DAGBOEKHOUDER
Aantekeningen van een ongeduldige toeschouwer

Ton Korver

Amsterdam 2017

Ga naar Archief:
2007–2008–2009–2010–2011–
2012–2013–2014–2015–2016-2017


Om naar het begin van de pagina te gaan: klik op =0=


Augustus

Bucketlist

Systeemperversie

Juli

Bekentenis

Buitenbeentje

Gig

Pleinvrees

Babyboomer

Metafora

Representatief

Internationale

Wegens succes gesloten

Lease

NEP: Nieuw Economisch Product

Juni

Paraplu

Kartel

Wereldvreemd

Onbeduidend

Vervuild

Imperiaal

Mensenrechten

Ondernemer

Centrumrechts inhalen

Eerlijk

Mei

Gelegenheid

Bewegen

Uitleggen

Nablijven

Neutraal

Meel

Vastgelopen

April

Nadagen

Prikkel

Paasstol

Verval

Schreeuwers

Focus

Niche

Maart

Haast

In den beginne

Als jij het zegt

Omdraaien

Losbandig

Toekomst

In plaats van

Verloren

Vernedering

Kogel

Creatief

Gelovige

Februari

Vilein

Bemiddelen

Fundering

Dankbaar

Meel

Iets te kiezen

Interpretatiemening

Toonvoorbeeld

Gouden bergen

Wiens taal men eet

Taalgestuurd

Reclame-inkomsten

Nut en noodzaak

Generatie-frame


Januari

Grimmige nonsens

Verdrongen

Een betere zaak

Plafond

Verdringing

Een malicieuze charlatan

Examen

Onbevooroordeeld

Lezing

Op herhaling

Liquide middelen

Verloochenen

Verplichte bewegingen

Vijftig miljoen

Te duur

Bazelen

Druppelen


Maxima Moralia
 
Dat had ook de titel kunnen zijn van dit bundeltje aantekeningen. Maar ik wil niet overdrijven. Zo dicht op de huid zitten me de sketches hieronder nu ook weer niet. Ze gaan over dingen die me bezighouden en waar soms de handen van jeuken. Dat is nog niet hetzelfde als het ‘verzonken in ervaring’ dat de Minima Moralia van Adorno als keurmerk heeft. Je moet afstand weten te bewaren. Dat geldt voor de politiek – die karakterlozer wordt met elke nieuwe stap om vooral dicht bij de burger te blijven – en het geldt voor mij.

Niettemin, het kan altijd beter. En dat is een tweede verschil tussen mij en het inspirerende voorbeeld van Adorno. Er is geen goed leven in het slechte is een dictum dat nog uitgaat van een herkenbaar onderscheid tussen goed en kwaad. Daaruit vloeit het oordeel voort. Inmiddels twijfelen we ook daaraan. Dat is geen reden tot wanhoop. Eerder het omgekeerde. Twijfel is, met de gave ons te kunnen vergissen, de opmaat voor schaven en beschaven. Dat wordt makkelijk vergeten, en hoe drukker we het hebben hoe makkelijker. Ik ben aan diezelfde drukte gebonden. Vandaar het ongeduld, gekoppeld aan de afstand die ik met de woorden ‘aantekeningen’ en ‘toeschouwer’ verbind en het voorbijgaande dat meeklinkt in de titel waar ik uiteindelijk voor heb gekozen: dagboekhouder.

 


FiB
tijdschrift Filosofie in Bedrijf

Archief

Dagboekhouder 55
november - december 2016

Dagboekhouder 54
september - oktober 2016

Dagboekhouder 53
juli - augustus 2016

Dagboekhouder 52
mei - juni 2016

Dagboekhouder 51
maart - april 2016


Dagboekhouder 50
januari - februari 2016

Dagboekhouder 49
november-december 2015

Dagboekhouder 48
september-oktober 2015

Dagboekhouder 47
juli - augustus 2015

Dagboekhouder 46
mei - juni 2015

Dagboekhouder 45
maart - april 2015

Dagboekhouder 44
januari - februari 2015

Dagboekhouder 43
november - december 2014

Dagboekhouder 42
september - oktober 2014

Dagboekhouder 41
juli - augustus 2014

Dagboekhouder 40
mei - juni 2014

Dagboekhouder 39
maart - april 2014

Dagboekhouder 38
januari - februari 2014

Dagboekhouder 37
november - december 2013

Dagboekhouder 36
september - oktober 2013

Dagboekhouder 35
juli - augustus 2013

Dagboekhouder 34
mei - juni 2013

Dagboekhouder 33
maart - april 2013

Dagboekhouder 32
januari - februari 2013

Dagboekhouder 31
november - december 2012

Dagboekhouder 30
september - oktober 2012

Dagboekhouder 29
juli - augustus 2012

Dagboekhouder 28
mei - juni 2012

Dagboekhouder 27
maart - april 2012

Dagboekhouder 26
januari - februari 2012

Dagboekhouder 25
november - december 2011

Dagboekhouder 24
september - oktober 2011

Dagboekhouder 23
juli - augustus 2011

Dagboekhouder 22
mei - juni 2011

Dagboekhouder 21
maart - april 2011

Dagboekhouder 20
januari - februari 2011

Dagboekhouder 19
november - december 2010

Dagboekhouder 18
september - oktober 2010

Dagboekhouder 17
juli - augustus 2010

Dagboekhouder 16
mei - juni 2010

Dagboekhouder 15
maart - april 2010

Dagboekhouder 14
januari - februari 2010

Dagboekhouder 13
november - december 2009

Dagboekhouder 12
september - oktober 2009

Dagboekhouder 11
juli - augustus 2009

Dagboekhouder 10
mei - juni 2009

Dagboekhouder 9
maart - april 2009

Dagboekhouder 8
januari - februari 2009

Dagboekhouder 7
november - december 2008

Dagboekhouder 6
augustus - oktober 2008

Dagboekhouder 5
april - juli 2008

Dagboekhouder 4
januari - maart 2008

Dagboekhouder 3
augustus - december 2007

Dagboekhouder 2
mei - juli 2007

Dagboekhouder 1
januari - april 2007

 

Dwerg

Van de benaming ‘dwerg’ houden we niet en ook lilliputter ervaren we als denigrerend. Zeggen de mensen die wij als dwerg of lilliputter betitelen. Zelf noemen ze zich ‘kleine mensen’, zij het met die kanttekening dat je mensen hebt die klein zijn en kleine mensen die behalve klein nog een eigenschap hebben en wel dat ze de figuur van hun kleinheid te danken hebben aan een groeistoornis.

In Canada worden dezer dagen de wereldkampioenschappen voor ‘dwarfs’ georganiseerd; in ons land spreken we van het wereldkampioenschap voor kleine mensen. We lopen graag voorop, hoewel zelfs bij ons niet alle kleine mensen mogen meedoen. In andere landen ook niet, maar ik weet niet of die het ook over kleine mensen hebben of toch maar over dwergen. Hoe dan ook, Schotlands voormalige voetbaltrots Jimmy ‘de vlo’ Johnstone voldeed bijvoorbeeld om en nabij wel aan de lengte-eisen maar hij had geen groeistoornis. Hij was als iedereen maar dan klein uitgevallen. Hij was gewoon een klein opdondertje, net zoals Elinkwijks van Robin Hood overgenomen wondervoetballertje Charlie Marbach (die bij Elinkwijk van 1956-1959 speelde). Is er al een boek over Charlie? Een ongelooflijke balgoochelaar. En een tragische jongen. En klein, nog kleiner dan Frank Mijnals (ook al van Robin Hood) die in dezelfde tijd bij Elinkwijk speelde (met zijn beroemde broer Humphrey Mijnals, de eerste voetballer die van Robin Hood naar Utrecht toog).

Kleine sportmensen met grote sportprestaties genoeg. En aparte wereldkampioenschappen voor weer andere kleine sportmensen. Verschil moet er zijn. De moeilijkheid is dat we niet altijd even goed opletten en daarom soms verschillen wegpoetsen (noem ons maar ‘kleine mensen’) om ze even later en met veel omhaal van woorden weer in te voeren (nee, niet iedereen die klein is mag meedoen). We hebben taal om verschil te maken; het wordt niet altijd op prijs gesteld als je in de taal verschil maakt. Non-binaire personen houden niet van binaire verschillen zoals man/vrouw. Je hoeft er ook niet van te houden, je moet er talig iets mee doen. Hun oplossing bestaat er voorlopig in om met het oog op genderneutrale taal het sekseverschil talig onherkenbaar te maken, er talig niets mee te doen dus. Dat is armoe. Dat valt niet bij ieder binair persoon in even vruchtbare aarde. Ik hoop dat het ook bij de nodige non-binaire personen niet in vruchtbare aarde valt. Ik vraag me overigens af of ‘vruchtbaar’ wel een genderneutraal woord is. Dat zouden we eens aan de muilezels onder ons moeten vragen.

Om de aanzienlijke variëteit onder mensen te vieren hebben we steeds meer benamingen nodig, niet steeds minder. Er is veel te zeggen voor paraplu-termen waar we iedereen onder kunnen scharen. Zoals burger, reiziger, aanwezige, kijker, luisteraar, lezer, laat ik de lezer niet vergeten. Al die termen zijn er al. Maar onder die paraplu moeten vooral de verschillen aanwezig blijven en je bewijst de verschillen geen dienst door ze onder te dompelen in een moraliserende non-binaire saus waar niemand aanstoot aan zal nemen omdat de saus toch nergens naar smaakt en die desondanks en precies daarom aanstootgevend is.

Een dwerg is een klein persoon en niet elke kleine persoon is een dwerg. Ze zeggen het zelf, de dwergen en de andere kleine personen.

Overigens zijn unisex toiletten best een goed idee. Thuis weten we dat al lang, dus als ze die nu overwegen voor publieke ruimtes zijn ze aan de late kant – maar beter laat dan nooit.

3 augustus 2017

=0=



Bucketlist

‘Maak jij je nou voorlopig maar geen zorgen over je pensioen’ is de begeleidende tekst bij een cartoon van Peter van Straaten. We zien een vrouw die, gezeten op een bank naast een opengeslagen krant, haar arm beschermend om de schouder legt van een voor de bank staand jongetje van een jaar of tien. Tegen de hoek van de bank ligt, om de jeugd van het jongmens extra te onderstrepen, een knuffelbeer. Een moeder en haar zoontje, denk je dan, met een krant om de opdringerige wereld aan te duiden die ook de jongsten onder ons steeds vroeger en steeds explicieter bereikt.

De moeder heeft het bij het verkeerde eind. Wil je in de toekomst nog ergens op kunnen rekenen dan moet je zo vroeg mogelijk zelf aan het rekenen slaan. Zegt hoogleraar financieel management Dirk Brounen (NRC Handelsblad, 29 juli 2017). Je moet eens een begroting maken voor je geluk, zegt hij.

Hij is zelf het gelukkige voorbeeld van zulk geluk. Al op z’n tiende hield hij een boekje bij waarin hij noteerde wat hij had en wat hij uitgaf, ‘met grafieken en al’. Hij doet het nog en hij vergast zijn gezin eens per jaar op een uiteenzetting over hun financiële situatie. Als je droomt van een tuinhuis moet je weten wat een tuinhuis kost, leert hij zijn kinderen. Of je ook van mantelzorg kunt dromen en rekenen, en of je van persoonlijke en gezinsdrama’s kunt dromen en rekenen, dat staat er niet bij.

Toch jammer, want het zijn bij uitstek deze kwesties waarvoor de mensen ooit op de verzorgingsstaat dachten te mogen vertrouwen, niet om daar gelukkig van te worden maar om er niet nog ongelukkiger van te worden dan je al kunt worden door ziekte en pech en tegenslag. Brounen houdt ons een spiegel voor: de overheid, zegt hij in navolging van Rutte, is geen geluksmachine. Dat was behalve Rutte en tot Brounen ook niemands mening, maar waar het Rutte en Brounen om gaat is ook helemaal niet het geluk of ongeluk, het gaat hen om het principe van eigen schuld, dikke bult. Je hebt het aan jezelf te danken, suffie. Had je maar beter en eerder en vaker moeten rekenen in plaats van bij je moeder te gaan sippen.

In de verzorgingsstaat dachten de mensen slapend rijk te worden, in de tegenwoordige participatiemaatschappij moet je er zelf voor zorgen ‘nooit meer slapend arm’ (de titel van het financiële receptenboek boek van Brounen) te worden.

Het geval wil dat Brounen niet alleen als hoogleraar financieel management door het leven gaat maar ook als hoogleraar vastgoedeconomie, de sector bij uitstek waarvan elke vastgoedbezitter weet dat je daar in goede tijden hartstikke slapend rijk van wordt. En in slechte tijden? Dat hangt er van af maar wees ervan verzekerd dat het vastgoed een financiële managementstak heeft (met ook hoogleraren vastgoedeconomie annex financieel management op die tak) die ervoor zorgt dat de door de overheid geschraagde verzorgingsarrangementen voor financiën en financiering van vastgoed overeind zullen blijven. Door op het belang voor de economie te wijzen, door op het belang van de financiële sector te wijzen, door op de verwevenheid van private en openbare financiën te wijzen. De verzorgingsstaat is niet afgeschaft, alleen het publiek ervan is ingrijpend van samenstelling veranderd. Ik denk dat de arme studenten van Brounen dat niet te horen zullen krijgen, althans niet van hem.

Trouwens, de participatiemaatschappij heeft ook voordelen, zoals bijvoorbeeld dat je daarin je bucketlist beter kunt afwerken. Zegt Brounen. Toch, nu is het zo dat je vermogen mede door fiscale regelingen vaker wel dan niet vastzit (want belegd in je huis, belegd in je pensioenvoorziening). Dat moet anders denkt de financiële sector en dus Brounen. Het kan beter, en wat is nou beter dan al dat vermogen steeds opnieuw in circulatie te brengen, het (het zijn economen als Brounen die het beeld gebruiken) voor jou ‘aan het werk’ te zetten?

Stel je voor, je hebt én je huis én je overwaarde én dus je tweede huis en je tuinhuis én je gebruikt je pensioen al voordat je pensioen hebt en zo heb je het nu leuker of je belegt het bedragje en krijgt het iets later leuker en je krijgt ook nog een mooier pensioen. Kunnen we allemaal voor je regelen, maar dan moet je wel een beetje met ons meedenken want anders geef je ons nog de schuld als je van een koude kermis thuiskomt en dat willen we niet, wat we willen is dat als je van een koude kermis thuiskomt je hebt geleerd het aan jezelf te wijten. Het was je eigen participatie die de zaak in beweging bracht en daarom moet je niet zeuren als het zaakje mede door jouw bewegingen uit de bocht is gevlogen.

Hadden we niet nog maar kort geleden een financiële crisis die juist was veroorzaakt door al die schitterende producten die elk snippertje vermogen wisten los te weken uit hun huidige gebruik, het een ‘nieuwe bestemming’ gaven en toen het toch eenmaal bewoog het wisten in te zetten voor steeds nieuwere en veelbelovender soorten gebruik, net zo lang tot het een keer fout ging en de mensen die zich hadden laten verleiden tot al die schitterende producten uit de slaap begonnen te houden – zonder dat hen dat hielp in het tegengaan van hun verliezen?

Ja, dat was nog maar kort geleden en misschien moeten we met de kans op terugkeer daarvan meer rekenen dan met het gelukkige tuinhuis van Dirk. Had Dirk dat er niet bij moeten zeggen? Nu, laat ik dat eens zo zeggen. Laat ik zeggen dat het heel rationeel is dat Dirk z’n boek pas in 2017 uitbrengt en niet in 2007. Het is niet redelijk, het is zelfs uiterst onredelijk maar het is wel rationeel. Vanuit Dirk bezien dan en Dirk is econoom en hij kan het weten. Ik heb het wel eens meer beweerd, rationaliteit is iets heel anders dan redelijkheid en Dirk’s publicatiegedrag en, in het bijzonder, publicatietiming is er het treffende bewijs van.

Peter van Straaten kunnen we niet meer op onze bucketlist zetten. Dat zegt alles over de overbodigheid van bucketlists en niets over de onmisbaarheid van Peter van Straaten. Maar leg dat maar eens uit aan Dirk Brounen en the likes. Bij dit laatste, de likes, zal Dirk wel denken aan facebook maar nee, Dirk, het gaat nu even niet over facebook, het gaat over onvervangbaar verlies waarmee je wel rekening moet leren houden en dat je toch niet kunt berekenen om het vervolgens een plaatsje op je bucketlist te geven.

2 augustus 2017

=0=




Systeemperversie

Volgens Amsterdams burgemeester Van der Laan is het politieke systeem pervers. Hij leidt dat af uit het gedrag van politici die elkaar liever vliegen afvangen dan gezamenlijk te zoeken naar oplossingen voor lastige problemen. Daar heeft de burger niks mee, weet Van der Laan, met dat vliegen afvangen. Ik zou graag weten hoe hij dat weet (ik ben allergisch voor mensen die zeggen te weten wat anderen weten), maar ik zou nog veel liever weten wat hij verstaat onder dat politieke ‘systeem’ van hem.

Kennelijk dwingt dat systeem politici tot perverse handelingen of tot handelingen met perverse effecten op de burgers en wie weet ook op politici zelf, maar wat hier de wat is blijft raden. En omdat hij het op tv zei ben ik ook wel nieuwsgierig naar de invloed van de media op zijn systeem. Zijn de media waarnemers, verslaggevers, producenten, versterkers van de perversie? Zijn de media een deel van de omgeving van het systeem of zijn ze al opgerukt tot binnen het systeem zelf? Enzovoorts. Vragen die niet werden gesteld en die Van der Laan ook zichzelf niet stelde.

Het is met systemen als met elites. Spreek de woorden uit en je wenkbrauwen staan al in de frons-stand nog voordat je hebt kunnen bedenken waarom het niet deugt. Je hoort de politici fulmineren tegen de elite en je hoort ze afgeven op de dwingelandij van het systeem. Voor Trump-stemmers, PVV-ers en Brexiteers zijn, zalig zijn de cynici van geest, elites en systemen hetzelfde. Het deugt niet en alles wat niet deugt is hetzelfde. Dat komt goed uit voor Trump, Wilders en oom Boris want zo denken ze verkiezingen te winnen en, in het enkele geval dat ze die winnen, dan hebben ze nog eventjes een voorsprong op het volk dat hen koos. Tot de kiezer erachter komt dat het verwijderen van de elite helemaal niet hetzelfde is als het verwijderen van het systeem. Het systeem blijft even oneerlijk als het was en omdat in dit systeem, net als in de economie, niets even gelijk of ongelijk, even eerlijk of oneerlijk kan blijven spuugt het systeem resultaten uit die nog oneerlijker dan voorheen zijn en die de ongelijkheid nog groter maken.

In dat geval heb je geen ‘systeem’ nodig, je hebt een rechtsstaat nodig, de onzichtbare handdruk (dixit Ewald Engelen, maar over deze parafrase mijnerzijds een ander keer) van de agenturen en agenten van de trias politica, de stilzwijgende praktijk dat wat er ook gebeurt de regels van het zelfcorrigerende vermogen van de politieke, bestuurlijke en juridische instituties in ere worden gehouden. En nee, dat is bij Trump, Wilders en Boris Johnson niet in goede handen en ja, de rijen van hun gezelschap groeien snel aan en zeker, dat is linke soep. Voor je het weet hebben ze van het politieke bedrijf een systeem gemaakt dat geheel conform de verwachtingen van Van der Laan gedragingen oplegt, en dan zijn de poppen pas echt aan het dansen.

De rechtgeaarde populist zet zich, ten onrechte maar toch, af tegen de politieke klasse waar hij desondanks zelf bijhoort. Maar er is verschil want de andere leden van de politieke klasse zullen het politieke falen nooit in de politieke klasse zoeken. Ze zoeken het falen bij andere partijen en dat leidt dan weer tot het gekissebis waar Van der Laan zich zo over beklaagt en dat hij aan het systeem toeschrijft. Gisteren schreef ik al dat hij zich beter kan opwinden over de politieke klasse en vandaag doe ik het weer. De politieke klasse is niet het systeem waar Van der Laan zich tegen afzet, het is het milieu dat hem even natuurlijk is als de lucht die hij inademt.

Zijn spaarzame opmerkingen over het perverse politieke systeem waren fout geadresseerd. Ze waren een slag in de lucht, en ze zijn een illustratie van de onmacht van de politiek-bestuurlijke klasse van Nederland om zichzelf de maat te nemen. Dát is de enige echte systeemperversie.

1 augustus 2017

=0=

 

Bekentenis

Toen Hanina Ajarai anderhalve week geleden in een column in het Algemeen Dagblad bekende dat de misère rond de MH17 haar niet veel deed en de misère rond Abdelhak Nouri wel, toen was het land te klein. Tot en met de redactieraad nam iedereen afstand van haar – de raad nog zonder schelden, de rest was voornamelijk bagger.

Mensen die op die manier de doden van de MH17 in ere houden zijn sneue mensen die behalve leeglopen weinig kunnen en nog minder in huis hebben, en een redactieraad die een columniste afvalt die in haar column geen onvertogen woord heeft geuit is geen knip voor de neus waard. Wie in haar column een ‘trap na’ las, zoals de paar nabestaanden die namens de nabestaanden dachten te moeten reageren, kan niet lezen en wil slechts horen wat het grote koor der reaguurders ook wil horen: gij zult meedoen met waar wij allen aan meedoen, op het moment dat we allen meedoen.

Op zo’n moment verlang ik naar een cabaretier. Er zijn tijden geweest dat we cabaretiers hadden maar nu zelfs de ombudsman van het NRC van mening is dat een cabaretier van nar tot clown is gedegradeerd hebben we geen cabaretiers meer. Nu ja, Claudia de Breij, maar dat is cabaret ter morele verheffing van het volk en dat is geen cabaret, zeg nou zelf. Overigens liet de arme Ajarai weten dat ze helemaal niet had willen natrappen. Dom, je moet het er niet in wrijven. Het is alsof ze met haar hoofddoekje, voordat ze de kassa zelfs maar heeft bereikt, uit de rij wordt gepikt om de inhoud van haar tas te laten controleren en in plaats van zich te verzetten uitlegt dat ze echt niet van plan was zich iets wederrechtelijk toe te eigenen. Maar ja, wat wil je, als je door je eigen redactieraad in de beklaagdenbank wordt geplaatst.

Rouw over de MH17 is verplicht, wenen voor Appie is verplicht en je bent pas geïntegreerd als je bereid bent voor beide fatale gebeurtenissen je tranen te trekken. Voor minder doen we het niet. Als het ter sprake komt of als je het ter sprake brengt en daar zal niemand je toe verplichten maar komt het/breng je het ter sprake dan hoeft de traan niet per se te vallen, we eisen niets, maar we stellen het toch wel op prijs als we die traan op z’n minst mogen vermoeden, bijvoorbeeld door het haperen van de stem of door een snik in de stem. Het is de ongeschreven regel van de mediacratie. Over de doden moet je niet slechts met respect maar ook met warmte en emotie spreken en over de bijna-doden met misschien nog wel meer respect, warmte en emotie. Dat is de regel. Wie zich er niet aan houdt is de klos. Wie zich er niet aan houdt verdient het om verrot te worden gescholden.

Dat zal Eberhard van der Laan niet gebeuren na zijn tv-optreden in Zomergasten. De recensies zijn zeer positief, om de verkeerde redenen die ik zojuist uitlegde en niet zal herhalen. Maar er was nog wat anders. Van der Laan deed in de uitzending ook aan geschiedschrijving, over de houding van de niet-joodse Nederlanders ten opzichte van de bezetter en ten opzichte van de joodse Nederlanders. Of het allemaal klopte wat hij daarover te berde bracht kan ik niet overzien. Hij bracht het rustig en met de nodige overtuigingskracht (waar het hem bij elk onderwerp niet aan ontbreekt). Daar staat tegenover dat hij geen woord wijdde aan de omstandigheid dat de oorzaak dat Nederland een politiek nazi-regiem kreeg en geen militair zoals in België gezocht moet worden in de vlucht naar Engeland van de Nederlandse politieke klasse, aangevoerd door de koningin.

De reden dat in Nederland verhoudingsgewijs veel meer joden zijn weggevoerd en vernietigd heeft het nodige te maken met het wegkijken van regering en vorstin, een wegkijken dat begon met het pakken van hun biezen voordat zelfs maar bekend was wat een bezetting zou meebrengen voor hen en voor de door hen vertegenwoordigden, en een wegkijken dat gedurende de oorlog werd voortgezet. Bijn tachtig jaar na dato is Nederland nog altijd niet in staat uit te spreken dat de verantwoordelijke politieke klasse zijn verantwoordelijkheid letterlijk heeft ontlopen in die dagen. En niet alleen Nederland is daar niet toe in staat, Van der Laan is dat evenmin, zoals we na de uitzending van gisteren weten.

Ik vraag me dan altijd af of het verzwijgen van deze politieke context van de jodenvervolging in ons land nodig is om het koninklijk huis uit de wind te houden, of dat het nodig is om de merkwaardige absences van onze politieke klasse in tijden van crisis te verdoezelen, of allebei. Maar hoe dan ook begint het met verzwijgen. Onopzettelijk, daar ben ik best van te overtuigen, zeker in het geval van Van der Laan. Maar het is precies dat onopzettelijke, dat vrijwel automatische, dat pijnlijk is. Ja, de staking was goed, zei (in een door Van der Laan aangedragen documentaire-fragment) een overlevende over de Februaristaking, maar waarom bleef het gedurende het verdere verloop van die moorddadige oorlog zo stil? Van der Laan wist het niet. Maar wat als hij de vraag had geherfomuleerd: waarom bleef de politieke klasse dier dagen, de klasse die hoog en droog in Londen verbleef, waarom bleef de politieke klasse van Wilhelmina zo stil?

Het verdriet van Nederland is een nog altijd ongeschreven verhaal. Zolang dat verhaal er niet is geef ik mijn afkeer van nationaal emotiebetoon niet op. Ook een bekentenis.

31 juli 2017

=0=


Buitenbeentje

Op refo-scholen wordt ermee gerekend dat de opvoeding van kinderen wordt gemarkeerd door een driehoek, de driehoek school-gezin-kerk. Het gaat uitstekend met die opvoeding, las ik gisteren in Trouw, en dat komt omdat de leerlingen ‘uit gezinnen komen die allemaal bekend zijn met begrippen als zonde en genade’. Wat de kinderen te horen krijgen, krijgen ze altijd in drievoud te horen. Bij de tweede keer denken de kinderen dat het hen bekend voorkomt, bij de derde keer vinden ze het al vertrouwd klinken. Elk geluid is bijgevolg, lees ik, een vertrouwd geluid. ‘Er bestaat voor hen geen andere waarheid’.

Beter pleidooi voor openbaar onderwijs heb ik in tijden niet gehoord. Met openbaar onderwijs bedoel ik uiteraard niet dat zulk onderwijs zijn openbaring aan de openbaarheid ontleent, ik bedoel dat zulk onderwijs op kennis is gebaseerd, op de openbaring van kennis en de openbaring van openbare kennis, en niet op geloof. Nou vooruit, het is gebaseerd op het geloof in kennis, kennis van de beste soort, kennis waarvoor de portemonnee moet worden getrokken en dan natuurlijk de openbare portemonnee, niet de portemonnee van afzonderlijke burgers want die bevat in veel gevallen niet genoeg rijkdom om op de best denkbare manier bij de best denkbare kennis te komen.

Refo-scholen zijn, als ik de kop in het artikel van Trouw mag geloven, ‘buitenbeentjes’. Ze zijn dat overigens niet door het geloof, ze zijn dat door de driehoek van kerk-school-gezin. Denk ik. Daarom zijn ook islamitische scholen ‘buitenbeentjes’, want daar speelt dezelfde driehoek. Of spelen, spelen is te onschuldig; opspelen is beter. Of zulke scholen goed onderwijs geven is een open vraag, maar dat zulke scholen via de kinderen de ouders opvoeden door de ouders bij de les te houden, dat lijkt me geen vraag, dat lijkt me een inzet. Het gaat niet alleen om onderwijs, het gaat om onderwijs als deel van de opvoeding en daar heeft de kerk een rol. Voor velen.

Achtereenvolgende Nederlandse kabinetten hebben dat geweten en toch nooit begrepen. Bij Ernst Hirsch Ballin is het kwartje pas gevallen nadat hij al jaren geen minister meer is. Gelukkig weet hij het nu. In een in de Volkskrant van vandaag gepubliceerd dubbelinterview (met hem en Beatrice de Graaf) zegt hij: ‘[i]ntegratie heeft ongeveer op alle ministeries gezeten waar politici het wenselijk achtten, maar op het enige departement waar het thuishoort, het ministerie van Onderwijs, zat het nooit.’

De commotie over een islamitische school in Amsterdam is een schoolvoorbeeld van het zojuist gesignaleerde gat tussen weten en begrijpen. We hebben een staatssecretaris van onderwijs die net als zijn premier vindt dat Achmed maar een beetje beter zijn best moet doen als dat nodig is voor zijn integratie, we hebben een wethouder onderwijs in Amsterdam die erg voor goed islamitisch onderwijs is en erg tegen slecht islamitisch onderwijs en die meent daar iets mee gezegd te hebben. Dat heeft ze ook, zij het niet over het onderwijs en wel over de integratie waarvoor ze opgewekte onderwijsexperimenten ongetwijfeld meer geschikt acht dan een grootscheeps offensief om zwarte scholen zo aantrekkelijk te maken dat het onderwijsbudget voornamelijk daaraan besteed zal moeten worden.

Maak de school aantrekkelijker dan de straat, daar komt het op neer. Zorg ervoor dat de straat de school niet kan binnenkomen en neem daarom (in navolging van de suggestie van Beatrice de Graaf, in het vermelde dubbelinterview) alle mobieltjes en andere technologische wonderen in zodra de leerling de school betreedt en geef ze pas weer terug als de leerling het pand verlaat, en zorg ervoor dat de beslissingen die je moet nemen om dat te realiseren door de politiek worden genomen en niet door schimmige schoolbesturen die menen dat onderwijsvrijheid hun vrijheid is, die alle problemen de klas in kieperen en pas als het uit de hand loopt een protocol verzinnen dat hen zal vrijpleiten en verder geen enkel probleem zal oplossen. De schoolbesturen hebben een wanvertoning gemaakt van hun onderwijsvrijheid. Het moet hen uit handen worden genomen.

Er is veel te zeggen voor het standpunt van Hirsch Ballin, buitenbeentje van de politiek. De moeilijkheid is dat de politici waar hij het over heeft niet toevallig de bestuurlijke link tussen onderwijs (weten) en integratie (begrijpen) hebben laten verslonzen. De moeilijkheid is ook dat met de huidige formerende partijen de verslonzing eerder zal verergeren dan afnemen. De Graaf is lid van de CU, Hirsch Ballin van het CDA en dan hebben we het over twee partijen die in de weg staan van de hoognodige opknapbeurt van de onderwijsvrijheid en die zich tot het uiterste in zullen spannen om de onderwijsvrijheid van refoscholen en -schooltjes te bevechten en om de onderwijsvrijheid van islamitische scholen en schooltjes tegen te werken, bijvoorbeeld en zo nodig door gemene zaak te maken met een VVD staatssecretaris van onderwijs en een Amsterdamse D66 wethouder van onderwijs.

Zonde en genade? In de islmatische opvoeding wordt daar ruimschoots in voorzien, in de liberale en pragmatische opvoedingsstijlen van VVD en D66 niet. Daar gaat het dus niet om, om die zonde en genade, en juist daarom is het zo treurig dat de cultuuroorlog tegen de islam onder het mom van de onderwijsvrijheid gewoon wordt voortgezet en tegelijk wordt weggemoffeld.

Ik vind dat De Graaf en Hirsch Ballin dat er, in het belang van de integratie, eerlijkheidshalve bij hadden moeten zeggen.

29 juli 2017

=0=

 


Gig

Een gig is een live muziekoptreden. Vroeger had je een gig ook als een voertuig op twee wielen, voortgetrokken door een paard. In de moderne economie, de platformeconomie, komen beide betekenissen bij elkaar: een gig is een klus verricht door een menselijk paard met een beloning die uiteenloopt van gratis eten en drinken, via een paar tientjes vergoeding tot en met een vorstelijk bedrag. Net zoals in de muziekwereld, de wereld van hen die optreden, de wereld waarvan Adam Smith al wist dat de rijkdom van weinigen werd betaald met de armoede van velen.

En toch ook weer niet. Iemand die optreedt biedt z’n eigen show aan. Iemand die door een platform aan een gig wordt geholpen biedt behalve z’n beperkte paardenkracht helemaal niets aan. Hij is gewoon iemand die opdrachten uitvoert waar hij geen zeggenschap over heeft. Er zijn tijden geweest dat we zo iemand een werknemer noemden maar in de huidige tijden waarin feiten hebben afgedaan kun je met een redelijke kans op succes over alles twisten, dus ook over de vraag of een een gig-werker een artiest is, een zelfstandig ondernemer, een zelfstandige zonder personeel, of een werknemer. Staatssecretaris Wiebes en minister Asscher zijn altijd bereid een luisterend oor te verlenen en ondertussen, zeggen ze, wordt gewerkt aan een herziening van het arbeidsrecht.

Dat is in het parlement geen controversiële kwestie, en het is het ook niet voor de formerende partijen, die met smart wachten op een SER-advies ter zake. Dat advies zal niet helpen, want van de SER kun je niet verwachten dat waar politici hun vingers niet aan durven branden door hen wel even zal worden opgelost. Maar goed, je kunt altijd hopen op een toverformule (‘deeleconomie’ bijvoorbeeld en ‘crowdworker’) om onder die noemer het nodige te regelen (het arbeidsrecht te moderniseren, ik noem maar wat) en dat zo te doen dat we er pas achter komen als het te laat is. De steen des aanstoots is ook hier, precies zoals bij de discussie over de zzp-er, wie moet luisteren naar de aanwijzingen van wie.

De betreffende werkers weten het wel: zij hebben niets te zeggen, nergens over. De betreffende opdrachtgevers weten het ook wel: het zijn zelfstandige aannemers die op hun aanbod ingaan en aannemers zijn dienstverleners en geen werknemers. Ik vertrouw het D66 toe om, met een beroep op de mondigheid die ons allen deelachtig is geworden, in het regeerakkoord te laten opnemen dat crowdworkers, zoals het woord al zegt, met velen (een crowd!) zijn om zo nodig hun spierballen te tonen. Dat kom dus best in orde, en dat met de festivallisering van alles ook de platformisering van alles oprukt, wie zal het verbazen?

25 juli 2017

=0=


Pleinvrees

Sjef Drummen is een man van meningen. Hij heeft een school, Agora, opgericht en hij vindt leraren mensen met mayonaise als hersens. Rutger Bregman (die een interview met Drummen heeft verwerkt in een artikel voor De Correspondent van 20 juli) is het misschien niet met die mayonaise maar wel met de filosofie van Drummen’s Agora eens. Nu is Bregman het ook eens met de filosofie van de Buurtzorg van Jos de Blok en omdat in die filosofie het vertrouwen in de professional central staat en bij Drummen de minachting voor de professional is voor mij de filosofie van Bregman niet erg helder – maar dat is een ander thema. Nu is het thema de filosofie van Drummen, en uiteraard hoe en waar die afwijkt van de filosofie van alle mayonaisehoofden.

Het ‘waar’ van het afwijkende is eenvoudig. Drummen gelooft namelijk niet in organiseren zoals anderen organiseren en wel in organiseren zoals er nog nooit georganiseerd is. De lat ligt, kortom, hoog, te hoog voor mij in elk geval want ik begrijp er niets van. Althans, hier begrijp ik niets van: ‘Leren is namelijk een procesmatig gebeuren en dat kun je niet organiseren. Of althans, wij proberen de onzekerheid te organiseren. Het niet weten is belangrijker dan het weten. In het gewone onderwijs gaat het om het weten. Om kennis en kennisoverdracht. Dat is een denkfout.’ Dat je processen niet kunt organiseren is onzin, dat je niet alle processen kunt organiseren is geen onzin maar waar het verschil in zit en wat de consequenties daarvan zijn voor het organiseren is dan nog een te beantwoorden vraag. Tenzij je net als Sjef vindt dat er niets te organiseren is en dat hij daarom Agora maar heeft georganiseerd. Mayonaise? Gebakken lucht komt meer in de buurt.

Goed, zegt Sjef, zo heet eten we de soep ook bij ons niet. Wat wij doen is ‘onzekerheid organiseren’. En dat doen we omdat het ‘niet weten’ belangrijker is dan het ‘weten’. Zelf denk ik altijd dat je wat moet weten om een idee te krijgen wat je niet weet en dat meer weten beter inzicht geeft in wat je niet weet dan minder weten, en dat het daarbij om twee verschillende typen ‘weten’ gaat, waarvan de één niet belangrijker is dan de ander omdat de één eenvoudigweg ‘anders’ is dan de ander. De rest is slechte metafysica. Ik denk ook dat wie daar, zoals Sjef, een hiërarchie in vermoedt, iemand is die kortaangebondenheid verwart met overtuigingskracht. Trouwens, welke ‘onzekerheid’ wordt hiermee door wie en voor wie ‘georganiseerd’? Uit het citaat maak ik op dat voor Drummen onzekerheid en proces inwisselbare termen zijn, en onzekerheid en ‘niet weten’ evenzeer. In dat geval zegt hij twee keer hetzelfde en doet alsof hij twee keer iets nieuws debiteert.

In het gewone onderwijs gaat het, dixit Sjef, om ‘weten’. Dat klopt, ik heb dat gewone onderwijs ook mogen genieten en ik herinner me van sommige leraren dat ze erop wezen dat betweterigheid de vijand van elk weten is. Daarmee waren wij nog niet genezen, natuurlijk, het verslaan van die vijand is de Sisyphus-arbeid van elk weten dat steeds beter weet dat het nooit af is. Je zou er zo een essay over kunnen schrijven, Sjef, er zijn voorbeelden waarvan je kunt leren en als je eenmaal bereid bent te leren – dat wil zeggen, Sjef, te accepteren dat jezelf niet de bron bent van alles wat je leert - kun je jezelf een heleboel leren. Maar, van Sjef pik ik op dat ik hier een denkfout bega en met Rutger vraag ik dan: waarom is dat een denkfout?

Met de vraag naar de denkfout betreden we het gebied van het ‘hoe’ van de afwijking van Sjef. Hij zegt er dit over: ‘Wij zeggen nu tegen de kinderen: wij leren je niets, jij moet zelf leren. Maar je mag ons misbruiken in je eigen zoektocht. En dan begrijpen ze meteen dat het geen zin heeft om in opstand te komen tegen ons. Daar zouden ze alleen maar zichzelf mee hebben.’ Het staat er, ik kan er ook niks aan doen. Sjef zegt dat de jongelui het zelf moeten doen maar dat ze al doende de docenten verrot mogen schelden, hen het vuur na aan de schenen mogen leggen, hen het werken onmogelijk mogen maken – en waar het ophoudt wordt door Sjef niet vermeld. Erg kan het niet zijn want de leerlingen ‘begrijpen meteen dat het geen zin heeft in opstand te komen tegen ons’. Ik zou eerder denken dat je de mogelijkheid niet moet uitvlakken dat het allemaal geen zin heeft en dat ze er daarom net zo goed een klerezooi van kunnen maken. Maar voor Sjef geldt dat niet want hij weet (!) dat elk kind en elk mens de behoefte heeft te groeien, dat kinderen en mensen ‘autonoom opbloeien’, en omdat groeien en leren hetzelfde zijn kan en zal het niet fout gaan. Ik ben benieuwd wat Sjef doet als de leerlingen besluiten hem eens publiek, over de grenzen van de beslotenheid van de school heen, te grazen te nemen door hem via social media te betichten van alles wat God ons heeft verboden.

Kinderen? Stop er niets in, haal er daarentegen van alles uit: ‘Het woord lesgeven is eigenlijk al een contradictio in terminis. Je kunt namelijk niks in kinderen stoppen. Je kunt er alleen maar iets uithalen. We zeggen tegen leraren: hier heb je honderd leerlingen, hier heb je een groot lokaal met alles erop en erin, nu moeten jullie als team samenwerken om deze kinderen - die autonoom opbloeien - te begeleiden.’ Kun je een les geven? Ja, toch. Nee hoor, zegt Sjef, die denkt dat lesgeven hetzelfde is als ‘overdracht’ en daarom verdacht want overdracht, dat is verdacht.

Ik ben geen vriend van de psychoanalyse maar de gedachte dat de in dat métier gebruikelijke zinswendingen over ‘overdracht’ en ‘tegenoverdracht’ iets te maken zouden hebben met ‘erin stoppen’ en ‘eruit halen’ is potsierlijk. Nee Sjef, als nu ergens dat fameuze ‘proces’ van jou opspeelt (een terechte metafoor in dit verband, vind ik) dan daar, in die spreekkamer waar de patiënt de analyticus voor rotte vis mag uitmaken en de analyticus dat niet alleen begrijpt als een kinderlijke poging in opstand te komen maar ook als de inleiding voor een liefdesverklaring even later.

Dat elke leerling iets moet doen met de les die wordt ‘gegeven’ is niet hetzelfde als de stelling dat elke leerling alles doet bij het leren (stop er niets in!) en dat de leraren niets anders en vooral niets meer hoeven te doen dan die leerlingen te ‘begeleiden’ (ze halen er kennelijk wat uit, maar wat dat dan mag zijn is, vermoed ik, alleen bij Sjef bekend).

Van deze Agora, van dit Leerplein, krijg ik pleinvrees.

23 juli 2017

=0=


Babyboomer

Veel overeenkomsten tussen Annabel Nanninga en Ewald Engelen zie ik niet, de voorliefde voor de overdrijving en de afkeer van babyboomers daargelaten. Engelen deelde ooit mee een ‘petshekel’ te hebben aan babyboomers en Nanninga doet dat vandaag nog eens dunnetjes over, in een tweegesprek met Jan Terlouw dat door de Volkskrant is opgetekend.

Voor Nanninga is Terlouw helemaal een babyboomer. Of eigenlijk nog erger, hij is een kwartiermaker voor de babyboomers geweest. Terlouw is bijna zesentachtig jaar. Voor Nanninga doet leeftijd er niet toe – als je zesentachtig bent ben je babyboomer of hulpje van babyboomers. Voor Nanninga doet leeftijd er toch toe – de babyboomers hebben het land met de hulp van Terlouw en diens ‘silent generation’ (?) kapot gemaakt. Met Nanninga kun je alle kanten op. In haar geval houdt dat in dat ze iedereen aanspreekt, nergens voor aansprakelijk is en ook nergens op wil worden aangesproken. Nanninga is nog net geen veertig en dan ben je volgens de wetten der generatiekunde niet verantwoordelijk. Annabel is GeenStijl en ThePostOnline in één persoon verenigd. Jullie zijn verantwoordelijk, ik niet, wij niet. Terlouw is verantwoordelijk, Nanninga niet, GeenStijl niet, TPO niet.

Voor Nanninga is Terlouw een ‘seniele’ oude man en zijn ‘touwtjeverhaal’ was ‘schofterig’. Nu ja, per tweet natuurlijk, zoals de groten der aarde dat doen en zoals seniele oude mannen dat niet doen. De Donald twittert, onze Jan twittert niet. Nanninga kiest voor Trump en voor verdachtmaken en beschuldigen. In het gesprek zegt ze dat het niet ‘persoonlijk’ was. Trumpiaanser kan niet. Je speelt op de persoon en je zegt dat het niet persoonlijk is. Zou iemand het wel persoonlijk nemen – dat is natuurlijk de bedoeling maar Nanninga is te laf om dat in een tweegesprek toe te durven geven – dan liggen de volgende beledigingen en schimpscheuten al klaar, per tweet dan want in een gesprek klimt ze nog liever op de schoot van, zeg, Maarten van Rossem dan hem te bejegenen zoals ze hem en zijn rotgenoten per tweet bejegent. Een gesprek, of slechts de fysieke aanwezigheid van de ander, transformeert Annabel in de slome nitwit die ze is en waar ze ongetwijfeld onder lijdt. Wanneer leeft Annabel? Als ze mag twitteren. Wanneer wordt Annabel een meisje dat aardig gevonden wil worden? Als ze Maarten van Rossem tegenkomt, of Jan Terlouw en dan voor het oog van de camera, of in de context van een krant voor en van linkse Gutmenschen. Voor Terlouw heeft ze nog een cadeautje meegebracht: een bericht over een heuse asielzoeker die ze zes maanden in huis heeft genomen! Rechtse Gutmenschen, ze bestaan. Hoe ze dat heeft klaargespeeld is een wonder, want waar haalde ze de ruimte vandaan om die man te herbergen? Die ruimte is er helemaal niet, volgens haar, want die ruimte is ingepikt, ingepikt door de babyboomers. Van schoolkinderen weten we dat als hun gedrag thuis en hun gedrag op school erg uiteenloopt ze een probleem hebben waar ze zelf niet uit zullen komen. Bij Annabel ben ik er tamelijk zeker van dat ze dat probleem nog steeds heeft. Dat is sneu.

Ik denk dat Ewald Engelen zich moet afvragen wat het geraaskal van Nanninga met haar Stijl te maken heeft en hij moet zich met name afvragen of ook zijn Stijl in de weg staat van datgene dat hij wil bereiken.
Ich bin ein Babyboomer.

22 juli 2017

=0=

 

Metafora

Het eerste metaforum is goddelijk. Lange tijd dachten ze bij de SGP dat ze daar wel mee uitkwamen maar sinds andere media god steeds meer naar de kroon zijn gaan steken is de SGP tot inkeer gekomen. De SGP is, zogezegd, om. Zonder beeld dringt het geluid niet meer door, die waarheid is de partij deelachtig geworden.

Het beeld is het tweede metaforum, het forum waar het woord wordt gezalfd naar het beeld dat de meeste indruk op de kijker maakt. Het is al bijna de terugkeer in de katholieke moederschoot, hoewel het in het echie veel banaler is. If you can’t beat them, join them en dus zien we Van der Staaij en kornuiten hun uiterste best doen hun steentje bij te dragen aan de beeldreligie die ze ooit tot het werk van de duivel rekenden. God beelden ze niet af, er zijn grenzen, maar verder zijn ze voor de duvel niet bang – en om dat te tonen beelden ze de duivel gedurig af in al zijn hemeltergende werken. Tegenwoordig zijn dat de werken van mevrouw Pia Dijkstra, Kamerlid van D66, de partij die de mens opvat als rechter over eigen lot en daartoe de wetten van het land wil aanpassen om de mens nog hovaardiger te maken dan hij toch al is.

Volgens Kees van der Staaij hebben artsen in Nederland het recht mensen te doden. Want dat staat zo in de Euthanasiewet en die is nog maar het begin. Hij heeft er de Wall Street Journal mee gehaald. De strijd wordt niet alleen in Nederland gevoerd, hij wordt wereldwijd gevoerd en Kees is er de boodschapper van. Dat Kees daarvoor moet jokken is in zijn beleving geen jokken. Elke euthanasie is moord en als de moordenaar een dokter is kan die dokter wel wijzen naar de wetten die hem vrijpleiten, in de ogen van god en van Kees is een moord een moord, wat D66 en mevrouw Pia Dijkstra daar ook van vinden. Als het gaat om het recht je leven te leiden op de manier die jou goeddunkt geeft de SGP niet thuis voor vrouwen en een beetje thuis voor mannen maar als het gaat om het recht je leven te beëindigen op de manier die jou goeddunkt geeft de SGP voor iedereen niet thuis. In het leven zijn mannen en vrouwen niet gelijk en wel gelijkwaardig en in het oog van de dood zijn mannen en vrouwen totaal en radicaal aan elkaar gelijk.

Het geeft aan die heerlijke gereformeerde uitspraak dat een gereformeerde wel ‘in’ maar niet ‘van’ de wereld is een nieuwe wending. Ze moeten er wel mee oppassen, vind ik, want voor ze het weten hebben ze van de wereld van het beeld, de wereld van het simulacrum, de hyperrealiteit bij uitstek gemaakt, het metaforum waarin alle andere fora verdwijnen.

21 juli 2017

=0=

 

Representatief

‘Wij zijn voor de overlegeconomie, maar tegen de huidige polderpartners, omdat zij niet representatief zijn voor de werkenden in het Nederland van nu.’ Was getekend: Hans Biesheuvel, Mei-Li Vos, Martin Pikaart. Biesheuvel is van Ondernemend Nederland (ONL), Vos en Pikaart van Alternatief voor Vakbond (AvV).

Beide clubs lijden onder een gebrek aan leden. Het AvV telt om en nabij de 2500 leden en dat is, na meer dan tien jaar belletje trekken, niet heel erg veel. Bij het AvV verdedigen ze hun gebrek als een kracht: de andere vakbonden zijn niet representatief en bij het AvV telt iedereen mee, ook de niet-leden, juist de niet-leden, de flexibele, slecht verzekerde niet-leden, en al die niet-leden zijn niet het product van de flexibiliseringsgekte van de grote ondernemers en de kostenfixatie van de kleine ondernemers, ze zijn het product van de grote vakbonden met hun vergrijsde leden, met hun leden met vaste banen, met hun leden met vette banen, met hun leden die hun vaste en vette banen met hand en tand verdedigen tegen kapers op de kust en die dat nog eens lukt ook.

Mij is onbekend wat de vakbeweging het afgelopen decennium allemaal is gelukt, ik denk dat het heel weinig is en dat de vakbeweging eerder achter de gebeurtenissen aanloopt dan ze zelf regisseert maar dat maakt voor het AvV geen verschil. Het was nodig in 2005, toen de club werd opgericht en het is vandaag nog even nodig en om exact dezelfde redenen. Ik zou dat uitleggen als een schrikbarende nederlaag. Je zet je voor van alles in en ruim tien jaar later heb je niets anders bereikt dan onder de duiven schieten van de grotere bonden. Omdat die niet respresentatief zijn met hun leden en het AvV wel met hun niet-leden. Nog even en het AvV vertegenwoordigt het volk.

ONL dan? Dat is voortgekomen uit MKB Nederland, bestaat sinds 2013 en is erop gericht een brug te slaan vanuit het ondernemerschap naar de politiek. Leden? Ze zijn er, ze zijn, voor zover ik kan nagaan, met weinigen en ze verzetten bergen. Het veel grotere en invloedrijkere MKB Nederland is daar kennelijk allemaal niet in geslaagd en Hans Biesheuvel, de voorzitter van ONL, kan het weten want hij was van 2011 tot 2013 voorzitter van MKB Nederland.

Of in Nederland ondernemers niet worden gehoord in de politiek of dat de politiek moet worden gemodelleerd op het ondernemerschap is mij nooit duidelijk geworden. Misschien wel allebei. Een opmerkelijk verschil met het AvV is dat ONL niet afgeeft op MKB Nederland en VNO-NCW, terwijl het AvV voornamelijk bestaat uit het toedichten van kwalijke motieven en praktijken aan de gevestigde bonden.

Beide, ONL en AvV, zijn kleine spelers, op zoek naar een achterban – en van dat gebrek maken ze hun kracht, ik wees er met betrekking tot het AvV hierboven al op. Wij doen wat iedereen laat liggen en daarom mogen wij zeggen dat we iedereen vertegenwoordigen. Daarin lijken ze op de talloze kleine partijtjes die ook uit naam van iedereen spreken en bijdragen aan nog meer versplintering en trots zijn als ze er een keer in slagen een splinter in de vinger van anderen te frommelen.

ONL en AvV hebben twee dagen geleden een Sociaal Akkoord 2017 gepresenteerd, een werkstuk van 20 kantjes vol met voorstellen die het akkoord van 2013 nog een dunnetjes over moeten doen. Mei-Li Vos vond het akkoord van 2013 wel goed, toen, maar omdat het anders heeft uitgewerkt dan ze toen dacht onderneemt ze een nieuwe poging – die ongetwijfeld ook anders zal uitwerken als er iets van terechtkomt maar dat zien we dan wel weer. In het nieuwe akkoord wordt 1 pagina besteed aan de positie van de zzp-er.

Mei-Li Vos was PvdA-woordvoerder over het zzp-gebeuren in de Tweede Kamer. Het kabinet had, met de wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) eindelijk iets fatsoenlijks gedaan met betrekking tot de zzp-er en dat leidde, voorspelbaar, tot boosheid bij de opdrachtgevers omdat die nu eindelijk ook eens enige verantwoordelijkheid werd aangerekend in plaats van de eenzijdige afrekening op kosten van de opdrachtnemer, de zzp-er, onder een vorige regeling, die van de VAR (Verklaring ArbeidsRelatie). Er kwam een opstand van de opdrachtgevers, VNO-NCW sprak er zijn steun voor uit, en Mei-Li Vos heb ik er niet over gehoord. Til het maar over de verkiezingen heen was de gedachte. Zo gebeurde en nu komen we de zzp-er bij haar weer tegen op pagina 12 van het kakelverse Sociaal Akkoord 2017.

Wat is een zzp-er? Niemand die het weet (anders hadden we wel een juridisch werkbare en sluitende omschrijving gehad) en daarom is het een opluchting dat ONL/AvV het samen en met elkaar wel weten: ‘Wij willen de motieven (mijn curs.) om zzp'er of werknemer te worden of blijven zuiver houden, en niet louter fiscaal of financieel gedreven laten zijn. Je kiest voor een bepaalde vorm van werken omdat dat bij jou of de levensfase waarin je zit past’.

Het is een geniale formulering die in één klap verduidelijkt waarom deze clubs niet thuishoren in de wereld van de arbeidsverhoudingen. Ook niet in de wereld van de opdrachtgevers en andere ondernemers overigens. Ook niet in die van de schijnzelfstandigen en evenmin in die van de zelfstandigen die willen ondernemen om financiële en, vooruit, fiscale redenen of ‘motieven’. Daarom, vinden ONL/AvV, moeten zzp-ers niks en mogen ze alles: verzekeren, scholen, you name it. Omdat het bij jou past, of bij je levensfase past. Of niet. Of soms wel en soms niet.

ONL/AvV streven een zuiver motief na dat zo zuiver is dat het door niets dan zichzelf kan worden gerepresenteerd – en dat sluit representatie uit. Iedereen weet het. Zij niet.

20 juli 2017

=0=

 


Internationale

Tony Blair denkt dat de Brexit niet hoeft door te gaan. Dat komt, zegt hij, omdat de Brexit voornamelijk neerkomt op een afkeer van buitenlanders en omdat die afkeer Europa-breed wordt gedeeld is niet meer nodig dan de afschaffing van het vrije verkeer van personen in de EU. Zo eenvoudig is het.

Blair behoorde, met zijn New Labour, volgens Thatcher tot haar ‘greatest achievements’. Wij hebben Neelie Kroes, zij hebben Margaret Thatcher en beide dames begrepen beter dan de sociaaldemocraten dat de Derde Weg een door spindokters en andere alchemisten bekokstoofde ideologie zonder idee zou zijn, goed om de sociaaldemocraten te paaien en voor het overige even vergankelijk als de hoogstaande sociaaldemocratische idealen die merkwaardig genoeg zelfs door Bill Clinton bleken te worden aangehangen. Niet van het echte neoliberalisme te onderscheiden. Stel je voor: Tony New Labour Blair, Wim Werk-werk-werk Kok, en Bill Workfare Clinton. De globaliseringsinternationale van de nieuwe sociaaldemocratie. Het poldermodel als exportproduct.

Een tiental jaar later bleek wat het echte exportproduct was: de arbeidsdiensten van Bolkestein die met zijn dienstenrichtlijn bewerkstelligde wat voor goederen al eerder was bewerkstelligd: het principe van het land van oorsprong, het principe dat als iets in één lidstaat van de EU mag, dat het dan in alle lidstaten van de EU net zo mag.

De arbeidsmarkt is in neoliberale ogen niet verschillend van de dienstenmarkt en de dienstenmarkt is niet verschillend van de goederenmarkt en als de Bulgaren hun diensten voor een schijntje in Bulgarije aanbieden dan mogen ze die overal in de EU voor een schijntje aanbieden. De sociaaldemocratische internationale is een marktinternationale geworden, een internationale waarin de arbeiders hun zelf bevochten en zelf betaalde kettingen verliezen: hun arbeidsvoorwaarden, hun arbeidsomstandigheden, hun arbeidsverhoudingen, hun arbeid zelf en hun sociale zekerheden.

Dat de Bolkestein-richtlijn tot ongehoord misbruik zou leiden was duidelijk voor iedereen die wilde zien. Daar hoorden de sociaaldemocraten niet bij, net zo min als het Europarlement en de Europese Commissie. Af en toe wordt een sigaar uit eigen doos verstrekt, met als enig effect dat ook die doos leegraakt.

Weer een tiental jaren later zagen we het resultaat van de inspanningen van Bolkestein. De woede over de oneigenlijke arbeidsconcurrentie slaat om in ressentiment, xenofobie, en anti-immigratiepartijen. De boze blanke man wordt ontdekt, zelfs door Tony Blair die dan maar voorstelt hem tegemoet te komen door weer baas over eigen grenzen te worden. Het is de typische oplossing van het slappe compromis. Beperk de bewegingsvrijheid van de arbeid, maximaliseer de bewegingsvrijheid van het kapitaal. Het omgekeerde zou beter en sociaaldemocratischer zijn – het is aan Blair niet besteed, het is aan de sociaaldemocratie van vandaag niet besteed.

Men moet de bewegingsvrijheid van de arbeid helemaal niet beperken – althans niet zolang de sociaaldemocratie er nog een emancipatie-ideaal op nahoudt. Men moet het oorsprongslandbeginsel uitbannen, Bolkestein bij het oud vuil zetten, en erop staan dat in Europees verband arbeid geen goed als alle andere is, dat de inherente traagheid van arbeid, vergeleken met kapitaal, niet moet leiden naar het land van oorsprong maar naar het land waar de dienst wordt verricht en de daar geldende voorwaarden. Als dat zo is, is iedereen welkom, en pas als iedereen welkom is, is de missie van de sociaaldemocratie vervuld.

Lodewijk Asscher heeft het tegenwoordig over progressief patriottisme en hij verstaat daaronder dat iedereen die onze waarden onderschrijft welkom is in zijn en ons vaderland. Onze waarden onderschrijven als voorwaarde om welkom te zijn is strijdig met onze waarden, die immers niet per voorschrift worden verstrekt, en inconsistenties gaan niet werken. Maar Asscher zou de sociaaldemocratie een dienst (!) kunnen bewijzen door niet het onderschrijven van onze waarden te eisen maar het onderschrijven van onze arbeidsvoorwaarden. Als hij dat zou doen wordt het misschien nog wel wat met die Internationale.

18 juli 2017

=0=



Wegens succes gesloten

Midden jaren negentig kwamen de geluiden op over een PvdA die zo ongeveer wel bereikt had wat bereikt moest worden. De geluiden kwamen van mensen die niet politiek maar bestuurlijk dachten en die dachten dat elk toekomstig probleem rond arbeid en emancipatie met de juiste overheidsmaatregelen wel op te lossen was.

De PvdA was een partij geworden die geen mensen nodig had, het was een partij die beleid nodig had en niets anders dan dat. Nou goed, ook het verhaal dat het beleid zou versieren en aan de man brengen. Het was de tijd waarin Neelie Kroes Bram Peper influisterde dat het weer eens tijd was enige ideologische veren af te schudden (moest, volgens Neelie, moest om de paar jaar), een suggestie die Peper maar al te graag overnam en verwerkte in de tekst van de Den Uyl-lezing van 1995, die door Wim Kok werd uitgesproken.

De VVD pronkte als nooit tevoren met zijn ideologische veren, de PvdA schudde ze op instigatie van de VVD juist af. De VVD heeft wel wat beters te doen dan veren afschudden, wat tante Neelie daar ook van vindt. De VVD vindt steeds minder van tante Neelie en van wat tante Neelie vindt. Ik heb lang gezocht naar een bondige karakterisering van paars, ik geloof hem hierin te hebben gevonden: de ideologie van de VVD gecombineerd met het ideaal van de PvdA. De PvdA vindt een politieke partij uit met idealen en zonder ideologie, de VVD vindt zichzelf meer dan ooit een partij met ideologische veren en voelt zich daar uitstekend bij (en D66 kiest zonder mankeren het pragmatische middenpad dat als altijd naar rechts afbuigt).

Waarom kon de PvdA het zonder ideologische veren? Inderdaad, omdat de partij had verwezenlijkt wat nodig was. Zo had de partij, zei Kok in 1995, de invloed van het ‘lot’ teruggedrongen en vervangen door de invloed van ‘bijstand’ door de overheid. In dezelfde lezing beweerde Kok dat armoede alleen niet genoeg is om mensen in beweging te brengen. Profetische woorden: de zowel ideologische als ideële armoede van zijn ‘lot’ en ‘bijstand’ bracht inderdaad alleen mensen in beweging die de uitgang zochten. Hij wou ze ook helemaal niet in beweging brengen, hij wou ze beschermen. Met een heuse ‘gemoderniseerde verzorgingsstaat’. Waarom moest die verzorgingsstaat worden ‘gemoderniseerd’? Omdat die te bureaucratisch was en met name: te duur. De bureaucratie (publiek én privaat) tiert weliger dan ooit als gevolg van de ‘modernisering’ en de kosten ervan worden meer en meer bij de burger gelegd.

Dan, is de hoop, wordt de verzorgingsstaat duurder voor de burger en dat is goed want het dwingt de burger tot prudent gebruik en het wordt minder duur voor de staat en dat is ook goed want de modernisering brengt organisatorische vernieuwing en onvermijdelijke eigen kosten met zich mee en die moeten per slot ergens (uit eigen bijdragen en eigen risico) worden afgeboekt. Linksom of rechtsom, tegenwoordig: linksom én rechtsom, is de verzorgingsstaat een bedreiging van de economie en de ideologie van de markt en daarom moet het goedkoop en met de afvink-efficiency van de markt. Dat niet beseft te hebben en dus te zijn meegegaan in de neoliberale ideologie van de jaren tachtig en later, dat is de crisis van de sociaaldemocratie, is mede verzonnen door sociaaldemocraten, is als een overwinning (de overwinning van het schrale en verschaalde maatwerk) gevierd door sociaaldemocraten.

Voor Kok is sociaal precies hetzelfde als voor de VVD: sociaal is een meelijwekkende categorie waarvoor we over ons hart moeten strijken omdat de mensen die het betreft niet voor zichzelf op kunnen komen. Dat is een ontkenning van de sociaaldemocratie die er ooit een eer in zag de mensen die niet voor zichzelf konden opkomen te organiseren – en daar zijn bestaansgrond aan ontleende. Mensen niet als slachtoffers te zien, mensen wel als handelingsbekwame actoren te zien. Niet de rommel van de globalisering wegpoetsen maar anders globaliseren. In het geval van Kok was die tijd wel voorbij. Hij heeft mensen en veren afgeschud. En het is voor de huidige sociaaldemocratie niet anders. Wat zou Neelie er van vinden?

Wie van de sociaaldemocratie het ‘sociaal’ verwijdert houdt alleen nog de democratie over. Daar kom ik nog op: wie is de demos van de sociaaldemocratie?

17 juli 2017

=0=

 

Lease

Eén van de eerste bedrijven die in 2008 mocht profiteren van de ruimhartig aan het bank- en verzkeringswezen verleende staatssteun was LeasePlan. LeasePlan deed in autoverhuur, was geen bank, maar had wel een onlesbare finnacieringsbehoefte en was daarom zo verstandig geweest ooit een bankvergunning aan te vragen want als je leent en uitleent, dan ben je een bank, ook al doe je in auto’s. En waarom ook niet, ook woningbouwverenigingen zijn banken geworden toen ze dat mochten en dachten te kunnen, zij het dat aan hen nooit een bankvergunning is verstrekt. In het benauwde jaar 2008 vroeg LeasePlan om toegang tot de garantieregeling van de overheid. Het bedrijf had een bankvergunning, Wouter Bos zag als toenmalig minister van Financiën dat het goed was en de regeling kwam af.

De vraag waarom aan autoleasebedrijven, en a fortiori aan autoleasebedrijven die volledig in buitenlandse handen zijn zoals in het geval LeasePlan, een bankvergunning is verstrekt bleek niet aan de orde. Toen niet en ook daarna niet. Toch is het niet overbodig om je af te vragen of we behalve krakkemikkige huizenfinancieringen ook krakkemikkige autofinancieringen (leaseconstructies en leningen) moeten aanmoedigen. Dergelijke vragen werden en worden door ons ministerie van Financiën niet gesteld en ook niet aangemoedigd. De helft van LeasePlan is in handen van Volkswagen, het bedrijf dat we kennen van de sjoemelsoftware. Laat ik het zo zeggen: sjoemelsoftware is een zeer generiek woord, een auto is een duur ding, de rente is vrijwel nul en een onderpand wordt niet gevraagd. Is dat niet een uitnodiging wat meer financiële risico’s te nemen dan verantwoord is, zeker als je als autohandelaar behalve over auto’s die je kwijt wilt ook nog over een bankvergunning en een garantieregeling beschikt?

In het Algemeen Dagblad van vandaag wordt gewezen op het financiële gevaar dat de enorme autoschuldenberg is geworden, in het bijzonder in de VS en het VK. Men maakt zich daar zorgen over subprime autofinancieringen, net zoals tien jaar geleden over subprime hypotheken. Met de huidige lage rentestand is het wel verklaarbaar dat een deel van de economische groei in die landen te danken is aan op krediet aangeschafte of via een leaseconstructie gehuurde spullen, zoals auto’s. Lease is tegenwoordig ook voor particulieren gemakkelijk geworden.

Wil je in een nieuwe auto rijden en heb je geen eigen geld dan is leasen een oplossing. Tot je de maandlasten niet meer kunt ophoesten, je van je contract af moet, je daar grote boetes op moet betalen, je in handen komt van de private schuldhulpverlening (waar zowel de Groene als de Correspondent de laatste tijd veel aandacht aan schenken) en het leven plotseling een stuk minder aardig is geworden. Ook voor de bedrijven aan de andere kant van de vergelijking is het niet prettig geconfronteerd te worden met wanbetalende klanten. Hun schuld doorverkopen is een manier om ze te lozen maar ook dan heb je verlies en mocht het wat langer tegenzitten (als door stijgende inflatie de rente omhoog moet bijvoorbeeld) dan kan het best weer heel lelijk weer worden.

Bij ons, lees ik in het AD, loopt het zo’n vaart niet. Daar staat tegenover dat wij nog altijd het hypothekenmirakel van de wereld zijn en dat zal ongetwijfeld het aan kunnen gaan van autoschulden bovenop een hypotheekschuld dempen. Maar je weet maar nooit – we weten inderdaad niet hoeveel miljarden leasekapitaal in ons land rondzwervenen en we weten al helemaal niet of dat kapitaal van even goede schokdempers is voorzien als de auto’s die ze aanprijzen. Een geruststelling is het niet, alles bij elkaar.

Bij het Ministerie zullen ze wel weer zeggen dat er geen reden tot ongerustheid is. En vermoedelijk zeggen ze niks want slapende burgers en slapende parlementariërs moet je niet wakker willen maken en LeasePlan blijft uit zichzelf wel wakker.

11 juli 2017

=0=

 

NEP: Nieuw Economisch Product

Nou goed dan, ik vertrouw het niet. Zojuist lees ik in dagblad Trouw een berichtje over de verklaring van het waarom van de lage inflatie in Europa en de VS. Wat de monetaire autoriteiten ook doen, schrijven ze zelf, de inflatie pikt maar niet op en hoe komt dat?

Dat komt doordat de werkloosheid eigenlijk veel hoger is dan de officiële percentages ons voorspiegelen. Ons, dat zijn wij, en dat zijn de monetaire autoriteiten en dat zijn de politieke gezagsdragers. Bij de percentages moet je de ontmoedigden optellen en een deel van de deeltijdwerkers en zzp-ers die graag meer zouden willen werken (dat is beleidsjargon voor mensen die misschien wel helemaal niet meer willen werken maar gewoon niet rond kunnen komen). Tel die mee en het percentage ligt in één keer drie keer zo hoog.

Neppercentages kortom en ook nepmotieven want de meeste ontmoedigden zijn niet zozeer ontmoedigd als wel genegeerd en overgeslagen en uitgespuugd en de meesten die meer willen werken willen misschien niet zozeer meer als wel voorspelbaarder, zekerder, verzekerder, kortom ze willen zoiets als een sociale zekerheid die er ooit geweest moet zijn maar die tegenwoordig voor steeds meer mensen onvindbaar is. Structureel hervormd, dat wel, en daarom onvindbaar.

Wat ik vooral niet vertrouw is de herkomst van de berichten uit de kringen van de monetaire autoriteiten. Die herverpakken (het zijn bankiers tenslotte) oud nieuws over de moeizame relaties tussen werkloosheid en inflatie en brengen het als nieuw nieuws. Dat is nep, maar verneukeratiever is dat diezelfde monetaire autoriteiten niet durven toegeven dat net zoals zij de greep op het aanbod van geld kwijt zijn (en daarmee op de ‘prijs’ ervan, de rente) de nationale autoriteiten de greep op het aanbod van arbeid kwijt zijn (en daarmee op de ‘prijs’ ervan, het loon). En als je de greep op het geldaanbod verliest, en je verliest de greep op het arbeidsaanbod dan is het de hoogste tijd na te gaan wat dat (de deregulering van het geldaanbod, de deregulering van het arbeidsaanbod) bij elkaar betekent voor de centrale referentie van al die hoeveelheden en percentages: het BNP.

Mijn vraag is: waarom verwijzen de monetaire autoriteiten niet naar de groeiende onbetrouwbaarheid van het BNP als indicator van bedrijvigheid en winstgevendheid, werkgelegenheid en arbeidsinkomensquote, en van de relatie daartussen? Waarom hebben wij nu een president DNB die in plaats van monetair beleid te voeren het vakbondsbeleid aan het opporren is? Die blijkbaar meent dat de vraag naar arbeid zal stijgen als gevolg van meer koopkracht als gevolg van hoger loon – en andere aangename mechanismen uit de tijd dat de reële economie en het BNP eruit de toon zetten? Die tijd is vervlogen, net als de tijd van ‘Klaas komt’. Ons BNP is al enkele decennia geen BNP meer; in plaats daarvan is het NEP geworden: Nieuw Economisch Product. Nieuw? Ja, nieuw en het nieuwe schuilt in de financialisering van de ooit overweldigend reële grootheid van het BNP.

Een paar dagen geleden kwam ik bij Paul de Grauwe een verwijzing tegen naar een paper uit 2016 (The Financialization of GDP and its Implications for Macroeconomic Debates) van een Amerikaanse econoom, Jacob Assa. De stelling van Assa is simpel: sinds we de financiële diensten als productie zijn gaan beschouwen en daarom meenemen in de bepaling van de omvang van het BNP is het nut van het BNP voor de bepaling van de relatie tussen bedrijvigheid, werkgelegenheid en inflatie achteruitgehold. Dat is ook niet zo vreemd. Als je de verkoop van slechte leningen als ‘productie’ opvat hoef je je niet te verbazen dat als het gif van de lening zich verspreidt het aanvankelijk positieve (want officieel zo gedefinieerde) effect van de lening omslaat in een negatief effect. En terugslaat op de reële economie uiteraard en dus op zulke reële zaken als reeële bedrijvigheid en reële werkgelegenheid. Mochten we willen weten wat het effect is dan hebben we meer aan betrouwbare informatie over de mate van giftigheid van leningen dan over de ‘productiviteit’ van de financiële sector.

Die betrouwbare informatie is er niet. De monetaire autoriteiten zouden ervoor moeten zorgen maar die hebben wel wat anders aan hun hoofd. Het is hun taak niet te wijzen op de verwoestende invloed van het behandelen van financiële producten als gewone producten op de betrouwbaarheid van het BNP, de verwoestende invloed ervan op de mogelijkheid en effectiviteit van beleid om werkgelegenheid en inflatie te sturen. Het is hun taak natuurlijk wel maar zij denken daar anders over. Kennelijk.

7 juli 2017

=0=

 

Paraplu

Het is een oud grapje, het grapje over de bankier die je een paraplu uitleent als de zon schijnt en hem terugvraagt als het gaat regenen. Aan de bankier kunnen we nu de politicus en de columnist toevoegen. De politicus steunt een nette regeling als het goed gaat en vindt diezelfde regeling onwerkbaar als het niet goed gaat en er gebruik van de regeling moet worden gemaakt. Dito voor de columnist – om weer andere redenen, waaronder de toegang tot politiek en politici niet de minste is. En om te bewijzen dat je vanaf de zijlijn het best kunt beoordelen wie vuile handen heeft en wie niet, wie ze mag maken omdat het moet, wie ze moet maken omdat het moet, en wie ze niet moet maken omdat het ook niet hoeft en wie ze niet moet maken omdat het niet mag. Het is een vak.

Rob de Wijk oefent het vak uit en hij weet dat Jesse Klaver vuile handen had moeten maken omdat het moet. Hij weet ook dat Klaver door dat te weigeren een immense vergissing begaat en meer nog, dat Klaver daarmee de rechtsstaat aantast. Lees de column van De Wijk in dagblad Trouw van vandaag en zie hoe simpel het is om een argument dat de rechtsstaat bij de les wil houden door die staat te herinneren aan het recht dat door iedereen tegen die staat kan worden aangeroepen en opgetrommeld (want dat is de rechtsstaat) om te toveren in een argument dat de rechtsstaat ondergraaft. Hoe doet De Wijk dat? Wat is zijn geheim?

Ik probeer het uit teleggen. Vroeger zeiden we dat je wel gelijk kon hebben maar dat de kunst was gelijk te krijgen. Zo hadden we veel mensen, in de politiek bijvoorbeeld maar ook in de journalistiek, die streden voor hun gelijk en het niet kregen. Achteraf, ja soms, als anderen er brood in zagen. Maar hoe dan ook, aan het gelijk van een ingenomen positie hing altijd de strijd om het gelijk. Dat hoeft niet meer, bij De Wijk. De Wijk zegt dat als je geen gelijk krijgt je ook geen gelijk kunt hebben. De strijd om het gelijk is geen argumentenstrijd meer, het is een machtstrijd en niets anders dan dat. Dat is ons nieuwe realisme, het realisme van Rob de Wijk, het realisme dat van macht recht maakt en het realisme dat iedereen die beweert dat het de taak van het recht is om de macht rechtsstatelijk te fatsoeneren aan de kant schuift.

Het bankiersprincipe heeft gewonnen. De paraplu van de bankier is dominant geworden, overschaduwt steeds meer, en heeft een tamelijk succesvolle machtsgreep gedaan die tot ver buiten de bancaire sector reikt. Elke relativerende kanttekening bij het bankiersprincipe ondermijnt het principe en zal door De Wijk en andere verstandige mensen worden neergesabeld. En garde!

16 juni 2017

=0=

 

 

Kartel

Thierry Baudet is kampioen complotdenken. Het sneue is dat Baudet heilig gelooft in de complotten die hij als theorieën aan de man probeert te brengen. Hij is er, met de voortreffelijke Cliteur als promotor, zelfs in geslaagd een doctorstitel te verwerven met een proefschrift dat niets anders bewijst dan dat je bij Cliteur met alles weg kunt komen. Ik geeft toe, Baudet had de vermaarde Roger Scruton als co-promotor en die heeft hij bedankt door hem goed uitkomende delen uit diens boek over oikofobie (England and the need for nations, 2004) te parafraseren en onder eigen naam uit te geven.

Oikofobie? Ja, u weet wel, die een aandoening die ieder jong mens opdoet maar die bij intellectuelen en in het bijzonder bij linkse intellectuelen langer blijft hangen dan gezond is. Voor je het weet ben je bij een liberaal immigratiebeleid en homeopatische verdunning. Enzovoorts. Alles wat gebeurd is, alles wat gebeurt en alles wat ooit kan gebeuren heeft al een plaats in het gedachtegoed van Baudet. Hij is de gevangene van zijn eigen hersenspinsels.

Zijn meest recente vondst: het partijkartel. Een partijkartel is uit op het monopolie op baantjes en revenuen in de publieke sector. Dat hebben we in Nederland. Hij wordt niet moe het te zeggen en te herhalen en weer te zeggen en nog een keer te herhalen. Dat is wel het enige dat hij doet. Enig bewijs verzamelen dat het kartel de toetreding van anderen belemmert, zoals dat een goed kartel betaamt, daar kan Baudet niet aan beginnen. Als hij zegt dat het zo is, dan is het zo. Dat zijn kartel oook bevraagd zou kunnen worden op het mechanisme dat, na geleverde diensten als politicus, sommige politici helpt aan uiterste lucratieve baantjes buiten de publieke sfeer is een vraag waar Baudet verre van blijft.

Ja, hij lijkt soms best wel een beetje op Fortuyn, maar Fortuyn had humor en Baudet alleen leedvermaak. Toch een verschil. De vraag is: waarom houdt Baudet de banken en de onroerend goed wereld vrij (de Amsterdamse erfpacht moet verdwijnen, verklaart de jonge man, ongetwijfeld in de hoop dat het zijn campagnebudget zal voeden) en waarom houdt Baudet de kongsi van banken en hypotheekverstrekkers en politici zo keurig buiten schot? Hij geeft er zelf geen antwoord op en dat is, denk ik, omdat voor hem maar één enkele zaak speelt en dat is de zaak van het nationale erfgoed dat wordt verkwanseld en uitgeleverd aan het Rupsje Nooitgenoeg van de EU. Ongetwijfeld neemt hij aan dat als het partijkartel wordt gebroken dat rupsje nooit een vlinder kan worden.

Een partijkartel streeft naar beheersing van de politieke markt. Erg bekwaam is het partijkartel niet. Baudet bewijst met zijn al gekoketteer dat het best kan lukken in het kartel in te breken. Boer Koekoek, Pim Fortuyn, Geert Wilders en Jan Nagel bewezen het in de recente parlementaire geschiedenis al eerder.

Het is een inbraakgevoelig kartel, het is een kartel van niks en zo lang Baudet niet aannemelijk weet te maken dat en waarom het kartel niet eens in staat is om het meest eenvoudige te doen wat een kartel te doen staat als het meer dan een knip voor de neus waard is (ik heb het weer over een verhoging van de kiesdrempel) dan is Baudet bezig met waarmee hij onophoudelijk bezig is. Dat is voor raddraaier spelen en ons een rad voor ogen draaien.

Baudet is een poseur-fraudeur. En nu heeft hij politieke draaitol en meelifter Joost Eerdmans gevonden! Wat een mooi duo. Wat zou Hiddema daarvan vinden? Die Eerdmans is ook een straatvechter maar, zo zal Theo denken, je ziet het ook aan hem af en dat is iets waar Theo al snel de neus voor ophaalt. Jammer, voor Theo. Bij Hiddema is alles hetzelfde maniertje en dat is, ik kan het ook niet helpen, een beetje zielig. Bij Baudet daarentegen is alles over de rand.

Hiddema is gewoon rechts, Baudet is homeopatisch aangelengd racisme. Ik zou het wel aardig vinden als er door het partijkartel een referendum – Thierry’s oplossing voor alles tenslotte– zou worden georganiseerd over de vraag of we een jokkebrokkende politicus met pek en veren mogen verjagen dan wel vleugellam gemaakt mag worden. Stel je voor, Thierry met een vleugel die het niet doet.

15 juni 2017

=0=


Wereldvreemd

Het blijkt niet moeilijk te zijn om nepnieuws op grote schaal te verspreiden. Het kost je wat geld om te beginnen maar het kan je bij enig succes ook veel geld of andere typen van invloed opleveren. En succes ontstaat doordat we eraan gewend zijn geraakt om als we iets opblazen (nepnieuws bijvoorbeeld) te denken dat we het dan niet opblazen maar delen en als we iets delen bedoelen we dat we via sociale media deelnemen in sociale netwerken die weer andere netwerken activeren enzovoorts.

Er is net een intrigerend rapport over verschenen (Trend Micro, The Fake News Machine; How Propagandists Abuse the Internet and Manipulate the Public). Het is echter niet alleen het internet dat onaardig wordt ingezet, de traditioneler kanalen van radio, tv en kranten kunnen er ook wat van. Ook daar echoputeffecten en nog geheel vrijwillig ook, geen manipulator te bekennen. Neem het frame van de ‘wereldvreemdheid’ dat de realo’s van VVD, D66 en CDA op GL hebben geplakt en neem de achteloosheid waarmee het journaille dat heeft overgenomen (met de gelukkige uitzondering van Stevo Akkerman).

Wat is wereldvreemd? Wereldvreemd is de grondwet van de voormalige Sovjet Unie bestuderen en aannemen dat uit zo’n schitterende constitutie alleen maar verheven gebeurtenissen kunnen voortvloeien. Wereldvreemd is een verklaring met hooggestemde idealen ondertekenen en er dan van uit gaan dat het in orde is. Wereldvreemd is het aan te nemen dat als er garantie op staat het ook gegarandeerd is. En het toppunt van wereldvreemdheid is het mensen die daaraan twijfelen als wereldvreemd weg te zetten.

Wat is wereldvreemd? Wereldvreemd is ergens handhaving op zetten en verwachten dat er dan gehandhaafd wordt. Wereldvreemd is ergens toezicht op zetten en verwachten dat er dan wordt toegezien. Wereldvreemd is ergens inspectie op zetten en verwachten dat er dan geïnspecteerd wordt. In ons land (en ik ben bang niet alleen in ons land) is dat dagelijkse politiek. Vandaar dat als die even wordt onderbroken er een kansje is op een nieuwe relatie tussen wereld en wereldvreemdheid. Dat geldt voor vluchtelingen en vluchtelingenverdrag, het geldt voor zelfstandigen in de arbeidswereld en het recht waar ze recht op hebben. En nee, het wordt vermoedelijk niet beter.

Toen de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) werd afgeschaft en de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) kwam dachten de bedenkers van al dat moois dat ze daarmee de wereld van de opdrachtrelaties een goede dienst bewezen. Het probleem was namelijk dat veel zelfstandigen behalve in naam niet zelfstandig waren. Ze waren ‘schijnzelfstandig’, deden hetzelfde werk als hun onderbetaalde werknemercollega’s maar dan voor nog minder geld. Ze hadden wel belastingvoordelen die de werknemers niet hadden maar die voordelen verdween in de zakken van de opdrachtgevers, zodat de schijnzzp-ers uiteindelijk slechter af waren dan de werknemers en de opdrachtgevers beter dan de werkgevers. Voor hetzelfde werk. Het moet ooit bedacht zijn, met de beste bedoelingen ongetwijfeld.

Zo zie je maar weer. Verwachten dat wat op papier staat ook de praktijk zal worden is wereldvreemd. Zet je, wijs geworden, opnieuw wat op papier dan kun je hooguit verwachten dat de praktijk zal volgen indien je erbij blijft staan, dat je toezicht houdt. Maar dan heb je buiten onze overheid gerekend. Die heeft van het toezicht, de Inspectie SZW (toezicht in het bijzonder ‘daar waar de hardnekkigste problemen zitten en het effect het grootst is’), een kostenpost gemaakt waar amper inkomsten tegenover staan. Er zit spanning in die dubbelslag van hardnekkig en groot; hardnekkige kwalen hoeven geen grote effecten te hebben en grote effecten hoeven niet te duiden op hardnekkige kwalen.

Op een onbewaakt moment wil er wel eens een rapport verschijnen met als vraag of de handhaving wel goed gehandhaafd wordt. Say no more, zeggen ze in zo’n geval bij Monty Python en als zo vaak vat dat de kwestie voortreffelijk samen (‘what is it like?’ vraagt Eric Idle aan het einde van een sketch die van broeierige insinuaties van zijn kant aan elkaar hangt). Hoe is het? Ja, als de handhaver dat wist zou het handhaven vast beter gaan. Voor de Inspectie maakt dat allenaal niet uit. De inkomsten die er zijn komen grotendeels uit de beboeting van onregelmatig verkregen uitkeringen, uit de sociale zaken dus, en veel minder uit de werkgelegenheid. Wil een werkgever, laat staan een opdrachtgever, gepakt worden dan moet het wel heel erg geweest zijn. Verwachten dat de DBA de praktijk van de schijnzelfstandigheid zal ontmoedigen is wereldvreemd – omdat er niet gehandhaafd wordt. Wat is dat toch, handhaven?

Wij leven in een wereld die wordt geplaagd door wereldvervreemding, schreef Hannah Arendt. Wereldvervreemding? Say no more.

14 juni 2017

=0=



Onbeduidend

De informateur begreep niet waarom GL vasthield aan een onbeduidend punt. Dat dezelfde informateur niet begreep dat de andere partijen het punt te beduidend vonden om aan GL cadeau te doen – dat bewijst drie dingen. Het punt is minder onbeduidend dan de informateur nu doet voorkomen, de informateur is pissig op GL omdat GL zijn inspanningen om de zaak vlot te trekken te licht heeft bevonden, en de informateur heeft partij gekozen.

Dat laatste had hij niet mogen doen. Het zal wel bedoeld zijn als een waarschuwing aan de CU om op het onbeduidende punt een minder dwarse koers te kiezen dan GL. Dat is niet netjes. Mogelijkerwijs wel effectief, misschien zelfs waarschijnlijk effectief maar de informateur doet hier beduidend meer dan een informateur betaamt. Ik wil niet uitsluiten dat de informateur het na deze informatie voor gezien houdt. Het is mooi geweest en zo, er is een tijd van komen en een tijd van gaan en als iemand dat weet, dan deze informateur wel.

Waar de informateur vermoedelijk wel het gelijk aan zijn zijde zal krijgen is in zijn inschatting van D66. D66 gaat om en zal de CU accepteren, niet omdat D66 dat graag doet maar omdat D66 tot elke prijs wil regeren. Uit het leven stappen is voor D66 een vrije kwestie, uit de informatietrein stappen is voor D66 een kwestie van leven en dood. Het leven is het deelnemen in een regering, de dood is de veroordeling tot de oppositiebankjes. We hebben ons constructief suf geopponeerd, vindt de fractievoorzitter. Om dat nog een keer vier jaar lang te moeten doen jaagt hem de dood op het lijf. Nee, het gaat nergens over, behalve dat het over D66 gaat en eigenlijk gaat het ook niet over D66, het gaat over de fractievoorzitter van D66. Hij was één keer een mislukt minister zonder portefeuille, hij vindt het nu tijd om te bewijzen dat een geslaagd ministerschap met portefeuille veel beter bij hem past.

En dat weet de informateur. Ongetwijfeld weet de informateur dat. En ik denk dat de informateur ook heel goed weet dat het echte bezwaar van D66 tegen de CU veel minder het levenseinde is dan het bestaan van de zzp-er.

D66 en VVD zijn helemaal voor vrijheid, blijheid voor de zzp-er. Vanuit hun visies is dat terecht want de opdracht van het zzp-schap is nog niet volbracht. We zijn al een eind gekomen in de ontmanteling van de sociale zekerheid en het arbeidrecht maar het werk is nog niet af en pas als het werk af is, is de opdracht volbracht. In het belang van de toekomst, dat wel. De CU ligt daar enigszins dwars. Niet heel erg, de CU wil bijvoorbeeld de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) weer terug (en dat is eerder een voordeel voor de opdrachtgever dan voor de zzp-er), maar die partij vindt ook dat de zzp-er zich verplicht moet verzekeren voor ziekte en arbeidsongeschiktheid, en verplichtingen zijn nu eenmaal de verboden vloeken in de neoliberale kerk van VVD en D66. Niet in die van het CDA en ook niet in die van de CU.

CU en CDA, daar kan nog iets moois opbloeien. En omdat het hier niet gaat over vragen van leven en dood, maar alleen over de onbeduidende kwesties waarmee onebduidende mensen hun leven en levensonderhoud moeten zien op te vullen, moet er een compromis te bedenken zijn. De verschillen zullen, uiteindelijk, onbeduidend blijken te zijn en in de politiek moet je kunnen geven en nemen.

Eindelijk kan de informateur aan het echte werk.

13 juni 2017

=0=

 


Vervuild

Sinds een kwart eeuw is de premie-afdracht voor de ziektewet gedifferentieerd. Tot 1992 betaalde elk bedrijf dezelfde premie, daarna was je premie afhankelijk van het ziekteverzuim in je bedrijf. De vervuiler betaalt.

De vraag of er sprake van vervuiling was werd wijselijk niet gesteld. Dat is spijtig want de gevolgen van die omissie zijn tamelijk verwoestend. De gedachte dat ziekteverzuim een beleidskwestie is, dus afhankelijk van één of meer beslissingen, heeft een leuke markt voor verzekeraars geopend maar los daarvan is het te gek voor woorden. Was het een beleidskwestie, dan zou ziekte afhangen van de beslissing van de werknemer zich ziek te melden, van de bedrijfsbeslissing de kwaliteit van de arbeid te verwaarlozen, van de beslissing van personeelszaken om nog steeds zo stom te zijn oude en zieke en zwakke werkkrachten in te huren.

Zo maak je van ziekte een situatie die in plaats van beïnvloed te worden door beleid van diverse snit een situatie die het product is van beleid. En dat ga je dan tegen met beleid om het eerstgenoemde beleid te straffen en dat heet dan dat de vervuiler moet betalen. Het bedrijf moet betalen, zegt de wet maar het bedrijf weet net zo goed als de overheid dat het risico wordt doorgeschoven naar de werknemer, die door deze wetswijziging als zodanig een risico is geworden.

Om het af te maken werd de ziektewet in 1996 ‘geprivatiseerd’ en daarmee begon de praktijk om behalve de premie ook de loondoorbetaling bij ziekte op het bordje van het bedrijf te leggen. Ben je groot als bedrijf dan word je gered door de wet van de grote aantallen, ben je klein dan ben je de klos. Als het de export maar niet benadeelt zal de gedachte wel geweest zijn en de hemel zij dank, het heeft de export niet benadeeld. Niets benadeelt de export. Nou ja, een eerlijker euro misschien maar tegen die tijd wordt er wel weer wat nieuws bedacht voor de export. Aan de ongelukkige mkb-er die te klein is voor tafellaken en te groot voor servet wordt sinds kort ook gedacht – en dat gaat ongetwijfeld enig soelaas bieden voor het mkb en even ongetwijfeld geen enkel soelaas voor de werknemer.

De premiedifferentiëring en de loondoorbetalingsverplichting voor het bedrijf hebben gezorgd voor tal van discriminerende wervings- en selectiepraktijken, en voor een plethora aan opdrachtrelaties die voornamelijk bestaan en steeds opnieuw worden verzonnen omdat ze zijn vrijgesteld van premiebetaling. Het is de wet van de privatisering: privatiseer wat en je krijgt een enorme toename van regeldruk en van volstrekt overbodige bureaucratisering. Het heeft in de sociale zekerheid tot een macht aan overbodig werk voor papierschuivers en zich noemende intermediairs en bemiddelaars geleid en het heeft de werkzoekenden niet geholpen. Dat kan dan ook de bedoeling niet zijn geweest – de bühne daargelaten.

Want behalve bij de ziektewet zien we vergelijkbare ontwikkelingen in de werkloosheidswet. De privatisering ervan is nabij maar de premiedifferentiatie kennen we al en dus krijgen we bedrijven die gaan shoppen naar lagere tarieven. De uitzendbranche is er goed in en krijgt nu het deksel op de neus omdat minister Asscher hen een hogere premie in rekening brengt. Boze geesten vermoeden dat Asscher langs deze weg geen regelingenmisbruik uit de weg wil ruimen maar eenkennig als steeds het flexwerk onaantrekkelijk wil maken. In de Volkskrant van vandaag kom ik een ‘flex-deskundige’ tegen die rept van ‘de wraak van Asscher, dus dan weet je het wel.

Overigens, in diezelfde Volkskrant wordt een fiscaal-jurist opgevoerd die voorstelt om iedereen dezelfde premie te laten betalen. Kijk, daar word ik nou vrolijk van. Soms is de klok vele jaren terugzetten het beste beleid om een kwart eeuw idiote neoliberale beleidsvervuiling ongedaan te maken.

12 juni 2017

=0=


Imperiaal

Toen Engeland nog een indrukwekkend imperium was werd voor binnenlands gebruik het genoegen van een liberale rechtsstaat aan steeds meer delen van de bevolking toegestaan. Tegelijkertijd werd in de kolonieën de repressie geperfectioneerd.

Engelsen zijn vrije mensen, de door de Engelsen gekoloniseerde bevolkingen waren zulke vrijheid niet waard, ze waren er niet aan toe en hoe dan ook, het zal ook wel iets met henzelf te maken hebben gehad, toch? Met hun ras (de racistische verklaring) bijvoorbeeld zou het te maken kunnen hebben, of, voor het geval ras te onbeschoft klinkt, met hun cultuur (de culturalistische verklaring)?

Na het opdoeken van de kolonieën werd Engeland de bestemming van tal van ex-gekoloniseerden. Het imperium slaat terug, zo werd dat vijfendertig jaar genoemd door het roemruchte Centrum van Culturele Studies in Birmingham. Het voormalige imperium doet dat nog steeds. Begin jaren tachtig ging het nog voornamelijk over de zwarte Britten, afkomstig uit het Caraïbisch gebied en uit Afrika; enige jaren later (onder invloed van de ophef over de Satanic Verses van Salman Rushdie) ging het over Britten, afkomstig uit Azië. De verschuiving is, met een veelal afkeurende distantie, uitstekend gedocumenteerd in het werk van VS Naipaul. En in het kader van die verschuiving werd ras aangevuld met, zo niet hertaald als, cultuur en religie, die daartoe beide in een culturalistisch jargon werden ondergedompeld. De multiculturele samenleving is een culturalistische product van de eerste orde. Daarom, de multiculturele samenleving was nooit een samenleving en altijd een cultuur uit de culturalistische hoge hoed, een cultuur waarbinnen culturen op organismen lijken die met elkaar in een strijd op leven en dood zijn verwikkeld en waarbinnen maar één cultuur kan zegevieren – door de andere culturen uit te schakelen.

Het heeft de toekomst, het culturalisme. Racisme wordt steeds vaker met het gegeven geconfronteerd dat de rassen waarop het zich beroept niet blijken te bestaan. Een rechtgeaarde racist heeft het tegenwoordig bijgevolg liever over etniciteit. Daarmee sla je twee vliegen in één klap: de referentie naar ras is dichtbij maar hoeft gelukkig niet meer te worden uitgesproken om toch gehoord te worden, en de referentie naar cultuur en naar de superioriteit van de ene cultuur boven de andere krijg je er gratis en cadeau bij. Wie hier aan de nationalistische en racistische blaaskaak Thiery Baudet denkt heeft het helemaal bij het rechte eind.

Martin Sommer heeft het in zijn column deze week in de Volkskrant ook over Engeland. Na de aanslag in Londen 2005 heeft Engeland, schrijft hij, volhard in zijn ‘slonzige multiculturalisme’ en daar krijgt het nu de rekening van gepresenteerd, in de vorm van een ‘multicultureel failliet’. De imperiale erfenis van Engeland is niet imperiaal, het is multicultureel. Van een imperiale erfenis kom je niet zomaar af, maar nu het in goed culturalistische traditie niet gaat over geschiedenissen maar over culturen, hoef je uiteraard volgens Sommer die erfenis alleen maar te accepteren onder voorrecht van boedelbeschrijving. Als je er beter van wordt dus en dat is al lang niet meer het geval – en in de culturalistische bijbel van Sommer was het nooit het geval, kon het als geval niet eens voorkomen, en dat geldt niet alleen voor Engeland, het geldt overal.

History is bunk. Van Henry Ford tot en met de Brave New World is dat de rode draad die de eenheid van ‘community, identity, stability’ in onze wereld bij elkaar brengt en bij elkaar houdt. Het is de draad waar de dappere Buma zich met volle instemming van Sommer aan vasthoudt, het is de draad waar May zich aan vastklampt. Dat is dan dezelfde May die haar mond van afschuw vertrekt als ze de naam van Corbyn uitspreekt, de enige politicus in dat land die het verband tussen de terreur in Engeland en de imperiale geschiedenis van Engeland nu eens niet onder het tapijt van de botsende culturen schuift.

Alleen al daarvoor verdient Corbyn meer lof dan welke andere politicus dan ook in Engeland en, nu we het er toch over hebben, in ons eigen land. Sommer verlangt van politici dat ze weer leren uitspreken wat goed en kwaad is – waaruit van de kant van Sommer zelf een griezelig begrip van politiek spreekt. Leg de goed/kwaad plichten op aan een columnist en je gaat je gang maar zou ik zeggen. Leg het op aan een politicus en je roept een wereld op waarin de ethische en morele verantwoordelijkheden van iedereen onnodig worden gepolitiseerd. De wereld van Wilders; in diens wereld is van niets anders sprake dan van goed en kwaad. Maar je moet goed en kwaad helemaal niet politiseren, dat doet IS wel voor je. En Wilders. Daar zou je je als politicus tegen moeten afzetten. En als je wilt politiseren, politiseer dan maar, in plaats van goed en kwaad, imperiale en koloniale geschiedenissen, daden, wandaden en misdaden. Door ze bij de naam te noemen.

Het verdient de voorkeur om een imperiaal failliet niet te verkopen als een multicultureel failliet.

10 juni 2017

=0=


Mensenrechten

Steeds weer blijken de daders van terroristische aanslagen bekend te zijn bij de politie en de inlichtingendiensten. Binnen en tussen die diensten wil het met de onderlinge uitwisseling van gegevens niet erg lukken. De Italianen delen de Britten mee dat ze op hun tellen moeten passen, de Britten beginnen pas op hun tellen te passen als het kwaad al geschied is. En dat keer op keer.

Mevrouw May heeft er wel een oplossing voor. Niet, zoals je zou mogen verwachten, het afdwingen van betere samenwerking (meer bij elkaar in de keuken kijken, meer gezamenlijke opleidingsprogramma’s, meer onderlinge uitwisseling van personeel). Dat ligt net zo voor de hand als het afdwingen van meer militaire samenwerking in de EU en dat schiet ook niet op. Nee, mevrouw May heeft bedacht dat het probleem wordt gevormd door de mensenrechten. Mensenrechten zijn alle grondrechten en daarnaast rechten die beschermen tegen gedwongen verdwijning van personen, rechten om gevrijwaard te blijven van foltering enzovoorts.

Mensenrechten zijn rechten op een fatsoenlijke behandeling. Het zal May wel steken dat mensen die andere mensen niet fatsoenlijk behandelen als het hen zo uitkomt zelf wel aanspraak willen maken op fatsoenlijke behandeling. Dat is niet goed, vindt ze, die mensen hebben daar helemaal geen recht op en onze veiligheidsdiensten moeten zich niet laten belemmeren door die rechten. Mocht het zo zijn dat de diensten op hun klompen aanvoelen dat het ergens met die en die foute boel is en mocht het zo zijn dat diezelfde diensten nog niet genoeg bewijs hebben om die en die voor het gerecht te dagen en veroordeeld te krijgen, dan mag het niet zo zijn dat tussen het gevoel van de diensten en de veroordeling tot strenge straffen (en langere straffen, zegt May) mensenrechtenverdragen staan.

Die gaan we dan veranderen, zegt May. Ze vergeet gemakshalve dat dergelijke verdragen burgers moeten beschermen tegen een opdringerige staat, tegen de willekeur van de staat. Je zou denken dat Engeland, met de Noord-Ierse burgeroorlog en de vele mensenrechtenschendingen ten tijde van die oorlog nog vers in het geheugen, mensenrechten zou willen koesteren maar met de huidige generatie Tories wordt niets gekoesterd – behalve de onderbuik van de Conservatieve Partij. Dat is de partij die referenda verzint omdat de partij het zelf nergens over eens kan worden, de partij die verkiezingen verzint omdat de partij denkt dat ze die kan winnen, de partij die niet eens het lef heeft uit te halen naar Trump als Trump uithaalt naar de burgemeester van Londen. Tja, wat moet je dan nog met fatsoen?

7 juni 2017

=0=


Ondernemer

Het Vluchtelingenverdrag is gemaakt voor die ene dissident uit de Sovjet-Unie die naar Zweden wou vluchten. Er zijn nog altijd meer dan genoeg dissidenten maar de Sovjet-Unie bestaat niet meer. En daarom moet het verdrag worden aangepast. Was getekend: Ahmed Aboutaleb.

Klimaatvluchtelingen? Aboutaleb maakt er geen woord aan vuil. Zijn oplossing voor alles: ontwikkelingssamenwerking. Stijging van de zeespiegel? Hou het tegen met ontwikkelingssamenwerking. Lange periodes van droogte? Bestrijd het met ontwikkelingssamenwerking. Althans, dat moeten we dan maar aannemen want Aboutaleb schermt wel met ontwikkelingssamenwerking maar heeft het niet over het klimaat en zo. Hij denkt bij vluchtelingen aan een markt met op dit moment veel meer aanbod van dan vraag naar vluchtelingen. Aboutaleb spreekt van het Canadese model. Je pikt als land die vluchtelingen eruit die je nodig hebt en de rest wijs je af. Dat het vluchtelingenverdrag er altijd al was om ook die ‘rest’ niet aan haar lot over te laten, dat gaat er bij Aboutaleb niet in. Het verdrag was voor die ene Sovjet-dissident, niet voor de miljoenen vluchtelingen van tegenwoordig.

CDA en VVD zijn zeer in hun nopjes met deze Aboutaleb, D66 vraagt zich af wat de man bedoelt en de PvdA heeft al laten weten dat die partij het er niet mee eens is. In naam van de solidariteit die ook voor Aboutaleb een reden is om te vinden wat hij vindt. Komt het nog goed tussen hem en de PvdA? Ik heb mijn twijfels. Het ziet ernaar uit dat de ene solidariteit de andere niet is. Ook wordt steeds duidelijker dat de sollicitatie van Aboutaleb, destijds bij de LPF van Fortuyn, meer dan alleen een curieuze anecdote in zijn loopbaan is geweest. Ik noem het liever een vroege uiting van politiek ondernemerschap, van een opvatting van politiek als een markt waarop je moet scoren met aanbiedingen die de kiezer aanspreken. Waar ‘draagvlak’ voor is, in de terminologie van Aboutaleb van vandaag de dag. Draagvlak, per slot, is de zelfregulering van de maatschappelijke meerderheid. Precies, net zoals bij een gewone markt en precies, net zoals je gewone markten hun werk moet laten doen, moet je het draagvlak van de maatschappelijke markt z’n werk laten doen. Politiek is het honoreren van draagvlak en wie daar het beste in is verdient te regeren. Zoals centrum-rechts nu, zegt Ahmed want centrum-rechts heeft gewonnen.

Draagvlak is een intrinsiek onverantwoordelijk woord, het is het woord dat politici steeds vaker in de mond nemen bij beslissingen die ze zelf niet durven nemen en de verantwoordelijkheid ervoor daarom maar al te graag doorschuiven naar het volk in wiens naam en belang politici zeggen te handelen. Nee, het volk wil het niet, weet u, er is geen draagvlak voor en is democratie niet het stelsel dat doet wat het volk wil, dat doet waar draagvlak voor is onder het volk? Grappig, dergelijke lieden vragen zich nooit af of er genoeg draagvlak voor belastingen is.

Een verstandig ondernemer is een realist en een realist weet dat als je als politicus over belastingen, belastinghoogte en de verdeling van belastingen begint de beer pas echt los is. Aardig voor revolutionairen, een gruwel voor ondernemers. De belastingen zijn het brood waar we allemaal van moeten eten en sommigen van ons wat meer en eerder en beter dan anderen van moeten eten, en het draagvlak levert de spelen die het volk tevreden moeten houden. Zo goed en zo kwaad als dat gaat natuurlijk want iedereen tevreden stellen is niet alleen onmogelijk, het is ook ondankbaar en het is ondankbaar omdat het ondoenlijk en onbegonnen werk is. Het kost stemmen en daar begint een beetje politiek ondernemer niet aan.

Ik denk dat voor Aboutaleb de PvdA binnenkort niet ondernemend genoeg meer is.

5 juni 2017

=0=



Centrumrechts inhalen

Laten we eerlijk zijn. Aboutaleb was eerder dan Rutte, zijn ‘rot op’ ging aan het ‘pleur op’ van Rutte vooraf. En nu is Aboutaleb weer sneller dan Rutte. Met zijn pleidooi voor een centrumrechts kabinet, inclusief de PVV, heeft hij Rutte voor een tweede keer centrumrechts ingehaald. Dat wordt nog wat. Ik voorzie een herrezen Leefbaar Nederland, dat het lopende vuurtje van rechts Nederland van nieuwe brandstof zal voorzien en als een feniks uit z’n eigen as zal opduiken.

Jammer voor Wilders, maar de omhelzing van Nederlandse normen en waarden gaat belangrijker worden dan het afwijzen van de islam. En jammer voor Baudet, maar de homeopatische verdunning van de Nederlandse etniciteit zal een minder bedreigend vooruitzicht blijken te zijn dan het gevaar van het verlies van draagvlak voor de Nederlandse cultuur van normen en waarden, de cultuur die de joods-christelijke-humanistische beschaving van oneigenlijke smetten vrij moet houden.

Pim wist het al. De wederopstanding van Nederland begint in Rotterdam. Deze keer lukt het nog niet, het moet nog wat rijpen en haastige spoed is goed maar niet altijd en nu even niet, en volgende keer moet het lukken want er staat te veel op het spel. Dat is te zwak uitgedrukt: alles staat op het spel.

Stel je voor. Ahmed A. als premier supra pares (voor minder doet hij het niet), Geert W. als minister van woede en cultuur, Fleur A. als minister van algemene zaken buiten de Algemene Zaken, Mark R. als minister van integrale, integrerende en integrationistische grensoverschrijdingen en koninkrijksrelaties, Diederik S. als minister van etniciteit en overige kartelvorming, Hans S. als minister van schuld en schaamte en Rob O. als zijn staatssecretaris met bijzondere aandacht voor eer, respect en vernedering. Het revitaliseert de sociaal-democratie, brengt alle voormalige kiezers weer terug bij de moederpartij en het gaat bewijzen dat centrumrechts voor lange tijd de toon gaat zetten in de Nederlandse politiek. Bij de volgende verkiezingen is het zover.

Of vergis ik me en heeft Aboutaleb een sollicitatiebrief geschreven, een aanbod om als PvdA-er zitting te nemen in een centrumrechts kabinet waar zijn partij geen zitting in wil nemen? Het is eerder vertoond, en met een buiging naar het verleden van de sociaaldemocratie kun je zeggen dat wat KVP en ARP destijds is overkomen nu de PvdA te wachten staat. Zou dat het zijn?

De wonderen zijn de wereld nog niet uit en Ahmed is niet goed in stilzitten. Dat laatste is het enige wat ze bij de PvdA weten. Niet veel, maar dit weten ze zeker.

4 juni 2017

=0=

 

Eerlijk

Volgens Wilders roept de islam op tot terreur; de koran laat daar volgens hem geen enkele twijfel over bestaan. Hij zou, als hij een fatsoenlijk, eerlijk en vooruit ook een beetje een moedig mens was geweest, hetzelfde hebben moeten zeggen over het christendom en de bijbel en het jodendom en de thora. Dat doet hij niet. Hij heeft er het fatsoen niet voor, hij liegt er liever omheen en hij heeft er het lef niet voor. Andere politici zouden hem op deze, juist op deze, kronkels kunnen wijzen maar geen politicus die het aandurft, geen politicus die ook maar in de buurt wil komen van het verwijt de islam uit de wind te houden. Ze zouden nog meer draagvlak verliezen en draagvlak is de Nederlandse variant van de uitstorting van de volkse geest. Het volk is heilig, de cultuur van het volk is heilig, draagvlak is heilig, draagvlak is cultuur, is Nederlandse cultuur.

Wie van mening is dat pasen en pinksteren geen specifiek Nederlandse feesten zijn en wie meent dat ze als religieuze feesten op hun retour zijn en voornamelijk als de folklore van de meubelboulevard voortleven, die krijgt het van Wilders en zijn kornuiten onder uit de zak. Pas op, roepen ze, voor je het weet hebben de moslims het ingepikt, zoals ze alles inpikken, je huis, je baan, je cultuur. Voor de opvatting dat de islam geen godsdienst is maar, in de geest van de goddelijke kale, een achterlijke cultuur, voor die opvatting heeft Wilders naarstig en met een zeker succes behoorlijk wat draagvlak verzameld. Hij had het uiteraard niet over de islam hoeven hebben, hij had het over elke godsdienst kunnen hebben. Vervang het woord ‘achterlijk’ door ‘achterblijvend’ en je bent waar je moet zijn.

Ik moet zeggen dat Wilders dat op zijn beurt heeft weten om te keren en, meer nog, dat hij doorheeft dat er politieke winst te boeken is door de islam van elk achterblijven de schuld te geven. Dat is dan toch maar een punt dat hij heeft gescoord, een punt dat hij met zijn gebruikelijke overdrijving al zo ver heeft weten op te blazen dat hij iedereen die de islam niet aanwijst als de bron van alle ellende tot landverrader bestempelt. De hyperbolen van Wilders zijn de andere kant van zijn lafheid en ze hebben geleid tot een cultuurbegrip dat elke cultuur uitsluit.

Dit citaat van Simon Leys kom ik tegen in een essay van Julian Barnes (De Groene, gisteren): ‘Cultuur komt voort uit uitwisseling, en kan bloeien dankzij verschillen. In deze zin is “nationale cultuur” een contradictio in terminis en “multiculturalisme” een pleonasme. De dood van de cultuur is gelegen in naar-binnen-gekeerdheid, zelfgenoegzaamheid en isolement.’ Ik hoop dat de informateur er zijn voordeel mee doet. Dat is hard nodig.

2 juni 2017

=0=

 


Gelegenheid

In Duitsland hebben de politici door dat we niet zozeer meer wapens nodig hebben als wel meer Europese samenwerking. De wijsheid komt uit het Oosten, dat blijkt maar weer. Te onzent gaat het formatiespel weer beginnen. Zouden de politici hier doorhebben dat de wereld zo snel verandert dat samenwerken belangrijker is dan het spekken van wapenproducenten en –handelaren? Ik ben er niet gerust op. Rutte zal ongetwijfeld nog lang proberen te ontkennen dat door Trump en May de bodem onder zijn Atlantische dromen is weggeslagen. Hij zou een nieuwe visie moeten hebben maar hij heeft niet eens een oude en zo lang het CDA het blijft zoeken bij Jaap de Hoop Scheffer dan wel Hans Hillen zal ook van die kant geen redding komen. Een motorblok? Nee, eerder een blok aan het been.

Merkel en Gabriel geven in ieder geval een richting aan, waarlangs een nieuwe visie op de rol van Europa tot stand kan komen. Dat is al heel wat. Als je wilt samenwerken moet je willen samenwerken, het is een les die de meeste EU-lidstaten nog moeten leren.

De EU betaalt zich suf aan defensie en doet dat op zo’n manier dat zevenentwintig landen zevenentwintig keer hetzelfde doen. Het is duur, ineffeciënt en ineffectief. De Donald roept op om hetzelfde te blijven doen maar dan meer van hetzelfde want dat is goed voor de Amerikaanse wapenproducenten en –handelaren. Dat noemt hij een homerun en hij kan het weten: ‘I was the best baseball player in New York when I was young’. Zei de Donald. De Donald denkt dat meer geld voor wapens nodig is. We leven in een gevaarlijke wereld. Het gevaar komt uit Iran en het Iraanse gevaar wordt groter en groter. Het moet gekeerd worden. De Saoudi’s en de Israeli’s weten het, de EU zou er goed aan doen het op z’n minst te weten te willen komen. Vindt Donald.

De Saoudi’s hebben zich net voor een paar honderd miljard dollar aan nieuw wapentuig laten aansmeren door Donald, zodat ze het in Jemen kunnen schudden en wij alvast een nieuwe hulpactie kunnen voorbereiden. Israël is sinds jaar en dag het meest gemilitariseerde land ter wereld, het straatarme Griekenland staat op plaats zeven, het al even arme Cyprus op plaats zes, de Saoudi’s staan op de zeventiende plaats en Iran staat op plaats zesentwintig (data uit 2016, bron: BICC, Global Militarization Index 2016) en toch, zegt de Donald, komt het gevaar uit Iran. Over die plekken van Cyprus en Griekenland zouden we Dijsselbloem eens moeten bevragen. Is hij iets vergeten in zijn bezuinigingswoede en is hij in dat verband toevallig de absurde defensie-uitgaven in die landen vergeten?

De Donald is een beetje zoals Bush jr, volgens wie al het kwaad uit Irak kwam. Nu komt het uit Iran en de redenering is al even leugenachtig. De Amerikanen (en de Engelsen, laten we hen niet vergeten) zijn tot veel bereid om de Saoudi’s uit de wind te houden. En dus zoeken ze het elders. Op dat punt hadden we misschien wat meer van Merkel en Gabriel mogen verwachten. Van de gelegenheid gebruik maken om afscheid te nemen van al die angelsaksische leugens bijvoorbeeld. Voor de Duitsers, en voor de Fransen trouwens, moet dat niet zo moeilijk zijn. Ze geloofden al niets van het boevenpak Bush-Blair en consorten en ik denk dat ze ook niets geloven van Trump-May.

Ik droom van een EU die tegen Trump en May zegt dat ze de boom in kunnen met hun decennia lang gevoerde en destructieve politiek in het Midden-Oosten. Dat de EU daar afstand van neemt.

Mijn droom, en tegelijk de nachtmerrie van Rutte. Geluk komt zelden alleen.

30 mei 2017

=0=

 

Bewegen

Ieder afzonderlijk vindt dat ieder ander moet bewegen. De gedachte dat de beste garantie op bewegen het zelf in beweging komen is, is bij iedereen bekend, behalve bij faserende politici. Die denken op hun beurt dat als het maar lang genoeg duurt we vanzelf behoefte krijgen aan een indeling in fasen. Formeren is faseren, verklaarde onze pedante premier, en daarbij vergat hij dat informeren en formeren twee aparte fasen zijn. Een Houdini weet dat, onze premier gaat eraan voorbij, daarbij gesteund door Edith Schippers, de politicus die steeds meer Mark op haar erf toelaat en nu alleen nog als taak overhoudt een redenering te verzinnen waarbij Mark uit de wind wordt gehouden. En Sybrand, zo mogelijk en is het niet mogelijk dan in elk geval Mark.

Mark denkt dat bewegen bestaat in het verwerpen van het realistische alternatief van een coalitie met GL en in het opwerpen van onrealistische alternatieven met SP en PvdA. Daarin zal hij worden bijgevallen door Sybrand. Mark en Sybrand komen daar mee weg zolang Jesse Klaver en Alexander Pechtold de, door CDA en VVD uit angst voor de PVV ontworpen, omerta respecteren over de redenen voor het mislukken van een coalitie met GL. Die flauwekul mag nu wel eens afgelopen zijn. D66 en GL hadden er nooit in moeten toestemmen. Waarom zwijgen over migratie? D66 en GL hebben geen enkele reden te zwijgen over migratie. VVD en CDA wel. Toch, bij VVD en CDA is angst voor de PVV de enige reden om de kaken stijf op elkaar te houden. Stel je voor dat ze zouden ‘bewegen’ in het ‘migratiedossier’. Moord en brand zou de PVV schreeuwen. Uitverkoop! Landverraad!

Ik begrijp dat politiebaas Erik Akerboom de discussie over het hoofddoekje al in de vriezer heeft gezet voordat de discussie op gang heeft kunnen komen. Hij wil niet nog meer polarisatie. De politie geeft daarmee aan dat zelfs de mogelijkheid van een openbaar debat gekaapt is door de PVV en het leger aan columnisten en reaguurders dat meent dat je met hard schreeuwen iedereen die je niet bevalt de mond kunt snoeren. Dat noemen ze de vrijheid van meningsuiting en ze hebben gelijk, die vrijheid zonder stijl verwoest alles dat stijl heeft. In wiens naam ook weer? In naam van het volk, ongetwijfeld. Niettemin, een politie die zich uit angst voor polarisatie uit een debat terugtrekt dat door de politie zelf is aangevraagd, doet denken aan politie die z’n neus niet meer op straat durft te laten zien – uit angst voor de tegenwind die tegenwoordig polarisatie wordt genoemd.

Een politie die hier niet ‘beweegt’ is geen knip voor de neus waard.

26 mei 2017

=0=

 

 

Uitleggen

‘Ik probeer me voor te stellen’, schrijft Aukje van Roessel in haar column in de Groene van deze week, ‘dat ik aan een buitenlander moet uitleggen dat in Nederland geen kabinet geformeerd kan worden, omdat er een partij is die per se wil dat ouderen zelf kunnen beslissen wanneer ze uit het leven stappen.’ Tja, dat hangt ervan af hoeveel tijd haar buitenlander ter beschikking heeft. En uit welk land haar buitenlander komt, natuurlijk. Het moet aan een Israeli beter zijn uit te leggen dan aan een Amerikaan en nee, dat heeft met godsdienst weinig en met coalitiepolitiek veel te maken. Maar toch. Zoals Van Roessel schrijft is de blokkade van D66 in een wereld waar klimaat, migratie, honger, oorlogen en terreur om een politieke oplossing vragen inderdaad niet zo goed uit te leggen. Het weren van GL van de onderhandelingstafel evenmin – ook dat een gedachte die ik aan de column van Aukje van Roessel ontleen.

Ik heb m’n eigen uitlegprobleem. Ik las in Trouw, gisteren, een interview met Monique Vogelzang, inspecteur-generaal van de Onderwijsinspectie. De inspectie heeft als opdracht de kwaliteit in het zeer diverse Nederlandse onderwijsbestel te bewaken, om te voorkomen dat gereformeerde kindertjes anders leren spellen dan openbare, bijvoorbeeld, of om te bewaken dat in het katholieke onderwijs kinderen die in al hun onschuld het getal 666 opvoeren daar niet op religieuze gronden voor gestraft worden. Voorwaar, een schone en verantwoordelijke taak. Ik weet overigens niet of onderwijsinspecteurs aan uniforme kledingvoorschriften moeten voldoen. Zou wel moeten, vind ik. Of eigenlijk ook niet maar in een land waar elke suggestie over een hoofddoek in sommige kringen als landverraad wordt gezien weer wel. Nee, het wordt er niet gezelliger op.

Maar nu heeft mevrouw Vogelzang bedacht dat scholen die hun ‘basiskwaliteit’ op orde hebben in hun ‘ambities’ moeten worden ‘gestimuleerd’. Het lijkt me een recept voor zachte dwang en het lijkt me een recept dat een verdere vergroting van de ongelijkheid in het onderwijs tot gevolg gaat hebben. Dat is best uit te leggen overigens, want vrijwel alle onderwijsbeleid loopt daar sinds tijden op uit. Maar waarom de Onderwijsinspectie ‘stimuleren van ambities’ als een logisch uitvloeisel van zijn toezichtstaak ziet, dat is veel minder goed uit te leggen.

Waar bemoeit de inspectie zich mee? Het is al moeilijk genoeg om een neutrale kwaliteitsstandaard op te stellen in het onderwijs, zeker in een stelsel met onze onderwijsvrijheid die aan ouders de nodige ruimte biedt om hun onderwijsvoorkeur te verbinden met de afkeer van andere ouders en hun kinderen. Die taak is de afgelopen decennia complexer geworden en het ziet er vooralsnog niet naar uit dat het op enige termijn eenvoudiger zal worden.

Als je dat met ‘ambities’ gaat bijmengen heb je geen plan voor onderwijskwaliteit, dan heb je een plan voor oncontroleerbare bedilzucht. En hoe dan ook, een inspectie die ambities naar zich toetrekt moet gestopt worden. In naam van de neutraliteit.

25 mei 2017

=0=


Nablijven

Alex, jij moet nablijven. En jij, Gert-Jan, jij ook, omdat waar er twee kijven er twee schuld hebben. Sybrand en ik zullen bij jullie komen zitten en we gaan pas weg als jij, Alex, hebt uitgelegd waarom je niet met Gert-Jan wilt spelen, en wanneer jij, Gert-Jan, hebt toegelicht waarom je pas mee wilt doen als Alex dan in z’n handen zal klappen. En vergeet niet dat juffrouw Edith meekijkt en die vergeet nooit wat, jongens, hou daar rekening mee.

Zeg Mark, vroegen Alex en Gert-Jan, wie ben jij dan wel om ons de les te lezen? Was dat niet de taak van juffrouw Edith? Sinds wanneer denk jij je te mogen uitgeven voor de baas van het spul? Ja, dat is nou sneu. Dacht Mark net het raadsel van het leiderschap te hebben opgelost en dan is het weer niet goed. Volgens Alex en Gert-Jan. Die groot gelijk hebben, en hun gelijk is goed voor een serie vervolgvragen. Bijvoorbeeld: juffrouw Edith, laat u zich dit aanleunen? En: is het niet hoog tijd dat Marx, Sybrand en Edith moeten nablijven, en dat juffrouw Edith van haar taken wordt ontheven? Ontheven, jazeker, want wie zich de kaas van het brood laat eten door Mark is ongetwijfeld een gewaardeerd VVD-lid en is even ongetwijfeld een ongeschikt informateur. Een informateur moet je om een boodschap kunnen sturen, deze informateur doet de boodschappen voor Mark. Dat is niet hetzelfde.

Voor wie doet Dig Ishta de boodschappen? Ik denk voor een aantal bijna oud-bewindslieden van de PvdA die het heel goed gedaan hebben en toch gestraft zijn met een verkiezingsnederlaag, in een verkiezing die niet over hen en wel over hun partij ging. Dat is zo ongeveer de redenering van Ishta in een ingezonden stuk in de Volkskrant, vandaag, een redenering die een zeker talent verraadt om niet bij voorbaat kansloos te zijn bij een propedeuse jezuïtische casuïstiek. Want, zegt Dig, het land moet wel geregeerd worden. Ik weet niks, maar dat weet ik.

Weet je dat wel, Dig? Is het echt wel zo? Is het land beter geworden van vier jaar regeren door VVD en PvdA? Gezien de verkiezingsuitslag moet je zeggen: nee, daar is het land niet beter van geworden. Beide partijen hebben verloren, de PvdA heel veel, de VVD minder, maar nog altijd fors. Een drol die desondanks komt beweren dat beide partijen weer nodig zijn ‘omdat het land geregeerd moet worden’ kan hooguit zichzelf serieus nemen. Ik wil niet uitsluiten dat de VVD ermee weg komt, met regeren met een rechts motorblok in een pragmatische verpakking, maar ik wil wel uitsluiten dat de PvdA, die in een dergelijk rechts kabinet op de triangel mag pingelen, ermee weg komt. Het is natuurlijk heel mooi en zo als Dijsselbloem de vernietiging van Griekenland mag afmaken en het is helemaal prachtig als Ploumen de wereld bij de hand mag blijven nemen die net door Trump was afgehakt, maar toch – het is niet het nieuwe sociaaldemocratische elan waar zovelen al zo lang op wachten.

Het zal Ishta aan zijn kont geroest zijn. Hij hoeft toch niet na te blijven.

24 mei 2017

=0=


Neutraal

In ons land is neutraliteit voor altijd verbonden met onderwijspacificatie. Dat is prettig want zo is het op zichzelf multi-interpretabele neutraliteitswoord ten minste voorzien van een stevig anker. Dat voorkomt oeverloos gezwets. Zouden we mogen verwachten. Maar zo is het niet.

Pacificatie houdt een overheid in die minimumvoorwaarden aan onderwijs stelt en het onderwijs voor het overige vrijgeeft aan ouders en bestuurders die hun eigen overtuigingen wensen na te jagen en die menen dat hun kroost daarbij gebaat is. Dat laatste moeten we breed zien. Je kunt ook voor een christelijke school kiezen omdat je het openbare onderwijs vlees noch vis vindt. Ook een overtuiging.

Ten aanzien van die overtuigingen is de overheid ‘neutraal’. De overheid is ook neutraal bij het in voorkomende gevallen uitspreken van een eed dan wel een belofte. Gaat uw gang, zegt de overheid en je hoeft nog niet eens je eigen bijbeltje mee te nemen ook. Neutraliteit is een compromis, met aan de ene kant van het compromis het ‘openbare’ en aan de andere kant het ‘bijzondere’, spruiten van dezelfde wetten en besluiten en onderworpen aan dezelfde Inspectie, die dan weer openbaar is en tegelijk het bijzondere erkent. Dwaze, verwarrende, houterige woorden. Die een eeuw geleden hebben geleid tot een houterig compromis. In veel gevallen is een houterig compromis beter dan geen compromis. De rest is ongeduld.

Neutraliteit is allerminst hetzelfde als de afwezigheid van religie in het publieke domein. Het zegt niet meer dan dat we niet aan een staatsgodsdienst doen en dat we de bestaande religies alle met dezelfde egards (of het gebrek eraan) bejegenen. Neutraliteit is verder gecodificeerd in een aantal grondrechten, rechten van de burger tegenover de staat, rechten die hem een gelijke, onpartijdige, neutrale behandeling van de staat garanderen en die hem bevoegd verklaren er zijn eigen religie op na te houden, solo of in gezelschap van anderen, thuis of in de publieke ruimte.

Geen afwezigheid van de religie in het publieke domein dus. Integendeel zelfs. Rutte politiseert religie en lonkt als het zo uitkomt naar de SGP. Het is denkbaar dat we binnen niet al te lange tijd een regeringsverklaring hebben met een uitdrukkelijke verwijzing naar het christendom. Geeft niet, die verwijzing komen we toch al overal tegen (het schijnt dat we het resultaat zijn van een joods-christelijke-humanistische beschaving), zij het dat we daar kennelijk volstrekt neutraal mee omgaan. Hoe? Dat vermeldt het verhaal niet want om het hoe te achterhalen zouden we het verhaal moeten vertellen en we willen geen slapende honden wakker maken – in dat geval is de kans levensgroot aanwezig dat we het verhaal nooit meer sluitend krijgen en hoewel dat verhaaltechnisch geen probleem is, is het dat politiek gezien weer wel.

‘Religieuze symbolen of zichtbare uitingen van identiteit, zoals oorbellen, tatoeages of een opvallende haarkleur, passen niet bij de publieke functie van de politie’ (conform de gedragscode die het ministerie van V&J in 2011 heeft opgesteld). Met de ‘zichtbare uitingen’ hebben we niet zoveel moeite meer, met de ‘religieuze symbolen’ des te meer. Is een tatoeage neutraal op een manier die het hoofddoekje niet is? Dat hangt van de tatoeage af en om daar eindeloze haarkloverijen over te voorkomen is ongetwijfeld het verbod ingesteld. Dat niet wordt gehandhaafd. Met als denkbaar gevolg dat satanische verzen op huid mogen, en religieuze symbolen als een bedreiging van de neutraliteit worden gezien. Ik noem maar wat.

Wat zegt het curieuze onderscheid van symbolen en zichtbare uitingen over de identiteit van ons begrip van identiteit? Dat we er nog niet uit zijn, denk ik. Dat de identiteit van neutraliteit en dat de identiteit van pacificatie toe zijn aan de nodige heroverwegingen. De Amsterdamse politie vraagt om die heroverwegingen. Daarmee bewijst de Amsterdamse politie verder te zijn dan het gros van de politieke partijen die alle te kennen geven dat voor hen een debat over neutraliteit op zichzelf al een aantasting van de neutraliteit is.

Ik kan niet wachten op de heropleving van die onmiskenbaar zichtbare uiting van onze identiteit, de uiting die wij Zwarte Piet noemen.

19 mei 2017

=0=


Meel

Ben je met elkaar in gesprek dan ben je met de rest, die er niet bij is, niet in gesprek. Wordt het gesprek onderbroken dan kan dat weer wel. Tenzij het gesprek ‘vertrouwelijk’ is want dan kan het weer niet. Buma dacht dat de informatiegesprekken vertrouwelijk waren en daarom kon hij er ook vandaag niet over spreken. Ofschoon die gesprekken voorbij zijn komen drie van de vier fractieleiders elkaar in een volgende ronde vast weer tegen. Daarom, zegt Buma. De anderen zeiden het niet, althans niet zo, maar ook zij hielden de kaken op elkaar over wat ze in twee maanden hadden uitgewisseld. Ze hebben elkaar nog nodig en uit de omstandigheid dat Klaver zich, vandaag in de Tweede Kamer, bij de zwijgzaamheid aansloot kunnen we afleiden dat hij alleen ‘vooralsnog’ (zijn woord) nu even niet meedoet. Met meel in de mond.

Ik was verbaasd over het vertrouwelijke dat Buma in het spel bracht. Alsof hij sprak over het geheimpje dat een ondeugende buurman met het kleine meisje van hiernaast wou bewaren. Het is ons geheimpje, toch? Mag niemand weten. Afgesproken? Ik bedoel maar, vertrouwelijkheid is nogal eens het tegendeel van vertrouwen en als politici het verschil niet kennen, dan begrijp ik een boel meer van politiek en wil ik er weer minder van weten. Zou Buma bedoelen dat iedere nieuwkomer maar moet blijven raden over wat in ronde 1 is bedisseld? Of dat een nieuwkomer het alleen te weten komt als hij bereid is even vertrouwelijk te zijn als de anderen, hoewel je op het moment dat je zo’n afspraak maakt nog niet kunt weten hoe ver dat strekt? Lijkt me in beide gevallen knap onmogelijk. Waar is het op stuk gelopen? Ja, iets met migratie. Wat met migratie? Nou ja, iets, iets waardoor voor GL de ondergrens (nee, niet de grens van de migrant maar de ondergrens van GL) was bereikt, en wat was dat iets? Tja, daar doen we (GL, CDA, VVD, D66) geen verdere mededelingen over.

Het was nuttig geweest indien de overige partijen hun eigen interpretatie hadden gegeven van het gebeuren als gevolg waarvan GL de plaat poetste, en als ze tegelijk de vraag hadden beantwoord of zij in dat geval ook hadden besloten dat voor hen hun ‘ondergrens’ was bereikt. Deze interpretatie: mag een asielzoeker van buiten Europa ook alleen buiten Europa asiel aanvragen voor Europa? Zeg ja en je weet dat de vraag of je daarmee internationale verdragen uitschakelt bevestigend beantwoord is. Zeg nee, en de vraag wordt ontkennend beantwoord: het is, geheel conform de internationale verdragen, ook mogelijk om in Europa asiel voor Europa aan te vragen.

Alleen al die vraag opwerpen bleek vandaag te moeilijk voor het Nederlandse parlement.

17 mei 2017

=0=

 

 

Vastgelopen

Hoe zou je klimaatvluchtelingen kunnen opvangen in hun eigen regio? Ik vraag het maar want tijdens de formatiebesprekingen van mevrouw Schippers vroeg niemand ernaar. Hadden ze wel moeten doen, om aan te geven dat klimaat, migratie en inkomen niet drie verschillende onderwerpen zijn maar slechts één. Dat is het onderwerp van de bewegingsvrijheid, en met bewegingsvrijheid begint elke vrijheid. Hobbes was er van doordrongen. Je kunt wel inleveren op bewegingsvrijheid maar, vindt hij, dat kan eigenlijk alleen als je het eens bent met de redenen voor de beperking ervan. Ja, toen werd er nog nagedacht.

Zou zelfs Jesse Klaver niet gevraagd hebben naar de verwevenheid van klimaat en klimaatvluchtelingen? Dat je die niet kunt ontkennen? Misschien heb ik me vergist en heeft hij het wel gedaan. Het zou ook moeten. Politici moeten een beetje vooruit kunnen kijken en als ze de band tussen klimaat en klimaatvluchteling niet zien hebben ze een fout vak gekozen. Dat is in dat geval vervelend voor ons. Nog vervelender, overigens, is de band wel zien en hem vervolgens verzwijgen en verdonkeremanen, door hem op te splitsen in aparte onderwerpen. Ik geloof dat de onderhandelaars het daar wel mee eens waren, met die opsplitsing. VVD en CDA in ieder geval. Die partijen zijn erg voor opvang in de eigen regio, ook als die regio onder water is komen te staan of als die regio in jaren geen druppel regen meer ontvangt. En van Edith Schippers kunnen we niet verwachten dat ze tegen de desbetreffende heren zegt dat het echt van de gekke is om klimaat en klimaatvluchteling op deze manier uit elkaar te trekken. Waarom kunnen we dat niet verwachten? Omdat Edith ook erg van regio’s houdt, in het bijzonder als het niet onze regio’s zijn.

Nederlandse politici gedijen bij ontkenning. Ze schuiven alles voor zich uit en nemen gemakshalve aan dat ze niet zullen struikelen over hun eigen kortzichtigheid. VVD en CDA denken dat als ze maar uit voldoende internationale verdragen stappen ze ook niet hoeven na te denken over de juridische status van klimaatvluchtelingen. Voor hen is het probleem opgelost als we de Turkije-deal klonen en overal toepassen waar de mensen wel eens in beweging zouden kunnen komen en een regiem bereid is van mensen wisselgeld te maken.

De CU was tegen die deal, het CDA was tegen die deal. De CU voornamelijk vanwege de mensenrechtenschendingen, het CDA voornamelijk vanwege de kans op heropening van de onderhandelingen met Turkije over een eventueel lidmaatschap van de EU – waar het CDA mordicus tegen is. Is het CDA nu voor, nu die onderhandelingen toch al op sterven na dood zijn? En als de CU naar de formatie-tafel afreist, is die partij dan nog steeds tegen? We zullen zien. Ik ben er niet gerust op. En D66? Daar ben ik nooit gerust op. Zullen die zoals wel vaker ‘pragmatisch’ zijn en zich neerleggen bij de Turkse deal waar ze eerst ‘kritisch’ over waren en die ze nu misschien toch gaan omarmen?

Als de CU voet bij stuk houdt komen we vanzelf bij de PvdA uit. Door die partij is die deal zo ongeveer vormgegeven, dus wat let ze? Alles zou ik menen, werkelijk alles.

Als de PvdA werkelijk van zins is iets van het verloren gezag terug te winnen dan kan die partij maar één ding doen en dat is voorlopig uit de buurt blijven van de regeringsmacht. Nog beter zou het zijn als die partij tegen toekomstige formatie-onderhandelaars zou zeggen dat iedereen die denkt dat migratie ‘maakbaar’ is het land een slechte dienst bewijst. Maakbare migratie is met de rug naar de migratiestroom gaan staan en het is de ontkenning dat elke migratiebeleid in de nabije toekomst ook klimaatbeleid zal zijn. Maakbare migratie is geen migratie het is hoon, het is zeggen dat je maar mooi in je eigen sop moet gaarkoken en dat wij nog wel bereid zijn de lucifers te leveren maar dat het dan ook afgelopen moet zijn. Het was het beleid dat de PvdA heeft gesteund in het vorige kabinet. Neem daar afstand van. Dat zou nog eens de hand in eigen boezem steken zijn. Over je eigen schaduw heenspringen heet dat in het Haagse jargon. Het is bevrijdend. Het is het bewijs dat je je eigen bewegingsvrijheid kunt opeisen. Ja, stel je voor. Of vindt de PvdA het eerder beangstigend dan bevrijdend?

Spring!

16 mei 2017

=0=

 

 

Nadagen

In de nadagen van zijn ministerschap heeft Kamp ontdekt dat AKZO een Nederlands bedrijf is. Dat wil hij graag zo houden. Maar AKZO is helemaal geen Nederlands bedrijf. AKZO is een bedrijf op aandelen en aandeelhouders laten zich door zoiets als herkomst niet afleiden. Marx dacht dat arbeiders geen vaderland hadden. Dat bleek een vergissing. Arbeiders hebben dezer dagen weinig anders dan hun vaderland. Aandeelhouders daarentegen hebben geen vaderland. Ze hebben aandelen.

Het is de tijd voor nadagen. Er wordt de laatste dagen nogal gespeculeerd over onze polder en over hoeveel tijd de polder nog heeft voordat hij wordt overspoeld door de golven van de globalisering. Moeten we het water keren of moeten we ons aan het water aanpassen? Hogere dijken of meebewegen met water?

Nu, over het water weet onze koning alles maar over onze polder weten we allemaal wel wat en wat we weten is dat de polder staat en valt met de bereidheid van allen in de polder de polder te onderhouden. De polder is, zeg maar, een soort participatiesamenleving avant la lettre en uitgerekend op het moment dat de WRR heeft uitgevonden dat de participatiesamenleving te hoog voor de burgers gegrepen is, zelfs voor die burgers wier denkvermogen mooi op orde is en die dan toch tegen de grenzen van hun doenvermogen aanlopen, beginnen de werkgevers steeds meer te morren over de polder, dat ze er geen zin meer in hebben, dat de werknemers veel te eigenwijs zijn, dat het ze handenvol geld kost en dat het geld niet op is – er is meer geld dan ooit – en toch niet aan de polder gespendeerd gaat worden. De werkgevers verdommen het hun doenvermogen nog aan te spreken en nee, met hun denkvermogen is niets mis, althans niet meer mis dan er altijd al mis mee was.

Ik zou denken dat het nog lang geduurd heeft voordat de werkgevers de handschoen in de ring hebben geworpen, en ik zou denken dat het nog veel langer had kunnen duren als de vakbonden op tijd stampij hadden gemaakt maar aangezien het al zover is gekomen dat loonsverhoging tegenwoordig door de centrale bank wordt aanbevolen in plaats van afgedwongen te zijn door de vakbonden of door het MKB en bij voorkeur in schone samenwerking tussen die twee, mogen we aannemen dat we de nadagen van het polderen beleven.

We hadden het kunnen zien aankomen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was het nog de Stichting van de Arbeid die de kar van de arbeidsverhoudingen weer wist vlot te trekken, in de jaren tien van deze eeuw moest het van minister Asscher komen. Toch een verschil en ik denk dat iedereen wel wist dat het verschil tussen het Stichtingsakkoord van destijds en het sociaal akkoord van Asscher gezocht moest worden in het antwoord op de vraag of de werkgevers er nog wel zin in hadden. Toen wel, nu niet en de eenvoudige overweging dat de Stichting het laat afweten en de minister het mag proberen was het teken aan de wand. Zin? Nee, zei werkgeversvoorzitter Hans de Boer vrijwel onmiddellijk na zijn aantreden. Dat doen we niet nog een keer. Hij bedoelde: we doen het ook deze keer niet.

Dat de werkgevers nu dwars liggen bij het derde jaar WW geeft alleen maar aan dat je met werkgevers geen afspraken moet maken als je er geen macht naast kunt zetten. Dat had Asscher moeten bedenken en misschien heeft hij dat ook wel bedacht maar kon hij ook zijnerzijds in een kabinet met de VVD er geen macht voor mobiliseren. De machtsvraag ligt nu op tafel en daaraan kunnen we aflezen dat we inderdaad in de nadagen van de polder verzeild zijn geraakt.

25 april 2017

=0=


Prikkel

Alles wat we doen gebeurt in de tijd en verbruikt tijd. Tegelijk kunnen we tijd niet verzamelen, zoals we dat wel kunnen met geld of goederen. We kunnen van tijd geen voorraad aanleggen. Wat we wel kunnen doen is proberen ons onder ons tijdgebrek uit te wurmen door beslag te leggen op de tijd van anderen. Als je dat alleen maar doet met het oog op je eigen belang, verklein je daarmee je eigen tijdnood en al doende vergroot je de tijdnood van anderen. Je kunt het ook met een ander oogmerk doen, bijvoorbeeld door ouders op te leggen dat ze hun kinderen naar school sturen. Dat voorkomt kinderarbeid en het draagt bij aan de latere zelfbeschikking van de kinderen.

Ik noem macht de mate waarin Ego erin slaagt in te breken in de tijdsbesteding van Alter. Ego en alter kunnen mensen zijn, ondernemingen, kerken, politieke partijen, overheden, clubs, rechtbanken en gevangenissen want macht is overal. Er is geen invloed buiten de tijd en macht is de tijdsdimensie van invloed.

Eén manier om in de tijd van alter in te breken bestaat in de kunst van het beperken van alter’s bewegingsmogelijkheden. Heb jij, alter, een uitkering dan moet je beschikbaar zijn en beschikbaar zijn betekent aanwezig zijn. Op afroep, bij voorkeur. Ik hoorde vanochtend op radio 1 een stukje van een gesprek over werklozen die een maximum van drie jaar uitkering was beloofd, die die belofte toen werd ontnomen om er toch twee jaar van te maken en die nu weer mogen hopen op drie jaar. Of hopen, wie drie jaar werkloos is kan het wel schudden met z’n baankansen, wie twee jaar is ook en dus gaat het niet om de hoop op een nieuwe baan die je wat langer mag koesteren, het gaat om het uitstellen van het moment van het belanden in de bijstand. Dan kun je net zomin bewegen als met je werkloosheidsuitkering maar nu heb je er ook het geld niet meer voor. Er kwamen mensen aan het woord die zich grote zorgen maakten over die drie jaar want, vreesden ze, met die drie jaar werkloosheidsuitkering zou de ‘prikkel’ om een nieuwe baan te zoeken af kunnen nemen. De prikkel: dat is economenbargoens voor de kans dat een werkloze er eigen gedachten op nahoudt over wat zijn beste tijdsbesteding is. Dat is zo ongeveer het ergste wat men zich kan indenken. Een werkloze met eigen gedachten! Gekker moet het niet worden. Nog even en ook de werkenden laten hun eigen gedachten niet meer achter bij het inklokken.

De wijsheid van de econoom is de prikkel voor de ondernemer en het CPB – dat natuurlijk ook weer voorbijkwam op radio 1 – is de bemiddelaar.

21 april 2017

=0=


Paasstol

Er zijn mensen die naar The Passion kijken vanwege de traditie en vanwege hun roots. AD columniste Angela de Jong is één van hen. Wat The Passion en roots met traditie te maken hebben vermeldt ze niet.

Nu, The Passion is een project van de christelijke omroepen die als een vos hun passie preken, die net als de vos ook wel weten dat je dan de passie moet opleuken en dat dat niet gaat zonder her en der met een traditie te breken. De omroepen doen het al een paar jaar en daarom vindt Angela de Jong dat ook een traditie, de traditie dat omroepen die eerst de katholieke dwaalleer te vuur en te zwaard bestreden en de traditie dat andere omroepen die eerst de hervormde scheurmakers de maat namen, dat die omroepen nu samenwerken en daar een traditie van maken want alles wat voor de tweede keer gebeurt en door Angela wordt gewaardeerd is een traditie, wat zullen we nou krijgen.

Vroeger verstonden we onder traditie de zeden en gewoonten in het land, nu verstaat Angela de Jong er haar roots onder en die roots dekken de dingen die Angela leuk vindt en die daarom de moeite van het bewaren en opslaan in Angela’s traditietrommel waard zijn. In haar traditietrommeltje bewaart ze haar cultuur, haal ‘culturele normen en waarden’.

Toen we nog zeden en gewoonten hadden waren op eerste paasdag de winkels dicht en werd er niet gevoetbald. Dat was traditie. Op tweede paasdag waren er wat winkels open en op tweede paasdag werd er wel gevoetbald. Was ook traditie. Op gewone zondagen waren de winkels ook dicht. Was ook al traditie. Daarom kon je in ons land spreken van een christelijke traditie want hoewel er steeds minder gelovigen waren, waren er niet minder Nederlanders en die hielden zich aan de code van de zondag en de christelijke feestdag. Om hun instemming was ze nooit gevraagd en ook dat was een traditie.

Tegenwoordig wordt ze wel gevraagd of winkels open moeten en nu zijn de winkels altijd open en de stadions ook. Of dat het gevolg is van onze koopzucht of van van onze handelzucht is een open vraag. Ik zou het antwoord niet weten. Je kunt de mensen ook vragen of de grenzen dicht moeten en daar niet bij zeggen dat wij dan ook het land niet meer uitkunnen. Dat merken we dan nog wel. Toch? Er gaan ook stemmen op om de onderwijsvrijheid af te schaffen. Die stemmen klinken al zo luid dat ze doordringen aan de informatietafel van mevrouw Schippers.

Onderwijsvrijheid, lees ik bij de altijd voortreffelijke Aleid Truijens, leidt tot grote kwaliteitsverschillen tussen scholen, veel groter dan in landen die onze onderwijsvrijheid niet hebben en trouwens, die onderwijsvrijheid was toch al verkommerd tot een schoolbesturenvrijheid. Ook mooi, maar met de traditionele onderwijsvrijheid heeft het niet veel meer te maken, net zoals open winkels op paaszondag niets met pasen te maken hebben en alles met commercie. Je kunt best je zeden en gewoonten inruilen en voor het statiegeld dat je ervoor terugkrijgt een paar kilo cultuur kopen maar dat is toch niet helemaal hetzelfde. Dat voel je aan je roots, zo’n woord dat ook al niet uit onze zeden en gewoonten voortspruit. Wel weer uit de cultuur en dat is ook mooi. Zuig er even op en je hebt een traditie te pakken.

Angela de Jong had graag een paasstol gehad maar de paasstol is bij AH een feeststol geworden. Je hoort Angela mopperen over dit type nieuwlichterij maar ze gaat pas echt door het lint als ze denkt aan de aanval op onze christelijke cultuur en nee, dat gaat niet over winkeltijden want die horen bij Angela’s traditie en daar moet je met je fikken afblijven. Het gaat wel over scholen die denken dat pasen een gebeuren is waar elk geloof en elke gelovige bij moeten kunnen aanschuiven en, leer mij de Nederlanders kennen, de ongelovigen ook. Daar hoor ik Angela niet over maar, vraagt ze, waarom moeten we ook hier weer rekening houden met moslims die zelf met niemand rekening houden? Angela snapt het niet en Angela pikt het niet. Het is haar pasen. ‘Wat is dat toch’, vraagt Angela, ‘dat de culturele waarden en normen waarop dit land is gebouwd zó makkelijk worden verkwanseld door sommige mensen?’

Toen zij naar The Passion keek, keken haar kinderen naar Ajax. Zij de oecumenische godsdienst, haar kinderen de wereldgodsdienst. Dat zal wel traditie wezen in huize De Jong. Ik hoop dat de feeststol haar goed gesmaakt heeft, vanochtend, bij het traditionele paasontbijt.

16 april 2017

=0=

 

Verval

Het verschijnsel dat de mensen wier leven het is zelf in staat mogen worden geacht te bepalen wanneer hun leven voltooid is roept veel verzet op. Er zijn drie hoofdvarianten in het verzet. Het verzet kent een metacommunicatieve christelijke variant die ons vertelt dat de beslissing over leven en dood helemaal niet aan de mens is en dat het probleem van voltooid leven pas is ontstaan toen er mensen kwamen die de menselijke onbevoegdheid zelf te beslissen in naam van het humanisme of een ander -isme meenden te moeten ontkennen. Het verzet heeft daarnaast een communicatieve, op het model van de reclame geënte, variant die ons vertelt dat mensen beïnvloedbaar zijn en het, wat het ook is, daarom helemaal niet zelf kunnen bepalen, zelfs als ze denken dat ze het zelf bepalen, juist als ze denken dat ze het zelf bepalen – want als ze dat denken dan telt het als de de hoogste prestatie van de reclamemaker.

Er is nog een derde variant, de staatsvariant, de variant van de machtscommunicatie. Die wordt ter tafel gebracht door Stephan Sanders (De Groene, 5 april 2017) en hij beroept zich op een uitspraak van Dorien Pessers. Deze uitspraak: ‘De eerste taak van de staat is en blijft het leven te beschermen, ongeacht de kwaliteit ervan.’ Pessers rept verder, met instemming van Sanders, over het morele verval van de staat zodra deze zich inlaat met het wetsvoorstel voltooid leven van D66. Dat zijn grote woorden. Zou Pessers, en met haar Sanders, elk advies van de Gezondheidsraad waarin gewag wordt gemaakt van qaly’s en elke beslissing van de minister die daarop voortborduurt (deze medische interventie vergoeden we wel, die niet) op morele gronden afkeuren? Het zou wel consequent zijn want qaly’s staan voor een zorgkostenopvatting waarin niet het beschermen van leven ‘ongeacht de kwaliteit ervan’ voorop staat maar waarin bescherming uitdrukkelijk wordt gekoppeld aan de kwaliteit van een leven en dan mag ik verwachten dat Pessers en Sanders moord en brand schreeuwen. Dat hebben ze niet gedaan. Waarom niet? Omdat zorgkosten over wat anders gaan? Over wat dan wel? Je mag altijd roepen dat de morele code van de in het utilitaire denken gedoopte qaly’s niet deugt en ik vermoed dat Pessers en Sanders het aan zichzelf verplicht zijn om de qaly’s af te wijzen maar zelfs dan vind ik dat wie het utilitarisme gelijkstelt aan moreel verval, zoals zij per implicatie doen, lijdt aan cognitief verval.

De steen des aanstoots in alle varianten is de autonomie, de autonomie van de zelfbschikking. Autonomie is een illusie, we zijn niet autonoom, we streven ernaar misschien maar we zijn het niet en we mogen het zeker niet als uitgangspunt hanteren. Alsof de fictie dat we de wet kennen als juridisch uitgangspunt moet worden verworpen want wie kent de wet nou? Wat een raar uitgangspunt zou Sanders zeggen, dat idee dat we de wet kennen. Dan kun je ook wel als uitgangspunt kiezen dat mensen autonoom zijn. Inderdaad, en juist daarom is de fictie zo aardig want zo kun je nog eens een contract opstellen, en zo kun je nog eens een beslissing nemen en zo kun je aannemen dat mensen autonoom zijn en daar zit je dan aan vast en zo.

Het aardige van uitgangspunten is niet dat het is zoals het uitgangspunt stelt dat het is, het aardige van een uitgangspunt is dat je er vanuit kunt gaan juist omdat het nog niet zo is. Aan een uitgangspunt kun je werken, net zoals je aan kinderen kunt werken en hen op een gegeven moment in staat achten hun eigen beslissingen te nemen en daar de verantwoordelijkheid voor te dragen. Tenzij je Sanders heet en van mening bent dat we altijd kind blijven en dat we daarom altijd onder toezicht moeten blijven staan. Wie in termen van voltooid leven denkt ontkent dat en is daarom onverantwoordelijk.

Het aantal mensen dat ons op dat vlak tegen onszelf in bescherming meent te moeten nemen is onthutsend groot en hun argumentatie is zo dwingend dat ik me steeds maar weer afvraag of ze niet veel liever zouden dwingen dan argumenteren. Het komt er vrijwel steeds op neer dat wij niet weten waar we het over hebben en dat zij dat in onze plaats ook niet weten, maar dat zij wel weten en dat zelfs in onze plaats weten, dat als wij iets willen we meestal wat anders willen en dat wij daarom geen onherroepelijke dingen moeten willen doen want anders komen we aan dat andere wat we eigenlijk volgens hen had willen doen niet meer toe en dat zou toch sneu zijn.

In ons leven speelt de kwaliteit ervan een cruciale rol. De euthanasiewetgeving was een eerste erkenning dat het met die kwaliteit zo beroerd gesteld kon zijn dat je van het leven afscheid zou moeten mogen nemen. Dat anderen in dat kwaliteitsoordeel een rol speelden nam niet weg dat degeen wiens leven het was het initiatief kon nemen er een eind aan te willen maken. Daar heeft hij vaker wel dan niet hulp bij nodig want zo eenvoudig is doodgaan nu ook weer niet. De wet biedt overigens meer bescherming aan de hulpverlener dan rechten aan de hulpvragende. De hulpverlener die weigert hulp te verlenen hoeft dat niet toe te lichten – tegen die achtergrond is het verzet van de KNMG tegen een voorstel over ‘voltooid leven’ niet meer dan het verzet tegen het knabbelen aan het artsenmonopolie. De KNMG wil tegengaan dat een uitbreiding van het gezelschap van hulpverleners tot over de grenzen van de artsen heen wordt gerealiseerd.

Tal van mensen vrezen een terugval in kwaliteit van leven als de ouderdom niet alleen met gebreken komt maar ook met dementie. De wens een leven als voltooid te beschouwen is ook de wens, en de beslissing, de dementie te slim af te zijn. Bij Sanders bespeur ik de neiging om die uitweg af te snijden, in zijn geval met een halfzacht sociologisch opgetuigde redenering – Sanders is inmiddels min of meer van de christelijke metacommunicatie en zo maar omdat hij denkt dat de machts- en reclamecommunictaie precies dezelfde richting op wijzen doet onderscheidingen er niet eens meer toe – dat de meeste mensen niet slim genoeg zijn voor zo’n beslissing en dat we hun wens niet serieus mogen nemen. In hun eigen belang, begrijp me goed.

Onverdraaglijk bevoogdend.

7 april 2017

=0=


Schreeuwers

De PVV zit niet op schreeuwers te wachten. Ik lees het en ben verbaasd. De PVV is een schreeuwer en daar hebben ze geen stemming voor nodig, een verkiezing ook niet en zelfs geen referendum.

Aan de andere kant is het natuurlijk een waarheid als een koe. Naast Wilders nog een schreeuwer en het wordt een zootje. En daarom zit de PVV niet op schreeuwers te wachten. Meestal geldt dat wat in het meervoud geldt ook in het enkelvoud geldt maar die regel gaat bij de PVV niet op. Het enkelvoud is uniek, het woord zegt het al en het meervoud, dat is gewoon meer, niks bijzonders eigenlijk. Het enkelvoud heeft de schoonheid van de eenvoud, het meervoud heeft het rommelige van het veelvoud. Het is goed zo, denkt Geert en dan is het goed. Zo.

In de LPF zaten ze juist wel op schreeuwers te wachten, begrijp ik uit een enkel artikel naar aanleiding van een publicatie over de ruïneuze LPF-fractie en LPF-bewindslieden die meenden uitverkoren te zijn omdat ze zich een plekje op een lijst hadden weten te verwerven. Het was alleen de naamgever van de lijst die was gekozen, die liefst zesentwintig keer was gekozen en wiens plek bij zijn ontstentenis werd ingenomen door een verzameling ongein voor wie de naam slippendragers nog een te grote eer was. Zesentwintig schreeuwers, dat is als een kakofonie – in een klasje zonder onderwijzer.

Als ik probeer me een beeld te vormen van de PVV zonder Wilders (omdat Wilders genoeg heeft gekregen van al die slaafse ja-knikkers) dan kom ik uit bij de LPF. Alleen de broer van Wilders werkt in het beeld niet helemaal mee; dat is, Marten Fortuyn in gedachten nemend, een voordeel. Kennelijk doet het er niet toe of er een partij is. Wilders wijst de weg, de andere partijen volgen.

In het geval van PVV en LPF kun je met goed fatsoen niet van kapitaalvernietiging spreken, bij de overige partijen zou er – een mens mag aan het positieve geloven – van kapitaalvernietiging sprake kunnen zijn. In de pissige reacties op afsplitsingen van een fractie komt uitstekend naar voren hoezeer partijen denken dat de volksvertegenwoordiger niets is en de partij alles, alles in de persoon van de fractieleider die niet toevallig ook als partijleider dienst doet, en niet een partijvoorzitter of een partijbestuur. Soms wordt honend aan een zetelrover gevraagd hoeveel voorkeurstemmen hij had – dat is aan dovemansoren gericht voor wat betreft de rover, en het is een voltreffer voor wat betreft de fractie. Dat u het maar weet. En daarom kan geen enkele partij schreeuwers gebruiken.

6 april 2017

=0=

 

 

Focus

Het begon met doelgroepen. Ik vermoed dat we aan de doelgroepen zijn gegaan toen we met de ontmanteling van de verzorgingsstaat een frisse start maakten. De verzorgingsstaat is die merkwaardige constructie die gebouwd is op de veronderstelling dat we problemen delen en er daarom ook een gemeenschappelijke oplossing voor moeten zoeken. Doelgroepen berusten daarentegen op de veronderstelling dat sommigen problemen hebben die anderen niet hebben en als de mensen die problemen hebben een beetje op elkaar lijken dan vinden we dat we beleid moeten maken dat niet de problemen verhelpt maar dat die mensen helpt en en die mensen noemen we dan doelgroepen en dat beleid noemen we dan doelgroepenbeleid. En passant is de verzorgingsstaat omgevormd tot de ondernemersstaat. Ondernemers hebben geen problemen, ondernemers hebben oplossingen. Dat is beter voor iedereen.

De voordelen van doelgroepen en deelproblemen zijn immens. Omdat er geen gedeelde problemen meer zijn (ze zijn er natuurlijk wel maar ze worden niet meer erkend, ze worden hooguit nog getolereerd) hoeven ook de oplossingen niet meer met rechten te worden bekleed. Voorzieningen volstaan, op is op en de burger is vervangen door de hardwerkende burger die dan het volste recht heeft (er blijven altijd nog rechten over, al is het maar het recht om ongezouten je mening te ventileren) de pest in te hebben over leden van doelgroepen die iets voor niets krijgen. Een bijkomend voordeel is dat je de ene doelgroep met een buurthuis gelukkig maakt terwijl de andere al blij is met een inloopspreekuur.

Niets is zo goedkoop als maatwerk. Bovendien houdt het de doelgroepen scherp; de onderlinge naijver en jalouzie zijn groot en waarom krijgt een vluchteling wel een woning en ik niet? Wonen is een recht, maar een woning is een voorziening en wil je bij een voorziening komen dan moet je eerst bij een doelgroep zien te komen want doelgroepen hebben voorrang zolang de voorraad strekt en meestal is de voorraad al op voordat de doelgroep geheel bediend is. Voor alle overigen hebben we, net als voor de doelgroep, ook wachtlijsten, en waar wachtlijsten zijn is hoop. Meer kunnen wij er niet van maken en ook wij vragen ons af waar de solidariteit toch gebleven is. Meer nog, we vragen ons af of de solidariteit net zoals de volkspartij verdwenen is, met het ‘net zoals’ deze keer te begrijpen als ‘op dezelfde manier’. Ik vraag het maar.

Enige plausibiliteit kan overigens aan deze gedachte niet worden ontzegd. Elke zichzelf respecterende politieke partij heeft dezer dagen het vizier gericht op doelgroepen die ze echter zelden als zodanig kunnen benoemen want voordat je het weet sta je als elitair te boek en dat is zelfmoord. Daarom benaderen sommige politieke partijen hun doelgroepen via een omweggetje en dat heet dan weer ‘focusgroepen’. In feite zijn de politieke partijen zelf de focusgroepen die ervoor moeten zorgen dat zoveel mogelijk mensen zich een beetje lid van hun doelgroep gaan wanen.

Jongeren zijn een doelgroep, ouderen zijn een doelgroep, mema’s zijn een doelgroep, de hardwerkende burgers zijn een doelgroep, de gereformeerden zijn een doelgroep, de net-wat-minder-gereformeerden-maar-toch-nog-wel-degelijk-gereformeerden zijn een doelgroep, de mensen-die-hun-land-zijn-kwijtgeraakt-en-het-weer terug-willen-hebben zijn een doelgroep. Er is geen belang of er past een doelgroep bij, daarom hebben we geen echte volkspartijen meer. We hebben belangenpartijen.

Het begint met doelgroepen. Het eindigt bij een focus op belangenpartijen.

5 april 2017

=0=


Niche

Het is natuurlijk niet zo dat je de grootheid van een volk kunt aflezen aan de grootte van de volkspartijen. Wat je wel kunt doen is de grootheid van een volk aflezen aan de dromen over de grootheid van het volk. Daar kun je een politieke partij op enten, een partij die belooft de grootheid terug te zullen veroveren. Ze beginnen met de droom van grootheid en we moeten hopen dat ze er niet in zullen slagen van hun droom onze nachtmerrie te maken. Maar je weet het nooit. Van die partijen hebben we er nu twee in het parlement. Twee complotgelovige partijen, waarin een klein land groot kan zijn.

De volkspartijen zijn verkruimeld. Of dat ertoe heeft geleid dat politiek marketing is geworden of dat, omgekeerd, de marketing het volk van de volkspartijen heeft verkruimeld, het zou best eens een beetje van allebei kunnen zijn. De waarheid ligt altijd in het midden, want daar kun je je geen buil vallen aan de waarheid en als het onwaar blijkt te zijn heb je in commissie onwaarheden gedebiteerd en dan heeft iedereen boter op het hoofd – behalve de kiezer, die zich van de weeromstuit steeds verder afkeert van de politiek der politici.

In Frankrijk hebben ze geen partij der niet-stemmers maar wel een krachtiger wordende politieke onderstroom, die PRAF wordt genoemd (Plus Rien A Faire, Plus Rien A Foutre), en die in de politiek niets meer te zoeken zegt te hebben en die tegelijk zegt dat de politici-politiek het mooi zelf mag uitzoeken en dat de betreffende politici moeten ophouden met de Prafistes te vervelen met hun politiek waarin politici altijd de oplossing zijn terwijl ze voor de Prafistes het probleem zijn. Fuck off, dat is dat ‘foutre’. Ruwe taal maar nog altijd poeslief in vergelijking met de klerezooi die politici ervan hebben gemaakt. Volgens de Prafistes. Het is geen partij maar was het een partij dan was het net als de niet-stemmerspartij van Plasman de grootste partij.

De waarheid ligt in het midden? Nee, toch, de waarheid is behalve uit de linker- en behalve uit de rechterkant ook uit het midden verdwenen. Echte marketeers bedenken dan een midden dat geen midden is maar wel radicaal en ze noemen dat het radicale midden. Daar hoor ik dezer dagen niet veel meer over, terwijl het nog maar kort geleden heel populair was. De PvdA heeft er begin deze eeuw eventjes mee geflirt maar het niet doorgezet, D66 is al jaren ergens in het radicale midden beland en weet sindsdien niet meer goed uit te leggen hoe radicaal kan samengaan met regeren en, niet te vergeten, het CDA ontdekte het radicale midden, direct na zijn deelname aan het kabinet van het radicale cynisme, Rutte 1. Rutte, overigens, is ook van het radicale midden, niet in woorden uiteraard (dat zou een visie doen vermoeden) maar wel in daden – als het erop aankomt en als het nodig is voor Rutte 3. Ik denk dat het Niet.Nodig.Is.

Het valt op dat waar de droom van Nederland als een christelijke natie nog sterk leeft (in katholieke enclaves zoals Volendam, in gereformeerde enclaves zoals Urk) de PVV goed scoort. Partijen als SGP en CDA hebben dat goed door en roeren de trom van het echt Nederlandse om vooral maar mee te mogen delen in de rechtse buit. Rutte roert die trom ook, regelmatig begeleid door zijn bekentenis dat hij een zeer christelijk man is. Het christendom als splijtzwam, het is een oude traditie die weer springlevend is. Des te vreemder is het dan om bij James Kennedy (vandaag in dagblad Trouw) te lezen dat waar de afstand tot de kerk groter is de mensen eerder terugvallen op ras en natie. Ik denk dat hij geschiedenis en sociologie door elkaar haalt.

Ras en natie. Vandaag vind ik in NRC-Handelsblad een beschouwing van de hand van Paul Scheffer. Hij zet zich af tegen VVD en CDA met hun pleur-op en uitzettingsretoriek want de kans dat de mensen die je niet liever hebt blijven en dat de mensen waar je nog wel in brood in ziet vertrekken, die kans is aanwezig en Scheffer vindt dat niet best. Er zit een soort schiftingsidee in het artikel van Scheffer of eerder een soort schiftingswens en als we wat beter hadden opgelet in de jaren tachtig en negentig, beweert hij, hadden we nu minder problemen gehad en daarom moeten we nu, nu we toch aan het formeren zijn, een ministerie van integratie en immigratie optuigen zodat we vanaf heden kunnen kiezen wie we binnenlaten en dus ook wie we de toegang ontzeggen.

Zo zie je maar, de gedachten aan de maakbare samenleving zijn, net als de traditie van het christendom in Urk en Volendam, nog springlevend. Er is in dit tijdperk van niche-politiek vast wel een nisje voor een opgewarmde maakbare samenleving te vinden en in te richten.

Het is me een lief ding waard als we eens zouden ophouden met het stapelen van doelstellingen, het net doen alsof we kunnen krijgen wat we willen als we het maar echt willen, en het daarmee voeden van maakbaarheidsfantasieën. Zijn randvoorwaarden en dus uitspraken over wat we niet willen laten gebeuren (bijvoorbeeld: noch linksom noch rechtsom toelaten dat gezondheidsbedreigende arbeidsomstandigheden worden getolereerd) niet veel verstandiger? Zouden politici zich daar eens mee bezig willen houden? Alstublieft?

1 april 2017

=0=



Haast

De ondernemers hebben haast. Nederland is bezig met duurzaamheid en om duurzaam winstgevend te zijn bemoeien de ondernemers zich duurzamer dan ooit met het kabinet.
In deze dagen van formatie hebben de ondernemers het extra druk. Ze willen van alles, schakelen daar Balkenende voor in die ook al duurzaam geworden is en die vindt dat duurzaamheid de enige duurzaamheid is waar je op kunt bouwen.

En de ondernemers zeggen de vakbeweging de wacht aan. De vakbeweging moet niet meer zo moeilijk doen over het ontslagrecht en over de wet uitvoering loondoorbetaling bij ziekte (wulbz). VNO-NCW weet natuurlijk best dat de vakbeweging daar niet over gaat maar VNO-NCW weet nog beter dat als de vakbeweging net als VNO-NCW zegt dat het eens afgelopen moet zijn met die belachelijke ontslagbescherming en die idioot lange periode dat een werkgever opdraait voor het loon van zijn zieke werknemer, dat het dan wel goed komt. En zo niet, zegt VNO-NCW dreigend richting vakbeweging, dan gaan we direct met het kabinet in onderhandeling. Je moet het ijzer smeden als het heet is en de uitgang uit de polder had VNO-NCW al lang gevonden, dus daar hoeven ze het niet om te laten.

Over de Wet uitbreiding loondoorbetaling bij ziekte (Wulbz) is met de vakbeweging best te praten. Zo langzamerhand wil iedereen van dat onding af. Gewoon terug naar de ziektewet is het eenvoudigst maar omdat we niet van eenvoud houden doen we dat niet, we gaan wat bedenken dat er erg op lijkt en toch niet hetzelfde is. Trouwens, het wordt toch nooit meer hetzelfde want sinds Paars 1 (het kabinet dat begon met klieren met de ziektewet en dat, hoe eigentijds destijd en hoe onwijs in deze tijd, de ziektewet besloot te privatiseren) is ondernemend Nederland er diep van doordrongen dat ziekte een risico is dat een ondernemer niet moet willen en niet moet hoeven nemen.

Ondernemers worden niet ziek, hun werknemers worden ziek en die moeten daar dan maar wat aan doen, dat hoeven zij niet te doen. En zolang het nog zo was, dat de ondernemer er iets aan moest doen bleek dat in de praktijk steeds meer een oproep om buiten de gewone arbeidsrelatie om te gaan, bleek dat een oproep om steeds strenger te selecteren voordat je iemand in dienst nam, bleek dat een oproep om er vooral voor te zorgen dat als je al iemand in dienst nam je er snel weer van af kon komen.

Ik lees op de site van de FNV dat zij geen cent geven voor het ontslagplan van VNO-NCW maar wel al bezig zijn het probleem van loonbetaling en ziekte aan te pakken. Dat is een sneu antwoord. Als er iets duidelijk is geworden de laatste vijfentwintig jaar, dan wel dat voor VNO-NCW de loondoorbetaling bij ziekte voornamelijk een thema is dat dient om een extra ijzer in het vuur te hebben bij hun klachten over het ontslagrecht, dat ontslagrecht en loondoorbetaling bij ziekte voor de werkgever gekoppelde kwesties zijn. Dat moet je niet beantwoorden door te doen als of er geen koppeling is of dat de koppeling oneigenlijk is. Daar ligt VNO-NCW niet wakker van. VNO-NCW weet heel goed dat of je het nu hebt over loondoorbetaling bij ziekte, over lengte van en rechten op een werkloosheidsuitkering of over ontslagbescherming, het daarbij steeds gaat over verwachtingen die in het spel zijn gekomen door het uitgangspunt van de arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd. Dat moet veranderen.

De ondernemers hebben al heel veel veranderd, in het bijzonder door bijzonder lenig met flexibele contracten te zijn, van uitzend tot en met zzp. Dat heeft al het nodige bewerkstelligd, maar daarmee is de kous nog niet af, de kous van de gewone arbeidsovereenkomst van mensen die je in dienst neemt omdat dat soms nog altijd handiger is dan al die ad hoc contracten. De arbeidsovereenkomst, daar gaat het om, dat juridische fort moet nog worden genomen. En hoe ga je daarbij te werk? Nu, zo ingewikkeld is dat niet. Je zorgt dat je wettelijk de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van het normale geval in het arbeidsrecht omzet in niet meer dan één mogelijkheid onder andere, en je moet eens zien hoe flexibel dat ontslagrecht wordt.

De vakbeweging heeft geen vrienden bij de vier partijen die nu aan het formeren zijn en omgekeerd hebben geen vand die partijen een boodschap aan de vakbeweging. Wil de vakbeweging tijdens de formatie nog wat in de melk te brokkelen hebben dan rest de vakbeweging weinig anders dan stampij te maken, groot kabaal, dan haast te maken en actie te voeren, dat ook, actie op alle fronten. Gaat dat gebeuren? VNO-NCW heeft het akkoord dat het met Asscher sloot nooit serieus genomen en nu stelt het voor er de kachel mee aan te maken. VNO-NCW ontbreekt het niet aan de wil de beuk erin te zetten. Bij de vakbeweging kom ik die wil nergens tegen. Voorlopig is de vakbeweging weer net zo stil als voorheen, toen je nog netjes om belet moest vragen om bij de baas iets op tafel te mogen leggen.

31 maart 2017

=0=


In den beginne

In den beginne was het decreet en het decreet was van Trump en Trump decreteerde dat wat hij ondertekende alle eerdere handtekeningen overbodig maakte. Met hem begon de wereld opnieuw. Zijn wereld dan, de wereld van de anderen niet, die ging gewoon door, zij het onder moeilijker omstandigheden.

John Locke verdedigde, einde 17de eeuw, het private eigendom met twee argumenten: het ‘trickle down’ argument dat toen even ondeugdelijk was als nu, en het argument dat als wij onze arbeid ‘mengen’ met de wereld wij die wereld in eigendom mochten nemen, zo lang er voor anderen en voor komende generaties nog genoeg en van genoeg kwaliteit overbleef. Het mengsel van Locke valt onder de regel van de schaarste, zou ik zeggen, maar dan wel tegen de achtergrond van de dreiging van een tekort: dat er niet genoeg en van genoeg kwaliteit over zou blijven.

Er was nog een boel wereld over, dacht Locke destijds. Daar klopte weinig van maar tegen de tijd dat we ons daar zorgen over begonnen te maken was Locke al lang dood en waren de Indianen zo ongeveer uitgeroeid – de wereld was minder leeg dan Locke had aangenomen. Weinig deugdelijke argumenten daarom, maar het vraagstuk dat Locke met zijn particuliere eigendom onder de aandacht brengt is er niet minder belangrijk om. Dat is het vraagstuk van de niet-vernieuwbare bron, zoals de wereld een niet-vernieuwbare bron is. Vroeger of later treedt de beperkende conditie van Locke op – dat er voor de toekomst niets meer over is dan wel dat er in de toekomst alleen nog inferieure omstandigheden overblijven.

De wereld is niet oneindig en, volgens Peter Singer (One World, 2002), het klimaat hoort bij de wereld, klimaateffecten horen bij de wereld, en dreigen in rap tempo onbeheersbaar te worden. Overtreden we bepaalde grenswaarden (van temperatuur bijvoorbeeld) dan zijn de rampen niet te overzien. Trump zal ze ongetwijfeld per decreet verbieden en omdat zijn wil wet is mogen we verwachten dat rechters, politiemensen, militairen, en wat er nog over is van de inspectiegemeenschap overspoeld zullen worden met wetsovertredingen waar ze niets tegen kunnen beginnen – het overspoelen is hier net iets meer dan alleen een metafoor. De vraag in dit verband is niet of Trump een dolle stier is want daar hoeft geen twijfel over te bestaan. De vraag is of de wereld de tijd heeft om te herstellen van zijn waanzin.

Over het antwoord op die vraag beschikt niemand. Maar over de urgentie en relevantie van die vraag gaan nog altijd politici die zich dan ook de vraag zouden moeten stellen hoe lang ze het zullen pikken dat de VS zich onttrekken aan eerder gemaakte klimaatafspraken. Eerst houden ze die afspraken tegen (Bush sr. en Bush jr. vonden de levensstijl van de Amerikaan belangrijker dan het klimaat), dan gaan ze (Obama) eindelijk akkoord en de inkt van de handtekening onder de desbetreffende verklaring van Parijs is nog niet droog of het gedrens over Amerikanen die zich nergens aan hoeven aante passen klinkt luider dan ooit. Gaan dan overal elders de alarmbellen af? Bij ons, denk ik, niet. Bij de VVD lopen mensen rond die dat hele klimaat maar onzin vinden en, en dat lijkt me zo mogelijk nog gevaarlijker, er lopen daar ook mensen rond die denken dat we niet te hard van stapel moeten lopen met dat klimaat, dat het heel belangrijk is en zo, maar dat hardlopers doodlopers zijn. Ik hoorde het Ed Nijpels gisteravond nog beweren, toen hij Marianne Thieme de aanbeveling deed het wat rustiger aan te doen. Hoe dat bij het CDA zit weet ik niet, maar zo lang die partij een ander woord voor bio-industrie is ben ik er evenmin gerust op.

Groenrechts is een politiek oxymoron dat we in ons land niet zouden moeten willen. Klimaatpartijen als Groenlinks en D66 doen er beter aan in de EU te strijden voor een eensgezind antwoord aan Trump dan in Nederland de groene zaak in handen te spelen van een kabinet dat wordt gedomineerd door rechts. Beide varianten zijn vanaf den beginne weinig kansrijk, ik besef het. Maar als ik dan toch moet kiezen dan liever voor de weg van de EU dan voor die van VVD/CDA.

Zolang we de wereld als privé-eigendom behandelen, behandelen we ook het klimaat als privé-eigendom.

29 maart 2017

=0=



Als jij het zegt

Als jij dat zegt geloof ik je. Dixit Mark Rutte over wat premier Costa zei naar aanleiding van Rutte’s bewering dat Dijsselbloem’s oprisping over drank en vrouwen helemaal niet over Zuid-Europa ging. Waar het dan wel over ging vermeldt het verhaal (in Trouw) niet. Dat is het bewijs, dacht ik, als die Costa, een socialist nog wel, Rutte zo totaal gelooft dat hij niet eens wil weten wie Dijsselbloem in het vizier had dan kan het niet anders dan dat Rutte de meest betrouwbare politicus ooit is.

Gelukkig is de bron van deze vertelling Rutte zelf en niet Costa. Het duurt misschien even voordat vanuit Lissabon weer een ander geluid komt maar dat zal Mark een zorg zijn. Voor hem telt alleen het korte termijneffect, met lange termijnen heeft hij niets, die zijn niet praktisch. Dagkoersen, daar gaat het om en om die een beetje te helpen de goede koers uit te zetten, ze een beetje te beïnvloeden dus, is een leugentje om bestwil, een kleine witte leugen, een adequaat middel. Rutte is het gewend op leugentjes betrapt te worden en hij verliest er zijn goede humeur niet om.

Wel vind ik dat Trouw zich zorgen moet maken over het gemak waarmee nepnieuws door de redactiezeef glipt. Ter verontschuldiging van Trouw mag gelden dat gisteren zo ongeveer alle media melding maakten van de nep-wijsheden van Laura van Geest van het CPB. Dat bureau heeft berekend dat er meer te besteden is dan we tot voor kort dachten en dat dat ook de komende jaren nog wel het geval zal zijn. Wat te doen met die luxe?

Nu daar had Laura van Geest wel een adviesje voor. Bezint eer gij begint, sprak ze en ze legde uit dat ‘we’ nu eens af moeten van die nare gewoonte om als ‘we’ ons rijk voelen te veel uit te geven, met als gevolg dat als ‘we’ niet meer rijk zijn we moeten bezuinigen. Het is de zoveelste ‘we’-leugen en bij politici denk ik dan dat het bij het vak hoort, bij het CPB denk ik dat het juist niet bij het vak hoort en dat daarom zeker de directeur van het CPB zich beter eerst kan bezinnen voordat ze gaat beginnen met adviezen die niet ‘ons’ tot onderwerp zouden mogen hebben maar alleen de banken – waar de ellende met de overheidsfinanciën vandaan is gekomen – en met de politici – die de rekening van de banken hebben doorgeschoven naar dat deel van de burgerij dat geen tweede adres in een tweede land heeft.

Ik denk dat niet alleen technocratische politici maar wij allen moeten vrezen voor het groeiende wantrouwen in elke expertise. Maar als je geesten als Laura van Geest aan het hoofd van een belangrijk expertisecentrum als het CPB plaatst en haar haar gang laat gaan moet je niet raar kijken als het vertrouwen in expertise daalt. En als de verzamelde werkgeversclub VNO-NCW op het allerlaatste moment z’n neus ophaalt voor een expertisecentrum beroepsziekten (Trouw, 24 maart) weten we, niet voor het eerst, dat werkgevers niet van expertise houden omdat ze wel van winst houden. En als een technocraat als Dijsselbloem terugvalt op drank en vrouwen – dan weten we, en ook dat niet voor het eerst – dat de regering terug zal vallen op de leugen en niet op de expertise.

Wat is een technocraat? Een technocraat is iemand die denkt dat politiek een zaak voor ingenieurs is en die daarom aanneemt dat een ingenieur in de politiek een goed politicus is. Geen wonder dat de mening kan postvatten dat we beter af zijn zonder expertise dan met expertise die niet eens de zaak waar het om gaat weet te herkennen. Als een econoom in het nauw wordt gedreven, zei Joan Robinson ooit, dan valt hij terug op de moraal. Dat is een voortreffelijke observatie, en ze gaat niet alleen op voor economen, opgesloten als ze zijn in hun disciplinaire geest, ze gaat ook op voor ingenieurs in de politiek, die behalve sleetse mantra’s die bestand zijn tegen elke ontkenning, tegen elk bewijs van het tegendeel, ook niets te bieden hebben dan goedkoop gemoraliseer.

Als jij het zegt. Normaal klinkt daar enig ongeloof in door. Bij gewone mensen dan. Niet bij Rutte. Rutte is niet gewoon. Hij is normaal.

25 maart 2017

=0=

 

Omdraaien

Zal Ploumen lukken wat Asscher heeft nagelaten? Ploumen heeft nog niet plaatsgenomen in het parlement of haar eerste wetsvoorstel is al aangekondigd. Een wetsvoorstel om de regel dat voor gelijk werk gelijk loon moet worden betaald toe te passen. Laat, maar beter laat dan nooit. Voorheen kon een vrouw die minder verdiende dan een man in dezelfde functie zelf aan de bel trekken.

Dat is laf. We hebben de wet om de verantwoordelijke partij, de werkgever, aan te pakken maar in ons land is het meestal zo dat de werkgever niets wordt opgedragen maar hooguit vriendelijk om iets wordt verzocht. Daarom ben ik blij met alleen al de aankondiging van het wetsvoorstel van Ploumen.

Gaat dat voorstel de arbeidsmarktdiscriminatie nu eindelijk eens grondig aanpakken? Op het punt van de gelijke beloning wel, denk ik en dat is niet alleen mooi, het is ook een mooi precedent voor de strijd tegen tal van andere discriminatiepraktijken op de arbeidsmarkt. Het probleem daarbij was steeds de bewijslast: de zich benadeeld voelende werknemer moest het opnemen tegen de werkgever en tenzij de werkgever opgewekt meedeelde dat hij inderdaad had gediscrimineerd, was het bewijzen van discriminatie natuurlijk onbegonnen werk want elke klacht is er slechts één en voor een bewijs van discriminatie heb je geen incidentle uitglijder nodig maar een regulier patroon, een ‘praktijk’. We moeten, zegt Ploumen over de gelijkheid van lonen, de bewijslast omdraaien: de werkgever moet aantonen dat hij voor gelijk werk gelijk loon betaalt, zonder dat er eerst een werknemer hoeft te klagen. De werkgever moet bewijzen dat de regel niet geschonden wordt.

Dat is vloeken in de polderkerk. En het is zo nodig. Er moet nog veel meer worden gevloekt in de polderkerk. Ja, dat hadden de bonden moeten doen en dat hadden de progressieve politieke partijen en hun mensen in de regering moeten doen maar die hadden steeds wat beters te doen en nu ben ik Ploumen dankbaar, dankbaar omdat zij zegt dat het genoeg is geweest en omdat zij zegt dat zij de kat de bel zal aanbinden. Hoog tijd, de hoogste tijd. En het is nog maar het begin. Discriminatie op herkomst, uiterlijk, religie, gender, leeftijd, nationaliteit, etniciteit – het is de orde van de dag en het is wachten op de dag dat het allemaal buiten de orde wordt verklaard. Hoe? Door de bewijslast naar de werkgever te verplaatsen en onder de werkgever tevens de opdrachtgever te verstaan.

23 maart 2017

=0=

 


Losbandig

Drank en vrouwen en je hand op houen. Het schijnt een fantasietje van Jeroen Dijsselbloem te zijn. Sneu, en verdacht. Gereformeerde oprispingen zijn in mijn woordenboek altijd verdacht. Niet dat Dijsselbloem niet weet waar hij het over heeft. Hij heeft een paar jaar lang bankiers mogen bestuderen, ze opvoeden zelfs, en dat was nodig want over drank, vrouwen en je hand op houen weten bankiers alles en Jeroen van de weeromstuit ook, dezelfde Jeroen die ik over niet al te lange tijd in die kringen verwacht. Hij brengt ongetwijfeld de nodige nuttige kennis mee of eigenlijk de nodige nuttige kennissen want dat geldt daar als hetzelfde. Daarmee wordt het lobbymodel gevoed, het model dat, naar we af en toe te horen krijgen, kwistig met drankjes is, zo nodig de vrouwen in de strijd werpt en de hand ophoudt bij elk verdrag dat de wereld nog multinationaler wil laten worden en bij elke subsidiepot die de EU optuigt om de wereld nog beter te maken.

Jeroen weet dat hij nog langer mee moet en daarom had Jeroen het niet over bankiers en lobbycraten, hij had het over de Europese solidariteit en dan niet over het misbruik van Duitsland en Nederland met hun eeuwige hebberige overschotten op de betalingsbalans die tegen elke Europese afspraak ingaan, maar over het schandaal van het zuiden van Europa, het Europa van de siësta en van het dolce far niente, van het middagdutje en het zoete nietsdoen – en dan aan anderen vragen even af te rekenen. Losbandig, op de grens van het verdorvene. Alsof God nog altijd in Frankrijk woont. Voor een liefhebberende varkensboer als Dijsselbloem is het godgeklaagd, onverdraaglijk, onverteerbaar.

De Spanjaarden zijn boos, de Italianen zijn boos. Jeroen vermoedt bij hen oneigenlijke motieven, ze zijn zo schuldig als de pest en daarom overschreeuwen ze zichzelf. Daar wil hij niet op ingaan. Dat is mooi van hem, behalve dat hij er al op in is gegaan, dat zijn opmerkingen over niets anders gingen dan over eigen schuld en dikke bult en je moet zelf maar op de blaren zitten. Dat hij zich stom heeft uitgedrukt en behalve stom ook onheus, dat wil er bij hem niet in. Excuses? En die zeker met een drankje op mijn kosten bezegelen? Hij moet er niet aan denken, hij wil er niet aan denken en wat hem betreft is er geen denken aan.

Niet de kleingeestige provinciaal Dijsselbloem moeten we aanvallen maar de minister van Financiën Dijsselbloem die de financiële sector met liefde uit de wind houdt en de EU op de tocht zet. Het kan geen toeval zijn dat Dijsselbloem met zijn pesterige verhaaltje op hetzelfde moment naar buiten kwam dat voor de zoveelste keer in de media de innige – Jeroen zou moeten zeggen: incestueuze – band tussen banken en witwassen opdook.
Banken? Nepfirma’s? Belastingontduiking? Financiële malversaties? Als man van de wereld schrikt Jeroen daar nu helemaal niet van. Hij kent z’n pappenheimers. Is dat zo? Ik zou het om willen keren. Ik denk dat zijn pappenheimers hem heel goed kennen en nog beter dan goed weten dat ze van hem niets te vrezen hebben.

Dijsselbloem is een miskleun in de Europese en Nederlandse sociaaldemocratie. Zo’n man moet weg. Van zijn eigen partij heb ik nog niets gehoord over zijn faux pas maar dat ze hem het zullen vergeven en, wie weet, als het nodig wordt als één man achter hem gaan staan – het zou me niets verbazen.

De Nederlandse sociaaldemocratie verkeert in een diepe crisis, hoor ik steeds.

22 maart 2017

=0=



Toekomst

Doelverschuiving of -verplaatsing is het verschijnsel dat het doel waarvoor je ooit een organisatie oprichtte terzijde wordt geschoven door het belang van de organisatie zelf, dat de organisatie het doel van de organisatie wordt. Het fenomeen is ruim een eeuw geleden door Robert Michels beschreven, in zijn analyse van de Duitse sociaaldemocratische partij. Hij had het ook gisteren kunnen schrijven, en dan naar aanleiding van de ledenraad van de PvdA.

Doelverplaatsing is dus het verschijnsel dat de organisatie belangrijker wordt dan het aanvankelijke doel van de organisatie en het is daarnaast een uitdrukking van het verschijnsel dat zich binnen de organisatie een hiërarchie heeft gevormd die zo succesvol is dat hij de organisatiedoelen kan aanpassen aan de noden van de organisatie en, om de kring te sluiten, de noden van de organisatie aan de hiërarchie – door Michels voor de gelegenheid ‘oligarchie’ genoemd.

Af en toe komt er nog iemand voorbij die aan het oude doel en de oude idealen herinnert, een soort Bernie Sanders zal ik maar zeggen of iemand anders van om en nabij dezelfde leeftijd als de idealen, en die daarmee enige populariteit verzamelt, een beetje op de manier van Jan Pronk die ooit partijvoorzitter wilde worden en daar vooral niet in mocht slagen. Pronk verloor, nog maar een jaar of tien geleden, van Lilian Ploumen, de favoriet van Wouter Bos. Die wist feilloos dat het soort dat Pronk vertegenwoordigt altijd gevaarlijk is want het is het soort dat het doel prefereert boven de organisatie en dat is zóóó twintigste eeuw, dat kunnen we ons niet meer veroorloven.

Sinds gisteren weten we dat zelfs nu, nu de PvdA een nooit eerder vertoonde oplazer heeft gekregen, dat zelfs nu de herinnering aan het oude ideaal en het aanvankelijke doel gemeden wordt als de pest. De communis opinio is dat de partij jeugd en frisheid en sociale media en nog zo wat cosmetica nodig heeft, en zeker geen oude idealen en oude mannen. Je moet een partij in de markt zetten, net zoals je een product in de markt moet zetten, welk product het ook is. De leden en kiezers die nog denken dat ‘product’ een rare aanduiding is voor ‘arbeid’ hebben het gewoon niet begrepen, die zijn in hun begrip net zo vergrijsd als op de foto.

In de nieuwe Tweede Kamerfractie van de PvdA zitten voornamelijk bewindslieden uit het kabinet Rutte 2. Uit die fractie zal de vernieuwing niet komen. Meer nog, ik denk dat vernieuwing wel het laatste is waar ze aan denken.

Vernieuwing? We hebben toch gedaan wat gedaan moest worden en dat hebben we toch goed gedaan ook? Weten de kiezers dan niet dat als je het goede doet en darbovenop het goede goed doet, dat daar tevredenheid bij hoort, klanttevredenheid en dat daar dan klanten bijhoren die bij je terug blijven komen?

Het beleid was goed (maar het is nog niet helemaal geland), de deelname aan Rutte 2 was noodzakelijk (er is, zelfs nu nog, geen alternatief: there is no alternative, mevrouw Thatcher zal trots zijn) en dus mogen we aannemen dat de kiezers wel weer terug zullen keren. De klanten hebben het nog niet helemaal begrepen, of ‘gevoeld’ of ‘ervaren’, daar komt het op neer en als het daar op neerkomt dan komt het wel een keertje goed - als we gewoon hetzelfde blijven doen en dat ook nog nog ietsje beter.

Dat er geen alternatief zou zijn voor kabinet en kabinetsbeleid is niet alleen een typische bestuurlijke en technocratische misvatting, het is ook een misvatting die door de kiezer terecht wordt begrepen als hoon aan zijn stem. Wie daarna beweert dat het niet goed is uitgelegd (: niet alle kiezers hebben het al gemerkt, al die prachteffecten van het prachtbeleid maar dat komt nog wel, wacht maar af) bewijst alleen maar dat het de volgende keer exact zo zal gaan. Kijk, zegt deze kiezer, dat de VVD de zorgen over onzekerheid en de discrimerende afwikkeling van die onzekerheid (meer dan een verwijzing naar de arbeidsmarkt is hiervoor niet nodig) pikt in het het ‘belang’ van hun ‘land’ verwacht iedereen, dat de PvdA die discriminerende afwikkeling niet rigoureus en op alle fronten bestrijdt wordt door niet iedereen begrepen, wordt door een groot aantal kiezers niet begrepen en dat is de PvdA in tegenstelling tot de VVD zwaar aangerekend. De partij had zich moeten schamen als het niet zo was geweest, als het de partij niet zwaar was aangerekend.

Maar ja, leg dat maar eens aan Spekman uit. Of aan Asscher. Of aan Dijksma. Of aan – de lijst is even lang als de kandidatenlijst, en dat is geen toeval. In een beetje organisatie laat je de selectie van je kandidaten niet aan het toeval over en als het doel van de organisatie de organisatie is dan zorgt de partij er wel voor dat de partij er altijd als de partij uit blijft zien, dat de partij altijd op de partij zal blijven gelijken.

Oogkleppen noemden we dat ooit. De toekomst is het heden, maar dan nog beter.

19 maart 2017

=0=


In plaats van

Wilders had geen voordeel maar wel last van het Trump-effect, Asscher is niet verder gekomen dan op zoek te gaan naar het onvindbare Asscher-effect en Rutte was zo gis om het goede populisme te claimen. Het Trump-effect blijkt bij ons niet te bestaan, het Asscher-effect ook al niet en er zijn commentatoren die beweren dat er helemaal geen goed populisme is en dat, dus, Rutte net zo verkeerd is als het verkeerde populisme dat hij afwijst.

Verkeerd populisme, dat is het populisme van Trump en van de Brexit, het is het soort populisme dat de premier speciaal voor de gelegenheid al helemaal aan het begin van deze maand voor ons heeft bedacht – opdat het een rol zou spelen in de verkiezingscampagne. De ‘doe normaal of lazer op’ brief van Rutte, eind januari, was niet helemaal geworden wat ervan werd verwacht. Dat lag niet aan de brief, het lag aan de vrijwel gelijktijdige verschijning van het boek over de bonnetjesaffaire, het boek dat net niet helemaal kon bewijzen dat Rutte daar tot over zijn oren in zat maar dat wel buitengewoon aannemelijk wist te maken. De brief en dat boek – van die associatie werd Rutte niet gelukkig.

De vondst van het verkeerde populisme moest de aandacht van de leugens en miskleunen van Rutte afleiden en de aandacht vestigen op de ‘chaos’ van Wilders. In het voordeel van Wilders spreekt dat die ten minste doorhad dat Rutte via het verkeerde populisme op de persoon speelde, zonder het durven zeggen uiteraard, en dat Wilders dat probeerde te ontkrachten door consequent op de onbetrouwbaarheid van Rutte te wijzen. Dat had meer mogen gebeuren wat mij betreft – maar in een land waar politici geloven dat politiek hetzelfde als regeren is pas je wel op om een vrijwel zeker niet te vermijden regeringspartij voor het hoofd te stoten.

Ik hoop alsnog op een boemerang-effect. Geen Trump-effect, geen Asscher-effect, geen populisme-effect maar een boemerang-effect waaraan de VVD een forse buil gaat overhouden. Want, verkeerd populisme en goed populisme parasiteren op hetzelfde bederf en we weten wie zich daarvan in de VVD de woordvoerder heeft gemaakt en we weten in wiens opdracht dat gebeurd is. Je hoeft, als colunmist, niet eens namen te noemen om toch te weten over wie het gaat. Zo Stevo Akkerman, in dagblad Trouw van 17 maart 2017: ‘Dit zijn politici die, als vluchtelingen een huis toegewezen krijgen terwijl ingezetenen jaren moeten wachten op een sociale huurwoning, de schuld geven aan de vluchtelingen, in plaats van aan het woningtekort.

Politici die elk probleem weten te reduceren tot een migratievraagstuk, dan wel een heilige oorlog tussen christendom en islam – dat is het populisme, en ik geloof niet dat daar een goede variant van is’ (mijn cursivering). Welke politici? Nu Halbe Zijlstra bijvoorbeeld, gestuurd door Mark Rutte die zelf de moed niet heeft de dingen bij de naam te noemen en die daarom politiek-per-implicatie bedrijft, de populistische variant van het aloude spel van het guilt-by-association, de juridische praktijk van, bij voorbeeld, het beschuldigen van de moslim door hem te associëren met de islam.

Dat die praktijk niet alleen bij Rutte en rotgenoten maar ook bij de meeste andere partijen is aangeslagen bewijst dat Wilders verkiezingen niet hoeft te winnen om toch te winnen. Had Wilders gewonnen dan had hij een probleem gehad. Nu heeft hij dat niet. Hij hoeft niet te besturen, hij wil niet besturen, hij kan niet eens besturen. Dat klusje is door de andere partijen van hem overgenomen, nadat ze eerst het beschuldigingsmechaniekje van hem hebben overgenomen.

17 maart

=0=

Verloren

Gisteren heeft de arbeidsovereenkomst klop gekregen van de opdrachtovereenkomst. Nee, het is niet de uitslag van de verkiezingen maar het wordt wel de uitkomst van de verkiezingen. VNO-NCW reageerde vandaag dan ook met het vriendelijke verzoek om ‘een beter functionerende arbeidsmarkt met minder risico's voor ondernemers, om zo meer kansen en banen te kunnen creëren’. Die markt gaat er komen en dat die markt er gaat komen mogen we Asscher aanrekenen.

Voor mijzelf maakt het niets meer uit maar was ik nog werknemer geweest dan had ik wel zeker geweten dat ook ik van de PvdA niet veel te verwachten had. Asscher heeft zich uitgeleverd aan een sociaal akkoord vol met goede voornemens, voor de gelegenheid opgesierd met ronkende inspanningsverplichtingen en halfzachte resultaatsverplichtingen. Hij had zich beter kunnen verslingeren aan wetten. Ik noem het belangrijkste voorbeeld, het voorbeeld dat de PvdA zich ter harte zou moeten nemen om er achter te komen waarom de partij het bij de ‘mensen met een migratieachtergrond’, de zogeheten mema’s (mema’s om hen stevig te scheiden, dus niet alleen te onderscheiden want als onderscheiding deugt het evenmin als het nu bij het vuilnis gezette allochtonenwoord, maar om hen te scheiden van de mena’s, de mensen met een Nederlandse achtergrond), een mema-achtergrond die zich gemakkkelijk (want volstrekt willekeurig) over vele generaties laat terugrekenen, waarom de partij het bij de mema’s en vooral bij de jongere mema’s en waarom de partij het bij de oudere werknemers en vooral bij de oudere met werkloosheid bedreigde werknemer en dat is zo ongeveer elke oudere werknemer, waarom de partij het bij hen wel kan schudden. Een zin van honderddrieëndertig woorden, de voorgaande. Dat liegt er niet om en had het niet een onsje minder gemogen? Hoe verontruster ik ben, des te langer mijn zinnen worden, dat zie je maar weer. Als ik verontrust ben zoek ik naar woorden en zoeken naar woorden kost woorden. Vandaar.

Van een effectieve, op de arbeidsmarkt toegespitste, anti-discriminatiewetgeving op herkomst, gender en leeftijd is minder dan ooit sprake en met betrekking tot godsdienst als verboden onderscheid staat de zaak er nu slechter voor dan in lange, in zeer lange, tijd. En wat heeft Asscher daaraan gedaan? Asscher heeft er niets aan gedaan. Dat is dan nog beter dan wat Rutte eraan gedaan heeft want Rutte vindt dat het heel normaal dat Achmed zich moet invechten en wil dat vooral zo laten en voor ons, beleidsobjecten, geldt dat we in verwarring zijn omdat we niet weten wat erger is: krokodillentranen of weglachen. Niettemin, dat Asscher vanuit zijn positie als minister van SZW de discriminatie heeft gelaten voor wat het is, dat is erg en de reden dat het erg is is heel eenvoudig aan te geven, het is de reden dat de discriminatie in Nederland terrein heeft gewonnen, om te beginnen op de arbeidsmarkt.

Ik weet wel zeker dat de discriminatie nog aan kracht gaat winnen nu, met VVD en D66 en CDA aan het formatiestuur, een rechts kabinet het arbeidsrecht gaat aanpassen door er de voorrang van het opdrachtrecht in op te nemen – waarmee de tot dusver bestaande voorrangsregels in hun tegendeel zullen verkeren. De VVD gaat het verst (weg met de AVV en wat willen we toch met die malle CAO’s), het CDA is ambivalent maar best bereid op arbeidsrecht in te leveren als het er de christelijke bedilzucht die beter dan wij weet wat we willen en die daarom weet dat wij de beslissing over het beëindigen van ons leven maar al te graag uit handen geeft aan de vermaarde christelijke naastenliefde (excuus, ik bedoel natuurlijk de joods-christelijke naastenliefde), en D66 wil van het onderscheid tussen vast en flexibel niet weten en wil daarom niet stil blijven staan bij de overweging dat vast al langere tijd flexibel is geworden en flexibel al langere tijd precair. Bijgevolg is iedereen zowel vast als flexibel als precair en dat is goed want dat is eerlijk (ik schreef al eens dat ik vermoed dat mevrouw Baarsma niet kan wachten hier, vanuit een door D66 versierde ministerstoel, een fraaie wending aan te geven). En eigenlijk willen ze alle drie dat de arbeidsrelatie een stapje terug doet voor de opdrachtrelatie en eigenlijk willen ze alle drie dat flex goedkoper mag dan vast en wat blijkt dan? Dan blijkt dat de zzp-er onder flex valt en dan blijkt dat het hele door Asscher uit handen gegeven debat over de wet DBA al lang niet meer niet over de zzp-er gaat en nog wel, juist wel, over het doorsnijden van elke band tussen de juridische status van de zzp-er en de arbeidsovereenkomst.

‘De opdrachtovereenkomst is de overeenkomst waarbij de opdrachtnemer zich verbindt om, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden te verrichten (art. 7:400 BW). Het verschil met de werknemer is dat de opdrachtnemer zijn/haar arbeid niet in ondergeschiktheid van de opdrachtgever verricht. Art. 7:402 BW bepaalt evenwel dat de opdrachtnemer gehouden is gevolg te geven aan tijdige en verantwoorde aanwijzingen omtrent de uitvoering van de opdracht. Deze ‘instructiebevoegdheid’ kan soms lijken op de voor de arbeidsovereenkomst vereiste ondergeschiktheid. De arbeidsovereenkomst is een verplichte overeenkomst, in die zin dat als aan de daaraan gestelde voorwaarden is voldaan, sprake is van een arbeidsovereenkomst.’ (Paul de Beer en Evert Verhulp, Dertig Vragen en Antwoorden over Flexibel Werk. Amsterdam, AIAS 2017: 51). Schrap de twee laatste zinnen uit het citaat hierboven en VNO-NCW is tevreden, de VVD is tevreden, D66 is tevreden en het CDA ook want het CDA is altijd tevreden als de bedilzucht goed geregeld is.

Als minister had Asscher de bevoegdheid in te grijpen. Hij heeft het niet gedaan en omdat rechts veel beter dan links weet dat elk verkiezingsvoordeeltje direct in een wet moet worden omgezet zal het arbeidsrecht spoedig worden geschoond van elke greep van de arbeidsovereenkomst op de opdrachtovereenkomst. Het arbeidsrecht zal daarom op zeer korte termijn ingrijpend gewijzigd worden. Dat arbeidsrecht was er om de werknemer te beschermen tegen de willekeur van de werkgever.

Zulke nare woorden zullen vast niet meer gebruikt worden maar dat de werkgever naar goeddunken mag kiezen tussen het werkgeverschap en het opdrachtgeverschap en dat de werknemer of opdrachtnemer dat ook mag – dat heeft met willekeur niets te maken en het heeft alles te maken met de regel van de vrije keus, de regel die nogal willekeurige uitkomsten oplevert. Helemaal aan het toeval hoeven we het overigens niet. Naarmate we meer naar goeddunken en willekeur handelen nemen de kansen op discriminatie toe. Arbeid was geen hoofdthema bij deze verkiezingen, integratie wat dat wel en wat daarbij door alle partijen – ik zou zeggen: gemakshalve – vergeten is dat arbeidskansen, arbeidsdiscriminatie en integratie zeer nauw samenhangen.

Heeft Asscher de arbeidersstem verwaarloosd? Ja, zeker, dat heeft hij. Heeft hij de arbeidersstem verkwanseld? Ik denk het wel, hoewel ik bij dit laatste eerder denk aan een groot gebrek aan visie dan aan onverschilligheid. De PvdA ontbeert een visie op arbeid – en dan moeten we niet raar opkijken als de partij van de arbeid losgezongen is van de stem van de arbeid.

Dat zag ik, gisteravond bij de voorbijkomende verkiezingsuitslagen.

16 maart

=0=


Vernedering

In deze kabinetsperiode is de verzorgingsstaat nu ook nominaal afgeschaft. Feitelijk was er al aan alle kanten afbreuk gedaan aan het bestaan van sociale rechten, nu is dat ook formeel de situatie geworden. Tegenwoordig, zegt men, heb je geen rechten zonder plichten en de plichten zijn we te lang vergeten. In de verzorgingsstaat werden rechten en plichten pas een probleem nadat de rechten ervoor gezorgd hadden dat de burger zich nooit meer hoefde te laten vernederen om een inkomentje te verwerven en nadat de burger door de uitoefening van zijn rechten had bewezen een waardig lid van de maatschappij te zijn.

De verzorgingsstaat ging, Menno Hurenkamp verwees er een paar dagen geleden in De Groene naar, over het verlenen van waardigheid en het tegengaan van vernedering. Dat kun je ook rechtvaardigheid noemen: rechten gaan in de allereerste plaats gepaard aan rechtvaardigheid en pas tegen die achtergrond komen de plichten om de hoek kijken. De toets op het rechtmatige van rechten is rechtvaardigheid en zonder rechtvaardigheid slaan vernedering en roof van waardigheid weer toe. Werken of wegwezen, is de titel van het artikel van Hurenkamp en inderdaad, beter laat zich de diefstal van het sociale burgerschap niet omschrijven: zonder betaald werk ben je geen acceptabele burger.

In nog geen dertig jaar is het neoliberalisme, met de zegen van christendemocratie en sociaaldemocratie, erin geslaagd de verzorgingsstaat te ontmantelen. Merken we er iets van in de verkiezingscampagne? Nee, dat merken we niet. Sommige partijen vinden dat er nog wel wat af kan van de uitkeringen, andere partijen vinden dat er weer eens wat bij moet. Partijen die erop hameren dat de allereerste kwestie die van het herstel van geroofde rechten is, die partijen zijn er niet. Rechtse partijen benadrukken dat een uitkering een aantasting van je waardigheid is, linksere partijen benadrukken dat de dwang om door anderen bedacht strafwerk te verrichten, met op de achtergrond de dreiging van een korting op je uitkering, dat die dwang vernederend is. Rechts en links maken geen gemene zaak om het burgerschap in ere te herstellen, rechts en links maken gemene zaak om de heilige institutie van het betaalde werk nog steviger op het schild te hijsen. Werken of wegwezen, wat wil je nog meer. De participatiesamenleving, de opvolger van de verzorgingsstaat, is een arbeidsamenleving.

De coup de grâce die de verzorgingsstaat werd toebedeeld bestond in de omvorming van de AOW: van een verblijfsduurgerelateerd recht in een arbeidsduurgerelateerd onrecht. Het recht beschermde de ouderen tegen vernedering en het garandeerde hen hun waardigheid, het onrecht onderstreept de gezondheids- en levensduurnadelen van een vroeg begin in de wereld van de betaalde arbeid – door die nadelen nog wat langer te laten duren. En omdat we weten dat wie vroeg begint in de regel het zware en ongezonde werk heeft gedaan is het later laten ingaan van de AOW-leeftijd een directe aanval op hen. We onderstrepen met een en ander dat wie het langst meebetaalt aan de AOW er het kortst van mag profiteren – we prevelen iets over zware beroepen en dat we daar nu toch echt wat aan moeten doen en we wassen onze handen in onschuld.

Mijn jongste zoon zegt me dat ik mijn plannetje om niet te stemmen niet moet doorzetten. Ik moet, zegt hij, blanco stemmen. Hij heeft gelijk en ik zal zijn raad ter harte nemen.

14 maart 2017

=0=


Kogel

De kogel is door de kerk. De opiniepeilers zijn eruit. De opkomst, orakelen ze, bepaalt de uitkomst (vandaag in de Volkskrant, Het kiezersonderzoek: de opkomst wordt beslissend). Ik word er Trumpiaans van: het is geweldig, nooit beter, fantastisch. De opkomst bepaalt de uitkomst. GENIAAL.

Dinsdag aanstaande volgt de precisering: de opkomst hangt af van het weer en omdat het weer niet van het weer afhangt maar van de verwachtingen over het weer is het het weerbericht dat uiteindelijk de verkiezingen beslist.

Peilingbureaus die vergeten zijn het weerbericht in hun algoritme te betrekken zullen naderhand moeten toegeven dat hun onjuiste peiling onjuist was. Andere peilingbureaus die ook onjuist peilden maar wel het weerbericht hadden zullen nooit hoeven te erkennen dat hun peiling niet deugde want een peiling is geen voorspelling, geef toe, zeg nou zelf. Dat weet iedereen, behalve de gastheren en –vrouwen bij talkshows die van elke peiling een voorspelling maken en de aanwezige politici daarop bevragen. Het is maar een peiling, zeggen die dan, het is geen voorspelling. Ja, maar toch, antwoorden de heren en dames ondervragers, u kunt toch niet ontkennen dat? Nee, dat ontkennen de politici ook niet, hoewel ze wel vinden dat niet elke doelgroep even goed in de peiling vertegenwoordigd is en je dus best mag twijfelen aan de representativiteit van de peiling en, waarom ook niet, ook de betrouwbaarheid van de peiling is iets dat je steeds kritisch moet benaderen. Daar laten ze het vervolgens bij. De peiling is niet zaligmakend maar gaat wel degelijk ergens over. Waarover? Dat weten we niet zeker maar uit peilingen blijkt dat …

Sanne Blauw van de Correspondent is van mening dat elk bureau een ‘napeiling’ zou moeten organiseren. De napeiling is om even vast te leggen of de respondenten inderdaad gestemd hebben als ze eerder hadden aangegeven te gaan stemmen en of ze gestemd hebben op de partij waarop ze tijdens eerdere peilingen zei te zullen stemmen. Kortom, wat gebeurde er totdat je in het stemlokaal arriveerde en wat gebeurde er toen je eenmaal het rode potlood in handen had? Onmisbare informatie, dunkt me, om vast te kunnen stellen of er een herkenbaar patroon is in de route van peiling naar uitkomst.

Blauw stelt dat napeilingen heel gewoon zijn, maar het openbaar maken van de resultaten ervan niet. Peilingbureaus vragen ons om informatie en houden vervolgens informatie voor ons achter, ze onthouden ons de informatie die zij uit onze informatie afleiden. Daar hebben ze belang bij, net zoals andere reclame- en marketingbureaus belang hebben bij het verneuken van de consument en het kietelen van de opdrachtgever. We weten het, we weten het al heel lang en toch gaan we, en in het bijzonder de media, door met de eindeloze aanbidding van de peilingen. De peiling doet het werk van de media. Beter kan ik de na-aperij van de media en beter kan ik de idiotie van het peilen niet omschrijven.

De opkomst bepaalt de uitkomst. Verdomd interessant maar gaat u verder. En nee, interessant is het totaal niet maar dat ze verder gaan is wel zeker.

11 maart 2017

=0=

 


Creatief

Sommige dingen kunnen geen toeval zijn. Schrijf ik zaterdag een stukje over Bolkestein, kom ik zondag bij lezing van De Groene een artikel tegen (De omgekeerde wereld warmt niet op, Belia Heilbron en Thomas Muntz, De Groene 2 maart 2017: 28-33) over klimaatsceptici en wat blijkt? Ook Bolkestein beweegt zich in die kringen. De VVD heeft het niet zo op het klimaat. Het klimaat kost geld en de VVD is pas voor het klimaat als het meer geld oplevert dan het geld kost en zover is het nog lang niet. Wie twijfelt aan de zekerheid van het positieve saldo is voor de VVD een eerbaar scepticus. Het klimaat, overigens, doet er niet toe want het kan even goed en met even groot gemak over iets anders gaan. Het had ook over de gezondheid kunnen gaan, over de kunsten, over het opleiden en uitdagen van leergierige mensen – de regel dat de VVD sceptisch is als het meer kost dan het opbrengt is de enige regel waar de VVD niet aan twijfelt.

De moeilijkheid hierbij is dat je, als het over het klimaat gaat en je je in het klimaatdebat wilt mengen, je er niet aan ontkomt iets over dat klimaat te weten, ook als je eigenlijk niets over het klimaat weet. Dat is mijn probleem bijvoorbeeld. Mijn klimatologische kennis beperkt zich ertoe dat het kan vriezen en dat het kan dooien – en dat ik daar geen langetermijntrend uit kan destilleren. Laat staan de verantwoordelijkheid voor de langetermijntrend van de klimaatverandering.

Ja, ik lees en hoor dat het warmer wordt en dat de zeespiegel stijgt, en ik lees en hoor ook dat de mensen dat over zichzelf afroepen door een steeds grotere ecologische voetafdruk op moeder aarde achter te laten (ik denk dan altijd aan het vervangen van de fiets door de bakfiets waardoor het nijpende ruimtegebrek nog nijpender wordt, de fietspaden nog eerder overstromen en de temperatuur van de verkeersdeelnemer nog sneller oploopt dan de temperatuur die het KNMI meldt), maar tegelijkertijd lees en hoor ik dat het nog zo zeker niet is dat wij, mensen, de zaak naar de knoppen helpen en ik lees en hoor dat de uitstoot van CO2 ook positieve effecten heeft en niet alleen maar negatieve en aan het einde van de rit besluit ik dat ik over klimaatprobleem alleen maar kan beslissen zoals ik over mijn gezondheidsproblemen beslis: door mijn lot in handen van de experts te leggen en me niet te laten overbluffen door romantisch geneuzel over de hele mens, door postmoderne Schwärmerei met feiten die ook als ze volgens de regel van de kunst zijn geconstrueerd toch minder feiten zijn dan beslissingen-die-ook-anders-hadden-kunnen-uitpakken, dan wel door religieuze fundamentalisten die in alles de scheppingsdaad zien en in elke schepping een ontwerp dat qua intelligentie elke menselijke intelligentie naar de kroon steekt.

De expert zij geprezen en dat de ene expert het met de ander niet eens hoeft te zijn is geen nadeel maar zorgt ervoor dat de expertise op scherp blijft staan en daarom is het geen toeval dat klimaatsceptici aan niets zo’n hekel hebben als aan experts. Een sceptische expert is een expert die altijd en eeuwig twijfelt aan de waarde van expertise. Een sceptische expert draagt niet bij aan de dialoog die de wetenschap is, een sceptische expert ontregelt die dialoog. Doet denken aan de politiek van het populaire populisme toch? Kan geen toeval zijn. Hou me ten goede, voor het scepticisme van weten en politiseren kan best wat te zeggen zijn, maar de vraag is of er in het geval van het klimaat wat voor te zeggen is. Mijn antwoord daarop is dat mijn antwoord afhangt van wie beter wordt van dat scepticisme.

Zolang niet helemaal zeker is wat de waarschijnlijke gevolgen van onze manier van leven op het klimaat zijn, is elke maatregel die de klimaatontwikkelingen vertraagt welkom: de vertraging biedt ons de tijd onze kennis te vergroten, onze blik te scherpen en beter beleid voor te bereiden. Zekerheid bereiken we er niet mee, grotere en betrouwbaarder waarschijnlijkheid wel en dat is dan mooi meegenomen. Elke maatregel die voorstelt om, zolang niet exact bekend is wat de waarschijnlijke gevolgen van welke klimaatinvloed zijn, gewoon door te gaan met wat we toch al deden totdat eventueel de schade niet meer ontkend kan worden – een dergelijke maatregel mag dan op scepticisme gebaseerd zijn maar dan wel een scepticisme dat van obscurantisme niet meer te onderscheiden is.

De afkeurende verwijzingen hierboven naar romantiek, postmodernisme en religieus fundamentalisme komen regelrecht uit het boek waar ik het zaterdag over had, De Intellectuele Verleiding. Dat is het boek waarin Bolkestein zich afzet tegen intellectuelen die spreken en schrijven over dingen waar ze niets van afweten en die het daarom maar in abstracties zoeken. Maar wie schetst mijn verbazing dat Bolkestein zich niet alleen in dat boek niets aantrekt van z’n eigen gebod maar dat hij sinds 2012, toen dat boek verscheen, van kwaad tot erger is gekomen, dat hij is geëvolueerd (het juiste woord in dit verband) van narrige betweter tot polderende kwezel? Dat komt zo. In januari 2017 schreef Bolkestein in Elsevier dat ‘zorgen over klimaatverandering vooral een symptoom zijn van quasi-religieus doemdenken onder intellectuelen’ (Heilbron en Muntz, o.c.: 31). We weten het niet exact en dan weten we niets en dan kunnen we niets en dan moeten we niets, zuurbekjes met sombere profetieën daargelaten.

Hoe hautain kun je zijn? Bolkestein pleit voor het recht van de ignoramus, hij eist dat recht op en meent dat hij ook hier volledig recht van spreken heeft. En waarom? Omdat hij het alweer niet kan laten zich als een echte ‘intellectueel’ uit te laten over kwesties waar hij niets van af weet (intellectueel volgens zijn eigen definitie dan; in mijn vocabulaire is een intellectueel niet alleen iemand die zich met andermans zaken bemoeit maar ook iemand die weet dat hij zich bij vrijwel alles wat hij zegt en schrijft verlaat op het oordeel en de expertise van anderen – en dat dat ook niet anders kan) en bewijst daarmee, ten overvloede, dat hij zelf praktiseert wat hij anderen verwijt.

Het had Bolkestein gesierd als hij gewoon had gezegd dat alles wat de vrije markt hindert (‘de vrije markt moet ongestoord zijn werk kunnen doen’, Heilbron en Muntz, o.c.: 33) uit de weg moet worden geruimd maar dat doet hij niet. Een rechtgeaarde obscurantist als Bolkestein is de eerlijkheid, ook de intellectuele eerlijkheid, ver voorbij. In de VVD heeft hij er nog steeds succes mee. Voormalig Kamerlid René Leegte en bijna-voormalig Kamerlid Helma Neppérus vonden ook al dat als er twijfel was aan de omvang, de richting en de menselijke invloeden op klimaateffecten we de sceptici (en sceptici zijn er net als postmodernisten zeker van dat zekere kennis niet bestaat) even veel ruimte moesten geven als die andere twijfelaars, de experts in dit geval, die hun twijfel tot de gewone twijfel van de stand van wetenschap beperkten en niet uitbreidden over het domein van de wetenschap en de expertise als zodanig.

VVD-obscurantisten zouden net als de PVV-adepten (ook in dit opzicht ontpopt Wilders zich tot de beste leerling van Bolkestein) willlen bereiken dat de gang van het onderzoek vertraagd wordt en dat we het klimaat het klimaat laten. Waar doet het toch aan denken, dit obscurantisme? Nu, mij doet het denken aan het creationisme van voormalig onderwijsminister Maria van der Hoeven die van mening was dat er in de curricula best een plaatsje mocht worden ingeruimd voor het creationisme, gezellig naast de evolutieleer van Darwin. Komt dat het onderwijs in de biologie ten goede? Nee, het vertraagt het doceren en overdragen van relevante kennis en het bevordert het obscurantisme, het obscurantisme als ook een mening die net zo goed als andere meningen geuit mag worden en die net zo goed als andere meningen gerespecteerd moet worden in onderwijs, onderzoek, wetenschap en expertise.

De VVD is, met Bolkestein voorop, bereid alles in de uitverkoop te doen en creactionistischer dan de creationisten met rede en redelijkheid om te springen – als dat het winstcijfer ten goede komt. Bij het invullen van zijn stemwijzer kwam Rutte erachter dat hij als eerste voorkeur zijn eigen VVD had en als tweede voorkeur de SGP. Hij leek verbaasd, onze Mark en hij kon er weer best om lachen en zo, maar hoe verbazend is het eigenlijk?

6 maart 2017

=0=



Gelovige

Frits Bolkestein was een uitstekend fractieleider. Hij snapte nog, zo ongeveer als laatste in de recente parlementaire geschiedenis, dat als het parlement er niet in slaagt z’n onafhankelijkheid van de regering te bevechten het parlement zichzelf een bijzonder slechte dienst bewijst. Dezer dagen poogt Buma hetzelfde te doen, maar dat is meer zelfkastijding na zijn slaafse gedrag als fractieleider van het CDA ten tijde van Rutte I dan serieus inzicht. Niettemin, Buma is meer parlementariër dan zijn collega’s van de regeringspartijen en de ‘constructieve oppositie’, de oppositie die niet aan het parlement maar aan de regering denkt, net als de regeringspartijen niet aan het parlement en alleen aan de regering denken. Ik vermoed dat het recordaantal afsplitsingen in de Tweede Kamer alles te maken heeft met een meerderheid in het parlement die alleen aan regeren en meeregeren denkt.

Inhoudelijk kon ik me slechts in weinig van Bolkestein vinden maar in zijn opvatting van de scheiding der machten en de bijbehorende controles en balansen (checks and balances) vond ik des te meer van mijn gading. Dat PvdA en VVD nu over Buma heenvallen geeft overigens uitstekend aan dat voor hen een functionerend parlement tot op de dag van vandaag minder betekent dan wat ze als hun grootste prestatie vieren: dat ze de rit hebben ‘uitgezeten’.

Tot zover de loftrompet. Nu de ‘inhoud’, dat vreselijke woord waar politici elke inhoud aan hebben onttrokken. Hoe zit het met de ‘inhoud’ van Bolkestein? Nu, in politiek opzicht kunnen we de ‘inhoud’ van Bolkestein samenvatten in één woord: dienstenrichtlijn. Dat is de richtlijn die werknemers als diensten opvat (vergelijkbaar met de diensten die de zzp-er levert en die ook moeiteloos landjepik spelen in het domein van de werknemer), de richtlijn die werknemers van verschillende landen tegen elkaar opzet en de richtlijn die, ere wie ere toekomt, exact aangeeft wat Bolkestein onder ‘economie’ verstaat en economie, jongens en meisjes, is waar het in het leven om draait. Economie is de markt z’n gang laten gaan.

Hoe dat in z’n werk gaat is niet iets waar je oom Frits mee moet lastigvallen, dat het werkt, daar is hij van overtuigd en hij vindt dat je je vooral niet moet laten beïnvloeden door allerlei wijsneuzen die daar anders over denken. Oom Frits heeft er een heel boek (De Intellectuele Verleiding; Amsterdam, Uitgeverij Bert Bakker 2012) aan gewijd om jullie te leren alle ‘intellectuelen’ te wantrouwen en alleen op ‘economen’ te vertrouwen. Ja, dat is wat merkwaardig en dat komt weer omdat Bolkestein denkt dat alleen economen inhoud hebben en dat alle anderen kletsmajoors zijn die met hun loze gepraat het zwakke en kortzichtige (: 297) kiezersvolk naar de mond praten. Het lege optimisme van Rutte zal de oude heer pijn doen, reken daar maar op en eigenlijk vond Bolkestein Rita ook een betere kandidaat dan Mark en daar word ik dan op mijn beurt niet optimistisch van.

Bolkestein is geen econoom maar hij schrijft over economen alsof hij verliefd op ze is. Hij gelooft in economen en hij contrasteert ze met ‘intellectuelen’ die overal een mening over hebben zonder ergens het fijne van te weten. Zelf heeft hij ook overal een mening over, en ook hij weet niets van economie. Desondanks of juist daardoor grossiert hij in meningen over economie. De enige econoom (Hayek) die hij echt belangrijk vindt is niet slechts in de economie afgestudeerd maar ook nog eens in rechten en politieke wetenschappen. Mooi toch? Niet alleen een econoom dus, Hayek, maar ook een ‘intellectueel’ in Bolkesteiniaanse zin. Althans, dat denk ik dan maar want Hayek is uiteindelijk minder een econoom dan een ideoloog, een ideoloog van de vrije markteconomie, en meer geschikt voor de IJzeren Dame dan voor een faculteit economie – waar Hayek dan ook niet wordt gedoceerd omdat men aan die faculteiten een broertje dood heeft aan het de geschiedenis van het vak.

Voor Bolkestein maakt het niets uit. Als Hayek volgens hem economie is dan is economie Hayek en meer hoeft Bolkestein niet te weten, niet eens dat politici zich meestal op sleeptouw laten nemen door oudbakken gedachten van nog oudbakkener economen. Overigens weet Bolkestein dat weer wel (hij pikte die gedachte op bij Keynes, de econoom die hij als econoom ver beneden de maat van Bolkestein vindt staan en toch zo af en toe een aardig ideetje heeft over politici die achter ideologen aanhollen) maar dat die gedachte op hemzelf betrekking heeft weet hij weer niet. Sneu, eigenlijk. Bolkestein bewijst het tegendeel van wat hij wil bewijzen, en daarmee bewijst hij alleen maar dat hij een vooringenomen, bijziende en niet bijster consistente conservatief is.

Volgens Merijn Oudenampsen (De Groene, 4 januari 2017) is De Intellectuele Verleiding het belangrijkste boek van Bolkestein. Dat kan ik niet beoordelen maar mocht Oudenampsen gelijk hebben dan is dat voor mij geen compliment voor het ‘belangrijkste boek’ maar een afwaardering van de andere schrijfsels van Bolkestein.

De Intellectuele Verleiding is een pijnlijk misverstand. Intellectuelen, zo Bolkestein, zijn mensen met ‘belangstelling voor abstracte ideeën’ (: 17). Die kunnen overal over gaan, maar abstract zijn ze. Zelf vind ik de omschrijving van Bolkstein een uiterst abstract idee, ik mag wel zeggen een uiterst potsierlijk idee, zeker gelet op zijn voorkeur voor economen die we toch niet kunnen beschuldigen van belangstelling voor concrete ideeën, wat dat ook mag betekenen. Ik vermoed dat bij Frits abstract fout betekent en concreet goed, maar dat zelfs Frits deze gedachte-die-geen-gedachte-is te lullig voor woorden vond. Frits is tegen ‘romantische en irrationele wijzen van denken’, zoals ‘postmodernisme, vitalisme en religieus fundamentalisme’ en hij is voor de ‘moderniteit, hier opgevat als het juiste gebruik van de rede, met afgepaste hoeveelheden classicisme en pragmatisme, naast een zo groot mogelijke buitensluiting van ideologie’ (: 22). Dat de ‘moderniteit’ de geboortegrond van de ideologie is, het is aan Frits niet besteed omdat het niet in zijn kookboek past. En wat daar niet in past, daar wil hij niet van weten.

Hij besteedt een heel boek aan het contrasteren van de duistere romatiek en de heldere rede en het voornaamste kenmerk daarvan is dat hij dat contrast, dat hij elk contrast, niet als het onvermijdelijke bijproduct van stelling nemen en positie kiezen beschouwt, maar als hinderlijke ruis, die niet alleen te vermijden is maar ook vermeden zou moeten worden: ‘[d]e regering moet de ware natuur van de mens weer doorgronden en zich minder om zijn emoties bekommeren’ (: 300-301). De ware natuur? Waar vinden we die? Die vinden we in de ‘Heidelberger catechismus, die de grondslag vormt van het Nederlands protestantisme en stelt dat de mens geneigd is tot alle kwaad’ (: 296).

Bolkestein ziet de politieke en de intellectuele opgave van de politiek niet in het vinden van het compromis tusen rede en romantiek maar in het verwijderen van de romantiek. Met het ongeduld en de onvoldragenheid van de student die meent met één overzichtsboekje de gehele intellectuele geschiedenis van het westen te kunnen beschrijven en beoordelen debiteert Bolkstein de ene enormiteit na de andere. Zo is de Heidelberger catechismus nog niet voorbijgekomen of het utilitarisme wordt tot bedreigde diersoort verklaard (: 296-297). En dat niet vanwege de extreem anti-utilitaristische lessen van het Heidelbergse avondmaal maar omdat de utilitaristische calculus van pijn en genot door Bolkestein als een uiting van de Weberiaanse Gesinnungsethik wordt beschouwd en dat kan niet omdat voor Bolkestein de enige acceptabele ethiek de Verantwortungsethik is. Utilitarisme is je zin volgen denkt Bolkestein en bij zin hoort je zin doen wat er ook van komt, en je zin doen wat er ook van komt, dat is Gesinnung.

In het woord vooraf wordt onder meer Andreas Kinneging bedankt. Heeft die bij deze baarlijke nonsens zijn wenkbrauwen niet gefronst? Zo ja, dan heeft het niet geholpen want voor Frits was het bewijs van de zin die naar Gesinnung leidt geleverd en de eenvoudige overweging dat het utilitarisme een afweging is, een calculatie tussen pijn en genot, terwijl het kenmerk van de Gesinnungsethik de afwezigheid van de calculatie en de afweging is – dat wordt Frits te machtig. Het utilitarisme raakte volgens hem in het vergeetboek. Dat datzelfde utilitarisme hoogtij viert in elk debat over ziektekosten (qaly’s zijn een tamelijk recent hoogtepuntje in de utilitaristische traditie) zal Frits zijn ontgaan.
Het zij hem niet vergeven.

Als ik in zijn boek zoek naar de auteur die het meest zijn goedkeuring wegdraagt dan kom ik uit bij Isaiah Berlin, de auteur van wie Bolkestein ook echt iets gelezen heeft (in tegenstelling tot het gros van het duizelingwekkend aantal auteurs waar Bolkestein zich op beroept dan wel zich tegen afzet). Gelezen wel, maar begrepen? Nee, begrepen niet. Berlin is de auteur van de onherleidbare, onderling strijdende waarden, de auteur van het onophefbare waardenconflict, de auteur die in het contrast van Gesinnung en Verantwortung de strijd zou zien en niet de uitslag die voor Bolkestein altijd al vaststaat en die voor Berlin nooit meer dan een voorlopige tussenstand kan zijn. Berlin is een liberaal, met conservatieve trekken maar een liberaal die juist daardoor een waardenconflict nooit zou kunnen inwisselen voor een waardenhiërarchie. Dat laatste is precies wat Bolkestein doet, maar Bolkestein is dan ook geen liberaal, hij is een conservatief, een conservatief die in de war is, een economie-gelovig conservatief, dat ook nog, maar een conservatief in de eerste plaats.

Ik vind dat het conservatisme betere pleitbezorgers verdient.

4 maart 2017

=0=


Vilein

Henk Krol is een brekebeen in de politiek, geen twijfel aan. Maar dat kan de vreugde waarmee de media hem afbreken niet verklaren. Soms neemt de afbraak vileine vormen aan. Ik zag en hoorde Twan Huys, de man die Willem Holleeder met meer égards behandelde dan wie ook, in gesprek met Krol.

Krol moest duizendvoudig herhalen dat hij zich vergist had en nog was het niet genoeg. Het ging niet om zijn vergissing, het ging om zijn punt, en het punt was de AOW op je 65ste jaar. Onbetaalbaar, zei Huys. Nou, zei Krol, toen we de AOW invoerden hadden we misschien niet zoveel bejaarden als nu maar we hadden wel heel veel kindertjes, we hadden met Ierland het hoogste geboortecijfer van Europa en we hadden het grootste geboorte-overschot, en er was geen gehuwde vrouw die werkte. In vergelijking met nu waren we een arm land, een kostwinnersland waar het grootste deel van de bevolking niet werkte en dat niet omdat we zo oud waren maar omdat we veel afhankelijke kinderen hadden die allemaal door hun moeders moesten worden opgevoed. Hoeveel slechter is het financiële draagvlak voor de AOW dan nu, in vergelijking met toen?

Tja, daar had Huys geen antwoord op en kennelijk was er ook niemand die hem wat kon influisteren. Gewoon niet aan gedacht en dat is zo vreemd niet want in de politieke discussie over de betaalbaarheid van de AOW wordt dit punt voor het gemak stelselmatig genegeerd. Dan zal het de NPO niet gebeuren dat zij er wel aan zouden denken. Ook dat kan gebeuren en dat kun je als presentator ook gewoon zeggen. Huys kan dat niet want zijn uitgangspunt was dat wat Krol ook te berde zou brengen Krol geen gelijk kon hebben en als je geen gelijk hebt dan heb je in de medialogica van Huys en de zijnen dat nergens, ook niet als je gelijk hebt. Vervolgens vragen de media zich af waar hun tanende populariteit toch aan te wijten is.

Gisteravond verwisselde Krol de AOW tot twee keer met de WAO. Hij was moe, verklaarde hij achteraf. Hij is een brekebeen, verklaren de media. Dat Wilders kort daarvoor de moordenaar van Theo van Gogh met die van Pim Fortuyn verwisselde werd ook door de media opgepikt en Wilders’verklaring dat hij zich vergist had werd zonder commentaar voor lief genomen. De ene vergissing is de andere niet en de media beslissen daarover. Om zich daarna op het hoofd te krabben over hun omstreden positie, een positie die ze – potsierlijker kun je het amper verzinnen – proberen op te poetsen door met grote hardnekkigheid een paar ‘gewone mensen’ in beeld te brengen. Daar kunnen wij, kijkers, ons dan in ‘herkennen’. Of niet, dat mogen we zelf weten.

Twan Huys had een vader en een dochter die zich zorgen maakten over Henk Krol. En hij had twee experts die zich ook al zorgen maakten. En nog bleef die Krol herhalen dat de AOW-leeftijd een politieke keuze was. Dat is te gek en als Krol zich dan bij gelegenheid ook nog eens vergist dan zijn in huize Huys de rapen gaar. Heeft Twan liever Willem dan Henk? Twan heeft liever Willem dan Henk.

Ik hoop dat de politiek gemotiveerde campagne van Twan Huys en de zijnen als een boemerang bij hen terugkeert. Dat is niet omdat ik 50 Plus een goed hart toedraag maar omdat ik vind dat de NPO er zo’n zooitje van maakt dat het wel eens afgelopen mag zijn.

28 februari 2017

=0=


Bemiddelen

Iedereen die (en alles dat) staat tussen Wilders en de ‘miljoenen’, die hem als hun representant hebben verkozen, is, in het vernietigende jargon waarvan Wilders zich bedient, ‘nep’. Dat loopt van de media, via het parlement, tot en met de rechtspraak. Zo bezien is Wilders’ besluit om geen politieke partij te willen hebben tamelijk consequent. Zo’n partij zou, gesteld dat daar onverlaten in rondlopen die er een eigen mening op na houden, tussen Wilders en zijn aanhang in kunnen komen te staan.

Daarom heet de PVV alleen in naam een partij. Voor het overige is het nep. Andere partijen zijn, omdat ze tussen Wilders en zijn aanhang in staan en zijn aanhang niet met rust laten, zonder uitzondering nep en om dat erin te wrijven heeft Wilders een heuse neppartij opgericht, zonder zijn eigen partij overigens een neppartij te noemen want dat zou op hemzelf terug kunnen slaan en Wilders is liever inconsistent dan kritisch op zichzelf. Consistentie is een luxe-artikel waar de populist z’n neus voor op mag halen. Mensen die namens zijn neppartij in het parlement, de gemeenteraad of de provinciale staten zitting hebben genomen, vertegenwoordigen daarom niet een partij maar alleen en uitsluitend Wilders. Het zijn zijn buiksprekers; ze moeten klinken als hem en ze zijn toch niet het echte spul. Meestal doen ze hun mond alleen op bevel van de leider open. Omdat zulke bevelen tamelijk zeldzaam zijn strijken ze in de regel wel hun gage op en doen er niets voor terug. Nep is lang niet altijd zo goedkoop als we wel denken.

Met Twitter (en volgers) en Facebook (en vrienden) als media heb je geen tussenpersonen meer nodig en kun je je berichten ongefilterd naar je achterban zenden. Sociale media verkleinen de afhankelijkheid van traditioneler media, hoewel Wilders lelijk op z’n neus zou kijken als die media niet elke oprisping van hem duizendvoudig zouden herhalen en versterken. Wilders weet het, de media weten het niet of veinzen het niet te weten. Wie het er op de sociale media niet mee eens is mag het zeggen, maar moet dan het risico nemen dat volgers en vrienden, al dan niet op aansporing van de leider, het er dan niet bij laten zitten. En je kunt je publiek kiezen, boodschappen zenden aan mensen waarvan je mag aannemen dat die wel emplooi hebben voor wat jij te zeggen en te bieden hebt. Deze werkwijzen zijn inmiddels zo populair dat niet alleen populistische politici er gebruik van maken maar alle politieke partijen. Het resultaat is een versterkte politieke en ideologische segmentering van de maatschappij waarin alleen preken voor eigen parochie nog gehoord worden – binnen de eigen parochie.

Er wordt veel geroepen om ‘verbinding’ in de huidige verkiezingscampagne. Dat zal dan wel het product van een schuldig gemoed zijn. En er wordt veel gepalaverd over onze ‘identiteit’, die bedreigd wordt en bescherming behoeft. Bij elkaar zijn we dan uitgekomen bij de typisch Nederlandse pragmatische paradox: onze identiteit bestond uit zuilen en zuiltjes en wordt tegenwoordig alleen nog ‘verbonden’ door enkele sociale media die oude en nieuwe zuilen bij elkaar zetten en die zuilen tegelijk door de gekozen werkwijze uit elkaar drijven. Verbinding verbroken, het is de Nederlandse identiteit in een notendop.

27 februari 2017

=0=

 

Fundering

In het tegenwoordige politieke discours is ‘identiteit’ minder de vraag naar wie je bent dan naar wie je niet bent. Het is ook minder de vraag naar wie je was dan de vraag naar wie je nooit wou zijn.

Zo hoorde ik gisteren Mona Keijzer van het CDA beweren dat ‘onder’ onze waarden een joods-christelijke fundering was aangebracht en dat het daarom ging, meer nog dan om die waarden. Wie hier pas na de Tweede Wereldoorlog is gekomen heeft geen deel aan die fundering en zou zo verstandig moeten zijn dat zelf in te zien.

En over de kwaliteit van de fundering voor de Tweede Wereldoorlog hoeven we het niet te hebben. Het zou de pracht en praal van de waarden gebouwd op dat fundament maar beschadigen. Zelfs de elementaire beschaving om te zeggen dat zij, Keijzer, liever de reformatie dan de renaissance heeft, en liever de Missie dan de Verlichting, zelfs die elementaire beschaving bracht ze niet op.

Keijzer kijkt niet alleen benepen, ze is benepen en ze liegt omdat ze aanneemt dat het toch al gedrukt staat. Gefundeerde waarden? Hoe dan? Als voorbeeld nam Keijzer de gelijkwaardigheid van mensen. Mooi en zo, maar ze ging er niet op door en ze werd er ook niet op bevraagd. Dat was te verwachten – ik keek naar een uitzending van de EO – en toch was het jammer. Ik bedoel, het jodendom en het christendom opvoeren als kampioenen van de gelijkwaardigheid is een verkrachting van de geschiedenis, in vergelijking waarmee de seksuele misbruiken en aberraties van de katholieke kerk niet meer dan kinderspelletjes zijn geweest. Keijzer draaide er haar hand niet voor om.

Aan het einde van de uitzending adviseerde ze de Nederlander, met het oog op het heroveren van diens identiteit, zich te laten leiden door God, Vaderland en Oranje. Keijzer komt uit Volendam, vandaar.

Me dunkt, als we het over de fundering van gelijkwaardigheid hebben moeten we vooral niet bij de joods-christelijke traditie zijn, een traditie, overigens, die, in het bijzonder komend uit de mond van christenen, als zodanig al van leugenachtigheid aan elkaar hangt. Enfin, het zal niet voor het eerst en ook niet voor het laatst zijn dat leugenachtigheid en onbeschaamdheid zich als de twee zijden van de christelijke geschiedsvervalsing tonen. Maar Keijzer heeft gelijk. Er zit wel degelijk wat ‘onder’ die waarden en identiteit van haar. De islam hoort er niet bij, de islam moet op het vlak van het stichten van scholen en kerken, en op het vlak van meningen en meningsuiting, worden tegengewerkt waar het maar kan en als dat betekent dat we het met de Grondwet en de rechtsstaat allemaal zo nauw niet meer kunnen nemen – dat zit er onder en het zij zo.

22 februari 2017

=0=

 


Dankbaar

In lang vervlogen tijden toen D66 een linksliberale partij was en de PPR radicaal, ja toen was samenwerking niet moeilijk. Sluit een Progressief Akkoord, ga daar de verkiezingen mee in en vestig je hoop op een goede uitslag. Of je dan na de verkiezingen alsnog moet aankloppen bij andere partijen zie je wel als het zo ver is, en niet eerder.

Dat was toen. Nu is de PvdA zo verregaand kinderachtig om Jesse Klaver af te willen breken en wordt het CDA openlijk het hof gemaakt. De PvdA opende de aanval door Dijsselbloem de deugdelijkheid van GL te laten betwijfelen en door Asscher de voorzet te laten inkoppen en GL ‘sluw’ te noemen. De timing was perfect – alsof het met de Telegraaf zo was afgesproken. Bij Dijsselbloem denk ik altijd aan de man die bij de vorige verkiezingen nog bezwoer dat de ABN-AMRO in overheidshanden zou blijven om dat na de verkiezingen in alle deugdelijkheid weer ongedaan te maken. Sluw hoor – maar daar ik Asscher nou nooit over. Ik als kiezer weet nu dat de PvdA heel erg voor links is maar nog meer voor zichzelf en dat die partij best bereid is een links perspectief te smoren als het daarmee zelf de ‘grootste op links’ kan worden. Liever het CDA dan de SP, dat is oud nieuws en liever met het CDA in de regering dan er een voorwaarde van maken dat in dat geval ook GL moet worden meegenomen.

Liever het CDA. Het CDA! De partij die meefietst in de kopgroep van anti-rechtsstatelijke partijen, in het onwelriekende gezelschap van PVV, VNL, SGP en VVD, bij elkaar misschien genoeg voor een parlementaire meerderheid. Een partij waar elke democraat zich van zou moeten afwenden, met als argument dat wie bereid is de rechtsstaat te versjacheren in een progressieve politieke configuratie niets te zoeken heeft. Het CDA heeft sinds 2010 laten blijken van de rechtsstaat een christelijke volksstaat te willen maken – het zal links een zorg zijn. Eerst regeren.

De PvdA wil met het CDA, GL wil met het CDA, de SP wil met het CDA, en D66 is onder Pechtold CDA-light geworden dus dat zit wel goed. En nu heeft Bruma de knuppel in het hoenderhok gegooid. Lazer op, zegt hij tegen zijn linkse vrijers. Ik vind jullie programma’s bagger. Ik doe er niet aan mee. Mijn dank aan Buma is groot. Ik had natuurlijk liever gezien dat links het CDA in de ban had gedaan, omdat die partij al één keer een ingrijpende gedoogfout heeft gemaakt en nu opnieuw laat blijken van de rechtsstaat geen halszaak te maken, maar als links het niet doet, als links op voorhand het CDA omhelst, dan mag ik het CDA ermee feliciteren dat die partij de anderen duidelijk maakt dat hij van hen niet gediend is.

Dat links het speelveld van de rechtsstaat aan het CDA heeft gelaten is tekenend voor de crisis van links. Maar ach, links, wat is links als er geen enkel protest wordt aangetekend tegen de verhoging van een militair budget, dat, je zou het bijna vergeten, niet vanwege de veiligheid maar vanwege de Amerikanen omhoog moet. Europa heeft een militair budget van vier keer de omvang van het Russische en toch moet het omhoog. In ons land heeft de JSF een ruime vijf miljard gekost, en dat is weer meer dan vijf keer de oorspronkelijke raming. Moeten die miljarden niet eerst worden verrekend en moet niet, daarom, de Amerikaanse winst worden verdisconteerd omdat wij wel hun rommel kopen en zij niet het Europese spul? Bovendien, we noemen die militaire uitgaven nodig voor de veiligheid. Nu, voor de veiligheid wordt al steeds meer uitgegeven, al zie je dat niet terug op de defensiebegroting maar weer wel op die van Ontwikkelingssamenwerking, Binnenlandse Zaken, en Veiligheid & Justitie. En waarom geven we steeds meer uit? Dat is simpel: sinds de Amerikanen het Midden-Oosten grondig hebben verbouwd is er een enorme vluchtelingenstroom naar Europa op gang gekomen – met dank aan de VS, met dank aan het VK, dezelfde landen die nu nergens meer mee te maken willen hebben. Wie dan roept dat vanwege dat veiligheidsprobleem het defensiebudget omhoog moet accordeert de nefaste leugens van Bush-Blair nog een keer, de leugens die destijds braaf zijn overgenomen door Balkenende (CDA) en De Hoop Scheffer (CDA), en die weigert van ingrijpende politieke beslissingen met nog ingrijpender politieke en sociale gevolgen politiek te maken – in de laffe Nederlandse politiek stellen we het liever voor als onontkoombaar en noodzakelijk.

Wat een puinhoop. Kan Asscher de verkiezingen winnen? Volgens Dijsselbloem wel. Dan heeft hij inderdaad het CDA eerder nodig dan GL en SP. Ik kan me niet echt voorstellen dat onze christelijke opportunist Buma met zijn boze woorden aan het adres van links ook onze Jeroen op het oog had. De PvdA, die zeker, maar de PvdA is Jeroen niet. De PvdA is een partij op zoek naar zichzelf, beweert Buma en hij kan het weten, hij heeft sinds 2010 met zijn eigen partij niets anders gedaan dan zichzelf zoeken. Maar, denk ik dan, dat zou hem streng jegens zichzelf en lankmoedig jegens anderen moeten stemmen. Ja, Jeroen mompelt wel iets over hogere belastingen voor het grootbedrijf en zo maar jullie zijn toch niet vergeten dat hij de ABN-AMRO uit de klauwen van de staat heeft gered, ook al zei hij dat hij dat nooit zou doen? Nou dan! Strijk je hand over je hart, Sybrand, en denk nog eens na over die PvdA van Jeroen, de PvdA die streng voor de Grieken en lankmoedig voor het CDA is.

21 februari 2017

=0=

 

 

Meel

Een journalist van de Volkskrant heeft een poging gedaan met hoogopgeleide PVV-ers in gesprek te komen. Vandaag doet hij er verslag van (Olaf Tempelman, Slimme PVV-stemmers, 180217).

Hoogopgeleiden zijn, als ik de media en de geleerden goed begrijp, een soort volksstam die zich er vele jaren lang in bekwaamd heeft om de anderen, de anders-opgeleiden, te bestuderen en die nu met dank aan de ondemocratische democratisering van de sociale media zelf aan de beurt zijn. Nee, vanzelf gaat het niet, ze sputteren, ze spartelen, ze stribbelen tegen en het zal ze niet helpen. Gelukkig dat Tempelman er een aantal aan het spreken heeft gekregen. Niet veel, de wereld is tegen hen en alles wat ze zeggen wordt toch verdraaid, zeker in de Volkskrant, maar desondanks. Sommigen offeren zich op en ondank is ’s werelds loon.

Schrikken is het wel. Wie de gesprekken volgt die Tempelman had zal opvallen dat die hoogopgeleide PVV-stemmers net mensen zijn en dat het verschil tussen hen de anders-opgeleiden alleen maar gradueel is, niet principieel. Of anders-opgeleiden, ik bedoel natuurlijk het beeld dat zij en wij van anders-opgeleiden hebben, want die anders-opgeleiden zijn ook in dit verhaal niet meer dan een soort decor. Nou vooruit, bloemetjesbehang. Ook leuk, maar zelf willen we het niet hebben. Toch? Het is niet denigrerend bedoeld hoor, hou me ten goede en ik ken mensen met bloemetjesbehang die best in orde zijn, ook al zou ik ze niet op m’n verjaardag willen hebben. Om een lang verhaal kort te maken, anders-opgeleiden zijn nodig omdat je zonder hen de schrik van de tegenwoordig hoogopgeleiden niet goed op papier krijgt. Of in de media.

Er zijn sinds jaar en dag hoogopgeleiden die dat doorhebben en er een markt in hebben gezien. Die zijn gemakkelijk te herkennen aan hun overdadige en niet geheel en eigenlijk geheel niet consistente gebruik van het woord ‘elite’. Dat is een eclatant succesvolle strategie gebleken. Tegenwoordig gebruikt iedere boerenlul het woord en trekt er het bijpassende gezicht bij van iemand die iets bedorvens heeft gegeten. Kortom, de aanval op de hoogopgeleiden is het product van andere hoogopgeleiden, niet van de anders-opgeleiden. De anders-opgeleiden zijn het voetvolk, hun functie is het veelvuldig versterken van de echoput van de sociale media. Meer.Schreeuwen.Is.Het.Nieuwe.Normaal. Meer is beter. Schreeuwen is beter.

Hoogopgeleiden? Er was ooit een burgerlijk vormingsideaal waarover Adorno al in 1959 opmerkte dat het zo verkommerd was dat het daar niet goed mee was gegaan, dat het alleen nog ‘halfvorming’ wist te genereren. Geen wonder, een beetje vorming kost tijd en blijft tijd kosten en tijd – ja meneer, tijd is uitverkocht maar we hebben nog wel snibbigheden, kribbigheden, platitudes, oneliners en jij-bakken op voorraad. Komen altijd van pas. Kijk naar Martin Bosma en verdere uitleg is overbodig. Kijk naar Geert Wilders en de eetlust vergaat je. Zij zijn de voorhoede van een groeiend segment ‘hoogopgeleiden’ dat, net als Trump, elk vuiltje als een vuiltje dat van buiten komt beschouwt, als een aanval op henzelf, als een poging hen de mond te snoeren, als een complot om alles wat ze zeggen te verdraaien en in het tegendeel te laten verkeren. De meest bedreigde mensensoort in Nederland is, nu ik er even over nadenk, de hoogopgeleide die z’n soortgenoten niet meer kan vertrouwen en die gedwongen is met meel in de mond te spreken.

Het is de kwaal van deze tijd. Zeg dat je rechts bent en je krijgt in academische kringen minder onderzoeksgelden, zeg dat je PPV-er bent en je wordt geschaad in je carrièrebelangen, je wordt met de nek aangekeken, je krijgt ruzie met je kinderen, je vrienden laten je links liggen, de ellende is onafzienbaar. Van VVD-Kamerlid Duisenberg tot en met de hoogopgeleide PVV-stemmer is het huilie-huilie: een fatsoenlijk rechtsmensch kan niet vrijuit spreken, een fatsoenlijk rechtsmensch kan niet eens uitspreken dat hij niet vrijuit kan spreken. Is het gek dat het zo moeilijk is een PVV-er met naam en toenaam tot een gesprek te verleiden? Nee, dat is niet gek en het bewijst, het demonstreert, het illustreert hoe groot en hoe wijdvertakt en hoe erg het probleem is. Het is godgeklaagd en erger dat de media aan dit schandaal voorbijgaan, deze aanval op het vrije woord, een aanval die zo omvattend is dat wij, hoogopgeleide PVV-stemmers, er het zwijgen toe doen. Nou ja, meestal dan en Geert en Martin niet te na gesproken en sommigen van ons staan vandaag in de Volkskrant.

De hoopgeleide PVV-er en de rechtse wetenschapper mogen graag op de gevaren van de islamisering wijzen, en de arme moslima’s beklagen die zich nou eens nooit echt kunnen uiten over alles dat hen wordt ontzegd. De PVV-stemmer overkomt precies hetzelfde.

Rechts is een onderdrukte moslima.

18 februari 2017

=0=


Iets te kiezen

De overheidsbegroting laat het toe en dus is er weer wat te kiezen. Laura van der Geest, directeur van het CPB, zei het en de media namen het over. Iets te kiezen. Ik zal er mevrouw Van der Geest niet op aanvallen maar media die menen dat er in 2012 niets te kiezen was en nu in 2017 wel zijn niet alleen niet goed bij de les, die media produceren en verspreiden gebakken lucht. In dit geval zelfs voorgebakken lucht maar nogmaals, niets ten nadele van mevrouw Van der Geest. Mevrouw Van der Geest dacht een handzaam stijlkenmerk naar voren gebracht te hebben, en dat de media dat vervolgens niet als stijl maar als de kern van de inhoud oppikten – ach, dat geeft slechts aan dat de media beter op hun omzet letten dan op hun onderwerp, wat het onderwerp ook mag wezen.

In 2012 was er kennelijk niets te kiezen. Er is geen alternatief, je hoort het de VVD en de PvdA nog zeggen, keer op keer, brave leerlingetjes van de IJzeren Dame als het zijn (TINA: there is no alternative). Ze moesten eerst de economie er bovenop helpen, ze hebben de economie er bovenop geholpen, nu willen ze dat alle burgers dat gaan ervaren, dat alle burgers gaan voelen dat het weer beter gaat en manier waarop de burger dat mag voelen, nu daar heeft de burger zelf ook enige invloed op. Want: er is wat te kiezen. Vadertje staat en moedertje overheid blijven de huishoudpot bestieren maar als jullie meer zakgeld willen hebben, nou dan valt daar over te praten.

Mag iedereen meer zakgeld hebben of mogen we de burgers die te beroerd, te sloom, te onmachtig zijn geweest zelf ook iets bij te dragen, zelf ook hun quotum aan te verkopen lootjes te halen, mogen we die burgers niet uitsluiten van meer zakgeld of hen op z’n minst wat minder laten meedelen, zodat er voor ons, dus voor de ijverigen, dus voor de hardwerkenden, dus voor de typische Nederlanders wat meer overblijft? Tja, zegt het CPB, nu je het me vraagt.

Als ik de verkiezingsprogramma’s bekijk dan valt op dat alle partijen het hier wel een beetje mee eens zijn en dat sommige partijen het er meer mee eens zijn dan andere partijen. De partijen die het er hartgrondig mee eens zijn noemen we rechts, de partijen die het er maar een beetje en een beetje beschaamd ook nog mee eens zijn noemen we links, en alle partijen die er tussen in zitten, die partijen noemen we middenpartijen. Er is wat te kiezen.

Nederland verschilt zo bezien niet van FC Bladella, de voetbalclub uit Bladel (goeie naam trouwens) die als belasting van ieder lid jaarlijks 125€ wil hebben en die daarnaast van ieder lid verwacht nog eens 25€ te mogen incasseren, als opbrengst van de verkoop van lootjes. Dat heeft het bestuur van de club besloten.

Een geniaal voetbalbestuur, een bestuur dat feilloos begrijpt hoe het tegenwoordige vrijwilligerswerk in elkaar steekt, een bestuur dat snapt dat je belastingen wel kunt veranderen maar nooit kunt verminderen en dat linksom of rechtsom er geen bal toe doet zolang de begroting maar sluit, een bestuur dat handhaaft en dat houdt een bestuur in dat zijn onderdanen inpepert dat wie buiten het speelveld niet echt meedoet op het speelveld echt niet mee mag doen.

De verkiezingen worden, zegt men dezer dagen, beslist in ‘middenland’. U, stadsbewoner, telt wel maar toch ook weer niet want u telt hooguit mee, maar de inwooners van middenland, die tellen. Worden de verkiezingen in middenland beslist? Dat worden ze niet, dat hebben de media beslist en de media hebben het beslist omdat ze dwars door alle peilingen heen geen idee meer hebben waar ze nog peil op kunnen trekken. Middenland is de oplossing voor een mediaprobleem.

Bladel is de hoofdstad van middenland. Zouden de media dat al weten?

17 februari 2017

=0=


Interpretatiemening

Die opvatting, zei Kees van der Staay gisteravond bij Jinek, is niet meer dan een mening over een interpretatie van de grondwet. Om in de geest van Kees te spreken, het klonk me als de aankondiging van het einde der tijden in de oren. Een mening, een interpretatie, de grondwet. Zelfs bij de SGP is alles vloeibaar geworden, is niets nog in marmer gebeiteld, is alles een mening geworden die voor bijna iedereen vrij is, is elke mening geen overtuiging maar een interpretatie en viert de SGP Valentijnsdag (ik geef toe, mijn geschoktheid daarover evenaart die over de interpretatiemening).

Dat de katholieken ruim baan geven aan Valentijn, het hoort bij een kerk die aan elkaar hangt van christelijke bewerkingen van heidense mythen en sagen, maar dat de gereformeerden het nu ook doen kan alleen maar betekenen dat hun gretigheid de moslims de pas af te snijden vele malen groter is geworden dan hun trouw aan hun anti-paapse geschiedenis en, ik gebruik het woord maar eens, hun anti-paapse identiteit. En inderdaad, als je als gereformeerde zo opportunistisch te werk gaat is elke exegese van elke grondwet ook maar een interpretatie en elke interpretatie ook maar een mening, die voor bijna iedereen vrij is (bijna: voor iedereen, onder aftrek van de moslims).

‘Het gaat er niet om waar je vandaan komt, maar de wederkerigheid van vrijheid dien je te respecteren’. Dat zegt Gert Jan Segers van de CU, vandaag in de Volkskrant. De CU is de enige partij (van dertien onderzochte partijen) die volgens de Nederlandse Orde van Advocaten de rechtsstaat ten volle respecteert. Alle andere partijen nemen het zo nauw niet met de rechtsstatelijkheid (inclusief de SGP waar ze ongetwijfeld denken dat kennis van de rechtsstaat hetzelfde is als rechtsstatelijkheid) of schieten de rechtsstaat aan gort (zoals PVV en VNL). Wederkerigheid van vrijheid: welke alternatieve feiten, welke meningen, welke intepretaties, welke falsificaties moet Van der Staay nu weer verzinnen om in de theorie helemaal van de wederkerigheid te zijn en in de praktijk de wederkerigheid met voeten te blijven treden?

VVD, CDA, SGP, PVV en VNL gaan over de randen van de rechtsstaat; in het geval van PVV en VNL gaan ze er ver overheen. Bij elkaar vertegenwoordigen ze een rechts blok dat naar alle waarschijnlijkheid een numerieke meerderheid haalt bij de komende verkiezingen. Laten we aannemen dat het CDA niet nog een keer met de PVV begint. Laten we aannemen dat de plek van het CDA, om de meerderheid te behouden, wordt ingenomen door 50Plus.

Het worden, naar mijn interpretatiemening, spannende verkiezingen.

15 februari 2017

=0=

 

 

Toonvoorbeeld

Het dienstdoende radiomeisje bedacht voor ons, rond een uur of elf vanochtend op radio 1, het woord ‘toonvoorbeeld’. Die houden we erin.

Een toonvoorbeeld van hoe het niet moet is het gejeremieer over de zzp-er die door de ‘wet’ z’n opdrachten zou kwijtraken. Blijkbaar hebben we een wet (de wet DBA: Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) die het opdrachtgevers verbiedt zzp-ers in te huren. Die wet hebben we niet, we hebben een wet die voor het eerst sinds jaren van opdrachtgevers vraagt geen misbruik van hun machtspositie te maken.

In de wereld van de arbeidsrelatie wordt misbruik bemoeilijkt door het arbeidsrecht, in de wereld van de opdrachtrelatie was het enige recht het recht van de sterkste en nu we een wet hebben die de opdrachtgever eraan herinnert dat de overheid ook daar grenzen aan wil stellen, is de wereld te klein. De opdrachtgever protesteert, legt de zzp-er de duimschroeven aan door geen opdrachten meer uit te delen, verwacht dat de zzp-ers wel gaan piepen, de zzp-ers piepen ook, de staatssecretaris en de minister slaan niet terug door de opdrachtgever de wacht aan te zeggen maar schrikken terug en proberen heel laf tijd te kopen door met de opdrachtgevers mee te liften: we gaan het arbeidsrecht door de mangel halen. Daar was het de opdrachtgever ook om te doen. Het arbeidsrecht moet op de schop, of beter, de bescherming die het arbeidsrecht biedt moet op de schop.

Driekwart van alle zzp-ers hebben geen product maar alleen zichzelf in de aanbieding. Van dat driekwart werkt weer ruim tweederde op basis van een ‘inspanningsverplichting’ (als onderscheiden van een ‘resultaatverplichting’. Bron: KvK, februari 2017: Zzp-ers en hun opdrachten). Kortom, zzp-ers werken in meerderheid net zoals de werknemers met hun eigen arbeidsvermogen aan een product (een ‘resultaat’) waar ze niet op worden afgerekend: ze worden net als werknemers afgerekend op hun ‘inspanning’. Dan moet je van goeden huize komen om aan te tonen dat je als zzp-er niet onder het gezag van de opdrachtgever valt en een beetje verstandige opdrachtgever weet ook dat als je eenmaal een goeie zzp-er hebt die goed past in het geheel van bedrijfsvoering en bijbehorende arbeidsverdeling het niet prettig is als die zzp-er vandaag zelf komt, morgen een vervanger zendt en overmorgen weer een andere vervanger. Wat daarover op papier is afgesproken is in dit verband minder belangrijk dan de feitelijke aanwezigheid/afwezigheid van de zzp-er.

Het ligt voor de hand dat de belastingdienst in alle gevallen van ‘inspanningsverplichting’ en een feitelijke ‘aanwezigheidsplicht’ voor de zzp-er niet het ‘ondernemerschap’ maar de ‘arbeidsrelatie’ als default-optie moet hanteren. De opdrachtgevers hebben dat best door en hebben daarom een stop op de inhuur van zzp-ers gezet. Ze zijn er lang mee weggekomen en nu komen ze er alleen nog meer weg door de wet in hun voordeel aan te passen. Dat duurt nog even maar het aantal parlementariërs dat een handje wil helpen is aanzienlijk. Nu maar hopen op een nieuw kabinet dat net als VNO-NCW vindt dat niet de correctheid van de wet maar de moderniteit ervan de doorslag moet geven. Wat staat er in de wet? Dondert niet, de wet is te oud! Is de wet niet toepasbaar? Welnee, de wet is uitstekend toepasbaar maar ons bevalt de toepassing niet en bovendien, de wet is te oud!

De heibel die wordt getrapt over de ‘onwerkbare’ arbeidswet produceert rare en overbodige ketelmuziek. En het gaat ook helemaal niet direct om de arbeidswet, het gaat over de doorwerking van de arbeidswet in de sociale zekerheid. Een echte markt biedt geen zekerheid, dus wat zullen we nou hebben?

Zekerheden bieden valse verwachtingen, het zijn illusies en kostbare illusies ook nog. Het is per slot óók een ordinaire centenkwestie en we weten dat als het om de centen gaat de echte straatvechters bij VNO-NCW te vinden zijn, dezelfde werkgeversclub die ondernemers, werkgevers en opdrachtgevers bedient en die de arbeidswet ‘verouderd’ en ‘uit de tijd’ vindt. Het gros van de zzp-ers is eigenlijk werknemer?

Nee meneer, dat zit precies omgekeerd. Het gros der werknemers is eigenlijk zzp-er. Ze weten het niet, maar geef ons de kans het arbeidsrecht te herschrijven en ze zullen er snel genoeg achterkomen dat ze eigenlijk altijd al zzp-er waren, dat ze het toonvoorbeeld van de zzp-er waren, en dat ze alleen door die malle sociale zekerheid enige tijd in slaap zijn gesust. Wordt wakker!

14 februari 2017

=0=

 

 

Gouden bergen

Een paar dagen geleden hoorde ik, ik weet niet meer of het radio of tv was, dat de levensverwachting die de pensioenfondsen hanteren hoger is dan die van het CBS. Volgens het CBS gaan we drie jaar eerder dood dan volgens de actuariële rekenaars van de pensioenfondsen.

Als het CBS gelijk heeft steken de fondsen mooi drie jaar pensioen in hun zak, als de fondsen gelijk hebben is het CBS een onverantwoordelijke raadgever. Wat ervan aan is weet ik niet, ik heb niet verder geluisterd/gekeken. Ik geloof het zo langzamerhand wel, ik geloof zo langzamerhand wel dat als garanties niet meer gegeven kunnen worden, niets meer gegarandeerd is, tot en met de accuratesse van eerbiedwaardige instituties als het CBS en het pensioenfonds aan toe. Wat is de kwaliteit van de voorspelling van de jaren die je nog resten, al dan niet in goede gezondheid? Tja, dat hangt er vanaf, en hoe meer we weten, des te meer het er vanaf hangt. We kunnen wel een voorspelling doen, maar u weet, aan garanties doen we niet meer.

Een voorspelling is nooit beter dan de veronderstellingen of ‘aannames’ toelaten en over de veronderstellingen (in dit geval: over ziekmakende respectievelijk gezondheidsbevorderende factoren en maatregelen) kun je beter een boom opzetten dan dat je er een verantwoorde voorspelling op los kunt laten. Dat weten we en daarom zou een goede voorlichting erin moeten bestaan om het betrekkelijke en onvermijdelijk altijd enigszins willekeurige van elk algoritme te onderstrepen – en niet het aantal voorspellingen te laten exploderen omdat het zo gemakkelijk is geworden om uit elk vermoeden dat je hebt een profiel te toveren en van elk profiel een voorspelling te maken wanneer de drager ervan uit de band gaat springen, een alcoholverslaving zal opdoen, openstaat voor terrorisme of, waarom ook niet, zal overlijden. We weten het en we handelen er niet naar. We handelen anders omdat we de data hebben, steeds meer data, big data, data die dorsten naar ‘analyse’, data wier aanbod vanzelf wel een vraag ernaar schept, data die een wetenschap nodig hebben om het nog bij te benen.

Den Bosch, in een samenwerkingsverband van de universiteiten van Eindhoven en Tilburg, had de primeur maar ook Amsterdam gaat (deze lente) beginnen met een School of Data Science – ik heb in de aankondigingen wel iets over zoekmachines (in de ‘focus areas’) gezien maar niets over de beperkingen van het uitbundige gebruik van profielen of over de gevolgen van zelfs maar een minuscule wijziging in de prioriteiten die in een algoritme beslag krijgen.

Nassim Nicholas Taleb heeft er uitgebreid over bericht, inclusief over de reacties van de ‘modelbouwers’, de mensen die soms heel duidelijke, soms buitengewoon onnavolgbare beslissingen nemen die wij alleen tegenkomen in de uitkomsten van hun algoritmes. Zet daar een vraagteken bij en je kunt heel wat verwachten. In volgorde van opkomst: dat weten we allemaal al; niets is volmaakt; de aannames zijn redelijk; de aannames doen er niet toe; de aannames zijn conservatief; u kunt niet bewijzen dat de aannames onjuist zijn; we doen slechts wat anderen ook doen; de beslisser is beter af met ons dan zonder ons; de modellen zijn niet totaal nutteloos; je moet het maximale uit de data halen; je moet aannames formuleren om vooruit te komen; je moet de modellen het voordeel van de twijfel geven; modellen kunnen geen kwaad’ (bron: Nassim Nicholas Taleb, Over robuustheid. Amsterdam, Uitgeverij Nieuwezijds 2010: 94).

Het is alsof ik Jeroen Dijsselbloem hoor over de voordelen van het laten doorrekenen van verkiezingsprogramma’s door het CPB. Gouden bergen kun je beloven, die de dag na de verkiezingen waardeloos zijn geworden, omdat de wereld van na de verkiezingen een andere is dan die van voor de verkiezingen en het model daar uiteraard vooraf geen rekening mee had kunnen houden.

Desondanks, Dijsselbloem gelooft er in en hij gispt de partijen die dat niet doen. Die, zegt hij, durven de confrontatie met de ‘harde werkelijkheid’ niet aan. Dat is, in een notendop, de malligheid van de modellenfetisjist: het geloof dat het model de wereld is.

13 februari 2017

=0=

 

 


Wiens taal men eet, diens woord men spreekt

Men vergeve mij de vrijpostigheid brood door taal te vervangen. Te mijner verdediging wil ik naar voren brengen dat het brood ons lijf in stand houdt, maar dat de taal onze gemeenschap in stand houdt en daar is ook wat voor te zeggen.

Ook het brood, overigens, is een uitspraak over de gemeenschap, maar dan een gemeenschap die we niet meer willen. Toch, het brood hield ons lijf in stand en het hield onze afhankelijkheid in stand. We waren onderdanig en onderdaan.

Tegenwoordig (ik citeer een moderne neoliberale leugen) zijn we onafhankelijk, we verdienen ons eigen brood en menen daarom, met een beroep op onze vrijheid van meningsuiting, onze eigen woorden te kiezen binnen onze eigen taal. We zijn noch onderdanig, noch onderdaan, we zijn autonome vrije burgers.

Verabsoluteer die vrijheid en je hoeft alleen nog je eigen woorden te spreken in je eigen taal. Waar haal je die taal vandaan? Uit verhalen, uit gesprekken met mensen die jou verstaan en die jij verstaat, gesprekken die het resultaat zijn van een gedeeld verleden, een gedeeld heden en wensen over een gedeelde toekomst, gesprekken met en verhalen van gelijkgestemden. Dat was nooit zo, ook dit is een leugen, maar je hebt de vrijheid van de onafhankelijkheid en die houdt in dat je de vraag of het al dan niet ooit zo was of nooit zo was kunt beantwoorden met de vaststelling dat jouw mening niet minder is dan elke andere mening, in het bijzonder niet minder dan de mening van de zichzelf noemende deskundigen. Met hen heb je niets te maken en überhaupt heb je met anderen niets te maken, je hoeft je van hen niets aan te trekken.

Als ik zeg dat het zo was, al was het maar omdat ik het zo beleef, omdat ik het zo heb ervaren, dan is het zo. Als ik zeg dat we vroeger wel een gemeenschap hadden, iets dat we allemaal deelden en iets dat er voor zorgde dat we meer zaken hadden die we deelden dan zaken hadden die ons verdeelden, dan is dat zo. Het is niet zo maar als ik vind dat het wel zo is dan heb ik daar recht op en knappe jongen die me tegenhoudt gebruik te maken van mijn recht om het te zeggen ook en gebruik te maken van mijn recht om ieder ander die er anders tegenaan kijkt een belediging/verwensing/banvloek naar het hoofd te slingeren.

Het resultaat is dat het gesprek dat gemeenschap heet (het geheel dat de jouwen én de anderen omvat) onmogelijk wordt. De anderen spreken jouw taal niet, jij vindt dat zij jouw taal maar moeten leren spreken en dat jij je van de hunne niets hoeft te weten. Elke gespreksdeelnemer denkt, eenmaal in gesprek met de ander en als het überhaupt nog tot een gesprek komt, dat een gesprek alleen nog zin heeft als hij het elk moment kan afbreken – en dat is een vergissing, de zin van een gesprek is de voortzetting ervan.

In plaats van een samenleving te zijn worden we afgescheept met parallelle samenlevingen, die elkaar ten diepste wantrouwen en steeds meer bereid te zijn elkaar te verketteren en de tent uit te vechten. U doet daar niet aan mee, zegt u? U houdt uzelf voor de gek en erger nog, u houdt mij voor de gek en daarmee bevestigt u perfect het wantrouwen dat ik jegens u koester. U spreekt mijn taal niet, ik spreek de uwe niet en als u niet bereid bent water bij de wijn te doen, en met mij de dingen te benoemen zoals ik zeg dat ze zijn, dan ben ik niet langer gediend van uw gezelschap. Tja, denk ik dan, kom daar nog maar eens uit.

Ik schrijf dit naar aanleiding van het kleine essay van Bas Heijne (Staat van Nederland Amsterdam, Prometheus 2017), die er ook niet uitkomt. Nu ja, hij heeft ‘optimisme’ in de aanbieding (optimisme is, in een vrije omschrijving die ik ontleen aan Heijne o.c.: 65, dat ook als het er beroerd uitziet je de hoop niet moet laten varen), net als destijds Johan Huizinga, de voornaamste bron van inspiratie voor Heijne’s essay. De vraag is niet, schrijft Heijne, wie we zijn, de vraag is wie we willen zijn (Heijne, o.c.: 47). Volgens hem is die vraag de vraag die onder al het hedendaagse ge-emmer begraven ligt en die weer opgegraven moet worden. Ik vind het geen sterk bod en ik vraag me af wie bereid is hiervoor van de barricaden af te komen. De inzet is ook hoger dan de vraag die Heijne stelt. De inzet is geen vraag, de inzet is een oproep, door Heijne (o.c.: 45) als volgt verwoord: ‘Het is tijd voor een nieuwe taal. Pas als die taal weer echt wil communiceren, in plaats van enkel ‘zenden’, is publiek debat weer mogelijk’.

Ik zou willen voorstellen om twee keer het woordje ‘weer’ in bovenstaand citaat te schrappen want dat zet ons op het verkeerde been, het been van een verleden dat er ooit geweest zou zijn en dat, als het er al was, van de pap alleen de krenten nog wil kennen. Zoals Heijne (o.c.: 72) in een interview zegt (dat als bijlage bij het essay is afgedrukt): ‘[a]ls je aan een kind vraagt: teken een huis, dan krijg je een huis met een puntdak, hoewel huizen allang niet meer zo worden gebouwd. Zo kijken we ook naar de samenleving’.

Een mooi thema voor een publiek debat?

Il faut être absolument optimiste

9 februari 2017


Taalgestuurd

Taalsturing is een ander woord voor framing. Noem iets vraaggestuurd en je denkt dat jij, als vrager, aan het stuur zit. Dat valt tegen. De zorg is, met dank aan de marktwerking, vraaggestuurd en dan stuurt de verzekeraar en niet jij. Dat zou te denken moeten geven.

Vraagsturing tast de positie van het aanbod aan en dat dan ten gunste van een ander aanbod, in ons voorbeeld het aanbod van verzekeringen op kosten van het aanbod van de dokter, het ziekenhuis, de verpleging. De gedachte is dat de verzekeraar de andere aanbieders bij de les houdt. Uit zichzelf zullen die het niet doen. Het volgende probleem is wie dan de verzekeraars bij de les houdt. Dat raadsel is nog niet opgelost.

Met vraagsturing sturen wij de vraag niet maar wij worden, omgekeerd, door de vraag gestuurd, door een vraag die geen vraag is, die alleen een vraag is door de onbeschaamde veronderstelling (die er door het ministerie in is gepompt) dat de verzekeraar namens ons, de vragers, opereert en daarom de vrager is waar wij om gevraagd zouden hebben. De blijkens een recente enquête geuite wens van heel veel kiezers om nu eens op te houden met die poppenkast van marktwerking en vraagsturing is misschien minder een wens naar een hernieuwd publiek bestel, dan een afwijzing van de leugenachtige newspeak die in het zorgveld domineert.

We komen er langzamerhand achter dat wat als markt wordt aangeprezen een speelveld is voor aanbieders van zorg aan de ene, en aanbieders van verzekeringen aan de andere kant – en dat het kabinet heeft bedacht dat hen het verzekeringsaanbod wel smaakte en dat dat aanbod dan voortaan als vraag mocht optreden want zeg nou zelf, zonder vraag en met alleen maar aanbod heb je wel degelijk een markt maar niet helemaal de markt die de kiezer verwacht, niet helemaal de markt die je in een verkiezingsprogramma van harte kunt aanbevelen.

Nu, vervang vraag door vraagsturing en je hebt een markt die dan wel geen markt is maar die in ieder geval niet lijdt onder ‘aanbodsturing’ want dat is zo erg, dat is zo erg dat het te erg voor woorden is. Aanbodsturing is de sturing die door de dokter en de patiënt gezamenlijk is bedacht en dat is natuurlijk veel te duur. Vraagsturing is beter en daarom is de vraag, die heel gewoon een vraag naar goede zorg is, veranderd in een vraag naar het meest aantrekkelijke verzekeringsaanbod en dat heeft met goede zorg even veel te maken als de dekkingsgraad van de pensioenfondsen met de kwaliteit van hun beleggingen en de kijkcijfers met de kwaliteit van het tv-programma.

Vraagsturing is taalsturing is framing. En wij ons maar afvragen welk nieuwtje je kunt vertrouwen want nieuwtjes, zo gaat dat nu eenmaal, blijven slechts plakken als ze van een aantrekkelijk frame zijn voorzien en een aantrekkelijk frame komt niet zomaar uit de lucht vallen. Jammer is alleen dat frames niet op juistheid worden getest maar op, inderdaad, hun plakkerigheid. Wat trekt de aandacht, dat is de enige vraag die telt.

En, ook, de vraag hoe je er weer van afkomt als de mensen het niet meer aardig vinden, als het plakken overgaat in jeuk. Moet er dan iets veranderen? Welzeker, dan moet er iets veranderen. Bijvoorbeeld door vraagsturing te vervangen door maatwerk. Wie wil er nou geen maatwerk? Maatwerk is een beter frame dan dat logge woord van de vraagsturing. Je kunt er zo een enquête op loslaten: vindt u niet dat de tijd gekomen is de vraagsturing in te wisselen voor waar het al die tijd eigenlijk om ging, voor het maatwerk? De antwoorden kun je differentiëren naar leeftijd, opleidingsniveau, stad of land, herkomst van de ouders, inkomensniveau en voor je het weet heb je een prachtig speelterrein ontwikkeld voor even veel soorten maatwerk als er categorieën beschikbaar zijn. De VVD, lees ik vandaag in dagblad Trouw, wil niet meer praten over marktwerking in de zorg. Het is een ‘ondankbaar frame’, zo laat de partij weten.

Ik las gisteren in de krant (Trouw) dat de herkomst van de ouders weer mee moet gaan tellen bij de beslissing of en hoeveel extra geld scholen krijgen voor achterstandsleerlingen. Tot dusver was je automatisch achterstandsleerling als je ouders niet meer dan basisschool en twee jaartjes mavo hadden gehad (of nog minder) maar nu blijkt dat bijvoorbeeld kindertjes van hoogopgeleide Oost-Europese en Syrische ouders ook, volkomen onverwacht en tegen alle predestinatie in, taalachterstanden hebben. Reteslim die kinderen van die slimme ouders en toch spreken ze geen of slechts gebrekkig Nederlands.

Het CBS (!) ontwikkelt zelfs een nieuw model waarin behalve herkomst ook zoiets als schuldsanering, verblijfsduur in Nederland en het gemiddelde opleidingsniveau ‘van de moeders van klasgenootjes’ zijn verwerkt. Aan alles wordt gedacht, tot er weer aan wat anders moet worden gedacht, want denken zal flexibel zijn of het zal niet zijn. Nou, dat wordt maatwerk, jongens en meisjes en het mooie is ook nog, zo heeft het ministerie laten weten, dat het zo gemakkelijk is: ‘de criteria zijn allemaal uit overheidsdatabanken te halen, en scholen hoeven het papierwerk voor de aanvraag niet meer te doen’.

Wat je als ouder te doen staat als je zelf superhoog bent opgeleid, helemaal in Nederland bent geboren en getogen, en je kind zo stom als het achtereind van een varken is, dat staat er weer niet bij. En dat is ook begrijpelijk want de budgetteringsregel dat de opleiding van de ouder bepaalt hoe snugger het kind wordt aangeslagen is van een idiotie die alleen bedacht kan zijn door een verveelde ambtenaar die toch ook eens met wat nieuws wou komen. Hoe gaat dat, je leest nog eens in Michael Young’s essay over de meritocratie, je veert op bij de passages over het erfelijk worden ervan, besluit dat het opleidingsniveau van de ouder daar een goede proxy voor is – en voilà, de budgetteringsregel is gereed. Later komen er dan weer andere ambtenaren die uitvinden dat Young het niet helemaal en eigenlijk helmaal niet zo cru had bedoeld en we keren terug naar onze oude hobby van het opsporen van steeds nieuwe subcategorieën en sub-subcategorieën zodat er een mooi model op geënt kan worden.

Alles om te voorkomen dat we het probleem (achterstand aan het begin van een schoollopbaan) zouden benoemen. Daar willen we het helemaal niet over hebben. Er zijn geen problemen, er zijn slechts probleemgevallen en die brengen we in kaart, alstublieft dankuwel. Een probleem stuurt niet, een probleemgeval des te meer en daar gaat het om.

PO-Raad, VO-Raad en VNG vinden het allemaal prachtig – op voorwaarde dat er geld bij komt natuurlijk. Dat het allemaal in het belang van de leerlingetjes is neem ik onmiddellijk aan en ook dat de mensen die over dat belang overheidsbeslissingen nemen geen flauw idee hebben wat dat belang is. Het is gewoon maatwerk, dat is het. Het belang van het kind als maatwerk – weer een geslaagd voorbeeld van geslaagde taalvraagsturing.

8 februari 2017

=0=

 


Reclame-inkomsten

In het FD van vandaag een klein berichtje over een nieuwe WRR-verkenning. De verkenning gaat over flexibiliteit en zekerheid van werkenden en de samenstellers ervan hebben een divers gezelschap onderzoekers uitgenodigd hun gedachten op papier te zetten. Juist vanwege de diversiteit zijn verkenningen soms aardiger dan de rapporten aan de regering van de WRR. De rapporten gaan in naam van de WRR over tafel, de verkenningen in naam van de deelnemende auteurs en dus niet van de WRR zelf. In het FD wordt de verkenning een rapport genoemd, wordt over de verkenning gesproken als was het de mening van de WRR en wordt geconcludeerd dat de WRR vindt dat flex wel wat minder flex mag. Dat zijn drie opvallende fouten in een berichtje van welgeteld acht zinnen plus een kop over wat de WRR wel vindt.

Ook kleine artikeltjes moeten gelezen worden, denkt het FD, en hoe vaker een artikel is gelezen, des te beter dat is voor de reputatie van de krant en des te aantrekkelijker (elke krant heeft tegenwoordig een rubriekje ‘meest gelezen’) de krant dan voor adverteerders wordt. Waar het voor kranten om draait is niet of het klopt wat ze schrijven maar of het genoeg de aandacht trekt en of ze ermee wegkomen. Tegen deze achtergrond is het al minder raar dat het FD in een berichtje van niks zo ongeveer elk denkbare fout maakt. Ik hoorde in het radionieuws van 10 uur vanochtend overigens precies dezelfde fouten gemaakt worden – hetgeen weer eens bevestigt dat media geen media zijn maar echo’s. En echo’s selecteren niet op juistheid, echo’s selecteren op hoorbaarheid.

Een hoorbare leugen is beter dan een bedeesde waarheid. Hoeveel beter? Dat lezen we af aan de reclame-inkomsten, de inkomsten die in tv-land altijd enigszins indirect en omfloerst worden aangeduid als ‘kijkcijfers’. Zoals de pensioenwereld wordt geregeerd door dat ene kengetal van de ‘dekkingsgraad’ (een kengetal waar de pensioenfondsen zelf weinig greep op hebben) wordt de tv-wereld geregeeerd door dat ene kengetal van het ‘kijkcijfer’ (een getal waar de programmakers zelf weinig greep op hebben). Pensioenfondsen proberen verstandig te beleggen, programmamakers proberen verstandige programma’s te maken. Wat is het effect van verstandige beleggingen op de dekkingsgraad? Eigenlijk heel weinig, meneer. Wat is het effect van verstandige programma’s op het kijkcijfer? Eigenlijk heel weinig, meneer en net als in het vorige geval is het effect onder omstandigheden (en daar kunt u weinig aan veranderen, meneer) ook nog eens averechts.

Wat denkt u, wordt het nog wat met die publieke omroep van u?

7 februari 2017

=0=

 


Nut en noodzaak

Over het waarom van de komst van de verzorgingsstaat wordt verschillend gedacht. Een traditioneel functionele analyse legt de nadruk op de onderhoudskosten van een moderne economie – de verzorgingsstaat zou er de uitwerking van zijn. De meer conflicttheoretische benadering verlegt het gewicht naar de arbeidersbeweging – de verzorgingsstaat is de sociaal-economische erkenning én de sociaal-politieke en ideologische acceptatie van de ‘factor arbeid’. De historisch-sociologische benadering beziet ‘verzorgingsarrangementen’ als enerzijds een oplossing voor de externe effecten van de economische ontwikkeling en anderzijds als een uitwerking van steeds complexere maatschappelijke figuraties. De meer moderne functionele analyse, ten slotte, vraagt niet in eerste instantie naar de functie van de verzorgingsstaat maar naar de functionele equivalenten voor bestaande regelingen met betrekking tot onderhoudskosten, erkenning en acceptatie.

Ik heb de indruk dat over nut en noodzaak van een basisinkomen op vergelijkbare manieren wordt nagedacht. Je kunt zeggen dat een basisinkomen weinig anders is dan de erkenning van de onderhoudskosten van de geldeconomie waarin alles buiten die economie een beetje verdacht is en je geen zekerheid biedt dat wat je vandaag bij elkaar sprokkelt morgen weer zal gebeuren. Geld moet rollen, is de gedachte, en het moet een beetje voorspelbaar rollen om het vertakte en gecompliceerde netwerk van betalingen dat onze economie is in stand te houden, en dan scheelt het als iedereen over althans enig geld beschikt om dat te laten rollen en het scheelt als dat geld ook inderdaad wordt uitgegeven en niet wordt opgepot.

De bescheiden hoogte van het basisinkomen in de verschillende voorstellen die de ronde doen zal er voor zorgen dat het inkomen van alle mensen die het met dat basisinkomen moeten doen inderdaad zal worden besteed – en het zal voor hen een uitnodiging zijn om zich in te zetten voor alle zaken die voor hen echt van belang zijn, welke dat ook zijn.

Bovendien, het basisinkomen maakt ook de informele economie minder nodig, en minder verleidelijk. In een meer progressieve variant van het basisinkomen zou de hoogte ervan de keuzemogelijkheden van de burgers moeten vergroten (doet het dat niet dan kunnen we het net zo goed laten): het zorgt ervoor dat niemand slecht werk hoeft te accepteren, het vergemakkelijkt het bestaan als zzp-er, het vergemakkelijk combinaties van eigen tijd en werktijd, van scholen en werken, van zorgen en werken, van het nu nog niet kiezen voor een bepaalde combinatie. Hier plaats ik ook het onderscheid tussen linkse en rechtse varianten van het basisinkomen: voor rechts is het een kans de verzorgingsstaat te ontmantelen, voor links is het een kans ‘echte vrijheid voor iedereen’ (Philippe van Parijs) te realiseren. Het basisinkomen zorgt ook, na enkele decennia van kaalslag van de verzorgingsstaat, voor de wederopkomst van het ‘sociaal burgerschap’, het type burgerschap dat door de reductie van burgerschap tot arbeidsparticipatie vrijwel is vernietigd en dat door het basisinkomen misschien wel aan een tweede leven kan beginnen.

De verzorgingsstaat verbond arbeid en arbeidsmarkt (de productie van een brave, gezonde en competente beroepsbevolking) met sociale zekerheid. Onze AOW week van dit beeld af, tot enkele jaren geleden ook de AOW-leeftijd van een demografische eenheid (‘u krijgt uw AOW vanaf uw 65ste levensjaar’) werd omgetoverd in een arbeidseenheid (‘u krijgt uw AOW vanaf uw 67ste levensjaar, tenzij u eerder met werken bent gestopt, dan krijgt u minder’), merkwaardig genoeg met demografische argumenten (‘we worden allemaal steeds ouder’) in plaats van arbeidsargumenten (‘wie veertig jaar heeft gewerkt heeft genoeg gewerkt, wie in een beroep werkzaam is met gezondheidsgevaren mag eerder stoppen’). De baisisregel van de AOW lijkt wel dat de ongelijkheden in de samenleving gehandhaafd moeten worden en zeker niet verzacht.

De AOW was een soort basisinkomen voor ouderen. Het was het nooit helemaal omdat de uitkering niet geïndividualiseerd was en omdat de financiering (door premieheffing op de werkenden) en de uitkeringen (aan iedereen van 65 jaar en ouder en onafhankelijk van de vraag of de ontvanger ooit gewerkt had) uiteenliepen. De AOW was echtpaargericht en hield uitdrukkelijk rekening met de geschiedenis, de praktijk en de gevolgen van de kostwinnereconomie. Kostwinners zijn er nog steeds, zij het steeds minder en dat heeft gevolgen voor de AOW, want ook daar is het kostwinnneridee zo ongeveer afgeschaft en opgevolgd door een arbeidscriterium. De AOW is met het nieuwe arbeidscriterium de oude niet meer. Het aanlengen van een demografisch omschreven trekkingsrecht in het kader van een kostwinnerseconomie met een aan arbeid ontleend trekkingsrecht in het kader van een geïndividualiseerde economie is minder een verbetering dan een complicering.

Ook de andere regelingen met betrekking tot arbeid in de verzorgingsstaat hebben de collectiviteit laten verwateren; ze bevinden zich in een ongemakkelijke en weinig stabiele spagaat tussen een individualiserende en segmenterende bedrijvenmarkt (verzekeringen en voorzieningen) en een uniformerende en disciplinerende arbeidsstaat (voor alles waar de markt in faalt of gewoonweg geen brood in ziet). Op dat vlak zien we eveneens een groeiende complicering van regelingen (bijvoorbeeld doordat wat op publiek en collectief niveau wordt bedacht ook privaat kan worden uitgevoerd, zij het dat er dan voor verschillende categorieën verschillende regimes gelden met verschillende kosten en baten, en leidend tot cumulatieve, dan wel polariserende, dan wel afschrikwekkende en ontmoedigende effecten).

In plaats van belastingstelsel te ontwerpen met het oog op een serieus te nemen basisinkomen zien we een overheid ontstaan die met belastingmaatregelen een aanval op de AOW doet om de ‘arbeidsparticipatie’ te bevorderen – om daarna te klagen over de ‘onbetaalbare’ AOW en een uit de hand gelopen belastingdienst waar men in het woud van kerstballen de kerstboom niet meer weet te vinden. De AOW is op weg van een recht een voorziening te worden, zoals ook andere rechten van de verzorgingsstaat voorzieningen zijn geworden, onaangename kostenposten waarbij het garanderen van het recht in de schaduw komt te staan van het streven de kosten in de hand te houden. En om de ketelmuziek van dit duizelingwekkende labyrinth te begeleiden zien we een overheid die krampachtig elke poging te experimenteren met een basisinkomen in de kiem smoort – het basisinkomen is een valse noot in het orkest van de arbeidsrede en daar willen we niet van horen. Het zou eens mogen lukken.

Ik streef met deze opsomming geen volledigheid na. De opsomming is er om aannemelijk te maken dat de verzorgingsstaat met en door al z’n compliceringen de nodige irriterende effecten heeft opgeroepen die bij tal van mensen het verlangen oproepen naar, inderdaad, een basisinkomen. Met een basisinkomen vervalt de behoefte aan en de afhankelijkheid van een leger aan ambtenaren en beambten die erop toe moeten zien dat een eventuele uitkering terecht is en dat misbruik wordt bestraft, dat een uitkering vooral ook niet langer mag duren dan strikt noodzakelijk is enzovoorts. Een basisinkomen als een vorm van sociale zekerheid die de verzorgingsstaat overbodig maakt. Heb je een hekel aan de verzorgingsstaat (rechts vanwege de geldverslindende en ineffectieve bureaucratie, links vanwege de knellende koppeling aan elk voorbijkomend baantje in plaats van een lossere koppeling met het oog op zinvolle arbeid), omarm dan het basisinkomen.

Het onderscheid tussen links en rechts zegt met dat al weinig over voor- en tegenstanders van het basisinkomen. Ook voorspellingen over de toekomst van de arbeid differentiëren amper tussen voor- en tegenstanders. Het onderscheid treedt pas naar voren bij het antwoord op de vraag welk inkomensniveau nodig is om de belofte van een vrije keuze (inclusief Bartleby’s keuze om ‘liever niet’ te zeggen, en inclusief Oblomov’s keuze het moment waarop hij zou moeten kiezen steeds opnieuw voor zich uit te schuiven) waar te maken. Leidt het baisinkomen tot meer innovativiteit, tot meer gemeenschapszin, tot meer vrijwilligerswerk? Dat moeten we maar afwachten. Het basisinkomen is geen alternatieve verzorgingsstaat, de staat die innovativiteit aan de markt uitbesteedt en de staat die gemeenschapszin en vrijwilligerwerk aan de uitkeringsafhankelijke opdringt.

Met een basisinkomen weet je niet wat zal gebeuren. Je moet het afwachten. Misschien dat de tegenstanders van het basisinkomen daar nog wel meer van schrikken dan van de vraag wie het gaat betalen. Stel je voor, je hebt een heel leger van nuttige mensen in het leven geroepen die andere mensen in het noodzakelijke gareel mogen schoppen en dan schaf je dat leger af?

De discussie over het basisinkomen is een discussie over vrijheid.

4 februari 2017

=0=


Generatie-frame

In een interessante bijdrage aan de Groene beschreef econoom David Hollanders vorige week de manier waarop pensioenen van een arbeidsvoorwaarde zijn getransformeerd in een financieel product. Zoals bekend worden voornamelijk banken en verzekeraars beter van financiële producten, de zogenaam de klanten of consumenten veel minder. Men zou verwachten dat de overheid daar attent op zou zijn. Het tegendeel is het geval.

Hollanders schrijft dat in plaats van de gevaren van financialisering te onderzoeken en waar nodig te bestrijden de overheid ervoor heeft gekozen het generatie-frame weer eens op te poetsen: ‘[o]uderen zouden tegenover jongeren staan, werkenden tegenover gepensioneerden en premieplichtigen tegenover uitkeringsgerechtigden. Dit frame wordt gefaciliteerd door het ministerie van Sociale Zaken en het CPB’. Hij voegt eraan toe: ‘[h]et generatie-frame versluiert een belangrijker proces dat al decennia gaande is: het pensioendomein is in handen gevallen van de financiële sector. Deze financialisering van het pensioendomein is het werkelijke probleem’.

Zoals bij vrijwel elk sociaal-economisch en economisch-financieel thema geldt ook hierbij dat de bedoelde transformatie een jaar of dertig geleden is ingezet. Dat is van belang omdat we vanaf die tijd constateren dat de langdurige arbeidsovereenkomst op de schopstoel is beland, en de vanzelfsprekende medewerking van de werkgever aan de effecten van die lange duur, waaronder op de allereerste plaats het pensioen, al evenzeer.

Dit zijn de gevolgen: ‘de bijstortverplichting voor werkgevers, waarmee tekorten werden aangevuld, is stilaan vervangen door de onzekerheid van financiële markten. En inmiddels worden uitkeringen en premies niet meer op de eerste plaats door de sociale partners bepaald, maar door de in één kengetal samengebalde informatie van financiële markten: de dekkingsgraad’. Met dat laatste wapen in de hand beschikt de overheid, met de DNB als uitvoerder, over een wapen om de pensioenuitkeringen te knevelen door er, bijvoorbeeld, een generatie-frame overheen te leggen.

Dat kenden we al, dat frame. Bij de discussie over ontslagbescherming en flexibilisering zagen we hetzelfde: hoe een nieuwe liefde van de werkgevers werd verdoezeld door er een probleem tussen jong en oud van te maken. Voor mij betekende dat het einde van de linkse politiek, anderen noemden het een derde weg. Ik noem het bedrog. En ik noem het roof, roof van zekerheden, een roof waarvoor je volgens het generatie-frame je jonge buurman of je oudere collega moet aanspreken, maar zeker niet de overheden, en de werkgevers al helemaal niet.

Intussen gaat de financialisering vrolijk verder. Financialisering komt volgens Hollanders neer op (lees zijn artikel en neem daarna je afstand van luie politici en van opportunistische politieke partijen die in het generatie-frame meer politieke winst zien dan in een kritische houding ten aanzien van de genoemde transformatie van arbeidsvoorwaarde in financieel product): een onduidelijke relatie tussen fonds en pensioenuitvoerdersorganisatie, een groeiende afhankelijkheid van beleggingen in aandelen en daarmee van belegginsgexperts die inmiddels – zonder aantoonbare hogere aandelenrendementen maar met wel aantoonbaar toenemende ‘volatiliteit’ en dus onzekerheid – 1/5de van de ingelegde premies naar zich toeharken, en een proces van toenemende uitbesteding met als gevolg steeds meer commerciële partijen in een collectieve voorziening, partijen die uiteraard elk iets van het pensioenresultaat af mogen romen en, alweer, met stijgende kosten tot resultaat.

In het generatie-frame vinden alle partijen zich, alsof ze voor de ‘jongeren’ dan wel de ‘ouderen’, voor de ‘huidige generatie’ dan wel de ‘toekomstige generatie’ moeten zijn. Ga zo door, denk ik dan, de financialisering doet hezelfde, dus waar zit het probleem?

2 februari 2017

=0=


Grimmige nonsens

Er is een specifiek Amerikaanse variant van het fundamentalisme, die ‘originalisme’ wordt genoemd. Originalisme houdt in dat je de Grondwet letterlijk moet nemen en dat houdt weer in dat je ofwel de intenties van de makers letterlijk moet nemen ofwel de betekenis van de grondwet zoals je die redelijkerwijs mag veronderstellen geldig te zijn geweest in de tijd van het opstellen en aannemen van de Grondwet. Het laatste is gebruikelijker dan het eerste. Voor beide invullingen van originalisme geldt dat ze in het bijzonder bij conservatieve rechters in de smaak vallen.

Het is overigens niet onmogelijk de Grondwet te wijzigen. Daarvoor moet een amendement aangenomen worden, met een procedure die wel wat lijkt op de onze met betrekking tot grondwetswijziging. Het is maar goed ook dat de mogelijkheid van amendementen bestaat, anders zouden de Amerikanen nu nog opgescheept zijn met een grondwetsbepaling die elke beperking op de import van slaven uitdrukkelijk verbood. Aan de andere kant roept het (bij mij, niet bij alle Amerikaanse rechters) de vraag op hoe je dan nog van ‘originalisme’ kunt spreken, tenzij, en dan ben je de grens overgestoken die van originalisme fundamentalisme maakt, je de grondwet zo begrijpt dat de verandering ervan al in de oorpsronkelijke versie is geïmpliceerd – om erop het juiste moment uitgehaald te worden en in een amendement te worden verwerkt. Inderdaad, het lijkt op predestinatie.

Het lijkt op heilige teksten die alles bevatten en niet alles direct prijsgeven. Wat zal gebeuren is al gebeurd, alleen nog niet opgetreden. Desondanks, als je de tekst goed leest op de tekens die erin zitten, tekens die voor velen aan het oog onttrokken zijn en zich alleen voor een select gezelschap van geoefenden kenbaar maken, dan kan aan de tekst niet worden getwijfeld maar weer wel aan de adequaatheid van de ontdekte tekens en ook die laatstgenoemde twijfel raakt niet aan de tekst inclusief tekens, die twijfel betreft slechts de feilbare tekstuitlegger. Een exegeet oefent een eerzame én een kwetsbare activiteit uit; een exegeet pendelt gedurig heen en weer tussen de lof der openbaring en de blaam van het verraad.

Een goede twintig jaar geleden maakte Alan Sokal gehakt van de gedachten (die hij ‘postmodern’ noemde) volgens welke de wetenschap een tekst was, een tekst onder teksten, een tekst vergelijkbaar met elke andere tekst, kortom: een tekst. Dat zijn gedachten die verrassend dichtbij de gedachte staan dat alles een tekst is en dat, indien alles een tekst is, alles ook in die tekst zit opgesloten, hooguit nog wachtend om eruit te mogen om dan, geopenbaard en wel, het gelijk van de tekst te bewijzen en tegelijk te illustreren.

Sokal had het met zijn postmodernisten nog slechts over ‘modieuze nonsens’, nu, gegeven het postfeitenstadium waarin we terecht zijn gekomen, lijkt de tijd aangebroken van ‘grimmige nonsens’.

De kans dat Trump vandaag of morgen een originalist voordraagt voor benoeming in het Hooggerechtshof is groot.

31 januari

=0=

 

 

Verdrongen

De verdrongen waarheid van de concurrentie is dat concurrentie verdringing is. Daarin verschilt concurrentie van competitie. In een competitie krijgt de verliezer de tijd om te herstellen: nieuwe ronde, nieuwe kansen. Het eindpunt van een competitie is een nieuwe competitie, het eindpunt van concurrentie is monopolie. Het is mogelijk om concurrentie en competitie te mengen. Je moet daar wel mee oppassen. Dat zien we in het voetbal en we zien ook dat naarmate het financiële gewin zwaarder weegt de concurrentie de competitie sterker beïnvloedt. Clubs kopen spelers, al was het maar omdat de andere clubs die spelers dan niet hebben. Het gaat niet om de competitie maar om de prijs aan het eind van die competitie en je kunt je kansen op de prijs vergroten door op de spelersmarkt je concurrenten buiten spel te zetten. Als het ware en zo.

Competitie heeft in de regel positieve externe effecten (sportiviteit, gezondheid, gezelligheid), concurrentie negatieve (onsportiviteit, doping, hooligans). Voetbal is steeds meer concurrentie en steeds minder competitie. De concurrentie verdringt de competitie, zoals slecht geld goed geld verdringt, zoals plofkippen andere kippen uit de schappen verdringen, zoals kinderarbeid arbeid van volwassenen verdringt, zoals nepcontracten serieuze contracten verdringen, zoals nepnieuws betrouwbaar nieuws verdringt, zoals manipulatie toetsbaarheid verdringt, zoals wetteloosheid de wet verdringt. Deze lijst is verlengbaar – de lijst is de afgelopen decennia steeds langer geworden en ik ben bang dat we nog niet bij het eindpunt zijn aangekomen.

In het product zie je de herkomst niet, dus of het een product van kinderarbeid is of dat er geen kind aan te pas is gekomen – aan het product zien we het niet. De producenten zullen pas fastoenlijke informatie over herkomst geven als het echt niet anders kan en wat dat betreft is elke extra schakel in de productieketen een kans erbij om verantwoordelijkheden onzichtbaar te maken. Wie iets wil weten moet kosten maken – kosten die door de producent worden vermeden, die als het lukt ook de consumenten deels worden bespaard en dus kosten waar derden maar achter moeten zien te komen en die, linksom of rechtsom, moeten worden opgehoest door de zwakste schakel in de keten, de arbeid. En nogmaals, ook bij arbeid geldt dat hoe groter het aantal schakels, des te meer kansen we zien op uitbuiting over de rug van de arbeid.

Dat arbeid een competitief spel kan zijn (wiens arbeid levert het mooiste, beste, duurzaamste enz. product?) is een waarheid die naar de achtergrond wordt gedrongen door van arbeid een concurrentiestrijd te maken, een strijd die niet op de kwaliteit van het resulterende product wordt beoordeeld maar op de laagste kosten voor de producent.

We hadden ooit een CAO om concurrentie op arbeidsvoorwaarden te beteugelen, maar daar is niet veel van over. Een effectieve CAO biedt de producent weinig andere mogelijkheden dan te sturen op kwaliteit, een ineffectieve of zelfs afwezige CAO biedt de producent mogelijkheden de kwaliteit te vervangen door reclameboodschappen die kwaliteit moeten suggereren en de klant moeten verleiden – en scherp op prijs te concurreren.

Op loonkosten dus, de kosten die met behulp van de CAO nu juist uit de gure wind van de concurrentie gehouden moesten worden. Ik geloof dat ondernemers het resultaat van de aanval op de CAO ‘flexibiliteit’ noemen, een newspeakwoord van fabelachtige en tegelijk verleidelijke leugenachtigheid. Ik geloof dat het woord vanaf zo ongeveer en ruwweg en om en nabij maar in elk geval nog van voor de val van de Muur die aan de wieg heeft gestaan van meer muren dan we ooit eerder hadden, vanaf 1984 dus, in zwang is gekomen. Dat kan geen toeval zijn.

Ik geloof dat zelfs D66 heeft bemerkt dat het met de flexibilisering van de arbeidsmarkt niet allemaal hosanna is geworden. Of ze daarmee op het boemeltje van PvdA, GL en SP springen is onduidelijk. D66 was erg voor flexibiliteit en toen flexibiliteit werd opgesierd met ‘zekerheid’ was D66 er nog meer voor.

Ze zijn er achter gekomen dat het met de zekerheid niet erg wil vlotten en na vele jaren zijn ze er ook achter gekomen dat dit wel eens aan de flexibiliteit kon liggen. Dat is een kleine revolutie voor D66. Tot dusver dacht D66 (met GL) dat het met de zekerheid niet lukte omdat sommigen te veel zekerheid hadden en anderen te weinig en, ze dachten het echt, dat dit tevens inhield dat sommigen te veel flexibiliteit moesten opbrengen en anderen te weinig. Nu zijn ze daar niet zo zeker meer van en dan, het moet gezegd en ere wie ere toekomt and all that, lijkt nu het moment gekomen – het moment van de verkiezingsgunsten, dat weer wel – om flink te zijn en te zeggen dat de werkenden al te vaak koekjes van eigen deeg hebben moeten slikken, al te vaak sigaren uit eigen doos hebben moeten roken en dat het nu tijd voor wat anders is. Over dat ‘wat anders’ blijft D66 vaag, maar dat geldt voor de andere partijen eveneens.

Geen partij durft uit te spreken dat de ondernemers veel meer hebben gepakt dan fatsoenlijk is – en dat de ondernemers moeten betalen. In plaats daarvan wordt gesproken over ‘lastenverlichting’, zodat meer ‘arbeid’ aan het werk kan. Zolang partijen geen afstand durven nemen van de klassieke ondernemers- en werkgeversnewspeak dat het hen niet om de centen maar altijd om de werkgelegenheid te doen is, zolang blijft de concurrentie winnen van de competitie.

Flexibiliteit als newspeak (en sinds ruim dertig jaar kennen we geen andere invulling van flexibiliteit dan die van de neoliberale newspeak) maakt van competitie concurrentie – op kosten van de competitie. En willen de politieke partijen de competitie terug dan zou ik een ferm, eenduidig en koppig standpunt verwachten over zzp-ers en niet alleen over de arbeidsmigranten die maar al te gemakkelijk misbruikt worden om stoer te doen over een progressief nationalisme (Klaver) of een progressief patriottisme (Asscher) en om een electoraal graantje mee te pikken van anti-gevoelens die onveranderlijk de meest kwetsbaren treffen. Heeft Bolkestein nu alles wat van kwaliteit getuigde in de wereld van de arbeid opgeofferd aan de wereld van de concurrentie waar elke kwaliteitsoverweging wordt verdrongen door financieel gewin of hebben de migranten dat gedaan? Ik lees het antwoord op deze vraag niet in de plannen van de genoemde partijen maar ik kan het antwoord wel raden, en daar word ik niet vrolijk van.

Wat hebben die partijen daarnaast over de zpp-er te melden? Nu, ik geloof dat de partijen vinden dat de zegeningen van de steeds armoediger wordende sociale zekerheden ook over de zpp-er uitgestrooid mogen worden, of de zpp-er dat nu leuk vindt of niet. Over het kwalitatieve verschil tussen werknemer en zzp-er hoor ik ze niet en dat verontrust me. De wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) bracht dat verschil onder de aandacht – daarom tekenden opdrachtgevers en werkgevers ook zoveel verzet aan, genoeg verzet om het huidige laffe kabinet er toe te brengen diezelfde wet in de ijskast op te bergen.

Wat is dat verschil? De wet DBA lokaliseerde het verschil in de aspecten van het gezag (de werknemer staat onder gezag van de werlgever, de zzp-er werkt op eigen gezag) en van de vervangbaarheid (de werknemer mag zichzelf niet laten vervangen, de zzp-er mag dat wel). Met beide bepalingen wordt tamelijk stelselmatig de hand gelicht en de wet DBA kondigde aan dat het daarmee afgelopen moest zijn. Dat pikten de opdrachtgevers en de werkgevers niet. Hun belang is allen, werknemers zowel als zzp-ers, in één concurrerende vijver te kieperen en als dat betekent dat het arbeidsrecht dan uit de weg moet worden geruimd, het zij zo.

De wet DBA is gebaseerd op de eenvoudige gedachte dat werknemers en zzp-ers niet in dezelfde competitie spelen, en dat we dus ten minste met twee vijvers te maken hebben. Ondernemers mogen in beide vijvers vissen, maar ze mogen de inhoud van beide vijvers niet bij elkaar gooien. Ze willen het wel en, ook daar word ik niet vrolijk van, de genoemde politieke partijen hebben het daar niet over, ze kiezen daar geen positie in – terwijl ze dat wel zouden moeten doen. Er wordt daar iets verdrongen. Wat?

29 januari 2017

=0=


Een betere zaak

Een minister moet de Kamer informeren. De Kamer is niet hetzelfde als een commissie en een minister mag het ook niet laten aankomen op een commissie om zijn informatieplicht te vervullen. Het is aan de minister, en niet aan de Kamer, om te bewijzen dat hij aan zijn plicht heeft voldaan. De minister dacht daar, kennelijk, anders over en dat wou de Kamer hem inpeperen. Zo ver kwam het niet. De minister, gesouffleerd door zijn eigen partij die eerder electoraal dan ‘waardig’ reageerde en hem met het oog op de aanstaande verkiezingen liever kwijt dan rijk was, de minister trad af.

Wij zijn nu verlost van een minister die van mening was dat zolang de Kamer niet had bewezen dat hij had gelogen, hij recht aan zijn informatieplicht had gedaan. De Kamer was het daar niet mee eens. Vervolgens toonde de minister zich zeer bedroefd en aangedaan en trad af omdat hij zich onterecht beschuldigd voelde en omdat hij voelde dat de Kamer hem al had veroordeeld nog voordat hij de kans had gehad de Kamer uit te leggen dat die hem fatsoenshalve alleen zou mogen wegzenden als de Kamer het bewijs had geleverd dat hij schuldig was geweest aan het desoriënteren van de Kamer. Wat een energie – het had een betere zaak verdiend, maar bij de VVD zijn ze al lang het zicht kwijt op wat een goede zaak is, laat staan op wat een betere zaak is.

De Kamer leverde dat bewijs niet – de minister ging zijnerzijds wijselijk niet in op de vraag wat ‘bewijs’ in dit verband moest betekenen – en tenzij de minister betrapt was toen hij dingen niet deed die hij wel had moeten doen, waarmee het onzichtbare zichtbaar zou zijn geworden, waarmee het niet-gedane toch gedaan zou zijn gebleken, en tenzij de minister zelf op een ander tijdstip kenbaar had gemaakt dat hij de dingen niet deed die hij niet deed en die hij achteraf heel graag wel had gedaan (een gedachtenspinsel dat de minister in de korte periode van zijn ministerschap al herhaaldelijk had gebruikt maar afgelopen week even niet), was dat bewijs ook niet leverbaar. Of beter, het was en is ‘wettig’ niet leverbaar, het is daarentegen wel degelijk ‘overtuigend’ geleverd, maar daar wil de minister niet aan, aan die overtuiging. En met hem willen ook de premier, de minister van Defensie en de VVD-Kamerfractie er niet aan. Ze zijn collectief en unisono van mening dat de minister niet echt de kans heeft gekregen de ‘aantijgingen’ aan het adres van de minister te weerleggen en ze vinden het ‘waardig’ dat de minister de ‘eer’ aan zichzelf heeft gehouden.

Daarmee geeft de VVD blijk van een denkstijl die, of het nu gaat om bonnetjes, om veranderde teksten, om het juiste adres om aan je informatieplicht te voldoen, er totaal op is ingericht dat je iets pas hoeft te erkennen als de ander in staat is het onweerlegbare bewijs te leveren dat jij iets hebt gedaan dat niet door de beugel kan. Noem me maar een leugenaar – die stijl. Dat is het recht en het voorrecht van de kiezer, de meeste politici zijn te bescheten om het aan te durven. Van die beschetenheid maakt de VVD uitgebreid en principieel misbruik. De VVD had op dit vlak een tijdje een achterstand op Wilders, maar de VVD loopt in, loopt snel in. Van der Steur is niet door de Kamer weggestuurd, Van der Steur is ook niet door Van der Steur weggestuurd, Van der Steur is door de VVD weggestuurd. Iedereen weet het en iedereen weet dat de VVD het ontkent. Nee, de VVD was het niet en als je wat anders vindt moet je het maar bewijzen.

De VVD heeft in de gehele bonnetjesaffaire zijn ziel en zaligheid verkocht aan de normalisering van ‘alternatieve feiten’. De VVD wordt er steeds beter in.

28 januari 2017

=0=

 

Plafond

Mij bereikte onlangs het bericht dat VVD Kamerlid Pieter Duisenberg lid is van een fractie waar denken verboden is. Sinds die tijd, zo pikte ik en passant ook nog op, spreken de leden van die fractie uitsluitend identieke en homogene, altijd baarlijke, nonsens.

Ik sta daar niet alleen in, Duisenberg zelf wordt ook bereikt door berichten. Zo zei hij, 25 januari, in de Tweede Kamer dat ‘hem “verschillende berichten bereikten” dat er bij universiteiten te veel sprake is van één politieke kleur’. Zou hij de VU bedoelen, de Radboud Universiteit, de rechtse ballen van de Universiteit Leiden, of – ik werp maar een balletje op – de rooie rakkers van de UvA, de alma mater van zijn vader? Ik denk dat hij ze allemaal bedoelt, zij het de ene universiteit wat meer dan de andere en hoe dan ook, het is onwenselijk, wat zeg ik, het is volgens Pieter zeer onwenselijk. Want (ik citeer nogmaals het Digitaal Ublad van gisteren): ‘[h]et zorgt ervoor dat de uitkomsten van onderzoek op elkaar lijken en bovendien worden bepaalde wetenschappers buitenspel gezet: sommigen van hen zeggen een ‘glazen plafond’ te ervaren.’

Tja, je zult maar zo stom zijn om, net als VVD Kamerlid Helma Neppérus, te twijfelen aan de juistheid van het onderzoek naar de opwarming van de aarde en vervolgens merken dat je niet serieus wordt genomen. Toch, de mensen van het klimaatonderzoek wijzen allemaal met de beschuldigende vinger naar de industrie, de veeteelt en naar ons, de arme consumenten, en die lieden zijn alleen al daarom verdacht links en dacht u nou dat die linkse gezindheid niet zou meespelen in de uitkomsten van hun onderzoek die niet voor niets allemaal ‘op elkaar lijken’? Durf het niet met hen eens te zijn en je zul merken dat niet alleen de plafonds van glas zijn maar ook dat de deuren voor jou niet meer opengaan. Dat is zorgelijk, zegt het Kamerlid, want is de wetenschap niet gebaat bij ‘diversiteit’?

Wetenschap is volgens Duisenberg toegepaste politieke voorkeur. En hij weet waar zo’n voorkeur toe kan leiden, tot ministers en staatssecretarissen bijvoorbeeld die allemaal van VVD-huize moeten komen, zelfs als blijkt dat ze het niet kunnen en zelfs als Duisenberg zo consequent was geweest om naar diversiteit te verlangen. Maar nee, het moet VVD blijven en dan krijgen we VVD, geen dikke VVD-er deze keer maar een magere, zij het wel een VVD-er die zo van marktwerking overtuigd is dat ik benieuwd ben of hij in de korte tijd dat hij minister van V&J mag spelen er nog in slaagt om de opsporing te privatiseren of de tenuitvoerlegging van straffen, of – ambitie moet er zijn – wettelijk vast te leggen dat alle wetten marktconform moeten zijn. Er wacht Stef Blok een schone taak.

Van universiteiten en hogescholen wordt al verwacht dat ze marktconform zijn. Geen wonder dat we tal van buitengewone en bijzondere hoogleraren hebben die in hun commerciële werkkring de geleerde uithangen en in hun wetenschappelijke werkkring de praktijkdeskundige. Sommigen vrezen dat daardoor de onafhakelijkheid van het wetenschappelijk onderzoek op de tocht is komen te staan. Over de tentakels van de farmaceutische industrie hoeven we ons geen illusies meer te maken, maar hoe zit het, ik noem maar wat, met de lange arm van de financiële instellingen?

Nog vandaag kwam ik in de kolommen van Trouw een artikel tegen waar ook de voortreffelijke Barbara Baarsma, hoogleraar in van alles en ook nog directeur kennis bij de Rabobank, haar naam onder zet. Ze pleit voor een minister van Voeding en Gezondheid en suggereert daarbij dat het in dat geval aanbeveling verdient om het met elkaar te doen: ‘Wetenschappers, zorginstellingen, verzekeraars en bedrijfsleven zullen met elkaar moeten vernieuwen. De overheid kan dit aanjagen en waar nodig wet- en regelgeving aanpassen waar die belemmerend werkt. Het laten lonen van preventie met gezonde voeding is een belangrijke taak voor een minister van voeding en gezondheid. Ook kan deze minister de Nederlandse land- en tuinbouw erbij betrekken. Het is een innovatieve sector die hoogwaardige voedingsmiddelen produceert, maar niet altijd zelf de brug naar de gezondheidszorg kan slaan.’

Zou het een bezwaar zijn dat Rabo en land-en tuinbouw graag dingetjes samen doen? Een aandeel in elkaar, dat is de Rabobank en moeten we dan nog verbaasd zijn over de schalkse opmerking van Barbara dat, omdat goede voeding ook zorgkostenbesparend en arbeidsproductiviteitverhogend werkt, een minister van voeding en gezondheid ‘ook een beetje minister van economische zaken is’? Ik schreef het een tijdje geleden al en nu weer: Barbara is echt aan het solliciteren naar dat ministerschap.

Pieter Duisenberg maakt zich er geen zorgen over. Hem gaat het niet om een al te innige band van bedrijfsleven en academie, hem gaat het om de insinuatie dat als je hem de politieke kleur van de wetenschapper geeft hij de uitkomst van diens onderzoek kan voorspellen. Dat is de bijl aan de wortel van de wetenschappelijke beschaving.

27 januari 2017

=0=




Verdringing

Werken met behoud van uitkering is werken voor een uitkering. Normaal (het trefwoord voor de aanstaande verkiezingen) krijg je voor werk betaald, het nieuwe normaal van de aanhangers van doe eens normaal is dat je het recht om voor je werk betaald te krijgen moet verdienen door als je een uitkering hebt eerst je uitkering te verdienen.

In het oude normaal hadden we sociale zekerheid, in het nieuwe normaal hebben we participatie en participatie is de handen uit de mouwen steken ook al verdien je er niets mee. Wie zulke onzin kan bedenken moet wel tegen het basisinkomen zijn. Een inkomen zonder verplichtingen is de bandeloosheid ten top – als PvdA en VVD het ergens over eens zijn dan wel daarover. In de reactie op het basisinkomen vinden we de beste illustratie van hoe de burger over de medeburger denkt. Bij VVD en PvdA wantrouwen ze burger niet maar de medeburger des te meer. De medeburger is, op de keper beschouwd, een soort medelander. Hij telt wel mee maar nog niet echt aan. Helemaal toevallig is het daarom ook weer niet dat VVD en PvdA het, als Ard het niet verprutst, een hele kabinetsperiode met elkaar hebben volgehouden.

In het oude normaal was er een recht op uitkeringen, in het nieuwe normaal is er een plicht tot participeren. En daar zit een markt in, want de overheid kan dat en moet dat niet zelf regelen, dat moeten private ondernemers doen. Die doen dat beter, niet omdat ze het beter doen maar omdat de overheid nu eenmaal niets kan en als de overheid nog wat kan dan verzuipt de zaak binnen de kortste keren in bureaucratie en ondoelmatigheid. Privatiseren dus, die participatieplichtmarkt, net zoals de inburgering enkele jaren geleden werd geprivatiseerd en zoals begin van deze eeuw de deurwaarders werden geprivatiseerd. De samenhang met afnemende kansen voor je inburgeringsexamen te slagen en toenemende kansen nooit meer van je schuld-op-schuld-op-schuld af te komen, en met een exploderende schuldhulpverlening, dat ook, die samenhang is bekend – en de reactie is dat als het niet goed is er niet genoeg geprivatiseerd is. Kunnen we die participatie niet privatiseren?

Er is een participatieplichtmarkt in opkomst. Zo hebben we sinds een paar jaar het bureau Flextensie dat uitkeringsgerechtigden aan werk helpt waarvoor ze niet betaald krijgen. Met zulk werk verdring je vergelijkbaar werk waarvoor nog wel betaald wordt, tot dat laatste zichzelf uit de markt heeft geprijsd natuurlijk, maar dat was helemaal en eigenlijk en eerlijk gezegd helemaal de bedoeling niet. Het is een soort neven-effect, zoiets als bijkomende schade, van het type dat waar gehakt wordt spaanders vallen. En eigenlijk is het ook dat niet want verdringing is overal.

Dat gaat zo (ik citeer een oprichter van een bureau dat in die markt is gesprongen, het bureau Flextensie, Volkskrant 25 januari 2017): ‘[e]igenlijk is elke vorm van re-integratie een vorm van verdringing. Iemand krijgt een baan die iemand anders niet krijgt.’ Als wij van Flextensie het niet doen doet iemand anders het wel, verdringen doen we allemaal, ook al neemt niemand zich voor te gaan verdringen. Daar klinkt een slecht geweten in door. Raar maar waar, maar dat siert haar, het siert haar dat ze de schaamte van het debiteren van een argument waar de willekeur en de inconsistentie vanaf druipt nog niet voorbij is. Toegegeven, het is een schaamlap maar juist bij schaamte zijn we vaak maar al te dankbaar voor een schaamlap. Vergeleken daarmee heeft het kabinet niet meer dan de nieuwe kleren van de keizer, de nieuwe kleren van het nieuwe normaal.

Bovendien, zij van Flextensie kletst in commissie. In haar argument (in parafrase: ‘eigenlijk is elk argument een vorm van verdringing. Iemand beweert iets wat iemand anders dan niet meer kan beweren’) spreekt ze de waarheid van de Participatiewet uit. Zij probeert er een slaatje uit te slaan, net zoals de gemeenten er een slaatje uit proberen te slaan en net zoals SZW er een slaatje uit probeert te slaan.

De leugen van de Participatiewet roept onwaarachtige markten op en verdringt de waarheid van de zorgplichten van de overheid. Dat is de kwalijke kant van het nieuwe normaal.

26 januari 2017

=0=


Een malicieuze charlatan

Dries van Agt is, zegt hij, in de loop van de tijd steeds linkser geworden. Geen idee wat de man ermee bedoelt. Een eenvoudige toetssteen zou te vinden moeten zijn in zijn mening over grondpolitiek. Toch, Van Agt is de man die het kabinet Den Uyl in 1977 pootje haakte door zijn eerdere handtekening onder het wetsvoorstel dat de grondpolitiek nieuw moest regelen terug te trekken en daarmee een bom te leggen onder het kabinet. In het voorstel werd aan de gemeenten een voorkeursrecht op grondaankoop gegund en, bij onteigeningen, zou de grond op basis van de gebruikswaarde en niet op grond van de ruilwaarde moeten worden gewaardeerd. In het bijzonder dat laatste was tegen het zere been. Men kan wel zeggen dat de geboorte van het CDA, ook dat speelde in 1977, is gekocht met de moord op het kabinet Den Uyl. Had Van Agt het hierover, in het interview met het AD waarin hij het volk kond deed van zijn linkse gezindheid? Nee, daar had hij het niet over.

In de keuze voor gebruikswaarde gaf het kabinet destijds aan dat grond geen gewoon goed was dat bij prijsverhoging zou reageren met een groter aanbod en bij prijsverlaging met een kleiner. De grondmarkt is, net als de geldmarkt en de arbeidsmarkt, een rare markt. Het eigene van de grondmarkt is precies het inflexibele van het aanbod. Wie meer betaalt lokt daarmee geen nieuw aanbod uit, die verdrijft degene die het niet kan betalen. Waarderen op basis van gebruikswaarde zou dat tegen moeten gaan. Dat heeft Van Agt voorkomen. Het werd ruilwaarde. Daarmee dien je wel de grootste portemonnee maar niet het beste gebruik. De grootste portemonnee heeft gewonnen en wint nog steeds. Grondpolitiek en hypotheekrenteaftrek hebben er gezamenlijk voor gezorgd dat de woningnood in Nederland, in tegenstelling tot de ons omringende landen, nooit is opgelost. Integendeel, ze hebben het erger gemaakt. In Amsterdam hebben VVD, D66 en SP gekozen voor het zoveel mogelijk verpatsen van de grond en landelijk wil minister Blok dat de woningbouwcorporaties hun betere huurwoningen op de markt gooien om zodoende buitenlandse beleggers te verleiden de Nederlandse huurwoningmarkt te betreden. En, zegt de man, dan kunnen de corporaties met hun nieuwe miljoenen weer investeren. Een geniale gedachte van een malicieuze charlatan. De vraag is alleen: zitten de corporaties verlegen om geld?

Nee, de corporaties zitten niet om geld verlegen. In het FD van vandaag lees ik dat de corporaties een gebrek aan locaties hebben, en geen gebrek aan geld. De corporaties laten, alweer volgens het FD, ook weten dat privatisering van hun woningbezit niet gaat helpen om locaties te verwerven. Voor locaties heb je grond nodig, maar nu de grondwaarde afhankelijk is van de marktwaarde en de gemeenten, al was het maar vanwege hun chronische geldgebrek – product van door de landelijke politiek op hun bord gekieperde en ondergefinancierde taken én van hun eigen megalomane plannen die wetmatig alle budgetten overschrijden –het onderste uit de financiële grondkan willen hebben, nu het gebruikswaardecriterium verder weg dan ooit is, nu heb je inderdaad aan geld niet genoeg.

Blok is de besmuikte opvolger van Van Agt. Links? Nee. Malicieus? Ja. Charlatans? Zeker. Waarin een klein land groot kan zijn.

24 januari 2017

=0=

 

Examen

Er gaan, sporadisch maar toch, stemmen op om het actieve kiesrecht te koppelen aan een of ander examen, zodat we er gerust op kunnen zijn dat de kiezer niet uit onwetendheid zijn stem verprutst. Uit slechtheid mag, daar is nou eenmaal niets tegen te beginnen, uit onwetendheid mag niet, en daarom richten we een examen in. Inburgering is nooit afgelopen, het hoort gewoon bij de noodzaak van een leven lang leren. Klinkt bekend, toch? Wie de examinatoren examineert is een kwestie van later zorg, hoewel een streng meritocratische selectie voor de hand ligt. De gedachte van het examen zelf is, overigens, een voorbeeld van een meritocratische natte droom.

Meritocratie (‘verdienste regeert’) is de bestuurlijke toepassing van een eenvoudige optelling: verdienste = IQ plus inspanning. Dat ontleen ik aan de bedenker van die rare term meritocratie, Michael Young, die er in 1958 een essay over publiceerde, een essay dat zo was opgezet dat hij vanuit het jaar 2034 terugkeek op en rapporteerde over aanleiding, opkomst, zegetocht en ondergang van het verdiensteprincipe.

De aanleiding is eenvoudig: de heersende klasse houdt het heersen slechts vol indien de recrutering van afkomst en overerfd privilege verschuift naar aanleg en talentontwikkeling. Het leven wordt er niet eenvoudiger op, het heersen ook niet en je moet overal voor leren. Dan zijn we bij de opkomst.

De opkomst van de meritocratie wordt in de hand gewerkt door de openstelling voor iedereen van het onderwijs, door het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs door beter gekwalificeerde en beter betaalde docenten en door een rigoureuze selectie en, en dan zijn we al bij de overgang naar de zegetocht van de meritocratie, door gestaag betere tests in een gestaag vroegere selectie van de beste leerlingen die daarom ook steeds vroeger in een leeromgeving werden ondergebracht die hun prestatie tot het uiterste stimuleert.

Het eindresultaat is een scheiding der geesten die uiteindelijk al vanaf het derde levensjaar z’n beslag krijgt. Klinkt bekend, toch? En niet alleen een scheiding der geesten, ook een scheiding der lichamen want de getalenteerden worden apart gezet van de minderen en van de minderen wordt verwacht dat zij het de getalenteerden naar de zin maken door hen van de onaangenamere en saaiere taken van het leven te ontlasten. Klinkt, alweer, bekend, toch?

Het traditionele verzet tegen dit soort segregatie kwam van de arbeidsderklasse maar omdat die hun beste kinderen al lang was kwijtgeraakt aan de meritocratie stelde verzet steeds minder voor. Het eindresultaat is een meritocratie die genoeg aan zichzelf heeft, die zichzelf in een biologische kaste omtovert, een kaste waarbinnen hoogopgeleiden met andere hoogopgeleiden verkeren, met hen trouwen en voor een nageslacht zorgen dat een statistisch zeer grote kans maakt de wereld van de hooopgeleiden te verversen en te versterken, en dat alles ook nog eens in een omgeving ingericht voor en afgestemd op hoogopgeleiden. Het meritocratisch principe is, meer nog dan het afkomstprincipe en priviligeprincipe dat het aflost, tendentieel een erfelijkheidsprincipe en zie: in 2034 durft men daar eindelijk weer eens luid en duidelijk voor uit te komen. Dat was niet het einde van het verzet, trouwens.

Het verzet, zo schreef Young, kwam uiteindelijk niet van links, het kwam van de Populisten, aangevoerd door vrouwen die zich verzetten tegen het ééndimensionale van het verdienstecriterium en die zich sterk maakten voor de waarde van iedereen, voor de waarde van het verschil, voor de waardigheid van elk individu. De Populisten, overigens, betitelden hun meritocratische tegenstander niet als de elite, maar als de hypocrisie.

Huichelachtigheid of elite, ik zou geen probleem hebben te kiezen, al lijkt het bijna voor de hand te liggen dat als ik m’n tegenstander als huichelaar betitel ik hem niet zomaar aan de verkiezingen zou laten deelnemen. Daarom, wat als de huichelachtigheidspartij zowel als de Populistenpartij beide voor het afnemen van een examen zijn, voordat mensen mogen kiezen (en in het verlengde daarvan: gekozen mogen worden)? In mijn wereld zouden zijzelf van verkiezingen moeten worden uitgesloten. In de hunnen niet. In mijn wereld is onwetendheid geen bezwaar, zolang het althans niet ontkend wordt, zolang de mensen weten dat ze op de meeste gebieden en ten aanzien van de meeste onderwerpen onwetend zijn. Dat lot treft ons allemaal. Daarom, wie hier exameneisen stelt ontkent z’n eigen onwetendheid – ergerlijker komen ze niet.

Toch bespeur ik enige inconsistente in het prachtessay van Young. Ik doel op de omstandigheid dat in de jacht op steeds jongere getalenteerden veel talent wordt verspild en dat daarom, nog steeds volgens Young, de staat moet ingrijpen om het altijd schaarse talent daar te krijgen waar het het meest gewenst is. De markt kan het niet, dus wat doet de staat? Weinig, wat Young daar ook over zegt. Wat wij nu zien – dat het talent wordt gekocht door de financiële instellingen – is strijdig met een landsbelang dat datzelfde talent nodig heeft om, zeg, cybermisdaad tijdig op te sporen en uit te schakelen. Young neemt aan dat de staat ook zo handelt en daarmee de private sector zo nodig de pas afsnijdt. Ook dat moet logischerwijs steeds vroeger plaatshebben en de vraag is heel simpel: welke staat is daar nog toe in staat, verondersteld dat die staat het niet alleen zou kunnen maar ook zou willen? Bijvoorbeeld: een paar particuliere bedrijven met beveiligingsexpertise hebben de Nederlandse overheid hulp aangeboden om met gezamenlijke inspanningen de aanstaande verkiezingen vrij te houden van cybergevaren. Dat is de vraag opnieuw: wil de overheid dat en kan de overheid dat, kan de overheid die samenwerking aangaan en tegelijkertijd de regie over die samenwerking opeisen en competent uitoefenen? Misschien dat daar nog een examentje tegenaan moet worden gegooid?

22 januari 2017

=0=

 


Onbevooroordeeld

De toespraak van Trump, zo had hij ons beloofd, zou persoonlijk en filosofisch zijn. Ik denk dat hij het dichtst in de buurt van die belofte kwam bij deze opmerkelijke volzin in zijn toespraak: ‘Wanneer je je hart openstelt voor vaderlandsliefde, is er geen plek voor vooroordelen’. Vaderlandsliefde en vooroordeel zijn net zo verbonden als tang en varken – niet dus. Maar Trump plakt ze op elkaar. Dat zegt iets over de persoon Trump die ongetwijfeld geen vooroordelen kent (een nooit eerder vertoonde en simpelweg onmogelijke truc, die daarom alleen met succes door Trump kan worden uitgevoerd) en het zegt iets over zijn begrip van filosofie waarin vaderlandsliefde de plaats van denken mag innemen. Het begint met vaderlandsliefde. Voor een politicus, en los van filosofie, zo gek nog niet.

Wat is vaderlandsliefde? Koop Amerikaanse waar en geef alleen werk aan Amerikaanse arbeiders, dat is vaderlandsliefde. Daar wordt iedere Amerikaan blij van en wanneer iedere Amerikaan blij is, rust ook Gods zegen op die liefde (‘[d]e Bijbel leert ons hoe goed en fijn het is wanneer Gods volk samen, verenigd leeft’).

Wat is vaderlandsliefde? Dat is Trump die op het moment dat hij de presidentiële macht overneemt die macht onmiddellijk aan het volk teruggeeft (‘[w]e dragen de macht van Washington DC over, en geven die terug aan u, het volk … 20 januari 2017, zal de geschiedenis ingaan als de dag waarop de burger weer de bestuurder van dit land werd’). De politieke filosofie van Trump is de politieke filosofie van GeenPeil. De meeste stemmen gelden. Koop Amerikaanse waar, stel Amerikaanse mensen aan, en de meerderheid beslist.

Dat is waar ‘Amerika eerst’ op neerkomt, binnenslands en buitenslands en een dikke vinger voor allen die het er niet mee eens zijn. De mensen die het er wel mee eens zijn, Trumps mensen, zijn de tot dusver ‘vergeten mensen’. Hun beurt is nu gekomen. Ze zijn te lang vergeten en Trump gaat dat rechtzetten en ja, dat zal sommigen pijn doen, het zal de profiteurs pijn doen, de mensen die alleen aan zichzelf dachten en het volk vergaten: ‘[a]l te lang heeft een kleine groep mensen in de hoofdstad van ons land profijt gehad van de regering, terwijl het volk de prijs betaalt. Washington gedijde, maar het volk deelde niet in deze rijkdom. Politici hadden succes, maar de banen verdwenen en de fabrieken sloten’.

In vorige verkiezingen speelde de tegenstelling tussen Main Street en Wall Street een rol, met Wall Street in de ondankbare rol van de vampier die het het volk uitzoog, de politici aan de leiband had en voor de banen en toekomstkansen van de mensen geen belangstelling had. Die tegenstelling is door Trump vervangen door de tegenstelling tussen Amerika en Washington DC. De financiële kapitalist is vervangen door de federale politicus.

Het is geschiedsschrijving als vooroordeel. En daarmee kom ik uit bij de kern van Trumps persoonlijke filosofie (en nooit eerder was het persoonlijke zo politiek en het politieke zo persoonlijk): wanneer je je hart openstelt voor het financiële kapitaal, is er geen plek voor federale politici.

Die plek, claimt de Donald, is voor mij.

21 januari 2017

=0=

Lezing

We kennen het grimmige grapje over de partijgenoot die kameraad Stalin goedemorgen wenste. Wat er goed was aan deze morgen? - luidde de riposte van de grote leider. De partijgenoot wist daarna dat hem ofwel het executiepeloton wachtte ofwel de goelag. Als we daarnaast overwegen dat als de partijgenoot geen goedemorgen had gewenst zijn lot hetzelfde was geweest, krijgt de grimmigheid van het grapje pas het juiste reliëf. Zo gaat dat als er maar één lezing van de wereld is die voor iedereen geldt enerzijds, en als je er juist daardoor niet onderuit komt om bij elke gelegenheid je eigen lezing van die lezing kenbaar, en dus leesbaar, te maken anderzijds. Dan is een goede morgen pas een goede morgen als jouw morgenlezing bevestigd wordt door de spreekbuis van de enige echte lezing, de lezing die waarheid en werkelijkheid in één pacht heeft.

Dat brengt me bij een stelling: wanneer er slechts één lezing is, wanneer iedereen het erover eens is dat er slechts één lezing is en wanneer iedereen moet lezen, dan kan elke lezing minus één worden aangeklaagd vanwege willekeur, en wie die ene is hangt niet af van de kwaliteit van de lezing, het hangt af van de macht om concurrerende lezingen uit te schakelen. Een dergelijke leespraktijk verenigt het stalinisme, de islam en, iets minder totaliserend en totaal, de economische wetenschap. Drie keer een leer waarin het juiste standpunt beslissend is voor begin, proces en afsluiting, waarin het uitgangspunt is dat wie a zegt ook b moet zeggen, dat er geen omwegen en uitvluchten toegestaan zijn en dat iedereen moet bewegen en zich dus aan de blikken en het oordeel van de enige gelegitimeerde openbaarheid moet blootstellen. Het prachtige Normal Accidents (gepubliceerd in het bijzondere jaar 1984) van Charles Perrow is minder een boek over ongelukken dan over het normale en over de gevaren van een afwijking van het normale. Het normale is de norm van elk ‘hoog-risico-systeem’ dat hij beschrijft, de afwijking ervan is het potentiële en als we sloom zijn actuele ongeluk en de afwijking is daarmee per definitie een gevaar voor datzelfde systeem – en dient te worden uitgeschakeld.

De definitie is die van een zo strakke koppeling (indien a dan b en ook nog eens zonder dralen en, eenmaal in werking getreden, niet meer terug te draaien) dat er, eenmaal begonnen, geen weg terug is, en van een zo complexe interactie tussen de diverse samenstellende delen van het systeem (van chemische processen en interacties tot en met uit hun slaap gewekte terroristen die elkaar zo spaarzaam mogelijk en uitsluitend met telkens nieuw gecodeerde berichten benaderen) dat we die communicatief pas in de greep krijgen als het kwaad al geschied is. Onder de salafisten vinden we nogal wat voormalige jonge marxisten van de jaren negentig, laat Michiel Leezenberg optekenen in Trouw (19 januari 2017, katern De Verdieping: 6-7). Leezenberg wijst erop (ik zie dat als een relativerende en ook welkome, zij het door Leezenberg in het interview niet benoemde, voetnoot bij De Erecode; Hoe Morele Revoluties Plaatsvinden van Kwame Anthony Appiah) dat het strenge en rigide islamisme dat dezer dagen ons beeld van de islam bepaalt sterk beïnvloed is door morele concepties uit het Europa van de negentiende eeuw, de concepties van de Victoriaanse moraal, de concepties die bevestigden dat seksuele dwingelandij, knechting en minachting van vrouwen, en de woede op seksuele relaties tussen mensen van gelijk geslacht een onverbrekelijke eenheid waren, concepties die wij in de twintigste eeuw hebben afgezworen en die in islamitische landen de nieuwe zedelijkheidsnorm zijn geworden.

In de visie van Leezenberg zijn het marxisme (als de ideologie van het communisme) zowel als het salafisme (als de ideologie van het islamisme) varianten van het redeneren met strakke koppelingen en (met voor elke buitenstaander) overbodig en onnavolgbaar complexe interacties. Ik ben bang dat Leezenberg dat te beperkt ziet. Het geldt voor elke monocultuur. Zelf moet ik dan altijd aan de spannende film Margin Call denken, een film met een hard oordeel over de financiële en vergiftigde vruchten van de vigerende economische monocultuur. In die cultuur grijpt ook alles plaats omdat zodra de teerling geworpen is het niet anders meer kan, het gaat zoals het moet gaan, en het grijpt ook plaats omdat de interacties tussen actoren, kennis en voorkennis, goederen- en geldstromen, en steeds snellere financiële media voor een complexiteit zorgen die niemand kan beheersen maar die sommigen, zeggen zij, kunnen bezweren – op voorwaarde dat wij doen wat zij zeggen. En meer dan dat, want waar kwam de mantra van TINA ook weer vandaan? Ook die mantra wijkt niet veel af van de leer die de juiste leer wil zijn, die daarom de enige leer is die we moeten willen, en die ons allen dwingt in de positie die leer voor onszelf waar te maken, die leer bij elke nieuwe gebeurtenis aan onszelf uit te leggen, zodat we zelf kunnen handelen – en als dat slecht afloopt dan zijn we gezakt voor het examen in de leer, een steeds vaker afgenomen examen, en als dat optreedt kunnen we ook alleen bij onszelf te rade gaan omdat we zelf verantwoordelijk zijn voor onze lezing van de leer en dus ook zelf op de blaren moeten zitten.

Het is een genade in alles te mogen geloven en in niets te hoeven geloven.

20 januari 2017

=0=

Op herhaling

In de jaren tachtig van de vorige eeuw waren het Reagan en Thatcher, in de jaren tien van deze eeuw zijn het Trump en May. Toen bedachten ze dat wat goed was voor de onderneming goed genoeg voor iedereen was, nu hebben ze bedacht dat wat goed voor hun staat is goed genoeg voor elke staat is. Toen bedachten ze de neoliberale deregulering, nu bedenken ze de neoconservatieve reregulering.

Alles bij elkaar heeft het neoliberalisme 3½ decennium mogen uitrazen. Nu het de landen bereikt die het uitdachten verandert de stemming en veranderen ook de zeloten van stemming. Vrijhandel is er niet voor iedereen en dat China de nieuwe kampioen van de vrijhandel wordt is meer het cynisme dan de ironie van de geschiedenis. En nee, het cynisme schuilt niet in de Chinese vrijhandel, het cynisme schuilt in de naïeve veronderstelling dat de VS en het VK ooit principes hadden, vrijhandelsprincipes bijvoorbeeld, in het trotse gezelschap van een principieel verzet tegen protectionisme. Men zegt dat de waarheid het eerste slachtoffer van de oorlog is, ik denk dat de waarheid het eerste slachtoffer van elke belangenpositie is die wordt verdedigd door hen die aan de consolidatie van hun eigen belang als het erop aankomt de absolute voorrang geven. Trump denkt altijd dat het erop aankomt en May moet wel denken dat het erop aankomt, nu ze met de tenenkrommende erfenis van haar al te luchthartige voorganger is opgescheept. Voor Trump is trappen en natrappen op een gering faseverschil na precies hetzelfde en May dreigt het verschil tussen blazen en opblazen uit het oog te verliezen.

In ons land schijnt men te hopen dat men grote gebeurtenissen met irrelevante kromspraak kan bestrijden. Ik denk aan Koenders’ opmerking over de ‘kardinale fout’ van Trump. En uiteraard denk ik aan Rutte die voor Nederland nog wat vrijhandelgraantjes hoopt mee te pikken en dat vooral wil bewerkstelligen door goed samen te werken. Met wie? Nu, met de VS en het VK natuurlijk. Wij doen alles om de EU in het neoliberale dwangbuis te houden en handelen onze zaakjes desnoods liever bilateraal af dan te vertrouwen op de kracht van de EU waar we dan ook zelf iets aan zouden moeten bijdragen.

Doet het er iets toe, wat wij verzinnen? Ik hoorde op de radio dat het toch wel een probleem was dat we met Wilders ook zijn kiezers ‘uitsluiten’. Ik geloof dat in coalitieland altijd miljoenen kiezers worden uitgesloten maar bij ons is het nu eenmaal zo dat je zowel overtuigd voorstander van coalities kunt zijn als ook overtuigd tegenstander van uitsluiting. Het is gewoon een kwestie van fasering, net zoals trappen en natrappen een kwestie van fasering is en blazen en opblazen een kwestie van fasering is. Onze volksaard, wat zeg ik: onze identiteit, is drassig genoeg om na een korte periode van woelen en wroeten onze positie te hervinden die we eigenlijk al altijd hadden en alleen nog een eigentijds accent miste, dat we nu gelukkig hebben aangebracht.

In ons land kan alles en ik ben er zeker van dat we Trump en May binnen de kortste keren even verstandig, begrijpelijk en navolgenswaard zullen vinden als voorheen Reagan en Thatcher. Ja toch?

19 januari 2017

=0=

 

Liquide middelen

Vooruitgang, zo stelt Zygmunt Bauman (1925-2017), is geen kwaliteit van de geschiedenis, het is het zelfvertrouwen van het heden (Liquid Modernity, 2000: 132). In het moderne ‘liquide’ heden is het met dat zelfvertrouwen niet heel goed gesteld. Dat komt, we hebben plannen zat en we hebben tegelijkertijd een schreeuwend tekort aan mensen die zich erop vastleggen, die er de verantwoordelijkheid voor nemen. Wat moet gebeuren is tegenwoordig eenvoudiger gezegd dan wie het moet doen en daarom ook gelooft niemand nog in de verkondigers van wat zou moeten gebeuren. Desondanks, wie een terug naar de stabiliteit in het land van ooit belooft komt daar goed mee weg – tot op het moment dat er geleverd moet worden. In de eeuw van de liquiditeit kan de belofte van stabiliteit alleen maar in vruchtbare aarde vallen als het een belofte blijft, als het niet wordt omgezet in de imaginaire stabiliteit die het rijk van de belofte vooral niet moet verlaten.

De gehele moderniteit staat in het teken van liqiditeit maar, zo Bauman, in de tijd van het ‘sterft gij oude vormen en gedachten’ was het vloeibaar worden van het oude nog de aankondiging van het nieuwe, het nieuwe dat nieuwe stabiliteit beloofde (in de Internationale klonk dat zo: ‘[w]ij zijn ‘t moe naar and‘rer wil te leven. Broeders! hoort hoe gelijkheid spreekt: geen recht waar plicht is opgeheven, geen plicht leert zij waar recht ontbreekt’), en in de huidige tijd volgt op het vloeibaar, het liquide, worden van alles – banen, relaties, woonplaatsen en behuizingen, ja zelfs van wat ooit ‘loyaliteit’ werd genoemd – geen nieuwe stabiliteit. De toekomst van liquiditeit is meer liquiditeit, en geen stabiliteit. U zocht een vaste baan? Dan bent u in de foute eeuw aangeland meneer, vaste banen hebben we niet meer.

Maak vooral geen plan A zonder een plan B ter beschikking te hebben. Voordat je het weet is plan A machteloos en als je dan plan B niet bijhanden hebt gaat je machteloosheid over in onmacht en dan zijn de rapen gaar. Daarom, zorg ervoor dat je zo nodig met de voeten kunt stemmen, zorg ervoor dat je altijd in de positie verkeert dat jouw stem ertoe doet en zorg er vooral voor niet in de situatie terecht te komen dat je een beroep moet doen op loyaliteit om je eigen huid te redden.

Enzovoorts, voeg ik eraan toe. Bauman was een man van de grote streken, de wijdse gebaren, de overdonderende vergezichten. Hij ontwikkelde gedachten, generaliseerde ze en schreef daarmee eerder gedachtengeschiedenis dan geschiedenis. Hij signaleerde, meer dan hij onderzocht, en daarmee staat het onderzoek zelf nog grotendeels open. Dat is geen kritiek, eerder dankbaarheid. Kritiek verdient het soms opvallende gemak waarmee de uitspraken van Bauman voor reële ontwikkelingen worden aangezien. Het is de paradox van beroemdheid: je uitspraken circuleren als waren het liquide middelen en over de vraag of je uitspraken wel door de stabiliteit van stevig sociaalwetenschappelijk onderzoek geschraagd zijn wordt luchtig heengestapt.

11 januari 2017

=0=



Verloochenen

Feiten moeten betwist worden. Dat zou je een grondregel van de wetenschap kunnen noemen. Feiten zijn constructies waarover op gecontroleerde wijze ruzie gemaakt kan worden. Mensen die zich op feiten beroepen en menen daarmee iets te hebben gezegd hebben een fout begrip van feiten.

Niemand heeft de feiten in pacht maar met de wetenschap dat we over feiten beargumenteerd en gecontroleerd van mening kunnen verschillen in een gezamenlijke zoektocht naar zekerder, betrouwbaarder en betere feiten kunnen we verder, zeker nu we weten dat de zoektocht gezamenlijk is en het doel van de zoektocht al evenzeer. Niemand, overigens, die verplicht is mee te zoeken en niemand die verplicht is het doel te onderschrijven. Wie z’n eigen feiten kan scheppen en daarmee z’n eigen doel dient, staat het vrij dat te doen. Net zoals het mij vrij staat tegen te werpen dat particuliere feiten geen feiten zijn maar verzinsels van een meer of minder overspannen geest. Ik sta er elke keer weer verbaasd van dat ik dit soort vanzelfsprekendheden, over het vele water dat door de Rijn heeft moeten stromen voordat we – het gezelschap dat zich ertoe bekent – het erover eens zijn geworden dat je je met een beroep op de feiten voor genoemd gezelschap hebt verplicht je bronnen en je argumenten aan de openbaarheid prijs te geven, toch weer opschrijf.

Het kan natuurlijk nog erger. Gisteravond zag en hoorde ik bij DWDD Claudia de Breij beweren dat het woord ‘stroom’ net zo ‘dehumaniserend’ was als het woord ‘plaag’. Een vluchtelingenstroom is voor mevrouw De Breij van hetzelfde laken en pak als een vluchtelingenplaag, net zoals voor De Telegraaf een asielzoekersstroom een asielzoekersplaag is. Neerlandicus Matthijs van Nieuwkerk had bedacht dat het geinig zou zijn om Marianne Zwagerman te laten botsen op Dolf Jansen. Jansen had zo zijn twijfels bij de plaag van de Telegraaf en Zwagerman vond de plaag van de Telegraaf geen plaag omdat het maar de kop van een artikel was en niet het artikel zelf en verder had zij op haar beurt twijfels bij iedereen die het niet met haar eens was. De interventie van De Breij (‘ik ben het eens met Marianne’) was een mooie bonus op een verward en verwarrend getouwtrek tussen twee snelsprekers – tot ze met haar gelijkheid van stroom en plaag kwam. Dehumaniserend. Hoe verzin je het. In dit land schept niet alleen iedereen z’n eigen feiten, in dit land schept iedereen z’n eigen taaltje. Het lijkt wel cabaret.

Feitenverloochening begint bij taalverloochening.

10 januari 2017

=0=

 


Verplichte bewegingen

Potsierlijk, een ander woord heb ik er niet voor over. We hebben een minister die vier jaar lang het grootbedrijf heeft bediend door in Europa gemene zaak te maken met Juncker, en die nu, bij het scheiden van de markt, het grootbedrijf wil gaan ‘belasten’. We hebben een andere minister die vier jaar lang tegelijk gas wou geven en op de rem gaan staan, die dat uitstekend is gelukt met als resultaat dat we niet opschieren maar wel energie verbruiken, en die nu, bij het scheiden van de markt en in reactie op zijn collega-minister, roept dat meer belasting voor het grootbedrijf slecht voor de werkgelegenheid is. En we hebben een staatssecretaris, die elk dossier dat hij heeft aangeraakt in een puinhoop heeft veranderd, die van mening is dat de bedrijfsbelastingen te hoog zijn en verlaagd moeten worden. De staatssecretaris beheert een belastingdienst die zich van de staatssecretaris niets aantrekt en de staatssecretaris belooft dat hem dit niet nogmaals zal overkomen. Hem valt de treurnis van zijn beleid niet eens meer op, en het valt ook het kabinet niet meer op, want dat verplaatst de misère in de tijd – tot na de verkiezingen.

Het kabinet spreekt met één mond, tenzij het kabinet dat niet doet. Dit kabinet heeft zelden met één mond gesproken. Het zegt wat omdat het denkt dat wij verwachten dat het wat zegt en dan zegt het wat om wat te zeggen, niet om wat het zegt. Wat het zegt heeft niets te maken met wat gezegd moet worden maar alleen met het publiek dat bereikt moet worden en dat publiek is afhankelijk van de inschatting van het publiek dat in beweging komt als gevolg van gebeurtenissen en van de gretigheid van de heren en dames politici om dat publiek te behagen, door het ongewenste publiek te vernederen en te versieren met fraaie taalklassiekers zoals die over het tuig van de richel of die over pleur op, en we hadden al rot op en etnische monopolies – en dan weten wij wel welk publiek bedoeld is.

Het zijn verplichte bewegingen en tegen de tijd dat er verkiezingen komen zien we wat meer bewegingen, de één nog voorspelbaarder dan de andere. De VVD is voor de werkgelegenheid, en dus voor de winst, de PvdA is voor de werkgelegenheid en vindt dat je dan niet alleen de arbeid moet belasten want die wordt dan te duur en dat kost werkgelegenheid en daarom moeten de winsten worden belast waarvan de VVD dan weer vindt dat zulke plannen de investeerders afschrikken, dat die het ondernemingsklimaat killer maken en dat je dat niet moet willen als de werkgelegenheid je lief is. Beschaafde meningsverschillen waar we op een beschaafde manier wel uitkomen en waarvan het grootste probleem is geworden ze zo te debiteren dat de kiezer er weer een keertje intrapt en denkt dat het ergens over gaat dat voor de kiezer belangrijk is. Dat probleem is op dit punt onoplosbaar, met dank aan dezelfde partijen die er nu een punt van maken. Het is onoplosbaar omdat die partijen zelf het probleem zijn en omdat zij weigeren dat te erkennen. Partijen doen niet aan problemen, partijen doen aan oplossingen van problemen en daarom kunnen partijen het probleem niet zijn. Het is niet anders en anders is er niet.

Dat laatste is een grote vergissing. Het afgelopen jaar hebben we gezien wat er kan gebeuren wanneer de burger het niet meer gelooft. Dat het kan gebeuren is geen garantie dat het ook zal gebeuren maar de kans dat het zal gebeuren wordt groter, in elk geval wanneer politici in hun gewoonte blijven hangen er met hun gebruikelijke verplichte bewegingen, met hun gebruikelijke verplichte kür, wel te zijn.

9 januari 2017

=0=

 


Vijftig miljoen

‘50.000.000 Elvis fans can’t be wrong’ las ik ooit op een LP (Elvis’ Gold Records, Vol. 2) van Elvis Presley. Ik was fan van Elvis in die dagen (de LP is van 1959) en toch twijfelde ik aan het getalsargument dat – zo dacht ik dan ook wel weer – vast niet van Elvis zelf afkomstig was maar ongetwijfeld van zijn inhalige manager ‘kolonel’ Tom Parker. Bij het schrijven van dit stukje luister ik naar die gouden hits – het vermindert noch vermeerdert mijn twijfel. Tijdloos, mijn Elvis. Overigens kwam in 1982 een LP uit met als titel Elvis’ Greatest Shit, 50.000.000 fans can be wrong, maar dat waren allemaal opnamen die door Elvis en de zijnen waren afgekeurd en langs slinkse wegen, de wegen van de bootlegger, op vinyl terecht zijn gekomen.

Dat ik zo geïnteresseerd ben in die vijftig miljoen komt door Ruud Koopmans. Hebben vijftig miljoen moslims het bij het rechte eind? Het is heel wat, vijftig miljoen, maar op een totale populatie van 1 miljard toch niet zo indrukwekkend als al die miljoenen in eerste instantie lijken aan te kondigen. Nee, vijfhonderd miljoen, dan heb je wat. Vijfhonderd miljoen moslims vinden de Koran belangrijker dan de grondwet, zegt Ruud Koopmans en onder die vijfhonderd miljoen zijn er weer vijftig miljoen, nog steeds Ruud Koopmans, die bereid zijn om geweld te accepteren om de islam te beschermen. Het zijn beide somber stemmende aantallen en omdat Ruud Koopmans een serieus onderzoeker is neem ik de dreiging die van die aantallen uitgaat ook serieus.

Ruud Koopmans is een optimist. Had hij vergelijkbare aantallen opgespoord van niet-moslims die hun kont met de grondwet afvegen (‘who don’t know their ass from a hole in the ground’, zingt Randy Newman), die denken dat de grondwet hun particuliere eigendom is dat ze met het geweld van hun wapens moeten verdedigen, en die bereid zijn, en die bereid zijn gebleken, geweld te accepteren om hun manier van leven te beschermen – hij zou er somber van geworden zijn. Daar kunnen die lullige miljoenen moslims niet tegen op. Hij heeft ons de aantallen bespaard. Dat is mooi van hem. De andere kant van het verhaal is dat ook in Berlijn de lunches niet gratis zijn en dat ik nu nog niet veel te weten ben gekomen over de kans op geweldsincidenten, hier, daar en ook daar en daar ook. Daar zou ik op z’n minst de data over de niet-moslims voor nodig hebben. Ik heb ze niet, en toch denk ik dat de gelijkvormigheid in de antwoorden de kans op geweld groter maken, niet kleiner. Maar: hebben die vijftig en die vijfhonderd miljoen nou gelijk of ongelijk? De vraag is zinloos en Elvis is dood.

6 januari 2017

=0=

 

Te duur

In Zweden is twee jaar lang geëxperimenteerd met een zes-urige werkdag. Het experiment is beëindigd, de kosten waren te hoog, en dat waren ze omdat het loon hetzelfde bleef en er nieuwe mensen moesten worden ingehuurd om de bezetting op peil te houden. Zelfs als we verdisconteren dat de kosten van ziekteverzuim omlaag gingen en de uitkeringskosten van de werklozen die nu aan het werk waren ook, dan nog was het te duur. Het experiment speelde zich af in een verzorgingshuis, dus je vraagt je af: wat waren de baten van de mensen die daar verzorgd werden en wegen die dan niet op tegen de extra kosten? Welke baten dat waren? Nu, kwaliteit van leven bijvoorbeeld omdat er meer tijd was voor, meer ruimte om en meer deelname aan ‘sociale activiteiten’ en sociale activiteiten zijn goed voor mensen in een verzorgingshuis. Het is ook niet uit te sluiten dat niet alleen de kwaliteit maar ook de duur van het leven is toegenomen in die twee jaar. Nog meer baten dus.

Dure baten, dat wel. Te dure baten, eigenlijk. Hoeveel te duur zullen we nooit weten want om dit type baten te meten is een tijdsbestek van twee jaar veel te kort. Voor een verzorgingshuis dat door budgettaire regels nooit verder mag kijken dan één jaar is twee jaar al heel erg lang, voor de baten in kwestie is het te kort om er een stevig oordeel over uit te spreken. Meer dan een vermoeden heb ik dus niet, maar ik heb best vertrouwen in mijn vermoeden. Het neemt niet weg dat ik het graag wat zekerder zou weten en het neemt ook niet weg – en dat vind ik griezelig – dat iedereen voor wie de bewoners van een verzorgingshuis een kostenpost is het absoluut niet wil weten, omdat elke verbetering aan de batenkant van de verzorgden een vergroting van de kostenpost voor anderen is. Blijven ze nog langer leven ook! Dat willen we niet weten. Dat hoeven we niet te weten. Het is al duur genoeg.

Ik denk dat het experiment in Zweden een groot succes is geweest. Ik denk dat het experiment is afgeblazen omdat als het nog twee jaar had mogen duren de evidentie van de baten zo groot was geweest dat niemand het voordeel van het experiment nog had durven ontkennen – en dat iedereen was gaan nadenken over de volstrekte waanzin van een kosten/baten systeem waarbij de belangrijkste baten buiten haken moeten worden geplaatst. Waarom? Omdat, in dit geval, de baten van de verzorgden als maatschappelijke kosten worden gezien en voor die kosten wil niemand opdraaien. Daar moeten we het niet over willen hebben. Toch?

We mogen wel blij zijn dat we ons in ons land dit geëxperimenteer bespaard hebben.

5 januari 2017

=0=

 

 

Bazelen

Eén manier om het verschil in politiek tussen landen te bepalen is te letten op de afstand die de politicus van de bankier scheidt. Een bankier is, sinds de deregulering, altijd een bankier maar onder politici vinden we veel meer smaken. Zij zijn het die bepalen wat deregulering inhoudt en zij zijn het die bepalen wanneer de deregulering de pan uit rijst. Of niet, en daar zit het verschil. Deregulering is het verlenen van toestemming aan de slager z’n eigen vlees te keuren, regulering en reregulering komen neer op het onthouden van die toestemming, direct (door een verbod) dan wel indirect (door het aanstellen van een niet uit de slagersbranche afkomstige toezichthouder).

In de VS is de dereguleringstoestemming voor het bankwezen op belangrijke punten ingetrokken. Wat heeft u op de balans staan? Activa met nogal wat risico? Wat zegt u? Weinig risico? En heeft u dat zelf bepaald? Wat knap, maar vindt u het heel erg als wij dat risico bepalen en niet u? Het is recent nog heel erg fout gegaan, weet u nog wel, met al die risico’s die u door S&P had laten schatten en waarvoor de belastingbetaler een onbeschoft hoge rekening kreeg aangeboden – wij willen zo’n grap niet nog een keer, begrijpt u? In de VS begrijpen ze dat, in Basel begrijpen een aantal mensen het ook, maar in de EU begrijpen ze er niets van.

Basel? In Basel wordt nu gemarchandeerd over de buffers die banken moeten aanhouden om een nieuwe ramp te voorkomen. De noodzakelijke omvang van de buffers is sterk afhankelijk van de inschatting van de risico’s van de activa die op de bankbalansen voorkomen. In de EU wil men die inschatting aan de banken zelf overlaten, in de VS is men van dat schadelijk gebleken waarderingsgebeuren afgestapt. In de VS heb je nog politici, in de EU hebben we alleen nog loopjongens van bankiers. Komt ‘Basel 3’ er? Met dank aan de eeuwig tegenstribbelende EU wordt het initiatief voor de beantwoording van die vraag nu bij Donald Trump neergelegd.

In ons land wordt over de pensioenfondsen gewaakt alsof het op apegapen liggende vermolmde instellingen zijn die bij het minste of geringste zuchtje wind omgeblazen zullen worden. Daarentegen wordt over banken amper gewaakt, vertrouwend op het door de banken zelf aangewakkerde sprookjesverhaal dat het allemaal best gaat en zo en dat banken al onder te veel regels en beperkingen zuchten en dat het hen afnemen van hun eigen risicotaxatie toch echt een brug te ver is, en bovendien een breuk in het vertrouwen is dat zich net weer zo aardig aan het herstellen was en, echt waar, van zo’n vertrouwensbreuk, of zelfs alleen al van de gedachte eraan, hebben de banken de buik vol. Onze politici knikken, begrijpend. Het is, vinden ze, een technische kwestie, een kwestie waar je aan populisme niets en aan expertise alles hebt. Zelfs Wilders zegt er niets over, dus dan weten we dat het geen populistisch vraagstuk is. Gelukkig maar, het is zo al lastig genoeg.

Gebazel. Onze politici plooien zich naar gebazel. Dat hebben ze sinds de financiële crisis steeds gedaan en nu hebben ze al helemaal geen reden een ander gedrag aan te nemen. Er komen verkiezingen aan en ze willen de kiezer niet nog meer angst aanjagen, toch, met alle gevaren en bedreigingen en onruststokers die er al zijn en waarmee ze het al moeilijk genoeg hebben. In verkiezingstijd spreek je over de kansen die mensen moeten verleiden in te stappen en niet over risico’s die de mensen ertoe aanzetten om bij de eerste de beste halte uit te stappen.

Onze politici beloven door hun stilzwijgen nu dat ze ook in de komende periode de bankiers en hun eigen methodieken van vleeskeuring braaf zullen volgen. Ze hebben er alle vertrouwen in. Dat is een politiek schandaal.

4 januari 2017

=0=


Druppelen

En nu is oom Lodewijk boos op tante Barbara omdat tante Barbara in de Telegraaf oom Lodewijk heeft beschuldigd van het aanwakkeren van populisme en omdat oom Lodewijk dat niet pikt en op zijn beurt tante Barbara beschuldigt van het aanwakkeren van populisme. Tante Barbara had eerder, samen met de voorzitter van de raad van bestuur van de Rabo, ook Jeroen Dijsselbloem al van populisme beschuldigd. Tante Barbara en de PvdA, dat wordt geen goed huwelijk. Maar tante Barbara en het D66 van pater Alexander? Zou zo maar kunnen. De mensen die het met pater Alexander niet eens zijn, zijn dat niet ook populisten? Ik denk, nu we het er toch over hebben, dat iedereen die het niet met tante Barbara eens is een populist is. Ik beken. Je suis Populiste.

Tante Barbara is behalve tante Barbara ook nog een tante van de Rabobank, zij ontwikkelt daar kennis, en wie bank zegt, zegt boze bedrogen burger en wie boze bedrogen burger zegt, zegt kennis, zegt kennis over burgerklanten en wie het bij een bank over klanten heeft bedoelt natuurlijk muppets, en die komt daarmee gevaarlijk dicht in de buurt van het populisme van de hoon en van de schaterlach, en daarmee is dan maar mooi bewezen dat tante Barbara en het populisme via de bank verbonden zijn.

Oom Lodewijk, op zijn beurt, is van de politiek, is van de PvdA en is ook nog een beetje van het kabinet, en dit kabinet en ook de PvdA zijn van mening dat het nu toch echt tijd wordt dat ook de burger iets merkt van de grote voorspoed die zij het land hebben gebracht, en ze hopen maar dat de burgerkiezer van hen wil geloven dat hij nu echt aan de beurt is, en nu is al heel snel, heel snel na de verkiezingen dan, en ze hopen daarmee het populisme de wind uit de zeilen te nemen, ze hopen dat de burger zich niet boos en bedrogen voelt, en ze vergissen zich daarin en daarmee is dan maar mooi bewezen dat oom Lodewijk en het populisme via het kabinet en de PvdA verbonden zijn.

Populisme is veel dingen en onder die dingen bevindt zich de overtuiging dat alle lieden, met de bankiers en de politici voorop, die beweren dat de genoegens van de globalisering ooit wel eens bij iedereen zullen neerdalen, dat ze druppelsgewijs van boven naar beneden zullen doorsijpelen, dat die lieden leugenaars zijn en soms ook nog zakkenvullers. Ik houd niet van populisme – ik houd van diversiteit in veel vormen dus van diversiteit en pluriformiteit en daar houdt het populisme al helemaal niet van en daarom houd ik niet van het populisme – maar op dit punt kon het populisme niet vroeg genoeg komen en ik ben zelfs bang dat het populisme te laat is. Ik ben niet eens verbaasd over de aanstaande regering Trump, zal ik maar zeggen.

Tante Barbara en oom Lodewijk zijn het over meer dingen eens dan oneens en dat is, vanuit populistisch standpunt bekeken, een situatie die met de nodige argwaan dient te worden bejegend. Tante Barbara heeft met haar interview in de Telegraaf van afgelopen zaterdag een heuse sollicitatiebrief geschreven, pater Alexander heeft hem van de deurmat gepakt, heeft hem al geopend en gelezen en oom Lodewijk heeft de zijne al een paar weken eerder op de post gedaan, heeft hem aan zichzelf geadresseerd en heeft hem zelf geopend en gelezen. Zo worden, met dank aan de populisten, de verkiezingen toch nog spannend.

3 januari 2017

=0=