Van de redactie
Het
witte muizenplan
Dit nummer staat in het teken
van te laat gekomen zijn. We komen niet te laat, verre van dat. We
hebben het gevoel te laat te komen. We zijn altijd bereikbaar, overal tegelijk
en nergens aanwezig. We hebben haast en zijn ongeduldig. We voelen de
druk te innoveren omdat we het ons niet kunnen permitteren het niet te
doen. De tijd vraagt erom, maar innovatie is niet vraaggericht en
haastige innovatie is geen innovatie. De gemankeerde innovatie vergroot
de druk, het gevoel te laat te komen.
De halve minuut van het
opstarten van de pc ervaren we als verlies. We googelen een wereld bij
elkaar die in een fractie van een seconde zoveel informatie vrijgeeft
dat we geen tijd hebben goed te selecteren, laat staan kennis te nemen
van onze selectie, laat staan er op in te gaan. We laten slechts sporen
na. Google weet het. We spreken niet, we bloggen. We zijn zo postmodern
dat we niet eens de tijd hebben om de moderniteit netjes af te sluiten
en bij te zetten. We zijn als in het spelletje waar de deelnemers het
antwoord al hebben gegeven voordat de vraag is gesteld. We zijn
vraaggericht en vraaggericht is de vraag voor zijn. Omdat anders de
anderen jou voor zijn. Vraaggerichtheid vraagt om training, om bij de
les blijven, om beweging, om participatie, om werk. Noem het
flexibiliteit.
Flexibiliteit was ooit, met
Gregory Bateson, een ongebonden veranderingspotentieel. Conceptueel
lijkt me dat niet gek, onvermijdelijk zelfs als we met zinnige concepten
willen werken, maar zo gaan we er niet mee om. We willen wel het
potentieel, maar dan gebonden graag. We organiseren het. We maken er een
witte muizenplan van.
Het witte muizenplan was de
naam die tekenaar Opland in een aardige cartoon aan de Wet Universitaire
Bestuurshervorming (de ‘wet Veringa’, in 1970 aangenomen, in 1972
ingevoerd) meegaf. Ik mag er altijd nog graag naar kijken. Alle muizen
doen mee; het zaakje ziet eruit alsof hun meedoen ook echt nodig is om
het mechaniekje te laten slagen. Samen werken, samen leven als het ware,
de voorafschaduwing van een maatschappijbeeld dat ons steviger dan ooit
wordt ingeprent. En ik houd van het geamuseerd-vergenoegde gezicht van
Veringa. Zo is het goed, straalt het uit. Ze mogen nog heel wat binnen
hun structuur, ze hebben ‘medezeggenschap’. Het houdt ze bezig. Het
is ordelijk. Het is georganiseerd.
 |
De ongedurige studenten van
toen dachten aan iets nieuws begonnen te zijn. Een kleine vergissing.
Wat overjarig meubilair verwijderen is niet hetzelfde als een nieuwe
inrichting. De vergissing werd goedgemaakt door de situatie postmodern
te noemen. In dat geval is de WUB de postbezorger, de bezorger van een
nieuw maatschappijbeeld, een beeld van de maatschappij als organisatie.
In de jaren negentig werd de WUB uiteraard gemoderniseerd. We kregen de
MUB. De universiteit werd ondernemend, toonbeeld van de werkende
maatschappij. De universiteit werd school, de school het voorportaal van
de maatschappij. Het witte muizenplan. Net op tijd? We doen ons best.
Gaat het lukken? Als we erin geloven. Participeert en gij zult geloven.
Ton Korver
|
|