld aan de afstand die ik met de woorden ‘aantekeningen’ en ‘toeschouwer’ verbind en het voorbijgaande dat meeklinkt in de titel waar ik uiteindelijk voor heb gekozen: dagboekhouder.

 


FiB
tijdschrift Filosofie in Bedrijf

Archief

Dagboekhouder (8)
januari-februari 2009

Dagboekhouder (7)
november - december 2008

Dagboekhouder (6)
augustus - oktober 2008

Dagboekhouder (5)
april - juli 2008

Dagboekhouder (4)
januari - maart 2008

Dagboekhouder (3)
augustus - december 2007

Dagboekhouder (2)
mei - juli 2007

Dagboekhouder (1)
januari - april 2007

 

 

Lezingen

Gisteren was ik bij een seminar over de kredietcrisis. Onder de sprekers bevond zich Docters van Leeuwen die, in een verhaal waarin meer namen dan onderwerpen voorbij kwamen, ons op het hart bond de Den Uyl lezing 2008 van Willem Buiter te lezen. Goede tip. Wel wat onhandig; wat Docters zei voegde niets toe aan wat Buiter december vorig jaar al naar voren bracht. Maar één accent ontbrak bij Docters en dat is dat bij Buiter helder wordt aangegeven dat de kredietcrisis alles te maken heeft met wat Buiter de omzetting van een relatie in een transactie noemt.

Dat zit zo. Je spreekt van een relatie als je als bank een lening, bijvoorbeeld voor een hypotheek en met een huis als onderpand,  niet alleen aangaat voor dertig jaar maar het ook dertig jaar met die lening uithoudt. Dat heeft voordelen want zo kom je veel te weten over de lener en de aankoop van een huis staat zelden op zich want er zijn ook salarisrekeningen, spaarrekeningen, verzekeringen enzovoorts. Het een leidt tot het ander. Dat heb je met relaties. Maar wat er nu gebeurde was dat de banken vanaf de jaren tachtig en op steeds grotere schaal die lange termijnleningen niet meer aan wensten te houden. Liever verkochten ze die leningen door en konden dan weer nieuwe leningen aangaan. En dan weer nieuwe. Wat niet liquide was werd liquide. Dat was de wondere wereld van de securitisatie, het medicijn om datgene dat niet beweeglijk is toch in beweging te krijgen. Een soort viagra. Een wonder? Een uitvinding eigenlijk. Zoals Buiter stelt: een ‘money machine had been invented’.

Daarmee werden relaties verhandelbare zaken. De lange termijn werd een verzameling punten, elke punt even punctueel en elke punt even verhandelbaar, meestal in duizelingwekkende verpakkingen met tal van al andere even voordelige aanbiedingen. Relaties worden transacties. Het is, gegeven de pen van Buiter, bijna vermakelijk om te lezen hoe dat plaatsvindt, maar de uitkomst is minder vermakelijk want in plaats van een bank die iets weet van de lener en diens eventuele onderpand zijn we in een situatie beland waarin niemand meer weet wat hij koopt en verkoopt en met welke zekerheden. In het proces van securitisatie is de zekerheid het eerste slachtoffer. Maar u krijgt er wat voor terug hoor! De banken wisten het zelf niet en ze wisten het niet van elkaar. Ze wisten van elkaar dat ze het allemaal niet wisten en ze wisten dat het publiek dat niet wist. De ‘raters’, die zouden het weten maar wisten het ook niet. Misschien wisten ze het zo’n beetje, misschien ook niet en praatten ze alleen elkaar na. Niet ongebruikelijk. Iedereen had zo z’n eigen belangen en het geheel leidde tot een belangenverstrengeling die je alleen maar als een uiting van totale onverschilligheid tegenover het publiek kunt benoemen. Maar hiermee ben ik buiten het kader van de lezing van Buiter getreden.

Het is wat, die omzetting van relaties in transacties. Het vindt bij de banken plaats maar ook – ik herinner aan de Den Uyl lezing van 2006, door Margo Trappenburg – in de professies. Ook daar zien we dat de ‘nieuwe’ professional door van alles en nog wat wordt gekenmerkt maar vooral niet door een relatie met cliënten. Er zijn geen relaties, wel transacties om je gezonder te maken, mooier, slimmer en nog slimmer en in elk geval gezonder, mooier en slimmer dan de ander. Zo niet, dan ben je professioneel niet interessant en zo niet dan ben je als professional al helemaal niet meer aan de maat. Uiteraard, de meesten zijn noch de nieuwe consument van al deze transacties noch zo nieuw als de nieuwe professional maar wat niet is kan nog komen en Trappenburg vermeldt niet toevallig dat als je nog onkritisch consumeert je een cursusje kunt krijgen aangeboden. Daarna, ongetwijfeld, zoek je het zelf maar uit. Cursus geslaagd.

Er wordt in elk geval over gesproken, over die professionals. Niemand is het met iemand eens maar we houden het in de gaten en we hebben dat steeds gedaan. De professionals wisten de managers al lang te vinden voordat de kredietcrisis een huishoudwoord werd. Een dergelijk gesprek heeft bij de banken en hun geldmachine ontbroken. De nieuwe professional wordt nog wel eens te grazen genomen, het nieuwe bankieren wordt pas tegrazen genomen nadat het ons te grazen heeft genomen. Toch een verschil. Nu, nu is het er, maar het is rijkelijk laat en het aantal aanbevelingen en oplossingen is inmiddels al zo groot dat we zeker weten dat niet het argument gaat beslissen maar de handigheid, de brutaliteit, de spierballen. Het gewicht kortom. Dat kun je zelfs al afleiden uit de mooie lezing van Buiter. Steeds meer mensen in de financiële wereld wisten van de geldmachine. Ze wisten van de omzetting van geïnformeerde relaties in ongeïnformeerde transacties want ze renden mee in het grote spel van de securitisatie en werden daar wel rijker maar niet wijzer van. En dat dat zo was, ook dat wisten ze. Omdat daarbuiten niemand wist dat zij het niet wisten. En er gebeurde niets. Tot aan de crisis.

Wat in alle verhalen van insiders en experts ontbreekt is een aanbeveling hoe je kunt voorkomen dat alles waarvan jij weet dat je het niet weet en waarvan jij weet dat anderen denken dat je het wel weet, dat daarvan handel wordt gemaakt.

27 februari

=0=

 

Liefdevol

Wat voor de één een belediging is, is voor de ander een analyse. Schrijven drie ‘liefdevolle’ leden van de PvdA en de voorzitter van de VVD fractie in de Tweede Kamer. Hun opinie, in de Volkskrant. Zo is het maar net. En omgekeerd natuurlijk. Hun analyse is een belediging voor iedereen die nog onderscheid kan maken. Voor mensen die nog kunnen discrimineren dus, onderscheid maken tussen een mening, een oprisping en een fluim. Die inderdaad kunnen onderscheiden tussen een analyse en een belediging en die weten dat daarvoor enig analytisch vermogen noodzakelijk is en niet per se een beledigend vermogen. Die weten dat het onderscheid tussen analyse en belediging analytisch is en slechts beledigend voor hen, liefdevol lid of niet, die daartoe niet in staat zijn.

Het analytische onderscheid tussen analyseren en beledigen is niet subjectief, het is niet objectief, het is analytisch. Zoals overigens ook het onderscheid tussen objectief en subjectief zelf niet objectief of subjectief is maar analytisch. Dat is te moeilijk voor scribenten, fractievoorzitter of niet, die menen dat de onderscheidingen die zij aanbrengen objectief zijn (meer nog: simpel, nuchter én objectief. Waar vind je dat nog?) en de onderscheidingen van anderen subjectief. Of zoiets want hun analyse gaat soms zo snel dat ik bang ben dat ze ook zichzelf voorbij lopen. Zwart, bijvoorbeeld, dat kies je niet, dat ben je. Het staat er. Je wrijft je ogen uit bij zoveel onderscheidingsvermogen. Het heeft iets met ras te maken, dat zwarte, maar wat wordt niet uitgelegd. Met ras moet je niet spotten. Het moet niet en het mag niet. Een geloof kies je wel, althans zo zou het moeten zijn en dus ben je het als je het kiest. Mag je wel mee spotten, zelfs als het om zwarte gelovigen gaat en, gegeven onze verregaande kleurenblindheid, er zijn steeds meer zwarte gelovigen. Zwarten zijn dom is iets héél anders zeggen dan christenen zijn stom. Je verzint het niet, zij – drie wijzen van links en een vierde van de overkant – verzinnen het. Spreek daarom een zwarte christen aan op z’n geloof en je kunt je uitleven. Simpel. Objectief, subjectief. Blatende schapen, mekkerende geiten. Van die analyses en de meningen die voorbij gaan.

Wanneer de vrijheid van meningsuiting in handen komt van mensen die niet beseffen dat het onderscheid tussen analyse en beledigen een analytisch onderscheid is, is dat niet alleen een belediging voor hen die daartoe nog wel de moeite hebben genomen. Het is een belediging voor de vrijheid van meningsuiting zelf. Nog een zegen dat niet elke belediging een bedreiging is. Maar zouden zij dat onderscheid nog kennen? Of zouden ze denken dat het ook daarbij slechts om een ‘subjectief’ onderscheid gaat waar je ook heel anders tegen aan kunt kijken en dus mee om kunt gaan? Alles kan, in liefdevol liberalisme. Alleen nadenken, nee dat even niet.

26 februari

=0=

 

Tijdelijk

Zelfs Alan Greenspan is al voorstander van tijdelijke nationalisatie van de banken. Waarmee maar gezegd wil zijn dat de rotzooi niet alleen groot is maar ook onoverzichtelijk, onafzienbaar en ondoorgrondelijk. Om dat laatste te verhelpen kan nationalisatie helpen want dan weet een staat ten minste dat hij bij de boeken kan waar het allemaal in staat. Concurrentie is mooi maar het nadeel is dat de spelers de kaarten tegen de borst houden en dat kunnen we nu even niet gebruiken. De kaarten moeten open en op tafel. Dan kan het grote sorteerwerk beginnen. Goed bij goed en de rest in een sector slechte bank. Je kunt het niet eens nationalisatie noemen, eerder zou het openbaarmaking moeten heten en dan is de vraag hoe tijdelijk de tijdelijkheid van de openbaarheid moet zijn.

Die vraag, dat is de vraag naar het toezicht of eigenlijk naar de informationele bases (de term is van Sen) die nodig zijn om toezicht effectief te maken. Laten we eens veronderstellen dat het de overheden ernst is met de uitspraak dat de zaak is doorgeschoten en dat het ons niet nog een keer mag gebeuren. De overheden zouden dan moeten willen weten wat hun eigen verregaande slordigheden hebben bijgedragen aan de misère. Deregulering bijvoorbeeld en de weigering een al vrijwel helemaal niet gereguleerde sector ‘zakenbanken’ ook maar een strobreed in de weg te leggen. De overheden zouden allereerst moeten leren zichzelf als deel van een probleem te zien en dat serieus te nemen. Maar ook hier zal wel weer de gotspe gelden dat je ergens verantwoordelijk voor verklaren hetzelfde is als schuld bekennen. Dus nee. Toch, zo lang de overheid zichzelf als deel van de oplossing blijft zien en het daarbij laat zal het probleem niet helder gepresenteerd worden. Althans, niet in de politiek.

Wat zouden we moeten weten, niet tijdelijk maar permanent, om in elk geval te kunnen voorspellen wanneer we getild worden? Ik neem aan dat als banken worden genationaliseerd hun transacties zichtbaar worden, hun schulden en vorderingen, net zoals de risico’s die met de transacties werden genomen, de marges die daarbij hoorden en de onderpanden die gangbaar zijn. Wat we moeten weten, en alleen al daarom is nationalisatie beter dan wat we nu hebben, is ook een inzage in dat mysterieuze proces van ‘securitisatie’, de metamorfose van niet liquide activa in al bijna liquide effecten. Een wonder, en wonderen zijn nodig want anders moeten we zo lang wachten en wachten is het enige dat niet meer kan. We willen het, en we willen het nu. De ene bank zal het geheim niet durven verklappen aan de andere en al helemaal niet aan de koper van die effecten die overigens best weer een bank kan zijn. De kopers krijgen geen productbeschrijving van wat ze hebben gekocht maar een ‘rating’. Alles wat we bij ING weten komt neer op een rating, die niet even goed is als de effecten maar slechts even goed als de club die dergelijke merkjes uitdeelt. Met nationalisatie hebben we net wat meer kans te achterhalen waar dergelijke metamorfoses op berusten. Dan weten wij in elk geval wat we zou moeten weten, en als eruit komt wat we mogen aannemen dat eruit komt (en wel dat behalve de procyclische rating ook de ‘risicofunctie’ en het ‘risicomanagement’ achtergebleven takken van sport zijn in het bankwezen, evenals de desbetreffende expertise in het bestuur en de raden van commissarissen: zie het recente rapport van KPMG International, Never again? Risk management in banking beyond the credit crisis) dan weten we ook dat voordat een bank een vergunning krijgt of mag houden enige bestuurlijke en goed controleerbare kwaliteitseisen geen overbodige luxe zijn.

Laten we het als reregulering beschrijven. Er is nog veel meer natuurlijk – we hoeven slechts te denken aan de onafhankelijkheid van taxateurs, van bemiddelaars, van consulenten, van ‘rating agencies’, enzovoorts en dus aan de voor de hand liggende maar nog uitstaande constructie van mechanismen die de omvang van de beloning uitdrukkelijk niet koppelen aan de omvang van de transactie en evenmin aan het überhaupt tot stand komen van de transactie. Die de standaarden voor rating conjunctuuronafhankelijk weten te houden (het zou vanzelf moeten spreken maar nu bewegen de ratings mee met de conjunctuur: ongelooflijk maar waar) en die de wijze waarop een rating tot stand komt publiek maken. Veel te regelen dus. Zit het erin? Zit het er in dat de mantra van deregulering wordt stopgezet?

Ach nee. Het is niet alleen dat op dit vlak eigenlijk helemaal niks gebeurt. Het is ook dat een aantal geleerden in de PvdA heeft bedacht dat de beste manier om een crisis te lijf te gaan bestaat, niet in het rereguleren maar in het verder dereguleren, een stukje verderop. Bij het braakliggende bouwterrein. Bij het park misschien ook wel en eigenlijk overal waar de schop nog niet de grond in is gegaan omdat we nog niet waren uitgepraat over de wenselijkheid ervan. We kunnen niet wachten tot we alles weten en we kunnen al helemaal niet wachten tot we het met elkaar eens zijn geworden. Het is tijd voor actie, voor doen. Het milieu? Het milieu komt later. Eerst bouwen want in geouwehoer kun je niet wonen. Wie het er niet mee eens is kan altijd achteraf nog proberen z’n gelijk te halen. Op papier natuurlijk, want de schade is dan al lang aangericht. Dat maken we niet ongedaan. Zelfs al zouden we willen, en zelfs als we het er over eens zouden kunnen worden dat we het willen en en zelfs als we daar hetzelfde onder zouden verstaan. Zelfs dan niet want gebeurd is gebeurd.

Het is een illustratie. VVD en CDA zijn er vol vreugde bovenop gesprongen. Minder regels en minder gedoe rond spelregels. De aanloop naar de kredietcrisis in klein formaat. Nee, met die openbaarheid wordt het nooit wat. Zelfs niet tijdelijk. ING is geen toeval.

Gisteren publiceerde NRC Handelsblad een artikel van vijf ‘topeconomen’. Die beklaagden zich over de politiek omdat daarin de reacties zo voorspelbaar waren en zo weinig ter zake deden. Vervolgens presenteerden de toppers hun oplossing die merkwaardig veel leek op de oplossingen die ze al jaren uitventen. Voorspelbaar dus. De AOW moet later ingaan, er moet iets met de hypotheekrente maar voorzichtig, en loonmatiging is altijd nuttig. Voorspelbaar dus. Ter zake? De hoeveelheid vuile effecten bij banken en verzekeraars, hier en elders, is nog lang niet definitief bekend en dus ook hun omvang niet. Een voorzichtig mens zou denken dat dat eerst bekend moet zijn. En nog wel wat meer ook. Anders draag je mogelijk water naar de zee. De toppers kan het niet schelen. Ze hadden nog wat in de kast liggen en vonden het nu de tijd was om het weer eens in de etalage te zetten.

25 februari

=0=

 

Vliegen

Op de site van het ministerie van SZW kon ik nog niets vinden maar Trouw, meestal de eerste met Donner nieuws, wist het al: laat je omscholen voor werk in het onderwijs en de zorg en je krijgt een bonus. Op voorwaarde dat een werkgever in zo’n sector dan ook echt een baan voor je heeft, want we gooien het geld niet over de balk. Het meest opvallende aan het idee van Donner dit keer is dat de regeling zou moeten gaan gelden voor zowel mensen die worden of al zijn ontslagen als voor mensen die zich nog vanuit hun baan willen laten omscholen.

Wat het verder precies moet gaan inhouden is uit het artikel in Trouw niet op te maken. De scholing zelf moet gefinancierd worden uit de A&O dan wel O&O fondsen, de collectieve fondsen voor opleiding en ontwikkeling waar veel geld in zit, inclusief veel geld voor scholing voor iets anders dan de huidige baan. Van dat laatste komt het maar niet, alle goede bedoelingen en frisse uitspraken ten spijt. Ik neem maar aan dat de minister die bedoelingen en uitspraken iets serieuzer wenst te namen dan de betrokken fondsen dat tot dusver doen. De minister vergroot de publieke greep op collectieve fondsen. Het zal dan ook niet verbazen dat, hoewel nog niet duidelijk is hoe het scholingsgeld gekoppeld gaat worden aan specifieke scholingstrajecten, Trouw al wel weet dat het geld in elk geval niet in de vorm van een persoonlijk budget naar de betrokken werknemer zal gaan. Eerder zal gedacht worden aan de een of andere aan het UWV opgehangen constructie. De fondsen hebben hun rechten verspeeld, de werknemers zijn een maatje te klein en dus doet de overheid een greep in de kas van de fondsen. Is dat het?

In Trouw is de kop dat met dit scholingsplan ‘twee vliegen in één klap’ worden geslagen. Ik moet maar aannemen dat die vliegen de omgeschoolde werknemers zijn en hun nieuwe bazen. Ik heb een ander voorstel voor die vliegen. Het is winst dat dit voorstel geldt voor alle werknemers, nog met een baan of al zonder baan. En het is verlies dat de minister arbeidsmarktbeleid blijft bedrijven met fondsen die niet de zijne zijn.

Om het in elk geval voor de werknemers nog een beetje aantrekkelijk te maken moet die bonus wel heel fors uitpakken. Reken er niet op.

24 februari

=0=

 

Forum

Ook Nederland is, zo lees ik zojuist, lid van het Forum voor Financiële Stabiliteit. Zo zie je maar, ik wist niet eens dat zo’n forum bestond maar het bestaat niet alleen (sinds 1999), we (De Nederlandsche Bank) zijn er zelfs lid van. Ik geloof niet, na enig zoeken, dat het forum een echt mandaat heeft. Het is een forum van forums ook nog want behalve staten (centrale banken en ook wel ministeries van financiën van sommige landen, met als opvallende niet-leden de verzamelde Scandinavische landen) zijn ook het IMF, de Wereldbank en nog zo wat er lid van. Het produceert rapporten en bijeenkomsten en wandelgangen uiteraard en misschien gaat het daar wel om.

Het forum heeft veel op met standaarden maar legt onmiddellijk uit dat standaarden geen dingen zijn waar je je aan moet houden maar dingen waarvan het goed zou zijn als we ons eraan zouden houden. Het forum produceert ook veel aanbevelingen, vorig jaar nog, in een rapport over de toen toch wel onmiskenbaar zich aankondigende crisis. Veel aanbevelingen, gericht aan zoveel partijen en gekleed in zulke omzichtige taal dat je zeker weet dat men zich zorgen aan het maken was en het voor het overige ook niet wist. Komt voor. Het forum, zo begrijp ik, krijgt een rolletje in de uitvoering van de ferme plannen die de EU gisteren heeft beraamd. Plannen om, inderdaad, de financiële stabiliteit te bevorderen. Voortaan willen we alles weten, daar komen de EU plannen op neer. Pas als niets aan onze aandacht ontsnapt zal ook niets meer ongereguleerd kunnen verlopen. Balkenende zag al een economie ‘met moraliteit’ gloren aan de einder dus dan komt het wel goed.

Bij de oprichting van het forum was al bekend dat de bancaire sector z’n vleugels in elke denkbare richting had uitgeslagen en dat daarbij de grenzen tussen banken, verzekeringen, effectenkantoor en aandelenemissies enzovoorts al lang waren vervaagd. Bekend was ook dat de groei van de sector alles te maken had met precies die vervaging en dat dus ook het toezicht op de sector meer en meer een wassen neus werd omdat datgene wat aan gene zijde van de bankactiviteiten plaatsvond uiteraard gevolgen en zelfs steeds grotere gevolgen had voor de echte, de ‘algemene’ bankiersbesognes aan deze zijde van de activiteiten. Het heeft in de afgelopen tien jaar tot niets geleid, behalve tot de nodige bijeenkomsten van het forum zelf natuurlijk, dus de Zwitserse horeca heeft er gelukkig nog wat aan overgehouden.

Ik lees in NRC dat dit forum, samen met het IMF, dit allemaal moet gaan aanpakken. Een tijdje geleden had men het nog wel eens over een hervorming van het IMF, per slot tot voor kort eerder een belangrijke crisisaanjager dan een crisisoplosser en een orgaan dat door tal van landen eerder als een uitvoeringsorgaan van de VS wordt beschouwd dan als een onafhankelijk orgaan dat je kunt richten op zoiets als ‘financiële stabiliteit’. De geschiedenis leert anders zullen we maar zeggen.

Het feit dat een forum zonder mandaat en een ander forum met een verdachte reputatie, een forum waarvan steeds meer staten hun lidmaatschap hebben opgezegd, door de EU worden bedacht met regulerende taken, het bederft de pret een beetje. Het lijkt op de klassieke situatie dat taken worden uitgedeeld en de bijbehorende bevoegdheden vergeten zijn. Dat wordt weer interessant later, als het om de verantwoordelijkheden voor de resultaten gaat. Ik zou er, als bankier dan, niet wakker van liggen.

23 februari

=0=

 

Krap

Krap, maar verantwoord. Dat was wat Geert Dales, destijds bij het groene licht voor het Noord-Zuid project en nu, na de zoveelste tegenvaller, die dit keer een wethouder in Amsterdam tot aftreden noopte, maar gezegd wou hebben. Krap was het, want een buffer voor onvoorzien was amper ingebouwd in de begroting en dus de financiering voor het project. Maar, verantwoord.

Krap is niet verantwoord, vulde Jeroen van der Veer, topman van Shell, even later aan. Bij complexe projecten heb je voorzieningen voor onvoorzien nodig in de orde van grootte van 30 tot 35% van het totaal. Dacht hij. In Amsterdam hadden ze voor het gemak 4% aangehouden. Met als gevolg een groot tekort. Ja, zei Dales, maar als we destijds op bijvoorbeeld 20% waren gaan zitten dan waren we dat ook kwijt geweest. Sterker nog, we zijn het al kwijt, dus wat maakt het uit?

Precies, wat maakt het uit? Nou, zou je kunnen zeggen, wat het uitmaakt is dat je bij ‘krap, maar verantwoord’ achteraf niemand meer verantwoordelijk kunt stellen en bij ‘ruim en daardoor verantwoord’ misschien nog wel? Ik weet niet of Dales juist dat niet wou zeggen en evenmin of Van der Veer het anders dan Dales gedaan zou hebben als hij in diens positie had verkeerd als wethouder in Amsterdam. Van der Veer is zo’n man die vriendelijk maar vasthoudend blijft uitleggen dat je altijd verschillende ballen in de lucht moet houden en dat je de vraag welke bal je moet spelen en welke je kunt laten vallen niet vooraf en niet ten principale moet of kan beantwoorden. Het hangt er maar van af, zo keek hij er tegenaan. Dales is het er vast mee eens.

Dat was jammer voor de interviewer die eerst door Dales werd overklast en daarna door Van der Veer. Dales verwees naar de situatie, Van der Veer deed dat net zo en toch weer anders omdat de situatie anders was. De interviewer van dienst in Buitenhof, Peter van Ingen, was niet geïnteresseerd in situaties, zelfs niet toen Dales hem poogde uit te leggen dat de Amsterdamse trams in termen van kosten zoveel minder efficiënt zijn dan metro’s dat alleen al daardoor de investering in de Noord-Zuidlijn zich op den duur zou terugverdienen. Het zal niet de eerste keer zijn dat situaties door verantwoordelijkheidsdragers worden omgezet in scenario’s vol met uitgangspunten, rekenaannames en axioma’s. Het zal niet de eerste keer zijn dat deze scenario’s vervolgens worden ingevoerd in plannen en begrotingen van plannen, als waren het feiten en zekerheden waarop je kunt bouwen. Maar dat wou Van Ingen niet weten. Hij wou weten waarom niemand ooit schuldig was bij overschreden begrotingen en hij wou weten of Van der Veer ons kon vertellen of de olieprijs weer naar 140 dollar per vat zou stijgen en of Poetin wel betrouwbaar was. Tja, als je niks wil weten behalve je eigen antwoord dan moet je kennelijk interviewer worden en krijg je het gewenste antwoord niet, nou dan vraag je er nog een keer om. Wat denkt u, meneer Van der Veer, komt die prijs weer op 140?

Verantwoordelijk? Herrema heeft de politieke verantwoordelijkheid genomen voor een project dat maar tegenvallers blijft genereren. De zogenaamde schuldvraag heeft daar net zoveel mee te maken als de verantwoordelijkheid van een voetbaltrainer voor het aantal keren dat zijn spelers paal en lat raken en niet het net. Zijn ze daar bij Buitenhof nog niet achter? Dan raad ik ze aan de Groene te lezen. Historicus Klep maakt daarin meer dan duidelijk dat onderzoekingen naar mislukkingen en erger – zoals in Bosnië, in Rwanda, in Irak enzovoorts – alleen maar kans van slagen hebben als de politiek verantwoordelijken voorafgaand aan het onderzoek hun biezen pakken. Zo niet dan zal blijken dat van schuld uiteraard geen sprake was en dus van verantwoordelijkheid evenmin. Politieke verantwoordelijkheid is verantwoordelijkheid voor dingen die fout zijn gegaan onder jouw verantwoordelijkheid ook als jou in geen enkel opzicht enige schuld treft. Herrema heeft het tenminste door. Nu Buitenhof nog. Wie weet worden dan de gestelde vragen beter. Wie weet worden het vragen waarop niet alleen het door de interviewer gewenste antwoord mogelijk is. Wie weet worden het zelfs echte vragen, op dezelfde manier als je alleen dan van onderzoek kunt spreken als de antwoorden vooraf niet bekend zijn.

22 februari

=0=

 

Lust

Deze week, ik kwam terug uit Utrecht, was er een extra stop op station RAI. Dat was vanwege de Huishoudbeurs werd meegedeeld. Het was me al opgevallen dat het erg druk in de trein was terwijl het meestal wat luwt zo rond de klok tien in de ochtend. De Huishoudbeurs heeft anderhalf keer meer publiek getrokken dan in de laatste jaren. Dat lees ik, zojuist, op de site van radio 1. De organisatie weet nog niet waarom het zo druk is. Maar ze zijn er blij mee.

Na ‘glamour’, ‘puur’, en ‘stout’ is het thema dit jaar ‘bubbles’. Het schijnt te staan voor een ontspannen en bruisend leven. Dat zal dan wel de reden zijn dat de opening werd verricht door Barbie en dat staatssecretaris De Vries de dames ter plekke wou verleiden tot een bruisend leven bij Defensie. Leuk toch, zo’n modern geweer? Probeert u eens.

Machtig interessant, de vraag naar het succes van de huishoudbeurs, uitgerekend nu, uitgerekend met dit thema. We moeten aannemen dat de beurs er in geslaagd is een nieuw publiek aan te boren. Kan meer van hetzelfde zijn, kan iets anders zijn. Niet op wintersport en dan maar de huishoudbeurs? Ik zou het graag weten. Misschien is het kooplust, of lust in koopjes, of lust tot vergeten van het bombardement aan crisisboodschappen, lust tot ontsnapping dus of – zelfs – lust tot protest. Maar bubbles? Het antwoord zit bij het publiek.

De vraag is ook of het lust is zoals in levenslust, de ‘animal spirits’ van Keynes waar Akerlof en Shiller zich recent bij hebben aangesloten om vooral maar te beklemtonen dat de revolutie van de ‘rationele verwachtingen’, de heilsleer van de moderne economische wetenschap, tot een stelselmatige kippigheid heeft geleid waardoor we op een gegeven moment niet meer konden onderscheiden tussen lust en zucht, tussen het ideaal en de karikatuur, tussen eten en vreten, drinken en zuipen, tussen kopen wat we nodig hebben en kopen omdat je gek bent als je niet koopt om er te laat achter te komen dat je gek was omdat je kocht. Maar toen wou de bank het al niet meer horen.

Ja, in welk teken staat die huishoudbeurs?

21 februari

=0=

 

Deeltijd

Voor de helft ontslag krijgen, dat bedenken ze alleen bij ons. Kampioen deeltijdwerk en binnenkort, als Donner z’n zin krijgt, kampioen deeltijdontslag. Wel vindt de minister dat de mensen die deels zijn ontslagen zich paraat moeten houden voor banenpools zodat ze twee keer deeltijd aan de slag kunnen als het een beetje meezit. Tenzij, ik weet het natuurlijk nog niet dus ik raad maar, ze zich in de tussentijd scholen? Kenniseconomie en zo? Innovatie?

Bouw, groot onderhoud, wegen. Niet heel erg gericht op de kenniseconomie, niet erg innovatief en niet heel milieuvriendelijk. Wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen en wat dat is, dat weten we inmiddels. Zelfs die windmolens waar Vermeend zo voor pleit hebben met de lage olieprijzen van vandaag de dag even geen prioriteit, zeker niet als ze op het land geplaatst zouden moeten worden. We investeren in dingen waar de overheid een grote opdrachtgever is en laten de rest over aan, ja, aan wat? Laten we zeggen dat we het overlaten aan de markt. Het beleid is exclusief traditioneel. Het enige nieuwe eraan is dat we, voor het eerst sinds de jaren zeventig, het begrotingsevenwicht niet meer heilig verklaren. De staatsschuld trouwens al helemaal niet.

In het geval van de werkgelegenheid is het beleid niet zozeer traditioneel als wel conservatief en vernieuwend tegelijk. De minister wil twee dingen, namelijk de mensen op hun plek houden en de mensen in beweging brengen. Niet eenvoudig. De verbinding tussen die twee is uiteraard scholing maar we wisten al bij de werktijdverkorting dat scholing daar niet meer dan een ‘inspanningsverplichting’ was en bij de hernieuwde nu voorgestelde werktijdverkorting – het deeltijdontslag – wordt het niet eens meer genoemd. En zou de minister nu echt denken dat een deeltijdwerkloze aantrekkelijker is dan een complete werkloze? Het is onwaarschijnlijk. Als de werkgever een stem in het kapittel krijgt – deze krijgt geen ontslag, deze deels en deze helemaal – dan weet elke andere werkgever dat de deelontslagene niet helemaal de top is én hij weet dat als de wereld weer vrolijker wordt het uitgerekend die werknemer is die weer een kansje gaat maken op een complete baan bij z’n oude werkgever. Omdat de plannen van Donner een aanpassing gaan betekenen van de nu vigerende bijzondere regeling werktijdverkorting ligt het voor de hand dat de werkgever die stem in het kapittel krijgt.

Het vernieuwende in het voorstel is de bedaarde uitkleding van het ontslagrecht. Het aardige is immers dat Donner het deeltijdontslag wil plaatsen in het kader van de bijzondere regeling werktijdverkorting. Die werkt voor die werknemers die daarvoor door de werkgever worden aangewezen. Als we dat gewoon zo houden bij het deeltijdontslag, zo redeneert Donner, dan zijn we gelijk van het gezeur over afspiegeling en LIFO af. De winst, maar Donner zal het nooit zo noemen, zit niet in de nieuwe regeling deeltijdontslag maar in de plek van die regeling binnen de regeling werktijdverkorting.

Zalm had z’n schaterlach. Donner heeft z’n vuistje.

20 februari

=0=

 

Aandacht

Zo af en toe laait de discussie over het onderwijs in de economie op. Recent begon Arnoud Boot er weer over (in Me Judice, 13 februari 2009). De voorstellen van de commissie Teulings II uit 2005 (The Wealth of Education) worden zo langzamerhand praktijk en, zo redeneert Boot, als we ons spiegelei niet tijdig omhoog steken rijdt de trein gewoon verder. Hij is er niet gelukkig mee. Als we niet oppassen, waarschuwt Boot, worden leerlingen HAVO en VWO in de nabije toekomst afgescheept met een visie op de economie die te veel micro-economisch is en te weinig historisch.

Boot staat daar niet alleen in. Ook de VECON (de vereniging van economiedocenten) neemt een vergelijkbare positie in. Verder, interessante kwestie eigenlijk, kunnen we ons afvragen of Teulings ook vandaag de dag nog even gelukkig is met het verwaarlozen van de macro-economie. Een commissie zegt misschien meer over de tijd waarin hij is opgericht dan over het onderwerp waarvoor hij is opgericht.

De commissie Teulings II vermeldt in zijn rapportage dat zij zeer beïnvloed is door de econoom G. Mankiw. Deze econoom is van mening dat de economie pas tot stand komt en zich ontwikkelt doordat mensen keuzes maken. Zonder keuzes geen economie en economie is kiezen. Het eerste principe van Mankiw (welke econoom publiceert nog een boek met als titel Principles of economics? In 1998? Mankiw)is dan ook dat er gekozen moet worden. De keuze staat niet ter keuze. De volgende principes zijn dat je dan ook maar beter een beetje verstandig (‘rationeel’) kunt doen en dat daaruit tal van fenomenen – van samenwerking tot en met economische groei en conjunctuur – af te leiden zijn. De principes die we in The Wealth of Education terugvinden lijken sterk op die van Mankiw, zowel qua inhoud als qua volgorde en dus opbouw. Alleen heeft de commissie II zich van commissie I willen onderscheiden door niet langer van principes (‘beginselen’) te spreken maar van ‘concepten’. Beginselen vond men, bij nader inzien, te normatief. Dat de regel dat er gekozen moet worden door de meeste mensen gelezen zal worden als normatief, dan wel als dwang, lijkt voor de hand te liggen maar is voor de commissie geen beletsel gebleken. En dus begint de commissie met het concept ‘schaarste’, zo’n beetje te omschrijven als de lullige omstandigheid dat we altijd meer behoeften hebben dan middelen om in de behoeften voorzien. Ja, en dan moet je kiezen. Logisch. Vloeit alles uit voort als je een beetje nadenkt en ook nog in staat bent dat rationeel te doen. Daar hebben we dan de zaak waar het om gaat want daar leiden we u in op. Rationeel denken over rationeel kiezen. Een inleiding. Daar is dat onderwijs nou net voor bedoeld!

In deze rationele traditie is het rationeel de ander bij de neus te nemen en dus zijn we allen, op straffe van ondergang, veroordeeld tot rationaliteit. Wie voor iets anders kiest is niet goed bij z’n hoofd. Je moet wel altijd alert blijven, en goed om je heen kijken. Economie eist aandacht, en wel alle aandacht want als je even verslapt sta je op verlies. De terugval ligt om de hoek. Altijd. Prent het de leerlingen in, wijs ze op de risico’s en de aandacht is verzekerd. Je hebt ze!

Of? Ik stel voor om nu eens echt door te pakken. We maken het economieonderwijs in één beweging toekomstbestendig én reflexief. Beter nog, we maken het toekomstbestendig door het reflexief te maken. We vervangen het eerste concept van de schaarse keuze en dus het eerste principe van het moeten kiezen door het enige goedje dat werkelijk schaars is: aandacht. De enige economie is de economie van de aandacht. Een echt perspectief en het verbindt economie en organisatie, en economie en psychologie. Bovendien gaat het ergens over. Het verkoopt ons geen knollen voor citroenen, het is geen perversie van elk zinnig concept van keuze, en het is onafhankelijk van de metafysica van de oneindige behoefte en dus van het imaginaire en het geloof. Dat laat het allemaal in hun eigen waarde en dat is, economisch gezien, wel zo fatsoenlijk.

Afgelopen zaterdag stond in de Wetenschapbijlage van NRC Handelsblad een mooi stuk over de Nijmeegse psycholoog Herman Kolk. Bij hem staat ‘aandacht’ centraal en, en dat is zo aardig, hij plaatst de aandacht op afstand van kiezen en beslissen. We schenken aandacht aan wat voor ons belangrijk is en we doen dat automatisch, zonder daartoe een besluit te hoeven nemen en dus te kiezen. En dus: talloos veel gedragingen van mensen vallen buiten de sfeer van beslissingen en keuzes. Dat dachten we natuurlijk altijd al als we dorst hadden en op zoek gingen naar iets drinkbaars. Alleen de economen, de theologen van de moderne tijd en net als de theologen wars van de ervaring, waren het even vergeten. Het is mooi dat Kolk ons herinnert aan William James die zich, honderd jaar voordat Mankiw aan z’n principes begon, afvroeg of hij al zou opstaan of zich nog even zou omdraaien in bed. Even later stond hij naast z’n bed. Waarom? Door een ‘fortunate lapse of consciousness’. Opstaan, blijven liggen, je wordt er maar wakker van. Door het eenvoudige verstrijken van de tijd wint de impuls om op te staan aan kracht en kijk: we staan op. De aandacht, de impuls, is verschoven naar opstaan en een beslissing hebben we niet genomen, noch een keuze gemaakt.

Het is tijd voor een commissie III. Misschien moet die dan maar geleid worden door Herman Kolk.   

19 februari

=0=

 

Blijvend

Wel denkt minister Bos dat de welvaart blijvend lager zal zijn. Ik lees het in de digitale Trouw. Het leutert maar door. Blijvend als wisselgeld, even veel waard als een eerlijk onderzoek naar Irak. Het is niet erg dat de crisis ons wordt ingeprent zodat, als we nog niet wisten dat het crisis was en gewoon doorgingen, we nu wel weten dat het crisis is en niet meer doorgaan. Waarmee bewezen wordt dat het crisis is zodat we de boodschap met nog meer enthousiasme kunnen verkondigen aan allen die het nog even niet hadden meegekregen. De multiplier van het vertrouwen, of eigenlijk het gebrek daaraan, noemen Akerlof en Shiller het in hun recente boek Animal Spirits.

Het erge is het niveau. Ik word treurig van het circus van mensen die niets weten maar dat dan ook wel heel goed weten en die ons daar dag in dag uit van op de hoogte stellen. Maandagavond zag ik mevrouw van der Hoeven die absoluut niets wist te zeggen maar dat met zoveel blijmoedigheid deed (wel met kringen onder ogen dus zou het wel goed gaan?) dat we ons met recht mogen beklagen en het haar niet durven aanrekenen, en wie ik gisteravond wel allemaal niet heb gezien, het was niet bij te houden, tot en met Jort Kelder aan toe die de overheid deskundologisch opriep nu eens te stoppen met al die idiote uitgaven voor decadente dingen die toch nooit ergens goed voor zijn, ambtenaren inclusief. Alsof de goede Jort ooit iets anders heeft gedaan dan decadente dingen verkopen als toegangsbewijzen voor het echte leven. Zo ver is het gekomen met onze nood aan goede voorlichting, aan kennis waar de mens echt iets aan heeft. Zoek het bij Kelder in de kelder van de rede.

Zo zag ik ook de onvermijdelijke Mark Rutte die het gelukkig ook nog allemaal weet en altijd al wist, al wist hij ten tijde van de verkiezingen nog niet dat de AOW leeftijd omhoog moest. Nu weet hij het wel en het heeft verbazenderwijs toen noch nu zijn zekerheid aangetast. De mijne wel overigens want ik schat het liberalisme hoger dan Rutte. Hoger dan vrijwel alles wat zich liberaal noemt trouwens of althans door de media daarvoor wordt versleten.

De media! Over Weesp kom ik te weten dat de bestuurderen aldaar niet helemaal gelukkig zijn met de media. Het is een casestudy, dat Weesp. Het staat model voor de crisis, voor de crisis in de crisis die door het verhaal crisis wordt opgeroepen net zoals de nieuwe economie een verhaal was waarzonder de nieuwe economie en dus mevrouw Brink nooit hadden kunnen floreren. De verhalen gaan niet over de economie, ze zijn er integraal en integrerend deel van. De verhalen, dat is het gebied van de media. De media krijgen de politici die ze verdienen, de politici krijgen de media die ze verdienen. Politici hebben verhalen en verhalen hun verhalen in de media die dus ook een beetje mogen meeverhalen en zelfs verhaal mogen halen als de verhalen niet goed worden gewaardeerd. Elke dag weer, pauzes niet nodig. De echte vierde macht, dat zijn de media, de concubine van de andere machten en officieel nergens voor verantwoordelijk en daarom zo goed in staat anderen op hun verantwoordelijkheden te wijzen.

Of Nederland een Wakker Nederland als medium in media nodig heeft, ik twijfel er aan. Maar dat Nederland wakker zou moeten worden: het is de laatste utopie.

18 februari

=0=

 

Talent

De werkgevers in de metaal willen en werktijdverkorting en de vrije hand bij het aanzeggen van ontslag. Het laatste heet behoud van talent. Het komt er op neer dat de best plaatsbaren niet voor plaatsing in aanmerking komen en de minst plaatsbaren bij uitstek. De gedachte zal wel zijn dat de net uit de grond gestampte regionale mobiliteitscentra dan tenminste wat te doen hebben: het plaatsen van niet te plaatsen mensen, het in beweging brengen van mensen die slecht bewegen. Therapie, geen werk.

Het is pure verspilling, microwijsheid op macrokosten. De werktijdverkorting was van hetzelfde slag en kennelijk hebben de werkgevers de smaak te pakken gekregen. Zeg dat het crisis is en je moet eens zien hoe makkelijk vastgelopen kwesties vlottend gemaakt kunnen worden. Het ontslagrecht. Plak er het zegel van de outsider op en je hebt ook de rechtvaardigen nog aan je zijde. Rechtvaardigheid in de jas van de willekeur. Er is voor alles wel wat te zeggen dus waarom zou het niet kunnen? Nooit geschoten is altijd mis.

Dat de ondernemers in de metaal dit willen, dat snap ik. Ondernemen is ook de kunst van het externaliseren van zoveel mogelijk kosten en dus zeker van de kosten van arbeidskrachten waar je niks meer aan vindt. De kunst van het nemen van risico’s is pas succesvol als je ook die andere kunst beheerst: die van de afwenteling van risico’s. Het is zoals het is. Dat de werkgevers het willen, dat snap ik niet en ik vind ook dat je de metaalwerkgevers per heden als werkgever niet meer serieus hoeft te nemen. Werkgevers hebben het totale pakketje gekocht en dus met het voordeeltje van de altijd gematigde loonontwikkeling ook de verplichting tot scholing en zelfs scholing van een functie- en bedrijfsoverstijgende snit. Dat ze daar vervolgens bitter weinig aan gedaan hebben is een ander verhaal maar ontslaat niet van de plicht. Hadden ze het maar wel gedaan dan hadden ze zichzelf nu niet zo vervelend hoeven tegen te komen. Maar ze hebben het niet gedaan en dat mag dan hun poging verklaren om er via het ontslagrecht voor een tweede keer aan te ontsnappen, het diskwalificeert ze als werkgevers.

In deze tijd waar per dag een nieuw beroep op moraal wordt gedaan – bij gebrek aan innovaties innoveren we alleen nog de moraal – zou je mogen vermoeden dat de metaalwerkgevers gekapitteld zouden worden over hun moraal. Dat gaat niet gebeuren. De moraal is dat een werkgever die zich verschuilt achter z’n ondernemerschap daar in slechte tijden niet slechts toe gerechtigd is maar er zelfs toe gehouden. Ik zou daaruit afleiden dat je als werknemer in goede tijden de werkgever moet raken waar je kunt maar opmerkelijk genoeg kom je die aanbeveling weer veel minder tegen. Moraal is selectief en dat is niet slechts een paradox.

We hebben niet meer maar juist minder moraal nodig. Wie zich wil verstoppen zoekt maar een ander plekje.

17 februari

=0=

 

Fysio

Frits is een populaire fysiotherapeut. Het gaat goed met z’n praktijk. Hij wil uitbreiden maar loopt tegen de grenzen van z’n financiële mogelijkheden aan. Goede raad is duur. De wachtkamer staat al vol met reclamezuilen van de zorgverzekeraar, daar kan niets meer bij. Er is amper nog ruimte om te zitten met al die reclame. Hij moet echt uitbreiden. Frits besluit wat te ondernemen.

Hij belt de zorgverzekeraar. Legt z’n plan voor. Het is een eenvoudig plan. Behalve reclamerommel levert de zorgverzekeraar in de toekomst ook plastic tasjes. Frits zal er dan op toezien dat voor elke patiënt een totaalpakket reclameboodschappen wordt samengesteld (maatwerk!), in het tasje wordt gedaan en hij zal er ook op letten dat de patiënt niet zonder tasje het pand verlaat. Frits wil voor zijn inspanningen in plaats van de tweeënhalve euro nu per keer vijf euro ontvangen. Een redelijke vergoeding voor zijn werk en een redelijke kostprijs voor de extra reclame voor de zorgverzekeraar.

Die stemt ermee in maar controleert, verstandig als altijd,  vooraf bij de Zorgautoriteit of het wel mag. Het mag. Reclame is voorlichting, het is de smeerolie van de markt, en er is niets tegen in te brengen als een medisch professional de wetenswaardigheden met wat meer nadruk dan voorheen onder de neus van z’n patiënten wrijft. Natuurlijk, tussen de kwaliteit van de professional en de kwaliteit van de zorgverzekeraar bestaat evenveel verband als tussen de kwaliteit van het voetbal van Feyenoord en de kwaliteit van Fortis, maar, zo redeneert de Autoriteit, er is ook niemand die daar enig geloof aan hecht dus kwaad kan het niet. Reclame is goed voor de marktwerking (reclame roept nabootsing op en nabootsing is concurrentie) en daar was het om begonnen.

Met zo’n Autoriteit (‘maakt en bewaakt goed werkende zorgmarkten’) kunnen we nog jaren vooruit. En Frits ook. En de zorgverzekeraar. Wat er in die foldertjes staat die Frits ons in de hand drukt? Buiten staat een papierbak en de patiënt kan altijd een andere zorgverzekeraar kiezen. De Autoriteit staat er garant voor. Voor die keuze dan, voor de papierbak moet Frits maar zorgen.

16 februari

=0=

 

Delen

Vroeger, nog niet eens zo lang geleden, werkten jongens van hun vijftiende tot hun vijfenzestigste. Dan kregen ze een staatspensioentje en leefden nog een paar jaar. De jongens die pas op of nabij hun vijfentwintigste levensjaar gingen werken verdienden beter, konden ook vaak eerder stoppen met werken, kregen ook hun AOW en profiteerden daar behoorlijk langer van. Een subsidie van arm aan rijker waar niemand zich verder druk over maakte want zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar. Het begon pas zorgen te baren toen die jongens van vijftien zo rond hun zestigste uit wilden stappen. Dat kon Bruin niet trekken en om dat voor eens en altijd duidelijk te maken werd het toverwoord van de participatie bedacht. Bakken met moraal zijn aan dit toverwoord gekleefd. Men moet de natuurlijke wijze van delen niet tarten. De nieuwe AOW voorstellen borduren er op voort. De subsidie van arm naar rijker zal in stand blijven. Linksom of rechtsom, hetgeen maar weer bewijst dat links niet meer bestaat.

Waar er veel van zijn begint delen te lijken op een loterij. Een loterij deelt niet en dus wordt ‘eerlijk delen’ en a fortiori het schandelijke geneuzel over ‘de sterkste schouders’ onderdeel van de reguliere hoon die de verliezers toch al over zich uitgestrooid krijgen. In een loterij heeft elk individu een nummer en welk nummer welke prijs kan komen ophalen is vooraf onbekend. Bekend is alleen dat er wel erg veel nieten zijn en erg weinig echte prijzen. Dat is niet erg, een loterij met een andere opbouw is geen loterij en zou ook maar heel weinig mensen trekken. Bovendien, individualiteit als nummer, we raken er steeds beter en steeds meer aan gewend.

Maar soms is het omgekeerd en dan wordt het grimmiger. De hoon wordt agressief. Ik las een klein berichtje over een onderzoek naar reizen met het vliegtuig en de kans op trombose. Die kans is er want de ruimtes, de zitplaatsen en de beenruimte, zijn te klein. Die kans is ongelijk verdeeld want sommige mensen hebben nu eenmaal meer plek nodig dan anderen en die plek is er niet, tenzij je betaalt en zelfs dan komt er niet meer plek. Ergo, hoe dikker we worden hoe meer het wondere prijsmechanisme z’n zegenrijke werk zal moeten verrichten. Die plek die je eens juist niet wilde hebben, ja die stoel bij de nooduitgang, is nu begeerd en zal steeds duurder worden. Verder, vrouwen hebben meer kans op trombose dan mannen en als je nog wat kunt kiezen in deze misère zorg dan niet aan het raam te komen zitten want een plek bij het raam vergroot je trombosekans.

Een grimmige loterij dus, met prijzen die niemand wil hebben maar die toch moeten worden verdeeld onder de velen die, hoe kan het anders, ‘economy’ vliegen. In die sector bent u uw eigen maatwerk. Dat kan tegenvallen.

Er wordt geprotesteerd tegen de vliegtaks, tegen de bedreiging van ons recht op economy. Er wordt niet geprotesteerd tegen de ingecalculeerde kans op trombose want dat zou alleen het geval zijn als ook de business class de trombose-door-ruimtegebrek niet kon ontlopen. Dat maakt de loterij cynisch, want het risico is eenvoudig te verhelpen en wordt niet verholpen. Het zou me niet verbazen als uit een onderzoek naar de prijsstructuur van vliegtickets zou blijken dat economy de business class subsidieert, conform de wet van de subsidie die luidt dat subsidies de enige kracht ter wereld zijn die de zwaartekracht omkeren. De stroom gaat van beneden naar boven en intussen wordt dan ook nog uit water wijn tevoorschijn getoverd. Dat zagen we bij de AOW, we zullen het zien bij de toekomstbestendige AOW die nu in de maak is en het zou tegelijk verklaren waarom overheden het schandaal van de trombose rustig laten voortgaan.

15 februari

=0=

 

Weesper moppen

Niet elke Weesper mop smaakt goed. Daarom zitten nu twee jongetjes, 13 en 14 jaar oud, in voorarrest. Hun mop, naar een school telefoneren en aankondigen dat er doden gingen vallen, werd niet gewaardeerd. Zielig is dat hun grap nog niet eens de enige was ook. Een man, ergens in de vijftig, had gemeend uitgerekend dezelfde school schriftelijk de stuipen op het lijf te moeten jagen. Om niet helemaal duidelijke redenen is hij weer op vrije voeten en de jongetjes niet. 

Gisteravond zag ik, bij Nova en daarna bij Pauw en Witteman, eerst de moeder van het ene jongetje voorbijkomen en daarna de moeder van het andere. Beide moeders waren uit het veld geslagen. Door de actie van hun zoontjes maar nog veel meer door de reactie van de autoriteiten. Arrestatie, de cel in en er blijven tot de voorgeleiding. Waarom die man wel op vrije voeten en haar zoontje niet? Bij Pauw en Witteman werd de moeder niet moe om dit onrecht aan de kaak te stellen. Ik schrijf het maar toe aan de omstandigheden en niet aan het rechtvaardigheidsgevoel van de moeder. Als dat niet zo is, pech.

Ja maar, roept de burgemeester van Weesp (we hadden hem woensdag in de uitzending meldden Pauw en Witteman met gepaste trots), wat als het dreigement wel serieus was en er wat was gebeurd? De wereld was te klein geweest. Zo is het, een beetje moderne burgemeester hanteert niet meer de orde van de waarschijnlijkheid en is al lang overgegaan op de orde van de mogelijkheid. Niet wat vermoedelijk zal gebeuren maar wat eventueel kan gebeuren, daar gaat het om. We zijn op alles voorbereid en Dendermonde is overal.

Daar had moeder niet helemaal van terug. Ja, die man die weer was vrijgelaten natuurlijk, maar ook zij had wel door dat in dit verband die man misschien zo’n sterk argument niet was. Wel wou ze kwijt dat de politie toch had kunnen zien dat de bellende jochies – ze hadden van een publieke telefooncel gebruik gemaakt – pubertjes waren, kwajongens dus en geen potentiële moordenaars.

Jammer dat Pauw en Witteman daar niet op doorgingen. In Weesp kun je niet bellen zonder gefilmd te worden. Bij de telefooncel staat een camera. Dat, voor de goede orde, is de orde van de mogelijkheid, en in actie ook nog. Wie belt is gezien en dat is een goede voorzorgsmaatregel, want er zou eens iets kunnen gebeuren en als er wat gebeurt dan moet je maar eens uitleggen wat je daar net op dat tijdstip deed. Dat hebben de jongetjes overigens netjes verteld en nu zitten ze op de blaren. In Weesp is het kattenkwaad afgeschaft. Camera’s en kattenkwaad gaan niet samen.

De vraag of de politie niet had kunnen volstaan met aan de hand van de beelden die jongetjes op te sporen, ze streng toe te spreken, hen met hun ouders naar Halt te sturen en de zaak zich verder rustig laten afwikkelen, die vraag werd niet gesteld. Logisch ook, de media voeden zich met weetjes en weetjes die niet luidkeels worden rondverteld, daar heb je niks aan. Toeter rond dat Dendermonde en Weesp loten van dezelfde stam zijn en van een rustige afwikkeling zal nooit meer sprake zijn. Media stellen daarom zulke vragen ook niet, media nodigen moeders uit.

Ze hadden natuurlijk ook dominees, pastoors, imams, wijkbestuurders, wethouders, jeugdzorgers, blauwgeüniformeerden op straat, kinderbeschermers, spijbelambtenaren, dokters en psychiaters, en schoolhoofden kunnen uitnodigen. Dat is niet gebeurd en dus weten wij, zonder dat er maar een woord aan gewijd hoefde te worden, dat het om kinderen uit Autochtonië gaat. Bij hen is kattenkwaad geen cultuurprobleem maar een oplosbaar opvoedprobleem. De moeders zaten daar niet voor niks.

Niks zeggen en toch weten waar we het over hebben, dat is de enige Weesper mop die ons nog rest. Al het overige is voer voor de camera.

14 februari

=0=

 

Welkom

Het verschil tussen haat en belediging is vergelijkbaar met dat tussen afgunst en jaloezie. Theo van Gogh was met zijn geitenneukers beledigend; de PVV met zijn oproep de militairen met geweld de Goudse problemen met hun Marokkaanse jeugd op te laten lossen predikte haat. In het eerste geval tast je de status van Moslims aan, in het tweede hun bestaansrecht. Heel eenvoudig. De moeilijke gevallen komen pas in de echte praktijk, en dat is als je niet weet waar het ene ophoudt en het andere begint. Begripsmatig is de scheiding zuiver, praktisch meestal diffuus. Daarom kan het maatschappelijk niet zonder manieren en waar die ontbreken neemt de kans op ongelukken toe en de kans op verantwoordelijkheid en verantwoording af. De PVV is er het schoolvoorbeeld van geworden.

Er is interactie uiteraard. Niet alleen in Engeland, ook bij ons zijn burgerlijke rechten in het nauw gekomen als gevolg van de strijd tegen terreur en de bescherming van de nationale en de openbare veiligheid, de territoriale integriteit en de publieke ruimte, de buitenkant en de binnenkant van de staat. Steeds is privacy het kind van de rekening en de gretigheid waarmee velen roepen cameratoezicht te verwelkomen omdat ze toch niets te verbergen hebben geeft te denken. Veel luidkeelse verdedigers van de vrijheid van meningsuiting – Van Gogh voorop – hebben de camera’s begroet.

Ook dat geldt niet voor de PVV. Die is helemaal niet voor vrijheid van meningsuiting – hij mag graag oproepen mensen het land uit te zetten, of niet in het land toe te laten vanwege hun meningen en bij voorkeur sluit hij de kans op het verkondigen en zelfs het bestaan van bepaalde meningen helemaal uit: de oproep tot een verbod op de Koran – alleen voor vrijheid van meningsuiting van zichzelf.

Wilders is in Londen alleen zichzelf tegengekomen. En ja, het klopt dat de tradities die ooit Nederland en Engeland tot vrijplaatsen voor andersdenkenden maakten, zijn afgeschaft. Welkom, maar nu even niet en u al helemaal niet. De PVV was altijd al voor een zeer selectief welkom en het zou me niet verbazen als de leden van het Hogerhuis die nu hun eigen regering aanklagen mede aan de bakermat hebben gestaan van de wetten die het gisteren mogelijk maakten een Wilders te weren. Net zoals vele politici hier die verhaal willen halen bij de Britse regering. En niet alleen zij want zodra het denken wordt ingesnoerd ten gunste van een cultuur, onze cultuur natuurlijk, van fundamentele normen en waarden is er met die normen en waarden iets aan de hand, wordt de cultuur stoffig en wordt denken een activiteit waar je eerst een paspoort voor moet aanvragen.

Politici zijn altijd maar weer verbaasd als ze er achter komen dat de wetten die ze voor anderen bedoeld hadden ook op henzelf kunnen worden toegepast. Ook dat geeft te denken.

13 februari

=0=

 

Nacht

Gedurende de tweede wereldoorlog deporteert Roemenië een deel van z’n Joden naar een stukje Oekraïne dat het land van Duitsland heeft gekregen. Getto’s ontstaan, bewaakt door politie die naar ook van elders bekend gebruik een Joodse politie is. In de getto’s wordt niets geproduceerd, wel wat verhandeld en er is sprake van enige dienstverlening (een bordeel, een kapper, een café met slaapplaatsen, twee artsen en een zuster). De meeste handel is zwarthandel. Wie niets meer heeft om te ruilen is meestal dezelfde die geen slaapplaats meer heeft. Hoe meer mensen, hoe groter het tekort aan slaapplaatsen, hoe harder de strijd om de slaapplaats. Er komen steeds meer mensen en dus sterven steeds meer mensen en nog komen meer mensen. Allen zoeken een slaapplaats en wat te eten, in die volgorde. Wie mens leek bij aankomst wordt binnen niet al te lange tijd als de rest. ‘Anders’, als het ware, voorbij het menselijke wat mensen menselijk maakt en totaal binnen de sfeer van het menselijke wat mensen al te menselijk maakt. Van eerbaarheid tot en met ondergoed, het is allemaal handelswaar en wie geen handelswaar meer heeft kan niet eten en heeft alleen de slaapplaats als ruilobject. En ook die niet, de slaapplaats is de grens, de slaapplaats wordt niet verhandeld. Het is het laatste bezit en valt samen met het leven zelf. Wie geen slaapplaats meer heeft is de eerste prooi van de politie. Wie niet bij de razzia’s door de politie wordt meegenomen mag nog wat langzamer verrekken. Niemand wil door de politie worden meegenomen. Behalve de doden, die kan het niets meer schelen. We vinden de doden langs de weg, of net buiten de slaapplekken van de anderen die hen daar neer hebben gelegd om op de kar te worden gegooid die de doden verzamelt. De doden zijn ontdaan van alles wat nog enige waarde mocht hebben, van gouden tanden, van schoenen, van kleding, van alles. Er wordt niet altijd gewacht tot ze helemaal dood zijn.

In Nacht van Edgar Hilsenrath worden we, aan de hand van Ranek, het getto ingevoerd. In Nacht is het altijd nacht. Je rust niet uit van de dag, je dag is je voorbereiding op de nacht. De dag is gewoon de nacht, alleen wat minder compleet. In de nacht zoeken we bescherming en bestaan althans nog enige afspraken. Mensen worden niet door hun medebewoners vermoord in hun slaap bijvoorbeeld, wel bestolen natuurlijk want een tweede natuur kun je niet afschaffen, zelfs ’s nachts niet, juist ’s nachts niet, en een plek is een plek. Er zijn rangen en standen in het getto, zoals overal, zoals in elk kamp. Er is geen solidariteit want er is geen gemeenschap. Wat voor wat hoort geldt alleen de zeer korte termijn want meer dan dat valt niet te overzien, is onberekenbaar. De onberekenbaarheid van het lot maakt de belofte onberekenbaar en is het einde van de belofte. Je weet niet wie er morgen nog zal zijn, of je er zelf morgen nog zult zijn en dus maak jij geen afspraken met anderen en zij niet met jou. Het is ieder voor zich en hoe meer mensen het getto in worden gesmeten hoe meer het overleven het leven overneemt. Wij, als lezer, denken aan ontluistering maar zij denken daar niet aan, aan die luxe.

Trouwens, denken wij wel aan ontluistering? Zelf denk ik eerder aan onthutsing dan aan ontluistering. Het bijzonder van Nacht is de, inderdaad, onthutsende kalmte van de beschrijving van een niets weglatende, een niets vergetende, een niets overslaande, gruwel. We lopen meestal met Ranek mee en hij is, net als de anderen, de beleving al lang voorbij. Hij registreert, want dat is nodig. Hij ervaart, want hij is z’n lijf niet los en dus ook z’n emoties niet. Maar hij beleeft niet. Z’n impotentie is de minste van z’n zorgen en is ook geen zorg. Was het ooit anders? Vermoedelijk maar Ranek maakt er geen woorden aan vuil. Waarom ook? Dat is een andere wereld. Honger, woede, angst: het zijn ervaringen zonder belevingen geworden, emoties zonder gevoel.

Nacht is een verontrustend boek omdat het me daarin meeneemt. Ik registreer wat Ranek registreert en accepteer wat hij accepteert. Het boek is niet spannend omdat er geen, nooit, nergens, ontspanning is. Het maakt het lezen draaglijk, dat wel en we zijn daarom zelfs dankbaar voor dat ene lichtpuntje (hoe lang nog, uiteindelijk?) dat Hilsenrath ons nog gunt. Dat lichtpuntje, dat is de figuur van Deborah, de schoonzuster van Ranek. Zij leeft nog als we het boek neerleggen en meer dan dat want zij heeft de baby (de ‘bastaard’, hoe zou het anders hebben gekund?) geadopteerd, de baby die in zo ongeveer de enige scène in het boek die in net iets andere tinten dan alleen grauwzwarte is geschilderd, met een keizersnede ter wereld komt. In de nacht.

12 februari

=0=

 

Weduwe

De CU is een echte gezinspartij. Vaders, moeders, kinderen, grootouders, weduwnaars, weduwen. Van alle partijen is de CU toch wel de enige partij die een beetje werk maakt van de weduwe. Dat is wel nodig ook want vrouwen worden ouder dan mannen, ook getrouwde vrouwen. De vrouwen hebben met hun intrede in het openbare leven van werk en maatschappij een stukje van hun voorsprong moeten inleveren maar de voorsprong is er nog steeds.

De voorsprong mag wel weer wat groter worden, hebben ze bij het wetenschappelijk bureau van de partij bedacht. De jongeren in de partij vinden dat ook, dus dat komt goed uit. Ik bedoel, het hoeft natuurlijk niet maar als de keuze is tussen moeder gesubsidieerd thuis of vader wat langer aan de arbeid dan is de uitslag dat vader na z’n 65ste jaar er nog een tijdje aan vast moet plakken. Zo wordt de AOW toekomstbestendig en het aanrecht ook.  

De vraag is natuurlijk of we onder CU-vrouwen nu al verhoudingsgewijs meer weduwen vinden. En de vraag is of de gemiddelde levensduur van CU-mannen in de toekomst en als dit plan doorgaat minder snel zal stijgen dan die van andere mannen.

Belangrijke vragen. Tegen de tijd dat de CU jongeren pensioengerechtigd zijn, zijn ze wel beantwoord. Dikke kans dat diezelfde jongeren dan een standpunt innemen dat niet langer afwijkt van dat van de rest van het land. De meisjes onder hen omdat het toch wat tegenviel, de jongens omdat ze zich toch wat benadeeld vonden. Voor de kleinkinderen is het ook leuker als beide grootouders hen hun normen en waarden inprenten. Een oma zonder opa is toch niet helemaal hetzelfde. Voor haar niet en voor de kleinkinderen ook niet. Dat denk ik althans, maar om meer zekerheid te krijgen zou het wetenschappelijk bureau van de partij dat bij gelegenheid nog eens kunnen uitzoeken?

Hoe toekomstbestendig is toekomstbestendig dezer dagen nog?

11 februari

=0=

 

Eenvoud

Het dient de eenvoud als we de burger vervangen door de belastingbetaler. Politici hebben het toch alleen nog maar over de burger als ze de nationalist bedoelen en zodra het echt ergens over gaat verdwijnt de burger en verschijnt de belastingbetaler. De belastingbetaler is de aandeelhouder van de staat. Wie betaalt bepaalt. De democratie is er voor om die regel uit te voeren en te bewaken.

Het politieke landschap vereenvoudigt mee want in de toekomst zullen we nog slechts twee partijen overhouden, de rechtse partij van de omvang (pvdo) en de linkse partij van het saldo (pvds). De eerste partij zegt dat wie het meest betaalt het meest bepaalt, de tweede partij zegt dat het gaat om het saldo van wat je betaalt en ontvangt. Wie veel betaalt en nog meer ontvangt (Mattheus in de verzorgingsstaat) krijgt minder stemmen dan degenen die weinig betalen maar nog minder ontvangen. Beide partijen hebben natuurlijk hun linker- en rechtervleugel. Die hebben in beide gevallen te maken met de mix van directe en indirecte belastingen en de stemrechten die je daar aan over houdt. Het spectrum loopt uiteen van de extreem linkse variant van wie niet werkt zal niet stemmen, tot en met de extreem libertaire variant van wie zich suf consumeert zal, op weg naar bed, de toegang tot het stembureau niet worden geweigerd.

Wat er verder ook uit komt, het zal de politiek weer spannend maken. Politiek naar draagkracht is veel enerverender dan de eenheidsworst die we nu krijgen voorgezet. Elke stem telt en je kunt net zoveel stemmen krijgen als je, bruto of netto, betaalt. Het is eerlijk. Het is overzichtelijk. Het is toekomstbestendig, en helemaal klaar voor de generaties van onze kinderen en kleinkinderen. De oorlog tussen oud en jong kan worden afgeblazen nog voor de eerste serieuze schermutseling heeft plaatsgevonden. Geen oudje zal nog bezwaar maken tegen belasting op AOW. Veel stemmen zal het ze niet opleveren maar iets is beter dan niets en de kans dat ze hun stem weer kwijt raken omdat ze de zorg praktisch voor niks krijgen is groot genoeg om alle vertrouwen in de toekomstige, eerlijke, bestendige verdeling van de lusten en de lasten tussen de generaties te hebben.

En denk eens aan de integratieproblematiek. Voer het belastingstelsel in en ik garandeer je dat we met een paar jaar niet eens meer weten wat daar zo problematisch aan was. Schooluitval? Te beroerd zijn om een baantje te nemen? Jezelf uit de markt prijzen met malle kleding? Het zijn problemen uit het verleden. Normen en waarden, via de belasting zullen die voor iedereen en allen hetzelfde gaan inhouden. Voldoen aan het ethos van de belastingen De grote winnaar is de belastingmoraal. De mensen zullen weer trots zijn op het mogen vervullen van hun belastingplicht. Daar heeft het, in dit land van uitkeringstrekkers, te lang aan ontbroken. Eenvoud is waar de plicht toe verplicht.

10 februari

=0=
 

Onbekend

De Engelse minister van financiën, Darling, wil wel eens weten hoe de banken worden bestuurd. Hij is er achter gekomen dat bonussen en andere vormen van zelfverrijking misschien ook iets te maken hebben met de manier waarop de banken zichzelf bij de les houden. Een verblijdend inzicht. Zover zijn wij hier nog niet. Wij moraliseren. Zij ook want moraliseren moet, maar analyseren hoe het nou in elkaar steekt is ook niet weg. Het is nodig dat eens te onderzoeken, aldus Darling, want het mag natuurlijk niet nog een keer gebeuren dat bankiers in zee gaan met allerlei risico’s die ze niet eens blijken te kennen. Ze deden het, dus liepen ze averij op, en wij ook.

Moeilijk hoeft het niet te worden, dat onderzoek. Combineer twee regels en je kunt voorspellen wat gebeurt en waarnemen wat al gebeurd is. Regel één is dat aandeelhouders bevoegd zijn de koers van een bedrijf vast te stellen maar niet verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor de schade die datzelfde bedrijf kan aanrichten. Zet in op een ramkoers, zeg dat je niet kon weten dat het een ramkoers was (de anderen deden precies hetzelfde) en vroeger of later raak je dat schip wel kwijt. Jammer, maar de elders aangerichte schade is een ander verhaal. Jouw schade is een effect, hun schade is jouw impact en impact kan veel groter zijn dan effect. De impactschade is de schade voor de anderen. Ideale regeling, deze uitgesloten aansprakelijkheid, en zo geaccepteerd dat als die arme aandeelhouders hun scheepje kwijt zijn ze eigenlijk vinden dat hun schade bij voorrang moet worden vergoed. Dan zijn ze boos op de bestuurders, niet op zichzelf als aandeelhouder.

Regel twee is dat de beloning van de bestuurders afhankelijk is van de aandeelhouderswaarde. Dat heet prestatie. Gaat die omhoog, dan ook de emolumenten van de bestuurder want dan hebben ze gepresteerd. Zo niet, dan hebben ze niet gepresteerd en als de beloning dan toch nog stijgt is dat een schande, een foutje dat door de aandeelhouders nog wel zal worden rechtgezet. Het laat de regel verder onverlet: om te voorkomen dat de bestuurder de organisatie laat voorgaan op de aandeelhouder wordt de beloning van de bestuurder gekoppeld aan de aandeelhouderswaarde, niet aan zoiets onbenulligs als, bijvoorbeeld, de omzet van je bedrijf, de tegoeden die aan je bank zijn toevertrouwd, de kredieten die je hebt uitstaan, de verplichtingen die je op je hebt genomen. Dat zijn allemaal alleen maar functionele bepalingen en daar is het niet om begonnen. Een bedrijf herken je niet aan de functie maar aan de aandeelhouderswaarde die het representeert.

De twee regels bij elkaar garanderen dat het voor bestuurders aantrekkelijk is te veel risico’s te nemen met vooraf onbenoembare  schade voor anderen en met een zeer positief effect op de aandeelhouderswaarde. Tot de rampenkoers tot de voorspelde en dan eindelijk eens wel benoembare ramp heeft geleid. Dan treedt regel één weer in werking. Een kredietcrisis! Dalende koersen! Kortom: een breuk in het vertrouwen en we weten dat als de banken het niet vertrouwen ons vertrouwen ook geen cent meer waard is.

Het zou mooi zijn als het onderzoek naar het bestuur van de banken in Engeland ook enig licht zou werpen op die brandende kwestie van de ‘onbekende’ risico’s. Ik ben er tamelijk van overtuigd dat de betrokken bankiers uitstekend bekend waren met die risico’s en ook met de gevaren van hun gedrag voor anderen. De risico’s waren helemaal niet onbekend; onbekend was wanneer de bom zou barsten. Maar dat het een bom was, en geen onschuldige ballon, dat mogen we toeschrijven aan de door aandeelhouders zo gewenste en door tal van commissies ook in Nederland zo bepleite uitlevering van bedrijven – inclusief hun technologie, inclusief hun klanten, inclusief hun betekenis voor derden, inclusief hun vorderingen op en schulden aan derden en inclusief de bestuurders waar het allemaal om ging – aan hun eigenaren. De bestuurders zijn geen bestuurders van een bedrijf, maar zaakgelastigden van de aandeelhouders van het bedrijf.

We zijn boos op de bestuurder en de aandeelhouder wint.

9 februari

=0=

 

Rustig

De huizenmarkt is geen kopersmarkt. Alle kabinetten van na de tweede wereldoorlog zijn er niet in geslaagd een woningproductie van voldoende omvang voor elkaar te krijgen. Dat houdt de prijzen hoog en het zorgt ervoor dat alle maatregelen gericht op het versterken van de positie van de vragers op de huizenmarkt niet werken. Gegeven een tekort gaat de aanbieder met het voordeeltje aan de haal, niet de vrager. Inmiddels is er, geheel onafhankelijk van vraag en aanbod van woningen en geheel afhankelijk van vraag en aanbod op de hypotheekmarkt, een autonome behoefte ontstaan aan gedurig stijgende woningprijzen. Daartoe hebben we de hypotheekrenteaftrek. De hypotheekrenteaftrek in Nederland is een rem op een grotere woningproductie en is een stimulans voor prijsinflatie op de hypothekenmarkt. In Nederland wil je niet wonen maar een woning bezitten. Je wilt van de vraagkant van de markt naar de aanbodkant en hoe beter dat lukt – en het is de laatste jaren goed gelukt – hoe minder druk er op de overheid zal worden uitgeoefend om nu toch eindelijk eens ernst te maken met een adequate woningproductie.

Wie van een woningmarkt wil spreken kan beter naar Vlaanderen verhuizen. Maar ja, daar hebben ze dan ook een hypotheekrenteaftrek die erg laag en voor iedereen gelijk is. In Nederland daarentegen hebben we, vergelijkenderwijs, een aftrek die erg hoog is en voor iedereen zeer ongelijk. We spiegelen ons graag aam het buitenland maar nu even niet. Pas als je eenmaal binnen bent, van vrager naar een eigendomstitel de trotse bezitter ervan bent geworden, kun je de reis naar boven aanvangen en stapsgewijs de omvang van je verworven onrecht vergroten. Koop en verkoop van hypotheektitels waar soms ook nog een woninkje bij hoort maar dat terzijde. Het is een succesvolle strategie zolang de productie niet te veel stijgt en de prijsinflatie door blijft gaan. De hypotheekrenteaftrek dus.

Wij sluiten niets uit, zei het kabinet nog afgelopen vrijdag. Wij sluiten de hypotheekrente uit, zei de premier onmiddellijk daarop. Dat is goed voor de economie en het voorkomt onnodige onrust. Het geeft rust en wie heeft daar geen behoefte aan in deze tijden? Dat is waar, er is veel behoefte aan rust. En een gezonde inflatie op de huizenmarkt is ook goed want het prijspeil daalt en daar worden we niet blij van.

Eindelijk luistert de premier weer eens naar de VVD die immers direct in het geweer kwam om niets uit te sluiten behalve de hypotheekrenteaftrek. Die vele miljarden zijn goed besteed denken ze daar en mogen nergens anders aan worden besteed. Aan de productie van meer woningen bijvoorbeeld. We zijn tegen open einde regelingen, behalve tegen deze. Je mag er niet eens aan denken ook maar te wijzen naar de regeling. Rust in Nederland: verklaar een onderwerp onbespreekbaar. Er blijven nog genoeg andere onderwerpen over want al te rustig moet het ook niet worden.

8 februari

=0=

 

Coalitie

Is er iets veranderd dan? Ik dacht het niet. Nee toch? Schuld is het grondbesef van de ChristenUnie en dus zijn ze altijd wel ergens schuldig aan of voelen zich ergens schuldig over. Dat moet, het is de zin van hun bestaan, het aflossen van onaflosbare schulden en het inlossen met een schuldig geweten van oninlosbare verwachtingen.

Fractievoorzitter Slob beheerst dat spel als geen ander. Rouvoet wil nog wel eens een lichtere toon aanslaan. Rouvoet wordt aardig gevonden en hij spiegelt dat helemaal en opgeruimd terug. Rouvoet is zelfs een beetje populair. Gelukkig wordt Slob niet door populariteit gehinderd. Hem wordt dat lot, voorlopig, bespaard. Bij Slob weet je nooit of hij met bedrukte of onderdrukte stem spreekt, of hij beheerst of overheerst wordt. Als ik Slob zie en hoor dan denk ik dat Andries Knevel gelijk heeft. Zo’n product boks je in zes dagen niet voor mekaar en in zesduizend jaar ook niet. Daar zijn miljarden jaren voor nodig. Noem het ontwerp, noem het creatie, noem het theïstische evolutie. Alles onverlet God als Schepper en Jezus als Redder (vrij naar de Missie van de EO, of de  eejoo zoals Arie Boomsma wil), want die staan in elke variant (zelfs in die van de atheïsten) buiten ons gekrakeel.  

Slob voelt zich schuldig over de afspraken over Irak, dat wil zeggen de niet-afspraken over de niet-steun aan de oorlog. Achteraf gezien had het beter gekund en hij is dan ook maar wat blij met het initiatief van de premier. Hij is niet blij met de weg die ze bij de formatiebesprekingen hebben gekozen. Achteraf dan want toen leek alles in orde. Voortschrijdend inzicht. Een lerend geloof. Een luisterend politicus. Een parlementair onderzoek. Hij voelt zich schuldig over het uitschakelen van de mogelijkheid van een parlementair onderzoek. Toen. Nu ligt het anders.

Nu ligt het ook hetzelfde. Regeren is vooruitzien en dus heeft Slob de kaarten van zijn aanstaande schuld alvast een beetje handig gearrangeerd. Hij wil namelijk ook nu nog geen parlementair onderzoek, laat staan een parlementaire enquête. Hij wil een onafhankelijk onderzoek, dus een forse vertraging die in elk geval garandeert dat De Hoop Scheffer tegen de tijd dat het onderzoeksrapport verschijnt weg is als secretaris-generaal van de NAVO. En Balkenende naar de EU? Zou zo maar kunnen. De coalitie kan verder. De coalitie is de Wet. Daar zijn ook coalitieafspraken aan ondergeschikt. Uiteraard, en zelfs als het een slecht en schuldig geweten oplevert. Slob zal grootmoedig genoeg zijn om het toe te geven. Als de tijd daar is, niet eerder.

Zou hij nog geloven in de volledige tekst van het boek Genesis? Moet daar niet eens een onafhankelijk onderzoek naar worden ingesteld?

7 februari

=0=

 

Afspraken

Wat zou Wouter Bos bedoelen met zijn uitspraak dat hij niet zal tornen al aan gemaakte afspraken? We kunnen natuurlijk moeilijk doen over het woord ‘afspraak’ door eraan te herinneren dat in de sociale zekerheid elke afspraak een voorlopige is en dus eigenlijk ook niet als een afspraak moet worden opgevat. Als het om grote aantallen gaat zijn er geen afspraken. Laten we dat afspreken dan zijn we van een boel misverstanden af.

Bos heeft met zijn eigen Bank afgesproken al afgesproken afspraken na te komen. Daar wel, dus dat is een hele geruststelling. Bovendien, het gaat over CAO-afspraken en dan is het al helemaal geen zaak voor de minister. Dat het de uitvoering van die afspraken niet lekker zit (wie hoger is krijgt alleen al daardoor meer – dat heet ‘calibratie’ – en tot dusver scoren de hogeren ook nog eens beter bij hun beoordelingen. Het eerste stond niet in de CAO en het tweede is statistisch niet waarschijnlijk), ach niks nieuws. Geen afspraak zonder problemen bij de uitvoering. Blijf met elkaar in gesprek en dan lossen julie het samen wel op.

Er is wel het probleem dat over de zogenaamde ‘retentiebonussen’ van ABN-Amro in de CAO die van 1 januari 2008 tot 1 januari 2009 liep geen woord werd vuilgemaakt. De commotie is dus niet over die CAO – de enige CAO die bestond ten tijde van de afspraak over de afspraken – maar over de afspraken die door de bank zijn gemaakt ten behoeve van een aantal mensen die men per se wou behouden. In het belang van de bank, vergeet dat vooral niet. De rententiebonus is een premie op niet-vertrek, en dat in een bank die ook al zulke vorstelijke premies over heeft voor mensen die wel vertrekken. Dat zijn, ik weet het niet zeker maar ik zou me toch al heel erg moeten vergissen als het niet zo is, vast en zeker dezelfde mensen. Je krijgt veel geld als je belangrijk bent en je krijgt daarom ook als je belangrijk bent veel geld mee. Veel geld als je er nog bent en veel geld als je weg bent. Als je maar belangrijk bent. Eenvoudiger kan niet. En wat belangrijk is wordt door de bank vastgesteld, dezelfde bank die daar in het verleden geen gelukkige hand in had.

Belangrijk is een absolute maatstaf. De bank kijkt niet naar buiten – buiten bestaan geen belangrijke mensen. Dat wordt de bank kwalijk genomen. Kinnesinne. De mensen die daar over klagen zijn gewoon jaloers. Niet liberaal of zo, maar gewoon traditioneel jaloers. Zij willen ook hebben wat de anderen hebben. En dat gaat nu eenmaal niet want anders gaat het net lijken op sociale zekerheden en daar gelden geen afspraken. Trek je d’r niks van aan Wouter! Maar geef me wel antwoord op deze vraag: toen je die afspraak maken over het nakomen van eerdere afspraken kende je toen echt alle afspraken voor wie die afspraak gold en viel deze daar ook onder?

6 februari

=0=

 

Verward
Vermoedelijk heb ik afgelopen zondag niet goed geluisterd naar Wellink. Ik dacht gehoord te hebben dat de hypotheken keurig zouden worden afbetaald door de staat, en dat door de ‘intrinsieke waarde’ van de onderpanden een nadeel misschien nog in een voordeel kon worden omgetoverd. Dat van die betalingen klopt wel, maar dan niet omdat de staat de hypotheken heeft overgenomen maar alleen het overgrote deel van het risico van die hypotheken. Dat had ik zondag nog niet opgepikt. Mijn verwarring is er niet minder om maar wel anders. Ik dacht namelijk dat de staat met die ongelukkige hypotheken ook de onderpanden had verkregen. Nu dat niet zo is, hoe staat het dan wel met die onderpanden? En, in het onwaarschijnlijke geval dat de onderpandige huizen vroeger of later met winst worden verkocht, wat dan? Of wordt ook nog rekening gehouden met een doorverkoop van die hypotheken door ING zelf? Heeft de staat daar dan nog iets over te zeggen?
Meer vragen dan antwoorden. Dat is ook wel begrijpelijk want waar de transactie tussen de staat en de ING nu uit bestaat, we weten het niet. Tonko Gast, de adviseur van Bos in deze en de enige persoon van wie we weten dat hij alle malle leningen van ING heeft besnuffeld voordat hij de bedorven exemplaren aanbeval in de aandacht en de goede zorgen van de staat, zegt dat hij over de inhoud van de transactie niets mag zeggen. De Tweede Kamer dan? Nee, de Tweede Kamer mag dat ook niet want die is alleen ‘achter gesloten deuren’ ingelicht. Waar dat goed voor is, mag Joost weten. Eerst sluit Bos een deal waar de Kamer pas achteraf over wordt ingelicht en vervolgens kan de Kamer alleen met het licht uit vragen stellen. De Kamer pikt het allemaal. Voor de bühne doen we gewoon alsof we er erg veel moeite mee hebben. Niet langer juichend dus, maar dat heeft met de peilingen te maken, niet met de zaak zelf.
Zou er al een onafhankelijke onderzoekscommissie in de maak zijn die ons over vele jaren gaat voorlichten over de echte gang van zaken?

5 februari

=0=

 

Ongedaan

Kort geleden verwees de procureur-generaal nog naar Wilders. Hij bracht advies uit aan de Hoge Raad over een zaak waarbij iemand, kort na de moord op Theo van Gogh, een pamflet voor z’n raam hing ‘tegen het gezwel dat islam’ heet. De procureur-generaal zag er geen goede smaak in maar ook geen aanleiding voor een verbod. Hij volgde daarin de lijn van hoogleraar Theo de Roos: het geloof mag je beledigen wat je wilt en pas wanneer gelovigen worden gediscrimineerd moeten we oppassen en eventueel ingrijpen. Dat onderscheid wordt nu door Hirsch Ballin ‘middellijk of onmiddellijk’ weggemoffeld zodat we als hij zijn zin krijgt binnenkort voor elke oprisping met een strafzaak kunnen worden opgeknapt. Laten we hopen dat het hem niet lukt. Daarin vinden we dus een bondgenoot in de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Kijk naar Wilders, riep hij. Die bakt ze nog veel bruiner dan die man van dat pamflet maar zolang hij alleen dat geloof aanvalt en niet de mensen mag-ie.

Dat vindt Wilders prettig, zo’n standpunt. Hij houdt van mensen die vinden wat hij vindt en die dus ook vinden dat hij binnen de wet is gebleven. Zou hij daar een beetje op rekenen, nu hij met Moszkowicz aan zijn zijde een verzoek tot cassatie ‘in het belang der wet’ indient. Alleen, wat is het belang der wet in dit geval? Dat lijkt me nog niet zo eenvoudig te omschrijven. Cassatie in het belang der wet is ‘een instrument dat de Procureur-Generaal ten dienste staat bij zijn toezichthoudende taak op de feitenrechters’. Dat lees ik in het rapport Versterking van de cassatierechtspraak dat vorig jaar bij de Hoge Raad is verschenen. Het doel van cassatierechtspraak is in het algemeen is de rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming te dienen. Bij cassatie is daarom altijd het algemeen belang betrokken en bij cassatie in het belang van de wet komt daar nog eens bij dat alleen de Hoge Raad dat algemene belang kan representeren. Andere rechtbanken zouden daartoe niet in staat zijn.

Zware eisen, een cassatie in het belang der wet gaat niet zomaar. Dat de ‘feitenrechters’ in dit geval wat verweten kan worden ligt niet voor de hand. Weinig uitspraken zijn zo uitgebreid en controleerbaar gemotiveerd als die van het hof een week geleden. Daar zal het niet over gaan, in het verzoek van Moszkowicz en Wilders.

De meeste verzoeken om cassatie in het belang der wet worden afgewezen, zeker ook als in de zaak zelf nog niet ‘onherroepelijk’ beslist is. De vraag zou dan zijn in dit geval of een rechtbank hier überhaupt mag beslissen, een uitspraak mag doen. Wat Wilders wil is de rechtbank verbieden een uitspraak te doen in zijn kwestie. Krijgt hij dat verbod dan hebben we, lijkt mij, pas echt een probleem. Hoe noemde Buruma het verzoek om cassatie ook weer? O ja, knettergek. Moszkowizc is er niet blij mee.

Buruma heeft kennelijk raak geschoten.

4 februari

=0=

 

Kastanjes

Een tijdje geleden las ik in een column, ik ben vergeten welke, dat het toch knap was hoe het CDA er in slaagde de lastige zaken in de publiciteit te mijden. Die waren voor de CU en de PvdA. Vannacht, ik keek naar de herhaling van Pauw en Witteman, zag ik daar een voorbeeld van. In plaats van de onzichtbare Van Geel zag ik mevrouw Hamer die verstoord onverstoorbaar bleef vertellen dat het onafhankelijke onderzoek van Balkenende nou precies was wat nodig was. Ze kon zich niet voorstellen dat er iets beters had kunnen worden verzonnen. Vanochtend hoor ik op de radio dat Rouvoet zich in gelijke zin heeft uitgelaten. De goede man bevindt zich op de Nederlandse Antillen maar heeft ons dit desondanks niet willen onthouden.

Een onafhankelijk onderzoek. Daar kan de rechtbank het voortaan mee doen want die eed en zo, daar kan een rechtbank dan wel mee schermen maar er gaat toch mooi niets boven een echt onafhankelijk onderzoek. Alle stukken komen beschikbaar, iedereen mag worden gehoord. De vraag is hoe je te weten komt wat alle stukken zijn, en of je wel iedereen te spreken krijgt en of degenen die je te spreken krijgt zich wel alles zullen kunnen herinneren,  enzovoorts, enzovoorts.

Er zijn niet alleen maar nadelen natuurlijk. De Kamer kan zichzelf tegenkomen bij een parlementair onderzoek en in elk geval mijn fiducie in althans dit parlement is zo laag dat ik het feit dat het parlement zichzelf mee moet onderzoeken geen geruststellende gedachte vind. Met de huidige PvdA fractie en mevrouw Hamer als fractievoorzitter is het geen voordeel wanneer het parlement een onderzoek leidt.

Het treurige is alleen dat het dit parlement is dat in november mag bepalen wat de kwaliteit van het onderzoek is geweest. Dat hangt namelijk niet van het onderzoek af maar van de politieke situatie van dat moment. Als er iets was dat mevrouw Hamer zei door niets relevants te zeggen was het dat wel. Het is gênant.

3 februari

=0=

 

Vraagteken

Wat heeft Wellink nou allemaal gezegd, gisteren in Buitenhof? Ik bedoel niet dat gedoe over de begrotingsregels. Hij gaf antwoord op een vraag en zei er tot twee keer toe bij dat zijn antwoord geen advies was. Dat werd er in het nieuws keurig uitgeknipt en dat was te verwachten. Wellink weet het en wij rekenen met een nieuwsuitzending al lang niet meer op nieuws maar op iets nieuws. En hoe je van niets iets kunt maken, laat dat maar aan de jongens en meisjes van de nieuwsvoorziening over!

Mijn verwarring gaat over de ING. Wat heeft Bos nu namens ons overgenomen? Ik kreeg van Wellink de indruk dat we in onze handen mogen knijpen. Wij betalen die slechte hypotheken af – en omdat wij ze betalen zijn ze ook niet slecht meer – en hebben dan tegelijk het onderpand. We weten nu dus wel wat die hypotheken waard zijn (het volle pond, dankzij ons) maar niet wat de huizen waard zijn waarop de hypotheken zijn verleend. En ik maar denken dat die hypotheken wonderlijk waren verknipt en herverpakt met tal van andere dingen in pakketten waar je wel op kon winnen maar nooit verliezen, volgens de beste wiskundige waarschijnlijkheidsmodellen. Nu blijkt dat we hele hypotheken hebben met daarachter dus ook hele huizen. Dan zullen we ook nog wel andere hele waardepapieren hebben met daarachter vermoedelijk niks (derivaten van derivaten van derivaten) maar daar hoorde ik niets van.

Een ketting is zo sterk als z’n zwakste schakel en de zwakste schakel in de risicoketen van de financiële toverwereld waren de subprime hypotheken. Is dat zo? Als het zo is dan gaat het allemaal reuze meevallen. Dan hoeven we alleen maar even de rit uit te zitten en vervolgens zijn we eigenaar van prachtpanden in de VS die we profijtelijk gaan verkopen aan de meestbiedende. Hoeveel dat oplevert weten we nu nog niet en nu moeten we ook niet verkopen maar vroeger of later pikt die markt weer op en dan is het kassa. We kunnen er op verliezen maar als ik Wellink goed heb beluisterd dan is die kans vrij klein en in elk geval gaan de aandeelhouders van ING er niet op achteruit. Dat is prettig, zeker als je bedenkt dat er een (toegegeven: kleine) kans is dat daar ook belastingbetalers onder zitten.

Hoe het met die pakketjes zit, ik weet het niet meer. Hoe het met die huizen zit, daarover ben ik echt in verwarring. Omdat wij de hypotheek betalen zijn we ook huiseigenaar geworden. Dat lijkt logisch, het kan natuurlijk ook anders maar goed. Wat gebeurt er met die huizen? Wij gaan er niet wonen. Wie wel? Of trekken we een onderhoudsdienstje aan dat tegelijk een beetje bewaakt? Extra kosten of huurinkomsten, maar, in het laatste geval, hoeveel garanties hebben we dan dat het huis in goede staat blijft? Geen idee allemaal.

Daar komt bij, de waarde van die huizen ging omhoog omdat er zo makkelijk hypotheken werden verstrekt. Dat kennen we bij ons ook dus dat kan Wellink niet ontgaan zijn. Nu zijn er tal van mensen die zeggen dat wat nu gebeurt een rauwe manier is om op korte termijn en met ongelooflijke schade te bewerkstelligen wat bewerkstelligd moest worden: een forse correctie op de huizenprijzen en dus op de waarde van een huis. Maar wie schetst mijn verbazing toen duidelijk werd dat het gehele betoog van Wellink gisteren gebaseerd was op een mystiek verhaal over de ‘intrinsieke waarde’ van onze huizen daar? De intrinsieke waarde van de markt is wat de markt ervoor geeft en de markt gaat er in de toekomst een stuk minder voor geven. Behalve bij Wellink.

Alsof Bos geen gebakken lucht heeft gekocht en aan het afbetalen is maar solide beleggingen.  Gelukkig dat alleen dat advies dat geen advies was het nieuws heeft gehaald.

2 februari

=0=

 

Toeval

Hij heet eigenlijk Gerhard Maria, maar ik stel voor hem Jaap te noemen. Het is geen toeval dat Gerhard Maria (Jaap) zich sinds gisteren hulpbisschop mag noemen en Jaap (Jaap) zich al weer enkele jaren secretaris-generaal van de NAVO. Ook een soort hulpbisschop. Er zijn hogere machten in het geding en tegenover hogere machten past slechts een eerbiedig stilzwijgen. Dat zijn de meeste mensen vergeten en de benoemingen van Jaap zijn bedoeld om hen (ons) aan hun (onze) plichten te helpen herinneren. Dat is ook geen toeval. Het recht op geloof bevat de plicht te geloven. Geen rechten zonder plichten, ik hoor het Eberhard van der Laan nog zo zeggen, zojuist, in Buitenhof. Als ik dat een politicus of een ander soort schuldeiser hoor mompelen verbaast het me niks. Als een jurist het doet, ik kan het niet helpen, ik schrik nog steeds. Het is zo’n opmerkelijk onjuridische uitspraak, vandaar. Het zal wel wennen, maar ik wil er niet aan wennen. Geen rechten zonder plichten, dat is vast geen toeval. We rukken op van goedgelovig naar gelovig en vragen ons vervolgens af waar het vertrouwen toch gebleven is.

Volgens hulpbisschop Jaap Wagner is het geen toeval dat ten tijde van orkaan Katrina de abortusklinieken en de dansgelegenheden zwaar zijn getroffen. Ongetwijfeld, en het is ook geen toeval dat veel meer zwarten de klos waren dan blanken, en veel meer armen dan rijken. De leus ‘Hamas, hamas, alle joden aan het gas’? Kan hoogstens over de toekomst gaan, niet over het verleden want toen werd het gas alleen voor verwarmingsdoeleinden gebruikt. Niets is toeval.

Het is evenmin toeval dat uit een Ratzinger een Benedictus geboren is en uit een Benedictus een eerherstel voor de klassieke en antisemitische (niet het ras hoor, alleen de Jood) leer die godzijdank weer in het Latijn mag worden opgediend zodat niemand er last van hoeft te hebben. Tenzij je er voor kiest en dat kan geen toeval zijn.

Het is uiteraard geen toeval dat we deze plaatsbekleder hebben, want er bestaat geen toeval. Er is alleen het Lot en het is de ironie van het Lot dat alleen katholieken denken dat hun plaatsbekleder de Plaatsbekleder is. Als je dat gelooft dan mag je dat geloven en als je het niet gelooft maar toch wel wilt geloven dan mag je het óók geloven en als je het echt niet wilt geloven dan mag je dat ook geloven op voorwaarde dat je de anderen die het wel geloven op hun woord van oprechtheid wilt geloven. We hebben vrijheid van meningsuiting om te zorgen dat iedereen die wat wil zeggen de kans te geven het ook te zeggen en we hebben de democratie om ervoor te zorgen dat degenen die het meeste geluid maken het beste gehoord worden. Dat wij dat reeds hebben en zij nog niet, dat is geen toeval.

Wat zou het toch heerlijk zijn om een nieuwe Wet aan te nemen die inhoudt dat het recht op geloof voortaan moet worden gecompenseerd met een plicht tot ironie. Een onmogelijke Wet, ik weet het, maar ik hou eraan vast omdat de paradox me liever is dan het toeval. Dat kan geen toeval zijn, hoe paradoxaal het ook mag klinken.

1 februari

=0=

 

Locatie

Laat gistermiddag kwam Elly moe thuis. Ze had een hele dag les gegeven aan 28 cursisten. In het basisonderwijs geldt op dit moment een norm van zo’n 24 leerlingen maximaal, dus daar zit het boven. Elly geeft ook basisonderwijs, maar dan aan volwassenen. Ze geeft Nederlands als tweede taal, NT2. De context is de inburgering. En omdat dat de context is valt het onderwijs niet onder Plasterk maar onder Van der Laan, voorheen Vogelaar, voorheen Verdonk. Daar hebben we de misère aan te danken. Onderwijs dat geen onderwijs heet, dat niet als onderwijs wordt gefinancierd, dat moest worden geprivatiseerd en dus gebureaucratiseerd en waar je aan het einde van de rit met 28 cursisten te maken kunt krijgen met allemaal een verschillende achtergrond, een verschillende moedertaal, een verschillende opleidingsgeschiedenis en nog zo wat. In het basisonderwijs zouden het minimaal 1.9 leerlingen zijn, of 3.8, of 5.7 leerlingen. Hier zijn het trajecten die voor velen te laat zijn gestart en voor niemand op maat. Het is behelpen, en met inzet van elke denkbare methode een stapje verder te komen. Onderwijsinspectie? Nooit van gehoord. Op niveau wordt niet gelet, hooguit op aanwezigheid en dan nog.

De SP stelt nu voor de inburgeringscursussen over te hevelen naar het ministerie van onderwijs. Omdat het daar hoort en er dan ook toezicht vanuit de onderwijsinspectie kan worden georganiseerd. Het voorstel is zo logisch dat je wel moet vermoeden dat er destijds uitstekende redenen waren om het niet te doen en het als speeltje over te dragen aan Verdonk. Financiële redenen ongetwijfeld (gisteravond in Nova: Amsterdam is twee keer zo duur als omringende gemeenten. Leg uit!), maar met name redenen van die stok om de hond te slaan. De vraag is: kan het het parlement en de regering werkelijk wat schelen, dat onderwijs aan oudkomers?

Ik denk dat er eerst een rapport moet komen, op basis van een onderzoekscommissie, waarin wordt aangetoond dat de achterstand van kinderen die aan hun schoolcarrière beginnen niet is afgenomen sinds Verdonk haar zegenrijke stempel op de vorming van hun ouders heeft mogen drukken. Dat duurt even maar dan heb je ook wat. Toch? En in de tussentijd kan Amsterdam op zoek naar zuiniger aanbestedingen. Daar heeft de belastingbetaler recht op en het onderwijs aan oudkomers kan wel wachten.
 
30 januari

=0=

 

Ontmenging

Het woord is nieuw voor me. Ontmenging. Het blijkt volgens het woordenboek te slaan op de afscheiding van bestanddelen uit een mengsel. De WRR (Vertrouwen in de school)bedoelt er mee dat sommige ouders niet direct doorhadden dat allochtonen op school foute boel waren. Ze hadden even tijd nodig om het door te krijgen maar toen lieten ze er geen gras meer over groeien: ontmenging. Was er ooit sprake van een mengsel? De vraag wordt niet gesteld. In de VS noemen ze ‘ontmenging’ witte vlucht als ik het wel heb, maar bij ons hebben we het liever over zwarte scholen. En over ontmenging. Les 1: school + ontmenging = zwarte school.

Een invalkracht op mijn lagere school, ergens jaren vijftig. Hij deelde ons in. Sommigen van ons noemde hij ‘wc-gangers’ (ook wel: ‘ganglopers’). Dat betrof kinderen die wel twee keer per ochtend gingen. Anderen noemde hij ‘vingeropstekers’. Dat was een bredere categorie. Hier ging het om kinderen die wat vroegen terwijl hij er niet om gevraagd had. Een derde categorie bestond uit ‘stoelschuivers’. Niet iedereen had een even gedresseerde zit. De rest van ons had geen naam. Hij had er geen last van. Dat was zijn criterium. Hij zat er niet voor z’n plezier, wij van de weeromstuit verloren het plezier. Dan ga je met je stoel schuiven. Of wat vaker naar de wc. Of de invalkracht een beetje plagen met vragen omdat hij niet van vragen hield. Wij waren blij toen hij opkraste.

De WRR heeft een andere maar vergelijkbare indeling. Bij de kinderen die vroegtijdig het pand verlaten onderscheidt de Raad de ‘overbelasten’, de ‘niet-kunners’ en de ‘opstappers’. Het heet anders maar ik herken de indeling van mijn invalkracht. En ik herken de overigen die geen naam nodig hebben; ze zijn gewoon, ‘normaal’, en wij hebben er geen last van. Een definitie overigens, geen causaliteit. Scheelt wel een boel werk want zo kun je nog eens een oogje toeknijpen om de rest van de dag des te scherper te zijn. Op de overbelasten, de niet-kunners en de opstappers.

Die invalkracht, die deed maar wat. Een stoelschuiver kon nog best een wc-ganger annex gangloper worden en omgekeerd. De grens ertussen was eerder een grensgebied met een zekere, zij het niet vaststaande, omvang (je moet jezelf niet vastpinnen, daar heb je de leerlingen al voor). De WRR doet het niet anders. Het onderscheid tussen de ‘overbelasten’ en de ‘opstappers’ is ‘zacht’ (Vertrouwen in de School: 273). Tja. Je moet vertrouwen in de school hebben maar op het eerste het beste onderscheid van de WRR kun je niet vertrouwen. En het gaat om dat onderscheid.

Mijn vertrouwen in de WRR neemt niet toe. Ik vind dat ze eerst maar eens moeten leren hun eigen onderscheidingen te ontmengen. Zo lang ze dat nog niet kunnen, blijven ze in de categorie van de ‘niet-kunners’.

28 januari

=0=

 

Grote Verschillen

De Paus is boos op Obama die ook ontwikkelingsorganisaties zegt te willen subsidiëren die  het Afslachten van Kinderen in hun pakket hebben zitten. Bush had dat afgeschaft. Die had nergens subsidie voor nodig. Het is een slecht teken. Is het een voorteken? Er wordt op gestudeerd.

Het is hoog tijd dat de Paus met een nieuwe encycliek komt. Humanae Vitae voldoet niet meer. Nog van voor het aidstijdperk en bij alles wat nieuw en anders altijd gewoon maar nee blijven roepen is op den duur niet genoeg. Je moet Onderbouwd nee roepen en daartoe moet de pen worden gehanteerd. Een Paus moet z’n rol spelen. Het helpt niks, want katholieken leer je niet kennen door hun Ideeën maar door hun Gedrag. Ik heb er Hermans nog eens op nagelezen in zijn leerzame Annum Veritatis, gepubliceerd in naam van Pater Anastase Prudhomme S.J. En ja hoor, het stond er nog: “Wij zouden ons sterk vergissen, indien wij dachten dat in beschaafde landen het geboortecijfer stijgt, doordat de katholieke moraalleer geen efficiënte geboortebeperking tolereert. Want dat legt niet het minste gewicht in de schaal. Maar wat meetelt, dat is, wanneer katholieke regeringen, of in ’t algemeen regeringen die de katholieken te vriend houden, een premie stellen op talrijke geboorten. Die premie heet kinderbijslag. Dat zet, zo geen zoden aan de dijk, dan toch katholieke zuigelingen in de boks.”

Dat was in het jaar van de waarheid 1968. Wij leren hier twee dingen uit. Ten eerste. In die jaren, met nog een kleine uitloop naar de jaren zeventig, was godsdienstkritiek Humor. Heden ten dage is de humor vervangen door de Jij-bak, de kritiek door een scheldpartij, en het argument door een ernstige vorm van droogkloterij. Lees Zwagerman of nee, laat ook maar. De teloorgang van de humor is het Eerste Grote Verschil (EGV).

Ten tweede. Met de humor is ook het Verstand door de plee gespoeld. Toen wisten we nog dat we wat doen en er dan wel een redenering bij verzinnen. Vandaag de dag hebben we Cultuur en de cultuur schrijft voor dat de Idee bepaalt. Daar heb je geen ideeën voor nodig. Liever niet. Het punt is gewoon dat je bent wat je denkt dat je bent. Je bent wat je denkt. Niet wat je denkt, maar wat je denkt dat je bent. Wat je van jezelf denkt. Je eigendunk, dat ben je. Het heet mening, het vraagt respect, en het wordt beschermd onder de Vrijheid van Meningsuiting. Ik droom er wel eens van wat er gebeurd zou zijn als Zwagerman niet van z’n geloof ‘gedwarreld’ was maar met een prettig smak op de grond was geflikkerd. Daar gaat het om. Dat is niet relevant want Zwagerman denkt zelf wel dat hij is wat hij is. Omdat hij dat denkt. Een woordvoerder. Dat is cultuur. Het gedrag volgt (de burgerlijke vrijheiden van het gedrag worden in het belang van onze Veiligheid even opgeborgen), en het gaat erom dat je weet wie je bent omdat je dat denkt te weten en je weet omdat je dat denkt. Schelden mag, beledigen mag, jennen mag, krenken mag, vernederen (een variant van krenken) houden we in reserve en uw gedrag houden we in de gaten. Kwetsen? Wel in woord, niet in daad. Wij zien geen enkel licht tussen wat u denkt te zijn en wat u bent, tussen uw idee en uw zijn, tussen uw denken en uw denken over uw doen, uw cultuur en uw gedrag (lezenswaardig daarover, mede naar aanleiding van de met succes bekroonde opvoering en heropvoering van Het Multiculturele Drama, in Van Gunsteren’s Bouwen op Burgers). Vertel mij uw mening dan ken ik uw cultuur en ik voorspel uw gedrag. Dat, vergeleken met de praktische oplossing van de Kinderbijslag, is het Tweede Grote Verschil (TGV). Er is hoop voor de Paus. De vrijheid van meningsuiting omvat de vrijheid der beïnvloeding der mening. En ziet, het werkt want het is zoals het gedacht is. Eigendunk is het morele kompas dat ons door de dwaalwegen van het platte eigenbelang zal leiden. In naam van de cultuur.

Dat wist Hermans allemaal nog niet. Ook niet dat wij de voltooiing van de TGV aan een Katholieke minister hebben uitbesteed. Het schiet niet op.

27 januari

=0=

 

Partij van het Cynisme

Twee keer in vijf dagen, het moet geen gewoonte worden. In zijn rede van afgelopen dinsdag sprak Obama kort over de mensen die een vraagteken zetten bij de omvang van zijn (hij zei natuurlijk ‘onze’) ambities. Welk vraagteken? Ik vermoed iets in de trant van voorzichtig aan want er moet wel veel, maar hoewel alles kan, kan niet alles tegelijk. Lijkt me verstandig, maar Obama heeft daar heel andere denkbeelden over. Hij noemde deze twijfelaars geen twijfelaars maar cynici die niet snappen dat de tijd van hun oude politieke spelletjes voorbij is. Zet bij Obama een vraagteken en je bent een cynicus.

Afgelopen zaterdag presenteerde hij een variant. Hij besprak zijn economische plannen en voegde daar aan toe dat het allemaal wel zou lukken als mensen zich maar als burgers zouden gedragen, en niet als partijgangers. In Nederland krijg je een tien met een griffel en een zoen van juffrouw Ter Horst als je lid van een partij wordt want dan ben je pas een complete burger, bij Obama is er kennelijk een tegenstelling tussen partijlidmaatschap en burgerschap, tussen partijdigheid en een gemeenschappelijk doel, een ‘common purpose’. Het klinkt als een oorlogssituatie, een situatie waarin we even onze gewone besognes opzij zetten om een gemeenschappelijke vijand te bestrijden.

Het klinkt als ‘wie niet voor mij is, is tegen mij’. Bush gebruikte dat naar de buitenwereld toe, naar staten die vooral niet moesten denken de VS ook maar een strobreed in de weg te leggen. Met de Patriot Act, vervolgens, wandelde Bush moeiteloos van buiten naar binnen. Wie niet voor is, is tegen. Obama keert de volgorde om. Hij spreekt eerst de Amerikanen aan, op hun twijfels of cynisme, op hun partijpolitieke oude politiek op kosten van de burger. De rest van de wereld moet nog even afwachten. De ‘war on terror’ kan wegens gebrek aan succes de ijskast in, de opengevallen plek wordt opgevuld door de ‘war on doubt’, a.k.a. ‘war on ‘partisan cynicism.

In Letland worden mensen vervolgd vanwege doemdenken. In Nederland pleitte Willem Vermeend voor een verbod op doemdenken. Zo’n verbod is een verbod op denken, van welke snit ook. Denken wordt voor u gedaan, laat het maar over aan de experts. Obama noemde ze al toen hij het had over de openbaarheid van het openbare bestuur. Experts.

De suggestie dat er ook maar een begin van een tegenstelling tussen burgerschap en partijlidmaatschap zou bestaan is verontrustend. Ik pleit bij deze voor de oprichting van een belangengemeenschap die de trotse naam van de ‘Partij van het Cynisme’ zal dragen. Er is behoefte aan, in de VS en binnenkort, als Obama buiten gaat spelen, ook bij ons.

26 januari

=0=

 

Vrijheid

De paus heeft bedacht dat er niks fout was aan een bisschop die altijd heeft ontkend dat er in de Duitse vernietigingskampen joden zijn vergast. Hij wil eerherstel voor de bisschop. Misschien strekt de ontkenning zich ook wel uit over het bestaan van die kampen zelf, dat meldt het bericht niet. Het doet er ook niet toe.

Wat zou Mark Rutte met zo’n mededeling doen? Kijk, het mag natuurlijk want noch de bisschop noch de paus hebben opgeroepen tot geweld. Nu kan de Paus zich niet vergissen maar de omstreden bisschop uiteraard wel. Wij vinden dat hij zich vergist heeft. Sterker nog, wij weten dat hij zich heeft vergist en wij weten dat omdat wij niet elke mening even goed achten. Sommige meningen zijn beter dan andere. Daar zijn bijvoorbeeld onderwijs en wetenschap op gebouwd en daarom kunnen we ook zeggen dat sommige zin onzin is. Of zinloos. Het blijft zin maar niet alle zin is zinnig. Daar hebben we argumenten voor en ook daarvan hebben we betere en slechtere. We hebben er soms ook bewijzen voor, zoals die gelden voor een rechtbank of in andere vorm en met andere procedures voor het forum van de wetenschap en ook die bewijzen kun je meningen noemen maar daarmee is nog niet alles hetzelfde. Ik vind dat Rutte de vraag moet worden voorgelegd of je van hem de Holocaust mag ontkennen. Uit zijn in de digitale kranten van vandaag opgetekende uitspraken leid ik af dat je dat moet kunnen doen, in het parlement en daarbuiten. De Holocaust heeft nooit plaatsgevonden. Daarmee roep je niet op tot haat (overigens, daar heeft Rutte het niet over), en ook niet tot geweld. Je beledigt wel mensen maar daar worden ze alleen maar weerbaarder van. Jammer voor die mensen, maar die kunnen altijd – tot het tijdstip dat Rutte z’n zin heeft gekregen – nog naar de rechter 

Rutte vindt het besluit van het Amsterdamse gerechtshof over Wilders onacceptabel. Alleen als er wordt opgeroepen tot geweld tegen personen of hun bezittingen moeten we optreden, de rest valt allemaal onder de vrijheid van meningsuiting. Als daar wetten of gerechtshoven tussen staan dan moeten die worden verwijderd. Die bezittingen, daar zit ik een beetje mee. Ik vind dat je inderdaad niet tot geweld tegen personen mag oproepen. Ik vind ook dat je niet zo makkelijk tot geweld tegen personen zou mogen overgaan, bijvoorbeeld door te zeggen dat elke herder die een sommatie negeert ongetwijfeld een talibaan strijder is die mag worden afgeschoten. Of voorbeelden van gelijke strekking. Ik hoor Rutte daar weinig over maar iedereen moet z’n eigen prioriteiten maar stellen. Ook hun bezittingen, woningen, huisraad, dieren, dat gaat er vaak aan. Gelukkig wordt daar niet toe opgeroepen, het is, mensen inclusief, gewoon collateral damage. Je mag het wel doen maar niet zeggen. Vanuit juridisch oogpunt is dat ook wel zo handig.

Jammer dat je niet eens meer een oproep mag doen om geweld te gebruiken tegen de opslagplaatsen van wapenhandelaars die elk ongelukkig land ter wereld zo liefdevol van wapens voorzien. Meester Rutte (hij geeft af en toe les aan jonge kindertjes, begrijp ik) is streng. Die vrijheid heb je niet. Je mag het niet doen, je mag het niet zeggen. Ik stel voor dat Rutte er nog eens goed over nadenkt en die rare beperking dat je niet tot geweld tegen personen mag oproepen laat vallen. Personen kunnen zich per slot verweren en alleen al daarom heeft de Holocaust ook nooit plaatsgevonden. Toch, bezittingen, die kunnen zich niet verweren en daarom moet je juist hen beschermen tegen oproepen tot geweld.

Meester Rutte heeft geen flauw idee waar hij het over heeft. Zoals ze in het leger zeggen bij de vraag naar geschikt/ongeschikt: ongeschikt.

25 januari

=0=

 

Dubbele moraal

Vanochtend op Radio 1: Joost Zwagerman die grieperig en wel z’n nieuwe pamflet ‘Hitler in de polder & Vrij van God’ kwam toelichten of zoiets. Aanprijzen? Het doet er niet toe. Hij herhaalde in ieder geval wat hij twee dagen geleden ook al in de Volkskrant schreef:  Nederlandse moslims die hun geloof kritiseren of verlaten, worden verraden door de blanke intelligentsia, die alleen aanvallen op het christendom tolereert. In de Volkskrant moesten we nog raden naar die lelieblanke intelligentsia maar sinds vandaag weten we (en hadden het al langer kunnen weten) dat Jan Blokker de meest lelieblanke onder de lelieblanken is. Blokker heeft een dubbele moraal van christenen uitschelden aan de ene kant en de misstanden onder de moslims toedekken aan de andere. Dat is niet mis. Blokker een verrader en, omdat ik Blokker heel erg zinnig vind en Zwagerman heel erg onzinnig, zelf ben ik ongetwijfeld ook een verrader. Niet niks in je vrije weekend.

Mij is nog steeds niet duidelijk of Ehsan Jami destijds de misstand was of het geheel van de islam dat van Jami minder onder de indruk bleek dan Zwagerman en de nodige anderen, Wilders bijvoorbeeld, voor het gemak hadden verondersteld. Toen riep Zwagerman dat het hem niet om Jami ging (het ging net even te ver om te beweren dat Jami er niets mee te maken had), nu roept hij dat het hem niet om Wilders gaat: ‘ik heb niets met Wilders, ik ben het helemaal niet met hem eens’. Het is de bekende mantra. Parlementariërs voegen er dan meestal aan toe dat Geert verder een ontzettend aardige man is maar dat privilege is gewone zielen natuurlijk niet gegeven. Niettemin, het gaat Zwagerman niet om de mensen maar om het principe, en het principe heet moraal. De moraal van het vrije woord, de vrije meningsuiting, de geloofsvrijheid en misschien nog wel wat. Zwagerman is moraalridder.

En veeleisend. Zo vindt hij Wilders geen racist, want Wilders duidt moslims nergens aan als ras en zo’n definitie zou ook niet te geven zijn. Wetenschappelijk. Je kunt je afvragen of we daarmee, op logische gronden dan want aan die wetenschap van Zwagerman waag ik me niet, het antisemitisme als term ook moeten afzweren. Volgens mij wel. Toch, omdat volgens onze maatstaven de meeste antisemieten dezer dagen onder de moslims te vinden zijn en omdat we onder de moslims nogal wat semieten vinden kan dat woord eigenlijk niet door de beugel van Zwagerman. Je kan niet tegelijk jezelf en niet-jezelf zijn. Nou ja, het kan psychologisch misschien wel maar het wordt er zo onoverzichtelijk van. En logisch kan het in elk geval niet. Weg ermee dan maar. Dat ruimt lekker op. In het vervolg spreken we over moslims als ingekankerde Jodenhaters en van onze eigen antisemitische geschiedenis zijn we in één klap verlost. Dat lucht lekker op, zoals dat hoort na een stevige opruiming. Alsof we nog wat vergeten waren.

In het universum van Zwagerman komt geschiedenis niet voor. In zijn moraal is daar geen plaats voor. Zijn moraal is tijdloos en van alle tijden. Zoiets als religie, losgeweekt van de mensen die zich religieus noemen en van hen die zich antireligieus verklaren. In ons land bijvoorbeeld werd het pas gezellig met de godsdienstkritiek toen het met de ‘emancipatie der kleine luiden’ heel aardig was gelukt. Je zou zelfs kunnen vermoeden dat die kritiek een reactie was op die geslaagde emancipatie en mede gevoed werd door een zekere ongerustheid over waar het zou ophouden. Overbodige onrust achteraf want de welvaart deed meer dan de kritiek. Maar goed, we hadden de smaak te pakken en, geef toe, de tirades van Hermans zijn nog altijd onovertroffen.

Ongerust zijn we opnieuw. Zwagerman omdat hij vindt dat je iedereen gelijk moet behandelen, ongeacht de situatie. Positieve discriminatie is ook discriminatie, dat soort gezever. Daar doet de lelieblanke intelligentsia niet, of niet luidruchtig en uitdrukkelijk genoeg, aan mee. Dat, zo is het verwijt, is dubbel. Ik ben ongerust omdat de situatie wel degelijk een andere is en je er dus misschien ook wat anders op zou moeten reageren. Ik weet het niet zeker, maar wat ik wel zeker weet is dat ik dat niet wil uitsluiten, dat ik me die vrijheid niet wil laten ontnemen, zelfs niet in naam van de heilige morele principes van Zwagerman. Toch, van moslims kun je allerminst beweren dat hun emancipatie voltooid is, maatschappelijk niet, politiek niet, economisch niet. Als het aan Wilders ligt gaat ze dat ook niet lukken. Het mag geen zuil worden, het mag geen plek krijgen, het moet beknot worden, het mag vooral de geschiedenis van de eerder zuilen en hun emancipatie niet herhalen. In die context krijgt religie – moeten we aan het succes van de katholieke kerk in Polen ten tijde van het communisme herinneren? – steeds meer functies én steeds meer betekenis.

Het is dat ik lelieblank ben. Anders zou ik me groen en geel ergeren. Blijft de vraag: wie heeft er nou eigenlijk een dubbele moraal?

24 januari

 =0=

 

In debat

In de Tweede Kamer willen ze graag in debat met Wilders. Liever debat dan de rechtbank. Wat zouden ze bedoelen, behalve die rechtbank? Kun je met Wilders debatteren? Hebben ze ooit met hem gedebatteerd? Veronderstelt een debat niet dat je een stelling met argumenten onderbouwt en de stelling daarmee zo goed over het voetlicht weet te krijgen dat derden er van onder de indruk raken? Dat je dus een onderscheid kunt maken tussen een argument en een stelling en als je dat niet kunt dat je dan wel kunt doen of je aan het debatteren bent maar feitelijk gewoon niet weet waar jet het over hebt?

De vraag was: kan Wilders stelling en argument uit elkaar houden? Op die vraag is een eenvoudig antwoord. Nee, dat kan Wilders niet en op het negeren van dat onderscheid is z’n hele circus gebouwd. De vraag is: kunnen Kamerleden die zo graag met Wilders in debat willen het wel, dat onderscheid hanteren en, belangrijker nog, respecteren?

Ik twijfel want ik denk dat als je denkt dat je kunt debatteren met Wilders je niet langer hoeft te denken dat je appels en peren nog kunt herkennen. Fruit, dat is alles wat je nog kunt ophoesten. En als we zover zijn wat is dan nog het verschil met een man die bij alles wat hem niet zint de verschrikkelijke islam ontwaart? In termen van debat: er is geen verschil. Om met Wilders te debatteren moet je niet met Wilders in debat gaan.

De omweg via de rechtbank is zo gek niet. Ik bedoel, niet om Wilders van standpunt te doen veranderen of te doen inbinden maar als leerproces. In de rechtbank geldt het onderscheid tussen standpunt, mening, argument, bewijs en oordeel namelijk nog wel. Wilders zou er, hoop doet leven, iets van kunnen opsteken. Dan komen de Kamerleden die zo graag met hem in debat willen misschien alsnog aan hun trekken.

23 januari

=0=

 

Ode

Om ondoorgrondelijke redenen heeft de vertaler van het laatste boek van Alain de Botton, The Pleasures and Sorrows of Work, besloten de Nederlandse editie de titel Ode aan de arbeid mee te geven. Er staat geen uitleg bij dus die moeten we zelf maar bedenken. Waarom ‘ode’? Een ode is een lofzang en wat het boek ook is, geen lofzang op arbeid. Dat maakt de schrijver helemaal aan het eind van het boek onmiskenbaar duidelijk. Werk houdt ons van de straat, is zijn conclusie, en als we aan het werk zijn dan doen we wat, met regelmatig heeft dat ook nog enig nuttig effect voor onszelf en anderen en dan kunnen we tevreden zijn dat we het alles bij elkaar niet eens zo beroerd hebben gedaan. Het had slechter gekund; alles bij elkaar is dat een vriendelijk oordeel. Een ode wil meer.

Het boek is geen lofzang op arbeid of werk. Het is een lofzang op maatschappelijke arbeidsdeling en collectiviteit aan de ene kant, op de kinderlijke blik die nog in staat is de dingen op zichzelf – los van functies en berekening, van nut een noodzaak, van normen en conventies – te bekijken en er een nieuwe wending aan te geven, aan de andere kant. Beide zijden verhouden zich niet helemaal lekker tot elkaar en dat zorgt voor enige onevenwichtigheid. Niet heel erg overigens, want De Botton is een smakelijk schrijver die breedsprakig (breedbeeldig eigenlijk maar dat is geen woord) en opgewekt z’n onderwerpen behandelt. Over beeld gesproken, het boek wordt verrijkt met een fotoreportage die de tekst volgt of, misschien, is het een boek waar woord en beeld verondersteld worden elkaar op te roepen, elkaar ritmisch te volgen.

Arbeidsdeling en het collectief horen bij elkaar. Een speelse Ernst Jünger is De Botton wel een beetje. Dat is goed. In de hoofdstukken over logistiek en elektriciteitstransmissie herinnert de schrijver ons aan enkele materiële vereisten waar nu eenmaal voldaan moet worden als de arbeidsdeling er de vaart in heeft gezet. Het spul moet van hot naar her, het moet op tijd aankomen, in de juiste hoeveelheden van de juiste snit, het moet elkaar niet voor de voeten lopen en alles kost energie. Bovendien, hoe meer arbeidsdeling hoe meer transacties, hoe meer kansen op fouten, op het manipuleren van gegevens, op papier dat ander papier aannemelijk moet maken, aanvaard moet krijgen, met stempel en handtekening erbij. Lees het vermakelijke hoofdstuk over accountancy. Of, aan de kant van de verkoop en de vakbeurs, het hoofdstuk over vliegtuigbouw om te lezen dat er ook gescoord moet worden en dat scoren een vak op zich is.

Niet alleen de goederen en diensten, steeds meer goederen en diensten, steeds meer verschillende goederen en diensten, zijn in beweging en op elkaar aangewezen, ook de mensen zijn nu eens hier en dan weer daar. De arbeidsdeling heeft ook de werknemer meegenomen. De meesten van ons maken niets meer dat als zodanig interessant is, wij dragen bij aan iets dat alleen door de medewerking van heel velen, dichtbij of ver weg en vermoedelijk allebei, iets oplevert wat een afnemer – bedrijf of consument – hebben wil en wie weet zelfs nodig heeft. Het hoofdstuk over koekproductie biedt een passende illustratie. Raar werk, triviale producten, maar toch een bedrijf in een concurrerende markt, en in beheer van een conglomeraat dat ook op de kleintjes moet letten, de strategie in de gaten houdt en dus ook de concurrenten, de alternatieve investeringsmogelijkheden, de productielocaties, de nabije en iets verder weg gelegen toekomst. Een wereld in een wereld. Werken is werken in context. Als zodanig is het werken aan een fragment van een product of dienst nog slechts voor enkelen onder ons interessant, voor de meesten is het inwisselbaar, met een wisselkoers waar je graag wat meer greep op had gehad. Context dus, met het gevaar dat je omgeving je aanpraat dat je de context van jezelf bent. Denk eens aan wat je echt zou willen. Wat je altijd al wou maar niet kon, durfde, wou verwoorden. Is het dan nu niet de tijd daar eens aan te beginnen? Ben je niet je eigen loopbaan, uiteindelijk, eigenlijk? Nou dan. Het hoofdstuk over loopbaanbegeleiding is met voorsprong het meest ironische hoofdstuk in het boek.

In je eentje stel je niet veel voor. We werken collectief, in een collectief, gesteund door het denken en doen van collectieven. Organisatie zou ik zeggen, collectieve intelligentie is wat De Botton zegt. Het gedoe over individualisering, eigen keuze enzovoorts: hij vindt het wat gênant want te oneerlijk en leugenachtig. Wat telt is het collectieve en in het collectief is geen plek voor helden, wel voor specialisten die zich kunnen vastleggen en concentreren op de productie van stoffen, instrumenten, materialen, beveiligingen waar we weinig weet van hebben, waarvan niemand het totale overzicht heeft en afhankelijk is van de vlijt van tallozen die als we ze allemaal bij de aftiteling zouden moeten noemen de film zelf zouden verdringen. Het vervreemdende hoofdstuk over rakettechnologie brengt het mooi tot uitdrukking: de ode aan de maatschappelijke arbeidsdeling en aan de collectieven die het dragen.

Als we het overzicht kwijt zijn dan ook het zicht. In een paar hoofdstukken – het meest uitgesproken in die over schilderen en over ondernemerschap maar ook in het hoofdstuk over elektriciteitstransmissie en in het beginhoofdstuk het spotten van vrachtschepen – vinden we een pleidooi om weer te leren zien. Ons zien is te maatschappelijk geworden, te vooringenomen met de betekenissen die zoal geaccepteerd zijn, met de mores die we aanhouden, met het nut van de routine, met de berekenbaarheid van dat het is zoals het is. Er zit een ode aan de esthetiek in het boek, aan de emancipatie van de contingentie die aan elk kunstwerk kleeft en ook aan de speelsheid van kinderen en van de uitvinder die er meestal niet in slaagt een echte ondernemer te worden. Dat is sympathiek. Niettemin, als De Botton op dit punt had willen overtuigen dan hadden we een hoofdstuk (of anderszins een verklaring) moeten hebben over de esthetiek van het collectief, of in het geval van De Botton, ook nog over het collectief in het meervoud. Een ode aan de arbeidsdeling is geen ode aan de arbeid maar aan de organisatie. Die wending naar Jünger heeft De Botton niet gemaakt. Niet dat het hoeft maar het resultaat als geheel is een boek dat niet helemaal in balans is, een boek dat in de blik het persoonlijke fêteert en in de onpersoonlijke wereld van de arbeid het collectief.

22 januari

=0=

  

Kwaal

De kwaal van veel economen is dat ze denken te weten wat voor goed voor ons is. Neem Lans Bovenberg, in de Volkskrant van 20 januari. Het middel is erger dan de kwaal, vindt hij. Het middel heet werktijdverkorting en de kwaal is de recessie. Het middel frustreert de noodzakelijke saneringen die nu eenmaal bij een recessie horen. Of het middel, om met Hirschman te spreken, de economie perverteert, de economie onklaar maakt of niet meer dan een hinderlijke futiliteit is, daar moeten we een beetje naar raden. Misschien van alle drie wel wat.

Het zit zo, volgens Bovenberg. We hebben problemen door het gedrag van financiële instellingen. Financiële instellingen moet je echter niet aanpakken, je moet ze steunen. Dat komt omdat onze economie afhankelijk is van kredieten en die worden nu eenmaal verleend door financiële instellingen. Als die in de problemen komen, komen wij in de problemen en als we dus uit de problemen willen komen dan moeten eerst zij uit de problemen worden geholpen.

Een heerlijke redenering. Gesteld dat een moderne economie niet zonder gloeilampen kan en Philips maakt gloeilampen dan moeten we als Philips er een zootje van maakt niet op zoek gaan naar een nieuwe leverancier – en desnoods doen we het zelf – maar dan moeten we Philips steunen. Hoe dat kan? Nou gewoon, door de functie die een bepaald bedrijf voor ons heeft te vereenzelvigen met dat bedrijf zelf. De functie is de instelling en omgekeerd.

Dat zouden we allemaal wel willen en daar is ook de werktijdverkorting voor uitgevonden. Dezelfde redenering als het ware: uw baan is uw functie en dat houden we zo ook al is er even niets te doen. Dan rekenen we echter buiten de econoom want die weet dat wat we allemaal wel zouden willen veel te duur wordt. Dat kan Bruin niet trekken. De gelijkheid van functie=instelling geldt alleen voor de banken, niet voor Philips of voor welk bedrijf dan ook dat geen kredieten schept maar iets dat we dagelijks gebruiken omdat we nu eenmaal moeten wonen, eten en slapen. Waarom het alleen voor de banken geldt? Ja, daar gaat het opiniestuk van Bovenberg nou net niet over. Dat is de kwaal van de moraliserende alwetende econoom. De kwaal heet willekeur, te beginnen in het denken.

21 januari

=0=

 

Aanmaning

Zeven eurolanden zullen dit jaar een financieringstekort van meer dan drie procent hebben, zo is in Brussel berekend. Ierland schiet het meest uit de bocht, Slovenië zit slechts net boven de drie procent, en de Mediterrane landen zitten er tussen in.

Een aanmaning? Toen Duitsland – toch de economie die een stevige veer heeft moeten laten om het voormalige Oost Duitsland niet nog meer achterop te laten raken – er boven kwam was de wereld te klein. Zalm eiste strenge straffen, de Europese Commissie gebruikte indrukwekkende dreigementen, de ECB vond ook dat een paar woorden niet zouden volstaan. Ze volstonden natuurlijk wel, toen puntje bij paaltje kwam, maar toch. Het was voor de Zweden aanleiding deelname aan de euro op te schorten want kennelijk golden de regels niet voor grote landen (het ging ook nog om Frankrijk). Nu gaat het om meer dan een enkel groot land, het gaat in de eerste plaats om veel landen. Bovendien, de Commissie roept zelf op tot spenderen, de geest van Keynes waart weer rond dus waarom geen aanpassing van het pact van Dublin en het toestaan van financiering door het manipuleren van het begrotingstekort?

Zo ver zal het niet komen, maar spannend is het wel. Als de politici willen, de ministers van financiën bijvoorbeeld. Als de EU en haar centrale bank meer willen worden dan aanhangsels van de luimen van de financiële sectoren, als de lidstaten inderdaad de politiek naar voren willen schuiven om niet slechts bij te regelen maar beter te regelen dan moet de politiek daar de middelen voor krijgen. Inderdaad, met de mogelijkheid van een begrotingstekort.

Het zal niet gebeuren denk ik. Die aanmaning zal de betrokken regeringen amper verontrusten want die hebben wel wat anders aan hun hoofd. Van de ECB zullen we deze ronde ook niet veel horen. Hooguit wordt Ierland, tot voor kort het beste leerlingetje van de klas, even ten voorbeeld gesteld. Een strenge aanmaning bijvoorbeeld. Om de financiële wereld gerust te stellen. Twee keer zelfs: we houden het nog wel een beetje in de gaten en echt veranderen zal er voor jullie niet veel.

Het zal wel met een sisser aflopen. Het heet aanmaning.

20 januari

=0=

 

Organisch

Te lezen in The Washington Post van gisteren: “Afghanistan's problems cannot be dealt with exclusively within its borders. The challenges faced by Pakistan are organically linked to those of Afghanistan; so, politically, are Pakistan's relations with India. Indeed, all neighboring countries have a stake, and an interest, in what happens in Afghanistan.” Schrijver: Jaap de Hoop Scheffer. Juridisch weet Jaap nergens van, maar ‘organisch’ en ‘politiek’ des te meer. Zijn analyse is dat het probleem in Afghanistan niet een te veel aan Taliban is maar een te weinig aan goed bestuur. Dat moet dan aan de Afghanen zelf liggen, niet aan ‘wereld’ die zich zorgen maakt. Zo gaat dat. Had Nederland niet een nieuwe bestuurder geëist in Uruzgan? En: gekregen?

Wat betekent dat toch, ‘organisch’? En wat betekent ‘politiek’? Dat India direct betrokken moet worden in het conflict? Dat Afghanistan niet tot rust kan komen zolang het conflict in Kasjmir nog speelt? Dat Pakistan de sleutel is en nog meer dan nu al het geval is het nieuwe slagveld moet worden?

Dat laatste in elk geval. De Hoop Scheffer stelt dat de grenzen van Afghanistan niet goed genoeg zijn om de problemen van dat land op te lossen. We gaan er over heen. Sterker nog, de Amerikanen zijn er al over heen, met de zegen van de secretaris-generaal van de NAVO.

De vraag is: die soepele uitbreiding richting India, heeft De Hoop Scheffer dat afgestemd met Rice of al met Clinton? Met beide? Wier woord spreekt hij?

Minister Middelkoop heeft nog wat vragen te beantwoorden deze week. Ik hoop dat de Kamer hem ook vragen zal stellen over de NAVO, en over de rol van Nederland in de strijd in Afghanistan cum Pakistan cum India. Voor sommige dingen is het niet eens nodig af te wachten wat Obama zal doen. In de kwestie van het respecteren van grenzen bijvoorbeeld. En moeilijk is het niet want je hebt er niet eens apart juridisch advies voor nodig. Zou dat de reden zijn dat het orgaanwoord werd gebruikt?

19 januari

=0=

 

Dilemma

De columns van Bert Keizer (in Trouw op zaterdag) zijn elke keer opnieuw een bron van genoegen voor me. Keizer is mens (mens bedoeld als compliment). In de column van gisteren had hij het over De Fluisteraars van Orlando Figes, over diens verhaal van de lange geschiedenis van de vernietiging van het privéleven en het gezinsleven in de Sovjet Unie. Als je dat boek leest, pagina na pagina, honderden pagina’s achter elkaar, kun je je afvragen of mensen wel in staat zijn ooit boven zichzelf uit te stijgen of dat we ertoe veroordeeld zijn ons te schikken in op wat op ons afkomt, hoe erg dat ook is. We hebben veel geleerd, concludeert Keizer, en het wiel hebben we echt wel uitgevonden maar we zijn niet veel aardiger geworden. En dan zijn eindschot: aan het einde van het boek, in de jaren negentig, laat Figes opnieuw de vrouw aan het woord met wie het boek ook begint en die haar hele leven lang heeft geleden onder het feit dat haar vader tot koelak werd bestempeld, werd opgepakt en in een kamp gezet. Ze heeft haar verleden verzwegen net zoals haar twee echtgenoten het hunne verzwegen tot, opnieuw, begin jaren negentig de sluiers mochten verdwijnen. Voor hoe lang? Bij hen, omdat het nooit ophoudt, speelde die vraag wel degelijk en Antonina en haar man besloten dan ook om hun geheime verleden voor hun dochter geheim te houden. Je weet maar nooit. Antonina Golovina, want over haar hebben we het, bezoekt begin jaren negentig, ze zal dan zo rond de zeventig jaar oud zijn, een oude plek, een plek uit haar jeugd. Ze komt een andere vrouw tegen en die vertelt, bijna tussen neus en lippen door, dat ze op die plek terecht kwam omdat ze weg moesten waar ze vandaan kwamen: haar vader was koelak. Antonina is geschokt. Niet over het feit, het was haar en haar familie ook overkomen. Het was miljoenen overkomen. De schok was dat iemand dat zo maar durfde zeggen. Zonder angst en zonder eerst even om zich heen te kijken. Antonina, die keek nog even rond toen ze het hoorde want zelfs de buitenlucht heeft misschien oren. En dan, even later durft ze zelf ook: ik ben de dochter van een koelak.  

Aan die passage herinnert Keizer ons. Het is diep treurig maar niet helemaal hopeloos. Zoiets. Ik vind het tekenend voor de columns van Keizer en ik denk dat ik er daarom op gesteld ben, op die heldere pen, op die directe taal en op dat glimmertje zon. Menselijk, steeds weer menselijk (als de parafrase is toegestaan). En, Keizer is niet bang voor het dilemma. Hij koerst niet op oplossingen maar op omgangsvormen. Ook dat bevalt. Hij vraagt zich af: gaat er iets preventiefs uit van ons weten van het weten dat Figes zo onontkoombaar heeft opgetekend uit de monden van zijn informanten die de ellende van het fluisteren aan den lijve hebben ervaren en waarvoor Figes en zijn ploeg document na document hebben opgeduikeld om ze voor ons toegankelijk te maken?

Dat is een interessante vraag, juist in het licht van Figes’ grote studie. Door een exemplarische demonstratie van wat oral history is, toont het boek aan dat wie wil heersen de kinderen moet opeisen en via de kinderen de ouders disciplineren. Het begin was niet het fluisteren, het begin was het klikken over en het aanbrengen van ouders en opvoeders omdat ze nog aan de oude maatschappij hingen, de oude maatschappij nog belichaamden en de oude maatschappij weer terug zouden brengen als ze er de kans voor zouden krijgen. Dacht men. Wist men. Voorkwam men. De kampen, de moorden, het uit elkaar trekken van gezinnen, het deporteren van gezinnen, het schuldig verklaren van mensen omdat ze een relatie hadden met iemand die op dezelfde manier maar dan wat eerder schuldig was verklaard, het was allemaal preventie. Het fluisteren is ten opzichte van de verschrikkelijke preventie een reactie met als resultaat de eenzaamheid van de angst waar geen uiting aan kan worden gegeven. Even verschrikkelijk dus, ze zijn aan elkaar gewaagd.

De preventieve les van Figes is dat we het preventievirus – in ons land breder verspreid dan het griepvirus – moeten bestrijden.

18 januari

=0=

 

Startschot

Het is begonnen. We krijgen het Irak-onderzoek en de pogingen zich in te dekken tegen reputatieschade hebben een eerste hoogtepunt bereikt. Rapport DJZ/IR/2003/158 van juristen (Directie Juridische Zaken) van Buitenlandse Zaken. De juristen betogen dat er procedureel en substantieel weinig te halen is om een militaire interventie in Irak te steunen. Ze schreven het rapport op eigen initiatief omdat ze het te dun vonden om de minister alleen te bedienen met waar wel om was gevraagd: alles uit de juridische kast halen om de interventie acceptabel te maken. De secretaris-generaal van de DJZ hield het zaakje tegen. De minister kreeg het niet te zien. Of hij er ook niets van afwist, dat vertelt het verhaal nog niet. Maar de eerste stap om De Hoop Scheffer uit de wind te houden is gezet. Hij kan beweren dat hij het niet wist. Dat hij het ook niet wou weten, een kniesoor die erop let. En als hij het niet wist, wist het kabinet het ook niet. Komt dat even goed uit!

Het spel is dus begonnen. De bronnen worden aan het daglicht prijsgegeven. Ik zou denken dat het kabinet is begonnen en dan in het bijzonder het CDA deel van het kabinet, de enige constante in de regeringen sinds 2002. Er is gelekt en het NRC Handelsblad heeft een scoop. Alle nieuwsuitzendingen hebben het er over. Wat wil je nog meer als krant? Ik zou het niet weten maar wat ik als krantenlezer wil weten is waar het lek zit. Dat is, in het geheel van het aankomende onderzoek naar de gang van zaken rond Irak, essentiële informatie en die mag me niet worden onthouden. Uiteraard, de media zullen zich verschuilen en weigeren hun bronnen te noemen, maar daarmee bruuskeren ze het onderzoek. De media hoeven hun bronnen niet te onthullen, maar ze mogen het wel. En ik zou denken dat een krant als het NRC Handelsblad zichzelf alleen maar serieus kan blijven nemen als ze niet alleen heeft nagedacht over het plaatsen van de scoop, maar ook over het feit dat deze gebeurtenis juist nu plaatsvindt en een politieke betekenis heeft die nog wel wat verder gaat dan wat De Hoop Scheffer zich nu al dan niet mag herinneren. 

Ik stel een onderzoek naar het lek voor en de krant moet daarbij onder ede kunnen worden ge/verhoord.

17 januari

=0=

 

Onzinnig

Onzinnige vonnissen worden nooit getoetst. Bron: Willem Wagenaar gisteravond in gesprek met Pauw en Witteman, en Peter van Koppen vandaag in het AD. De rechters komen er dus mee weg. De oplossing van de heren: stel een nationale revisieraad in, naar Engels model. De oplossing verbaast me. Ik bedoel, ik kan niet nagaan of zo’n raad een verbetering zou zijn maar ik werd wel getroffen door een voorbeeld dat Wagenaar gisteravond gebruikte en ik vroeg me af of een revisie nog veel van de schade zou kunnen herstellen. Het ging om een vrachtwagenchauffeur die voor misbruik van z’n eigen dochter is veroordeeld. Hij zou haar jarenlang verkracht hebben. Maar, zo Wagenaar, het maagdenvlies van het meisje was nog heel dus dat werpt een geheel eigen licht op de claim van de chauffeur dat hij onschuldig is. Nu zijn er twee dingen. De rechter maakte van dit gegeven geen enkel gebruik bij het wijzen van het vonnis. Dat, zo Wagenaar, is ontoelaatbaar. Die zit. Het tweede punt is dat de chauffeur ter beschikking is gesteld en daar geldt dat je straf nooit ophoudt als je niet bekent. De chauffeur bekent niet en zal dat ook niet doen. Als hij terecht niet bekent, dus onschuldig is, komt hij de TBS kliniek nooit meer uit. Dat is een misstand. Die zit ook.

Hebben we daar een revisieraad voor nodig? Ik zie niet in wat je daar van kunt verwachten om de praktijk van de rechtspraak te verbeteren. Zo’n raad corrigeert als het kwaad al is geschied en je mag hopen dat daar ook een wat preventieve werking van uit gaat maar dat blijft afwachten.

Rechters in Nederland hoeven hun vonnis amper te motiveren. In het geval van de chauffeur was het kennelijk niet eens nodig om expliciet en als zodanig te motiveren waarom van het de chauffeur ontlastende bewijs geen gebruik werd gemaakt. Dat is raar en onwenselijk. Waarom geen pleidooi voor een plicht tot uitgebreide en inclusieve motivatie van een vonnis? De motivatie is de verantwoording van de rechter. Stel daar eisen aan en je hebt alleen al daardoor een rem op onzinnige vonnissen.

16 januari

=0=

 

Demonstratie

Als ik het goed heb is het volgens de redeneringen van Bram Moskowicz afgelopen met demonstreren. De Hoge Raad heeft dat ooit zo bepaald, na een aanklacht tegen die arme Hans Janmaat. Er was wat geroepen in een demonstratie, Janmaat was gewoon blijven demonstreren en daarmee ‘maak je tot het jouwe wat anderen roepen’. Omdat ik vind dat elke voetbalwedstrijd eigenlijk ook een demonstratie is kunnen die in één moeite door ook worden verboden. Er wordt veel geroepen tijdens voetbalwedstrijden en de fameuze leus van ‘Hamas, Hamas, alle joden aan het gas’ komt er zelfs vandaan. Het was Ajax tegen FC Utrecht geloof ik maar daar wil ik afwezen.
Voor diezelfde leus wordt Van Bommel nu aangeklaagd als Moskowicz z’n zin krijgt. Van Bommel beweert wel dat hij dat helemaal niet gehoord heeft maar dat doet er niet toe. Als je in een demonstratie zit moet je het horen, word je verondersteld alles te horen, doen we alsof je alles hoort. We doen ook alsof iedereen de wet kent, althans verondersteld wordt de wet te kennen, dus wat is het verschil? Zeker een Kamerlid dient de wet te kennen en dus ook de uitspraken van de Hoge Raad.
Het kan niet op. In twee hoofdredactionele commentaren (in Trouw en NRC Handelsblad) is opgeroepen het conflict in de Gaza niet één op één te vertalen in de ongemakken van ons eigen land. Vrome oproepen en ook niet helemaal eerlijk. Beide kranten wijzen op de vergissing van rabbijn Evers die meende dat Van Bommel maar beter de Auschwitz-herdenking een keertje kon overslaan. Maar de kranten hebben het niet over de Christen Unie die z’n solidariteit met Israel op bijbelse gronden belijdt en dat uitdrukkelijk laat uitventen door fractievoorzitter Slob. Daarmee betrekt Slob, op bezoek in Israël dat oorlog voert met de Palestijnen in Gaza, de religieuze factor uitdrukkelijk in het debat. Moet hij dat niet doen? Moet hij het conflict op zichzelf bekijken, technisch als het ware, langs de meetlat van wat nette oorlogen zijn en verbieden?

Het probleem is niet dat de religie wordt ingebracht. Het probleem is dat wij religie en etniciteit op elkaar blijven betrekken. Het antisemitisme is daar een voorbeeld van, met een lange geschiedenis. De islamofobie is een ander voorbeeld. In de Tweede Kamer wordt die vereenzelviging uitgedragen en op de spits gedreven door de PVV, die er z’n handelsmerk van heeft gemaakt. Wat nu in de maatschappelijke discussie wordt verwoord en waar de hoofdredactionele commentaren zich zulke zorgen over maken, is een weerkaatsing van de troep die de PVV verspreidt. Merkwaardig, dat met zoveel woorden uit te spreken is voor beide hoofdredacties een brug te ver. Daarmee houden beide kranten de hypocrisie in Nederland over de giftige koppeling van religie en etniciteit in stand.

Vroomheid is een slechte bezwering. Sommige discussies moet je niet willen ontlopen. En de vrijheid van demonstreren is wel een demonstratie waard.

15 januari

=0=

 

Energiek

Juist nu energie geen energie meer is maar politiek besluiten enkele provinciale besturen dat het te ingewikkeld wordt. Zij gaan verkopen aan de hoogst biedende. Essent is er al uit, Nuon gaat volgen. Een woordvoerder van Nuon stelde dat het bedrijf te klein is om serieus tegenspel te kunnen bieden aan grotere spelers. Dat is, las ik in de Metro van vanochtend, ook goed voor de consument want een sterk bedrijf kan de concurrentie aan en dus de prijzen laag houden.

Of niet. Het is zo naïef dat het lachwekkend is. Maak van provincies aandeelhouders en ze reageren niet anders dan de aandeelhouders van De Bank. Of het beter is van provincies aandeelhouders te maken of bankiers, het is een spannende kwestie. Geschikt voor geen van beide en toch steeds in het belang van het publiek. Er zou wat beter op ze gelet moeten worden.

De prijs van energie is een politieke prijs. De productiekosten spelen een rol maar zijn niet het belangrijkste. Belangrijker zijn accijnzen, koppelingen tussen prijzen, investeringen die via de prijzen worden gefinancierd zodat ze de winsten niet belasten. En het allerbelangrijkst is het verzekeren van de toegang tot energiebronnen. Dat heeft met een markt niks te maken, het heeft te maken met de macht die je vertegenwoordigt en met de machten die je kunt mobiliseren.

Het privatiseren van de energiemarkt is de wonderlijkste beslissing van de EU. Het is niet gek dat landen als Frankrijk en Duitsland die beslissing bedaard in eigen land ontmantelen en tegelijkertijd hun domein uitbreiden door buitenlandse aankopen. In Nederland hebben we voor de Oekraïne-route gekozen. Wij het netwerk, jullie de energie.

Als de nood aan de man komt: eerst die provinciale bestuurders afsluiten.

14 januari

=0=

 

Finale

Had Bush fouten gemaakt? Ach fouten, zei de scheidende president. De toon had wel eens beter gekund en dat er in Irak geen massavernietigingswapens waren aangetroffen was een grote teleurstelling. Katrina? De mensen waren het dak nog niet opgevlucht of de overheid was er al om ze te redden. Niks laksheid dus, dat wou hij nu wel gezegd hebben op z’n laatste persconferentie. Of het een zwaar ambt was? Dat viel hard mee. Je kunt natuurlijk zeuren over de last die je draagt maar je moet niet zeuren. Zwaar was het eigenlijk niet geweest, wel belangrijk en spannend.

We zagen een man die af en toe probeerde een grapje te maken, een vriendschappelijke sfeer te scheppen met de journalisten die vele jaren vaste prik waren geweest op zijn persconferenties. Die er ontspannen uit wou zien. Zelfs dat mocht niet lukken. Af en toe kwam het gezelschap journalisten in beeld. Ze lachten niet, glimlachten niet. Ze keken alsof ze niet goed wisten wat de president van hen wou en ze straalden uit dat het er ook niet veel toe deed want meespelen, daar hadden ze toch geen zin in. Ze accepteerden als echte routiniers de slechte woordkeus en de wonderlijke zinnen die de president als steeds produceerde. Ze waren het gewend en hadden hun verwachtingen bijgesteld.

Jammer was dat wel. Een president die teleurgesteld is als massavernietigingswapens niet worden gevonden is niet slechts curieus (hadden ze die krengen maar wel gehad!), hij zal ook nooit bereid zijn om toe te geven dat hij twee fouten in één beweging heeft gemaakt. Een president die gemakshalve vergeet dat de oorlog met Irak hem een tweede termijn heeft bezorgd en die desniettemin beweert – als voor iedereen behalve hemzelf duidelijk is dat de oorlog een fout was en de officiële aanleiding ook en dat daardoor de oorlog impopulair werd – dat het zijn taak is impopulaire maatregelen te nemen (en daar zullen jullie me op de lange duur dankbaar voor zijn – je hoort het meezingen), zo’n president had zelfs op z’n laatste persconferentie niet gespaard mogen worden.

Ik geef toe, ik vond het ook een meelijwekkend gezicht.

13 januari

=0=

 

Verhouding

Als een staking voor de rechter komt wordt altijd gelet op de verhouding tussen het doel van de staking, de ingezette middelen en de gevolgen voor derden (het publiek). Daarbij speelt de aanleiding of redelijkheid van de staking als zodanig een rol maar die is niet doorslaggevend. In alle gevallen is het verboden de directeur van de onderneming thuis te bedreigen, een autobom te plaatsen of een raket op z’n huis af te schieten. Dat verbod geldt algemeen. Het is ook verboden het publiek essentiële diensten te onthouden. Voor het overige is er een ruime marge van interpretatie wanneer de overlast voor het publiek de spuigaten uitloopt en wanneer de staking meer schade aan de ondernemer toebrengt dan vanuit het doel van de staking kan worden gerechtvaardigd.

Ter discussie staat doel en middelen van de stakers. Niet van de onderneming. Als is dus wordt gesproken over ‘disproportioneel’, over een wanverhouding tussen doelen en middelen, dan gaat het niet over een vergelijking tussen wat de ondernemer doet en wat de stakers doen maar om wat de stakers doen en of dat gerechtvaardigd is, gelet op hun doelstellingen.

Bij de oorlog in Gaza schijnt dat anders te liggen maar ik begrijp niet goed waarom. Hamas pleegt handelingen die gewoon verboden zijn. Het zijn misdaden en laffe ook nog. Israel pleegt misdaden als het ten tijde van het bestand leden van het Hamaskader blijft vermoorden en het begaat ernstige overtredingen als het tijdens een bestand de afspraken over leveranties van voedsel schendt. De vraag naar verhoudingen is, aan de kant van Israel, of de ingezette middelen in verhouding staat tot het doel en of het publiek daar onevenredig veel schade door oploopt. Over de aanleiding hoeven we het niet te hebben. De raketten van Hamas zijn meer dan genoeg aanleiding. Geen staat kan het zich permitteren z’n burgers te laten belagen met raketten en op die regel is Israel geen uitzondering. Maar dat is het begin naar de vraag naar de proporties, niet het antwoord er op.

Natuurlijk is het geweld van Israel disproportioneel. Al was het alleen maar vanwege de gevolgen voor de burgerbevolking. Of het de doelen van Israel in diskrediet brengt en beschadigt: ik denk het wel maar daarover verschillen de meningen. Maar waar het in elk geval niet over gaat is de vergelijking van de raketten van Hamas en de bommen en tanks van Israel. Dat daar in het Nederlandse parlement de meeste aandacht naar uit is gegaan tekent de deplorabele kwaliteit van dat orgaan, slaafs aan de leiband van een regering die ook liever z’n overtuigingen uitvent dan z’n verantwoordelijkheden neemt. (Voor de duidelijkheid, met overtuiging en verantwoordelijkheid doel ik op de twee typen ethiek die Weber de politiek gunde). Hoe zei Hans Teeuwen het ook al weer? Max Pam in zijn column bij Buitenhof gisteren had het er nog over: er wordt heel wat over die Joden gezegd maar die Duitsers konden er ook wat van. Of woorden van deze strekking. Precies, en als dat het geval is hebben we recht en rechtsstaat niet meer nodig en moeten we ook hopen dat er nooit meer gestaakt zal worden. Want: de verhoudingen zijn zoek. Als het alles hetzelfde is hebben we alleen nog meer van hetzelfde en dan doet niets er meer toe.

12 januari

=0=

 

Clichés

Of het toeval is. Dat wil Balkenende wel eens weten: is het ‘toeval dat juist in landen met een calvinistische traditie als Nederland, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië de democratie zo sterk geworteld is?’ (Trouw, Podium 10 januari, pagina 39).  Het klinkt heel strijdlustig en zo is het ook bedoeld. De premier voelt zich kiplekker met zijn Calvijn (de auteur die in zijn Institutie, boek 1, hoofdstuk 8, paragraaf 10, de Joden beschreef als ‘de bitterste vijanden van Christus’, maar – zo haasten de exegeten daar aan toe te voegen – dat was niet racistisch bedoeld hoor!) en laat het ons weten. Dat is mooi en dat de premier meent dat een Calvijn ‘zonder clichés’ ook vandaag nog actueel is. Alles helpt in de kredietcrisis en Calvijn zeker. Meent de premier.

Uit Max Webers opstel over de protestantse ethiek herinner ik me dat in de calvinistische heilsleer de mensen voorbestemd, gepredestineerd, waren en dat je daar knap neerslachtig van kon worden. Waar zit daar de ‘eigen verantwoordelijkheid’ die volgens de premier de kern van de leer is? Eigen verantwoordelijkheid voor een toekomst waar je geen enkele greep op hebt? Een aantal protestantse sekten hebben daar een aardige psychologische (het woord komt van Weber en het staat hier tegenover ‘theologisch’) wending aan weten te geven, uiteraard theologisch verkleed maar dat was alles nog in die dagen. Het zijn die sekten geweest die Weber citeert als clubs met een zekere ‘Wahlverwandtschaft’ met de kapitalistische ‘geest’. Weber is zorgvuldig genoeg om het zaakje te beperken tot de geest, tot de ‘cultuur’ dus. Dit is wat Balkenende van de zogenaamde Weber-these heeft gemaakt: dat de protestantse ethiek het kapitalisme bevordert. Ja, en als we de net overleden Huntington mogen geloven doet een gematigd klimaat dat ook. Lange halen, snel thuis.

Als ik de premier moet geloven danken we de markteconomie en de democratie aan het calvinisme, althans aan een aantal ondernemende sekten die hun overtuiging meenamen uit Engeland, nog even hier bivakkeerden en toen de oversteek naar Amerika waagden. Dat is wat ik maak van die opmerkelijke uitdrukking ‘landen met een calvinistische traditie’. Heeft Engeland een calvinistische traditie? Over Schotland valt een mooi verhaal te houden en over de export van dogmatisme naar Noord Ierland ook maar Engeland als land met een calvinistische traditie? De Anglicaanse staatskerk zal het met enige verbazing aanhoren vermoed ik. Daar staat ze dan niet alleen in.

De premier ziet het breed. Zijn stelling dat de democratie in de VS schatplichtig is aan een calvinistische traditie, is een lezing van dat land die volstrekt uniek is. Zo niet idioot. Het wachten is op het vervolg: hoe God kalkoenen zond en zo het geloof in leven hield en met het geloof het geloof in de democratie. Zou God zo ver gegaan zijn de Amerikanen in te fluisteren dat een scheiding van staat en godsdienst de enige juiste lezing van zijn geboden was?

En wij dan? Is Nederland – niet zo snel overigens met z’n gang naar het kapitalisme, niet zo snel overigens met het instellen van democratische instituties en praktijken – een land met een calvinistische traditie? Ongetwijfeld, maar hebben we daardoor welvaart en democratie? Hebben daar, ik noem maar wat, het ontbreken van een absolute monarchie, de opmerkelijke decentralisatie van de bestuursmachten, de co-existentie met het katholicisme en later de verzuiling, niet ook iets mee te maken? Hebben landen als, bijvoorbeeld, Denemarken en Zweden met hun lutheraanse traditie niet op z’n minst even veel recht op een bondje tussen hun geloofsartikelen, hun voorspoed en hun net wat minder monarchale democratie?

Ik heb niks tegen clichés. Wel tegen slechte clichés. Balkenende is een slecht cliché. Dat hij dit soort rare uitingen presenteert als premier is hautain. Dat hij het ook doet als partijleider van het CDA: ik hoop dat het niet-calvinistisch angehauchte smaldeel in die partij toch op z’n minst even de wenkbrauwen zal fronsen.

Als ik de Christen Unie was zou ik de premier er aan helpen herinneren dat theologische exegese op calvinistische grondslag bij hen in betere handen is.

11 januari

=0=

 

Meel

Op het weblog van Maarten Haverkamp, buitenlandwoordvoerder van de CDA fractie in de Tweede kamer, stond al op 29 december te lezen dat hij niet wist wat proportioneel dan wel disproportioneel geweld was. Iedereen is even belangrijk is zijn idee en dan is het onbegonnen werk om te zeggen dat tien doden proportioneel en achthonderd doden disproportioneel geweld is. Het is voor Maarten kennelijk zo dat als er een gat in de dijk dreigt te ontstaan elke zandzak even belangrijk is en dat je dan niet moet zeuren over tien of  achthonderd zandzakken. Ook een redenering.

Woensdagavond zag ik Maarten bij Pauw en Witteman en daar herhaalde hij zijn idee over (dis) proportioneel. Hij kwam er niet best af op tv. Hij hakkelde. Hij had meel in de mond. Gisteravond zag ik bij Nova de ambassadeur van Israel. Het was alsof hij z’n tekst had afgestemd met het CDA want het klonk allemaal vrijwel gelijkluidend. Is er een tekst die sommige bevoorrechten zoals het CDA en Israel ontvangen van de president van de VS en die zij raadplegen alvorens wat te zeggen? Je zou het gaan denken.

Wie niet weet wat proportioneel of disproportioneel is weet niet wat het verschil tussen doel en middel is want daar komt de discussie over proportie vandaan. De discussie betekent voor beschaafde staten dat niet alle middelen geoorloofd zijn, dat sommige middelen niet neutraal zijn en andere zelfs nooit. De discussie betekent dat doelen niet al hun eigen verantwoording zijn maar zowel op zichzelf, in verhouding tot andere doelen en met betrekking tot de in te zetten middelen verantwoord moeten worden.

Dat de woordvoerder buitenland van het CDA en zijn minister dat niet weten is treurig. Dat woordvoerders van andere partijen zich drukker maken over de belachelijke Harry van Bommel dan over dit verontrustende en onacceptabele standpunt van het CDA tekent de droeve staat van het Nederlandse politieke gebeuren. Als de VS een resolutie in de Veiligheidsraad toestaat – vermoedelijk over een staakt het vuren – zijn Nederlandse politici en masse voor die resolutie. Boodschappenjongens. Over het buitenlands beleid wordt met meel in de mond gesproken. Geen wonder dat een onderzoek naar de besluitvorming over Irak wordt afgeschoten.

9 januari

=0=

 

Streng

Van elke tien PVV stemmers vinden er zeven dat de doodstraf moet worden ingevoerd, van elke tien TON stemmers zes. Het gemiddelde in Nederland ligt op bijna vier op tien. Lees ik in Trouw, dat met de EUR opnieuw onderzoek heeft laten verrichten naar ‘de staat van het recht’. Er moet worden opgetreden is de algemene teneur, maar vuurwapens hebben we niet nodig. Negen op de tien mensen heeft er geen behoefte aan.

En er moeten meer sancties komen. Op leden van politie en justitie die grove fouten maken bijvoorbeeld. En op mensen die financiële wandaden hebben begaan, zoals bankiers. Dat is nog eens interessant, want welke wandaden zijn nu precies begaan? Oplichters zoals Leeson, Kerviel en Medoff zijn in Nederland nog niet gesignaleerd voor zover ik weet. Er is met groot geld gewerkt, een aantal bankiers en andere financiële handelaren is er met een mooi bedrag uitgestapt en er is groot geld verloren. En het is nog niet afgelopen. Maar wandaden? Strafrecht?

Het onderzoek laat zien hoe groot de invloed van de media op onze rechtsbeleving is. Nog altijd bestaat de indruk dat er niet hard genoeg wordt opgetreden en dat de strafmaat wel wat hoger kan. Nederland zit internationaal al hoog maar kennelijk is het nog niet genoeg. Bovendien hebben we behoefte, zoals bij de bankiers, aan strafrecht waar het nog niet bestaat. Dat lijkt me een media-effect. De exorbitante zelfverrijking van een paar jaar geleden is breukloos overgegaan in een algemeen oordeel over hebzucht. Bij hun natuurlijk, niet bij ons. In Wall Street, niet in Main Street, op het Beursplein, niet in de Watergraafsmeer. Het werkt, dus het heeft effect. Je kunt niet stelselmatig schrijven en spreken over ‘graaiers’ zonder de associatie met ‘ladenlichters’ op te roepen. Die moeten worden gestraft, toch?

Liever zou ik zien dat alle ‘autoriteiten’ die we met onze deregulering erbij hebben gekregen, zoals die van de financiële markten, eens wat zouden doen. Daar zijn ze voor. Maar die houden zich muisstil. We hebben toezichthouders die al tevreden zijn als de financiële bijsluiters niet al te burlesk zijn beschreven. Ondertussen wordt overal elders over nieuwe vormen van toezicht op geld en krediet nagedacht terwijl van al te veel regie op dat vlak weinig blijkt. We hebben niet meer strafrecht nodig, maar beter financieel, grensoverschrijdend, recht, en beter, opnieuw grensoverschrijdend, monetair gezag. De behoefte aan meer strafrecht toont niet meer aan dan een verontrustende overeenkomst (en stilzwijgende instemming) met een staat die op steeds meer nieuwe terreinen stappen zet om ons mores te leren.

7 januari

=0=

 

Wraakgodinnen

Als Orestes wordt vrijgesproken van de moord op zijn moeder (en op zijn stiefvader maar ik geloof dat daar nooit een punt van is gemaakt) veranderen de wraakgodinnen in de welwillenden. Dat is althans één variant van het Orestes verhaal. Het is de variant die Jonathan Littell eer aandoet in zijn monumentale roman De Welwillenden. Max Aue, de hoofdfiguur in de roman, voormalig SS-er, beschrijft de misdaden van de nazi’s en zijn deelname eraan. Gedetailleerd, geïnformeerd, en gecomponeerd vanuit een inmiddels veilig bestaan in de handel in het naoorlogse Frankrijk. Getrouwd is Aue ook nog, en vader.

Waaraan is Aue onschuldig? Aan meedoen met volkerenmoord? Uit de roman hou ik de indruk over dat Aue zich daar niet zo’n zorgen over maakt. Schuld is collectief, niet individueel (het is één der overeenkomsten tussen nazi’s en stalinisten zou je in navolging van een enkele discussie tussen Aue en een Russische krijgsgevangene kunnen concluderen). Het individuele aandeel, ach dat wordt door Aue eerder met esthetische ogen bekeken dan met morele. De moraal is afgeschaft – ook Ernst Jünger komt nog even voorbij – en dan gaat het nergens meer over als je een afzonderlijke persoon de morele maat wilt nemen. Dat perspectief op de zaak wordt door Littell consequent vastgehouden. Het levert een onrustbarende roman op en alleen al door dit perspectief ook een waardevolle roman. Het drukt ons met onze neus op onze feiten zal ik maar zeggen.

Aue heeft ook zijn moeder vermoord, en zijn stiefvader. Hij weet het niet – hij had kennelijk een black out tijdens de moordpartij – en hij vermoedt ook niet dat de twee kindertjes die in hetzelfde huis woonden als zijn moeder ongetwijfeld de zijne zijn, geboren uit de incestueuze relatie van Max met zijn zus. Zover had Elekra het niet gebracht en Orestes ook niet. Dit bod is wat zwaar, en dat niet alleen omdat Aue zo schuldig is als maar kan. Maar hij wist het niet – een historisch flauwe vergelijking en een mythologisch ongedekte cheque in één.

Het weegt echter in de eerste plaats zwaar omdat het een veel te grote plek in het boek inneemt en aanleiding is voor talloze en uitgebreide beschouwingen over het individu Max Aue, zijn jeugd, het verdwijnen van zijn vader, het hertrouwen van zijn moeder met een Fransman, de liefde van Max met zijn zusje, hun verwijdering na ontdekking en hun geïsoleerde internaatsbestaan als straf, zijn homoseksualiteit. Enzovoorts. Oeverloos meestal. En vooral: overbodig.

Als gevolg van Max’ onweerstaanbare fusie van individuele problemen en historische gebeurtenissen worden ook twee detectives geïntroduceerd die het individu Aue op z’n daden moeten aanspreken. Dus wordt het verhaal gelardeerd met passages in een onderzoek naar de moordpartij, de positie van de kindertjes in dat geheel, de rol en het weten van zijn zus. Een onderzoek door een soort Jansen en Janssen die op de meest onmogelijke momenten opduiken, in rare zinnen en met rare vragen Aue’s schuld opwerpen, en aan het einde van de roman het leven laten. Evenals overigens een SS vriend van Aue die hem even in de weg stond bij zijn plannen na de oorlog niet verantwoordelijk gesteld te kunnen worden voor zijn misdaden als nazi. Dan neemt de roman af en toe potsierlijke vormen aan en de roman wordt daardoor ook wat ongeloofwaardig. De gehele roman dan want de verhalen over het individu Max zijn onverbrekelijk verbonden met de geschiedenis van de persoon Max en diens SS masker. De welwillenden dekken alles af, de collectiviteit en de individualiteit. Niemand gelooft het, behalve Max Aue die tevreden vanuit Noord Frankrijk z’n handeltje drijft en van daar uit af en toe zelfs een bezoekje aan het oude vaderland kan brengen.

Gelukkig dat z’n vrouw nergens van weet.

6 januari

=0=